Mattheüs 6:9-13
Gods Koninkrijk en Zijn wil op aarde
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.pdf?v=87e48efaa939. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.
Samenvatting
De komst van Gods Koninkrijk en het doen van Zijn wil op aarde
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt waarom in het Onze Vader Gods Koninkrijk en Gods wil voorrang krijgen boven onze persoonlijke behoeften. Hij legt uit dat Gods Koninkrijk sinds Jezus’ eerste komst al aanwezig is en zich door de verkondiging van het Evangelie uitbreidt, maar pas in de toekomst universeel en onbetwist zal zijn. Daarbij betoogt hij dat Gods wil voor afzonderlijke mensen kan worden verworpen, terwijl Gods overkoepelende plan met de geschiedenis zeker wordt volbracht. Hij wijst erop dat christenen door gebed, evangelisatie en gehoorzaamheid bijdragen aan het steeds vollediger doen van Gods wil op aarde zoals in de hemel.
Jezus leert de juiste prioriteiten in gebed #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Mattheüs 6, vers 9 tot en met vers 13, deel 3.
We gaan verder met onze verkenning van wat gewoonlijk het Onze Vader wordt genoemd. Dat staat in Mattheüs 6, vers 9 tot en met 13, en de meesten van ons kennen het heel goed. Of je het nu goed kent of niet, ik zal het hele gebed voorlezen, omdat ik de basisonderdelen ervan wil bespreken en wil bekijken hoe ze bij elkaar passen. We moeten het geheel zien om de onderdelen in hun onderlinge samenhang te kunnen begrijpen.
We lezen in Mattheüs 6:9:
9Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt . Uw Naam worde geheiligd. 10Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. 11Geef ons heden ons dagelijks brood. 12En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. 13En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
Jezus leert ons hier te bidden, omdat we van nature niet zouden weten hoe we moeten bidden als Hij ons dat niet leerde. Mensen weten instinctief wel dat ze behoren te bidden. Zelfs de atheïst kan zichzelf er volgens mij vaak op betrappen dat hij bidt wanneer hij in groot gevaar verkeert en beseft dat zijn enige hulp van boven en van buiten hemzelf moet komen. Het is vaak voorgekomen dat zelfs atheïsten, of mensen die beweren atheïst te zijn, tot God riepen. Maar weten dat we behoren te bidden en in wanhoop tot God roepen, is nog iets anders dan weten hoe we moeten bidden.
In Lukas' versie van dit gebed staat het bijvoorbeeld in een andere context. In Lukas 11 staat in vers 1:
En het gebeurde, toen Hij ergens aan het bidden was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
Daarmee wordt Johannes de Doper bedoeld.
Hij zei tegen hen: Wanneer u bidt, zeg dan: Onze Vader, Die in de hemelen zijt . Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde.
enzovoort. Het is precies het gebed dat we in Mattheüs 6 hebben gelezen.
Merk op dat Jezus dit gebed gaf toen de discipelen zeiden:
Heer, leer ons bidden.
Jezus zegt: ‘Goed, Ik zal jullie hier enkele aanwijzingen geven.’ Daaruit volgt dat we zonder Zijn aanwijzingen wel zouden bidden, maar niet op de juiste manier. We zouden bidden, maar onze prioriteiten in het gebed zouden niet juist zijn. We kunnen zeker zien dat dit waar is voor veel gebeden, zelfs voor die van christenen in onze tijd. Hoewel Jezus ons heeft geleerd te bidden, volgen onze gebeden niet altijd het patroon dat Hij heeft gegeven.
Wat komt bijvoorbeeld op de eerste plaats in jouw gebeden? Wat is het eerste waar je om vraagt? Ik stel die vraag zonder aan te nemen dat ik het antwoord al weet, want misschien zijn jouw gebeden precies zoals ze behoren te zijn. Maar ik vermoed dat veel mensen bij het bidden voornamelijk bidden om de dingen die ze voor zichzelf willen. Als ze zich plichtsgetrouw opstellen, bidden ze misschien om enkele andere dingen die niet zo op henzelf gericht lijken. Toch ontstaat de motivatie om te bidden vaak wanneer we voelen of beseffen dat we iets nodig hebben wat we niet bezitten en waarvan we niet weten hoe we eraan moeten komen. Daarom roepen we tot God en vragen we Hem erom.
Maar als we zelf nergens behoefte aan hebben, voelen we vaak niet dezelfde drang om te bidden. Daarom krijgen onze gebeden dikwijls de vorm van een verlanglijstje, zoals kleine kinderen dat maken om aan de kerstman te geven. ‘Dit is wat ik wil’, en dan geven we God het lijstje. Op dat lijstje staat altijd: ‘Ik wil er hier één van, en ik wil er daar één van, en dit zou me gelukkig maken’, enzovoort.
Volgens Jezus is het doel van het gebed op iets anders gericht. Er is niets mis mee om te bidden om de dingen die we nodig hebben. Dat blijkt duidelijk uit dit gebed. Maar andere dingen hebben voorrang. Voor de christen is er in het gebed iets belangrijkers dan alleen dat mijn huur wordt betaald, dat ik al het voedsel en alle kleding heb die ik nodig heb, of, nog verdergaand, dat ik luxeartikelen, speelgoed, apparaten en andere dingen krijg die ik heel graag wil. Het is ook belangrijker dan alleen bevrijd te worden van ziekte of andere beproevingen.
