Galaten 1:1-10
Paulus bestrijdt verplichte besnijdenis
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/galaten/1-1-10.pdf?v=5ecda0aa3752. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/galaten/1-1-10.
Samenvatting
De achtergrond van de brief en Paulus’ verdediging van zijn apostelschap en het Evangelie tegen Joods wetticisme.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt uitvoerig de historische achtergrond van Galaten en verdedigt een vroege datering: Paulus schreef volgens hem aan de gemeenten van Zuid-Galatië, vóór het concilie van Jeruzalem. Hij laat zien hoe Paulus vermoedelijke beschuldigingen weerlegt dat zijn boodschap uit de tweede hand kwam, dat hij mensen naar de mond praatte en dat hij de steun van de andere apostelen miste. Bij de bespreking van de openingsverzen legt hij uit dat Christus gelovigen heeft bevrijd van de verplichtingen van de Joodse wet en dat het opleggen daarvan het Evangelie verdraait. Hij benadrukt dat er slechts één Evangelie is, waaraan ook boodschappen van engelen getoetst moeten worden, en dat het dienen van Christus niet samengaat met het streven mensen te behagen.
Aanleiding en toon van de brief #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Galaten 1, vers 1 tot en met vers 10.
Ik wil zo weinig mogelijk tijd besteden aan een inleiding op de brief aan de Galaten. Zoals bij elk Bijbelboek moeten we een aantal inleidende zaken bespreken. Bij Galaten is het, net als bij de meeste Bijbelboeken, nodig om iets te weten van de historische achtergrond en dat soort zaken voordat we echt kunnen begrijpen wat er wordt besproken.
Je zult merken dat Galaten waarschijnlijk de meest heethoofdige brief van Paulus is. Hij schreef dit toen hij kwaad was. Sommigen hebben deze brief beschouwd als een soort eerste opzet voor de brief aan de Romeinen. Dat lijkt me een redelijke veronderstelling. Ik zeg niet dat hij bij het schrijven van Galaten dacht: ‘Later zal ik de brief aan de Romeinen schrijven, en dit zal als eerste opzet dienen.’ Maar terwijl we Galaten bestuderen, en terwijl jullie al bezig zijn met de studie van Romeinen, zul je merken dat de hoofdthema's van Romeinen ook de hoofdthema's van Galaten zijn. Het zijn niet alleen dezelfde hoofdthema's, maar er staan ook veel dezelfde illustraties en dezelfde gedachten in. Het is heel duidelijk dat Galaten een soort kortere versie van Romeinen is.
Maar Romeinen is een heel kalme brief. Paulus houdt daarin het hoofd heel koel. De brief is heel logisch. Hij is heel rationeel en goed beredeneerd. Galaten is een boze brief, en er is een goede reden voor dat verschil. Om te beginnen stond er voor Paulus emotioneel minder op het spel bij de Romeinen. Ook had hij geen reden om te geloven dat de Romeinen er zo slecht aan toe waren als de Galaten. Paulus had de gemeente in Rome zelfs nog nooit ontmoet. Toen hij Romeinen schreef, was hij daar nog nooit geweest. Maar de gemeenten in Galatië waren de eerste gemeenten die hij had gesticht. Ze waren als zijn baby's. Blijkbaar schreef hij deze brief vrijwel onmiddellijk nadat hij ze had gesticht. We zullen de theorieën daarover bespreken.
Uit wat hij tegen hen zegt, blijkt heel duidelijk dat er na zijn vertrek uit deze gemeenten Joden kwamen die beleden christenen te zijn. Misschien kwamen ze zelfs uit de gemeente in Jeruzalem. Deze Joodse christenen kwamen die gemeenten binnen en leerden de heidenen die Paulus had bekeerd dat ze zich aan de Joodse wet moesten onderwerpen en zich moesten laten besnijden.
Datering en ligging van Galatië #
Laat ik iets zeggen over enkele zaken waarover hier discussie bestaat. Over de datering van de brief bestaat veel discussie. Het is óf de vroegste brief die Paulus heeft geschreven, óf misschien een van zijn latere brieven. Ik zeg dat het mogelijk de vroegste is om de volgende reden. Stel dat hij schrijft aan de gemeenten die hij tijdens zijn eerste zendingsreis had gesticht, die in Galatië lagen. En stel dat hij hun schrijft vóór de vergadering in Jeruzalem, wat volgens mij het geval is. Dan zou dat tussen zijn eerste en tweede zendingsreis zijn geweest. Hij had toen nog geen van zijn brieven geschreven. Als deze brief toen is ontstaan, dan is hij een flink stuk ouder dan de andere. Al zijn andere brieven werden namelijk tijdens of na zijn tweede zendingsreis geschreven.
Ik ben van mening dat de gemeenten in Galatië waaraan hij schreef de gemeenten zijn die hij en Barnabas tijdens hun eerste zendingsreis hebben gesticht. Hierover bestaat discussie omdat de naam Galatië op meer dan één geografisch gebied kan slaan. Er was een etnisch Galatië, dat in feite veel verder naar het noorden lag dan de gebieden waar Paulus en Barnabas het Evangelie hadden verkondigd. De etnische Galaten waren het volk uit Gallië, en zij woonden veel verder naar het noorden dan de gemeenten die Paulus en Barnabas hadden gesticht.
Veel geleerden hangen de theorie aan dat Paulus, toen hij aan de Galaten schreef, schreef aan mensen die etnisch gezien Galaten waren. Zij woonden dus veel verder naar het noorden dan Paulus op zijn eerste zendingsreis was gekomen. In feite verder naar het noorden dan we ooit lezen dat Paulus is geweest. Als Paulus daar ooit is geweest, moet dat tijdens zijn tweede of derde of een latere zendingsreis zijn geweest. Daarmee zou deze brief laat in zijn bediening komen te liggen. Hij had tijdens zijn eerste zendingsreis immers geen gemeenten gesticht in het etnische Galatië, daar in het noorden.
Aan de andere kant kan Galatië hier slaan op de Romeinse provincie die Galatië heette. De Romeinen gaven plaatsen natuurlijk andere namen wanneer ze gebieden veroverden. Volgens de Romeinse indeling omvatte Galatië niet alleen het noordelijke gebied waar de etnische Galaten woonden. Het strekte zich ook uit naar het zuiden, helemaal tot aan de Middellandse Zee, en omvatte de gemeenten die Paulus en Barnabas op hun eerste zendingsreis hadden gesticht.
Hier draait het om. Als deze brief aan Noord-Galatië is geschreven, dan hebben we geen enkel verslag van de stichting van die gemeenten in Noord-Galatië. Als Paulus daar gemeenten heeft gesticht, moet dat later in zijn zendingswerk zijn geweest. Dat zou betekenen dat deze brief een heel stuk later moet zijn geschreven. Maar als Paulus met het woord Galatië de Romeinse provincie Galatië bedoelt, en dan het zuidelijke deel van Galatië, dan is dat het gebied waar hij die gemeenten had gesticht. Hij spreekt deze christenen inderdaad aan alsof ze nog maar pas christen zijn. Hij zegt:
Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,
Daarmee geeft hij te kennen dat ze nog niet erg lang behouden waren voordat de omstandigheden ontstonden die hij met zijn brief wilde rechtzetten.
Dus als hij sprak tot de gemeenten waarover we in het boek Handelingen lezen, in hoofdstuk 13 en 14, dan zien we dat Paulus naar Ikonium, Lystre, Derbe en Antiochië in Pisidië gaat. Al deze gemeenten lagen in wat de Romeinse provincie Galatië was, maar deze mensen waren geen etnische Galaten.
Waarom Paulus zijn lezers Galaten noemt #
Het argument voor de latere datering en voor de opvatting dat hij aan de etnische Galaten schreef, is dat je hem hen af en toe Galaten ziet noemen. Hij spreekt zijn lezers aan als Galaten, zoals in hoofdstuk 3, vers 1:
O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was?
Het argument van degenen die van de latere datering uitgaan, is dat de Romeinse provincie Galatië weliswaar deze mensen omvatte aan wie Paulus op zijn eerste reis het Evangelie had verkondigd, maar dat zij etnisch geen Galaten waren. Ze zouden zichzelf waarschijnlijk geen Galaten noemen. Zelfs als ze in een gebied woonden dat Galatië heette, zouden ze zichzelf waarschijnlijk niet als Galaten aanduiden.
Maar hoe waarschijnlijk dat is, zouden verschillende mensen verschillend beoordelen. Zou ik mezelf een inwoner van Oregon noemen? Het heeft me veel tijd gekost om toe te geven dat ik een inwoner van Oregon ben, omdat ik me echt een Californiër voel. Ik heb dertig jaar van mijn leven in Californië gewoond voordat ik ooit naar Oregon kwam. Maar ik woon nu al ruim dertien jaar in Oregon en ik ben een inwoner van Oregon. Ik ben geen geboren inwoner van Oregon. Ik ben niet etnisch een inwoner van Oregon, wat dat ook mag zijn. Ik ben van geboorte een Californiër, maar ik woon in het gebied Oregon. Ik neem aan dat ik daarmee volgens alle wettelijke maatstaven een inwoner van Oregon ben. Als ik tegen mensen zeg: ‘Ik ben een inwoner van Oregon’, zegt dat niets over waar ik naar mijn eigen idee van geboorte vandaan kom. Het zegt alleen iets over waar ik woon.
Er is waarschijnlijk geen zwaarwegende reden om te ontkennen dat mensen die geen etnische Galaten waren, maar nu in een gebied woonden dat Galatië heette, zichzelf Galaten zouden noemen. Maar dit is een van de voornaamste redenen waarom veel mensen denken dat het om de etnische Galaten gaat: omdat hij hen Galaten noemt. Voor mij is dat een heel zwak argument. Er zijn veel sterkere argumenten om dit te beschouwen als een brief aan de gemeenten van Zuid-Galatië, het zuidelijke gebied waar Paulus het Evangelie had verkondigd. Niet het minste daarvan is dat we weten dat hij daar inderdaad gemeenten heeft gesticht, en dat we niet weten of hij er ook in Noord-Galatië heeft gesticht.
Het concilie over de besnijdenis #
Maar nog belangrijker is de vraag waarvan de datering van het boek het sterkst afhangt: had het concilie van Jeruzalem al plaatsgevonden toen Paulus deze brief schreef?
Het concilie van Jeruzalem wordt beschreven in Handelingen hoofdstuk 15. Er waren enkele geschillen ontstaan in Antiochië, de thuisgemeente van Paulus en Barnabas, daar in Syrië. Enkele Joodse christenen uit Jeruzalem waren naar Antiochië gekomen en hadden de heidenen verteld:
En enigen die uit Judea gekomen waren, leerden de broeders: Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden.
Paulus en Barnabas waren het daar niet mee eens. We lezen:
Toen er dan van de kant van Paulus en Barnabas een niet geringe tegenstand en woordenstrijd tegen hen ontstond, bepaalden zij dat Paulus en Barnabas en enkele anderen uit hen in verband met dit geschilpunt naar de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem zouden gaan.
Daarom werd besloten dat Paulus en Barnabas naar Jeruzalem zouden gaan om het met de christenen daar uit te vechten en definitief en officieel te beslissen of de heidense bekeerlingen van Paulus en Barnabas inderdaad besneden moesten worden.
Daarover was nooit eerder officieel een besluit genomen, dus hielden ze een officieel concilie. De apostelen waren er, de oudsten van de gemeente in Jeruzalem waren er, en Paulus en Barnabas waren er. We lezen in Handelingen hoofdstuk 15:
Er werd veel over gepraat.
Het kan dagenlang zijn doorgegaan. Het was misschien een lange bijeenkomst. Maar aan het einde nam Jakobus, die de officiële woordvoerder van de gemeente in Jeruzalem was, een besluit. Het werd op schrift gesteld en iedereen was het erover eens dat de heidenen niet besneden hoefden te worden en de Joodse wet niet hoefden te houden.
Hun werd gevraagd bepaalde gedragingen te vermijden waaraan de Joden in de gebieden waar ze woonden aanstoot konden nemen. De gemeente in Jeruzalem vroeg hun daar alsjeblieft rekening mee te houden. Maar ze maakten duidelijk dat de gemeente van de heidenen op geen enkele manier verplicht is de Joodse wet te houden of zich te laten besnijden.
Zodra dat besloten was, zou dat het officiële christendom worden, zodra de apostelen en oudsten op dit concilie een besluit hadden genomen. Net als bij het concilie van Nicea: na het concilie van Nicea staat het vast. Trinitarianisme is orthodoxie. Daarvoor stond het niet vast. Er waren de arianen en de trinitariërs, die vóór het concilie van Nicea enkele tientallen jaren of eeuwen of hoe lang dan ook met elkaar debatteerden. Het concilie van Nicea besloot dat orthodoxie betekent dat we in de Drie-eenheid geloven. Daarmee was de zaak beslist. Iedereen die iets anders gelooft, is een sektelid.
Dat is wat het concilie van Jeruzalem deed voor de kwestie van de besnijdenis. Toen het concilie van Jeruzalem eenmaal zijn besluit had genomen, was de besnijdenis geen twistpunt meer in de gemeente.
Waarom Galaten vóór het concilie past #
De vraag wanneer deze brief geschreven is, hangt heel sterk af van de vraag: schreef Paulus dit vóór of na het concilie van Jeruzalem? De reden dat dit doorslaggevend is, is dat we in Handelingen lezen dat Paulus en Barnabas terugkeerden van hun eerste zendingsreis, waarop ze enkele gemeenten hadden gesticht in het zuidelijke gebied van Galatië. Ze kwamen van hun eerste zendingsreis terug bij de gemeente in Antiochië die hen oorspronkelijk had uitgezonden. Toen ze daar nog maar kort waren, ontstond dit geschil over de besnijdenis. Dus gingen ze naar Jeruzalem, kennelijk weken of maanden nadat ze van hun eerste zendingsreis waren thuisgekomen. Korte tijd later gingen ze naar Jeruzalem en vond het concilie plaats.
