Mattheüs 24:15-22

Jeruzalems verwoesting in het jaar 70

32 min · Lezing 168 van 197 ·

Boekcategorie
Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/mattheus/24-15-22.pdf?v=467c7087c93c. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/mattheus/24-15-22.

Samenvatting

De gruwel van de verwoesting en de grote verdrukking als gebeurtenissen rond de val van Jeruzalem

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Jezus’ waarschuwingen over de gruwel van de verwoesting, de vlucht uit Judea en de grote verdrukking. Hij betoogt aan de hand van de parallel met Lukas 21, Daniël 9 en vroegchristelijke geschiedschrijving dat deze woorden in het jaar 70 na Christus zijn vervuld bij de Romeinse belegering en verwoesting van Jeruzalem. Hij legt uit waarom vluchten op de sabbat volgens hem praktisch moeilijk was en niet betekent dat christenen de sabbatswet moesten onderhouden. Ook stelt hij dat uitspraken als „nooit meer” en „geen vlees” profetische beeldspraak zijn en binnen deze passage betrekking hebben op Jeruzalem, het land Israël en het Joodse volk.

De gruwel als teken van Jeruzalems einde

Illustratie bij: Jezus verklaart het teken van Jeruzalems naderende verwoesting.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Mattheüs 24, vers 15 tot en met vers 22.

We hebben nu al enkele bijeenkomsten gesproken over deze interessante rede in Mattheüs 24, de rede op de Olijfberg, waarin Jezus spreekt over dingen die voor Hem en Zijn discipelen nog in de toekomst lagen. Maar Hij zei wel dat ze binnen hun generatie vervuld zouden worden. Hij zei in vers 34:

Mattheüs 24:34

Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal zeker niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurd zijn.

Bovendien zei Hij met betrekking tot de dingen die Hij beschreef:

Wanneer je dit ziet, en:

Wanneer je dat ziet, en:

Wanneer ze dit tegen je zeggen.

We moeten bedenken dat met ‘jullie’, toen Jezus sprak, niet wij in de twintigste eeuw werden bedoeld. Met ‘jullie’ werden de mensen bedoeld tot wie Hij sprak. En wie waren dat? Vier mannen. Volgens Markus hoofdstuk 13 was dit een besloten gesprek tussen Jezus en vier mannen: Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas. Toen Hij ‘jullie’ zei, bedoelde Hij hen. Suggereren dat Hij iets anders bedoelde, is weigeren de Schrift letterlijk te nemen. Als we haar letterlijk nemen, weten we dat ‘jullie’ verwijst naar de mensen tot wie Hij sprak, zoals dat altijd het geval is. Wanneer je het woord ‘jullie’ gebruikt, betekent het de mensen tot wie je spreekt.

De vorige keer heb ik waarschijnlijk veel lezers verrast door de gruwel van de verwoesting en de grote verdrukking in Mattheüs 24 te vereenzelvigen met de gebeurtenissen van 70 na Christus, de verwoesting van Jeruzalem. Dit is voor veel mensen een nieuwe gedachte. Toch is dit de meest voor de hand liggende uitleg wanneer we beseffen dat de discipelen, nadat Jezus had voorzegd dat Jeruzalem verwoest zou worden, Hem vroegen:

Lukas 21:7

En zij vroegen Hem: Meester, wanneer zal dat dan zijn en wat is het teken dat deze dingen zullen gebeuren?

Er zijn twee vragen. Deze dingen — de verwoesting van Jeruzalem, waarbij niet één steen op de andere gelaten zal worden — wanneer zullen die gebeuren? En wat zal het teken zijn dat dit op het punt staat te gebeuren? Wat betreft de vraag wanneer het zou gebeuren, zei Hij: binnen deze generatie. Wat betreft de vraag welk teken er zou zijn dat het op het punt stond te gebeuren, geeft Hij het antwoord in vers 15.

> Vertalersnoot: Het nabijheidsaspect in deze uitleg volgt de door de spreker gebruikte Engelse vertaling van Lukas 21:7, die spreekt over wat „op het punt staat te gebeuren”. In de hier aangehaalde HSV staat alleen „zullen gebeuren”. In Mattheüs staat:

Mattheüs 24:15

Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats — laat hij die het leest, daarop letten! —

Maar in Lukas 21, in de parallelle passage, staat in vers 20:

Lukas 21:20

Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

Ze hadden gevraagd welk teken er zou zijn dat de verwoesting van Jeruzalem nabij was en op het punt stond te gebeuren. Hij zei:

Dit is het: wanneer je ziet dat Jeruzalem door legers omsingeld is, weet je dat het dichtbij is.

