1 Johannes 2:1-17
Jezus pleit voor ons en betaalt de schuld
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.pdf?v=1a4866b635a5. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.
Samenvatting
Jezus als Voorspraak en verzoening, gehoorzaamheid en liefde als kenmerken van geloof, en de waarschuwing tegen wereldliefde.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt Jezus als Voorspraak bij de Vader en als verzoening voor de zonden van de hele wereld. Hij verdedigt dat Jezus voor ieder mens gestorven is en bestrijdt de calvinistische leer van beperkte verzoening. Vervolgens legt hij uit dat gehoorzaamheid en zelfopofferende liefde zichtbaar maken dat iemand God kent: het gaat om de richting van je leven, niet om zondeloze volmaaktheid. Hij bespreekt ook de aanspreking van kinderen, jonge mannen en vaders als verschillende stadia van geestelijke groei. Ten slotte verklaart hij de waarschuwing tegen wereldliefde als een afwijzing van een cultuur die lichamelijke verlangens, bezit en status najaagt, tegenover een leven dat Gods wil en blijvende schatten zoekt.
Niet zondigen en wandelen in het licht #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we 1 Johannes 2, vers 1 tot en met vers 17.
We slaan 1 Johannes hoofdstuk 2 op. Dit hoofdstuk is veel langer dan het vorige hoofdstuk en er staat heel veel moois in. Misschien zelfs te veel om in één keer te behandelen. We zullen zien hoever we komen. Vanaf vers 1 staat:
1Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 2En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
Hij zegt: ‘Ik schrijf u deze dingen.’ Vermoedelijk bedoelt hij de dingen die hij in het vorige hoofdstuk heeft geschreven. En hij zei:
Ik heb ze aan jullie geschreven om jullie aan te moedigen niet te zondigen. Ik heb deze dingen geschreven zodat jullie niet zouden zondigen.
Wat schreef hij in dat hoofdstuk dat ons ertoe zou kunnen bewegen niet te zondigen? Hij zei immers in vers 8:
Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.
In vers 10 zegt hij:
Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons.
Het klinkt misschien alsof het onvermijdelijk is dat we zullen zondigen. Iedereen die zegt dat hij niet zondigt, liegt. Iedereen die zegt dat hij niet zondigt, heeft gewoon geen contact met de werkelijkheid. Wat heeft het dan überhaupt voor zin om te proberen niet te zondigen? Hij zei eerder:
6Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. 7Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
En als we ervan uitgaan dat we gemeenschap met God willen hebben: daar gaat het bij behouden worden toch om. Ik weet dat sommige mensen dachten dat het doel van behouden worden is om aan de vlammen van de hel te ontsnappen. Maar het doel van behouden worden is om in gemeenschap met God te leven, om een relatie met God te hebben, om met God om te gaan.
Dat kan niet wanneer je in de duisternis wandelt. Dat kan niet wanneer je het licht negeert. En wanneer je in zonde leeft, leef je niet op een manier die je aanmoedigt om in het licht te zijn.
Mensen die kwaad doen, haten het licht
staat er in Johannes hoofdstuk 3,
en ze trekken zich terug in de duisternis, zodat hun daden niet aan het licht komen. Wie de waarheid doet, komt naar het licht.
Dus wandelen in het licht is iets wat mensen die niet zondigen heel gemakkelijk zullen doen. Maar wanneer je zondigt, zal er die neiging zijn om de duisternis in te gaan en geen gemeenschap met God te hebben. Het ideaal is dus om niet te zondigen.
Jezus en de Geest als onze Voorspraak #
Natuurlijk zondigen we soms wel, en het is absoluut nodig om daar open over te zijn. Hij zei in vers 9 van hoofdstuk 1:
Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
En zo lezen we ook hier:
Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt.
Maar als iemand toch zondigt, en dat gebeurt natuurlijk wel, dan geldt:
En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.
Dit woord dat hier met ‘advocate’, oftewel ‘voorspraak’, is vertaald, is in het Grieks parakletos. Het komt in het Griekse Nieuwe Testament maar vijf keer voor, waarvan vier keer in het Evangelie van Johannes. Het is interessant dat dit woord in het Evangelie van Johannes niet wordt gebruikt zoals hier, hoewel het dezelfde schrijver is. In het Evangelie van Johannes komt dit woord vier keer voor in de toespraak in de bovenzaal, de laatste toespraak die Jezus vóór Zijn kruisiging tot Zijn discipelen hield. En Hij zei:
En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid,
Sommige oudere Engelse vertalingen zeggen ‘another Comforter’, een andere Trooster. Sommige zeggen ‘Counselor’, Raadsman. Sommige gebruiken weer een andere benaming. Maar parakletos is het Griekse woord dat wordt gebruikt.
En Hij doelt op de Geest van de waarheid, zegt Hij. De Heilige Geest is deze Parakletos, of, in de verengelste vorm van het woord, de Paraclete.
De Parakleet in het Evangelie van Johannes is de Heilige Geest. Maar hier hebben we een Parakleet, Christus. Het is interessant: toen Hij in het Evangelie van Johannes tegen de discipelen zei:
Ik ga jullie een andere helper sturen, lag daarin besloten dat er een Parakleet was naast Degene Die Hij zendt. Dit is een andere. Wie is de eerste? Jezus is de eerste. Jezus is de eerste Parakleet. De Heilige Geest is een andere Parakleet. In deze brief wordt Jezus onze Parakleet genoemd.
Jezus als advocaat van schuldige mensen #
Wat is een parakleet dus? Para is het Griekse woord voor ‘naast’, para. Het betekent ‘ernaast’. Kaleo is een werkwoord dat ‘roepen’ betekent. En wanneer die twee deeltjes worden samengevoegd tot parakaleo of parakletos, betekent het ‘iemand die erbij geroepen wordt’. En in de meeste gevallen duidt het specifiek op een advocaat die iemand verdedigt. Het wordt in de Griekse taal het vaakst gebruikt voor een advocaat die iemand in de rechtszaal verdedigt, iemand die je terzijde staat en voor je pleit.
Sommige Engelse vertalingen vertalen het inderdaad met ‘advocate’. Hier is het vertaald met ‘advocate’. Sommige vertalen het ook in het Evangelie van Johannes met ‘advocate’. Een voorspraak, iemand die voor je opkomt en je zaak voor je bepleit. Het is ook iemand die je raad geeft, zoals je advocaat je apart zou nemen en je raad zou geven over hoe je de zaak kunt winnen, of over het voorbereiden van getuigen, enzovoort. Daarom wordt hij soms ‘Counselor’ genoemd, Raadsman.
Op dit moment gaan we niet in op de vraag hoe de Heilige Geest een parakletos is, een voorspraak voor ons. Maar we worden hier wel geconfronteerd met het feit dat Jezus onze Voorspraak wordt genoemd. En in deze context gaat het erom dat we zondigen. Dat wil zeggen, dat we schuldig zijn aan het misdrijf waarvan we worden beschuldigd. Als we zondigen, hebben we een voorspraak nodig. We hebben een advocaat nodig. Maar hoe zou Jezus, of welke eerlijke advocaat dan ook, een schuldige misdadiger met succes kunnen verdedigen? Hij zegt dat het beter is niet te zondigen, dus het misdrijf niet te begaan. Maar als je het misdrijf toch begaat, hebben we een Voorspraak. We hebben een goede advocaat. Maar bij iemand die schuldig is, is een goede advocaat iemand die de jury of de rechter om de tuin gaat leiden, of zoiets. Als je schuldig bent, hoor je veroordeeld te worden, toch? Wat heb je dus aan een goede advocaat, tenzij hij een bedrieglijke advocaat is?
Maar Jezus is geen bedrieglijke Advocaat. Als je schuldig bent en Hem als je Voorspraak hebt, hoe kan Hij dan in vredesnaam met succes verweer voeren tegen de veroordeling die schuldigen toekomt? Er staat vervolgens:
Hijzelf zorgt voor verzoening voor onze zonden.
Verzoening en het verzoendeksel #
Wat is verzoening door voldoening dan eigenlijk? Dit specifieke Griekse woord, hilasmos, wordt maar twee keer gebruikt: hier in dit boek en ook in hoofdstuk 4, vers 10, waar hij zegt:
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.
De hilasmos in het Grieks.
Dit komt van hetzelfde grondwoord als het woord hilasterion, dat in Romeinen en in Hebreeën wordt gebruikt. In Hebreeën wordt het gebruikt voor het verzoendeksel. Het verzoendeksel in de tabernakel wordt het hilasterion genoemd. Datzelfde woord, hilasterion, wordt door Paulus in Romeinen 3 gebruikt, en daar wordt het vertaald met ‘propitiation’, verzoening door voldoening. We zullen dus de betekenis van dit woord, verzoening door voldoening, moeten onderzoeken. Het is duidelijk een woord dat in het Grieks ook voor het verzoendeksel wordt gebruikt.
Het verzoendeksel was een voorwerp in de tabernakel waarop de hogepriester eenmaal per jaar, op de Grote Verzoendag, het bloed sprenkelde, en dat verzoening deed voor de zonden van het volk. Een verzoening door voldoening is eigenlijk een verzoeningsoffer. De meeste nieuwe vertalingen gebruiken het woord ‘propitiation’ zelfs helemaal niet, omdat een nieuwe vertaling tot doel heeft dingen begrijpelijk te maken. Welke hedendaagse persoon weet wat het woord ‘propitiation’ betekent? Buiten de theologie zou men er weinig van weten, omdat het in de niet-godsdienstige wereld eigenlijk niet meer wordt gebruikt.
Maar als je Romeinen 3 erbij neemt, vinden we daar ook verzoening door voldoening, of we zouden kunnen zeggen: een verzoeningsoffer, dat wil zeggen een offer dat verzoent. Verzoening betekent dat de relatie wordt hersteld. Het idee is dat je, als je gezondigd hebt, vervreemd bent van God, Wiens wetten je hebt overtreden. Je moet met Hem verzoend worden, en er moet een offer zijn dat de relatie herstelt, een verzoeningsoffer. Gelukkig is dat er. Zowel Johannes, in de verzen die we gelezen hebben, als Paulus, in Romeinen hoofdstuk 3, vertelt ons hierover.
Gerechtigheid door geloof buiten de wet om #
Als we beginnen te lezen in Romeinen 3, vers 21, zegt Paulus:
Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:
Wat hij zegt, is dat de Joden altijd hebben geprobeerd rechtvaardig gemaakt te worden door de wet te houden. Maar er is een gerechtigheid die onafhankelijk is van het houden van de wet. Die houdt geen verband met de wet. Als je denkt dat ik tegen de wet spreek: nee, van dit verschijnsel dat ik beschrijf, getuigen de Wet en de Profeten. Dat wil zeggen, de Wet en de Profeten spreken zelf over een gerechtigheid buiten de wet om.
Hoe kan dat? Natuurlijk denkt Paulus eraan dat de Wet en de Profeten spreken over rechtvaardiging door geloof. Paulus kan uit de wet citeren, dat wil zeggen uit Genesis, de Thora, uit Genesis 15:6:
En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.
