Efeze 5:18-33
Vervuld met de Geest, niet dronken van wijn
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/efeze/5-18-33.pdf?v=c44b0ed753cf. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/efeze/5-18-33.
Samenvatting
Vervuld blijven met de Geest en de onderscheiden verantwoordelijkheden van man en vrouw in het huwelijk.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt Paulus’ oproep om voortdurend vervuld te zijn met de Heilige Geest, door lofprijzing vanuit het hart, dankbaarheid in alle omstandigheden en een dienende houding tegenover anderen. Hij benadrukt dat de Geest zelfbeheersing voortbrengt, terwijl dronkenschap die ondermijnt. Vervolgens betoogt hij dat wederzijdse onderdanigheid de door God bepaalde gezagsverhoudingen niet opheft, en bestrijdt hij feministische uitleggingen van dit gedeelte. Hij beschrijft het huwelijk als een zichtbaar model van Christus en de gemeente: de vrouw onderwerpt zich aan haar man, terwijl de man haar met opofferende liefde beschermt, voedt en koestert.
Dronkenschap tegenover vervulling met de Geest #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Efeze 5, vers 18 tot en met vers 33.
Midden in Efeze 5, in het gedeelte dat ik net had gelezen, zei ik dat ik had gehoopt meer tijd te besteden aan de laatste vier verzen die we hadden bekeken, de verzen 18 tot en met 21. Ik wil er niet heel veel meer tijd aan besteden, omdat we naast deze verzen nog behoorlijk veel te behandelen hebben. Maar ik wil ze opnieuw lezen en je eraan herinneren wat Paulus in Efeze 5, vers 18 tot en met 21, zei. Hij zei:
Uitleg in Efeze 5:1-2118En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, 19en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, 20en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus. 21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Dit is een lange zin, en het voornaamste gebod is niet echt tegen dronkenschap gericht, hoewel dat er zeker bij inbegrepen is. Het maakt duidelijk dat dronkenschap zonde is. Dronkenschap is verboden. Er zijn gedeelten, waarvan we er enkele hebben gezien, waarin Paulus dronkaards noemt onder degenen die het Koninkrijk van God niet zullen beërven. Zowel in 1 Korinthe 6, vers 9 en 10, als in Galaten 5, vers 19 tot en met 21, staat een lange lijst van zonden. Op beide plaatsen staat dat degenen die deze zonden bedrijven,
Uitleg in 1 Korinthe 6:1-189Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? 10Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.
Met andere woorden, ze zullen verloren gaan. Daarom weten we dat dronkenschap een zonde is. Dat zouden we ook weten als Paulus het hier niet zei. Hij zegt het hier wel, maar ik geloof niet dat het hem er hier om gaat het verbod op dronkenschap te benadrukken, maar juist de tegenstelling. Hij zegt:
Maar laat je vullen met de Geest.
Alcohol en drugs: geestelijke gevolgen #
Dronkenschap en vervuld zijn met de Geest worden in sommige opzichten met elkaar vergeleken. Op de dag van Pinksteren, toen mensen vervuld werden met de Geest, spraken ze, zo wordt ons verteld, in andere talen, en mensen konden niet verstaan wat ze zeiden. Het klonk hun als wartaal in de oren. Sommigen spotten en zeiden:
Ze zitten vol jonge wijn, omdat ze beseften dat gedrag dat op een natuurlijke manier onverklaarbaar was, of dat op die manier abnormaal was, heel goed door dronkenschap veroorzaakt kon worden. Bedwelmende middelen doen geestelijk iets met je. Er is zelfs een reden waarom sterke drank in het Engels spirits is gaan heten, want er zit een geestelijk aspect aan het effect dat alcohol op mensen heeft. Het is niet alleen een ervaring die je een prettig gevoel geeft, hoewel het dat effect ook kan hebben. In Hosea hoofdstuk 4, vers 11, staat:
Uitleg in Hosea 4-9Hoererij, wijn en nieuwe wijn nemen het hart in beslag.
Het hart komt in een vorm van slavernij terecht.
Het is natuurlijk mogelijk dat dit alleen spreekt over iets wat mensen tegenwoordig verslaving zouden noemen, alcoholverslaving. Maar het is ook mogelijk dat het spreekt over iets wat zich dieper in het geestelijke hart afspeelt. Niet alleen dat het hart op drinken gericht raakt en iemand daarom veel drinkt, maar dat het hart onder invloed van alcohol gevangen zit in een toestand waarin het op andere momenten niet verkeert. De Bijbel zegt in Spreuken 25:28:
Uitleg in Spreuken 10-30Zoals een opengebroken stad zonder muur, zo is een man die zijn geest niet in bedwang houdt.
Een stad die in die tijd geen muren had, zou worden ingenomen, zou gevangengenomen worden, tot slavernij gebracht, zou worden veroverd. Ze was weerloos. Iemand die zijn eigen hart, zijn eigen geest niet beheerst, is als een weerloze stad die zal worden ingenomen. Als je je eigen geest niet beheerst, zal die door een ander worden beheerst. Die ander kan een ander mens zijn, maar het kan ook een andere geestelijke macht zijn. Dit is volgens mij het voornaamste bezwaar binnen het christendom tegen bewustzijnsveranderende middelen, of het nu alcohol is of een ander bewustzijnsveranderend middel. Degene die ze gebruikt, geeft de beheersing over zijn verstand of over zijn geest in zekere mate uit handen. Hoeveel, hangt af van de sterkte en de dosering en de gebruiksfrequentie enzovoort van het middel. Maar het heeft invloed op je waarneming. Het heeft niet alleen invloed op je reactietijd, zoals alcohol bijvoorbeeld tijdens het autorijden, maar ook op je morele oordeelsvermogen. Dat geldt ook voor andere bedwelmende of bewustzijnsveranderende middelen.
Iedereen die, net als ik, in de jaren zeventig is opgegroeid, heeft heel, heel veel mensen gekend die marihuana rookten en zwaardere drugs gebruikten. Bijna iedereen die ik kende, rookte marihuana, hoewel ik dat zelf nooit heb gedaan. Maar ik vond het interessant om bepaalde mensen te zien die christen waren geweest, met de Heere hadden gewandeld en met drugs waren gestopt. Sommigen van hen begonnen weer drugs te gebruiken. Sommigen begonnen zelfs weer drugs te gebruiken zonder zichzelf te beschouwen als mensen die van het geloof waren afgedwaald. Sommigen beschouwden zichzelf nog steeds als goede christenen, maar rookten toch marihuana. Maar wanneer ze weer marihuana gingen roken, was het zo duidelijk hoe hun morele oordeelsvermogen veranderde. Hun geweten was niet meer zo gevoelig, of niet meer zo goed onderlegd of zoiets. Ze konden goed en kwaad niet onderscheiden wanneer ze de gewoonte hadden dat middel te gebruiken. In Spreuken en elders wordt op die manier over alcohol gesproken, als iets wat het morele oordeelsvermogen wegneemt. Blijkbaar hebben alcohol en andere drugs die het denken veranderen een moreel effect op de mensen die er misbruik van maken. In Spreuken 31, vers 4 en 5, staat:
Uitleg in Spreuken 314Het past koningen niet, Lemoël, het past koningen niet wijn te drinken, of dat vorsten vragen: Waar is er sterkedrank? 5Anders zal hij drinken en vergeten wat verordend is, de rechtszaak van alle ellendigen verdraaien.
Lemoël is zelf de koning. Iemand die onder invloed is, is eerder geneigd het recht te verdraaien, omdat hij geen stevig besef heeft van wat rechtvaardig is. Zijn morele gewetensbezwaren worden zwakker. En iemand die zo drinkt, zal eerder, zoals elders in Spreuken staat, naar de vreemde vrouw kijken, enzovoort. Er liggen heel wat morele problemen op het pad van iemand die bedwelmende middelen en bewustzijnsveranderende drugs gebruikt. En daarom verbiedt de Bijbel het. En toch vergelijkt de Bijbel, ondanks dat feit, het vervuld zijn met de Geest in sommige opzichten met dronkenschap, of in elk geval met het gebruik van wijn. We weten dat Jezus Zelf over Zijn nieuwe beweging, het leven van Zijn beweging, sprak als nieuwe wijn die in nieuwe wijnzakken gedaan moest worden. Hij zegt:
Nieuwe wijn als beeld van geestelijk leven #
Uitleg in Mattheüs 9:16-17Ook doet men geen nieuwe wijn in oude leren zakken; anders barsten de zakken, en de wijn stroomt eruit, en de zakken gaan verloren; maar men doet nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beide blijven behouden.
Want de wijn leeft, de wijn groeit, de wijn gist, en daarbij zet hij uit. En wanneer hij uitzet, verandert zijn omvang en heeft dat gevolgen voor datgene waarin hij zit. En als dat een uitgerekte, broze oude wijnzak is, dan zal die zak scheuren en verlies je de wijn en de zak. Hij zegt:
voor jonge wijn heb je nieuwe wijnzakken nodig.
Er is iets aan de geestelijke beweging die Jezus bracht dat Hij vergeleek met wijn die nieuw was en gistte, in tegenstelling tot de wet met haar broosheid en onbuigzaamheid. Jezus veranderde ook water in wijn, en ik denk dat het veelzeggend is dat Hij dat deed met vaten die werden gebruikt voor de ceremoniële reiniging van de Joden. De Joden hadden die vaten waarin ze water vervoerden of bewaarden voor het ceremoniële wassen van de handen. En de zes watervaten in Johannes hoofdstuk 2, die Jezus met water liet vullen en waarvan Hij het water vervolgens veranderde in wijn die werd gedronken, waren vaten die daarvoor werden gebruikt, zo wordt ons verteld. Ze waren van het soort dat werd gebruikt voor de ceremoniële wassingen van de Joden. En ik denk dat het symbolisch is dat Jezus als het ware dat water nam dat werd gebruikt om de buitenkant te wassen. En de wet kon natuurlijk alleen het uiterlijke gedrag van een mens reinigen, wat werd gesymboliseerd door het wassen van de buitenkant. En Hij veranderde het in wijn, die bij het drinken het hart verandert, de waarneming verandert.
Matig wijngebruik in de Bijbel #
Christenen zijn hier heel gevoelig voor. En vooral iemand die heeft gezien hoe iemand verslaafd was aan wijn of alcohol, zal eerder geheelonthouder zijn en volkomen tegen elk gebruik van welke soort alcohol dan ook, in welke hoeveelheid dan ook. Daar kan ik trouwens begrip voor opbrengen. Ik kan begrip opbrengen voor die gevoeligheid. Maar de Bijbel zegt niet dat wijn in kleine hoeveelheden slecht is. Sterker nog, hij geeft te kennen dat het goed is. In de Psalmen en ook in Richteren hoofdstuk 9 staat:
Uitleg in Psalmen 98-101, 103, 104wijn, die het hart van de sterveling verblijdt, olie, die zijn gezicht doet glanzen, en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.
Wijn heeft dus, wanneer hij niet overmatig wordt gebruikt, een opbeurend effect. Zelfs de spreuk die we zojuist lazen in Spreuken 31, die zegt:
Uitleg in Spreuken 31Het past koningen niet wijn te drinken, omdat ze dan vergeten recht te spreken.
zegt ook:
Uitleg in Spreuken 31Geef wijn aan wie ten onder gaat, zodat hij zijn ellende kan vergeten.
Blijkbaar wordt daar over wijn gesproken als een verdovingsmiddel, iets dat pijn zou verdoven of zoiets. Wijn is niet bij elk gebruik verkeerd. De barmhartige Samaritaan goot wijn en olie in de wond van de man die in handen van rovers was gevallen. Wijn was een ontsmettingsmiddel. Hij werd bij vrijwel elke maaltijd gebruikt. Op elke eettafel in de oude wereld stond wijn, alcoholhoudende wijn. Gewoonlijk werd die met het water gemengd. Hij werd doorgaans zelfs met zoveel water gemengd dat je er nauwelijks dronken van kon worden. Want volgens de schrijvers uit die tijd mengden de Romeinen, de Grieken en de Joden allemaal wijn met water aan hun eettafel, gewoonlijk vier delen water op één deel wijn. En je begrijpt natuurlijk dat je bij die mengverhouding, met zo'n verdunning, de wijn nauwelijks in het water zou kunnen proeven. En je zou er beslist ontzettend veel liters van moeten drinken om er dronken van te worden. Maar het doel moet zeker zijn geweest om het water te ontsmetten. Wijn heeft dus ook goede toepassingen. Het is niet alleen maar iets slechts. En dronkenschap is misbruik van wijn.
