Efeze lezen: zitten, wandelen en standhouden in Christus
Efeze laat zien wat het betekent om in Christus te zijn en hoe de gemeente daaruit leeft. Steve Gregg volgt de brief van de verheven positie van de gelovigen tot hun dagelijkse wandel en hun geestelijke strijd.

Efeze wordt vaak gezien als een van de belangrijkste brieven van het Nieuwe Testament. Paulus schrijft er niet om een probleem in een gemeente op te lossen, maar om uit te leggen wat God in Christus heeft gedaan en wat de gemeente is. Steve Gregg leest de brief in drie bewegingen, die hij ontleent aan Watchman Nee: zitten, wandelen en standhouden. Eerst leren gelovigen hun positie in Christus kennen, daarna leven ze daarnaar, en ten slotte houden ze stand in de geestelijke strijd.
De tien Nederlandstalige lezingen over Efeze volgen de brief van de begroeting tot de laatste groet.
Gezegend in Christus
De inleiding en Efeze 1:1-6 begint bij de achtergrond. Paulus schreef de brief als gevangene in Rome, in dezelfde periode als Kolossenzen, Filippenzen en Filemon. Omdat de brief zo weinig persoonlijks bevat, bespreekt Gregg de mogelijkheid dat het een rondzendbrief was voor verschillende gemeenten in Asia, misschien de brief uit Laodicea waarover Paulus in Kolossenzen 4:16 spreekt. Hij licht uitdrukkingen als ‘in Christus’ en ‘hemelse gewesten’ toe en benadrukt dat de geestelijke zegeningen tot Gods heerlijkheid dienen, niet als belofte van aardse voorspoed. Uitverkiezing verstaat hij als Gods keuze voor de gemeente als geheel in Christus.
In Efeze 1:6-23 gaat het over vergeving, verlossing en de Heilige Geest als onderpand van de erfenis. Gregg betoogt dat God Zijn doelen bereikt zonder elke menselijke keuze vast te leggen, en dat geloof voorafgaat aan wedergeboorte. Bij Paulus’ gebed om wijsheid en openbaring maakt hij onderscheid tussen leerstellige kennis en het inzicht dat alleen Gods Geest geeft. De lezing eindigt bij Christus als Hoofd en de gemeente als Zijn lichaam.
Uit genade, door het geloof
Efeze 2 beschrijft de overgang van dood naar leven. Geestelijke dood is volgens Gregg vervreemding van God, en geen onvermogen om te geloven. Hij bespreekt de invloed van de wereld, de duivel en het vlees, en hoe God mensen met Christus levend maakt.
Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
— Efeze 2:8-10, Herziene Statenvertaling
In de lezing over Efeze 2 laat Gregg zien dat genade hier door het geloof komt, zoals water door een leiding: het kanaal moet er zijn voordat het water erdoorheen stroomt. Wat ‘de gave van God’ is, leidt hij af uit het Grieks: het woord ‘dat’ verwijst niet naar het geloof, maar naar het behoud als geheel. Geloof en werken staan bij Paulus tegenover elkaar. Tegelijk wijst Gregg erop dat vers 10 doorgaat: wij zijn Gods maaksel, Zijn scheppende werk, gemaakt om in goede werken te wandelen.
In het tweede deel van het hoofdstuk heeft Christus de wet als scheidsmuur tussen Jood en heiden weggenomen en van beiden één nieuwe mens gemaakt. Gelovigen uit de heidenen horen nu bij het geestelijke Israël en worden samen opgebouwd tot een tempel van God, op het fundament van de apostelen en profeten, met Jezus Christus als hoeksteen.
Efeze 3 gaat over het geheimenis dat Paulus mocht bekendmaken: Joden en heidenen vormen samen één lichaam in Christus. Gregg ziet de gemeente als Gods eeuwige voornemen en betoogt tegen de bedelingenleer dat het Oude Testament vanuit het Nieuwe moet worden uitgelegd. Paulus’ gebed om versterking door de Geest en om Christus’ inwoning verbindt hij met de gemeente als tempel waarin Gods heerlijkheid zichtbaar wordt.
Wandelen naar de roeping
Met hoofdstuk 4 begint de tweede helft van de brief. In Efeze 4:1-11 bespreekt Gregg de levenswandel die bij de roeping past. Nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en verdraagzaamheid zijn nodig om de eenheid te bewaren die God al gegeven heeft, al kan vrede stichten ook vragen om kwaad te benoemen. Christenen delen één lichaam, één Geest, één hoop, één Heere, één geloof, één doop en één Vader. Apostelen en profeten ziet hij als een aparte groep die het fundament heeft gelegd.
Efeze 4:11-32 gaat verder met de gaven die Christus geeft om alle gelovigen toe te rusten voor dienstbetoon. Gregg waarschuwt voor het najagen van bewegingen zonder worteling in de Schrift en zonder gehoorzaamheid aan Jezus. De oude en de nieuwe mens legt hij uit als de mensheid in Adam en de nieuwe mensheid in Christus. Daaruit volgt een ander leven: waarheid in plaats van leugen, werken en delen in plaats van stelen, opbouwende woorden en vergeving in plaats van bitterheid.
In Efeze 5:1-21 roept Paulus op God na te volgen en in liefde te wandelen, naar het voorbeeld van Christus. Gregg staat uitgebreid stil bij spreken en humor, en onderscheidt kwetsende en onreine grappen van humor die bij liefde past. Wie in zonde volhardt zonder zich te bekeren, zal het Koninkrijk niet beërven. Gelovigen leven als licht in de wereld, gaan wijs om met de gelegenheden die ze krijgen en blijven vervuld met de Geest.
Thuis en op het werk
Efeze 5:18-33 begint opnieuw bij de vervulling met de Geest, die zichtbaar wordt in lofprijzing, dankbaarheid en een dienende houding. Gregg betoogt dat wederzijdse onderdanigheid de door God gegeven gezagsverhoudingen niet opheft. Het huwelijk beschrijft hij als een zichtbaar beeld van Christus en de gemeente: de vrouw onderwerpt zich aan haar man, en de man heeft haar lief met een opofferende liefde die beschermt, voedt en koestert.
In Efeze 6:1-9 gaat het over kinderen en ouders, slaven en meesters. Kinderen gehoorzamen hun ouders omdat dat juist is, en ouders vormen met discipline en mededogen niet alleen het gedrag maar ook de gezindheid van hun kinderen. De oproep aan slaven past Gregg toe op werknemers, die hun werk doen als voor de Heere. Meesters laten dreigen achterwege, want hun Meester in de hemel oordeelt zonder aanzien des persoons.
Standhouden
De laatste lezing, Efeze 6:10-24, gaat over de geestelijke strijd. Gregg legt uit waarom God beproevingen toelaat en wijst erop dat de gemeente een andere opdracht heeft dan de staat: mensen met God verzoenen, zonder geweld. Het aantrekken van Gods wapenrusting verbindt hij met het aantrekken van Christus. Waarheid, gerechtigheid, geloof en behoud beschermen tegen misleiding, beschuldiging en twijfel; het Woord van God en het gebed zijn de middelen waarmee de gemeente anderen bereikt.
De hele reeks over Efeze begint bij de zegeningen die gelovigen in Christus hebben ontvangen, en eindigt bij een gemeente die in Zijn kracht standhoudt.