Dat is het teken dat het op het punt staat te gebeuren.

Zoals ik de vorige keer heb uitgelegd, parafraseert Lukas voor ons wat Jezus zei, terwijl Mattheüs en Markus ons Zijn exacte woorden geven. Zowel in Mattheüs als in Markus zegt Jezus:

Dus wanneer je het afschuwelijke teken van verwoesting waarover de profeet Daniël sprak op de heilige plaats ziet staan.

Zowel Mattheüs als Markus voegen die uitspraak toe:

Mattheüs 24:15

Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats — laat hij die het leest, daarop letten! —

Blijkbaar citeerden Mattheüs en Markus Jezus exact. Hij zei:

Wanneer je het afschuwelijke teken van verwoesting waarover de profeet Daniël sprak op de heilige plaats ziet staan.

Vervolgens voegen de schrijvers, Mattheüs en Markus, allebei tussen haakjes deze opmerking in:

Wie dit leest, moet goed begrijpen wat het betekent, omdat ze er zeker van wilden zijn dat de lezer zou beseffen dat dit moeilijk te begrijpen is en dat hij enige moeite moest doen om het te begrijpen.

> Vertalersnoot: Deze uitleg volgt het Engelse „let him understand”. De hier aangehaalde HSV vertaalt dit met „laat hij die het leest, daarop letten”.

Lukas heeft er geen vertrouwen in dat zijn lezer Theofilus, een Romein, deze Hebreeuwse toespeling op Daniël hoofdstuk 9 zal kunnen begrijpen. In plaats van Jezus’ exacte woorden weer te geven en de lezer vervolgens aan te sporen te begrijpen wat Hij bedoelt, maakt Lukas het daarom eenvoudig en parafraseert hij ze:

Lukas 21:20

Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

Ik zou iedere lezer die dit moeilijk vindt dringend willen aansporen zelf het werk te doen. Verwerp niet zomaar wat ik zeg, en aanvaard het ook niet zomaar. Ga naar de Bijbel, leg Mattheüs 24 naast Markus 13 en Lukas 21 en neem de gedachtegang stap voor stap door. Je zult ontdekken dat wat ik zeg waar is. De gedachten die naar dit vers toewerken en de gedachten die erop volgen, bewijzen dat wanneer Lukas 21:20 zegt:

Wanneer je leest dat Jeruzalem door legers omsingeld is, is dat dezelfde uitspraak als die van Markus en Mattheüs:

Mattheüs 24:15

Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats — laat hij die het leest, daarop letten! —

Daniël 9 en de Romeinse verwoesting

Illustratie bij: Daniël voorziet de verwoesting van stad en heiligdom.

Sommigen van Zijn discipelen hebben Jeruzalem beslist door legers omsingeld gezien. Daarom hebben we alle reden om te geloven dat wat Hij zei, vervuld is. In hoofdstuk 9 van Daniël zien we eveneens dat dit verwijst naar de komst van de Romeinen en hun verwoesting van Jeruzalem. Voor iemand die de passage gewoon neemt zoals die er staat, kan hierover redelijkerwijs geen twijfel bestaan.

Veel mensen leggen dingen in Daniël 9 die er niet staan. Maar als we er gewoon naar kijken, zien we bijvoorbeeld in Daniël 9, vers 26 en 27:

Daniël 9:26-27

26Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. 27Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang . Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.

„Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn.” Dat verwijst naar de dood van de Messias.

„Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad” — dat is Jeruzalem — „en het heiligdom” — dat is de tempel — „te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed.” Dat is naar alle waarschijnlijkheid een verstrooiing, of een invasie. Hij zegt: „Tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is.”

Welke oorlog? De oorlog waarin de Romeinen komen om Jeruzalem te verwoesten. Dat is het enige wat hier aan de orde is. Er staat:

„Hij” — waarmee de Messias wordt bedoeld — „zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week” — dat wil zeggen, na drieënhalf jaar — „zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden.”

