Genesis 1
Gods scheppingswerk in de gelovige
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/genesis/1.pdf?v=4b1f0d6d24b5. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/genesis/1.
Samenvatting
De schepping als beeld van Gods geestelijke werk in de gelovige
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt Genesis 1 niet alleen als letterlijke geschiedenis, maar ook als een voorafbeelding van Gods werk in de nieuwe schepping. Hij verbindt Gods bevel om licht uit de duisternis te laten schijnen met de verlichting van de gelovige door de kennis van Gods heerlijkheid in Jezus Christus. Vervolgens beschrijft hij hoe de Heilige Geest en het Woord van God de gelovige in fasen veranderen, waarbij perioden van geestelijke groei worden afgewisseld met donkere tijden die het verrichte werk beproeven. Hij trekt voorzichtige parallellen tussen de scheppingsdagen en geestelijke verlichting, vernieuwde wijsheid, vruchtbaarheid en het licht voor de wereld zijn, met als einddoel dat zowel de individuele gelovige als de gemeente naar het beeld van Christus wordt gevormd.
Genesis 1 als beeld van geestelijke groei #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Genesis 1.
Ik ga met Genesis 1 iets ongebruikelijks doen dat ik eigenlijk met geen enkel ander hoofdstuk in de Bijbel zal doen wanneer we daaraan toekomen, namelijk er een geestelijke toepassing aan geven. Ik heb geprobeerd heel duidelijk te maken dat ik Genesis 1 letterlijk en als geschiedenis opvat, als een beschrijving van de manier waarop God de dingen werkelijk gemaakt heeft. Maar we moeten bedenken dat God doelbewust te werk ging toen Hij de dingen maakte. Een van Zijn doelen was beslist om door wat Hij deed dingen aan ons duidelijk te maken.
Ik denk aan de tabernakel in Exodus. Die werd volgens een specifiek ontwerp gemaakt. Bedenk dat God tegenover Mozes telkens weer benadrukte:
Zie dan erop toe dat u het maakt naar zijn ontwerp, dat u op de berg getoond is.
Alsof het absoluut noodzakelijk was dat de tabernakel precies zo gemaakt werd en niet op een andere manier. Waarom? Het Oude Testament vertelt ons niet waarom, maar het boek Hebreeën doet dat wel. Het boek Hebreeën zegt dat God erop toezag dat Mozes de tabernakel op een bepaalde manier maakte, omdat die bedoeld was om hemelse werkelijkheden af te beelden. Als God iets op aarde ontworpen heeft om hemelse werkelijkheden af te beelden, dan moet het natuurlijk precies op de juiste manier gemaakt worden, zodat het daarmee overeenkomt. Als het verkeerd ontworpen is, komt het er niet mee overeen en brengt het de verkeerde boodschap over.
Gods licht schijnt in onze harten #
Naar mijn mening geeft het Nieuwe Testament ons reden om te denken dat dit ook geldt voor de manier waarop God het hele universum en de aarde geschapen heeft. Ik heb daar niet altijd zo over gedacht. Maar enkele jaren geleden, toen ik jong was en misschien meer verbeeldingskracht had dan nu, las ik 2 Korinthe, hoofdstuk 4, en kwam ik dit vers tegen. In 2 Korinthe 4:6 staat:
Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.
Dat is de New King James. Ik heb de weergave van de New King James eigenlijk nooit zo goed gevonden als die van de King James, of trouwens zelfs als die van bijna alle andere vertalingen. Want de New King James zegt:
Het is God die het licht gebood om uit de duisternis te schijnen, Terwijl alle andere vertalingen zeggen:
Want God, die het licht gebood om uit de duisternis te schijnen, Of:
Die zei: Laat het licht uit de duisternis schijnen.
Dit verwijst duidelijk naar Genesis, hoofdstuk 1, naar wat er op de eerste dag gebeurde, toen God zei:
En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.
God gebood het licht uit de duisternis te schijnen.
Maar Paulus zegt dat dezelfde God Die destijds in Genesis 1 het licht gebood uit de duisternis te schijnen, recenter, in onze eigen ervaring, voor ons het licht van de kennis van de heerlijkheid van God heeft laten schijnen. Die kennis hebben we verkregen door als het ware Jezus te zien, in het aangezicht van Jezus. De formulering van dat vers is interessant, waar hij zegt:
Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.
Dat is nogal een stroef geformuleerde zin:
het licht van de kennis van Gods heerlijkheid.
Er staan veel woorden als ‘van’ in die zin. Maar Paulus grijpt doelbewust terug op bepaalde bewoordingen uit het Oude Testament.
