Genesis 29:31-31:21
Jakobs kinderen, kudden en vertrek
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.pdf?v=e833332d7231. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.
Samenvatting
Jakobs kinderen en zijn groeiende kudden tijdens zijn jaren bij Laban
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt de geboorte van Jakobs kinderen bij Lea, Rachel en hun slavinnen, waarbij hij ingaat op hun onderlinge wedijver en de betekenis van de namen van de kinderen. Hij onderzoekt ook of de elf zonen in zeven of veertien jaar geboren werden. Vervolgens behandelt hij Jakobs loonovereenkomst met Laban en betoogt hij dat de takken in de drinkbakken de vruchtbaarheid van de dieren bevorderden, maar niet de kleur van hun jongen bepaalden. Volgens hem maakte God door de erfelijke eigenschappen van de mannelijke dieren Jakobs kudde groot, ondanks Labans bedrog, waarna God Jakob opdroeg naar het land van zijn familie terug te keren.
De datering van Jakobs kinderen #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Genesis 29 vers 31 tot en met hoofdstuk 31 vers 21.
De vorige keer zijn we niet helemaal door hoofdstuk 29 heen gekomen. We kwamen bij een punt dat eigenlijk een geschikte plek is om te stoppen. In hoofdstuk 29 was Jakob getrouwd met zijn vrouwen, Lea en Rachel. Hij was er niet gelukkig mee dat hij alleen met Lea getrouwd was. Dat was het gevolg van het bedrog dat zijn oom Laban had gepleegd. Daarom stemde hij ermee in om voor Rachel nog eens zeven jaar te werken.
Nu ga ik me er op dit moment niet op vastleggen wanneer hij met zijn vrouwen trouwde. Er zijn te veel dingen waarmee rekening moet worden gehouden. Als hij zijn vrouwen aan het einde van de eerste zeven jaar tot vrouw nam, kreeg hij in zeven jaar tijd nog elf kinderen. Ik zal je vertellen waarom. Gedurende de laatste zes jaar dat hij bij Laban was, de laatste zes van de twintig jaar, kreeg hij geen kinderen. We lezen dat hij, toen Jozef geboren was, de afspraak maakte om nog zes jaar te blijven. Het volgende kind dat geboren werd, was Benjamin. Die werd pas geboren nadat hij bij Laban was weggegaan en het Beloofde Land was binnengetrokken. We kunnen die zes jaar dus niet rekenen als jaren waarin hij kinderen kreeg.
Als hij na de eerste zeven jaar waarin hij voor Rachel werkte met Lea en Rachel trouwde, dan had hij vanaf het einde van die zeven jaar tot het einde van nog eens zeven jaar de tijd om elf zonen en één dochter te krijgen. Dat zijn twaalf kinderen in zeven jaar. Nu had hij wel vier vrouwen bij wie hij die kinderen kon verwekken. Het spreekt dus vanzelf dat een man in hetzelfde jaar meerdere kinderen kan krijgen als hij meerdere vrouwen heeft.
Maar een van de dingen die dit moeilijk maken, is dat Lea zelf in die periode zeven kinderen kreeg. Ze kreeg zes zonen en één dochter binnen de periode die we daarvoor beschikbaar hebben. Nadat ze haar vierde kind had gekregen, zegt de Bijbel dat ze ophield met baren. Een tijdlang kon ze geen kinderen krijgen. Daardoor bracht ze haar slavin Bilha in beeld om de wedijver met haar zus voort te zetten. Als deze kinderen allemaal binnen een periode van slechts zeven jaar werden geboren, en Lea in die periode zeven kinderen kreeg, met daarbij ook nog een tijd waarin ze geen kinderen kon krijgen, dan moet men binnen enkele maanden hebben vastgesteld dat ze geen kinderen kon krijgen. De meeste vrouwen zouden zichzelf niet als ongewoon onvruchtbaar beschouwen als ze een paar maanden nadat ze een baby hadden gekregen niet onmiddellijk opnieuw zwanger werden. Alleen al de manier waarop het verteld wordt, wekt de indruk dat daar meer tijd voor nodig was.
Daarom hebben sommigen het zo opgevat dat Jakob overeenkwam om de eerste zeven jaar te werken, maar dat hij Lea en Rachel aan het begin van die periode kreeg. Hij had zich er dan toe verbonden om veertien jaar voor de twee vrouwen te werken. Als dat waar is, begonnen de geboorten waarover we zo meteen gaan lezen vrijwel aan het begin van zijn verblijf in Paddan-Aram. Daarmee had hij veertien jaar om deze elf zonen te krijgen, en dat is helemaal niet onredelijk. Je zou je er zelfs over kunnen verbazen dat hij in die tijd niet meer dan elf kinderen kreeg, terwijl vier vrouwen kinderen baarden.
Maar ik leg me daar niet op vast, omdat ik denk dat het dubbelzinnig is en omdat de manier waarop het verhaal lijkt te lopen een zeker probleem oplevert. Het is mogelijk dat die elf zonen binnen zeven jaar geboren werden. Het lijkt er alleen wel op dat het allemaal in grote haast gebeurde, want Lea kreeg vier kinderen kort na elkaar. Als er geen tijd zat tussen de geboorte van haar eerste kind en het moment waarop ze zwanger werd van het tweede, wat ongebruikelijk maar niet onmogelijk is, kan ze die vier kinderen misschien in drie jaar tijd hebben gekregen. Daarna hield ze op met baren en later kreeg ze er nog drie. Het is mogelijk.
Maar er raken ook andere vrouwen bij betrokken. Er wordt veel aandacht besteed aan wie wanneer kinderen krijgt, en er is veel wedijver. Het is lastig om dat allemaal in zeven jaar te laten passen. Het is niet onmogelijk, maar het levert nog een ander probleem op. Benjamin speelt hierbij niet eens een rol, maar Juda werd als vierde geboren, als de vierde zoon van Lea. Laten we zeggen dat dit na zeven jaar in Paddan-Aram was. Lea begon kinderen te krijgen, dus zou ze haar eerste kind in het achtste jaar hebben gekregen en haar vierde kind waarschijnlijk in het elfde of twaalfde jaar. Dat betekent dat Juda ongeveer negen jaar oud zou zijn geweest toen ze Paddan-Aram verlieten.
Maar de andere verhalen over hem, vooral in hoofdstuk 38, vereisen dat hij ouder was dan dat. In de drieëndertig jaar die hij in Kanaän doorbracht, kreeg hij namelijk kinderen en kleinkinderen. Het is niet waarschijnlijk dat hij op negenjarige leeftijd naar Kanaän ging, onmiddellijk kinderen verwekte en dat die kinderen vervolgens opgroeiden en binnen die korte tijd zelf kinderen kregen.
Het enige wat ik wil doen, is je ervan bewust maken dat het de vraag is of deze kinderen in een periode van zeven jaar of in een periode van veertien jaar geboren werden. Maar nu lezen we in hoofdstuk 29, vers 31 over de geboorten van deze kinderen. We gaan verder waar we gebleven waren:
Lea gehaat: een Hebreeuws idioom #
Toen de HEERE zag dat Lea minder geliefd was, opende Hij haar baarmoeder; Rachel daarentegen was onvruchtbaar.
Ik denk dat de New King James ons geen dienst bewijst door dit met “unloved” te vertalen. Daarmee wordt wel duidelijk gemaakt wat het werkelijk betekent, maar door de hele Bijbel heen vinden we het contrast tussen liefhebben en haten.
