Psalmen 119

Gods Woord geeft leven en richting

1 uur 22 min · Lezing 5 van 32 ·

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/psalmen/119.pdf?v=3180c644f6fa. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/psalmen/119.

Samenvatting

De waarde, werking en gehoorzaamheid aan het Woord van God

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Psalm 119 als een lofzang op het Woord van God en legt uit hoe vrijwel ieder vers met verschillende benamingen naar de Schriften verwijst. Hij behandelt de acrostische opbouw van de psalm en de mogelijkheid dat Joodse kinderen hem gebruikten om tegelijk het Hebreeuwse alfabet en eerbied voor Gods Woord te leren. Vervolgens loopt hij de psalm door en laat hij zien hoe Gods Woord volgens de psalmist leven, inzicht, richting, troost, vrijheid en kracht geeft. Daarbij benadrukt hij dat liefde voor het Woord samengaat met gehoorzaamheid, een onverdeeld hart, de vreze voor God en het verlaten van zondige wegen.

Psalm 119 en de waarde van Gods Woord

Illustratie bij: De psalmist mediteert over de kostbaarheid van Gods Woord.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Psalm 119.

We gaan naar Psalm 119, waarvan bijna iedereen weet dat het het langste hoofdstuk in de Bijbel is. Het is ook de langste Psalm. Het is zelfs ongeveer even lang als zo’n twintig andere Psalmen van gemiddelde lengte. Het telt 176 verzen.

Er zijn veel opmerkelijke dingen aan deze Psalm. Een van de opmerkelijkste dingen die je ontdekt wanneer je hem leest, zelfs als je dat maar oppervlakkig doet, is dat er één thema is dat steeds opnieuw wordt benadrukt. Dat is hoe wonderbaarlijk het Woord van God is. Je vindt niet in elk vers de uitdrukking ‘het Woord van God’, maar je vindt wel een aantal andere uitdrukkingen. Sommigen hebben acht of tien verschillende uitdrukkingen gevonden die als synoniemen voor het Woord van God worden gebruikt.

Toen we Psalm 19 bestudeerden, ontdekten we al dat de termen ‘de wet van de HEERE’ en ‘de getuigenissen van de HEERE’ synoniemen zijn voor het Woord van God. Verder zijn er ‘de verordeningen van de HEERE’, ‘de inzettingen van de HEERE’, ‘de oordelen van de HEERE’, ‘het woord van de HEERE’, ‘de uitspraken van de HEERE’ en dergelijke uitdrukkingen. Dit zijn verschillende zelfstandige naamwoorden die in heel Psalm 119 worden gebruikt, en elk daarvan verwijst in wezen naar hetzelfde: de Schriften.

Het is waarschijnlijk de moeite waard om op te merken dat God van het langste hoofdstuk in de Bijbel een hoofdstuk heeft gemaakt dat de deugden van de Schriften verheerlijkt. Dat moet betekenen dat God iets tot ons wil laten doordringen, dat Hij wil dat wij waardering krijgen voor de Schriften. Ik zou zeggen dat als je na het lezen van 176 van zulke verzen nog niet van de Schriften houdt, je daar op zijn minst diep over terechtgewezen zult voelen. Je zult je afvragen wat er met je aan de hand is, want dit is de alleenspraak van een heilige ziel bij een open Bijbel. Dat wil zeggen: als iemand over de Bijbel mediteert en die naar volle waarde heeft leren schatten, zullen dit soort uitdrukkingen uit zijn hart opkomen.

Bijna elk vers spreekt op de een of andere manier over de deugden van het Woord van God. Ik zeg ‘bijna’, omdat er ongeveer drie verzen zijn, of mogelijk vier, waarbij je vraagtekens kunt zetten. Ze bevatten geen van de uitdrukkingen die ik zojuist over het Woord van God noemde. Deze verzen vormen opvallende uitzonderingen binnen het boek.

Verzen zonder duidelijke verwijzing naar het Woord

Illustratie bij: De vervolgde dienaar vraagt om recht.

Psalm 119:84 is een van die Schriftgedeelten. Er staat:

Psalmen 119:84

Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers?

‘Oordeel’ is natuurlijk een van de termen die voor het Woord van God wordt gebruikt: de oordelen van de HEERE. De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, gebruikt in vers 84 ‘judgment’; de HSV geeft dit hier weer als ‘gericht’. Toch wordt het hier duidelijk niet in de betekenis van ‘het Woord van God’ gebruikt. Er staat:

Wanneer zult U rechtspreken?

Met andere woorden: wanneer zult U mij recht verschaffen? Wanneer zult U mij tegenover mijn vijanden in het gelijk stellen? Het is daar geen verwijzing naar het Woord van God, hoewel hetzelfde woord, ‘oordeel’, soms wel verwijst naar de verordeningen of beslissingen van een rechter, en daarom naar het Woord van God. Maar dit zou een uitzondering zijn. Hier hebben we geen duidelijke verwijzing naar het Woord van God.

Vers 90 zegt:

Psalmen 119:90

Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.

Tenzij we ‘Uw trouw’ gelijk zouden kunnen stellen aan het Woord van God, is ook dit een vers dat het Woord van God niet noemt. Sommigen hebben gemeend dat ‘trouw’ bedoeld is als nog een synoniem voor het Woord, maar ik denk dat het misschien wat vergezocht is om dat te zeggen.

De andere twee verzen waarover twijfel bestaat, zijn de verzen 121 en 122. Daar staat:

Psalmen 119:121-122

121Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. 122Wees borg voor het welzijn van Uw dienaar; laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken.

Het is duidelijk dat vers 122 niet naar het Woord van God verwijst. In vers 121 hebben we weer een geval waarin het woord ‘oordeel’ voorkomt. In sommige verzen zou dat naar het Woord van God verwijzen, maar hier lijkt dat niet zo te zijn:

Ik heb recht en gerechtigheid gedaan.

Met andere woorden: ik heb eerlijk en rechtvaardig geleefd. Er is niet werkelijk een specifieke verwijzing naar het Woord van God, behalve dan dat de psalmist alleen door het Woord van God te lezen zou weten wat recht en oordeel zijn.

In deze vier verzen staat dus geen specifieke verwijzing naar de Schriften. Maar dat is slechts een heel klein aantal in een Psalm die zo lang is als deze. Dat betekent dat er in deze Psalm 172 verzen zijn die rechtstreeks spreken over hoe groots de Schriften zijn, hoe lieflijk ze zijn, hoe levengevend ze zijn en hoe waardevol ze zijn om ons te corrigeren. Er worden zoveel dingen gezegd.

De alfabetische opbouw van Psalm 119

Illustratie bij: De acrostische ordening van Psalm 119.

We kunnen niet erg veel tijd besteden aan een inleiding of aan opmerkingen bij de Psalm, want alleen al het helemaal doorlezen zonder commentaar kost veel tijd. Ik zal nog een paar inleidende woorden zeggen en daarna zullen we de Psalm doorlezen. Ik zal af en toe stoppen wanneer ik het gevoel heb dat er een bijzonder punt naar voren moet worden gebracht, maar ik zal niet proberen elk vers te becommentariëren. Behalve dat het Woord van God in deze Psalm verreweg het voornaamste onderwerp is, zul je nog iets anders opmerken: hij is verdeeld in 22 gedeelten.

Elk gedeelte telt acht verzen en elk gedeelte heeft ook een opschrift erboven. Die opschriften zijn eigenlijk helemaal geen titels, maar de namen van Hebreeuwse letters. Alef, dat bovenaan de hele psalm staat, is de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet. Bet, dat we tussen vers 8 en 9 aantreffen, is de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet, enzovoort. Zo komen door de hele psalm heen de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet aan bod, met bij elke letter acht verzen.

Iets wat in onze Engelse vertaling niet zichtbaar wordt, maar in het Hebreeuws wel, is dat in de oorspronkelijke tekst elk van de acht verzen begint met de letter die boven het betreffende gedeelte staat. De woordvolgorde is natuurlijk anders, dus in het Engels zou je niet precies kunnen zien hoe dat uitwerkt. Er zijn enkele Engelse vertalingen waarin dit patroon daadwerkelijk is nagebootst. Ze gebruiken 22 letters van het Engelse alfabet die er ongeveer mee overeenkomen en laten elk vers met die letter beginnen. Ze zetten de woorden gewoon in een andere volgorde om dat mogelijk te maken, zodat je het effect krijgt.

Feitelijk is dit een acrostische psalm. Er zijn veel acrostische psalmen. Acrostisch betekent natuurlijk dat de eerste letters van elk vers een bepaald verband met elkaar hebben. In dit geval bestaat dat verband erin dat het opeenvolgende letters van het Hebreeuwse alfabet zijn. Gewoonlijk begint in de meeste acrostische psalmen één vers met elk van de letters van het alfabet. De meeste acrostische psalmen zijn 22 verzen lang, waarbij elk vers met de volgende letter van het alfabet begint.

We hebben ook een acrostichon in Spreuken:

Spreuken 31:10

Wie zal een deugdelijke vrouw vinden? Haar waarde gaat die van robijnen ver te boven.

Dat staat in hoofdstuk 31 van Spreuken. Dat hele gedicht over een deugdzame vrouw is een acrostichon. Het doorloopt het Hebreeuwse alfabet. Er zijn enkele acrostichons waarin er twee verzen voor elke letter zijn, maar dit is het enige waarin er voor elke letter acht verzen zijn.

Gods Woord in de opvoeding van kinderen

Illustratie bij: Kinderen leren Gods woorden uit het hoofd.

Er is wel geopperd dat dit een psalm was die het Hebreeuwse volk gebruikte om zijn kinderen het Hebreeuwse alfabet te leren. Historisch gezien is het kennelijk niet met zekerheid vast te stellen, maar een aantal commentatoren gelooft dat dit inderdaad zo was. Dat betekent dat een kind in een Joods gezin of op een synagogeschool bij het leren van zijn alfabet eerst de eerste letter leerde en vervolgens de acht verzen uit deze psalm uit het hoofd leerde die met die letter beginnen. Telkens wanneer het kind één letter van het alfabet leerde, leerde het ook acht verzen uit de Schrift uit het hoofd. Tegen de tijd dat het kind het hele alfabet had geleerd, zou het 176 verzen uit de Schrift uit het hoofd kennen. Op vier na prijzen die allemaal het Woord van God.

