Genesis 4:1-17
Kaïns offer, moord, straf en bescherming
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/genesis/4-1-17.pdf?v=93a2bb2b3215. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/genesis/4-1-17.
Samenvatting
Kaïns onaanvaardbare offer, de moord op Abel en Gods oordeel en barmhartigheid
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt de geboorte en beroepen van Kaïn en Abel en onderzoekt waarom God Abels offer wel aanvaardde en dat van Kaïn niet. Hij noemt als mogelijke verschillen het bloedige karakter van Abels offer, zijn geloof en het feit dat hij God de eerstgeborenen en daarmee het eerste en beste gaf. Vervolgens behandelt hij Kaïns woede, de moord op Abel en de betekenis van Abels bloed dat om recht roept, tegenover het bloed van Jezus dat om barmhartigheid en vergeving pleit. Ten slotte legt hij uit hoe God Kaïn veroordeelde tot een zwervend bestaan, maar hem op zijn smeekbede ook beschermde, en waarom Kaïns vrouw en de mensen voor wie hij vreesde volgens hem andere kinderen van Adam en Eva waren.
Kaïns geboorte en het huwelijk als model #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Genesis 4, vers 1 tot en met vers 17.
We zijn eindelijk voorbij de eerste drie hoofdstukken van Genesis. We hadden drie bijeenkomsten nodig om hoofdstuk 3 door te nemen, en ongeveer evenveel tijd voor de voorgaande hoofdstukken. Vanaf dit punt zouden we iets sneller vooruit moeten kunnen. We zijn nu in hoofdstuk 4. De meest ingrijpende zaken uit het eerste deel van Genesis zijn nu behandeld. Nu krijgen we te maken met enkele persoonlijke conflicten tussen nakomelingen van Adam en Eva. In het Nieuwe Testament worden die behandeld alsof ze in zekere zin model staan voor het conflict tussen rechtvaardige en onrechtvaardige mensen, zoals we zullen zien.
In hoofdstuk 4, vers 1, staat:
En Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn, en zei: Ik heb een man van de HEERE gekregen!
Er is soms geopperd dat Kaïn en Abel misschien een tweeling waren. Er staat namelijk dat Eva zwanger werd en Kaïn baarde, en daarna staat er dat ze Abel baarde. Er wordt niet gezegd dat ze tweemaal zwanger werd, maar wel dat ze tweemaal baarde. Dit kan natuurlijk gewoon een onbeduidende weglating van de vermelding van de tweede zwangerschap zijn. Als ze geen tweeling waren, moet ze uiteraard een tweede keer zwanger zijn geworden om Abel te baren. Men kan dat hebben beschouwd als iets wat vanzelf sprak. Maar er is geopperd dat ze mogelijk een tweeling waren. Het is niet belangrijk om dat te weten. We weten echter wel dat God Adam en Eva zeer vruchtbaar maakte. Hun voornaamste taak in het leven was immers om de aarde met nakomelingen te vullen. Daarom moeten we aannemen dat God hen heel goed in staat stelde om gedurende hun leven veel kinderen te krijgen. Misschien kregen ze heel wat meerlingen. Misschien kregen ze tweelingen of drielingen. Wie weet?
Polygamie, onvruchtbaarheid en nageslacht #
Ik denk dat het echt belangrijk is om het volgende te beseffen. We spraken over de schepping van Adam en Eva als het bepalende model voor het huwelijk in de Bijbel. Nog vóór het einde van dit hoofdstuk zullen we kennismaken met het verschijnsel polygamie. Polygamie is natuurlijk een van die dingen in het Oude Testament waar we moeite mee hebben, en we vragen ons af waarom God het toeliet. Dat is iets wat we zullen bespreken. Maar we kunnen de schepping van Adam en Eva zien als het model voor het huwelijk. Jezus moedigt ons daartoe aan wanneer Hij over echtscheiding spreekt. Eigenlijk wordt Hem een vraag over echtscheiding gesteld, maar Hij spreekt over het huwelijk. Hem wordt een vraag over echtscheiding gesteld, en Hij zegt: ‘Om daarop antwoord te geven, moet Ik over het huwelijk spreken.’ Hij citeert uit Genesis en zegt in wezen dat het zo was in het begin. Zo wilde God het. We kunnen zien dat God de man maar één vrouw gaf. Het is bijzonder belangrijk om dat op te merken, omdat God wilde dat ze de aarde met nakomelingen zouden vullen.
Een van de redenen waarom mensen in latere generaties meerdere vrouwen hadden, was dat een man een onvruchtbare vrouw kon hebben. Het was heel belangrijk om nakomelingen te krijgen, dus trouwde hij met een tweede vrouw om kinderen te krijgen. We zien dat bij Abraham gebeuren. We zien iets wat daar enigszins op lijkt bij Jakob en zijn vrouwen. Rachel is namelijk onvruchtbaar, dus geeft ze haar man een andere vrouw, haar dienstmaagd, om bij haar kinderen te verwekken. Dit was ongetwijfeld vaak de drijfveer achter polygamie.
Samuel werd zelfs in een polygaam gezin geboren. Het lijkt erop dat dit kwam doordat zijn vader Elkana van Hanna hield, maar zij onvruchtbaar was. Er was dus nog een andere vrouw in beeld. We lezen niet dat Elkana werkelijk van deze andere vrouw hield, maar zij schonk hem een aantal kinderen. Het is heel waarschijnlijk, al worden ons de bijzonderheden niet gegeven, dat Elkana met Hanna was getrouwd met de wens dat zij zijn enige vrouw zou zijn. Maar vanwege haar onvruchtbaarheid en vanwege de noodzaak om de erfenis aan volgende generaties door te geven, deed hij wat de meeste mensen in die tijd in die situatie misschien zouden doen: opnieuw trouwen, een tweede vrouw nemen en bij haar kinderen verwekken.
De reden waarom ik daar allemaal op wijs, is dat ik denk dat de oorspronkelijke reden voor polygamie het krijgen van kinderen was. En niemand droeg op het gebied van kinderen krijgen een grotere verantwoordelijkheid dan Adam en Eva. Toch maakte God, Die wilde dat zij de aarde met hun nakomelingen zouden vullen, niet meer dan één vrouw voor Adam. Bedenk eens hoeveel sneller dat had kunnen gaan als Hij dat wel had gedaan. Een man met tien vrouwen kan in één jaar tien baby's krijgen. Een man met één vrouw kan er één krijgen, of misschien twee of drie als hij een tweeling of drieling krijgt. Maar met slechts één vrouw verloopt het bevolken van de aarde beslist veel langzamer dan wanneer hij meerdere vrouwen zou hebben, zoals sommige mannen later hadden. Later in de Bijbel lezen we over mannen die ongeveer zeventig zonen hadden, omdat zij zoveel vrouwen hadden die hun kinderen baarden. Maar hoewel God wilde dat de aarde bevolkt zou worden door Adam en zijn nakomelingen, waren er blijkbaar zwaarder wegende overwegingen die voorschreven dat het een monogaam gezin moest zijn dat deze kinderen zou voortbrengen. Het is duidelijk dat God monogamie als norm bedoelde. Dat gold zelfs wanneer mensen onder druk stonden of voordeel zagen in meerdere vrouwen, bijvoorbeeld omdat zij zo de aarde sneller konden bevolken. Toch waren er blijkbaar andere overwegingen die belangrijker waren dan hoe snel de aarde bevolkt werd. Het voorbeeldpatroon van het huwelijk moest de juiste les weerspiegelen, namelijk Christus en de gemeente. Christus heeft maar één gemeente, maar één bruid, en daarom heeft God het zo gemaakt.
Kaïns afkomst, naam en betekenis #
Adam en Eva hebben mogelijk meerdere kinderen tegelijk gekregen, en sommigen denken dat Kaïn en Abel een tweeling geweest kunnen zijn. Ik denk niet dat we dat kunnen vaststellen aan de hand van het weinige dat ons verteld wordt. Maar het feit dat er slechts één conceptie en twee geboorten genoemd worden, heeft sommige mensen ertoe gebracht te denken dat dit mogelijk is.