Overigens zal Paulus dat in het volgende hoofdstuk van Romeinen aanhalen. Daar komen we niet aan toe, want we bestuderen Romeinen niet. Maar hij haalt dat vers wel aan in Romeinen 4:3. Dat staat in de wet.
En de Profeten dan? Paulus haalt graag Habakuk 2:4 aan, waar staat:
Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
Paulus citeert dus uit de Wet en uit de Profeten om zijn bewering te onderbouwen dat er door geloof een gerechtigheid beschikbaar is die onafhankelijk is van de wet. Om te beginnen leefde Abraham voordat de wet werd gegeven, en hij werd door geloof rechtvaardig verklaard. Zijn gerechtigheid door geloof was onafhankelijk van de wet, die pas vierhonderd jaar later werd gegeven.
Er is dus deze gerechtigheid van God die de onze is, los van onze gehoorzaamheid aan de wet. Vers 22:
22namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid. 23Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God,
Hierin stemt hij overeen met Johannes, zoals we in hoofdstuk 1 hebben gelezen.
Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons.
Want Hij zegt dat we gezondigd hebben, en wij zeggen dat Hij een leugenaar is. Paulus zegt hetzelfde.
Iedereen heeft gezondigd.
Gods rechtvaardigheid en onze schuld #
Iedereen is een zondaar. Iedereen heeft op enig moment Gods wetten overtreden. Dat schept een dilemma, want dat betekent dat God, als Hij inderdaad rechtvaardig is, daar iets aan moet doen.
Als een rechter rechtvaardig is, kan hij zondaars of misdadigers niet vrijuit laten gaan. Dat is een gevaar voor de samenleving, en het is gewoon geen recht. Misdaad moet worden bestraft. Dat geldt ook als de misdadiger toevallig de zoon of de neef van de rechter is. Natuurlijk zou de rechter zich in een echte zaak als deze terugtrekken. Maar stel dat hij verplicht was zijn eigen zoon te veroordelen voor een misdaad die zijn zoon werkelijk had begaan. Hij zou zijn zoon niet milder mogen behandelen dan een vreemde, anders zou hij een corrupte rechter zijn. Dit is geen recht. Een rechter kan niet zeggen: ‘Ik ga je misdaden door de vingers zien, alleen omdat ik toevallig op je gesteld ben.’
Dit is het dilemma waarin God Zich bevindt. Wij zijn misdadigers, maar Hij is op ons gesteld. Hij heeft ons lief. Hij wil dat we behouden worden en niet verloren gaan. Maar we hebben er alles aan gedaan om te verdienen dat we verloren gaan. Hoe lost God dat dilemma dan op? Dat is de kwestie waar Paulus hier voor staat.
Hij zei in vers 24:
en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.
Dat is een koopsom die Jezus met Zijn bloed heeft betaald.
Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.
Dat is Jezus.
Of een verzoeningsoffer.
Of Zijn gerechtigheid. Gerechtigheid en rechtvaardigheid zijn hetzelfde. God is inderdaad rechtvaardig, want:
God had geduldig de zonden die eerder waren begaan onbestraft gelaten.
Hij heeft ons niet gedood vanwege de zonden die we hebben begaan. Hij heeft zelfs sommige mensen uit het Oude Testament behouden die zonden hadden begaan voordat Jezus stierf. Maar Hij deed dat omdat Jezus daadwerkelijk zou komen en sterven. Daarom konden mensen die hadden gezondigd en waren gestorven voordat Jezus kwam, bij voorbaat vergeving ontvangen, op krediet. Want God wist dat Jezus zou komen en de rekening met Zijn bloed zou betalen.
Zo rechtvaardigde God Zichzelf. Hij kon rechtvaardig zijn door voorbij te gaan aan de zonden die eerder waren begaan, vóór de dood van Jezus.
Jezus draagt de straf en maakt vrijspraak mogelijk #
Hij deed dit om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is.
Dat is opnieuw Gods rechtvaardigheid.
De Rechtvaardiger betekent Degene Die vrijspreekt. Een rechter wil zijn zoon of een vriend van hem vrijspreken van misdaden, maar hij kan dat niet op een rechtvaardige manier doen. Want als de misdadiger schuldig is, kan een rechtvaardige rechter hem niet zomaar laten gaan. Hoe spreekt een rechtvaardige rechter een schuldige misdadiger vrij? Dat is het probleem. Paulus zegt dat God daar een oplossing voor heeft gevonden. Hij heeft Christus voorgesteld als een verzoeningsoffer. De straf is op Christus neergekomen. De straf is voltrokken. De boete is door Jezus betaald.
Er moest een boete worden betaald, maar wij konden die niet betalen. Wij kwamen er niet voor in aanmerking om die te betalen. Wij waren de schuldigen. Wij konden dat niet rechtzetten. Maar Hij kon dat wel. Hij kon een van ons worden. Hij kon onze zonden op Zich nemen en in onze plaats sterven. Dat is sterven als verzoening door voldoening, of als een verzoeningsoffer.
Paulus spreekt daarover, en Johannes spreekt daarover. In 1 Johannes 2 zegt hij:
wij hebben een Voorspraak
In de rechtszaal. Zelfs als we schuldig zijn, kunnen we deze zaak winnen, en wel op een rechtvaardige manier. Want God heeft de last van onze schuld en onze straf op Jezus gelegd. Jezus heeft de straf ondergaan door voor ons te sterven. Dus Hijzelf, zegt 1 Johannes 2:2:
En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
Daarom kan Hij op een rechtvaardige manier voor ons pleiten, ook al zijn we schuldige zondaars. Hij kan de zaak winnen. Hij kan vrijspraak voor ons verkrijgen, want er is inderdaad een straf, maar die is betaald door een plaatsvervanger, iemand die onze plaats innam. Dat is Zijn werk als offer dat verzoening door voldoening bewerkt.
Nu zegt hij:
1Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 2En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
Voor wie Jezus stierf: beperkte verzoening #
Dat wil zeggen: Jezus stierf niet alleen voor de zonden van ons die behouden zijn, maar zelfs voor mensen die nog niet behouden zijn. De hele wereld.
Als je wat thuis bent in de theologie, weet je dat dit vers raakt aan een van de theologische geschilpunten die vaak worden besproken. Als je niet thuis bent in de theologie, kan het je misschien geen zier schelen. En ik denk ook niet dat je je er zo druk om hoeft te maken, maar het heeft wel praktische gevolgen.
De calvinistische opvatting, die ik zelf niet aanhang, leert dat Jezus niet voor iedereen in de wereld is gestorven. Hij stierf alleen voor de weinigen die Hij vóór hun geboorte had uitgekozen om behouden te worden, de uitverkorenen. Hij had bepaalde mensen vóór hun geboorte voorbestemd om behouden te worden. Zij hadden daarin geen echte keuze, want Hij maakte die keuze voordat zij er waren. Zo hebben ook degenen die niet zijn uitgekozen daarin geen echte keuze, want Hij heeft hen niet uitgekozen, en dat was ook voordat zij er waren.
Al die keuzes werden gemaakt voordat iemand van ons geboren was. Daarom zijn het niet onze keuzes, maar Gods keuzes. Dus als ik behouden word, is dat Zijn keuze, niet de mijne. Als ik niet behouden word, was dat ook Zijn keuze. Dit is predestinatie op calvinistische wijze.
Volgens deze opvatting wilde God eigenlijk niet eens dat alle mensen behouden zouden worden. Hij zou hen allemaal hebben behouden als Hij dat had gewild, maar Hij koos alleen degenen uit die Hij wilde. Daarom stierf Jezus, toen Hij stierf, voor niemand anders dan de uitverkorenen. Hij stierf niet voor de hele wereld. Hij stierf alleen voor de uitverkorenen. Dat is een van de vijf punten van het calvinisme. Het is het middelste punt, de L in TULIP: ‘limited atonement’, beperkte verzoening, beperkt tot de uitverkorenen.
Nu is de opvatting die de kerk aanhing voordat het calvinisme opkwam, en die nog steeds wordt aangehangen door mensen zoals ik die geen calvinisten zijn, dat Jezus wel degelijk voor alle mensen is gestorven. Hoe dat kan uitwerken voor mensen die tijdens dit leven geen christen worden, is niet geopenbaard. Sommige mensen denken dat mensen die in dit leven geen christen worden, in het volgende leven een kans zullen krijgen. Maar de Bijbel zegt daar niets over. Hij bevestigt het niet en ontkent het ook niet. Dat is iets wat God voor ons in de sfeer van het geheimenis heeft gelaten. Maar één ding staat volgens mij vast, en dat is dat Jezus wel degelijk voor de zonden van iedereen is gestorven.
Zekerheid van Gods liefde en uitverkiezing #
Waarom is dat praktisch van belang? Waarom is dat belangrijk? Als uiteindelijk toch alleen de gelovigen vergeving ontvangen, wat maakt het dan uit of Jezus alleen voor hen is gestorven, of voor iedereen is gestorven en alleen zij er enig voordeel van hebben? Komt dat niet allemaal op hetzelfde neer? Niet helemaal. Want als Jezus niet voor iedereen is gestorven, kunnen we niemand verzekeren dat Hij voor hem is gestorven. Geen enkele specifieke persoon. Als Jezus niet voor iedereen is gestorven, kan ik er niet zeker van zijn dat Hij voor mij is gestorven, want ik zou een van degenen kunnen zijn voor wie Hij niet is gestorven. Volgens die opvatting zijn er heel veel mensen voor wie Jezus nooit is gestorven. En wie weet of ik daar niet een van ben?
Zij zouden zeggen: ‘Je weet dat je uitverkoren bent omdat je gelooft.’ Ik ken veel mensen die geloofden en afvallig zijn geworden. Voordat ze afvallig werden, geloofden ze net zoals ik nu geloof. Maar ze werden afvallig. Volgens het calvinisme, het vijfde punt van het calvinisme, is er de volharding. Als ze afvallig worden, waren ze om te beginnen niet behouden. Met andere woorden, je weet nooit echt of je uitverkoren bent totdat je als behouden mens sterft. Want op elk moment daarvoor zou je afvallig kunnen worden en bewijzen dat je om te beginnen niet behouden was. Dat is wat het calvinisme leert.
Dus niemand kan zeker weten of Jezus voor hem is gestorven totdat hij uiteindelijk als behouden mens sterft en tot het einde volhardt. Als hij dat doet, kan hij het zweet van zijn voorhoofd vegen en zeggen: ‘Ik was dus toch echt een van de uitverkorenen. Jezus is echt voor mij gestorven.’ Maar dat maakt het voor mij nogal moeilijk om te vieren dat Hij voor mij is gestorven als ik daar niet echt zeker van ben. En het maakt het voor mij onmogelijk om tegen een ongelovige, van wie ik niet weet of die ooit een gelovige zal worden, te zeggen: ‘Christus is voor jou gestorven.’ Dat kan ik tegen geen enkele afzonderlijke persoon zeggen. Ik kan hun zelfs niet vertellen dat Christus hen heeft liefgehad, want Johannes zei dat de liefde van God op deze manier geopenbaard werd. In 1 Johannes 4:10 hebben we het gezien:
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.