Als dat waar is, zie je wat voor conditionering, wat voor programmering er in het denken van het Joodse kind plaatsvond. Het zou die verzen tegelijk met het alfabet uit het hoofd leren. Een van de eerste dingen die het op school leerde, zou zijn hoe groot het Woord van God is. Dat zou steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw worden bekrachtigd. Elke keer dat het kind het alfabet opzei, zouden deze ideeën opnieuw worden bekrachtigd.

Je ziet dus dat bij het Joodse kind eerbied voor het Woord van God zou worden ingeprent, als dit deel uitmaakte van zijn lesmateriaal, zijn letterboek, zijn alfabetboek. Het laat zien hoe graag de Joodse ouders wilden dat hun kinderen het Woord van God kenden. God had de Joden immers in Deuteronomium hoofdstuk 6 gezegd:

Deuteronomium 6:7

U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.

De hele dag door moesten ze hun kinderen het Woord van God onderwijzen.

Als de Joden er een gewoonte van maakten om dat zo grondig te doen als Deuteronomium gebiedt, dan moesten ze hun kinderen ook liefde voor het Woord van God bijbrengen. Anders zouden de kinderen zich alleen maar vervelen door al de Schriftgedeelten die ze hoorden. Ze moesten geleerd worden de Schriften te waarderen, zodat ze aandachtig zouden luisteren wanneer ze daaruit onderwezen werden en zouden proberen het geleerde toe te passen.

Het auteurschap en de leeswijze van de psalm

Illustratie bij: Een psalmist leest de verweven thema’s van Gods wet.

Wat het auteurschap van deze psalm betreft, wordt er geen schrijver genoemd. De psalm heeft geen titel. Toch zul je merken dat veel dingen erin klinken alsof David hem geschreven moet hebben. We weten dat David Psalm 19 heeft geschreven, die we nog niet zo lang geleden bestudeerd hebben. En veel van dezelfde uitspraken uit Psalm 19, of in elk geval uiterst vergelijkbare uitspraken, zijn in deze psalm te vinden:

Psalmen 19:7-10

8De wet van de HEERE is volmaakt, zij bekeert de ziel; de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar, zij geeft de eenvoudige wijsheid. 9De bevelen van de HEERE zijn recht, zij verblijden het hart; het gebod van de HEERE is zuiver, het verlicht de ogen. 10De vreze des HEEREN is rein, zij houdt voor eeuwig stand; de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig. 11Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud; en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.

enzovoort. In Psalm 19, vers 7 tot en met 10, worden diezelfde woorden gebruikt om het Woord van God te beschrijven, met diezelfde synoniemen. Die vinden we dus ook hier. Als je dit leest en vertrouwd bent met het lezen van Davids psalmen, zul je er daardoor tamelijk van overtuigd raken dat David deze psalm heeft geschreven. Zo niet, dan is hij geschreven door iemand die als dichter en als liefhebber van het Woord van God van hetzelfde niveau was als David. Het is net zo gemakkelijk om te geloven dat het David was als dat het iemand was die precies op hem leek.

We zullen deze psalm doornemen. Zoals ik al zei, zou het onmogelijk of onpraktisch zijn om op ieder vers commentaar te geven. We zullen hem lezen en proberen niet te snel te gaan, zodat de betekenis van elk vers tot ons kan doordringen terwijl we het lezen, voordat we naar het volgende vers gaan. De psalm volgt niet, zoals we misschien zouden wensen, een bepaalde logische gedachteontwikkeling. Hij begint bijvoorbeeld niet met in de eerste acht verzen het ene over het Woord van God te zeggen, om vervolgens in de volgende acht verzen iets anders en duidelijk onderscheiden over het Woord van God te zeggen. In plaats daarvan lopen er verschillende thema’s door het geheel heen en zijn ze door het geheel met elkaar verweven. Ze komen steeds weer naar voren. Daaronder vallen het feit dat het Woord van God leven geeft, dat het Woord van God richting geeft, dat het Woord van God tuchtigt, dat het Woord van God een licht is en dat het Woord van God lieflijk en heerlijk is. Zulke dingen horen we de hele psalm door.

Geluk door heel Gods raad te gehoorzamen

Illustratie bij: De oprechte wandelt in heel Gods raad.
Psalmen 119:1

Welzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet van de HEERE gaan.

Dit is bijna hetzelfde als Psalm 1:1, dat we eerder hebben gelezen:

Psalmen 1:1

Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters,

enzovoort. Hier is een man wiens levenswandel onberispelijk is. Hij staat niet op de weg van zondaars. Hij wandelt niet in de raad van goddelozen. Hij wandelt in de wet van de Heere, zoals Psalm 1 ook over de gezegende man zegt.

Psalmen 119:2

Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen, die Hem met heel hun hart zoeken,

Zijn getuigenissen onderhouden brengt een zegen. Deze twee verzen beginnen allebei met het woord gezegend wat gelukkig betekent. Gelukkig is de man. Het geheim van geluk wordt hier dus onthuld: het Woord van God onderhouden en overeenkomstig de voorschriften en wegen daarvan wandelen.

Psalmen 119:3

die ook geen onrecht bedrijven, maar in Zijn wegen gaan.

Het woord Wegen is nog een synoniem voor het Woord.

Psalmen 119:4-6

4HEERE , Ú hebt geboden om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen. 5Och, waren mijn wegen zo vast om Uw verordeningen in acht te nemen! 6Dan zou ik niet beschaamd worden, als ik oog zou hebben voor al Uw geboden.

Ik zal niet beschaamd worden wanneer ik al Gods geboden de gepaste eerbied betoon. Dat wil zeggen: wanneer we geen enkel deel verwaarlozen van wat God heeft geopenbaard en we de hele raad van God ter harte nemen, dan zullen we niet beschaamd worden. Heel vaak heeft iemand een leerstellig standpunt, of een rechtvaardiging van een bepaalde manier van handelen, opgebouwd op één enkel vers, of op een vers hier en daar dat uit zijn verband is gehaald. Later moet diegene zich dan schamen. Men ontdekt dat ze het bij het verkeerde eind hebben. Hun leerstellingen blijken onschriftuurlijk te zijn, of hun manier van leven wordt door de Schrift veroordeeld, alleen omdat ze die niet op de hele raad van God hebben gebaseerd. Ze hebben niet de hele Schrift gebruikt. Ze hebben selectief moeten zijn en het ene Schriftgedeelte moeten nemen en het andere moeten negeren om hun standpunt te rechtvaardigen. Maar hij zegt:

Ik zal me niet schamen wanneer ik al Uw geboden voor ogen houd.

— de hele Schrift.

Psalmen 119:7-8

7Ik zal U loven met een oprecht hart, wanneer ik Uw rechtvaardige bepalingen geleerd heb. 8Ik zal Uw verordeningen in acht nemen, verlaat mij niet geheel en al.

Beth.

God zoeken en Zijn Woord bewaren

Illustratie bij: Een jongeman bewaart het Woord in zijn hart.
Psalmen 119:9-10

9Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord. 10Ik zoek U met heel mijn hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

Met andere woorden: ik heb alles gedaan wat ik kan. Nu moet U voor mij zorgen. Ik denk niet dat we ooit zouden kunnen bidden:

Laat me toch niet van Uw geboden afdwalen.

tenzij we ook zouden kunnen zeggen:

Ik heb U met heel mijn hart gezocht.

Ik geloof niet dat God ook maar enige belofte doet om mensen ervoor te behoeden dat ze op de verkeerde weg afdwalen, als ze Hem slechts terloops of halfhartig zoeken.

Ik sprak in feite met een van onze studenten over het feit dat iedereen die ik ken die zondige gewoonten die zijn leven beheersten werkelijk heeft overwonnen, iemand is geweest die de Heere volledig en met heel zijn hart zoekt. Ik heb veel mensen gezien die zulke gewoonten niet hebben overwonnen, hoewel ze al veel langer christen zijn. Maar één ding hebben ze gemeen: ze hebben de Heere niet met heel hun hart gezocht. Ze hadden een verdeeld hart. Ze wilden min of meer christen zijn en hielden ergens ook van hun zonde. Daarom hebben ze nooit volledige bevrijding gekregen. Ze hebben nooit uit de kracht van God geput om hen volledig te bevrijden en hen ervoor te behoeden dat ze op de verkeerde weg afdwalen.

Ik had niet aan dit vers gedacht toen ik die raad gaf, maar je kunt zien dat dit precies is wat het zegt:

Met heel mijn hart heb ik U gezocht: laat me toch niet van Uw geboden afdwalen.

Omdat ik niets heb achtergehouden en al mijn energie en al mijn aandacht aan U heb gegeven, kan ik niets meer doen om ervoor te zorgen dat ik veilig blijf. U moet de rest voor mij doen.

Psalmen 119:11

Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.

Met ‘in mijn hart opgeborgen’ wordt natuurlijk niet alleen bedoeld dat hij het Woord uit het hoofd leert, maar ook dat hij het omarmt en liefheeft. De Engelse Bijbelvertaling waarop de spreker zich baseert, heeft hier ‘Thy Word’; de HSV vertaalt dit als ‘Uw belofte’. Het hart verwijst in de Schrift naar de wil, het middelpunt van de emoties en het gedrag van de mens, en het centrum vanwaaruit zijn leven wordt bestuurd. Hij zegt: ‘Ik heb het Woord een plaats gegeven in het diepste deel van mijn leven.’ Hij leert het niet alleen met zijn verstand uit het hoofd, maar laat het werkelijk tot in het diepst van zijn ziel doordringen. Dit is zijn zekerheid dat hij niet in zonde zal wandelen, want hij heeft het Woord vrij baan gegeven om zijn leven te doordringen, zoals dunne kruipolie in ieder klein barstje en spleetje doordringt.

Psalmen 119:12-16

12Geloofd zij U, HEERE, leer mij Uw verordeningen. 13Ik heb met mijn lippen verteld al de bepalingen van Uw mond. 14In de weg van Uw getuigenissen verblijd ik mij meer dan in alle bezit. 15Ik overdenk Uw bevelen en heb oog voor Uw paden. 16Ik verblijd mij in Uw verordeningen, Uw woord vergeet ik niet.

Gebed om leven, inzicht en leiding

Illustratie bij: De vreemdeling bidt om geopende ogen en leiding.

Gimel.

Psalmen 119:17

Wees goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven en Uw woord in acht nemen.

Hier vraagt hij om een zegen die hem gegeven zal worden zodat hij kan overleven. Maar hij vraagt niet alleen of hij omwille van zichzelf mag overleven. Hij vraagt of hij mag overleven en leven tot eer van God.

