1 Koningen 3-4

Salomo vraagt om wijsheid om te regeren

Luisteren 1 uur 4 min Lezen ± 51 min · Lezing 3 van 12

Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/1-koningen/3-4.pdf?v=636390f43fdd. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/1-koningen/3-4.

Samenvatting

Salomo’s wijsheid en koninkrijk, met aandacht voor hyperbolen en de overlevering van de Bijbeltekst.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Salomo’s verzoek om wijsheid en zijn oordeel over twee vrouwen die hetzelfde kind opeisen, gevolgd door het bestuur, de welvaart en de omvang van zijn rijk. Hij besteedt uitgebreid aandacht aan hyperbolen in de Bijbel en legt ook Jezus’ woorden over de grote verdrukking uit als beeldspraak voor de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. Naar aanleiding van verschillende aantallen paardenstallen in Koningen en Kronieken bespreekt hij overschrijffouten, die volgens hem geen bezwaar vormen tegen de inspiratie van de Schrift. Hij betoogt daarnaast dat God Zijn landbelofte aan Abraham heeft vervuld doordat Israël onder Salomo over het beloofde gebied heerste.

Salomo’s troonsbestijging en Davids laatste opdracht

Illustratie bij: Davids laatste opdracht aan Salomo.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 1 Koningen 3 en 4.

Laten we het verhaal van Salomo weer oppakken in 1 Koningen hoofdstuk 3. We hebben net gezien dat hij ondanks het verzet van Adonia als koning is aangesteld. Adonia, de oudste nog levende zoon van David, had zichzelf koning willen maken. Hoewel David nog leefde en Adonia Davids goedkeuring niet had, wist hij kennelijk dat Salomo Davids voorkeur had om hem op te volgen. Omdat David nog geen stappen had ondernomen om Salomo aan te stellen, was het niet duidelijk of Adonia misschien zijn kans kon grijpen, het volk aan zijn kant kon krijgen en als eerste koning kon worden.

Dus probeerde hij het, maar het mislukte. Het mislukte omdat de profeet Nathan en Bathseba David vertelden wat Adonia aan het doen was. Zij bewogen David ertoe stappen te ondernemen om Salomo als koning aan te stellen terwijl David nog leefde, en dat deed hij. Vervolgens gaf David op zijn sterfbed zijn opdracht aan Salomo en stierf. Zijn opdracht aan Salomo kwam er in wezen op neer dat hij enkele onafgehandelde zaken moest regelen die David had laten liggen. Joab moest eigenlijk gestraft worden voor de moorden die hij had gepleegd. Simeï moest gestraft worden voor zijn verraad. Vooral Barzillai moest goed behandeld worden vanwege de vriendelijkheid die hij de koning had betoond toen die voor Absalom vluchtte.

In hoofdstuk 2 zien we hoe Salomo dat allemaal afhandelde. Adonia zelf deed opnieuw een poging om de troon te bemachtigen en moest dat met de dood bekopen. Joab werd gedood vanwege zijn moorden. Simeï werd gedood omdat hij niet in Jeruzalem bleef, zoals hij had afgesproken. Over Barzillai lezen we in dat hoofdstuk natuurlijk niets, maar kennelijk werd hij of zijn familie goed behandeld.

Het huwelijk met de dochter van de farao

Illustratie bij: De dochter van farao komt in de stad van David.

Nu gaan we verder met de regering van Salomo, nu hij stevig in het zadel zit en al zijn tegenstanders verdwenen zijn. Er staat:

1 Koningen 3:1

Salomo ging huwelijksbanden aan met de farao, de koning van Egypte: hij nam de dochter van de farao tot vrouw en bracht haar in de stad van David, totdat hij de bouw van zijn huis, het huis van de HEERE en de muur rondom Jeruzalem had voltooid.

Dit huwelijk met de dochter van de farao was het eerste politieke huwelijk waarvan we weten. Salomo had op dat moment volgens mij al één vrouw, een Ammonitische. Toch ging hij nu een politiek huwelijk aan, wat in de oudheid niet erg ongebruikelijk was. Vredesverdragen tussen volken werden vaak bezegeld met een huwelijk tussen de dochter van de ene koning en de zoon van de andere koning, of iets dergelijks. In dit geval trouwde Salomo zelf met de dochter van de koning van Egypte.

Maar in de geschiedenis stond Egypte er niet om bekend vaak zulke regelingen te treffen. Ze deden het af en toe wel, maar het was heel ongebruikelijk. Andere volken deden dit vaker: politieke huwelijken aangaan, bondgenootschappen sluiten door een huwelijk. De farao's in Egypte vermeden dat gewoonlijk. Dat hij er in dit geval wel op inging, betekent dat Salomo's aanzien zo groot was dat zelfs de farao het goed vond om een soort niet-aanvalsverdrag tussen hen te hebben.

Egypte was veel groter dan Israël, maar David had Salomo een heel machtig koninkrijk en een wereldrijk nagelaten. Hoewel hij niet over Egypte heerste, was hij heel machtig en rijk. Kennelijk was de farao bereid een soort verdrag met hem aan te gaan en hem zijn dochter te geven.

De dochter van de farao werd voorlopig ondergebracht in de stad van David. De naam ‘stad van David’ wordt soms gebruikt als een andere naam voor Jeruzalem, maar soms wordt er ook onderscheid tussen gemaakt, omdat de stad van David boven op de heuvel op de berg Sion lag. Later ging Jeruzalem een groter gebied omvatten. De stad van David was dus een specifieke wijk, die ongetwijfeld zwaar versterkt was enzovoort. We zien dat Salomo de tempel en zijn eigen huis kennelijk buiten de stad van David ging bouwen, in Jeruzalem. Ook zou hij de muur rondom heel Jeruzalem herstellen of eraan werken.

Natuurlijk stond er al een muur om de stad van David. De Jebusieten hadden daar gewoond en hadden eeuwenlang verovering weten te weerstaan omdat ze goede muren hadden. Davids mannen hadden de stad veroverd door kennelijk via een toegang voor het water naar binnen te gaan, en zo hadden ze de stad veroverd. Ongetwijfeld was die goed versterkt. Maar wanneer er staat dat hij de muren van Jeruzalem bouwt, moet dat betekenen dat hij Jeruzalem uitbreidt en een muur bouwt die een groter gebied omsluit.

Misschien hield hij haar in de stad van David totdat die muur gebouwd was, gewoon voor de veiligheid. Niet dat hij ernstig door vijanden werd bedreigd, maar omdat hij met de dochter van de farao was getrouwd, was het voor de goede betrekkingen met Egypte van belang haar veilig te houden. Waarschijnlijk hield hij haar dus in de ommuurde stad van David totdat hij andere projecten had uitgevoerd, waaronder een beschermende muur rondom de hele stad.

Aanbidding op de hoogten vóór de tempelbouw

Illustratie bij: Het volk offert op de hoogten.
1 Koningen 3:2

Alleen offerde het volk nog op de hoogten, want tot in die dagen was er nog geen huis voor de Naam van de HEERE gebouwd.

De hoogten waren, zoals je volgens mij weet, plaatsen van aanbidding waar de Kanaänieten hun godheden hadden aanbeden. Ze lagen vaak boven op heuvels of bergen, en daarom werden ze hoogten genoemd, hoewel ze niet altijd op hoger gelegen plaatsen lagen. Deze plaatsen lagen soms ook in vlakke gebieden, maar meestal op de hoogten. Zo werden ze dus de hoogten genoemd.

Dit waren plaatsen waar de Kanaänieten hadden aanbeden. Toen zij verdreven waren, aanbaden de Israëlieten daar vaak Jahweh, of ze aanbaden er Kanaänitische goden, of een syncretistische combinatie van Kanaänitische aanbidding en aanbidding van Jahweh. Daarom wordt er in de meeste gevallen op een afkeurende manier over de hoogten gesproken, vooral na de bouw van de tempel. Het zijn de plaatsen waar compromissen worden gesloten. Wanneer Israël op de hoogten aanbidt, sluiten ze compromissen met de Kanaänitische godsdienst. Voordat de tempel gebouwd was, werd het wat meer geduld. Er was wel een tabernakel, maar de ark stond niet in de tabernakel. Daardoor was hun centrum van aanbidding enigszins ontregeld. Kennelijk stond men aanbidding op de hoogten toe, al was het niet in orde als ze op de hoogten heidense godheden aanbaden. Maar er waren hoogten waar plechtigheden voor Jahweh werden gehouden, zelfs door Samuel.