Het is ook vreemd dat de mensen die de ketterij van het slangenzaad onderwijzen, geloven dat Kaïn het voortbrengsel was van een vereniging tussen Eva en de slang, terwijl hier uitdrukkelijk staat:
Adam had gemeenschap met zijn vrouw, ze werd zwanger en Kaïn kwam ter wereld.
Ik weet niet hoe de Bijbel duidelijker zou kunnen zijn. Ik weet niet welke andere zinsneden eraan toegevoegd zouden kunnen worden om de verwarring te voorkomen, want Kaïn was duidelijk het resultaat van de conceptie die plaatsvond doordat Adam gemeenschap had met zijn vrouw Eva.
Zij zei:
Ik heb van de Heere een man gekregen.
Veel commentatoren zeggen — hoewel ik het niet zie zoals zij — dat haar uitspraak erop wijst dat zij misschien dacht dat dit kind het beloofde Zaad was. Het beloofde Zaad komt uit hoofdstuk 3, waar God tegen de slang zei:
En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.
Natuurlijk zou ze dat gemakkelijk over ieder kind kunnen denken, en misschien zou ze het vooral over het eerste kind denken. Ik weet het niet. Maar veel mensen vinden dat de manier waarop zij zei:
Ik heb van de Heer een man gekregen, erop wijst dat zij liet doorschemeren dat dit het uitverkoren Zaad was. Ik zie niet echt dat de uitspraak zelf die interpretatie vereist. Ik weet niet of Eva dacht dat dit degene was of niet, maar ik zie niet dat dit noodzakelijk volgt uit de specifieke uitspraak die zij deed.
De naam Kaïn betekent ‘krijgen’ of ‘verwerven’. Dit was een woordspeling. Ze noemde hem ‘verwerven’ of ‘krijgen’, omdat zij een man van de Heere had gekregen of verworven.
Dit is werkelijk interessant wanneer je erover nadenkt. Wij vinden het vanzelfsprekend dat mensen op deze manier ter wereld komen, maar dat was nog nooit eerder gebeurd. De eerste man, en de enige man die Eva ooit eerder had gekend, was gevormd uit het stof van de aardbodem, niet uit de schoot van een vrouw. Zij was er niet bij geweest om dat te zien. Voor zover zij wist, was hij er al toen zij zelf tot leven kwam. Zij had nooit gezien hoe een man zijn oorsprong kreeg, en nu mag zij het middel zijn waardoor een nieuwe man op de wereld komt.
De eerste man werd rechtstreeks door God gemaakt. Deze man werd haar door God gegeven. Zij heeft nu een man van God verworven als een geschenk van God dat door haar eigen schoot heen kwam. Dat geeft haar duidelijk een gevoel van eigendom:
Ik heb hem gekregen. Deze is van mij.
De beroepen van Kaïn en Abel #
Daarna baarde zij opnieuw, en deze keer zijn broer Abel. Ons wordt verteld dat deze twee jonge mannen, toen ze ouder werden, verschillende beroepen gingen uitoefenen. Een van hen werd landbouwer en bracht voedsel uit de grond voort — dat was Kaïn — en de ander werd herder van vee. Dit werden waarschijnlijk de voornaamste beroepen van mensen gedurende duizenden en duizenden en duizenden jaren daarna, in feite tot aan de moderne tijd, tot aan de industriële revolutie. De meeste mensen waren landbouwer of veehouder. Met andere woorden, ze hielden zich bezig met de productie van voedsel.
Alle andere diersoorten wijden hun hele leven aan voortplanting en aan het zoeken en eten van voedsel. Lange tijd leefden mensen volgens vrijwel hetzelfde patroon. De meeste van hun bezigheden hadden te maken met het voortbrengen en grootbrengen van kinderen en met het produceren van voedsel. Opnieuw vruchtbaarheid: de vruchtbaarheid van de schoot en de vruchtbaarheid van de grond. God maakte mensen om vruchtbaar te zijn, en zowel Kaïn als Abel hielden zich bezig met legitieme, vruchtbare activiteiten.
Abel fokte schapen, maar misschien fokte hij ze eigenlijk niet voor voedsel. In Genesis hoofdstuk 1 wordt ons namelijk verteld dat God de mensheid de planten als voedsel gaf. We lezen pas veel later, na de zondvloed in Genesis 9, dat God de mens toestemming gaf om vlees te eten. Het is dus mogelijk dat de schapen voor hun melk werden gehouden. Schapen worden inderdaad gemolken. Wij doen dat niet, maar sommige mensen wel. Misschien werden ze ook gehouden voor hun wol, en mogelijk zelfs voor hun huiden of wat dan ook. God gaf Adam en Eva tenslotte huiden om zich mee te bedekken. Maar naarmate er meer kinderen kwamen, zouden ze meer kleren nodig hebben. Misschien leerden ze wol tot stof te weven, of misschien looiden ze gewoon huiden. Hoe dan ook, het kan zijn dat Abel zijn kudde op dit moment niet beschouwde als voedsel voor menselijke consumptie. Het waren echter wel productieve dieren die in andere menselijke behoeften voorzagen.
In vers 3 staat:
Na verloop van tijd.
Aanbidding en offers na de zondeval #
De uitdrukking „in de loop van de tijd” betekent eigenlijk „aan het einde van de dagen”. Ik weet niet wat dat betekent. Ik weet niet of er een bepaald aantal dagen was vastgesteld, waarna ze offers moesten brengen. Maar dit is wat ze deden: aan het einde van de dagen brachten ze offers. Sommige mensen denken dat dit een verwijzing naar de sabbat is. Aan het einde van zes dagen, op de zevende dag, aanbidden ze God. Het is mogelijk, maar het is niet iets wat je op grond van die bewoording met zekerheid kunt aantonen. Aan het einde van een bepaalde periode — dat kunnen jaren zijn geweest, het moment waarop ze volwassen werden, of een tijdstip dat overeenkwam met de latere Joodse praktijk van de bar mitswa. Wie weet? Wanneer ze het einde van zo’n periode, oftewel van een bepaald aantal dagen, ook bereikten, was het kennelijk hun verantwoordelijkheid om God op deze manier te aanbidden.
We zien dus dat mensen God aanbidden, ook al heeft de zondeval plaatsgevonden. Dit wijst er waarschijnlijk op dat Adam en Eva de rest van hun leven probeerden om weer in het reine te komen en God te aanbidden. We lezen niet dat Adam en Eva offers brachten, maar Kaïn en Abel kunnen het idee van Adam en Eva hebben gekregen. Er zijn niet veel andere plaatsen waar ze dat idee vandaan konden hebben. Ze kunnen het zelf hebben bedacht, God kan het hebben geopenbaard, of ze kunnen het van Adam en Eva hebben geleerd.
Hierna lezen we niets meer over wat Adam en Eva deden, maar alleen over hun nakomelingen. We lezen dat ze meer kinderen kregen, maar we lezen niet dat ze bepaalde dingen deden waaruit zou blijken of ze rechtvaardig of onrechtvaardig waren, of ze na de zondeval verschrikkelijke mensen waren, of fatsoenlijke mensen die wel zondaars waren. Maar in elk geval zijn godsdienst en de aanbidding van God na de zondeval niet van de aarde verdwenen.
Zowel Kaïn, van wie ons later wordt verteld dat hij uit de boze was, als Abel aanbidden God. En ja, Kaïn aanbidt God. Er staat dat hij een offer aan Jahweh bracht. Hij aanbad geen valse god. Hij aanbad de duivel niet. Hij aanbad God, maar niet op een aanvaardbare manier, zoals we zien.
Aan het einde van de dagen gebeurde het volgende:
3En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de HEERE een offer bracht. 4Ook Abel bracht een offer , van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer,
God wijst Kaïns offer af #
Dit lijkt redelijk, nietwaar? Kaïn is boer. Hij oogst zijn gewassen en brengt een deel ervan om aan God te geven. Abel is schaapherder, dus hij neemt enkele eerstgeborenen van zijn kudde en brengt die naar God. Waarom zou er aan een van deze handelingen iets goed of verkeerd zijn? En toch staat er aan het einde van vers 4:
4Ook Abel bracht een offer , van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer, 5maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en liet hij zijn hoofd zakken.