Als Paulus dit nu schreef voordat het concilie van Jeruzalem plaatsvond, dan was het dus heel, heel vroeg. Het was precies in die maanden, waarschijnlijk weken, nadat hij van zijn eerste zendingsreis was teruggekeerd en voordat hij voor het concilie naar Jeruzalem ging. Als dat inderdaad het moment was waarop het gebeurde, dan moeten dit de gemeenten van Zuid-Galatië zijn geweest die Paulus destijds had gesticht.
Aan de andere kant zou iemand kunnen aanvoeren dat dit een latere brief is, geschreven na het concilie van Jeruzalem, aan de noordelijke gemeenten van Galatië waarover we in het boek Handelingen niets lezen, maar die later werden gesticht. Dat waren in feite de vroegste opvattingen binnen de kerk, maar ik onderschrijf ze niet. Er is één ding dat dit bijna onmogelijk maakt: Paulus verwijst in deze brief nergens naar het concilie van Jeruzalem en het besluit daarvan. Toch voert hij een discussie over dezelfde kwestie waarover daar een besluit werd genomen. Nadat daarover een besluit was genomen, zou verdere discussie niet meer nodig zijn.
Stel dat Paulus het Evangelie had verkondigd aan een aantal heidense gemeenten in het noorden van Galatië, nadat het concilie van Jeruzalem zijn besluit had genomen. Stel dat er vervolgens Joodse christenen waren binnengekomen die zeiden: ‘Nou, je moet je ook laten besnijden. Je bent wel christen, maar daarnaast moet je je laten besnijden en de wet houden.’ In dat geval zou Paulus niet zo'n hartstochtelijk betoog als dit hoeven te schrijven. Hij zou gewoon zeggen: ‘Hier is een afschrift van de brief van het concilie van Jeruzalem. Lees het maar, ketters. Daar staan jullie dan.’
Het idee is eigenlijk dat het geschil voorbij was toen het concilie van Jeruzalem zijn besluit nam. Paulus schrijft alsof het geschil helemaal niet voorbij is. Hij voert een felle discussie, met veel argumenten, met veel redeneringen. Wanneer Paulus aan Korinthe of Thessalonica schrijft, gaat het niet zozeer over de kwestie van de besnijdenis. Die wordt misschien terloops genoemd, maar dat was niet de brandende kwestie. Bij deze brief ligt dat anders. Want de hele kwestie waar Paulus zich hier eigenlijk mee bezighoudt, is dat iemand die beweert christen te zijn en Joods is, zijn heidense bekeerlingen vertelt dat ze Joods moeten worden om christen te zijn. Ze moeten dit doen.
Hij had dat gemakkelijk kunnen afhandelen door te zeggen: ‘Luister, ik besef dat er mensen zijn binnengekomen die jullie wat onzinnige dingen hebben verteld, dat jullie je moeten laten besnijden en dat soort dingen. Maar luister, dat is lang geleden al besproken. De apostelen in Jeruzalem hebben een officiële schriftelijke verklaring uitgebracht. Ik heb hier een afschrift. Daarmee is de zaak afgedaan. Deze mannen zijn sekteleden.’
Het is een beetje alsof iemand na het concilie van Nicea rondtrekt en het arianisme onderwijst. Dat is wat de Jehovah's Getuigen onderwijzen, maar wij noemen hen een sekte omdat ze zijn ingegaan tegen het officiële besluit van de leiding van de kerk. Natuurlijk valt het uiteindelijke gezag van de leiders op het concilie van Nicea misschien meer te betwijfelen dan het uiteindelijke gezag van de apostelen in Jeruzalem.
Wat ik dus zeg, is dat als er vóór het schrijven hiervan een concilie van Jeruzalem was geweest, hij dit om te beginnen helemaal niet had hoeven schrijven. Of als hij het toch had geschreven, zou hij dat concilie op zijn minst hebben genoemd. In plaats van al deze theologische stellingen te moeten verdedigen in zijn betoog tegen de noodzaak dat zij zich laten besnijden, zou hij op zijn minst vermelden: ‘En bovendien zijn alle apostelen het hierover met mij eens. Dat hebben ze zelf gezegd.’
Dat er zelfs geen enkele toespeling daarop in staat, wijst sterk op een vroegere datering, en erop dat het gaat om de gemeenten in het zuiden van Galatië die Paulus samen met Barnabas stichtte.
Beschuldigingen tegen Paulus’ gezag #
Een andere overweging die in deze richting wijst, is dat de eerste delen van Galaten, de eerste twee hoofdstukken, grotendeels autobiografisch zijn. Dat is anders dan in de meeste brieven van Paulus. In geen van zijn andere brieven besteedt hij bijna twee hoofdstukken aan zijn autobiografie. We vinden korte autobiografische gedeelten in Filippenzen 3 en op een paar plaatsen in 2 Korinthe. Maar dat hij echt zijn hele getuigenis uiteenzet vanaf het moment dat hij tot behoud kwam, over een periode van veertien of zeventien jaar, zoiets vinden we niet in de andere brieven.
De reden waarom hij hier zijn autobiografie geeft, is blijkbaar dat hij wil antwoorden op valse beschuldigingen die zijn critici tegen hem hadden geuit en die zijn bekeerlingen nu te horen kregen. Deze Joodse mensen kwamen de heidense gemeenten binnen en zeiden dingen tegen de leer van Paulus en blijkbaar ook tegen Paulus zelf.
We moeten tussen de regels door lezen om vast te stellen wat ze blijkbaar zeiden. Dat kunnen we onder meer afleiden uit de manier waarop hij zijn autobiografie als betoog gebruikte. Hij is heel selectief in wat hij vertelt, en wat hij vertelt, is blijkbaar gekozen met het oog op zijn doel. Wat het in hoofdstuk 1 en 2 wel laat zien, is hoe zelden hij contact had met de apostelen. Hij bevestigt dit zelfs met eden: ‘Ik heb de apostelen niet vaker gezien dan dit’, enzovoort.
Bijna alle commentatoren hebben uit dit gegeven afgeleid dat een van de dingen waarvan Paulus werd beschuldigd, naast andere dingen, was dat Paulus zijn Evangelie uit de tweede hand had. Dat hij niet eens zoveel gezag heeft als de apostelen in Jeruzalem, omdat zij Jezus hebben gezien, terwijl Paulus het alleen maar van hen heeft gekregen. Misschien heeft hij het zelfs verkeerd begrepen, het zelf verdraaid, maar het is niet zo dat hij hetzelfde gezag heeft als de andere apostelen. Hij is maar een apostel van de tweede generatie. Zijn gezag is afgeleid van dat van de anderen. Zeker, de andere apostelen hebben Paulus hun goedkeuring gegeven, maar misschien weten ze niet wat hij onderwijst, en hij is niet echt iemand die uit de eerste hand heeft gehoord wat Jezus heeft gezegd.
Er lijkt, zoals je zult zien, kritiek op hem te zijn geweest omdat hij niet zo dicht bij de oorspronkelijke bron stond, namelijk bij Jezus, als de apostelen in Jeruzalem. Voor alles wat hij wist, was hij van hen afhankelijk, ook al had hij het misschien verkeerd begrepen in de manier waarop hij toepaste wat zij zeiden. Ze voerden aan dat de apostelen in Jeruzalem voorstander zouden zijn van de besnijdenis van de heidenen. Maar Paulus, die Jezus niet eens persoonlijk kent zoals de anderen Hem kennen, zegt dat je je niet hoeft te laten besnijden. Maar hij heeft niet evenveel gezag. Want een van de argumenten lijkt te zijn geweest dat Paulus wat hij weet wel uit de tweede hand moet hebben gekregen, aangezien hij er niet bij was toen Jezus hier was.
Paulus ontving zijn Evangelie van Jezus #
Ik zeg dat omdat Paulus meteen aan het begin, in vers 1, aangeeft dat hij een apostel is:
Paulus, een apostel — geroepen , niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft —
Hij ontleende zijn apostelschap niet aan andere mensen. Hij kreeg het rechtstreeks van Jezus, net als de andere apostelen. Op andere plaatsen verwijst hij hier een aantal keren naar: dat hij het niet van een mens heeft gekregen. Hij zegt in hoofdstuk 1, vers 11:
11Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie dat door mij verkondigd is, niet naar de mens is. 12Want ik heb dat ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.
Hij komt op tegen de bewering dat hij het van andere mensen heeft gekregen. Hij heeft het van Jezus gekregen. Daar legt hij de nadruk op. In de rest van zijn getuigenis, vanaf ongeveer vers 15, vertelt hij zijn getuigenis. Hij zegt:
15Maar toen het God, Die mij vanaf de buik van mijn moeder heeft afgezonderd en geroepen door Zijn genade, behaagde 16Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, ging ik niet meteen te rade bij vlees en bloed, 17en ging ik ook niet naar Jeruzalem, naar hen die al vóór mij apostel waren; maar ik vertrok naar Arabië en keerde weer terug naar Damascus.
Daarmee zegt hij eigenlijk: ‘Wat ik in mijn eerste jaren predikte, heb ik niet van hen geleerd.’ Hij geeft aan dat hij hen drie jaar na zijn bekering voor het eerst zag. We weten uit het boek Handelingen dat hij die drie jaar had gepredikt. Hij predikte dus al drie jaar voordat hij de apostelen ooit ontmoette. Hij benadrukt dit ongetwijfeld om duidelijk te maken: ‘Het is duidelijk dat ik mijn inzicht in het Evangelie niet van hen heb gekregen en mijn kennis ervan niet aan hen heb ontleend. De eerste keer dat ik hen zag, was nadat ik al drie jaar had gepredikt.’
Vervolgens beschrijft hij in hoofdstuk 2 een tweede bezoek aan de apostelen. In hoofdstuk 2, vers 1:
Daarna ging ik, na verloop van veertien jaar, weer naar Jeruzalem, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee.
En ik ging op grond van een openbaring, en ik legde hun het Evangelie voor dat ik verkondig onder de heidenen; en afzonderlijk aan hen die in aanzien waren, opdat ik niet misschien tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.
Enzovoort, enzovoort. De eerste keer zag hij alleen Petrus en Jakobus, en hij bleef maar vijftien dagen bij hen, vertelt hij ons. Dat staat in vers 19 van hoofdstuk 1. Maar de tweede keer lijkt het erop dat hij alleen Jakobus, Petrus en Johannes zag, of in elk geval had hij een besloten ontmoeting met hen. Er wordt bijvoorbeeld niet vermeld dat er tijdens dat tweede bezoek een vergadering in Jeruzalem plaatsvond.
Paulus probeert op grond van zijn eigen levensgeschiedenis duidelijk te maken dat hij maar beperkt contact met de apostelen heeft gehad. Hij probeert dat onder andere aan te tonen door te laten zien hoe zelden hij zelfs maar de gelegenheid had om hen te zien. Drie jaar na zijn bekering zag hij hen voor het eerst. Veertien jaar later ging hij opnieuw terug en zag hij hen weer.
Drie bezoeken aan Jeruzalem in Handelingen #
Hier gaat het om. Volgens het boek Handelingen vond de vergadering in Jeruzalem plaats toen Paulus na zijn bekering voor de derde keer naar Jeruzalem ging. In Galaten beschrijft hij maar twee bezoeken. In Galaten beschrijft hij maar twee bezoeken, maar in Handelingen zijn het er drie. Bij de derde keer vond de vergadering in Jeruzalem plaats. Laat me je dit in Handelingen laten zien.
In Handelingen hoofdstuk 9, waar de bekering van Saulus wordt beschreven, staat in vers 26, na zijn bekering, wat dus drie jaar na zijn bekering zou zijn, Handelingen 9:26:
26Toen Saulus nu in Jeruzalem gekomen was, probeerde hij zich bij de discipelen aan te sluiten, maar zij waren allen bevreesd voor hem, want zij geloofden niet dat hij een discipel was. 27Maar Barnabas nam hem onder zijn hoede, bracht hem naar de apostelen en vertelde hun hoe hij onderweg de Heere gezien had, dat Hij tot hem gesproken had en hoe hij in Damascus vrijmoedig gesproken had in de Naam van Jezus.
Dat is dus de eerste keer dat de apostelen hem na zijn bekering zagen. Paulus vertelt ons in Galaten dat dit drie jaar na zijn bekering was. Dat is Handelingen 9:26. Dan in Handelingen 11: Paulus is inmiddels een tijd buiten Jeruzalem geweest. Maar in Handelingen 11 zien we aan het einde van dat hoofdstuk dat de profeet Agabus naar de gemeente van Antiochië komt. Dat was de gemeente van Paulus. Tegen die tijd waren Paulus en Barnabas in deze gemeente in Antiochië. Agabus komt en profeteert dat er een grote hongersnood zal komen. Iedereen besefte dat de christenen in Jeruzalem hierdoor het zwaarst getroffen zouden worden, vanwege de hongersnoden waarmee ze al te maken hadden en de vervolging. Daarom besloten de heidense christenen in Antiochië geld in te zamelen en dat naar de gemeente in Jeruzalem te sturen. In vers 30, het laatste vers van Handelingen 11, staat:
en dat deden zij ook. En zij stuurden het naar de ouderlingen door de hand van Barnabas en Saulus.
Ze stuurden deze gift met Barnabas en Saulus mee naar Jeruzalem. Dit zou dus de tweede keer zijn dat Paulus naar Jeruzalem ging. Dat is Handelingen 11:30. Deze gift werd door Barnabas en Saulus naar Jeruzalem gebracht. Dat is de tweede reis van Paulus naar Jeruzalem na zijn bekering.