Dat is wat er gebeurd is. Jezus stierf na drieënhalf jaar bediening, en Zijn dood maakte een einde aan de offers en offergaven.

En er staat:

En op de vleugel van afschuwelijke dingen zal iemand komen die alles verwoest.

Dat wil zeggen: er zal een gruwel zijn die verwoesting brengt, een gruwel van de verwoesting. Wat is volgens deze uitleg ‘de verwoeste’? Jeruzalem. Weet je nog dat Jezus in Mattheüs 23 tegen hen zei:

> Vertalersnoot: De woordelijke verbinding tussen „abomination that makes desolate”, „the desolate” en „desolate” volgt de gebruikte Engelse vertaling. De HSV spreekt hier respectievelijk over een „gruwelijke vleugel”, „een verwoester”, „de verwoeste” en een huis dat „als een woestenij” wordt achtergelaten.

Mattheüs 23:38

Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten.

en naar buiten liep? De verwoeste is de tempel in Jeruzalem. Die ligt verlaten, en er zal iets worden uitgestort over die verwoeste, en dat is het oordeel in het jaar 70 na Christus.

Daniël 9:27

Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang . Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.

Wat is dat? Het is Jeruzalem dat wordt binnengevallen door heidenen met hun goden en hun vaandels en al dat soort dingen. Dat is een gruwel voor de Joden, maar die zou komen en die stad verwoesten, omdat zij onder het oordeel van God stond.

De vlucht naar de bergen in het jaar 70

Illustratie bij: Gelovigen vluchten haastig uit Judea naar de bergen.

Jezus gaat verder in Mattheüs 24, vers 16 en zegt:

Mattheüs 24:16

laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

Hier staan verscheidene dingen. Hij zegt:

Mattheüs 24:15-16

15Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats — laat hij die het leest, daarop letten! — 16laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

Maak haast. Ga zelfs niet terug naar je huis om spullen te halen. Ga gewoon zolang je nog kunt. Dat is wat Hij zegt.

Deze vlucht van de gelovigen in Judea naar de bergen vond plaats in het jaar 70 na Christus. We weten dit omdat een vroegchristelijke geschiedschrijver, Eusebius genaamd, een vroege kerkgeschiedenis heeft geschreven. In feite is het de vroegste kerkgeschiedenis die ooit geschreven is, afgezien van het boek Handelingen, en die is nog steeds verkrijgbaar. Het boek heet Kerkgeschiedenis van Eusebius. In dat boek beschrijft Eusebius hoe de christenen in Jeruzalem, vlak voor de verwoesting van Jeruzalem, daadwerkelijk naar de bergen vluchtten, zoals Jezus had gezegd dat ze moesten doen.

Ik doel op de woorden van Eusebius in hoofdstuk 5 van zijn Kerkgeschiedenis, en ik zal rechtstreeks voorlezen wat hij zegt: „De gehele gemeente van Jeruzalem had echter vóór de oorlog, door een goddelijke openbaring die daar aan mannen van beproefde godsvrucht was gegeven, het bevel ontvangen de stad te verlaten. Zij vertrok uit de stad en vestigde zich in een bepaalde plaats aan de overkant van de Jordaan, Pella geheten.”

Verderop zegt Eusebius dit: „De gruwel van de verwoesting stond, overeenkomstig de profetische verklaring, in de tempel van God zelf, die vanouds zo beroemd was, maar nu zijn totale ondergang en uiteindelijke verwoesting door vuur naderde. Dit alles, zeg ik, kan iedereen die dat wil nauwkeurig beschreven zien in de door Josephus geschreven geschiedenis.”

Dit gaat over het jaar 70 na Christus. Dit gaat over het laatste beleg van de Joden na Christus, in het jaar 70 na Christus. Dit is een vroege kerkgeschiedenis, geschreven in het jaar 325 na Christus. Merk op dat Eusebius naar de verwoesting van Jeruzalem verwijst als de gruwel van de verwoesting. Hij zegt dat iemand die hieraan twijfelt, de geschiedenis van Josephus kan raadplegen. Hij zegt dat de christenen in Jeruzalem werden gewaarschuwd en vluchtten voordat deze oorlog Jeruzalem verwoestte. Ze ontkwamen naar de woestijn, naar een plaats aan de overkant van de Jordaan, de bergen in. Dat is wat Jezus hun had opgedragen.

