2 Timotheüs 1:7-18
Paulus vraagt Timotheus zijn lijden te delen
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.pdf?v=1a312959f306. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.
Samenvatting
Paulus moedigt Timotheus aan om door Gods kracht trouw te blijven aan het Evangelie, ook onder lijden.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt hoe de Heilige Geest kracht, liefde en bezonnenheid geeft en hoe Paulus Timotheus aanspoort zich niet voor het Evangelie of zijn gevangenschap te schamen. Hij onderzoekt Gods roeping uit genade en bespreekt hoe uitspraken over uitverkiezing en de noodzaak om te blijven geloven met elkaar samenhangen. Ook legt hij uit dat Christus de dood al buiten werking heeft gesteld voor gelovigen, terwijl de definitieve vernietiging van de dood nog op de opstanding wacht. Hij benadrukt dat Gods bewaring samengaat met het vasthouden aan de waarheid door geloof en de hulp van de Heilige Geest, en bespreekt Onesiforus als voorbeeld van trouw aan Paulus.
Kracht en liefde door de Heilige Geest #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 2 Timotheus 1, vers 7 tot en met vers 18, deel 2.
Kracht is iets waaraan de meeste pinkstergelovigen en charismatici onmiddellijk denken wanneer ze denken aan het werk van de Heilige Geest in het christelijke leven. We denken namelijk aan een van onze lievelingsverzen, Handelingen 1:8:
maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.
Wanneer de Heilige Geest op iemand komt, of wanneer van iemand wordt gezegd dat hij in de Heilige Geest is gedoopt, weten we dat kracht een van de uitingen van de Geest is. Die kracht kan heel goed tot uiting komen in krachtige gaven zoals tekenen, wonderen, wonderwerken, genezingen, bovennatuurlijke uitingen van bovennatuurlijke kracht. Dat is zeker waar.
Helaas zijn christenen dat, in elk geval in sommige kringen, gaan zien als de voornaamste en belangrijkste uiting van de Geest. Paulus erkent dat de Geest ons kracht geeft, maar hij gaat verder en zegt:
En liefde.
Liefde heeft natuurlijk meer met het karakter te maken. Het is iets wat volgens Galaten 5:22 een vrucht van de Geest is. Liefde is datgene wat verandert hoe we met mensen omgaan. Ze heeft te maken met ons karakter en met de kwaliteit van onze omgang met elkaar. Ze is natuurlijk het grote gebod. Alleen de Heilige Geest kan ons daartoe in staat stellen, dat wil zeggen, tot liefhebben.
In Romeinen 5:5 zei Paulus:
En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.
Romeinen 5:5. En dan vertelt Galaten 5:22 ons natuurlijk:
De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
De Geest geeft ons dus kracht, waarbij we gewoonlijk denken aan de gaven van de Heilige Geest, maar ook liefde, de voornaamste vrucht van de Geest.
De Geest vernieuwt ons denken #
Dan een gezond verstand. De term ‘sound mind’ wordt in verschillende vertalingen op verschillende manieren vertaald. Sommige vertalen hem zelfs met ‘self-control’, zelfbeheersing. Hoe vertaalt de New American Standard dat vers? ‘Discipline’, discipline. Zelfbeheersing, discipline, dat is de gedachte. Verschillende vertalingen gebruiken daar verschillende woorden: discipline, zelfbeheersing. De King James en de New King James gebruiken allebei de term ‘sound mind’. Het Griekse woord wordt elders ook vertaald met ‘sensible’, verstandig. Verstandig kan betrekking hebben op de manier waarop je denkt, en daarom worden weergegeven als ‘een gezond verstand’. Of het kan betrekking hebben op je gedrag, dat je je op een verstandige manier gedraagt. Je gedrag wordt geleid door gezond verstand in plaats van door impulsen. Dat komt neer op gedisciplineerd zijn of jezelf beheersen.
Iemand die zich door gezond verstand laat leiden, moet dat doen door verlangens en impulsen te onderdrukken die niet verstandig zijn. Daarom vereist verstandig gedrag zelfbeheersing. Hoewel het Griekse woord dus ‘verstandig’ betekent, kunnen vertalers kiezen voor ‘een gezond verstand’ of ‘discipline’ als verschillende mogelijkheden, afhankelijk van hoe Paulus die term bedoelt toe te passen.
Van de Geest van God wordt gezegd dat Hij een positieve invloed heeft op de gezondheid van ons verstand. De Bijbel zegt in Efeze 4:23:
en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken,
Een vers in Romeinen 12:2 dat daar sterk op lijkt, zegt:
En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
Dit vernieuwingsproces gebeurt door de Heilige Geest. Hoe weten we dat? Vanwege het woord ‘veranderd’.
In Romeinen 12:2, waar staat:
Laat je veranderen door je manier van denken te vernieuwen, komt dit woord, ‘een metamorfose ondergaan’, op slechts één andere plaats in de brieven voor. Dat is in 2 Korinthe 3:18, waar Paulus zegt:
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt .
ofwel: we ondergaan een metamorfose, Dit woord, ‘een metamorfose ondergaan’, in Romeinen 12:2 komt dus ook voor in 2 Korinthe 3:18. Beide spreken over een verandering van ons karakter.
In Romeinen wordt het in verband gebracht met de verandering van onze denkprocessen. In 2 Korinthe krijgen de denkprocessen geen afzonderlijke aandacht, maar wordt de ontwikkeling of de heiliging van ons karakter van heerlijkheid tot heerlijkheid genoemd. Er wordt gezegd dat dit door de Geest van God gebeurt. De Geest van God verandert dus ons karakter. De Geest van God geeft ons inderdaad een nieuw denken, of een ander denken.
In Romeinen 8 zegt Paulus immers:
5Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. 6Want het denken van het vlees is de dood, maar het denken van de Geest is leven en vrede.
Het denken van iemand die door de Geest van God wordt geleid, verkeert dus beslist in een andere toestand dan het denken van iemand die in het vlees is. Dat staat in Romeinen hoofdstuk 8, vers 5 en 6.
Romeinen 8, vers 5 en 6.
Zelfbeheersing door de Geest #
Als we daarentegen ‘sound mind’ in 1 Timotheus 1:7 opvatten als discipline of zelfbeheersing, waaraan sommige vertalers de voorkeur geven, dan is daar ook een parallel voor in Romeinen hoofdstuk 8. Die staat in Romeinen 8, vers 13. In Romeinen 8, vers 13 staat:
Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.
Let op:
Als je door de Geest een einde maakt aan wat je lichaam doet.