Dan staat er in hoofdstuk 15, vers 1:
En enigen die uit Judea gekomen waren, leerden de broeders: Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden.
Dat deden ze dus, en dat leidde tot het concilie van Jeruzalem.
Wat je kunt zien, is dat Paulus na zijn bekering naar Jeruzalem gaat in hoofdstuk 9, in hoofdstuk 11 en in hoofdstuk 15. De derde van deze bezoeken was het concilie van Jeruzalem. In Galaten noemt Paulus maar twee keer dat hij in Jeruzalem is geweest. Hij noemt de derde keer niet, en daarom is het waarschijnlijk dat er nog geen derde keer was geweest. Want wat hij probeert te doen, is elk geval vastleggen waarin hij contact met de apostelen heeft gehad, om te laten zien hoe zelden dat is geweest.
Welk bezoek beschrijft Galaten 2? #
Terug naar Galaten, hoofdstuk 2. Hij zegt in Galaten 2:
Daarna ging ik, na verloop van veertien jaar, weer naar Jeruzalem, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee.
Degenen die uitgaan van een latere datering van Galaten, denken dat hij het nu over het concilie van Jeruzalem heeft. Zij geloven dat Galaten hoofdstuk 2, dit tweede beschreven bezoek, het concilie van Jeruzalem is. Dit zijn hun argumenten daarvoor.
Ze zeggen allereerst dat Paulus elke verwijzing naar het bezoek in hoofdstuk 11 van Handelingen kon weglaten, omdat het maar een kort bezoek was om geld te brengen. Misschien heeft hij bij die gelegenheid de apostelen niet eens gezien. En er is in Handelingen geen aanwijzing dat ze, toen ze daarheen gingen en het geld naar Jeruzalem brachten, zoveel contact met de apostelen hadden als waarover we hier in Galaten 2 lezen. Daarom zeggen ze dat dit bezoek aan Jeruzalem in Galaten 2 niet hetzelfde is als het bezoek waarover je in Handelingen 11 leest, het tweede bezoek in Handelingen. Hij slaat dat over omdat het betrekkelijk onbelangrijk was. Het bezoek in Handelingen 11 was zo onbelangrijk dat hij het niet noemt. Hij gaat meteen verder met het bezoek aan het concilie van Jeruzalem.
Ze wijzen erop dat de beslissing die op het concilie van Jeruzalem werd genomen, in wezen een beslissing was die in Galaten hoofdstuk 2 werd genomen. Namelijk dat de metgezellen van Paulus en de mensen die door hem tot geloof waren gekomen, niet besneden hoefden te worden. We lezen dat ze in hoofdstuk 2 zelfs Titus meenamen, een onbesneden heiden, en de apostelen eisten niet dat hij besneden werd. Dus zeggen ze dat het bezoek in Galaten 2 het bezoek aan het concilie van Jeruzalem uit Handelingen 15 is.
Ik aanvaard dit om een aantal redenen niet. Ten eerste heeft het bezoek dat hij in Galaten 2 beschrijft, geen van de kenmerken van het concilie van Jeruzalem. Het klopt dat Barnabas en Saulus naar het concilie van Jeruzalem gingen en ook in hoofdstuk 2 van Galaten aanwezig zijn. Maar ons wordt verteld dat Barnabas en Paulus ook in Handelingen hoofdstuk 11 naar Jeruzalem waren gegaan. Dus Barnabas en Paulus reisden samen naar Jeruzalem bij zowel het tweede als het derde bezoek dat Paulus aan Jeruzalem bracht. En dit zou elk van die twee bezoeken kunnen zijn.
Handelingen 11 vertelt dat Paulus en Barnabas het geld naar Jeruzalem brachten. Dat dit hoofdstuk de ontmoeting met de apostelen niet noemt, betekent nog niet dat die niet heeft plaatsgevonden. Als je de autobiografie van Paulus in Galaten vergelijkt met wat er in Handelingen over het leven van Paulus wordt gezegd, zul je merken dat er heel weinig overlap is. Het is eigenlijk een heel interessante uitdaging om te proberen die twee met elkaar in overeenstemming te brengen, omdat hij in Galaten andere bijzonderheden geeft dan elders. Het zou passen bij de gebruikelijke aard van het verhaal als hij hier dingen opneemt die in Handelingen 11 niet worden genoemd. Maar dat betekent niet dat dit niet is gebeurd tijdens dat bezoek dat in Handelingen 11 beschreven staat.
Een besloten ontmoeting, geen concilie #
Bovendien, als dit het concilie van Jeruzalem was, dan zou Paulus er verstandig aan hebben gedaan om dat in Galaten 2 te vermelden. Hij noemt geen schriftelijk besluit. Hij noemt geen officieel besluit. Hij noemt een ontmoeting met slechts drie mannen: Petrus, Jakobus en Johannes. Ze schudden hem de hand, zegt hij, en erkenden dat hij en Barnabas apostelen voor de heidenen waren en dat zij, de twaalf, apostelen voor de Joden waren.
Dit is iets heel anders dan wat er op het concilie van Jeruzalem werd besloten. We lezen in Galaten 2 helemaal niet dat er een officieel besluit was dat heidenen niet besneden hoefden te worden. Het enige wat Paulus zegt, is:
1Daarna ging ik, na verloop van veertien jaar, weer naar Jeruzalem, samen met Barnabas, en ik nam ook Titus mee. 2En ik ging op grond van een openbaring, en ik legde hun het Evangelie voor dat ik verkondig onder de heidenen; en afzonderlijk aan hen die in aanzien waren, opdat ik niet misschien tevergeefs zou lopen of gelopen hebben. 3Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij een Griek was.
Dat is heel iets anders dan zeggen dat ze een concilie hadden om deze kwestie te bespreken en een formeel besluit namen voor alle gemeenten.
Er staat in Galaten 2 niet zoveel dat overeenkomt met wat er op het concilie van Jeruzalem gebeurde. Ook al zou hij misschien op deze manier over het concilie van Jeruzalem kunnen spreken, hij laat juist die dingen weg die op het concilie van Jeruzalem gebeurden en die zijn lezers het krachtigst zouden overtuigen. Hij noemt er niet één.
Bovendien denk ik niet dat Paulus zich de vrijheid zou veroorloven om het bezoek uit Handelingen 11 over te slaan. Ik bedoel, terwijl hij zijn beknopte relaas geeft van zijn eerste bezoeken. Want het gaat hem erom te laten zien hoe weinig keren hij in Jeruzalem is geweest, hoe weinig keren hij sinds zijn bekering de apostelen heeft gezien. En als iemand wist dat hij daar een reis naartoe had gemaakt die hij niet noemt, die hij overslaat, zou die kunnen zeggen: ‘Paulus, je probeert ons om de tuin te leiden. Wij weten toevallig dat je daar vaker bent geweest dan je ons vertelt.’ Als het hem er vooral om gaat duidelijk te maken: ‘Ik heb deze mannen zelden gezien, ik ben zelden in Jeruzalem geweest en heb zelden enige gelegenheid gehad om iets aan hen te ontlenen’, dan zou het overslaan van een bezoek juist tegen hem gebruikt kunnen worden. Uit Handelingen 11 weten we immers dat dat bezoek heeft plaatsgevonden. Men zou kunnen zeggen dat hij iets probeert te verbergen, juist op het punt dat hij probeert aan te tonen.
Daarom lijkt het mij veel waarschijnlijker dat we in Galaten 1 zijn bezoek aan Jeruzalem hebben van drie jaar na zijn bekering. Dat is het eerste bezoek dat in Handelingen hoofdstuk 9 wordt genoemd. En in Galaten 2 hebben we, zoals hij zeker laat doorschemeren, zijn tweede bezoek aan Jeruzalem na zijn bekering. Dat zou dan het bezoek voor de hulpverlening tijdens de hongersnood moeten zijn, toen hij in Handelingen 11 vanuit de gemeente in Antiochië hulp voor de hongersnood stuurde. En dat zou betekenen dat hij het concilie van Jeruzalem helemaal niet noemt. Als dat ook al had plaatsgevonden, zou hij drie bezoeken moeten noemen en dat derde meer moeten benadrukken dan de andere, omdat dat het meest doorslaggevend zou zijn.
Geleerden zijn het hierover zeker niet met elkaar eens. Maar het lijkt mij heel, heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om het bezoek in Galaten 2 gelijk te stellen aan het concilie van Jeruzalem. Er wordt niet over gesproken alsof het een concilie van Jeruzalem was. Bovendien zou daarmee een van de bezoeken worden weggelaten, en ik denk niet dat Paulus dat van plan was. Als hij de brief dus vóór het concilie van Jeruzalem schreef, zou dat de enige verklaring zijn waarom hij het niet noemt: omdat het nog niet had plaatsgevonden. En daarmee zou dit de vroegste van Paulus’ brieven zijn.
Ook staat er in Galaten 2:10 dat ze spreken over het denken aan de armen. In Galaten 2:10, waar het gaat over dit tweede bezoek dat hij bracht, zei hij dat de apostelen niet van hem verlangden dat hij iets veranderde. Maar ze drongen er wel bij hem op aan om aan de armen te denken. En hij zegt:
Alleen moesten wij wel aan de armen denken; en ik heb mij ook beijverd juist dit te doen.
Bedenk nu dat Paulus de tweede keer naar Jeruzalem ging om hulp aan de armen te brengen. Die laatste zin in Galaten 2:10, ‘Precies wat ik zelf ook graag wilde doen’, zou dan in zekere zin kunnen betekenen: ze vroegen ons door te gaan met precies wat we al deden en waarvan we al hadden laten zien dat we het graag wilden doen. En dat zou heel goed passen bij de omstandigheden van het bezoek voor de hulpverlening tijdens de hongersnood, dat in Handelingen 11:30 staat.
Het enige wat mij hierbij verbaast, is dat volgens mij de uitleggers van Galaten eeuwenlang, tot ver terug in de tijd, uitgingen van wat we de Noord-Galatische theorie noemen. Dat is het idee dat de Galaten de noordelijke etnische Galaten zijn en niet de gemeenten kunnen zijn die Paulus tijdens de eerste zendingsreis heeft gesticht. Daarom dateerden ze Galaten later. Maar voor mij zijn de aanwijzingen in de brief zelf zo sterk dat dit zijn eigen gemeenten zijn, die hij tijdens zijn eerste zendingsreis vóór het concilie van Jeruzalem heeft gesticht, dat ik wel voor de vroege datering moet kiezen. En ik denk dat de meeste evangelische christenen dat tegenwoordig doen. Maar lange tijd was dat onder christenen niet de meerderheidsopvatting, en ik weet niet zeker waarom dat niet zo was.
Het verwijt dat Paulus mensen behaagt #
Ik heb genoemd dat Paulus’ critici bepaalde beschuldigingen tegen hem hadden ingebracht. We kunnen alleen afleiden wat die waren. Maar uit de nadrukkelijke uitspraken van Paulus over zichzelf kunnen we afleiden dat hij waarschijnlijk probeert onjuiste informatie recht te zetten die ze over hem hadden gekregen. En daaruit kunnen we waarschijnlijk afleiden dat er minstens drie dingen waren die zijn critici na zijn vertrek over hem zeiden. Ze probeerden de mensen die door Paulus tot geloof waren gekomen te misleiden over de aard van zijn gezag, enzovoort.
Het eerste is wat ik al noemde: dat hij geen apostel was die, zoals de anderen, Jezus ooit had gezien. Daarom wist hij wat hij wist op zijn best uit de tweede hand, niet doordat hij rechtstreeks met Jezus in aanraking was gekomen. En ik heb erop gewezen dat Paulus verschillende keren nadrukkelijk het tegendeel beweert: alles wat hij weet, wist hij al voordat hij de apostelen ontmoette. En toen hij hen eenmaal had ontmoet, veranderde hij niets aan wat hij tot dan toe had gezegd. Dat benadrukt hij ook. Het lijkt er dus op dat hij buiten elke twijfel probeert vast te stellen dat hij wat hij predikt aan geen enkel mens heeft ontleend, zelfs niet aan de andere apostelen. Het klinkt dus alsof dat misschien was waarvan ze hem beschuldigden.
Het tweede is dat hij er blijkbaar van beschuldigd werd dat hij mensen naar de mond praatte. En dat zou waarschijnlijk verband houden met de Galaten. Daar komen de judaïsten Galatië binnen, en ze zeggen: ‘Jullie christenen moeten je laten besnijden.’ En zij zeggen: ‘Maar Paulus heeft ons verteld dat we ons niet hoeven te laten besnijden.’ En het klinkt alsof het antwoord daarop misschien was: ‘O, nou, Paulus... je moet wat hij zegt met een korreltje zout nemen. Hij weet dat jullie je niet willen laten besnijden. Wie zou dat willen als het niet hoefde? En dus zegt hij gewoon wat jullie willen horen. Hij wil alleen maar populair zijn. Als hij onder de Joden is, is hij voor besnijdenis. Maar als hij bij jullie is, zegt hij gewoon wat jullie willen horen. Je kunt wat hij zegt niet zo serieus nemen, want hij wil gewoon grote gemeenten opbouwen. Hij is alleen maar bezig met gemeentegroei. Het kan hem niets schelen of hij trouw is aan de waarheid. Hij zegt wat de mensen op dat moment graag horen.’