Wat we hier in Mattheüs 24 lezen, is gebeurd. Het ligt niet in de toekomst; het is al gebeurd. Hij zei:

Mattheüs 24:16-22

16laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. 17Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, 18en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. 19Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! 20En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. 21Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. 22En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.

Het wee over moeders en kinderen

Illustratie bij: Jezus waarschuwt de dochters van Jeruzalem om hun kinderen.

In vers 19 van Mattheüs 24 zei Jezus:

Maar wat vreselijk voor zwangere vrouwen en vrouwen met een baby aan de borst in die tijd. En bid dat je niet in de winter of op de sabbat hoeft te vluchten.

Hier staan verscheidene dingen. „Wee de vrouwen die in verwachting zijn en de moeders die in die dagen borstvoeding geven.” Ik heb tegenwoordig veel mensen horen zeggen: „Ik wil geen kinderen krijgen vanwege de verschrikkelijke dingen die over de aarde gaan komen. We willen niet dat onze kinderen in dat alles terechtkomen.” Ze verwijzen hiernaar. Jezus zei:

Wat vreselijk voor de mensen die in die tijd kinderen hebben, alsof het geen zegen is om kinderen te hebben. Het was geen zegen voor de Joodse vrouwen in Jeruzalem in de tijd dat God de stad oordeelde, en dat is waar Hij naar verwijst.

Dit was trouwens niet de enige keer dat Hij de Joodse vrouwen juist daarvoor waarschuwde. In het 23e hoofdstuk van Lukas lezen we, nadat Jezus ter dood was veroordeeld, deze verzen. Lukas 23:27 zegt:

Lukas 23:27

En een grote menigte van volk volgde Hem; ook een menigte van vrouwen, die zich op de borst sloegen en Hem beklaagden.

Dit is het moment waarop Hij Zijn kruis Jeruzalem uit draagt om gekruisigd te worden.

Lukas 23:28

En Jezus keerde Zich naar hen om en zei: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen,

Let hierop:

Lukas 23:28-31

28En Jezus keerde Zich naar hen om en zei: Dochters van Jeruzalem, huil niet over Mij, maar huil over uzelf en over uw kinderen, 29want zie, er komen dagen waarin men zal zeggen: Zalig zijn de onvruchtbaren en de buiken die niet gebaard hebben, en de borsten die niet gezoogd hebben. 30Dan zullen zij beginnen te zeggen tegen de bergen: Val op ons, en tegen de heuvels: Bedek ons. 31Want als zij dit doen met het groene hout, wat zal er dan met het dorre gebeuren?

Let erop dat Jezus zei dat deze vrouwen en hun kinderen, die om Hem huilden, iets hadden waarover ze om zichzelf moesten treuren, niet om Hem. Waarom? Omdat deze vrouwen en hun kinderen ten tijde van het beleg in Jeruzalem waren, en het was iets afschuwelijks.

Mattheüs 24:19

Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen!

Wat was dat een verschrikkelijke tijd. Je hoeft Josephus maar te lezen om te beseffen hoe verschrikkelijk het was.

Wanneer Jezus zegt:

Als ze dit al met een groene boom doen, wat zullen ze dan met een dorre boom doen?

bedoelt Hij dat de Romeinen op dat moment Jezus doodden, een groene boom — dat wil zeggen, een levende boom, een vruchtbare boom. Maar wat zouden ze doen met een oude, verdorde boom als Jeruzalem? Als ze dit deden met iemand die waardevol en nuttig was, zoals Jezus, wat zouden ze dan doen met een dode, oude boom als Jeruzalem? En wie zijn ‘ze’? De Romeinen. Dezelfde mensen die dat met de groene boom, Jezus, deden, deden het veertig jaar later met Jeruzalem.

In die context waarschuwde Jezus de vrouwen:

Huil om jezelf en om je kinderen. Er komt een tijd dat je zult zeggen: Gelukkig zijn de vrouwen die nooit een kind hebben gebaard of gevoed.

De reden is dat de vrouwen in Jeruzalem ten tijde van het beleg van de stad van honger omkwamen. Volgens Josephus aten sommigen van hen vanwege de omstandigheden zelfs hun baby’s op. Dat was een verschrikkelijke tijd om in te leven. Hij heeft het niet over onze tijd. Hij heeft het over iets wat in die generatie gebeurde. Het trof die vrouwen en hun kinderen, en Jezus zei dat het in die generatie zou gebeuren. Daar verwijst Hij naar.

