2 Timotheüs 3:10-4:22

Paulus wil Timotheus voor zijn dood zien

Luisteren 29 min Lezen ± 23 min · Lezing 5 van 5

Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/2-timotheus/3-10-4-22.pdf?v=687a4c952427. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/2-timotheus/3-10-4-22.

Samenvatting

Paulus spoort Timotheus aan tot trouw in zijn bediening en bespreekt zijn naderende dood en persoonlijke omstandigheden.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Paulus’ oproep om ondanks vervolging vast te houden aan het ontvangen onderwijs en het Woord te blijven prediken. Hij benadrukt dat de Schrift door God is uitgeademd en de mens van God volledig toerust voor elk goed werk. Vervolgens behandelt hij Paulus’ verwachting van zijn naderende dood, zijn voltooide geloofsstrijd en de krans die ook wordt beloofd aan allen die Christus’ verschijning liefhebben. Bij de persoonlijke mededelingen bespreekt hij onder meer Demas’ liefde voor de wereld, Markus’ herwonnen bruikbaarheid en het verschil tussen Paulus’ vergevingsgezindheid tegenover wie hem verlieten en zijn gebed om vergelding voor Alexander als tegenstander van het Evangelie. Hij legt uit dat Paulus op Gods verlossing vertrouwt zonder te verwachten opnieuw aan de dood te ontkomen.

Paulus als voorbeeld in vervolging

Illustratie bij: Paulus wordt na de steniging in Lystra overeind geholpen.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 2 Timotheus 3 vers 10 tot en met hoofdstuk 4 vers 22, deel 5.

2 Timotheüs 3:10-11

10Maar ú hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding, 11in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost.

Daarmee bedoelt hij waarschijnlijk Antiochië in Pisidië, niet Antiochië, waar zijn thuisgemeente was. Want hij noemt ook Ikonium en Lystra, de steden die Paulus op zijn eerste zendingsreis bezocht. Lystra was de plaats waar hij Timotheus meenam, dus dat was de woonplaats van Timotheus. Timotheus was dus goed op de hoogte van de vervolgingen en verdrukkingen die daar plaatsvonden, ook van die keer dat Paulus gestenigd werd. Paulus werd in Lystra gestenigd, en Timotheus wist daar blijkbaar ook van.

Zelfs nadat hij gestenigd was, werd hij overeind geholpen en overleefde hij dat, naar het schijnt op wonderbaarlijke wijze.

Maar hij verwacht niet dat hij uit zijn huidige crisis verlost zal worden, behalve door de dood.

2 Timotheüs 3:12

En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.

2 Timotheüs 3:13

Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger gaan: zij misleiden en worden misleid.

Sommige mensen zullen steeds slechter worden. De rest van ons kan erop rekenen door hen vervolgd te worden.

Je moet je wel vervelend voelen dat je niet veel vervolgd bent. Misschien ben je niet godvruchtig genoeg geweest. Of misschien is de vervolging die je ondergaat op dit moment juist niet zo hevig.

We krijgen allemaal met enige vervolging te maken, of we dat nu weten of niet. Er zijn mensen die ons mijden of achter onze rug over ons praten, enzovoort. Het doet ons niet veel pijn als we het niet weten. Maar het is een vorm van vervolging, en er kan een tijd komen dat die uitbarst in meer zichtbare en pijnlijke vormen.

De Schrift als maatstaf en toerusting

Illustratie bij: Timotheüs leert van jongs af de heilige Schriften.
2 Timotheüs 3:14-15

14Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, 15en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is.

2 Timotheüs 3:16-17

16Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, 17opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.

‘Door God ingegeven’ kan beter worden vertaald als ‘door God uitgeademd’. Het woord voor ‘leer’ in de Engelse vertaling betekent ‘onderwijs’.

Als ik niet al zo vaak over deze verzen had gesproken, zou ik in de verleiding komen heel uitvoerig in te gaan op waar dit over gaat. Het zijn enkele van mijn lievelingsverzen. Maar jullie weten allemaal hoe ik erover denk, en jullie hebben me er allemaal al eerder over horen spreken. Ik wil er alleen op wijzen dat Paulus hier aangeeft dat de Schriften uit Gods eigen mond komen, dat ze door God zijn uitgeademd. Daarom zijn ze de betrouwbare maatstaf voor onderwijs, voor terechtwijzing en ook voor het geven van onderricht, positieve leiding in gerechtigheid, in rechtvaardig leven.