Als God ons liefheeft, heeft Hij Zijn Zoon gezonden als verzoening door voldoening voor onze zonden. Als Hij niet voor mij is gestorven, heeft Hij mij niet liefgehad. En als Hij niet iedereen heeft liefgehad en niet voor iedereen is gestorven, dan is er geen enkele garantie dat ik een van degenen ben voor wie Hij is gestorven en die Hij heeft liefgehad. Of jij, of wie dan ook. Er zijn dus praktische gevolgen.
Ik besef dat calvinisten hun opvatting niet tot de logische consequentie doortrekken, en de meeste mensen trekken hun theologie niet tot de logische consequentie door zoals ze zouden moeten doen. Als calvinisten hun theologie tot de logische consequentie doortrekken, moeten ze toegeven dat ze niet kunnen weten of ze uitverkoren zijn of niet. Dat deed een calvinistische predikant die ik kende ook. Hij kan het pas weten als hij tot aan zijn dood in het geloof volhardt. Dat betekent dat je je hele leven kunt leven zonder te weten of God je liefheeft, zonder te weten of Jezus voor je is gestorven, zonder te weten of je behouden bent of niet. Dat gaat toch zeker in tegen alles wat 1 Johannes leert.
Hieraan weten we het, hieraan weten we het, hieraan weten we het, zegt hij keer op keer. We kunnen weten dat we behouden zijn. Maar we kunnen het niet weten als de calvinistische leerstellingen hierover waar zijn.
Johannes zegt toch zeker:
Hij zorgt voor verzoening, niet alleen voor onze zonden, maar ook voor die van de hele wereld.
De hele wereld betekent ook de ongelovigen #
Calvinisten weten dat dat vers er staat. Wat zeggen ze daarover? Ze zeggen dat Johannes niet aan ieder afzonderlijk mens denkt, aan de hele wereld als zoveel afzonderlijke mensen, maar aan alle groepen mensen in de wereld. Niet alleen de Joodse gelovigen, maar ook de gelovigen uit de heidenen. Niet alleen de uitverkorenen onder Israël, maar ook de uitverkorenen onder de volken: de hele wereld. Toch zeggen ze dat de dood van Jezus alleen voor de uitverkorenen was en niet voor de rest. Maar ‘de hele wereld’ heeft betrekking op geografische spreiding of op verschillende rassen, niet op ieder afzonderlijk mens.
Johannes gebruikt de uitdrukking ‘de hele wereld’ echter op nog één andere plaats, in 1 Johannes 5:19. Hij zegt:
Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt.
Let hier op een tegenstelling: wij tegenover de hele wereld.
Wij horen bij God.
De hele wereld daarentegen:
staat onder de macht van de duivel.
De calvinist zegt dat in 1 Johannes 2:2, waar staat:
En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
‘ons’ de Joden betekent. Johannes is een Jood. En als je ervan uitgaat dat zijn lezers Joden zijn — er is trouwens geen reden om daarvan uit te gaan, maar de calvinist neemt aan dat zijn lezers Joden zijn, en hij is een Jood — dan zijn ‘wij’ de Joden. ‘De hele wereld’ zou dan niet alleen de Joden zijn, maar ook de heidenen. Maar als ‘wij’ de Joden zijn en ‘de wereld’ de heidenen, wat betekent dit dan?
Wat, de Joden zijn uit God en de hele wereld, de heidenen, ligt in het kwaad? Dat is beslist niet wat het Nieuwe Testament leert, en dat zou Johannes ook niet bedoelen. De hele wereld verwijst duidelijk naar degenen die niet behouden zijn, degenen die geen gelovigen zijn. Wij zijn de gelovigen, en we weten dat we uit God zijn omdat we gelovigen zijn. Dat is een van de manieren waarop we het weten. Maar de hele wereld bestaat uit de overige mensen die geen gelovigen zijn.
Voor Johannes is de tegenstelling tussen wij aan de ene kant en de hele wereld aan de andere kant dus die tussen christenen en niet-christenen, tussen gelovigen en de rest van de wereld. Johannes zegt:
Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt.
Hier staat dezelfde tegenstelling. Als we dezelfde betekenis aanhouden, verwijst ‘wij’ dus naar ons als gelovigen. ‘De hele wereld’ verwijst dan naar alle ongelovigen. Het is duidelijk dat Johannes zegt dat Jezus voor iedereen gestorven is.
En de rest van het Nieuwe Testament leert ook hetzelfde. In 2 Petrus 3 staat dat
De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
In Hebreeën staat dat
maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.
Iedereen. Johannes de Doper zei over Jezus:
De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!
Jezus is gestorven voor de zonden van de hele wereld, niet alleen voor de uitverkorenen. Johannes bevestigt dat hier, en dit is ongetwijfeld de duidelijkste bevestiging daarvan die we in de Schrift hebben.
Verzoening ontvangen door geloof #
Natuurlijk wordt de vraag dan: als Hij voor de hele wereld gestorven is, waarom wordt dan niet iedereen behouden? De gebruikelijke manier om ernaar te kijken, als je geen calvinist bent, zou zijn dat er algemene gratie is verleend. Het is alsof de president van de Verenigde Staten zou zeggen: ‘Ik verleen gratie aan iedereen die in de gevangenis zit, aan iedereen die op zijn terechtstelling wacht. Ik verleen algemene gratie. Je kunt naar buiten lopen.’
Maar er zijn nog altijd gevangenen die niet helemaal goed bij hun hoofd zijn, en die zeggen: ‘Ik vertrouw die man niet. Zodra ik daar naar buiten loop, laten ze de bewakers me in mijn rug schieten en zeggen ze dat ik probeerde te ontsnappen. Dit is een list. Ik ga dit niet doen.’ Dus blijven ze in hun cel, en ze komen er nooit uit totdat ze op de elektrische stoel zitten. Met andere woorden, de gratie geldt voor iedereen, maar je moet het nog steeds geloven om er baat bij te hebben. Niet iedereen aan wie gratie is verleend ontkomt aan het oordeel, omdat ze dat niet willen. Er speelt hier dus een zekere vrije keuze mee.
Ergens anders zei Paulus in 1 Timotheüs 4 dat
Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.
Dat wil zeggen, Hij heeft iedereen door Zijn dood behouden, maar niet iedereen heeft er werkelijk baat bij. Vooral degenen die geloven — Hij is hun Zaligmaker in een bijzondere zin, omdat zij daadwerkelijk aan het oordeel ontkomen. Dit hebben we dus van Johannes.
Gehoorzaamheid als toets van echt geloof #
Nu slaan we hier weer een andere richting in, in 1 Johannes 2:3:
3En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. 4Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. 5Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn. 6Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.
Laten we daar even stoppen. Dit is een van de manieren waarop we kunnen weten dat we werkelijk gelovigen zijn, dat we God werkelijk kennen. Er zijn heel wat mensen die denken dat ze God kennen, maar dat doen ze niet. Jezus zei dat er velen zijn die op de oordeelsdag zullen zeggen:
Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?
Hij zal zeggen:
Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!
Dit waren duidelijk mensen die ervan overtuigd waren dat ze van Hem waren, maar ze wisten niet op grond waarvan ze dat moesten toetsen. Daarom geeft dit boek ons zoveel toetsen. We weten dat we behouden zijn omdat we deze algemene toetsen doorstaan. Er is een soort controlelijst. We kunnen die bekijken: ‘Heb ik dit? Heb ik dit? Heb ik dit? Ja. Dan ben ik gelukkig behouden.’ Een van die dingen is gehoorzaamheid aan Christus.
Jezus zei in Johannes 8:31, trouwens geschreven door dezelfde auteur, maar Jezus zei het:
Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
De Engelse formulering gebruikt hier ‘indeed’: werkelijk, in tegenstelling tot alleen in naam. Jullie zijn werkelijk Mijn discipelen, jullie zijn het echt. Je bent echte discipelen als je in Mijn woord blijft. Dat is natuurlijk wat Johannes hier zegt: als je Zijn woord blijft bewaren.
Jezus zei in Lukas 6:46:
Waarom noemen jullie Mij Heere, terwijl jullie niet doen wat Ik zeg?
Door genade gered uit de slavernij aan zonde #
Dat is niet logisch. Jezus gehoorzamen is waar het in het christendom werkelijk om draait. Ik wees eerder op wat Paulus in Romeinen 3 schrijft. Daar zei hij dat we gerechtvaardigd worden door geloof en door genade, en niet door de wet te houden. Waar komt dan dat idee vandaan dat het in het christendom helemaal om gehoorzaamheid draait? Christen zijn draait helemaal om Christus gehoorzamen. Hoe kan dat zo zijn als we door genade behouden worden en niet door werken?
Heel eenvoudig: we worden ergens uit gered. We worden gered uit het leven dat we daarvoor leidden. Dat was doelloos, ongehoorzaam, zinloos, opstandig. Dat is een leven waar sommige mensen van genieten, maar het is een leven dat je doodt, en we moeten ervan behouden worden. We moeten daaruit gered worden. Wanneer we door genade, door geloof behouden zijn, is het resultaat dat we uit dat leven gered zijn. We zijn uit die zondige patronen gered. We worden vanbinnen veranderd, zodat dat soort gedrag niet langer van binnenuit voortkomt.
Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
Hij verandert ons, doet ons wedergeboren worden. We hebben een nieuwe natuur. Petrus zegt in 2 Petrus 1:4:
Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.
Dit alles verandert wanneer we behouden worden, want juist daaruit worden we gered. We worden gered uit ons verderf en uit onze zonde.
Toen de engel vóór de geboorte van Jezus aan Jozef verscheen, zei hij:
en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Niet van de gevolgen van hun zonden op zich, maar van hun zonden. De zonden zelf. We zijn slaven van de zonde. Toen Jezus zei:
Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.
zeiden de Joden:
Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit slaaf van iemand geweest; hoe kunt U dan zeggen: U zult vrij worden?
En Hij zei:
Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.
Je hebt de Zoon van God nodig om je daarvan vrij te maken. Je moet gered worden uit de slavernij aan de zonde die je leven beheerst.
Probeer maar eens een volmaakt leven te leiden zonder Jezus. Probeer het mét Hem te leiden. Je kunt het niet. Je kunt geen volmaakt leven leiden. In theorie zou je het kunnen als je er elke seconde bovenop zat, maar niemand doet dat. Vermoedelijk zou je jezelf, elke keer dat je in de verleiding komt om te zondigen, ertoe kunnen brengen het niet te doen. Maar wie heeft die vastberadenheid? Wie heeft die aandacht? Wie heeft de wil om dat te doen? Helaas niemand, want niemand leidt een volmaakt leven. Daarom moeten we behouden worden. We moeten bevrijd worden uit die gebondenheid, die slavernij aan de zonde waardoor we een leven leiden dat God niet behaagt. En dat verandert ons in mensen die in Zijn wegen zullen wandelen.