We hebben wel het recht om te bidden om zulke dingen waarvan we geloven dat ze in overeenstemming zijn met Gods wil, en God bekommert Zich om wat we nodig hebben. Maar daarop ligt niet de voornaamste nadruk van het gebed. Dat blijkt uit wat Jezus als eerste noemt. Nadat je hebt gezegd:
Met de woorden ‘Onze Vader in de hemel, laat Uw naam geheiligd worden’ komen we bij het allereerste werkelijke verzoek om iets.
Datgene waar we eerst om vragen, heeft niets met ons persoonlijk te maken. Natuurlijk hebben wij er wel baat bij wanneer dit verzoek wordt vervuld, net als de hele wereld en de hele gemeente. Het eerste wat we moeten vragen, is:
Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Daarna staat er:
Geef ons heden ons dagelijks brood.
We hebben toestemming om te bidden om de dingen die we nodig hebben. Maar merk op dat de eerste prioriteiten in het gebed niet liggen bij wat ik nodig heb of wat ik wil. Het gaat om wat Gods Koninkrijk nodig heeft om zich uit te breiden.
Gods Koninkrijk: nu aanwezig, straks voltooid #
Wat is Gods Koninkrijk? Wat betekent het Engelse woord ‘kingdom’? Het woord ‘king’, koning, vormt daar duidelijk de kern van. Het achtervoegsel ‘dom’, D-O-M, is een verkorting van ‘dominion’, dat heerschappij betekent: de heerschappij van de koning. Wat is de heerschappij van de koning anders dan het gebied waarover hij regeert en de onderdanen die aan hem onderworpen zijn? Het Koninkrijk van God is dus het gebied waarover God regeert en omvat de onderdanen over wie Hij regeert. Dat zijn uiteraard Zijn mensen, degenen die discipelen van Jezus zijn. Bidden om de uitbreiding van Zijn Koninkrijk betekent bidden dat Gods heerschappij zich steeds verder uitbreidt.
We verwachten inderdaad een tijd waarin Jezus zal terugkeren en het Koninkrijk van God universeel en onmiskenbaar zal zijn, omdat al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd zullen zijn en er geen enkel teken van verzet meer zal zijn. Zo is het nu niet. Toch bestaat Zijn Koninkrijk nu wel. Jezus vestigde Zijn Koninkrijk bij Zijn eerste komst. Dat zei Hij tegen degenen die in Lukas 17:20 van Hem verlangden te weten:
En toen Hem door de Farizeeën gevraagd werd, wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun en zei: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze.
Hij zei:
20En toen Hem door de Farizeeën gevraagd werd, wanneer het Koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun en zei: Het Koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze. 21En men zal niet zeggen: Zie hier of zie daar, want, zie, het Koninkrijk van God is binnen in u.
Hij gaf aan dat het Koninkrijk al gekomen was, maar dat zij het niet hadden waargenomen.
Het is nog niet in zijn universele vorm gekomen, en Jezus vertelde een gelijkenis om dat duidelijk te maken. In Mattheüs 13 vertelde Hij over de tarwe en het onkruid. Het onkruid is een plantensoort die niet eetbaar is, maar in de eerste groeifasen op tarwe lijkt. Jezus zei dat het Koninkrijk van God lijkt op een man die goed zaad in zijn akker zaaide. Maar terwijl hij sliep, kwam er een vijand die onkruid in zijn akker zaaide. Toen het onkruid en de tarwe begonnen te groeien, waren ze daar allebei te zien. Een bijzonder oplettende dienaar van de man zei:
Iemand heeft onkruid tussen uw tarwe gezaaid. Zullen we het gaan uittrekken?
Hij zei:
Nee, dat is te gevaarlijk. De tarwe en het onkruid lijken te veel op elkaar. Misschien trekken jullie per ongeluk met het onkruid ook wat tarwe uit. Laten we wachten tot de oogsttijd. Dan zal het verschil duidelijk zijn. We zullen dan eerst het onkruid uittrekken en vervolgens de tarwe bijeenbrengen.
Wat Jezus later bij Zijn uitleg daarvan zei, is dat de akker de wereld is en het goede zaad de kinderen van het Koninkrijk zijn. Dat zijn natuurlijk de discipelen van Jezus. Hij zei dat het slechte zaad, het onkruid, de kinderen van de boze zijn. In de wereld groeien de kinderen van het Koninkrijk en de kinderen van de boze dus tegelijkertijd naast elkaar.
Dat betekent dat Jezus Zijn Koninkrijk weliswaar in de wereld heeft gebracht en dat er nu burgers ervan rondlopen. Sommigen die dit onderwijs ontvangen, zijn kinderen van het Koninkrijk. Maar waarschijnlijk zijn sommigen die dit onderwijs ontvangen kinderen van de duivel, mensen die geen kinderen van het Koninkrijk zijn. Dat wil zeggen dat het Koninkrijk van God op deze aarde bestaat, maar dat het niet de volledige heerschappij over deze aarde heeft. Er staan nog altijd twee koninkrijken op gespannen voet met elkaar: het rijk van de duisternis en zijn burgers, en het Koninkrijk van God en zijn burgers.