Op dit moment stond de tabernakel die Mozes had gebouwd op de hoogte van Gibeon, de grote hoogte. Er staat dat het volk in die dagen op de hoogten aanbad. Hier staat niet of ze dat voor Jahweh deden of voor heidense goden. Maar er staat:

‘omdat er tot die tijd geen huis was gebouwd voor de naam van Jahweh’. Dat kan betekenen dat ze geneigd waren andere goden te aanbidden omdat ze geen centrale plaats hadden om Jahweh te aanbidden. Of ze aanbaden wat hun maar uitkwam, of waar hun dat maar uitkwam. Er werd in die dagen dus slordig met de aanbidding omgegaan, met heel veel compromissen.

1 Koningen 3:3

Salomo had de HEERE lief, door te wandelen overeenkomstig de verordeningen van zijn vader David. Alleen bracht hij slacht offers en reukoffers op de offer hoogten.

Die uitzondering betekent dat dat een overtreding was. Maar hij had de Heere lief. Zeggen dat hij de Heere liefhad, betekent gewoonlijk dat hij zich aan het verbond hield. Het gaat niet noodzakelijk zozeer over zijn gevoelens als wel over zijn gedrag: dat hij Jahweh diende, en dat hij het verbond niet schond en geen andere goden aanbad. Blijkbaar aanbad hij dus Jahweh op de hoogten. Dat was niet goed, maar het werd nog geduld totdat het huis van God gebouwd was.

De tent en het altaar in Gibeon

Illustratie bij: Salomo offert bij het bronzen altaar in Gibeon.
1 Koningen 3:4

De koning ging naar Gibeon om daar te offeren, omdat de hoogte daar de belangrijkste was. Duizend brandoffers bracht Salomo op dat altaar.

Die gebeurtenis wordt helemaal aan het begin van 2 Kronieken besproken, in hoofdstuk 1. Daar krijgen we veel meer informatie over Gibeon, deze hoogte, dan we in Koningen hebben. We komen te weten dat de tabernakel daar stond. Misschien hadden we ons al afgevraagd waar die gebleven was. Volgens mij hadden we eerder nog niet gehoord dat die daarheen was gegaan.

Maar in 2 Kronieken hoofdstuk 1 staat in vers 3:

2 Kronieken 1:3-4

3En Salomo en heel de gemeente met hem gingen op weg naar de offer hoogte die in Gibeon was, omdat daar de tent van ontmoeting van God stond, die Mozes, de dienaar van de HEERE, in de woestijn gemaakt had. 4David had de ark van God echter uit Kirjath-Jearim overgebracht naar de plaats die David ervoor had gereedgemaakt, want hij had er in Jeruzalem een tent voor opgezet.

De ark stond dus in Jeruzalem, maar de tent van ontmoeting stond in Gibeon. ‘Tent van ontmoeting’ is een term die af en toe in het boek Exodus wordt gebruikt. Het is een beetje onduidelijk of daarmee de tabernakel wordt bedoeld waarin de priesters dienst deden, of een bepaalde tent die Mozes opzette en waar hij Jahweh altijd ontmoette. Daarover bestaat in het boek Exodus enige dubbelzinnigheid. We lezen dat Mozes naar de tent van ontmoeting ging, in de tent van ontmoeting bij God was en weer wegging, en dat Jozua bij de tent van ontmoeting bleef. Dat kan een afzonderlijke tent zijn geweest, los van de eigenlijke tabernakel.

Het is dus mogelijk dat we het hier niet hebben over de tabernakel waarover we in Exodus zoveel lezen, die in Gibeon zou staan, maar over de andere tent waarin God Mozes ontmoette. Ook dat zou een heilig overblijfsel zijn geweest. Misschien hebben ze die in Gibeon opgezet om de heiligheid van die plaats te vergroten, omdat de tent waarin Mozes God had ontmoet daar stond. Ik weet het niet echt zeker, en ik weet ook niet zeker of het vast te stellen is.

In 2 Kronieken 1 staat in vers 5:

2 Kronieken 1:5

En het koperen altaar dat Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, gemaakt had, had hij voor de tabernakel van de HEERE gezet. En Salomo bezocht dat met de gemeente.

Bezaleël is natuurlijk de man die in de dagen van Mozes de inrichting van de tabernakel maakte en toezicht hield op de vervaardiging ervan. Het bronzen altaar dat hier genoemd wordt, is dus het oorspronkelijke bronzen altaar.

De tent van ontmoeting kan tegen deze tijd in heel slechte staat zijn geweest, als dat de tent was waarin Mozes daadwerkelijk verbleef en niet de eigenlijke tabernakel. Dit is namelijk enkele honderden jaren na de tijd van Mozes. Zelfs gebouwen raken in de loop van honderden jaren in verval, maar een tent zou in heel slechte staat zijn.

Als het de tabernakel was die in Exodus het centrum van de aanbidding was, dan kan het zijn dat gordijnen enzovoort waren vervangen waar dat nodig was, zodat hetzelfde gebouw er nog steeds stond. De planken die met goud waren overtrokken enzovoort, zouden lang meegaan. De gordijnen, de voorhangsels en de dekkleden over de bovenkant werden mogelijk vervangen wanneer dat nodig was, bijvoorbeeld wanneer er gaten in kwamen, wanneer ze beschimmelden of om een andere reden. Misschien vervingen ze die dan, maar het gebouw bleef hetzelfde gebouw. Ik weet hier niet zo veel van, omdat we alleen deze vermelding krijgen, en ik weet niet echt goed wat ik ermee aan moet. Maar er was in elk geval nog iets uit de dagen van Mozes bewaard gebleven in Gibeon. Het bronzen altaar stond daar. Er stond een tabernakel die in de dagen van Mozes een tent van ontmoeting was geweest. Dat maakte het dus tot een bijzondere plaats. Daar ging Salomo naartoe en bracht hij bij deze gelegenheid duizend offers. We weten niet wat de gelegenheid was. Er staat niet waarom hij juist bij die gelegenheid daarheen ging, maar het kan een inhuldigingsfeest zijn geweest of iets dergelijks, een aanbiddingsdienst bij zijn inhuldiging, om hem wat formeler als koning te erkennen. Het wordt niet echt duidelijk gemaakt waarom hij bij deze gelegenheid daarheen ging, maar hij ging erheen om te aanbidden.

Salomo vraagt God om wijsheid

Illustratie bij: Salomo ontvangt Gods antwoord in een droom.
1 Koningen 3:5-7

5In Gibeon verscheen de HEERE 's nachts aan Salomo in een droom, en God zei: Vraag wat Ik u geven zal. 6Salomo zei: Ú hebt aan Uw dienaar David, mijn vader, grote goedertierenheid bewezen, zoals hij voor Uw aangezicht gewandeld heeft, in trouw, in rechtvaardigheid en in oprechtheid van hart bij U. En U hebt dit grote blijk van goedertierenheid aan hem bewezen dat U hem een zoon gaf die op zijn troon zit, zoals op deze dag. 7Nu dan, HEERE, mijn God! Ú hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David. Ík ben echter een jonge man: ik weet niet uit of in te gaan.

Uitgaan en ingaan is een eufemisme voor leidinggeven. We zijn het al een aantal keren tegengekomen. Zelfs Mozes gebruikte het toen hij te oud werd. Van een leider wordt vaak gezegd dat hij voor het volk uitgaat en ingaat.

Toen Salomo zei: ‘Ik ben nog maar een klein kind’, stelde hij zich gewoon nederig op. Hij was niet echt een heel klein kind. Hij was volwassen. Vertalersnoot: de Engelse Bijbelvertaling die de spreker gebruikt, heeft hier ‘een klein kind’, waar het Nederlandse citaat ‘een jonge man’ heeft. Maar hij zei eigenlijk: ‘Ik ben zo onervaren als een kind. Ik heb nog nooit een volk geregeerd, en er zijn heel wat mensen om over te regeren.’

Hij zegt:

1 Koningen 3:8-9

8En Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst , dat U verkozen hebt, een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden. 9Geef dan Uw dienaar een opmerkzaam hart, om recht te kunnen spreken over Uw volk, om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, want wie zou over dit machtige volk van U kunnen rechtspreken?

Met andere woorden, hij vroeg om wijsheid om een goede heerser te zijn.

