Genesis 25
Abraham sterft, Ezau verkoopt zijn recht
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/genesis/25.pdf?v=6921c6cbb459. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/genesis/25.
Samenvatting
Abrahams dood, de geboorte van Jakob en Ezau en de verkoop van het eerstgeboorterecht
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt het einde van Abrahams leven, zijn andere zonen en de vervulling van Gods belofte dat Ismaël twaalf vorsten zou verwekken. Vervolgens behandelt hij de onvruchtbaarheid van Rebekka, Izaks gebed en Gods geboorteorakel over de twee volken die uit Jakob en Ezau zouden voortkomen. Hij betoogt dat Paulus dit orakel in Romeinen 9 niet gebruikt voor de persoonlijke uitverkiezing tot behoud, maar voor Gods keuze van het volk dat de Messias zou voortbrengen. Ten slotte bespreekt hij de tegenstelling tussen de broers en legt hij uit hoe Ezau door de verkoop van zijn eerstgeboorterecht onmiddellijke lichamelijke bevrediging boven zijn geestelijke voorrecht stelde.
Abrahams levenswerk en de beloofde zoon #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Genesis 25.
We gaan nu het einde van Abrahams verhaal zien. Er is eigenlijk niet veel meer te vertellen. Hij heeft alles gedaan waartoe hij geroepen was. Abraham leefde 175 jaar, en 100 van die jaren leefde hij in gehoorzaamheid aan God. Toch bestond zijn hele bediening in die 100 jaar uit één ding, en dat was dat hij een kind kreeg, een zoon. Dat deed hij 75 jaar voordat hij stierf. Izak werd 75 jaar voor Abrahams dood geboren. En voor zover wij weten over Gods bedoeling met Abraham, was er eigenlijk niet veel anders wat hij in zijn leven moest volbrengen, behalve dat hij die ene zoon grootbracht.
Dat is interessant, omdat het erop wijst dat dit op zichzelf een bediening kan zijn die belangrijk genoeg is om een mensenleven te rechtvaardigen: gewoon een kind grootbrengen, kinderen grootbrengen. Het is niet eens zo dat Izak zelf zo belangrijk was. Hij was belangrijk met het oog op wat God had beloofd dat er zou gebeuren. Maar de man Izak deed in zijn leven heel weinig van betekenis, behalve dat hij een belangrijke zoon kreeg, Jakob. Eigenlijk gebeurde er pas eeuwen later iets heel belangrijks, toen Mozes de kinderen van Israël uit Egypte leidde. Maar in de beginfase van deze familielijn was het belangrijkste wat iemand moest doen een kind krijgen.
Soms faalden ze zelfs op dat punt. Abraham vergiste zich in Gods wil en kreeg Ismaël. Sommige mensen zien dit als een voorbeeld van iemand die in een bediening op God vooruitloopt. Ik heb dit niet genoemd toen we het leven van Abraham behandelden, maar misschien moet ik het nu noemen. Hij is namelijk het eerste voorbeeld dat we in de Bijbel aantreffen van een verschijnsel dat we daar herhaaldelijk tegenkomen. God geeft iemand werkelijk een bediening. God geeft hem werkelijk een belofte. God openbaart hem wat zijn betekenis is, of zal zijn. Maar hij loopt daarin op God vooruit en faalt. Uiteindelijk zorgt God er dan langs een andere weg voor dat het toch gebeurt.
Ismaël wordt vaak op die manier gezien. God gaf Abraham de bediening om nageslacht te krijgen, een zoon door wie alle volken gezegend zouden worden. Hij wachtte niet tot dat op bovennatuurlijke wijze gebeurde. Hij wachtte niet tot God het deed. In plaats daarvan ging hij tot Hagar, en zij kreeg een kind. Dertien jaar lang dacht Abraham dat Ismaël de beloofde zoon was. Hij dacht dat dit de bediening was, dat hij al dertien jaar in de bediening stond. Maar die was volledig in het vlees gegrond. Daarna moest hij die zoon wegdoen. Hij moest hem uit zijn huis wegsturen, en dat deed hem veel verdriet.
Maar daarna kreeg hij Izak, en Izak was de werkelijk beloofde zoon. Vervolgens moest hij Izak op de berg Moria offeren. In zijn eigen hart moest hij zijn zoon werkelijk prijsgeven. Hij moest het beeld loslaten dat hij van de betekenis van zijn zoon had, enzovoort. Maar hij geloofde ook dat God dat beeld weer zou opwekken, dat Hij die zoon uit de dood zou opwekken. Dat is precies wat de schrijver van Hebreeën zegt dat er gebeurde. Hij zegt:
En hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug.
Met „daaruit” bedoelt de gebruikte Engelse vertaling hier expliciet: uit de dood. Dat staat er volgens die vertaling: figuurlijk gesproken. Hij moest dat beeld loslaten, waarna God het als het ware weer tot leven wekte.
God laat een roeping sterven en herleven #
Later zien we dit in het leven van Jozef. Al vroeg in zijn leven ontving Jozef visioenen of dromen van God over wat zijn betekenis zou zijn. Hij zou heersen. Zelfs zijn broers zouden zich voor hem neerbuigen. Hij sprak er met hen over alsof dit iets was wat zou gaan gebeuren. Maar wat gebeurde er toen? Hij werd als slaaf verkocht en was dertien jaar uit beeld, terwijl hij in de gevangenis wegkwijnde. Het zag er totaal niet naar uit dat die droom zou uitkomen. Ik vraag me af of dat visioen in die tijd misschien zelfs in zijn gedachten gestorven was. Toen het eenmaal volkomen hopeloos leek, werd het weer tot leven gewekt toen de farao zijn droom had en Jozef een hoge positie kreeg. En inderdaad, het visioen dat God had gegeven kwam uit.
Mozes wordt soms ook als een voorbeeld hiervan gezien. In de rede van Stefanus in Handelingen hoofdstuk 7 staat namelijk dat Mozes, toen hij op veertigjarige leeftijd de Egyptenaar doodde, dat deed in de veronderstelling dat de Israëlieten zouden begrijpen dat God hem had gezonden om hen uit Egypte te bevrijden. Dat is wat Stefanus zegt:
Mozes dacht dat de Israëlieten zouden begrijpen dat God hem had gezonden om hen te bevrijden.
Hij geloofde dus dat hij gezonden was om hen te bevrijden, en zijn eerste bevrijdingsdaad was dat hij die Egyptenaar doodde. Dat was slaan, in het Hebreeuws.
Maar daarna moest Mozes veertig jaar vluchten en in de woestijn schapen hoeden. Zijn visioen dat hij de bevrijder van zijn volk zou zijn, was volledig gestorven. Hij had alle hoop daarop totaal verloren toen God bij de brandende braamstruik aan hem verscheen en zei:
Nu dan, ga op weg . Ik zal u naar de farao zenden, en u zult Mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte leiden.
Mozes zei:
Mozes zei echter tegen God: Wie ben ik, dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?
Hij had dat visioen niet meer. Het visioen was dood, maar het werd opgewekt.
We zien dat vaak gebeuren. God geeft iemand een visioen voor de bediening die hij zal hebben, of een belofte over wat hij zal gaan doen. Dan loopt hij een beetje op God vooruit en doet hij het op eigen kracht, in het vlees, en dan is het niet goed. Soms komt het op een punt waarop het lijkt alsof je moet zeggen: „Nou, ik denk dat het gewoon helemaal niet meer gaat gebeuren.” Als het niet van God is, gebeurt het ook niet. Als het niet van God afkomstig was, zal het niet gebeuren. Maar als het van God is, laat God het gebeuren, want God doet de dingen graag Zelf. Hij wil niet dat wij dingen in het vlees doen, vooral niet als het gaat om het opzetten van bedieningen of welke taak Hij ook voor ons heeft. Als God iets tot stand gaat brengen, zal Hij het Zelf doen. Soms kan onze voortijdige ijver ervoor tot een valse start leiden. Dan moet je weer helemaal van voren af aan beginnen, zoals Abraham dat moest toen hij Ismaël moest loslaten, van wie hij zo lang had gedacht dat hij het beloofde nageslacht was.
Hoe dan ook, uiteindelijk kreeg hij Isaak wel, en hij voedde Isaak op. Over dat verhaal wordt niet veel verteld, behalve dat hij een bruid voor Isaak moest vinden, en dat is inmiddels gebeurd. Nu Isaak een bruid heeft, verdwijnt Abraham uit het verhaal. Maar in werkelijkheid sterft hij op dit moment niet. Na de keuze van een bruid voor Isaak is het eerstvolgende wat we lezen de dood van Abraham. Maar dit is iets waaraan we moeten wennen. De vertelling laat graag een eerder personage, dat tot dan toe centraal stond, uit beeld verdwijnen voordat zij over iemand anders begint te vertellen. Gewoonlijk vermeldt zij dan zijn dood, maar vaak voordat die werkelijk plaatsvindt.