Dit veronderstelt dat Gods gunst voor het offer van Abel en Zijn afkeuring van dat van Kaïn een openbare zaak waren. Kaïn wist ervan. Het was niet alleen een gevoel dat God er persoonlijk op nahield, terwijl Hij in de hemel zat en zei:
‘Wat Abel doet, bevalt Mij. Wat Kaïn doet, bevalt Mij niet.’
Het was heel duidelijk dat God Abel had begunstigd en Kaïn niet, want het was duidelijk voor Kaïn, en hij was er boos over.
We zouden ons kunnen afvragen hoe dit duidelijk werd gemaakt. Er zijn een paar suggesties, die allebei in Bijbels opzicht enigszins aannemelijk zijn. Eén suggestie is dat God, toen deze twee offers daar waren neergelegd, vuur uit de hemel liet neerkomen op dat van Abel, maar niet op dat van Kaïn. We weten dat dit zou lijken op wat er gebeurde toen op de berg Karmel twee altaren werden gemaakt, één voor Jahweh en één voor Baäl. Het vuur uit de hemel kwam neer en bevestigde Gods goedkeuring van Elia's offer. Dat zou beslist één manier zijn waarop God Zijn welgevallen in het ene altaar kenbaar kon maken en niet in het andere. Sommigen denken dat dit hier is gebeurd.
Maar omdat we in de verzen die volgen zien dat God en Kaïn een gesprek van man tot man voeren, heb ik de indruk dat God in die tijd waarschijnlijk nog verscheen in wat we een theofanie zouden kunnen noemen. Elders in het Oude Testament lijkt God in een mensachtige gedaante te verschijnen om met mensen te spreken. Dat zien we zeker in het verhaal van Abraham. Er wordt ons niet altijd verteld in welke gedaante God aan Abraham verscheen. Maar er wordt ons ten minste één keer, in Genesis 18, verteld dat de Heere aan Abraham verscheen. Abraham keek op en zag drie mannen. Twee van hen waren engelen en de andere werd Jahweh genoemd. Hier hebben we dus wat een theofanie wordt genoemd: God verschijnt in dit geval in een mensachtige gedaante.
Zo verscheen Hij blijkbaar ook aan Adam en Eva en voerde Hij een gesprek met hen:
En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.
Ik denk dat we deze verhalen niet zo moeten opvatten dat zij een dreunende stem uit de hemel hoorden. We moeten ze veeleer zo opvatten dat God werkelijk een mensachtige gedaante aannam. Dat deed Hij bij veel andere gelegenheden ook. Op een later tijdstip worstelde Hij in een mensachtige gedaante de hele nacht met Jakob. En misschien zijn er nog veel andere gevallen. Er zijn er enkele in het boek Richteren en misschien zelfs in Daniël, waar zich samen met Sadrach, Mesach en Abed-Nego een man in de vurige oven bevond. Hoewel we niet weten of dat niet een engel was. Er zijn gevallen waarin God in een mensachtige gedaante komt, mensen ontmoet en met hen spreekt. En dit zou iets kunnen zijn wat Hij nog vrij regelmatig deed. Dit is heel kort na de hof van Eden. God verscheen misschien op bepaalde tijden om als het ware de leiding te nemen bij de aanbidding van Hemzelf. Het zou zelfs kunnen dat Christus, in een verschijning vóór Zijn menswording, als priester naar de orde van Melchizedek kwam om bij de altaren dienst te doen. Wie weet? Ik weet het niet. Maar het is mogelijk dat Kaïn werkelijk naar God keek. Het is mogelijk dat Kaïn en Abel Hem allebei konden zien bij gelegenheden waarop Hij in een mensachtige gedaante aan hen verscheen. In die theofanie maakte God heel duidelijk welk van die altaren het altaar was dat Hij goedkeurde. Hoe Kaïn het ook te weten kwam, hij wist heel goed dat zijn offer Gods goedkeuring niet had gekregen, en hij was boos.
Kaïn kon alsnog het goede kiezen #
Het lijkt mij dat als God niet doet wat jij wilt dat Hij doet, je je zou moeten bekeren in plaats van boos te worden. Er wordt ons niet verteld waarom God het offer van Kaïn niet goedkeurde. Maar we hebben reden om te geloven dat God redelijk is en redenen heeft voor wat Hij doet.
Als ik misschien iets calvinistischer gezind was, zou ik wellicht denken dat het eenvoudigweg zo was dat God in Zijn soevereiniteit Abel uitkoos om een van de uitverkorenen te zijn en Kaïn in Zijn soevereiniteit uitkoos om niet een van de uitverkorenen te zijn. In dat geval had Kaïn gewoon geen kans. De Bijbel zegt tenslotte dat hij een kind van de duivel was. Denk eraan, in 1 Johannes, hoofdstuk 3:
Kaïn was uit de boze.
Als mijn theologie iets meer in die richting ging, zou ik waarschijnlijk zeggen dat God Kaïn niet goedkeurde omdat God niemand hoeft goed te keuren. God is niet verplicht om ook maar één zondaar goed te keuren. Maar God kan in Zijn soevereiniteit en uit genade besluiten een mens door genade goed te keuren. Hij schonk Kaïn eenvoudigweg geen genade, omdat Hij er niet voor koos dat te doen. En God zou daar geen enkele reden voor hoeven te geven.
Maar het punt is dat God er wel een reden voor geeft. Want wanneer Hij tot Kaïn spreekt, zegt Hij in vers 7:
Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.
Met andere woorden, God zegt tegen Kaïn:
Misschien ben je op dit moment een kind van de duivel, maar dat hoef je niet te blijven. Ook jij kunt aanvaard worden. Er is niet vóór je geboorte een goddelijk besluit genomen dat bepaalde dat jij een slechterik zou zijn. Als je het goede doet, zul je aanvaard worden, net zoals Abel het goede heeft gedaan en aanvaard werd.
De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, geeft Genesis 4:7 hier weer met ‘aanvaard worden’; de HSV spreekt over het kunnen opheffen van het hoofd.
Het lijkt dus duidelijk dat Kaïn de gelegenheid had, en God zei dat ook, tenzij God hem alleen maar voor de gek hield. God zei dat Kaïn werkelijk de gelegenheid had om even aanvaardbaar te zijn als Abel. Het hing er eenvoudigweg van af welke keuze Kaïn hierin zou maken. Die uitspraak van God, wanneer Hij zegt:
Als je het goede doet, zul jij ook aanvaard worden, moeten we volgens mij zo opvatten dat de aanvaardbaarheid van Abels offer betekent dat hij iets goed had gedaan. En Kaïn werd niet aanvaard omdat hij niet hetzelfde juiste had gedaan.
Het bloedoffer en Abels geloof #
Maar wat was het juiste dat Abel deed en dat anders was? Er zijn drie mogelijke verklaringen. Misschien zijn ze allemaal juist. Ik vermoed dat bij evangelische christenen vooral het voor de hand liggende feit opkomt dat Abel een bloedoffer bracht. Abel offerde een lam, en dus bloed. Uit latere openbaringen in de wet, in Leviticus enzovoort, weten we dat het bloed verzoening doet voor de zonde. Daarom zou iemand een bloedoffer moeten brengen als hij verzoening zoekt. Het is duidelijk dat een offer van de opbrengst van de grond geen bloed bevat en daarom niet aanvaardbaar zou zijn.
Dit is volgens mij de meest voor de hand liggende verklaring. Er zijn nog twee andere mogelijke verklaringen. Ze zijn allebei goed, maar deze komt het eerst bij mij op vanwege de aard van wat er geofferd werd.