Er zijn andere bronnen die we kunnen raadplegen. Godvruchtige mensen kunnen ons raad geven, en zelfs wereldse wijsheid zit er in sommige gevallen misschien niet zo ver naast. Maar er is geen betere maatstaf dan de Schrift. En de man die de Schrift heeft, die een man van God is met de Schrift in zijn hand en in zijn hart, is een man die alles heeft wat hij nodig heeft. Hij is volledig toegerust voor elk goed werk. Hij is een compleet mens, man of vrouw, en is volledig toegerust voor alles wat hij voor God moet doen. Dit lijkt erop te wijzen dat een aanvullende gespecialiseerde opleiding in de psychologie, of een studie filosofie of andere dingen, niet echt nodig is om je veelzijdig te ontwikkelen. Maar eenvoudig weten wat God heeft gezegd en daaraan vasthouden, is de beste toerusting die je nodig hebt.

Blijf het Woord prediken bij dwaling

Illustratie bij: Timotheüs blijft geduldig onderwijzen ondanks afwijzing.

We zullen snel door hoofdstuk 4 heen gaan. Er zijn niet zo veel leerstellige punten te bespreken, voor het grootste deel alleen persoonlijke punten.

2 Timotheüs 4:1

Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:

Dat betekent dat Hij de doden zal opwekken en de levenden zal opnemen en hen allemaal zal oordelen.

2 Timotheüs 4:2

predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht.

Dat wil zeggen, of het nu gelegen komt of niet. Vervul je plicht in de bediening, of het je nu gemakkelijk of moeilijk afgaat. In de specifieke periode waarin Paulus schreef, was het een moeilijke tijd. Het was geen gunstige tijd om christen te zijn. Of we kunnen het ook andersom zeggen: het jachtseizoen was geopend.

‘Geduld’ en ‘onderricht’ betekenen hier: geduldig onderwijs geven.

Geduldig onderwijs geven. En dat onderwijs moet overtuigend onderwijs omvatten, misschien apologetiek [vertalersnoot: De spreker gaat hier uit van het Engelse ‘convince’, ‘overtuig’, waar het Nederlandse citaat ‘weerleg’ heeft]; terechtwijzing, wat er in wezen op neerkomt dat je mensen op het rechte spoor brengt wanneer ze het mis hebben; en aansporing, wat letterlijk bemoediging betekent. Dit zijn dus allemaal onderdelen van het onderwijs waarmee hij zich moet bezighouden.

2 Timotheüs 4:3

Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.

Het is niet alleen dat ze ervan zullen afdwalen; ze zullen die niet verdragen. Ze zullen die niet tolereren. De gezonde leer zal hun tegen de borst stuiten.

2 Timotheüs 4:4

Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.

Nogmaals, Paulus heeft het waarschijnlijk over iets in de nabije toekomst, gerekend vanaf zijn tijd. Hij spreekt niet rechtstreeks over onze tijd, al is de verleiding groot om te zien hoe onze tijd bij deze passage past. Het betekent niet dat hij profeteert over de dagen waarin wij leven. Waarschijnlijk profeteert hij over een periode die kort nadat hij die voorspeld had, al gekomen en weer voorbijgegaan is. Maar het heeft zeker een toepassing in tweede instantie op allerlei verschillende situaties, waaronder de onze: mensen die hun oren van de waarheid afwenden en de voorkeur geven aan verzinsels. De theorie dat de mens zich heeft ontwikkeld uit een klodder protoplasma, of daarvoor zelfs uit waterstofatomen, is zeker een verzinsel. Het is net als de fabels van Aesopus. Als je zegt dat een prinses een kikker kuste en dat hij in een prins veranderde, dan is dat een sprookje. Als je zegt dat de kikker tien miljard jaar de tijd kreeg en een prins werd, dan heet dat wetenschap. Het is evenzeer een sprookje, of je hem nu tien miljard jaar geeft of dat een kus het werk doet. Het blijft magie. Het blijven verzinsels. Het blijft dwaasheid, maar ze geven er de voorkeur aan omdat ze de waarheid niet kunnen verdragen. Want de waarheid stelt morele eisen aan hen waaraan ze zich niet willen onderwerpen.