Tegen het einde van dit hoofdstuk zullen we lezen over de geboorte van Jakob en Ezau. Jakob en Ezau waren vijftien jaar oud voordat Abraham stierf. Isaak was vijfenzeventig toen Abraham stierf, en hij was zestig toen Jakob en Ezau geboren werden. Zij waren dus vijftien jaar oud toen Abraham stierf. Maar we lezen nu over de dood van Abraham, omdat we klaar zijn met over hem te vertellen. Het verhaal heeft zijn einde bereikt, en dit is een literaire manier om hem uit onze aandacht te laten verdwijnen. We zullen lezen hoe hij stierf, maar daarna gaan we terug naar een tijd waarin hij nog volop in leven was. We behandelen dan vele jaren waarin hij nog leefde, maar waarin hij niet in beeld is.
Abrahams kinderen bij Ketura #
En dus lezen we:
1Abraham nam weer een vrouw, van wie de naam Ketura was. 2En zij baarde hem Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah. 3Joksan verwekte Sjeba en Dedan. De zonen van Dedan waren de Assurieten, de Letusieten en de Leümmieten. 4De zonen van Midian waren Efa, Efer, Henoch, Abida en Eldaä. Zij allen waren zonen van Ketura.
Nu staat er dat Abraham alles wat hij had aan Isaak gaf, maar aan de zonen van de bijvrouwen die Abraham had, gaf hij geschenken. Terwijl hij nog leefde, stuurde hij hen naar het oosten, weg van zijn zoon Isaak, naar het land van het oosten.
Hier staat dat hij bijvrouwen had en zonen bij die bijvrouwen. Ketura wordt genoemd in 1 Kronieken hoofdstuk 1, vers 32 en 33, in een geslachtsregister daar. 1 Kronieken begint met ongeveer negen hoofdstukken aan geslachtsregisters. Wanneer het gaat over het deel van het geslachtsregister waarin Abraham voorkomt, staat er in 1 Kronieken 1:32 en 33:
32De zonen van Ketura, de bijvrouw van Abraham: zij baarde Zimran, Joksan, Medan, Midian, Jisbak en Suah. De zonen van Joksan waren Sjeba en Dedan. 33De zonen van Midian waren Efa, Efer, Henoch, Abida en Eldaä. Zij allen waren zonen van Ketura.
Daar worden hun namen en de kleinzonen vermeld. Maar merk op dat Ketura de bijvrouw van Abraham wordt genoemd.
Hier in Genesis staat dat Abraham opnieuw een vrouw nam. Maar „vrouw” en „bijvrouw” kunnen allebei termen zijn voor dezelfde vrouw, want een bijvrouw was zoiets als een vrouw van lagere rang, een vrouw die niet de volledige status van een vrije vrouw had. Zij was eerder een dienares of slavin die tot vrouw was genomen.
Wanneer Abraham Ketura tot vrouw nam #
We weten eigenlijk niet of Abraham Ketura na de dood van Sara nam, of dat dit gewoon bewaard is gebleven om pas op dit latere punt vermeld te worden. Abraham staat namelijk op het punt uit de vertelling te verdwijnen, en dit is informatie over iets wat al eerder in zijn leven plaatsvond, maar niet genoemd werd terwijl het verhaal verteld werd. Veel geleerden denken dat Ketura misschien een van zijn bijvrouwen is geworden, naast Hagar, terwijl Sara nog leefde.
De reden om dat te veronderstellen zou zijn dat er over Abraham, toen Isaak geboren werd, gezegd werd dat hij wat het krijgen van kinderen betreft zo goed als dood was. Zijn lichaam was zo goed als dood. Hij was te oud om kinderen te verwekken toen Isaak geboren werd. Het was een wonder dat hij en Sara op die leeftijd een kind konden krijgen. Als dat waar was toen Abraham honderd jaar oud was, en Sara sterft wanneer Abraham honderdzevenendertig is, waarna hij nog een vrouw neemt en zes kinderen bij haar krijgt, hoe kon er dan zevenendertig jaar eerder over zijn lichaam gezegd worden dat het zo goed als dood was?
Sommigen denken dus dat Ketura een bijvrouw was die hij al eerder had genomen. Maar nu het verhaal van Abraham bijna wordt afgesloten, wordt dit andere detail vermeld over enkele andere zonen die hij had, iets wat in werkelijkheid al eerder gebeurd was. Er was eigenlijk nooit een geschikt moment geweest om het in het verhaal in te voegen, omdat het verhaal niet onderbroken wilde worden.
Als we ons dus afvragen wat het meest logische tijdsbestek zou zijn voor dit huwelijk met Ketura en voor de geboorte van haar zonen, is het mogelijk dat dit na de geboorte van Ismaël uit Hagar was. Hij ging uiteraard tot Hagar in omdat hij geen kinderen had. Hij had Ketura en haar kinderen toen dus nog niet. Maar misschien was het vóór Isaak, want tegen de tijd dat Isaak kwam, staat er dat Abrahams lichaam wat het krijgen van kinderen betreft zo goed als dood was. En er lagen dertien jaar tussen Ismaël en Izak, waarin deze zes zonen geboren zouden kunnen zijn. Misschien had hij Ketura in die tijd genomen en werden Hagar en Ketura bijvrouwen genoemd, want er staat dat hij geschenken gaf aan de zonen van de bijvrouwen, in het meervoud. Nu kunnen er nog andere, niet bij naam genoemde bijvrouwen zijn geweest. Maar het lijkt waarschijnlijk dat het verhaal ons de volledige lijst met alle namen van Abrahams zonen zou hebben gegeven, vooral omdat de zonen van Ketura worden genoemd. Waarom zouden eventuele andere zonen van hem zijn weggelaten? Het lijkt erop dat hij in totaal acht zonen had: Ismaël, Izak en deze zes zonen.
Midian, Sua en de tijd van Job #
Slechts twee van hen zijn waarschijnlijk het vermelden waard vanwege hun latere belang in het verhaal. Een van de zonen is Midian, en de Midianieten werden uiteindelijk vijanden van Israël. Maar voordat ze dat werden, trouwde Mozes met een Midianitisch meisje. Zijn schoonvader was de priester van Midian. Toen hij voor de farao vluchtte, ging hij naar het land Midian en trouwde hij met een Midianitische vrouw. Zij stamde dus ook van Abraham af, maar via een andere lijn dan de Joden.
Dan hebben we in vers 2 ook Sua. We weten niet veel over Sua, maar we weten wel dat een van zijn nakomelingen een vriend van Job was. Dat vertelt ons dus dat Job na deze tijd leefde, misschien niet heel lang daarna. Het precieze tijdvak waarin Job leefde, is niet bekend, maar het lijkt vóór de uittocht te zijn geweest. Het is duidelijk na de tijd waarover we nu lezen, want in Job hoofdstuk 2, vers 11, waar de drie vrienden van Job voor het eerst bij naam worden genoemd, heet een van Jobs vrienden Bildad de Suhiet. Een Suhiet is iemand die van Sua afstamt. Een van Jobs vrienden stamde dus langs die lijn van Abraham af.
Een andere vriend van hem was een Temaniet, Elifaz de Temaniet, en de Temanieten stamden af van Ezau, die in Genesis nog niet ter sprake is gekomen. Als Job vrienden had die Suhieten en Temanieten waren, betekent dat natuurlijk dat zij minstens een paar generaties na de tijd leefden waarnaar we nu kijken, zo niet later.
Abrahams erfenis en begrafenis #
Abraham zondert al zijn andere zonen af van Izak. Izak is degene die de bevoorrechte zoon zal zijn. Dat kan eenvoudigweg vanwege Abrahams eigen voorkeur zijn geweest, maar waarschijnlijker is het omdat God hem had geopenbaard dat Izak degene was die de zoon van de belofte zou zijn. Hij stuurde zijn andere zonen niet met lege handen weg. Hij gaf hun geschenken, en omdat hij zo rijk was, gaf hij hun waarschijnlijk genoeg om zich ergens anders te kunnen vestigen. Maar de rest van zijn bezit gaf hij aan Izak.
Vers 7 zegt:
Dit nu is het aantal jaren van het leven van Abraham dat hij geleefd heeft: honderdvijfenzeventig jaar.