De daden van het lichaam doden is het tegenovergestelde van eenvoudigweg toegeven aan de begeerten van het vlees. En de begeerten van het vlees niet de vrije teugel laten in je leven, dat is discipline. Het is zelfbeheersing. En Paulus geeft aan dat dit door de Geest tot stand komt.
We zouden dus kunnen meegaan met de King James of met de andere vertalingen als het gaat om wat Paulus bedoelt wanneer hij spreekt over de geest van een gezond verstand of van bezonnenheid. Het kan zijn dat hij spreekt over het werk van de Geest om onze manier van denken te veranderen, of de manier waarop we onszelf in bedwang houden en de impulsen van het vlees om kwaad te doen overwinnen. Hoe dan ook, beide zouden overeenstemmen met andere passages. Beide gedachten zijn in Romeinen 8 te vinden, en misschien worden ze allebei bedoeld. Het is mogelijk dat bezonnen betekent: bezonnen in de manier waarop we denken en in de manier waarop we handelen. In ieder geval is de Geest van God van onschatbare waarde voor de christen vanwege de dingen die we ontvangen: liefde, kracht en alles wat we werkelijk nodig hebben voor het leven en de godsvrucht, zo blijkt.
Geen schaamte voor het Evangelie en Paulus #
Vers 8, 2 Timotheus 1:8:
Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij, Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het Evangelie, overeenkomstig de kracht van God.
Daar horen we voor het eerst dat Paulus in de gevangenis zit. Hij is nu een gevangene.
De kracht van God is wat Timotheus nodig heeft als hij dit bezoek aan Rome gaat brengen waarbij hij de dood trotseert. Paulus zegt dat hij zich niet voor hem moet schamen. Houd geen afstand van mij alleen omdat ik toevallig in een vernederende en gevaarlijke situatie verkeer. Sommigen hebben afstand gehouden, sommigen hebben mij verlaten, maar wees niet zoals zij. Schaam je niet voor mijn situatie of voor mijn ketenen. Kom en deel met mij in het lijden voor het Evangelie, niet in je eigen kracht, maar door de kracht van God. En hij heeft de kracht van God al genoemd in vers 7. Dat is door de Heilige Geest. De Heilige Geest Die ons gegeven is, is een Geest van kracht. Timotheus, als je bang bent om te komen, zal God je de kracht geven om te doen wat tegen je natuur ingaat. Kom, deel erin en verdraag samen met mij het lijden door Gods kracht.
Schaam je niet voor het Evangelie. Waarschijnlijk zit Paulus juist in de gevangenis omdat hij het Evangelie predikt. Dat zou sommige mensen in die tijd ertoe kunnen brengen afstand te willen nemen van het Evangelie, zoals je afstand neemt van iemand voor wie je je schaamt. Hij zegt dat hij zich niet moet schamen. Neem geen afstand. Houd je niet afzijdig van het Evangelie, ook al is dat nu juist wat je samen met mij in de gevangenis kan doen belanden. Schaam je niet voor mij. Houd geen afstand van mij, ook al kan je omgang met mij je ook in de gevangenis doen belanden.
Dit woord ‘schamen’ komt drie keer in dit hoofdstuk voor. Hij zegt tegen Timotheus dat hij zich niet moet schamen voor het Evangelie of voor Paulus. Later, in vers 12, zegt hij:
Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
En daarna spreekt hij over Onesiforus, een goede man over wie we niets weten behalve wat Paulus hier zegt. In vers 18 staat:
Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag. En hoezeer hij in Efeze gediend heeft, weet u zelf het beste.
Vers 16:
Moge de Heere aan het huis van Onesiforus barmhartigheid bewijzen, want hij heeft mij vaak bemoedigd en heeft zich voor mijn boeien niet geschaamd.
Hij vertelt in vers 17 hoe Onesiforus in Rome was aangekomen om Paulus te zien, en hoe hij ijverig naar hem had gezocht, hoewel dat voor hem persoonlijk een groot risico inhield. Precies wat hij Timotheus opdraagt te doen. Hij zegt dat Onesiforus zich niet voor zijn ketenen schaamde, en dat Timotheus zich daarom ook niet moet schamen voor hem, de gevangene van de Heere.
Als iemand zich in deze zin schaamt, heeft dat ermee te maken dat hij zich niet wil verbinden aan de vernederende omstandigheden waarin Paulus verkeert. En hij zegt tegen Timotheus dat hij zich niet moet schamen. Onesiforus schaamde zich niet, en zelf schaamt hij zich ook niet, zegt hij in vers 12.
Tijd en eeuwigheid in Gods voornemen #
Vers 9: nadat hij God heeft genoemd, kan hij het niet laten om enigszins uit te weiden — je weet hoe Paulus daarin is. Hij zegt:
Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen,
Deze uitdrukking, ‘before time began’, oftewel ‘voordat de tijd begon’, is niet de best mogelijke vertaling. De formulering kan de indruk wekken dat tijd en eeuwigheid afzonderlijke grootheden zijn. Tijd zoals wij die kennen, de meetbare opeenvolging van gebeurtenissen, is misschien iets wat op een bepaald moment begon en op een bepaald moment zal eindigen. Er zijn inderdaad christelijke filosofen die geloven dat dat precies zo is. C. S. Lewis gelooft bijvoorbeeld dat tijd en eeuwigheid afzonderlijke domeinen zijn. En in navolging van Lewis hebben volgens mij ook heel veel christenen die opvatting aangehangen. Eigenlijk was Plato de eerste die dat leerde, en Augustinus leerde dat, als ik me niet vergis, ook. En Lewis heeft het onder een breed publiek verspreid. En het kan waar zijn. We weten niet of het waar is. De Bijbel leert het nergens duidelijk. Als deze vertaling, ‘voordat de tijd begon’, de voorkeur verdient, zou dat sterke steun geven aan de gedachte dat de tijd een begin had en dat er dingen gebeurden voordat de tijd begon. Als die niet in de tijd plaatsvinden, moeten ze in de eeuwigheid plaatsvinden. We zouden dus een onderscheid maken tussen tijd en eeuwigheid.
Het probleem zit in de vertaling. De NIV volgt de King James verrassend nauw bij het vertalen hiervan, want volgens mij zegt de NIV gewoon: ‘before the beginning of time’, oftewel ‘vóór het begin van de tijd’. Hier blijven zowel de King James als de NIV niet erg dicht bij het origineel, want het origineel zegt letterlijk: ‘vóór eeuwige tijden’. God heeft ons deze genade dus in Christus Jezus gegeven vóór eeuwige tijden.