1 Koningen 3:10-14

10Het was goed in de ogen van de Heere, dat Salomo dit gevraagd had. 11God zei tegen hem: Omdat u hierom gevraagd hebt, en niet gevraagd hebt om een lang leven voor uzelf; omdat u niet om rijkdom voor uzelf hebt gevraagd en niet om de dood van uw vijanden hebt gevraagd, maar om inzicht hebt gevraagd voor uzelf om naar rechtszaken te kunnen luisteren, 12zie, daarom doe Ik overeenkomstig uw woorden: zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke er vóór u niet geweest is, en uws gelijke na u niet zal opstaan. 13En zelfs dat waar u niet om gevraagd hebt, geef Ik u: zowel rijkdom als eer, zodat niemand onder de koningen uws gelijke zal zijn, al uw dagen. 14En als u in Mijn wegen gaat door Mijn verordeningen en Mijn geboden in acht te nemen, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw dagen verlengen.

1 Koningen 3:15

Toen werd Salomo wakker: het was een droom geweest. Hij kwam in Jeruzalem en ging voor de ark van het verbond van de Heere staan. Hij bracht brandoffers en dankoffers en richtte een feestmaal aan voor al zijn dienaren.

Hij bracht dus eerst duizend offers op dit altaar, het oorspronkelijke altaar uit de tabernakel, dat in Gibeon stond. Hij kreeg deze droom en deze belofte van God. Daarna keerde hij terug naar zijn huis in Jeruzalem, en daar bracht hij nog veel meer offers voor de ark van het verbond.

De belofte die God hem deed, was dat hij de wijste koning en de rijkste koning zou zijn, en dat was hij blijkbaar ook tijdens zijn leven. In het volgende gedeelte van dit hoofdstuk krijgen we daar een voorbeeld van. Het is maar één geval waarin hij een oordeel velde op een manier die hem de reputatie bezorgde dat hij heel wijs was.

Bijbelse overdrijving en ongeëvenaarde wijsheid

Illustratie bij: De uitzonderlijke wijsheid die Salomo ontvangt.

Maar ik wil je wijzen op iets in de manier waarop God spreekt, omdat het iets is wat ook in de rest van de Schrift voorkomt. Er is een hyperbool, wat je een overdrijving zou noemen, die heel vaak in de Schrift voorkomt. Als we dat niet begrijpen, zullen we sommige passages verkeerd begrijpen.

In vers 12 zei Hij:

Ik heb je een wijs en verstandig hart gegeven, zodat er vóór jou niemand is geweest zoals jij en er na jou ook nooit meer zo iemand zal komen.

Deze uitspraak:

Vóór jou is er niemand zoals jij en na jou ook niet, klinkt alsof hij in de hele geschiedenis boven iedereen uitsteekt. Hij is de wijste die ooit, ooit zou leven. Als je die woorden letterlijk neemt, is dat wat ze zouden betekenen. Maar dit is een vrij gebruikelijke stijlfiguur in de Schrift, dus het is eigenlijk een hyperbool. In wezen wordt er alleen maar gezegd dat je uitzonderlijk zult zijn, heel uitzonderlijk. Misschien zelfs uniek in je eigen tijd en uniek ten opzichte van een lange tijd vóór en na je, maar niet noodzakelijkerwijs van alle tijden.

Jezus Zelf verwees immers naar Zichzelf als Iemand Die meer was dan Salomo, toen Hij zei dat de koningin van Scheba in het oordeel tegen dit geslacht zal opstaan, omdat zij uit een ver land kwam om de wijsheid van Salomo te horen. Maar Hij zegt:

Mattheüs 12:42

De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!

Met andere woorden, de wijsheid die Jezus gaf, was groter dan de wijsheid van Salomo. Er is dus duidelijk na Salomo iemand opgestaan Die hem overtreft. Maar dat hoeft ons niet te verbazen. Het is niet in strijd met wat God hier zegt, want dit soort taal wordt in de Schrift gebruikt wanneer het niet werkelijk gaat over letterlijk unieke gebeurtenissen, maar eenvoudig over dingen die opvallend ongewoon zijn. Toen bijvoorbeeld de sprinkhanenplaag kwam in Exodus hoofdstuk 10, zegt vers 6:

Exodus 10:6

En uw huizen, de huizen van al uw dienaren en de huizen van alle Egyptenaren, zullen er vol mee worden, zoals uw vaders en uw voorvaders het niet gezien hebben vanaf de dag dat zij op de aardbodem waren tot op deze dag. Toen keerde hij zich om en ging bij de farao weg.

Het gaat zelfs nog verder. Vers 14 zegt over deze sprinkhanen:

Exodus 10:14

De sprinkhanen kwamen op over heel het land Egypte en streken neer op heel het gebied van de Egyptenaren, een zeer grote zwerm . Nooit eerder is er zo'n zwerm sprinkhanen geweest, en hierna zal er nooit weer zo een zijn,

Deze sprinkhanen zijn dus zogezegd uniek in de geschiedenis. Er waren daarvoor nooit zulke sprinkhanen geweest, en er zullen daarna nooit meer zulke sprinkhanen zijn.

Toch spreekt Joël in het boek Joël, dat veel later komt, over een sprinkhanenplaag. Dat was Exodus 10:14, maar in Joël hoofdstuk 2 vergelijkt hij de sprinkhanen met een leger dat komt om de landbouw van Juda te verwoesten. In Joël 2, vers 1 en 2, staat:

Joël 2:1-2

1Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij! 2Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en donkerheid. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie.

Dit zijn in werkelijkheid sprinkhanen.

Hier hebben we een uitzonderlijk zware sprinkhanenplaag. Hoe weet ik dat hij het over sprinkhanen heeft? Je moet het boek Joël als geheel lezen. Dat is het onderwerp. Als je bijvoorbeeld naar hoofdstuk 1 kijkt, zegt hij in vers 4:

Joël 1:4

Wat de jonge sprinkhaan overliet, at de veldsprinkhaan op; wat de veldsprinkhaan overliet, at de treksprinkhaan op; en wat de treksprinkhaan overliet, at de zwermsprinkhaan op.

Wat we hier beschrijven, is een sprinkhanenplaag. En die wordt beschreven als een leger van mensen, alsof de sprinkhanen oprukken en het land binnenvallen. Er staat:

Een volk, Daarmee worden de sprinkhanen bedoeld.

Toch werd hetzelfde gezegd over de sprinkhanenplaag in Exodus hoofdstuk 10, vers 14. Het gaat duidelijk om twee verschillende sprinkhanenplagen, en toch wordt van beide gezegd dat ze ongeëvenaard zwaar zijn, zoals er daarvoor of daarna nooit een zou zijn. Het is dus duidelijk dat we daar een hyperbool gebruiken.

Overdrijving bij de verwoesting van Jeruzalem

Illustratie bij: Jezus voorzegt de verwoesting van de tempel.

Waar dit echt belangrijk wordt voor de uitleg van iets in het Nieuwe Testament, is wanneer je bij Mattheüs 24 komt. In Mattheüs 24, vers 21, zei Jezus:

Mattheüs 24:21

Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal.

Dat is hetzelfde soort hyperbool.

Hij heeft het over de verwoesting van Jeruzalem, zoals de context duidelijk maakt. Hij zegt in vers 34 zelfs dat het in dat geslacht zal gebeuren. Hij heeft het dus over een ramp die in dat geslacht plaatsvond. Die had tot gevolg dat er van de tempel niet één steen op de andere bleef staan, zoals het begin van dit hoofdstuk ons vertelt. Dit was de verwoesting van Jeruzalem. Hij zegt dat dit zo'n ramp is dat er sinds het begin van de wereld nooit iets dergelijks is geweest, en dat er daarna ook nooit meer zoiets zal zijn.

Toch had God in 586 voor Christus iets gedaan wat er bijna precies op leek. Toen kwamen de Babyloniërs en deden ze met Jeruzalem precies hetzelfde als de Romeinen in het jaar 70 na Christus. De twee gebeurtenissen leken bijna een tweeling. Maar voordat God dat in 586 voor Christus deed, voorspelde Hij het in Ezechiël hoofdstuk 5 met deze opmerkelijke woorden. In Ezechiël 5:9 heeft God het over de verwoesting van Jeruzalem die door toedoen van de Babyloniërs zou komen. Hij zegt:

Ezechiël 5:9

Ik zal onder u doen wat Ik niet eerder gedaan heb en zoals Ik ook niet meer doen zal, vanwege al uw gruweldaden.

Als je naar het voorgaande vers kijkt:

Ezechiël 5:8

daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, ja Ik! Ik zal in uw midden oordelen voltrekken voor de ogen van de heidenvolken.

Dit gaat over de Babyloniërs die komen en Jeruzalem verwoesten. Hij zegt:

Ik zal onder jullie iets doen wat Ik nog nooit heb gedaan en ook nooit meer zal doen.