De kennis van Gods heerlijkheid #
In Numeri, hoofdstuk 14, vers 21, zegt God bijvoorbeeld:
Echter, zo waar Ik leef, de hele aarde zal met de heerlijkheid van de HEERE vervuld worden!
Houd dat in gedachten wanneer je naar Jesaja, hoofdstuk 11, kijkt. God zei dat heel de aarde vervuld zal worden met de heerlijkheid van de Heere. Maar in Jesaja, hoofdstuk 11, vinden we een enigszins vergelijkbare uitspraak. In vers 9 staat:
Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Daarmee worden de dieren bedoeld. We zullen ons niet bezighouden met dat deel van het vers, maar het laatste deel van Jesaja 11:9 zegt:
Want de aarde zal vol zijn van de kennis van de Heer, zoals het water de zee bedekt.
In Numeri zei God dat de aarde vol zal zijn van de heerlijkheid van de Heere. Jesaja zegt dat de aarde vervuld zal worden met de kennis van de Heere, en hij voegt eraan toe:
zoals het water de zee bedekt.
Deze twee verzen en hun inhoud worden samengevoegd bij de profeet Habakuk. In Habakuk, hoofdstuk 2 — dat komt direct na Nahum — staat in Habakuk 2:14:
Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.
In Numeri staat dus dat de aarde vervuld zal worden met de heerlijkheid van de Heere. In Jesaja staat dat de aarde vervuld zal worden met de kennis van de Heere, zoals het water de zeebodem bedekt. Habakuk voegt die twee samen: de aarde zal vervuld worden met de kennis van de heerlijkheid van de Heere, zoals het water de zeebodem bedekt. Maar die uitdrukking, ‘de kennis van de heerlijkheid van de Heere’, is de uitdrukking waarop Paulus in 2 Korinthe 4:6 teruggrijpt. God heeft in ons hart geschenen om het licht te geven van de kennis van de heerlijkheid van God — het licht van de kennis van de heerlijkheid van God — in het gezicht van Jezus Christus.
Paulus lijkt wat God in ons eigen hart heeft gedaan onder meer te zien als iets wat God wereldwijd gaat doen: de aarde zal vervuld worden met de kennis van de heerlijkheid van God. Maar bij ieder van ons afzonderlijk is dat al gebeurd. Wij zijn allemaal die heerlijkheid van God in Christus gaan kennen en zijn door de kennis daarvan verlicht. Maar merk op dat Paulus dit vergelijkt met wat er in Genesis 1 gebeurde. Hij zegt dat God destijds, in Genesis 1, het licht tevoorschijn riep en gebood uit de duisternis te schijnen. Hij heeft iets soortgelijks in ons gedaan. Hij heeft ons verlicht. Wij waren in duisternis en Hij heeft ons licht gegeven.
De gelovige als nieuwe schepping #
Toen ik dit vers enkele jaren geleden voor het eerst zag, dacht ik: „Ik vraag me af of ik hier te veel in lees, of dat Paulus bij het scheppingsverhaal denkt aan bepaalde parallellen met Gods geestelijke werkzaamheid in het leven van de gelovige.” Toen herinnerde ik me dat Paulus in dezelfde brief, één hoofdstuk later, in 2 Korinthe 5:17, zei:
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
Als je christen bent, ben je een nieuwe schepping. In Genesis 1 lezen we over de oorspronkelijke schepping. En we lezen dat God bepaalde dingen deed, waaronder helemaal aan het begin het licht gebieden uit de duisternis te schijnen. Dus als je christen bent, ben je een nieuwe schepping. En die begon ermee dat God het licht voor jou liet schijnen: het licht van de heerlijkheid van God, dat aan jou bekendgemaakt werd doordat je Christus door het Evangelie leerde kennen.
Deze gedachten brachten me ertoe Genesis 1 vanuit een ander perspectief grondiger te bekijken, naast het perspectief dat ik aanvaard als een letterlijke geschiedenis van de schepping. Ik had dit idee nooit eerder gehad, maar ik herinner me dat ik toen dacht: „Ik heb hier echt iets diepzinnigs ontdekt.”
Toen las ik, minstens een jaar daarna, een van de boeken van A. W. Tozer. Het was een vervolg op zijn boek The Pursuit of God. Hij noemde het The Divine Conquest. Het wordt nu onder een andere titel uitgegeven. Ik meen dat het nu God’s Pursuit of Man heet. De uitgevers hebben het een andere titel gegeven. Maar toen ik het las, heette het The Divine Conquest, het vervolg van A. W. Tozer op The Pursuit of God — of misschien zelfs een prequel, zoals ze dat noemen.
