Mattheüs 23:23-23:24

Tienden geven, maar recht verwaarlozen

25 min · Lezing 161 van 197 ·

Boekcategorie
Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/mattheus/23-23-23-24.pdf?v=020ae8223b41. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/mattheus/23-23-23-24.

Samenvatting

Jezus veroordeelt de Farizeeën omdat zij nauwgezet kleine voorschriften naleven, maar rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw verwaarlozen.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Jezus’ verwijt dat de schriftgeleerden en Farizeeën wel nauwgezet tienden geven, maar de gewichtigere zaken van de wet verwaarlozen. Hij legt aan de hand van het beeld van de mug en de kameel uit hoe zij kleine voorschriften naleven terwijl zij veel belangrijkere geboden overtreden. Volgens hem zijn niet alle zonden even zwaar, al verdient iedere zonde het oordeel, omdat sommige overtredingen meer schade aanrichten dan andere. Hij noemt rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw de voornaamste morele plichten en betoogt dat Jezus hier geen verplichting tot het geven van tienden aan christenen oplegt.

Huichelarij: de mug en de kameel

Illustratie bij: Huichelarij: tienden van kruiden, maar verwaarlozing van het zwaarste.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Mattheüs 23, vers 23 tot en met vers 24.

We gaan het hebben over Mattheüs 23, te beginnen bij vers 23. Dit is het hoofdstuk waarin Jezus Zijn kritiek op het heersende religieuze establishment, de leiders daarvan en hun beleid vrijuit uit. Hij noemt de schriftgeleerden en de Farizeeën, die in die tijd de godsdienstleraars waren, in wezen huichelaars. Eerder in dit hoofdstuk maakt Hij duidelijk dat zij niet altijd verkeerde dingen onderwezen, maar dat ze hun leven op een verkeerde manier leidden. Hij zei tegen de discipelen dat ze voor het grootste deel daadwerkelijk het onderwijs van deze mannen moesten volgen wanneer die op de stoel van Mozes zaten. Dat was een zetel in de synagoge vanwaar ze de wet van God uitlegden. Hij zegt:

Mattheüs 23:3

daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het ; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet.

We moeten er daarom van uitgaan dat veel van wat de Farizeeën en schriftgeleerden onderwezen, op zichzelf niet verwerpelijk was, maar dat hun levenswandel wel verwerpelijk was. Ze hadden werkelijk geen liefde voor God, en dat bleek uit de inconsequentie van hun vroomheid. Vanaf ongeveer vers 13 zien we dat Jezus een reeks veroordelingen over deze mensen uitspreekt, die meestal met deze woorden beginnen:

Mattheüs 23:13

Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen; u gaat er immers zelf niet binnen, en hen die er binnen willen gaan, laat u er niet binnengaan.

Dat zegt Hij keer op keer, en iedere keer vertelt Hij hun waarom Hij hen huichelaars noemt. Ze doen bepaalde dingen die godsdienstig lijken, maar op andere punten zijn ze inconsequent en onoprecht. En die andere punten zijn misschien wel veel belangrijker voor de oprechtheid van hun godsdienst.

Hier, in Mattheüs 23, vers 23, hebben we nog zo’n wee-uitspraak. Hij zegt:

Mattheüs 23:23

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.

Waar heeft Hij het hier over? Deze uitspraak bevat veel lessen voor ons allemaal. Ik weet zeker dat het een heel toepasselijke veroordeling was van de praktijken van de schriftgeleerden en Farizeeën, maar hierin liggen lessen waar iedereen aandacht aan zou moeten schenken. In feite staan enkele van de belangrijkste gedachten voor christenen in deze passage. Jezus noemde bepaalde dingen bijvoorbeeld de gewichtigere zaken van de wet, die niet nagelaten mochten worden.

Het is duidelijk dat Jezus hier aangaf dat de mensen in de wet van Mozes een grote verscheidenheid aan dingen opgedragen kregen. Sommige daarvan zijn volgens Jezus gewichtiger dan andere. De Farizeeën hielden zich nauwgezet aan bepaalde dingen die niet tot de gewichtige categorie behoorden, dingen die we zelfs onbeduidend zouden kunnen noemen. Ik wil niet suggereren dat het geven van tienden onbeduidend was, want in het Oude Testament was het een behoorlijk belangrijke verplichting. Maar tegelijkertijd was het betrekkelijk onbeduidend in vergelijking met de gewichtigere zaken van de wet.