Die uitdrukking is natuurlijk moeilijk. Wat betekent “before times eternal”? Het is duidelijk dat de NIV en de King James menen dat dit “before the beginning of time” betekent. Sommige vertalers geven de voorkeur aan “eeuwen geleden” of “van oudsher”, of iets dergelijks. Deze vreemde uitdrukking komt ook voor in Titus hoofdstuk 1, vers 2, waar staat:
in de hoop op het eeuwige leven, dat God, Die niet liegen kan, vóór de tijden der eeuwen beloofd heeft. En Hij heeft op de door Hem bestemde tijd Zijn Woord geopenbaard,
Ofwel dezelfde uitdrukking: “before times eternal”. Titus 1:2 en hier 1 Timotheus 1:9 zijn de enige twee plaatsen waar deze uitdrukking voorkomt. We kunnen er niet zeker van zijn dat hiermee wordt geleerd dat wat wij tijd noemen een begin heeft.
Hoewel “vóór tijden”, wat de letterlijke vertaling is, daar zeker een beetje naar kan klinken, maakt de toevoeging van het woord “eeuwig” het grammaticaal alleen maar vreemd. Het kan betekenen dat de eeuwigheid, of het domein van het eeuwige, vóór de tijden bestond. In dat geval zou dat opnieuw steun geven aan de gedachte dat tijd en eeuwigheid afzonderlijke grootheden zijn. We kunnen hier niet al te stellig over zijn, en er zijn veel christenen die bezwaar hebben tegen de gedachte dat er in de eeuwigheid geen tijd is.
Je kent het idee wel. Je hebt mensen horen zeggen dat in de eeuwigheid alles gewoon één eeuwig nu is. Het probleem daarmee is natuurlijk de gedachte dat er bij God geen tijd is. Hij leeft in het domein van de eeuwigheid, en daarom is er voor Hem geen verleden, heden of toekomst. En toch lezen we door de hele Schrift heen dat God dingen deed voordat Hij iets anders deed. Ook geestelijke dingen, hemelse dingen. Er wordt taal gebruikt die over tijd spreekt. Dat kan een tegemoetkoming zijn aan ons beperkte referentiekader, of het kan werkelijk zo zijn dat er zelfs in Gods activiteiten in de hemel een opeenvolging van gebeurtenissen is. Als dat zo is, dan is dat wat wij tijd noemen: een opeenvolging van gebeurtenissen, waarbij het ene vóór het andere gebeurt en het ene na het andere.
Daarom sta ik een beetje argwanend tegenover de gedachte dat God in het eeuwige nu leeft, in een domein dat eeuwigheid heet en dat helemaal geen verband houdt met tijd. Maar het kan waar zijn. We hebben eenvoudigweg niet genoeg gegevens uit de Schrift. Ik wil er alleen op wijzen dat als je een vertaling van dit vers hebt die steun geeft aan die gedachte, die steun waarschijnlijk te danken is aan een niet erg nauwkeurige vertaling van de Griekse uitdrukking. Die luidt eigenlijk “before times eternal”. Het is geen punt van groot belang, maar voor sommigen misschien wel.
Calvinisme en arminianisme in de Schrift #
Interessant genoeg is vers 9 eigenlijk een heel goed calvinistisch vers, want er staat dat God ons heeft geroepen:
‘Niet op grond van wat we hebben gedaan.’ Dat betekent mogelijk: niet op grond van iets wat wij hebben gedaan, maar ‘volgens Zijn eigen plan en uit genade’. De calvinistische opvatting is natuurlijk dat God ons heeft uitverkoren en geroepen zonder rekening te houden met iets wat wij hebben gedaan of zouden doen. Hij deed dat eenvoudigweg op grond van Gods eigen soevereine, onverklaarde voornemens en door Zijn soevereine genade. En Hij gaf ons deze genade en deze roeping voordat de tijd begon. Of, zelfs als we die vertaling niet aanvaarden, dan heeft Hij ons deze genade in elk geval van oudsher gegeven, voordat wij ooit geboren waren.
Zoals je weet, heb ik de pastorale brieven altijd beschouwd als een van de rijkste bronnen van niet-calvinistische uitspraken. Het is interessant dat sommige krachtige, schijnbaar calvinistische uitspraken in dezelfde brieven kunnen voorkomen als sommige krachtige niet-calvinistische uitspraken. Dat laat precies zien wat de aard is van het debat tussen calvinisten en arminianen. Ik vind bijvoorbeeld beslist dat hoofdstuk 2, vers 12 van deze brief een sterk anticalvinistische uitspraak is. Daar staat:
Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.
Christus verloochenen zal betekenen dat Hij ons zal verloochenen, en Paulus rekent zichzelf tot degenen op wie die uitspraak betrekking heeft: “wij”.
Hier is iets interessants. We zien dit ook op andere plaatsen: waar sommige van de sterkste calvinistische uitspraken staan, vinden we ook sommige van de sterkste arminiaanse uitspraken. Het boek Johannes en het boek Romeinen zijn bijvoorbeeld bronnen van een groot aantal uitspraken die calvinistische stellingen ondersteunen. In Johannes zei Jezus:
Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.
Zulke woorden zijn heel veel door calvinisten gebruikt. Toch is het ook in Johannes dat Jezus zegt:
5Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. 6Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.
Dat klinkt niet alsof het noodzakelijkerwijs steun geeft aan eeuwige zekerheid of de volharding van de heiligen. Evenzo denkt men dat Romeinen het calvinisme bewijst. In Romeinen hoofdstuk 8 staat:
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?
Toch staat er ook in Romeinen hoofdstuk 11:
Wij zijn takken die door het geloof in Gods olijfboom zijn geënt. Als we niet in het geloof blijven, zullen we worden afgesneden, net als de ongelovige Joodse takken.
Het is een interessant verschijnsel. De aard van dit geschil is zodanig dat je niet eenvoudigweg één boek hebt dat een van deze leerstellingen onderwijst en een ander boek dat daarmee in strijd lijkt te zijn. Beide kanten lijken in sommige gevallen hun sterkste steun in dezelfde boeken te vinden.
Wat mij dat zegt, is dat we niet te maken hebben met één auteur die sterk naar het calvinisme neigt en een andere die sterk naar het arminianisme neigt. De waarheden die de calvinisten proberen te vatten en die de arminianen proberen te vatten, moeten op de een of andere manier met elkaar in harmonie zijn, meer dan op het eerste gezicht duidelijk is. Dit lijken tegenstrijdige dingen. Dat zowel de brieven van Paulus als het Evangelie van Johannes enkele van de sterkste uitspraken aan beide kanten kunnen bevatten, doet vermoeden dat één denker met één samenhangende theologische visie beide opvattingen kon omarmen. Daarom moet er in beide iets zitten.