Trouwens, evolutionisten geloven in wezen dat alles uit waterstof is voortgekomen, dat er in het begin waterstof was. Een beroemde evolutionist zei: ‘In het begin was waterstof.’ Dat was duidelijk bedoeld als bespotting van de Bijbel, want hij gelooft dat in wezen alles uit waterstof is voortgekomen. Iemand reageerde op die opmerking met: ‘Dan moeten we waterstof definiëren als een geurloos, kleurloos en smaakloos gas dat, als je het genoeg tijd geeft, mensen wordt.’ Dat zet de zaak in perspectief. Het is een belachelijke definitie van waterstof, maar blijkbaar is dat hoe evolutionisten het begrijpen.

Vers 4:

Het werk van een evangelist

Illustratie bij: Timotheüs doet het werk van een evangelist.

Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren. Ze zullen zich tot verzinsels wenden. Maar jij, blijf in alles alert, houd vol als je het moeilijk krijgt. Doe het werk van een evangelist. Voer je taak helemaal uit.

Het woord ‘evangelist’ wordt niet zo vaak in de Bijbel gebruikt. Het komt van het Griekse woord dat, in Engelse letters weergegeven, ‘evangel’ zou zijn, of ‘euangelion’ in het Grieks. Het betekent de blijde boodschap, het goede nieuws. Een evangelist is iemand die goed nieuws verkondigt, of iemand die het Evangelie predikt. Maar het woord wordt weinig gebruikt. Het wordt, geloof ik, drie keer in het Nieuwe Testament gebruikt. Eén keer wordt Filippus een evangelist genoemd: Filippus de evangelist, die in Caesarea was geweest en bij wie Paulus en zijn reisgezelschap op weg naar Jeruzalem overnachtten. Dan hebben we ook de uitspraak in Efeze 4:11:

Efeze 4:11

En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,

En hier krijgt Timotheus te horen dat hij het werk van een evangelist moet doen.

De woorden ‘evangelist’ en ‘evangelisatie’ komen dus eigenlijk niet zo vaak in de Bijbel voor, maar het gaat eenvoudig over het werk van het prediken van het Evangelie. Bepaalde personen worden evangelisten genoemd. Sommigen zijn evangelisten, niet iedereen. Hij heeft sommigen als evangelisten gegeven. Timotheus was blijkbaar een van hen.

Paulus’ naderende dood en zijn beloning

Illustratie bij: Paulus overziet zijn volbrachte dienstwerk.
2 Timotheüs 4:5-6

5Maar u, wees nuchter in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk ten volle. 6Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande.

Hij zag zijn dood als het aanbieden van zichzelf als een offer. In het Oude Testament werd soms wijn op het altaar uitgegoten als een offer aan God, net zoals dieren geofferd werden. Paulus schreef aan de Romeinen:

Romeinen 12:1

Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.

Zolang je leeft, moet je een levend offer zijn. Maar zelfs als je sterft, kun je een offer zijn. Je kunt je leven als het ware op het altaar uitgieten, als een plengoffer, door de marteldood te sterven.

2 Timotheüs 4:7-8

7Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. 8Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

Sommige mensen hielden meer van genot dan van God, zei hij eerder. Maar een christen zal de verschijning van Christus liefhebben, omdat hij Christus liefheeft en ernaar verlangt Hem te zien. Een christen die het te comfortabel heeft of te gehecht is aan de dingen van deze wereld, zal er niet erg naar uitzien dat Jezus komt en dat onderbreekt. Ik herinner me in het bijzonder dat de vrouw van een goede voorganger eens zei: ‘Ik zie er niet zo naar uit dat Jezus terugkomt. Ik heb het tenslotte naar mijn zin.’