Jezus gaf aan dat ze beide hadden moeten doen: de gewichtige zaken én de onbeduidende dingen die ze verplicht waren te doen. Maar het was beslist bijzonder ongepast dat ze de belangrijkste aspecten verwaarloosden. Wanneer Hij zegt:

Jullie zeven een mug uit en slikken een kameel door, gebruikt Hij natuurlijk een overdrijving. Ze slikken niet werkelijk kamelen door. Wat Hij zegt, is dat hun inconsequente godsdienst te vergelijken is met iemand die vóór het drinken een mug uit zijn drinken zeeft, maar de kameel erin laat zitten en die doorslikt.

De reden waarom dit zo’n toepasselijk beeld was, is dat zowel muggen als kamelen onreine dieren waren. In de Joodse godsdienst waren bepaalde voedingsmiddelen onrein. Die mochten ze niet eten. De Farizeeën gingen heel zorgvuldig met bepaalde dingen om. Als er een mug in hun drinken terechtkwam, was dat een onrein dier en moesten ze die eruit zeven voordat ze gingen drinken.

Natuurlijk zouden jij en ik die mug er vóór het drinken ook uit willen zeven, omdat we een insect in ons drinken weerzinwekkend zouden vinden. Maar voor hen ging het er niet alleen om dat het weerzinwekkend was. Voor hen was het een godsdienstige kwestie. Het zou verkeerd zijn als ze een onrein dier aten, zelfs als het een heel klein dier was. Als ze een mug tussen hun lippen door lieten gaan en die met hun drinken doorslikten, zou dat een heel kleine overtreding van de wetten inzake onreinheid zijn. Daarom zouden ze die er zorgvuldig uit zeven.

Een kameel was echter ook een onrein dier. Dat ze een mug eruit zeven maar een kameel doorslikken, betekent dus dat ze uiterst nauwgezet zijn in minder belangrijke dingen, maar diezelfde wet, die ze op andere punten wel naleven, op grove wijze overtreden. Wat Hij zegt, is dit: als God ons onder de wet inzake onreinheid zou plaatsen en we geen onreine dieren mochten eten, dan zou het vermoedelijk een kleine overtreding zijn als we onszelf toestonden zo’n piepkleine mug binnen te krijgen. Je zou dat zelfs kunnen doen zonder te weten dat je het deed. De mug is zo klein dat het iemand misschien vergeven zou kunnen worden als hij niet wist dat er een mug in zijn drinken zat, of als hij niet in staat was die eruit te halen voordat hij ervan dronk. Maar een kameel doorslikken zou een enorme overtreding van diezelfde wet zijn. Jezus zegt dat de manier waarop de Farizeeën leefden daar sterk op leek. Ze zorgden ervoor dat ze de wet in kleine zaken niet overtraden, terwijl ze tegelijkertijd de grote zaken overtraden, de gewichtigere zaken van de wet.

Laten we nu eens kijken naar wat Hij precies zei dat ze deden. Want het is voor een christen behoorlijk waardevol om te zien welke fouten de Farizeeën maakten, en ook wat Jezus onderwees in het kader van deze scherpe veroordeling. Hij zei dat de Farizeeën tienden gaven van munt, anijs en komijn. Munt, anijs en komijn zijn specerijen, kruiden, en die worden niet in grote hoeveelheden verbouwd, behalve door mensen die specerijen telen. De Farizeeën waren beslist geen specerijentelers.

Mensen die in Israël het land bewerkten, verbouwden meestal een of ander graangewas. Of misschien hadden ze wijngaarden of iets anders wat als basisvoedsel gegeten kon worden. Het overgrote deel van hun landbouwgrond was beslist bestemd voor gewassen die óf mensen óf vee konden voeden. Voor zover ze specerijen verbouwden, deden ze dat slechts in kleine hoeveelheden, want specerijen worden in kleine hoeveelheden gebruikt.

Het geven van tienden houdt in dat je een tiende neemt van de opbrengst die je land heeft voortgebracht en dat aan de Levieten bij de tempel geeft. Dit werd in het Oude Testament geboden: de Israëlieten moesten een tiende nemen van alles wat hun land voortbracht, dat naar de tempel brengen en het daar aan de Levieten geven. Dat zou dan het voedsel en levensonderhoud van de Levieten worden.

