1 Johannes 4
Johannes waarschuwt voor valse profeten
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/1-johannes/4.pdf?v=9ea05b78623a. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/1-johannes/4.
Samenvatting
Het toetsen van profetieën en de liefde als kenmerk van Gods kinderen.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt Johannes’ oproep om de geesten te beproeven en legt uit hoe profetische uitspraken getoetst moeten worden aan de waarheid over Jezus, het apostolische onderwijs en het gedrag van de spreker. Hij benadrukt dat tekenen en wonderen op zichzelf geen bewijs zijn dat iemand namens God spreekt. Daarbij behandelt hij vier samenhangende kenmerken van een christen: geloof in Christus, gehoorzaamheid, liefde en het bezit van de Heilige Geest. Vervolgens laat hij zien hoe Gods liefde zichtbaar wordt in het zenden van Zijn Zoon en hoe onderlinge liefde vrijmoedigheid geeft op de oordeelsdag. Liefde voor God krijgt volgens hem praktisch gestalte door anderen te dienen en voor hen offers te brengen.
Vier toetsen voor het christen-zijn #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 1 Johannes 4.
Laten we 1 Johannes hoofdstuk 4 opslaan en beginnen te lezen bij vers 1. Johannes zegt:
Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.
Dit gedeelte begon in het laatste vers van hoofdstuk 3. In het laatste deel van vers 24 zei Johannes:
En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.
We weten of we christenen zijn, we weten of we werkelijk in Christus zijn en Hij in ons is, door de Geest Die Hij ons gegeven heeft. Hij gaat hetzelfde zeggen in hoofdstuk 4, vers 13. In hoofdstuk 4:13 gaat hij zeggen:
Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
Dit is een van de vier manieren waarop we volgens Johannes kunnen weten dat we werkelijk christenen zijn. Hij heeft ons in dit boek vier toetsen gegeven, en die lopen alle vier door het hele boek heen door elkaar en zijn met elkaar verweven. Soms weten we dat we christenen zijn vanwege ons geloof in Christus.
Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is.
Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.
Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God;
Deze uitspraken hebben allemaal te maken met onze theologische rechtzinnigheid ten aanzien van Christus. We moeten geloven dat Hij de Zoon van God is. We moeten geloven dat Hij de Christus is.
Jezus in het vlees tegenover de gnostiek #
In de specifieke context van de leerstellige strijd in de tijd van Johannes was het ook heel belangrijk om te belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. De gnostici, en vooral degenen die beweerden dat Jezus niet werkelijk lichamelijk was, maar dat Hij een schijngestalte was, ontkenden dat Jezus in het vlees gekomen was. Dat was een heel belangrijke dwaalleer die door Johannes werd weerlegd. Later, in de tweede eeuw, schreven mensen zoals Irenaeus hele boeken tegen die dwaalleer, die gnosticisme werd genoemd.
Die specifieke stroming binnen het gnosticisme die zei dat Jezus een schijngestalte was en niet lichamelijk, werd docetisme genoemd. Dat was de richting van een gnostische leraar die Docetus heette. Er is nog een andere stroming binnen het gnosticisme, het cerinthianisme, genoemd naar de leraar Cerinthus. Hij leerde dat Jezus geen schijngestalte was, maar dat de Christus-essentie een schijngestalte was. Het was een soort eon die bij Zijn doop op de gewone mens Jezus kwam, en toen werd Hij de Christus. Dat waren de gnostische dwaalleren van die tijd.
Johannes lijkt er in dit boek op uit te zijn beide stromingen binnen het gnosticisme te weerleggen, zo komt het op mij over. Maar wanneer hij zegt:
Elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is,
richt hij dat vooral tegen de valse leraren die docetisten waren, de volgelingen van Docetus die leerden dat Jezus niet lichamelijk was. Hij was niet in het vlees. Hij was slechts een geestverschijning. Daarom maakt Johannes daar dus een punt van.
Zonder die context zouden we ons kunnen afvragen waarom het zo belangrijk zou zijn dat mensen belijden dat Jezus in het vlees gekomen is. Betekent dat niet gewoon dat Hij net als ieder van ons is? Ik ben in het vlees gekomen; jij bent in het vlees gekomen. Betekent dat niet gewoon dat Hij een historische persoon is? Het betekent inderdaad dat Hij een historische persoon is. Maar in de context van de dwaalleer waar Johannes tegenover stond, was het heel belangrijk om de nadruk te leggen op dat gedeelte ‘in het vlees’: dat Jezus in het vlees gekomen is.
Je zou in deze specifieke uitspraak misschien zelfs een toespeling op de godheid van Christus kunnen vinden, als de lezers van Johannes bekend waren met zijn Evangelie, en sommigen denken dat ze dat waren. Sommigen denken dat deze brief een preek was die op zijn Evangelie gebaseerd was. In zijn Evangelie zei hij:
En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
Dat verwijst er natuurlijk naar dat Jezus mens werd. Maar het Woord is vlees geworden, staat er in Johannes hoofdstuk 1, vers 14. Hij heeft eerder in hoofdstuk 1 al gezegd dat het Woord God was. De leer van Johannes in het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes is dus dat God, het Woord, vlees geworden is.
Degenen die in dit geval ontkenden dat Jezus in het vlees gekomen was, ontkenden waarschijnlijk niet het gedeelte over God, maar het gedeelte over het vlees. In onze tijd zijn er mensen die het gedeelte over God ontkennen. Ze zeggen: ‘Ja, natuurlijk was Jezus een lichamelijke persoon die op aarde leefde, maar Hij was God niet.’ De leer van Johannes was dat God, het Woord, in het vlees gekomen is. De eerste toets van rechtzinnigheid is dus de leerstellige toets. Belijden we de waarheid over Jezus? Is Hij de Christus? Is Hij de Zoon van God? Is Hij in het vlees gekomen? Dat is toets nummer één.
Gehoorzaamheid en liefde als toetsen #
De tweede toets die we zijn tegengekomen, is de toets van de moraal, of de toets van de gerechtigheid. Die is in hoofdstuk 2 al verschillende keren aan de orde gekomen. Hij zei in hoofdstuk 2, vers 4:
Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.
Je zegt dat je een christen bent en je houdt je niet aan de geboden van Christus. Je leeft in ongehoorzaamheid. Je liegt wanneer je zegt dat Christus in je is en dat je Hem kent.
Hij zegt in het vers daarvoor, hoofdstuk 2, vers 3:
En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.
Zo weten we dat we christenen zijn: behalve dat we een juiste belijdenis over Christus hebben, leiden we een leven dat overeenstemt met Zijn onderwijs.
We zien deze krachtige uitspraken in hoofdstuk 3, vers 4:
4Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. 5En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen; en zonde is er in Hem niet. 6Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.
Daarmee bedoelt hij zonde als levenspraktijk.
Hij zei dat we daaraan weten of we kinderen van God of kinderen van de duivel zijn. Hij zegt in hoofdstuk 3, vers 10:
Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.
Dan heeft hij de derde toets:
En iemand die niet van zijn broer houdt, is evenmin uit God.
De toets van de liefde. De toets van de liefde zal ook in het laatste deel van hoofdstuk 4 centraal staan. Hij gaat zeggen:
Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
De toets van de liefde.
We hebben in dit boek al drie toetsen achter de rug. We hebben de toets van de theologie, wat in wezen je christologie is. Wat zeg je over Christus? De tweede toets is: leef je in gehoorzaamheid aan Christus? Ten derde: heb je lief? Dat is, opnieuw, leven in gehoorzaamheid aan Hem, maar liefde is de specifieke eigenschap die zichtbaar wordt.
De Geest herkennen en geesten beproeven #
Dan hebben we dit: de Geest. Heb je de Geest? In hoofdstuk 3, vers 24, zegt hij:
En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.
Dit is echter de meest ongrijpbare, de meest vage, de meest onzichtbare van de toetsen. Ik kan onmiddellijk weten of ik bepaalde dingen over Christus geloof, of ik in gehoorzaamheid aan Hem leef of in opstand tegen Hem leef. Ik kan aan de hand van bepaalde toetsen zelfs weten of ik mijn broeder liefheb of niet.
Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?
Maar hoe weet ik of ik de Geest heb of niet? Ik kan het gevoel hebben dat ik de Heilige Geest heb, maar hoe herken ik de Geest, de echte Geest tegenover een andere geest? Deze ketters geloofden ook dat ze de Geest van God hadden. Maar Johannes zei:
Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.
Zo begint hij hoofdstuk 4.
2Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is. 4Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is. 5Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. 6Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.
Er zijn andere geesten, en er zijn veel valse profeten, zegt hij, die de wereld in zijn gegaan.
Hij vertelt ons hoe we ze moeten toetsen. Maar laten we vers 1 op zichzelf bespreken.