We vragen God vaak om allerlei zegeningen, om in dit of dat te voorzien waarvan wij menen dat we het nodig hebben. Maar dat doen we niet altijd met hetzelfde motief. Wat hij hier zegt, is: ‘Wees goed voor mij. Met andere woorden: red mij, voorzie in mijn behoeften, geef mij wat ik nodig heb en houd mij in leven.’ Waarom? ‘Zodat ik kan leven om Uw Woord te onderhouden, zodat ik kan leven om U te behagen en U eer te brengen.’ Met zo’n motief achter onze gebeden kunnen we er nauwelijks aan twijfelen dat God ze zou verhoren.

Psalmen 119:18

Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.

Er staan wonderlijke dingen in de wet, en onze ogen moeten door de Geest van God worden geopend om ze te aanschouwen, om ze te zien. Zo opende Jezus ook het verstand van Zijn discipelen, zodat zij de Schriften konden begrijpen. Er staan wonderlijke, diepe en verborgen dingen in het Woord van God, in het Oude Testament, die alleen opgedolven kunnen worden als de Heere het verstand of de ogen opent.

Dit zou misschien een van Davids gebeden zijn geweest. We weten dat hij een man was die veel licht had ontvangen en veel begreep van de wet van God, van de geestelijke kant ervan. Dat blijkt uit Psalm 51, waar hij, toen hij zich bekeerde van zijn zonde met Bathseba, zei:

Psalmen 51:18

Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen.

Hij zegt:

Psalmen 51:17

De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.

In wezen zegt hij daar dat hij de geestelijke aard ziet van wat God werkelijk wil. Iemands ogen moesten geopend worden om de geestelijke kant van de wet te zien. Dat is wat hij hier bidt:

Open mijn ogen, zodat ik de wonderlijke dingen in Uw wet kan zien.

Psalmen 119:19

Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden niet voor mij.

‘Ik ben een vreemdeling op de aarde’ betekent natuurlijk: ‘Ik ben hier alleen op doorreis.’ Hoewel David als koning een rijk man in deze wereld was, was hij dat een deel van zijn leven niet. Hij trok door de woestijn, vluchtte voor Saul en woonde in grotten. Maar in wezen zegt hij: ‘Omdat dit mijn thuis niet is, ken ik de paden die ik moet nemen niet. Daarom heb ik Uw geboden nodig om mij te leiden. Ik heb een wegenkaart nodig om door dit leven heen te komen.’

Psalmen 119:20

Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde.

Hoeveel van ons zouden werkelijk kunnen zeggen: ‘Mijn hart breekt. Ik verlang er zo sterk naar het Woord van God te kennen’?

Psalmen 119:21-23

21U bestraft de vervloekte hoogmoedigen, die van Uw geboden afdwalen. 22Wentel smaad en verachting van mij af, want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen. 23Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken, overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

Grote mannen, met andere woorden invloedrijke mensen, hebben over hem gesproken en hem met hun beschuldigingen belasterd. Maar hij antwoordde niet op dezelfde manier. Hij bleef gewoon nadenken over wat God had gezegd en hield zijn gedachten bij de Schriften.

Psalmen 119:24

Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers.

Als je raad nodig hebt, ga dan naar het Woord van God. ‘Uw getuigenissen zijn mijn raadgevers en mijn vreugde.’

Kracht en een veranderd hart door het Woord

Illustratie bij: De bedroefde psalmist wordt opgericht door het Woord.

Daleth.

Psalmen 119:25

Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

De uitdrukking ‘mijn ziel kleeft aan het stof’ komt elders in de Psalmen voor. Een ander voorbeeld is Psalm 44:25, maar er zijn nog andere plaatsen. Het betekent óf dat zijn ziel, zijn innerlijke mens, zich uit alle macht aan zijn lichaam vastklampt, waarbij het stof zijn lichaam voorstelt. Dat betekent dat hij bijna dood is en dat zijn geest zich hardnekkig aan het lichaam vastklampt, zodat die twee in de dood niet van elkaar gescheiden worden. Hij staat op het punt te sterven. Of hij brengt, om dezelfde gedachte uit te drukken, in wezen dit onder woorden: ‘Mijn leven staat op het punt terug te keren tot het stof.’

Hoe dan ook zegt hij: ‘Ik ben bijna dood.’ Het beeld is misschien niet voor honderd procent duidelijk, maar hij zegt in wezen dat hij op het punt staat om te komen en tot het stof terug te keren. Daarom staat er in het Engels ‘quicken’, wat betekent: ‘Maak mij levend.’

Psalmen 119:26-28

26Ik heb U mijn wegen verteld en U hebt mij verhoord; leer mij Uw verordeningen. 27Geef mij inzicht in de weg van Uw bevelen, dan zal ik Uw wonderen overdenken. 28Mijn ziel weent tranen van verdriet; richt mij op overeenkomstig Uw woord.

Het Woord geeft kracht wanneer onze ziel wegsmelt, wanneer we wanhopig zijn.

Psalmen 119:29-32

29Laat de weg van de leugen van mij wijken, schenk mij genadig Uw wet. 30Ik heb de weg van de waarheid gekozen, Uw bepalingen heb ik mij voor ogen gesteld. 31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; HEERE, beschaam mij niet. 32Ik zal de weg van Uw geboden lopen, wanneer U mijn hart verruimd hebt.

Hier beseft hij opnieuw dat het gehoorzamen van Gods wet iets is wat vanuit het hart moet gebeuren. Hij kon de geboden uiterlijk naleven, met of zonder de juiste gezindheid van het hart. Maar als hij ze wilde naleven zoals God dat werkelijk wil, als hij werkelijk de weg van de geboden wilde gaan zoals God dat volgens hem verlangt, dan moest hij een veranderd hart hebben. Hij beseft dat hij zijn eigen innerlijke mens niet kan veranderen. Dat is een werk van God. Daarom zegt hij in wezen:

Wanneer U mijn hart verruimt of mijn hart versterkt, zal ik de weg van Uw geboden kunnen volgen.

Inzicht om Gods weg van harte te volgen

Illustratie bij: De juiste weg kiezen boven winstbejag.

Vers 33:

Psalmen 119:33-34

33HEERE, leer mij de weg van Uw verordeningen, en ik zal die in acht nemen tot het einde toe. 34Geef mij inzicht, dan zal ik Uw wet in acht nemen; ja, ik zal mij er met heel mijn hart aan houden.

Met andere woorden: ik wil Uw wet kennen. U moet mij inzicht geven. Soms is het niet gemakkelijk om vast te stellen wat volgens de Schrift de juiste handelwijze is. Daarom vraagt hij God hem inzicht in de wet te geven, hem inzicht in de Schriften te geven, zodat hij die met heel zijn hart kan volgen.

Het is moeilijk om iets met heel je hart na te streven, tenzij je er heel zeker van bent dat het juist is. Als er nog enige twijfel bestaat, als het om een omstreden punt gaat en je er gewoon niet zeker van bent dat het de juiste opvatting is, of dat jouw uitleg ervan de juiste is, dan is het moeilijk om je er met heel je hart voor in te zetten. Hij zegt dus eigenlijk: „God, bevestig mij in wat in deze zaak de waarheid is. Geef mij op dit punt inzicht. Dan zal ik mij er volledig aan kunnen wijden en het met heel mijn hart kunnen naleven.”

Psalmen 119:35-36

35Doe mij treden op het pad van Uw geboden, want daarin vind ik vreugde. 36Neig mijn hart naar Uw getuigenissen en niet naar winstbejag.

Dat wil zeggen: niet tot hebzucht naar geld.

Psalmen 119:37

Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is; maak mij levend door Uw wegen.

Het Engelse woord ‘vanity’ betekent leegheid, of dingen die leeg zijn. Afgoden werden in het Engels vaak ‘vanities’ genoemd, maar dit kan verwijzen naar ieder waardesysteem dat leeg is: datgene waar mensen waarde aan hechten, maar wat geen werkelijke inhoud of werkelijke waarde heeft, iets wat een leeg doel is. Hij zegt:

Wend mijn ogen af van die dingen en maak mij levend op Uw weg.

Ook hier zou Uw weg een verwijzing naar het Woord zijn.

God vrezen in plaats van mensen

Illustratie bij: God vrezen ondanks menselijke intimidatie.
Psalmen 119:38

Bevestig Uw belofte aan Uw dienaar, die Uw vreze is toegedaan .

Dat vind ik mooi. Uw dienaar is toegewijd aan de vreze voor U. Dat wil zeggen dat hij zich eraan heeft toegewijd God te vrezen. Hij wijdt zich daaraan. Elders in Spreuken staat:

Spreuken 23:17

Laat je hart niet jaloers zijn op de zondaars, maar heel de dag blijven in de vreze des HEEREN.

In Spreuken hoofdstuk 1 wordt over de dwazen tot wie de wijsheid spreekt gezegd:

Spreuken 1:29

omdat zij de kennis hebben gehaat en de vreze des HEEREN niet hebben verkozen.

De vreze voor de Heere is een gezindheid van het hart waarvoor wij kiezen en waarin we de hele dag moeten blijven. We moeten ons daaraan toewijden.

Vrees voor mensen komt veel natuurlijker bij ons op dan de vreze voor God, omdat de mens zichtbaar voor ons aanwezig is. Onze hele conditionering, ons hele leven lang, is erop gericht ons te verhouden tot de zichtbare, tastbare wereld, de wereld die door de vijf zintuigen wordt waargenomen. Daarom weten we dat er een mens aanwezig is. We weten dat daar een lichamelijk wezen staat. Hij kan ons intimideren omdat we hem zien en omdat zijn aanwezigheid onmiskenbaar is.

Maar we zien God niet. Omdat we Hem niet zien en omdat we er nauwelijks aan gewend zijn afgestemd te zijn op onzichtbare werkelijkheden, is het gemakkelijk om een ogenblik te vergeten dat God aanwezig is. Uit angst om mensen voor het hoofd te stoten, vervallen we gemakkelijk tot een compromis, terwijl we nalaten God te vrezen en bang te zijn Hem voor het hoofd te stoten. Hij zegt dus dat we ons moeten toewijden aan die hele gezindheid van de vreze voor God. We moeten onze gedachten daar voortdurend op richten. We moeten onze gedachten oefenen om de hele dag in de vreze voor God te blijven, want we kunnen niet leven naar de vrees voor mensen en tegelijk leven naar de vreze voor God. Paulus zei in Galaten hoofdstuk 1:

Galaten 1:10

Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.