Een gemiddelde landbouwer had natuurlijk een behoorlijke hoeveelheid graan die zijn land had voortgebracht. Hij nam daarvan een tiende en gaf dat aan de Levieten voor hun levensonderhoud. Hij had een heel kleine hoeveelheid specerijen, als hij die al verbouwde. Ze verbouwden die immers voor eigen gebruik en dergelijke, en hadden er dus geen grote hoeveelheden van nodig. Misschien verbouwden ze hun specerijen in een bloembak voor het raam, of in een klein gedeelte van hun bloemperk, of iets dergelijks. De hoeveelheid specerijen die dat opleverde, was uiterst klein.

Het punt is dat ze zo nauwgezet waren in het geven van hun tienden, dat ze niet alleen tienden gaven van het graan dat ze verbouwden. Ze zorgden er zelfs gewetensvol voor dat ze ook van die kleine hoeveelheden kruiden die ze verbouwden een tiende apart hielden. Zó bezorgd waren ze om het gebod over de tienden niet te overtreden. Dat is goed. Jezus zei:

Dit hadden jullie moeten doen. Maar Hij zei ook:

Jullie hadden het andere niet achterwege moeten laten.

Hoe belangrijk het ook voor hen was om tienden te geven, het was belangrijker dat ze bepaalde andere dingen deden die ze niet deden.

Jezus zei dat ze wel hun tienden van munt, anijs en komijn gaven, maar toch verwaarloosden wat Jezus de gewichtigere zaken van de wet noemde. Sommige dingen in de wet zijn voor God belangrijker dan andere.

Niet alle zonden zijn even zwaar

Illustratie bij: Niet iedere overtreding draagt hetzelfde gewicht.

Voordat ik benoem wat volgens Jezus de gewichtigere zaken van de wet zijn en daarover spreek, wil ik wijzen op het belang hiervan. Veel mensen zeggen namelijk, en ik heb mensen vaak tegen mij horen zeggen: „Alle zonden zijn gelijk”, nietwaar? Ik weet zeker dat je dat gehoord hebt. Dit wordt vaak naar voren gebracht wanneer we spreken over bepaalde zeer aanstootgevende zonden die iemand heeft begaan. Misschien heeft iemand in de gemeente overspel gepleegd. Misschien spreken we over homoseksualiteit en hoe aanstootgevend die voor God is. Iemand zegt in zulke gesprekken meestal: „Nou, alle zonden zijn ongeveer gelijk, en we zondigen allemaal. Dus als ik jaloers ben op iemand, of als ik begeerte in mijn hart heb of iets dergelijks, is dat net zo erg als iedere andere zonde, nietwaar?”

In zekere zin zijn alle zonden zeer verdorven en zijn alle zonden zeer slecht, want:

Ezechiël 18:4

Zie, alle mensenlevens behoren Mij toe. Zowel het leven van de vader als het leven van de zoon, die behoren Mij toe. De mens die zondigt, die zal sterven.

De Bijbel zegt niet:

Wie een heel ernstige zonde begaat, zal sterven.

Er staat eenvoudigweg:

Romeinen 6:23

Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.

Als je zondigt, haal je de straf van het oordeel over jezelf. Daarom is zelfs een kleine zonde geen lichte zaak.

Maar zonde is overtreding van de wet. Johannes vertelt ons dit in 1 Johannes 3:4. Hij zegt:

1 Johannes 3:4

Wie zondigt, overtreedt de wet, want zonde is overtreding van de wet.

De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg berust, spreekt hier over ‘overtreding van de wet’. De HSV vertaalt: ‘de zonde is de wetteloosheid’.

Als je dus zondigt op een manier die een gewichtigere zaak van de wet schendt, dan is die zonde een gewichtigere zaak. Het is een zwaardere zonde. Niet alle zonden zijn precies gelijk wat hun gewicht betreft en de hoeveelheid schuld die ze met zich meebrengen.

Het is waar dat zelfs de lichtste zaak, zelfs de overtreding van de kleinste wet van God, een zonde is die de dood verdient. Maar dat betekent niet dat sommige zonden niet meer schade aanrichten dan andere. Er zijn zonden die schadelijker zijn. Ze brengen meer mensen schade toe.

Jezus zei bijvoorbeeld:

Mattheüs 5:28

Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.