Profeten en leraren in de vroege gemeente #
Hier wordt iets verondersteld over de vroege gemeente wat in onze moderne tijd niet altijd wordt verondersteld. Namelijk dat er in de gemeente mensen waren die door de Geest profetisch spraken. Alle mensen die in de gemeente profetisch spraken, beweerden dat ze door de Geest van God spraken. Profetie was spreken onder invloed van een geest, bij voorkeur de Geest van God als je een christen bent. Er waren valse profeten die door andere geesten spraken. Maar waar het om gaat, is dat men ervan uitging dat er in een geestelijke gemeenschap mensen zouden zijn die onder invloed van de Geest spraken, en dat zij profetische uitspraken zouden doen.
Dit geldt niet alleen voor de Bijbelse tijd. Ik heb een boek met de geschriften van de apostolische vaders. Ik ga je zo iets voorlezen uit de Didache. Dat was een boek dat waarschijnlijk aan het einde van de tweede of derde generatie christenen is geschreven, rond de overgang van de eerste naar de tweede eeuw. Ze hadden nog steeds profeten in hun gemeenten en ze moesten de profeten nog steeds toetsen. Maar waar het hier om gaat, is dat er in elke gemeentesamenkomst mensen waren die beweerden door de Geest te spreken, profetisch.
Wanneer iemand profetisch spreekt, beweert die persoon niet zijn eigen mening te geven. Dat is anders dan bij een leraar. Een leraar is geen profeet. Paulus zei:
En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,
Leraren zijn anders dan profeten of apostelen. Ik zeg van mezelf dat ik een leraar ben. Ik zeg niet dat ik een profeet ben. Een leraar doet niet hetzelfde als een profeet. Hopelijk wordt een leraar door de Geest geleid of door de Geest onderwezen, zodat hij betrouwbare informatie kan doorgeven. Dat is zeker waar hij op hoopt. Maar hij beweert niet dat hij onder rechtstreekse invloed spreekt, zoals een profeet dat doet. Een leraar beweert niet dat alles wat hij zegt noodzakelijkerwijs het Woord van de Heere is, maar dat het een uitleg is van wat het Woord van de Heere zegt. Een profeet daarentegen beweert de eigen woorden van God te spreken, terwijl God die door hem of haar heen spreekt. Er waren ook vrouwelijke profeten.
Profetie is meer dan geïnspireerde prediking #
De aanwezigheid van profeten in de gemeente wordt in de Bijbel als vanzelfsprekend beschouwd, en wij beschouwen dat in onze gemeenten vandaag niet als vanzelfsprekend. Sommige gemeenten hebben dat zelfs als officiële leer: dat de gave van profetie niet meer bestaat, of dat ze die kunnen herinterpreteren als iets anders dan wat ze in Bijbelse tijden was. Sommige leraren, sommige commentatoren en zelfs sommige mensen die de Bijbel parafraseren, vervangen bijvoorbeeld het woord ‘profetie’, wanneer het gaat over de nieuwtestamentische gave van profetie, door de uitdrukking ‘geïnspireerde prediking’.
Ik herinner me nog dat de Living Bible van Ken Taylor voor het eerst uitkwam. Dat was de eerste keer dat ik dat ergens zag. Waar Paulus in 1 Korinthe over de gave van profetie spreekt, was het vervangen. Ik denk dat het inmiddels weer is veranderd in ‘profetie’, maar Ken Taylor had oorspronkelijk ‘inspired preaching’ staan:
Iedereen die de gave heeft om geïnspireerd te spreken.
Ik veronderstel dat profetie geïnspireerde prediking is, maar dat verandert toch wel onze kijk op waar we het hier over hebben. Want we zouden van elk inspirerend onderwijs, van alles waardoor ik me geïnspireerd voel als ik het hoor, kunnen zeggen: ‘Dat was geïnspireerd’, of: ‘Ik geloof echt dat God die man gezalfd heeft om die boodschap te prediken.’ Hopelijk is dat ook zo, want Petrus zei:
Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.
Toch spreekt niet iedereen als profeet. Een profeet is niet iemand die alleen maar een inspirerende preek of een gezalfde preek houdt. Hij spreekt:
Dit zegt de Heer.
Vaak denkt men dat dat soort profetie niet in de huidige gemeente thuishoort. Men vindt dat die met de apostelen is verdwenen, dat die met de eerste eeuw is verdwenen. Maar nog verscheidene eeuwen daarna spreken de kerkvaders erover dat ze profeten in hun gemeente hebben. Zij dachten dus niet dat die in de eerste eeuw was verdwenen.
De gave van het onderscheiden van geesten #
Al moet ik toegeven dat er vandaag gemeenten zijn die dat soort profetie echt verwelkomen. En ik denk dat ze heel wat valse profeten krijgen, om je de waarheid te zeggen. Overal waar profetie welkom is, is waarschijnlijk ook valse profetie. Johannes wist dat ook al in de vroege gemeente. Paulus wist dat trouwens ook. Het was nodig om profeten te beoordelen, want je moest beoordelen of ze echt waren, of ze een echt woord van de echte Heilige Geest doorgaven, of iets anders. Ofwel deden ze alsof, ofwel werden ze misschien geïnspireerd door een verkeerde geest, een andere geest, een demon.
In 1 Korinthe 12, waar Paulus de gaven van de Geest opsomt, geeft hij hier een lijst van negen gaven. In Romeinen 12 geeft hij nog een lijst, met enkele andere gaven. Maar terwijl hij een aantal van die gaven opsomt die aan verschillende gemeenteleden worden gegeven, zegt hij in 1 Korinthe 12:10:
en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen.
Je zag daar een gave die het onderscheiden van geesten wordt genoemd. Veel mensen hebben me verteld dat ze de gave van onderscheidingsvermogen hebben. Maar de Bijbel spreekt nergens over een gave van onderscheidingsvermogen. Onderscheidingsvermogen is iets waarvan de Bijbel zegt dat je het ontwikkelt door het gebruik van het Woord van God. Dat staat in Hebreeën hoofdstuk 10.
Maar vast voedsel is voor volwassenen, die door oefening hun zintuigen getraind hebben om goed en kwaad te onderscheiden.
Onderscheidingsvermogen is iets wat ieder wijs mens heeft. Eigenlijk is onderscheidingsvermogen in zekere zin gewoon wijsheid: herkennen wat echt is en wat niet. Alle christenen horen dat te hebben. Paulus spreekt niet over een bijzondere gave van de Geest die onderscheidingsvermogen is, maar hij spreekt over het onderscheiden van geesten. Dit woord ‘onderscheiden’ in 1 Korinthe 12:10 is het woord diakrino, dat onderscheiden betekent: onderscheid maken tussen geesten.
Profetische uitspraken samen beoordelen #
Ik wil je de gedachte voorleggen dat ‘geesten’ hier op profetische uitspraken slaat. Ook in 1 Johannes hoofdstuk 4:
Geloof niet elke geest,
slaat het volgens mij op profetische uitspraken. Zo zouden wij gewoonlijk niet spreken, maar de Bijbelschrijvers spreken soms wel over profetische uitspraken als geesten. Het zijn uitspraken van geesten, hopelijk van de Heilige Geest. Maar het onderscheiden van geesten, of het beoordelen of het onderscheid maken tussen geesten, is een gave die samen met de profetie zelf wordt gebruikt.
Dat zien we in 1 Korinthe 14 en vers 29. In vers 14:29 zei Paulus:
En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen.
Dit woord ‘beoordelen’ is hetzelfde woord als ‘onderscheiden’ in de andere passage, diakrisis. Dit is eigenlijk de werkwoordsvorm van het zelfstandig naamwoord. Een van de gaven van de Geest is het beoordelen van geesten, of het beoordelen van profetische uitspraken. Dus wanneer de profeten spreken, moeten anderen beoordelen. Dat wil zeggen: die gave van het onderscheiden van geesten gebruiken, geesten beoordelen.
Trouwens, als je iets verderop in 1 Korinthe 14 kijkt, staat er:
En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.
Gewoonlijk wordt dit zo uitgelegd dat bij iemand die profetie heeft, die gave aan hem onderworpen is. Hij hoeft het er dus niet zomaar uit te flappen, enzovoort; hij kan zichzelf beheersen. Ik geloof dat dat helemaal waar is. Ik geloof niet dat iemand die de ware geest van profetie heeft, dingen er onbeheerst uit moet flappen. Maar de uitspraak betekent volgens mij persoonlijk, in de context van wat Paulus zegt, dat elke profetische uitspraak die een profeet wil doen, onderworpen is aan het oordeel van de andere profeten. Hij zei:
Laat twee of drie profeten spreken en laat de anderen het beoordelen.
Met ‘de anderen’ bedoelt hij vermoedelijk de andere profeten. Want elke afzonderlijke uitspraak, geest, is onderworpen aan het oordeel van de profeten, dat wil zeggen de groep profeten in de gemeente.