Hij zei dus:

Psalmen 119:38-40

38Bevestig Uw belofte aan Uw dienaar, die Uw vreze is toegedaan . 39Wend van mij af de smaad, waarvoor ik beducht ben, want Uw bepalingen zijn goed. 40Zie, ik verlang naar Uw bevelen, maak mij levend door Uw gerechtigheid.

ofwel: maak mij levend in Uw gerechtigheid.

Beloften, vrijheid en vrijmoedig getuigen

Illustratie bij: Vrijmoedig getuigen voor een koning.

Vau.

Psalmen 119:41-42

41Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen, HEERE, Uw heil overeenkomstig Uw belofte. 42Dan heb ik hem die mij hoont iets te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

Met andere woorden: „God, toon mij barmhartigheid overeenkomstig de beloften die U in Uw Woord hebt gedaan, als vervulling van die beloften.” Hij verwijst naar de vele beloften die God hem in Zijn Woord heeft gedaan. Hij zegt:

Laat Uw barmhartigheid over mij komen, ja, Uw behoud, zoals U hebt beloofd.

ofwel als vervulling van de beloften die God heeft gedaan. Daardoor zal hij tegenover anderen kunnen getuigen van de trouw van God. Vers 43:

Psalmen 119:43-45

43Ontruk het woord van de waarheid niet geheel en al aan mijn mond, want ik hoop op Uw bepalingen. 44Dan zal ik steeds Uw wet in acht nemen, voor eeuwig en altijd. 45Ik zal wandelen op ruime baan , omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, luidt hier: ‘Ik zal in vrijheid wandelen’; de HSV heeft ‘Ik zal wandelen op ruime baan’. Natuurlijk bevrijdt het Woord van God ons uit de slavernij van de zonde en van onze vroegere levenspatronen. Als ik de voorschriften van God zoek en het Woord van God zoek, dan kan ik in vrijheid wandelen.

Psalmen 119:46-48

46Ook zal ik voor koningen spreken over Uw getuigenissen en mij niet schamen. 47Ik verblijd mij in Uw geboden, die ik liefheb. 48Ik hef mijn handen op naar Uw geboden, die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen.

Hoop en troost tijdens vervolging

Illustratie bij: Troost uit Gods beloften tijdens vervolging.

Zajin.

Psalmen 119:49

Denk aan het woord gesproken tot Uw dienaar, waarop U mij deed hopen.

Dat wil zeggen: ik ben de dienaar, en U hebt mij doen hopen op het woord dat U mij hebt gegeven. Vergeet het dus niet. In wezen zegt hij: „Ik denk aan de beloften van God. Ik vestig mijn hoop op de beloften die U hebt gedaan, dus denk eraan. Vergeet niet ze na te komen.”

Psalmen 119:50-51

50Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt. 51De hoogmoedigen hebben mij ten zeerste bespot, toch ben ik van Uw wet niet afgeweken.

Hij is hevig vervolgd door hoogmoedige mensen, maar zij hebben hem er niet toe overgehaald af te wijken van de wegen van de gerechtigheid en het Woord van God niet langer te onderhouden.

Psalmen 119:52-53

52Ik heb gedacht aan Uw oordelen van oude tijden af, HEERE, en heb mij getroost. 53Grote verontwaardiging heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

De Engelse Bijbelvertaling gebruikt hier ‘horror’, waar de HSV ‘grote verontwaardiging’ heeft. Vanuit die Engelse formulering betekent dit óf dat goddeloze mensen, doordat zij de wet van God verlaten, een reële bedreiging voor David vormen, en dat maakt hem doodsbang. In veel situaties in zijn leven was zijn leven ernstig in gevaar door mensen die de wet van God verlieten. Hij zou kunnen zeggen: „Ontzetting heeft mij aangegrepen vanwege mensen die de wet verlaten.” Daaruit blijkt duidelijk dat het verlaten van de wet niet alleen negatieve gevolgen heeft voor degene die haar verlaat, maar ook voor anderen, zoals hijzelf, die door hen verdrukt zouden worden.

Of hij zegt misschien: „Het vervult mij met afgrijzen als ik denk aan wat er zal gebeuren met hen die de wet verlaten.” Zoals Paulus in 2 Korinthe 5 zei:

2 Korinthe 5:11

Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof ; en voor God zijn wij openbaar geworden, maar ik hoop ook voor uw gewetens openbaar te zijn.

De Engelse Bijbelvertaling waarop de spreker zich baseert, heeft hier ‘the terror of the Lord’, waar de HSV ‘deze vrees voor de Heere’ leest. Vanuit die Engelse formulering bedoelt hij: wij bewegen mensen ertoe christen te worden, omdat wij weten welk verschrikkelijk oordeel hun zonder redding wacht. Wij beseffen wat voor verschrikkelijks er zal gebeuren met mensen die sterven zonder behouden te zijn. Dat zou kunnen zijn wat hij hier zegt:

Ik huiver vanwege de goddelozen die Uw wet verlaten.

Psalmen 119:54

Uw verordeningen zijn mijn gezangen geweest op de plaats waar ik vreemdeling was.

Dat zouden wij werkelijk kunnen zeggen. Wij zingen veel van de inzettingen. Wij zingen zelf veel uit de Schriften, en die zijn onze liederen geweest in het huis van onze pelgrimsreis. De pelgrimsreis verwijst natuurlijk naar het vreemdeling en pelgrim zijn. In vers 19 zei hij:

Psalmen 119:19

Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden niet voor mij.

In 1 Petrus hoofdstuk 2 zegt Petrus:

1 Petrus 2:11

Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.

Volgens mij is dat 1 Petrus 2:11, of ergens daaromheen. Het kan er niet meer dan een paar verzen naast zitten.

De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, spreekt hier over ‘het huis van mijn pelgrimsreis’; de HSV heeft ‘op de plaats waar ik vreemdeling was’. De spreker vat dat huis op als dit fysieke lichaam: terwijl ik daar tijdelijk in woon, zing ik de liederen uit de Schriften. Ze geven mij vreugde. Met andere woorden: dit is voor mij een vreemd land.

Filippenzen 3:20

Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,

Ik hoor hier niet thuis, en daarom voel ik me een beetje een buitenstaander. Ik heb enigszins het gevoel dat ik er niet bij hoor, en toch heb ik vreugde en blijdschap wanneer ik de Schriften zing.

Psalmen 119:55-56

55HEERE, 's nachts heb ik aan Uw Naam gedacht en ik heb Uw wet in acht genomen. 56Dat is aan mij gebeurd, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.

Gehoorzaamheid, lof en goede vrienden

Illustratie bij: Middernachtelijke lof en godvrezende vrienden.

Chesed.

Psalmen 119:57-59

57De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd dat ik Uw woorden in acht zal nemen. 58Ik heb met heel mijn hart getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen; wees mij genadig overeenkomstig Uw belofte. 59Ik heb mijn wegen overdacht, en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.

Met andere woorden: zodra je erover nadenkt, is de enige redelijke weg de weg die God heeft aangewezen. Ik dacht erover na, en daarom keerde ik om en ging ik de weg volgen die U had aangewezen, omdat die logischer was als je er echt over nadenkt.

Vers 60:

Psalmen 119:60

Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld Uw geboden in acht te nemen.

Ik stelde het niet uit.

Psalmen 119:61-62

61Benden goddelozen hebben mij omringd, toch heb ik Uw wet niet vergeten. 62Midden in de nacht sta ik op om U te loven voor Uw rechtvaardige bepalingen.

Heb jij het Woord zo lief? Ben je er zo dankbaar voor dat je een Bijbel hebt, dat je de wekker om middernacht zet, opstaat en God dankt dat Hij je het Woord van God heeft gegeven, dat Hij je Zijn oordeel heeft gegeven? David deed dat. Om middernacht stond hij op om God te danken vanwege Zijn rechtvaardige oordelen.

Psalmen 119:63

Ik ben een metgezel van allen die U vrezen en die Uw bevelen in acht nemen.

Dat wil zeggen dat hij zijn vrienden zorgvuldig kiest. Hij gaat alleen om met mensen die God vrezen, omdat zij hem natuurlijk zullen helpen om zelf ook ontzag voor God te hebben. We gaan namelijk heel sterk op onze metgezellen lijken, en:

1 Korinthe 15:33

Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.

Daarom moeten we metgezellen kiezen die ons zullen aanmoedigen om de juiste weg te gaan.

Hij zegt in vers 64:

Psalmen 119:64

HEERE, de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw verordeningen.

Door verdrukking gehoorzaamheid leren

Illustratie bij: Door verdrukking terugkeren tot gehoorzaamheid.

Tet.

Psalmen 119:65-67

65U bent goed voor Uw dienaar geweest, HEERE, overeenkomstig Uw woord. 66Leer mij goed onderscheiden en kennen, want ik heb in Uw geboden geloofd. 67Voordat ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu neem ik Uw woord in acht.

Binnen een heel kort gedeelte staan hier drie verzen die iets soortgelijks zeggen. Dit vers zegt:

Voordat ik werd getroffen, liep ik niet op het rechte pad, maar nu heb ik geleerd me aan Uw woord te houden.

Met andere woorden, God heeft mij door tuchtiging terechtgewezen en mij met allerlei problemen verdrukt. Ik heb mijn les geleerd en nu houd ik mij aan het Woord van God.

Een paar verzen verderop, in vers 71, staat:

Psalmen 119:71

Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw verordeningen zou leren.

Een paar verzen later, in vers 75, zegt hij:

Psalmen 119:75

Ik weet, HEERE, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt.

Deze drie verzen samen genomen — en ze staan steeds vier verzen uit elkaar; tussen elk ervan staan drie verzen — zeggen allemaal iets goeds over de verdrukkingen die hij heeft doorgemaakt. Door de dingen die hij uit Gods hand heeft geleden, is hij in een betere en gehoorzamere verhouding tot het Woord van God gebracht. Hij zegt:

U hebt mij in Uw trouw getroffen.

Wanneer elk van onze beproevingen voorbij is, zouden we erop moeten kunnen terugkijken en zeggen:

God, U hebt me dit aangedaan omdat U trouw aan me bent.

In Spreuken staat:

Spreuken 27:6

Wonden door iemand die liefheeft, zijn tekenen van trouw, maar overvloedig zijn de kussen van een hater.

De wonden die onze vrienden ons toebrengen, zijn wonden ter correctie. Een chirurg moet iemand opensnijden om een kankergezwel te verwijderen. Dat veroorzaakt een litteken en natuurlijk een wond die moet genezen. Maar het is een wond die door een vriend wordt toegebracht. Het is een wond die geneest. Het is een wond die een leven redt. Zo zijn ook de wonden die wij toebrengen wanneer we iemand terechtwijzen, onze kinderen een pak slaag geven of iets dergelijks, in werkelijkheid trouwe wonden. Ze komen voort uit onze trouwe vriendschap en onze trouwe toewijding aan wat voor hen het allerbeste is. We kunnen hen niet hun eigen gang laten gaan.