Aanpassen aan Joden en heidenen #
Dit is blijkbaar wat er over hem werd gezegd. Hoewel dat op dit vroege tijdstip moeilijk vast te stellen zou zijn, zou je bijna deze indruk van Paulus kunnen krijgen op grond van zijn eigen gedragslijn, waar hij zelf in 1 Korinthe 9 voor uitkomt. Je herinnert je dat hij zei:
Als ik bij de Joden ben, leef ik als een Jood. Als ik bij mensen ben die onder de wet staan, kan ik leven als iemand die onder de wet staat. Als ik bij de heidenen ben, of bij mensen die niet onder de wet staan, leef ik als iemand die niet onder de wet staat.
Paulus gaf zelf zonder schaamte toe dat hij op sommige van deze punten concessies deed aan mensen. Dat deed hij om mensen met het Evangelie te kunnen bereiken en om hen niet af te stoten, zodat ze het Evangelie zouden kunnen horen. Op sommige van deze punten, niet op allemaal. Maar onder Joden, ja, daar zou hij helemaal geen punt maken van besnijdenis. Hij zou er zelfs in meegaan. Hij is zelf een Jood, dus hij kon de kosten gaan betalen voor vier mannen die een nazireeërgelofte hadden afgelegd, ook al was dat iets heel Joods om te doen. Dat kon hij onder de Joden doen. Hij kon als een Jood leven om de Joden te winnen, zei hij.
Onder de heidenen kon hij tot op zekere hoogte als een heiden leven, niet helemaal. Dat maakt hij duidelijk in 1 Korinthe 9, want hij zegt:
Als ik bij mensen ben die zonder de wet leven, leef ik als iemand zonder de wet.
Maar dan voegt hij er meteen tussen haakjes aan toe:
Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet — hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus — om hen te winnen die zonder de wet zijn.
zegt hij.
Met andere woorden, als ik bij de heidenen ben die geen koosjer voedsel eten, hoef ik geen koosjer voedsel te eten. Als ik bij de heidenen ben die de feesten niet houden, hoef ik de feesten niet te houden. Ik sta niet onder de wet van Mozes. Maar als de heidenen bij wie ik ben eropuit gaan en met tempelprostituees slapen, kan ik dat niet doen, want ik sta onder de wet van Christus, en Hij staat mij niet toe zulke dingen te doen. Er zijn dingen die ik kan doen als ik bij heidenen ben, maar er is een grens aan wat ik kan doen.
Het kan inderdaad zijn dat sommige van deze Joden hadden opgemerkt dat Paulus de wet wel lijkt te steunen als hij bij hen is, en dat hij die niet lijkt te steunen als hij bij de heidenen is. Misschien hadden ze zelfs het gevoel dat ze de waarheid spraken toen ze zeiden: ‘Paulus zegt het ene en bedoelt het andere. Het hangt ervan af bij wie hij is. Het Evangelie dat hij predikt, hangt af van bij wie hij die dag is. Neem hem dus niet al te serieus. Hij vertelt jullie hoe dan ook niets wat hij tegen iedereen zou zeggen. Hij zegt gewoon wat jullie willen horen.’
Als ze Paulus' gedragslijn inderdaad zo toepasten, gingen ze daarin natuurlijk verder dan Paulus zelf zou gaan. Paulus paste zijn levenswijze aan als hij bij Joden of bij heidenen was, om hun geen aanstoot te geven en hen voor Christus te winnen. Maar hij zou zijn Evangelie niet veranderen. Hij zou zijn boodschap niet veranderen, en daar is hij heel nadrukkelijk over.
Paulus verandert zijn boodschap niet #
Op een gegeven moment, in hoofdstuk 1, vers 8 en 9, spreekt hij vervloekingen uit over iedereen die een ander Evangelie predikt dan het Evangelie dat hij nu bevestigt. Hij zegt in vers 10 van hoofdstuk 1:
Want ben ik nu bezig mensen te overtuigen, of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Wanneer hij zegt:
Probeer ik het mensen nog steeds naar de zin te maken?
klinkt het alsof hij misschien antwoord geeft op een bezwaar, dat mensen zeiden dat hij inderdaad probeert mensen te behagen. Toch heeft hij zojuist gezegd:
8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.
Hij zegt: ‘Nou, klinkt dat alsof ik hierin soepel ben? Klinkt dat alsof ik gewoon zeg wat mensen willen horen?’ Het klinkt dus alsof hij antwoord geeft op dat mogelijke bezwaar.
In hoofdstuk 5, vers 11, zegt hij:
Maar ik, broeders, als ik nog de besnijdenis verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is immers het struikelblok van het kruis tenietgedaan.
Wat hij zegt, is: ik word door de Joden vervolgd omdat ik de besnijdenis niet leer. Maar als ik nog steeds de besnijdenis leer, waarom word ik dan vervolgd?
Het lijkt duidelijk dat iemand hem ergens heeft beschuldigd van het prediken van de besnijdenis, misschien onder andere omstandigheden dan in Galatië. Misschien predikt hij de besnijdenis als hij bij Joodse mensen is. Als hij bij de Galaten is, predikt hij die niet. Hij zegt: ‘Nou, als ik dat doe, waarom word ik dan zo erg door deze mensen vervolgd? Als ik mensen echt altijd vertel wat ze willen horen, waarom haten ze mij dan zo erg?’
Paulus wijst Petrus openlijk terecht #
Hij geeft daarmee te kennen: nee, ik predik nooit de besnijdenis, zelfs niet onder de Joden die graag zouden willen dat ik dat deed. Daarom word ik vervolgd. Het lijkt opnieuw een antwoord te zijn op de beschuldiging dat hij misschien in sommige situaties wel de besnijdenis predikt en in andere situaties niet. En in hoofdstuk 2, vers 11 tot en met 14, wijst Paulus erop, en dat zullen we later lezen, dat hij zelfs toen hij bij Petrus was, Petrus terechtwees omdat die niet consequent was ten aanzien van het Evangelie. Hij geeft in hoofdstuk 2, vers 11 en 14, een voorbeeld van Paulus' eigen onbuigzaamheid op dit punt, zelfs waar Petrus wat soepeler was dan hij. Petrus was bereid om met heidenen te eten wanneer er alleen heidenen bij waren. Maar toen er Joodse christenen kwamen, trok Petrus zich terug om de Joden niet voor het hoofd te stoten. In zekere zin was dat misschien prijzenswaardig van Petrus. Paulus zou dat onder bepaalde omstandigheden misschien ook hebben gedaan. Maar de reden waarom het zo verkeerd was dat Petrus dit deed, is dat daarmee de zuiverheid van het Evangelie op het spel kwam te staan.
Iedereen keek naar Petrus. De vergadering in Jeruzalem kon nog niet hebben plaatsgevonden, want dit gebeurde op een moment waarop mensen zich nog afvroegen: ‘Is het nu wel of niet nodig om deze mensen te besnijden?’ En doordat Petrus daar was en zich in het bijzijn van de Joden terugtrok van de onbesnedenen, zei hij als het ware: ‘Ze zijn niet rein, omdat ze niet besneden zijn.’ Hij bevestigde daarmee de opvatting van die groep in de gemeente die dacht dat onbesneden christenen uit de heidenen niet rein waren totdat ze besneden werden.
Paulus wijst er dus op dat Petrus hierin misschien wat heeft gewankeld, maar Paulus niet. Paulus nam zelfs grote risico's en wees Petrus daar in het openbaar om terecht. Hij zei tegen Petrus dat er op dit punt niet over het Evangelie te onderhandelen valt. Door deze dingen op te schrijven, lijkt Paulus te benadrukken: ‘Ik verander hierin niet van standpunt. Ik zeg niet het ene waar het mij goed uitkomt om dat te zeggen, en het tegenovergestelde waar het mij goed uitkomt om dát te zeggen.’
‘En ik zou niet vervolgd worden zoals nu, als ik deed wat mensen zeggen dat ik doe.’
Dat zijn volgens mij twee dingen die we uit zijn betoog kunnen afleiden over wat mensen tegen hem inbrachten. Het ene is dat hij alleen maar een boodschap uit de tweede hand had, die hij verkeerd weergaf. En daarnaast dat hij die niet altijd op dezelfde manier bracht. Afhankelijk van wat mensen wilden horen, zei hij tegen de ene persoon het ene en tegen een ander iets anders.
De andere apostelen steunen Paulus #
Misschien zeiden sommige van zijn critici ook dat Paulus niet eens de volledige steun van de andere apostelen had. De aanwijzingen daarvoor zijn minder sterk, maar het is mogelijk. Hij had inderdaad alles wat hij wist aan hen ontleend, maar hij had het veranderd en de apostelen keurden niet goed wat hij zei. Nummer drie zou dus zijn dat de andere apostelen in Jeruzalem waarschijnlijk niet eens goedkeurden wat Paulus predikte.
Hij wijst er wel op, vooral in hoofdstuk 2, wanneer hij dat tweede bezoek aan Jeruzalem beschrijft, dat hij hun alles vertelde. Hij vertelde de apostelen in Jeruzalem alles wat hij predikte. Hij liet hun de vruchten van zijn werk zien en zij zeiden: ‘Wat ons betreft is dat goed.’ Ze schudden elkaar de hand en zeiden:
7Maar integendeel, zij zagen dat aan mij het Evangelie onder de onbesnedenen toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat onder de besnedenen. 8(Want Hij Die door Petrus werkte met het oog op het apostelschap onder de besnedenen, werkte ook door mij met het oog op de heidenen.) 9En toen Jakobus, Kefas en Johannes, die geacht werden steunpilaren te zijn, de mij gegeven genade erkenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand van gemeenschap, opdat wíj naar de heidenen en zíj naar de besnedenen zouden gaan .
Paulus wijst er dus op dat hij wel degelijk hun volledige goedkeuring heeft. Hij was niet door een mens tot apostel aangesteld en hij had zijn Evangelie niet aan een mens ontleend. Maar de apostelen waren niettemin te weten gekomen wat hij predikte en keurden het goed. Hij had hun steun. Door dat te zeggen, vooral nadat hij zo nadrukkelijk had gezegd: ‘Ik heb het niet van hen gekregen, ik heb het niet van hen gekregen’, en vervolgens te zeggen: ‘Maar zij hebben het wel onderschreven’, leek hij nog een ander bezwaar te willen weerleggen. Namelijk dat hij misschien niet de volledige steun van de apostelen in Jeruzalem had.
Paulus’ boosheid en scherpe uitspraken #
Mijn veronderstelling, en die is niet alleen van mij, want ik denk dat de meeste geleerden tot deze conclusie zijn gekomen, is dat Paulus ten onrechte van sommige van deze dingen werd beschuldigd, en dat maakte hem boos. Hij was heel boos. Hij zei een aantal heel, heel scherpe dingen. Hij noemde mensen dwazen, wat over het algemeen niet aardig is om te doen. Hij zei later ook dat hij wenste dat degenen die hem lastigvielen helemaal afgesneden zouden worden.
Trouwens, ‘afgesneden worden’ is een uitdrukking. De commentatoren zullen je vertellen dat die op castratie slaat. Hij maakt een wrede, bijtende grap. Die mensen die iedereen willen besnijden, waarom gaan ze niet helemaal tot het uiterste? De Jerusalem Bible, die een beetje op de NIV lijkt, is eigenlijk meer een parafrase dan iets anders. Maar de New Jerusalem Bible vertaalt het volgens hem zelfs zo:
Zeg tegen degenen die jullie hierover lastigvallen dat ik wou dat het mes uitschoot.
Daarmee wordt bedoeld dat ze zichzelf zouden castreren.
Dit is misschien niet zomaar een kinderachtige, onbeschofte, kwaadaardige opmerking van hem. Mogelijk zegt hij: ‘Ik hoop dat ze geen nakomelingen meer krijgen. Het zou voor iedereen veel beter zijn als ze gecastreerd waren en niet nog meer van zulke mensen konden voortbrengen.’ Want het zijn slechte mensen die veel schade aanrichten aan het lichaam van Christus. Niettemin is het een harde opmerking. En hetzelfde geldt wanneer hij zegt:
8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.
Zo staat het in het Grieks. Hij zegt het twee keer. Dat is behoorlijk scherp.
In Romeinen vinden we niets wat daar ook maar bij in de buurt komt, terwijl die brief over dezelfde onderwerpen gaat. Zoals ik al zei, lijkt de voornaamste reden opnieuw te zijn dat Paulus niet zo nauw en emotioneel betrokken was bij de Romeinen als bij de Galaten, die zijn eigen kinderen in het geloof waren. Ook was er tegen de tijd dat hij Romeinen schreef, in elk geval in Rome, niet die strijd over de besnijdenis die op deze manier beslecht moest worden.
De brief tussen zendingsreis en concilie #
Het lijkt er daarom op dat Galaten geschreven is in die korte periode waarin Paulus en Barnabas waren teruggekeerd van hun eerste zendingsreis en nog niet naar Jeruzalem waren gegaan voor het concilie van Jeruzalem. Daar zat niet heel veel tijd tussen, maar het lijkt erop dat de brief misschien haastig geschreven is. Misschien heeft hij hem zelfs geschreven als voorbereiding op zijn reis naar het concilie. Misschien zette hij zijn gedachten op papier, deels om ze te sturen naar deze mensen in Galatië, die dit meteen moesten horen, en deels om de gedachten op papier te krijgen die enkele van zijn argumenten zouden vormen op het concilie. Hij ging daar immers naartoe om deel te nemen aan een bijeenkomst waar over deze kwestie gedebatteerd zou worden.
Dat is mijn veronderstelling wat de datering betreft, en daarmee komt deze brief vóór al zijn andere brieven te staan. De periode waarin hij hem schreef, zou dan de periode zijn die beschreven wordt in Handelingen hoofdstuk 14, vers 27 en 28. Vers 27 zegt:
Toen zij daar aangekomen waren, riepen zij de gemeente bijeen en deden er verslag van wat voor grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij voor de heidenen de deur van het geloof geopend had.