Profetie en beoordeling horen bij elkaar #
Dit kan ook anders worden opgevat. Maar het is interessant dat hetzelfde woord wordt gebruikt, dit woord ‘beoordelen’, dat wordt gebruikt bij de gave van het onderscheiden van geesten. Als je nog eens terugkijkt naar hoofdstuk 12 van 1 Korinthe, 1 Korinthe 12:10, zul je zien dat hij in de opsomming zegt:
en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen.
Dat wil zeggen, er zijn gaven die bij elkaar horen. Bij de gave van profetie moet je ook iemand hebben die kan onderscheiden of een profetie echt is of niet. Bij de gave van tongentaal moet je iemand hebben die kan uitleggen wat ze zeggen.
En daarom zegt hij in 1 Korinthe 14:
En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen.
Je kunt geen profetie hebben zonder dat die profetie wordt beoordeeld. Je kunt niet in tongen spreken zonder uitleg. Er zijn dus gaven die bij elkaar horen. En Paulus betoogt dat alle profetieën, alle profetische geesten, beoordeeld moeten worden.
Als je kijkt naar 2 Thessalonicenzen, hoofdstuk 2, begint Paulus dat hoofdstuk met de woorden:
1En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, 2dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn.
Laat je niet van je stuk brengen als je een geest hoort, een woord hoort of een brief krijgt die zogenaamd van ons afkomstig is. Een geest is waarschijnlijk een profetische uitspraak in de gemeente die zegt dat de dag van de Heere is gekomen. Geloof het niet als je een geest dat hoort zeggen, of als je daarover een woord van iemand krijgt, of een brief die zogenaamd van mij afkomstig is en waarin dat staat. Zoiets zou ik niet zeggen. Geloof die dingen niet.
Maar let erop dat hij het woord ‘geest’ hier ook gebruikt als aanduiding van een profetische uitspraak of een geestelijke uitspraak, een profetie. De meeste commentatoren zouden het daarmee eens zijn. Profetieën moeten worden onderscheiden en beoordeeld. Daarom is er de gave van het onderscheiden van geesten. En die geesten zijn onderworpen aan de profetische beoordeling.
Geloof vraagt om toetsing, niet goedgelovigheid #
Johannes zegt in de passage die we nu behandelen ook dat we profetieën moeten beoordelen, of geesten moeten beoordelen.
Ik denk dat dit betekent: geloof niet elke profetische uitspraak. De reden dat ze dat ‘geest’ zouden noemen, is dat men aannam dat er achter de profetische uitspraak een werkelijk geestelijk bewustzijn schuilging. En natuurlijk neemt iedere christen aan dat het de Heilige Geest is Die door hen spreekt. Maar Johannes weet dat er valse profeten zijn die valse profetieën uitspreken, duidelijk door een valse geest. Hij zei zelfs dat het de geest van de antichrist is. En hij zegt in vers 6 dat we de Geest van de waarheid moeten kunnen onderscheiden van de geest van de dwaling.
Zodra we geestelijk worden en ons bewust worden van geestelijke dingen, kunnen we ook goedgelovig zijn en denken dat iedereen die zegt: ‘Dit zegt de Heer’, werkelijk namens de Heere spreekt. Eén ding dat we uit deze uitspraken over het beoordelen van profetie kunnen opmaken, is dat goedgelovigheid geen christelijke deugd is. God wil niet dat mensen goedgelovig zijn. Sommige mensen denken dat christenen goedgelovig zijn omdat we dingen geloven die de critici zelf niet geloven. Maar eigenlijk hoort een christen niet goedgelovig te zijn. De dingen die ik als christen geloof, geloof ik omdat er goede bewijzen voor zijn. Ik zou ze werkelijk niet geloven als daar geen goede reden voor was. En we horen niet zomaar alles te geloven wat iemand zegt als diegene zegt namens God te spreken.
Daarom is het terecht om zelfs de Schriften te beoordelen, want deze Schriften zijn oorspronkelijk geschreven door mensen die beweerden namens God te spreken. Gelukkig ontdek je, wanneer je de Bijbelboeken beoordeelt, dat ze dat inderdaad deden. Je ontdekt dat ze dingen voorspelden die zijn uitgekomen, en dat ze ook op andere manieren de toets hebben doorstaan.
Ware profetieën komen uit #
Als je terugkijkt naar Deuteronomium, vertelt Mozes, of waarschijnlijker God door Mozes, Israël twee keer hoe het onderscheid kan maken tussen ware profetieën van God en valse profetieën die niet van God afkomstig zijn. Het is duidelijk dat dit ook in het Oude Testament belangrijk was om te weten. In Deuteronomium hoofdstuk 18 heeft hij voorspeld dat de Heere andere profeten zal sturen nadat Mozes er niet meer is. In de verzen 21 en 22 zegt hij:
21Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft? 22Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, dan is dat een woord dat de HEERE niet gesproken heeft. In overmoed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem.
Dat wil zeggen, als het een valse profetie is, hoe zullen we dan weten dat het een valse profetie is? En in vers 22 wordt één toets gegeven.
Dus als het voorspelde niet uitkomt, is het een valse profetie. Of het voorspelde in vervulling gaat, is natuurlijk een van de voornaamste toetsen om vast te stellen of de profetie betrouwbaar is. Als je kijkt naar Jeremia 28:9, staat er:
Maar van de profeet die profeteert van vrede, als het woord van die profeet uitkomt, van die profeet zal erkend worden dat de HEERE hem in waarheid heeft gezonden.
Dus nogmaals, hoe weten we of de profeet die spreekt werkelijk door de Heere gezonden is, of hij werkelijk door de Geest van God spreekt? Wanneer de voorspelling die hij doet uitkomt, is dat een goed teken. Over het algemeen kennen mensen die niet door de een of andere geest geïnspireerd zijn de toekomst niet. Als je iets nauwkeurig kunt voorspellen en het gebeurt, is dat een behoorlijk goede bevestiging. Dat is één reden waarom we weten dat de profeten die onze Bijbel hebben geschreven ware profeten waren. In hun eigen tijd trokken sommige mensen hen in twijfel, maar achteraf erkenden de Joden dat dit ware profeten waren, omdat gebeurde wat ze zeiden. Daarom zijn ze in de Bijbel opgenomen.
Een profeet moet naar de ware God wijzen #
Als je nog eens teruggaat naar Deuteronomium, staat er in Deuteronomium 13, vers 1 tot en met 3, een tweede toets voor ware profetie. Er staat:
1Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, 2en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt en hij zegt: Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, 3luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de HEERE, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de HEERE, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel.
Hier hebben we dus een geval dat de toets van hoofdstuk 18 doorstaat. Hij zegt dat er iets gaat gebeuren, en het gebeurt. Dus in zekere zin lijkt hij de eerste hindernis genomen te hebben om als een ware profeet erkend te worden. Maar er staat:
Als het teken of het wonder uitkomt waarover hij tegen je zei: laten we andere goden volgen die jullie niet kennen en die gaan dienen. Luister dan niet naar die profeet of die dromer, want de Heer, jullie God, stelt jullie op de proef om te zien of jullie met heel je hart en heel je ziel van Hem houden.
Dit is interessant, want hij zei dat er ook nog een andere manier is om te weten of een profeet vals is. Dat is wanneer hij je zegt dat je andere goden moet aanbidden, wanneer hij iets anders dan de ware God voorstelt als datgene wat je behoort te aanbidden. In zekere zin is dat ook het uitgangspunt van Johannes wanneer hij zegt:
Elke geest die de waarheid over Jezus niet belijdt, is niet uit God.
Zo'n geest stelt Jezus verkeerd voor. Die stelt een andere Jezus voor.
God stelt trouw op de proef door verleiding #
Het is interessant hoe het in Deuteronomium 13 staat, want hij zegt dat de profeet in kwestie daadwerkelijk een teken of wonder geeft dat uitkomt. Dat is behoorlijk indrukwekkend. Maar vervolgens probeert hij je ertoe te brengen een verkeerde god te aanbidden. Hoe verklaar je dan dat het teken of wonder uitkwam? We zouden misschien denken dat Mozes zou moeten zeggen: ‘Besef je niet dat dit een demonische geest is die zich voordoet als Gods Heilige Geest? Het is een boze geest die dit werk doet, dit teken of dit wonder, om je van het rechte pad af te brengen.’
Het kan heel goed zijn dat het zo was. Het kan heel goed zijn dat het in elk van die gevallen om een boze geest gaat. Maar dat is niet wat Mozes benadrukt. Hij zegt:
De Heer, jullie God, stelt jullie op de proef.
God laat toe dat er een valse profeet in jullie midden komt en zelfs tekenen en wonderen doet. Zijn leer is verdorven, en hij wil jullie wegleiden van de ware Christus, van de ware God. Door dat toe te laten, laat God jullie op de proef stellen. Hij wil zien of je trouw bent. Hij wil zien of je de Heere liefhebt met heel je hart en heel je ziel, of niet. Of dat je achter een andere god aan zult gaan zodra er iets verleidelijks voorbijkomt.