Iemand zegt: „Maar dat is niet eerlijk, want Abel had lammeren om te offeren. Kaïn had alleen groenten.” Maar ik weet zeker dat deze jonge mannen, tegen de tijd dat ze volwassen waren geworden en hun bedrijf waren begonnen, hadden geleerd hoe ze konden ruilen. Ik betwijfel of Abel, die geen groenten verbouwde, er nooit van at. En ik betwijfel of Kaïn, die geen schapen hield, ooit zonder de producten van de schaapskudde leefde. Ik weet zeker dat deze mannen hadden geleerd handel te drijven. Als Kaïn het had gewild en had geweten dat hij het behoorde te doen, had hij iets voor een schaap kunnen ruilen en hetzelfde kunnen doen als Abel. Daar kun je Kaïn eigenlijk niet mee verontschuldigen.
Je zou kunnen zeggen: „Hoe kon Kaïn zelfs maar weten dat hij een bloedig offer moest brengen? De wet was nog niet gegeven.” Als antwoord daarop zouden we kunnen zeggen dat het precedent dat God had geschapen toen Hij dieren doodde om Adam en Eva te kleden, misschien voldoende aanwijzing was geweest. Maar dat alleen is nogal esoterisch. Ik weet niet zeker of ik slim genoeg zou zijn geweest om te bedenken: „God doodde dieren om Adam en Eva te bedekken; daarom moeten wij bloedige offers brengen voor de verzoening van zonde.” Achteraf kunnen wij dat zien, met de christelijke theologie en zelfs de wet als kennis die we al hebben, maar zij hadden dat allemaal niet.
Ik zal je vertellen waarom ik denk dat ze wisten wat ze moesten doen. Kijk allereerst eens naar Hebreeën hoofdstuk 11. In Hebreeën 11 hebben we dit beroemde hoofdstuk over al die mensen uit het Oude Testament die het juiste deden, en over hoe zij allemaal mannen van geloof waren.
In vers 4 staat:
Door het geloof heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kaïn. Daardoor kreeg hij getuigenis dat hij rechtvaardig was; dit heeft God met het oog op zijn gaven getuigd. En door dit geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Merk op dat er staat:
God sprak zijn goedkeuring uit over zijn gaven. Dit bevestigt dat iets wat God deed ervan getuigde dat God Abels gaven goedkeurde en die van Kaïn niet. Hoewel de schrijver van Hebreeën ons niet vertelt op welke manier God daarvan getuigde, maakte Hij het beslist duidelijk.
Maar merk op dat er staat dat Abel door geloof een voortreffelijker offer bracht. Een van de andere verklaringen voor wat Abels offer aanvaardbaar en dat van Kaïn onaanvaardbaar maakte, is dat Kaïn geen offer bracht door geloof en Abel wel. Dit is het vers dat daarvoor wordt gebruikt. Men zegt dat Abels offer een aanvaardbaarder, voortreffelijker offer was, niet vanwege de bestanddelen van het offer zelf, maar omdat het een offer was dat in geloof aan God werd gebracht.
Dit is mogelijk. Abel is beslist een man van geloof. De schrijver van Hebreeën vertelt ons dat Abel door geloof gerechtvaardigd werd. Ik weet niet zeker of dit vers glashelder maakt dat zijn offer beter was, eenvoudigweg omdat het in geloof werd gebracht. De bewoording kan ook betekenen dat er een voortreffelijker offer bestond, een offer dat objectief gezien voortreffelijker was, en dat Abel door geloof dat offer bracht in plaats van een ander. Het is niet duidelijk dat hier gezegd wordt dat zijn geloof dit offer voortreffelijker maakte. Het kan eenvoudig betekenen dat het ene offer beter was om te brengen dan het andere, en dat hij door geloof de juiste keuze maakte en het juiste offer bracht.
Hoe dan ook, zeggen dat Abel het door geloof deed, wijst op iets wat nog verder teruggaat. Want in Romeinen hoofdstuk 10, vers 17 staat:
Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.
Sommige handschriften zeggen het Woord van Christus, maar het punt is dat God moet spreken voordat wij kunnen horen, en dat wij Hem moeten horen spreken voordat wij geloof kunnen hebben. Geloof ontstaat doordat wij Gods Woord horen. Er bestaat zoiets als geloof in andere dingen dan God. Maar het geloof dat christelijk geloof is, het geloof dat rechtvaardigt, het geloof dat voor God van belang is, is een geloof dat een reactie vormt op het horen van Zijn Woord.
Als Abel door geloof een beter offer bracht, betekent dit dat er eerder een Woord van God gegeven moet zijn. Abels reactie op dat Woord was dat hij het geloofde, en Kaïns reactie was blijkbaar dat hij het niet geloofde. Mijn suggestie zou zijn dat God inderdaad op de een of andere manier had geopenbaard dat Hij een bloedig offer eist. Abel geloofde dat en bracht daarom een bloedig offer. Kaïn was er niet zo zeker van dat dit nodig was, en daarom deed hij wat voor hem gemakkelijker was. Hij koos voor een eigen variant. Hij improviseerde een godsdienstig stelsel. Dat is heel goed mogelijk.
Abel als profeet en zijn eerstelingen #
Als we ons afvragen wanneer God het uitsprak en hoe dit Woord van God tot hen kwam, vinden we in de woorden van Jezus in Lukas hoofdstuk 11 zelfs een zeer waarschijnlijke verklaring. In Lukas hoofdstuk 11, vers 50 en 51, vallen we midden in een zin van Jezus. Maar daarin staat wat we moeten zien. In Lukas 11:50-51 zegt Jezus:
50opdat van dit geslacht afgeëist wordt het bloed van alle profeten dat van de grondlegging van de wereld af vergoten is, 51van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die omgebracht is tussen het altaar en het huis van God. Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit geslacht.
Merk op dat de uitspraak een nadere uitwerking is van de uitspraak in vers 50:
het bloed van alle profeten.
Het lijkt duidelijk dat Jezus zegt dat Abel de eerste van de profeten was van wie het bloed ten onrechte werd vergoten, en dat Zacharia de laatste van hen in het Oude Testament was van wie het bloed ten onrechte werd vergoten. Het vergieten van dat onschuldige bloed zal over die generatie komen. Maar merk op dat Hij aangeeft dat Abel een profeet is.
Een profeet is iemand die woorden van de Heere ontvangt. Daarom bleef God vlak na de zondeval met dat heel kleine menselijke gezin communiceren door middel van een profeet, een profeet die Abel heette. Als je een profeet in je midden hebt, is het niet moeilijk te begrijpen hoe God jou de boodschap kon overbrengen dat je bloedige offers moest brengen als verzoenend offer voor de zonde. Abel zelf kan dat heel goed door openbaring ontvangen en aan zijn familie doorgegeven hebben. Abel geloofde het, en Kaïn niet. Daarom bracht Abel door geloof het betere offer, namelijk een bloedig offer, en door gebrek aan geloof deed Kaïn dat niet.
Hier spelen verschillende dingen mee. Wat het geloof betreft, is er een verschil tussen Abel en Kaïn. Waarschijnlijk is ook de feitelijke inhoud van het offer, het verschil tussen hun offers, van betekenis. Er is nog een ander punt naar voren gebracht. Wanneer er in vers 4 over Abels offer gesproken wordt, staat er:
Ook Abel bracht een offer , van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer,
Dat wil zeggen: zodra zijn kudde nakomelingen begon te krijgen, gaf hij de eerste dieren terug aan God.
Dit werd veel later in de wet vastgelegd: de eerstelingen behoren aan God toe. Door God de eerste opbrengst te geven, zeg je: ‘Ondanks alle inspanning die het mij heeft gekost om dit voort te brengen, erken ik dat het van God is. Daarom geef ik Hem als teken het eerste ervan terug, om te erkennen dat ik bij Hem in de schuld sta, dat ik van Hem afhankelijk ben en dat alles wat ik heb intrinsiek Zijn eigendom is.’ De eerstelingen geven is wat de wet later voorschreef, maar dit was lang vóór de wet. Misschien gebeurde dit zelfs bijna intuïtief, omdat iemand die God liefheeft, God op de eerste plaats wil zetten.