Zo is God tegenover ons. Dat is wat de psalmist zegt:

Psalmen 119:67

Voordat ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu neem ik Uw woord in acht.

Terug naar vers 68:

Psalmen 119:68-70

68U bent goed en U doet goed, leer mij Uw verordeningen. 69Hoogmoedigen hebben mij met leugens besmeurd, maar ík neem Uw bevelen met heel mijn hart in acht. 70Hun hart is zo ongevoelig als vet, maar ík verblijd mij in Uw wet.

Ik weet niet wat dit betekent:

De Engelse Bijbelvertaling waarop de spreker zich baseert, luidt hier: ‘Hun hart is zo vet als spek.’ De HSV legt het beeld uit als ‘Hun hart is zo ongevoelig als vet’. Vanuit de Engelse formulering oppert de spreker dat het mogelijk verwijst naar dikke, overvoede mensen. Maar hij schept geen behagen in de lekkernijen die de wereld kan voortbrengen, maar in de wet van God zelf.

Psalmen 119:71-72

71Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw verordeningen zou leren. 72De wet uit Uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud of zilver.

Blijdschap in gelovigen en volharding

Illustratie bij: Gelovigen verheugen zich in elkaars hoop.

Jod.

Psalmen 119:73-74

73Uw handen hebben mij gemaakt en bereid; geef mij inzicht, zodat ik Uw geboden leer. 74Wie U vrezen, zien mij en verblijden zich, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

Dat is werkelijk waar. Christenen die het Woord van God liefhebben, zijn altijd blij elkaar te zien. Degenen die God vrezen, zullen blij zijn David te zien, omdat hij op Zijn Woord heeft gehoopt. Met andere woorden, beide partijen hebben het Woord van God lief. Daarom zien ze elkaar altijd graag.

Ik heb een paar broeders die zich minstens evenveel met het Woord lijken bezig te houden als ik. Het is altijd heerlijk om hen te ontmoeten. Wanneer we bij elkaar komen, praten we gewoon graag over de dingen van het Woord. Paulus zegt vaak over de gemeenten:

Filippenzen 1:3

Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk

Ik kan aan zoveel broeders denken voor wie dat geldt. Alleen al de gedachte dat ik met hen samenkom om de dingen van God te bespreken, is zo geweldig, omdat het gewoon zo’n vreugde is. Er zijn zo weinig mensen die de Heere werkelijk vrezen en werkelijk dezelfde diepgang en kwaliteit van gemeenschap bieden, dat het zelfs een ware vreugde is om hen te zien. Dat is wat hij zegt:

Wie U vrezen, zullen blij zijn wanneer ze mij zien, omdat ik op Uw woord heb gehoopt.

Psalmen 119:75-83

75Ik weet, HEERE, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt. 76Laat toch Uw goedertierenheid er zijn om mij te troosten, overeenkomstig Uw belofte aan Uw dienaar. 77Laat Uw barmhartigheid over mij komen, dan zal ik leven, want Uw wet is mijn bron van blijdschap. 78Laten de hoogmoedigen beschaamd worden, die mij neerdrukten met leugen, maar ík overdenk Uw bevelen. 79Laten zich tot mij keren wie U vrezen en wie Uw getuigenissen kennen. 80Laat mijn hart oprecht zijn in Uw verordeningen, dan zal ik niet beschaamd worden. 81Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil, op Uw woord heb ik gehoopt. 82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte, terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten? 83Want ik ben geworden als een leren zak in de rook, maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten.

Een fles in de rook is waarschijnlijk een verwijzing naar een wijnzak of een wijnfles die van huid gemaakt was. Wat „in de rook” precies betekent, weet ik niet. Misschien moesten wijnzakken, of geitenhuiden die gemaakt waren om wijn in te bewaren, door middel van een rookproces worden gelooid. Of misschien verwijst hij naar het feit dat hitte en blootstelling aan vuur en rook ervoor zouden zorgen dat leren zakken gebarsten en broos werden. Ik weet eerlijk gezegd niet precies waar die uitspraak naar verwijst. Er staat:

Psalmen 119:83-84

83Want ik ben geworden als een leren zak in de rook, maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten. 84Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers?

Dit is een vraag die ook wordt gesteld door de zielen van de martelaren in Openbaring 6. Johannes zag onder het altaar in de hemel de zielen van degenen die vanwege het Woord van God en hun getuigenis gedood waren, en zij zeiden:

Openbaring 6:10

Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?

Hier staat een soortgelijke vraag:

Psalmen 119:84-88

84Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar? Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers? 85De hoogmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven en dat is niet overeenkomstig Uw wet. 86Al Uw geboden zijn betrouwbaar; met leugen vervolgen zij mij, help mij! 87Zij hebben mij op de aarde bijna vernietigd, maar ík heb Uw bevelen niet verlaten. 88Maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid; dan zal ik het getuigenis van Uw mond in acht nemen.

of: maak mij levend.

Gods Woord houdt de schepping in stand

Illustratie bij: Gods Woord houdt de geschapen aarde in stand.

Lamed.

Psalmen 119:89

Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.

Wat mensen op aarde ook zeggen, Gods Woord is een vaststaand feit dat mensen niet kunnen veranderen. Het staat vast in de hemel. Het is in de boeken opgeschreven. Het zal niet worden veranderd.

Psalmen 119:90-91

90Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan. 91Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren.

Hoewel vers 90 het Woord van God niet uitdrukkelijk noemt, vormt het de beginregel van een gedachte die eindigt met een uitspraak over het Woord van God. De verzen 90 en 91 horen bij elkaar. Er staat:

U hebt de aarde gegrondvest en zij blijft bestaan.

Vervolgens staat er:

Ze blijven bestaan.

Met andere woorden, de aarde blijft bestaan. De aarde valt niet uiteen. Ze blijft bestaan volgens Uw verordeningen. De Schrift vertelt ons dat het het Woord van God is dat voorkomt dat de aarde uit elkaar vliegt.

Je weet natuurlijk dat wetenschappers ons vertellen dat de aarde uit atomen bestaat, en dat atomen uit elektronische of elektrische deeltjes bestaan. De kern van een atoom is een verzameling neutronen en protonen, en protonen hebben allemaal een positieve elektrische lading. Als je ooit natuurkundeles hebt gehad, zelfs al op de basisschool, heb je misschien geleerd dat gelijksoortige ladingen elkaar afstoten. Als je twee staafmagneten neemt en probeert de twee positieve uiteinden tegen elkaar te brengen, weet je dat ze elkaar afstoten. Een negatieve en een positieve lading trekken elkaar aan. Tegengestelde elektrische ladingen trekken elkaar aan; gelijksoortige elektrische ladingen stoten elkaar af.

Er is een interessant raadsel dat wetenschappers hebben geprobeerd op te lossen. Waarom stoten al deze protonen, die allemaal een positieve lading hebben, elkaar niet af? In plaats daarvan zitten ze bij elkaar in de kern van een atoom, en wetenschappers hebben de reden daarvoor niet ontdekt. Ze stellen theorieën op. Eén theorie is dat er zoiets als atoomlijm bestaat die ze bij elkaar houdt, maar dat is slechts een theorie. Als alles uit atomen bestaat, waar zou deze atoomlijm, die de onderdelen van een atoom bij elkaar houdt, dan tenslotte uit bestaan? Het is uitsluitend een theorie, en wat dat betreft heeft zelfs niemand ooit een atoom gezien.

Maar het is een interessante gedachte dat protonen in de kern van een atoom elkaar volgens de wetten van de natuurkunde en de elektriciteitsleer zouden moeten afstoten. Daardoor zou de atoomkern niet bestaan. Als alle atomen zich zouden verspreiden, zoals je zou verwachten, zou er geen stoffelijk heelal zijn. Alles zou gewoon verdwijnen. Maar er is wel een stoffelijk heelal. Tot op dit moment blijven alle atomen bij elkaar. Wat houdt ze bij elkaar? Wat houdt de wereld bij elkaar?

Hebreeën vertelt het ons. Hebreeën 1:3 zegt over Jezus Christus:

Hebreeën 1:3

Hij , Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechter hand van de Majesteit in de hoogste hemelen .

Er staat dat Jezus alle dingen in stand houdt door het Woord van Zijn kracht. Het hele heelal wordt bij elkaar gehouden door het Woord van God.

Kijk eens naar 2 Petrus 3 voor een soortgelijke uitspraak. In 2 Petrus 3:7 staat:

2 Petrus 3:7

Maar de hemelen die er nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen.

In tegenstelling tot de hemel en de aarde van vóór de zondvloed worden de huidige hemel en aarde door datzelfde Woord van God bewaard en voor het vuur gereserveerd tot de dag van het oordeel.

Dat wil zeggen dat de huidige wereld en hemel door het Woord van God bijeengehouden, bewaard, gereserveerd en in stand gehouden worden.

De brief aan de Kolossenzen vermeldt ook dat door Hem alle dingen bestaan. In Kolossenzen 1:17 staat:

Kolossenzen 1:17

En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

Sommige vertalingen zeggen:

Alles blijft bij elkaar.

Deze Schriftgedeelten vertellen ons dat door Jezus, door Zijn Woord, alle dingen bijeengehouden worden. Dat lost het raadsel uit de kernfysica op dat wetenschappers niet hebben kunnen verklaren: waarom de atomen niet uiteenvallen en uit elkaar vliegen. Dat komt door de kracht van het Woord van God, dat ze bijeenhoudt.

De blijvende kracht en grootheid van het Woord

Illustratie bij: De dienaar vindt leven terwijl vijanden loeren.

Terug in Psalm 119 wordt ons hetzelfde verteld. Het laatste deel van vers 90 zegt:

Psalmen 119:90

Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.

oftewel: ze blijft bestaan. Met andere woorden, ze verdwijnt niet.

Vers 91 zegt:

Psalmen 119:91

Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren.