Dit speelt zich af vlak nadat Paulus en Barnabas van hun eerste zendingsreis zijn thuisgekomen in Antiochië.
En zij verbleven daar geen korte tijd met de discipelen.
Ik weet niet hoelang een lange tijd is, maar vervolgens staat er in hoofdstuk 15:
En enigen die uit Judea gekomen waren, leerden de broeders: Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden.
Dat gaf de aanleiding tot het concilie van Jeruzalem. Dus waarschijnlijk precies daar, in die lange tijd in Handelingen 14:28. Die moet waarschijnlijk in maanden worden gemeten en niet in jaren, omdat we alles in het leven van Paulus een plaats moeten kunnen geven. Ik denk niet dat we daar zomaar een paar jaar voor kunnen uittrekken. Die lange tijd is waarschijnlijk de periode waarin hij Galaten schreef.
Van Farizeeër tot verdediger van vrijheid #
Paulus is hierin een heel, heel krachtige debater. Ik vind de manier waarop hij debatteert prachtig. Hij voerde nogal wilde, radicale argumenten aan, die veel Joodse mensen waarschijnlijk vergezocht vonden, maar ze zijn geweldig. Omdat we weten dat hij een apostel was die door de Heilige Geest geïnspireerd was, enzovoort, zag hij betekenissen in sommige Schriftgedeelten uit het Oude Testament die anderen niet zagen.
Bedenk dat Paulus als Farizeeër was opgevoed. Daardoor zou hij van nature en door zijn opvoeding, door zijn aanleg en vorming, geneigd zijn geweest te verdedigen dat iedereen besneden moest worden. De Farizeeën waren namelijk wettischer dan wie ook binnen de Joodse godsdienst. Het ging dus sterk in tegen wat Paulus van nature zou denken. Dat hij zo krachtig het standpunt innam dat de heidenen niet besneden hoeven te worden, dat ze de wet niet hoeven te houden, dat de wet achterhaald is, dat die niet langer nodig is — om dat standpunt in te nemen, moest Paulus radicaal breken met wat hij geloofd had voordat hij christen was.
Om zulke krachtige en interessante argumenten op grond van het Oude Testament te hebben tegen de besnijdenis als vereiste, argumenten die hij hier en ook in Romeinen aanvoert, moest hij na zijn bekering opnieuw over die dingen hebben nagedacht. Hij moest opnieuw hebben nagedacht over veel van die Schriftgedeelten uit het Oude Testament en hun implicaties. Maar hij had daar de tijd voor gehad.
Tegen de tijd dat hij Galaten schreef, was hij al minstens veertien en mogelijk zeventien jaar of langer behouden. Hij noemt namelijk zijn eerste bezoek, drie jaar na zijn bekering, en vervolgens een bezoek na veertien jaar. Sommigen denken dat dit veertien jaar vanaf zijn bekering is. Anderen, volgens mij de meesten, vatten het op als veertien jaar na zijn eerste bezoek aan Jeruzalem. Dan zou dat dus zeventien jaar na zijn bekering zijn. Deze man was al bijna een paar decennia christen en had veel tijd gehad om over de Schriften na te denken en de argumenten te ontwikkelen die hij hier naar voren brengt. Het zijn niet het soort argumenten dat hij onmiddellijk na zijn bekering zou hebben gehad. Ze zouden namelijk een totaal andere manier van denken over de Schrift van het Oude Testament betekenen dan de manier waarop hij daar vroeger als Farizeeër over dacht.
Paulus’ apostelschap en zijn medestanders #
Laten we aan hoofdstuk 1 beginnen:
1Paulus, een apostel — geroepen , niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft — 2en al de broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: 3genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heere Jezus Christus, 4Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader. 5Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Dit is duidelijk de gebruikelijke opening van de brief. Hij noemt zichzelf en zijn lezers. Ik heb in onze inleiding al gewezen op die lange tussenzin in vers 1. Als die tussenzin er niet stond, zou het veel meer op een gewone brief lijken:
Paulus, een apostel, en alle broeders die bij me zijn, aan de gemeenten in Galatië.
Dat zou veel gebruikelijker zijn. Maar die lange tussenzin staat er met een reden. Die heeft hij in de meeste van zijn brieven niet. En we moeten aannemen dat wat hij daar bevestigt, iets is waarvan juist deze mensen op de hoogte gebracht moesten worden, of waaraan ze herinnerd moesten worden: dat zijn apostelschap niet van menselijke oorsprong was. De apostelen in Jeruzalem hebben hem niet tot apostel gemaakt. Bedenk dat het woord apostel iemand betekent die gezonden is. Zij waren niet degenen die hem gezonden hadden; Jezus had hem gezonden. God had hem gezonden. De God Die Jezus uit de doden heeft opgewekt, is dezelfde God Die op de weg naar Damascus aan Paulus verscheen en hem tot apostel voor de heidenen maakte. En hij benadrukt dat feit en waakt er scherp over.
Hij noemt in vers 2 wel:
‘Alle broeders die bij me zijn.’ Daarmee zou hij willen zeggen: ‘Dit ben ik niet als een ongeleid projectiel, als iemand die helemaal op eigen houtje rondloopt met vreemde opvattingen. Dit is de hele gemeente die ik vertegenwoordig. Ik schrijf deze brief vanuit de gemeente in Antiochië, en alle broeders hier zeggen amen op wat ik zeg. Ik schrijf in feite namens ons allemaal hier. Hier spreekt niet slechts één man. Ik schrijf dit samen met een groep. Er is een groep mensen, broeders, bij mij, en wij zetten hier allemaal onze naam onder. Dit is waar wij allemaal voor staan, niet alleen ik.’
Nogmaals, ik heb gezegd dat het bij Galatië om Noord-Galatië of Zuid-Galatië kan gaan. Als het om het etnische Galatië gaat, dan is het het noordelijke gebied. Maar dat levert naar mijn idee te veel problemen op bij de datering van de brief. Als het om de Romeinse provincie Galatië gaat, wat waarschijnlijker lijkt, dan zijn dit de gemeenten van Antiochië in Pisidië, Ikonium, Lystra en Derbe. We lezen in Handelingen 13 en 14 hoe Paulus die gemeenten stichtte.
Genade, vrede en Christus’ offer #
De verzen 3 tot en met 5 lijken sterk op wat we aan het begin van elke brief zouden verwachten aan te treffen.
Zo opent Paulus in wezen al zijn brieven. Hij wenst hun genade en vrede toe. In dit specifieke geval heeft het misschien meer betekenis dan in sommige andere gevallen. Misschien is het niet zomaar een cliché. Ze moeten de genade van God kennen, omdat ze naar wetticisme dreigen af te glijden. En ze hebben vrede nodig, omdat er mensen zijn die hen in verwarring brengen, zoals we zullen zien. Er zijn mensen die hen met een ander Evangelie in verwarring brengen. Ze moeten getroost worden, ze moeten tot rust gebracht worden, ze moeten zekerheid krijgen. Ze hebben vrede nodig en ze hebben genade nodig, zoals alle mensen. Maar toen hij in deze specifieke brief ‘genade en vrede’ schreef, zoals hij gewoonlijk deed, hebben die woorden misschien meer gevoel bij hem opgeroepen dan anders, doordat hij aan de specifieke omstandigheden van deze gemeente dacht.
1Paulus, een apostel — geroepen , niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft — 2en al de broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië: 3genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heere Jezus Christus, 4Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader. 5Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Deze dingen worden over Jezus en God de Vader gezegd. Ze kunnen wel of niet specifiek verband houden met de behoeften van deze gemeente. Het is altijd mogelijk dat Paulus eenvoudigweg welsprekend werd. Telkens als hij Jezus noemde, moest hij iets meer zeggen dan alleen Zijn Naam. En telkens als hij de Vader noemde, kon hij niet alleen maar de Vader noemen. Hij moest zeggen: ‘De Vader Die ons heeft behouden’, of: ‘Jezus Die Zichzelf voor ons heeft gegeven’, of iets dergelijks. Paulus werd altijd welsprekend over wat Jezus voor ons heeft gedaan en wat de Vader voor ons heeft gedaan. En als dit een andere gemeente was geweest, had hij misschien hetzelfde gezegd.
Hij zei niet precies deze zelfde dingen in zijn begroetingen aan andere gemeenten. Maar ik weet niet zeker of zulke dingen tamelijk willekeurig bij hem opkwamen en hij ze dan opschreef. Hij wilde iets verhevens en positiefs en waars zeggen over Jezus, over God. Of misschien koos hij de dingen die hij hier zei om hen te herinneren aan die dingen over Jezus en God die het uitgangspunt vormen voor wat hij in de rest van zijn brief zou gaan betogen.
Waarom ik voorstel dat dit een mogelijkheid is? Ten eerste zou je kunnen verwachten dat iemand dit doet. En ten tweede zien we Jezus dat zeker doen in Openbaring, in de zeven brieven aan de zeven gemeenten. Hij beschrijft Zichzelf aan elke gemeente op een bepaalde manier. Hij geeft een bepaalde beschrijving:
En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper:
Of:
Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechter hand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt:
Of iets dergelijks. Tegen elke gemeente in Openbaring zegt Jezus: ‘Van Jezus’, en dan staat er Wie Hij is en wordt iets van deze beschrijving van Hem gegeven. En het lijkt erop dat in de meeste gevallen, misschien in alle gevallen, de bijzonderheden van de beschrijving die Hij van Zichzelf geeft, passen bij de omstandigheden van die gemeente en bij wat Hij tegen hen te zeggen heeft. We zullen nu niet op Openbaring ingaan om dat te illustreren, maar misschien is dat ook wat Paulus hier doet.
Jezus is voor onze zonden gestorven. Daarom hoeven we ons niet te laten besnijden of offers te brengen of iets anders voor onze zonden te doen. Onze zonden worden niet op die manier bedekt. Ze worden bedekt door Jezus, Die voor onze zonden is gestorven, zegt hij in vers 4. En verder:
Om ons te bevrijden uit deze slechte tijd.
Wettische regels als wereldse beginselen #
Nu waren de Joden en hun godsdienst de tegenwoordige slechte eeuw waarover hij spreekt. Niet zozeer dat het jodendom zoals God het had ingesteld iets slechts was, zeker niet. Maar de wettische gerichtheid van het jodendom was net zo goed een werk van het vlees en van menselijke verdorvenheid als de zonden van de heidenen. Paulus maakt dit punt later in Galaten, in hoofdstuk 4. Hij zegt in vers 9, Galaten 4:9:
en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?
De zwakke en armzalige grondbeginselen waarnaar ze terugkeren, dat is het jodendom. De zwakke en armzalige grondbeginselen.
Als je terugkijkt naar vers 3 in dat hoofdstuk, Galaten 4:3, dan zegt hij:
Zo waren ook wij, toen wij nog onmondige kinderen waren, als slaven onderworpen aan de grondbeginselen van de wereld.
Wij die kinderen waren verwijst naar ons voordat Christus kwam. Dat is de context van de voorgaande verzen. Toen de mens onder de wet werd gehouden voordat Christus kwam, werden de mensen in slavernij gehouden onder de grondbeginselen van de wereld, staat er. Nu zijn we daarvan verlost, maar in vers 9 keren ze terug naar die zwakke en armzalige grondbeginselen.
Paulus gebruikt dit begrip van de grondbeginselen — sommige vertalingen spreken van de eerste beginselen van de wereld — om te spreken over wettische Joodse gebruiken. Dat doet hij opnieuw in Kolossenzen hoofdstuk 2. Als je dat even opslaat, wil ik dit graag laten zien. In Kolossenzen hoofdstuk 2, vers 20 en 21, zegt Paulus:
20Als u dan met Christus de grondbeginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen 21als : Pak niet, proef niet en raak niet aan?
Trouwens, in die uitdrukking, in het Engels ‘basic principles of the world’, is het woord ‘principles’ hetzelfde Griekse woord als ‘elements’ daar in Galaten. Om de een of andere reden worden die woorden hier in de Engelse vertaling verschillend vertaald, maar in het Grieks is het dezelfde uitdrukking: de grondbeginselen van de wereld.
Let op: als ik je zou vragen wat de grondbeginselen van een werelds leven zijn, zou je misschien denken aan drinken en roken en achter vrouwen aan zitten. Dat is wereldsgezindheid. Maar als Paulus spreekt over de grondbeginselen van wereldsgezindheid, of van de wereld, stelt hij die niet gelijk aan losbandig toegeven aan je eigen verlangens. Hij spreekt over voorschriften:
Niet aanraken, niet proeven, niet vastpakken.
Ascese, zelfverloochening van godsdienstige aard, niet van geestelijke aard, maar van godsdienstige aard. Het gaat om iemand die God niet kent en die zonder God goed genoeg probeert te zijn door zich aan regels en voorschriften te houden. Dat is werelds. Dat is slecht. Daarvan zijn we verlost.
Nu we met Christus gestorven zijn, zegt hij in Kolossenzen: als je met Christus gestorven bent, waarom houd je je dan nog aan deze wereldse beginselen, deze wereldse voorschriften? Dat is wat hij tegen de Galaten zegt in hoofdstuk 4 van Galaten. Hij zegt dat we in zo'n slavernij verkeerden voordat Jezus kwam, maar nu niet meer. Waarom keren jullie terug naar deze grondbeginselen van de wereld?
Bevrijd uit de tegenwoordige slechte eeuw #
Ik zeg dat omdat hij in Galaten 1, vers 4, zegt dat Jezus is gestorven om ons te verlossen uit deze tegenwoordige slechte eeuw.
