Efeze 6:10-24

Standhouden met Gods wapenrusting

Bekend als de wapenrusting van God

Luisteren 1 uur 32 min Lezen ± 1 uur 14 min · Lezing 10 van 10

Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/efeze/6-10-24.pdf?v=ac499280e2cf. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/efeze/6-10-24.

Samenvatting

Standhouden in Christus en geestelijke strijd voeren met de wapenrusting van God.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Paulus’ oproep om in de kracht van de Heere stand te houden tegen de listen van de duivel. Hij legt uit waarom God beproevingen toelaat en benadrukt dat de gemeente een andere opdracht heeft dan de staat: mensen tot verzoening met God brengen, zonder lichamelijk geweld. Hij verbindt het aantrekken van Gods wapenrusting met het aantrekken van Christus en bespreekt hoe waarheid, gerechtigheid, geloof en behoud bescherming bieden tegen misleiding, beschuldiging en twijfel. Het Woord van God en het gebed beschrijft hij als aanvalswapens waarmee christenen anderen bereiken en de voortgang van Gods Koninkrijk dienen.

Zitten, wandelen en standhouden in Christus

Illustratie bij: Samen leven en standhouden in Christus.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Efeze 6, vers 10 tot en met vers 24.

We beginnen bij Efeze 6, vers 10. Paulus zegt:

Efeze 6:10

Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

De laatste vier verzen zijn duidelijk gewoon een afsluiting met persoonlijke groeten en een toelichting op de omstandigheden rond het versturen van de brief. Ze maken niet echt deel uit van de eigenlijke inhoud van de brief zelf. Daarom vormen de verzen 10 tot en met 20 van Efeze hoofdstuk 6 in feite de afsluiting van de eigenlijke boodschap van de brief aan de Efeziërs.

Je herinnert je dat ik, toen we aan onze reeks daarover begonnen, vertelde dat Watchman Nee jaren geleden een boek uitbracht met de titel Zitten, wandelen, standhouden. Dat was zijn manier om de opbouw van het boek Efeze weer te geven. De eerste twee hoofdstukken gaan over onze positie in Christus, gezeten in de hemelse gewesten in Christus, boven alle overheid en macht. De eerste houding waarin we in Efeze worden gezien, is dus zitten.

Vervolgens krijgen we in hoofdstuk 4 en verder in hoofdstuk 5, en eigenlijk ook in een deel van hoofdstuk 6, de aansporing om te wandelen, en om op een bepaalde manier te wandelen. Het gaat erom dat we niet alleen zitten en genieten van onze positie in de hemelse gewesten. We moeten ook wandelen in de weerbarstige, alledaagse zaken van dit leven, waarin we verplichtingen moeten nakomen, vooruitgang moeten boeken, moeten groeien en geestelijke volwassenheid moeten bereiken.

In hoofdstuk 4 lezen we in vers 1:

Efeze 4:1 Uitleg in Efeze 4:1-11

Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,

Uitleg in Efeze 4:1-11

Of in vers 17:

Efeze 4:17 Uitleg in Efeze 4:11-32

Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,

Uitleg in Efeze 4:11-32

Wanneer je bij hoofdstuk 5, vers 2 komt:

Efeze 5:2 Uitleg in Efeze 5:1-21

en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

Uitleg in Efeze 5:1-21

In vers 8 van hoofdstuk 5:

Efeze 5:8 Uitleg in Efeze 5:1-21

Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht

Uitleg in Efeze 5:1-21

En in hoofdstuk 5, vers 15:

Efeze 5:15 Uitleg in Efeze 5:1-21

Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen,

Uitleg in Efeze 5:1-21

Je hebt dus al dat wandelen in de hoofdstukken 4 en 5. Eigenlijk horen het laatste deel van hoofdstuk 5 en het eerste deel van hoofdstuk 6 ook bij de bespreking van hoe je moet wandelen. Want vrouwen en mannen en kinderen en ouders en slaven en meesters moeten leren samen te wandelen. In hun gezamenlijke wandel hebben ze vastomlijnde rollen. Paulus bespreekt die rollen en wat de juiste manier van wandelen is in de omstandigheden waarin mensen zich bevinden.

Bijna iedereen is óf een man of een vrouw, óf een kind of een ouder, óf een slaaf of een meester. Er zijn misschien een paar mensen die in geen van die categorieën vallen. Maar dit zijn de voornaamste categorieën waarin de christenen zich zouden bevinden. Zij moesten weten welke bijzondere vereisten, welke bijzondere eisen de omstandigheden waarin ze verkeren aan hen stellen.

Standhouden wanneer het geloof wordt beproefd

Illustratie bij: Standhouden onder tegenstand.

Tegelijk wijs ik erop dat eerder, in hoofdstuk 5, vers 21, waar hij zegt:

Efeze 5:21 Uitleg in Efeze 5:1-21

Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.

Uitleg in Efeze 5:1-21

daarmee in feite ook een soort militair thema begint. Want het woord ‘onderwerpen’, hupotasso in het Grieks, is een militair woord. Het betekent dat je onder iemand in rang wordt geplaatst, dat je je plaats inneemt onder iemand anders die hoger in de hiërarchie staat. Dat is een term die uit het leger komt.

Natuurlijk gebruikt hij die niet in strikt militaire zin wanneer hij het over vrouwen, mannen, kinderen, ouders, slaven en meesters heeft. Maar in vers 10 gaat hij wel meer over op een uitgesproken militaire beeldspraak, wanneer hij zegt:

Efeze 6:10

Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

Dit laatste gedeelte gaat eigenlijk niet over wandelen op zich, maar over standhouden. We zien onze rol in het christelijke leven dus als gezeten zijn met Christus in de hemelse gewesten en wandelen in deze wereld, waarbij we vooruitgang boeken naar het doel van heiliging. Maar daarnaast is het ook nodig om stand te houden. Want als we vooruitlopen, lopen we tegen een stevige wind in. We zwemmen tegen de stroom in. Er is weerstand tegen onze vooruitgang. In vers 12 omschrijft hij voor ons wat die weerstand is. Maar hij maakt duidelijk dat we vanwege die weerstand niet alleen vooruit moeten kunnen gaan. Soms moeten we ervoor zorgen dat we geen terrein verliezen, dat we niet achteruitgeduwd worden, dat we standhouden. Soms boeken we geen vooruitgang. Maar alleen al het feit dat we onder tegenstand geen terrein verliezen, is even goed als vooruitgang.

Er zijn perioden waarin we vooruit kunnen wandelen zonder al te veel rechtstreekse aanvallen, en waarin onze vooruitgang meetbaar is. Er zijn andere tijden waarin we midden in beproevingen zitten, midden in verleidingen, midden in omstandigheden die geestelijk, of zelfs lichamelijk, heel moeilijk zijn. Die worden in sommige gevallen een geestelijke beproeving voor ons, een toets van ons geloof. In zulke tijden is eenvoudigweg geen terrein verliezen de uitdaging. En als we erin slagen geen terrein te verliezen, is dat prijzenswaardig.

Hij zegt dus dat we moeten standhouden tegen de listige streken van de duivel. Het woord ‘standhouden’ wordt in dit gedeelte even vaak gebruikt als het woord ‘wandelen’ in het vorige. In vers 11 zegt hij dat we moeten standhouden tegen de listige streken van de duivel. In vers 13 zegt hij:

Efeze 6:13

Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

Dat betekent standhouden tegen de vijand en het kwaad.

Vervolgens begint vers 14 met het woord ‘standhouden’:

Efeze 6:14

Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

In dit laatste gedeelte ligt dus evenveel nadruk op standhouden als er in het eerdere gedeelte op wandelen lag.

Lezing van Efeze 6:10-24

Illustratie bij: Paulus vertrouwt zijn brief aan Tychikus toe.

Dit is zijn laatste punt in deze brief. Hij zegt:

Efeze 6:10-24

10Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. 11Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. 14Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, 15en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. 16Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. 17En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, 18terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen. 19Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken, 20waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken. 21En opdat ook u weet hoe het met mij gaat en wat ik doe, zal Tychikus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heere, u dat allemaal bekendmaken. 22Met dat doel heb ik hem naar u toe gestuurd, opdat u onze omstandigheden zou kennen en hij uw hart zou vertroosten. 23Vrede zij de broeders, en liefde met geloof, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus. 24De genade zij met allen die onze Heere Jezus Christus in onvergankelijkheid liefhebben. Amen.

Gods kracht in onze zwakheid

Illustratie bij: Kracht ontvangen in zwakheid.

Om tegen een sterke vijand stand te houden, moeten we zelf ook enige kracht hebben. Maar onze kracht is in de Heere. ‘Be strong’, zoals het hier in de Engelse vertaling staat, klinkt bijna alsof het actief is. Maar in het Grieks is dit passief. Sommige nieuwere vertalers vonden dat het vertaald moest worden met iets als ‘Be made strong’, of ‘Be made powerful’, zoals de Revised Version volgens mij zegt. Het gaat er niet zozeer om dat je het bevel krijgt om op de een of andere manier sterk te worden door zelf iets te doen. Wat hier in de lijdende vorm van het werkwoord besloten ligt, is veeleer dat je sterk gemaakt wordt. Dat suggereert natuurlijk dat de kracht die we hebben iets is wat ons gegeven wordt. Het is niet iets wat we in onszelf hebben. Het is iets wat ons wordt verleend.

Hij zegt dus niet ‘Be made strong by the Lord’, sterk gemaakt worden door de Heere. Hij zegt ‘Be made strong in the Lord’, sterk gemaakt worden in de Heere. Dit thema van ‘in Christus’ loopt door heel Efeze heen. En het is doordat we in Christus zijn dat we sterk gemaakt worden. Als we in Hem gevonden zijn, als we leden van Zijn lichaam zijn, als Zijn leven en Zijn Geest in ons zijn, dan is er alle reden om te verwachten dat Zijn kracht ook de onze is wanneer we met tegenstand te maken krijgen.

Paulus had in 2 Korinthe 12 geweldig te strijden tegen een boodschapper van satan die gestuurd was om hem te slaan. Hij zei dat, hoewel hij lichamelijk zwak was, God tegen hem zei:

2 Korinthe 12:9 Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.

Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Paulus zei dat hij zijn zwakheden en tekortkomingen enzovoort dan graag zou omarmen en zich erin zou verheugen, want:

2 Korinthe 12:10 Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Daarom heb ik een behagen in zwakheden: in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.

Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Wanneer ik niet op mezelf vertrouw, wanneer ik aan het einde van mijn eigen mogelijkheden ben gebracht, zodat er niets meer van mezelf is waarop ik kan vertrouwen en er alleen God is om op te steunen, dan is het moment waarop ik me het zwakst voel het moment waarop ik in potentie het sterkst ben. Dat is het moment waarop God het liefst Zijn kracht in mij laat zien. Want op zo'n moment kom ik zelf niet sterk over, en daarom kan alle kracht die zichtbaar wordt aan God worden toegeschreven.

Daarom zei Paulus in 1 Korinthe 1:

1 Korinthe 1:27-29 Uitleg in 1 Korinthe 1:10-31

God heeft het zwakke en het dwaze uitgekozen om het sterke en het wijze te beschamen, zodat geen mens voor Hem zou roemen.

Uitleg in 1 Korinthe 1:10-31

En dus is de kracht die God in tijden van beproeving geeft aan degenen die op Hem zien en Hem niet vergeten, en die niet op hun eigen kracht vertrouwen, voldoende voor alle dingen, voor alle beproevingen. Want:

Je bent sterk, niet in je eigen kracht, maar in de Heere, door Zijn enorme kracht.

Er is geen grens aan de kracht van Zijn macht. Daarom moet je nooit onderschatten wat je zult kunnen verdragen als je in Zijn kracht staat, als Zijn genade voor jou voldoende is.

Gods genade bij vervolging en zwaar lijden

Illustratie bij: Genade om vervolging te verdragen.