De levensrichting als bewijs van behoud #
Behoud komt tot ons door geloof, maar laat door gehoorzaamheid zien dat het aanwezig is. Het is net als wanneer je koorts hebt. Je neemt een aspirine, en die laat de koorts zakken. Het is de aspirine die de koorts laat zakken. Het is de thermometer die laat zien dat de koorts gezakt is. De resultaten worden niet gemeten met de aspirine, maar met de thermometer. De manier waarop je leeft is de thermometer. De aspirine is het geloof. Je wordt behouden door geloof, en het resultaat is dat je temperatuur daalt, en de thermometer bewijst het. Als je uit je zonden gered bent, zondig je niet zo veel. Je leidt in feite over het algemeen een leven van gehoorzaamheid aan God.
Johannes is heel duidelijk. Als we soms zondigen, betekent dat dat we soms ongehoorzaam zijn. Maar in het algemeen gaat Johannes spreken over hoe christenen niet zondigen en dat degenen die zondigen uit de duivel zijn, enzovoort. Maar hij is heel duidelijk: we zondigen soms wel. Dus wat bedoelt hij hier werkelijk mee? Hij heeft het over levenspatronen. Hij gaat er niet van uit dat iemand een volmaakt leven leidt. Waar hij wel van uitgaat, is dat iedereen over het algemeen leeft naar datgene waaraan hij zich heeft verbonden. Iedereen leeft meestal volgens zijn principes. Iedereen schiet af en toe tekort, maar over het algemeen zijn de keuzes die je maakt, de doelen die je stelt en de discipline in je leven gericht op wat voor jou van waarde is.
Als het voor jou van waarde is om jezelf te behagen, zul je in zonde leven. Als je kiest voor het uitgangspunt: ‘Ik wil zo leven dat het God behaagt. Ik heb God lief. Ik wil dat Hij blij met me is’, en als dat werkelijk is waar je hart ligt, dan zal dat blijken uit de richting die je inslaat. Hoewel niemand in welke richting dan ook volmaakt zal gaan, zonder een enkele fout, is de richting waarin je gaat zichtbaar aan de lijn in je leven. Richt je je leven over het algemeen in naar de geboden van God, of negeer je die? Als je het naar de geboden van God inricht, dan staat er dat je niet zondigt. Over het algemeen keert je leven zich van de zonde af. Je beoefent de zonde niet.
Gehoorzaamheid aan de wet van Christus, aan Zijn geboden, is het teken dat we behouden zijn. Geen volmaakte gehoorzaamheid. Johannes heeft al afgerekend met dat idee van volmaakte gehoorzaamheid. Maar over het algemeen houdt een niet-christen zich niet bezig met wat Jezus geboden heeft. ‘Wat kan het mij schelen wat Hij gezegd heeft? Als ik om Hem gaf, zou ik een christen zijn.’ Maar dat is nu juist het punt. Als je een christen was, zou je om Hem geven. Als je een christen bent, zou je Hem willen gehoorzamen. Je zou weten dat Hij de Heere is. Hij is de Bevelhebber. Hij is je Baas. Je gaat doen wat Hij zegt.
Als je niet doet wat Hij zegt, maar wel zegt dat je Hem kent, dan ken je Hem niet. Hij zegt dat iedereen die zegt: ‘Ik ken Hem’, en Zijn geboden niet in acht neemt, liegt. Die persoon is niet werkelijk wedergeboren, is niet opnieuw geboren. Maar wie Zijn woord in acht neemt, zo staat er:
3En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. 4Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. 5Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn. 6Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.
Gehoorzaamheid maakt liefde zichtbaar #
Nu klinkt de Engelse formulering ‘is perfected’ alsof die zou kunnen betekenen: ‘wordt volmaakt gemaakt’. Dus dat het in acht nemen van Zijn woorden, het in acht nemen van Zijn geboden, Gods liefde in je volmaakt maakt. Maar zo staat het hier niet in het Grieks. In het Grieks betekent het: ‘is volmaakt gemaakt’. Gods liefde is in je volmaakt gemaakt als je gehoorzaam bent. Hoe moeten we dat begrijpen? Laat me je een passage in Jakobus laten zien die ongeveer hetzelfde verwoordt. Die maakt een iets ander punt, maar doet dat op dezelfde manier. Ik denk dat die kan helpen verduidelijken wat hij bedoelt met: als je gehoorzaam bent, dan is de liefde van God in je volmaakt gemaakt. Bedenk dat het woord ‘volmaakt’ hier ‘voltooid’ betekent. In Jakobus hoofdstuk 2 gaat het over Abraham, en in vers 22 staat:
Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden?
Iemand kan zeggen dat hij geloof heeft, maar dat is niet compleet tenzij daar ook de werken bij zijn die ermee samengaan. Als je zegt dat je iets gelooft, laten we dan eens zien of je je ook zo gedraagt. Laten we eens zien of je daden overeenkomen met wat volgens jou je overtuigingen zijn. We geloven je als we het zien. Dat is wat Jakobus eigenlijk zegt. Iemand kan zeggen:
Maar nu zal iemand zeggen: U hebt geloof en ik heb werken. Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien.
De spreker gebruikt hier de Engelse formulering: ‘Laat mij je geloof zien zonder werken.’
Ik geloof dat je geloof hebt wanneer ik het zie. En wanneer ik het zie, is dat het volledige bewijs: niet alleen dat je zegt dat je geloof hebt, maar dat je ook de werken doet. Je bewering dat je geloof hebt, wordt volmaakt of volledig wanneer het andere deel aanwezig is. Niet alleen de bewering, maar ook de werken die ermee samengaan en die de bewering bevestigen.
Met andere woorden, geloof is iets wat min of meer onzichtbaar is. Beweren dat je geloof hebt is één ding, maar werken zijn zichtbaar. Daarom moet je het onzichtbare door het zichtbare laten bevestigen. Het ene zonder het andere is onvolledig. De werken maken het volledig. De werken vormen het andere deel van dit bewijs dat je een christen bent. Geloof is één ding, onzichtbaar. Werken zijn zichtbaar. Je moet beide hebben.
Toen Johannes zei dat bij iemand die Gods woord in acht neemt, zijn liefde voor God in hem volmaakt wordt, is dat net zoals Abrahams geloof dat door zijn werken volmaakt werd. Dat betekent dat de werken het andere deel vormden en het bewijs dat hij geloof had volledig maakten. Zo laat onze gehoorzaamheid aan Gods wet zien dat we liefde voor God hebben. We zeggen dat we liefde voor God hebben. Laat het dan eens zien. Gehoorzaamheid laat het zien. Jezus zei:
Als jullie van Me houden, doe dan wat Ik jullie opdraag.
Johannes zegt dus: ‘Het is mooi dat je zegt dat je God liefhebt, maar laat het ons zien door de geboden in acht te nemen.’ Als je inderdaad Zijn geboden in acht neemt, dan kunnen we zien hoe de liefde haar werk in je voltooit, jouw liefde voor God.
Net zoals het offeren van Izak door Abraham de voltooiing van zijn geloof was. Het was het andere deel. Het is het deel dat het zichtbaar maakte. Geloof en liefde zijn allebei onzichtbare eigenschappen in je hart. Werken en gehoorzaamheid zijn de dingen die laten zien dat die onzichtbare eigenschappen er zijn. Zonder die zichtbare delen is het een onvolledig verschijnsel. Het wordt volledig door de zichtbare uitwerking van die dingen.
Ik weet dat dit een wat vreemd begrip is, maar Johannes zegt het op deze manier. Hij zegt dat bij wie Zijn woord in acht neemt, zijn liefde voor God voltooid, volmaakt wordt. De liefde van God betekent hier zijn liefde voor God, de liefde van die persoon. Net zoals Abrahams geloof in zijn werken volmaakt werd.
In Christus blijven en Zijn voorbeeld volgen #
‘Wie zegt in Hem te blijven’ — dat zeggen christenen natuurlijk inderdaad van zichzelf. Wij blijven in Christus. Dit idee van in Christus blijven gaat terug op Jezus’ woorden over de wijnstok en de ranken. Hij zei:
4Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. 5Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.
Het Engelse woord ‘abide’ is een ouderwets woord. In het Grieks betekent het eigenlijk blijven, ergens blijven, doorgaan. Dat staat tegenover Christus aannemen en Hem vervolgens niet blijven volgen. In Hem doorgaan, blijven, is wat dit woord ‘abide’ betekent.
Hij zegt dus dat iemand die zegt dat hij doorgaat of blijft in Christus, behoort te wandelen zoals Jezus wandelde. Dat je in de wijnstok blijft, is zichtbaar aan de manier waarop je wandelt of leeft. Deze hele alinea zegt dus dat je belijdenis dat je christen bent geloofwaardig wordt door je gehoorzame wandel met God. Jezus wandelde op een bepaalde manier. Hij leefde op een bepaalde manier. Wij moeten ook zo wandelen.
Op welke manier moeten we de wandel van Christus navolgen? Jezus deed immers niet wat iedereen behoort te doen. Hij stierf aan een kruis. We zijn niet noodzakelijk allemaal geroepen om dat te doen. Hij is nooit getrouwd. Is het de bedoeling dat niemand trouwt? Vermoedelijk droeg Hij een baard. Moeten we allemaal een baard dragen? In hoeverre moeten we Christus navolgen? Op welke manieren moeten we op Hem lijken? We moeten wandelen zoals Hij wandelde. Betekent dat op sandalen? Nee. Het betekent iets heel anders.
Wandelen in geloof, liefde en de Geest #
Er zijn veel plaatsen in de Bijbel die ons vertellen hoe we moeten wandelen. Als we naar deze lijst kijken, zien we dat dit inderdaad de manier is waarop Jezus wandelde. In Handelingen 9:31 staat bijvoorbeeld:
De gemeenten dan in heel Judea, Galilea en Samaria hadden vrede en werden opgebouwd; en zij wandelden in de vreze des Heeren en de vertroosting door de Heilige Geest en namen in aantal toe.
Jezus wandelde ook in de vreze des Heeren. De vreze des Heeren is iets goeds. Die zorgt ervoor dat je niet zondigt.
2 Korinthe 5:7 zegt:
want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.
Jezus wandelde eigenlijk ook door geloof. Galaten 5:16 zegt:
Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
Jezus wandelde in de Geest. Hij wandelde geleid door de Geest, bekrachtigd door de Geest. Dat moeten wij ook doen. Efeze 5:2 zegt:
en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.
Jezus wandelde zeker in liefde. In Kolossenzen 4:5 staat:
Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit.
Niemand kan ontkennen dat Jezus in wijsheid wandelde. Zo wandelde Hij. Wij moeten wandelen zoals Hij wandelde. Kolossenzen 1:10 zegt:
zodat u wandelt op een wijze de Heere waardig, Hem in alles behaagt, in elk goed werk vrucht draagt en groeit in de kennis van God,
Dat deed Jezus zeker. In 3 Johannes vers 3 staat dat christenen
in de waarheid wandelen.
Dat deed Jezus ook. In 1 Johannes hoofdstuk 1, vers 7 staat ook:
Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Dat zijn allemaal manieren waarop we wandelen.