Onze taak, en die is niet eenvoudig, is om uit te zoeken waar de waarheid ligt. Het moet een waarheid zijn die recht doet aan alle feiten. We hebben het hier eerder over gehad, maar iedereen die een hooghartig arminiaans standpunt wil innemen, zal toch heel goed naar 2 Timotheus 1:9 moeten kijken. Want daar lijkt te staan dat Gods roeping van ons niet gebaseerd is op wat wij hebben gedaan, maar op wat God in Zijn soevereiniteit en genade van plan was te doen. Hij was van plan je te roepen in de eeuwen van weleer, lang voordat je moeder ook maar van je bestaan kon dromen. Het is duidelijk dat voorkennis en predestinatie en uitverkiezing hierin besloten liggen.
Gods roeping, onze werken en ons geloof #
Al zou ik willen benadrukken dat wanneer hij zegt:
Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen,
dit niet noodzakelijk de onvoorwaardelijke uitverkiezing ondersteunt, hoewel sommigen het misschien zo gebruiken. Hij zegt niet: ‘Niet overeenkomstig ons geloof.’ Als hij had gezegd: ‘Niet overeenkomstig ons geloof’, dan zou dat lijken te betekenen dat God niets in ons vond wat verklaarde waarom Hij ons zou kiezen. Maar er staat:
‘Niet op grond van wat we hebben gedaan.’ In de brieven, vooral de pastorale brieven, ligt de nadruk op goede werken in de zin van rechtvaardig gedrag en rechtvaardige daden. Zelfs de arminiaan zou ermee instemmen dat, hoewel God ons wel koos omdat Hij voorzag dat we geloof zouden hebben, Hij ons niet koos vanwege goede werken die we hadden gedaan. Daarmee kun je instemmen, afhankelijk van wat je verstaat onder:
‘Niet op grond van wat we hebben gedaan.’ Een arminiaan zou daarmee kunnen instemmen. Die zegt dat het waar is: het was niet vanwege onze goede werken dat God ons riep; het is vanwege Zijn genade. Dat erkennen we allemaal. Maar de arminiaan zou zeggen dat er iets was wat wij deden, iets in ons handelen dat God ertoe bewoog ons te kiezen. En dat is dat Hij voorzag dat we het Evangelie zouden geloven. De calvinist zou zeggen: ‘Nee, dat speelt geen rol.’
Christus brengt leven en onsterfelijkheid #
Het is een interessant dilemma. Vers 10 gaat verder na de uitspraak dat God ons dit in Christus Jezus heeft gegeven voordat de tijd begon, en zegt:
maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,
Dat ‘nu’ staat tegenover ‘voordat de tijd begon’. Hij vervolgt:
10maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. 12Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
Of, zoals de King James het zegt: ‘against that day’.
Paulus benadrukt in vers 10 opnieuw leven en onsterfelijkheid. Dit woord ‘onsterfelijkheid’ is vrij zeldzaam in het Nieuwe Testament. Hij heeft het echter wel gebruikt in 1 Timotheus, waar hij ook leven en onsterfelijkheid benadrukte.
De spreker bespreekt de Engelse weergave ‘immortality’, die in beide aangehaalde passages wordt gebruikt. De HSV heeft in 2 Timotheus 1:10 ‘onvergankelijkheid’ en in 1 Timotheus 6:16 ‘onsterfelijkheid’. Zijn opmerking over hetzelfde woord betreft de Engelse vertaling.
In 1 Timotheus 6:13 zegt Paulus:
Ik beveel u voor God, Die alle dingen levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis afgelegd heeft,
En verderop in vers 16, 1 Timotheus 6:16, staat er, sprekend over Jezus:
Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.
In dat korte gedeelte in 1 Timotheus 6, vers 13 tot en met 16, ligt de nadruk erop dat God alle dingen leven geeft en dat Hij onsterfelijkheid bezit.
Ook hier in 2 Timotheus hoofdstuk 1, vers 1, zegt hij:
Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus met het oog op de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
Nu, in vers 10, heeft Hij onsterfelijkheid en leven aan het licht gebracht. Het is interessant dat hij zegt dat Hij leven en onsterfelijkheid aan het licht heeft gebracht.
Het is alsof het er al was, maar niemand het eerder zag. Jezus moest het licht aandoen om het ons te laten zien.
Het eeuwige leven wordt duidelijker zichtbaar #
Er waren in het Oude Testament zeker mensen die leven en onsterfelijkheid ervoeren. Er waren behouden mensen die in het Oude Testament eeuwig leven hadden, maar daar werd in het Oude Testament nooit erg duidelijk over gesproken. Het Oude Testament beschrijft niet heel uitdrukkelijk wat er met mensen gebeurt nadat ze sterven. Zowel hemel als hel zijn tamelijk vage begrippen in het Oude Testament. Het leek niet tot Gods bedoelingen te behoren om deze zaken in het Oude Testament te openbaren. Maar in Christus, in de openbaring die Christus gaf, wordt heel veel informatie gegeven over de onsterfelijke toestand van de mens en eeuwig leven enzovoort. Er is een heel duidelijke tweedeling tussen het Oude en het Nieuwe Testament wat betreft de nadruk op deze punten. Het Oude Testament houdt zich voornamelijk bezig met het beloven van lichamelijke zegeningen, lichamelijke voordelen, een lang leven, voorspoed enzovoort aan degenen die godvruchtig zijn. En de grote bedreiging die het Oude Testament de goddelozen voorhoudt, is dat ze zullen sterven.
In het Nieuwe Testament gaat het echter vooral om het eeuwige. Jezus zei:
8Als dan uw hand of uw voet u doet struikelen, hak hem af en werp hem van u. Het is beter voor u kreupel of verminkt tot het leven in te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwige vuur geworpen te worden. 9Als uw oog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u. Het is beter voor u met één oog tot het leven in te gaan, dan met twee ogen in het helse vuur geworpen te worden.
En de zaken die met de eeuwigheid te maken hebben, worden in het Nieuwe Testament veel meer aan het licht gebracht dan in het Oude. Ze bestonden in het Oude Testament, net zoals demonen en de duivel in het Oude Testament bestonden, maar nauwelijks worden genoemd. Ik ben er zeker van dat demonen in de tijd van het Oude Testament even actief waren als in die van het Nieuwe, maar we lezen vaak over hen in het Nieuwe Testament en zelden in het Oude. Bepaalde geestelijke zaken werden niet aan het licht gebracht, hoewel ze in de tijd van het Oude Testament werkelijkheid waren. Maar Jezus heeft, door de openbaring die Hij ons heeft gegeven, bepaalde dingen aan het licht gebracht die voorheen wat vaag waren en in de schaduw lagen, zoals leven, eeuwig leven en onsterfelijkheid.