Jezus zegt beslist dat als je bewust wellustige gedachten koestert over een vrouw die niet je vrouw is, je jezelf net zozeer verontreinigt als wanneer je overspel pleegt. En je overtreedt Gods gebod net zozeer als wanneer je overspel pleegt. Maar sommige mensen nemen ten onrechte aan: „Als ik dat heb gedaan, maakt het geen verschil meer als ik eropuit ga en daadwerkelijk overspel pleeg, want het is allemaal hetzelfde.” Maar het is niet allemaal hetzelfde. Overspel plegen in je hart is één ding. Lichamelijk overspel plegen is nog iets anders. Wanneer je in je hart overspel pleegt, schend je werkelijk je reinheid voor God en moet je die zaak met Hem in orde brengen. Maar je hebt andere mensen geen lichamelijke schade toegebracht als het binnen in jou is gebleven. Het is een zonde tussen jou en God die je in orde moet brengen. Als je eropuit gaat en lichamelijk overspel pleegt, kun je gezinnen verwoesten. Je traumatiseert kinderen en je doet veel mensen onrecht aan. Veel mensen worden hierdoor getroffen. Het is een veel afschuwelijker vergrijp.

Zwaardere zonden en zwaardere straffen

Illustratie bij: David zendt Uria terug naar de strijd.

Ik zeg niet dat overspel in het hart niet afschuwelijk genoeg is. Het is afschuwelijk genoeg om iemand te verdoemen, maar dat betekent niet dat je niets ergers kunt doen. Sommige dingen zijn erger dan andere, en dat zie je heel duidelijk wanneer je naar de wet in het Oude Testament kijkt. Omdat zonde de overtreding van Gods wet is, zul je zien dat God in het Oude Testament voor bepaalde overtredingen bepaalde straffen voorschreef.

Eén zonde, bijvoorbeeld het stelen van een lam, kon bestraft worden met het terugbetalen van vier lammeren. Als je betrapt wordt, moet je vier lammeren terugbetalen. Dat is schadeloosstelling met een forse rente. Als je een rund stal, moest je volgens mij vijf runderen terugbetalen. Het was daadwerkelijk een groter misdrijf. Je had iets groters gestolen. Je straf is groter. Het is een groter misdrijf. Het is een ernstiger overtreding.

Als een man sliep met een vrouw die niet zijn vrouw was, maar die ook niet de vrouw van iemand anders was, dan was de straf dat zij moesten trouwen en dat zij niet van elkaar zouden mogen scheiden.

De spreker geeft hier een algemene omschrijving. Deuteronomium 22:28-29 spreekt in de HSV specifieker over een man die een niet-verloofde maagd grijpt en met haar slaapt, waarna wordt vastgesteld dat hij haar heeft vernederd.

Als een man daarentegen sliep met een vrouw die niet zijn vrouw was en die wel de vrouw van iemand anders was, dan werd hij daarvoor ter dood gebracht. Voor sommige misdrijven gold een geldboete. Voor andere moest je met je leven betalen. Dat waren halsmisdrijven.

In de wet gold deze maatstaf van leven voor leven, maar ook striem voor striem, oog voor oog en tand voor tand, zodat bepaalde misdrijven op zwaardere manieren vergolden werden. Als je iemand slaat en zijn oog uitslaat, is dat erg. De straf is dat jouw oog wordt uitgeslagen. Als hij zijn hand verliest, verlies jij je hand. Dat is erg. Maar als hij zijn leven verliest, verlies jij je leven, want iemand doden is erger dan zelfs zijn oog uitslaan.

Dus niet alle zonden zijn precies gelijk. En degenen die zeggen dat ze dat wel zijn, hebben daar volgens mij niet erg goed over nagedacht en zijn het zelfs niet eens met wat Jezus zei. Jezus zei dat het voor de Farizeeën een zonde zou zijn geweest om de tienden te verwaarlozen. Het was een zonde die zij niet begingen. Zij verwaarloosden de tienden niet, en als ze die wel hadden verwaarloosd, zou dat een zonde zijn geweest. Hij zegt:

Dit had je moeten doen, en dat deden ze. Het is dus goed dat zij dat gebod niet overtraden. Maar het zou voor hen een minder gewichtige zaak zijn geweest om dat te overtreden dan een gewichtiger zaak, zoals de zaken die Jezus noemde. Sommige kwesties zijn voor God belangrijker.

David pleegde overspel en liet Uria de Hethiet doden. Daarmee overtrad hij twee morele wetten van God. Dat krenkte God veel meer dan toen David de tabernakel binnenging en de toonbroden at, waarmee hij ook een wet van God overtrad. David at de toonbroden, maar daarmee schond hij kennelijk geen enkel moreel beginsel. Het was meer een overtreding van een ceremoniële wet. Het was een overtreding, maar het was iets wat God bereid was door de vingers te zien, omdat het geen belangrijke kwestie was. In zekere zin was het zelfs te rechtvaardigen. Maar moord en overspel zijn dat niet.