Jezus volgen in dagelijkse stappen en nederigheid #
Wandelen is natuurlijk een beeld voor leven. Dat beeld wordt gebruikt omdat het een voortdurend proces is. Als ik zeg dat ik daar naar de piano ga lopen en ik zet één stap, dan ben ik daar niet naartoe gelopen. Ik heb één stap gezet, maar ik ben daar niet naartoe gelopen. Daar naartoe lopen betekent dat ik een reeks stappen zet en daarmee doorga totdat ik bij mijn doel ben. Het leven is, bij wijze van spreken, een wandeling. We zijn ergens naartoe op weg en we moeten steeds de stappen blijven zetten die ons daar dichter bij brengen. Ons leven gaat voort naar een doel. De beslissingen die we elke dag nemen, waarschijnlijk elk moment, brengen ons dichter bij dat doel of verder van dat doel af.
Wandelen is een voortdurend proces totdat je de plaats bereikt waar je naartoe loopt. Daarom lijkt het leven heel veel op een wandeling. Het bestaat uit een reeks stappen. Die stappen moeten worden gezet onder leiding van wijsheid, liefde, de waarheid, de Heilige Geest, geloof en de vreze des Heeren. Dat zijn de manieren waarop we moeten wandelen, en zo wandelde Jezus. Hij gaf ons het voorbeeld.
Toen Jezus de voeten van de discipelen waste, maakte Hij Zichzelf tot een dienaar, een nederige dienaar. Nederig wandelen is trouwens nog iets. In Micha 6:8 staat wat God van ons vraagt:
Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.
Jezus wandelde zeker nederig. Hij waste de voeten van Zijn discipelen, en dat was het nederigste werk van een dienaar. Hij zei:
13U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. 14Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
Hij zegt:
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.
in Johannes 13, waar Hij hun voeten waste.
Jezus deed deze dingen niet alleen maar om uniek te zijn. Hij deed ze om de eerste te zijn van een hele menigte die hetzelfde doet. Hij moet een nieuwe trend beginnen: ‘Ik ga zo wandelen. Ga je met Mij mee? Wandel jij dan ook zo.’ Johannes zei dat mensen altijd wel kunnen praten over hoe ze in Christus blijven. Maar als ze niet wandelen zoals Hij wandelde, is hun bewering volstrekt ongeloofwaardig. Iedere christen moet wandelen zoals Jezus wandelde.
Het oude en het nieuwe gebod van de liefde #
Vers 7, 1 Johannes 2:7:
Broeders, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad; dit oude gebod is het woord dat u vanaf het begin hebt gehoord.
Kijk, het klinkt alsof hij zichzelf tegenspreekt.
8Toch schrijf ik u een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt reeds. 9Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis. 10Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen. 11Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.
Hier worden we opnieuw, net als in het eerste hoofdstuk, gewezen op deze tegenstelling tussen licht en duisternis. Nu worden licht en duisternis verbonden met respectievelijk liefde en haat. Wie haat, is in de duisternis. Wie liefheeft, is in het licht.
Ik zei dat het lijkt alsof Johannes zichzelf tegenspreekt, omdat hij in vers 7 zegt:
Broeders en zusters, ik schrijf jullie geen nieuw gebod.
Maar in vers 8:
Toch schrijf ik jullie wel een nieuw gebod.
Hij moet toch eens kiezen, of niet? Maar wat hij duidelijk wil maken, is dat het gebod waarover hij spreekt al in Leviticus staat:
U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.
Hij zegt dat dit geen nieuw gebod is. Het bestaat al heel lang. Liefde is altijd vereist geweest. Het gaat terug tot Leviticus. Daar staat het gebod oorspronkelijk, in Leviticus:
Hou net zoveel van je naaste als van jezelf.
Dit is geen nieuw gebod. We hebben altijd geweten dat we moeten liefhebben.
Maar in zekere zin is het wel een nieuw gebod, omdat Jezus in Johannes 13:34 zei:
Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.
Jezus noemde het een nieuw gebod. Johannes zegt dat het in zekere zin heel oud is. Het is een heel oud gebod. Het is al heel lang van kracht. Maar aan de andere kant is het, zoals Jezus zei, een nieuw gebod.
Liefhebben zoals Jezus: de ander voorrang geven #
Wat is er nieuw aan? Het gebod om lief te hebben blijft bestaan. Maar Jezus veranderde het. Eerst was het:
Hou net zoveel van je naaste als van jezelf.
Hij zegt:
Dit is Mijn nieuwe gebod: hou van elkaar zoals Ik van jullie heb gehouden.
De maatstaf, de lat, is hoger gelegd. Je naaste liefhebben als jezelf is gewoon doen wat Johannes de Doper zei.
Hij antwoordde en zei tegen hen: Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met hem die er geen heeft, en wie voedsel heeft, moet ook zo doen.
Daarmee breng je hem op hetzelfde niveau als jij. Dat is je naaste liefhebben als jezelf. Jij staat op een bepaald niveau; hij staat op hetzelfde niveau. Je hebt evenveel oog voor zijn behoeften als voor die van jezelf. Dat is het oudtestamentische gebod van de liefde.
Jezus legde de lat hoger. Hij zei:
Nu heb Ik een nieuw gebod: Ik wil dat jullie van elkaar houden zoals Ik van jullie hou.
Hoe had Hij ons lief? Zoals Paulus het in 2 Korinthe verwoordde:
Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.
Dat wil zeggen, in zekere zin bracht Hij ons niet op hetzelfde niveau als Hijzelf. Hij plaatste ons boven Zichzelf. Hij maakte Zichzelf arm, zodat jij rijk kon zijn. Hij stierf, zodat jij niet hoeft te sterven. Hij bracht offers, zodat jij er baat bij kon hebben. Daarmee plaatst Hij ons niet op Zijn niveau. Daarmee plaatst Hij ons in zekere zin boven Zichzelf. Dat wil zeggen, Hij doet afstand van Zijn voorrechten om ons voorrechten te verlenen.
Het is dus niet hetzelfde als zeggen: ‘We staan allemaal op hetzelfde niveau. Behandel je broeder op dezelfde manier als je jezelf behandelt.’ Wat Hij in wezen zegt, is: ‘Behandel je broeder beter dan je jezelf behandelt.’ In Romeinen 12:10 staat hoe we met elkaar moeten gaan omgaan. Paulus zegt:
Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon.
De Engelse formulering die de spreker aanhaalt, spreekt van elkaar voorrang geven in eer. Hij legt dat uit als: anderen voorrang geven boven onszelf en hun behoeften belangrijker achten dan die van onszelf.
Je zou kunnen zeggen: ‘Maar dat is niet realistisch. Hij verdient geen betere behandeling dan ik.’ Misschien verdient hij die niet, maar Jezus verdiende het ook niet om gekruisigd te worden. Het gaat er niet om wat je verdient; het gaat erom wat je wordt opgedragen te doen. Dit maakt het verschil tussen christen zijn en geen christen zijn. Veel mensen zullen andere mensen in wezen op ongeveer dezelfde manier liefhebben als zichzelf. Maar hier gaat het om afstand doen van je rechten en jezelf onder de ander plaatsen, zodat die een beter leven kan leiden. Het gaat verder dan één van je twee jassen geven aan iemand die er geen heeft. Je geeft je enige jas aan iemand die er geen heeft, zodat je er zelf geen meer hebt.
Offervaardige liefde in de praktijk #
Ik heb dat in mijn leven daadwerkelijk twee keer moeten doen, toen ik heel arm was en geen geld had om een andere te kopen. Ik gaf onderwijs over liefde vanuit 1 Johannes in een christelijke gemeenschap in Orange County, waarschijnlijk in 1975, zoiets. Ik gaf onderwijs over liefde en over hoe praktisch die is. Johannes zei:
Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?
Na afloop kwam er een man naar me toe die zei: ‘Ik vind je jas mooi. Ik heb er geen.’ Tja, wat moet ik dan doen? Ik trok mijn jas uit en gaf hem aan hem. Wat moet je anders? Hij heeft geen jas. Hij heeft een jas nodig. Het is winter. Ik wist niet waar ik er zelf één vandaan moest halen, maar ik kreeg er inderdaad één. Binnen een week gaf iemand me er één.
Een andere keer reisde ik met een Greyhoundbus door het land, en ergens stapte er iemand in, misschien in Colorado; ik weet het niet zeker. We reden naar het oosten. Hij ging naar Wyoming en was zijn jas kwijtgeraakt. Ik had er één. Hij vroeg me niet om de mijne, maar we zaten samen in de bus. Ik wist dat hij uit de bus zou stappen. Hij was een soort dakloze, rondzwervende hippie. Ik had gewoon het gevoel dat God tegen me zei: ‘Geef die man je jas.’
Ik verzette me ertegen, omdat ik ook naar het Middenwesten ging en maar één jas had. Uiteindelijk, toen hij uitstapte, zei ik: ‘Ik heb iets voor je.’ Ik gaf hem mijn jas. Toen ik in Chicago aankwam, gaf iemand me een jas omdat ik er geen had. Ik had er niet om gevraagd. Iemand zag gewoon dat ik er geen had en gaf me er één. Dus de Heere voorziet.
Maar waar het om gaat, is dat Johannes de Doper zei:
Hij antwoordde en zei tegen hen: Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met hem die er geen heeft, en wie voedsel heeft, moet ook zo doen.
Dat is:
U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.
Dat is het oude gebod. Het nieuwe gebod is mensen liefhebben zoals Jezus liefheeft. Dat zou betekenen dat je misschien een offer moet brengen, zodat iemand iets kan hebben wat hij nodig heeft, op jouw kosten, en jij het zelf niet meer hebt.
Dat is natuurlijk een manier van leven waarbij je door de Heilige Geest geleid moet worden. Want je moet niet zomaar alles wat je hebt te gelde maken en het aan de eerste de beste liefdadigheidsinstelling geven. Dat is niet altijd een verantwoorde manier om het te doen. God kan je juist in een positie hebben geplaatst waarin je voortdurend in de behoeften van de armen kunt voorzien, in plaats van alles in één keer op een rommelmarkt te verkopen en alles in de inzamelbak van het Leger des Heils te stoppen.
Dit is een nieuw gebod, en het is een oud gebod. Het is een oud gebod waaraan Jezus Zelf een nieuwe laag heeft toegevoegd.
Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.
Jezus zei in Johannes 13:35:
Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.
Dus als je elkaar niet liefhebt, ben je niet in het licht; je bent geen discipel. En als je dat wel doet, ben je in het licht. Dat is wat Johannes hier zegt.
Kinderen, vaders en jonge mannen #
Nu zijn de verzen 12 tot en met 14 vreemd. Als je niet weet hoe vreemd ze zijn, zal ik ze voorlezen, en dan zul je meteen zien hoe vreemd ze zijn. Zelfs commentatoren hebben gezegd dat er eigenlijk nooit een goede verklaring is geweest voor het vreemde van deze verzen. Johannes zegt:
12Ik schrijf u, lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van Zijn Naam. 13Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent. 14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.