Toch deed Hij het opnieuw in het jaar 70 na Christus.

Heeft God Zijn belofte gebroken? Nee, Hij gebruikt eenvoudig een veelvoorkomende stijlfiguur. Zijn lezers worden geacht die te herkennen. Hij zegt dus niet werkelijk dat er nooit, maar dan ook nooit meer iets dergelijks zal zijn. Het dient om te benadrukken dat dit een bijna ongeëvenaard verwoestende gebeurtenis is. Maar die is niet helemaal zo uniek als de woorden zouden doen vermoeden als je ze strikt letterlijk nam. In het jaar 70 na Christus gebeurde er iets wat even rampzalig was, en Jezus sprak daarover in dezelfde bewoordingen: er is daarvoor nooit iets dergelijks geweest, en daarna zal het er ook nooit meer zijn.

Dus wanneer tegen Salomo het volgende wordt gezegd, hoeven we de uitspraak dat niemand vóór of na hem zijn gelijke zal zijn niet letterlijk op te vatten:

1 Koningen 3:10-14

10Het was goed in de ogen van de Heere, dat Salomo dit gevraagd had. 11God zei tegen hem: Omdat u hierom gevraagd hebt, en niet gevraagd hebt om een lang leven voor uzelf; omdat u niet om rijkdom voor uzelf hebt gevraagd en niet om de dood van uw vijanden hebt gevraagd, maar om inzicht hebt gevraagd voor uzelf om naar rechtszaken te kunnen luisteren, 12zie, daarom doe Ik overeenkomstig uw woorden: zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke er vóór u niet geweest is, en uws gelijke na u niet zal opstaan. 13En zelfs dat waar u niet om gevraagd hebt, geef Ik u: zowel rijkdom als eer, zodat niemand onder de koningen uws gelijke zal zijn, al uw dagen. 14En als u in Mijn wegen gaat door Mijn verordeningen en Mijn geboden in acht te nemen, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw dagen verlengen.

Die uitspraak letterlijk opvatten zou een vergissing zijn.

Twee vrouwen leggen hun geschil aan Salomo voor

Illustratie bij: Twee vrouwen brengen hun geschil voor Salomo.

Maar het betekent wel dat hij zo ongeveer zo wijs was als een mens maar kan zijn. Een voorbeeld van zijn wijsheid wordt in de rest van dit hoofdstuk gegeven, vanaf vers 16. In 1 Koningen 3:16 staat:

1 Koningen 3:16-19

16Toen kwamen er twee vrouwen, hoeren, bij de koning, en zij gingen voor hem staan. 17De ene vrouw zei: Och, mijn heer, ik en deze vrouw wonen in één huis, en ik heb bij haar in huis een kind gebaard. 18Het gebeurde op de derde dag nadat ik gebaard had, dat deze vrouw ook een kind baarde. Nu waren wij samen, geen vreemde was er bij ons in huis; alleen wij tweeën waren in huis. 19Toen is de zoon van deze vrouw 's nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had.

Ze had hem in haar slaap verstikt.

1 Koningen 3:20-22

20En zij is midden in de nacht opgestaan, heeft mijn zoon bij mij weggenomen, terwijl uw dienares sliep, en heeft hem in haar schoot gelegd; en haar dode zoon legde zij in mijn schoot. 21Toen ik 's morgens opstond om mijn zoon te voeden, zie, hij was dood. Diezelfde morgen echter bekeek ik hem goed, en zie, het was mijn zoon niet, die ik gebaard had. 22Toen zei de andere vrouw: Niet waar, de levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon. De eerste zei daarentegen: Niet waar, de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Zo spraken zij ten overstaan van de koning.

En dus gaf de koning heel wijs opdracht om een DNA-test te laten doen. Daarmee was het probleem opgelost. In werkelijkheid was er geen manier om het probleem op te lossen, want het was het woord van de ene vrouw tegen dat van de andere. Het is interessant: deze vrouwen waren allebei hoeren en ze woonden samen. Ze moeten in een bordeel hebben gewoond of zoiets. Ze werden allebei rond dezelfde tijd zwanger en kregen allebei ongeveer op hetzelfde moment een kind.

Het is duidelijk dat prostitutie in Israël kennelijk niet verboden was, want hier komen ze met hun probleem bij de koning. Er wordt duidelijk gemaakt dat het prostituees zijn, en ze verwachten niet dat ze gearresteerd zullen worden. Ze komen omdat de een een klacht tegen de ander heeft. Het feit dat prostituees rechtstreeks met hun probleem bij de koning terechtkonden, laat zien hoe eenvoudig het leven in vroeger tijden was. Een gewone burger, zelfs iemand uit een lage maatschappelijke klasse, kon met een klacht vaak rechtstreeks naar de koning zelf gaan. Dat zou heel moeilijk zijn in welke ingewikkeldere samenleving dan ook, waar je eerst langs allerlei lagere rechtbanken moet.

Aan de andere kant is het mogelijk dat ze eerst wel langs lagere rechtbanken waren gegaan. Misschien waren ze bij lagere rechters geweest, en konden die niet bedenken wat ze moesten doen. Dus werd hun zaak uiteindelijk doorgeschoven naar het hooggerechtshof, waar de koning zelf de zaak zou behandelen. Dat was zelfs in de tijd van Paulus nog zo. Paulus kon zijn zaak rechtstreeks aan de keizer voorleggen, maar alleen Romeinse burgers konden dat doen. Gewone onderdanen konden dat niet. Maar Paulus moest eerst langs de lagere rechtbanken. De lagere rechtbanken konden zijn probleem niet oplossen, en daarom beriep hij zich op de keizer. Hij kon zich dus daadwerkelijk op de keizer beroepen, maar het duurde jaren voordat zijn zaak op de zittingsagenda van de keizer kwam. Paulus moest minstens twee jaar wachten voordat hij voor de keizer zou staan, zelfs nadat hij in Rome was aangekomen.

Maar het is interessant dat iemand in de vroegere koninkrijken daadwerkelijk met de koning zelf kon praten. Ik neem aan dat wij met onze zaak naar het hooggerechtshof zouden kunnen gaan. Dat recht hebben wij ook. Maar het lijkt toch uitzonderlijk dat twee prostituees hun zaak konden bepleiten voor de man die over een enorm rijk regeerde. Het is bijzonder dat hij zo'n zaak zelf zou behandelen.

Salomo’s oordeel onthult de echte moeder

Illustratie bij: De echte moeder smeekt om het leven van haar kind.

Hoe dan ook, de koning antwoordde hun:

1 Koningen 3:23

Toen zei de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, de levende, en uw zoon is de dode, en die zegt: Niet waar, uw zoon is de dode en mijn zoon is de levende.

Toen zei de koning:

1 Koningen 3:24-25

24Vervolgens zei de koning: Breng mij een zwaard; en zij brachten een zwaard bij de koning. 25En de koning zei: Snijd dat levende kind in tweeën, en geef de helft aan de één en de helft aan de ander.

Dus brachten ze een zwaard bij de koning. En de koning zei:

Snijd het levende kind in tweeën en geef de ene helft aan de een en de andere helft aan de ander.

Nu weet ik niet of Salomo het zwaard vasthield of dat er een soldaat met het zwaard bij hem stond. Maar dat bevel geven is een beetje riskant, want de soldaat zou het daadwerkelijk kunnen uitvoeren, tenzij hij tegen de soldaat had gezegd: ‘Doe dit niet meteen.’ Dit is natuurlijk een test. Hij wilde de baby niet doden. Maar als een koning zo'n bevel geeft, kan dat er wel toe leiden dat het gebeurt. Dus misschien hield hij zelf het zwaard vast. Maar hij zei gewoon: ‘Nou, luister, dit is gemakkelijk op te lossen. We kunnen niet vaststellen van wie de baby is, dus geven we jullie gewoon ieder de helft, en dan is iedereen tevreden.’

1 Koningen 3:26

Maar de vrouw van wie de levende zoon was — want haar medelijden werd opgewekt vanwege haar zoon — zei tegen de koning: Och, mijn heer! Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval. Maar de ander zei: Het zal niet voor mij en ook niet voor u zijn, snijd het doormidden.