De dood en de duivel buiten werking gesteld #
Nu, in dat verband zegt vers 10 dat Jezus de dood heeft tenietgedaan.
10maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. 12Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
Het woord ‘tenietgedaan’ is daar in het Grieks katargeo, een van de weinige Griekse woorden die ik ken. De reden dat ik het ken, is dat er binnen enkele onderwerpen waarin ik bijzonder geïnteresseerd ben, verzen zijn waarin dit woord wordt gebruikt en waarin de uitleg ervan belangrijk is. Katargeo betekent tot werkeloosheid terugbrengen of buiten werking stellen. Katargeo betekent tot werkeloosheid terugbrengen of buiten werking stellen. Maar wat het inhoudt, kan uiteenlopen. Sommige vertalers zouden hier graag het woord ‘ongedaan maken’ gebruiken. Hij heeft de dood ongedaan gemaakt, alsof Hij als het ware het doodvonnis heeft ingetrokken.
Maar het interessante is dat de Bijbel elders zegt dat Hij hetzelfde, katargeo, met de duivel heeft gedaan. Katargeo? Precies zoals je zou verwachten: K-A-T-A-R-G-E-O. Dit woord wordt gebruikt in Hebreeën hoofdstuk 2, vers 14, waar staat:
Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had — dat is de duivel — teniet te doen,
Het woord ‘vernietigen’ is daar katargeo. Hij heeft de duivel buiten werking gesteld. Hier staat dat Hij de dood buiten werking heeft gesteld.
Nu is het heel interessant dat zowel de dood als de duivel nog steeds actief is. Als je het niet gelooft, ga dan maar voor een goederentrein staan. Dan zul je in elk geval merken dat de dood als het ware nog springlevend is. In 1 Korinthe 15:26 heeft Paulus het namelijk over de opstanding. Hij heeft het over eschatologie. Hij heeft het over het einde. Hij zegt eerst:
Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.
Enzovoort. Dan staat er:
De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.
Katargeo.
Christus’ overwinning: al wel en nog niet #
Het interessante daaraan is dat Paulus de opstanding ziet als de uiteindelijke vernietiging, of katargeo, van de dood. Toch spreekt hij er hier in de verleden tijd over. Christus heeft de dood al ‘gekatargeood’. Nu lijkt het alsof Paulus niet kan beslissen. Wat is zijn theologie hierover? Heeft Jezus de dood al buiten werking gesteld, of gaat dat bij de opstanding gebeuren, zoals 1 Korinthe 15:26 suggereert? Nou, het is duidelijk dat beide waar zijn, in verschillende betekenissen. Wat Jezus aan het kruis heeft volbracht, is in de geschiedenis nog niet werkelijk zichtbaar geworden, maar het is voor ons wel zichtbaar geworden in wat wij ervaren.
Net zoals we de nieuwe hemel en de nieuwe aarde nog niet hebben zien verschijnen, maar:
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
Dat vertelt 2 Korinthe 5:17 ons. En in Hebreeën hoofdstuk 6 wordt ons verteld dat christenen degenen zijn:
die de krachten van de komende wereld al geproefd hebben.
De komende wereld is nog niet gekomen, maar we hebben de kracht ervan al geproefd. Dat staat in Hebreeën 6, waarschijnlijk vers 4 of 5. Ik weet niet meer precies welk vers.
Nu zijn er bepaalde dingen die Jezus heeft volbracht en verworven, die op een bepaald moment in de toekomst geopenbaard zullen worden en overal bekend zullen zijn. Maar wij hebben als afzonderlijke mensen de krachten van die komende wereld al ervaren. We zijn al een nieuwe schepping geworden. We zijn er al binnengetreden. Het is al van ons in Christus. Op een later tijdstip zal het overal werkelijkheid worden.
Hetzelfde geldt voor het vernietigen en het ongedaan maken en het buiten werking stellen van de dood, en trouwens ook van de duivel. Het is eschatologisch wanneer we zeggen dat Jezus, wanneer Hij komt, de duivel in de poel van vuur zal werpen en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal brengen. Maar we kunnen in zekere zin zeggen dat voor ons de dood al dood is. Want de eschatologie is al doorgedrongen in onze eigen ervaring in Christus; we hebben de komende eeuw al geproefd. Voor ons is de duivel al buiten werking gesteld. Niet dat hij ons niets kan aandoen, maar we hebben de kracht om alles wat hij probeert te doen, tegen te gaan. Het is zo goed als hetzelfde als wanneer hij buiten werking zou zijn. Hetzelfde geldt voor de dood. Het is niet zo dat we lichamelijk niet zullen sterven, maar de dood schaadt ons eigenlijk niet, omdat die eenvoudigweg onze kroning is, waarmee ons eeuwige regeren met Christus begint. Dus in zekere zin zijn de dingen die Jezus heeft volbracht door de dood te vernietigen en satan te vernietigen en hen buiten werking te stellen, al werkelijkheid in onze ervaring. Maar ze zijn nog niet overal werkelijkheid geworden of zichtbaar geworden. Dat komt later, zoals Paulus in Romeinen 8 zegt:
De hele schepping zucht en verkeert in barensnood, in afwachting van het moment waarop de zonen van God geopenbaard zullen worden.
‘Als afzonderlijke mensen zouden we dan dus een te ver doorgevoerde gerealiseerde eschatologie kunnen aanhangen, doordat onze ervaring zou zeggen: “Ja, deze dingen zijn gebeurd.” Maar als wereldwijd lichaam?’
‘Nog niet.’
‘Het is er, maar nog niet?’
‘Precies. Het is het nu en het nog niet. Het alreeds en het nog niet, dat is eigenlijk hoe veel geleerden graag over eschatologie spreken. In zekere zin is de geestelijke dimensie daarvan al werkelijkheid geworden voor degenen die in Christus zijn gekomen. Het gedeelte dat nog niet werkelijkheid is geworden, is dat het hele heelal een weerspiegeling van deze werkelijkheden zal worden. Op dit moment weerspiegelen alleen onze levens die werkelijkheden. Maar ze worden pas overal zichtbaar wanneer Jezus terugkomt.’
‘Wordt in 1 Johannes 3:8 het woord katergeo gebruikt? Katergeo wordt in dit vers vertaald als “vernietigen”.’