We lezen niet of Kaïn de eerstelingen van zijn akker bracht. Hij bracht gewoon een deel van de vruchten van zijn akker. Maar ons wordt verteld dat Abel, zouden we kunnen zeggen, God op de eerste plaats stelde in zijn werk, want dat was zijn werk. Hij stelde God voorop in zijn bedrijf. Hij stelde God boven zijn eigen winst. Door God het eerste en het beste te geven, laat hij zien hoe hoog hij God acht. Daarmee zegt hij: ‘God, U krijgt het eerste van alles, omdat U op de eerste plaats komt.’ Die houding tegenover God kan ook iets in Abel weerspiegeld hebben waarin hij van Kaïn verschilde. Het is moeilijk te zeggen.
God het beste geven #
Op een later tijdstip berispte Maleachi het volk Israël omdat het offers aan God bracht, maar in Maleachi hoofdstuk 1 zegt hij:
Jullie brengen blinde en kreupele dieren. Denken jullie dat God daar blij mee is? Bied zo’n dier eens aan je landvoogd aan en kijk of hij ermee ingenomen is.
Met andere woorden: geef het aan je landvoogd en kijk of hij er blij mee is. En dan verwacht je dat God met zoiets genoegen neemt?
Het is niet zo dat God beter af is wanneer Hij een lam krijgt dat kan zien dan wanneer Hij een blind lam krijgt. Het is symbolisch. Het lam dat kan zien, heeft nog enige waarde voor de eigenaar die het offert. Het blinde lam is toch al gedoemd te sterven. Het is gemakkelijk om God te geven wat voor jou geen waarde heeft. Maar wanneer je God het beste geeft, zegt dat iets over je eerbied voor God en over de plaats die je God geeft.
Er is het bekende verhaal over de boer wiens koe drachtig was. Ze kalfde en kreeg tot zijn verbazing een tweeling. Hij zei: ‘Uit dankbaarheid aan God voor deze overvloedige voorziening ga ik een van deze kalveren aan God geven.’ Die nacht was het heel koud en een van de kalveren stierf. De boer ging de stal in, ging daarna terug naar het huis en zei: ‘Het kalf van de Heere is gestorven.’ Hij zou een van de twee geven, en omdat er nu één was die voor hem waardeloos was, zou hij die aan God geven.
Ik herinner me dat ik negen maanden lang de Great Commission School leidde. Ik reserveerde altijd één dag van de week om te vasten. In het begin keek ik naar het weekmenu om te beslissen op welke dag ik wilde vasten. Toen kreeg ik daar gewetensbezwaren over. Ik dacht: ‘Als ik de dag kies waarop ik het eten toch niet lekker vind en ik op die dag vast, is dat dan niet hetzelfde als God het blinde en kreupele offer geven, het offer dat voor mij geen waarde heeft? Ik geef eten op dat ik toch niet lekker zou vinden.’
Abel leek in deze specifieke zaak de juiste houding te hebben. Hij bracht de eerstelingen aan God, de eerste dieren van zijn kudde. God had daar waardering voor en niet voor Kaïn.
Kaïns boosheid op God #
Kaïn wordt boos, en dit is een reactie die ik altijd vreemd heb gevonden: mensen die boos worden op God. Geloof óf niet in God, óf geloof in Hem en denk niet dat je enig recht hebt om boos te zijn. Er is een middenweg die ik niet begrijp. Ik kan begrijpen dat mensen zeggen: ‘Ik ben boos op het leven, en er is geen God, want geen enkele God zou het leven zo slecht kunnen maken. Daarom geloof ik niet dat er een God is. Ik ben boos op het leven.’
Of ik kan me voorstellen dat iemand zegt: ‘Het leven is zwaar, maar God is goed. Ik moet me gewoon onderwerpen.
Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.
Maar in het midden bevinden zich mensen die geloven dat er een God is, maar die denken dat ze een goede reden hebben om boos op Hem te zijn. Voor mij is dat gewoon krankzinnig.
Als God bestaat, en als God God is, dan heeft Hij per definitie altijd gelijk. Je kunt niet boos zijn op iemand wanneer die het juiste doet. Als er een conflict is tussen mij en deze God, dan spreekt het vanzelf dat ik degene ben die ongelijk heeft, want Hij kan geen ongelijk hebben. God heeft altijd gelijk. Als je niet gelooft dat God altijd gelijk heeft, geloof je niet in God. Je gelooft in iets anders. Misschien geloof je in een van de goden van de Olympus. Zij hadden niet altijd gelijk. Ze deden zowel slechte als goede dingen.
Maar de God van de Bijbel is altijd rechtvaardig en heeft altijd gelijk. Vaak doet Hij iets wat ons niet aanstaat, omdat Hij niet verplicht is te doen wat ons aanstaat. Daarom is het niet verkeerd als Hij iets doet wat ons niet aanstaat. Hij hoeft het ons niet naar de zin te maken. Iemand doet alleen iets verkeerd wanneer hij een ander onthoudt waar die recht op heeft.
God was niet verplicht Kaïns offer aan te nemen. Het feit dat Kaïn boos werd, vertelt ons dat Kaïn dacht dat God hem dat wel verschuldigd was. Hierdoor komen mensen diep in de problemen. Ze denken dat God hun iets verschuldigd is, dat God hun keuzes moet aanvaarden, zelfs op het gebied van aanbidding. ‘Als ik God wil aanbidden, laat mij dat dan doen op de manier waarop ik God wil aanbidden. God zou het moeten waarderen dat ik het überhaupt doe.’
Nee, ík zou het feit moeten waarderen dat God zelfs bereid is mij Hem te laten aanbidden. Want mijn zonde geeft mij recht op één ding: de dood en het daaropvolgende oordeel en de veroordeling tot de dood. Dat is alles wat ik heb verdiend. Het enige waar ik recht op heb, is veroordeling. God staat mij toe voor Hem te komen, Hem te aanbidden en op goede voet met Hem te staan. Zelfs als Hij maar één smalle weg toestaat, is dat genade, want Hij is niet verplicht mij ook maar één weg tot Hem te bieden.
Mensen zeggen soms dat het niet echt eerlijk is om te zeggen dat Jezus de enige weg tot God is. Andere mensen proberen oprecht andere wegen te bewandelen. Nou, Kaïn was waarschijnlijk oprecht. Hij deed het alleen niet op Gods manier. Als God zegt: ‘Allen hebben gezondigd. Niemand heeft het recht om tot Mij te naderen, maar Ik zal jullie toestaan onder deze voorwaarden tot Mij te naderen,’ dan heeft God alle recht om de voorwaarden vast te stellen. En als jij zegt: ‘Ik wil het op mijn voorwaarden doen,’ dan ben je een arrogante rebel tegen je Schepper. Waarom zou God moeten waarderen wat je doet?
Het is geen uitsluiting van Gods kant wanneer Hij zegt dat je door Christus moet komen, want Hij heeft gezegd dat iedereen die wil door Christus kan komen. Het is alsof ik zeg: ‘Iedereen is welkom in mijn huis, maar ik wil niet dat je door de ramen naar binnen klimt. Ik wil dat je door die deur daar naar binnen komt.’ Wat ontzettend exclusief! Waarom mag ik niet met een sloopkogel door de muur heen komen als ik dat wil? Waarom mag ik niet door het raam klimmen? Nou, dat sta ik niet toe. Iedereen mag door de deur naar binnen komen, maar het moet door de deur en niet op een andere manier. Ik verleen alleen langs één weg toegang. Dat is niet uitsluitingsgericht, want iedereen kan langs die weg binnenkomen.
De eigenwillige weg van Kaïn #
God sluit in zekere zin wel andere wegen uit, doordat Hij zegt: ‘Je moet het op Mijn manier doen. Ik sta niet toe dat mensen tot Mij naderen, behalve op de manier die Ik hun voorschrijf.’ Iedereen die zegt: ‘Ik kan komen zonder het te doen op de manier die God voorschrijft,’ zegt in wezen: ‘God is het aan mij verschuldigd om mijn eigenzinnige keuzes in deze zaak te aanvaarden. Ik ga God iets geven. Hij zou blij moeten zijn dat ik Hem überhaupt iets geef, maar ik ga het doen op de manier waarop ik het wil, op de manier die mij goed uitkomt, op de manier die ik kies.’ Dat is wat Kaïn deed.