We hebben allemaal de getuigenissen gelezen en gehoord van mensen die veel hebben geleden. Of het nu in Foxe’s Book of Martyrs is, over vroege christenen, of in onze eigen tijd, mensen als Richard Wurmbrand of Corrie ten Boom, of mensen die door toedoen van andere mensen hebben geleden. Of we kennen mensen, of lezen over mensen, die hebben geleden onder armoede en andere verschrikkelijke omstandigheden die wij zelf nooit echt hebben gekend. En ik weet niet hoe het met jou is, maar als ik door de jaren heen zulke verhalen las, kwam onvermijdelijk de gedachte bij me op: wat als ik in die omstandigheden verkeerde? Hoe zou ik het ervan afbrengen? Alleen al de gedachte aan sommige martelingen waaraan sommige christenen zijn onderworpen, is genoeg om je de rillingen te bezorgen. En dan denk je: ‘Ik denk gewoon niet dat ik dat zou kunnen. Dat zou ik niet overleven. Ik zie niet hoe ik onder zulke kwellingen en martelingen en druk ook maar zou kunnen standhouden zonder toe te geven.’

Maar ik durf te zeggen dat de mensen die zulke dingen heldhaftig hebben doorstaan, hetzelfde zouden hebben gevoeld als ze die dingen van tevoren hadden zien aankomen en zichzelf dezelfde vraag hadden gesteld: ‘Hoe zou ik zoiets doorstaan? Hoe zou ik dat ooit kunnen?’ En het antwoord is natuurlijk, zoals iedereen die zulke boeken schrijft lijkt te getuigen, dat God de kracht geeft. Wanneer je wordt blootgesteld aan druk die groter is dan je als mens ooit zou kunnen verdragen, ontvang je op bovennatuurlijke wijze genade die voldoende is. Je wordt sterk gemaakt in de kracht van Zijn macht, en dat is iets verbazingwekkends.

Je moet nooit denken: ‘Ik zal de Heere volgen, tenzij het zo moeilijk wordt, want ik weet gewoon dat ik zulke grote moeilijkheden niet zou kunnen verdragen. Ik zal proberen dat soort moeilijkheden te vermijden en alleen maar hopen en bidden dat die dingen nooit gebeuren, want ik wil nooit afvallen, en ik denk niet dat ik zulke dingen ooit zou kunnen dragen.’ Dan vertrouw je eenvoudigweg niet op wat God als waarheid heeft uitgesproken. God heeft gezegd dat Zijn genade voldoende zal zijn.

Job en Paulus onder aanvallen van de duivel

Illustratie bij: Job volhardt ondanks verlies en ziekte.

Wat voor verschrikkelijke dingen het ook zijn, of het nu gaat om het verlies van een kind, het verlies van een echtgenoot, het verlies van ouders, het verlies van werk, het verlies van een huis — verliezen en pijn enzovoort — we kunnen die terecht beschouwen als dingen die de duivel gebruikt om je geloof aan te vallen. Op grond van het boek Job hebben we reden om dat te doen. Het was de duivel die Jobs geloof op de proef wilde stellen en probeerde hem zover te krijgen dat hij God zou vervloeken, dat hij afvallig zou worden. En op welke manieren deed hij dat? Hij nam zijn kinderen weg, hij nam zijn bezittingen weg, hij nam zijn gezondheid weg. Hij bracht hem tot een toestand waarin ziekte hem volkomen kwelde, en waarin hij zelfs afwijzing en onbegrip ondervond van zijn vrienden en zijn vrouw. De man verloor alles. En dat alles is het gevolg van het feit dat de duivel tegen God zei:

Job 1:11 Uitleg in Job 1-2

Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen.

Uitleg in Job 1-2

De duivel bleek ongelijk te hebben. En zelfs vóór de tijd van Christus, naar alle waarschijnlijkheid zelfs vóór de tijd van Mozes, was er de genade van God die Job in staat stelde niet afvallig te worden. Zelfs toen hij werd blootgesteld aan dingen waarvoor hij, zoals hij zei, heel bang was geweest. We zien dus dat Gods genade en kracht voldoende zijn. En Jakobus zegt ons juist in dit verband aan Job en de profeten te denken. Hij zegt:

Jakobus 5:11 Uitleg in Jakobus 4:5-5:20

Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig.

Uitleg in Jakobus 4:5-5:20

Of hoe staat het er? ‘Tender mercy’? Welk woord gebruikt hij? Het staat in Jakobus hoofdstuk 5. Ik wil de precieze woorden hebben.

‘Compassionate and merciful’, dus ‘vol ontferming en barmhartig’: zo geeft de New King James het weer. In de King James is het een beetje anders; daaruit heb ik het vroeger uit mijn hoofd geleerd.

De strijd waarmee we te maken hebben, komt soms voort uit een geheel van lichamelijke omstandigheden die de duivel teweegbrengt. Er zijn veel mensen die zeggen: ‘De duivel kan een christen niet aanraken. De duivel kan je geen pijn doen.’ Daarop zouden we moeten zeggen: ‘En Job dan?’ Het is waar dat hij strikt genomen geen christen was in de betekenis die wij aan die term geven. Maar hij behoorde wel tot Gods volk, en de duivel kreeg toestemming hem aan te raken. De duivel raakte Paulus aan.

2 Korinthe 12:7 Uitleg in 2 Korinthe 12-13

En opdat ik mij door het allesovertreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.

Uitleg in 2 Korinthe 12-13

De duivel kan je aanraken, hij kan je pijn doen, maar hij kan je geen schade toebrengen als je sterk staat in de Heere en in de wapenrusting van God.

Gods eigen wapenrusting uit Jesaja

Illustratie bij: De achtergrond van Gods wapenrusting in Jesaja.

Daarom zegt Paulus in vers 11:

Efeze 6:11

Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

Hij gaat in de volgende verzen bepaalde onderdelen van de wapenrusting opsommen, maar niet meteen. In vers 11 kondigt hij aan dat hij over een wapenrusting gaat spreken. Daarna gaat hij verder en spreekt hij over de strijd, voordat hij in vers 14 terugkomt op de onderdelen van de wapenrusting die hij in gedachten heeft.

Bij het idee van de wapenrusting van God kunnen we wel even stilstaan. Want de wapenrusting van God kan de wapenrusting betekenen die God draagt, of het kan de wapenrusting zijn waarin God voorziet. En wanneer hij daadwerkelijk over de afzonderlijke onderdelen van de wapenrusting gaat spreken, kiest hij onderdelen uit een passage in het Oude Testament, Jesaja 59, en die gaat over de Heere. Jesaja 59, vers 16 en 17. Daar staat:

Jesaja 59:16-17 Uitleg in Jesaja 58-60

16Omdat Hij zag dat er niemand was, ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder. Daarom bracht Zijn arm Hem heil, en Zijn gerechtigheid, die ondersteunde Hem. 17Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel.

Uitleg in Jesaja 58-60

Die twee onderdelen worden genoemd in Paulus’ opsomming van de wapenrusting: het borstharnas van gerechtigheid en de helm van het behoud. Paulus heeft dat duidelijk niet zelf bedacht; hij heeft het uit Jesaja gehaald. Hij gaat verder:

En Hij trok kleren van wraak aan en sloeg Zijn gedrevenheid als een mantel om Zich heen.

Die noemt Paulus niet. Waarom? Omdat:

Romeinen 12:19 Uitleg in Romeinen 12:9-21

Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

Uitleg in Romeinen 12:9-21

De wraak is niet aan ons. Dus hoewel Jezus de wapenrusting van de wraak als onderdeel van Zijn uitrusting kan dragen, maakt die geen deel uit van onze uitrusting. Wij mogen geen wraak uitoefenen.

We hebben hier geen beeld van de christelijke soldaat, maar van Christus Zelf. Hij is toegerust met de helm van het behoud. Hij is toegerust met het borstharnas van gerechtigheid, en Hij heeft het gewaad van de wraak. Hij verstrekt wapenrusting aan Zijn ondergeschikten in het leger. Hij verstrekt ons een helm van het behoud, een borstharnas van gerechtigheid en andere dingen die Paulus noemt. Hij verstrekt ons niet het gewaad van de wraak als mantel. Dat is niet aan ons om te dragen. Dat is van Hem. Hij is Degene Die de wapenrusting oorspronkelijk draagt.

Wanneer Paulus zegt:

De wapenrusting aandoen is Christus aandoen

Illustratie bij: Christus aandoen in het dagelijks leven.

Trek Gods wapenrusting aan, kan hij de wapenrusting voor ogen hebben die God Zelf draagt, zoals in Jesaja 59:17. Of hij kan de wapenrusting bedoelen die God aan de troepen verstrekt. In zekere zin suggereren Paulus’ uitspraken over de wapenrusting op andere plaatsen dat het aantrekken van de wapenrusting van God niets anders is dan het aantrekken van Jezus. En dat hij het hier over hetzelfde thema heeft als toen hij sprak over het aantrekken van de nieuwe mens. Hij gebruikt alleen een andere beeldspraak om zijn punt te maken.

In Romeinen hoofdstuk 13, vanaf vers 12, zegt Paulus:

Romeinen 13:12 Uitleg in Romeinen 13

De nacht is ver gevorderd en de dag is nabijgekomen. Laten wij dus de werken van de duisternis afleggen en de wapens van het licht aandoen.

Uitleg in Romeinen 13

Hier worden twee gedachten op een interessante manier naast elkaar gezet. Paulus zegt in vers 12:

Laten we de wapenrusting van het licht aantrekken, In vers 14:

Romeinen 13:14 Uitleg in Romeinen 13

Maar bekleed u met de Heere Jezus Christus, en verzorg het vlees niet om begeerten op te wekken.

Uitleg in Romeinen 13

Het is heel goed mogelijk dat hij die als gelijkbetekenende gedachten bedoelt. We weten dat hij ons hier zegt de Heere Jezus Christus aan te trekken. En in Efeze 4 zegt hij ons de nieuwe mens aan te trekken, die vereenzelvigd wordt met het lichaam van Christus of met de nieuwe mensheid in Christus. Zo geldt ook: wanneer je Christus aantrekt, en Christus de wapenrusting draagt, dan heb je de wapenrusting aangetrokken. Je trekt de onderdelen van de wapenrusting niet afzonderlijk aan. Je trekt de wapenrusting aan wanneer je Christus aantrekt, Die Zelf gewapend is en de wapenrusting draagt, lijkt mij.

We hebben 2 Korinthe gelezen toen we dat boek behandelden. In hoofdstuk 6, vers 7, beschrijft Paulus enkele kenmerken van zijn bediening waarmee hij zijn echtheid als dienaar van God aantoont. Te midden van de dingen in die lange lijst zegt hij in 2 Korinthe 6:7:

2 Korinthe 6:7 Uitleg in 2 Korinthe 5:14-7:1

in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde;

Uitleg in 2 Korinthe 5:14-7:1

In Romeinen noemde hij die de wapenrusting van het licht. Hier noemt hij die de wapenrusting van gerechtigheid, en in Efeze noemt hij die de wapenrusting van God. Ik zie eigenlijk geen enkele reden om een manier te zoeken om onderscheid te maken tussen die verschillende verwijzingen naar wapenrusting. Alsof er één stel onderdelen is dat de wapenrusting van het licht heet, en een andere uitrusting die de wapenrusting van gerechtigheid heet, enzovoort. Het lijkt erop dat Paulus eenvoudigweg over de christen spreekt alsof we bij een militaire onderneming betrokken zijn, dat we gewapend zijn, en dat het een missie van licht is. Het is een missie van gerechtigheid. Het is een missie van God. Daarom is het de wapenrusting van al die dingen, afhankelijk van hoe Paulus de woorden in een bepaalde context bij elkaar wil brengen.

Paulus gebruikt het beeld van de wapenrusting

Illustratie bij: De wapenrusting als flexibele beeldspraak.