‘Ik geloof niet dat daar katergeo staat. Ik wou dat het zo was. Maar ik heb wat woordstudies over katergeo gedaan, en ik herinner me niet dat dit een van de verzen is waarin het voorkomt. Ik heb helaas de Griekse tekst niet voor me, anders zou ik het kunnen zeggen. Maar ik denk dat ik wel kan zeggen dat daar geen katergeo staat. Je kunt dat later nakijken als je wilt.’
Gods kinderen worden straks geopenbaard #
Toch wil ik nog iets zeggen over dit al wel en nog niet. In Romeinen hoofdstuk 8 gaat het over de schepping die zucht en in barensnood verkeert, terwijl ze wacht op het moment dat ze van de vergankelijkheid bevrijd zal worden. In Romeinen 8:18 en 19 staat:
18Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. 19Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.
De spreker volgt hier de Engelse weergave ‘in ons’. Het voorafgaande HSV-citaat heeft ‘aan ons’.
Er is een heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden wanneer Jezus terugkomt. De schepping wacht daar reikhalzend op, omdat ook zij op dat moment bevrijd zal worden van haar onderworpenheid aan het verval, zoals hij verder uitlegt. Maar let op: de schepping ziet uit naar een tijd waarin geopenbaard zal worden wat nu al waar is. Wij zijn al de zonen van God, maar die openbaring wacht op de wederkomst van Christus. Dat wil zeggen: de wereld erkent nog niet dat wij dat zijn.
Johannes zegt in 1 Johannes hoofdstuk 3:
Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
Let op:
we zijn nu kinderen van God, maar het is nog niet duidelijk wat we zullen zijn.
Wij ervaren het zoonschap al. Maar de wereld erkent dat niet. Dat zal openbaar worden. Wanneer dat gebeurt, zal dat bij de komst van Christus zijn, wanneer wij in Hem verheerlijkt worden en de wereld zelf een totale verandering ondergaat.
We kunnen dus over wat Jezus met de dood heeft gedaan spreken als iets wat al aan het kruis tot stand is gebracht. Maar wat de uiteindelijke, definitieve vernietiging van de dood betreft, het einde van de ervaring van de dood in het hele heelal, dat zal later gebeuren, bij de opstanding.
Paulus lijdt en vertrouwt op Wie hij kent #
In vers 11 zegt hij:
10maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. 12Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
Dit stemt overeen met wat hij elders in 1 Timotheus heeft gezegd.
Om welke reden? Ten eerste omdat hij was aangesteld als prediker voor de heidenen. Daarom lijdt hij. Maar daarvoor zei hij ook dat God de dood tenietgedaan heeft en leven en onsterfelijkheid aan het licht heeft gebracht. Ook daarom is Paulus bereid te lijden wat hij lijdt.
Hij lijdt omdat hij een prediker voor de heidenen is. Maar hij is ook bereid om in die hoedanigheid te lijden, omdat hij weet dat de dood voor de christen werkelijk niets angstaanjagends is. Omdat hij weet heeft van leven en onsterfelijkheid en daarin inzicht heeft gekregen, begeeft hij zich ter wille van het Evangelie toch in die gevaarlijke situaties en lijdt hij deze dingen.
Hoewel trouw aan het Evangelie hem zoveel rampspoed heeft gebracht in zijn eigen leven, wat zijn persoonlijke comfort en vrijheid betreft, maakt dat niet dat hij er afstand van wil nemen. Hij blijft nog steeds vurig in zijn prediking. Het Evangelie is iets waarvoor hij zich niet schaamt. Hij heeft in Romeinen 1:16 gezegd:
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.
Maar hij zegt:
Ik schaam me niet, want ik ken Degene op Wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.
Degene in Wie ik geloofd heb, is duidelijk God of Jezus of Beiden. Maar hij zegt: ‘Ik geloof niet alleen in Hem, maar ik ken Hem. Ik heb een relatie met Hem.’ Het is niet alleen een theologisch denkbeeld dat er een God is. God is niet alleen een conclusie of een stelling op grond van bewijzen die ik overtuigend vind. God is een Persoon Die ik ken. Ik ken Degene in Wie ik mijn geloof heb gesteld. Ik stel mijn geloof niet in een of andere theologische stelling. Ik stel mijn geloof in een Persoon Die ik ken, een Persoon met Wie ik een relatie heb. Ik ken Hem. Daarom kan ik niet bang zijn, en kan ik niet twijfelen, en kan ik niet pessimistisch zijn, omdat ik Degene ken op Wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.
10maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. 12Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
Leven en gemeenten aan God toevertrouwen #
Wat heeft Paulus nu aan God toevertrouwd? Zijn eigen leven, zeker. Zijn eigen ziel heeft hij aan God toevertrouwd. Daarom kon hij zeggen: ‘Mijn eigen eeuwige welzijn en behoud liggen in zekere zin in Gods handen, en Hij zal mij tot die dag veilig bewaren.’ Het is ook een feit dat hij eerder, in Handelingen hoofdstuk 14, toen hij en Barnabas in elke gemeente oudsten aanstelden en hen moesten achterlaten, ook hen aan God toevertrouwde. Met andere woorden: zijn kinderen in het geloof, zijn gemeenten die hij had gesticht, waren dingen die hij aan God had toevertrouwd.
En hij wist dat hij nu ter dood gebracht zou worden. Hij kon deze gemeenten niet bij de hand houden en ze met raad bijstaan tijdens hun beproevingen enzovoort, en hun nog meer brieven schrijven om ze weer op het rechte spoor te brengen. Ze zouden buiten zijn bereik zijn. En hij had ze aan God toevertrouwd. Hetzelfde gold voor de leiders van de gemeenten die hij aan God had toevertrouwd. Sommigen van hen waren al weggegaan, maar hij had geen reden om pessimistisch te zijn. Hij wist dat het werk dat hij zijn leven lang had gedaan uiteindelijk niet vruchteloos zou zijn, omdat hij het aan God had toevertrouwd, en God zou het bewaren. God is daartoe in staat.
Hij wist dat God niet zou toelaten dat zijn inspanningen op niets uitliepen, en de geschiedenis heeft laten zien dat de inspanningen van Paulus niet op niets zijn uitgelopen. De Romeinen probeerden te verhinderen dat hij nog langer invloed zou uitoefenen. Maar zijn invloed heeft later, na zijn eigen dood, het Romeinse Rijk overwonnen en is vandaag in veel landen bezig hetzelfde te doen. De invloed van Paulus bleef doorwerken. Wat hij aan God had toevertrouwd, kon God bewaren, en Hij heeft dat ook trouw gedaan.