En ‘haten’ wordt op een specifieke Semitische manier gebruikt, dat wil zeggen, op een Hebreeuwse manier. Volgens mij zijn we beter af als onze vertalers ons laten weten wanneer dat gebeurt. Dan kunnen we namelijk vertrouwder raken met het idioom en weten hoe we er op andere plaatsen mee moeten omgaan. In de Hebreeuwse tekst staat uitdrukkelijk dat Jahweh zag dat Lea ‘gehaat’ werd; de HSV geeft dit hierboven weer als ‘minder geliefd’. Het betekent natuurlijk in werkelijkheid dat ze niet geliefd was, of in elk geval niet de voorkeur kreeg, want in het vorige vers staat dat Jakob Rachel meer liefhad dan Lea. Er staat niet dat hij Lea haatte, en er was geen echte reden voor hem om haar te haten. Als hij haar haatte, hoe kon hij dan zoveel kinderen bij haar hebben?
Volgens mij moeten we begrijpen dat het contrast tussen liefhebben en haten, dat vaak in Semitische geschriften voorkomt, eenvoudigweg betrekking heeft op wel of niet de voorkeur geven. Toen God zei:
2Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad? Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE. Toch heb Ik Jakob liefgehad, 3en Ezau heb Ik gehaat. Ik heb zijn bergen gemaakt tot een woestenij, en zijn erfelijk bezit prijsgegeven aan de jakhalzen van de woestijn.
bedoelde Hij:
Ik heb Jakob verkozen boven Ezau.
Toen Jezus zei:
Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.
bedoelde Hij dat als je twee meesters hebt, je de een boven de ander zult moeten verkiezen. Je hoeft de een niet werkelijk te haten, of de ander werkelijk lief te hebben trouwens, maar je moet wel de voorkeur geven aan een van beiden. Je moet de een boven de ander een voorkeursbehandeling geven.
Toen Jezus zei:
Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.
bedoelde Hij uiteraard dat je hun geen voorkeursbehandeling boven God mag geven. Dat wordt duidelijk wanneer je de parallel in Mattheüs 10 bekijkt, waar Hij zegt:
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.
Dit is een idioom dat we vaak in de Schrift aantreffen: liefhebben en haten, waarbij de Hebreeën niet noodzakelijk bedoelen wat wij met liefhebben en haten bedoelen. Wanneer dit contrast wordt gemaakt, betekent het doorgaans: de voorkeur krijgen tegenover niet de voorkeur krijgen, of meer geliefd zijn dan de ander. De New King James heeft gelijk wanneer die het woord ‘haten’ hier uitlegt als ‘niet geliefd’. Dat is wat het betekent, of minder geliefd, of minder de voorkeur krijgen. Maar ik vind het altijd prettig wanneer de vertalers ons werkelijk vertellen wat er in het Hebreeuws staat, en niet wat het betekent. Laat mij beslissen wat het betekent. Vertel me wat er staat en laat mij zelf nadenken.
Daarin ben ik een beetje koppig en opstandig. Ik denk graag zelf en wil niet dat vertalers voor mij denken. Het is al genoeg dat ik hen nodig heb om mij te vertellen wat de Hebreeuwse woorden betekenen in de vorm van hun Nederlandse equivalenten. Ik kan geen Hebreeuws lezen, maar ik wil niet dat ze mij daarnaast ook commentaar geven. Ik heb liever dat ze mij gewoon de woorden van de Schriften geven en mij zelf laten uitzoeken wat het betekent. Dit is iets waaraan ik me erger.
De Heere zag dat Lea gehaat werd, wat betekent dat ze minder geliefd was dan Rachel. Daarom opende Hij haar schoot, terwijl Rachel onvruchtbaar was. God gaf Lea een voorkeursbehandeling en Rachel niet, misschien gewoon om de zaak wat in evenwicht te brengen.
Ruben, Simeon en Levi #
Lea werd zwanger en baarde een zoon, en ze noemde hem Ruben, want ze zei:
Lea werd zwanger en baarde een zoon. Zij gaf hem de naam Ruben. Want, zei zij, de HEERE heeft mijn verdrukking gezien. Voorzeker, nu zal mijn man mij liefhebben.
De naam Ruben betekent ‘zie, een zoon’. Het is alsof ze zegt: ‘Kijk eens, ik heb je een zoon gegeven, en daarom moet je wel van mij houden, want je andere vrouw heeft je geen enkele zoon gegeven.’ Ze dacht dat dit ervoor zou zorgen dat Jakob van haar ging houden, omdat ze nu de moeder van zijn enige kind was. Ze noemde het kind ‘zie, een zoon’.
Merk op dat ze Jahweh uitdrukkelijk noemt:
Jahweh heeft echt gezien hoe zwaar ik het heb.
Er waren andere namen voor God, waaronder algemene namen die ook op Jahweh van toepassing konden zijn, die ze had kunnen gebruiken. Maar wanneer Jahweh bij Zijn Naam wordt genoemd, gebeurt dat doorgaans door iemand die Jahweh als zijn of haar God erkent.
In vers 33 staat:
Lea werd weer zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Omdat de HEERE gehoord heeft dat ik minder geliefd ben, heeft Hij mij ook deze zoon gegeven. Zij gaf hem de naam Simeon.
Simeon betekent ‘gehoord’, omdat Jahweh had gehoord dat ze niet geliefd was.
Dan staat er in vers 34:
Nogmaals werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Nu, ditmaal, zal mijn man zich aan mij hechten; ik heb hem immers drie zonen gebaard. Daarom gaf hij hem de naam Levi.
Merk op dat ze telkens opnieuw hoop laat blijken wanneer er een baby wordt geboren. Er wordt ons niet verteld hoe Jakob reageerde, behalve dat ze de volgende keer zegt: ‘Nou, misschien lukt het deze keer.’ Het is duidelijk dat hij niet op haar reageerde zoals hij had moeten doen en zoals zij meende dat hij zou doen.
Ze zei:
Nu zal mijn man zich eindelijk aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen heb geschonken.
Daarom wordt hij Levi genoemd, wat ‘gehecht’ betekent.
Juda, lof en de naam Jood #
Ze werd opnieuw zwanger, baarde een zoon en zei:
Weer werd zij zwanger en baarde een zoon. Zij zei: Ditmaal zal ik de HEERE loven. Daarom gaf zij hem de naam Juda. Toen hield zij op met baren.
Daarom noemde ze hem Juda, wat ‘lof’ betekent. Toen hield ze op met baren.
Juda betekent ‘lof’, en ze zegt:
Nu zal ik Jahweh prijzen.
Het woord Jood komt van het woord Juda. Het woord Jood komt pas veel later in de Schrift voor, maar het wordt toegepast op mensen die tot het volk Juda behoorden, en het was een verkorte vorm van Juda. Daarom betekent het woord Juda, of het woord Jood, eigenlijk ook ‘lof’, hoewel het niet het volledige woord is. De etymologie ervan houdt verband met het woord ‘lof’. Denk eraan dat Paulus in Romeinen, hoofdstuk 2, vers 28 en 29, zei:
Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt,
Dan zegt hij:
maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.
Hij maakt daar dus een woordspeling. Een echte Jood is iemand die geen lof van mensen ontvangt, maar van God, want de naam Jood komt van Juda, wat ‘lof’ betekent.
Zij gebruikte het woord lof in verband met de Heere op een iets andere manier. Ze sprak er niet over dat dit kind lof van God zou ontvangen. Nee, God zou van haar lof ontvangen vanwege het kind. Ze baarde vier kinderen en daarna hield ze op met baren.
Als dit alles binnen in totaal zeven jaar gebeurt, dan zijn sommige kinderen over wie we nu gaan lezen geboren in de tijd waarin zij deze vier kinderen kreeg. Dat is niet onmogelijk. Soms legt het verhaal eenvoudig eerst één geheel aan informatie vast. Daarna beschrijft het enkele dingen die vóór het einde van die periode zijn gebeurd.