Er was ons verteld dat hij vijfenzeventig was toen hij naar het land Kanaän kwam, dus hij was daar precies één eeuw geweest. Hij was honderd jaar oud toen Izak werd geboren, dus Izak was op dit moment precies vijfenzeventig jaar oud. Ismaël zou bijna negentig zijn, en dat is belangrijk omdat hij hier ook bij betrokken is.
8Toen gaf Abraham de geest en stierf in goede ouderdom, oud en van het leven verzadigd, en hij werd met zijn voorgeslacht verenigd. 9Izak en Ismaël, zijn zonen, begroeven hem in de grot van Machpela, die tegenover Mamre ligt , op de akker van Efron, de zoon van Zohar, de Hethiet, 10op het land dat Abraham van de Hethieten gekocht had. Daar werd Abraham begraven, en zijn vrouw Sara. 11Het gebeurde na de dood van Abraham dat God Izak, zijn zoon, zegende. En Izak ging bij de put Lachai-Roï wonen.
Ismaël en Izak stonden op dat moment blijkbaar op goede voet met elkaar, hoewel Ismaël waarschijnlijk dichter bij Egypte woonde. Tegen die tijd was hij blijkbaar opgehouden Izak te bespotten. Voor zover wij weten, had hij zich nooit echt actief of gewelddadig vijandig tegenover Izak gedragen. We weten wel dat Ismaël, toen hij een tiener was, Izak bespotte en het huis uit gestuurd moest worden. Maar sindsdien was er heel wat gebeurd. Ismaël is bijna negentig jaar oud. Hij is ongetwijfeld welvarend en het gaat goed met hem, en hij koestert geen wrok. Daarom kwamen ze samen om hun vader te eren en hem bij zijn vrouw Sara te begraven.
Met zijn voorgeslacht verenigd #
De uitdrukking aan het einde van vers 8 luidt:
hij werd met zijn volk verenigd, en die zal vanaf dit punt regelmatig worden gebruikt wanneer een van de aartsvaders sterft. De precieze betekenis ervan is ons in eerste instantie niet duidelijk. We zouden kunnen zeggen dat het betekent dat hij naar de hemel ging. Dat is wat veel christelijke Schriftuitleggers willen zeggen: zijn ziel werd in de hemel bij zijn voorouders verzameld. Maar zijn voorouders waren afgodendienaars. Dat wordt ons verteld in de openingsverzen van Jozua hoofdstuk 24, namelijk dat Terah en de voorouders van Abraham andere goden aanbaden. Het is dus niet erg waarschijnlijk dat zijn vaderen, in het meervoud, godvrezend waren, of dat zij uiteindelijk dezelfde eeuwige bestemming bereikten als hij, althans niet aanvankelijk.
Toch vertelt het Oude Testament ons helemaal niets over waar mensen naartoe gaan wanneer ze sterven. In het Oude Testament wordt de plaats van de doden Sheol genoemd, maar het is de gemeenschappelijke plaats van alle doden. In de King James Version wordt het soms vertaald als ‘hell’. Dat is ongelukkig, omdat het niet hetzelfde is als wat wij onder de hel verstaan. Het is gewoon de vergaarplaats van de doden. Het is de plaats waar alle doden zonder onderscheid terechtkomen. In sommige gevallen betekent het niets meer dan het graf. Dus wanneer er staat dat Abram tot zijn vaderen verzameld werd, is het niet waarschijnlijk dat dit betekent dat hij naar de hemel ging om daarboven bij zijn vaderen te zijn. Dat zouden wij bijvoorbeeld kunnen denken als we christelijke ouders hadden en bij onze dood tot onze vaderen verzameld werden. In de hemel zou het voor ons iets heel anders betekenen. Het kan ook niet echt betekenen dat zijn lichaam in het graf van zijn vaderen werd gelegd, want dat gebeurde niet. Zijn vaderen waren ergens anders begraven. Hij werd bij zijn vrouw in het graf gelegd. Als dat de betekenis was, zou het waarschijnlijker zijn dat er stond dat hij tot zijn vrouw verzameld werd.
Ik denk dat de uitdrukking ‘tot zijn vaderen verzameld worden’ hoogstwaarschijnlijk min of meer hetzelfde betekent als zeggen dat hij de weg van alle vlees ging. Dat is een andere Bijbelse uitdrukking die we tegenkomen. Wanneer iemand sterft, gaat hij de weg van alle vlees. Het betekent alleen dat zijn vaderen vóór hem gestorven waren. Hij voegde zich bij hen in die zin dat ook hij nu een historische figuur was. Hij was nu een voorouder, geen levend mens. Hij voegde zich bij hen als iemand uit het verleden, iemand die nu dood is.
David over de dood van zijn kind #
Toen Davids baby stierf, maakte hij een opmerking tegen zijn dienaren. Hij had namelijk gevast in de hoop dat zijn baby zou herstellen van de ziekte waaraan het kind stierf, maar het kind herstelde niet. Toen de baby stierf, stond David op en begon hij weer te eten. Gewoonlijk vastten mensen als teken van rouw om een overledene, maar David had gevast toen het kind nog leefde en hield op met vasten toen de baby stierf. De dienaren vonden dat een vreemde omkering van het gebruik. Ze zeiden:
Toen zeiden zijn dienaren tegen hem: Wat betekent dit wat u gedaan hebt? Om het levende kind hebt u gevast en gehuild, maar nadat het kind gestorven is, bent u opgestaan en hebt u de maaltijd gebruikt.
David zei:
22Hij zei: Toen het kind nog leefde, heb ik gevast en gehuild, want ik zei: Wie weet, is de HEERE mij genadig, zodat het kind in leven blijft. 23Maar nu is het dood; waarom zou ik nu vasten? Zal ik hem nog terug kunnen halen? Ik zal wel naar hem toe gaan, maar hij zal niet bij mij terugkomen.
Eigenlijk zei David het zo:
Ik ga wel naar hem toe, maar hij komt niet meer naar mij toe.
Veel christenen vatten dit zo op dat de baby stierf en naar de hemel ging, omdat David zei dat hij naar de plaats zou gaan waar de baby was. We nemen aan dat David als een behouden man stierf en naar de hemel ging. Zo zouden velen er tenminste over denken. Maar zelfs dan is het heel goed mogelijk dat David alleen dit dacht: ‘Ik zal naar de plaats van de doden gaan, waar mijn kind is. Mijn kind zal niet uit de dood terugkomen. Ik zal me bij hem voegen waar hij is.’ Het hoeft geen verwijzing te zijn naar de hemel of de hel, of iets dergelijks. Het kan eenvoudig betekenen dat ik zal sterven, zoals hij dood is. Ik zal me bij hem voegen in het rijk van de dood, in Sheol.
Dus tot je vaderen verzameld worden of tot je volk verzameld worden — eigenlijk staat hier ‘tot zijn volk verzameld’, maar op andere plaatsen in het Oude Testament wordt gesproken over tot zijn vaderen verzameld worden — betekent gewoon dat hij stierf. Het is een hebraïsme, een uitdrukking.
Ismaëls twaalf vorsten en zijn dood #
Nu vers 12:
12Dit zijn de afstammelingen van Ismaël, de zoon van Abraham, die Hagar, de Egyptische, de slavin van Sara, Abraham gebaard heeft. 13Dit zijn de namen van de zonen van Ismaël, met hun namen ingedeeld naar hun afstamming. De eerstgeborene van Ismaël was Nebajoth, en vervolgens Kedar, Adbeël en Mibsam; 14Misma, Duma, en Massa; 15Hadar, Tema, Jetur, Nafis en Kedma. 16Dit zijn de zonen van Ismaël en dit zijn hun namen, in hun dorpen en tentenkampen: twaalf vorsten, ingedeeld naar hun stammen.
Dat zijn er volgens mij twaalf.
God had Abraham eerder, in Genesis 17:20, beloofd dat Hij Ismaël tot de vader van twaalf vorsten zou maken. Denk terug aan de eerste keer dat God tegen Abraham had gezegd dat Sara een kind zou krijgen en dat hij Izak genoemd zou worden. Abraham lachte min of meer en zei:
En Abraham zei tegen God: Och, zou Ismaël voor Uw aangezicht mogen leven!
Met andere woorden: wat U voorstelt, is niet nodig. Er is al een jongen. Waarom zegent U hem niet gewoon? God zei:
19God zei: Integendeel, uw vrouw Sara zal u een zoon baren en u moet hem de naam Izak geven. Ik zal Mijn verbond met hem maken, tot een eeuwig verbond voor zijn nageslacht na hem. 20Wat Ismaël betreft, heb Ik u verhoord. Zie, Ik heb hem gezegend en zal hem vruchtbaar maken en hem uitermate talrijk maken: twaalf vorsten zal hij verwekken en Ik zal hem tot een groot volk maken.