Je hebt misschien gemerkt dat hier wat herhaling in zit. Er zijn drie uitspraken die in wezen herhaald worden, al worden ze bij de herhaling een klein beetje gewijzigd. Eigenlijk doet hij twee verschillende uitspraken tegen de kleine kinderen. Hij spreekt ook tegen vaders, en hij spreekt tegen jonge mannen.
Bijna alle commentatoren zijn het erover eens dat Johannes het niet heeft over de leeftijd van mensen in jaren, maar over hun geestelijke leeftijd, hun geestelijke volwassenheid. Sommigen zijn pas bekeerd. Zij zijn de kleine kinderen tegen wie hij spreekt, mensen die zich pas tot het christendom hebben bekeerd, baby's in Christus, om het zo te zeggen. Er zijn er ook die geen baby's in Christus zijn, maar die groeien. Het zijn groeiende christenen, en zij zijn de jonge mannen. De vaders daarentegen zijn de volwassen, vaderlijke christenen die al heel lang meelopen en die leiding kunnen geven en toezicht kunnen houden op de gemeente, enzovoort. Johannes spreekt eenvoudigweg over de verschillende categorieën van geestelijke volwassenheid. Daarbij gebruikt hij de taal van het gezin, van kinderen en vaders, enzovoort. Hij heeft dus iets te zeggen tegen de pasbekeerden, iets te zeggen tegen de groeiende christenen, en iets te zeggen tegen de ouden, tegen de oudsten.
Maar wat interessant is: let erop dat hij in vers 13 zegt:
‘Ik schrijf jullie, vaders, omdat jullie Hem kennen Die er vanaf het begin is.’ Kijk naar vers 14:
‘Ik heb jullie geschreven, vaders, omdat jullie Hem kennen Die er vanaf het begin is.’
Het is precies dezelfde uitspraak, met een verandering in de werkwoordstijd. Er staan hier in totaal zes zinnen, drie gevolgd door drie die er heel sterk op lijken. In de eerste vier van de zes zegt hij:
Ik schrijf.
In de laatste twee zegt hij:
Ik heb geschreven.
In wezen betekent het hetzelfde. Maar waarom veranderde hij het? Er zit zoveel symmetrie in deze passage, duidelijk met opzet. Waarom veranderde hij zomaar de werkwoordstijd? Niemand weet het.
Waarom zei hij in beide gevallen hetzelfde tegen de vaders, maar verschillende dingen tegen de kinderen, en breidde hij uit wat hij tegen de jonge mannen zei? Tegen de kinderen zegt hij in vers 12:
Ik schrijf u, lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van Zijn Naam.
Maar dan zegt hij aan het einde van vers 13:
Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent.
Het is dus anders:
Ik heb jullie geschreven omdat jullie zonden vergeven zijn.
Of eigenlijk:
Ik heb jullie geschreven omdat jullie de Vader kennen.
Of eigenlijk allebei. Voor hen verandert hij het.
Tegen de vaders zegt hij precies hetzelfde:
Ik schrijf jullie, vaders, omdat jullie Hem kennen Die er vanaf het begin is.
En bij de jonge mannen lijkt het heel sterk op elkaar. De eerste keer zegt hij:
Omdat jullie de duivel hebben overwonnen.
De tweede keer breidt hij het uit:
Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.
De herhaling en bemoediging bij geestelijke groei #
Sommige mensen denken dat de eerste drie zijn eerste versie waren, en dat de tweede drie een gewijzigde versie van hetzelfde waren. Hij wilde alleen de tweede laten afdrukken, maar op de een of andere manier zijn de eerste en de tweede versie er samen in terechtgekomen. Niemand weet het zeker.
Eén ding kunnen we zeggen: eerlijk gezegd zouden de dingen die hij tegen de kinderen zegt, tegen hen allemaal gezegd kunnen worden. Van alle christenen zijn de zonden vergeven. Zij hebben de Vader gekend. Wat hij tegen de vaders zegt, is in wezen hetzelfde:
Jullie kennen Hem Die er vanaf het begin is.
Dat geldt voor alle christenen.
De jonge mannen spreekt hij aan als mensen die wat standvastiger zijn in de geestelijke strijd. Misschien omdat jonge mannen gewoon helden willen zijn en bemoedigd kunnen worden door de beeldspraak hier, dat ze de boze, de duivel, hebben overwonnen. En de tweede keer voegt hij eraan toe:
Jullie zijn sterk en het Woord van God blijft in jullie en jullie hebben de duivel overwonnen.
Maar eerlijk gezegd kun je elke uitspraak nemen zoals die er staat, maar valt er niet veel te zeggen over waarom hij het op deze manier heeft gedaan.
Let erop dat ze dit in de New King James als poëzie hebben gezet, terwijl de passages ervoor en erna niet als poëzie zijn gezet. Die zijn als proza gezet, maar deze drie verzen zijn opgemaakt alsof het poëzie is. En dat is ongetwijfeld vanwege de herhaling. Sommigen denken misschien dat Johannes een of ander gedicht of lied of iets dergelijks citeert. Maar niemand weet het echt. Zelfs mijn favoriete commentator, F. F. Bruce, zegt dat commentatoren nooit echt een bevredigende verklaring hebben gegeven voor deze verschijnselen in deze korte passage. En ik ga dat patroon niet doorbreken. Ik heb er ook niets bijzonder bevredigends over te zeggen.
Eén ding kunnen we zeggen: Johannes houdt er rekening mee dat niet alle christenen op precies hetzelfde punt in hun geestelijke groei zijn. Iedereen heeft bemoediging, bevestiging of erkenning nodig in de fase waarin hij zich bevindt. Maar als dat eenmaal gezegd is, valt er voor zover ik weet niet heel veel meer over deze passage te zeggen.
De verschillende betekenissen van de wereld #
Vers 15:
15Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
We moeten ons eerst afvragen wat er met de wereld wordt bedoeld. Hij heeft die uitdrukking eerder gebruikt, toen hij zei:
1Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 2En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.
Maar in dat geval lijkt hij het te hebben over de bevolking van de wereld, alle mensen van de wereld, niet alleen de christenen, maar ook de andere mensen. De hele wereld in hoofdstuk 2, vers 2 lijkt de wereldbevolking te betekenen. Maar hier zegt hij:
Hou niet van de wereld.
Hij bedoelt niet de wereldbevolking, want we horen de wereldbevolking lief te hebben. Zelfs God heeft die immers lief. Johannes 3:16 zegt:
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
En nu wordt ons gezegd dat we de wereld niet moeten liefhebben. Maar hier betekent het iets anders.
Het woord ‘wereld’ is hier cosmos in het Grieks. Het wordt in de Schrift op verschillende manieren gebruikt. Soms lijkt het de planeet aarde te betekenen. Soms lijkt het de wereld van het Romeinse Rijk te betekenen. In Lukas hoofdstuk 2 staat bijvoorbeeld dat er een bevel van keizer Augustus uitging:
En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.
Keizer Augustus verwachtte beslist niet dat de hele planeet zich voor een volkstelling zou laten inschrijven, alleen het Romeinse Rijk. Hij kon de mensen in India of Australië of de Navajo-indianen niet inschrijven. Strikt genomen zouden zij wel tot de planeet of de bevolking behoren. Maar het is duidelijk dat hier de hele Romeinse wereld wordt bedoeld. De term ‘wereld’ wordt dus op allerlei manieren gebruikt.
De wereld als samenleving onder satan #
In de Schrift, en vooral in de geschriften van Johannes, heeft het woord ‘wereld’ soms een bijzondere betekenis: het maatschappelijke stelsel dat onder de macht van satan staat. In het Evangelie van Johannes wordt satan drie keer de heerser van deze wereld genoemd. Op een bepaald moment zei Jezus:
Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken, nu zal de vorst van deze wereld buitengeworpen worden.
Daarmee bedoelde Hij satan, en Hij bedoelde dat dit aan het kruis zou gebeuren. Een andere keer zegt Hij:
Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.
Er zijn drie plaatsen in het Evangelie van Johannes waar satan de heerser van deze wereld wordt genoemd. Deze wereld betekent niet de planeet. Het gaat om de samenleving die tegen God in opstand is en onder de heerschappij van satan staat.
Op een aantal plaatsen in het Evangelie van Johannes betekent de wereld niet de planeet, en zelfs niet de bevolking, maar de samenleving, de cultuur van ongehoorzaamheid aan God. Die doordringt de wereld die God niet volgt. De wereld die niet behouden is en haar cultuur, dat is eigenlijk wat ermee wordt bedoeld. Jezus zei tegen de discipelen in Johannes hoofdstuk 15:
Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.
Het is duidelijk dat de discipelen één groep vormen en de wereld een andere groep. Het is de wereld die Jezus haat en de discipelen haat. Dat zullen we trouwens ook zien in 1 Johannes 3, het boek dat we nu behandelen. Hij zegt in vers 1:
Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent.
Of: begrijpt ons niet.
Of Hem niet begreep of waardeerde. De wereld betekent in deze gevallen per definitie de menselijke samenleving die de vorst van deze wereld, satan, volgt in plaats van God: de ongelovige wereld en haar cultuur.
Wanneer Johannes zegt:
15Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Wereldse waarden en vijandschap tegen God #
bedoelt hij niet dat je de mensen van de wereld niet moet liefhebben. Hij bedoelt dat je deze wereldse cultuur en haar normen en waarden enzovoort niet moet liefhebben. Ga er niet helemaal in op. Zelfs Paulus gebruikt de term op die manier. Paulus zegt in Romeinen 12:
En word niet aan deze wereld gelijkvormig,
En:
En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
Paulus gebruikt de term ‘wereld’ dus soms op dezelfde manier als Johannes.
Dit is Romeinen 12:2.
Je moet niet in de ban raken van de wereld en haar waarden, haar helden, haar cultuur, haar levenswijzen en vermaak enzovoort. Er zijn dingen die eenvoudigweg tegen God ingaan en waar de wereld van houdt. We moeten voorkomen dat we daarin worden meegezogen. Dat is de wereld zoals dat woord wordt gebruikt wanneer hij zegt:
Hou niet van de wereld of van wat er in de wereld is. Als iemand van de wereld houdt, is de liefde voor de Vader niet in hem.
Dat is omdat de wereld de Vader niet liefheeft, en jij hebt de Vader niet lief als je de wereld liefhebt. Je kunt niet zowel God als Zijn vijand liefhebben. Dat wil zeggen: je kunt niet tegelijkertijd de kant van God kiezen en de kant van Zijn vijand. Je moet een standpunt innemen, want de wereld is in oorlog met God. Je kunt niet aan beide kanten staan.
Jakobus heeft daar ook iets heel interessants over gezegd. In Jakobus, hoofdstuk 4, vers 4, zegt hij:
Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.
En hiermee heeft hij het niet over mensen die letterlijk seksuele zonde begaan, maar over mensen die geestelijk overspel plegen. Afgoderij wordt geestelijk overspel tegen God genoemd. Hij zegt:
Weten jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent?