Dit is heel interessant, want het vertelt ons natuurlijk iets over God. Iemand vroeg me op de radio: ‘Waarom heeft God toegelaten dat satan bestaat?’ Ik zei: ‘Ik denk omdat Hij hem kan gebruiken.’ God wil dat we op de proef worden gesteld, en satan is degene die ons op de proef stelt; hij is de verleider. Wat er gebeurt, is dat de duivel ons bij God vandaan probeert te lokken. En God laat dat toe, omdat de Heere, je God, je op de proef stelt om te zien of je de Heere met heel je hart liefhebt of niet. Als dat zo is, zul je niet achter de duivel aan gaan. Als je wel achter de duivel aan gaat, heb je de proef niet doorstaan. Dan is aan het licht gekomen in hoeverre je wel of niet te vertrouwen bent als volgeling van Christus.
Tekenen en wonderen in de gemeente toetsen #
Zo stelde God Israël dus op de proef door valse profeten toe te laten. Kennelijk misschien valse profeten die door demonen kracht kregen en tekenen en wonderen konden doen. De gemeente heeft vandaag mensen in haar midden die valse profeten zijn, en sommigen van hen geven zelfs tekenen en wonderen. Er zijn tekenen en wonderen in sommige stromingen binnen de gemeente van vandaag. Niet alle tekenen en wonderen moeten worden afgewezen, maar veel ervan wel. Ze moeten allemaal getoetst worden.
Iemand begint je te vertellen dat er in zijn gemeente iets wonderbaarlijks gebeurt. Bijvoorbeeld dat er tijdens de dienst goudstof op de bladzijden van zijn Bijbel verschijnt. Of dat gaatjes in tanden met goud worden gevuld terwijl mensen daar in de gemeente zitten. Of dat veren van engelenvleugels uit de lucht komen zweven terwijl ze in de gemeente zijn. Je hoort dit soort onzin. En dan begin je te zeggen: ‘Wat leren ze je eigenlijk precies over God? Wat leren ze je over Jezus?’ Op zijn minst wekken ze de indruk dat God belangstelling heeft voor een heleboel spectaculaire onzin, wat in zekere zin ook een andere god is. Waarom doordringen ze je niet van de noodzaak van heiligheid en gehoorzaamheid en het trouw navolgen van Christus, in plaats van je te verblinden en af te leiden met goudstof op je Bijbelbladzijde? Wat heb je daaraan? Waarom zou God daar ook maar enige belangstelling voor hebben?
Er zijn tekenen en wonderen. Ik weet niet of ze bovennatuurlijk zijn of in scène gezet. Natuurlijk zijn sommige in scène gezet. Sommige zijn misschien bovennatuurlijk. Maar laat je in elk geval niet misleiden alleen omdat er een geest aan het werk is. Er spreekt een geest. Johannes zei:
‘Geloof niet elke geest. Onderzoek de geesten om te zien of ze van God komen.’ Mozes waarschuwde de Joden in Deuteronomium voor hetzelfde. En dus is het toetsen van de geesten een van de belangrijkste dingen voor christenen die daadwerkelijk in een geestelijke omgeving functioneren.
De gemeente leeft van Gods Geest en woorden #
Sommige van onze gemeenten zijn niet zo geestelijk. Het is mogelijk om een gemeente te beginnen en die als een machine te laten draaien. Je hebt een vaste werkwijze, en die volg je elke zondag, en zo gaat het voorbij. Geen rampen en ook geen spectaculair werk van God, maar het functioneert. Maar de gemeente zoals die hoort te zijn, behoort een plaats te zijn waar de Geest van God alle mensen vervult. Ze aanbidden God in de Geest, en er functioneren allerlei gaven van de Geest. Waarschijnlijk zouden onderwijs en prediking de voornaamste gave zijn die in zo'n samenkomst functioneert, en zo hoort het ook. Maar misschien ook profetie, zo nu en dan.
De vroege gemeente kende profeten in haar midden, en ze beoordeelden hen omdat ze wisten dat de gemeente leeft:
Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.
En als God een woord voor hen had door degenen in de gemeente die een profetische gave hadden, wisten ze dat de gemeente van die woorden van God moest leven. Maar als iemand opstond en beweerde namens God te spreken, en zei: ‘Zo zegt de Heere’, terwijl hij door een andere geest sprak, dan zou dat vergif voor de gemeente zijn. De gemeente was volledig afhankelijk van de Heilige Geest om haar aanwijzingen en licht enzovoort te geven. Daarom was het absoluut noodzakelijk om niet een andere geest ongemerkt binnen te laten komen die verkeerde aanwijzingen gaf, want dan zou de gemeente gewoon afdwalen.
De Didache over apostelen en profeten #
De Didache is, zoals ik al zei, geschreven rond de overgang van de eerste naar de tweede eeuw. Didache is een Grieks woord dat ‘onderwijs’ betekent, en de langere titel is Het onderwijs van de twaalf apostelen. Niemand beweert dat de twaalf apostelen de Didache hebben geschreven. Maar de vroege christenen, een of twee generaties na hen, schreven die als een overzicht van de gebruiken en voorschriften voor de gemeente en dergelijke: hoe je moet dopen, hoe je aan de avondmaalsgemeenschap moet deelnemen, dat soort dingen. De gemeente volgde die, en naar verluidt was dit wat de apostelen tijdens hun leven hadden onderwezen.
Sommige dingen hierin zijn nogal vreemd. Sommige gaan beslist verder dan de Schrift, en van sommige kun je zelfs betogen dat ze tegen de Schrift ingaan. Maar het is interessant, omdat het een authentiek en gezaghebbend document uit de vroege gemeente is waarvan veel christenen in de begintijd vonden dat het in het Nieuwe Testament hoorde. Het is niet opgenomen omdat de apostelen het niet hadden geschreven. Maar het was geen boek dat christenen negeerden of niet respecteerden. Het vertelt ons daadwerkelijk hoe ze met bepaalde situaties in de gemeente omgingen.
Laat ik hier een klein gedeelte voorlezen. Dit staat in de Didache. Er staat: ‘Wat nu de apostelen en profeten betreft, ga als volgt met hen om, overeenkomstig de regel van het Evangelie. Laat iedere apostel die bij jullie komt verwelkomd worden alsof hij de Heere was. Maar hij mag niet langer dan één dag blijven, tenzij het nodig is. In dat geval mag hij nog een dag blijven. Maar als hij drie dagen blijft, is hij een valse profeet. En wanneer de apostel vertrekt, mag hij niets meenemen behalve brood, totdat hij zijn volgende overnachtingsplaats vindt. Maar als hij om geld vraagt, is hij een valse profeet.’
Nou! Ze zouden niet erg gesteld zijn op veel van onze televisie-evangelisten van tegenwoordig. Als een man om geld vraagt, is hij een valse profeet.
‘Toets of beoordeel ook geen enkele profeet die in de Geest spreekt. Want elke zonde zal vergeven worden, maar deze zonde zal niet vergeven worden. Niet iedereen die in de Geest spreekt, is echter een profeet, maar alleen als hij de levenswijze van de Heere laat zien. Aan zijn gedrag zullen dus de valse profeet en de profeet herkend worden. Verder mag een profeet die in de Geest een maaltijd bestelt, daar niet van eten. Als hij dat wel doet, is hij een valse profeet. Als een profeet de waarheid onderwijst, maar zelf niet in praktijk brengt wat hij onderwijst, is hij een valse profeet. Maar een profeet van wie bewezen is dat hij echt is, die iets doet met de bedoeling om op een wereldse manier de symbolische betekenis aan de gemeente uit te beelden, mag niet door jullie beoordeeld worden, op voorwaarde dat hij jullie niet leert dat jullie het zelf ook moeten doen. Want het oordeel over hem ligt bij God.’
Bewezen profeten en omstreden gedrag #
Ik denk dat dat waarschijnlijk iets vreemds is. Het gaat kennelijk om een profeet die werkelijk door de Geest spreekt en die de toets heeft doorstaan. Als zo iemand iets werelds doet om Gods Woord symbolisch voor je uit te beelden, noemt hij dat bedenkelijk. Maar het oordeel over die profeet ligt bij God. Je kunt hem daar niet om veroordelen. Hij verwijst waarschijnlijk naar dingen zoals Jesaja en Ezechiël die ook deden. Jesaja liep drie jaar lang naakt rond. Dat zou behoorlijk omstreden zijn als iemand in onze gemeente dat deed. Maar als dit iemand is die werkelijk door de Geest spreekt, en hij iets op een wereldse manier doet waarvan je niet goed weet wat je ervan moet denken, stel je oordeel dan uit. Want het oordeel over hem ligt bij God, als verder bewezen is dat hij een ware profeet is.