Hier wordt ons eenvoudig verteld dat dit vervuld werd. De belofte werd eerder gedaan in Genesis 17:20 en werd in hoofdstuk 25, vers 16, vervuld, of als vervuld opgetekend.
17Dit zijn de levensjaren van Ismaël: honderdzevenendertig jaar. Toen gaf hij de geest en stierf, en hij werd met zijn voorgeslacht verenigd. 18Zijn nakomelingen woonden vanaf Havila tot Sur, dat ten oosten van Egypte ligt, in de richting van Assur. Zij vestigden zich tegenover al hun verwanten.
Rebekka’s onvruchtbaarheid en Izaks gebed #
19Dit zijn de afstammelingen van Izak, de zoon van Abraham; Abraham verwekte Izak. 20Izak was veertig jaar oud, toen hij Rebekka, de dochter van Bethuel, de Syriër, uit Paddan-Aram, en de zuster van Laban, de Syriër, voor zich tot vrouw nam.
„Afstammelingen” is hier een vertaling van het Hebreeuwse woord toledoth. Paddan-Aram betekent volgens mij gewoon de vlakte van Aram. Aram, waarvan ons woord Aramees afkomstig is, is in wezen Syrië. Rebekka was dus een Syrische, en Bethuël wordt een Syriër genoemd.
Izak bad vurig tot de HEERE in het bijzijn van zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. En de HEERE liet Zich door hem verbidden, zodat Rebekka, zijn vrouw, zwanger werd.
We zullen ontdekken dat Izak zestig jaar oud was toen Jakob en Ezau werden geboren. Izak was veertig toen hij met Rebekka trouwde. Ze waren dus twintig jaar getrouwd geweest en zij was niet zwanger geworden.
Daarom smeekte Izak voor haar en deed hij voorbede voor haar, en God opende haar baarmoeder. Het is eigenlijk interessant. Allereerst kunnen we zien dat de twintig jaar waarin Rebekka onvruchtbaar was, net als de jaren waarin Sara onvruchtbaar was, niet alleen een beproeving van Izaks geloof waren, maar ook van Abrahams geloof. Abraham leefde op dat moment namelijk nog. Hij leefde nog vijfenzeventig jaar nadat Izak geboren was. Daarom maakte hij die twintig jaar mee, in de wetenschap dat Izaks vrouw onvruchtbaar was. Alle beloften van God zouden door Izaks nageslacht vervuld worden, en hij had een vrouw die onvruchtbaar was. Twintig jaar lang proberen kinderen te krijgen en daar niet toe in staat zijn, is een behoorlijk lange periode. Het is lang genoeg om vast te stellen dat iemand onvruchtbaar is.
We zullen ontdekken dat veel van de belangrijke personen in de Bijbel geboren werden uit vrouwen die aanvankelijk onvruchtbaar waren. Sara was natuurlijk onvruchtbaar. Rebekka was onvruchtbaar. Rachel was aanvankelijk onvruchtbaar. Samuel werd uit een onvruchtbare vrouw geboren. Hanna was onvruchtbaar. Johannes de Doper werd uit een onvruchtbare vrouw geboren. Dit lijkt vaak een patroon te zijn. Jezus werd natuurlijk geboren uit een vrouw die technisch gezien niet onvruchtbaar was zoals wij dat opvatten. Maar omdat zij maagd was, kon zij in die toestand beslist niet op natuurlijke wijze een kind krijgen. In de Bijbel is de geboorte van belangrijke mensen vaak bovennatuurlijk. En God lijkt er graag voor te zorgen dat Hij alle eer krijgt voor belangrijke dingen als deze. Daarom laat Hij een vrouw een tijdlang onvruchtbaar zijn, zodat iedereen weet dat het van God komt als zij een baby krijgt.
In dit geval deed Izak voorbede voor haar, en er wordt gezegd dat zijn voorbede de zwangerschap tot stand heeft gebracht. We weten dat God van plan was Izak een menigte nakomelingen te geven. Maar Hij liet dat pas gebeuren toen Izak zich er zorgen over begon te maken en erover begon te bidden. God liet de onvruchtbaarheid lang genoeg duren om duidelijk te maken dat zij God nodig hadden om dit te laten gebeuren en dat het niet op natuurlijke wijze zou gebeuren.
De tweelingstrijd en het geboorteorakel #
Er staat in vers 22:
De kinderen stootten in haar lichaam tegen elkaar. Toen zei zij: Als dit zo is, waarom overkomt mij dit? En zij ging de HEERE raadplegen.
En zij zei:
In de gebruikte Engelse vertaling luidt dit: „Als alles goed is, waarom voel ik me dan zo?”
Vrouwen kunnen de baby vaak vanbinnen voelen schoppen, maar er waren twee kinderen in haar, en die schopten elkaar en worstelden met elkaar. Zij zei: „Wat gebeurt er? Als alles goed is, waarom gebeurt dit dan binnen in mij?” Daarom ging zij de HEERE raadplegen.
Ik weet niet waar mensen in die tijd naartoe gingen om de HEERE te raadplegen. Waarschijnlijk was er een vaste offerplaats waar Abraham en Izak hun offers hadden gebracht en waar zij naartoe gingen om de HEERE te raadplegen. De HEERE ontmoette haar daar daadwerkelijk. Of dit een dreunende stem uit de hemel was die tot haar sprak, of dat er een theofanie was waarbij God aan haar verscheen en tot haar sprak, wordt ons niet echt verteld. Maar zij ontving een openbaring en een profetie van Jahweh.
Jahweh zei tegen haar:
De HEERE zei toen tegen haar: Er zijn twee volken in uw schoot, en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden. Het ene volk zal sterker zijn dan het andere en de meerdere zal de mindere dienen.
De formulering in het Hebreeuws is dubbelzinnig. Ik las onlangs in een commentaar dat een geleerde een heel artikel had geschreven over het Hebreeuws van dit geboorteorakel, zoals het genoemd wordt. Hij zei dat de zinsbouw inhoudt dat de laatste regel anders vertaald zou kunnen worden. In het Hebreeuws staat er eigenlijk niet „de oudste” en „de jongste”, maar „de grote” en „de kleine”. In feite zou je het kunnen lezen als:
De grote zal de kleine dienen.
Maar je zou het ook andersom kunnen lezen, omdat elk van beide het onderwerp of het lijdend voorwerp van het werkwoord zou kunnen zijn. Het zou dus kunnen betekenen:
De kleine zal de grote dienen.
De vertalers hebben er natuurlijk voor gekozen het zo te vertalen, omdat het zo is uitgekomen. We weten dat de jongste zoon, Jakob, uiteindelijk de voornaamste zoon werd. Daarom weten we wat deze zin betekent. Maar blijkbaar was hij enigszins dubbelzinnig. Hij betekent beslist dat de een de ander zal dienen, maar het Hebreeuws was blijkbaar dubbelzinnig genoeg dat Rebekka en Izak misschien van mening verschilden over hoe hij gelezen moest worden.
Als dat zo is, zouden we Izak misschien iets meer gelijk kunnen geven toen hij later probeerde Ezau de zegen te geven. Als hij het geboorteorakel andersom begreep dan Rebekka, dachten zij allebei dat hun lievelingszoon degene zou zijn die over de andere zou heersen. Ik weet het niet. Ik denk dat het niet gemakkelijk is om Izak te rechtvaardigen voor het feit dat hij Ezau wilde zegenen toen hij dat deed. Want tussendoor was ook het eerstgeboorterecht verkocht, en dat had op zichzelf de zaak moeten beslissen. Hoewel we niet weten of deze verkoop van het eerstgeboorterecht openbaar was gemaakt, of dat Izak en Rebekka ervan wisten, lijkt het onwaarschijnlijk dat zij er niet van wisten.
Jakob en Ezau in Romeinen 9 #
Maar het punt hier is dat, hoewel het Hebreeuws dubbelzinnig is, de latere geschiedenis ons vertelt wat het betekent. Het was de oudste zoon, Ezau, die de jongere zoon, Jakob, zou dienen. Zoals velen van jullie ongetwijfeld weten, haalt Paulus deze laatste regel van het geboorteorakel aan in Romeinen hoofdstuk 9, waar hij spreekt over de predestinatie van God en de soevereiniteit van deze beslissing. We lezen in Romeinen hoofdstuk 9, vers 10 en verder:
10En dit niet alleen, maar zo was het ook met Rebekka, die zwanger was van één man , namelijk Izak, onze vader. 11Want toen de kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden — opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept — 12werd tot haar gezegd: De meerdere zal de mindere dienen.