Deze vrouwen waren niet bijzonder intelligent; de tweede in elk geval niet. Ze verraadde zichzelf nogal duidelijk. De reden waarom ze het kind van haar buurvrouw had gestolen, was blijkbaar niet dat ze zo wanhopig graag een levend kind wilde hebben. Ze wilde niet dat haar rivale, haar huisgenote, een kind zou hebben en zij niet. Het was alsof de vrouw met het levende kind iets voorhad op de vrouw die geen kind had. Dus als ze allebei geen kind hadden, was dat prima, maar niet als een van hen er wel een had. De vrouw die niet om het kind gaf, liet duidelijk haar ware aard zien en zei:

Dan krijgt geen van ons hem, maar snijd hem doormidden.

Daarop antwoordde de koning en zei:

1 Koningen 3:27

Toen antwoordde de koning en zei: Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval: zij is zijn moeder.

En natuurlijk had hij gelijk.

Waarom Salomo’s oplossing zo scherpzinnig was

Illustratie bij: Israël hoort over Salomo’s wijze oordeel.

We kennen dit verhaal allemaal. Het is een heel beroemd verhaal, dus het is moeilijk voor te stellen hoe moeilijk het zou zijn om zo'n oplossing te bedenken. Zodra je de oplossing leest, denk je: ‘O ja, dat is vanzelfsprekend.’ Het is net als wanneer Jezus zegt:

Mattheüs 22:20-21

20En Hij zei tegen hen: Van wie is deze afbeelding en het opschrift? 21Zij zeiden tegen Hem: Van de keizer. Toen zei Hij tegen hen: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.

Dan denk je: ‘Natuurlijk, dat is overduidelijk een geweldig antwoord. Dat lost het probleem op.’ En toch beseffen we, zodra we het geweldige antwoord horen, misschien niet hoe moeilijk het zou zijn om in zo'n situatie zelf op dat antwoord te komen.

Vroeger las ik veel verhalen over Sherlock Holmes. Sherlock Holmes wist altijd dingen uit te zoeken waar niemand anders uitkwam. Maar dan legde hij aan het eind uit hoe hij het had gedaan, en dan bleek het allemaal helemaal niet zo indrukwekkend te zijn. Dat zei hij zelfs zelf. Hij zei dat je niet meer onder de indruk was zodra hij het had uitgelegd. Hij zei: ‘Dan lijkt het zo eenvoudig, iedereen had dat kunnen bedenken.’ Maar het is niet altijd gemakkelijk om het te bedenken als je zelf op de oplossing probeert te komen.

Het is net als bij het spel Password. Degene die het antwoord weet, vindt het zo eenvoudig: ‘Waarom kun je niet op het juiste woord komen?’ Maar voor degene die geen idee heeft wat het antwoord is, of die een aanwijzing heeft maar ook niet veel meer dan dat, is het niet zo gemakkelijk. Tussen al die mogelijke antwoorden springt het juiste antwoord er niet altijd vanzelf duidelijk uit. Maar als je het hoort, zeg je: ‘Natuurlijk, dat is vanzelfsprekend. Ja, dat is duidelijk.’

En zo denken we hier bij zijn oplossing: ‘Natuurlijk, dat zou ik ook doen. Dat zou de voor de hand liggende aanpak zijn.’ Maar als we dit verhaal nooit hadden gelezen of gehoord, zouden we er dan op zijn gekomen? Wat was het eigenlijk briljant om in te spelen op de psychologische aard van deze vrouwen, in het besef dat ze als prostituees geen gezin aan het stichten waren. Een baby hebben was niet zo belangrijk voor degene die niet van de baby hield, van wie de baby niet was. Het was alleen maar een onderlinge wedijver met haar huisgenote.

Hij wist dat de moeder hier nooit mee zou instemmen. Hij nam het risico dat de andere vrouw er wel mee zou instemmen. Maar hij leek voldoende te weten wat deze vrouwen dreef om te weten dat de andere vrouw er geen bezwaar tegen zou hebben het kind in tweeën te delen, en zichzelf zo zou verraden.

1 Koningen 3:28

En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen.

Dit moet maar een van de duizenden zaken zijn geweest die hij tijdens zijn veertigjarige regering moest behandelen. Maar het wordt als een sprekend voorbeeld gegeven. Dit is een voorbeeld van het soort dingen dat gebeurde wanneer hij recht sprak. Hij had de wijsheid om op het juiste antwoord te komen wanneer niemand anders eruit kwam.

Salomo’s bestuurders en wijze raadgevers

Illustratie bij: Salomo overlegt met zijn raadgevers.

Nu staat er in hoofdstuk 4:

1 Koningen 4:1-4

1Zo was koning Salomo koning over heel Israël. 2Dit waren de vorsten die hij had: Azaria, de zoon van Zadok, was de priester, 3Elihoref en Ahia, de zonen van Sisa, waren schrijvers. Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier. 4Benaja, de zoon van Jojada, ging over het leger, en Zadok en Abjathar waren priesters.

Hij had de plaats van Joab ingenomen.

Abjathar was afgezet ten gunste van Zadok. Maar blijkbaar wordt dit vermeld omdat Abjathar aanvankelijk, voordat hij werd afgezet, aan het begin van Salomo's regering ook priester was. Maar Zadok was de voornaamste die hem verving.

1 Koningen 4:5

En Azaria, de zoon van Nathan, ging over de opzichters, en Zabud, de zoon van Nathan, was priester en vriend van de koning.

Nathan zou natuurlijk de profeet Nathan kunnen zijn. Maar Nathan was een tamelijk gebruikelijke naam in Israël. David had zelfs nog een zoon die Nathan heette, die nooit iets bijzonders is geworden. Maar het zou kunnen dat een van Salomo's neven deel uitmaakte van zijn bestuur.

Nu is ‘de vriend van de koning’ niet zomaar een opmerking dat ze Facebookvrienden waren, of dat soort vrienden. Het was een officieel ambt. De vriend van de koning was zijn bijzondere raadsman. En de laatste die dat ambt onder David bekleedde, was Husai. Hij was degene die de raad van Achitofel verijdelde toen Absalom oorlog tegen David probeerde te voeren. Husai, die Davids vriend was, deed alsof hij nu Absaloms vriend was. Hij gaf raad waardoor David in het voordeel kwam tegenover Absalom en waardoor Davids leven werd gered.

Maar de vriend van de koning was een bijzondere functionaris die in wezen een wijze raadsman was. Het is interessant dat Salomo, de wijste van alle mensen, een wijze raadsman nodig zou hebben. Maar blijkbaar had hij die nodig. En we weten dat hij meer dan één raadsman had. In Spreuken zei hij namelijk:

Spreuken 11:14

Als er geen wijze raad is, komt een volk ten val, maar er komt verlossing door een veelheid van raadgevers.

Hoewel hij de wijste man was, zag hij blijkbaar de noodzaak om te overleggen met andere mensen die ook wijs waren. Toen hij stierf en zijn zoon Rehabeam raad nodig had, ging die eerst naar de oudere raadgevers die zijn vader Salomo raad hadden gegeven. Hij volgde hun raad niet op. In plaats daarvan volgde hij de raad van jonge raadgevers op. Maar ik heb het altijd interessant gevonden dat Salomo raadgevers had. Wie gaf hem raad? Je zou denken dat hij zelf de raadgever bij uitstek was. We weten niet of hij hun raad opvolgde, want uiteindelijk heeft hij toch een aantal dwaze dingen gedaan.

Twaalf opzichters voor de koninklijke hofhouding

Illustratie bij: Een opzichter verzamelt voedsel voor de hofhouding.
1 Koningen 4:6-7

6En Ahisar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, ging over de herendienst. 7Ook had Salomo twaalf opzichters over heel Israël, die zorg droegen voor het levensonderhoud van de koning en zijn huis. Ieder moest er een maand per jaar zorg voor dragen.

Waarschijnlijk kwam er uit elke stam één van deze mannen. Zij zorgden elk één maand per jaar voor alles wat nodig was om het paleis van de koning van voedsel te voorzien. Hier krijgen we dus hun namen. Ben-Hur was de eerste, die later natuurlijk een beroemde wagenmenner werd. Nee, niet echt. Dat is een andere Ben-Hur, uit een andere tijd.

1 Koningen 4:8-9

8En dit zijn hun namen: de zoon van Hur, in het bergland van Efraïm; 9de zoon van Deker, in Makaz, in Saälbim, Beth-Semes en Elon-Beth-Hanan;

Dat zijn blijkbaar de plaatsen waar hij woonde, of eigenlijk waar hij voedsel inzamelde of waarover hij het bestuur voerde om het voedsel voor de hofhouding te verkrijgen.