Maar Jezus zei dat Hij aan het einde van het tijdperk, bij de oogst, Zijn engelen zal uitzenden. Zij zullen alles verzamelen wat in strijd is met Zijn Koninkrijk. Dan zal Zijn zaad, Zijn kinderen, als de zon stralen in het Koninkrijk van hun Vader. Wat Hij zegt, is dat Jezus bij de wederkomst van Christus al die mensen van de aarde zal verwijderen die niet in Zijn Koninkrijk zijn. Dan zal alleen het universele Koninkrijk overblijven. Iedereen die overblijft, zal Jezus als Koning erkennen en Hem volgen.
Wat Jezus over het Koninkrijk van God leert, is dit: bij Zijn komst heeft Hij het Koninkrijk van God inderdaad gevestigd. Hij begon als het ware enkele van de eerste deelnemers of onderdanen te werven, en dat waren Zijn discipelen. Nadat Hij vertrokken was, begonnen Zijn discipelen te evangeliseren en meer onderdanen in het Koninkrijk van God bijeen te brengen, maar niet iedereen kwam. Dus terwijl het aantal onderdanen van het Koninkrijk van God toenam, bleef het rijk van de duisternis in de wereld bestaan. Tot op de dag van vandaag, tweeduizend jaar later, is dat nog altijd zo. Het Koninkrijk van God groeit nog steeds naarmate het Evangelie wordt verkondigd, maar het rijk van de duisternis is er nog steeds. Tarwe en onkruid groeien samen op.
Maar aan het einde van het tijdperk, wanneer Jezus terugkomt, zal Hij het onkruid verwijderen. Iedereen die zich niet aan Jezus Christus heeft onderworpen, zal worden weggenomen. Dan zal het Koninkrijk van God universeel en onbetwist zijn. Alleen degenen die onderdanen van het Koninkrijk zijn, zullen overblijven, zei Jezus.
Uw Koninkrijk kome en Uw wil geschiede #
Als dat zo is, wat bedoelen we dan wanneer we zeggen:
Laat uw koninkrijk komen In zekere zin is het Koninkrijk al gekomen, maar in een andere zin verwachten we de volheid ervan. We verwachten de universele openbaring ervan, en die zal natuurlijk plaatsvinden wanneer Jezus terugkomt. Jezus Zelf lijkt uit te leggen wat er wordt bedoeld met:
‘Laat Uw Koninkrijk komen’ door het in de volgende regel verder uit te werken:
Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Jezus zegt dat de wil van God in de hemel al wordt gedaan. Er is niemand in de hemel die Hem uitdaagt. De duivel deed dat vroeger wel, maar hij is uitgeworpen, volgens Openbaring 12 en Johannes 12:31. Voordat Jezus naar het kruis ging, zei Hij:
Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden.
Hij bedoelde de duivel. En in Openbaring 12 lezen we over een oorlog in de hemel tussen de draak en Michaël en hun respectieve legers. Er staat:
Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.
Dit gebeurde aan het kruis. God heeft dus tegenwoordig niemand in de hemel die Hem uitdaagt, omdat Jezus de definitieve overwinning op satan heeft behaald en hij uitgeworpen is. In de hemel wordt Gods wil beslist altijd gedaan, zonder verzet.
Dit gebed houdt in dat Gods wil op aarde gedaan zal worden, net zoals die in de hemel wordt gedaan. Dat betekent: even universeel als in de hemel. Let eens op wat dit verzoek impliceert. Allereerst geeft het aan dat Gods wil op aarde niet automatisch wordt gedaan zoals in de hemel. Gods wil wordt in de hemel gedaan — dat staat vast — maar het staat niet vast dat Gods wil op aarde wordt gedaan. Wij bidden dat dit zal gebeuren.
Gods wil wordt tegenwoordig niet op aarde gedaan zoals in de hemel. Ik zeg niet dat Gods wil in geen enkel opzicht wordt gedaan. Maar wij moeten bidden dat Zijn wil overal op aarde zal worden gedaan, net zoals Zijn wil overal in de hemel wordt gedaan. Dat zal naar mijn overtuiging natuurlijk pas plaatsvinden wanneer Jezus terugkeert. Wanneer we dit gebed bidden, bidden we dus in zekere zin om de komst van Christus. Zo vat ik het tenminste op.
Er zijn mensen die postmillennialisten worden genoemd. Zij geloven dat het Koninkrijk zal komen voordat Jezus terugkomt en dat Hij door middel van de kerk over de aarde zal regeren. Het is niet mijn bedoeling om dat op dit moment te weerleggen. Zowel de postmillennialisten als ik — en ik ben geen postmillennialist — zijn het erover eens dat er een tijd komt. Of die tijd zal worden ingeluid door de komst van Christus of tot stand zal worden gebracht door de prediking van het Evangelie, daarover verschillen we van mening. Maar we geloven allebei dat er een tijd komt die nog niet is aangebroken, waarin Gods wil op aarde zal worden gedaan zoals in de hemel. Daar moeten we om bidden.