Rachel zet Bilha in voor de kinderstrijd #
Hoofdstuk 30:
1Toen Rachel merkte dat zij Jakob geen kinderen baarde, werd Rachel jaloers op haar zuster en zei tegen Jakob: Geef mij kinderen, en zo niet, dan sterf ik. 2Toen ontstak Jakob in woede tegen Rachel en hij zei: Neem ik soms de plaats in van God, Die jou de vrucht van de schoot onthouden heeft? 3Daarop zei ze: Zie, hier is mijn slavin Bilha; kom bij haar, zodat zij op mijn knieën zal baren en ook ik uit haar nageslacht zal krijgen.
Dit is hetzelfde wat Sara Abram liet doen met Hagar. Blijkbaar was het gebruikelijk dat onvruchtbare vrouwen dit deden: via hun slavin kinderen krijgen.
4Zo gaf zij hem haar slavin Bilha tot vrouw, en Jakob kwam bij haar. 5En Bilha werd zwanger en baarde Jakob een zoon.
Omdat Rachel formeel de moeder was en de werkelijke moeder een slavin was, mocht Rachel de kinderen een naam geven.
Toen zei Rachel: God heeft mij recht verschaft. Ook heeft Hij naar mijn stem geluisterd en mij een zoon gegeven. Daarom gaf zij hem de naam Dan.
De naam betekent ‘rechter’ of ‘oordelen’.
Het is volgens mij duidelijk dat haar motivatie enigszins door een slechte gezindheid wordt ingegeven. Zo komt het op mij over, hoewel dat misschien niet zo is. Ze noemt Jahweh niet als de Rechter, maar alleen God. Rachel stal later trouwens de goden van haar vader en bewaarde die ook als kostbaarheden. Ik weet dus niet of Rachel in haar jonge jaren werkelijk toegewijd was aan Jahweh.
7En Bilha, Rachels slavin, werd opnieuw zwanger en baarde Jakob een tweede zoon. 8Toen zei Rachel: Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd, en ik heb ook gewonnen. Daarom gaf zij hem de naam Naftali.
Zijn naam betekent worsteling.
Als we dit allemaal binnen zeven jaar moeten laten passen — elf zonen in zeven jaar — en ik weet niet zeker of dat moet, maar als het wel moet, dan zijn deze twee zonen blijkbaar geboren in de tijd waarin Lea de vier zonen kreeg over wie we al hebben gelezen. Lea kan bijvoorbeeld twee kinderen vlak na elkaar hebben gekregen. Rachel ziet dan de ontwikkeling: Lea wordt regelmatig zwanger en Rachel niet. Daarom zet zij Bilha in en begint ze een paar baby’s te krijgen. Misschien zijn deze twee ongeveer tegelijk met Lea’s laatste twee geboren.
Dan lezen we dat Lea zag dat ze opgehouden had met baren. Dat gebeurde nadat ze haar vierde kind had gekregen. Het lijkt hier ook te worden vermeld na het tweede kind van Bilha. Het kan dus zijn dat het baren van deze twee kinderen van Bilha samenviel met het baren van de vier kinderen van Lea. Zo zijn er zes kinderen in vier jaar, of misschien in minder tijd. Vier kinderen kunnen immers best in minder dan vier jaar geboren worden — opnieuw zonder woordspeling.
Lea zet Zilpa in voor de kinderstrijd #
Toen Lea merkte dat zij ophield met kinderen baren, nam zij haar slavin Zilpa en gaf haar aan Jakob tot vrouw.
Zij kan dus hetzelfde doen. Rachel is onvruchtbaar. Lea lijkt ook onvruchtbaar te zijn, in elk geval tijdelijk. Dus zet zij haar slavin in, zodat Rachel haar niet kan inhalen.
Nu komt Zilpa in beeld.
10En Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon. 11Toen zei Lea: Het geluk is gekomen! En zij gaf hem de naam Gad.
De naam Gad wordt hier in de besproken Engelse vertaling verbonden met ‘een troep’. Dat is waarschijnlijk zoiets als een geloofsverklaring: dit is het begin van een nieuwe groep, een grote groep, als een troep krijgers. De HSV kiest in het citaat hierboven voor de andere mogelijke lezing: ‘Het geluk is gekomen’. In deze strijd met mijn zus werf ik deze troep soldaten. Deze baby’s zijn de strijders in deze veldslag tussen de moeders. Daarom zegt ze:
Er komt nu een hele troep aan.
Dit is het moment waarop Lea Jahweh niet noemt. Ze zegt eenvoudig:
Er komt een hele troep aan.
12Vervolgens baarde Zilpa, de slavin van Lea, Jakob een tweede zoon. 13Toen zei Lea: Wat ben ik gelukkig! Want de vrouwen zullen mij gelukkig prijzen. En zij gaf hem de naam Aser.
Het is dus mogelijk dat de eerste zes kinderen — de eerste vier van Lea en de eerste twee van Bilha, de enige twee die Bilha kreeg — in de eerste vier jaar of in minder tijd geboren zijn. Daarna krijgt de slavin van Lea deze twee kinderen. Daarmee zouden we bij het zesde jaar of eerder uitkomen. Tot nu toe hebben we dus acht kinderen.
De liefdesappels en de rivaliteit #
In de dagen van de tarweoogst ging Ruben eropuit en hij vond liefdesappels in het veld, die hij bij zijn moeder Lea bracht. Toen zei Rachel tegen Lea: Geef mij toch wat van de liefdesappels van jouw zoon.
Alruinen waren planten die als lustopwekkend en vruchtbaarheidsbevorderend kruid werden beschouwd. Alruinen vinden in een situatie als deze, waarin men met elkaar wedijvert om kinderen te krijgen, geeft een vrouw een voordeel. Het was de zoon van Lea die de alruinen vond, dus ze waren rechtens van Lea. Zowel Lea als Rachel was op dit moment onvruchtbaar. Lea was opgehouden met baren. Ze waren dus allebei geïnteresseerd in deze alruinen, omdat ze dachten dat het een soort vruchtbaarheidsbehandeling was.
Rachel wilde de alruinen van Lea hebben, maar Lea zei tegen haar:
En zij zei tegen haar: Is het niet genoeg dat je me mijn man afgenomen hebt? Moet je ook nog de liefdesappels van mijn zoon nemen? Toen zei Rachel: Daarvoor mag hij vannacht met jou slapen in ruil voor de liefdesappels van je zoon.
Alleen al uit de manier waarop ze tegen elkaar praten, kunnen we opmaken dat ze niet erg vriendelijk met elkaar omgaan. Het is begrijpelijk dat Lea enigszins verbitterd is, omdat Rachel haar man van haar had afgenomen. Niet in de zin dat Lea’s man haar had verlaten, maar Rachel had het hart van haar man gestolen. Lea was eerst zijn vrouw en zou zijn vrouw zijn gebleven als Rachel er niet bij was gekomen. Nu zijn er twee vrouwen, en Jakobs genegenheid gaat duidelijk meer uit naar Rachel.
Het is verdrietig wanneer twee zussen zo met elkaar wedijveren. Later kwam er in de Wet, hoewel er geen wet was die polygamie verbood, wel specifiek een wet tegen het trouwen van een man met twee zussen. Een wet die Jakob in dit geval veroordeeld zou hebben. Maar de Wet werd ongetwijfeld gegeven vanwege dit soort situaties. Overal waar polygamie is, wedijveren de vrouwen altijd met elkaar. Maar wanneer twee zussen gedwongen worden met elkaar te wedijveren, is dat bijzonder schrijnend, omdat zussen een hechte band met elkaar horen te hebben.
Dus zegt Lea:
Is het soms niet genoeg? Je hebt mijn man al van me afgepakt. Wil je nu ook nog de liefdesappels van mijn zoon afpakken?
Maar Rachel zei:
Dan mag hij vannacht bij jou slapen in ruil voor de liefdesappels van je zoon.
Ik koop ze van je. Jij mag vannacht met Jakob slapen.