Blijdschap en vrijmoedigheid door de Geest #
Maar wat mensen ertoe brengt om wijn te misbruiken, is ongetwijfeld een gevoel van leegte, een gevoel dat ze opgebeurd moeten worden, dat ze bemoediging nodig hebben. En wanneer mensen wijn drinken, worden ze vaak vrijmoediger, worden ze minder geremd. En sommige van die dingen, vrijmoedig zijn, opgebeurd zijn, je blijmoediger voelen, zijn geen verkeerde gemoedstoestanden. Maar wijn is de verkeerde bron om ze uit te halen. Als je wilt worden opgebeurd en daarvoor naar wijn grijpt, verwaarloos je het middel dat God wil gebruiken om ons op te beuren en onze zelfbewustheid weg te nemen, om ons vrijmoediger te maken, enzovoort. De volheid van de Heilige Geest heeft veel van die uitwerkingen. De eerste christenen, vervuld met de Geest, hadden blijkbaar niet alleen door hun taal iets laten zien, maar waarschijnlijk ook door hun gezichtsuitdrukking. De vreugde op hun gezichten en hun uitbundigheid droegen bij aan de indruk waardoor sommige mensen zeiden:
Uitleg in Handelingen 2:5-39Ze zitten vol jonge wijn.
Er is iets aan dronken worden dat mensen vanaf de oudheid tot op heden altijd aantrekkelijk hebben gevonden. Ik heb het nooit aantrekkelijk gevonden en ik ben nooit opzettelijk dronken geweest. Het is een paar keer voorgekomen dat we, zelfs in het gezelschap van andere christenen, een biertje of zoiets dronken. Ik drink niet meer, maar toen ik jonger was, dronk ik weleens bier bij de pizza of zoiets. En soms dronk ik iets meer dan ik dacht, gewoonlijk maar een heel klein beetje meer. Ik merkte niet eens dat het invloed op me had gehad, totdat ik opstond om te vertrekken. Toen merkte ik dat het invloed op me had gehad, en ik begreep niet waarom iemand zulke effecten op zijn geest zou willen verwelkomen. Ik dacht: ‘Man, dit is niet goed. Hoe word je heel snel weer nuchter?’ Ik kan me niet voorstellen dat iemand die bij zijn volle verstand is, niet meer bij zijn volle verstand zou willen zijn. Het was niet zozeer dat ik zoveel had gedronken dat mijn morele oordeelsvermogen aangetast leek. Ik had gewoon niet het gevoel dat ik mezelf onder controle had, zoals ik dat graag heb. Ik had het gevoel dat ik onder de controle van iets anders stond, en dat vond ik een beangstigende situatie. Ik kan me niet voorstellen dat iemand dat zou willen. Maar blijkbaar is er iets in de mens, de verdorven mens, dat daarin een zekere ontsnapping vindt en gewoon opgevrolijkt moet worden en die opbeuring in wijn zoekt. Mensen hebben het er altijd over gehad dat er in mensen, in hun ziel, een leegte met de vorm van God zit, die ze met iets proberen te vullen. Alcohol is misschien een van die dingen waarmee ze die proberen te vullen. Maar alcohol is op zijn allerbest een namaakgeest, en het is niet iets waarmee God wil dat we ons inlaten, want:
De Geest brengt zelfbeheersing voort #
Uitleg in Galaten 5:13-6:1822De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 23Daartegen richt de wet zich niet.
De Heilige Geest staat dus lijnrecht tegenover alcohol als het gaat om de uiteindelijke uitwerking ervan. Alcohol zorgt ervoor dat iemand zijn zelfbeheersing verliest. De Heilige Geest brengt de vrucht van zelfbeheersing voort. Iemand die onder de invloed van de Geest staat, kan uiterlijk laten blijken dat hij opgewekt is en kan vrijmoediger zijn of iets dergelijks. En in sommige opzichten gedraagt hij zich misschien niet zoals een normaal mens zich gedraagt, maar dat zal niet tot uiting komen in een gebrek aan zelfbeheersing. Dat is één gebied waarop de Heilige Geest het tegenovergestelde van wijn is. Volgens mij is dat juist het gebied waarop wijn het meest bezwaarlijk is. Want een mens die zijn eigen geest niet beheerst, is weerloos tegen geestelijke indringers, en zijn hart is tot slaaf gemaakt. Het past dus niet bij de Heilige Geest om iemand zijn zelfbeheersing te ontnemen als hij een godvruchtig mens is. Als een oordeel over iemand, zeker. God zou door Zijn Geest iemand als Saul zoiets laten overkomen toen hij David achtervolgde. De Geest kwam over hem, en hij kleedde zich helemaal uit en lag de hele dag op de grond, terwijl David ontkwam. Dat was een soort oordeel over Saul. Maar dat vind je niet in het leven van met de Geest vervulde heiligen, want van je zelfbeheersing beroofd worden is een oordeel. Het is geen zegen.
Voortdurend vervuld blijven met de Geest #
Paulus stelt hier dus dronken zijn van wijn tegenover vervuld zijn met de Geest. Die tegenstelling doet vermoeden dat er een zekere overeenkomst is, maar het is ook meer een tegenstelling dan een vergelijking. In plaats van je opgetogenheid in drinken te vinden, zou je opgetogen moeten zijn, kracht moeten ontvangen en vrijmoedig moeten worden door vervuld te zijn met de Heilige Geest. Hij zegt dit op een manier, met de Griekse werkwoordstijd, die wijst op een voortdurend vervuld worden.
Zo hebben sommigen het vertaald. Hij heeft het dus niet alleen over het moment waarop je vervuld wordt met de Geest, wat zijn lezers naar alle waarschijnlijkheid allemaal hadden meegemaakt. Dit waren mensen in de gemeenten van Paulus. Paulus bediende gewoonlijk de doop met de Heilige Geest op het moment dat hij mensen tot bekering bracht. Het is daarom niet waarschijnlijk dat veel van hen, of zelfs maar iemand van hen, niet met de Geest gedoopt waren toen hij deze brief aan hen schreef. Maar het is ook duidelijk dat mensen op een bepaald moment met de Heilige Geest gedoopt kunnen zijn en dan enige tijd later helemaal niet zo erg vervuld zijn met de Geest, niet wandelen in de Geest, geen geestelijk leven laten zien. Als je regelmatig omgaat met mensen die met de Geest vervuld zijn of met gemeenten die met de Geest vervuld zijn, merk je dat ook. Er kan in een gemeente die de doop met de Geest benadrukt net zoveel vleselijkheid zijn als in een gemeente die het er nooit over heeft. Dat komt doordat vervuld zijn met de Geest niet iets eenmaligs is. Vervuld zijn met de Geest is een manier van leven. Zoals Paulus hier al die tijd heeft gezegd, gaat het om de manier waarop we wandelen. We moeten wandelen in de Geest en wandelen in de volheid van de Geest. En het is niet automatisch zo dat iemand, alleen maar doordat hij met de Geest gedoopt wordt, nu voor de rest van zijn leven de volheid van de Geest bezit.
Het is net als met een relatie met wie dan ook. De Heilige Geest is een Persoon, en elke relatie met een persoon vraagt onderhoud. Er moet een vorm van voortdurende verbondenheid zijn, een vorm van voortdurend geven en nemen, wil de relatie sterk blijven. En het is onze relatie met de Heilige Geest waar Paulus zich hier mee bezighoudt. Hij geeft ons enkele antwoorden op de vraag die zou kunnen opkomen: hoe blijf ik vervuld worden met de Geest? Ik ben vervuld met de Geest, maar hoe houd ik dat zo? Hoe behoud ik deze volheid van de Geest? Die vraag zou vanzelf opkomen, en Paulus loopt daarop vooruit en beantwoordt die op drie manieren. Er zijn drie manieren waarop je ervoor kunt zorgen dat je vervuld blijft met de Geest. Ten eerste:
Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen #
met elkaar spreken in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingen en muziek maken in je hart voor de Heere. Eigenlijk zegt de King James volgens mij ‘tot jezelf spreken’, maar ik geloof dat ‘tot elkaar’ ook een goede vertaling is.
Op het eerste gezicht klinkt dit gebod alsof hij het heeft over de manier waarop we met elkaar moeten communiceren. En het klinkt bijna alsof we voor elkaar zouden moeten zingen. Ik weet niet of dit misschien verwijst naar het soort zingen dat in Israël en mogelijk in de vroege gemeenten werd gedaan: beurtzang, waarbij de ene kant van de zaal de ene regel zong en de andere kant de andere regel zong. Er zijn tegenwoordig zangvormen die daarop lijken. Antifonale zang is tegenwoordig niet de gebruikelijkste manier waarop we in de gemeente zingen. Er zijn ook andere bijzondere manieren van zingen, zoals een lied in canon zingen of iets dergelijks. Maar ook tegenwoordig kom je af en toe gemeenten tegen waar deze kant van de zaal deze regel zingt en die kant van de zaal die regel. Al in de Pentateuch werd gesproken over antifonale zang en het antifonaal reciteren. Blijkbaar maakte dat deel uit van de Joodse aanbidding, en het kan heel goed ook deel hebben uitgemaakt van de aanbidding in de vroege gemeente. Tegen jezelf of tegen elkaar spreken en zingen zou dus kunnen slaan op een groep christenen in de zaal die een regel naar de andere groep zingt, waarna die hem terugzingt, enzovoort. Maar het gaat hier vooral niet zozeer om wat je tegenover elkaar doet, als wel om wat er in je hart gebeurt. Je zingt en maakt muziek in je hart, omdat je een melodie in je hart hebt die je hardop zingt. Als je hardop zingt en er niets in je hart is, is dat precies dezelfde soort huichelarij als bidden of welke andere godsdienstige handeling dan ook waarbij het niet in je hart zit. En waarschijnlijk gebeurt dat veel in de gemeente. Ik moet toegeven dat er momenten zijn waarop ik de liederen zing die op de bladzijde of op het scherm van de overheadprojector staan, terwijl ik met mijn gedachten ergens anders ben. Maar ik zing de woorden wel. Dat is niet wat Paulus zegt dat je moet doen. Het is niet alleen maar voor elkaar zingen of hardop zingen wat iemand bij de Geest vandaan houdt. Het gaat erom dat de melodie in het hart zit. Je zult eerder iemand vinden die voortdurend in de Geest wandelt als je iemand vindt die spontaan in gezang uitbarst. Daarmee laat die persoon eenvoudig zien dat dat lied al een tijdje in zijn hart zat. Nu komt het uit zijn mond.
Lofprijzing als dagelijkse levenshouding #
Ik herinner me dat ik op mijn negentiende door Europa reisde met een andere christelijke man die bij mij in een band zat. Hij was een heel, heel godvruchtige, geestelijke man, heel nederig, en ook een voortreffelijk musicus. Ik herinner me dat we een keer buiten in een graanveld sliepen. We reisden vanuit Noord-Duitsland naar München, eigenlijk voor de Olympische Spelen in 1972. Het was meer dan een dag rijden. We waren laat vertrokken en daarom stopten we in een graanveld en sliepen daar buiten in onze slaapzakken, voordat we de volgende dag naar München gingen. Wat me gewoon is bijgebleven, is dat deze man die met ons meereisde — hij is al jaren een vriend van me — 's morgens al zong en God aanbad voordat zijn ogen zelfs maar open waren. Ik sliep niet zo dicht bij hem, maar zodra hij wakker was, voordat zijn ogen zelfs maar wakker waren, was zijn hart wakker. En hij zong en maakte muziek in zijn hart. Ik moet zeggen dat dit helemaal bij hem paste. Hij is een man bij wie je, als je hem kende, het gevoel zou hebben dat je in de aanwezigheid van een met de Geest vervulde man was. Het was voor mij een goed voorbeeld van dit vers: hoe een geestelijk mens in zijn hart zal zingen. Als je alledaagse klusjes doet of wat dan ook, als je alleen over straat loopt, gewoon voor de Heere zingen, vanuit je hart. Niet omdat het een godsdienstige plicht is die je moet vervullen, niet omdat het deel uitmaakt van een ritueel, maar omdat het hart vol liederen is. Als je dat lied tot uiting brengt en dat lied in je hart gaande houdt, maakt dat deel uit van de manier waarop je de volheid van de Geest in je leven bewaart. Je schept een sfeer van aanbidding.