Nou, natuurlijk hebben we het naar onze zin, maar in dit leven genieten we van God. Maar stel dat iemand van wie je houdt in het buitenland was en je brieven schreef. Zou je dan meer van zijn brieven genieten dan van zijn aanwezigheid? Als we Jezus liefhebben en Hij ons nu al vreugde kan geven, hoeveel te meer verlangen we er dan natuurlijk naar Hem te zien en in Zijn aanwezigheid te zijn:

waar je volop vreugde vindt. Aan Zijn rechterhand is er voor altijd plezier.

Christenen die de Heere liefhebben, kunnen ernaar uitzien gekroond te worden, maar alleen als zij, net als Paulus, de goede strijd gestreden hebben, de wedloop voltooid hebben en het geloof behouden hebben. Sommigen hebben het geloof verlaten, maar hij heeft het behouden en de strijd en de wedloop voltooid. Dat is duidelijk iets wat vereist is als je gekroond wilt worden.

Demas vertrekt en Lukas blijft bij Paulus

Illustratie bij: Lukas blijft Paulus trouw gezelschap houden.

Vers 9:

2 Timotheus 4:9

Beijver u om spoedig naar mij toe te komen,

Eindelijk komt de voornaamste reden voor zijn brief naar voren:

2 Timotheüs 4:10

want Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Hij is naar Thessalonica vertrokken, Krescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.

1 Johannes hoofdstuk 2, vers 15 tot en met 17, zegt:

1 Johannes 2:15-17

15Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

Iemand die de wereld liefheeft, heeft niet tegelijkertijd de liefde van God. En hij zegt:

Demas heeft me in de steek gelaten. Hij is van deze wereld gaan houden.

Hij had God niet meer lief.

2 Timotheüs 4:10

Hij is naar Thessalonica vertrokken, Krescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.

Crescens is een andere medewerker.

2 Timotheüs 4:11

Alleen Lukas is bij mij.

Het is een beetje beangstigend, dat laatste deel van vers 10. Ik weet niet helemaal zeker wat hij over Crescens en Titus zegt. Demas is naar Thessalonica gegaan, Crescens is naar Galatië gegaan en Titus is naar Dalmatië gegaan. We weten niet waarom Titus of Crescens gingen waar ze naartoe gingen. Misschien had Paulus hen daarheen gestuurd voor een opdracht, en vervulden ze trouw hun taak. Aangezien hij zegt:

2 Timotheüs 4:10

want Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Hij is naar Thessalonica vertrokken, Krescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.

vraag je je af of hij ook zegt dat Crescens en Titus onder soortgelijke omstandigheden naar hun bestemmingen zijn gegaan. Ik hoop van niet, want Titus had natuurlijk later de brief aan Titus ontvangen. Het zou jammer zijn om te moeten denken dat hij deze brief van Paulus had ontvangen en Paulus later in dezelfde zin had verlaten als Demas.

[Een vraag uit het publiek is hier niet verstaanbaar.]

‘Alleen Lukas is bij me’ betekent niet dat hij de enige gelovige is of de enige persoon die hem niet heeft verlaten. Maar hij is de enige die daar in Rome bij hem is.

Die zinsdelen hebben het werkwoord ‘vertrokken’ nodig, anders zijn ze niet te begrijpen. Waar er staat:

Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië, is ‘vertrokken’ het werkwoord dat in die zinsdelen wordt verondersteld. ‘Is bij mij’ is daarentegen het werkwoordelijke zinsdeel dat op Lukas van toepassing is. Let erop dat Lukas de enige is die Paulus op dat moment bij zich had. Hij had Onesiforus niet bij zich, en hij had ook geen van deze andere mannen bij zich, die nu allemaal weg zijn. Al kunnen twee van hen, Crescens en Titus, in goede verstandhouding zijn vertrokken. Paulus kan hen eropuit hebben gestuurd om ergens poolshoogte te nemen, dus we kunnen niet van het ergste uitgaan.

Hij zegt:

Markus is weer nuttig voor de bediening

Illustratie bij: Paulus vraagt om Markus, zijn mantel en de perkamenten.