Trouwens, er wordt naar Kaïn verwezen in het boek Judas, het boek vlak voor Openbaring. Daar worden bepaalde valse leraren die in de tijd van Judas in de gemeente waren, vergeleken met bepaalde andere mensen die in het Oude Testament slecht waren. Kaïn is een van hen. Over deze valse leraren staat in Judas, vers 11:
Wee hun, want zij zijn de weg van Kaïn gegaan.
Hier wordt verder niets over Kaïn gezegd. De tekst gaat verder over Bileam en Korach, andere slechteriken. Maar er staat dat ze de weg van Kaïn zijn gegaan. Judas zegt niet wat de weg van Kaïn is, maar hij verwacht dat we dat weten. We kennen het verhaal van Kaïn.
Wat was de manier waarop Kaïn te werk ging? Hij deed de dingen op zijn eigen manier. Hij deed de dingen niet op Gods manier. Toen hij kon kiezen om op Gods voorwaarden tot God te komen, kwam hij niet op Gods voorwaarden tot God. Hij kwam op zijn eigen voorwaarden. Dat is wat valse leraren en mensen die weigeren zich aan Christus te onderwerpen willen doen. Ze zeggen: ‘God, waardeer gewoon het feit dat ik überhaupt kom.’ Maar nee, God zegt: ‘Jij moet het feit waarderen dat Ik je überhaupt laat komen, en je moet het doen op de manier die Ik voorschrijf.’
God waarschuwt Kaïn voor de zonde #
Dit is naar mijn overtuiging de fout die Kaïn maakt. De Heere geeft Kaïn in Zijn genade zelfs een tweede kans. Hij zegt in vers 6:
6En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? 7Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.
We hebben die formulering eerder besproken. De zonde wordt hier voorgesteld als een vijandige partij die tegenover Kaïn staat. Maar Kaïn moet haar beheersen, in plaats van door de zonde overwonnen te worden.
En Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde.
Het is interessant dat er staat dat hij met zijn broer Abel sprak. Dat had schijnbaar weggelaten kunnen worden. Had hij ruzie met Abel? Of lokte hij Abel mee het veld in? Of probeerde hij misschien zelfs tot een goede verstandhouding met Abel te komen en lukte dat niet? We weten het niet. Maar hij sprak met Abel, nam hem daarna mee het veld in en doodde hem.
Dit was de eerste moord, de eerste keer dat een mensenleven op wat voor manier dan ook werd beëindigd, de eerste keer dat het loon van de zonde daadwerkelijk de dood bleek te zijn. Hoewel Abel onschuldig werd gedood, had hij, net als alle mensen, gezondigd. Hij is de eerste die de dood ondergaat, hoewel Kaïn en alle anderen eveneens zouden sterven, ieder op zijn eigen tijd.
Toen zei de Heere tegen Kaïn:
En de HEERE zei tegen Kaïn: Waar is Abel, uw broer? En hij zei: Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer?
En hij zei:
Weet ik veel. Moet ik soms op mijn broer passen?
Toen zei God: ‘Je vertelt niet eerlijk wat er is gebeurd. Ik zal je moeten zeggen dat Ik weet wat je hebt gedaan.’ Hij zei:
En Hij zei: Wat hebt u gedaan! Er is een stem van het bloed van uw broer, dat van de aardbodem tot Mij roept.
Dit is natuurlijk beeldspraak. Bloed roept niet werkelijk vanaf de aardbodem. Maar het idee hier is dat er onrecht is gepleegd, en alleen al de aanwezigheid van kwaad dat niet is rechtgezet, laat God geen rust. Het is alsof er in Zijn rechtszaal een eiser staat die zegt: ‘Wreek mij, wreek mij, wreek mij.’
In Openbaring, hoofdstuk 6, ziet Johannes, wanneer het vijfde zegel wordt verbroken, onder het altaar in de hemel de zielen van hen die om het Woord van God gedood waren, de christelijke martelaren. Ze roepen:
En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?
Zo is het. Er is kwaad dat niet gewroken is. Er is rechtvaardig bloed vergoten. Het is alsof het geroep van de eisers voortdurend tot Gods oren opstijgt. Het is alsof hun bloed vanaf de aardbodem schreeuwt: ‘Hier is onrecht gepleegd. De Rechter moet wreken. De Rechter moet het recht herstellen.’ God zegt:
Ik hoor het bloed van je broer vanuit de grond naar Mij roepen, op de plek waar je hem hebt gedood.
Het bloed van Abel en van Christus #
Er staat een interessante regel in Hebreeën, hoofdstuk 12, die waarschijnlijk met dit beeld verband houdt. Hoewel het slechts een terloopse verwijzing is, is het wel een leerzame. In Hebreeën 12:22–24 staat:
22Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, 23tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenkeling, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel.
Het bloed der besprenkeling verwijst natuurlijk naar het bloed van Christus. Verscheidene passages in Hebreeën en in 1 Petrus vertellen ons dat wij ter reiniging met het bloed van Christus besprenkeld zijn. Hij zegt dat wij gekomen zijn tot het bloed der besprenkeling, dat van betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.
Gewoonlijk denken we er helemaal niet aan dat bloed spreekt. Maar in het verhaal van Abel lazen we wel degelijk dat Abels bloed sprak. Abels bloed riep vanaf de aardbodem tot God. Waarom? Om herstel, om recht, om eerherstel, om wraak. Daar roept onschuldig bloed om. Maar het bloed van Jezus was onschuldig bloed, en het spreekt van betere dingen dan het bloed van Abel. Want het is duidelijk dat wij weten dat het bloed van Jezus roept om barmhartigheid voor de zondaar en om vergeving, niet om wraak. In zekere zin spreekt het bloed van Christus van een betere uitkomst dan waarvan het bloed van Abel sprak.
Er is niets mis mee dat het bloed van Abel om wraak roept. God zegt:
Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe , Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
en wij moeten God vragen de wraak in Zijn handen te nemen, in plaats van die in onze eigen handen te nemen. Maar het bloed van Christus doet een nog beter beroep op God. Het pleit voor barmhartigheid en vergeving voor degenen voor wie Christus gestorven is.
Kaïns vloek en zwervend bestaan #
Dus terug naar Genesis. Vanwege dit alles zegt God in vers 11:
11Nu dan, u bent vervloekt, weg van de aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan om het bloed van uw broer uit uw hand op te nemen. 12Als u de aardbodem bewerkt, zal die u zijn volle opbrengst niet meer geven; u zult dolend en dwalend over de aarde gaan .
Het was al zwaar geworden toen de dorens en distels waren gekomen. Maar Kaïn kon hard werken in het zweet van zijn aangezicht en ervoor zorgen dat de aardbodem opbrengst gaf. Dat zou niet langer gebeuren. God zei met andere woorden: ‘Ik zal niet meer toelaten dat de aardbodem jou opbrengst geeft.’
Het is niet duidelijk of God iets bovennatuurlijks zou doen, waar Kaïn zich ook vestigde, en zou zeggen: ‘Alweer een mislukte oogst.’ Stel je dat eens voor: God doet overal waar Kaïn komt een wonder en laat de oogst mislukken. Of het kan betekenen dat Kaïn geen gewassen zal kunnen voortbrengen, omdat hij nergens lang genoeg zal kunnen blijven om een boerderij op te zetten, het land te bewerken en gewassen te verbouwen en te oogsten. Hoe dan ook, het zou waar zijn dat de grond zijn gewassen niet aan hem zou opleveren.
Maar hij zal een zwerver worden, en dat kan de reden zijn waarom de grond niet zal opleveren. Het hoeft niet zo te zijn dat de grond een soort bovennatuurlijke onvruchtbaarheid zal ondervinden die God erop legt omdat Kaïn nu eenmaal degene is die daar het land bewerkt. Het kan zijn dat hij eenvoudigweg niet meer op die manier zal leven. Je hebt geleefd van het bewerken van de grond. De grond heeft zijn voedsel voor je voortgebracht. Dat is voorbij. Je zult voortdurend onderweg zijn. Je zult een nomade zijn.