Ik denk dat Lea gelijk had. Rachel had hem van haar afgenomen. Blijkbaar sliep hij wel met Lea wanneer het erop leek dat ze vruchtbaar kon zijn, omdat ze kinderen had gekregen. Maar hij deed dat niet uit liefde. Wanneer hij uit liefde met iemand wilde slapen, was dat Rachel. Rachel verkeerde in de positie dat ze kon zeggen: ‘Goed, ik sta hem vannacht af en dan mag jij hem hebben. Jij geeft mij de liefdesappels.’
Issaschar en Zebulon worden geboren #
Jakob kwam ’s avonds van het veld. Lea ging hem tegemoet en zei:
Toen Jakob 's avonds van het veld kwam, ging Lea hem tegemoet en zei: Je moet bij mij komen, want ik heb je eerlijk gehuurd voor de liefdesappels van mijn zoon. Daarom sliep hij die nacht met haar.
Wie voelt zich hier nu de prostituee? Hij. Hij is gekocht. Hij is aangeschaft, ingehuurd.
En God verhoorde Lea; zij werd zwanger en baarde Jakob een vijfde zoon.
Dit wordt niet noodzakelijk toegeschreven aan de liefdesappels die zij had, maar dat zou kunnen. Zij gebruikte geen liefdesappels, tenzij ze er een paar voor zichzelf had gehouden. Ze gaf Rachel een aantal liefdesappels. Of ze ze allemaal aan Rachel gaf, weten we niet. Maar voor zover we kunnen nagaan, wordt haar ontvangenis hier niet met de liefdesappels in verband gebracht. God luisterde naar haar, en ze werd zwanger en baarde Jakob een vijfde zoon. Dat is haar vijfde zoon. Naar alle waarschijnlijkheid had hij inmiddels ook nog enkele andere zonen.
Lea zei:
Toen zei Lea: God heeft mij beloond, omdat ik mijn slavin aan mijn man gegeven heb. En zij gaf hem de naam Issaschar.
In de besproken Engelse vertaling wordt hier hetzelfde woord gebruikt als bij het ‘inhuren’ van Jakob voor die nacht. Het loon slaat dus ook op het feit dat zij Jakob die nacht met de liefdesappels had ingehuurd. Daarom noemde ze hem Issaschar, wat ‘loon’ betekent. Tussen haakjes, daar gebruikt ze het woord Yahweh niet, maar dat zal ze later weer doen.
Daarna werd Lea opnieuw zwanger en baarde Jakob een zesde zoon. Lea zei:
19Lea werd opnieuw zwanger en zij baarde Jakob een zesde zoon. 20Lea zei toen: God heeft mij, ja mij, een mooi geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij míj komen wonen, want ik heb hem zes zonen gebaard. En zij gaf hem de naam Zebulon.
Daarom noemde ze hem Zebulon, wat ‘woning’ betekent. Daarna baarde ze een dochter en noemde haar Dina.
De geboorte van Jozef #
Toen dacht God aan Rachel. Zij had nu de liefdesappels, maar er wordt niet aangegeven dat de liefdesappels ook maar iets voor haar vruchtbaarheid deden. Maar God deed dat wel. Hij dacht aan Rachel. Hij had medelijden met haar, en God luisterde naar haar en opende haar baarmoeder. Ze werd zwanger, baarde een zoon en zei:
22God dacht ook aan Rachel en God verhoorde haar. Hij opende haar baarmoeder 23en zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei ze: God heeft mijn schande weggenomen!
Daarom noemde ze hem Jozef en zei:
Zij gaf hem de naam Jozef en zei: Moge de HEERE mij nog een zoon geven!
Rachel noemt nu Yahweh. En dat bleek waar te zijn. De besproken Engelse vertaling formuleert dit stelliger dan de HSV: ‘Jahweh zal mij nog een zoon geven.’ Of zij dat uitsprak als een positieve geloofsbelijdenis, bijna als een eis aan God — ‘Dit is goed, maar ik wil er nog een’ — of wat het ook was, weet ik niet. Uiteindelijk kreeg ze inderdaad nog een zoon, maar ze stierf tijdens de bevalling. Het was misschien beter voor haar geweest als ze geen tweede zoon had gekregen en tevreden was geweest met deze ene. Maar hoe dan ook, ze werd zwanger en baarde een zoon.
Er is hier vrijwel zeker sprake van enige overlap. We lezen namelijk dat Lea twee kinderen achter elkaar kreeg, maar Rachel kan gemakkelijk zwanger zijn geworden voordat Lea’s tweede kind, haar zesde, geboren werd, en haar kind kort daarna hebben gekregen. Jozef was bijna de jongste broer, dus hij kwam inderdaad na deze andere kinderen. Maar de zwangerschappen kunnen elkaar hebben overlapt. Hij kan kort na Zebulon geboren zijn.
Hoe dan ook, het is mogelijk om elf zonen in zeven jaar te laten passen, maar zoals ik al zei, ik weet niet of dat nodig is.
Dat dus, maar als het zou moeten, dan kan het.
Jakob wil weg bij Laban #
25En het gebeurde, nadat Rachel Jozef gebaard had, dat Jakob tegen Laban zei: Laat mij vertrekken, dan kan ik naar mijn woon plaats en mijn land gaan. 26Geef mijn vrouwen en mijn kinderen, voor wie ik u gediend heb, zodat ik kan gaan. U weet immers van het werk waar ik u mee gediend heb.
En Laban zei tegen hem:
Toen zei Laban tegen hem: Laat mij toch genade vinden in jouw ogen; ik heb waargenomen dat de HEERE mij omwille van jou gezegend heeft.
Dit is aan het einde van veertien jaar.
Ik weet niet goed hoe Laban gunst in Jakobs ogen zou kunnen hebben gevonden, gezien het bedrog dat hij hem had aangedaan. Maar het is gewoon een manier van spreken: ‘Als je mij goed wilt behandelen, blijf dan alsjeblieft.’
Waar de HSV hierboven ‘waargenomen’ heeft, gebruikt de besproken Engelse vertaling het woord ‘experience’. Het onderliggende Hebreeuwse woord duidt volgens de spreker eigenlijk op ‘waarzeggerij’; ‘experience’ vindt hij daarom een vreemde vertaling. Het Hebreeuwse woord betekent waarzeggerij:
Ik ben er door waarzeggerij achter gekomen.
Waarzeggerij zou zoiets zijn als het lezen van de ingewanden van kippen of geiten, of, in modernere tijden, van theebladeren of handpalmen. Dat is waarzeggerij: informatie verkrijgen door occulte middelen.
Blijkbaar was Laban niet erg welvarend geweest toen Jakob bij hem kwam. Daar zal later nog op worden gewezen. Jakob zegt:
Het weinige dat u voor mijn komst had, heeft zich immers tot een menigte uitgebreid. De HEERE heeft u sinds mijn komst gezegend. Nu dan, wanneer zal ik ook voor mijn eigen huis kunnen werken?
Laban heeft gemerkt dat hij de afgelopen paar jaar plotseling rijk is geworden, en hij vraagt zich af of iets specifieks daaraan bijdraagt. Dus blijkbaar heeft hij waarzeggerij geraadpleegd. Misschien was ook het strooien van goudstof op een beker wijn en het duiden van de vormen die het aannam een van de manieren waarop zij waarzeggerij bedreven. Hoe dan ook, hij had door middel van waarzeggerij, op welke manier dan ook, vastgesteld dat Jakob de reden was waarom het hem voor de wind ging. Daarom wilde hij beslist niet dat Jakob vertrok nu zijn contract was afgelopen.
Toen zei hij:
Hij zei: Bepaal wat je loon bij mij moet zijn, dan zal ik het je geven.