Haal Markus, en we nemen aan dat dit Johannes Markus is,

2 Timotheüs 4:11

Alleen Lukas is bij mij. Haal Markus op en breng hem met u mee, want hij is voor mij van veel nut voor de ambtelijke bediening.

Hij wilde dat Timotheus kwam en Markus meenam. Dit is interessant, want we weten niet zo veel over Markus. Maar we weten wel dat er destijds in Handelingen hoofdstuk 15 een conflict was tussen Barnabas en Paulus over de vraag of Markus nuttig was. Barnabas wilde Markus meenemen op de tweede zendingsreis. Paulus wilde dat niet, omdat Markus op de eerste zendingsreis had laten zien dat hij niet erg nuttig was en hem in de steek had gelaten.

Als dit dezelfde Markus is, en de meesten nemen aan van wel, dan lijkt het erop dat Markus het vertrouwen van Paulus had herwonnen. Markus had in de tussenliggende jaren bewezen dat hij trouw was. Volgens de overlevering reisde hij met Petrus mee. 1 Petrus sluit af met:

1 Petrus 5:13

U groet de mede-uitverkoren gemeente die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

Dit is dezelfde Markus, Johannes Markus. Hij was niet de lichamelijke zoon van Petrus, maar een zoon voor Petrus zoals Timotheus dat voor Paulus was. Nu bevestigt Paulus dat Markus een nuttig persoon is.

2 Timotheüs 4:12

Maar Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd.

Wat bewijst dat Tychikus en misschien anderen naar allerlei plaatsen werden gestuurd. En daar zouden Crescens en Titus ook bij kunnen horen.

2 Timotheüs 4:13

Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Karpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten.

Daar hebben we het eerder over gehad.

Vergeving en oordeel bij tegenstand

Illustratie bij: Alexander de kopersmid verzet zich tegen de verkondiging.
2 Timotheüs 4:14

Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad aangedaan. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken.

Met andere woorden: laat de Heere hem straffen.

2 Timotheüs 4:15

Wees ook zelf voor hem op uw hoede, want hij is krachtig tegen onze woorden ingegaan.

Over deze Alexander de kopersmid hebben we eerder al gespeculeerd. Hij werd samen met Hymeneüs genoemd, als het dezelfde Alexander is, in de eerste brief: een van de ketters die de gemeente last bezorgden.

Vers 16:

2 Timotheüs 4:16

Bij mijn eerste verdediging was er niemand die mij bijstond, maar zij hebben mij allen verlaten. Moge het hun niet toegerekend worden.

Dat wil zeggen: zijn eerste verhoor voor Nero, iets wat niet meer in het boek Handelingen is opgenomen, omdat dat niet zo ver doorloopt. Hier is een interessant punt. Paulus was door zijn broeders in de steek gelaten, en hij had verbitterd kunnen zijn, maar dat was hij niet. Hij zei:

Hopelijk wordt het hun niet aangerekend, vergelijkbaar met wat Jezus zei:

Lukas 23:34

En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.

Stefanus zei bij zijn dood:

Handelingen 7:60

En terwijl hij op de knieën viel, riep hij met luide stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En toen hij dat gezegd had, ontsliep hij.

vergelijkbaar met wat Paulus nu zegt.

Het is interessant dat Paulus Stefanus dat had horen zeggen voordat hij christen was. Ongetwijfeld heeft die uitspraak van Stefanus, naast andere dingen, tot de bekering van Paulus geleid. Want Stefanus bad voor Paulus toen hij stierf en deed voorbede voor hem. Nu spreekt Paulus, vlak voor zijn dood, een bijna woordelijk identieke wens uit om barmhartigheid voor degenen die hem in de steek hebben gelaten. Daarin klinken de gevoelens van Stefanus door, en die van Christus vóór hem.

Het interessante hier is dat hij weliswaar niet wenst dat deze mensen hun zonde wordt toegerekend, maar dat hij tegenover Alexander in vers 14 een andere houding heeft:

2 Timotheüs 4:14

Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad aangedaan. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken.

Dat betekent beslist: straf hem, want zijn werken waren slechte werken. We hebben hier iets interessants. Paulus wenst één man die verkeerd heeft gehandeld een vervloeking toe. Maar deze anderen, die verkeerd hebben gehandeld, wenst hij niet toe dat ze vervloekt worden.