Naarmate Gods wil meer op aarde wordt gedaan, heeft het Koninkrijk van God meer terrein gewonnen. Wat is ervoor nodig dat Gods wil op aarde wordt gedaan? De mensen die zich nu tegen Hem verzetten, moeten óf sterven, óf veranderen en ophouden zich tegen Hem te verzetten. Ze moeten God gehoorzamen. Ze moeten gewillige dienaren van Hem worden. Ze moeten Zijn wil doen in hun leven, terwijl Zijn wil ook in het grote kosmische geheel wordt gedaan.
Mensen kunnen Gods wil voor hen weerstaan #
Sommige mensen geloven dat niemand zich tegen Gods wil kan verzetten. Zij zeggen dat je, als je beweert dat Gods wil pas op aarde kan worden gedaan wanneer mensen zich als Zijn gewillige dienaren aan Hem onderwerpen, daarmee zou beweren dat God niet soeverein is. De Bijbel zegt zoiets echter niet. Dat wil zeggen: de Bijbel zegt niet dat Gods soevereiniteit op de een of andere manier wordt aangetast door het feit dat mensen ermee moeten instemmen om tot Hem te komen voordat Zijn wil in hun leven wordt gedaan.
De Bijbel maakt heel duidelijk dat God een wil voor mensen heeft die niet altijd wordt vervuld. In 2 Petrus, hoofdstuk 3, vers 9, staat bijvoorbeeld dat God
De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
Wat is Gods wil? Het is Zijn wil dat niemand verloren gaat. Sommige mensen gaan wel verloren. Zijn wil wordt niet overal gedaan. Hij zegt dat Hij wil dat allen tot bekering komen. Doen ze dat? Nee. Dan wordt Zijn wil op aarde niet werkelijk gedaan zoals in de hemel, want in de hemel gaat niemand verloren. Iedereen die daar in de hemel is, heeft zich bekeerd, als ze al zondaars waren, want de engelen hebben misschien nooit gezondigd. Maar het punt is dat God een wil voor de mensheid heeft die op dit moment niet volledig wordt gedaan.
Er zijn mensen die nog steeds moeite hebben met die uitspraak. Zij zouden zeggen dat wanneer de Bijbel zegt dat Hij niet wil dat iemand verloren gaat, dit in werkelijkheid betekent dat Hij niet wil dat iemand van de uitverkorenen verloren gaat. De uitverkorenen gaan beslist niet verloren en daarom wordt Gods wil gedaan. De Bijbel geeft echter aan dat Gods wil onder de niet-uitverkorenen niet altijd wordt gedaan, omdat God volgens de Schrift wil dat alle mensen behouden worden.
In Lukas, hoofdstuk 7, vers 30, lezen we bijvoorbeeld over enkele specifieke mensen voor wie God het ene wilde, maar die Zijn wil verwierpen en die verijdelden. Sommige mensen hebben er grote moeite mee als je beweert dat Gods wil door de mens verijdeld kan worden. In het grote geheel, op macroniveau, kan de mens Gods wil natuurlijk niet verijdelen. Maar als het gaat om Gods wil voor jouw leven, is het heel goed mogelijk om Zijn wil te verijdelen. Hij wil dat je heilig bent, maar misschien ben je dat niet. Hij wil dat je je onthoudt van ontucht. De Bijbel zegt in 1 Thessalonicenzen 5:
Dit is de wil van God: uw heiliging, namelijk dat u zich onthoudt van ontucht.
Sommige christenen bedrijven ontucht. Dat zouden ze niet moeten doen en het is niet Gods wil, maar Gods wil wordt niet altijd gedaan.
In Lukas 7:30 hebben we een voorbeeld van mensen die Gods wil voor hen niet deden. We lezen:
maar de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen het raadsbesluit van God met betrekking tot zichzelf, omdat ze niet door hem gedoopt wilden worden.
Wat heeft Lukas ons zojuist verteld? Lukas heeft ons zojuist verteld dat de Farizeeën en de wetgeleerden niet door Johannes de Doper waren gedoopt. Door zo te handelen verwierpen zij de wil van God voor hen. Zij behoorden niet tot de uitverkorenen, maar God wilde dat ze behouden werden. Hij wilde dat ze door Johannes de Doper gedoopt werden. Hij wilde dat ze zich bekeerden, maar dat deden ze niet. Ze verwierpen Gods wil voor hen.
Het is volkomen duidelijk dat de Bijbel niet leert dat Gods wil altijd wordt gedaan. Jezus zei in Mattheüs 23 tegen Jeruzalem:
Hoe vaak heb Ik u bijeen willen brengen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels bijeenbrengt, maar u hebt niet gewild.
Wat zei Jezus? Jezus zegt hier dat Hij het wilde; het was Zijn verlangen. Het was Zijn wil om alle inwoners van Jeruzalem tot Zich te vergaderen en zo te behouden. Maar Hij zei: ‘U hebt niet gewild.’
En ze kwamen niet allemaal. De meesten kwamen niet. We kunnen dus zien dat Gods wil niet altijd wordt gedaan in het leven van afzonderlijke mensen.