Er is nog een passage bij Paulus, in 1 Thessalonicenzen hoofdstuk 5, waarin hij wapenrusting noemt. In dit geval noemt hij, net als in Efeze 6, ook specifieke onderdelen van de wapenrusting. In 1 Thessalonicenzen 5, vers 8, zegt Paulus:

1 Thessalonicenzen 5:8 Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Hier worden maar twee onderdelen genoemd. Er is een borstharnas en een helm. Dat is ook het geval in Jesaja, zoals we zojuist hebben opgemerkt. Jesaja 59:17 heeft maar twee onderdelen: een borstharnas en een helm, en dan de mantel van de wraak. Jezus droeg een helm van het behoud en een borstharnas van gerechtigheid.

Hier noemt Paulus alleen het borstharnas en de helm, maar hij verwoordt het iets anders, wat laat zien dat Paulus flexibel is. Hij duidt het borstharnas aan als geloof en liefde. De helm, die hij elders de helm van het behoud noemt, noemt hij hier de helm van de hoop op het behoud.

Ik zal die gegevens betrekken bij onze bespreking van de afzonderlijke onderdelen van de wapenrusting in Efeze, wanneer we bij de verzen komen waar dat van belang wordt. Maar ik wil dat je op de hoogte bent van de verschillende plaatsen en manieren waarop Paulus de wapenrusting elders, buiten deze passage, ter sprake brengt en bespreekt of noemt.

Blijkbaar trekken we, wanneer we Christus aantrekken, de wapenrusting aan die Christus Zelf draagt. Door in Christus gevonden te worden, zijn we het best beschermd. We zijn sterk in Hem, in de sterkte van Zijn macht. En we zijn in Hem bewapend en beschermd door de wapenrusting die Hij draagt. Nu zegt hij dat het aantrekken van deze wapenrusting, net als het aantrekken van de nieuwe mens, blijkbaar iets is wat we geleidelijk doen. Tegelijkertijd is het iets wat al gebeurd is doordat we aanvankelijk in Christus zijn gekomen. Hij zegt in vers 11 dat het garandeert dat we zullen kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. Het Engelse woord ‘wiles’, hier vertaald met ‘listen’, geeft een woord weer dat Paulus al eerder heeft gebruikt. Het betekent listen, maar hij gebruikte het voor de listen van mensen in Efeze 4:14. Eerder, in Efeze 4, vers 14, gebruikte hij hetzelfde woord toen hij zei:

Efeze 4:14 Uitleg in Efeze 4:11-32

opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn, heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden,

Uitleg in Efeze 4:11-32

Die sluwe doortraptheid en dat bedrog zijn dezelfde begrippen, maar ze worden op mensen toegepast. Nu wordt ons verteld dat deze sluwheid, doortraptheid en dit bedrog de werkwijze van de duivel zijn. Er is hier meer dan één partij die ons probeert te misleiden, die ons probeert te bedriegen: natuurlijk de duivel, maar ook mensen. Paulus vertelt ons uiteraard in beide gevallen dat we niet voor misleiding moeten bezwijken, of die nu van mensen komt of rechtstreeks van de duivel zelf.

De duivel als persoon en zijn oorsprong

Illustratie bij: Waakzaam tegenover de listen van de duivel.

Het idee dat er een persoonlijke duivel bestaat, is niet meer zo populair als vroeger. Ik weet niet of het ooit echt een populair idee was in de zin dat iedereen zich er prettig bij voelde. Maar het werd breed aanvaard en wordt onder evangelische christenen nog steeds breed aanvaard. Toch zijn er mensen die zich afvragen of de duivel een persoonlijk wezen is, of dat hij alleen maar een symbool is voor het kwaad in ieder mens, enzovoort. Het volstaat te zeggen dat de Bijbel overal over de duivel spreekt alsof hij een persoonlijk wezen is. Als het dus een beeldspraak is voor iets anders, wordt ons dat in de Schrift niet verteld. En we moeten met de duivel rekening houden alsof hij een persoonlijk wezen is. Hij is iemand die dingen doet en een plan heeft, en listen, en een agenda, en plannen, en reacties, enzovoort. De duivel is dus degene tegen wie we het opnemen.

Er zijn verschillende manieren om te kijken naar de vraag waarom de duivel als tegenstander in het leven van de gelovige komt, waarom de duivel er is, waarom we moeten standhouden tegen de listen van de duivel. Als God niet wilde dat we voor de duivel zouden bezwijken, waarom ruimt Hij hem dan niet gewoon uit de weg? Is de duivel op de een of andere manier Gods gelijke, zodat God hem niet zomaar moeiteloos uit de weg kan ruimen? Heeft de duivel op de een of andere manier een aangeboren bestaansrecht dat zelfs God niet mag schenden? Ik denk het niet. Ik denk niet dat er enig schepsel in het heelal is dat een aangeboren bestaansrecht heeft en dat God dat recht niet mag schenden. God is soeverein. Als de Soeverein en de Schepper van alles kan Hij met Zijn schepselen doen wat Hem behaagt. De duivel is beslist een schepsel, een geschapen wezen.

Ik hoef daar nu niet allemaal op in te gaan. Dat heb ik veel uitvoeriger gedaan in mijn serie bandopnamen over geestelijke strijd, en ook in onze studies van Jesaja en Ezechiël, wanneer we het hebben over de oorsprong van satan. Veel mensen geloven dat God er niet blij mee is dat de duivel er is, en dat het gewoon een plan was dat verkeerd afliep. God maakte de duivel als een goed iemand en het was Zijn bedoeling dat hij als een grote engel God op grootse wijze zou verheerlijken en aanbidden. Maar er ging iets mis, en de duivel viel gewoon en werd slecht.

Het idee dat satan ooit een engel was en gevallen is, is misschien wel het gemakkelijkste antwoord dat christenen hebben gevonden op de vraag waarom er kwaad is als God goed is. De vraag waar filosofen zich altijd het hoofd over breken: als er een goede God is, hoe kan er dan kwaad zijn? De christen worstelt daar ook mee. Maar veel christenen zoeken enige houvast in de gedachte dat God het kwaad helemaal niet goedkeurt en dat het eigenlijk niet Zijn bedoeling was dat er kwaad zou zijn. Het was eigenlijk alleen de duivel die dat allemaal veroorzaakte.

Waarom God de duivel laat bestaan

Illustratie bij: De keuze in de hof van Eden.

De meeste mensen weten niet eens dat er een andere theorie bestaat: dat de duivel precies zo gemaakt is als hij is, in plaats van als een engel gemaakt te zijn. Die theorie heeft Bijbels gezien wel evenveel steun als de andere. Alleen heeft ze niet de steun van de traditie aan haar kant en is ze niet al heel, heel lang in de kerk bekend. Het antwoord dat de duivel een gevallen engel is, lost het probleem niet werkelijk op. Want stel dat God verrast werd door de val van Lucifer. Dat is moeilijk voor te stellen. God zou dan bedoeld hebben dat Lucifer een goed iemand zou zijn, maar tot Zijn grote verrassing werd Lucifer slecht. Die voorstelling getuigt natuurlijk van een vrij lage opvatting van Gods voorkennis. En misschien zelfs van een lage opvatting van Zijn intelligentie. En dat is naar mijn mening geen opvatting die God erg veel eer aandoet.

Maar stel dat we toch zouden aannemen dat God door dit hele samenstel van omstandigheden werd overvallen. Dan moeten we ons afvragen: waarom heeft Hij het heelal niet van de duivel ontdaan toen Hij merkte dat die gevallen was? Waarom deed Hij niet gewoon wat Hij volgens de Bijbel ooit zal doen, namelijk hem in de poel van vuur werpen? Het antwoord moet toch zijn dat God hem kan gebruiken. Dat is een van de beste argumenten voor de opvatting dat satan om te beginnen nooit een engel is geweest, en dat God hem gemaakt heeft zoals hij is, omdat Hij hem kan gebruiken. God kan iemand gebruiken die mensen op de proef stelt. Als er geen slang was geweest om Adam en Eva op de proef te stellen, hebben we reden om te geloven dat ze er nooit serieus over zouden hebben nagedacht of ze God wel of niet zouden gehoorzamen. Ze zouden Hem gewoon tamelijk werktuiglijk gehoorzamen, zonder enige suggestie om iets anders te doen. Ze hadden geen zondige natuur in zich die hen ertoe aanzette het verkeerde te doen. Ze waren neutraal. Maar iemand die mensen op de proef stelt, maakt het mogelijk om hen een echte keuze te laten maken.

Het lijkt erop dat God wil dat alle mensen zo'n keuze maken. Hij zou het liefst zien dat iedereen zich bekeert, de verleiding weerstaat, nee zegt tegen de duivel en ja tegen God. Dat is wat God het liefst zou zien gebeuren, zo blijkt kennelijk uit wat de Schrift aangeeft. Maar tegelijkertijd wil Hij niet dat we Hem volgen omdat we geen andere keuze hebben. Hij wil niet dat we Hem volgen in een vacuüm waarin er geen echte morele vrijheid is. Zo begrijp ik tenminste Gods gedachten daarover en Gods bedoelingen, wanneer ik probeer samen te brengen wat de Bijbel erover zegt. Daarom wil God dat er op dit moment een duivel is, anders zou die er niet zijn. Kennelijk wilde Hij dat er een in de hof van Eden was, anders zou er daar geen zijn geweest. Het is dus heel goed mogelijk dat God de duivel precies zo heeft gemaakt als hij is, omdat God wilde dat er zo iemand was en Hij hem kon gebruiken.

God oefent gelovigen door de strijd

Illustratie bij: Israël wordt langs een andere weg geleid.

Mijn vader heeft onze voorganger ooit iets gevraagd toen ik een kind was, en ik weet niet meer welk antwoord de voorganger gaf. Misschien gaf hij een goed antwoord, maar was ik te jong om het te onthouden. Ik herinner me alleen de vraag, omdat die in mijn hoofd bleef hangen. Ik wist het antwoord ook niet. De voorganger was bij ons thuis, en mijn vader zei: ‘Ik begrijp waarom God toelaat dat er een duivel is die ons verleidt, enzovoort, voordat we christenen worden. Zo kunnen we een keuze maken terwijl er werkelijk een andere mogelijkheid voor ons openstaat. Maar ik begrijp niet waarom God, nadat we christenen zijn geworden, zodra we hebben besloten dat we God zullen volgen en dat we niet de weg van de duivel op willen, de duivel dan niet terugroept. Waarom zegt God niet: “Goed, satan, je hebt je kans bij hen gehad, maar ze hebben de juiste beslissing genomen, en nu laat je hen met rust”?’

Dat leek me een heel goede vraag. Ik weet niet meer welk antwoord de voorganger gaf, maar ik herinner me de vraag goed, omdat het een vraag leek waarop ik het antwoord ook niet wist. Maar er is zeker een antwoord. God heeft beslist een reden waarom Hij toelaat dat we in een strijd verwikkeld zijn.

Er zijn momenten waarop God Zijn volk de strijd bespaart. We lezen daarover in Exodus. Toen God de kinderen van Israël uit Egypte leidde, liet Hij hen niet langs de weg van de Filistijnen gaan, omdat Hij niet wilde dat ze oorlog zouden zien en ontmoedigd zouden raken. Hun geloof in God was nog te nieuw. Ze kenden God nog niet erg goed, en Hij was bang dat ze te snel ontmoedigd zouden raken. Maar nadat ze veertig jaar met God vertrouwd waren geraakt, werden ze aan veel veldslagen blootgesteld. Ze moesten in zeer zware veldslagen zeven koningen uit Kanaän verdrijven.

Psalmen 18:35 Uitleg in Psalmen 18, 20, 21

Hij oefent mijn handen voor de strijd en leert mijn armen een bronzen boog spannen.