Waarom? Omdat het tegen hem gericht is. Zoals ik het begrijp, is het omdat degenen die hem in de steek hebben gelaten, alleen hem onrecht hebben aangedaan, en hij koestert geen persoonlijke wrok. Over Alexander wordt ons in vers 15 gezegd:

2 Timotheüs 4:15

Wees ook zelf voor hem op uw hoede, want hij is krachtig tegen onze woorden ingegaan.

Dat wil zeggen, hij is een tegenstander van de waarheid. Hij is een tegenstander van het Evangelie. Hij is niet alleen een vijand van Paulus; hij is een vijand van de waarheid. Hij is een ketter. Hij richt schade aan in de gemeente. Hij doet veel mensen kwaad, niet alleen Paulus. Daarom wenst Paulus dat God hem zou uitschakelen. Hij wenst dat God die man zou straffen, net zoals in sommige psalmen, waar David dat toewenst aan mensen die slecht zijn. Hij wenst hun een oordeel toe. Maar degenen die Paulus alleen persoonlijk hebben afgewezen en hem persoonlijk schade hebben berokkend, wenst hij geen kwaad toe. Hij hoopt juist dat ze vergeving zullen krijgen.

De Heer redt Paulus uit de muil van de leeuw

Illustratie bij: Paulus getuigt zonder menselijke bijstand voor het gerecht.

Vers 17:

2 Timotheüs 4:17

Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost.

Dat wil zeggen, tijdens zijn proces. Niemand anders stond hem bij, maar de Heere wel.

Dat zou kunnen betekenen dat God ervoor zorgde dat hij uit die gevangenschap werd vrijgelaten, zodat hij in andere gebieden kon prediken, misschien zelfs in Spanje.

Sommigen hebben gedacht dat dit betekent dat hij, voordat hij door de rechtbank werd vrijgesproken, werkelijk het gevaar liep voor de leeuwen te worden geworpen. Dat een van de mogelijkheden was dat hij door leeuwen zou worden gedood. Dat is mogelijk. We weten dat Nero sommige christenen inderdaad aan de leeuwen heeft gevoerd. Maar dat was niet de gebruikelijke manier om misdadigers terecht te stellen. Latere keizers hebben ook veel christenen aan leeuwen gevoerd. Maar Paulus is, zoals we uit later tijd weten, met het zwaard gedood. We weten dus niet zeker of hij werkelijk het gevaar liep om aan leeuwen te worden gevoerd.

‘Uit de muil van de leeuw verlost’ zou een verwijzing kunnen zijn naar Nero zelf als de leeuw. Er zijn aanwijzingen dat de vroege gemeente over Nero sprak als het beest. In Openbaring 13, waar het beest wordt genoemd, staat dat het beest de muil van een leeuw had. Precies dezelfde uitdrukking gebruikt Paulus hier:

Ik ben uit de bek van de leeuw gered.

Uit de muil van het beest dus.

Alle vroege christenen begrepen Openbaring 13 als een beschrijving van Nero. Tegenwoordig is dat onder Bijbelgeleerden geen erg populaire opvatting, maar de vroege opvatting was dat Openbaring 13 een beschrijving van Nero was. Het beest met de muil van een leeuw zou dus Nero kunnen zijn geweest, als die uitleg juist is. Paulus gebruikte misschien een uitdrukking die onder de vroege christenen algemeen bekend was. Nero was de leeuw, of het beest, en hij werd uit zijn muil verlost. Dat wil zeggen, bij zijn eerste proces werd hij niet terechtgesteld.

Omdat hij een Romeins burger was, kon hij toch niet aan de leeuwen worden gevoerd? Ik vermoed van niet, want ik denk dat terechtstelling met het zwaard een recht is dat bij het Romeinse burgerschap hoort. Ik weet dat ze niet gekruisigd mochten worden. Ik weet niet zeker of dat met die leeuwen wel of niet een andere mogelijkheid was.