Met andere woorden: overeenkomstig Uw Woord. Door Uw Woord blijven ze bestaan, want ze zijn Uw dienaren. Het hele geschapen rijk is de dienaar van God en blijft alleen bijeengehouden omdat Zijn Woord dat verlangt. Zodra Hij het bevel zou geven, zou Hij alles gemakkelijk kunnen laten verdwijnen. De Bijbel zegt in 2 Petrus 3 zelfs dat de tijd zal komen dat God gereed is om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te maken. Er staat dat deze huidige aarde ontbonden zal worden en dat de hemel en de aarde die er nu zijn, ontbonden zullen worden. Dat zal misschien gebeuren wanneer Hij het bevel geeft om die protonen hun natuurlijke gang te laten gaan.

Vers 92:

Psalmen 119:92

Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was, dan was ik in mijn ellende vergaan.

Ik zou gestorven zijn als ik mij niet aan de wet van God had gehouden. We weten niet precies waar hij naar verwijst, welke omstandigheid in zijn leven hem zo dicht bij de dood bracht dat hij door zijn rechtvaardige gehoorzaamheid aan Gods wet werd gered. Maar we kunnen geloven dat dit een waar getuigenis is.

Psalmen 119:93-96

93Ik zal Uw bevelen voor eeuwig niet vergeten, want daardoor hebt U mij levend gemaakt. 94Ik ben de Uwe, verlos mij, want ik heb Uw bevelen gezocht. 95Goddelozen hebben op mij geloerd om mij om te brengen; ik let op Uw getuigenissen. 96Aan alles, hoe volmaakt ook , heb ik een einde gezien; maar alleen Uw gebod is onbegrensd.

Blijkbaar betekent:

Ik heb gezien dat aan alle volmaaktheid een einde komt.

hier waarschijnlijk:

Ik heb het toppunt van volmaaktheid gezien.

maar van alle dingen die ik heb gezien, is er in werkelijkheid niets veelomvattender of groter dan het Woord van God.

Wijsheid en afkeer van verkeerde wegen

Illustratie bij: Wijsheid door dagelijkse overdenking.

Mem.

Psalmen 119:97-100

97Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking. 98Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij. 99Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking. 100Ik heb meer inzicht dan de ouderen, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.

Hij noemt drie groepen mensen van wie hij zegt dat hij slimmer is. Hij is slimmer dan zijn vijanden. Hij heeft meer inzicht dan zijn leraren. En hij heeft meer inzicht dan de ouden, die normaal gesproken om hun wijsheid bekend zouden staan. Waar haalde hij deze kennis vandaan? Hoe was hij zijn vijanden te slim af? Hoe komt het dat zijn leraren hem traag van begrip lijken en dat de oude mannen hem niets lijken te kunnen bieden? Dat komt doordat hij zelf dagelijks over de wet van God nadacht.

Je zult merken dat dit zo is als je werkelijk dag en nacht over de Schriften nadenkt. Je zult merken dat er veel christelijke leraren van groot aanzien in het lichaam van Christus zijn, mensen met een waslijst aan academische titels, die bij lange na niet zoveel inzicht hebben als jij zult hebben, omdat jij over de Schriften nadenkt en zij niet. Niet alle religieuze leiders doen dat. Dat was wat David ontdekte: er waren oude mannen die dingen minder goed begrepen dan hij, hoewel hij jonger was dan zij. Maar hij wist meer dan zij, omdat hij het Woord kende.

Psalmen 119:101-104

101Ik heb mijn voeten weerhouden van alle slechte paden, opdat ik mij aan Uw woord zal houden. 102Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen, want Ú hebt mij onderwezen. 103Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. 104Door Uw bevelen krijg ik inzicht, daarom haat ik elk leugenpad.

Hij zei in vers 101:

Ik heb mijn voeten van elk slecht pad weggehouden, zodat ik me aan Uw woorden kon houden.

In vers 104 zegt hij:

Door Uw voorschriften krijg ik inzicht; daarom haat ik elk dwaalspoor.

Dit laat ons een opeenvolging van handelingen zien. Het eerste is dat hij zich aan het Woord wilde houden. In vers 101 zegt hij:

Ik wil me aan het Woord houden.

De manier waarop ik daarin geslaagd ben, is dus door alle verkeerde wegen te vermijden. Vervolgens zegt hij in vers 104 dat het resultaat is dat hij de verkeerde weg daarom haat, omdat hij zich aan Zijn voorschriften houdt en inzicht krijgt.

Aanvankelijk vermeed hij de verkeerde wegen eenvoudig omdat hij wist dat dit nodig was om het Woord van God te bewaren. Maar hoe meer hij het Woord van God bewaarde, hoe meer hij die verkeerde wegen met heel zijn gevoel begon te verafschuwen. Om Gods wegen te bewaren, om de overwinning over de zonde te behalen, zul je met bepaalde levenspatronen moeten breken. Als je echt vastbesloten bent om het Woord van God te bewaren, naar de geest ervan en alles wat daarbij hoort, zul je met bepaalde levenspatronen moeten breken. Je zult iedere verkeerde weg moeten verlaten, je voeten ervan moeten afwenden en je voeten van iedere kwade weg moeten terughouden.

Dat is niet altijd gemakkelijk. Soms houden we van die kwade wegen. Maar alleen omdat we ervoor kiezen meer van het Woord van God te houden, kiezen we er daadwerkelijk voor om het Woord te bewaren in plaats van die verkeerde wegen te volgen. Maar let op: nadat hij het Woord van God enige tijd had bewaard, bereikte hij het punt waarop hij die kwade wegen, die verkeerde wegen, werkelijk haatte. Aanvankelijk deed hij het eenvoudig uit trouw aan God. Eerst gaf hij zijn oude patronen op, niet omdat hij ze haatte, maar omdat hij God liefhad en inzag dat die twee onverenigbaar waren. Daarom deed hij het eenvoudig als een offer. Hij deed het eenvoudig als een daad van trouw aan God, aan Gods gezag. Maar terwijl hij God gehoorzaamde, merkte hij dat hij de wegen van God leerde liefhebben. Weet je, de duivel zal je laten denken dat een rechtvaardig en gehoorzaam leven een ellendige slavernij is. Maar hij wil alleen dat je dat denkt, zodat hij je in de ellendige slavernij kan houden waarin je al verkeert. Feit is dat wanneer je eenmaal werkelijk van jezelf losbreekt en volgens de rechtvaardige wegen begint te leven, je ontdekt dat dit de heerlijkste, aangenaamste en meest bevredigende manier is waarop iemand kan leven. Dan begin je de oude wegen te haten en zeg je: ‘Waarom heb ik daar ooit van gehouden? Waarom vond ik het vroeger zo moeilijk om ze op te geven?’ Nu heb ik de juiste weg lief en haat ik de verkeerde weg.

Het Woord als licht en geestelijke erfenis

Illustratie bij: Het Woord als lamp en kostbaar erfdeel.

Nun, uitgesproken als het Engelse ‘noon’, dat ‘middag’ betekent. Vers 105:

Psalmen 119:105

Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

Hij zegt hier duidelijk dat ik weet hoe ik moet leven, dat ik weet hoe ik moet wandelen, welke richting ik moet nemen en waar ik mijn voeten moet neerzetten. Ik zal niet uitglijden of de verkeerde kant opgaan, omdat ik aandacht heb geschonken aan het licht dat het Woord mij over de vraagstukken van het leven heeft gegeven.

Psalmen 119:106-109

106Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen: ik zal Uw rechtvaardige bepalingen in acht nemen. 107Ik ben ten zeerste verdrukt; HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw woord. 108Aanvaard toch, HEERE, de vrijwillige gaven van mijn mond, en leer mij Uw bepalingen. 109Mijn leven is voortdurend in gevaar, toch vergeet ik Uw wet niet.

‘Maak mij levend’ verwijst er waarschijnlijk naar dat hij voortdurend gevaar loopt zijn leven te verliezen. Met andere woorden, hij verkeert voortdurend in levensgevaar.

Psalmen 119:110-111

110De goddelozen hebben voor mij een strik gezet, toch ben ik van Uw bevelen niet afgedwaald. 111Uw getuigenissen heb ik voor eeuwig in erfelijk bezit genomen, want zij zijn de vreugde van mijn hart.

Een erfdeel is wat je van je ouders erft en wat je aan je kinderen doorgeeft. Hij zegt:

Ik heb Uw voorschriften, het Woord van God, Uw getuigenissen als mijn erfdeel gekozen.

Ik kan eenvoudig zeggen dat het belangrijkste wat ik ooit van mijn ouders heb geërfd, het Woord van God was. Mijn ouders leven nog. Daarom erf ik op een dag, wanneer zij sterven, misschien nog iets anders van hen. Maar om je de waarheid te zeggen: ze hebben niets wat ik wil hebben. Als zij zouden sterven en ik iets van hen zou erven, zou dat heel weinig voor mij betekenen. Niets daarvan zou ook maar bij benadering de waarde hebben van het Woord van God en van de hoogachting voor het Woord van God die zij mij bijbrachten toen ik jong was, en die sindsdien altijd bij mij is gebleven.

Ik wil hetzelfde erfdeel aan mijn kinderen doorgeven. Ik heb ervoor gekozen dat dit het erfdeel zal zijn dat ik uit mijn opvoeding aanneem en aan mijn kinderen doorgeef. Er is niets groters. Er is geen groter erfdeel dat je je kinderen kunt geven dan een godvruchtige vrees voor God, liefde voor het Woord van God en begrip van Zijn wegen. Zo dacht David er ook over.

Vers 112:

Psalmen 119:112

Ik heb mijn hart geneigd om overeenkomstig Uw verordeningen te handelen, voor eeuwig, tot het einde toe.

God vrezen en slecht gezelschap mijden

Illustratie bij: Kwaaddoeners wegsturen om Gods geboden te bewaren.

Samech:

Psalmen 119:113-120

113Ik haat de halfhartigen, maar Uw wet heb ik lief. 114U bent mijn schuilplaats en mijn schild, op Uw woord heb ik gehoopt. 115Ga weg van mij, kwaaddoeners, zodat ik de geboden van mijn God in acht zal nemen. 116Ondersteun mij overeenkomstig Uw belofte, dan zal ik leven; laat mij in mijn hoop niet beschaamd worden. 117Ondersteun mij, dan ben ik verlost en vermaak ik mij voortdurend in Uw verordeningen. 118U verwerpt allen die van Uw verordeningen afdwalen, want hun bedrog is leugen. 119U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief. 120Het haar van mijn lichaam is te berge gerezen uit grote vrees voor U, ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

De vrees voor God is in wezen wat hem ertoe brengt God te gehoorzamen. Er staat in Spreuken:

Spreuken 16:6

Door goedertierenheid en trouw wordt een misdaad verzoend, en door de vreze des HEEREN keert men zich af van het kwade.