1 Koningen 4:10-11

10de zoon van Hesed in Arubboth, die bovendien Socho en heel het land Hefer had; 11de zoon van Abinadab in heel het heuvel land van Dor; hij had Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw;

In de Engelse Bijbelvertaling die de spreker gebruikt, staan hier namen als Ben-Hur, Ben-Deker en Ben-Hesed. Je vraagt je misschien af waarom in die samenleving zoveel mensen Ben heten. Ben betekent in het Hebreeuws natuurlijk ‘zoon van’, zoals het Nederlandse citaat het al weergeeft. Deze mannen werden dus de zoon van Hur genoemd, de zoon van Deker, de zoon van Hesed, de zoon van Abinadab. Wat hun eigenlijke namen waren, wordt om de een of andere reden niet vermeld. In vers 11 staat dat deze man, Ben-Abinadab, Tafath, de dochter van Salomo, tot vrouw had. Hij was dus een schoonzoon van de koning.

1 Koningen 4:12

Baäna, de zoon van Ahilud in Taänach, Megiddo en heel Beth-Sean, dat bij Zartana ligt, onder Jizreël, van Beth-Sean tot Abel-Mehola, tot aan de andere zijde van Jokmeam;

Ben je niet blij dat je dat nu weet? Nu kun je je precies voorstellen waar het is.

Dan is er

1 Koningen 4:13

de zoon van Geber, in Ramoth in Gilead; hij had de dorpen van Jaïr, de zoon van Manasse, die in Gilead liggen; ook had hij het gebied Argob, dat in Basan ligt: zestig grote steden met muren en bronzen grendels;

1 Koningen 4:14-15

14Ahinadab, de zoon van Iddo, in Mahanaïm; 15Ahimaäz in Naftali; ook hij had een dochter van Salomo tot vrouw genomen: Basmath;

Er was dus nog een schoonzoon van de koning onder deze twaalf.

1 Koningen 4:16

Baäna, de zoon van Husai, in Aser en in Aloth;

Misschien is Husai dezelfde Husai die Davids vriend was.

1 Koningen 4:17-19

17Josafat, de zoon van Paruah, in Issaschar; 18Simeï, de zoon van Ela, in Benjamin; 19Geber, de zoon van Uri, in het land Gilead, het land van Sihon, de koning van de Amorieten, en van Og, de koning van Basan. Hij was de enige opzichter die er in dat land was.

Blijkbaar in dat gebied.

Dit zijn hun namen. Hun namen worden voor ons niet belangrijk. Geen van deze mannen speelt een rol in de verhalen die nog voor ons liggen. Hun namen kennen is voor ons dus naar alle waarschijnlijkheid niet zo waardevol als het zou zijn geweest voor de mensen die in die tijd leefden.

Een talrijk volk en de belofte aan Abraham

Illustratie bij: Juda en Israël eten, drinken en zijn blij.

Vers 20:

1 Koningen 4:20

Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij.

Dat is natuurlijk eenvoudigweg een vermelding dat Gods belofte aan Abram vervuld was. God had Abram namelijk gezegd dat zijn kinderen, zijn nageslacht,

Genesis 22:17

zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.

We zien dat dit in wezen de toestand van Juda en Israël is.

Ook dat is duidelijk een hyperbool, want de totale bevolking van Israël in de tijd van Salomo wordt geschat op ongeveer vijf miljoen mensen. Er zijn dus beslist veel meer zandkorrels dan dat aan de zeekust. Maar de bedoeling is dat ze buitengewoon talrijk zijn, zoals hij tegen God had gezegd toen God zei:

Wat wil je?

Hij zegt in hoofdstuk 3, vers 8:

Jouw volk,

1 Koningen 3:8-9

8En Uw dienaar is te midden van Uw volk geplaatst , dat U verkozen hebt, een groot volk, dat vanwege de menigte niet geteld of geschat kan worden. 9Geef dan Uw dienaar een opmerkzaam hart, om recht te kunnen spreken over Uw volk, om met inzicht onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, want wie zou over dit machtige volk van U kunnen rechtspreken?

Met moeite zouden ze geteld kunnen worden, maar we hebben veel hyperbolen in de Schrift. En dat is belangrijk om op te merken, want vaak hebben mensen gewoon het gevoel dat ze alles in de Bijbel letterlijk moeten nemen. De Schrift gebruikt doorgaans veel hyperbolen en beeldspraak.

In vers 20 staat:

1 Koningen 4:20

Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij.

Salomo’s rijk en het voedsel voor zijn hof

Illustratie bij: Voedsel en schatting worden naar Salomo’s hof gebracht.
1 Koningen 4:21

Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier de Eufraat tot het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.

De genoemde rivier is de Eufraat. Het land van de Filistijnen lag aan de Middellandse Zee; de grens van Egypte lag in het zuiden.

Dat is een uitgestrekt gebied. Ik weet niet hoeveel mijl het is van, laten we zeggen, de Jordaan naar het oosten, eigenlijk naar het noordoosten, tot aan de Eufraat, maar het is een behoorlijke afstand. Alle koninkrijken in dat gebied dienden Salomo, wat gewoon betekent dat ze hem schatting betaalden. Ze waren veroverd. Ze waren hem schatplichtig. Zo verzamelde hij rijkdom uit al die gebieden. Dat zijn heel wat koninkrijken om rijkdom uit te verzamelen. Daardoor werd hij buitengewoon rijk.

Er staat:

1 Koningen 4:22

Het voedsel van Salomo voor één dag was: dertig kor meelbloem en zestig kor meel,

Een kor is ongeveer vijf bushel. Ik weet niet hoeveel van jullie nog weten wat een bushel is. Maar landbouwproducten werden vaak in bushels gemeten. De meesten van ons hebben waarschijnlijk weleens een mand met een inhoud van één bushel gezien, dus we hebben enig idee hoeveel een bushel is. Maar er gingen vijf bushel in een kor. En er waren dertig kor fijn meel, waarvan natuurlijk het gebak en het brood werden gemaakt. Dus dertig kor zou honderdvijftig bushel meel zijn, en tweemaal zoveel kor gewoon meel. Waarschijnlijk was het gewone meel voor brood en het fijne meel voor gebak. En dan:

1 Koningen 4:23

tien vetgemeste runderen, twintig weiderunderen en honderd schapen, naast de herten, gazellen, reebokken en gemeste vogels.

Vetgemeste runderen waren iets anders dan runderen uit de weiden. De vetgemeste runderen werden speciaal vetgemest en liepen niet vrij rond. Maar er waren dus ook runderen die vrij rondliepen en die werden binnengebracht.

Dit is dus elke maand. Salomo's hofhouding at dit. Niet Salomo zelf, maar zijn hele bestuur, alle mensen die overheidsfunctionarissen waren. Vertalersnoot: de spreker zegt hier inderdaad ‘elke maand’, maar het zojuist aangehaalde vers noemt deze hoeveelheden voor één dag. Eerder besprak hij dat iedere opzichter één maand per jaar voor het voedsel zorgde.

Vrede en veiligheid onder Salomo

Illustratie bij: Veilig wonen onder wijnstok en vijgenboom.
1 Koningen 4:24

Want hij heerste over al het land aan deze zijde van de rivier, vanaf Tifsah tot aan Gaza, over alle koningen aan deze zijde van de rivier, en hij had vrede aan al zijn zijden, van rondom.

Dat is opnieuw de Eufraat.

Dat is een behoorlijk grote buffer tegen een invasie. Als alle volken ten westen van de Eufraat zijn bondgenoten en zijn onderdanen waren, dan zou iedereen die wilde binnenvallen van nog verder weg moeten komen. Die zou dan een heel groot gebied moeten doorkruisen om bij hem te komen. En zo leefde hij dus zijn hele leven in veiligheid.

1 Koningen 4:25

En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo.

Dit verhaal staat vol typisch Hebreeuwse uitdrukkingen.

Van Dan tot Berseba, Dat zijn we al vaak tegengekomen. Dan in het noorden, Berseba in het zuiden: dat betekent het hele land.

Dat wordt in de Schrift vaak gebruikt om eenvoudigweg iemand aan te duiden die van een rustig leven geniet, zittend onder zijn wijnstok en zijn vijgenboom. Je hoeft niet aan te nemen dat iedere man letterlijk één vijgenboom en één wijnstok had. Sommigen hadden er misschien meer en anderen misschien minder. Maar het punt is dat dit beeld wordt gebruikt voor een soort zelfgenoegzaamheid, eigenlijk, en veiligheid. Gewoon een gemakkelijk leven, zittend onder je wijnstok en je vijgenboom. Je zult die uitdrukking heel vaak in de Bijbel tegenkomen.