Gods wereldplan en onze persoonlijke keuze #
Ik geloof dat Gods wil in het grote geheel, in het totaalbeeld, wel wordt gedaan. Daarmee bedoel ik dat God de grote bewegingen van de geschiedenis beheerst en dat de geschiedenis precies daarheen zal gaan waar God bepaalt dat zij heen zal gaan. Hij heeft manieren om daarvoor te zorgen. De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat Hij de harten van de koning bestuurt. In Spreuken 21:1 staat:
Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.
Zo zegt de Bijbel ook in Daniël 2 dat God koningen aanstelt en koningen afzet zoals Hij dat wil.
Als het dus gaat om politieke bewegingen, het lot van landen, internationale ontwikkelingen, geopolitiek enzovoort, geeft de Bijbel aan dat God die situatie volledig beheerst. Maar als het aankomt op de vraag of deze man zich tot God zal keren of zich tegen God zal verzetten, dan is dat kennelijk niet altijd iets waarover God de volledige zeggenschap op Zich neemt. Hij laat mensen daarin enige keuze. Soms maken mensen een keuze waarmee Hij het niet eens is en waarvan Hij wenst dat ze die niet hadden gemaakt. Dan verwerpen ze Zijn wil voor hen. Dit wordt duidelijk gezegd in de verzen die we hebben genoemd en in vele andere, die we wegens tijdgebrek niet kunnen opsommen.
Het lijkt een beetje op de passagiers van een schip dat de Atlantische Oceaan oversteekt. Stel dat je vanuit New York een cruise naar Europa maakt. Tijdens die cruise heb je de hele dag de gelegenheid om grotendeels te doen wat je wilt. Je kunt sjoelen op het dek, in het zwembad zwemmen, op het dek wat zon pakken, binnen aan de bar iets gaan drinken, naar muziek luisteren, je Bijbel lezen of een verhouding met iemand beginnen. Je kunt goede of slechte dingen doen. Je kunt uit een behoorlijke verscheidenheid aan bezigheden kiezen. Maar niets van wat je doet verandert de bestemming van dat schip, want de kapitein staat aan het roer en bepaalt de koers. Het schip zal aankomen waar hij wil dat het aankomt.
Geen enkele keuze die de passagiers maken, zal bepalen of dat schip zijn bestemming bereikt. Dat wordt bepaald door een gezag dat boven hen staat. Maar binnen de grenzen van de beweging van dat schip moeten ze nog steeds keuzes maken. Sommige van die keuzes kunnen rampzalig zijn. Ze zouden zelfmoord kunnen plegen. Ze zouden overboord kunnen springen.
Dat is het belangrijke punt om op te merken. Gods Koninkrijk en Gods plan voor de geschiedenis zullen worden vervuld. Het schip zal de haven bereiken die God heeft uitgekozen, en niets kan het tegenhouden. De vraag of jij aan boord van dat schip zult zijn of dat je het zult missen, hangt in sterke mate van jou af. Een passagier op het schip kan niet bepalen of het schip zijn bestemming zal bereiken. Maar hij kan beslist bepalen of hij nog op het schip zal zijn wanneer dat gebeurt.
Zo is het ook met het Koninkrijk van God. Gods Koninkrijk zal komen. Gods wil zal op een dag op aarde evenzeer en even alomvattend worden gedaan als in de hemel. De vraag voor jou is: zul je daar deel van uitmaken, of zul je Gods wil voor jou verwerpen?
Het belangrijke punt hier is dat Jezus iets als vanzelfsprekend aanneemt. En je kunt de implicaties in dit gebed onmogelijk missen wanneer Hij zegt:
Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Het is duidelijk dat Gods wil nu niet op aarde wordt gedaan zoals in de hemel, want we bidden dat dit zal gaan gebeuren. Ten tweede gebeurt het niet automatisch. Het moet door gebed tot stand worden gebracht. Het gebeurt door de gebeden van Gods volk, maar ook doordat zij het Evangelie verkondigen, discipelen maken en God in hun eigen leven gehoorzamen. Door deze middelen moet Gods wil op aarde in grotere mate worden gedaan dan nu het geval is.
Er is nog veel terrein te winnen. Er zijn veel mensen die met het Evangelie bereikt moeten worden. Afzonderlijke christenen moeten nog veel vooruitgang boeken om tot een meer geheiligd, gehoorzamer leven te komen. Gods wil wordt zelfs in mijn leven op dit moment niet gedaan zoals in de hemel. Gelukkig weerspiegelt mijn leven Zijn wil nu meer dan jaren geleden. Maar ik moet nog veel terrein winnen. En ik durf te wedden dat dit ook voor jou geldt, en ook voor de hele wereld.
De wereld is nog lang niet waar God wil dat zij is, maar wij moeten bidden. Daarom moet dit op zijn minst gedeeltelijk door onze gebeden tot stand komen. Is dat jouw visie wanneer je bidt, of wil je alleen maar aan deze wereld ontsnappen? Heb je werkelijk een visie waarin Gods wil op aarde even volledig wordt gedaan als in de hemel?
Als Jezus ons leert daarvoor te bidden, leert Hij ons dan niet ook zo’n toekomst te verwachten? Als gevolg van onze gebeden, onze gehoorzaamheid en Gods werk door de hele geschiedenis heen zal er een tijd komen waarin Gods wil op aarde altijd volledig wordt gedaan, zonder verzet of rivaliteit. Dat is een heerlijke toekomst. Dat is de openbaring van het Koninkrijk van God in zijn volheid.