Uitleg in Psalmen 22, 23, 24, 15Hij woont in de lofzangen van Zijn volk.
staat er in Psalm 22. En door in de tempel van God, die je lichaam is, een sfeer, een omgeving van lofprijzing en aanbidding te scheppen, bied je een omgeving waarin de Heilige Geest graag woont. Dat staat bijvoorbeeld tegenover wat er in hoofdstuk 4 van Efeze staat, in vers 30:
Uitleg in Efeze 4:11-32En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.
Wat is dat? Dat volgt op de uitspraak:
Uitleg in Efeze 4:11-32Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets goeds, wat nuttig is tot opbouw, opdat het genade geeft aan hen die het horen.
En het wordt zelf gevolgd door de uitspraak:
Uitleg in Efeze 4:11-32Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid,
Verkeerde houdingen, verkeerde woorden bedroeven de Heilige Geest. Maar een omgeving van aanbidding, waarin je in je hart muziek maakt voor God, is een plaats waar de Heilige Geest graag woont. Het tweede heeft hiermee te maken:
Uitleg in Efeze 5:1-2118En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, 19en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, 20en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus. 21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
God danken in alle omstandigheden #
Naast het hebben van een melodie en het blij houden van je eigen hart en het gericht houden van je eigen hart op de Heere, moet je op je omstandigheden reageren met dankbaarheid aan God. Om voor alle dingen dankbaar te zijn, moet je bewust en doelgericht een bepaalde mentaliteit, een bepaalde denkwijze vasthouden. Eén ding is dat je God alleen voor alle dingen kunt danken als je een hoge opvatting hebt van de soevereiniteit van God, als je gelooft dat God werkelijk in alle dingen is. Hoe zou je God ergens voor kunnen danken als je denkt dat Hij er niets mee te maken had? Er zijn dingen waarin we God steeds weer zien, hoewel we soms zelfs nalaten Hem te zien wanneer Hij duidelijk zichtbaar is. Als je om iets geweldigs bidt en het gebeurt, zul je vrijwel zeker spontaan God danken en zien dat God je gebed heeft verhoord. Als het in het algemeen goed met je gaat, zul je, als je een geestelijk mens bent, heel waarschijnlijk geregeld God danken. ‘Dank U, God, voor ons eten. Dank U voor dit prachtige huis waarin we wonen. Dank U voor onze goede gezondheid’, enzovoort. Dankbare mensen doen dat, maar er is nog een ander niveau van dankbaarheid dat minder snel spontaan opkomt, vooral bij ongeestelijke mensen. Dat is wanneer de dingen tegenzitten. Wanneer we slecht behandeld worden, wanneer dingen slecht gaan, wanneer we een teleurstelling meemaken of onze voorspoed in tegenspoed verandert, dan is het minder natuurlijk om God te danken. Maar de aansporing hier is om God altijd voor alle dingen te danken. De enige manier waarop je dat kunt doen, zoals ik al zei, is als je werkelijk gelooft dat God iets met alle dingen te maken had. God is betrokken bij alle dingen in je leven. Als je iets overkomt wat je prettig vindt, of als je iets overkomt wat je niet prettig vindt, dan is het in beide gevallen Gods voorzienigheid. Onder welke omstandigheden dan ook mopperen is opstand tegen Gods voorzienigheid. Tenzij je niet gelooft dat Gods voorzienigheid zich zozeer tot de afzonderlijke dingen uitstrekt. Maar dat geloof ik wel. Ik denk dat de Bijbel dat ook doet. En ik denk dat het besloten ligt in Paulus’ aansporing dat we God voor alle dingen kunnen danken, zelfs voor negatieve dingen. Dingen die negatief zijn in de zin van hoe wij ze waarnemen en ervaren, want:
Uitleg in Romeinen 8:15-39En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.
Zelfs als dingen op zichzelf slecht zijn, kan God ze benutten. Ze kunnen een opstap zijn op Gods weg naar zegen. Daarom kunnen we Hem er in geloof voor danken. Als je gelooft dat God goed is en dat God soeverein is, dan zal Hem danken natuurlijk zijn en helemaal niet vreemd, al vergeten we het misschien te doen. We moeten niet alleen een hoge opvatting hebben van Gods soevereiniteit en van Zijn goedheid, zodat we in alle dingen aanleiding kunnen vinden om Hem te danken. We moeten er ook aan denken om het te doen. Als we er niet aan denken om het te doen, vergeten we God. En dan wordt het veel waarschijnlijker dat we gaan mopperen, dat we God niet in alles zien. Niet omdat onze theologie ons dat niet toestaat, maar omdat we het vergeten. God is niet zichtbaar, Hij is niet duidelijk waarneembaar, en wat duidelijk waarneembaar is, zijn onze omstandigheden. Paulus spreekt in 2 Korinthe over de vernieuwing van de innerlijke mens en vervolgt:
Uitleg in 2 Korinthe 4Wij houden onze ogen immers niet gericht op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig.
God wordt niet door ons oog gezien, maar we moeten eraan denken naar Hem te kijken. We moeten het in gedachten houden. We moeten er een gewoonte van maken dankbaar te zijn op de momenten waarop we het minst geneigd zijn om voor alles dankbaar te zijn. Het betekent niet dat je als een soort automatisme gewoon maar moet beginnen te zeggen: ‘Prijs God, prijs God’, of: ‘Dank God, dank God’, op elk moment, zoals sommige mensen die ik ken ook echt hebben gedaan. Tegenwoordig niet meer zoveel, maar ik ken iemand die het nog steeds doet. Er zijn vroeger, in de afgelopen jaren, mensen in mijn leven geweest die dat voortdurend deden. Het klonk heel mechanisch en soms niet erg oprecht. Maar het betekent zeker dat we een echte ‘attitude of gratitude’ moeten bewaren. Het was niet mijn bedoeling om dat zo te laten rijmen, maar een houding van dankbaarheid tegenover God voor alles, als we hopen met de Geest vervuld te worden. Je kunt niet, terwijl je moppert, met de Geest vervuld zijn. Dat kan niet. Dus in zekere zin heb je de innerlijke gesteldheid van het hart, waarbij je in je hart voor de Heere zingt, en die moet in stand worden gehouden. Je moet tegenover de omstandigheden deze houding hebben: alles is iets om voor te danken. Om God voor te danken. En het derde wat hij zegt, is:
Wederzijdse onderdanigheid en drie relaties #
je aan elkaar onderwerpen uit ontzag voor God.
Je onderwerpen is natuurlijk moeilijk, omdat het in wezen betekent dat je jezelf onder iemand anders plaatst. Je gedraagt je alsof die ander je meester is en jij zijn dienaar bent. Laat ik hier eens over spreken, over je aan elkaar onderwerpen in de vreze Gods, want deze aansporing wordt onmiddellijk gevolgd door drie voorbeelden. Het eerste is, in vers 22:
Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere,
De hoofdstukindeling is natuurlijk kunstmatig. Het volgende voorbeeld, nadat hij over vrouwen en mannen heeft gesproken, staat in hoofdstuk 6, vers 1:
Uitleg in Efeze 6:1-9Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist.
Hij geeft ook aanwijzingen aan de vaders, maar niet dat zij hun kinderen moeten gehoorzamen. Dan in vers 5 van hoofdstuk 6:
Uitleg in Efeze 6:1-9Slaven, wees, evenals aan Christus, gehoorzaam aan uw heer naar het vlees, met vrees en beven, oprecht van hart,
Hij geeft ook aanwijzingen aan de meesters. Nu staat er in vers 21 deze uitspraak:
Uitleg in Efeze 5:1-2118En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, 19en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, 20en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus. 21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Dan hebben we drie voorbeelden van situaties waarin mensen zich aan andere mensen moeten onderwerpen: vrouwen aan mannen, kinderen aan ouders, dienaren aan hun meesters. Ik wil deze kwestie van onderwerping van twee kanten bespreken. Allereerst in het licht van wat eraan voorafgaat, in het licht van het feit dat dit het slot is van vers 18 tot en met 21. Vervolgens wil ik het bespreken als inleiding op de rest van het boek Efeze. Wat de eerste context betreft: je aan elkaar onderwerpen in de vreze Gods is het slot en de laatste bijzin van de lange zin die in vers 18 begint.
Het hart van een dienaar #
Een onderworpen hart hebben is een deel van wat nodig is om met de Geest vervuld te worden. Een onderworpen hart hebben betekent dat je jezelf in zekere zin als de dienaar van allen ziet:
dat je eerder geneigd bent om je te schikken dan om eisen te stellen. Dat je eerder geneigd bent om toe te geven en mee te gaan met de voorkeuren van iemand anders dan om op je eigen rechten te staan. Dat je er meer op gericht bent anderen te behagen dan jezelf te behagen. Dat je eerder iets doet wat een ander helpt dan dat je iemand probeert over te halen iets te doen wat jou helpt. Dat is het hart van een dienaar. Dat is de houding van een dienaar. Dat is de onderdanigheid waarover hier wordt gesproken: de dienaar van allen zijn. Dit heeft duidelijk te maken met je relaties met andere mensen. Kijk, hier worden drie dingen genoemd die te maken hebben met vervuld zijn met de Geest. Het eerste is dat je in je hart een sfeer van vreugde, aanbidding en zang bewaart. Ten tweede: zie elke omstandigheid als een genadige voorzienigheid van God waarvoor je Hem kunt danken, en vergeet ook werkelijk niet Hem daarvoor te danken. Ten derde, je relatie met andere mensen: dat je jezelf ziet in de rol van dienaar van allen. In die rol doe je graag afstand van je rechten, schik je je graag en laat je een ander graag zijn zin krijgen als jullie voorkeuren botsen. Kijk, als je dit doet, zul je conflicten vermijden. Je krijgt misschien een conflict met je ego, je krijgt misschien een conflict met je zelfzucht, maar je zult niet zo vaak een conflict met andere mensen hebben als je over het algemeen bereid bent je eigen aanspraken op te geven.
Nu zijn er natuurlijk momenten waarop je voet bij stuk moet houden, niet uit zelfzucht, maar vanwege een principe. Je moet het kwaad weerstaan. Verderop in Efeze 6 gaat hij daarover spreken. We moeten standhouden tegen de boze. In vers 13 van hoofdstuk 6:
Uitleg in Efeze 6:10-24Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.
Een onderdanig mens zijn betekent niet dat je geen stand houdt tegen het kwaad. Er zijn bepaalde machten waartegen christenen terecht vanuit morele verontwaardiging stelling nemen. Maar als het gaat om de relaties tussen jou en andere gelovigen, dan is de algemene houding waardoor de volheid van de Geest in je eigen hart en leven behouden blijft, dat je niet je eigen zin doordrijft. En dat je liever anderen behandelt zoals je door hen behandeld zou willen worden, dan dat je van hen eist dat ze jou behandelen zoals jij dat wilt. Je doet hun wat je graag zou willen dat jou werd gedaan. Dit is de gulden regel in alle relaties. Dit zijn de vaste gewoonten die een christen moet hebben als hij hoopt voortdurend vervuld te zijn met de Geest. Als je dat niet bent, denk ik nauwelijks dat je voortdurend in de Geest zult kunnen wandelen. En als je niet voortdurend in de Geest wandelt, zul je het vlees niet overwinnen. De Bijbel zegt in Galaten 5 dat je moet:
Uitleg in Galaten 5:13-6:18Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
Als je in de Geest wandelt, geeft de Geest kracht om het vlees te overwinnen, maar je moet dit wandelen in de Geest volhouden. Dat is wat Paulus ons in deze verzen vertelt.