Dat dit zo is, lijkt hieruit te blijken. De spreker vat Gods woorden als volgt op:
Als je de grond bewerkt, zal die je niets meer opleveren, omdat je voortaan een vluchteling en een zwerver zult zijn.
Misschien zul je de grond wel bewerken, maar zullen mensen je wegjagen voordat je de kans krijgt om de gewassen te oogsten.
Dit overkwam de Joden vaak wanneer zij onder Gods oordeel stonden. In het boek Richteren bewerkten ze de grond, zaaiden ze hun land in en lieten ze de gewassen opgroeien. Dan kwamen hun vijanden die opeten en kregen de Joden hun eigen gewassen niet te eten. De grond leverde hun niets op. De grond bracht wel iets voort, maar voor iemand anders: hun vijanden.
Doodstraf, genade en barmhartigheid #
Kaïn zal een zwerver worden. Waarom? Hij zal een voortvluchtige zijn. Voortvluchtigen zijn voor iemand op de vlucht. Wie zat Kaïn achterna? God zat hem niet achterna. God had hem daar ter plekke kunnen neerslaan als Hij dat had gewild. Hij hoefde hem niet overal achterna te zitten. Wie zat Kaïn achterna? Kaïn wist dat iemand dat zou doen, want Kaïn zei tegen de Heere:
13En Kaïn zei tegen de HEERE: Mijn misdaad is te groot om vergeven te worden. 14Zie, U verdrijft mij heden van het aangezicht van de aardbodem en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn en dolend en dwalend over de aarde gaan ; en het zal zo zijn dat al wie mij tegenkomt, mij zal doden.
Met andere woorden: er zullen mensen achter mij aan komen om mij te doden. Daarom ben ik een voortvluchtige. Ik vlucht weg voor mensen die mij willen doden. Er wordt op mij gejaagd. U hebt het zojuist bepaald, God. Er wordt op mij gejaagd. Dat is wel heel zwaar.
Nu is het eigenlijk niet zo zwaar als je bedenkt dat het loon van de zonde de dood zou moeten zijn, en zeker het loon van moord. Want later, niet pas in de tijd van Mozes, maar al in de tijd van de zondvloed, maakte God heel duidelijk:
Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt.
En dat beginsel, dat God na de zondvloed instelde en in de wet opnieuw behandelde, en dat zelfs in het Nieuwe Testament bevestigd lijkt te worden, had God hier ook al in gedachten.
Maar hier toont Hij bijzondere genade, en de man heeft niet eens berouw. Maar de man smeekt om barmhartigheid. Zo genadig is God. Het is duidelijk dat God wil dat mensen zich bekeren. Kaïn belijdt het niet eens wanneer God vraagt:
En de HEERE zei tegen Kaïn: Waar is Abel, uw broer? En hij zei: Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer?
Hij belijdt het niet. Hij ontwijkt de vraag. Hij belijdt zijn zonde niet en bekeert zich ook niet, maar hij smeekt om barmhartigheid. En deze man, die zich niet heeft bekeerd en zijn zonde niet heeft beleden, maar die wel om barmhartigheid smeekt, ontvangt die van God.
Het is als de man in het verhaal dat Jezus in Mattheüs 18 vertelde. Hij was zijn meester een enorme schuld verschuldigd en kon die niet betalen. Er staat dat hij alleen maar om barmhartigheid smeekte. Hij zei:
Heb geduld met mij; geef mij meer tijd, dan zal ik u alles betalen.
En er staat dat de meester medelijden met hem kreeg en hem de hele schuld kwijtschold. God is vergevingsgezinder dan wij van Hem verwachten. God haat zonde, maar bij God zegeviert barmhartigheid over rechtvaardigheid. En als mensen zich voor Hem vernederen en zelfs om barmhartigheid smeken, lijken ze daar altijd iets van te ontvangen.
Het beschermende teken van Kaïn #
Nu werd Kaïns straf niet volledig kwijtgescholden, maar wel aangepast. En de Heere zei tegen hem:
Maar de HEERE zei tegen hem: Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE merkte Kaïn met een teken, zodat niemand die hem tegenkwam, hem zou doden.
En de Heere bracht een teken op Kaïn aan, zodat niemand die hem vond hem zou doden.
Wat het teken op Kaïn was, weet niemand. Mensen beweren dat ze het weten, maar ze weten het niet. Wij weten het niet. Soms denken we bij het teken van Kaïn aan iets waardoor hij werd aangeduid als iemand die slecht behandeld moest worden. Maar in werkelijkheid was het een teken waardoor hij werd aangeduid als iemand die niet al te slecht behandeld mocht worden. Dood deze man niet. Het teken dat God op hem aanbracht, maakte in wezen aan iedereen duidelijk: ‘Dood deze man niet. Hij zal een voortvluchtige zijn. Niemand zal hem mogen. Hij zal rondtrekken, maar je mag hem niet doden. En als je dat wel doet, zal God hem zevenvoudig wreken.’
Nu wordt dit later door een van Kaïns nakomelingen aangehaald als een patroon voor wat hij in zijn eigen geval wil laten gebeuren. Maar wat betekent het dat hij zevenvoudig gewroken zal worden? Blijkbaar betekent het dit: jij doodt Kaïn, en jij en zes andere familieleden van je worden gedood. Dat zou het betekenen om hem zevenvoudig te wreken.
Dus ik neem aan dat Kaïn waarschijnlijk niet vermoord is. We weten niet hoelang hij leefde of hoe hij stierf, maar hij wist zijn leven als zwerver voort te zetten. En in vers 16 staat:
Kaïns vrouw en de andere kinderen #
16Toen ging Kaïn weg van het aangezicht van de HEERE; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden. 17En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Henoch. Kaïn was een stad aan het bouwen, en hij noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon, Henoch.
Nu rijst voor de tweede keer de vraag: wie zijn er verder nog? Hij heeft een vrouw. Hij is bang dat iedereen die hem vindt, hem zal doden. Wie zijn hier eigenlijk nog meer? Het antwoord is echt niet zo moeilijk te geven, al zou het een beetje moeilijk zijn om het alleen te beantwoorden op grond van wat we tot nu toe hebben gelezen. Maar het wordt heel gemakkelijk te beantwoorden als je even iets verder kijkt, want in hoofdstuk 5 staat in vers 3:
Adam leefde honderddertig jaar, en verwekte een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn beeld; en hij gaf hem de naam Seth.
Stop daar nu even. Adam en Eva waren honderddertig jaar oud toen ze een zoon kregen die Seth heette. Kijk nu terug naar hoofdstuk 4, vers 25.
En Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon, en zij gaf hem de naam Seth. Want, zei ze , God heeft mij ander nageslacht gegeven in de plaats van Abel; Kaïn heeft hem immers gedood.
Goed, dezelfde persoon. En waarom noemde ze hem zo? Het woord Seth betekent aangesteld. En ze zei:
Ik noem hem Aangesteld, want God heeft mij een ander kind gegeven in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood.
Nu denk ik dat we uit die uitspraak van Eva gemakkelijk zouden kunnen afleiden dat Seth het eerste kind was dat Adam en Eva kregen nadat Kaïn Abel had gedood. Waarom zou ze dat anders zeggen? Kaïn doodde Abel. Deze is door God aangesteld om hem te vervangen. Het lijkt erop dat Kaïn Abel doodde en dat de volgende zoon die geboren werd, werd gezien als Gods vervanging voor Abel.