Het Koninkrijk is er nu, en het breidt zich iedere dag uit door de prediking van het Evangelie. Maar we bidden dat het vandaag niet alleen verder zal zijn uitgebreid dan gisteren, maar dat het uiteindelijk overal ter wereld de ene universele werkelijkheid zal zijn, en dat God over de hele wereld verheerlijkt zal worden zonder concurrent of rivaal. We zullen onze studie van het Onze Vader voortzetten.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Matthew 6:9 - 6:13 (Part 3). Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.pdf?v=87e48efaa939
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Mattheüs - Lezing 42 - 6.9-13.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.mp3?v=809ffaa4cc9c
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Mattheüs - Lezing 42 - 6.9-13.mp3
Mattheüs
Alle lezingen over Mattheüs. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding deel 1 Waarom het leven van Jezus bestuderen?
- 2 Inleiding deel 2 De evangeliën als betrouwbare geschiedenis
- 3 Inleiding deel 3 Mattheüs, apostel en schrijver voor Joden
- 4 1:1-17 Jezus' stamboom via Abraham en David
- 5 1:18-25 Jozef, Maria en de maagdelijke geboorte
- 6 2:1-3 Wijzen uit het oosten, Herodes schrikt
- 7 2:4-15 Wijzen aanbidden Jezus; vlucht naar Egypte
- 8 2:16-23 Kindermoord en Jezus’ terugkeer uit Egypte
- 9 3:1-6 Johannes roept Israël tot bekering
- 10 3:7-3:12 Johannes waarschuwt Israël voor oordeel
- 11 3:13-17 Waarom liet Jezus Zich dopen?
- 12 4:1-11 Jezus weerstaat drie verzoekingen
- 13 4:1-17 Jezus weerstaat de duivel in de woestijn
- 14 4:18-25 Jezus roept vier vissers om Hem te volgen
- 15 5:1-2 De Bergrede en haar zaligsprekingen
- 16 5:3 Arm van geest: afhankelijk van Gods genade
- 17 5:4 Wie om zijn zonden treurt, wordt getroost
- 18 5:5 Zachtmoedigheid is kracht onder controle
- 19 5:6 Hongeren en dorsten naar gerechtigheid
- 20 5:7 Barmhartigen helpen en vergeven
- 21 5:8 De reinen van hart zullen God zien
- 22 5:9 Vredestichters herstellen relaties
- 23 5:10-12 Vervolgd om Jezus, beloond in de hemel
- 24 5:11-13 De gemeente als zout tegen moreel verval
- 25 5:14-16 De gemeente toont Gods wil door goede werken
- 26 5:17-20 Jezus schaft de wet niet af maar vervult die
- 27 5:17-20 Jezus vervult de morele en rituele wet
- 28 5:17-20 Jezus over recht, barmhartigheid en trouw
- 29 5:21-26 Het moordverbod gaat ook over boosheid
- 30 5:27-30 Overspel en begeerte doen de partner tekort
- 31 5:21-30 Alles wegdoen wat tot zonde leidt
- 32 5:21-30 Wat tot zonde leidt, moet weg
- 33 5:31-32 Echtscheiding, hertrouwen en overspel
- 34 5:33-37 Een eerlijk woord heeft geen eed nodig
- 35 5:38-42 Geen vergelding, maar de andere wang
- 36 5:43-48 Vijanden liefhebben zoals de Vader doet
- 37 6:1-4 Geven voor God, niet voor de mensen
- 38 6:1-4 Geven aan armen zonder de aandacht te zoeken
- 39 6:5-8 Bidden tot God, zonder vertoon of omhaal
- 40 6:9-13 Het Onze Vader als voorbeeldgebed
- 41 6:9-13 Onze Vader in de hemel aanspreken
- 42 6:9-13 Gods Koninkrijk en Zijn wil op aarde
- 43 6:9-10 God vragen om ons dagelijks brood
- 44 6:11-12 Brood voor vandaag en vergeven schulden
- 45 6:13-15 God leidt ons door verzoeking heen
- 46 6:16-18 Vasten voor God, niet om gezien te worden
- 47 6:19-21 Wat je bezit, behoort aan de Heere
- 48 6:19-21 Geld aan armen geven, schat in de hemel
- 49 6:21-24 Een goed oog geeft gul aan de armen
- 50 6:25-34 God zorgt voor vogels, bloemen en mensen
- 51 7:1-5 Oordelen zonder met twee maten te meten
- 52 7:6 Geen parels voor wie ze vertrapt
- 53 7:7-12 Bidden en de goede gaven van de Vader
- 54 7:13-14 De nauwe poort vraagt om levend geloof
- 55 7:15-20 Valse profeten herkenbaar aan hun boodschap
- 56 7:21-23 Niet wie ‘Heere’ zegt, maar Gods wil doet
- 57 7:24-29 Jezus’ woorden doen is bouwen op de rots
- 58 8:1-4 Jezus raakt de melaatse aan en reinigt hem
- 59 8:5-13 De hoofdman vertrouwt op Jezus’ gezag