Dat betekent vijandigheid, of dat je een vijand bent. Met ‘de wereld’ bedoelt hij hetzelfde als Johannes in onze passage: het systeem dat onder satan georganiseerd is en trouw de vijand van God volgt. Als je daar een vriend van bent, ben je een vijand van God.
Dat lijkt me geen erg voordelige ruil. Er valt iets voor te zeggen om je vijanden verstandig te kiezen en verstandig te kiezen welke strijd je aangaat. Als je gaat kiezen welke strijd je aangaat en je zegt: ‘Ik denk dat ik God maar tot mijn vijand maak’, dan ben je een heel, heel dwaas mens. Waarom zou je een vijand kiezen Die je, als Hij dat wilde, als een insect onder Zijn duim zou kunnen verpletteren, zonder zelfs maar te merken dat Hij het had gedaan? Want je stelt niets voor.
Natuurlijk wil God je niet als een insect verpletteren. Maar hij zegt dat je jezelf tot een vriend van de wereld maakt als je de wereld liefhebt. Je maakt jezelf tot een vijand van God. Je stelt jezelf tegenover God op. Dat staat er in 1 Johannes 2:15:
Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.
Je hebt God niet lief als je Zijn vijanden op die manier liefhebt, als je hun kant kiest.
Lichamelijke verlangens zijn op zichzelf goed #
Hij zegt:
Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
Dit is 1 Johannes 2:16.
Wat zijn de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven? De begeerte van het vlees is eigenlijk gewoon je lichamelijke verlangens. Die zijn op zichzelf niet verkeerd, maar ze kunnen je in de problemen brengen. Begeerte is in het Grieks een woord dat verlangen betekent. Strikt genomen betekent het geen verkeerd verlangen. Jezus gebruikte dat woord in het Evangelie van Lukas toen Hij bij het laatste Avondmaal tegen Zijn discipelen zei:
En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden.
Het woord ‘verlangen’ is hetzelfde als het woord ‘begeerte’. Je zou het kunnen vertalen als:
Ik heb er ontzettend naar verlangd om dit paasmaal met jullie te eten.
Het is duidelijk dat begeerte gewoon verlangen betekent, een sterk verlangen. Het betekent niet noodzakelijkerwijs een verkeerd verlangen.
Je zou dit kunnen vertalen als ‘de verlangens van het vlees’, en dat zou je lichamelijke verlangens betekenen. Waar verlangt je lichaam naar? Het verlangt naar eten, drinken, slaap, seks. Er zijn bepaalde dingen waar je klieren naar verlangen, en dat zijn de verlangens van je lichaam. Zijn die verkeerd? Nee, geen daarvan is verkeerd, tenzij het je afgod wordt, tenzij het bepaalt wat je gaat doen. Als je je verlangens beheerst en ze laat leiden door de beginselen van gehoorzaamheid aan God, is er niet één verkeerd. God heeft ze tenslotte gemaakt. Hij heeft het lichaam gemaakt. Hij heeft het de klieren gegeven.
Als je denkt dat een bepaald verlangen van je lichaam op zichzelf slecht is, dan moet je wel denken dat God een fout heeft gemaakt toen Hij die hormonen en die klieren ontwierp die je lichaam naar eten of seks of slaap of een van die dingen laten verlangen. Zo werkt je lichaam gewoon. Dat is op zichzelf niet verkeerd, maar de wereld hunkert naar de verlangens van het lichaam en aanbidt die. De wereld aanbidt seks. Ze aanbidt eten. Ze aanbidt genot.
Verlangens binnen Gods grenzen houden #
Eten en seks en genot kunnen heel goede doelen dienen. God heeft niets tegen die dingen. Hij heeft ze bedacht. Maar Hij zegt: ‘Dit zijn de verlangens die je hebt, en dit is wat Ik wil dat je ermee doet.’ Dit zijn krachtige dingen. Als je er de beheersing over verliest, kunnen ze veel schade aanrichten.
De verlangens van het vlees worden in de Bijbel vaak met vuur vergeleken. Salomo spreekt in Spreuken over een man die met de vrouw van zijn naaste slaapt. Het is alsof hij vuur tegen zijn borst neemt. Dat is geen goede plek om vuur te hebben. Je wilt dat vuur in de open haard zit. Als je het in je kleren neemt, zullen je kleren verbranden. Vuur is goed als het in de open haard zit; het is slecht als het in je kleren zit. Seksueel verlangen is goed als het in je eigen huis is, waar het thuishoort; het is slecht als je er elders uiting aan geeft.
De gedachte hier is dat de verlangens van het lichaam ons in vuur en vlam zetten. We kunnen door verlangen in vuur en vlam staan, en als je dat vuur niet in de haard houdt, zal het het hele huis overnemen. Van de begeerten van het vlees kun je genieten zolang ze hun juiste plaats houden. Maar daarbuiten moet je ervoor op je hoede zijn, omdat ze levens verwoesten.
Iemand die zijn eetlust gewoon de vrije loop laat en zijn eetlust nooit, nooit beteugelt, zal over het algemeen ongezond worden en waarschijnlijk jong sterven aan verstopte slagaderen en overgewicht en dat soort dingen. Dat weten we. Daar zijn we ons van bewust. Iemand die zonder onderscheid seks heeft, telkens wanneer hij daar zin in heeft, zal in de problemen komen. Alleen al omdat hij naar bed zal gaan met mensen die al een relatie met iemand anders hebben. Hij zal waarschijnlijk ook ziekten oplopen en dat soort dingen. Hij zal zichzelf en andere mensen ernstige psychische schade toebrengen.
God heeft deze verlangens niet ontworpen om onbeheerst te blijven of, erger nog, om zelf de baas te zijn. Veel mensen worden eenvoudigweg door hun verlangens gedreven. Die verlangens moeten door ons worden aangestuurd. We moeten zeggen: ‘Ik kan erkennen dat eetlust iets goeds is. Het verlangen naar seks, dat is iets goeds. God heeft het gemaakt. De duivel heeft het niet gemaakt. Het verlangen om te drinken wanneer je dorst hebt, het verlangen om te slapen wanneer je moe bent, dat zijn goede dingen. Maar als je de hele dag slaapt en lui bent, is dat niet goed. Als je eet wanneer je niet hoort te eten, of meer eet dan je zou moeten eten, is dat niet goed. Als je op de verkeerde plaatsen seks hebt, is dat niet goed.’ Die dingen moeten worden beheerst.
Maar de wereld en haar cultuur erkennen niet dezelfde grenzen als de grenzen die God heeft voorgeschreven, Die deze dingen heeft bedacht. Hij is de Eigenaar. Hij heeft de handleiding geschreven voor de bediening van de machine. De wereld negeert Gods instructies en doet het gewoon zoals zij denkt dat het het beste is, of zoals zij het wil. Dat is een van de dingen van de wereld: je laten beheersen door de begeerten van het vlees.
De begeerte van de ogen: hebzucht #
En de begeerte van de ogen. Wat is de begeerte van de ogen? Dit is een Hebreeuwse uitdrukking. Die verwijst naar hebzucht. Je zou misschien niet denken dat dat de voor de hand liggende betekenis is: hebzucht, begeerte van de ogen. Maar dat is het wel. In het Hebreeuwse taalgebruik was een man met een boos oog een hebzuchtige man. Een man met een goed oog was een vrijgevige man. Je kunt dit taalgebruik vinden in de Psalmen, in de Spreuken en zelfs in het onderwijs van Jezus.
Toen Jezus een gelijkenis vertelde over mensen die klaagden omdat ze niet meer betaald kregen dan iemand die een kortere dag had gewerkt, zei Jezus namelijk dat de eigenaar, die het loon uitbetaalde, zei:
Of is het mij niet geoorloofd met het mijne te doen wat ik wil? Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?
De Engelse aanhaling spreekt hier van een ‘boos oog’, waar het Nederlandse citaat ‘afgunstig’ zegt. Met andere woorden, ben je hebzuchtig? Het boze oog is een hebraïsme voor hebzucht. Een goed oog is een hebraïsme voor vrijgevigheid.
De begeerte van de ogen heeft te maken met het hunkeren naar dingen die je ziet, maar die niet noodzakelijk voor het vlees zijn. Als ik bijvoorbeeld geen piano had en die piano in een winkel zag staan, zou ik die graag in mijn huis willen hebben. Dat is niet omdat ik een bepaalde begeerte van het vlees heb. Ik ga hem niet opeten. Ik ga er niet op slapen. Hij zal de begeerte van mijn vlees niet versterken. Maar ik vind hem mooi. Ik wil hem hebben. Ik zie hem; ik wil hem hebben.
Het verlangen om chique auto's of chique huizen te hebben, is de begeerte van de ogen. Je zou het in een ander soort auto of huis net zo comfortabel kunnen hebben, maar het gaat om hoe het eruitziet, de status die erbij hoort, het besef dat andere mensen ernaar zullen kijken en je zullen benijden omdat jij het hebt. Dat zijn de dingen die bij de begeerte van de ogen horen. De bezitsdrang, het verlangen naar dingen, is de begeerte van de ogen.
Er is dus het verlangen om je vleselijke begeerten te bevredigen en het verlangen om je bezitsdrang naar meer spullen te bevredigen. De ergste gevallen waarin we dit uit de hand zien lopen, zie je in dat programma, The Hoarders. Dat zijn mensen die gewoon aan waardeloze spullen blijven vasthouden, maar voor hen zijn die waardevol, omdat ze ze zien; ze willen ze hebben. Ze kunnen ze niet gebruiken. Hun leven wordt er niet comfortabeler van. Hun leven wordt er in feite ellendig van. Maar ze kunnen er niets aan doen. Ze hunkeren ernaar en nemen het mee. De begeerte van de ogen is: ‘Ik zie het; ik wil het hebben.’
Hoogmoed en de verleiding van Eva #
Dan is er de hoogmoed van het leven. Daaronder versta ik die ambitie om beter te zijn dan anderen, of om op een bepaald gebied beter te zijn dan je geacht wordt te zijn. Om een bepaalde status te hebben, een bepaalde rang, een bepaalde erkenning, omdat je hoogmoed die aandacht wil.
Toen Eva zondigde, staat er in Genesis 3:6 hoe ze zondigde. Er staat dat ze de verboden vrucht zag. Er staat:
En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan .
Dat zijn alle drie deze dingen.
De vrucht was goed om van te eten: dat is de begeerte van het vlees. Ze was mooi om te zien: dat is de begeerte van de ogen. Eva wilde haar mee naar huis nemen en in een bloemstuk op haar eettafel zetten.
En de vrucht was begerenswaardig om er wijs door te worden. Ze wilde wijs zijn op manieren waarop die vrucht haar wijs kon maken, maar waarvan God had gezegd: ‘Nee, dat is niet de manier waarop Ik wil dat je wijs bent.’ Het was een verlangen om een zekere rang en een zekere status te hebben. Het was een goddeloze ambitie, maar die werd gedreven door hoogmoed.
Zo krijgt de duivel vat op mensen, via deze drie wegen. Johannes zei:
15Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. 16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. 17En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Dat alles komt niet van God. Dat najagen, dat liefhebben, aan die dingen waarde hechten: dat is niet waar God wil dat je waarde aan hecht en wat Hij wil dat je najaagt. Dat is van de wereld.