Nu, dat is het geboorteorakel dat we zojuist hebben gelezen. Dan zegt Paulus:
2Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE, maar u zegt: Waarin hebt U ons liefgehad? Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE. Toch heb Ik Jakob liefgehad, 3en Ezau heb Ik gehaat. Ik heb zijn bergen gemaakt tot een woestenij, en zijn erfelijk bezit prijsgegeven aan de jakhalzen van de woestijn.
Dat is een citaat uit Maleachi hoofdstuk 1, een heel ander gedeelte van de Bijbel. Maar er zijn twee uitspraken uit het Oude Testament over Ezau en Jakob die Paulus aanhaalt om zijn punt duidelijk te maken.
Gods soevereine verkiezing #
Wat is het punt van Paulus? Het is heel gebruikelijk dat zowel calvinisten als arminianen suggereren dat hier wordt gezegd dat God Jakob, en niet Ezau, uitkoos om behouden te worden, en dat Paulus het erover heeft hoe God sommige mensen uitkiest om behouden te worden en andere om verloren te gaan. Wanneer calvinisten het zo zien — en dat doen ze altijd — zouden ze zeggen dat dit aantoont dat God mensen uitverkiest om behouden te worden op grond van niets in henzelf. Er staat specifiek in vers 11:
de kinderen waren nog niet geboren en hadden nog niets goeds of slechts gedaan, zodat Gods plan volgens Zijn uitverkiezing zou blijven staan, niet door wat ze deden, maar door Hem Die roept.
Het punt wordt duidelijk gemaakt dat deze beslissing van Gods kant, deze roeping dat de oudste de jongere zou moeten dienen, een beslissing was die niet gebaseerd was op werken die deze mannen hadden gedaan, want ze waren nog niet eens geboren. De arminiaan zegt gewoonlijk zoiets als: „Maar God wist van tevoren dat Jakob een beter mens zou zijn, of een man van geloof, en dat Ezau een vleselijk mens zou zijn, enzovoort. Daarom maakte God de keuze terwijl ze in de moederschoot waren.”
Maar ik denk niet dat dat werkt. Paulus benadrukt dat de aankondiging al werd gedaan toen ze nog in de moederschoot waren. Daarmee laat hij zien dat Gods roeping niet berust op wat mensen zouden doen, en zelfs niet op wat God vooraf wist dat ze zouden doen, maar uitsluitend op Gods soevereine roeping. Dit is een gedeelte van Paulus waarin hij een zeer krachtige uitspraak doet over Gods soevereine recht om te kiezen wat Hij wil kiezen, en dat de mens misschien geen invloed heeft op sommige keuzes die God maakt. Dat geloof ik.
Toch geloof ik niet dat de calvinisten of de arminianen die er zo over denken gelijk hebben, want beide opvattingen suggereren dat God het er hier over heeft dat Jakob werd uitgekozen om behouden te worden en Ezau werd uitgekozen om niet behouden te worden. Zij denken dat het hele betoog van Paulus hier in Romeinen 9 gaat over mensen die wel of niet worden uitverkoren tot behoud. Maar dat is niet het betoog van Paulus.
Het ware Israël binnen Abrahams nageslacht #
Als je vanaf het begin van het hoofdstuk verder leest, voert Paulus een heel ander betoog. Hij probeert uit te leggen waarom er beloften van behoud door de Messias zijn gedaan aan het nageslacht van Abraham, aan Israël, terwijl iedereen kon zien dat de meeste Joden die van Abraham afstamden niet behouden waren. Dat was het conflict dat Paulus hier probeerde uit te leggen. Waarom is het zo dat God aan het nageslacht van Abraham beloften deed over de Messias en over behoud, terwijl we toch zien dat de meeste Joden tegenwoordig niet in de Messias geloven en daarom per definitie niet behouden zijn in de christelijke betekenis van dat woord?
Paulus weet dat die vraag er is. Paulus weet dat dit probleem, dit dilemma, bestaat, en daarom behandelt hij het. De manier waarop hij het behandelt is eenvoudigweg deze: de beloften die aan Israël zijn gedaan, de beloften die aan Abrahams nageslacht zijn gedaan, gelden niet voor iedereen die die biologische band met Abraham heeft. Hij zegt in vers 6:
Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.
Er zijn velen die uit Israël voortkomen, dat wil zeggen uit Jakob. Jakobs naam was Israël. Er is Abraham, Izak en Jakob. Jakob was Israël, en degenen die uit Israël voortkwamen zijn de Joden. Maar Paulus zegt dat niet allen die uit Israël voortkwamen Israël zijn. Zij zijn niet het Israël waarop de beloften van toepassing zijn. Alleen een overblijfsel van het Joodse volk is werkelijk Israël.
Paulus stelt dat vast door de vroege geschiedenis langs te gaan. Hij wijst erop dat Abraham meer dan één zoon had, maar dat alleen Izak geroepen werd. Ismaël en de zonen van Ketura konden er evenveel aanspraak op maken het nageslacht van Abraham te zijn als Izak, maar zij waren niets. Zij waren niets. Alleen Izak was het uitverkoren nageslacht. Hij stamde niet méér van Abraham af dan de anderen. Er waren acht mannen die van Abraham afstamden, en slechts één van hen was Israël, was het Israël van God, was de uitverkorene. Dat was Izak.
Dan wijst hij erop dat Isaak twee zonen had, en dat er maar één van hen gekozen werd. Waarvoor gekozen? Niet gekozen voor behoud. Gekozen om de stamvader te zijn van het Israël van God, het ware Israël. In elke generatie in die begintijd moest God beslissen welke van de zonen van de familie de familienaam en de belofte die God aan de zonen van Abraham had gedaan, zou voortzetten. In zijn generatie koos Hij Isaak. In zijn generatie koos Hij Jakob. Waarvoor? Niet in het bijzonder voor behoud, hoewel ik niet ontken dat die mannen behouden waren. Maar nergens wordt gesuggereerd dat Ismaël, die daarvoor niet gekozen was, een verloren mens was. Ik weet niet dat Ismaël niet behouden was, en ik weet niet dat Ezau niet behouden was. Het is waar dat Ezau tegen het einde van dit hoofdstuk een behoorlijk vleselijke beslissing nam, waardoor hij in negatieve zin herinnerd wordt. Maar Abraham nam ook enkele vleselijke beslissingen. David ook. Heel veel mensen nemen vleselijke beslissingen. Dat betekent niet dat ze uiteindelijk verloren mensen zijn. Ezau leefde hierna nog lange tijd, en wanneer veel van deze mannen later in Genesis worden genoemd, komen ze over als godvruchtige en goede mannen. Maar ze waren niet gekozen om de vaders van het volk te zijn.
Uitverkoren volk en persoonlijk behoud #
Nu was het volk Israël niet gekozen om behouden te worden. Het was gekozen om de Messias voort te brengen, Die alle volken zou behouden. Binnen het volk Israël waren sommige mensen behouden en andere niet. In de tijd van Mozes was Mozes een behouden Jood, maar Korach, de priester die in dezelfde tijd leefde, was niet behouden. Er zijn altijd mensen geweest die werkelijk tot het volk Israël behoorden, maar als individu niet behouden waren. En er waren mensen die niet tot het volk Israël behoorden, maar als individu wel behouden waren. Behouden zijn is iets anders dan tot Israël behoren. Want Israël, het volk, was een eenheid die God geroepen had om een bepaald aards doel van God tot stand te brengen, namelijk om de Messias in de wereld te brengen. Maar het behoud van mensen binnen en buiten Israël was gebaseerd op de individuele keuzes die zij zouden maken.
Ezau behoorde dus niet tot Israël, maar hij had behouden kunnen zijn. Jakob behoorde tot Israël, maar hij had ook niet behouden kunnen worden. Ik denk dat Jakob behouden was, maar zelfs als hij dat niet was geweest, was hij nog steeds de grondlegger van het volk. Later waren er veel Joden die tot het volk behoorden, maar als individu niet behouden waren. Daaronder waren degenen die Christus kruisigden: de Farizeeën en het Sanhedrin. Zij behoorden tot het volk Israël. Zij maakten deel uit van het uitverkoren volk, maar als individu waren zij niet behouden.
Wat Paulus hier nu zegt, is dat er beloften aan Israël zijn gedaan en dat er beloften aan het zaad van Abraham zijn gedaan, maar dat daarmee niet iedereen bedoeld wordt die lichamelijk van hen afstamt. Binnen het etnische volk bevindt zich een ander volk. Er is een geestelijk overblijfsel, en zij zijn Israël. Zij zijn de kinderen van Abraham. Alleen degenen die het geloof van Abraham hebben, zijn de kinderen van Abraham, zoals Paulus in Galaten 3 zou zeggen.