Vers 114 zegt:

U bent mijn schuilplaats en mijn schild: ik hoop op Uw Woord.

Wat hij in wezen zegt, is: „Ik vestig mijn hoop op het feit dat ik veilig zal zijn als ik Uw Woord houd.” Mijn vertrouwen ligt in mijn zuivere geweten. Met andere woorden: ik heb Uw Woord gehouden, en dat is mijn enige hoop dat U mij beschermt. Mijn hoop is gevestigd op Uw belofte dat U mij zult beschermen omdat ik Uw Woord heb gehouden.

In vers 115, dat we hebben gelezen, staat:

Ga bij me weg, boosdoeners, want ik zal me aan de geboden van mijn God houden.

Ook dit benadrukt dat je je moet omringen met godvrezende metgezellen die je zullen aanmoedigen om rechtvaardig te leven. Anders kun je niet rechtvaardig leven. Het is heel, heel moeilijk om zonder compromissen een godvruchtig leven te leiden wanneer je omringd bent door kwaaddoeners die je metgezellen zijn. Zij zullen je altijd ontmoedigen om een heilig leven te leiden en je altijd aanmoedigen om een zondig leven te leiden. Uiteindelijk put dat je uit, tenzij je goede bemoediging krijgt van sterke broeders en zusters.

Daarom zegt hij:

Ga bij me weg, boosdoeners, want ik heb besloten dat ik me aan Gods geboden ga houden.

Blijkbaar kan hij dat niet consequent doen en tegelijk met zulke mensen blijven omgaan.

In vers 119 zegt hij:

Psalmen 119:119

U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, gebruikt hier ‘dross’, dat ‘metaalslakken’ betekent; de HSV heeft ‘schuim’. Metaalslakken zijn de onzuiverheden die naar de oppervlakte komen wanneer metaal wordt gesmolten. Wanneer je goud of zilver smelt om de onzuiverheden eruit te halen, worden de bestanddelen die naar de oppervlakte komen metaalslakken genoemd. Die werden eraf geschraapt. Slakken zijn dus alle onzuivere bestanddelen in een klomp goud of zilver. Hij spreekt over de aarde alsof de aarde iets is wat God zuiver wil maken. Daarom verwijdert Hij de goddeloze mensen, want zij zijn als slakken. Wanneer zij eenmaal verwijderd zijn, zal de aarde zuiver zijn. Ook hebben we in de Schrift gehoord hoe God de goddelozen zal verwijderen:

2 Thessalonicenzen 2:8

En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

Dan zal de aarde weer een zuivere plek zijn om te leven, zoals zij vóór de zondeval was.

Bescherming op grond van een zuiver geweten

Illustratie bij: Een rechtvaardige dienaar wacht uitgeput op bescherming.

Ain — ik neem aan dat je het zo uitspreekt:

Psalmen 119:121-122

121Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers. 122Wees borg voor het welzijn van Uw dienaar; laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken.

Opnieuw zegt hij dat hij vindt dat hij het recht heeft om God om bescherming te vragen, omdat hij rechtvaardig heeft gehandeld en met een zuiver geweten voor Hem heeft geleefd. Ik heb gedaan wat U wilde dat ik deed. Daarom bent U min of meer verantwoordelijk voor mijn veiligheid.

Psalmen 119:123

Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid.

Iets soortgelijks werd eerder gezegd:

Psalmen 119:75-83

75Ik weet, HEERE, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt. 76Laat toch Uw goedertierenheid er zijn om mij te troosten, overeenkomstig Uw belofte aan Uw dienaar. 77Laat Uw barmhartigheid over mij komen, dan zal ik leven, want Uw wet is mijn bron van blijdschap. 78Laten de hoogmoedigen beschaamd worden, die mij neerdrukten met leugen, maar ík overdenk Uw bevelen. 79Laten zich tot mij keren wie U vrezen en wie Uw getuigenissen kennen. 80Laat mijn hart oprecht zijn in Uw verordeningen, dan zal ik niet beschaamd worden. 81Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil, op Uw woord heb ik gehoopt. 82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte, terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten? 83Want ik ben geworden als een leren zak in de rook, maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten.

De Engelse bespreking verbindt dit met de eerdere formulering ‘naar Uw woord’; de HSV heeft in vers 123 ‘naar de belofte van Uw rechtvaardigheid’.

„Mijn ogen bezwijken” betekent in wezen dat ik ben als iemand die sterft van de dorst. Zijn ogen kunnen nauwelijks openblijven. Hij staat op het punt te sterven of het bewustzijn te verliezen.

Gods gezag tegenover Schriftkritiek

Illustratie bij: Schriftgezag tegenover rationalistische kritiek.
Psalmen 119:124-126

124Doe met Uw dienaar overeenkomstig Uw goedertierenheid, en leer mij Uw verordeningen. 125Ik ben Uw dienaar; geef mij inzicht, dan zal ik Uw getuigenissen kennen. 126Het is tijd voor de HEERE om te handelen, want zij hebben Uw wet verbroken.

De goddeloze mensen hebben het Woord van God krachteloos gemaakt of verworpen. Het is tijd dat Hij handelt. Denk eens aan wat er in de afgelopen eeuw is gebeurd, in het tijdperk van het rationalisme. Zelfs in de theologische opleidingen zijn de rationalistische critici gekomen en hebben zij, bij wijze van spreken, het Woord van God krachteloos gemaakt. Zij hebben geprobeerd te bewijzen dat het Woord van God niet door een van de echte profeten is geschreven, dat alle profetieën pas na de gebeurtenissen zijn geschreven, dat Jezus niet werkelijk wonderen heeft verricht en dat de verhalen over Jezus en de apostelen mythen zijn die enkele eeuwen na de zogenaamde gebeurtenissen zijn geschreven.

Al die critici zijn met die stompzinnige argumenten gekomen, die volstrekt niet deugen. Daarmee hebben zij geprobeerd hun vader, de duivel, te dienen door het Woord van God teniet te doen of krachteloos te maken. Daarin hebben zij tot op zekere hoogte succes gehad. Uiteraard zijn er nog steeds velen van ons die het Woord van God geloven. Maar helaas heeft een groot aantal mensen in de christelijke kerken zich overgegeven aan dit liberalisme, dat het gezag van de Schrift volledig verwerpt en niet in de inspiratie van de Schrift gelooft.

Daarom moet God des te meer handelen wanneer Zijn volk van het gezag van de Schrift wordt beroofd. Nu het Woord voor zovelen krachteloos is gemaakt, moeten we zien dat de kracht van God komt en dat Hij Zichzelf in het gelijk stelt.

Er staat:

Psalmen 119:127-128

127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan zuiver goud. 128Daarom heb ik al Uw bevelen in alles voor recht gehouden, maar elk leugenpad heb ik gehaat.

Er staat:

Ik beschouw al Uw voorschriften over alles als juist.

„Hoogachten” betekent: dit is de waarde die ik eraan toeken. Ik kies ervoor te erkennen dat Uw uitspraken over ieder onderwerp juist zijn. Dat is wat hij zegt. Dat is een keuze die wij moeten maken. Vaak zeggen we: „Ja, ik zie veel wijsheid in de Schriften. Ik kan zeker het grootste deel van wat erin staat geloven.” Sommige mensen zeggen zelfs: „Ik geloof dat de hele Bijbel waar is.” Maar dan lezen ze iets wat hun manier van denken over hun rol of over wat ze verkeerd doen werkelijk ter discussie stelt. Opeens achten ze niet meer alles wat erin staat juist. Maar hij zegt:

Dat doe ik; ik beschouw alle voorschriften over alles als juist.

Leiding, vrijheid van zonde en medeleven

Illustratie bij: De bedroefde psalmist huilt om overtreders.
Psalmen 119:129-132

129Uw getuigenissen zijn wonderen, daarom zal mijn ziel die in acht nemen. 130Het opengaan van Uw woorden geeft licht, het schenkt eenvoudigen inzicht. 131Ik sper mijn mond open en hijg, want ik verlang naar Uw geboden. 132Wend U tot mij en wees mij genadig, overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben.

De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, heeft hier ‘zoals U gewend bent te doen met wie Uw Naam liefhebben’; de HSV luidt ‘overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben’. Vanuit de Engelse formulering bedoelt hij: kijk naar mij zoals U gewend bent om te gaan met hen die U liefhebben, en wees mij barmhartig.

Psalmen 119:133

Laat mijn voetstappen vaststaan in Uw woord, laat geen enkel onrecht over mij heersen.

Dat is een goed gebed. Met andere woorden: leid mij. Leid mijn stappen en mijn bezigheden zo dat ze in overeenstemming zijn met de Schrift, zodat geen enkele zonde over mij kan heersen. Dan kan ik mij uit haar gevangenschap losmaken en nooit onder haar macht komen.

Psalmen 119:134-135

134Verlos mij van de onderdrukking door mensen, dan zal ik Uw bevelen in acht nemen. 135Doe Uw aangezicht lichten over Uw dienaar, en leer mij Uw verordeningen.

Je aangezicht over iemand laten lichten, en vooral wanneer God Zijn aangezicht over iemand laat lichten, betekent over het algemeen eenvoudigweg dat je die persoon welwillend aankijkt en hem gunst bewijst. Het is een Hebreeuwse idiomatische uitdrukking.

Psalmen 119:136

Beken vol water stromen uit mijn ogen neer, omdat men Uw wet niet in acht neemt.

Nu zegt hij hoe bedroefd hij is over mensen die zich niet aan de wet houden. Ook dit lijkt sterk op de uitspraak in vers 53:

Psalmen 119:53

Grote verontwaardiging heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

Het zou kunnen betekenen: “Ik huil veel omdat deze goddeloze mensen mij onderdrukken. Als zij zich aan Uw wet zouden houden, zouden zij mij niet onderdrukken en zou ik niet hoeven te huilen.”

Of hij bedoelt misschien: “Ik heb zo met hen te doen. Het bedroeft mij gewoon.” We zouden heel gevoelig moeten zijn voor de zonden van mensen. We vervallen gemakkelijk in zelfingenomenheid, waardoor we heel kritisch naar de zonden van anderen kijken. Maar David zei: “Wanneer ik de zonden van anderen zie, wanneer ik mensen zie die zich niet aan Uw wet houden, bedroeft dat mijn hart gewoon.”

Misschien maakt hij zich gewoon zoveel zorgen om hun zielen.