Onderdanigheid binnen het huwelijk #
Nu ik dat over die context van vers 18 tot en met 21 heb gezegd, wil ik vers 21 bekijken in verband met de context die erop volgt. Want wat er gedurende een groot aantal verzen na vers 21 volgt, is een uitwerking daarvan. Natuurlijk is het noodzakelijk dat alle christenen dienaren van allen zijn. Maar er zijn ook bepaalde relaties waarin de ene partij verplicht is zich aan de andere partij te onderwerpen of de dienaar van die andere partij te zijn. In die specifieke, omschreven relaties wordt de andere partij niet opgeroepen zich in dezelfde mate of even regelmatig aan de eerste partij te onderwerpen. Nu is het belangrijk dit ter sprake te brengen, want in vers 22 lees je:
Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere,
Dit spreekt duidelijk over een a priori geldende verplichting van de vrouw om zich te voegen naar de plannen van haar man en zich te onderwerpen aan zijn algehele leiding van het gezin. En er is altijd, zowel bij mannen als bij vrouwen, een element van opstandigheid geweest. Al sinds de tijd van Adam en Eva hebben mannen en vrouwen allebei iets opstandigs in zich, en onderwerping aan anderen is altijd moeilijk. Mannen vinden het in veel gevallen moeilijk zich aan andere mannen te onderwerpen, en vrouwen vinden het moeilijk zich aan mannen te onderwerpen. Ik weet dat kinderen het moeilijk vinden zich aan hun ouders te onderwerpen. Maar al deze dingen maken, ondanks de moeilijkheid ervan, deel uit van de beschrijving van wat God voor ons voor ogen heeft in onze verschillende rollen in de samenleving.
Feminisme en de rollen van man en vrouw #
Maar naast de eeuwenlange opstandigheid die in het hart van mannen en vrouwen leeft, is er in onze eigen tijd, en vooral in de afgelopen dertig jaar, een doelbewuste poging van bepaalde maatschappelijke krachten om elk onderscheid tussen de rollen van mannen en vrouwen uit te wissen, zowel in het huwelijk als in de samenleving in het algemeen. Deze beweging is begonnen door vrouwen van wie de namen genoemd kunnen worden. De meeste mensen die ouder zijn dan veertig zullen zich de namen herinneren van Betty Friedan en Gloria Steinem en dat soort mensen, opstandelingen tegen God, gewoon mensen zonder ook maar enige christelijke moraal, die de voortrekkers waren van een beweging die we tegenwoordig feminisme noemen.
Natuurlijk had het feminisme al lang geleden zijn oorsprong in de westerse samenleving, waarschijnlijk ergens in de negentiende eeuw. Maar sinds de jaren zestig is er een opleving geweest onder leiding van deze vrouwen en door de tijdschriften en boeken die ze schreven. Wat in de jaren zestig via deze vrouwen begon, was dus de poging om elk onderscheid tussen mannen en vrouwen in de samenleving uit te wissen. Het argument was dat vrouwen onderdrukt waren. Vrouwen zijn door de hele geschiedenis heen niet zo veel op de arbeidsmarkt actief geweest als mannen, omdat de mogelijkheden er niet waren. En vrouwen zaten thuis opgesloten en gevangengehouden met kinderen, waar ze alledaagse dingen deden die hun geen enkele gelegenheid gaven om hun creativiteit en hun aangeboren genialiteit tot uitdrukking te brengen. Om dit onrecht recht te zetten, was het daarom noodzakelijk de samenleving in haar geheel te veranderen. En de opvattingen over de samenleving te veranderen. De opvattingen dat vrouwen degenen zijn die kinderen baren en verzorgen, en dat de man de beschermer en verzorger van het gezin is. Dit idee leefde in elk geval al eeuwenlang in de westerse samenleving, omdat de Bijbel het leert. Alle evangelische christenen herkenden dit idee dertig jaar geleden als een demonisch complot om het moederschap te ondermijnen, het vrouw-zijn te ondermijnen en in wezen het gezin en de samenleving te vernietigen.
Kritiek op feminisme en gezinsleven #
Nu, degenen die deze boeken en artikelen schreven, degenen van wie de namen het bekendst zijn, die er leiding aan gaven. Natuurlijk hebben ze sindsdien veel discipelen gekregen. Ze kwamen er ronduit voor uit dat ze het traditionele gezin inderdaad wilden vernietigen. Ze geloofden dat het traditionele gezin een onderdrukkende eenheid was die vrouwen onderdrukte. Natuurlijk trokken deze mensen zich niets aan van wat de Bijbel zei, omdat ze geen christenen waren. Ze waren niet alleen geen christenen, ze waren tegenstanders van het christendom. Velen van hen waren lesbisch. En dit is geen goedkope sneer. Dit is eenvoudigweg een feit over deze mensen. Het waren in veel gevallen lesbiennes, mannenhaters, en daarom schilderden ze alle mannen af als vrouwenhaters. Dat is naar mijn ervaring een onjuiste voorstelling. Ik heb niet zo heel veel mannen ontmoet die echt vrouwenhaters zijn. Ik heb zeker veel mannen ontmoet die graag vrouwen uitbuiten, maar ik heb ook vrouwen ontmoet die graag vrouwen uitbuiten en die ook graag mannen uitbuiten. Mensen zijn gevallen, en door de zondeval buiten zondige mensen andere mensen uit als ze dat kunnen. Maar de gezinsstructuur waarin de man het hoofd is en de vrouw de opvoedster van de kinderen en de beheerster van het huishouden, zoals die duidelijk in de Schrift wordt beschreven, is geen instelling die op zichzelf schadelijk is voor vrouwen. Als ze al iets doet, dan is het vrouwen beschermen.
Nu de feministische beweging dertig jaar lang het hele geheel van opvattingen over mannen en vrouwen in onze samenleving heeft veranderd, is vastgesteld dat vrouwen er niet beter aan toe zijn. Het is waar dat ze leidinggevenden en artsen en advocaten en rechters kunnen zijn. Maar de meesten van hen die kinderen hebben, leven met een diepe onvrede, omdat ze niet het gevoel hebben dat ze de tijd voor hun kinderen en voor hun loopbaan hebben die ze zouden willen. En toch hebben hun leiders hun verteld dat de loopbaan belangrijker is dan de kinderen. Dat kinderen beter opgevoed kunnen worden door plaatsvervangers, beter opgevoed kunnen worden door kindermeisjes van de overheid, beter opgevoed kunnen worden door ingehuurde beroepskrachten. Dit is het officiële standpunt van het feminisme. En hoewel de vroege evangelische christenen — ik moet zeggen: evangelische christenen in de begintijd van de feministische beweging — inzagen dat dit een satanische leugen was, draaide de kerk bij, zoals zo vaak het geval is met de kerk. De kerk besloot: als je satanische leugens niet kunt verslaan, kun je je er maar beter bij aansluiten. Je merkt dus dat het tegenwoordig in de kerk bijna niet geoorloofd is om te suggereren dat God verschillende rollen heeft ontworpen voor mannen en vrouwen in de samenleving en in het gezin. Hoe onpopulair het ook is, ik schaam me er geen moment voor om te zeggen dat God dit inderdaad zegt.
De feministische uitleg van onderdanigheid #
Maar wanneer mensen nu naar deze gedeelten kijken, zullen ze eerder proberen die op feministische manieren uit te leggen, omdat de kerk de feministische ideologie heeft overgenomen. De feministen schrijven over dit gedeelte. Ik heb hun boeken gelezen. Ik heb er verschillende op mijn boekenplank staan. Ik heb er een aantal gelezen, en ook artikelen van hen. De christelijke feministen, de zogenoemde evangelische feministen, zoals ze zichzelf noemen, behandelen deze verzen. Wat ze zeggen, is allereerst dat het verkeerd is om te zeggen dat vrouwen zich noodzakelijkerwijs aan hun man moeten onderwerpen, omdat Paulus in vers 21 zei:
‘Iedereen moet zich aan iedereen onderwerpen.’ Ze doen dus alsof Paulus vers 22 nooit heeft geschreven en alleen vers 21 heeft geschreven. En alsof Paulus’ opvatting over onderwerping alleen te vinden is in vers 21:
Uitleg in Efeze 5:1-2118En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, 19en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, 20en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus. 21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Maar op de een of andere manier is Paulus’ opvatting over onderwerping niet te vinden in vers 22:
Vrouwen, onderwerp je aan je eigen man.
Sommige mensen kunnen gewoon niet zien hoe die twee dingen samen kunnen gaan. Hoe kan tegen mannen, vrouwen en alle anderen gezegd worden dat ze zich aan elkaar moeten onderwerpen? Tegelijk krijgt één partij in een relatie de opdracht zich aan de andere partij te onderwerpen, vanwege haar rol binnen een hiërarchische structuur. Hoe gaat dat samen? Dat is heel duidelijk hoe het volgens Paulus ligt. Het is zoals de gemeente aan Christus onderworpen is. De vrouw is als de gemeente. Christus is als de man. Daarom moet de vrouw zich aan de man onderwerpen zoals de gemeente zich aan Christus onderwerpt. Het staat buiten kijf dat Paulus twee verschillende rollen binnen een hiërarchische relatie uiteenzet. Hetzelfde geldt voor kinderen en ouders in hoofdstuk 6, vers 1 tot en met 4, en voor dienaren en meesters in hoofdstuk 6, vers 5 tot en met 9. Hier worden drie verschillende hiërarchische verhoudingen genoemd. In elk geval spreekt Paulus één partij in die verhouding aan — in de drie afzonderlijke gevallen de vrouw, het kind en de dienaar — en zegt:
Onderwerp je aan de ander.
Vervolgens spreekt hij in elk geval de andere partij aan — de man, de ouder en de meester — en geeft hij ook hun instructies. Die instructies houden in dat ze rekening met de ander moeten houden, niet overheersend moeten zijn, liefdevol moeten zijn, zichzelf moeten geven, enzovoort. Beide kanten van deze hiërarchische verhoudingen krijgen dus specifieke instructies. Volgens mij kan iedereen zien dat als beide partijen zouden doen wat hun hier wordt opgedragen, niemand de situatie als onderdrukkend zou ervaren. Want degenen die in een positie verkeren waarin ze kunnen onderdrukken, krijgen het gebod dat niet te doen.
Plichten en grenzen van onderdanigheid #
Er moet op gewezen worden dat Paulus in dit hele gedeelte niemand aanspreekt op zijn of haar rechten, maar alleen op zijn of haar plichten: de plicht van de vrouw en de plicht van de man. Tegen de man wordt niet gezegd dat het zijn recht is dat zijn vrouw zich aan hem onderwerpt. Tegen de vrouw wordt niet gezegd dat het haar recht is dat de man haar liefheeft. De man krijgt te horen wat zijn plichten zijn, en de vrouw krijgt te horen wat haar plichten zijn.
We zouden kunnen vragen: wat als één partij zijn of haar plicht niet vervult? Is de ander dan van zijn verplichting ontslagen? Misschien zou dat in bepaalde extreme gevallen zo kunnen zijn. Als een ouder op het punt staat zijn kinderen dood te slaan, zou het niet onderdanig zijn als de kinderen vluchten, maar in zulke extreme omstandigheden zou het misschien te verontschuldigen zijn. Als een man, een vader of een meester iemand die aan hem ondergeschikt is, opdraagt iets te doen wat duidelijk zondig is en duidelijk tegen de leer van het Woord van God ingaat, dan lijkt het erop dat we ook daar een voorbeeld hebben van een moment waarop die persoon bij die gelegenheid geen onderdanigheid verschuldigd is.
Maar het feit dat de persoon aan de andere kant van de verhouding gewoon onvolmaakt is, of niet ideaal, of niet volledig gehoorzaam in het vervullen van zijn of haar plichten, ontslaat de andere partij volgens de Bijbel niet van zijn of haar plichten. Want Christus wil dat we allemaal kijken naar wat mijn verantwoordelijkheid is, niet naar wat de verantwoordelijkheid van iemand anders tegenover mij is.
Trouw blijven als de ander tekortschiet #
Petrus spreekt over een van die situaties in 1 Petrus hoofdstuk 2, vers 18. Hij richt zich tot dienaren:
Uitleg in 1 Petrus 2:11-23Huisslaven, wees uw meesters met alle ontzag onderdanig, niet alleen hun die goed en welwillend zijn, maar ook die verkeerd handelen.
Hetzelfde wat Paulus in Efeze 6 zei. Maar vervolgens zegt hij:
Niet alleen aan de goede en vriendelijke, maar ook aan de harde.