Het aantal paardenstallen en overschrijffouten

Illustratie bij: Paarden en strijdwagens van Salomo.
1 Koningen 4:26

Salomo had ook veertigduizend paardenstallen voor zijn wagens, en twaalfduizend ruiters.

Dit vers 26 levert een klein probleem op, want in Kronieken vinden we dezelfde informatie. Maar daar staat niet veertigduizend stallen, maar vierduizend stallen voor zijn wagenpaarden. Dit zijn dus parallelle verslagen. En het ene zegt dat hij er veertigduizend had, en het andere zegt vierduizend. Nu hebben sommigen geprobeerd manieren te vinden om die twee met elkaar in overeenstemming te brengen. Maar de meeste geleerden nemen aan dat dit gewoon een geval van een overschrijffout is.

Het is bekend dat zulke overschrijffouten in de handschriften voorkomen. De handschriften zijn niet zonder enige overschrijffout overgeleverd. Iedereen die de handschriften bestudeert, weet dat, want zij weten dat er verschillen zijn tussen de handschriften. Uiteraard zijn het allemaal afschriften die iemand in de oudheid van de Bijbel heeft gemaakt. Maar sommige passages luiden in de verschillende afschriften anders. Dus iemand heeft iets verkeerd overgeschreven, en dat is van tijd tot tijd gebeurd.

Het is dus mogelijk dat hij vierduizend stallen voor zijn wagenpaarden had, en dat een overschrijver bij het overschrijven van 1 Koningen veertigduizend heeft opgeschreven. Het alternatief, maar dat is misschien minder waarschijnlijk, is dat hij veertigduizend stallen voor zijn wagenpaarden had. Deze man voerde niet eens oorlog, maar hij had al dat militaire materieel. En iemand had bij het overschrijven van Kronieken ten onrechte vierduizend opgeschreven.

Het andere alternatief is dat er een manier bestaat om die twee met elkaar in overeenstemming te brengen. En ik heb pogingen daartoe gehoord. Maar ik vind het minder aannemelijk dat het lukt om ze met elkaar in overeenstemming te brengen dan dat de eenvoudige verklaring klopt dat iemand iets verkeerd heeft overgeschreven. Dat gebeurt vaak genoeg om dat geen problematische veronderstelling te vinden.

En als iemand zegt: ‘Maar ik vind het geen prettig idee dat er een fout in de Bijbel zou kunnen staan. Dat het ene verslag zegt dat het er veertigduizend waren, terwijl het er in werkelijkheid vierduizend waren, of dat het ene verslag vierduizend zegt, terwijl het er in werkelijkheid veertigduizend waren.’ Nou, leer ermee leven. Het is geen probleem. Het is geen probleem met de inspiratie van de Schrift. Het zou te maken hebben met de overlevering van de Schrift.

De Textus Receptus en de overlevering

Illustratie bij: Erasmus vergelijkt handschriften van het Nieuwe Testament.

Er zijn mensen die geloven dat God de tekst van de Schrift door de hele geschiedenis heen soeverein en volmaakt heeft bewaard. En zij zien de Textus Receptus vaak als die tekst. Deze mensen gaan meestal niet zo goed met de feiten om. Want de Textus Receptus is niet één vaststaand geheel van tekst dat onveranderd is doorgegeven. De Textus Receptus is gemaakt door een man die van de Rooms-Katholieke Kerk de opdracht kreeg om verschillende Griekse teksten te nemen en ze tot één tekst samen te voegen. Daarbij koos hij op plaatsen waar verschillen bestonden uit die teksten telkens de meest waarschijnlijke lezing.

En Erasmus was de man die dit deed, en hij maakte de Textus Receptus. Het was zijn eigen creatie, samengesteld uit allerlei verschillende handschriften die niet allemaal met elkaar overeenstemden. Bovendien had hij niet eens een Griekse tekst van Openbaring. Daarom vertaalde hij de tekst van Openbaring uit de Latijnse Vulgaat terug naar het Grieks. Hij maakte helemaal zelf zijn eigen Griekse versie. Dat is de Textus Receptus waarop de King James en de New King James zijn gebaseerd. Ik heb geen ernstige bezwaren tegen de Textus Receptus, maar ik vind het altijd vreemd om mensen te horen doen alsof de Textus Receptus vanuit de oudheid onveranderd aan ons is overgeleverd. Dan denk ik: ‘Weet je niet waar die vandaan komt? Weet je niet hoe die geschreven is? Wat denk je eigenlijk?’

Feit is dat er duizenden handschriften van het Nieuwe Testament zijn. Alles wat ik over de Textus Receptus heb gezegd, heeft betrekking op het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er talrijke handschriften van het Oude Testament, en die stemmen niet allemaal woord voor woord met elkaar overeen. Maar dat is geen bezwaar tegen de inspiratie van de Schrift. Het is alleen een constatering over hoe mensen geschreven documenten bewaren door ze over te schrijven, en daarbij soms fouten maken.

Maar die fouten zijn zo onbeduidend dat het vreemd is als iemand zich daardoor van zijn stuk laat brengen. Ik weet niet waarom iemand zich zorgen zou maken als we het oorspronkelijke aantal paardenstallen van Salomo niet meer zouden weten. Die informatie heeft voor ons geen waarde. Het is alleen een historisch gegeven. Zelfs voor Salomo was het niet van waarde, aangezien hij nooit oorlogen voerde. Ze waren alleen voor de pronk.

Dus ik heb er helemaal geen moeite mee dat iemand in 1 Koningen het verkeerde getal heeft overgeschreven. Het was 4.000, maar iemand schreef het verkeerd over en toen stond er 40.000. Er werd een nul toegevoegd of zoiets. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe dat kan gebeuren, en het is iets waar ik me op geen enkele manier ongerust over maak.

Soms zien mensen de Bijbel als een magisch boek. Echt waar. Ze denken echt gewoon dat het boek een magisch boek is dat bij God vandaan naar beneden is gevallen, tussen leren kaften. Ze zijn niet echt bekend met hoe de Bijbel is ontstaan, hoe die bewaard is gebleven, hoe die is verzameld, hoe de handschriften worden bestudeerd, enzovoort. Zo eenvoudig is het gewoon niet. Maar het is ook geen probleem, want we hebben uitstekende wetenschappers die alle uitstekende handschriften met elkaar vergelijken. Zij hebben er nauwelijks moeite mee om vast te stellen wat de beste lezing van elke passage is. Er zijn wel verschillen tussen de handschriften, doordat de mensen die ze maakten iets verkeerd overschreven, iets verkeerd spelden, de woordvolgorde veranderden of iets kleins van die aard deden.

De Masoretische tekst en de Dode Zeerollen

Illustratie bij: Onderzoekers vergelijken de Dode Zeerollen met de Hebreeuwse tekst.

Om je een idee te geven van de aard van de handschriften van het Oude Testament: honderden jaren lang waren de oudste handschriften van het Oude Testament waarover we beschikten de Masoretische tekst, en die dateerden van rond het jaar 1000 na Christus. Dat wil zeggen dat de Masoretische tekst, een Hebreeuws handschrift van het Oude Testament, het oudste dat we hadden, van rond het jaar 1008 na Christus was. We hadden nieuwere; oudere hadden we niet.

Denk daar nu eens over na. Het Oude Testament is geschreven in de periode vóór Christus. Handschriften die in 1008 werden geschreven of tot stand kwamen, zijn dus late afschriften van een document dat tegen die tijd al meer dan 1.500 jaar was overgeschreven. Veel mensen nemen daarom aan dat je er niet echt op kunt vertrouwen dat die tekst erg getrouw is aan het origineel. Niemand weet immers hoeveel overschrijffouten er in de loop van de tijd kunnen zijn ontstaan.

Maar toen werden de Dode Zeerollen gevonden, en dat was heel nuttig, want de Dode Zeerollen bevatten ook Hebreeuwse afschriften van het Oude Testament. De Dode Zeerollen zijn in de eerste eeuw na Christus tot stand gekomen. Dat betekent dat men, toen men de Dode Zeerollen kon openen en de afschriften van het Oude Testament daarin kon lezen, een handschrift van de Hebreeuwse Bijbel las dat duizend jaar ouder was dan de Masoretische tekst. Dat betekent dat de Dode Zeerollen de Hebreeuwse tekst hebben bewaard in een vorm zoals die in de tijd van Christus bekend was. De Masoretische tekst bewaarde daarentegen een vorm van de tekst zoals die duizend jaar later bekend was, en we hadden niets uit de tussenliggende periode.