Dit is dus een goed vers voor ons als het gaat om ons eigen gevoel van zekerheid wanneer we een onzekere toekomst tegemoetgaan: ‘Zal ik het geestelijk overleven? Zal het goed gaan met mijn kinderen?’ Enzovoort. Wat je ook aan God hebt toevertrouwd, Hij is zeker in staat het te bewaren. Dat is wat hij zegt. En hoe beter je God kent, hoe meer je daarvan overtuigd zult zijn. Overtuigd zijn hoort bij geloof. De overtuiging dat God in staat is dit te bewaren, zal ervoor zorgen dat je vrede hebt. Vrede tegenover een onzekere toekomst.
God bewaart tot de dag van het oordeel #
Nu staat er:
God kan wat ik Hem heb toevertrouwd tot die dag bewaren.
Dan zou terecht de vraag kunnen opkomen: welke dag heeft hij op het oog? Het voor de hand liggende antwoord zou voor ons de wederkomst van Jezus zijn, de oordeelsdag. Hij gebruikt tenslotte dezelfde uitdrukking in vers 18, waar hij over Onesiforus spreekt:
Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag. En hoezeer hij in Efeze gediend heeft, weet u zelf het beste.
Dezelfde uitdrukking, ‘op die dag’.
Paulus verwacht dat wat hij ook aan God heeft toevertrouwd, tot die dag bewaard zal blijven. Hij verwacht ook dat Onesiforus op die dag Gods barmhartigheid zal ervaren. Die dag zou zeker de oordeelsdag kunnen betekenen, heel goed zelfs. En omdat hij niet aangeeft welke dag, kan het zijn dat hij ervan uitgaat dat Timotheus begrijpt dat het gaat om een dag waarover hij al heel vaak heeft gesproken en geschreven. Zowel in de geschriften van Paulus als in het onderwijs van Jezus wordt vaak naar die dag verwezen. Jezus zei:
Op die dag zullen velen tegen Mij zeggen: Heer, Heer.
Velen zullen op die dag zeggen.
Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.
Het lijkt er dus op dat hij een eschatologische dag op het oog heeft: de wederkomst van Christus en de daarmee gepaard gaande opstanding en het oordeel enzovoort. En hij zegt: ‘Ik weet dat alles wat ik heb tot die dag onaangetast bewaard zal blijven, ook nadat ik gestorven ben. En wanneer het ter sprake komt, wanneer op die dag de boeken worden geopend, zal alles wat ik heb gedaan nog steeds in mijn voordeel worden genoemd. De tijd zal die dingen niet uitwissen.’
Nu is het ook mogelijk, maar het lijkt mij minder waarschijnlijk, dat die dag gewoon in algemene zin de dag van iemands dood betekent. Het einde van zijn leven, de laatste dag van zijn leven. Met andere woorden, dan zou hij zeggen: ‘Ik geloof dat mijn ziel tot aan de dood door God veilig bewaard zal worden.’ Terwijl anderen onder vervolging van het geloof zijn afgedwaald, of zelfs onder minder druk dan dat, zegt hij: ‘Dat zal ik niet doen. God zal mij veilig in het geloof bewaren tot de dag waarop ik sterf.’
Het lijkt me niet erg waarschijnlijk dat dit de juiste uitleg is. Ik denk dat hij daar in eschatologische zin over spreekt: de wederkomst van Christus en het oordeel. Nu vers 13:
Vasthouden aan de waarheid door de Geest #
Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn .
Het is interessant dat hij in vers 12 spreekt over Gods vermogen om dingen te bewaren, en toch moedigt hij Timotheus aan om eraan vast te houden. Dat wil zeggen dat Timotheus zelf ook een rol moet spelen in het bewaren ervan. Het is niet eenvoudigweg zoals sommigen zouden zeggen die volgens mij te veel nadruk leggen op Gods soevereiniteit: alleen God zal deze dingen bewaren, ongeacht wat wij doen. Het is ook niet zoals sommige extreme leraren van de menselijke vrije wil zouden zeggen: het hangt alleen af van wat wij doen; God heeft er niets mee te maken. Maar God bewaart, en wij moeten er ook aan vasthouden.
Deze twee gedachten vind je overal in de Schriften. God is Degene Die bewaart. Wij zijn degenen die zich ook moeten beijveren om eraan vast te houden en die dingen ook te bewaren. Judas zegt:
bewaar uzelf in de liefde van God en verwacht de barmhartigheid van onze Heere Jezus Christus, tot het eeuwige leven.
Petrus zegt in 1 Petrus 1:5:
U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.
Het geloof is wat wij inbrengen. De kracht van God is wat Hij inbrengt. We worden bewaard door het samengaan van de kracht van God en geloof, dat wil zeggen doordat wij geloven.
Geloof en liefde zijn duidelijk de twee voornaamste deugden die Paulus het vaakst benadrukt.
Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is.
Dus hij zegt:
Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn .
maar hij moet dat doen door de kracht van de Geest, zodat hij de waarheid en de gezonde woorden die hij heeft niet uit het oog verliest. Hij moet erop vertrouwen dat de Heilige Geest hem helpt om dat te doen.
Gemeenten in Asia keren zich van Paulus af #
Dit weet u dat allen die in Asia zijn , zich van mij afgekeerd hebben. Tot hen behoren Fygellus en Hermogenes.
Over deze twee mannen weten we verder niets dan wat hier staat. Dat kan ook belangrijk zijn voor de datering hiervan, want als ze in de tijd van het boek Handelingen belangrijk waren geweest, hadden we waarschijnlijk in het boek Handelingen over hen gelezen. Maar dit kunnen mannen zijn geweest die na de gebeurtenissen van het boek Handelingen tot bekering zijn gekomen, maar die zich nu al van Paulus hadden afgekeerd.
Wanneer er staat:
Iedereen in Asia heeft me de rug toegekeerd, dan is dat nogal beangstigend als je bedenkt dat Asia Turkije betekent, waar Paulus een aantal gemeenten had gesticht, waaronder de gemeente van Efeze, waar deze brief naartoe werd gestuurd. Timotheus was in Asia en had zich niet van Paulus afgekeerd. Dat gold ongetwijfeld ook voor sommigen die onder zijn toezicht stonden. We moeten de woorden ‘iedereen die in Asia is’ dus niet als een absolute uitspraak opvatten, maar in de zin dat men zich in Asia over het algemeen van Paulus had afgekeerd.