Paulus spreekt tot de dienaren en tot de meesters. Hij zegt tegen de dienaren dat ze zich moeten onderwerpen, en hij zegt tegen de meesters dat ze niet hardvochtig moeten zijn. Maar wat als ik een christen ben, ik ben een dienaar, en mijn meester is een christen? Hij zou niet hardvochtig moeten zijn omdat hij een christen is, maar hij is wel hardvochtig. Moet ik dan niet onderdanig zijn? Ontslaat het plichtsverzuim van de andere partij mij plotseling van mijn verantwoordelijkheid? Blijkbaar niet. Petrus zei:
Dienaren, wees onderdanig, ook als je meesters hard zijn.
Dat zouden ze niet moeten zijn, maar als ze het wel zijn, ben je nog steeds een dienaar en moet je nog steeds onderdanig zijn. Evenzo zegt Petrus in 1 Petrus hoofdstuk 3, vers 1:
Uitleg in 1 Petrus 2:24-3:71Evenzo, vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig; opdat ook, als sommigen aan het Woord ongehoorzaam zijn, zij door de levenswandel van de vrouwen zonder woorden gewonnen mogen worden, 2doordat zij uw reine levenswandel in de vreze des Heeren waarnemen.
Hier zien we dat Petrus enkele van dezelfde situaties bespreekt, dezelfde soorten verhoudingen die Paulus bespreekt. Terwijl Paulus de dienaren, kinderen en vrouwen vertelt hoe ze zich binnen hun kant van de verhouding moeten gedragen, vertelt hij ook de mannen, vaders en meesters hoe ze zich aan hun kant van de verhouding moeten gedragen. In geen van die gevallen zegt hij wat je moet doen wanneer de andere persoon in de verhouding niet doet wat hij of zij behoort te doen. Maar Petrus vertelt ons dat je, zelfs als de andere partij niet doet wat hij of zij behoort te doen, nog steeds moet doen wat jij behoort te doen. Dat is een duidelijke leer van de Schrift.
Als mijn vrouw zich bijvoorbeeld naar mijn idee niet aan mij zou onderwerpen zoals de gemeente zich aan Christus behoort te onderwerpen, is het niet aan mij om op te houden haar lief te hebben, haar te koesteren en voor haar te zorgen. Ik kan niet zomaar zeggen: ‘Nou, ze heeft zich niet aan mij onderworpen, dus ik vertrek een paar maanden van huis en ga me als een vrijgezel gedragen.’ Ik heb nog steeds een verplichting. Omgekeerd, als zij vond dat ik haar niet liefhad zoals Christus de gemeente heeft liefgehad, ontslaat dat haar niet van de geboden die God haar oplegt.
Gezag bij ouders en werkgevers #
We zien dat Paulus hiërarchie erkent, en Petrus ook, en ook elke samenleving die niet al te zeer gefeminiseerd is. Zelfs een feministische samenleving erkent in sommige situaties hiërarchie. In het bedrijfsleven verwacht die feministische algemeen directeur beslist dat haar ondergeschikten zich aan haar onderwerpen. In die situatie is ze niet egalitair. Ik durf wel te zeggen dat veel feministen ten volle verwachten dat hun kinderen zich naar het ouderlijk gezag schikken. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die voor totale gelijkheid tussen ouders en kinderen pleit, al hoor je soms wel geluiden in die richting.
Je komt van die door en door linkse mensen tegen die vinden dat kinderen het recht zouden moeten hebben hun ouders voor de rechter te slepen omdat die hun geen zakgeld geven voor het buitenzetten van het vuilnis, dat soort dingen. Er zijn mensen die nu voorvechters van kinderrechten zijn, maar niemand die bij zijn verstand is, doet dat. Niemand die goed bij zijn hoofd is, stelt voor dat kinderen thuis evenveel te zeggen zouden moeten hebben als de ouders. Als iemand daarvoor zou pleiten, zouden we moeten zeggen: ‘Vanaf welke leeftijd? Twee maanden? Als ze twee maanden oud zijn, laten we ze dan het huishouden laten besturen?” Dat doen ze in de praktijk toch al bijna, maar het feit blijft dat ze in het gezin geen positie hebben die hun daar recht op geeft. De ouders hebben die wel. De ouders hebben het recht en de verantwoordelijkheid om te bepalen hoe de dagindeling van de kinderen eruitziet, wat ze eten, wanneer ze naar bed gaan, hoe ze worden onderwezen en wat ze dragen. Alle ouders, zelfs degenen die zeggen dat ze in dit geval in egalitarisme geloven, eisen nog steeds dat de kinderen hun tanden poetsen wanneer de kinderen dat niet willen. Iedereen weet dat er relaties zijn die niet voor honderd procent egalitair zijn, of het nu gaat om zakelijke relaties binnen bedrijven, bepaalde gezinsrelaties of zelfs burgerlijke relaties tussen de overheid en de burgers. Dit is natuurlijk de grote inconsequentie van de feminist, want de feminist zegt: “Wacht eens, Paulus zei:
Uitleg in Efeze 5:1-21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
Gelijke bekwaamheid en verschillende rollen #
Dat betekent dat iedereen zich in gelijke mate aan ieder ander onderwerpt.” Ze passen dat alleen toe op man en vrouw. Ze passen het niet toe op kinderen en ouders of werknemers en werkgevers, want dat zijn situaties waarin iedereen weet dat dat absurd is. De enige reden waarom ze dit bij de verhouding tussen man en vrouw kunnen beweren, is dat het niet op zichzelf absurd lijkt. Het is niet absurd om te zeggen dat een vrouw een huishouden zou kunnen besturen. Veel vrouwen hebben dat heel doeltreffend gedaan. Het lijkt niet absurd om te zeggen dat een echtgenote, of een vrouw, een goede voorganger van een gemeente of hoofd van een bedrijf zou kunnen zijn. Het is gebeurd. Er zijn heel bekwame vrouwen, net zo bekwaam als welke man ook. Er zijn beslist vrouwen die veel competenter zijn dan sommige mannen. Er zijn vrouwen die intelligenter, begaafder, bekwamer en competenter zijn dan hun man. Niemand zal dit ontkennen. Maar daar gaat het niet om. Vrouwen zouden bekwaam genoeg kunnen zijn om het huishouden te besturen. Daarom lijkt dat niet absurd. Dat geeft het feministische denken de ruimte om te suggereren dat de verhoudingen tussen man en vrouw die hier in de Schrift worden genoemd misschien achterhaald of verouderd zijn, en niet zo verplichtend. Maar omdat het absurd is om te denken dat de conciërge de algemeen directeur aanstuurt, of dat het kind, de tweejarige, de ouder aanstuurt, zouden ze in die gevallen een hiërarchische structuur bedoelen in plaats van een egalitaire structuur. Het punt is echter dat christenen hun beslissingen over rollen niet baseren op wat aannemelijk is of wat niet belachelijk is, of iets dergelijks. Het is waar dat het christendom niet belachelijk is, maar er zijn andere dingen die niet belachelijk zijn en die ook niet christelijk zijn. Egalitarisme binnen het huwelijk is een model dat niet belachelijk is, maar het is niet christelijk. Het leven en de overtuigingen van de christen zijn gebaseerd op Gods geopenbaarde denken in de Schriften, niet op maatschappelijke modes, heidense maatschappelijke invloeden, en zelfs niet op wat aannemelijk is. Ik heb gezinnen gezien, ik heb bedrijven gezien, ik heb gemeenten gezien die door vrouwen werden geleid. Dat is niet altijd een overduidelijke ramp geweest. Ik zeg een overduidelijke ramp omdat ik geloof dat het op een bepaald niveau wel een ramp is. Want of er nu wel of geen overduidelijke ramp is, de vrouw leeft niet in de rol die God haar heeft gegeven. En ik zou het een grote ramp vinden als God mij had geroepen om vuilnisman te zijn en ik hoofd van Great Commission School werd. Een grote ramp, niet omdat vuilnisman zijn zo’n edele roeping is, maar omdat het een ramp zou zijn om mijn roeping mis te lopen. Het zou een ramp zijn om mijn leven te leven, wat ik maar één keer mag doen, en het doel ervan mis te lopen. Om de positie mis te lopen die God vanaf de grondlegging van de wereld voor mij had bestemd. Dat is een ramp, een persoonlijke ramp. Er zijn andere manieren waarop de feministische agenda rampzalig is, ook al lijkt het niet rampzalig om een vrouw aan het hoofd van een bedrijf, aan het hoofd van een gemeente of aan het hoofd van een gezin te hebben. Het lijkt niet onmiddellijk rampzalig. Toch zien we na dertig jaar van dit soort maatschappelijke maakbaarheid de ramp in het leven van kinderen en in de spanning waaronder vrouwen staan. Spanning in de negatieve betekenis. Ik heb het niet over nadruk. Ik heb het over ziekten die met stress samenhangen en dat soort dingen. Dat komt doordat vrouwen proberen alles te hebben en alles te doen, wat ze volgens hun leiders konden, maar waarvan niemand heeft ontdekt dat het mogelijk is. Je kunt geen geweldige moeder zijn als je niet bij je kinderen bent. Dat kun je gewoon niet. Je kunt je kinderen beschermen, je kunt voor je kinderen zorgen, maar moeder zijn betekent meer dan dat. Natuurlijk neem ik de feministen nu gewoon op de korrel omdat zij de voornaamste tegenstanders zijn van wat we in deze specifieke passage lezen. Waar ik naartoe wilde, is dat de evangelische feministen in al hun vooronderstellingen net zo feministisch zijn als alle andere feministen. Het enige verschil is dat ze proberen te zeggen dat de Bijbel feminisme leert. De oorspronkelijke feministen hebben nooit gedaan alsof de Bijbel feminisme leert. Sterker nog, zij zagen zichzelf als tegenstanders van de Bijbel. De Bijbel was de vijand. De Bijbel was dat patriarchale boek dat vrouwen onderdrukt hield. We moesten af van de invloed van de Bijbel, wat de oorspronkelijke feministen betreft. De evangelische feministen nemen dezelfde filosofie over als de andere feministen. Ze zeggen het alleen op een andere manier. Ze zeggen: “Nee, de Bijbel leert dit.” Hoe halen ze dit er dan uit? Ze zijn bijzonder dol op vers 21:
Wederzijdse onderdanigheid in haar context #
Uitleg in Efeze 5:1-2118En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, 19en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, 20en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus. 21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
En ze zeggen: “Nou, dat laat zien dat niemand boven iemand anders staat.” Maar om dat te kunnen doen, moet je naar één vers kijken en hoeveel verzen die erop volgen negeren? Twaalf in dit hoofdstuk en ook nog negen in het volgende hoofdstuk.
Dus hoe zit het met die 21 verzen? Het is één vers tegenover 21 verzen. Maar je kunt verzen niet tegenover elkaar zetten. Alle verzen van de Schrift moeten met elkaar in overeenstemming worden gebracht, omdat ze allemaal uit hetzelfde denken voortkomen. Het kan niet zo zijn dat vers 21 het ene betekent en de verzen 22 tot en met 33 iets anders, en dat wij dan maar moeten beslissen met welke van die twee dingen we het eens zijn. We zijn het eens met vers 21 of we zijn het eens met die andere passage, maar we kunnen het niet met beide eens zijn. Paulus was natuurlijk niet schizofreen. Toen Paulus vers 22 schreef, was hij niet vergeten dat hij net vers 21 had geschreven. En naar alle waarschijnlijkheid schreef hij vers 21 ook niet zonder te beseffen dat hij vervolgens ook vers 22 zou gaan schrijven. Het is nu eenmaal zo dat we het denken van Paulus van begin tot eind als samenhangend moeten zien. Daarom moeten alle verzen zo worden uitgelegd dat ze met alle andere in overeenstemming zijn.
Onderdanigheid als militaire rangorde #
Laat me je nu vertellen wat er volgens mij hier gebeurt. Het woord ‘onderwerpen’ in vers 21 is een militaire term. We weten allemaal dat Paulus in hoofdstuk 6, vers 10 over de gemeente begint te spreken alsof die een leger is.
Trek de wapenrusting van God aan.
Je hebt een strijd te voeren.