En Jakob zei tegen hem:
29Toen zei hij tegen hem: Ú weet hoe ik u gediend heb en hoe uw vee onder mijn hoede geweest is. 30Het weinige dat u voor mijn komst had, heeft zich immers tot een menigte uitgebreid. De HEERE heeft u sinds mijn komst gezegend. Nu dan, wanneer zal ik ook voor mijn eigen huis kunnen werken?
Dat wil zeggen: de overeenkomst heeft hem zijn gezin opgeleverd, maar hij heeft alleen voor het vee van iemand anders gezorgd. Laban is rijk geworden, maar Jakob bezit niets behalve zijn vrouwen en kinderen. Hij heeft veertien jaar gewerkt, eenvoudigweg voor zijn levensonderhoud en niet om loon te verdienen, maar om zijn vrouwen te verwerven. Hij heeft zijn vrouwen en zijn kinderen, en hij heeft veertien jaar gewerkt om hen af te betalen, maar hij heeft niets voor zichzelf verdiend. Hij weet niet: ‘Hoe moet ik voor mijn eigen bezit zorgen?’
Jakobs loon uit de kudde #
En Laban zei:
Wat zal ik je geven?
En Jakob zei:
31Daarop zei hij: Wat moet ik je geven? Toen zei Jakob: U hoeft mij helemaal niets te geven; als u het volgende voor mij wilt doen, zal ik opnieuw uw kleinvee hoeden en beschermen. 32Ik zal vandaag al uw kleinvee langsgaan en daaruit elk gespikkeld of gevlekt dier afzonderen, elk zwart dier onder de schapen en alles wat gevlekt en gespikkeld is onder de geiten; en dat zal mijn loon zijn. 33Mijn gerechtigheid zal morgen voor mij getuigen, als u komen zult om mijn loon in ogenschouw te nemen; alles wat niet gespikkeld en gevlekt is onder de geiten en wat niet zwart is onder de schapen, mag als door mij gestolen beschouwd worden .
Deze overeenkomst werd gesloten tussen twee mannen die elkaar werkelijk niet vertrouwden, en waarom zouden ze ook? Eigenlijk denk ik niet dat Jakob tot op dit punt oneerlijk tegen Laban is geweest, maar Laban heeft laten zien dat hij sluw is, en Jakob vertrouwt hem niet. Hij zegt: ‘Luister, het is duidelijk dat mijn loon uit vee zal bestaan. Dat is wat jij hebt. Daarin moet je mij betalen. Vee is prima. Ik neem vee aan. Maar we hebben hier een probleem. Er kan een dag komen waarop je mij ter verantwoording roept en beweert dat ik jouw vee steel. Ik zorg tenslotte voor jouw vee zonder dat jij erbij bent. Je zou kunnen vermoeden dat een deel van mijn vee in werkelijkheid van jou is, en dat ik dieren heb ontvreemd wanneer jij niet keek. Dus ik heb een oplossing. Al het vee met afwijkende kleuren, dat in de minderheid zal zijn, is van mij. En je kunt altijd controleren of ik dieren van jou heb. Het zal duidelijk zijn, want van de schapen zijn alleen de bruine van mij.’
Bijna alle schapen in die tijd waren wit, en de geiten waren vrijwel altijd geheel zwart. Maar sommige hadden afwijkende patronen: vlekken, spikkels en dat soort dingen. De meeste schapen zullen wit zijn, met hier en daar een buitenbeentje, een bruin schaap. De meeste geiten zullen zwart zijn, met hier en daar een buitenbeentje, een gestreepte, gevlekte of gespikkelde geit. Laban zag dit dus als een behoorlijk goede overeenkomst, omdat Jakobs vee een heel klein percentage van de totale kudde zou uitmaken. Het was ook een goede manier om te onderscheiden of iets van Jakob of van Laban was. Dus Laban stemde hiermee in.
Laban zei:
Toen zei Laban: Zie, laat het maar overeenkomstig jouw woord gebeuren.
Laban ondermijnt de loonafspraak #
Daarom verwijderde hij die dag de bokken die gespikkeld en gevlekt waren, en alle geiten die gespikkeld en gevlekt waren, ieder dier waarin iets wits zat, en alle bruine dieren onder de lammeren, en hij gaf ze in handen van zijn zonen. Wie deed dit nu? Jakob had gezegd:
Laat me door de kudde gaan en deze dieren afzonderen. Maar degene die het deed was Laban, en hij gaf ze aan zijn zonen. Daarna legde hij een afstand van drie dagreizen tussen zichzelf en Jakob, en Jakob weidde de rest van Labans kudde. Laban stemde ermee in, maar paste het aan. Jakob zei:
Laat mij de dieren die nu afwijkend zijn eruit halen als mijn deel.
Natuurlijk zouden de dieren die deze kleur al hadden de genetische eigenschappen bezitten die daarbij hoorden. Hoewel men destijds geen verstand had van genetica, had men het fokken van vee voldoende geobserveerd om te weten dat gespikkelde dieren en dieren met afwijkende kleuren meer kans hebben om nakomelingen met zulke kleuren voort te brengen dan normale schapen. De normale schapen kunnen recessieve genen hebben die soms op die manier tot uiting komen. Maar deze dieren met afwijkende kleuren hebben dominante genen die zulke kleuren veroorzaken, en daarom is de kans veel groter dat zij meer nakomelingen van hetzelfde soort voortbrengen.
Jakob wilde dus blijkbaar het kleine aantal dieren nemen dat op dat moment de kleuren had waardoor ze hem zouden toebehoren. Hij wilde die als fokdieren gebruiken, ze apart zetten en houden, en de rest zou van Laban zijn. „O, dat is een geweldig idee.” Vervolgens gaat Laban, misschien zelfs in het geheim, al die schapen en geiten weghalen die van Jakob zouden zijn geweest. Hij geeft ze aan zijn zonen en houdt ze gescheiden van de kudde, zodat Jakob alleen met de gewone schapen achterblijft, zonder eigen fokdieren. Laban bedriegt hem hier dus meteen vanaf het begin. Maar God komt Jakob te hulp. Hoewel de fokdieren zijn weggehaald, blijven Labans schapen toch dieren met afwijkende kleuren werpen, zoals we zullen zien.
Er staat:
36Hij bepaalde een afstand van drie dagreizen tussen hem en Jakob; en Jakob hoedde de rest van het kleinvee van Laban. 37Toen nam Jakob voor zichzelf jonge takken van populieren, amandelbomen en platanen, en schilde daarin witte strepen door het wit in die takken te ontbloten. 38Hij legde de takken die hij geschild had in de troggen en waterdrinkbakken waaruit het kleinvee kwam drinken, vlak voor het kleinvee; en ze werden bronstig als zij kwamen om te drinken. 39En als het kleinvee bronstig werd bij die takken, wierp het kleinvee gestreepte, gespikkelde, en gevlekte jongen . 40Toen scheidde Jakob de schapen af en keerde de koppen van het kleinvee naar het gestreepte en naar al het zwarte onder Labans kleinvee, en vormde zo kudden voor zichzelf; hij zette ze niet bij het kleinvee van Laban. 41En het gebeurde, telkens wanneer het sterkste kleinvee bronstig werd, dat Jakob de takken voor de ogen van het kleinvee in de troggen legde, zodat zij bronstig zouden worden bij de takken. 42Maar als het zwakke kleinvee bronstig werd, legde hij ze er niet in, zodat de zwakke dieren voor Laban en de sterke dieren voor Jakob waren. 43Zo breidde het bezit van deze man zich zeer sterk uit; hij had veel kleinvee, slavinnen, slaven, kamelen en ezels.
Hij begon dus met niets, maar in een periode van, naar blijkt, zes jaar wordt hij rijk. Door het proces waarover we zojuist hebben gelezen, wordt vrijwel al het vee van hem.