Maar let op, het is een vreemde uitspraak. Ik struikelde er een beetje over toen er aan het begin van die alinea stond: ‘Beproef of beoordeel ook geen enkele profeet die in de Geest spreekt, want elke zonde zal worden vergeven, behalve deze zonde.’ Maar hoe weet je of hij in de Geest spreekt als je hem niet beproeft of beoordeelt? Er staat verderop zelfs dat je hem wel moet beproeven. Het moet dus betekenen dat je, nadat bewezen is dat iemand een profeet van God is die in de Geest spreekt, hem niet in het algemeen bekritiseert. Het betekent niet dat je zijn woorden niet beproeft. Je moet iemands woorden altijd beproeven. Maar hij zegt wel dat niet iedereen die in de Geest spreekt een profeet is, maar alleen als hij de levenswijze van de Heere vertoont. Aan zijn gedrag zullen dus de valse profeet en de profeet worden herkend.
Die toets wordt ons hier in dit vers in 1 Johannes niet gegeven, maar hij heeft de hele tijd al gezegd:
Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.
Valse leraren herkennen aan hun levenswandel #
En als je even naar 2 Petrus hoofdstuk 2 gaat, vanaf vers 1, staat er:
Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf.
Als je verder leest, staat er dat deze mensen het om het geld doen. En er staat ook in vers 14:
Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het.
Verderop beschrijft hij vooral hun karakter. In de openingsverzen staat wel dat ze verderfelijke ketterijen zullen onderwijzen, maar de beschrijving van de profeten zelf en van de valse leraars is grotendeels een beschrijving van hun leven. Ze doen het om het geld; ze doen het om de onzedelijkheid.
Dit is trouwens keer op keer waar gebleken bij rondreizende evangelisten en televisie-evangelisten enzovoort. Petrus had zo veel vooruitziende blik. Hij zei dat je deze valse leraars aan hun gedrag zult herkennen. En dat is wat de Didache zei. Hun gedrag zal hen verraden. Als ze om geld vragen, zijn ze een valse profeet. Als ze langer dan drie dagen blijven, zijn ze een valse profeet. Als ze vertrekken met iets anders in hun hand dan brood om hun volgende bestemming te bereiken, zijn ze een valse profeet.
Als ze in de Geest een maaltijd bestellen — ik zie het helemaal voor me. Dit moet gebeurd zijn. De Didache zou dit niet eens als een mogelijke situatie noemen als er geen mensen waren die dit deden en zeiden: ‘Zo zegt de Heere: breng mij een ribstuk met aardappelpuree en matzeballen.’ Hij mag dat dus in de Geest bestellen, maar hij mag het niet opeten. Als hij het opeet, is hij een valse profeet. Dat is zo vreemd. Je ziet hoeveel mallotige dingen er werden gedaan waarvoor de vroege christenen gewaarschuwd moesten worden.
Want overal waar enige geestelijke activiteit is, is ook vreemde activiteit. Er wordt weleens gezegd dat de eerste die bij een opwekking tot leven komt, de duivel is. Hij is de eerste die wakker wordt. En overal waar de Heilige Geest daadwerkelijk bovennatuurlijke dingen doet, is de duivel altijd in de buurt. Hij doet zijn eigen bovennatuurlijke namaakdingen om mensen weg te lokken. Er zijn steevast mensen zonder onderscheidingsvermogen die elke geest geloven. En Johannes zegt:
Geloof niet elke geest. Beproef de geesten of zij uit God zijn, want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.
Trouwens, in 1 Johannes 4 staat:
Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan.
Jezus zei in de rede op de Olijfberg, in Mattheüs 24, vers 11:
En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden.
En Johannes heeft in hoofdstuk 2 al gezegd:
Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is.
En hij zei dat er veel valse christussen zijn; er zijn veel antichristen gekomen. Jezus zei dat er veel valse christussen en valse profeten zouden zijn. Johannes zegt dat er veel valse christussen zijn; daarom weten we dat het het laatste uur is.
Volgens mij is dit een aanwijzing dat Johannes dit waarschijnlijk eerder schreef dan gewoonlijk wordt aangenomen. Waarschijnlijk dicht bij dat laatste uur vóór de verwoesting van Jeruzalem, zou ik denken. Hoe dan ook, hij zegt dat er veel valse profeten zijn, dus je moet onderscheidingsvermogen hebben.
Christus belijden en boze geesten overwinnen #
Nu zegt hij in vers 2:
Zo herkennen we de Geest van God.
Elke geest die de juiste dingen over Jezus belijdt, is uit God. In dit geval, dat Hij in het vlees gekomen is.
2Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is. 4Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is. 5Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. 6Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.
Daar moet je voor oppassen.
We hebben het in hoofdstuk 2 over de antichrist gehad. Daar gaan we nu niet uitvoerig op in. Er staat een uitgebreide bespreking van de antichrist in hoofdstuk 2, vers 18 tot zo ongeveer vers 23. Maar hij zegt nu dat deze geesten, deze antichristen, spreken door een geest van de antichrist. Een demonische geest van de antichrist die door hen heen spreekt. Hij zegt in vers 4:
Lieve kinderen, jullie horen bij God en hebben hen overwonnen.
Dat wil zeggen, je hebt de boze geesten overwonnen, want:
Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.
Hij die in de wereld is, is satan, en in jou is Christus. Omdat Christus dus sterker is dan satan, kun je die boze geesten overwinnen.
Als je je hoofdstuk 2 nog herinnert, de verzen 13 en 14, dan zegt hij midden in vers 13:
Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent.
En dan aan het eind van vers 14:
Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.
De jongvolwassen christenen worden geprezen omdat ze de boze hebben overwonnen. Nu wordt van de kleine kinderen gezegd dat ze hebben overwonnen. Hij zegt:
Lieve kinderen, jullie horen bij God en hebben hen overwonnen. De geest van de antichrist dus, die valse geesten waarvoor je moet oppassen.
Omdat je Jezus in je hebt, hoef je niet bang voor ze te zijn. Er is nooit enige reden om bang te zijn voor demonen, tenzij je zelf met de zonde schippert. Als je in moreel opzicht met de zonde schippert, denk ik dat je wapenrusting niet meer op haar plaats zit. Als je je wapenrusting niet aan hebt, dan is er genoeg om bang voor te zijn, want demonen zijn over het algemeen geen watjes. Het zijn behoorlijk gemene wezens. Maar:
Hij Die in jullie is, is groter dan hij die in de wereld is.
Als je in geloof wandelt, als je in gerechtigheid wandelt, met de wapenrusting van de gerechtigheid aan, het borstharnas van de gerechtigheid, de helm van het behoud, dan heb je die dingen aan. Paulus zei:
Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.
Je zult hem overwinnen.
De waarheid stemt overeen met de apostelen #
Zelfs deze kleine kinderen hadden die geest van de antichrist, die hun gemeente was binnengekomen, al overwonnen. Vergeet niet dat Johannes schrijft over een werkelijke situatie die zich in de gemeente afspeelde. Sommige mensen hadden de gemeente al verlaten omdat ze Christus de rug toekeerden. Over die mensen zegt hij in vers 5:
Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie God niet kent, luistert niet naar ons.
Met ‘wij’ bedoelt hij kennelijk Johannes en de mensen om hem heen, of de apostelen.
De wereld luistert naar de valse leraren. Ze spreken op een manier die de wereld waardeert. De gnostische leraren onderwezen voornamelijk antinomianisme. Dat betekent dat je behouden wordt door wat je weet, niet door wat je doet. Dus ga gerust je gang en leef je uit. Zondig zoveel je wilt, want dat doet er niet toe. Wat je weet, dat is wat je behoudt. Daarom leerden ze dat er geen morele regels zijn. Dat is beslist spreken naar de verlangens van de wereld. De wereld luistert naar dat soort onderwijs. Dat trekt wereldse mensen aan.
Maar Johannes leert het tegenovergestelde. Je moet rechtvaardig leven. Je moet de geboden van Christus volgen. Hij zegt:
Wij horen bij God en spreken de waarheid, en wie bij God hoort, luistert naar ons. Wie niet bij God hoort, luistert niet naar ons.
De Geest van de waarheid zal altijd spreken in overeenstemming met wat de apostelen zeggen. De geest van de dwaling zal altijd spreken in strijd met wat zij zeggen. Zo weet je het.
Overigens is de Geest van de waarheid een term die Jezus in Zijn toespraak in de bovenzaal gebruikte voor de Heilige Geest. Hij zei:
16En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, 17namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Die later in Johannes 14 de Heilige Geest wordt genoemd. Hij zegt dus: zo maak je onderscheid tussen de Heilige Geest, de Geest van de waarheid, en een valse geest, een geest van dwaling, een demonische geest.
Demonische misleiding en het gevaar van dwaalleer #
Er is een geestelijke strijd. Er zijn demonische geesten. In dit land zien we daar niet zo vaak tastbare bewijzen van. Zendelingen zien het veel vaker in plaatsen als India en China en in de stamgebieden van Afrika en Zuid-Amerika. Eerlijk gezegd ben ik het in dit land ook weleens tegengekomen. Dan gaat het om bezetenheid door demonen. Hij heeft het hier eigenlijk niet over bezetenheid door demonen, maar bezetenheid door demonen is die uiting van demonen die heel duidelijk zichtbaar wordt.