‘Deze slechte eeuw’ is natuurlijk vaag en kan meer dan één ding betekenen. Zelf stel ik de slechte eeuw gelijk aan de eeuw waarvan ze het einde naderden. Paulus sprak vaak over zichzelf als iemand die aan het einde van de eeuw leefde, en dat deden de andere schrijvers van de Schrift ook. Daarmee werd volgens mij de Joodse eeuw bedoeld, de eeuw van het oude verbond, de eeuw van de wet van de Sinaï. Die was in zekere zin door de kruisiging van Christus tot een einde gekomen. Maar ze zou natuurlijk uiteindelijk volledig ineenstorten met de vernietiging van het Joodse staatsbestel en de Joodse orde in het jaar 70.
Ze leefden dus, zoals Paulus en anderen in de gemeente in het Nieuwe Testament zeiden, aan het einde van deze eeuw. Christus kwam om ons uit die tegenwoordige slechte eeuw te verlossen, uit die Joodse wettische gerichtheid. Jij en ik kunnen ons daar niet echt zo veel bij voorstellen, omdat we nooit onder het jodendom hebben geleefd. Dat was al heel lang verdwenen voordat wij geboren werden.
Je zou kunnen zeggen: ‘Nou, de Galaten zouden meer op ons lijken dan op Joden, want de Galaten waren heidenen. Ze hadden dus niet onder een wettische godsdienst geleefd.’ Dat klopt, dat hadden ze niet, maar dat is nu juist het punt. Degenen die waren binnengekomen nadat Paulus was vertrokken, probeerden hen daaronder te brengen. Ze probeerden hen onder die Joodse wettische gerichtheid te brengen, en Paulus zegt: ‘Nee, Jezus is gestorven om dat te bedekken. Hij heeft ons uit die dingen verlost.’
We zijn verlost van die verplichtingen, van die voorschriften. We hebben een nieuwe levenswandel, die hij in hoofdstuk 5 beschrijft als een wandel in de Geest. Daar komen we uiteindelijk nog op. Laten we verdergaan.
Verwondering in plaats van dankzegging #
Vers 6, Paulus zegt:
Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie,
In vers 6 wijkt Paulus heel sterk af van wat hij gewoonlijk aan het begin van zijn brieven doet. Je kunt de andere brieven in je eigen tijd nakijken. Misschien hoeft dat niet, omdat je je dit kenmerk dat ik zo ga noemen nog wel kunt herinneren. Na zijn gebruikelijke begroeting, zoals we die in de eerste vijf verzen van Galaten hebben, zegt Paulus doorgaans vervolgens:
Ik dank God omdat…
Hij zegt het bijvoorbeeld zoals hij dat tegen de Filippenzen doet:
Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk
Of hij zegt:
2Wij danken God altijd voor u allen, wanneer wij aan u denken in onze gebeden, 3en zonder ophouden denken aan het werk van uw geloof, de inspanning van uw liefde en de volharding van uw hoop op onze Heere Jezus Christus, voor het aangezicht van onze God en Vader. 4Wij weten immers, geliefde broeders, van uw verkiezing door God.
zoals hij tegen de Thessalonicenzen zegt. Of hij zegt:
Ik dank God voor jullie, in een ander opzicht. Gewoonlijk dankt Paulus op dit punt God voor zijn lezers.
In dat opzicht is dit een ongebruikelijke brief. Hij dankt God niet voor hen. In plaats daarvan verwondert hij zich over hen, over hoe slecht het met hen gaat en hoe snel ze na hun bekering rechtsomkeert hebben gemaakt. Er is wel opgemerkt dat Paulus het kon opbrengen zich te verheugen en God te danken voor veel moeilijke situaties, en zelfs voor gemeenten waarmee het in bepaalde opzichten niet goed ging. De gemeente in Korinthe bijvoorbeeld is een van de gemeenten waartegen hij wel zei:
Ik dank God voor jullie.
Dat vind je in 1 Korinthe hoofdstuk 1, vers 4:
Ik dank mijn God altijd voor u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus.
enzovoort. Zelfs voor de gemeente in Korinthe dankte hij God.
Zelfs voor Korinthe kon Paulus danken #
Hoe was de toestand van de gemeente in Korinthe toen hij 1 Korinthe schreef? Ze tolereerden incest. Er was in de gemeente een man die met de vrouw van zijn vader samenleefde. Er werd geen tucht op hem toegepast en niemand sprak hem erop aan. De gemeente beroemde zich er zelfs op, op hoe genadig ze met deze situatie omgingen. Het was een schande voor de gemeente en een smaad voor het Evangelie, en het was zelfs iets waar de heidenen schande van spraken, zei Paulus.
Wat deden ze nog meer? Dronken worden bij de avondmaalsgemeenschap. Ik ben in behoorlijk vleselijke gemeenten geweest, maar ik ben nog nooit in een gemeente geweest waar mensen dronken werden bij de avondmaalsgemeenschap. Wat deden ze nog meer? Ze hadden blijkbaar heel wanordelijke samenkomsten. Als er een buitenstaander binnenkwam, zou die denken dat ze gek waren, met de chaos die daar heerste.
Wat nog meer? Er waren gemeenteleden die elkaar voor de rechter sleepten, die rechtszaken tegen elkaar aanspanden. Paulus was absoluut ontzet toen hij daarvan hoorde. Er waren verdeeldheden, waarover Paulus ontzet was toen hij ervan hoorde. Sommigen zeiden:
Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus.
Die gemeente had enorme problemen. Er waren zelfs mensen in de gemeente die zeiden:
Als nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?
Dat is bijna een ontkenning van het Evangelie. Paulus wees hen erop dat dat niet met elkaar te rijmen valt. Want je erkent wel dat Jezus uit de doden is opgestaan, maar vervolgens zeg je dat de doden niet opstaan. Dat is niet met elkaar te rijmen. Zo redeneert hij in 1 Korinthe 15.
Maar wat ik wil zeggen, is dat die gemeente door en door geplaagd werd door ernstige problemen. Een ontkenning van de opstanding, mensen die dronken werden bij de avondmaalsgemeenschap, een opvallend geval van incest waardoor de hele gemeente daar bij de heidenen in een kwaad daglicht kwam te staan. Verdeeldheden, waarbij sommigen zich zelfs aansloten bij partijen die tegenover Paulus stonden, rechtszaken tussen christenen. Dit was een gemeente in chaos. En toch zegt Paulus tegen de Korinthiërs:
Ik dank God altijd voor jullie.
Mijn hemel, die man was een eeuwige optimist. Hoe slecht de situatie in de gemeente ook was, hij leek nog steeds iets te kunnen vinden waarvoor hij God kon danken.
Wetticisme als ontkenning van het Evangelie #
Maar niet bij de Galaten. Hij heeft niets waarvoor hij God kan danken als het om hen gaat. Wat is hun probleem? Vinden er massamoorden plaats in de gemeente? Grijpt homoseksualiteit er onbelemmerd om zich heen? Nee. Joods wetticisme. Paulus leek het veel beter te kunnen verdragen dat heidenen die de Heere liefhebben, worstelden met vleselijke dingen die ze nog niet overwonnen hadden. Veel beter dan dat ze het Evangelie ontkenden door terug te keren naar een valse godsdienst zoals het jodendom, of een godsdienst die niet langer geldig was.
Hij zag het als een ontkenning van het Evangelie. Hij zei: ‘Dit is een situatie waarvoor ik God niet zal danken.’ Hij zei het niet met zoveel woorden. Dat is wat hij deed. Hij dankte God niet voor hen, zoals hij gewoonlijk altijd deed.
Misschien had hij, als dit zijn vroegste brief was, nog niet de gewoonte ontwikkeld om God voor hen allemaal te danken. Maar laten we het zo zeggen. Toen hij Korinthe schreef, was hij heel bezorgd. Maar hij dankte God nog steeds voor hen. Hier moet hij buitengewoon bezorgd zijn geweest, omdat hij niet vanzelf iets vond om God voor te danken. God moet tenslotte gedankt worden, zelfs als het slecht gaat met mensen. God verdient Zijn dank en Zijn lof. Maar Paulus was blijkbaar zo ontdaan dat hij niet zei: ‘Ik dank God voor jullie.’ In plaats daarvan zegt hij:
6Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, 7terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt. 10Want ben ik nu bezig mensen te overtuigen, of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Dat wijst er sterk op dat ze nog niet zo heel lang christen waren, dat dit heel kort na hun bekering geschreven werd. Dus als dit de gemeenten in het zuiden van Galatië waren, moet dit heel kort zijn geweest nadat Paulus zijn eerste zendingsreis had voltooid. Het had niet lang geduurd voordat Joodse critici hem achterna waren gekomen. Bedenk dat toen Paulus door dat gebied reisde, de Joden uit die steden hem telkens de stad uit joegen. En in Lystre stenigden ze hem zelfs. De Joden deden dit allemaal, of ze zetten de heidenen ertoe aan. Zo werd Paulus tijdens zijn eerste zendingsreis omstreden onder de Joden. Misschien hadden sommige Joden uit die streken versterking uit Jeruzalem laten komen. Misschien zelfs enkele Joodse christenen die met hen sympathiseerden en het ook niet eens waren met de ideeën van Paulus.
Hoe dan ook, het duurde niet lang voordat er na het vertrek van Paulus in de gemeente tegenstand vanuit Joodse hoek ontstond. Hij zegt dat ze zich van de genade van Christus afkeerden. Waarom? Nou, dat zegt hij niet met zoveel woorden. Hij zegt dat ze zich afkeerden:
Van Hem Die jullie door de genade van Christus heeft geroepen, naar een ander evangelie.
Dan lijkt hij zichzelf in vers 7 tegen te spreken:
Maar er is geen ander, zegt hij.
Een ander evangelie is geen goed nieuws #
De woorden ‘another’ en ‘different’ zijn niet hetzelfde woord. Ik weet eigenlijk niet meer hoe het in de King James staat, of daar op beide plaatsen ‘another’ staat. Maar het zijn in het Grieks vergelijkbare woorden, al zijn ze verschillend. Geen woordspeling bedoeld. Maar ze betekenen wel ‘verschillend’ of ‘ander’. Het woord in het eerste geval, in vers 6, dat met ‘different’ is vertaald, is het woord heteron. Heteroseksueel heeft duidelijk die stam, tegenover homoseksueel. Homo betekent ‘hetzelfde’; heteron betekent ‘verschillend’. Een heteroseksueel is iemand die zich aangetrokken voelt tot een ander geslacht dan het eigen geslacht. Een homoseksueel voelt zich aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht als hijzelf.
Heteron is dus het Griekse woord dat in vers 6 met ‘different’ wordt vertaald:
Een ander evangelie, heteron. Maar heteron betekent verschillend, van een andere soort — een ander van een andere soort. Terwijl in vers 7 staat:
‘Er is geen ander.’ Het Griekse woord voor ‘another’ is allo, wat een ander van dezelfde soort betekent.
Misschien heb je weleens iemand horen zeggen, want predikanten zeggen dit vaak, dat toen Jezus in de bovenzaal in Johannes hoofdstuk 14 tegen Zijn discipelen zei:
En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven,
het woord voor ‘another’ allo was. Het betekent een ander van dezelfde soort. Er zijn namelijk twee Griekse woorden. Het ene betekent een ander van dezelfde soort; het andere betekent een ander van een andere soort. Wanneer Paulus deze twee woorden gebruikt, maakt hij dat onderscheid. Ze hebben zich tot een ander Evangelie gekeerd, een ander Evangelie dat van een andere soort is. Het is in vers 7 geen ander van dezelfde soort, maar het is een verdraaiing van het echte Evangelie.
6Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, 7terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt. 10Want ben ik nu bezig mensen te overtuigen, of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Het is een verdraaiing. Het is geen goed nieuws. Het woord Evangelie betekent goede tijding, goed nieuws. Ze brengen je een ander goed nieuws; het is geen goed nieuws. Wat zij hebben, is geen goed nieuws. Het lijkt misschien gewoon nog wat meer goed nieuws, een ander goed nieuws. Er bestaat geen ander goed nieuws. Het echte Evangelie is het enige goede nieuws. Al het andere is alleen maar een verdraaiing.
Let erop dat Paulus zichzelf erbij insluit. Als ik naar jullie toe kom en een ander Evangelie predik dan jullie mij eerder hebben horen prediken, luister dan niet naar mij. Dat maakt heel duidelijk dat hij niet de ene keer het ene leert en de andere keer iets anders. Als ik, iemand anders van ons of zelfs een engel uit de hemel jullie een ander Evangelie zou prediken dan wat jullie ons hebben horen prediken, laat die dan vervloekt zijn.
Anathema: onherroepelijk onder de ban #
Het Griekse woord voor ‘vervloekt’ is anathema. Het is een Grieks woord dat werd gebruikt in de Septuaginta van het Oude Testament. Dat was natuurlijk de Griekse vertaling van het Oude Testament uit het Hebreeuws in het Grieks. Dit Griekse woord anathema komt voor in het Griekse Oude Testament, de Septuaginta, op die plaatsen in de wet waar stond dat bepaalde dingen gewijd moesten worden of onder de ban moesten vallen.
Als er bijvoorbeeld volgens de wet in een stad een moordenaar was en de inwoners hem niet wilden uitleveren om berecht te worden, dan zouden ze onder de ban worden geplaatst. Dat zou betekenen dat ze aan God gewijd zouden worden om vernietigd te worden. Ze zouden de stad vernietigen; geen enkele persoon zou in leven mogen blijven. Een stad die onder de ban viel, zou geen hoop op verlossing hebben.
Jericho was de eerste stad in Kanaän die de Joden veroverden. En van alle steden die ze veroverden, was het de enige die God werkelijk onder de ban plaatste. De bedoeling was dat ze niets levends uit Jericho mochten meenemen. Ze mochten geen goud of wat dan ook meenemen. Het was allemaal aan God gewijd om vernietigd te worden, niet om door hen meegenomen en in beslag genomen te worden.