De gestreepte takken als probleemtekst #
Wat is dit voor proces? Veel mensen hebben grote bezwaren tegen dit specifieke gedeelte aan het einde van hoofdstuk 30. Ze zeggen dat hier bijna een bijgelovig idee over prenatale beïnvloeding bij de schapen en geiten wordt onderschreven. Veel mensen denken dat Jakob hier vanuit het bijgelovige idee handelde dat de kleur van de nakomelingen beïnvloed zou worden als de dieren tijdens de bevruchting — met andere woorden, terwijl ze paren — naar iets gestreepts kijken, zoals een gestreepte tak.
Het spreekt vanzelf dat niemand tegenwoordig zou geloven dat dit waar is, en het gaat volledig voorbij aan de genetica zoals wij die kennen. Het is een volkomen onwetenschappelijk en bijgelovig denkbeeld. Velen denken dat de Bijbel niet alleen zegt dat Jakob dit deed, maar het ook onderschrijft als de reden waarom hij voorspoedig werd. Daardoor wordt het niet alleen een fout in Jakobs denken, maar ook in het Bijbelse verhaal zelf. Veel mensen beschouwen dit als een probleem.
Maar volgens mij missen ze het punt volledig. Ik denk niet dat hier sprake is van enige suggestie van prenatale beïnvloeding. Het enige wat die indruk wekt, is dat er over de takken die hij in de drinkbakken legde wordt gezegd dat er strepen op zaten, en dat sommige nakomelingen ook strepen hadden. Maar ze hadden ook vlekken en andere kenmerken. Hij legde er geen gevlekte takken in om gevlekte nakomelingen te krijgen, of bruine takken om bruine nakomelingen van de schapen te krijgen. Niets wijst erop dat het uiterlijk van de takken, hoe ze eruitzagen, invloed moest hebben op hoe de nakomelingen eruitzagen. Dat is simpelweg een misverstand.
Takken als middel voor vruchtbaarheid #
Ik denk zelfs dat het tegenovergestelde duidelijk wordt gemaakt. Er staat dat hij ze erin legde wanneer de sterkere dieren kwamen paren, maar niet wanneer de zwakkere dat deden. Ik zal je vertellen wat er volgens mij hier gebeurt. Jakob kwam uit een lange lijn van herders. Abraham had meer dan honderd jaar schapen gehoed en Izak had dat zijn hele leven gedaan. Jakob was inmiddels ouder dan tachtig, ouder dan negentig, en was het grootste deel van die tijd herder geweest. Hij kwam uit een familie van schaapherders. Ze kenden de inheemse planten, de kruiden en de geneeskrachtige middelen van het platteland. Ze kenden schapen en ze kenden het fokken van vee. Volgens mij had hij ontdekt dat er bepaalde planten waren waarvan het sap, wanneer het in het drinkwater van de dieren terechtkwam, de vruchtbaarheid bevorderde. Het zou de kleur niet beïnvloeden, maar wel bevorderen dat er bevruchting plaatsvond.
Wat ik hier zie gebeuren, is dat Jakob niets stiekems doet. Hij bedriegt Laban niet door iets te doen waarop Laban niet had gerekend: „Ik ga die gestreepte takken erin leggen, en dan krijgen alle schapen mijn kleur.” Ik denk dat hij gewoon op verantwoorde wijze voor het vee zorgt, ook voor Labans vee. Ik denk niet dat Jakob op enigerlei wijze de kleur van de nakomelingen probeert te sturen, maar dat hij de kudde als geheel sterker probeert te maken. Hij wilde dat de sterkere schapen zich voortplantten en de zwakkere niet. Dit heeft niets met hun kleur te maken. Hij was gewoon een goede veefokker.
Als je er nog eens naar kijkt, zie je dat hij repen schors van de amandel- en kastanjebomen afpelde, zodat het sap eruit kon komen en in het water kon trekken dat de dieren dronken.
Niet zodat hun jongen erdoor gekleurd zouden worden, maar zodat ze bevrucht zouden worden wanneer ze kwamen drinken. Dit was een middel om hun vruchtbaarheid te bevorderen, niet om de kleur van hun jongen te beïnvloeden.
Er is geen reden om te geloven dat dit bijgeloof was. Voor zover wij weten, zijn er veel plantaardige middelen die de vruchtbaarheid kunnen bevorderen. De wetenschap heeft in elk geval niet bewezen dat zoiets niet kan. Ik zou zeggen dat een man wiens familie in die streek honderden jaren lang schapen had gehoed, heel wat zou kunnen weten over de plantengroei daar en over de heilzame eigenschappen ervan voor hun dieren. Er staat alleen dat hij wilde dat ze zouden paren, niet dat hij wilde dat ze lammeren en geitenlammeren zouden werpen met de kleur waardoor ze van hem zouden zijn.
Er staat niet dat ze door die stokken die kleur hadden. In het volgende hoofdstuk zullen we ontdekken dat er een droom van God voor nodig was om Jakob te laten zien waarom ze met die kleur geboren werden. Hij zorgde er niet voor dat ze die kleur kregen; God deed dat. Jakob wist niet eens waarom het gebeurde. Het enige wat hij wist, was dat hij de algehele kracht en voortplantingskracht van de kudde probeerde te vergroten. De kudde werd sterker en beter, maar tegelijkertijd brachten de dieren alle lammeren en goede geitenlammeren voort die van hem zouden worden. Hij had daar geen controle over uitgeoefend en had kennelijk zelfs niet geprobeerd daar controle over uit te oefenen.
Jakob houdt de kudden gescheiden #
Kijk naar vers 40:
Hij zette de lammeren apart en liet de kudden kijken naar de gestreepte dieren en alle bruine dieren in Labans kudde. Maar zijn eigen kudden hield hij apart en hij zette ze niet bij Labans kudde.
Dat wil zeggen dat hij gewetensvol te werk ging. Als hij zijn eigen kudden bij die van Laban had gezet, zouden de erfelijke eigenschappen van zijn kudde zich daardoor verder door Labans kudden verspreiden. Hij liet zijn kudden niet met die van Laban paren, zodat hij Labans kudde niet zou vermengen met zijn eigen afwijkend gekleurde schapen en geiten.
Er staat inderdaad dat hij zijn dieren met hun kop naar die dieren toe liet staan. Ik weet niet zeker wat dat betekende. Kennelijk stonden ze in afzonderlijke stallen of afzonderlijke weiden. Ze konden naar elkaar kijken, maar hij zette ze niet bij elkaar. Hij liet ze niet met elkaar paren. Volgens mij getuigt dit van gewetensvol handelen, niet van sluwheid. Als hij zijn kudde met die van Laban had vermengd, zouden, zoals ik al zei, de erfelijke eigenschappen die gunstig waren voor zijn kudde zich door Labans kudde verspreiden. Dan zou Labans kudde meer schapen van Jakobs soort voortbrengen. Maar dat liet hij niet toe. Hij hield Labans kudde zorgvuldig apart, en toch bleven die dieren het soort schapen voortbrengen dat hij nodig had. Het was Gods werk, zoals we in hoofdstuk 31 heel duidelijk zullen zien. Maar hij wist niet wat er gaande was. Hij manipuleerde de kleur van de kudden niet.
Met andere woorden, hij probeerde alleen de algemeen sterke eigenschappen te bevorderen, niet de kleur van de kudden. Hij bevorderde het paren onder de zwakkere dieren niet, omdat hij aannam dat hun jongen minderwaardig zouden zijn, niet wat hun kleur betreft, maar wat hun zwakte betreft. Ik denk niet dat de tekst ook maar enigszins suggereert dat we dit moeten voorstellen alsof hij bijgelovig was. Ik denk dat de kleur van de jongen Gods werk was.
God roept Jakob terug naar Kanaän #
Dat lezen we nu in hoofdstuk 31:
1Toen hoorde hij de woorden van de zonen van Laban, die zeiden: Jakob heeft alles genomen wat van onze vader was; uit dat wat van onze vader was, heeft hij al deze rijkdom verworven. 2Ook lette Jakob op het gezicht van Laban, en zie, het stond ten opzichte van hem niet meer als voorheen. 3Toen zei de HEERE tegen Jakob: Keer terug naar het land van uw vaderen en naar uw familiekring. Ik zal met u zijn.