Als mensen niet in demonen geloven, hoeven ze alleen maar iemand te ontmoeten die door een demon bezeten is. Vooral als ze erbij zijn om te zien hoe die wordt uitgedreven. Zendelingen in die landen maken dat voortdurend mee. In de dorpen zijn er mensen van wie iedereen weet dat ze door demonen bezeten zijn. De medicijnmannen kunnen hen niet helpen. Mensen gaan door het lint, ze doen bovennatuurlijke dingen, ze zweven, ze hebben helderziende vermogens. Vreemde, vreemde dingen. De zendeling komt en zegt: ‘Ik beveel je in de Naam van Jezus om uit hem te gaan’, en de demon gaat eruit. Als je dat soort dingen ziet, word je met een schok wakker geschud voor de werkelijkheid. O ja, er zijn demonen.
Maar ze nemen niet altijd bezit van mensen. Vaak doen ze dingen die veel subtieler en onzichtbaarder zijn. Wat ze het allermeest doen, is niet mensen in bezit nemen, maar mensen misleiden. Het doel van de duivel is misleiding. Hij is degene:
En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.
staat er in Openbaring 12, vers 9. Dat is wat hij doet.
U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
zei Jezus in Johannes 8:44. De demonen zijn dus misleidende geesten. Paulus zei in 2 Timotheüs:
Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,
Geesten zullen proberen je bij de waarheid vandaan te lokken, en je moet onderscheid maken tussen de Geest van de waarheid en de geest van de dwaling. Valse leer is een groot gevaar voor de gemeente als die valse leer over Christus gaat.
Natuurlijk heeft valse leer over sommige dingen minder verstrekkende gevolgen. Er zijn dingen waarover christenen het oneens zijn, en sommigen hebben gelijk en anderen hebben ongelijk, maar het maakt nauwelijks iets uit. Maar als het gaat om wie Christus is en wat onze verplichting tegenover Hem is, moeten ware leraren en ware profeten het juiste zeggen. Anders zullen ze de gemeente ernstige schade toebrengen.
Liefde beoordelen naast de andere toetsen #
In vers 7 zegt hij:
7Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. 8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. 9Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.
Dat is de ware openbaring van liefde tegenover ons.
10Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden. 11Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Wanneer Johannes zegt:
Iedereen die liefheeft, is uit God geboren, met andere woorden, iedereen die liefheeft is een christen, bedoelt hij dan dat niet-christenen nooit iemand liefhebben? Dat alleen christenen liefhebben? Meestal is het standaardantwoord: ‘Alleen christenen hebben agapeliefde.’ Wat is agapeliefde? Dat is het soort liefde dat Jezus had, waarbij Hij Zijn leven aflegt voor Zijn vrienden. Dus leggen alleen christenen ooit hun leven af voor hun vrienden? Hebben sommige niet-christenen zoiets niet eerder gedaan?
Het antwoord luidt: ‘Ja, maar dat is niet echt zuiver, want ze doen het uit egoïstische motieven.’ Hoe weet je dat? ‘Omdat mijn leer me dat vertelt.’ Maar waar heb je die leer vandaan? Hoe weet je dat niet-christenen nooit liefhebben?
Een vers als dit zou die indruk kunnen wekken:
iedereen die liefheeft, is uit God geboren.
Dus vermoedelijk heeft iedereen die niet uit God geboren is, niet lief. Maar in 1 Johannes worden bij elk van deze toetsen zulke uitspraken gedaan.
Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is.
En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.
Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
Je moet ze allemaal samen nemen om een totaalbeeld te krijgen van wie werkelijk uit God geboren is.
Sommige mensen zullen belijden dat Jezus in het vlees gekomen is, maar niet werkelijk een christen zijn. Iemand kan de juiste dingen zeggen. Iemand kan zelfs een moreel leven leiden. Iemand kan zelfs bepaalde mensen werkelijk liefhebben, denk ik. Dat is mijn veronderstelling. Maar niemand kan al die dingen doen tenzij hij werkelijk een christen is: iemand die gelooft, die gehoorzaamt, die liefheeft en die de Geest heeft. Dat zijn de vier toetsen.
Elk daarvan wordt voorgesteld alsof die op zichzelf staat, zoals in dit geval:
wie liefheeft, is uit God geboren, alsof er geen andere toets is. Er zijn andere toetsen. Alle vier de toetsen staan in deze preek, en ze moeten allemaal samengevoegd worden. We moeten dus onderkennen dat Johannes dit doet. Zo praat hij. Elke keer dat hij over een van deze dingen praat, doet hij alsof het het enige is. Maar hij verwacht dat je je herinnert wat hij twee verzen eerder heeft gezegd, een hoofdstuk eerder. Hij verwacht niet dat je zo aan geheugenverlies lijdt. Hij wil dat je onthoudt dat hij zegt dat al deze dingen noodzakelijke toetsen zijn.
Maar liefde is daar zeker een van. Liefhebben is absoluut noodzakelijk om te bewijzen dat je een christen bent. En Jezus zei:
Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.
in Johannes 13:35. Dat is de toets waar Jezus het meest op wees. En Johannes legt daar hier behoorlijk veel nadruk op.
8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. 9Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.
Dat kunnen we in elk geval zeggen.
Want God is liefde.
Als je geen liefde kent, ken je God niet, want God is liefde.
God is Geest, licht en liefde #
Deze uitspraak, God is liefde, lijkt op twee andere uitspraken in de geschriften van Johannes. In 1 Johannes hoofdstuk 1 en vers 5 zei hij:
En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.
En dan beschrijft Johannes in het Evangelie van Johannes, in Johannes hoofdstuk 4, het bekende gesprek dat Jezus had met de vrouw bij de put. En hij zegt in Johannes 4:24:
God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
Er zijn drie uitspraken met diezelfde zinsbouw in de geschriften van Johannes:
God is geest, God is licht, en God is liefde.
Dit is de theologie van Johannes over de natuur van God. Hij is een Geest. Hij is licht, en in Hem is in het geheel geen duisternis. En Hij is liefde. Dat zijn blijkbaar de dingen die God het meest wezenlijk definiëren. We kunnen ook veel andere dingen over God zeggen die waar zijn, maar deze drie dingen zeggen kennelijk wat wezenlijk is. Wat is het wezen van God? Hij is natuurlijk de Schepper. Hij is de Geest die ons geschapen heeft. Hij is het licht, en Hij is liefde.
Daarom kun je niet in de duisternis wandelen en in gemeenschap met God leven. Je kunt niet liefdeloos zijn en God kennen. Je kunt God niet kennen als je niet uit de Geest geboren bent, want God is Geest. Om een relatie met God te hebben en Hem te kennen, moet je in zekere zin op deze gebieden op Zijn niveau met Hem verbonden zijn. Je moet geestelijk zijn om in de Geest te aanbidden. Je moet in het licht zijn en in het licht wandelen om gemeenschap met Hem te hebben, zegt Johannes in hoofdstuk 1. En je moet liefhebben en liefde kennen om God te kennen. Als je niet liefhebt, dan ken je God eenvoudigweg niet, hoeveel je ook over God weet.
God toont Zijn liefde door Zijn Zoon te zenden #
Deze liefde moet natuurlijk op God en op de mens gericht zijn. In dit specifieke gedeelte heeft hij het over liefde voor de mens, want hij zegt in vers 7:
7Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. 8Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. 9Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem.
En hij vertelt ons hoeveel God van de mens houdt, ook van jou en mij. Hij zei in vers 9:
Zo heeft God Zijn liefde voor ons laten zien.
Zo heeft God Zijn liefde voor ons bewezen of geopenbaard:
Hij heeft Zijn enige Zoon naar de wereld gestuurd, zodat wij door Zijn dood konden leven.
Dit lijkt op wat Paulus zegt in Romeinen 5, volgens mij is het vers 8, waar hij zegt:
God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
De dood van Jezus wordt voorgesteld als het ultieme beeld van wat liefde is. Johannes heeft dit eerder al gezegd in hoofdstuk 3, vers 16. In 1 Johannes 3:16, wat erg op Johannes 3:16 lijkt als je het uitspreekt, maar het is 1 Johannes 3:16, zegt hij:
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven.
Ons leven is niet waardevoller dan dat van Christus. En als Hij het gepast vond om Zijn leven voor de broeders af te leggen, dan moeten wij ons leven voor de broeders afleggen.
Hij zegt ook in hoofdstuk 4, vers 10:
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.
Het is niet zo bijzonder dat wij God liefhebben. Wie zou dat niet doen? Hij is beminnelijk. Hij is goed. Wie zou er niet van iemand houden die goed is? Als je iemand vindt die God niet liefheeft, dan heb je daar een onverlaat. Daar heb je iemand die het contact met de werkelijkheid kwijt is, iemand die de meest beminnelijke Persoon in het heelal niet liefheeft. Het is niet uitzonderlijk om God lief te hebben. Het is misschien ongebruikelijk, maar het is begrijpelijk dat we God liefhebben. Wie zou dat niet doen?