De gedachte achter iets onder de ban plaatsen of het op deze manier aan God wijden, was dat het nooit meer uit die toestand kon worden vrijgekocht. Zoals we in de wet lezen, waren er gelegenheden waarbij je een dier aan God kon wijden en dan zei: ‘O, niet dat dier. Ik wil een ander dier wijden.’ Dan moest je het omruilen met iets van twintig procent erbij. Je moest een boete betalen, maar je kocht het vrij. Je besloot: ‘Ik wil dat dier niet offeren. Ik zal dit dier offeren.’ Zo kocht je het weer vrij en zou het niet worden vernietigd. Maar wat onder de ban lag, of in die betekenis was gewijd, kon niet worden vrijgekocht. Dus wanneer Paulus zegt:
Laat zo iemand onder de ban vallen.
Dat is wat anathema betekent. Het betekent dat iets niet meer kan worden vrijgekocht, dat het aan de vernietiging is gewijd zonder mogelijkheid om het vrij te kopen. Wie moet er onder zo’n ban liggen? Iedereen die een ander Evangelie verkondigt dan het Evangelie dat Paulus eerder had verkondigd, zelfs als het Paulus zelf is. Zelfs een engel uit de hemel.
Wij zijn in onze tijd waarschijnlijk geneigd geweest om die verwijzing naar een engel hier toe te passen op mensen als Mohammed of Joseph Smith, de stichters van valse godsdiensten die beweerden dat ze bezoek hadden gekregen van engelen. Mohammed kreeg de Koran naar verluidt van de engel Gabriël. Het probleem is dat er een ander Evangelie in staat. Dus zelfs als hij een engel heeft gezien, is die engel geen engel van God. Die engel moet anathema zijn.
Joseph Smith beweerde dat hij het Boek van Mormon van een engel had gekregen, of van een verheven wezen dat gelijkstaat aan een engel. We weten niet of hij ronduit loog of dat hij alleen maar misleid was. Maar als hij een engel heeft gezien, was het een engel die onder de ban ligt. Het is een engel die volgens Paulus tot de vernietiging is veroordeeld, zonder mogelijkheid om te worden vrijgekocht, omdat hij een ander Evangelie verkondigde. In het Boek van Mormon staat een ander Evangelie dan in de Bijbel.
We hebben dus sinds de tijd van Paulus concrete gevallen waarop we zijn woorden zouden kunnen toepassen. Maar waarom gebruikte hij die woorden hier? Dacht hij aan een situatie waarin iemand een vals Evangelie verkondigde dat door een engel was verkondigd? Nee, dat betwijfel ik. Als dat zo is, kennen we zo’n Evangelie niet uit andere bronnen. We weten dat hij zich in werkelijkheid zorgen maakte over wetticisme van de Joodse soort.
Engelen als bemiddelaars van de wet #
Mogelijk bedoelt hij het volgende. Er bestond onder de Joden een overlevering die vaak in het Nieuwe Testament terugkomt, dat de engelen daar als bemiddelaars optraden toen God bij de Sinaï de wet gaf. We lezen bijvoorbeeld in Hebreeën hoofdstuk 2, vers 2, waar de schrijver van Hebreeën verwijst naar de wet die bij de Sinaï werd gegeven. Hij zei:
Want als het woord dat door engelen gesproken werd, al bindend was en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontving,
Hij verwijst daar naar de wet van Mozes, maar hij noemt die de wet die door engelen is gesproken.
Zo is Stefanus ook in Handelingen hoofdstuk 7 aan het prediken, en in vers 53 wijst Stefanus het Sanhedrin terecht met de woorden:
U, die de wet ontvangen hebt door de dienst van engelen, hebt die niet in acht genomen!
Dat is het einde van een zin die eerder begon, maar hij zei dat ze de wet op aanwijzing van engelen hadden ontvangen. De engelen waren op de een of andere manier betrokken bij het geven van de wet van Mozes. Het was het woord dat door engelen was gesproken in Hebreeën 2:2. Het was de wet die op aanwijzing van engelen was gegeven in Handelingen 7:53.
Zelfs verderop, in Galaten 3:19, zegt Paulus:
Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt.
Galaten 3:19:
Waar dient de wet dan voor? Die is erbij gekomen vanwege de overtredingen, totdat de nakomeling zou komen aan wie de belofte was gedaan.
En die, dat wil zeggen de wet:
Werd via engelen door een bemiddelaar ingesteld.
Dus zelfs in Galaten noemt Paulus de rol van engelen bij het geven van de wet.
Het is mogelijk dat degenen die de christenen de Joodse wet probeerden op te leggen, zeiden: ‘Luister, de wet is goddelijk. We weten dat die goddelijk is. Die is niet alleen door de hand van een profeet, Mozes, gekomen, maar zelfs door engelen.’ De Joden die tegen deze heidenen spraken, hadden misschien zo’n argument nodig, omdat de heidenen niet bijzonder onder de indruk zouden zijn van Mozes. Hij is gewoon een of andere Joodse man. Maar de heidenen hadden allemaal veel belangstelling voor engelen en geesten en dat soort dingen.
Stel dus dat deze judaïsten kwamen zeggen: ‘Luister naar ons. Wij leggen jullie een regel op die we niet zelf hebben bedacht. Mozes heeft die niet bedacht. Die is door engelen gegeven.’ In zo’n situatie zou Paulus kunnen zeggen: ‘Nou, luister’:
Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
Dat zou heel goed de reden kunnen zijn waarom Paulus hier engelen noemt. Zoiets doet hij verder nooit meer, maar het is heel goed mogelijk dat hij dit in gedachten heeft.
Engelenboodschappen toetsen aan de Schrift #
Natuurlijk denken veel mensen, wanneer ze dit horen, meteen aan iets wat ongeveer een bladzijde eerder in je Bijbel staat, in 2 Korinthe 11:14. In 2 Korinthe 11:14 staat:
En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.
Dat betekent dat hij zich als een engel van het licht kan vermommen. En hij zegt:
Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken.
Dat zijn ze niet, maar ze kunnen zich zo veranderen dat ze het wel lijken te zijn.
Vaak hebben mensen gedacht dat Mohammed inderdaad een engel heeft gezien en dat Joseph Smith inderdaad een engel heeft gezien, maar dat het geen echte engel was. Het was satan die in de gedaante van een engel verscheen, en dat is niet onmogelijk.
Hoe dan ook, iemand vroeg me wat ik vond van het boek Angels on Assignment. Over dat boek wordt tegenwoordig niet veel meer gesproken. De auteur, die het waarschijnlijk twintig of vijfentwintig jaar geleden schreef, is inmiddels overleden, en het was een groot succes. Twee decennia geleden was dit boek in sommige christelijke kringen heel populair. Maar deze voorganger beweerde dat engelen hem regelmatig in zijn werkkamer bezochten en hem inzichten, openbaringen en dergelijke gaven. Het meeste wat ze hem gaven, was geen regelrechte ketterij, maar veel ervan kon niet vanuit de Bijbel worden bevestigd. Sommige critici en mensen die het boek hebben beoordeeld, hebben gezegd dat er dingen in staan die tegen de Bijbel ingaan. Ik heb het nooit gelezen, omdat het me nooit interesseerde. Ik heb een Bijbel die door engelen is gegeven. Ik heb Roland Buck niet nodig om me te vertellen wat engelen tegen hem hebben gezegd. Ik zeg niet dat ik niet in engelen geloof, maar als ze iets zeiden dat met de Schrift overeenstemt, haal ik het gewoon uit de Schrift. Als het niet met de Schrift overeenstemt, wil ik hen toch al niet horen. En als het iets buitenbijbels is dat de Schrift bevestigt noch ontkent, dan zal het wel niet noodzakelijk zijn, want de Schrift bevat alles wat nodig is voor het leven en de godsvrucht.
Dus ik verdiep me niet in die engelenboeken en lees ze niet.
Maar er zijn veel christelijke recensenten van dat boek die meenden dat dit geen echte engelen waren, dat het misschien demonen waren, omdat sommige dingen die ze zeiden niet helemaal in overeenstemming met de Schrift waren. Ik kan je geen voorbeelden geven, omdat ik het boek zelf niet heb gelezen. Andere christenen menen dat het wel engelen waren. Maar waar het om gaat, is dat sommige mensen het echt geweldig vinden als er een engel verschijnt die je een boodschap geeft. Dat heeft bij mij nog nooit een engel gedaan, en het maakt me ook niet uit of dat ooit gebeurt. Ik heb geen belangstelling voor boodschappen van engelen, tenzij God wil dat ze komen. En als Hij dat wil, zal ik hen stevig aan de tand voelen en me ervan vergewissen dat ze alles kunnen beamen wat de Bijbel toch al zegt. Want als ze iets anders zeggen:
Laat ze vervloekt zijn.
Twee evangeliën in de bedelingenleer #
Dit heeft ook interessante gevolgen voor sommige leringen van de bedelingenleer. Dat is een leerstelsel waar je inmiddels wel iets van zou moeten weten. We hebben het er eerder over gehad. De bedelingenleer leert onder andere, tenminste de oorspronkelijke en zuivere bedelingenleer, dat er in wezen twee Evangeliën zijn. Er is het Evangelie dat Jezus predikte, het Evangelie van het Koninkrijk, en er is het Evangelie dat Paulus predikte, het Evangelie van de genade.
Volgens deze opvatting werd het Evangelie van het Koninkrijk alleen aan de Joden aangeboden. Jezus kwam en bood Zichzelf aan de Joden aan als een politieke Messias. En dat was het Evangelie: dat Hij het Koninkrijk in Israël zou vestigen, precies zoals zij dat van Hem wilden, het politieke koninkrijk enzovoort. Dat was voor hen het goede nieuws. Maar ze namen Hem niet als Koning aan, en daarom nam Hij dat Evangelie weg. Voorlopig kwam er een ander Evangelie voor in de plaats. Dat is het Evangelie van de genade, dat voornamelijk aan de heidenen wordt gepredikt en dat Paulus predikte.
Volgens deze opvatting zal het Evangelie van de genade er niet meer zijn wanneer de gemeente wordt opgenomen. Dan zal het Evangelie van het Koninkrijk opnieuw worden ingevoerd, omdat God tijdens de grote verdrukking zal proberen de Joden te winnen voor wat Jezus hun aanvankelijk probeerde te prediken. Door de grote verdrukking worden ze misschien ontvankelijker en worden hun harten zachter. Daarom zal het Evangelie van het Koninkrijk tijdens de grote verdrukking opnieuw worden gepredikt. Maar tussen de pinksterdag en de opname is het een ander Evangelie, het Evangelie van de genade.
Er zijn enkele heel ernstige bezwaren die volgens mij tegen die leer moeten worden ingebracht, hoewel die binnen de bedelingenleer heel gebruikelijk is. Het hoort er gewoon bij. Het is gewoon een onderdeel van het stelsel van de bedelingenleer. Er zijn twee Evangeliën, die allebei juist zijn, maar voor verschillende tijdperken.
Ik heb twee bezwaren. Het ene is wat Paulus hier zegt:
8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.
Volgens de bedelingenleer zou dat het Evangelie van de genade zijn dat Paulus predikte.
Laat hem vervloekt zijn.
Dat betekent dat als iemand ooit een ander Evangelie predikt, diegene vervloekt is. Laten we het het Evangelie van het Koninkrijk noemen, als aanhangers van de bedelingenleer het zo willen noemen. Als het een ander Evangelie is, en zij zouden zeggen dat het dat is, dan is iedereen die het predikt vervloekt. Tenzij de Bijbel na de opname niet meer van toepassing is.
Als na de opname, de veronderstelde opname vóór de grote verdrukking, mensen tijdens de grote verdrukking nog steeds de Bijbel lezen, dan zouden ze een vers als dit tegenkomen. En we zouden toch hopen dat degenen die Christus willen volgen de Bijbel lezen om Hem te leren kennen. En ze zouden mensen horen prediken. Volgens de uitleg van sommigen zouden het zelfs engelen uit Openbaring 14 zijn, engelen uit de hemel die tijdens de grote verdrukking het Evangelie van het Koninkrijk aan de wereld prediken. Hier heb je dus een engel uit de hemel die een ander Evangelie predikt dan wat Paulus predikte. Volgens Paulus zou die engel vervloekt moeten zijn, als ze hun Bijbel lezen.
Koninkrijk en genade zijn één Evangelie #
Maar dat is natuurlijk allemaal een heel gekunsteld systeem. Want als je terugkijkt naar Galaten of naar Handelingen, kan ik de vraag eens en voor altijd beslechten of Paulus geloofde dat er een Evangelie van het Koninkrijk was en daarnaast een ander Evangelie van genade. Dat is gemakkelijk vast te stellen in Handelingen hoofdstuk 20, waar Paulus de oudsten uit Efeze toespreekt. In vers 24 en 25 geeft Paulus ons zijn laatste toespraak tot de oudsten van de gemeenten in Efeze. Handelingen 20, vers 24 en 25. Hij zegt:
24Maar ik maak mij nergens zorgen over, en ook acht ik mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, evenals de bediening die ik van de Heere Jezus ontvangen heb om te getuigen van het Evangelie van Gods genade. 25En nu, zie, ik weet dat u allen, bij wie ik rondgegaan ben en het Koninkrijk van God gepredikt heb, mijn gezicht niet meer zult zien.
Dus dat hebben ze goed. Paulus predikte het Evangelie van genade. Hij zegt dat hij getuigt van het Evangelie van de genade van God. Lees verder, vers 25:
En nu weet ik dat jullie, bij wie ik overal over het koninkrijk van God heb gepreekt, me niet meer zullen zien.