Wanneer hij dus aanhaalt:
De HEERE zei toen tegen haar: Er zijn twee volken in uw schoot, en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden. Het ene volk zal sterker zijn dan het andere en de meerdere zal de mindere dienen.
dan beweert hij niet dat Jakob behouden zal worden — hij is de jongste — en dat Ezau verloren zal gaan — hij is de oudste. Dat zou tenslotte geen erg goede Schrifttekst zijn om dat te bewijzen. Alleen omdat de ene man de andere dient, bewijst dat niet dat de ene behouden is en de andere niet. Er moeten in het Romeinse Rijk veel dienaren zijn geweest die christen waren en van wie de meesters verloren waren. De voorzegging dat de oudste de jongste zal dienen, heeft niets te maken met iemands behoud. Ze heeft te maken met het lot van hun respectieve volken en de rollen die zij op aarde zouden spelen.
De profetie over Israël en Edom #
We zouden kunnen zeggen dat we geloven dat God Amerika tot een groot volk heeft doen opkomen vanwege een bepaald doel dat Hij op aarde had. Maar dat betekent niet dat iedereen in Amerika als individu behouden is. Behoud is een individuele zaak, maar God kiest wel volken om bepaalde dingen te doen, om bepaalde aardse doelen tot stand te brengen. En Israël was gekozen om dat te doen.
Wat in dit geboorteorakel heel duidelijk is, is het volgende: de twee jongens bevonden zich in de baarmoeder, en God zei in Genesis 25:23:
Er zijn twee volken in je buik. Uit jouw lichaam zullen twee verschillende volken voortkomen.
Met andere woorden, dit orakel gaat niet over het persoonlijke lot van Jakob of het persoonlijke lot van Ezau. Dit gaat over de twee volken die uit hen zouden voortkomen: het volk Israël uit Jakob en het volk Edom uit Ezau. Deze twee volken worden vertegenwoordigd door deze twee zonen, die hun stamvaders waren. Het ene volk zal sterker zijn dan het andere: de Israëlieten zullen sterker zijn dan de Edomieten. En de oudste — dat wil zeggen, het volk dat voortkomt uit de oudste man, Ezau — zal de jongste dienen. Dat wil zeggen, zij zullen het volk dienen dat uit de jongste man voortkomt.
Het kan om te beginnen geen verwijzing naar hen als individuen zijn, omdat het hele orakel gaat over de volken die uit hen zouden voortkomen:
Er zijn twee volken in je buik.
Maar bovendien diende Ezau als individu Jakob tijdens zijn leven niet. Ezau heeft Jakob nooit gediend. Als dit een profetie over de individuele mannen was, dan was het een valse profetie, want Ezau heeft Jakob nooit gediend. Er was een gelegenheid waarbij zij elkaar ontmoetten en Jakob zeven keer voor Ezau neerboog, maar we zien nergens dat Ezau ooit voor Jakob neerboog.
De profetie kan dus niet op afzonderlijke personen worden toegepast. En het is niet eens een profetie over behoud, want zodra we beseffen dat dit over het volk Israël en het volk Edom gaat, beseffen we dat het helemaal niet over behoud gaat. Tot het volk Israël behoren was geen garantie voor behoud, en een Edomiet zijn was geen garantie dat je niet behouden was. Als je een Edomiet was, stond daarmee vast dat je geen deel uitmaakte van Israël, maar dat betekent niet dat je geen deel uitmaakte van Gods uiteindelijke Koninkrijk. Job was tenslotte waarschijnlijk een Edomiet, en er zijn andere Edomieten in de Bijbel die mannen van geloof waren. In het boek Jeremia is er een Edomiet die Jeremia te hulp komt en ongetwijfeld een man van geloof is. Nogmaals, dit gaat over de raciale, etnische en nationale lotsbestemming van deze volken en over hun aardse functie in Gods doeleinden. Israël was duidelijk het volk dat boven alle volken was uitgekozen om op een bepaalde manier te functioneren. Maar die keuze had geen betrekking op het persoonlijke behoud van de mensen die tot dat volk behoorden. Individuele mensen worden door geloof behouden.
Dat is belangrijk om op te merken, want wanneer Paulus dit aanhaalt, haalt hij het vanzelfsprekend aan terwijl hij heel goed weet waar het over gaat. Het gaat niet over de man Jakob en de man Ezau, hoewel het over hen werd uitgesproken toen zij in de baarmoeder waren. Het verwijst in werkelijkheid naar de volken die in hen waren.
De geboorte en namen van Ezau en Jakob #
Dus Genesis 25:24:
Toen nu de tijd om te baren voor haar aangebroken was, zie, er was een tweeling in haar schoot.
De eerstgeborene kwam rood en over zijn hele lichaam behaard ter wereld, en men gaf hem de naam Ezau,
wat harig betekent. Later wordt hij ook rood genoemd. Edom betekent rood, Ezau betekent harig, en hij was zowel harig als rood. Eigenlijk wordt later gezegd dat hij rood werd genoemd omdat hij zijn eerstgeboorterecht voor rode linzen verkocht. Maar ik weet zeker dat ze nog andere redenen hadden om hem rood te noemen, als hij bedekt was met rood haar als een orang-oetan. Hij was werkelijk zo harig dat Jakob, toen hij zich tegenover zijn blinde vader voor Ezau wilde uitgeven, geitenvellen droeg waar het haar nog op zat. De vader voelde het geitenhaar en zei:
Ja, dat is Ezau.
De man was zo harig als een geit. Hij was een ruige kerel. Misschien komen daar de legenden over de yeti vandaan, of zoiets. Maar vanaf zijn geboorte was hij bedekt met rood haar.
Kinderen die opgroeien tot harige mannen, worden vaak niet geboren met veel haar op hun lichaam. Dit is iets heel vreemds. Als er in die tijd evolutionisten waren geweest, hadden ze hem misschien wel als specimen willen gebruiken: bewijsstuk A voor de ontbrekende schakel.
In vers 26 staat:
Daarna kwam zijn broer tevoorschijn, terwijl zijn hand de hiel van Ezau vasthield; daarom gaf men hem de naam Jakob. Izak was zestig jaar oud bij hun geboorte.
De naam Jakob wordt soms opgevat als iemand die de hiel vastgrijpt. Ik denk dat de naam Jakob letterlijk gewoon grijper betekent. Maar omdat hij de hiel vastgreep, noemden ze hem grijper. Het kan iemand betekenen die iets van iemand anders afpakt, zoals een verdringer. Later, wanneer Jakob zijn vader heeft bedrogen en de zegen heeft genomen die voor Ezau bestemd was, zei Ezau:
Hij zei daarop: Wordt hij niet terecht Jakob genoemd, omdat hij mij nu twee keer bedrogen heeft? Mijn eerstgeboorterecht heeft hij mij afgenomen, en zie, nu heeft hij mij mijn zegen afgenomen. Verder zei hij: Hebt u dan geen zegen voor mij overgehouden?
Er wordt bij Jakobs geboorte al iets van zijn karakter zichtbaar, en dat is ongetwijfeld door Gods voorzienigheid zo beschikt. God heeft dit ongetwijfeld daadwerkelijk laten gebeuren als een soort voorteken dat hij van Ezau zou afpakken wat Ezau volgens de natuurlijke geboortevolgorde zou hebben gehad. Er staat dat Izak zestig jaar oud was toen Rebekka hen baarde. Dat is twintig jaar nadat hij trouwde, want ons is verteld dat hij veertig was toen zij trouwden.
Karakterverschil en ouderlijke voorkeur #
De jongens groeiden dus op. Ezau werd een bekwaam jager, een man van het veld en blijkbaar een echte kerel, op wie een vader trots zou zijn. Maar in de gebruikte Engelse vertaling wordt Jakob een zachtaardige man genoemd die in tenten woonde, iemand die een moeder misschien graag mocht. De HSV vertaalt het betreffende woord hier met „oprecht”. En inderdaad, Izak hield van Ezau omdat hij van zijn wild at, maar Rebekka hield van Jakob omdat hij in de keuken hielp.
Hoe weten we dat hij in de keuken hielp? Omdat we hem daar in het volgende gedeelte aantreffen. Hij is een stoofpot aan het koken. We hebben hier een zachtaardige man die graag binnenshuis is en met het koken helpt, een soort moederskindje. Hij is haar lieveling. Misschien werd hij juist zo doordat hij mama's lieveling was. Een jongen kan enigszins vervrouwelijken wanneer hij een hechtere band met zijn moeder heeft dan met zijn vader. Ezau had geen hechte band met zijn moeder, maar met zijn vader, en daardoor was er die rivaliteit in het gezin.