Toen Hij zei:

Mattheüs 24:16-22

16laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. 17Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, 18en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. 19Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! 20En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. 21Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. 22En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.

Vluchten op de sabbat of in de winter

Illustratie bij: Gesloten sabbatspoorten bemoeilijken de vlucht.

heeft deze verwijzing naar de sabbat veel sabbatvierders er echt toe aangemoedigd te zeggen dat christenen de sabbat behoren te houden. Ze zeggen: ‘Waarom zou Jezus zeggen:

Bid dat je niet op de sabbat hoeft te vluchten, als christenen geen rekening hoefden te houden met de sabbat?’ Hij spreekt tenslotte tegen christenen. Hij spreekt tegen Zijn discipelen, en Hij spreekt over een gebeurtenis die na Pinksteren zou plaatsvinden. Ze staan niet onder de wet, maar toch houden ze duidelijk nog rekening met de sabbat:

Bid dat je niet op de sabbat hoeft te vluchten.

Om te beginnen ben ik het niet eens met de conclusies hierover. Als Hij bedoelt: ‘Bid dat je vlucht niet op de sabbat plaatsvindt, zodat je de sabbatswetten niet hoeft te overtreden,’ dan is dat niet logisch. Er waren geen sabbatswetten die vluchten verboden. Het is waar dat de Joden een traditie hadden — de rabbijnen hadden een traditie over een sabbatsreis — dat je op de sabbat niet meer dan één mijl mocht afleggen. Maar dat was een traditie van de oudsten. Dat stond niet in de wet. Jezus zou nooit van Zijn discipelen verwachten dat ze zich wat dat betreft aan de Joodse tradities moesten houden. Jezus overtrad voortdurend de sabbattradities van de rabbijnen, en Hij vond het niet erg dat Zijn discipelen hetzelfde deden. Dus als Hij verwees naar de sabbatsreis en de beperkingen die op de sabbat voor reizen golden, zou dat helemaal niet logisch zijn. In de wet van Mozes bestond zo’n beperking namelijk niet. Dat was een menselijke traditie waarvoor Jezus geen respect had.

De reden waarom Jezus zei:

Bid dat je niet op de sabbat hoeft te vluchten, is dezelfde reden waarom Hij zei:

Bid dat je niet in de winter hoeft te vluchten.

Er is geen wet tegen vluchten in de winter. Het is gewoon onhandig. De sabbat zou in Jeruzalem een verschrikkelijk moment zijn om te proberen te vluchten. Om te beginnen zouden de poorten van de stad gesloten zijn. Je zou maar moeilijk naar buiten kunnen komen. Ten tweede zou je geen proviand kunnen kopen, omdat niemand op de sabbat iets verkocht. De sabbat was geen gewone dag. Als je in een situatie zat waarin je op reis wilde gaan, en je merkte dat de stadspoorten gesloten waren en dat je geen proviand kon kopen, dan zou dat een heel onhandig moment zijn om te vluchten. Net zoals de winter op zijn eigen manier onhandig is.

Jezus zegt niet: ‘Bid dat je niet gedwongen wordt te vluchten op een dag waarop je daardoor je sabbatsverplichtingen zou overtreden,’ want er zijn geen sabbatsverplichtingen voor gelovigen. Wat Hij zegt, is dat de sabbat een heel onhandig moment zou zijn om dit te laten gebeuren, net als de winter. Bid dat het niet in de winter of op de sabbat zal zijn, vanwege het ongemak ervan, vanwege de obstakels die het voor je opwerpt en die verhinderen dat je kunt vluchten. Daar verwijst Hij naar. Hij verwijst niet naar enige verplichting voor christenen om de sabbatswet te houden.

De grote verdrukking en profetische taal

Illustratie bij: De grote verdrukking tijdens het beleg van Jeruzalem.

Nu, heel belangrijk, in vers 21:

Mattheüs 24:16-22

16laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. 17Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, 18en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. 19Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! 20En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. 21Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. 22En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.

Er zijn velen die geloven dat dit over een toekomstige grote verdrukking gaat, maar Jezus zei:

Dan breekt er een tijd van grote ellende aan.