Uitleg in Psalmen 18, 20, 21

en God leerde hun hoe ze gehoorzaam moesten zijn en hoe ze op God moesten vertrouwen voor de overwinning, enzovoort. Hij stelde hun trouw op de proef door hen voor uitdagingen te plaatsen en te zien of ze vooruit zouden gaan of weg zouden vluchten. Soms vluchtten ze inderdaad weg en doorstonden ze de proef niet. Andere keren doorstonden ze die wel. En degenen die dat deden, waren degenen die God tot grote helden en leiders in het volk maakte, in het boek Richteren, en mensen als David, enzovoort.

Blijvend voor God kiezen uit trouw

Illustratie bij: Blijven kiezen voor trouw aan God.

Evenzo wil Hij volgens mij niet dat wij onbekend zijn met de strijd. De eenvoudige reden is dat, zolang anderen die nog niet gekozen hebben een vrije keuze hebben, zolang anderen nog niet hebben besloten of ze christen willen worden of niet, de duivel veel middelen tot zijn beschikking zal hebben om hen, als hij kan, te verhinderen die keuze te maken. Wij werken hem tegen. Hij wil verhinderen dat ze het licht zien, en wij willen dat ze het licht zien. Je kunt deze spanning tussen doelstellingen niet hebben zonder dat er een of andere botsing ontstaat, tenzij er aan de ene of de andere kant geen kracht is. Aan beide kanten is er kracht. Er is beslist grote kracht aan de kant van de gemeente, als we sterk zijn in Gods kracht en in de sterkte van Zijn macht. Dus we zijn verwikkeld in een strijd om de zielen van mensen, en ook nog steeds om onze eigen ziel. Want we worden gelouterd door beproevingen, we worden gelouterd door strijd, en we worden er sterker door. En we worden daarin ook voortdurend op de proef gesteld. Stel dat er, toen ik met mijn vrouw trouwde, nog een andere man was die haar tegelijkertijd het hof maakte en met haar wilde trouwen. Dat was niet zo, maar stel dat zij ervoor koos om met mij te trouwen in plaats van met hem. Natuurlijk zou dat iets voor mij betekenen, vooral als die andere man haar een of ander aantrekkelijk aanbod deed en zij ervoor koos om in plaats daarvan bij mij te zijn. Dat zou iets betekenen.

Maar wat als ik na zestien jaar huwelijk zou denken dat ze nu alleen bij me bleef omdat ze geen andere mogelijkheden had? Wat als het door mijn hoofd ging: ‘Wat als ze nu een ander aantrekkelijk aanbod kreeg, nu we zestien jaar getrouwd zijn? Zou ze er dan nog steeds voor kiezen om bij mij te zijn, of zou ze er met iemand anders vandoor gaan?’ Dat is natuurlijk het soort vraag waar mannen niet graag over nadenken. Vrouwen denken er ook niet graag over na als het om hun kant van de zaak gaat. Maar het zou voor mij een afschuwelijke gedachte zijn dat mijn vrouw alleen bij me bleef omdat ze geen andere keus had.

Ik zou willen dat ze hoe dan ook bij me bleef, maar het betekent meer voor mij als ik weet dat ze bij me blijft uit trouw, uit toewijding, omdat ze rekening houdt met de beloften die ze mij heeft gedaan en met mijn gevoelens en dat soort dingen. En dat ze, zelfs als er andere mogelijkheden voor haar openstonden, die ook nu zou afwijzen. Trouwen is niet de hele relatie. Trouwen is het begin van de relatie. De relatie is voor de rest van je leven.

Zo is het ook met onze relatie met God. Dat we voor God kiezen terwijl er andere mogelijkheden zijn die de duivel ons graag voorhoudt, heeft betekenis. Dat we ons hele leven met Hem voor Hem blijven kiezen, hoewel er zich andere mogelijkheden blijven aandienen, heeft nog meer betekenis. Ik geloof dat het voor God betekenis heeft, en het is ongetwijfeld een deel van de reden. Het is misschien geen volledige verklaring, maar het speelt waarschijnlijk een rol in de juiste verklaring van waarom God toelaat dat we op de proef worden gesteld. Een deel van de reden is dat onze eigen trouw van tijd tot tijd op de proef wordt gesteld.

Dat is natuurlijk wat Mozes tegen het volk Israël zei in Deuteronomium 13:

Deuteronomium 13:1-3 Uitleg in Deuteronomium 13-15

1Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, 2en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, 3luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de HEERE, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de HEERE, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel.

Uitleg in Deuteronomium 13-15

Dat zei hij in Deuteronomium 13:1–3. Er is geen reden om te geloven dat God in dat opzicht anders met ons omgaat dan Hij met Israël omging.

Mensen winnen zonder geweld

Illustratie bij: Het Evangelie verkondigen zonder geweld.

Maar er is ook strijd omdat we met kracht proberen hetzelfde terrein te veroveren dat de duivel nu in handen heeft. De duivel is niet machteloos, en daarom is er een machtsstrijd. Dat terrein dat de duivel nu in handen heeft, is het denken van alle mensen die zich niet aan de heerschappij van Jezus Christus hebben onderworpen. Het is onze taak om hen onder die heerschappij te brengen.

Maar zoals Paulus in vers 12 duidelijk maakt, doen we dit niet op de manier waarop de meeste heersers mensen onder hun gezag, onder hun heerschappij proberen te brengen. Wanneer Caesar of Alexander de Grote of een van de grote wereldveroveraars, Napoleon of wie dan ook, mensen aan zich probeerden te onderwerpen, onder hun heerschappij probeerden te brengen, deden ze dat met geweld — wapengeweld. Ze deden dat met militaire middelen en troepen en legers en bloedvergieten en geweld.

Zo doet Jezus het niet, want je kunt de liefde van een vrouw niet winnen door een pistool tegen haar hoofd te zetten en te zeggen: ‘Je moet van me houden.’ God wil geliefd worden. Hij wil dat we Hem dienen omdat we Hem liefhebben. Als Hij ons daartoe wilde dwingen, had Hij ons meteen als dieren zonder vrije wil kunnen maken. Dat is Zijn hele bedoeling met het vrij maken van ons. Als die bedoeling volledig overeind moet blijven, moet Hij in wezen onze liefde winnen. Dat doe je niet door, zoals ik al zei, een mes op de keel of een pistool tegen het hoofd te zetten.

Dus wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, zegt Paulus in vers 12. Dat wil zeggen: we voeren geen lichamelijke oorlog tegen menselijke lichamen, maar tegen de overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk en de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

In een commentaar dat ik las, stond dat de eerste regel van vers 12, de kracht ervan, de nadruk ervan zoals het er in het Grieks staat, ongeveer zo zou moeten luiden:

‘Strijden tegen vlees en bloed is niet onze taak.’ Daarmee wordt met nadruk gezegd dat het niet onze taak is om tegen vlees en bloed te strijden. Het is niet onze taak om tegen mensen te vechten. De nadruk ligt erop dat het misschien wel iemands taak is, maar niet de onze. Het is niet aan ons om dat te doen. Dat is niet onze taak.

De verstrengeling van kerk en staat

Illustratie bij: De gemeente naast de macht van de staat.

Vechten en worstelen met mensen kan iets zijn wat sommige mensen op bepaalde momenten behoren te doen, bijvoorbeeld politieagenten. Misschien moeten de legers van landen soms hun burgers en hun grenzen verdedigen, of wat dan ook, maar dat is niet aan ons. Paulus ziet volgens mij voor de gemeente een heel eigen roeping, die niet overlapt met de roeping van de overheid of de staat. Dat is ons helemaal niet duidelijk, hoewel we in ons land vaak spreken over de scheiding van kerk en staat. Toch is vanaf de tijd van Constantijn het besef dat de kerk een heel andere opdracht heeft dan de staat, sterk vertroebeld geraakt. Er waren vanaf de tijd van Constantijn vele eeuwen in de middeleeuwen waarin kerk en staat heel nauw met elkaar verweven waren en de belangen van beide als identiek werden beschouwd. In sommige gevallen waren de koningen onderworpen aan de pausen. Het wel en wee van de staat werd dus gezien als het wel en wee van de kerk die over de staat heerste.

Natuurlijk is het in onze samenleving andersom. Het is niet zo dat de kerk over de staat heerst, maar de kerk heeft zich in grote mate door de staat laten overheersen. We ontvangen voordelen van de staat, en we hebben nu godsdienstvrijheid die we waarderen en niet willen verliezen. De staat verzekert ons daarvan, zolang wij de staat verzekeren van onze steun en van onze deelname aan de verdediging van de staat.

Als de staat in een vrij land zoals dit de macht verliest aan een onderdrukker die mensen knecht, dan verliest de kerk uiteraard haar godsdienstvrijheid. Er is een overeenkomst gesloten met de moderne kerk. De staat zal ons belastingvrijstelling geven voor onze eigendommen. De staat zal ons de vrijheid geven om zonder inmenging onze godsdienstige doelen na te streven. En dan zullen wij van onze kant alles doen wat de staat van ons vraagt. Als dat inhoudt dat we eropuit trekken om de oorlogen van de staat te voeren, dan is dat alleen maar eerlijk. De meeste mensen vinden dat christenen delen in de voordelen van de vrijheid die door bloedige oorlogen is verworven. En doordat we in die voordelen delen, rust op ons ook de verplichting om mee te doen aan de verdediging van die vrijheden en die voordelen die we hebben.

Er zijn dus kennelijk maar heel weinig christenen die zich ooit zelfs maar afvragen of het aan ons is om met vlees en bloed te worstelen. Als ons land oorlog gaat voeren, maken we uiteraard deel uit van dit land. We zijn hier burgers, en als we worden opgeroepen voor militaire dienst, wat kunnen we dan anders doen dan onze burgerplicht, onze vaderlandse plicht vervullen om het land te verdedigen? Zo denken christenen tegenwoordig vaak, maar ik denk niet dat Paulus die manier van denken zou herkennen.

De verschillende taken van staat en gemeente

Illustratie bij: Recht handhaven en verzoening zoeken.

In zijn tijd waren er verschillende terreinen en verschillende dingen die gedaan moesten worden. De overheid was er om bepaalde dingen tot stand te brengen. God heeft de overheidsinstanties ingesteld, zei Paulus, en Hij deed dat:

1 Petrus 2:14 Uitleg in 1 Petrus 2:11-23

hetzij aan de stadhouders, als mensen die door hem gezonden worden tot straf van de kwaaddoeners, maar tot lof van hen die goeddoen.

Uitleg in 1 Petrus 2:11-23

De staat is er om het recht te handhaven, en soms vereist dat het gebruik van geweld. Paulus zei:

Romeinen 13:4 Uitleg in Romeinen 13

Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet.

Uitleg in Romeinen 13

En het zwaard was een werktuig voor terechtstelling. Er zijn momenten waarop dit is wat God de staat heeft opgedragen: mensen terechtstellen die dingen hebben gedaan die de dood verdienen. Dat kunnen misdadigers zijn die binnen de burgermaatschappij de doodstraf verdienen, of onderdrukkers die binnen de landsgrenzen onschuldige mensen komen doden. Dit is blijkbaar wat God de staat heeft opgedragen, afgaand op wat Paulus zegt. En Petrus zegt dat ook.

Maar God heeft de gemeente opgedragen iets heel anders te doen. Dat is niet het straffen van kwaaddoeners, maar hen zo mogelijk tot inkeer te brengen, hen tot bekering te brengen, hen terug te brengen tot God. We hebben geen boodschap van overheersing. We hebben een boodschap van verzoening. Het is niet de gemeente die geroepen is om gerechtigheid met lichamelijk geweld af te dwingen.