Jezus Zelf gaf aan dat David in wezen onschuldig was toen hij de toonbroden at. Hij overtrad wel een wet, maar het was iets van geringe betekenis. Het was een ceremoniële wet, en er zijn bepaalde dingen die zwaarder wegen dan ceremoniële wetten. God zei bijvoorbeeld in Hosea hoofdstuk 6, vers 6:

Hosea 6:6

Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!

God had de Joden geboden offers te brengen, en met deze uitspraak schafte Hij dat stelsel niet af:

Ik wil liever barmhartigheid dan offers.

De Engelse bron gebruikt hier ‘mercy’, hetzelfde woord dat zij in Mattheüs 23:23 gebruikt. In Hosea 6:6 heeft de HSV ‘goedertierenheid’, terwijl zij in Mattheüs 23:23 ‘barmhartigheid’ gebruikt.

Wat Hij zegt, is dat Hij weliswaar van mensen verlangt dat zij offers brengen, maar dat Hij het nog belangrijker vindt dat zij barmhartigheid tonen. Barmhartigheid is voor God belangrijker dan een offer. Sommige zaken zijn gewichtiger dan andere. Jezus noemt zelfs barmhartigheid als een van de gewichtiger zaken van de wet die door de Farizeeën werden verwaarloosd.

We zullen dus moeten erkennen dat het overtreden van sommige geboden erger is dan het overtreden van andere. Dat betekent niet dat we de overtreding van kleine zaken binnen Gods orde lichtvaardig mogen opvatten, want volledige gehoorzaamheid aan God zijn we Hem werkelijk verschuldigd en dat is wat Hij van ons verwacht na te streven. Maar het is niet hetzelfde. We kunnen zeggen dat zelfs een kleine zonde iemand naar de hel kan sturen, maar dat betekent niet dat het allemaal hetzelfde is als hij vervolgens een grote zonde begaat. Een kleine zonde kan je naar de hel sturen als je die begaat. Een grote zonde kan jou en een heleboel anderen naar de hel sturen, omdat je anderen ten val kunt brengen en anderen ernstige schade kunt berokkenen. Dus niet alle zonden zijn precies gelijk, ook al zeggen mensen dat soms. De Bijbel zegt dat niet.

Recht, barmhartigheid en trouw

Illustratie bij: Recht, barmhartigheid en trouw als het zwaarste van de wet.

Wat noemde Jezus nu de gewichtiger zaken van de wet? Ze waren gewichtiger in tegenstelling tot het geven van tienden. Het geven van tienden was gewichtig genoeg, want toen de mensen in Maleachi hoofdstuk 3 hun tienden verwaarloosden, zei God dat zij God beroofden en dat zij onder een vloek waren gekomen doordat zij het gebod over de tienden overtraden. Dat betekent dat het geven van tienden weliswaar een minder gewichtige zaak is dan sommige andere dingen, maar helemaal niet onbelangrijk is. Als zij hun tienden verwaarloosden en God beroofden, was dat genoeg om hen onder een vloek van God te brengen. Dus zelfs minder gewichtige zaken mogen niet worden geduld.

Maar sommige dingen zijn voor God belangrijker dan dat, en dat zijn, zegt Hij, rechtvaardigheid, barmhartigheid en geloof. Dit laatste woord, geloof, zou volgens veel vertalers beter uit het Grieks vertaald kunnen worden als trouw. Het is het gewone woord voor geloof, maar het woord geloof heeft uiteenlopende betekenissen. In sommige contexten betekent het daadwerkelijk trouw, loyaliteit, integriteit, betrouwbaarheid of je aan je woord houden. Ik deel de overtuiging van de vertalers die vinden dat het met trouw vertaald moet worden. En in die betekenis geloof ik dat het een goede samenvatting is van wat liefde vereist, want Jezus zei dat de hele wet wordt samengevat in het gebod je naaste lief te hebben als jezelf. De aangehaalde passage luidt:

Mattheüs 22:39-40

39En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

Ik denk dat je naaste liefhebben als jezelf betekent dat je hem rechtvaardig behandelt, hem barmhartigheid bewijst en trouw met hem omgaat. Als je ontrouw bent, je beloften niet nakomt of overeenkomsten sluit die je niet uitvoert of nakomt, is dat beslist liefdeloos. Je weet dat je liefdeloos bezig bent wanneer je iemand iets aandoet waarvan je niet zou willen dat die ander het jou aandeed. Daaraan weet je dat je liefdeloos bezig bent.