Hij spreekt over het jaar 70 na Christus. Hij heeft al verwezen naar de tijd waarin Jeruzalem door legers omsingeld was. Het was in het jaar 70 na Christus dat de gelovigen uit Jeruzalem vluchtten. Dat is gebeurd. En Hij zegt dat er in die tijd een grote verdrukking zal zijn. Die was er. Josephus heeft er een heel boek over geschreven. Josephus was getuige van die verdrukking. Hij maakte die mee. Hij was een Joodse bevelhebber die tegen de Romeinen vocht. Daarna liep hij over en werd hij vertaler voor Titus, de Romeinse generaal, om te proberen Jeruzalem over te halen zich over te geven voordat het verwoest werd. Hij was geen christen. Josephus wist niet wat Jezus had gezegd, want hij had zich niet in Jezus en Zijn uitspraken verdiept. Maar Josephus legt voor ons de afschuwelijke dingen vast die gepaard gingen met de belegering en de ondergang van Jeruzalem. Het behoorde tot de ergste toestanden waarover je in de geschiedenis van samenlevingen kunt lezen. Als je Josephus leest, zul je zonder moeite begrijpen waarom Jezus zei dat dit een grote verdrukking was:

zoals er sinds het begin van de wereld tot nu toe niet is geweest en ook nooit meer zal komen.

Nu denken sommige mensen dat dit wel een toekomstige grote verdrukking moet zijn. De eerste reden daarvoor is dat ze niet veel weten over de geschiedenis van de val van Jeruzalem. Ze zouden zich moeten schamen. Die geschiedenis staat al bijna tweeduizend jaar in druk, in het boek van Josephus. Maar ze begrijpen ook de taal van de Bijbel en de profetische taal niet zo goed. Wanneer Hij bijvoorbeeld zegt:

Sinds het begin van de wereld tot nu toe is zoiets niet gebeurd en zal het ook nooit meer gebeuren, dan klinkt het alsof het een unieke gebeurtenis is, die met niets anders in welke andere tijd dan ook te vergelijken is. Maar zulke taal, waarin wordt gezegd dat iets erger is dan alles wat eraan voorafging of erop zal volgen, wordt vaak overdreven gebruikt. Dat wil zeggen dat het in de Schrift niet helemaal letterlijk bedoeld is. Het is nadrukkelijk.

Als iemand zei: ‘Dit is de ergste dag van mijn leven,’ dan overdrijft diegene waarschijnlijk, maar de boodschap is duidelijk. Diegene zegt dat deze dag even erg is als elke andere die hij zich kan herinneren. Het is de ergste dag die hij zich kan voorstellen, maar hij gebruikt beeldspraak. ‘De ergste dag van mijn leven’ is waarschijnlijk niet werkelijk de ergste dag van zijn leven. Misschien komen er nog ergere dagen. Wie weet? Maar het punt is dat het een overdrijving is. En de Schriften, de profeten, gebruiken dit voortdurend.

Trouwens, in Exodus, volgens mij in hoofdstuk 9 of 10, waar wordt gesproken over de sprinkhanenplaag die over Egypte kwam, staat uitdrukkelijk:

Exodus 10:14

De sprinkhanen kwamen op over heel het land Egypte en streken neer op heel het gebied van de Egyptenaren, een zeer grote zwerm . Nooit eerder is er zo'n zwerm sprinkhanen geweest, en hierna zal er nooit weer zo een zijn,

Maar in het boek Joël, dat over een latere gebeurtenis gaat, wordt nog een sprinkhanenplaag beschreven. En daar staat opnieuw:

Joël 2:2

Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en donkerheid. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie.

Nu hebben we hier twee sprinkhanenplagen, één in Egypte en één in Jeruzalem in de tijd van Joël. Van beide wordt gezegd dat ze de ergste zijn die er ooit geweest is of ooit zal zijn. Dat kan niet echt allebei letterlijk zo zijn, maar in beide gevallen wordt dezelfde overdrijving gebruikt.

> Vertalersnoot: De absolute formulering over Joël volgt de door de spreker gebruikte Engelse vertaling. De hier aangehaalde HSV zegt: „en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie.”

Zo wordt ook over Salomo gezegd:

1 Koningen 3:12

zie, daarom doe Ik overeenkomstig uw woorden: zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke er vóór u niet geweest is, en uws gelijke na u niet zal opstaan.