- 60 8:14-17 Jezus geneest zieken en drijft demonen uit
- 61 8:18-22 Geen thuis of uitstel om Jezus te volgen
- 62 8:23-27 Jezus stilt de storm op het meer
- 63 8:28-34 Jezus bevrijdt twee bezeten mannen
- 64 9:1-8 Jezus vergeeft en geneest een verlamde
- 65 9:9-13 Jezus roept Mattheüs en eet met zondaars
- 66 9:14-15 Niet vasten zolang de Bruidegom er is
- 67 9:16-17 Nieuwe wijn vraagt om soepele wijnzakken
- 68 9:18-26 Een vrouw genezen, een meisje opgewekt
- 69 9:27-34 Twee blinden zien en een man spreekt
- 70 9:35-38 Jezus onderwijst, predikt en geneest
- 71 10:1-4 De twaalf apostelen en hun achtergronden
- 72 10:5-10 De twaalf op weg zonder geld of reiszak
- 73 10:11-15 Een huis zegenen of het stof afschudden
- 74 10:16-20 Schapen tussen wolven, wijs en weerloos
- 75 10:16-22 Voor de rechter geeft de Geest de woorden
- 76 10:21-25 Vervolgd door familie, trouw aan Jezus
- 77 10:26-31 De discipelen vrezen God, niet mensen
- 78 10:32-33 Christus belijden met woorden en daden
- 79 10:34-39 Jezus volgen verdeelt zelfs families
- 80 10:40-42 Wie apostelen ontvangt, ontvangt Christus
- 81 11:1-6 Johannes vraagt of Jezus de Messias is
- 82 11:7-10 Johannes: geen riet, maar een profeet
- 83 11:11 De minste is groter dan Johannes de Doper
- 84 11:12-15 Het Koninkrijk wordt met kracht gegrepen
- 85 11:12-15 Johannes vervult de profetie over Elia
- 86 11:16-19 Johannes te streng, Jezus te vrij
- 87 11:20-24 Steden zien wonderen maar bekeren zich niet
- 88 11:25-27 God maakt Zijn waarheid bekend aan nederigen
- 89 11:28-30 Jezus geeft rust onder Zijn zachte juk
- 90 12:1-8 De discipelen plukken aren op de sabbat
- 91 12:9-14 Jezus geneest een man op de sabbat
- 92 12:15-21 Jezus geneest en zoekt geen publiciteit
- 93 12:22-30 Een demon maakt een man blind en sprakeloos
- 94 12:22-28 Jezus drijft demonen uit door Gods Geest
- 95 12:29-30 Jezus bindt satan en plundert zijn huis
- 96 12:31-32 Lastering tegen de Geest en verharding
- 97 12:33-37 De mond spreekt waar het hart vol van is
- 98 12:38-42 Het teken van Jona en Jezus’ graf
- 99 12:43-45 De teruggekeerde geest en Jezus’ generatie
- 100 12:46-50 Wie Gods wil doet, hoort bij Jezus' familie
- 101 13:1-9 De zaaier en vier soorten grond
- 102 13:10-17 Discipelen horen wat de menigte niet hoort
- 103 13:18-23 Het Woord valt op vier soorten grond
- 104 13:24-13:30, 13:36-13:43 Tarwe en onkruid gescheiden bij de oogst
- 105 13:31-33 Mosterdzaad groeit, zuurdeeg werkt door
- 106 13:44-46 Het Koninkrijk als schat en kostbare parel
- 107 13:47-52 Het sleepnet vangt goede en slechte vissen
- 108 13:53-58 Nazareth gelooft niet in Jezus
- 109 14:1-12 Johannes onthoofd om Herodes' huwelijk
- 110 14:13-21 Jezus voedt de menigte met brood en vis
- 111 14:22-33 Jezus en Petrus lopen over het water
- 112 14:34-36 Zieken raken Jezus’ kleed aan en genezen
- 113 15:1-9 Jezus stelt Gods geboden boven tradities
- 114 15:10-20 Niet voedsel, maar het hart verontreinigt
- 115 15:21-28 Een Kanaänitische vrouw blijft volhouden
- 116 15:29-16:4 De tekenen wezen op Jezus’ eerste komst
- 117 16:1-12 Het zuurdeeg van de Farizeeën
- 118 16:13-17 Petrus belijdt Jezus als de Christus
- 119 16:13-20 Petrus en de apostelen als fundament
- 120 16:21-26 Jezelf verloochenen en je kruis opnemen
- 121 16:27-28 Jezus’ komst in Zijn Koninkrijk
- 122 17:1-8 Jezus straalt; Mozes en Elia verdwijnen
- 123 17:9-13 Johannes de Doper was de beloofde Elia
- 124 17:14-21 Discipelen falen, Jezus bevrijdt de jongen
- 125 17:22-27 Jezus’ dood, opstanding en tempelbelasting
- 126 17:24-27 Jezus betaalt vrijwillig tempelbelasting
- 127 18:1-5 Nederig worden als een klein kind
- 128 18:1-5 Wie een kind ontvangt, ontvangt Jezus
- 129 18:6-10 Kinderen laten struikelen en zonde wegdoen
- 130 18:11-14 De herder zoekt het afgedwaalde schaap
- 131 18:15-17 Een zondigende broeder terugwinnen