God bevordert gerechtigheid op twee manieren in deze wereld, en Hij heeft daarvoor twee instellingen ingesteld. De ene manier is dat Hij slechte mensen ervan probeert te overtuigen rechtvaardig te worden. En Hij heeft de gemeente opgedragen die doelen na te streven. Ten tweede heeft Hij, waar bepaalde slechte mensen weigeren gerechtigheid na te streven en een leven van zonde en misdaad leiden, de staat opgedragen in te grijpen. Die moet mensen die niet willen doen wat goed is, lichamelijk in bedwang houden en, wanneer dat nodig is, straffen. Gerechtigheid wordt dus op twee manieren gehandhaafd.

God heeft uiteraard het liefst dat mensen zich van hun slechte wegen afkeren en leven. Hij zegt:

Ezechiël 33:11

Zeg tegen hen: Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven, huis van Israël?

Dat Hij de staat heeft moeten instellen om slechte mensen te straffen die zich niet willen bekeren, is eenvoudigweg iets wat God met tegenzin heeft moeten doen, omdat mensen niet willen doen wat Hij van hen wil. Maar Hij heeft het liefst dat de goddelozen zich van hun kwade wegen afkeren en leven. Daarom heeft Hij de gemeente, het lichaam van Christus, geroepen om op een ander niveau deel te nemen aan de strijd tegen het kwaad, zonder tegen de slechte mensen te worstelen.

Afzien van geweld en vertrouwen op God

Illustratie bij: Jezus onderwijst over afzien van vergelding.

Jezus zei:

Mattheüs 5:38-39 Uitleg in Mattheüs 5:3

38U hebt gehoord dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand. 39Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe;

Uitleg in Mattheüs 5:3

De christen is niet geroepen tot dat soort verzet. Er zijn inderdaad mensen die God voor die rol heeft aangesteld, maar volgens mij zijn dat geen christenen. Ik geloof dat de staat geen christelijke instelling is. Maar als de staat christelijk wordt, als bijvoorbeeld alle mensen in de regering gelovigen worden, wat doen we dan? Dat is een goede vraag, en die zouden we een andere keer kunnen onderzoeken. Ik zou daar enkele voorlopige antwoorden op kunnen geven. Maar het enige wat ik hier wil zeggen, is dat Paulus hier zijn opvatting uitspreekt, die hij ook elders uitspreekt, dat wij christenen niet tot lichamelijke strijd geroepen zijn. Voor ons is de worsteling tegen vlees en bloed niet bestemd. Soms moeten misdadigers tegen de grond worden gewerkt, maar dat is niet onze wedstrijd. Dat is niet onze opdracht. Wij hebben een andere opdracht. En als iemand zegt: ‘Hoe durf je het te rechtvaardigen dat je geniet van de vrijheden van het leven in een vrij land, die met kogels en bloed enzovoort zijn verworven, terwijl je zelf niet aan de verdediging ervan wilt deelnemen?’ Ik neem wel deel aan de verdediging ervan.

De Bijbel zegt:

Spreuken 16:7 Uitleg in Spreuken 10-30

Als de HEERE behagen schept in iemands wegen, zal Hij zelfs zijn vijanden vrede met hem doen sluiten.

Uitleg in Spreuken 10-30

En:

Spreuken 14:34 Uitleg in Spreuken 10-30

Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek voor de natiën.

Uitleg in Spreuken 10-30

Een volk zal onder de heerschappij van een ander volk komen als God dat toestaat, en dat zal niet gebeuren als God het niet toestaat. God is soeverein over de volken.

Daniël 2:21 Uitleg in Daniël 1-2

Hij verandert de tijden en tijdstippen, Hij zet koningen af en stelt koningen aan, Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben.

Uitleg in Daniël 1-2
Spreuken 21:1 Uitleg in Spreuken 10-30

Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.

Uitleg in Spreuken 10-30

Hij kan een koning in het hart geven een ander land binnen te vallen, of dat niet te doen. En Hij kan de uitkomst van alle veldslagen bepalen.

God kan Amerika vernietigen, zelfs als iedere christen de wapens opneemt en probeert de vijanden af te slaan, wie die ook zijn. Maar God zal Amerika niet vernietigen als Amerika zich tot God keert. God zal geen reden hebben om het volk te vernietigen. Als er maar tien rechtvaardigen in Sodom waren geweest, zou Hij die stad hebben gespaard. En waar gerechtigheid in een volk is, spaart God het volk. Het is in feite de aanwezigheid van de rechtvaardigen en van degenen die de zaak van de gerechtigheid in een volk bevorderen. Zij doen meer om de veiligheid van het volk te bewaren dan degenen die de gerechtigheid niet bevorderen, maar alleen de grenzen staan te verdedigen.

Het getuigenis van de kerk en oorlog

Illustratie bij: Kinderen opvoeden en trouw getuigen.

Alleen voor zover de gemeente in haar strijd tekortschiet, wordt lichamelijke oorlogvoering in een land überhaupt noodzakelijk. Want als de gemeente erin slaagt, of op zijn minst trouw is, om gerechtigheid te bevorderen door rechtvaardig te leven, door het Evangelie te prediken, door anderen te leren alles in acht te nemen wat Jezus geboden heeft,

en door hun kinderen op te voeden

Efeze 6:4 Uitleg in Efeze 6:1-9

En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Uitleg in Efeze 6:1-9

dan zal in een land met een krachtig doorwerkend christelijk getuigenis de tegenstand uiteindelijk worden uitgehold. Zoals dat uiteindelijk in het Romeinse Rijk gebeurde, of zoals het is gebeurd in sommige moderne landen waar het communisme en andere onderdrukkende stelsels zijn gevallen. De christelijke kerk, die bleef volhouden, bleef bidden en bleef getuigen, heeft uiteindelijk de macht van die machten uitgehold.

Een volk zal uiteindelijk naar alle waarschijnlijkheid — ik zeg ‘naar alle waarschijnlijkheid’, omdat de mensen natuurlijk nog steeds een vrije wil hebben — rechtvaardigen in zijn midden hebben die voorkomen dat God het door een militaire verovering rampspoed wil brengen. De Bijbel geeft ons een leer over oorlog: God gebruikt oorlog om volken te straffen. Dat wil zeggen: elke oorlog waarover je in het Oude Testament leest, wordt gezien als een oorlog waarin God de heidenen straft, of Israël straft als zij degenen zijn die in de strijd vallen.

En zelfs in het Nieuwe Testament is God Degene Die in de gelijkenis van het bruiloftsfeest Zijn legers stuurt tegen de stad die Hem verwerpt.

Mattheüs 22:7 Uitleg in Mattheüs 22:1-14

Toen de koning dat hoorde, werd hij boos. En hij stuurde zijn legers, bracht die moordenaars om en stak hun stad in brand.

Uitleg in Mattheüs 22:1-14

Het waren de Romeinse legers die dat deden, maar het waren Gods legers. Want zowel in het Nieuwe Testament als in het Oude is oorlog Gods instrument van oordeel over volken die Zijn ongenoegen over zich hebben afgeroepen.

Heilig leven beschermt een volk

Illustratie bij: Heiligheid zichtbaar maken door goed te doen.

De gemeente kan doeltreffend tegen de machten van de duisternis worstelen en een verandering in de richting van gerechtigheid teweegbrengen. Dat kan ze tot op zekere hoogte doen. Ik zeg niet dat de gemeente een heel volk tot God kan laten terugkeren, want er zullen altijd mensen zijn die dat niet willen. Maar laten we eerlijk zijn: als jij iets rechtvaardiger zou kunnen zijn dan je op dit moment bent, zou dat de totale hoeveelheid gerechtigheid in dit land vergroten. Als iedere christen, zonder ook maar één ander mens te beïnvloeden, gewoon persoonlijk heiliger zou zijn dan nu, zou dat het gehalte aan heiligheid in dit land verhogen.

En ik durf te zeggen dat er door die heiligheid, door het licht dat die zou brengen, ook nieuwe bekeerlingen zouden komen. En dat zou de mate van heiligheid in een land ook vergroten. En:

Spreuken 14:34 Uitleg in Spreuken 10-30

Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek voor de natiën.

Uitleg in Spreuken 10-30

Hoe heiliger en rechtvaardiger de christenen leven, hoe minder compromissen ze sluiten en hoe krachtiger hun getuigenis is, des te meer gerechtigheid zal er in het land zijn. Misschien blijft het altijd een minderheid, maar die zal er zijn, en God zal daar rekening mee houden.

Soms blijft het zo'n kleine minderheid in een land dat God het volk toch moet wegvagen. Maar doorgaans heeft Hij in de geschiedenis de christenen naar een veiliger plaats gebracht wanneer Hij dat ging doen. Hij gaf hun op zijn minst de gelegenheid om te vertrekken. Maar het is niet aan de christen om deel te nemen aan de verdediging van een volk waarover God Ikabod heeft geschreven. Als het volk God heeft verworpen, zodat het onder Gods oordeel staat, is het niet aan de christenen om tegen God te strijden. Maar het is wel aan de christenen om te strijden.

Onze vrijheden zijn er dankzij gerechtigheid, niet dankzij oorlogen. En je kunt zien dat we naarmate de tijd verstrijkt minder vrijheden krijgen, omdat er minder gerechtigheid is.

Wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed.

Maar we worstelen wel. We zijn geen slapjanussen. We gaan conflicten niet uit de weg. We zijn niet bang voor gevaar. We erkennen alleen dat er een groter gevaar bestaat dan dat van indringers. En dat is wat Paulus noemde:

de kwade geestelijke krachten, de heersers en machthebbers, de machten van het kwaad in de hemelse wereld, enzovoort. Paulus noemde ook de heersers over de duisternis van deze tijd.

Rangen onder de demonische machten

Illustratie bij: Geestelijke machten zonder verzonnen rangorde.

Paulus noemt in vers 12 vier dingen of categorieën. Sommige mensen denken dat het synoniemen zijn. Sommige mensen denken dat hij het gewoon over het demonische rijk heeft en deze verschillende termen gebruikt om naar het demonische rijk te verwijzen:

heersers en machthebbers, heersers over de duisternis van deze tijd, legers van kwade geesten in de hemelse wereld.

Dit zouden allemaal synonieme termen kunnen zijn.

Anderen geloven dat alle genoemde categorieën inderdaad demonische wezens zijn, maar sommigen denken dat er rangen zijn. Zoals we eerder al zeiden dat Paulus tegen christenen in verschillende levensposities zegt dat ze zich onder elkaar moeten schikken, zo heeft ook de vijand zijn rangen. Sommigen hebben geopperd dat overheden en machten één rang vormen in de demonische hiërarchie. De heersers van de duisternis van deze eeuw vormen een andere rang. En de geestelijke boosheid in de hemelse gewesten vormt de hoogste rang van demonische machten.

Eigenlijk is er geen manier om te bewijzen dat dit zo is. Ik weet dat Kenneth Hagin dit ooit door een openbaring te horen kreeg toen Jezus aan hem verscheen. Maar van sommige dingen die Jezus tegen hem zei, weet ik niet of ik het ermee eens ben. Dus ik weet niet zeker of het werkelijk Jezus was. Maar het is mogelijk dat dit verschillende rangen in de demonische hiërarchie zijn.

Er is ook een andere mogelijkheid, zoals ik eerder al zei toen we in onze inleiding spraken over het bijzondere taalgebruik van Efeze en het veelvuldige gebruik van de termen overheden en machten. Deze overheden en machten zouden in werkelijkheid helemaal niet naar demonische machten hoeven te verwijzen. Al ben ik zeker van mening dat de andere twee dingen, de heersers van de duisternis van deze eeuw en de geestelijke legermachten van de boosheid in de hemelse gewesten, demonische machten zijn.

Overheden en machten als aardse heersers

Illustratie bij: Getuigen tegenover aardse machthebbers.