Uitleg in Efeze 6:10-24Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
We moeten de boze weerstaan. We moeten strijden. Dat is een krijgskundige beeldspraak. Dat is een militaire beeldspraak. Wanneer mensen denken aan de passages over geestelijke strijd in Efeze, denken ze natuurlijk vooral aan Efeze 6:10 tot en met 19, of 18. Maar ik geloof dat de militaire beeldspraak hier in Efeze 5:21 begint. Onderwerpen is in het Grieks daadwerkelijk een militair woord. Het betekent dat je een lagere rang inneemt. Hupotasso. Hupo betekent onder, en tasso betekent een rang innemen of in een ordelijke rangschikking worden opgesteld, zoals militaire troepen. Als iemand zich aan iemand onderwerpt, betekent dat dat hij zichzelf onder die ander plaatst. Hij neemt een lagere rang in onder een andere persoon. Als we ons aan elkaar moeten onderwerpen, houdt dat in dat we onszelf als een dienaar van anderen zien. Je ziet jezelf als iemand met een lagere rang dan een ander.
Maar als we het over een leger hebben, besef je dat een leger altijd verschillende rangen heeft. Je laat niet alle soldaten zomaar alle kanten op rennen om hun eigen gang te gaan. Er is een bevelslijn in het leger. Nu is er in het christelijke leven niet zo’n uitgebreide bevelslijn, want Paulus zegt in 1 Korinthe 11:3: de man is het hoofd van de vrouw, Christus is het hoofd van de man en God is het hoofd van Christus. Daar zit een soort bevelslijn in. Nu doe ik met deze leer niet wat veel mensen ermee doen. Veel mensen spreken over de bevelslijn en maken er een soort uitgebreid gezagsstelsel van. Het enige wat ik geloof, is dat God wil dat we onszelf zien als mensen die ieder een positie in het leger hebben. God heeft voor ieder van ons iets in gedachten om te doen. Als je in een gewoon leger zat, zou je zeker weten, als je soldaat was, dat je sergeant boven je stond en dat er weer mensen boven hem stonden, enzovoort. Er zijn verschillende rangen, en je zou als persoon zijn gelijke kunnen zijn. Je zou slimmer kunnen zijn dan hij. Je zou heel goed een veel geestelijker mens kunnen zijn dan hij, maar dat maakte voor het functioneren in het leger geen verschil. Het had te maken met wie de positie bekleedt om te organiseren, aan het hoofd te staan en leiding te geven.
Gelijke waarde en functioneel leiderschap #
In de ogen van de wereld komt leiderschap helaas toe aan degene die als beter dan een ander wordt beschouwd. Gewoonlijk klimt degene met de hoogste opleiding op in het bedrijf. De vaardigste speler klimt op in het sportteam, of wat dan ook. In het denken van de moderne wereld wordt leiderschap gewoonlijk verbonden met superioriteit. Zo is het altijd geweest in legers en dergelijke. Maar in het christendom wordt leiderschap niet gegeven aan mensen die noodzakelijkerwijs beter zijn dan anderen, hoewel dat in sommige gevallen wel zo is. De oudsten van de gemeente moeten mensen zijn met een hoog moreel peil, misschien hoger dan dat van sommige jongere christenen. Maar bij mannen en vrouwen, ouders en kinderen, zijn er bepaalde terreinen waarop een man beter zou zijn dan zijn vrouw, en andere terreinen waarop een vrouw beter zou zijn dan haar man. Elk geslacht heeft zijn eigen sterke punten, en vaak zijn er overeenkomstige zwakke punten bij het andere geslacht. Kinderen hebben misschien hun eigen sterke punten die hun ouders missen. Geloof is daar misschien één van. Maar ouders zijn op sommige andere punten ook beter.
In de Bijbel zijn mensen in Gods ogen niet meer dan andere mensen. Als het rechtvaardige mensen zijn, als het godvruchtige mensen zijn, staan ze in wezen allemaal op gelijke voet voor God. Allemaal behouden door genade, allemaal evenzeer zondaars. Maar spreken over hoe God mensen beschouwt, is niet hetzelfde als spreken over de rang die God mensen in Zijn leger geeft. Wanneer hij zegt:
Uitleg in Efeze 5:1-21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.
betekent dat op één niveau dat we elkaar allemaal moeten zien als iemand aan wie we bereid zijn ons te onderwerpen. Ik ben bereid een lagere rang in te nemen dan ieder ander mens. Maar als het gaat om bepaalde verantwoordelijkheden bij bepaalde taken, zoals de taak binnen het huwelijk, de taak als ouder, de taak binnen het werk, de taak van het bestuur, of welke andere praktische onderneming dan ook waarbij meer dan één persoon betrokken is, moet er enige functionele leiding zijn. God heeft eenvoudigweg bepaald dat de man thuis die positie van leiderschap zal bekleden. De ouder zal leidinggeven aan de kinderen. De meesters zullen leidinggeven aan hun dienaren, en de machthebbers zullen hun burgers leiden. Soms zijn de machthebbers moreel gezien heel minderwaardige mensen, maar ze zijn nog steeds de machthebbers. Soms kan de meester qua karakter ver beneden zijn slaaf staan, maar hij is nog steeds de meester. Dat geldt over de hele linie: ouders, echtgenoten en dat alles. Paulus begrijpt dus dat het leger van God bestaat uit mensen die zich onder hun aangewezen leiders stellen. Je trekt niet ten strijde, zoals we verderop in hoofdstuk 6 lezen, waar je je wapenrusting aantrekt en eropuit trekt om tegen de boze te strijden. Je trekt niet ten strijde voordat je weet waar je in het leger staat, voordat je enig idee hebt welke functie je gaat vervullen. Niet iedereen doet precies hetzelfde. Sommige mensen zullen eropuit trekken en het Evangelie in het buitenland prediken. Anderen zullen thuis bij de spullen blijven. Sommigen zullen gewoon kleine discipelen in huis grootbrengen. Anderen zullen discipelen maken van andere mensen die in de strijd overwonnen zijn. Er zijn allerlei verschillende functies.
Gods wil en de taak van een christen #
Nu is het niet aan de soldaat om te bepalen welke functie hij of zij zal krijgen. De soldaat bepaalt niet wat zijn rang of zijn functie zal zijn. Als je gewoon in het burgerleven gaat werken, in het vrije bedrijfsleven, kun je zelf bepalen wat je wilt. Je kunt je eigen bedrijf hebben; je kunt doen wat je wilt. Maar als je dienst neemt in het leger, geef je ineens al je rechten op om die dingen zelf te bepalen. Je bevelhebbers vertellen je wat je gaat doen, wanneer je het gaat doen, op welke manier je het gaat doen, enzovoort. Een leger is anders dan het burgerleven. In 2 Timotheus hoofdstuk 2, vers 3 en 4, staat:
Uitleg in 2 Timotheüs 2:1-163Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus. 4Niemand die in het leger dient, wordt verwikkeld in de zaken van het levensonderhoud, opdat hij hem kan behagen die hem voor de krijgsdienst aangenomen heeft.
In de oorlog streef je niet je eigen belangen als burger na. In de oorlog concentreer je je op één ding, en dat is degene behagen aan wie je ondergeschikt bent, degene behagen die je bevelhebber is. En zo is ook God onze Bevelhebber. Hij is Degene Die ons als soldaat in dienst heeft genomen. Daarom zeggen we niet: ‘Nou, ik zou graag deze of die rol vervullen. Ik zou graag deze of die functie vervullen.’ De enige verplichting van een christen is erachter te komen waarvoor God mij in dienst heeft genomen. Wat is de wil van God voor mijn leven? Als ik nog steeds mijn eigen wil wil nastreven, heb ik bij het verkeerde leger dienst genomen. Dan heb ik me bij de verkeerde godsdienst aangesloten. Sterker nog, naar alle waarschijnlijkheid heb ik me helemaal niet aangesloten. Ik heb alleen maar gedaan alsof ik me aansloot. Want als je christen wordt, sterf je aan jezelf. Je neemt een kruis op. Je volgt Jezus. Je geeft je eigen plannen op en zegt: ‘Genoeg daarmee. Het wordt tijd dat ik de wil van God ga doen. Ik wou dat ik eerder begonnen was, want ik heb eerder in mijn leven veel kansen gemist om de wil van God te doen. Vanaf nu ga ik het doen, wat God ook van me vraagt.’
Een ware christen, lijkt mij, in elk geval een christen zoals die hoort te zijn, zal één hartstocht hebben: de wil van God kennen. Maar er zijn veel christenen, feministen en anderen, die als enige hartstocht hebben ervoor te zorgen dat ze in het leven de positie krijgen die ze willen, en dat niemand hen daarin tegenhoudt. Dat is eenvoudigweg geen christendom. Dat is gewoon gedoopt heidendom. Het christendom heeft een heel andere geest dan dat. ‘God, zegt U mij wat U wilt, en ik zal blij zijn het te weten. Het is misschien niet het werk waarvan ik gedroomd zou hebben, maar het is goed om het te weten.’ De frustratie die je ervaart als je een ongewenste taak uitvoert waarvan je weet dat God wil dat je die doet, is niet zo groot als de frustratie van Gods wil willen kennen en die niet kennen. Ik heb veel mensen gekend die gefrustreerd waren omdat ze niet wisten wat God van hen wilde. Zodra een ware christen weet wat God van hem wil, vindt hij er vreugde in om dat te doen. Waarom? Omdat ze God niet meer liefhebben dan zichzelf. Dat is christendom. Het is dienst nemen in Gods leger en zeggen: ‘Ik geef mijn vrijheden als burger op om Hem te behagen Die mij geroepen heeft om soldaat te zijn.’
En Hij zegt: ‘Goed, onderwerp je aan die persoon. Onderwerp je aan die persoon, en onderwerp je aan die persoon. Ik laat je deelnemen aan deze taak in ons leger, en die heet het christelijke gezin. Die heet dit bedrijf, deze gemeente, deze samenleving. Ik heb hier deze verschillende posities. Ik wijs jou deze positie toe.’ Dan zegt de christen: ‘Wat een vreugde om het te weten. Wat een vreugde om Gods wil voor mijn leven te kennen.’
We leven in een tijd waarin iemand een gemeentelid met een goede reputatie kan zijn en in die zin toch geen christen is. We hebben gemeenteleiders, mannen, die die christelijke geest helemaal niet hebben. We hebben allerlei mensen in de gemeente die niets weten van sterven aan jezelf, van een kruis opnemen, van dienst nemen in een leger, van leven om een ander dan zichzelf te behagen. Omdat ze daar niets van weten, weet ik niet of mensen die tekortkomingen kunnen hebben en toch christen kunnen zijn, behouden of niet. Ik denk dat alleen God dat weet. Ik zou daar zeker geen enkele zekerheid over kunnen geven. Het is zo werelds en de christelijke geest ontbreekt er zo volledig in. Toch zijn er veel van zulke mensen in de gemeente.
De betekenis van het woord ‘hoofd’ #
Dat gezegd hebbende, laten we eens kijken wat de bevelhebber zegt. Er staat:
22Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere, 23want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. 24Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.
Dat is tot de vrouwen gericht. Hierna spreekt hij de mannen aan. Maar laat ik dit even zeggen: een van de voornaamste bezwaren van evangelische feministen tegen het traditionele christendom gaat hierover. Wanneer er wordt gesproken over Christus als het Hoofd van de gemeente en de man als het hoofd van de vrouw, zeggen zij dat wij dat woord ‘hoofd’ al veel te lang verkeerd hebben uitgelegd. Het Griekse woord is kephalē, en zij zeggen dat dit woord in het oude Grieks niet de betekenis opriep die het volgens ons tegenwoordig oproept. Als wij aan een hoofd denken, denken we misschien aan het hoofd van een bedrijf of het hoofd van een leger. We denken aan iemand die de leiding heeft, iemand die het bevel voert, iemand met gezag over anderen. De evangelische feministen zeggen in hun boeken en tijdschriftartikelen dat kephalē, ‘hoofd’, niet een gezagsdrager betekent. Ik heb dit zo vaak gelezen dat ik de keren niet meer kan tellen; dit is een heel gebruikelijk argument. Het betekent de bron van iets, zoals de oorsprong van een rivier, een rivierbron. Christus is het Hoofd van de gemeente zoals de rivierbron de oorsprong van een rivier is. Het gaat niet om gezag, maar de gemeente vindt haar oorsprong in Christus. De man is in dezelfde zin het hoofd van de vrouw. De man is de bron van de vrouw. Zij denken dat dit terugverwijst naar Genesis, waar de vrouw uit de man werd genomen, uit zijn rib. Daarom was de man de bron van de vrouw. Zo redeneren zij.