Maar hierin wordt liefde geopenbaard:
10Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden. 11Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.
Dat is de onverklaarbare liefde. Waarom zou Hij van ons houden? Wat hebben wij ooit gedaan om voor Hem beminnelijk te zijn? We zijn alleen maar tegen Hem in opstand gekomen. We zijn gewoon onze eigen weg gegaan. We hebben het grootste deel van ons leven Zijn geboden en Zijn aanspraken op ons leven genegeerd en gewoon gedaan wat we zelf het liefst wilden doen. Waarom zou Hij van iemand zoals ik of jij houden? Daarin wordt liefde zichtbaar. Hij houdt inderdaad van ons. En dat is het wonder, zegt Johannes. Het is een wonder.
In hoofdstuk 3, vers 1 zei hij:
Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent.
Hij verwondert zich erover dat wij door God Zelf Gods kinderen genoemd worden. Wat voor liefde is dat? Het is iets verbazingwekkends dat Hij ons zou liefhebben en Zijn Zoon zou zenden als verzoening voor onze zonden.
Elkaar liefhebben vanuit Gods liefde en Geest #
Hij zegt in vers 11:
Lieve mensen, als God zoveel van ons hield, moeten wij ook van elkaar houden.
Met andere woorden, als God op die manier van jou houdt, dan kan ik maar beter op die manier van jou houden. Waarom? Ten eerste word ik geacht een navolger van God te zijn. Ten tweede heeft Hij laten zien dat Hij vindt dat jij dat waard bent. En als Hij dat vindt, hoe kan ik dat dan niet vinden? Als Hij vindt dat jij Zijn liefde waard bent, om een reden die Hij begrijpt en ik niet, hoe kan ik dan aannemen dat jij mijn liefde niet waard bent? Is mijn liefde waardevoller dan die van Hem? Stel ik hogere eisen aan wie ik ga liefhebben dan Hij? Hoe durf ik daar zulke hogere eisen aan te stellen?
In vers 12 staat:
Niemand heeft ooit God gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.
Als we elkaar liefhebben, is het Zijn liefde die in ons volmaakt wordt. En dat is een goede troost totdat we Hem zien. Niemand heeft Hem nog gezien, maar we kunnen Hem op zijn minst innerlijk kennen als we elkaar liefhebben.
Hieraan weten wij dat wij in Hem blijven en Hij in ons, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
Natuurlijk geldt:
De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
En Paulus zegt in Romeinen 5:5:
En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.
Wij hebben de Geest, en de Geest brengt liefde in ons voort. En zo weten we dat we christenen zijn.
Hij zegt:
En wij hebben gezien en getuigen dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker van de wereld.
Met ‘wij’ moet hij Johannes bedoelen en anderen die Jezus hebben gezien. Bedenk dat hij de brief zo begon:
1Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens 2— want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard — 3wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.
Hij zegt:
Wij, die Hem hebben aangeraakt en met onze eigen handen hebben gevoeld, getuigen dat God Zijn Zoon heeft gestuurd om de wereld te redden. En wie ervoor uitkomt dat Jezus de Zoon van God is, in die persoon blijft God, en die persoon blijft in God.
Daar heb je die leerstellige toets, een van de eerste toetsen die we hebben besproken.
Vrijmoedigheid bij de komst van Jezus #
16En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem. 17Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.
Laat me daar even over nadenken. Ik denk dat Johannes dit zegt: als we elkaar liefhebben, zijn we in deze wereld zoals Jezus. Hij heeft ons vanuit de hemel lief. Wij zijn in deze wereld zoals Hij wanneer we liefhebben zoals Hij dat doet. Zijn liefde wordt in ons volmaakt, en dat geeft ons vrijmoedigheid op de oordeelsdag. Dat wil zeggen: wanneer we voor God staan, hoeven we ons niet te schamen.
Hij heeft dat element van schaamte al eerder genoemd, in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 2, vers 28, zegt hij:
En nu, lieve kinderen, blijf in Hem, opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst.
Dit is blijkbaar iets wat Johannes bezighoudt. Zullen we ons schamen wanneer Jezus komt? Zullen we reden hebben om ons te schamen? Dat hoeft niet. Als we in Hem blijven, als we in Hem wandelen, als we op Hem vertrouwen, als we elkaar liefhebben, als we in deze wereld zoals Hij zijn, dan kunnen we vrijmoedig voor Hem staan.
We hoeven ons niet te schamen wanneer Hij komt. We hoeven niet angstig in elkaar te duiken en te beven uit vrees voor wat Hij van ons zal denken. Want we weten dat we elkaar liefhebben, en daar is Hij blij mee. We kunnen Zijn komst vrijmoedig tegemoetzien, zonder bang te zijn dat Hij op de een of andere manier heel ontevreden over ons zal zijn.
Er zullen mensen zijn over wie Jezus ontevreden zal zijn. Bedenk wat Hij zei over die dienaar:
48Maar als die slechte dienaar in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, 49en zou beginnen zijn mededienaren te slaan en te eten en te drinken met de dronkaards, 50dan zal de heer van deze dienaar komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet weet; 51en hij zal hem in stukken houwen en hem doen delen in het lot van de huichelaars; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.
Die dienaar begint vervolgens met de dronkaards te eten en te drinken en zijn mededienaren te slaan. Jezus zei daarover:
Dan komt zijn meester op een dag waarop hij hem niet verwacht, hakt hem in tweeën en geeft hem dezelfde straf als de huichelaars.
Dat is niet bepaald iets moois, in tweeën gehakt worden en je deel krijgen met de huichelaars. Dat zal gebeuren met de dienaren die niet in Hem blijven, die hun broeders niet liefhebben, zei Jezus.
Maar als we elkaar liefhebben, hebben we vrijmoedigheid. Laat Hem maar komen. Ik wil dat Hij komt.
Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
Als we in deze wereld zoals Hij zijn — en dat zouden we echt moeten zijn, want mensen moeten Hem kunnen zien. Zoals hij in vers 12 zei:
niemand heeft God gezien, maar iedereen wil dat wel. Het beste waarop we kunnen hopen, is dat ze Hem in ons zullen zien, dat wij zoals Hij zullen zijn. Zodat:
zoals Hij is, zo zijn wij ook in deze wereld, doordat we mensen liefhebben zoals Hij dat doet. Als we dat doen, hoeven we niets van Zijn komst te vrezen. We kunnen vrijmoedigheid hebben.
Volmaakte liefde verdrijft vrees voor straf #
Hij zegt:
Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.
Het Engelse woord ‘torment’ in de Bijbelvertaling die ik gebruik, geeft hier een Grieks woord weer dat ‘straf’ betekent. In het Nederlandse citaat hierboven staat al ‘straf’. Vrees houdt verband met straf. Dat wil zeggen: als je bang bent voor de komst van Jezus, komt dat doordat je bang bent voor straf. Je verwacht gestraft te worden.
Als je liefhebt, zul je die vrees niet hebben. Als je volmaakte liefde voor anderen hebt, neemt dat elke grond weg om enige straf te vrezen.
Als je nog steeds niet liefhebt zoals je zou moeten liefhebben, dan zul je waarschijnlijk reden hebben om bang te zijn. Je zult intuïtief weten: ‘Ik ben er niet klaar voor dat Jezus komt. Ik ben er niet klaar voor om te sterven. Ik ben er niet klaar voor om voor God te staan, want ik doe eigenlijk niet wat ik zou moeten doen. Ik heb niet lief.’
Maar hoe meer je anderen liefhebt, hoe meer vertrouwen je hebt dat je een van Gods kinderen bent, want dat is het kenmerk van Zijn kinderen. Dan kun je je Vader verwelkomen. Je kunt je Broer weer verwelkomen.
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
Overigens staat er in de oudere handschriften alleen:
Wij hebben lief omdat Hij eerst van ons hield.
Het woord ‘Hem’ staat in de Textus Receptus, maar niet in de Alexandrijnse tekst. Johannes zou dus gezegd kunnen hebben:
Wij houden van Jezus omdat Hij eerst van ons hield.
Dat zou waar zijn. Maar het kan zelfs zijn dat hij alleen maar zegt:
wij hebben lief omdat Hij eerst van ons hield.
We hebben lief in het algemeen. We hebben liefde in ons omdat Hij ons heeft liefgehad, en we hebben Zijn liefde ontvangen en geven die liefde ook door aan anderen.
Jezus zei daadwerkelijk in Johannes 13:34:
Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.
Hij heeft mij liefgehad. Daarom heb ik liefde ontvangen, en nu moet ik die doorgeven aan anderen. Zijn liefde komt bij mij door de achterdeur binnen, en mijn liefde voor anderen gaat door de voordeur naar buiten.