Het is ons nog niet verteld, maar we zullen te horen krijgen dat hij toen al zes jaar bezig was met fokken. Nadat de veertien jaar voorbij waren, waren er nu nog eens zes jaar verstreken. In totaal waren het dus twintig jaar geweest. God zei:
Nu is het tijd om terug te gaan naar het Beloofde Land, naar het land van je vader.
In vers 4 staat:
Toen stuurde Jakob boden en liet Rachel en Lea naar het veld roepen, naar zijn kleinvee,
Hij wachtte niet tot hij weer thuis in de tent was. Waarom niet? Iemand zou hem kunnen afluisteren. Er waren daar ongetwijfeld dienaren. Denk eraan hoe Isaak met Ezau samenspande om de zegen aan Ezau te geven. Ze werden afgeluisterd en hun plan werd verijdeld, omdat kennelijk een dienaar, of in elk geval Rebekka, luisterde en ervan hoorde. In plaats van er thuis in de tent over te praten, waar de tentdoeken oren hebben en anderen hem misschien zouden horen en zijn plan zouden proberen te onthullen, riep hij zijn vrouwen dus naar buiten, het veld in. Hij wist dat de schapen oren hadden, maar ze hadden geen mond waarmee ze konden praten. Het gaf dus niet als zij hem afluisterden. Hij vertelde hun zijn plan, dat niet slecht was. Het was eenvoudigweg iets wat geheim moest blijven, wilde het werken.
Hij zei tegen hen:
5en hij zei tegen hen: Ik zie dat het gezicht van jullie vader ten opzichte van mij niet meer staat als voorheen. De God van mijn vader is echter bij mij geweest. 6Jullie weten zelf dat ik met al mijn kracht voor jullie vader heb gewerkt. 7Jullie vader heeft mij echter bedrogen en mijn loon wel tien keer veranderd, maar God heeft hem niet toegelaten mij kwaad te doen.
Let op, hij zegt niet: „Mijn God”, maar: „de God van mijn vader.” Hij is vergeten Wie de God van zijn vader is.
Dat tienmaal veranderen van het loon gebeurde in die zes jaar. We zullen er iets verderop in het hoofdstuk meer over horen, wanneer Jakob zegt dat Laban tien verschillende keren kwam en zag dat alle schapen bruine lammeren kregen. Daarom veranderde hij de afspraak, zodat de bruine lammeren van Laban zouden zijn. Toen kregen ze allemaal witte lammeren. Iedere keer dat Laban de regeling veranderde, brachten de dieren voort wat gunstig was voor Jakob. Laban probeerde de regeling steeds zo in elkaar te knutselen dat de meeste dieren van hem zouden zijn. Maar God werkte Laban tegen. Hoewel hij de regeling tienmaal veranderde om die zo aan te passen dat hij alle dieren zou krijgen, bleken de kudden uiteindelijk vrijwel geheel van Jakob te zijn. Iets verderop zullen we dit uitgelegd zien. Jakob zag in dat dit Gods werk was. Hij zegt:
God stond niet toe dat hij me kwaad deed.
God bepaalt de kleur van het vee #
Vers 8:
Wanneer hij dit zei: De gespikkelde dieren zullen je loon zijn, dan wierp al het kleinvee gespikkelde jongen ; en wanneer hij dit zei: De gestreepte dieren zullen je loon zijn, dan wierp al het kleinvee gestreepte jongen .
Hij dacht niet dat de stokken in de drinkbakken dit allemaal beïnvloedden. Hij zag het eenvoudigweg als het werk van God.
9Zo heeft God het vee aan jullie vader ontrukt en het mij gegeven. 10Het gebeurde eens in de tijd dat het kleinvee bronstig was dat ik mijn ogen opsloeg en in een droom zag dat, zie, de bokken die het kleinvee besprongen, gestreept, gespikkeld en gevlekt waren. 11De Engel van God zei tegen mij in die droom: Jakob! Ik zei: Zie, hier ben ik! 12Hij zei: Sla toch uw ogen op en zie: al de bokken die het kleinvee bespringen, zijn gestreept, gespikkeld en gevlekt. Voorzeker, Ik heb alles gezien wat Laban u aandoet! 13Ik ben de God van Bethel, waar u een gedenkteken gezalfd hebt, waar u Mij een gelofte gedaan hebt. Welnu, sta op, vertrek uit dit land en keer terug naar het land van uw familiekring.
Waar ging deze droom over? Deze nakomelingen van de schapen en geiten kwamen eruit zoals ze eruitkwamen vanwege de mannelijke ouderdieren. De mannetjes hadden de eigenschappen die ze aan de nakomelingen doorgaven. Waarom werd dit in een droom aan hem geopenbaard? Waarom kon hij dat niet gewoon met zijn eigen ogen zien door naar de schapen te kijken?
Ofwel vond een groot deel van de voortplanting van de schapen ’s nachts plaats, wanneer Jakob niet kon kijken en zien welke rammen en bokken paarden. Daarom openbaarde God hem in een droom: „De reden dat deze schapen er zo uitkomen, is dat alle mannetjes die voor de voortplanting zorgen de juiste kleur voor jouw kudde hebben.” Dat wist Jakob niet en hij zou het zonder die droom ook niet hebben geweten. Misschien kwam dat doordat ze ’s nachts paarden, wanneer hij het niet kon waarnemen. God wilde dat hij wist dat dit gaande was. Dat betekent natuurlijk dat het niets te maken had met de stokken in de drinkbakken, maar met de mannelijke ouderdieren en hun genetische eigenschappen.
De andere mogelijkheid is dat Jakob wel de gelegenheid had om de dieren te zien paren, maar dat hij deze eigenschappen niet in de mannetjes kon zien, omdat ze wel in de genen zaten maar niet in de vacht van het dier zichtbaar waren. Dat wil zeggen dat deze mannetjes die genen hadden om door te geven. Als je ze kon zien zoals God ze zag, zou je zien dat dit gespikkelde en gevlekte dieren waren. Maar in werkelijkheid waren het geen gespikkelde en gevlekte dieren. Dat zat alleen in hun verborgen genen. In een droom openbaarde God al die mannetjes aan hem. De reden dat hij zulke geitenlammeren kreeg, was dat de mannetjes allemaal die eigenschap hadden. Misschien niet uiterlijk, maar alleen in hun genetische eigenschappen, die alleen God kon zien.
Hoe dan ook, de oorzaak bleef voor Jakob verborgen: de dieren paarden óf ’s nachts, óf de bepalende eigenschappen zaten onzichtbaar in hun genen. God openbaarde Jakob dat Hij de dieren zo had geleid dat juist de mannetjes die nakomelingen zouden verwekken die uiteindelijk van Jakob zouden zijn, met de vrouwtjes paarden. De Bijbel wordt hier dus in het gelijk gesteld, in die zin dat het heel duidelijk is dat dit overeenstemt met de genetische wetenschap. Het heeft niets te maken met prenatale beïnvloeding door naar stokken en dergelijke te kijken.
Jakob vlucht met zijn gezin #
Toen antwoordde Rachel en zei tegen hem — Rachel en Lea antwoordden en zeiden tegen hem:
14Rachel en Lea antwoordden en zeiden tegen hem: Is er voor ons nog een aandeel of erfelijk bezit in het huis van onze vader? 15Worden wij door hem niet als vreemden beschouwd? Hij heeft ons immers verkocht en ook ons geld geheel en al opgemaakt,
Dat laatste gedeelte betekent waarschijnlijk dat hij niets meer overhad van de prijs waarvoor hij ons verkocht had, en die prijs bestond uit vee. Ze hadden dus het gevoel dat hij hen als handelswaar behandelde in plaats van als familie. Hij heeft de rijkdom die hij had verkwist, en hij heeft zelfs geen respect gehad voor de prijs die hij in ruil voor hen ontving.
want al de rijkdom die God aan onze vader ontrukt heeft, die behoort ons en onze kinderen toe! Nu dan, doe alles wat God tegen je gezegd heeft.