Welnu, er zitten verschillende fatale gebreken in dit specifieke argument. Een daarvan is dat hun lexicologie niet klopt. Het gebruik van het woord kephalē in de oude literatuur biedt beslist niet voldoende steun voor de opvatting dat ‘bron’ een gangbare betekenis ervan was. Er zijn gevallen waarin het inderdaad over het uiteinde van een rivier ging, maar het woord werd in het meervoud gebruikt voor beide uiteinden van de rivier. Niet alleen voor de oorsprong van de rivier, maar ook voor de monding van de rivier. Het ene zou dus de bron zijn; het andere zou het tegenovergestelde van de bron zijn. Spreken over het hoofd van een rivier in het oude Grieks betekende niet noodzakelijkerwijs de bron van een rivier. Het betekende gewoon het uiteinde, om het even welk van de twee uiteinden van de rivier. Het is waar dat kephalē in veel talen een aantal figuurlijke betekenissen heeft gehad. Maar in het oude Grieks was de meest gebruikte betekenis die van een leider, iemand met gezag: het hoofd van de troepen, het staatshoofd, het hoofd van deze of gene onderneming. Vaker dan enige andere betekenis in de oude literatuur betekende het de leider, degene die de leiding heeft.
Hoofd en gezag in Paulus’ brieven #
Zelfs als dat niet zou gelden voor de Griekse literatuur in het algemeen, geldt het beslist wel voor Paulus’ gebruik van het woord kephalē. In Efeze hoofdstuk 1, vers 22, staat:
Uitleg in Efeze 1:6-23En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente,
Dit woord ‘hoofd’ kan hier onmogelijk ‘bron’ betekenen. Het gaat erover dat dingen onder Zijn voeten worden gelegd. Hij is het Hoofd over deze dingen. Er wordt duidelijk gesproken over een gezagspositie. Bovendien is dat ook hier duidelijk, want Paulus zegt in Efeze 5:22:
‘Vrouwen, onderwerp je aan je eigen man zoals aan de Heere, want…’ Dat wil zeggen: omdat.
Het zou niet logisch zijn als hij zei: ‘Onderwerp je, omdat hij je bron is.’ Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat iemand zich aan zijn bron moet onderwerpen. Volwassen kinderen hoeven zich bijvoorbeeld niet te onderwerpen aan hun ouders, die hun bron zijn. Alleen het feit dat iemand de bron van iets is, is geen argument om je aan diegene te onderwerpen. Het argument is dit: je moet je onderwerpen omdat hij je hoofd is. Met andere woorden, er is iets wat wezenlijk bij een hoofd hoort, waardoor onderwerping de juiste reactie op een hoofd is. Dat betekent dat ‘hoofd’ wordt gebruikt in de betekenis van gezag. Voor zover ik kan nagaan, wordt het in de Schrift altijd op die manier gebruikt wanneer het niet over een lichamelijk hoofd gaat. Natuurlijk betekent het woord kephalē letterlijk het hoofd van een lichaam, een letterlijk hoofd, een biologische eenheid. Maar net als in andere talen gebruikt het Grieks het woord figuurlijk: zoals ik al zei, een staatshoofd, het hoofd van een leger of het hoofd van een gezin.
De feministen hebben wanhopig geprobeerd aan te tonen dat de man niet in de traditionele betekenis het hoofd van de vrouw is. Het probleem is dat Paulus hier en in 1 Korinthe 11 laat zien dat het hoofd-zijn van de man over zijn vrouw overeenkomt met het Hoofd-zijn van Christus over Zijn volk. Het hoeft ons niet te verbazen dat de feministen menen het gezag van de man over de vrouw te kunnen afschaffen, want zij hebben het gezag van Christus over Zijn volk al afgeschaft. Het gaat hun er niet om de Heere te volgen. Het gaat hun erom hun eigen doelstellingen na te streven. Iemand die God wil volgen, moet zijn eigen doelstellingen opgeven en de instructies volgen, en dat is wat God bedoelt. De vrouw is in deze verhouding als de gemeente, en de man is in deze verhouding als Christus. En dat is niet alleen maar een bevoorrechte positie. Christus eist in Zijn verhouding tot ons niet alleen maar alle voorrechten op. Hij is de Dienaar van allen. Hij is Degene Die stierf, wij niet. Hij is Degene Die alles heeft opgeofferd. Dit is het soort hoofd waar we het hier over hebben.
Christus als voorbeeld van opofferende liefde #
25Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, 26opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, 27opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
Er staan hier een paar uitdrukkingen die misschien de moeite waard zijn om wat nader te bekijken. Het eerste is natuurlijk dat het beeld van Christus en de gemeente zowel in de instructie aan de vrouw als in die aan de man wordt vastgehouden. Tegen de vrouw wordt gezegd dat zij zich aan haar man onderwerpt omdat hij het hoofd van de vrouw is, zoals Christus het hoofd van de gemeente is.
22Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere, 23want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam. 24Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.
Maar dan:
Mannen, heb je vrouw lief zoals Christus ook de gemeente liefhad.
Hier worden voorbeelden gegeven. Er is een voorbeeld voor de vrouw, en er is een voorbeeld voor de man. Het voorbeeld voor de vrouw is de gehoorzame gemeente, gehoorzaam aan Christus. Het voorbeeld voor de man is Christus, het Hoofd dat Zichzelf opoffert. Wat doet de man, en wat deed Christus? Allereerst liefhebben. Wat houdt liefde in? Paulus legt dit uit.
Liefde is geven. Liefde is niet eisen. Liefde is geven. Liefde is offers brengen. Jezus gaf Zichzelf voor de gemeente. Trouwens, je moet niet met de calvinisten denken dat dit beperkte verzoening bewijst, dat Jezus alleen voor de gemeente en alleen voor de uitverkorenen stierf. Zeggen dat Jezus voor de gemeente stierf of Zichzelf voor de gemeente gaf, zegt op zichzelf niets over de vraag of Hij Zichzelf ook voor de hele wereld gaf. Het gaat hier niet om een bespreking van de reikwijdte van de uitwerking van de verzoening. Het doel is hier om te laten zien wat Jezus voor de gemeente deed. Wat Jezus deed, is dat Hij Zichzelf voor haar gaf. Er wordt niet ingegaan op de afzonderlijke vraag of Hij Zichzelf, naast de gemeente, ook voor de hele wereld gaf.
Wanneer ik zulke passages tegenkom, denk ik bij de calvinistische vraag naar beperkte verzoening aan de gelijkenis die Jezus vertelde over de man die een schat in de akker vond. Hij wilde die schat hebben. Dus wat deed hij? Hij verkocht alles wat hij had en kocht de akker, zodat hij de schat kon bemachtigen. Stel nu dat de akker de wereld was en de schat de gemeente in de wereld, wat waarschijnlijk is — dat is in elk geval één uitleg ervan. Dan zou je met evenveel recht kunnen zeggen dat de man alles verkocht wat hij had om de schat te kopen, als dat je zou kunnen zeggen dat de man alles verkocht wat hij had om de akker te kopen. Hij kocht inderdaad de akker, maar hij kocht die omdat hij de schat wilde hebben. Het ging hem niet om de akker. Hij wilde een schat hebben, maar hij moest de akker kopen om die te krijgen. Daarom zou het, afhankelijk van hoe een gesprek verliep, even waar zijn om te vertellen hoe deze man deze schat voor die en die prijs kocht. Hij moest alles betalen om deze schat te krijgen. Of om in een andere context te zeggen dat hij alles moest geven om de akker te krijgen.
De Bijbel zegt beide dingen over Jezus.
Uitleg in 1 Johannes 2:1-17En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
staat er in 1 Johannes 2. Hier staat dat Hij Zichzelf voor de gemeente gaf. Beide zijn waar. Hij kocht de wereld om de gemeente, de uitverkorenen, te kunnen bemachtigen. Dus moet de man ook bereid zijn zichzelf te geven, zijn leven af te leggen voor het behoud van de vrouw. Met behoud bedoel ik welzijn. Er staat natuurlijk dat Christus Zichzelf voor haar gaf, en Hij is de Man. In vers 23 staat dat Hij ook de Zaligmaker van het lichaam is. Dus is de man ook de redder of de beschermer van de vrouw. Zoals Jezus Zijn leven aflegde om de gemeente te redden, moet de man bereid zijn zijn leven af te leggen om zijn vrouw te beschermen of te redden.
Het waterbad, de doop en het Woord #
Hij deed dit, staat er in vers 26:
25Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, 26opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, 27opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
Nu is het wassen met water op verschillende manieren opgevat. De meeste uitleggers lijken te vinden dat het naar de doop verwijst. Sommigen willen de doop niet zo'n belangrijke rol geven. Zij zouden zeggen: nee, wassen met water is gewoon een andere manier om te zeggen: wassen met het water van het Woord. Het Woord dat daar genoemd wordt — het Woord is het water, een beeld van reiniging. Jezus zei in Johannes hoofdstuk 15:
Uitleg in Johannes 15:1-8Jullie zijn rein vanwege de woorden die Ik tot jullie gesproken heb.
En in Psalm 119 staat:
Uitleg in Psalmen 119Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord.
Dus het Woord van God reinigt in zekere zin. Sommigen vinden dat hier wordt gezegd dat Hij ons heiligt door de reiniging met het water van het Woord, een wassen met het Woord. Onze gedachten worden gewassen door het Woord van God te overdenken, enzovoort. Zo hebben wij het opgevat. Maar ik moet zeggen dat ik denk dat het wassen met water waarschijnlijk een verwijzing naar de doop is. Ik weet het niet zeker; het kan allebei. Maar het lijkt erop dat hij hier twee dingen noemt die de gemeente reinigen. Het ene is het wassen met water, en het andere heeft te maken met de werking van het Woord. Als ik het me goed herinner, noemde Jezus, toen Hij de discipelen de opdracht gaf, twee dingen die ze moesten doen om discipelen te maken. Het ene was:
Uitleg in Mattheüs 28:18-20Hen dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.
en het andere was hen te onderwijzen of hun te leren om:
Uitleg in Mattheüs 28:18-20Alles in acht te nemen wat Ik jullie geboden heb.
Er zijn dus twee onderdelen aan het maken van discipelen. Het ene is hen door de doop in de gemeente opnemen. Het tweede is hun het Woord geven, hun leren hoe ze als discipelen moeten leven. Beide maken blijkbaar deel uit van de manier waarop discipelen worden gemaakt en waarop de gemeente wordt geheiligd door behoud en door onderwijs. De doop is eenvoudig een zinnebeeld van het binnengaan in de gemeente of van behouden worden. Het is niet de doop die op zichzelf behoudt, maar in de begintijd van de christelijke gemeente, en zeker in het denken van Paulus, maakte niemand deel uit van de gemeente zonder gedoopt te zijn. Sterker nog, niemand werd zelfs maar als gelovige beschouwd voordat hij gedoopt was. Mensen werden dezelfde dag gedoopt, zodat hij gemakkelijk over de doop kon spreken als het toetredingsritueel tot het behoud. Ook als hij de doop niet beschouwde als datgene wat behoudt, kon hij die zien als het ritueel waarmee iemand het behoud binnengaat. Christus wil de gemeente dus behouden door haar te reinigen, door de doop, dat wil zeggen, doordat de christenen het behoud binnengaan.