Zijn liefde voor mij komt eerst, daarna heb ik anderen lief.
Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
zegt Johannes. Of:
Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
Het kan allebei; verschillende handschriften hebben op dat punt een verschillende lezing. Vers 20:
God liefhebben en toch je broeder haten #
Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft?
Johannes strooit nogal gemakkelijk met: ‘Hij is een leugenaar, hij is een leugenaar.’
Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.
Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.
Hier is nog een ander soort leugenaar: iemand die zegt dat hij God liefheeft, maar zijn broeder niet liefheeft. Daar is een leugenaar aan het woord.
En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.
Je kunt niet God liefhebben en je broeder niet liefhebben. Maar ik moet toegeven dat de redenering van Johannes daar in vers 20 me ooit voor een raadsel stelde. Toen ik jong was en dat voor het eerst las, dacht ik: ‘Hij heeft het omgedraaid.’ Denk je dat weleens als je dat leest? Er staat:
Als je niet van je broer houdt, die je wel hebt gezien, hoe kun je dan van God houden, Die je niet hebt gezien?
Dat houdt toch zeker in dat het gemakkelijker is om je broeder lief te hebben, die je gezien hebt, dan God lief te hebben, Die je niet gezien hebt. En als je het gemakkelijkere niet doet, kun je het moeilijkere niet doen.
Maar ik dacht altijd: ‘Volgens mij is het gemakkelijker om God lief te hebben dan mijn broeder.’ En dat komt nu juist doordat ik God niet kan zien, maar mijn broeder wel. Het is moeilijker om mijn broeder lief te hebben, die ik gezien heb, omdat ik alles aan hem kan zien wat niet beminnelijk is. En toch kan ik over God het beste geloven en nooit iets slechts aan Hem zien. Dus is het voor mij gemakkelijker om liefdevolle gedachten over Hem te hebben.
God liefhebben door Zijn kinderen te dienen #
Maar daar zit het hem nu juist in. Liefde is niet alleen maar liefdevolle gedachten hebben. Liefde is je leven afleggen door iemand te dienen en offers voor hem te brengen. Als je een broeder voor je hebt die iets nodig heeft, kun je met eigen ogen zien hoe je liefde kunt betonen. De behoeften van die persoon zijn zichtbaar, en je kunt beslist laten zien dat je liefde in je hebt door er iets aan te doen. Als je de persoon die zichtbaar is niet liefhebt, hoe kun je dan op een praktische manier een God liefhebben Die je niet eens kunt zien? Wat kun je voor Hem doen? Als je niet doet wat je kunt doen voor je broeder, die vlak voor je ogen staat, hoe kun je dan iets doen voor een God Die je niet eens echt kunt aanraken, waar Hij ook is? Wat kan ik voor Hem doen? Wat heeft Hij van mij nodig?
Het enige wat God van mij nodig heeft, is eigenlijk dat ik mijn broeder liefheb. Ik heb God lief door mijn broeder lief te hebben.
En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.
omdat God dat zegt. Dus ik breng mijn liefde voor God in praktijk door mijn broeder lief te hebben, die God liefheeft. ‘Heb mij lief, heb mijn hond lief.’ Als je mij liefhebt, moet je mijn kinderen liefhebben. En als je God liefhebt, moet je Zijn kinderen liefhebben. Je moet liefhebben wie Hij liefheeft. En dat is wat Johannes zegt.
Als je zegt dat je God liefhebt, maar Zijn kinderen niet liefhebt, dan klopt dat gewoon niet. Dat is niet waar. Je bent een leugenaar als je dat zegt, zei Johannes. En zo is het. Hij gaat het volgende hoofdstuk openen door precies dat te zeggen:
Ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder die Hem liefheeft Die geboren deed worden, heeft ook lief wie uit Hem geboren is.
Dat wil zeggen: als je God liefhebt, zul je Zijn kinderen liefhebben.
Als je mij liefhebt, zul je mijn kinderen liefhebben. Misschien vind je mijn kinderen niet zo aardig, maar je zult wel om hen geven. Als je ziet dat mijn kinderen iets nodig hebben, zou je liefde voor mij je ertoe brengen iets voor hen te doen, omdat je weet dat je mij daar goed mee zou doen. Ik heb hen lief, jij hebt mij lief, dus heb jij lief wat ik liefheb. En Johannes zegt dat dit ook geldt voor onze liefde voor iedereen die God liefheeft. En wie heeft God lief? Hij heeft iedereen lief. Dus moeten wij iedereen liefhebben, anders hebben we Hem niet lief.
Zo redeneert Johannes, en hij opent het volgende hoofdstuk inderdaad met precies die uitspraak. En dat hoofdstuk gaat een paar heel wonderlijke kanten op, met dingen die ik niet kan uitleggen, hoewel ik er al meer dan veertig jaar over nadenk. Bij sommige dingen in hoofdstuk 5 is het behoorlijk moeilijk om te weten wat je erover moet zeggen. Zoals:
En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.
Wat betekent dat in vredesnaam? Ik ben bang dat ik je daar niet mee kan helpen. De commentatoren ook niet, afgaande op degenen die ik gelezen heb. Ze praten erover, maar ze bluffen.
Eerlijk gezegd houd ik er niet van als commentatoren bluffen, als ze weten dat hier iets over gezegd moet worden, maar niet kunnen bedenken wat ze moeten zeggen. Een beetje zoals toen Petrus zei:
En Petrus antwoordde en zei tegen Jezus: Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; en laten wij drie tenten maken, voor U één en voor Mozes één en voor Elia één.
Hij zei het omdat hij niet wist wat hij moest zeggen. Ik denk dat sommige commentatoren zeggen wat ze zeggen omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Ze hadden beter niets kunnen zeggen en niet kunnen doen alsof ze iets weten. Er staan een paar dingen in 1 Johannes 5 die echt moeilijk zijn, maar daar zullen we ons wel druk over maken wanneer we eraan toe zijn.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 1 John 4. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/1-johannes/4
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/1-johannes/4.pdf?v=9ea05b78623a
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 06 - 4.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/1-johannes/4.mp3?v=eccbf47d34c9
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 06 - 4.mp3
1 Johannes
Alle lezingen over 1 Johannes. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding Dwaalleraren zaaien twijfel in de gemeente
- 2 1 God vergeeft wie zijn zonden belijdt
- 3 2:1-17 Jezus pleit voor ons en betaalt de schuld
- 4 2:18-29 Het laatste uur voor de val van Jeruzalem
- 5 3 Gods kinderen hebben lief met daden
- 6 4 Johannes waarschuwt voor valse profeten
- 7 5 Wie God liefheeft, houdt van zijn kinderen
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/1-johannes/4.srt?v=8800d3334681
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 06 - 4.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/1-johannes/4.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- 1 Johannes 4:1
- 1 Johannes 3:24
- 1 Johannes 4:13
- 1 Johannes 5:1
- 1 Johannes 4:15
- 1 Johannes 4:2
- Johannes 1:14
- 1 Johannes 2:4
- 1 Johannes 2:3
- 1 Johannes 3:4-6
- 1 Johannes 3:10
- 1 Johannes 4:8
- 1 Johannes 3:17
- 1 Johannes 4:2-6
- Efeze 4:11
- 1 Petrus 4:11
- 1 Korinthe 12:10
- Hebreeën 5:14
- 1 Korinthe 14:29
- 1 Korinthe 14:32
- 2 Thessalonicenzen 2:1-2
- Deuteronomium 18:21-22
- Jeremia 28:9
- Deuteronomium 13:1-3
- 1 Johannes 4:3
- Mattheüs 4:4
- 2 Petrus 2:1
- 2 Petrus 2:14
- Mattheüs 24:11
- 1 Johannes 2:18
- 1 Johannes 4:4
- 1 Johannes 2:13
- 1 Johannes 2:14
- Efeze 6:13
- 1 Johannes 4:5-6
- Johannes 14:16-17
- Openbaring 12:9
- Johannes 8:44
- 1 Timotheüs 4:1
- 1 Johannes 4:7-9
- 1 Johannes 4:10-11
- 1 Johannes 4:7
- Johannes 13:35
- 1 Johannes 4:8-9
- 1 Johannes 1:5
- Johannes 4:24
- Romeinen 5:8
- 1 Johannes 3:16
- 1 Johannes 4:10
- 1 Johannes 3:1
- 1 Johannes 4:12
- Galaten 5:22
- Romeinen 5:5
- 1 Johannes 4:14
- 1 Johannes 1:1-3
- 1 Johannes 4:16-17
- 1 Johannes 2:28
- Mattheüs 24:48-51
- Openbaring 22:20
- 1 Johannes 4:18
- 1 Johannes 4:19
- Johannes 13:34
- 1 Johannes 4:20
- 1 Johannes 2:22
- 1 Johannes 4:21
- 1 Johannes 5:8
- Markus 9:5