Ik heb eigenlijk nooit kunnen begrijpen hoe een ouder het ene kind boven het andere kan voortrekken. We zien het telkens weer gebeuren in deze families in de Bijbel. Jakob trok later Jozef voor boven de andere broers, omdat hij van zijn lievelingsvrouw afkomstig was. Maar toch zijn het je kinderen. Hoe kun je niet evenveel van hen allemaal houden?
Mensen vragen me vaak welk kind van mij mijn lieveling is. Dat idee kan ik gewoon niet bevatten. Hoe kun je een lieveling hebben? Ieder kind van mij aan wie ik denk, is mijn lieveling. Noem er maar één. Wanneer diegene in mijn gedachten komt, is die mijn lieveling. Ik heb dus nooit kunnen begrijpen hoe deze ouders in de Bijbel zulk favoritisme kunnen tonen.
Maar dit zijn zeer primitieve volken, zonder hoogstaande principes. Ze hebben de Heilige Geest niet. Ze hebben geen christelijke cultuur. Het idee dat alle mensen gelijk zijn, of dat alle mensen even belangrijk zijn, is een heel modern denkbeeld dat pas sinds de Verlichting bestaat. In onze tijd vinden we het vanzelfsprekend dat ieder kind evenveel waard is. In die tijd beoordeelden ze mensen, onder wie hun eigen kinderen, waarschijnlijk naar hun nut of hun schijnbare nut.
Voor Izak was Ezau nuttiger, omdat hij van wildbraad hield en die jongen dat voor hem kon meebrengen. Rebekka vond Jakob nuttiger, omdat hij meer hielp in en rond het huis, een jongen die graag binnen was. Ondanks dat gegeven over Jakob blijkt hij in zijn latere leven behoorlijk gehard te zijn.
Je zult merken dat hij tijdens zijn reis op een steen slaapt. Onderweg krijgt hij natuurlijk wel een vreemde droom. Misschien komt het daardoor. Maar wanneer hij twintig jaar bij Laban doorbrengt, brengt hij twintig jaar slapeloos door, enzovoort. Hij is nog altijd een taaie kerel. Hij was van nature sterk, denk ik, maar totdat hij voor Ezau vluchtte, gedroeg hij zich als een zachtaardige, rustige jongen die graag binnen was.
Ezau verkoopt zijn eerstgeboorterecht #
29Eens had Jakob soep gekookt, toen Ezau uit het veld kwam en moe was. 30Toen zei Ezau tegen Jakob: Laat mij toch slurpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe. Daarom gaf men hem de naam Edom. 31Toen zei Jakob: Verkoop mij dan eerst je eerstgeboorterecht. 32Ezau zei: Zie, ik ga toch sterven; wat moet ik dan met het eerstgeboorterecht? 33Toen zei Jakob: Zweer het mij eerst. En hij zwoer het hem. Zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob. 34Toen gaf Jakob Ezau brood, met de linzensoep. Hij at, dronk, stond op en ging weg. Zo verachtte Ezau het eerstgeboorterecht.
Nu waren het rode linzen, en daarom was de stoofpot rood van kleur. Ezau zei:
Geef me wat van dat rode spul, en daarom werd hij Rood genoemd. Je zult merken dat er vaak meer dan één reden is waarom iemand of een plaats een bepaalde naam krijgt. Hij wordt hierom Rood genoemd, maar hij wordt ongetwijfeld ook voor een groot deel Rood genoemd vanwege zijn rossigheid, zijn rode haar.
Deze daad van Ezau wordt hem in het Nieuwe Testament aangerekend als iets waaruit zijn vleselijkheid bleek, omdat hij zijn eerstgeboorterecht niet even waardevol vond als één enkele maaltijd. Wanneer je honger hebt, buiten hard hebt gewerkt en uitgehongerd bent, is het niet gemakkelijk om op een maaltijd te wachten. Maar het is nogal kinderachtig als je niet even de tijd kunt nemen om zelf een maaltijd klaar te maken, zodat je per se het eten wilt hebben dat daar voor je staat en je daarvoor je eerstgeboorterecht verkoopt. Je kunt ook wat geduldiger zijn. Hij had zelf iets kunnen klaarmaken. Hij had kunnen wachten tot zijn moeder iets klaarmaakte, maar het eerstgeboorterecht kon hem eenvoudigweg niets schelen. Dat wordt hier duidelijk gemaakt. Bij deze gelegenheid was één enkele maaltijd hem meer waard dan zijn eerstgeboorterecht, en daarom staat er dat hij zijn eerstgeboorterecht verachtte. Het woord ‘verachtte’ betekent niet dat hij er werkelijk volstrekte minachting of afkeer voor voelde, maar het betekent dat hij er geen waarde aan hechtte. Hij vond het niet waardevol.
De betekenis van het eerstgeboorterecht #
Wat is dat eerstgeboorterecht eigenlijk? Waarom wilde Jakob het hebben? In die tijd en in die cultuur omvatte het eerstgeboorterecht in ieder gezin een aantal dingen. Normaal gesproken ging het eerstgeboorterecht vanzelfsprekend naar de oudste zoon. Daarom had Ezau het. Ezau had het niet gekocht; hij was ermee geboren. De oudste zoon had het recht van eerstgeboorte. Dat betekende dat hij na de dood van zijn vader officieel het hoofd van het gezin zou worden. Hij zou niet alleen het officiële hoofd van het gezin worden, maar ook meer van de rijkdom van zijn vader erven dan de andere kinderen.
Gewoonlijk was dat een dubbel deel. Als er bijvoorbeeld twee zonen waren en de oudste zoon een dubbel deel kreeg, ontving hij twee keer zoveel als de andere zoon. De nalatenschap van de vader werd in drie delen verdeeld. De oudste zoon kreeg twee derde en de jongste zoon één derde. Als er twaalf zonen waren, werd de nalatenschap in dertien delen verdeeld. De oudste zoon kreeg gewoonlijk twee delen en de andere elf kregen elk één deel. Het eerstgeboorterecht leverde dus beslist een economisch voordeel op. Het hield ook het recht in om het gezag uit te oefenen en de leiding over het gezin te hebben.
Misschien gaf Ezau niet zoveel om het gezin. Hij ging graag naar buiten en verbleef graag in de bossen, dus het kon hem niet schelen of hij de leiding over het gezin had. Wat rijkdom betreft was dat gezin waarschijnlijk zo rijk dat het hem werkelijk niets kon schelen of hij één derde of twee derde kreeg. Wat maakte het uit? ‘Ik heb honger. Ik wil nu iets hebben.’
Maar in dit specifieke gezin hield het eerstgeboorterecht meer in, omdat er natuurlijk een belofte bestond dat het nageslacht van Abraham de hele wereld tot zegen zou zijn. Het is duidelijk dat niet ieder kind in het gezin degene zou zijn door wie dat zou gebeuren. Het eerstgeboorterecht zou hier ongetwijfeld zijn opgevat als het recht om de volgende drager te worden van de lijn waarlangs Gods beloften zich binnen het gezin van generatie op generatie verder ontvouwden. Een van die twee moest degene zijn, en het eerstgeboorterecht betekende voor hen ongetwijfeld het recht om degene te zijn door wie de beloften aan Abraham voor de wereld vervuld zouden worden.
Ezau veracht zijn geestelijke voorrecht #
Als het dat voor hen niet betekende, dan betekende het dat zeker wel voor God, want zo is het uiteindelijk gegaan. Jakob, die bij deze gelegenheid inderdaad het geboorterecht kreeg, werd degene die deze rol vervulde. Als zij dat op dat moment wisten, dan toont Ezau een bijzondere minachting voor de dingen van God. Hij koesterde de bijzondere en unieke belofte niet die God aan de familie had gegeven, en evenmin de rol die hem door zijn geboorte was toebedeeld om Gods bedoelingen in de wereld tot stand te brengen. Maar als hij wist dat dit geboorterecht dat omvatte, en dat wist hij waarschijnlijk, dan laat Ezau zien dat hij veel meer geïnteresseerd is in de onmiddellijke bevrediging van zijn verlangens dan in geestelijke zaken op lange termijn die verband houden met Gods wil. Een van zijn grootste problemen was duidelijk dat hij geen waardering had voor het idee van uitgestelde bevrediging. Hij had honger. Hij overdreef natuurlijk. Hij zei:
Ik ga dood. Wat heb ik aan mijn eerstgeboorterecht als ik dood ben? Dus geef me dat eten.
Hij had zich duidelijk nog naar binnen kunnen slepen. Als je werkelijk van de honger omkomt, kun je je al enige tijd voordat je sterft niet meer bewegen. Je verliest door de honger het vermogen om je te verplaatsen voordat je je leven verliest. Hij stond duidelijk nog op zijn benen, dus hij kwam niet letterlijk om van de honger. Het voelde alleen zo voor hem. Hij zou duidelijk lang genoeg in leven zijn gebleven om zijn eigen pot linzen te koken als hij dat had gewild, maar het kon hem eenvoudig niets schelen.