Wat predikte hij onder hen? Het Evangelie van de genade van God of het Evangelie van het Koninkrijk van God? Nou, het klinkt alsof het allebei was. Hij leek daar geen enkele tegenstrijdigheid in te zien. Hij predikte het Koninkrijk van God. Hij predikte de genade van God. En allebei zijn ze goed nieuws. Het Evangelie van genade en het Evangelie van het Koninkrijk zijn één Evangelie. En dat zou je ook verwachten van een man die zei:
Als iemand ooit een ander evangelie verkondigt dan wat ik heb verkondigd, laat die dan vervloekt zijn, ook al is het een engel.
Paulus dacht blijkbaar niet dat er een tijd zou komen waarin zijn Evangelie achterhaald zou zijn en er een ander evangelie voor in de plaats zou worden geschoven. Of anders was hij gewoon een heethoofd die sprak zonder na te denken en die de implicaties van zijn eigen bedelingenleer niet nog eens had overdacht. Ik geloof niet dat Paulus een aanhanger van de bedelingenleer was. Ik denk dat deze verzen bewijzen dat hij dat niet was. Maar sommige mensen denken dat hij dat wel was. In dat geval is hij hier blijkbaar het contact met zichzelf en zijn eigen theologie kwijt.
Mensen behagen of Christus dienen #
Nadat hij dit allemaal heeft gezegd, zegt hij in vers 10:
Want ben ik nu bezig mensen te overtuigen, of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Daarna gaat hij over op zijn autobiografische materiaal. Dat begint bij vers 11 en loopt door tot en met hoofdstuk 2. Maar in vers 10 maakt hij duidelijk dat hij zich nu heel scherp uitspreekt:
6Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, 7terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien. 8Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. 9Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik ook nu weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt. 10Want ben ik nu bezig mensen te overtuigen, of God? Of probeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.
Laat hij niet meer te verlossen zijn. Dat is nogal heftig. Hij zegt: ‘Klinkt dat als de stem van iemand die zijn boodschap zo nu en dan verandert om mensen te behagen? Ik sta mezelf geen enkele speelruimte toe. Wanneer ik zeg: ‘Als wij of een engel uit de hemel een ander evangelie verkondigen’, laat ik zelfs voor mezelf geen speelruimte. Strookt dat met de beschuldiging die volgens mij over mij de ronde doet, dat ik mensen behaag en van mening verander en alleen maar zeg wat ik moet zeggen om mensen te overtuigen?’
Dan maakt hij het heel duidelijk:
Als ik het mensen nog steeds naar de zin probeerde te maken, zou ik geen dienaar van Christus zijn.
Dit is een goed vers om uit je hoofd te leren, want het kan eigenlijk twee dingen betekenen. Beide betekenissen zouden echt waar zijn. Ik weet niet precies op welke manier Paulus het bedoelde. Misschien bedoelde hij het op beide manieren.
De ene betekenis zou zijn dat als ik verslaafd ben aan het behagen van mensen, ik Christus nooit zou kunnen dienen, omdat Christus mij roept om dingen te doen die hun niet zouden behagen. Dat zou ik onmogelijk kunnen doen. Ik zou Christus onmogelijk kunnen dienen als ik iemand ben die mensen wil behagen. Iemand die mensen wil behagen, kan geen dienaar van Christus zijn. Dat is één manier om ernaar te kijken.
Een andere manier zou zijn om te zeggen, en dat is min of meer de keerzijde van dezelfde gedachte: als ik daadwerkelijk mensen behaag, dan moet het wel zo zijn dat ik God niet behaag, want mensen en Christus hebben verschillende opvattingen. Als ik mensen behaag, zou dat voldoende bewijs zijn dat ik Christus niet dien.
Deze dingen zijn allebei waar. En als je het subtiele verschil ertussen niet helemaal ziet, zal ik het zo zeggen. Volgens de ene mogelijke betekenis zegt hij dat het feit dat ik Christus dien, bewijst dat het mij er niet om gaat mensen te behagen. Want mensen zijn er niet blij mee dat ik Christus dien. Dus het feit dat ik Christus dien, bewijst jullie dat het mij er niet om gaat mensen te behagen.
Het andere punt zou kunnen zijn dat het feit dat ik in een andere situatie mensen zou behagen, zou bewijzen dat ik geen dienaar van Christus was. Ik zou doen wat de mens wil, niet wat Christus wil. Het ene bewijst het andere. Is het het feit dat ik mensen behaag dat bewijst dat ik geen dienaar van Christus ben? Of is het het feit dat ik geen dienaar van Christus ben dat bewijst dat ik mensen behaag?
Ik geloof dat ik dat verwarrender heb gemaakt dan nodig is. Wat aan beide suggesties ten grondslag ligt, is dat het behagen van mensen en het behagen van Christus niet zullen samengaan in dezelfde levenswijze. En om een dienaar van Christus te zijn, moet je gewoon een beslissing nemen: ben ik erop uit om mensen te behagen of niet?
Kritiek op bekende predikers benoemen #
Toen ik op Hawaï was, maakte ik iets mee wat ik in al mijn jaren waarin ik voor Jeugd met een Opdracht lesgaf nog nooit had meegemaakt. Dit was me nog nooit eerder overkomen. Er zat een meisje in het publiek, bij een enorme discipelschapstrainingsschool, de grootste die ze ooit op dat eiland hadden gehad, en ik gaf les over de fundamenten. Ik gaf les over geloof in God. En ik begin altijd met uit te leggen wat ik met mijn termen bedoel. Dus ik zei: met geloof bedoel ik niet hetzelfde als de mensen van de Woord van Geloof-beweging. Je hebt misschien wel van hen gehoord. Ik heb het over mensen als Kenneth Hagin, Kenneth Copeland, Marilyn Hickey en Fred Price. Deze mensen onderwijzen wat wij de Woord van Geloof-leer noemen, en zij hebben een andere kijk op wat geloof is dan ik. Zij geloven dat geloof een kracht is, een wet, iets wat je kunt manipuleren. Maar ik geloof dat de Bijbel leert dat geloof gewoon een reactie op God is en dat je God gelooft. Het is niet een of andere mystieke kracht die ergens bestaat; het is gewoon God geloven.
Toen besefte ik dat er misschien mensen van de Woord van Geloof-beweging in het publiek zaten. En omdat ik nu eenmaal zo om de dingen heen draai en mensen niet al te zeer voor het hoofd wil stoten, zei ik: ‘Trouwens, ik probeer niet te zeggen dat die mensen die ik net genoemd heb slechte mensen zijn, of dat ze geen christenen kunnen zijn, of iets dergelijks. Ik ben het alleen niet eens met wat ze over geloof zeggen.’ Daarna ging ik verder met mijn uitleg over geloof.
Toen ik halverwege de les pauze hield, kwam dat ene meisje naar me toe. Ze maakte van meet af aan geen goede indruk op me. Haar tong was gepiercet en er zat een pin doorheen. Het zij verre van mij om mensen op hun uiterlijk te beoordelen, maar ze had ook een brutale, opstandige houding, zo kwam het op mij over. Hoe dan ook, ze ging recht voor me zitten en kwam vlak voor mijn gezicht.
Ze zei: ‘Ik heb me in mijn hele leven nog nooit zo beledigd gevoeld door iets als toen jij de namen van Kenneth Copeland, Kenneth Hagin en Marilyn Hickey noemde. Dat zijn persoonlijke vrienden van mij. Mijn moeder is een predikster van de Woord van Geloof-beweging, heel bekend, heel beroemd.’ Ze vertelde me haar naam. Ik had nog nooit van haar gehoord. Ze zei: ‘Marilyn Hickey is regelmatig bij ons thuis geweest. Dat waren vrienden van mij. Je hebt hen beledigd. Dat was nergens voor nodig.’
Ik zei: ‘Luister, ik heb niets over hen gezegd wat onwaar is. Ik heb zelfs niets onaardigs over hen gezegd. Wat ik zei was niet onaardig en ook niet onwaar. Ik heb eenvoudigweg aangegeven wat zij geloven en gezegd dat ik dat niet geloof.’
Ze zei: ‘Maar je hoefde geen namen te noemen. Je had gewoon de leer kunnen noemen zonder namen te noemen.’
Ik zei: ‘Ik dacht dat sommige mensen misschien niet zouden weten waar ik het over had als ik alleen de leer noemde en niet de namen. De meeste mensen die naar christelijke televisie kijken, kennen hun namen wel. Als ik hun namen noem, weten ze wat ik bedoel wanneer ik het over de Woord van Geloof-leer heb. Maar misschien kennen ze de term “Woord van Geloof” niet, dus noemde ik hun namen om duidelijk te maken waar ik het over had.’
Ze zei: ‘Dat was onbeleefd.’
Ik zei: ‘De apostel Paulus noemde de namen van mensen met wie hij het oneens was. In 1 Timotheus en 2 Timotheus noemde hij Alexander de kopersmid, Hymeneüs en anderen van wie hij zei dat het ketters waren en voor wie hij mensen waarschuwde.’
Ze zei: ‘Nou, dat was Paulus. Dat was God niet.’
Toen wist ik dus dat we op verschillende golflengten zaten. Ik zei: ‘Ik denk dat wij waarschijnlijk net zo goed met elkaar zullen kunnen opschieten als een trage ober en iemand die weinig fooi geeft. Want we zijn het er om te beginnen al niet over eens dat wat Paulus schreef maatgevend is. Jij denkt: dat is Paulus, niet God. We zullen met dit gesprek nergens komen.’
Ze was beledigd. Ze kwam die hele week bij geen enkele les meer terug. Ze verscheen bij geen enkele les meer. Ze was de hele week beledigd. Ik heb haar nooit meer gezien.
Na afloop kwam er iemand naar me toe die zei: ‘Weet je wie haar moeder is? Je hebt dit meisje beledigd, en haar moeder is...’ En toen noemde die persoon de naam. Ik kende haar niet. ‘Ze is een heel profetische stem in de charismatische beweging. Ze is een heel bekende predikster.’
Ik zei: ‘Het kan me niet schelen wie ze is. Het kan me niet schelen of ze de maagd Maria is. Als ze ongelijk heeft, zal ik zeggen dat ze ongelijk heeft. Ik ben hier niet om mensen te behagen.’
Ik vroeg me af of Jeugd met een Opdracht hierdoor uiteindelijk problemen met deze vrouw zou krijgen. Als haar dochter bij haar moeder klaagt, probeert die vrouw misschien druk uit te oefenen op de basis van Jeugd met een Opdracht om dit terug te nemen of zoiets. Ik weet het niet. Ik hoop dat ze net als ik zijn en dat het hun niet kan schelen. Het kan mij niet schelen wat wie dan ook zegt. Ik wil openstaan voor onderricht. Als iemand zegt dat ik volgens hem op grond van de Bijbel ongelijk heb, zal ik naar hem luisteren. Maar de namen of de reputaties van de mensen tegen wie ik het opneem, kunnen me niet schelen. Ik ben misschien een nobody.
Toen Dave Hunt zijn boek The Seduction of Christianity schreef, hadden sommige mensen kritiek op hem omdat hij een nobody was en het opnam tegen de grote jongens. Hij nam het op tegen Robert Schuller en Paul Yonggi Cho, enzovoort. Ze zeiden vaak: ‘En wie is die Dave Hunt dan wel? Hij is een nobody.’
Wie bepaalt wie een nobody is? Wie de waarheid heeft en achter de waarheid blijft staan, is voor mij iemand. Jezus zei:
In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Galatians Introduction, 1:1 - 1:10. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/galaten/1-1-10
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/galaten/1-1-10.pdf?v=5ecda0aa3752
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Galaten - Lezing 01 - 1.1-10.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/galaten/1-1-10.mp3?v=ea16103ad4f9
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Galaten - Lezing 01 - 1.1-10.mp3
Galaten
Alle lezingen over Galaten. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 1:1-10 Paulus bestrijdt verplichte besnijdenis
- 2 1:11-2:21 Paulus kreeg zijn evangelie van Christus
- 3 3:1-18 De Galaten laten zich onder de wet brengen
- 4 3:19-4:7 Van slaven onder de wet tot Gods kinderen
- 5 4:8-5:12 De Galaten willen zich laten besnijden
- 6 5:13-6:18 Vrij van de wet om elkaar te dienen
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/galaten/1-1-10.srt?v=d9c19a9c893c
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Galaten - Lezing 01 - 1.1-10.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/galaten/1-1-10.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Galaten 1:6
- Galaten 3:1
- Handelingen 15:1
- Handelingen 15:2
- Galaten 1:1
- Galaten 1:11-12
- Galaten 1:15-17
- Galaten 2:1
- Galaten 2:2
- Handelingen 9:26-27
- Handelingen 11:30
- Galaten 2:1-3
- Galaten 2:10
- 1 Korinthe 9:20-21
- 1 Korinthe 9:21
- Galaten 1:10
- Galaten 1:8-9
- Galaten 5:11
- Galaten 2:7-9
- Galaten 5:12
- Handelingen 14:27
- Handelingen 14:28
- Galaten 1:1-5
- Openbaring 2:18
- Openbaring 2:1
- Galaten 4:9
- Galaten 4:3
- Kolossenzen 2:20-21
- Filippenzen 1:3
- 1 Thessalonicenzen 1:2-4
- 1 Korinthe 1:4
- 1 Korinthe 1:12
- 1 Korinthe 15:12
- Galaten 1:6-10
- Johannes 14:16
- Hebreeën 2:2
- Handelingen 7:53
- Galaten 3:19
- Galaten 1:8
- 2 Korinthe 11:14
- 2 Korinthe 11:15
- Handelingen 20:24-25
- Mattheüs 11:25