17Toen stond Jakob op, zette zijn kinderen en zijn vrouwen op de kamelen, 18voerde al zijn vee en al zijn bezittingen, die hij verworven had, mee — het vee dat hij bezat, dat hij in Paddan-Aram verworven had — om bij zijn vader Izak te komen, in het land Kanaän.
Laban was op weg gegaan om zijn schapen te scheren; Rachel stal toen de afgodsbeeldjes die haar vader toebehoorden.
wat betekent dat hij op dat moment niet op Jakob lette, Het Hebreeuwse woord hier is terafim, dat de HSV hierboven als ‘afgodsbeeldjes’ weergeeft. De King James noemt ze ‘goden’. Volgens de spreker waren het echter niet per se voorwerpen van aanbidding. De terafim zijn door archeologen ontdekt. Het zijn kleine beeldjes waarvan sommige huishoudens er kennelijk een aantal hadden. Veel archeologen geloven dat het niet zozeer voorwerpen van aanbidding waren, maar symbolen van erfrechten. Wie de terafim van de familie bezat, kon als het ware aanspraak maken op het recht op de erfenis van het familiebezit. Zoals een scepter het gezag van de koning om te regeren vertegenwoordigt, zo kon het bezit van deze terafim mogelijk aangeven wie de erfenis kreeg. Rachel had ze gestolen, omdat ze in wezen wilde dat haar zoon Jozef, de enige zoon die ze had, de erfenis van Laban zou krijgen. Zo is het uiteindelijk niet gegaan, maar dat is kennelijk wat ze in gedachten had.
En er staat:
20Jakob vertrok buiten medeweten van Laban, de Syriër, door hem niet te vertellen dat hij vluchtte. De HSV geeft het onderliggende idioom hier weer met ‘Jakob bedroog Laban’. 21Zo vluchtte hij, met alles wat van hem was. Hij stond op, stak de rivier over en ging in de richting van het bergland van Gilead.
Ik denk niet dat Jakob had afgesproken om een bepaalde tijd te blijven. Zonder iets te laten weten vertrekken was dus iets wat hij mogelijk kon doen zonder dat er werkelijk sprake was van contractbreuk. Hoewel je je wel moet afvragen: liet hij de schapen van Laban zonder toezicht achter? Maar waarschijnlijk werkten er veel knechten van Laban onder Jakob. Hij kon de schapen aan de zorg van die knechten overlaten en zou ze op die manier niet verwaarlozen.
Het belangrijkste was dat hij aan de gezichten van Laban en zijn zonen zag dat ze jaloers en boos op hem begonnen te worden. Hij dacht: ‘Deze mannen zouden mij ernstig kwaad kunnen aandoen als ze werkelijk kwaad genoeg werden.’ Daarom besloot hij naar huis te gaan, en God had hem gezegd dat te doen. Hij had een droom gehad waarin God hem zei terug te gaan, dus dat deed hij.
Jakob is gevlucht. Laban zal ervan horen en hem achtervolgen. We komen op dat gedeelte terug.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Genesis 29:31 - 31:21. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.pdf?v=e833332d7231
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 33 - 29.31-31.21.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.mp3?v=283e4091177f
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 33 - 29.31-31.21.mp3
Genesis
Alle lezingen over Genesis. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Canon van de Schrift Hoe de Bijbelboeken als Schrift erkend zijn
- 2 Bijbeloverzicht De boeken van de Bijbel en hun indeling
- 3 Inleiding op de Pentateuch Mozes en de documentaire hypothese
- 4 Inleiding De oorsprong van wereld, mens en Israël
- 5 1:1-5 God scheidt het licht van de duisternis
- 6 1:5-15 God schept in dagen van vierentwintig uur
- 7 1:14-31 God schept zon, maan, dieren en de mens
- 8 1 Gods scheppingswerk in de gelovige
- 9 2:1-3 God rust en heiligt de zevende dag
- 10 2:4-20 God maakt de mens en plant de hof van Eden
- 11 2:21-25 God maakt de vrouw als hulp voor de man
- 12 3:1-6 De slang misleidt Eva en Adam eet mee
- 13 3:7-15 Vijgenbladeren en de nederlaag van de slang
- 14 3:16-24 Pijn, machtsstrijd en dood na de zondeval
- 15 4:1-17 Kaïns offer, moord, straf en bescherming
- 16 4:18-5:32 Kaïn en Seth en hun eerste nakomelingen
- 17 6:1-8 De zonen van God en de Nephilim
- 18 6:9-8:22 Noach, de ark en de wereldwijde zondvloed
- 19 9:1-7 Vlees mag gegeten worden, bloed niet
- 20 9:8-10:32 Gods verbond met Noach en de volken
- 21 11 God verwart de taal en verspreidt de mensen
- 22 12:1-9 God belooft Abram zegen voor alle volken
- 23 12:10-13:18 Abram in Egypte en de scheiding met Lot
- 24 14 Abram bevrijdt Lot en ontmoet Melchizedek
- 25 15:1-17:8 God belooft Abram nageslacht en Kanaän
- 26 17:9-18:33 Besnijdenis, Izaks komst en Sodom
- 27 19-20 Sodom verwoest, Abraham bedriegt Abimelech
- 28 21-22 Abraham moet Izak offeren
- 29 23-24 Sara begraven en een vrouw voor Izak
- 30 25 Abraham sterft, Ezau verkoopt zijn recht
- 31 26-27 Izak graaft putten, Jakob krijgt de zegen
- 32 28:1-29:30 Jakob ontmoet God en Laban bedriegt hem
- 33 29:31-31:21 Jakobs kinderen, kudden en vertrek
- 34 31:17-55 Jakob vlucht en sluit een verbond met Laban
- 35 32-34 Jakob worstelt met God en omhelst Ezau
- 36 35-37 Jakob naar Bethel, Jozef wordt verkocht
- 37 38-39 Juda en Tamar; Jozef blijft trouw
- 38 40-42 Jozef wordt verheven en beproeft zijn broers
- 39 43-47 Jozef maakt zich bekend aan zijn broers
- 40 48-50 Jakob zegent zijn zonen en sterft
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.srt?v=da84e7613caf
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 33 - 29.31-31.21.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/genesis/29-31-31-21.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Genesis 29:31
- Maleachi 1:2-3
- Mattheüs 6:24
- Lukas 14:26
- Mattheüs 10:37
- Genesis 29:32
- Genesis 29:33
- Genesis 29:34
- Genesis 29:35
- Romeinen 2:28
- Romeinen 2:29
- Genesis 30:1-3
- Genesis 30:4-5
- Genesis 30:6
- Genesis 30:7-8
- Genesis 30:9
- Genesis 30:10-11
- Genesis 30:12-13
- Genesis 30:14
- Genesis 30:15
- Genesis 30:16
- Genesis 30:17
- Genesis 30:18
- Genesis 30:19-20
- Genesis 30:22-23
- Genesis 30:24
- Genesis 30:25-26
- Genesis 30:27
- Genesis 30:30
- Genesis 30:28
- Genesis 30:29-30
- Genesis 30:31-33
- Genesis 30:34
- Genesis 30:36-43
- Genesis 31:1-3
- Genesis 31:4
- Genesis 31:5-7
- Genesis 31:8
- Genesis 31:9-13
- Genesis 31:14-15
- Genesis 31:16
- Genesis 31:17-18
- Genesis 31:19
- Genesis 31:20-21