Maar de term overheden en machten kan op zichzelf, zoals Paulus die gebruikt, demonische of menselijke heersers betekenen. Want we zagen dat Paulus in Titus 3:1 precies dezelfde Griekse uitdrukking gebruikt en zegt:

Titus 3:1 Uitleg in Titus 2:11-3:3

Herinner hen eraan dat zij de overheden en machten onderdanig behoren te zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn en dat zij tot elk goed werk bereid zijn,

Uitleg in Titus 2:11-3:3

In de New King James wordt het anders vertaald, maar het is dezelfde Griekse uitdrukking, die aardse heersers betekent.

Ik weet niet of dit zo is, en ik weet niet zeker of iemand het zeker kan weten. We weten gewoon niet zeker wat Paulus voor ogen had. Sommige dingen die hij noemt zijn beslist duidelijk demonen. Geestelijke boosheid in de hemelse gewesten verwijst niet naar goede engelen of naar God. Het verwijst wel naar geestelijke wezens van een of andere soort, en ze zijn boosaardig. Daarom hebben we alle reden om dit op te vatten als een verwijzing naar onlichamelijke demonische krachten.

Maar zoals ik zeg, bij de verwijzing naar overheden en machten wordt die woordgroep niet nader bepaald door de uitdrukking ‘in de hemelse gewesten’. Daarom zou die verwijzing ook kunnen inhouden dat onze strijd niet tegen afzonderlijke mensen gericht is, maar dat we op onze eigen manier strijden tegen de heersende machten. Zowel tegen de machten in de hemelse gewesten, die geestelijk en boosaardig zijn, als tegen hun aardse tegenhangers. Die nemen de vorm aan van maatschappelijke structuren en regeringen die zich tegen het Evangelie verzetten en de voortgang van het Evangelie zouden dwarsbomen.

Ik zal niet het standpunt innemen dat dit de juiste uitleg is, maar ik wil wel zeggen dat het niet onmogelijk is. We kunnen zien dat de kerk, wanneer ze trouw is, niet alleen geestelijke verandering in afzonderlijke mensen teweeg weet te brengen. Ze brengt ook maatschappelijke verandering en verandering van structuren teweeg in samenlevingen waar het Evangelie een enorme invloed heeft gehad.

Het is in zekere zin de christelijke tegencultuur. Jezus brengt Zijn Koninkrijk en de dynamiek daarvan als een alternatieve samenleving. Die botst met kracht op de heersende cultuur en haar maatschappelijke normen en overtuigingen, en op de politieke machten die haar in stand houden. Er is niet alleen een strijd van persoon tot persoon om de ziel van een individu. Het gaat om de zielen van de volken. Het gaat erom de volken tot discipelen te maken. Daarom is er een strijd tegen de boosaardige heersende machten, en ook tegen de geestelijke machten.

Gebed, politiek en geestelijke strijd

Illustratie bij: Bidden voor regeerders en een vreedzaam leven.

Als we bidden, zegt Paulus ons in 1 Timotheüs 2 dat we moeten bidden:

1 Timotheüs 2:1-2 Uitleg in 1 Timotheüs 2:1-2:14

allereerst voor alle mensen en voor allen die gezag dragen, voor regeerders enzovoort, zodat we een vreedzaam leven kunnen leiden

Uitleg in 1 Timotheüs 2:1-2:14

En dat alles. Gebed is dus een onderdeel van onze strijd. En bidden over de politieke situatie is een van de zaken die in het gebed voorrang krijgen, zei Paulus, omdat het veranderen van de politieke structuren ons ter harte gaat.

Maar let erop dat hij niet zei dat we moesten stemmen of in opstand moesten komen of een revolutie moesten ontketenen. Hij zei dat we moesten bidden. En de strijd die wij voeren is een geestelijke strijd. Het is geen politieke strijd. Ik zou niet zeggen dat geen enkele christen ooit bij enige politieke activiteit betrokken zou mogen zijn. Dat kan ik niet zeggen. Politiek is een te vage categorie. En veel dingen waartegen christenen zich moeten uitspreken, zouden mogelijk vallen onder wat we politieke kwesties noemen.

Wij zouden ze gewoon als morele kwesties kunnen zien, maar natuurlijk zijn veel morele kwesties de laatste tijd gepolitiseerd. Als we ons dus zouden uitspreken tegen het feminisme, of tegen het algemeen aanvaard maken van homoseksuele leefwijzen, of tegen het gedogen van abortus, of wat dan ook, dan zouden we zelf kunnen denken dat we het gewoon over morele kwesties hebben. Maar die kwesties zijn allemaal gepolitiseerd. Daarom is het heel moeilijk om te zeggen in hoeverre onze eigenlijke strijd als christenen, waarbij we de waarheid in liefde spreken, ons betrekt bij zaken die politiek genoemd zouden kunnen worden. In zekere zin gaat alle moraal ons aan, en een deel daarvan overlapt met kwesties die politieke kwesties worden genoemd. Dus ik ga niet zeggen dat christenen zich op geen enkele manier met politiek zouden moeten bezighouden.

Verder wil ik naar voren brengen dat de Bijbel ons niet precies vertelt welke manieren taboe zijn wanneer we ons over deze kwesties uitspreken. Er zijn christenen die vinden dat stemmen goed is, en christenen die vinden dat stemmen verkeerd is. Hoort dat bij onze strijd? Ik geloof niet dat het daar een centraal onderdeel van is. Ik geloof niet dat onze strijd in de eerste plaats politiek is. En ik heb niet actief aan verkiezingen deelgenomen. Sterker nog, op dit moment sta ik niet eens als kiezer geregistreerd. Ik ben er niet helemaal tegen. Het is alleen zo dat ik niet zie dat daar de oplossing vandaan zal komen.

Onze strijd is op zichzelf niet politiek. Toch zou iemand kunnen zeggen dat je door te stemmen in zekere zin getuigenis aflegt of je steun uitspreekt voor gerechtigheid, iets wat een christen zou moeten kunnen doen. En ik ga niet zeggen dat dat niet zo is. Ik probeer de hele kwestie van de politieke betrokkenheid van christenen te omzeilen en alleen te zeggen dat onze werkelijke strijd een geestelijke strijd is. Maar natuurlijk komen geestelijke dingen tot uiting in lichamelijke gedragingen, waarvan sommige door sommigen als politiek zouden kunnen worden opgevat. Maar onze oorlog is gericht tegen een geestelijk koninkrijk, en wij bevorderen de belangen van een geestelijk Koninkrijk. En dat voert geen oorlog in lichamelijke zin, maar in geestelijke zin.

Paulus bevestigt dit ook in 2 Korinthe 10. In 2 Korinthe hoofdstuk 10, vers 4 staat:

2 Korinthe 10:4 Uitleg in 2 Korinthe 10-11

De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.

Uitleg in 2 Korinthe 10-11

Dit is onze strijd: gedachten gevangennemen, geen lichamen. Daarvoor gebruik je geen vleselijke wapens, geen lichamelijke wapens. Let op de nadruk:

2 Korinthe 10:4-5 Uitleg in 2 Korinthe 10-11

4De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. 5Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus,

Uitleg in 2 Korinthe 10-11

Er zijn wapens waarmee andere mensen hun strijd voeren die vleselijk zijn, maar die van ons zijn van een andere soort. De wapens van onze strijd zijn niet vleselijk, maar ze zijn van een totaal andere soort. Wij worstelen dus niet met vlees en bloed. Wij voeren geen veldtocht waarbij we op lichamelijke wapens vertrouwen. Maar we zijn in een strijd verwikkeld tegen geestelijke vijanden, met machtige wapens die de bolwerken van de vijand zullen neerhalen.

De belofte van standhouden op de kwade dag

Illustratie bij: Na de beproeving blijven staan.

Vers 13 zegt:

Efeze 6:13

Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

Dat lijkt op zijn uitspraak in vers 11: ‘Trek de hele wapenrusting van God aan.’ Hier in dit vers staat, zo lijkt het, een garantie. Een soort belofte dat als je standhoudt, gewapend zoals God je geestelijk bewapent, je in de meest kwade omstandigheden, op de kwade dag, wat dat ook mag betekenen, weerstand zult bieden. Je zult standhouden tegen alle krachten die de boze tegen je kan inzetten. En als je alles gedaan hebt, als al het stof is neergedaald, zul je nog steeds overeind staan.

Het is zoals de belofte in Jakobus 4:7:

Jakobus 4:7 Uitleg in Jakobus 4:5-5:20

Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.

Uitleg in Jakobus 4:5-5:20

Er staat niet dat hij onmiddellijk zal vluchten, en er staat niet hoelang je weerstand zult moeten bieden. Maar als je weerstand blijft bieden, zul jij degene zijn die overeind staat wanneer de strijd voorbij is. Als je hem geen weerstand biedt, kan het erop uitdraaien dat hij je de baas wordt. Als je de wapenrusting van God niet aandoet, kun je ontdekken dat jij degene bent die bij dit worstelen tegen de grond wordt gedrukt en vastgehouden. Maar hier staat de garantie dat als je weerstand biedt in de kracht van Zijn macht, van Gods macht, en in de volledige wapenrusting, je dan zult standhouden. Je hoeft je nooit zorgen te maken over de vraag: ‘Zal ik ooit afvallen?’ Dat zul je niet als je doet wat de Bijbel zegt dat je moet doen, en dat ligt altijd binnen je bereik. Het is altijd een beslissing die je moet nemen.

De onderdelen van de wapenrusting als beeld

Illustratie bij: Paulus en de uitrusting van een Romeinse bewaker.

Vanaf vers 14:

Efeze 6:14-17

14Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, 15en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. 16Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. 17En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

Dit is niet het einde van de zin, maar laat ik daar even stoppen. Er worden vijf dingen genoemd die we terecht onderdelen van een wapenrusting kunnen noemen. Dat zijn de gordel om het middel, waaraan ongetwijfeld het zwaard hing, dus de riem, waaraan ook het borstharnas vastzat. Strikt genomen is de riem geen onderdeel van de wapenrusting, maar hij houdt enkele andere onderdelen van de wapenrusting bij elkaar. En hij bindt de kleding bijeen die anders misschien in de weg zou zitten, enzovoort, wanneer je de wapenrusting aantrekt. Want daaronder droegen ze een soort gewaad of mantel, iets dergelijks, en de riem bond dat bijeen. Maar dat zou technisch gezien deel uitmaken van de kleding, van de wapenrusting die je draagt. Dan heb je het borstharnas, de schoenen, een schild en een helm. Er worden daar dus vijf dingen genoemd. Wanneer hij het zwaard van de Geest noemt, is dat technisch gezien geen onderdeel van een wapenrusting; dat is een wapen. Een wapenrusting dient ter verdediging; een wapen dient voor de aanval. Zo wordt ook het gebed genoemd in vers 18 en 19, en ik geloof dat Paulus dat eveneens als een aanvalswapen ziet. Er zijn dus vijf dingen die Paulus noemt in verband met onze verdediging: het dragen van een wapenrusting om onszelf tegen aanvallen te beschermen. De andere twee dingen, het Woord van God en het gebed, zijn meer wapens. De wapens van onze strijd, die Paulus elders noemt:

2 Korinthe 10:4 Uitleg in 2 Korinthe 10-11

De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken.

Uitleg in 2 Korinthe 10-11

Ik weet niet precies hoever Paulus zou willen dat we de vergelijkingen die hij hier maakt, doortrekken. Toen Paulus dit schreef, zat hij gevangen. Hij stond onder huisarrest in Rome, en er waren soldaten aan hem toegewezen. Of ze werkelijk met een ketting aan hem vastzaten of alleen de opdracht hadden om bij hem te wonen en hem in de gaten te houden, is niet duidelijk. Veel uitleggers geloven dat Paulus daadwerkelijk aan een soldaat vastgeketend zat toen hij dit schreef. In ieder geval had hij de gelegenheid om soldaten van dichtbij te zien. Terwijl hij over de strijd van de christen schreef, kan het heel goed zijn dat hij de soldaat opmerkte en dacht: ‘Jij hebt een borstharnas, jij hebt een helm, je hebt daar een riem, je hebt daar in de hoek een schild en een zwaard.’ Misschien dacht hij: ‘De christen heeft ook zulke dingen, maar dan in geestelijke zin.’ Dit zijn de dingen die Paulus noemt.