Iemand heeft gezegd — ik weet niet of het waar is — dat een prediker nooit tegen zonde zou moeten preken, tenzij hij kan huilen om de zonden waarin mensen verwikkeld zijn. Dat is om te voorkomen dat hij hardvochtig wordt. Hij kan net zo krachtig en tegelijk meelevend zijn. David heeft hier veel medeleven met de zondaars. Zoals we weten, toonde hij zelfs veel medeleven met Saul toen Saul eropuit was hem te doden. Tweemaal spaarde hij Sauls leven terwijl hij hem had kunnen doden. Maar hij had medeleven met hen die van de wet afweken. Hij vreesde voor hen en huilde om hen.

Gods rechtvaardigheid en gebed in de nacht

Illustratie bij: Gebed en overdenking vóór de dageraad.

Vers 137:

Psalmen 119:137-144

137U bent rechtvaardig, HEERE, en al Uw oordelen zijn juist. 138U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd en grote trouw. 139Mijn ijver heeft mij verteerd, want mijn tegenstanders hebben Uw woorden vergeten. 140Uw woord is zeer gelouterd, Uw dienaar heeft het lief. 141Ik ben klein en veracht, maar Uw bevelen heb ik niet vergeten. 142Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig en Uw wet is waarachtig. 143Benauwdheid en nood hebben mij getroffen, maar Uw geboden zijn mijn bron van blijdschap. 144Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig; geef mij inzicht, dan zal ik leven.

Kof.

Psalmen 119:145-147

145Ik heb met heel mijn hart geroepen; verhoor mij, HEERE, ik zal Uw verordeningen in acht nemen. 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij; dan zal ik mij aan Uw getuigenissen houden. 147Ik ben de morgenschemering voor geweest en heb om hulp geroepen; op Uw woord heb ik gehoopt.

Dat betekent: “Ik stond vóór de dageraad op.”

Hij heeft ons al verteld dat hij om middernacht opstaat om God te prijzen om Zijn inzettingen. Nu weten we dat hij vóór de dageraad opstaat om tot God te roepen, zodat God hem Zijn Woord laat zien en hij Zijn Woord kan begrijpen. Als jij dat deed, als je elke dag vóór de dageraad opstond en gewoon tot God riep om Zijn Woord aan je bekend te maken, zou je misschien meer uit deze lessen halen. Het zou heel vruchtbaar kunnen zijn.

Psalmen 119:148

Mijn ogen zijn de nachtwaken voor geweest om Uw woord te overdenken.

De nachtwaken verwijzen naar de drie of vier gedeelten van de nacht. De Hebreeuwse dag begon om zes uur ’s morgens en eindigde om zes uur ’s avonds. Van zes tot negen uur ’s avonds was de eerste nachtwake, van negen uur tot middernacht was de tweede, van middernacht tot drie uur ’s morgens was de derde, en van drie tot zes uur ’s morgens was de vierde nachtwake.

Wanneer hij zegt:

Mijn ogen zijn al open voordat de nachtwaken beginnen.

is het moeilijk te begrijpen wat hij met het Engelse woord “prevent” bedoelt. Gewoonlijk betekent het “voorafgaan”. Het zou kunnen betekenen dat hij aan het begin van elke nachtwake wakker wordt om over het Woord te mediteren. Hij heeft ons eerder verteld dat hij om middernacht wakker wordt. Dat zou aan het einde van de tweede nachtwake en vóór de derde nachtwake zijn. Hier vertelt hij ons misschien dat hij aan het begin van elke nachtwake wakker wordt en over de Schriften mediteert. Misschien had hij aanleg voor nare dromen of iets dergelijks en wilde hij ervoor zorgen dat hij zijn denken de hele nacht met de Schriften doordrenkte. Dat zou geen slecht idee zijn als jij nare dromen hebt. Veel mensen die ik ken hebben die en worden erdoor gekweld.

Psalmen 119:149-152

149Hoor mijn stem overeenkomstig Uw goedertierenheid; HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw recht. 150Wie schandelijk gedrag najagen, komen naderbij; zij zijn ver van Uw wet verwijderd. 151Maar U, HEERE, bent nabij, en al Uw geboden zijn waarachtig. 152Al vanouds weet ik van Uw getuigenissen, ja, U hebt ze voor eeuwig gegrondvest.

Ik weet al lange tijd dat Uw getuigenissen vaststaan en niet zullen veranderen.

Gebed om verlossing en geestelijk leven

Illustratie bij: Gebed om verlossing en nieuw leven.

Resj.

Psalmen 119:153-159

153Zie mijn ellende aan en red mij, want Uw wet heb ik niet vergeten. 154Voer mijn rechtszaak en verlos mij; maak mij levend overeenkomstig Uw belofte. 155Het heil is ver van de goddelozen, want zij zoeken Uw verordeningen niet. 156Uw barmhartigheid is groot, HEERE; maak mij levend overeenkomstig Uw bepalingen. 157Mijn vervolgers en tegenstanders zijn met velen, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet af. 158Ik zag hen die trouweloos handelen, en ik walgde, omdat zij zich niet aan Uw woord hielden. 159Zie toch hoe ik Uw bevelen liefheb; HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid.

Let eens op hoe vaak hij in deze psalm zegt:

Maak mij levend.

Zo vaak. Het betekent: „Geef mij leven”, of: „Maak mij levend.” Hij moet het natuurlijk over geestelijk leven hebben. De Bijbel zegt in Efeze 2:1 dat God ons levend heeft gemaakt. Daar staat dat Hij degenen onder ons die dood waren door overtredingen en zonden, levend heeft gemaakt, ofwel tot leven heeft gebracht, door ons samen met Christus op te wekken. Dat verwijst ernaar dat wij wedergeboren zijn en een nieuw leven hebben gekregen. Misschien roept hij wel om precies dat, hoewel het voor hem niet in dezelfde zin beschikbaar was als voor ons. Misschien ziet hij dat hij wel lichamelijk leven heeft, maar geestelijk nog levend gemaakt moet worden. Dat heeft hij nog niet, en hij roept erom.

Vers 160:

Psalmen 119:160

Vanaf het begin is Uw woord waarachtig, al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig.

Liefde, lof en vrede door Gods Woord

Illustratie bij: Vreugde, lof en vrede door Gods Woord.

Sjin.

Psalmen 119:161-162

161Vorsten hebben mij zonder reden vervolgd, maar voor Uw woord heeft mijn hart diep ontzag gehad. 162Ik ben verblijd over Uw belofte, als iemand die een grote buit vindt.

Buit is geplunderde rijkdom. Dat wil zeggen: iemand overwint zijn vijanden en kan daarna naar binnen gaan en alles meenemen wat vroeger van zijn vijanden was. Dat is de buit van zijn vijanden. Hij zegt:

Ik voel me als iemand die net een grote overwinning heeft behaald en een fortuin heeft geërfd; ik verheug me over Uw woord zoals mensen blij zijn wanneer ze een grote buit vinden. De Engelse Bijbelvertaling heeft hier ‘Thy word’, waar de HSV ‘Uw belofte’ leest.

Psalmen 119:163-164

163Ik haat de leugen en heb er een afschuw van, maar Uw wet heb ik lief. 164Ik loof U zeven maal op een dag om Uw rechtvaardige bepalingen.

Watchman Nee heeft iets over lofprijzing geschreven. Degenen die bij de tamboerijnen betrokken zijn, hebben waarschijnlijk zijn artikel over lofprijzing gelezen, dat aan de vrouwen van de tamboerijndienst wordt uitgedeeld. Hij spreekt over dit vers, over hoe David God zevenmaal per dag prees en hoe christenen dat ook zouden moeten doen. Het is de hele dag door. Ik geloof dat het getal zeven symbolisch is voor volledigheid. Hij zegt dus:

De hele dag prijs ik U.

Maar Watchman Nee zei letterlijk dat als hij ’s avonds naar bed gaat en zich herinnert dat hij God die dag niet heeft geprezen, hij uit bed stapt, naast zijn bed knielt, de Heere eerbiedig zevenmaal prijst en dan naar bed gaat. Hij wilde niet onderdoen voor een gelovige uit het Oude Testament. Omdat hij een begunstigde van het Nieuwe Testament is, vond hij dat hij God minstens evenveel verschuldigd was.

Vers 165:

Psalmen 119:165

Wie Uw wet liefhebben, hebben diepe vrede; voor hen ligt er geen struikelblok.

Als je de wet van God liefhebt, zal niets je aanstoot geven of je doen struikelen. Dat betekent niet dat je niet bedroefd zult zijn over zonde, maar niets zal je doen struikelen. Niets zal je aan het wankelen brengen in je geloof. Want als je het Woord van God liefhebt, zul je zelfs kunnen omgaan met dingen die je leest en die je normaal gesproken aan het wankelen zouden brengen, omdat je Hem liefhebt.

Psalmen 119:166-168

166Ik hoop op Uw heil, HEERE, en doe Uw geboden. 167Mijn ziel neemt Uw getuigenissen in acht, want ik heb ze zeer lief. 168Ik neem Uw bevelen en getuigenissen in acht, want al mijn wegen liggen voor U open .

Slotgebed en de waarde van de Schriften

Illustratie bij: De verdwaalde dienaar wordt gezocht en teruggebracht.

Taw.

Psalmen 119:169-176

169Laat mijn roepen naderen voor Uw aangezicht, HEERE; geef mij inzicht overeenkomstig Uw woord. 170Laat mijn smeken voor Uw aangezicht komen; red mij overeenkomstig Uw belofte. 171Mijn lippen vloeien over van lofzang, want U leert mij Uw verordeningen. 172Mijn tong zal Uw woorden bezingen, want al Uw geboden zijn rechtvaardig. 173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen uitgekozen. 174HEERE, ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap. 175Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven; laat Uw bepalingen mij helpen. 176Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

Zo komen we aan het einde van Psalm 119. Het is duidelijk dat we geen commentaar hebben gegeven op de meeste verzen, maar de meeste hebben ook geen commentaar nodig. Ze zeggen heel duidelijk wat ze willen zeggen, en volgens mij zijn er niet veel onbeantwoorde vragen over.

We hebben nu een reeks studies afgerond over de psalmen die de waarde van de Schriften roemen. We hebben Psalm 1, Psalm 19 en Psalm 119 bestudeerd. Die psalmen behoren tot één groep. Ze hebben in elk geval allemaal dit gemeen: ze spreken met veel lof over de Schriften. Nu we dat hebben gedaan, gaan we verder met het volgende belangrijke onderwerp: de Messiaanse psalmen over het Koninkrijk van Jezus waarover David sprak.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Psalm 119. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.