Verlossing van zonde en het kwaad

Illustratie bij: Paulus vertrouwt op bewaring tot het hemelse Koninkrijk.
2 Timotheüs 4:18

En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

Let op: God heeft me eerder van de dood verlost. Ik verwacht niet dat Hij me opnieuw van de dood zal verlossen, maar waarvan ik verlost wil worden, is niet de dood, maar slechte werken. God kan me verlossen van het zondige van mijn gedrag. Dat is mijn echte vijand. Ik ben minder bang voor de dood dan voor zonde. Ik verwacht niet dat God me deze keer van de dood zal verlossen. De vorige keer deed Hij dat wel. Maar Hij zal me verlossen van zonde, van slechte werken. Hij zal me bewaren voor wat ik werkelijk vrees. Hij zal me ervoor bewaren dat ik mijn integriteit en mijn goedheid prijsgeef.

1 Samuel 17:37

De God Die mij van de beer en de leeuw heeft gered, zal mij hiervan redden.

Zoals David, die zei:

De God Die me uit de bek van de leeuw en uit de klauwen van de beer heeft gered, zal me ook uit de handen van deze Filistijn redden.

Misschien wordt hier iets gesuggereerd, want net als David zegt hij:

2 Timotheüs 4:17

En ik ben uit de muil van de leeuw verlost.

Dat zei David ook. Maar vervolgens zei David:

En God zal me van deze Filistijn redden.

Paulus zegt vervolgens:

God zal me redden van...

Zonde, in wezen.

Natuurlijk hoeft elk slecht werk geen persoonlijke zonde te zijn. Het kunnen de slechte werken van anderen zijn. Paulus had geleden onder de slechte werken van veel mensen. Hij zou kunnen bedoelen dat ik door te sterven aan al die mishandeling zal ontkomen. God zal me verlossen uit deze wereld, dit tranendal, waar ik onderworpen ben geweest aan de vele slechte werken van slechte mensen. Maar ze zullen me niet kunnen volgen naar de plaats waar ik heen ga. God zal me daaruit verlossen. Dat is ook een mogelijkheid.

Hoe dan ook, hij zegt niet dat hij verwacht van de dood verlost te worden. Misschien zegt hij zelfs dat de dood de verlossing zal zijn waarnaar hij verlangt.

2 Timotheus 4:18

En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.

Laatste groeten en persoonlijke verzoeken

Illustratie bij: Paulus laat de zieke Trofimus in Milete achter.
2 Timotheüs 4:19

Groet Prisca en Aquila, en het huis van Onesiforus.

Prisca is een verkorte vorm van Priscilla.

Maar niet Onesiforus zelf, alleen zijn huisgezin. Bedenk dat hij eerder werd genoemd. Hij is degene die Paulus in Rome bezocht toen hij daar in ketenen zat, en het is niet zeker of hij dat bezoek heeft overleefd.

2 Timotheüs 4:20

Erastus is in Korinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ziek achtergelaten.

Dat is iets vreemds, aangezien Paulus zoveel mensen genas. Soms kon hij in Efeze zelfs zweetdoeken en schorten die hij op zijn lichaam had gedragen naar mensen laten brengen. En niet alleen werden mensen daardoor genezen, maar er gingen ook demonen uit mensen weg als ze die ontvingen. Hij had daar echt een zalving. Maar hier is een geval in Milete, niet erg ver van Efeze, waar hij een van zijn mannen achterliet omdat hij hem niet kon genezen. Hij was ziek, maar hopelijk is hij inmiddels hersteld.

2 Timotheüs 4:21

Beijver u om voor de winter te komen. U groeten Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle broeders.

Want hij moet natuurlijk Paulus’ mantel meebrengen. Die zal Paulus nodig hebben. Zo staat het in vers 13. Hij zal in de problemen komen. Misschien verwacht hij toch al niet dat hij na de winter nog zal leven. Dat is moeilijk te zeggen.

Om nog maar te zwijgen van Charlie Brown.

2 Timotheüs 4:22

De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met u allen. Amen.

Dat is een gebruikelijke manier waarop hij zijn brieven afsluit.

Gods genade voor jullie allemaal.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 2 Timothy (Part 5). Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…