De wereld vergaat, hemelse schatten blijven #
En hij zegt:
En de wereld gaat voorbij, samen met alles waar ze naar verlangt.
Deze begeerten, deze dingen die mensen najagen en aanbidden, gaan voorbij. Ze zullen hier niet voor altijd zijn. Je kunt het niet meenemen.
Als je christen bent, zul je voor altijd leven, maar de spullen niet. De spullen die je verzamelt, gaan niet met je mee. Dus wat is hier de les? Misschien zou je spullen moeten verzamelen die wel met je meegaan, als je voor altijd zult leven. Waarom zou je een voorliefde ontwikkelen voor dingen die je niet voor altijd bij je zult hebben? Weet je nog dat Jezus zei:
19Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; 20maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen;
Want dat is blijvend. Mot en roest tasten ze niet aan. Dieven breken niet in om ze te stelen. Dat zul je voor altijd hebben. Waarom zou je geen voorliefde ontwikkelen voor wat je kunt meenemen en waarvan je voor altijd kunt genieten? In plaats van een voorliefde voor dingen die niet zullen blijven en die zullen vergaan wanneer de wereld vergaat?
Let erop dat hij zegt:
Wie doet wat God wil, blijft voor altijd leven.
Er staat niet dat alle mensen dat doen. Er staat niet dat alle mensen onsterfelijk zijn en voor altijd blijven bestaan. Maar degenen die de wil van God doen, christenen, zijn mensen die voor altijd blijven bestaan. Ze zullen voor altijd leven. Daarom lijkt het logisch dat ze de dingen zoeken die boven zijn, waar Christus zit, en niet de dingen van de aarde, zoals Kolossenzen ons zegt:
1Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechter hand van God zit. 2Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,
Dingen zoeken die blijvende waarde hebben en waaraan we in een ander leven waarde zullen hechten, en niet alleen in dit leven.
Dat is wat Johannes zegt. Heb de wereldse dingen niet lief, verlang er niet hevig naar, jaag ze niet na, hecht er geen waarde aan, aanbid ze niet. Je hebt een hogere roeping. Jij zult voor altijd blijven bestaan. Die dingen niet. Waarom zou je daar genoegen mee nemen? Waarom zou je daar je energie in steken?
Gods Woord als voedsel dat blijvend verzadigt #
Kijk eens wat Jesaja zei. Hiermee zullen we afsluiten. In Jesaja hoofdstuk 55 zegt hij:
Hé!
Dat moet een oude manier zijn om ‘Yo!’ te zeggen, want het is gewoon een uitroep om de aandacht te trekken.
Hé, luister! Iedereen die dorst heeft, kom naar het water. Ook jullie die geen geld hebben: kom, koop en eet. Ja, kom wijn en melk kopen, zonder geld en zonder te betalen. Waarom besteden jullie geld aan wat geen brood is, en jullie loon aan wat niet verzadigt? Luister aandachtig naar Mij en eet wat goed is. Laat jullie ziel genieten van de overvloed.
Wat wordt hier gezegd? Er wordt gezegd dat er iets is wat werkelijk echt voedsel is, wat echt verzadigt. En wat is dat? Mijn woorden.
Waarom weegt u geld af voor wat geen brood is, en uw arbeid voor wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar Mij, eet het goede, en laat uw ziel vreugde scheppen in de overvloed.
Je zult iets tot je nemen dat blijvende voeding tot gevolg heeft.
O, alle dorstigen, kom tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk.
Waarom neem je niet aan wat je gratis van God krijgt, de vrije gave van God, Zijn Woord, Zijn waarheid, de geestelijke weldaden die van jou kunnen zijn als dat is wat je zoekt? De schatten in de hemel, in plaats van die dingen waaraan je je geld en je inspanningen besteedt om ze te verkrijgen, terwijl ze toch niet verzadigen.
Je kunt voldoening vinden als je naar Mij luistert.
Denk eraan, Jezus zei:
Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.
Met brood bedoelt Hij lichamelijk voedsel. Jezus citeert Deuteronomium 8 wanneer Hij dat zegt. Maar Hij zegt het. De mens leeft van twee soorten voeding: enerzijds van zijn natuurlijke voedsel en anderzijds van het geestelijke voedsel. Het geestelijke voedsel blijft voor altijd. Jezus zei dat trouwens in Johannes hoofdstuk 6. Hij zegt:
Werk niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven.
Tevreden leven en zoeken wat eeuwig blijft #
We hebben twee keuzemogelijkheden. We kunnen zoeken wat tijdelijk verzadigt, of we kunnen zoeken wat eeuwig verzadigt. Dat betekent niet dat we, als we zoeken wat eeuwig verzadigt, geen tijdelijke voldoening zullen hebben. Ik ben een heel gelukkig en tevreden mens wat mijn tijdelijke behoeften betreft. Ik heb het goed, ben gelukkig getrouwd, ik eet goed, ik heb alles wat ik nodig heb en ik heb niets te klagen. Dat is wat de tijdelijke dingen betreft. Hoewel er zeker tijden zijn geweest dat ik geen van die dingen had, en ook toen was ik tevreden.
Maar de wil van God doen is het belangrijkste. Als je de wil van God doet, zal Hij voorzien in al het andere wat je nodig hebt. Hij heeft tot nu toe heel goed voor mij gezorgd. Ik heb niets te klagen. Maar er waren tijden waarin je, als je mij had gezien, niet zou hebben gedacht dat Hij in zo veel voorzag. Maar zelfs toen voorzag Hij in meer dan ik nodig heb. Paulus zei:
Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn.
Ik heb altijd gevonden dat dat waar is. Als ik leef, als ik kleren aanheb, als ik gegeten heb, dan kan ik niet klagen. Het ontbreekt mij aan niets.
Maar God voorziet ook overvloedig. In 1 Timotheüs hoofdstuk 6 staat dat God ons alles rijkelijk geeft om ervan te genieten. Paulus heeft het in die passage over geld, want hij heeft het over rijke mensen. Hij zegt:
Zeg tegen de rijken dat ze niet hoogmoedig moeten zijn en hun vertrouwen niet op hun rijkdom moeten stellen, maar op de levende God, Die ons alles overvloedig geeft om ervan te genieten.
Er is dus niets mis mee om te genieten van wat God geeft, maar het najagen ervan, daar zit het probleem. Waar je naar streeft, daar is je hart. Jezus zei:
want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Laat je streven gericht zijn op dingen die eeuwig zijn, dingen die blijven, dingen die net zo lang zullen blijven bestaan als jij.
We hebben die uitspraak waar ik op zinspeelde in Kolossenzen 3:1:
1Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechter hand van God zit. 2Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn,
En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Dus Johannes zegt: laat dat aan je voorbijgaan. Wanneer de wereld je probeert te lokken en je mogelijkheden hebt om jezelf met wereldse middelen vooruit te helpen en voordeel te halen uit de dingen waar de wereld waarde aan hecht, laat dat dan aan je voorbijgaan en zeg: ‘Ik streef naar dingen die veel meer voldoening geven dan dat. Ik ben niet snel tevreden. Ik ben met niets tevreden behalve met God.’
Aan Zijn rechterhand is er voor altijd geluk, en bij Hem ben je helemaal vervuld van vreugde.
In Psalm 17:15, volgens mij is het dat vers, staat:
Ik zal verzadigd worden wanneer ik ontwaak met Zijn gelijkenis.
Dat is wat mij voldoening zal geven. Met minder neem ik geen genoegen. Dat is dus in wezen wat Johannes zegt, geloof ik. Daar zullen we mee afsluiten.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 1 John 2:1 - 2:17. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.pdf?v=1a4866b635a5
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 03 - 2.1-17.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.mp3?v=572c3fb841b4
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 03 - 2.1-17.mp3
1 Johannes
Alle lezingen over 1 Johannes. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding Dwaalleraren zaaien twijfel in de gemeente
- 2 1 God vergeeft wie zijn zonden belijdt
- 3 2:1-17 Jezus pleit voor ons en betaalt de schuld
- 4 2:18-29 Het laatste uur voor de val van Jeruzalem
- 5 3 Gods kinderen hebben lief met daden
- 6 4 Johannes waarschuwt voor valse profeten
- 7 5 Wie God liefheeft, houdt van zijn kinderen
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.srt?v=86fb96e808f2
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - 1 Johannes - Lezing 03 - 2.1-17.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/1-johannes/2-1-17.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- 1 Johannes 2:1-2
- 1 Johannes 1:8
- 1 Johannes 1:10
- 1 Johannes 1:6-7
- Johannes 3:20
- Johannes 3:20-21
- 1 Johannes 1:9
- 1 Johannes 2:1
- Johannes 14:16
- 1 Johannes 4:10
- Romeinen 3:21
- Genesis 15:6
- Habakuk 2:4
- Romeinen 3:22-23
- Romeinen 3:24
- Romeinen 3:25
- Romeinen 3:26
- 1 Johannes 2:2
- 1 Johannes 5:19
- 2 Petrus 3:9
- Hebreeën 2:9
- Johannes 1:29
- 1 Timotheüs 4:10
- 1 Johannes 2:3-6
- Mattheüs 7:22
- Mattheüs 7:23
- Johannes 8:31
- Lukas 6:46
- Ezechiël 36:26
- 2 Petrus 1:4
- Mattheüs 1:21
- Johannes 8:36
- Johannes 8:33
- Johannes 8:34
- Jakobus 2:22
- Jakobus 2:18
- Johannes 15:4-5
- Handelingen 9:31
- 2 Korinthe 5:7
- Galaten 5:16
- Efeze 5:2
- Kolossenzen 4:5
- Kolossenzen 1:10
- 3 Johannes 1:3
- 1 Johannes 1:7
- Micha 6:8
- Johannes 13:13-14
- Johannes 13:15
- 1 Johannes 2:7
- 1 Johannes 2:8-11
- Leviticus 19:18
- Johannes 13:34
- Lukas 3:11
- 2 Korinthe 8:9
- Romeinen 12:10
- 1 Johannes 3:17
- 1 Johannes 2:9
- Johannes 13:35
- 1 Johannes 2:12-14
- 1 Johannes 2:12
- 1 Johannes 2:13
- 1 Johannes 2:14
- 1 Johannes 2:15-17
- Johannes 3:16
- Lukas 2:1
- Johannes 12:31
- Johannes 14:30
- Johannes 15:19
- 1 Johannes 3:1
- Romeinen 12:2
- Jakobus 4:4
- 1 Johannes 2:15
- 1 Johannes 2:16
- Lukas 22:15
- Mattheüs 20:15
- Genesis 3:6
- Mattheüs 6:19-20
- Kolossenzen 3:1-2
- Jesaja 55:1
- Jesaja 55:1-2
- Jesaja 55:2
- Mattheüs 4:4
- Johannes 6:27
- 1 Timotheüs 6:8
- 1 Timotheüs 6:17
- Mattheüs 6:21
- 1 Johannes 2:17
- Psalmen 17:15