Maar toen men de Dode Zeerollen en de Masoretische tekst met elkaar vergeleek, waren ze voor 95 procent hetzelfde, woord voor woord. Hoewel ze in die tussenliggende duizend jaar waren overgeschreven, was er niet meer dan 5 procent verschil. Men zegt dat de verschillen die er waren, onbelangrijke punten betroffen, zoals het verschil tussen 40.000 en 4.000 strijdwagens of zoiets. Dat soort kwesties. Niets wat echt van belang is voor het geloof van een christen of zijn wandel met God.

Elhanan en de broer van Goliath

Illustratie bij: Elhanan in de strijd tegen de Filistijnen.

Zo is de Bijbel dus aan ons overgeleverd. Er zijn enkele gevallen, zoals we hebben gezien, waarin er een man was, Elhanan, aan wie in 2 Samuel het doden van Goliath wordt toegeschreven. In de Hebreeuwse handschriften staat:

2 Samuel 21:19

Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen in Gob, en Elhanan, de zoon van Jaäre-Oregim, versloeg Beth-halachmi, die met Goliath uit Gath was. De schacht van zijn speer was als een weversboom.

Nu staat er in de parallelle passage in Kronieken:

1 Kronieken 20:5

Er was opnieuw oorlog met de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jaïr, versloeg Lachmi, de broer van Goliath uit Gath. De schacht van zijn speer was als een weversboom.

wat vrijwel zeker de juiste lezing is. Maar in de handschriften van 2 Samuel waren de woorden ‘de broer van’ overgeslagen, weggevallen. Een overschrijver had verzuimd ze over te schrijven. Dus zoals het er in 2 Samuel staat, staat er:

Elhanan heeft Goliath gedood.

Nou, Elhanan heeft Goliath niet gedood. Dat heeft David gedaan. Gelukkig hebben we dus de paralleltekst in Kronieken, waarin de oorspronkelijke lezing bewaard is gebleven. Dat is waarschijnlijk ook hier het geval. Oorspronkelijk stond er één getal, en een van de twee documenten bewaart het oorspronkelijke getal. In het andere lijkt een fout te zijn gemaakt. Er zijn vernuftigere manieren om te proberen te zeggen dat beide getallen kloppen, maar die lijken mij onnodig. Ze zijn gewoon niet nodig.

Er is zo'n eenvoudig antwoord op, waar niets tegen in te brengen is. Dat lijkt mij het voor de hand liggende antwoord. Maar anderen zullen voor een andere benadering kiezen.

Salomo’s wijsheid, spreuken en liederen

Illustratie bij: Salomo spreekt spreuken en maakt liederen.

Nu vers 27:

1 Koningen 4:27-30

27Die opzichters verzorgden, ieder in zijn maand, het levensonderhoud van koning Salomo en van iedereen die tot de tafel van koning Salomo naderde. Aan niets lieten zij het ontbreken. 28De gerst nu en het stro voor de paarden en voor de snelle paarden brachten zij naar de plaats waar hij was, ieder volgens zijn opdracht. 29God gaf Salomo wijsheid, zeer veel inzicht en groot verstand, overvloedig als het zand dat aan de oever van de zee is. 30De wijsheid van Salomo was groter dan de wijsheid van alle mensen van het Oosten, en dan alle wijsheid van de Egyptenaren,

Er waren in de hele oosterse wereld en in heel Egypte wijze mannen die bekendstonden als filosofen. Mannen die spreuken voortbrachten en dergelijke, zoals Salomo zelf ook deed. Maar volgens deze schrijver was hij wijzer dan zij allemaal. En dat was ongetwijfeld terecht, want God had gezegd dat Hij hem wijzer zou maken.

1 Koningen 4:31

ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan Ethan, de Ezrahiet, Heman, Chalcol en Darda, de zonen van Mahol, en zijn naam was bekend bij alle heidenvolken rondom.

Dat moeten heel scherpzinnige mannen zijn geweest, al weten we niet wie ze waren. Maar zij waren de maatstaf voor wijsheid, en Salomo overtrof hen.

1 Koningen 4:32

Ook sprak hij drieduizend spreuken uit en waren er van hem duizend en vijf liederen.

We hebben, geloof ik, minder dan duizend, zeker minder dan duizend spreuken van Salomo in het boek Spreuken. Dus minstens twee derde van de spreuken die hij schreef of uitsprak, is niet bewaard gebleven. In elk geval niet tot op de dag van vandaag.

Hij schreef heel veel liederen. We hebben er maar één van vastgelegd, en dat staat op een cassettebandje, dus de kwaliteit is niet zo goed. Nee, het is vastgelegd in het Hooglied. Dat is het Hooglied van Salomo. Het wordt het Lied der liederen genoemd, dat van Salomo is. Het was zijn lievelingslied van alle duizend en vijf liederen waarvan we weten dat hij ze had. Van zijn liederen is er maar één voor ons bewaard gebleven.

Salomo als natuuronderzoeker en beroemd koning

Illustratie bij: Salomo onderwijst bezoekers over de natuur.
1 Koningen 4:33

Hij sprak ook over de bomen, van de ceder, die op de Libanon groeit, tot de hysop, die uit de muur komt. Hij sprak ook over het vee, over de vogels, over de kruipende dieren en over de vissen.

Dat wil zeggen, de grootste boom en het kleinste onkruid.

Hij was een natuuronderzoeker.

Sommige van zijn spreuken verwijzen naar dieren, zoals bijvoorbeeld de mier of de klipdas. Soms worden er nog andere dieren genoemd: het paard of het varken. Maar afgezien van de spreuken hield hij blijkbaar verhandelingen over deze onderwerpen uit de natuur. Met andere woorden, hij legde zich uit belangstelling toe op het bestuderen van bomen en planten en dieren. Hij was een natuuronderzoeker, en blijkbaar werd hij voor zijn tijd behoorlijk deskundig op die gebieden, zodat:

1 Koningen 4:34

En uit alle volken kwamen er om naar de wijsheid van Salomo te luisteren, van alle koningen van de aarde die van zijn wijsheid gehoord hadden.

Opnieuw die hyperbool:

alle koningen van de aarde.

Ik denk niet dat de koning van de Maya's overkwam, of de koning van de Aboriginals in Australië. Dit is duidelijk opnieuw een hyperbool. En de reden dat ik daarop wijs, is dat dit verhaal vol hyperbolen staat, zoals dat doorgaans in de Bijbel het geval is. En dat is goed om te weten. Het is belangrijk om te weten, want er zijn passages die we heel anders zouden opvatten als we de aanwezigheid van hyperbolen in de Bijbel niet herkennen.

Zo werd Salomo internationaal beroemd om zijn wijsheid, om zijn rijkdom en om alles, de luister van zijn koninkrijk. Sterker nog,

Mattheüs 6:29

en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.

De uitdrukking ‘Salomo in al zijn heerlijkheid’ gebruikte Jezus Zelf voor Salomo. Ze beschrijft de luister en de eer die hij genoot.

De vervulling van Gods landbelofte aan Abraham

Illustratie bij: Koninkrijken aan de Eufraat dienen Salomo.

Ik wil alleen even wijzen op het gebied waarover hij regeerde, op de grenzen die bijvoorbeeld in vers 21 van dit hoofdstuk worden genoemd:

1 Koningen 4:21

Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier de Eufraat tot het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.

Dit zijn in wezen dezelfde grenzen waarover God met Abraham sprak toen Hij zei:

Genesis 13:15

Want al het land dat u ziet, zal Ik voor eeuwig aan u en uw nageslacht geven.

En hoewel dit hele genoemde gebied geen deel werd van Israël als zodanig, werd het wel deel van het rijk waarover Israël heerste. En daarom heeft God hun al dit land wel degelijk gegeven. En ze hadden er macht over. Ze regeerden erover. En zo heeft God Zijn belofte wel degelijk vervuld door Israël al het land te geven waarvan Hij had gezegd dat Hij het hun zou geven.

En dat wordt hier alleen genoemd omdat er mensen zijn die zeggen dat dit niet is gebeurd. Vooral aanhangers van de bedelingenleer zeggen dat God Israël nooit al het land heeft gegeven dat Hij Abraham had beloofd. Israël heeft nooit tot aan de Eufraat gereikt. Maar ze hebben ongelijk. De Bijbel zegt dat Hij het wel heeft gedaan. En daarom zijn er hierover niet noodzakelijkerwijs onvervulde beloften die nog in de toekomst vervuld moeten worden, wat sommige mensen op grond van die informatie beweren.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 1 Kings 3 - 4. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…