Zelfs dat kan slechts tijdelijk zijn geweest, aangezien we in het boek Openbaring brieven lezen aan zeven gemeenten die in Asia waren, en met sommige daarvan leek het betrekkelijk goed te gaan. Het kan dus zijn dat juist in deze crisistijd sommigen die door Paulus tot bekering waren gekomen, sommige gemeenten die door Paulus waren gesticht, misschien wel de meeste, ernstig aan het wankelen waren gebracht en afstand van hem namen. Asia was immers een Romeinse provincie, en als Paulus als een Romeinse misdadiger werd behandeld, kon het in die provincie behoorlijk riskant zijn om jezelf bekend te maken als iemand die banden had met die man, die op dat moment in Rome misschien een zeer omstreden misdadiger was. Sommigen hadden hem ongetwijfeld als het ware voor de mensen verloochend en wilden beslist niet met hem in verband worden gebracht. Onder hen waren Fygellus en Hermogenes, over wie we verder niets weten behalve dat ze zich van hem hadden afgekeerd.
Onesiforus: trouwe vriend en mogelijk martelaar #
Daartegenover staat:
Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag. En hoezeer hij in Efeze gediend heeft, weet u zelf het beste.
16Moge de Heere aan het huis van Onesiforus barmhartigheid bewijzen, want hij heeft mij vaak bemoedigd en heeft zich voor mijn boeien niet geschaamd. 17Integendeel, toen hij in Rome aangekomen was, heeft hij mij ijverig gezocht, en hij heeft mij gevonden.
Onesiforus moet dus uit Efeze zijn gekomen, waar Timotheus woonde. Hij was een van die mensen uit Asia, van wie de meesten zich van Paulus hadden afgekeerd, maar Onesiforus was een opmerkelijk voorbeeld. Hij schaamde zich niet. Hij kwam naar Rome en zocht Paulus op om hem te dienen. Hij wist dat Paulus een vriend nodig zou hebben, en hij kwam om hem te dienen.
Als dat zo is, dan vragen we ons af wat er sindsdien met Onesiforus was gebeurd. Bleef hij bij Paulus? Paulus brengt naast zijn eigen groeten aan Timotheus geen groeten van Onesiforus over. Velen hebben geopperd, en dat lijkt mij heel aannemelijk, dat Onesiforus, nadat hij was gekomen en zich bij Paulus had aangesloten, misschien zelf in moeilijkheden was geraakt. Op het moment dat dit werd geschreven, zat hij mogelijk in de gevangenis in afwachting van zijn terechtstelling, of was hij zelfs al als martelaar gestorven.
We kunnen dat niet zeker weten, maar alles wat Paulus zegt kan daarmee overeenstemmen. Hij spreekt uitsluitend in de verleden tijd. Hij zegt niet dat Onesiforus ‘zich niet voor mijn boeien schaamt’, alsof dat een voortdurende situatie is, maar dat hij ‘zich niet voor mijn boeien schaamde’, alsof het een lofrede is op een man die nu niet meer onder ons is. Als Onesiforus was gekomen en Paulus daarna in de steek had gelaten, zou Paulus later beslist niet zulke positieve dingen over hem hebben geschreven. Hij kwam, maar hij is er niet meer. Het is interessant dat hij het gezin van de man barmhartigheid toewenst, maar de man zelf niet, hoewel hij later de man zelf wel barmhartigheid toewenst. Hij begint met:
Laat de Heer goed zijn voor het gezin van Onesiforus.
Misschien zijn vrouw en kinderen, zijn nabestaanden, zou je daar mogelijk uit kunnen afleiden.
Moge de Heere hem geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heere op die dag. En hoezeer hij in Efeze gediend heeft, weet u zelf het beste.
Dan deze uitspraak:
‘Laat de Heer ervoor zorgen dat hij op die dag genade vindt bij de Heer.’ Dat zou bijna een goede wens voor hem na zijn dood kunnen zijn. Als hij gestorven is, is de oordeelsdag het enige waar hij nog naar kan uitzien, en ik vertrouw erop dat God barmhartigheid zal betonen en op die dag aan zijn trouw zal denken.
16Moge de Heere aan het huis van Onesiforus barmhartigheid bewijzen, want hij heeft mij vaak bemoedigd en heeft zich voor mijn boeien niet geschaamd. 17Integendeel, toen hij in Rome aangekomen was, heeft hij mij ijverig gezocht, en hij heeft mij gevonden.
Er staat hier niets wat ons dwingt te geloven dat Onesiforus inmiddels dood is. Maar als hij niet dood is, zouden er veel vragen rijzen die worden beantwoord door de veronderstelling dat hij dood is. Hij spreekt zo veel in de verleden tijd. Hij geeft niet aan dat Onesiforus nog bij hem is of zich nog steeds niet voor hem schaamt, enzovoort.
Het is daarom mogelijk dat hij tegen Timotheus zegt: ‘Er is een andere vriend van je bij me op bezoek geweest, zoals ik jou nu vraag naar me toe te komen. Hij schaamde zich niet, en ik vraag jou om je niet te schamen.’ En als Onesiforus inmiddels als martelaar was gestorven, dan…
[De aangeleverde bron eindigt hier midden in de zin.]
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 2 Timothy (Part 2). Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.pdf?v=1a312959f306
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 2 Timotheus - Lezing 02 - 1.7-18.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.mp3?v=34cd7879c2aa
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 2 Timotheus - Lezing 02 - 1.7-18.mp3
2 Timotheüs
Alle lezingen over 2 Timotheüs. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.srt?v=d83a5f5c4ff3
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 2 Timotheus - Lezing 02 - 1.7-18.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/2-timotheus/1-7-18.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Handelingen 1:8
- Romeinen 5:5
- Galaten 5:22
- Efeze 4:23
- Romeinen 12:2
- 2 Korinthe 3:18
- Romeinen 8:5-6
- Romeinen 8:13
- 2 Timotheus 1:8
- 2 Timotheus 1:12
- 2 Timotheus 1:18
- 2 Timotheus 1:16
- 2 Timotheus 1:9
- Titus 1:2
- 2 Timotheus 2:12
- Johannes 6:37
- Johannes 15:5-6
- Romeinen 8:35
- Romeinen 11:17-22
- 2 Timotheus 1:10
- 2 Timotheus 1:10-12
- 1 Timotheus 6:13
- 1 Timotheus 6:16
- 2 Timotheus 1:1
- Mattheüs 18:8-9
- Hebreeën 2:14
- 1 Korinthe 15:23
- 1 Korinthe 15:26
- 2 Korinthe 5:17
- Hebreeën 6:5
- Romeinen 8:19-22
- Romeinen 8:18-19
- 1 Johannes 3:2
- Romeinen 1:16
- 1 Thessalonicenzen 5:2
- 2 Timotheus 1:13
- Judas 1:21
- 1 Petrus 1:5
- 2 Timotheus 1:14
- 2 Timotheus 1:15
- 2 Timotheus 1:16-17