De verleiding voor een prediker, en voor mij als prediker, is om een manier te vinden waarop gerechtigheid specifiek overeenkomt met het borstharnas van een soldaat. Had Paulus evengoed kunnen zeggen: ‘Zet de helm van de gerechtigheid op’, of: ‘Neem het schild van de gerechtigheid’? Dat is moeilijk te zeggen. In de jaren waarin ik over dit gedeelte onderwijs heb gegeven, heb ik manieren gevonden waarop ik die dingen met elkaar in verband heb gebracht. Maar ik heb me altijd afgevraagd: ‘Is dit werkelijk wat Paulus heeft bedoeld?’ Ik weet het niet.

Het is niet moeilijk om te zien dat gerechtigheid het hart bedekt en het beschermt tegen veroordeling enzovoort, en het borstharnas wordt dan ook over het hart gedragen. Bij de helm van het behoud probeer ik altijd een manier te bedenken om behoud in verband te brengen met het hoofd en de bescherming van het denken, of iets dergelijks. Maar dat is bepaald niet eenvoudig, en ik weet niet zeker of Paulus wilde dat we deze vergelijkingen zo ver zouden doortrekken. Misschien bedoelde hij alleen maar dat de voordelen die je als christen in Christus hebt, je op dezelfde manier dienen als een wapenrusting een soldaat dient. Misschien heeft hij het meer om het beeld levendig te maken dan om specifieke details weergegeven als een borstharnas en een helm en dat alles. Het kan heel goed zijn dat de dingen waarnaar hij verwijst niet bedoeld zijn om zo nauwkeurig opgevat te worden. Maar er is tot op zekere hoogte, en misschien wel helemaal, een overeenkomst tussen de dingen die hij noemt en de specifieke manieren waarop je zou kunnen zeggen dat die onderdelen van een wapenrusting iemand helpen in een geestelijke strijd.

De gordel van waarheid en integriteit

Illustratie bij: Waarheid en integriteit als levenshouding.

Hij zegt:

Je hebt de waarheid als een riem om je middel.

Dat is het eerste wat hij noemt. We weten dat de vijand tegen wie we het opnemen de duivel is. Van hem wordt gezegd dat hij de vader van de leugen is. In Openbaring lezen we over hem:

Openbaring 12:9 Uitleg in Openbaring 12

En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

Uitleg in Openbaring 12

De eerste zonde vond plaats doordat Eva deze duivel ontmoette en hij haar misleidde, haar bedroog. Vanaf het allereerste begin in Genesis tot aan het allerlaatste einde in Openbaring wordt satan aangeduid als een bedrieger of een misleider. Jezus Zelf zei in Johannes 8:44:

Johannes 8:44 Uitleg in Johannes 8:12-59

U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.

Uitleg in Johannes 8:12-59

Het lijkt er dus op dat misleiding of onwaarheid de voornaamste werkwijze van de duivel is.

Het eerste wat de christen als een riem om zich heen gebonden moet hebben, iets wat stevig vastzit en andere dingen bijeenbindt — alles wordt door deze riem bij elkaar gehouden — is de waarheid. De christen moet de waarheid hebben. Waarheid is, helaas voor ons, een woord dat in de Schrift verschillende betekenissen heeft, waarvan sommige sterk van elkaar verschillen. Wanneer we het woord ‘waarheid’ horen, denken we misschien aan waarheid in de vorm van uitspraken. Twee plus twee is vier is bijvoorbeeld een waarheid. Twee plus twee is vijf is een onwaarheid. Bepaalde uitspraken zijn waar en andere zijn niet waar. We denken bij waarheid vaak aan het geheel van juiste of ware of nauwkeurige uitspraken. De Bijbel kan het woord op die manier gebruiken, al zal het daarbij meestal gaan over geestelijke waarheid. Maar het is nog steeds het geheel van geestelijke uitspraken die waar zijn.

In dit geval denk ik echter dat het woord ‘waarheid’ wordt gebruikt in de betekenis van persoonlijke integriteit. Het Griekse woord is een ontkennend woord. Het betekent ‘niet verbergen’. Het is de ontkenning van het gewone woord voor verbergen. Het woord ‘waarheid’ betekent hier ‘niet verbergen’, en het lijkt te gaan over persoonlijke openheid of persoonlijke eerlijkheid en integriteit. Ik denk dat Paulus zegt dat je, als je gewapend wilt zijn tegen geestelijke aanvallen, er allereerst maar beter voor kunt zorgen dat het met je integriteit in orde is. Zorg dat je een eerlijk mens bent. Als mensen oneerlijkheid bij je kunnen ontdekken, je op een leugen kunnen betrappen, kunnen zien dat je de waarheid kleurt naar je vooroordelen of wat dan ook, of dat je iemand misleidt, dan ben je om te beginnen je getuigenis kwijt. Ten tweede ben je rechtstreeks het terrein van de duivel binnengestapt, waar hij in het voordeel is. Hij is de vader van de leugen. Als je zelf in welk opzicht dan ook een leugenaar wordt, word je een van zijn stiefzonen.

Om je integriteit te bewaren, moet je de waarheid liefhebben. Je moet een geweten behouden dat je nooit toestaat afbreuk te doen aan wat je als de waarheid kent. Paulus zei in 2 Korinthe:

2 Korinthe 13:8 Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Want wij kunnen niets doen tegen de waarheid, maar wel voor de waarheid.

Uitleg in 2 Korinthe 12-13

Eerlijk zijn is het eerste wat hij noemt.

Hoe dit overeenkomt met een gordel als onderdeel van een wapenrusting, weet ik niet. Behalve dan natuurlijk dat een gordel om iemand heen wordt gebonden en daar wordt vastgemaakt. Het is ook zo, volgens wat ik in commentaren heb gelezen, dat de gordel het eerste kledingstuk was dat een soldaat aantrok. Die deed hij eerst om. Vervolgens bevestigde hij zijn borstharnas eraan en zijn zwaard enzovoort. Dus als Paulus het beeld van een gordel gebruikt, bedoelt hij misschien niet zozeer dat de waarheid in die vergelijking op de een of andere manier een gordel voorstelt. Misschien bedoelt hij dat het gewoon het eerste is wat je moet aantrekken, zoals een soldaat eerst zijn gordel omdoet. Je moet er allereerst voor zorgen dat je integriteit en persoonlijke eerlijkheid van karakter hebt aangetrokken, dat je een mens van waarheid bent.

Het borstharnas: gerechtigheid, geloof en liefde

Illustratie bij: Gerechtigheid zichtbaar in geloof en liefde.

Ten tweede:

Efeze 6:14

bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

Dit is dezelfde term die in Jesaja 59:17 voor Christus wordt gebruikt. Hij droeg het borstharnas van de gerechtigheid. Maar als Paulus in 1 Thessalonicenzen 5:8 het borstharnas noemt, zegt hij:

1 Thessalonicenzen 5:8 Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Waarom zou Paulus op de ene plaats zeggen:

het borstharnas van gerechtigheid, wat duidelijk een citaat is uit een passage in het Oude Testament, maar het in een andere passage bewust veranderen in iets anders:

Trek het borstharnas van geloof en liefde aan. En volgens mij wordt er niet serieus betwist dat Paulus Efeze heeft geschreven en dat hij 1 Thessalonicenzen heeft geschreven.

Mijn vermoeden hierover is dat Paulus wilde dat gerechtigheid in haar beide aspecten werd gezien. In één opzicht zijn we rechtvaardig omdat we door God gerechtvaardigd zijn, en dat is door geloof. Maar onze praktische gerechtigheid, ons rechtvaardige gedrag, wordt bepaald door de mate waarin het in overeenstemming is met de liefde. Als we mensen liefhebben, handelen we op een manier die in Gods ogen rechtvaardig is.

Gerechtigheid voor de christen is zowel die toegerekende gerechtigheid, die door geloof is, als die in het leven uitgewerkte gerechtigheid, die een uiting van liefde is. Daarom zegt Paulus in Efeze:

‘borstharnas van gerechtigheid’. En in Thessalonicenzen zegt hij:

1 Thessalonicenzen 5:8 Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Trek geloof en liefde aan als een borstharnas.

Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Geloof is datgene waardoor we gerechtvaardigd worden en rechtvaardig gemaakt worden in Gods ogen. Liefde is het beginsel op grond waarvan we rechtvaardig handelen wanneer we vanuit die liefde handelen. We gedragen ons op een manier die rechtvaardig is in Gods ogen wanneer we onze naaste liefhebben. Gerechtigheid aantrekken zou dus betekenen dat je geloof en liefde als gedragspatroon vasthoudt.

Gerechtigheid beschermt tegen veroordeling

Illustratie bij: Met een gerust hart tot God bidden.

Er wordt gezegd dat dit als een borstharnas is, mogelijk omdat het hart door een borstharnas wordt bedekt. En het hart is in de Schrift symbolisch het doelwit van de veroordeling door de duivel. In 1 Johannes 3 staat:

1 Johannes 3:20-22 Uitleg in 1 Johannes 3

20Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen. 21Geliefden! Als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan; 22en wat wij ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is.

Uitleg in 1 Johannes 3

Dat staat in 1 Johannes 3, vers 20 tot en met 22.

De duivel wil beslist niet dat we vrijmoedigheid tegenover God hebben. Daarom wil hij dat ons hart ons veroordeelt. We weten dat beschuldiging een van de voornaamste listen van de duivel is. Hij is de aanklager van de broeders. Hij wil veroordeling teweegbrengen. Waarom? Omdat veroordeling die je in je hart voelt en ervaart, je van God vervreemdt.

Je kunt op twee manieren veroordeeld worden. De ene is door te zondigen en op die manier veroordeling over jezelf te brengen. De andere is eenvoudigweg door te denken dat je gezondigd hebt. Dan ervaar je hetzelfde gevoel van veroordeling omdat je denkt dat je gezondigd hebt, alsof je werkelijk gezondigd had. Daarom zegt Paulus tegen mensen dat er misschien op zichzelf niets verkeerds is aan het eten van vlees dat aan afgoden is geofferd, maar dat je het niet moet doen als je denkt dat het verkeerd is, omdat het voor jou een zonde is. Het is misschien geen zonde voor God, maar als het in je eigen ogen een zonde is, breng je dezelfde veroordeling over je hart als wanneer het werkelijk een zonde zou zijn.

Dat is het enige waar de duivel om geeft. Het kan de duivel niet schelen of je zondigt of niet. De duivel wil alleen maar dat je van God vervreemd raakt. Wanneer je je tegenover God veroordeeld voelt, heb je geen vrijmoedigheid tegenover God.

Natuurlijk komt de gerechtigheid van Christus door het geloof, en dat lost in zekere zin het probleem van de veroordeling op. Er is geen veroordeling voor degenen die gerechtvaardigd zijn, want rechtvaardiging en veroordeling zijn elkaars tegengestelden. Onze gerechtigheid bedekt dus ons hart. De gerechtigheid die door het geloof is, die rechtvaardiging, beschermt het hart tegen veroordeling. Maar ook de gerechtigheid die je in de praktijk uitleeft. Je zult je niet veroordeeld voelen als je een heilig leven leidt, een leven van liefde.

1 Johannes 3:18-19 Uitleg in 1 Johannes 3

18Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid. 19En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons hart voor Hem geruststellen.

Uitleg in 1 Johannes 3

Dat staat ook in 1 Johannes. Ik was niet van plan die tekst te geven, dus ik weet niet meer welk vers het is, maar in 1 Johannes 2, vers 28 en 29, staat:

1 Johannes 2:28-29 Uitleg in 1 Johannes 2:18-29

28En nu, lieve kinderen, blijf in Hem, opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst. 29Als u weet dat Hij rechtvaardig is, dan weet u dat ieder die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.