Misschien herinner je je dat het boek Hebreeën dit verhaal noemt en het toepast op christenen in het algemeen. Hebreeën 12:16–17 zegt:
16Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorte recht verkocht. 17Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.
Daarna wordt verteld dat hij om de zegen smeekte, maar dat is een verhaal waar we nog niet aan toe zijn. Daarom zullen we het niet over het volgende vers hebben. Vers 16 zegt dat een ontuchtpleger of een onheilig persoon als Ezau is. Waarom? Omdat zij hun geestelijke voorrecht als christenen prijsgeven om een kortstondige begeerte te bevredigen. In het geval van Ezau was het een begeerte naar voedsel. Het kan een begeerte naar geld, seks of wat dan ook zijn. Hij vermeldt dat ontuchtplegers ook tot die categorie behoren. Ontuchtplegers en onheilige mensen zijn van hetzelfde type. Ze zijn allebei als Ezau.
De wereldse motieven van Ezau en Jakob #
Hij zegt niet dat Ezau een ontuchtpleger was, al kan hij dat geweest zijn. Uiteindelijk had hij vier vrouwen, en we weten niet of hij een vrouwenjager was of iets dergelijks. Maar dat is niet wat ons wordt verteld. Ons wordt hier niet verteld dat hij een ontuchtpleger was. Hij zegt dat christenen ervoor moeten zorgen dat ze geen ontuchtplegers of onheilige mensen zijn, omdat zulke mensen iets met Ezau gemeen hebben. Hij verloor iets heel waardevols omdat hij er geen waarde aan hechtte. Waar hij wel waarde aan hechtte, was de onmiddellijke bevrediging van slechts een lichamelijk verlangen. Hij had honger en wilde eten. Mensen die morele compromissen sluiten door de bevrediging van een lichamelijk verlangen boven hun geestelijke welzijn, Gods bedoelingen met hun leven enzovoort te stellen, maken dezelfde fout als Ezau. Daarom wordt hij het prototype van een vleselijk mens die in feite geestelijk potentieel had.
We weten wel dat voorspeld was dat hij niet de overhand zou krijgen op Jakob. Het orakel bij hun geboorte had aangegeven dat zoiets zou gebeuren, maar ik denk niet dat het door dat geboorteorakel werd bepaald. Ik denk dat het werd bepaald door Ezau's gedrag bij deze gelegenheid. Het geboorteorakel voorzag dat gedrag en voorspelde daarom dat Jakob in deze situatie als winnaar uit de bus zou komen. Toch kunnen we zien dat Ezau geen waarde hechtte aan datgene waaraan hij waarde had moeten hechten.
Aan de andere kant weten we ook niet of Jakob er om de juiste redenen waarde aan hechtte. We weten niet wat Jakob dacht. Op dit punt was hij geen geestelijk mens. Naarmate zijn verhaal verdergaat, zullen we zien dat hij een werelds mens is. Hij weet van God, maar hij beschouwt God als de God van zijn vader. In veel van de komende hoofdstukken verwijst Jakob naar God als:
Verder zei Jakob: God van mijn vader Abraham, en God van mijn vader Izak, HEERE, Die tegen mij gezegd heeft: Keer terug naar uw land en uw familiekring, en Ik zal u weldoen —
en:
Als de God van mijn vader, de God van Abraham en de Gevreesde van Izak niet met mij geweest was, zou u mij nu met lege handen weggestuurd hebben. God heeft mijn ellende en de inspanning van mijn handen gezien en heeft u gisternacht bestraft.
Dat wil zeggen: Hij was de God van Abraham, en mijn vader Izak vreesde die God ook. Maar hij zegt niet:
Mijn God.
Pas laat in zijn leven komt Jakob op het punt waarop hij zegt dat God zijn God is.
Er zijn aanwijzingen dat Jakob weliswaar geen immoreel of slecht mens is, maar wel een behoorlijk werelds mens. Misschien wilde hij het geboorterecht alleen vanwege de economische voordelen ervan. We weten het niet. Het zou mooi zijn om te denken dat hij waarde hechtte aan de geestelijke kant van de zaak, en misschien deed hij dat ook. Maar bij hem is dat moeilijk vast te stellen, omdat hij in latere delen van het verhaal nog steeds heel sterk iemand lijkt te zijn die de hiel van een ander vastgrijpt, en niet noodzakelijkerwijs iemand met een goed christelijk geweten. We zullen op dit verhaal terugkomen.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Genesis 25. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/genesis/25
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/genesis/25.pdf?v=6921c6cbb459
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 30 - 25.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/genesis/25.mp3?v=24e4a0e09a2a
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 30 - 25.mp3
Genesis
Alle lezingen over Genesis. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Canon van de Schrift Hoe de Bijbelboeken als Schrift erkend zijn
- 2 Bijbeloverzicht De boeken van de Bijbel en hun indeling
- 3 Inleiding op de Pentateuch Mozes en de documentaire hypothese
- 4 Inleiding De oorsprong van wereld, mens en Israël
- 5 1:1-5 God scheidt het licht van de duisternis
- 6 1:5-15 God schept in dagen van vierentwintig uur
- 7 1:14-31 God schept zon, maan, dieren en de mens
- 8 1 Gods scheppingswerk in de gelovige
- 9 2:1-3 God rust en heiligt de zevende dag
- 10 2:4-20 God maakt de mens en plant de hof van Eden
- 11 2:21-25 God maakt de vrouw als hulp voor de man
- 12 3:1-6 De slang misleidt Eva en Adam eet mee
- 13 3:7-15 Vijgenbladeren en de nederlaag van de slang
- 14 3:16-24 Pijn, machtsstrijd en dood na de zondeval
- 15 4:1-17 Kaïns offer, moord, straf en bescherming
- 16 4:18-5:32 Kaïn en Seth en hun eerste nakomelingen
- 17 6:1-8 De zonen van God en de Nephilim
- 18 6:9-8:22 Noach, de ark en de wereldwijde zondvloed
- 19 9:1-7 Vlees mag gegeten worden, bloed niet
- 20 9:8-10:32 Gods verbond met Noach en de volken
- 21 11 God verwart de taal en verspreidt de mensen
- 22 12:1-9 God belooft Abram zegen voor alle volken
- 23 12:10-13:18 Abram in Egypte en de scheiding met Lot
- 24 14 Abram bevrijdt Lot en ontmoet Melchizedek
- 25 15:1-17:8 God belooft Abram nageslacht en Kanaän
- 26 17:9-18:33 Besnijdenis, Izaks komst en Sodom
- 27 19-20 Sodom verwoest, Abraham bedriegt Abimelech
- 28 21-22 Abraham moet Izak offeren
- 29 23-24 Sara begraven en een vrouw voor Izak
- 30 25 Abraham sterft, Ezau verkoopt zijn recht
- 31 26-27 Izak graaft putten, Jakob krijgt de zegen
- 32 28:1-29:30 Jakob ontmoet God en Laban bedriegt hem
- 33 29:31-31:21 Jakobs kinderen, kudden en vertrek
- 34 31:17-55 Jakob vlucht en sluit een verbond met Laban
- 35 32-34 Jakob worstelt met God en omhelst Ezau
- 36 35-37 Jakob naar Bethel, Jozef wordt verkocht
- 37 38-39 Juda en Tamar; Jozef blijft trouw
- 38 40-42 Jozef wordt verheven en beproeft zijn broers
- 39 43-47 Jozef maakt zich bekend aan zijn broers
- 40 48-50 Jakob zegent zijn zonen en sterft
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/genesis/25.srt?v=9c1a31b2cae7
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 30 - 25.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/genesis/25.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Hebreeën 11:19
- Handelingen 7:25
- Exodus 3:10
- Exodus 3:11
- Genesis 25:1-4
- 1 Kronieken 1:32-33
- Genesis 25:7
- Genesis 25:8-11
- 2 Samuel 12:21
- 2 Samuel 12:22-23
- Genesis 25:12-16
- Genesis 17:18
- Genesis 17:19-20
- Genesis 25:17-18
- Genesis 25:19-20
- Genesis 25:21
- Genesis 25:22
- Genesis 25:23
- Romeinen 9:10-12
- Maleachi 1:2-3
- Romeinen 9:6
- Genesis 25:24
- Genesis 25:26
- Genesis 27:36
- Genesis 25:29-34
- Hebreeën 12:16-17
- Genesis 32:9
- Genesis 31:42