Je wilt altijd dat mensen jou rechtvaardig behandelen. Je wilt niet dat ze jou onrechtvaardig behandelen. Je wilt dat ze barmhartig voor je zijn. Dat wil zeggen: je wilt dat ze zoveel mogelijk voorbijgaan aan je tekortkomingen wanneer je zwak bent. En je wilt dat ze trouw met je omgaan. Je wilt niet dat mensen jou beloften doen en die niet nakomen. Dit zijn dus werkelijk de dingen waaruit het liefhebben van je naaste bestaat. Je hoort je naaste lief te hebben zoals je jezelf liefhebt.

Deze dingen — barmhartigheid, rechtvaardigheid en trouw — zijn zaken van moreel gewicht, terwijl het geven van tienden een ceremoniële zaak was, omdat het diende voor het onderhoud van het priesterschap. De Levieten werden onderhouden met de tienden. Vervolgens namen zij een tiende, wat een tiende deel betekent, van wat zij ontvangen hadden en gaven dat aan de priesters. Het geven van tienden maakte dus volledig deel uit van het onderhoud van de tabernakel, het priesterschap enzovoort. Daar was het voor bedoeld.

Moeten christenen tienden geven?

Illustratie bij: Jezus bevestigt de plicht van zijn Joodse hoorders onder de wet.

Omdat dit zo is, roept het de vraag op of het geven van tienden ook voor ons in deze tijd geldt, aangezien er niet zo’n tempel of priesterschap is dat onderhouden moet worden. Nu weten we wel dat er een geestelijke tempel is en dat wij allemaal geestelijke priesters zijn. Maar de geestelijke tempel is het lichaam van Christus, de gemeente van Jezus Christus, die uit ons allemaal bestaat. Als van ons werd vereist dat wij tienden gaven, en als we die naar de tempel moesten brengen om de priesters te onderhouden, zou dat in feite neerkomen op het onderhouden van het lichaam van Christus en alle gelovigen.

Dus als ik verplicht was een tiende te geven en mijn gave naar de tempel te brengen om de priesters te onderhouden, dan zou ik daarmee eenvoudigweg christenen helpen — welke christenen dan ook. Als ik enkele arme christenen hielp hun rekeningen te betalen, zou dat daarmee vergelijkbaar zijn. Dat zou bijdragen aan het onderhoud van het priesterschap, want wij zijn allemaal priesters in het Koninkrijk van God. Het is een koninkrijk van priesters.

Het idee dat christenen een tiende moeten afstaan, is in het Nieuwe Testament echter nooit opgelegd. Nergens in het Nieuwe Testament wordt onderwezen dat christenen een tiende van hun inkomen moeten nemen en die op een bepaalde plek moeten afstaan. Het enige nieuwtestamentische tekstgedeelte dat ooit wordt gebruikt ter ondersteuning van het geven van tienden, lijkt zelfs dit gedeelte te zijn. Want Jezus zei dat de Farizeeën hun tienden hadden gegeven, en:

Mattheüs 23:23

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.

Sommigen zeggen: „Nou, zie je wel, Jezus heeft ons gezegd dat we tienden moeten geven.” Nee, Hij heeft ons niet gezegd dat wij tienden moeten geven. Dit was niet tot Zijn discipelen gericht. Het was gericht tot Joodse mensen die onder de Joodse godsdienst leefden. Hij zei dat zij inderdaad hun tienden gaven en dat dit iets was wat zij hadden moeten doen. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat het iets is wat christenen geacht worden te doen. Hij bevestigt alleen dat zij, wanneer ze hun tienden gaven, hun plicht vervulden als mensen die onder de wet leefden. Maar ze hadden belangrijkere plichten niet mogen verwaarlozen.

We weten dat juist deze belangrijkere plichten aan christenen worden opgelegd: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw. Dit zijn de dingen waarop mensen in het bijzonder beoordeeld zullen worden, omdat ze te maken hebben met het zich voegen naar het onderwijs van Christus, en niet alleen naar het onderwijs van Mozes. Dit zijn de gewichtigere zaken. God zei in Hosea:

Ik wil liever barmhartigheid dan offers.

En Jezus zei dat de gewichtigere zaken rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw zijn.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Matthew 23:23 - 23:24. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…