Uitleg in 1 Johannes 2:18-29

Dat betekent geen veroordeling.

Dus als we gerechtigheid beoefenen, zullen we ons bij Zijn komst niet voor Hem schamen.

Maar ik had nog een andere passage in gedachten, waar hij spreekt over onze liefde voor elkaar als de grond van ons vertrouwen. Dat is 1 Johannes 3, vers 18 en 19.

We hebben dus vertrouwen voor Hem. We stellen ons hart voor Hem gerust omdat we gerechtigheid doen, omdat we onze naaste liefhebben met de daad en in waarheid. Gerechtigheid beschermt het hart tegen de veroordeling die de duivel probeert te gebruiken om ons van God te vervreemden en onze toegang tot Gods werk te laten verdwijnen. Het borstharnas is dus gerechtigheid, zowel toegerekende gerechtigheid als gerechtigheid die in de praktijk wordt uitgeleefd, door geloof en liefde.

De schoenen van het Evangelie van de vrede

Illustratie bij: Een boodschapper brengt vrede over de bergen.

Vervolgens noemt Paulus dat je voeten geschoeid moeten zijn met de ‘voorbereiding van het Evangelie van de vrede’, zoals het in zijn Engelse Bijbelvertaling staat. De Nederlandse Bijbeltekst hierboven gebruikt ‘bereidheid’. Het Evangelie van de vrede en voeten worden als beelden samengebracht in Jesaja 52, waar staat:

Jesaja 52:7 Uitleg in Jesaja 49:1-52:12

Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede, die heil laat horen, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning.

Uitleg in Jesaja 49:1-52:12

Of: een blijde boodschap van vrede. De uitdrukking ‘het Evangelie van de vrede’ gebruikt Paulus hier. Hij haalt die uitdrukking uit Jesaja 52. Jesaja 52:7:

Wat prachtig zijn op de bergen de voeten van iemand die goed nieuws brengt, vrede aankondigt en een blijde boodschap brengt. Dat is het Evangelie.

Dat zijn wij. Paulus haalt dit vers uit Jesaja daadwerkelijk aan in Romeinen, met betrekking tot zijn eigen bediening. In Romeinen 10, geloof ik. Dit is dus het Evangelie van de vrede dat wordt gebracht.

De voeten van degene die het Evangelie van de vrede brengt, zijn mooi, maar de voeten van een soldaat die over de bergen trekt, blijven niet mooi. Ze komen vol eelt, raken toegetakeld en krijgen blaren, tenzij hij geschikte schoenen heeft. Paulus verbindt dit werk van het brengen van het Evangelie dus met het dragen van de juiste schoenen.

De schoenen zijn de voorbereiding voor het Evangelie van de vrede. Het Evangelie is niet de schoenen, maar de voorbereiding van het Evangelie wel. Het woord ‘voorbereiding’ is helaas dubbelzinnig. Uitleggers weten niet zeker of het gaat om voorbereid zijn of klaarstaan, in de zin dat je overal klaar voor bent. Dat je klaarstaat om eropuit te gaan en het Evangelie te brengen en te prediken in moeilijk begaanbaar terrein en in moeilijke werkgebieden, enzovoort. We moeten de voorbereiding hebben, of voorbereid zijn, of klaarstaan om het Evangelie te brengen. Dat is één mogelijke betekenis van het woord.

Het woord ‘voorbereiding’ kan ook verwijzen naar een voorbereid fundament of een stevig gelegd fundament. Sommigen hebben gedacht dat Paulus waarschijnlijk de met spijkers beslagen schoenen, de sandalen van de Romeinse soldaat, in gedachten had. Die zouden het meest geschikt zijn om stand te houden. Je zet je voeten stevig in de grond, en als je dan met je zwaard zwaait, zorgt het gewicht van je zwaard er niet voor dat je je houvast verliest. Je voeten staan namelijk stevig in de grond, zoals met noppen onder je schoenen. Het fundament waarop je in deze strijd staat, is dat van het Evangelie dat je vertegenwoordigt.

Ik weet niet welke betekenis Paulus werkelijk in gedachten had. Het is waar dat het meeste waar Paulus tot nu toe over spreekt, te maken heeft met verdedigen en niet met aanvallen. Als het ging om een voorbereiding om het Evangelie verder te brengen, zou je kunnen denken dat Paulus hier een andere richting inslaat in zijn betoog. Hij heeft het namelijk vooral over standhouden, blijven staan waar je bent. Hij heeft het niet over vooruitgaan. Hij heeft het niet over marcheren. Hij heeft het over blijven staan en geen terrein verliezen. Daarom houdt de voorbereiding van je schoenen in dat je voeten stevig in de grond staan en dat je vast op het Evangelie staat, en niet op een andere boodschap of een afwijking ervan. Als je ook maar iets aan de boodschap verandert en je voor een andere zaak staat, dan zul je zwak staan tegenover de listen van de duivel.

Het schild van geloof tegen twijfel

Illustratie bij: Het grote schild als beeld voor geloof.

Hij zegt ook in vers 16:

Efeze 6:16

Neem bovenal het schild van het geloof op,

De Engelse formulering ‘above all’, hier vertaald met ‘bovenal’, suggereert volgens de spreker dat het al het andere bedekt. De Romeinen hadden verschillende schilden, en het specifieke Griekse woord dat hij gebruikt, duidde op het schild dat bijna zo groot was als een deur. Het was een groot, rechthoekig schild, en het hele lichaam kon erachter schuilgaan. Er waren ook kleinere gevechtsschilden en vuistschilden en dergelijke, die in de strijd werden gebruikt. Maar het woord dat Paulus gebruikt, verwijst naar een groot schild dat letterlijk het hele lichaam bedekte. De voorste linie van de Romeinse troepen had zulke schilden. De rest van de troepen stond achter hen, en ze rukten telkens één stap tegelijk op tegen de vijand, zetten hun schild neer en doken erachter weg. Zo hadden ze een bewegende muur die onkwetsbaar was, die zich naar de vijand toe bewoog en hen beschermde tegen de pogingen van de vijand om zich te verdedigen.

Paulus zegt dat het schild dat wij hebben, geloof is. Het bedekt al het andere. Alles is afhankelijk van geloof: onze gerechtigheid, ons behoud, ons standhouden, of zelfs ons gebruik van het Woord. Als we het Woord niet geloven, hebben we er niets aan. Het zal niet krachtig zijn. Het zal niet bruikbaar zijn in de strijd. Geloof bedekt dus het hele leven. Al het andere komt op de een of andere manier door geloof vast te staan, en wordt door geloof beschermd en veiliggesteld. Het schild is dus het schild van het geloof. Hij zegt dat je daarmee in staat zult zijn:

om alle brandende pijlen, of vlammende pijlen, van de vijand te doven.

Als geloof de vurige pijlen dooft, dan zijn die vurige pijlen misschien twijfels. Wanneer de duivel probeert twijfel in je gedachten te zaaien, is geloof wat die twijfel wegneemt. We zien de duivel dus als een leugenaar, we zien de duivel als een aanklager, en we zien de duivel als iemand die twijfel zaait. Maar deze verschillende onderdelen van de wapenrusting bieden bescherming tegen elk van deze verschillende soorten aanvallen.

De helm van het behoud

Illustratie bij: De helm als beeld voor het behoud.

En de helm van het behoud: dat is natuurlijk een beeld dat hij uit Jesaja 59:17 heeft gehaald. Christus droeg de helm van het behoud; in 1 Thessalonicenzen gaat het om:

1 Thessalonicenzen 5:8 Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm.

Uitleg in 1 Thessalonicenzen 5

Maar ik weet niet precies waarom het hoofddeksel, de helm, als beeld voor behoud wordt gebruikt. Misschien heeft Paulus het gewoon uit de passage in Jesaja overgenomen, zonder speciaal te bedoelen dat het nog iets anders betekende. En misschien werd het in Jesaja eenvoudig als een metafoor voor Christus gebruikt. Gerechtigheid en behoud zijn Zijn wapenrusting, een helm en een borstharnas. Ik weet het niet.

Het enige wat we natuurlijk kunnen zeggen, is dat het hoofd een heel kwetsbaar doelwit is en een van de meest vitale doelwitten. Als iemand je op je hoofd raakt, is het met je gedaan. Als een wapen je in je schouder, je arm, je been of je knie raakt, zul je pijn hebben. Maar als het je op je hoofd raakt, ben je dood. Dan ben je uitgeschakeld. Het belangrijkste om naast het hart te beschermen, is dus het hoofd.

Zonder je behoud ben je dood. Zonder behoud doe je niet eens meer mee aan de strijd. Houd je behoud dus intact. Je onderhoudt je wandel met God en je relatie met God, die je behoud is. Een helm op zijn hoofd zou wel het laatste zijn wat een soldaat midden in het strijdgewoel zou willen missen, waardoor zijn hoofd kwetsbaar zou zijn. Hij zou veel te gemakkelijk gedood kunnen worden.

Het Woord en gebed voor Gods Koninkrijk

Illustratie bij: Vrijmoedige verkondiging en volhardend gebed.

Het zwaard van de Geest en gebed zijn de laatste twee dingen die hij noemt. Het Woord van God is het zwaard. Ik denk dat hij dat als een aanvalswapen bedoelt. We trekken eropuit en nemen terrein van de vijand in door de prediking van het Woord van God. Waar we niet heen kunnen en waar we voor obstakels staan die we niet kunnen overwinnen, bidden we. We bidden voor de zendelingen. Paulus zegt:

Bid voor me, bid voor iedereen die bij God hoort, bid dat ik vrijuit en zonder angst Gods woord kan spreken.

We nemen dus zelf het zwaard van het Woord ter hand en bereiken mensen met het Woord van God. Maar we bidden ook voor anderen die dat doen, en voor de bediening van het Woord, dat die doeltreffend mag zijn en niet onder de tegenstand zal bezwijken. In de Bijbel wordt ons niet alleen gezegd dat we moeten bidden. In veel gevallen wordt ons ook gezegd waarvoor we moeten bidden, en dit is daar een van. We moeten erop toezien dat we, wanneer we bidden, niet nalaten te bidden dat het Woord van God doeltreffend is wanneer het door zendelingen wordt uitgedragen. Dat is waarvoor we volgens Paulus hier moeten bidden. Want we moeten niet alleen als behouden mensen vaststaan, maar we moeten ook zien dat anderen behouden worden. Daar zijn het Woord van God en onze gebeden voor.

We bidden:

Mattheüs 6:10 Uitleg in Mattheüs 6:9-13

Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.

Uitleg in Mattheüs 6:9-13

We bidden om de voortgang van het Koninkrijk van God ten koste van het koninkrijk van de duisternis. De oorlogvoering waarin Paulus ons verwikkeld ziet, is dus, zoals alle oorlogvoering, zowel verdedigend als aanvallend. We hebben de wapenrusting nodig om beschermd te worden, zodat onze eigen zielen niet verloren gaan. En we moeten wapens ter hand nemen, zodat andere zielen die nu verloren zijn, behouden kunnen worden, en zodat terrein dat nu in handen van de vijand is, veroverd kan worden in de Naam van de Koning Die wij vertegenwoordigen. Met deze beelden beschrijft Paulus de activiteit van de christen in de wereld, in een vijandige wereld.

De laatste vier verzen zijn, zoals ik eerder al zei, eenvoudig persoonlijke opmerkingen die niet noodzakelijk zijn voor de wezenlijke boodschap van het boek. En daarmee hebben we het gehad. Leven in Christus — zitten, wandelen en staan in Christus — is het drievoudige beeld van het christelijke leven dat Paulus in Efeze geeft.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Ephesians 6:10 - 6:24. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…