- 132 18:18 Apostelen handhaven de normen van God
- 133 18:19-20 Samen bidden en Christus in hun midden
- 134 18:21-35 De vergeven dienaar weigert te vergeven
- 135 19:1-9 Jezus over huwelijk en echtscheiding
- 136 19:10-12 Trouwen draait niet om persoonlijk geluk
- 137 19:13-15 Jezus laat de kinderen bij Hem komen
- 138 19:16-22 De rijke jongeman volgt Jezus niet
- 139 19:23-26 De rijke man laat zijn bezit niet los
- 140 19:27-30 Alles verlaten en honderdvoudig ontvangen
- 141 20:1-16 Alle arbeiders krijgen hetzelfde dagloon
- 142 20:17-23 Jakobus en Johannes vragen om ereplaatsen
- 143 20:24-28 Gemeenteleiders dienen, niet heersen
- 144 20:29-34 De blinden bij Jericho in de evangeliën
- 145 21:1-9 De nederige Messias rijdt Jeruzalem binnen
- 146 21:10-21:14 Jezus verdrijft handelaars uit de tempel
- 147 21:15-19 Kinderen prijzen Jezus, vijgenboom verdort
- 148 21:20-22 De vijgenboom en de val van Jeruzalem
- 149 21:23-27 Priesters vragen naar Jezus' gezag
- 150 21:28-46 Twee zonen en pachters die de zoon doden
- 151 22:1-14 Israël weigert, anderen komen op het feest
- 152 22:15-22 De munt voor de keizer, de mens voor God
- 153 22:23-33 Jezus weerlegt bezwaar tegen de opstanding
- 154 22:34-22:40 God en de naaste liefhebben
- 155 22:41-46 De Messias: Davids Zoon en Davids Heere
- 156 23:1-4 Farizeeën leggen zware lasten op
- 157 23:5 Farizeeën willen door mensen gezien worden
- 158 23:6-10 Farizeeën willen ereplaatsen en titels
- 159 23:11-14 Farizeeën weren mensen uit het Koninkrijk
- 160 23:15-22 Verdorven bekeerlingen en misleidende eden
- 161 23:23-23:24 Tienden geven, maar recht verwaarlozen
- 162 23:25-28 Witgepleisterde graven vol onreinheid
- 163 23:29-33 Farizeeën vullen de maat van hun vaderen
- 164 23:34-39 Jezus kondigt Jeruzalems verwoesting aan
- 165 24:1-3 Vragen over de verwoesting van de tempel
- 166 24:4-13 Tekenen vóór de verwoesting van Jeruzalem
- 167 24:14-15 Het evangelie vóór Jeruzalems verwoesting
- 168 24:15-22 Jeruzalems verwoesting in het jaar 70
- 169 24:15, 24:21-24:22, 24:34-Begrippen toegelicht Jezus voorspelt Jeruzalems verwoesting
- 170 24:23-28 Valse christussen bij Jeruzalems oordeel
- 171 24:29-31 Zon, maan en sterren bij Jeruzalems val
- 172 24:29-31 Jeruzalems val, uitverkorenen verzameld
- 173 24:32-34 De vijgenboom: Jeruzalems verwoesting
- 174 24:35-44 Christus komt onverwacht terug
- 175 24:45-51 De heer komt onverwacht bij zijn dienaren
- 176 25:1-13 Tien meisjes wachten op de bruidegom
- 177 25:14-30 Dienaren gebruiken de talenten van hun heer
- 178 25:31-46 Jezus oordeelt ieder naar zijn werken
- 179 26:1-13 Leiders beramen Jezus’ dood, Maria zalft
- 180 26:14-16 Judas verraadt Jezus voor dertig zilver
- 181 26:17-25 Jezus voorspelt verraad tijdens het Pascha
- 182 26:26-30 Het Avondmaal als verbondsmaaltijd
- 183 26:31-46 Jezus bidt terwijl Zijn discipelen slapen
- 184 26:47-56 Judas kust Jezus, Petrus trekt zijn zwaard
- 185 26:57-75 Jezus veroordeeld, Petrus verloochent Hem
- 186 27:1-8 Judas’ dood en de Bloedakker
- 187 27:9-27:10 Mattheüs noemt Jeremia bij de zilverstukken
- 188 27:11-14 Jezus voor Pilatus over Zijn Koninkrijk
- 189 27:15-26 Pilatus zwicht en levert Jezus uit
- 190 27:27-44 Jezus bespot en gekruisigd op Golgotha
- 191 27:45-46 Duisternis en Jezus’ roep van verlatenheid
- 192 27:46-53 Jezus sterft, het voorhangsel scheurt
- 193 27:54-66 Jezus’ begrafenis en het bewaakte graf
- 194 28:1-10 Het lege graf en de opgestane Jezus
- 195 28:11-15 Wachters omgekocht om te liegen
- 196 28:16-18 Jezus verschijnt en heeft alle gezag
- 197 28:18-20 Alle volken tot discipelen maken
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.srt?v=976ad083c830
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Mattheüs - Lezing 42 - 6.9-13.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/mattheus/6-9-13-deel-3.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.