Het reinigingsbad van de bruid #
‘En door het Woord’ zou dan één manier zijn om het te begrijpen. Het Woord zou dan het onderwijs zijn, hun leren alles in acht te nemen wat Jezus geboden heeft. Het is niet de enige manier om het te begrijpen. Er is op gewezen dat volgens een oud Hebreeuws gebruik bij een bruiloft de vrouw, of de bruid, vlak voor de bruiloft een reinigingsbad nam, een ceremonieel reinigingsbad. En dat Paulus daar misschien op zinspeelt, dat beeld gebruikt en spreekt over hoe Christus ons heeft gereinigd en ons tot Zijn bruid heeft gemaakt en haar heeft geheiligd. De Hebreeuwse bruidegom zei bij een Hebreeuwse bruiloft, terwijl hij zijn bruid de ring gaf: ‘Zo ben je voor mij geheiligd.’ Bedenk dat geheiligd betekent: apart gezet. Dat is wat het woord betekent. Dus zo ben je voor mij apart gezet. Je kunt voortaan geen romantische relatie meer met een andere man aangaan. Je bent van mij. Het kan zijn dat Paulus hier bij het gebruik van het woord ‘heiligen’ denkt aan de huwelijksceremonie, waarbij Christus zegt: ‘Je bent nu van Mij. Je bent nu voor Mij apart gezet.’ En het bruidsbad heeft plaatsgevonden en dat alles. Misschien is dat een deel van waar hij op zinspeelt. Hij zegt dat Christus dit heeft gedaan, vers 27:
25Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, 26opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, 27opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
De gemeente als smetteloze bruid #
De gemeente moet dus aan Christus worden voorgesteld als een heilige, heerlijke gemeente. Wanneer vindt die voorstelling plaats? Voor zover ik het begrijp, zal de gemeente aan de Bruidegom worden voorgesteld wanneer Jezus terugkomt. We zijn op dit moment verloofd. Paulus zei in 2 Korinthe 11:3 dat we met Christus verloofd zijn. De bruiloft zal bij Zijn terugkomst plaatsvinden. En deze hele tijd van het tijdperk van de gemeente is als het ware het verlovingsjaar, tussen de verloving en de bruiloft. De voorstelling van de bruid aan de man ligt dus nog in de toekomst, maar wanneer ze wordt voorgesteld, zal ze een heerlijke gemeente zijn:
zonder vlekken, rimpels of iets dergelijks.
Ze zal heilig zijn, zonder smet. Dit zegt ons iets over de eschatologie, denk ik. Dit zegt ons iets over hoe dichtbij of hoe ver weg de bruiloft is. Is de gemeente heilig en zonder smet? Is de gemeente vandaag heerlijk, zonder vlek of rimpel? Dat zal ze zijn wanneer Hij haar aan Zichzelf voorstelt. In Openbaring 19:8 staat:
Uitleg in Openbaring 19En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.
Het lijkt er dus op dat, voordat de gemeente uiteindelijk met Christus verenigd wordt, de gemeente gereinigd zal worden en smetteloos en heerlijk zal zijn. We zullen niet ingaan op de vraag wat dat in de praktijk betekent, maar het betekent beslist iets. Het zou de moeite waard zijn daar eens diep over na te denken. Nu zegt hij in vers 28:
Je vrouw liefhebben als je eigen lichaam #
28Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente. 30Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. 31Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. 32Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.
Nu is dit gegeven, dat een man die zijn vrouw liefheeft zichzelf liefheeft, op verschillende manieren uitgelegd. Jaren geleden, in de jaren zeventig, verscheen er een boek voor echtgenoten met de titel Doe jezelf een plezier, heb je vrouw lief. Blijkbaar werd dit vers daarin zo opgevat dat je jezelf een plezier doet als je je vrouw liefhebt. Je vrouw zal positief op je reageren, ze zal je minder problemen bezorgen, enzovoort, enzovoort. Dat is waarschijnlijk waar. Dat is waarschijnlijk een ware uitspraak. Ik weet niet zeker of dat is wat Paulus hier zegt. Er staat:
Wie van zijn vrouw houdt, houdt van zichzelf.
Je zou het zo kunnen uitleggen: ‘Wie vriendelijk is voor zijn vrouw, bewijst zichzelf op de lange duur eigenlijk een dienst.’ Dat zou de betekenis kunnen zijn, maar misschien is dat de betekenis niet. Misschien zegt hij eenvoudig dat de vrouw en de man voor God zozeer in hun identiteit met elkaar verbonden zijn dat we één vlees zijn geworden. Het is net zoals het lichaam van Christus één is.
Uitleg in 1 Korinthe 12:10-31En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee.
Zo zijn ook een man en een vrouw op zo'n manier één, dat schade aan de een schade is aan het geheel, aan het gezin. De man maakt ook deel uit van dat geheel. Hij schaadt zichzelf als hij haar schade toebrengt. Als hij vriendelijk voor haar is, is hij vriendelijk voor de eenheid waarvan hij deel uitmaakt, het gezin, het huwelijk. Dus misschien is het eerder iets mystieks dan iets praktisch. Het is moeilijk te zeggen. Maar de kern is eigenlijk wat Jezus zei:
Uitleg in Mattheüs 22:34-22:40En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Hoe heb ik mijn vrouw lief? Als ik niet weet hoe, laat ik mezelf dan afvragen: hoe heb ik mezelf lief? Hoe heb ik mezelf lief? Paulus vertelt me hoe ik mezelf liefheb.
Ik voed en koester mijn lichaam. Ik bescherm het. Ik geef het te eten. Ik kleed het. Ik doe zo veel als ik kan om het gelukkig te houden zonder te zondigen. Zo moet een man ook zijn vrouw liefhebben. Zij maakt deel uit van zijn vlees. Zoals hij dit deel van zijn vlees voedt en koestert, moet hij ook het andere deel van zijn vlees voeden en koesteren, dat soms de betere helft wordt genoemd. Het andere deel van zijn vlees. Nu stelt Paulus vast dat de vrouw en de man één vlees zijn door zich te beroepen op dat bekende vers in Genesis 2:24, dat door Jezus en Paulus wordt aangehaald. Het is eigenlijk de bepalende tekst in het Oude Testament over de aard van het huwelijk.
Uitleg in Genesis 2:21-25Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.
Het is iets geheimzinnigs, zegt Paulus, en het is iets verbazingwekkends. Want als je kinderen hebt, voel je heel duidelijk dat ze van jou zijn. Ze maken deel uit van je gezin. Er is een instinct dat van God komt, dat beide ouders voelen om hun kinderen te beschermen, een gevoel dat hun kinderen hun toebehoren. Het gaat lijnrecht tegen onze natuur in om iemand anders tegen onze wil onze kinderen te laten meenemen en tegen onze wil met hen te laten doen wat hij wil. Op de een of andere manier voelen we dat ze van ons zijn, omdat we deze kinderen ter wereld hebben gebracht en emotioneel zo veel in hen hebben geïnvesteerd. Dat is een terecht gevoel. Maar ik weet zeker dat ouders dat nog steeds zo voelen, ook nadat hun kinderen volwassen zijn geworden.
Het huwelijk als beeld van Christus’ gemeente #
Wanneer de kinderen volwassen zijn en in feite heel duidelijk deel uitmaken van hun gezin, verlaten de vrouw en de man dat gezin en maken ze zich daar in zekere mate van los. Dat betekent niet dat ze alle banden verbreken, maar ze hebben een nieuwe identiteit. Mijn kinderen staan bekend als mijn kinderen. Ze dragen bijvoorbeeld mijn naam. Mijn zoons zullen altijd mijn naam dragen, maar mijn dochters niet. Maar ze maken deel uit van mijn gezin. Dat is hun identiteit. Als ze trouwen, en dat is vooral duidelijk wanneer een vrouw trouwt, verandert ze van naam. Ze heeft de naam van haar vader niet meer. De familienaam die ze ooit droeg, wordt ingeruild voor een nieuwe familienaam. Er ontstaat een nieuwe eenheid, een nieuw gezin, en de loyaliteiten verschuiven. Een vrouw moet zich meer aan haar man onderwerpen dan aan haar ouders. Een man moet meer letten op de behoeften van zijn vrouw dan op de behoeften of wensen van zijn ouders.
Daarom het volgende over Jezus, Die tot ongeveer Zijn dertigste thuis bij Zijn moeder had gewoond. Hij zorgde waarschijnlijk voor haar en deed alles wat ze wilde, omdat Hij Zich als een plichtsgetrouwe zoon onderwierp. Maar toen Hij het huis verliet om een bruid te nemen, de gemeente, probeerde Zijn moeder Hem nog steeds opdrachten te geven.
Nu hebben ze geen wijn meer.
Hij zegt:
Wat heb ik met jou te maken, vrouw?
Hij was nu op weg om een bruid te nemen. Hij verliet als het ware Zijn moeder om Zich met Zijn bruid te verenigen. Er vindt dus een geheimzinnige verandering plaats. Er is een eenheid, een nieuwe verbondenheid, een nieuw partnerschap tussen de man en de vrouw. Dat is, zegt Paulus in vers 32, een groot geheimenis, en het lijkt op dat van Christus en de gemeente. Daarom moet de manier waarop mensen in het huwelijk met elkaar omgaan een bewuste navolging zijn van de manier waarop Christus en de gemeente met elkaar omgaan. Hun huwelijk is immers een zichtbaar model. Zoals de tabernakel op aarde een zichtbaar model was van de hemelse werkelijkheid, zo is het huwelijk een zichtbaar model van hemelse werkelijkheden. Je kunt het model niet veranderen zonder verkeerd weer te geven wat het model behoort uit te beelden.
Paulus zegt dus in vers 33:
Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Oftewel: de vrouw moet haar man eerbiedigen. Eigenlijk is het woord letterlijk ‘vrezen’, maar zoals het hier wordt gebruikt, betekent het eerbied. Het huwelijk is een goddelijke verordening, een goddelijke instelling, bedoeld om de verhouding tussen Christus en de gemeente te weerspiegelen. Vanwege die symboliek moeten degenen die aan een huwelijk deelnemen hun rollen en verantwoordelijkheden begrijpen vanuit dat model, dat patroon. En ze moeten ernaar streven dat na te volgen, voor de ogen van iedereen die toekijkt, met inbegrip van God. Daarmee zijn we aan het einde van hoofdstuk 5 gekomen. Er valt veel meer te zeggen over die specifieke punten, maar we hoeven alleen hoofdstuk 6 nog te behandelen om deze serie af te ronden.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Ephesians 5:18 - 5:33. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/efeze/5-18-33
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/efeze/5-18-33.pdf?v=c44b0ed753cf
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Efeze - Lezing 08 - 5.18-33.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/efeze/5-18-33.mp3?v=00621af95c2c
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Efeze - Lezing 08 - 5.18-33.mp3
Efeze
Alle lezingen over Efeze. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding en 1:1-1:6 God kiest de gemeente in Christus
- 2 1:6-23 Vrijgekocht met het bloed van Christus
- 3 2 God maakt van zondaars een nieuwe gemeente
- 4 3 Joden en heidenen samen in één lichaam
- 5 4:1-11 Paulus roept de gemeente op tot eenheid
- 6 4:11-32 Ieder gemeentelid bouwt de gemeente op
- 7 5:1-21 Kinderen van God doen hun Vader na
- 8 5:18-33 Vervuld met de Geest, niet dronken van wijn
- 9 6:1-9 Kinderen gehoorzamen omdat het juist is
- 10 6:10-24 Standhouden met Gods wapenrusting
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/efeze/5-18-33.srt?v=e6f675b4c954
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Efeze - Lezing 08 - 5.18-33.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/efeze/5-18-33.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Efeze 5:18-21
- 1 Korinthe 6:9-10
- Hosea 4:11
- Spreuken 25:28
- Spreuken 31:4-5
- Mattheüs 9:17
- Psalmen 104:15
- Spreuken 31:6-7
- Handelingen 2:13
- Galaten 5:22-23
- Psalm 22
- Efeze 4:30
- Efeze 4:29
- Efeze 4:31
- Romeinen 8:28
- 2 Korinthe 4:18
- Efeze 5:22
- Efeze 6:1
- Efeze 6:5
- Efeze 6:13
- Galaten 5:16
- 1 Petrus 2:18
- 1 Petrus 3:1-2
- Efeze 5:21
- Efeze 6:12
- 2 Timotheüs 2:3-4
- Efeze 5:22-24
- Efeze 1:22
- Efeze 5:25-27
- 1 Johannes 2:2
- Johannes 15:3
- Psalmen 119:9
- Mattheüs 28:19
- Mattheüs 28:19-20
- Openbaring 19:8
- Efeze 5:28-32
- 1 Korinthe 12:26
- Mattheüs 22:39
- Genesis 2:24
- Efeze 5:33