Maar dat is hetzelfde soort gebruik van deze beeldspraak, want na hem kwam Jezus. Hij was beslist wijzer dan Salomo en zei dat Zelf ook. Hij zei:

Mattheüs 12:42

De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!

We moeten dus rekening houden met de beeldspraak die de profeten gebruikten. De discipelen waren ermee vertrouwd. Wij moeten vertrouwd zijn met de taal van de profeten als we willen begrijpen wat de profeet Jezus zei. Hij was meer dan een profeet, maar Hij sprak de taal van de profeten.

Er was zelfs honderden jaren eerder een gebeurtenis die sterk leek op de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Christus. In 586 voor Christus vond zo’n gebeurtenis plaats. Het was de verwoesting van Jeruzalem, en in dat geval werd Jeruzalem door de Babyloniërs verwoest. Veel van dezelfde dingen die in 586 voor Christus gebeurden, toen de Babyloniërs Jeruzalem verwoestten, gebeurden ook in het jaar 70 na Christus, toen de Romeinen dat deden. En toch zul je lezen dat sommige profeten die de Babylonische verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus voorspelden — Ezechiël is daar een voorbeeld van: hij zegt daadwerkelijk dat God met Jeruzalem iets zal doen zoals Hij nog nooit eerder heeft gedaan en ook daarna nooit meer zal doen. Het is hetzelfde soort overdrijving. En toch deed Hij daarna, in het jaar 70 na Christus, iets wat er sterk op leek.

Dit maakt God niet oneerlijk. Het betekent dat God de beeldspraak gebruikt die door de mensen uit die tijd werd herkend. Wanneer je een boek bestudeert dat geschreven is door iemand uit een andere cultuur en een andere tijd, ben je enorm in het nadeel bij het begrijpen ervan, tenzij je moeite doet om te begrijpen welke beeldspraak die mensen kenden en begrepen. Omdat deze beeldspraak in het Oude Testament zo vaak wordt gebruikt, hebben we alle reden om te geloven dat de discipelen ermee bekend waren. Toen Jezus zei dat deze tijd van verdrukking groter zou zijn dan elke verdrukking ervoor of erna, gebruikte Hij een gangbare beeldspraak. Het kan letterlijk waar zijn dat het jaar 70 na Christus even erg was als alles ervoor of erna, of erger. Maar dat hoeft niet zo te zijn, want de beeldspraak is precies dat: een overdrijving.

Maar als je je afvraagt of dit iets wereldomvattends is: Hij zei dat, als die dagen niet verkort werden, geen vlees zou overleven.

Mattheüs 24:22

En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.

Dat klinkt alsof het over iets wereldwijds gaat, nietwaar? Maar dat hoeft niet zo te zijn. Neem je Bijbel en een concordantie erbij en zoek alle plaatsen op waar „alle vlees” of „geen vlees” staat. Heel vaak gaat het over wat zich binnen een geografisch gebied bevindt. Heel vaak is het een verwijzing naar Jeruzalem: alle vlees in Jeruzalem, of geen vlees in Jeruzalem. Toen de mensen in Jeruzalem op de pinksterdag de uitgestorte Geest ontvingen, staat er zelfs dat hiermee de profetie vervuld werd dat God Zijn Geest op alle vlees zou uitstorten.

Handelingen 2:17

En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.

Welnu, alle vlees — er waren op dat moment alleen mensen in Jeruzalem. Alle vlees daar is voldoende. Telkens wanneer de Bijbel over alle vlees of geen vlees spreekt, moet je vragen: over welk geografisch gebied gaat het hier?

We kunnen dat gemakkelijk beantwoorden door naar de parallelle passage in Lukas 21 te gaan. In Lukas 21 hebben we dezelfde toespraak als in Mattheüs 24. Waar Mattheüs 24 over de grote verdrukking spreekt, staat er in Lukas 21 het volgende, te beginnen bij vers 20:

Lukas 21:20

Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.

Dan zegt Hij:

Want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Maar wat vreselijk voor zwangere vrouwen en vrouwen die in die tijd een baby voeden, want er zal grote ellende in het land zijn en dit volk zal zwaar worden gestraft.

Het land is het land Israël. Dit volk zijn de Joden. Alle vlees betekent: in Jeruzalem.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Matthew 24:15 - 24:22. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…