Adams gezin en de vrees voor zijn broers #
Maar die zoon werd geboren toen Adam en Eva honderddertig jaar oud waren. We zouden dus kunnen zeggen dat Kaïn Abel doodde ergens vlak voordat er honderddertig jaar verstreken waren sinds de schepping van Adam en Eva. Adam en Eva waren bijna honderddertig jaar oud toen Kaïn Abel doodde, want ze waren honderddertig jaar oud toen Seth werd geboren, en hij werd gezien als de vervanging van Abel, die Kaïn had gedood. Is dat tot zover duidelijk? Welnu, dat betekent dat Adam en Eva al honderddertig jaar leefden voordat Kaïn en God dit gesprek hadden. Wat denk je dat ze gedurende die honderddertig jaar deden?
In vers 4 van hoofdstuk 5 wordt ons verteld dat Adam, nadat hij Seth had gekregen, nog achthonderd jaar leefde. Als samenvatting van Adams leven staat er:
Adams dagen waren, nadat hij Seth verwekt had, achthonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters.
Het is niet de bedoeling dat we geloven dat hij al die zonen en dochters na Seth kreeg, alsof Adam en Eva de opdracht hadden gekregen:
En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
en zij honderddertig jaar later maar twee kinderen hadden. Ze hadden geen anticonceptie. Ze hadden de opdracht de aarde met hun nakomelingen te vullen. Ze onthielden zich niet van seksuele omgang. Ze kregen kinderen. Daar waren ze voor ontworpen. Dat was hun opgedragen.
Adam en Eva hadden al honderddertig jaar zonen en dochters gekregen voordat Kaïn Abel doodde. Dus wat gebeurde er toen Kaïn Abel doodde? De oudste zoon van het gezin had de op één na oudste zoon van het gezin gedood, en het zou de taak van alle andere zonen van het gezin zijn om het bloed van hun broer te wreken. Daarom zouden zij gemotiveerd zijn om Kaïn op te jagen en hem te doden. Maar God zei:
Maar de HEERE zei tegen hem: Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE merkte Kaïn met een teken, zodat niemand die hem tegenkwam, hem zou doden.
Dat waren degenen voor wie hij bang was: zijn eigen broers. Zij waren degenen die een reden zouden hebben om hem te doden.
Een van zijn zussen werd ongetwijfeld zijn vrouw. Als we zeggen: ‘Hij was de eerste persoon die incest pleegde’, hoeft dat niet zo te zijn. De eerste persoon die na Adam en Eva trouwde, was de eerste persoon die incest pleegde. Elk echtpaar na Adam en Eva pleegde wat wij incest zouden noemen, want aanvankelijk moest iedereen met een broer of zus trouwen.
Dit werd later verboden in de wet van Mozes, maar vele eeuwen daarvoor trouwden mensen wel met personen die nauwer aan hen verwant waren dan later was toegestaan. Abraham trouwde met een halfzus. Dat zou onder de wet van Mozes onwettig zijn. Jakob trouwde met twee vrouwen die zussen van elkaar waren. Ook dat werd later in de wet verboden. Bepaalde huwelijksvormen waren in de begintijd aanvaardbaar, maar werden later verboden. Waarom ze later verboden werden, zullen we moeten bekijken wanneer we bij de passages komen die ze verbieden.
We zien dat Kaïn een vrouw had, ongetwijfeld zijn zus, en dat hij een gezin stichtte. We zullen nog terugkomen op dat gezin en op de andere families op aarde die voortkwamen uit Adams andere kinderen.
Vader, ik dank U voor Uw Woord. Ik dank U dat we ook Uw Geest hebben om ons, naar ik vertrouw, te verlichten en ons verder te voeren in ons leven van discipelschap, terwijl we Uw Woord op ons leven toepassen en ernaar streven ons te voegen naar de bedoelingen en het welbehagen van Uw wil, die U in Uw Woord bekendmaakt.
Daarom bid ik, Vader, dat U ons ertoe zult brengen na te denken over de dingen die U in Uw Woord hebt gezegd en die we tegenkomen tijdens het lezen of in dingen die we hebben gelezen. En dat U deze dingen zult planten, ze water zult geven en ze zult laten groeien, zodat we, zoals we verlangen, steeds meer naar het beeld van Christus worden gevormd. In de Naam van Jezus, amen.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Genesis 4:1 - 4:17. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/genesis/4-1-17
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/genesis/4-1-17.pdf?v=93a2bb2b3215
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 15 - 4.1-17.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/genesis/4-1-17.mp3?v=14822a82728e
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 15 - 4.1-17.mp3
Genesis
Alle lezingen over Genesis. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Canon van de Schrift Hoe de Bijbelboeken als Schrift erkend zijn
- 2 Bijbeloverzicht De boeken van de Bijbel en hun indeling
- 3 Inleiding op de Pentateuch Mozes en de documentaire hypothese
- 4 Inleiding De oorsprong van wereld, mens en Israël
- 5 1:1-5 God scheidt het licht van de duisternis
- 6 1:5-15 God schept in dagen van vierentwintig uur
- 7 1:14-31 God schept zon, maan, dieren en de mens
- 8 1 Gods scheppingswerk in de gelovige
- 9 2:1-3 God rust en heiligt de zevende dag
- 10 2:4-20 God maakt de mens en plant de hof van Eden
- 11 2:21-25 God maakt de vrouw als hulp voor de man
- 12 3:1-6 De slang misleidt Eva en Adam eet mee
- 13 3:7-15 Vijgenbladeren en de nederlaag van de slang
- 14 3:16-24 Pijn, machtsstrijd en dood na de zondeval
- 15 4:1-17 Kaïns offer, moord, straf en bescherming
- 16 4:18-5:32 Kaïn en Seth en hun eerste nakomelingen
- 17 6:1-8 De zonen van God en de Nephilim
- 18 6:9-8:22 Noach, de ark en de wereldwijde zondvloed
- 19 9:1-7 Vlees mag gegeten worden, bloed niet
- 20 9:8-10:32 Gods verbond met Noach en de volken
- 21 11 God verwart de taal en verspreidt de mensen
- 22 12:1-9 God belooft Abram zegen voor alle volken
- 23 12:10-13:18 Abram in Egypte en de scheiding met Lot
- 24 14 Abram bevrijdt Lot en ontmoet Melchizedek
- 25 15:1-17:8 God belooft Abram nageslacht en Kanaän
- 26 17:9-18:33 Besnijdenis, Izaks komst en Sodom
- 27 19-20 Sodom verwoest, Abraham bedriegt Abimelech
- 28 21-22 Abraham moet Izak offeren
- 29 23-24 Sara begraven en een vrouw voor Izak
- 30 25 Abraham sterft, Ezau verkoopt zijn recht
- 31 26-27 Izak graaft putten, Jakob krijgt de zegen
- 32 28:1-29:30 Jakob ontmoet God en Laban bedriegt hem
- 33 29:31-31:21 Jakobs kinderen, kudden en vertrek
- 34 31:17-55 Jakob vlucht en sluit een verbond met Laban
- 35 32-34 Jakob worstelt met God en omhelst Ezau
- 36 35-37 Jakob naar Bethel, Jozef wordt verkocht
- 37 38-39 Juda en Tamar; Jozef blijft trouw
- 38 40-42 Jozef wordt verheven en beproeft zijn broers
- 39 43-47 Jozef maakt zich bekend aan zijn broers
- 40 48-50 Jakob zegent zijn zonen en sterft
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/genesis/4-1-17.srt?v=afa89a48d140
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 15 - 4.1-17.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/genesis/4-1-17.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Genesis 4:1
- Genesis 3:15
- Genesis 4:3-4
- Genesis 4:4-5
- Genesis 3:8
- 1 Johannes 3:12
- Genesis 4:7
- Hebreeën 11:4
- Romeinen 10:17
- Lukas 11:50-51
- Genesis 4:4
- Maleachi 1:8
- 1 Petrus 5:6
- Judas 11
- Genesis 4:6-7
- Genesis 4:8
- Genesis 4:9
- Genesis 4:10
- Openbaring 6:10
- Hebreeën 12:22-24
- Romeinen 12:19
- Genesis 4:11-12
- Genesis 4:13-14
- Genesis 9:6
- Mattheüs 18:26
- Genesis 4:15
- Genesis 4:16-17
- Genesis 5:3
- Genesis 4:25
- Genesis 5:4
- Genesis 1:28