Heel vroeg in dat boek — ik kan niet precies citeren wat hij zei — zei hij zoiets als: „Wat zou duidelijker kunnen zijn dan dat het scheppingsverhaal in Genesis 1 een voorafbeelding is van Gods werk in de gelovige?” Daardoor voelde ik me niet meer zo diepzinnig, want ik dacht dat ik iets heel slims had gezien. Maar uiteindelijk bleek dat Tozer zei dat het overduidelijk was. Wie zou dat niet zien?
Het kostte mij vele jaren om zelfs maar aan die mogelijkheid te denken. Maar toen ik er eenmaal over nadacht, begon ik opnieuw naar het verhaal in Genesis 1 te kijken en me af te vragen of Paulus er ook zo over dacht. Paulus zei dat ik als christen een nieuwe schepping ben. Hij maakt ook een rechtstreekse vergelijking met Gods allereerste daden in de schepping, toen Hij licht maakte. Dat is het begin van Gods werkzaamheid daar, nadat Hij de hemel en de aarde had gemaakt. Dat is ook het begin van Gods werk in een gelovige: hem door Christus tot de kennis van Hemzelf brengen, hem licht brengen, hem verlichten.
De uitdrukking „verlicht” wordt soms in de Schrift gebruikt. Hebreeën gebruikt die bijvoorbeeld om te spreken over iemand die pas tot Christus is gekomen. Zo iemand is verlicht. Er was een oude lofzang die door de eerste christenen gezongen werd en die in Efeze is weergegeven. Paulus lijkt die bewaard te hebben, en er staat zoiets als:
Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
De meeste geleerden denken dat dit een dooplied uit de eerste eeuw is. Het staat in Efeze 5:14:
Daarom zegt Hij: word wakker, jij die slaapt, sta op uit de dood, en Christus zal je licht geven.
Dat opstaan uit de doden is geen verwijzing naar de opstanding, maar naar de wedergeboorte, naar het tot leven komen uit de geestelijke dood wanneer Christus je licht geeft, zoals God tegen de duisternis zegt:
Laat er licht zijn.
De mens als woest, leeg en duister #
Wanneer je naar Genesis 1 kijkt, zie je dat God eerst de hemel en de aarde maakte. Dat wordt het toneel waarop alle overige werkzaamheid plaatsvindt. Je zou kunnen zeggen dat dit overeenkomt met ons ontstaan als mens wanneer we geboren worden. Hoe wordt de toestand van de hemel en de aarde in Genesis 1:2 beschreven? Er staat:
De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.
Dat betekent leeg; de spreker verbindt het Engelse woord ‘void’ hier ook met vruchteloosheid. En:
duisternis lag over de diepte.
Dat is beslist een nauwkeurige beschrijving van mensen voordat ze door Christus verlicht worden. Ons leven heeft nog geen vorm gekregen, en zeker niet de vorm die God ervoor bestemd heeft. En het is vruchteloos, een leven zonder vrucht. Bedenk dat Paulus zei:
Wat voor vrucht dan had u toen van de dingen waarover u zich nu schaamt? Immers, het einde daarvan is de dood.
Hij sprak over je vroegere leven. Je had daarin geen enkele vrucht die het vermelden waard was. Je had een leeg, inhoudsloos, onproductief leven, voor zover het geestelijke en eeuwige zaken betrof.
Wij bevonden ons beslist in het duister. Paulus zei dat de heidenen blind zijn vanwege de duisternis die in hen is. Deze beschrijving van de hemel en de aarde voordat God sprak, lijkt als het ware een beschrijving te zijn van de menselijke toestand voordat Gods Woord tot ons komt.
God vormt ons stap voor stap naar Zijn beeld #
Nu ik Gods Woord heb genoemd, is dit belangrijk om op te merken, want de schepping vond allereerst in fasen plaats. God had alles in één ogenblik kunnen scheppen. Per slot van rekening schiep Hij met één enkel bevel alle levende wezens die op het land leven. Dat moeten wel miljoenen soorten zijn. Als God dat allemaal met één enkel bevel kon doen, had Hij dan niet het geheel met één enkel bevel kunnen maken? Had Hij niet eenvoudig kunnen zeggen:
Laat er een volledige schepping zijn, en dan zou het zo zijn geweest? Maar Hij deed het niet op die manier. Hij deed het bewust in stappen: zes stappen, zes dagen, waarbij elke stap het werk weer iets dichter bij de voltooiing bracht. Zo kunnen we zien dat God in fasen naar Zijn doel toewerkt, hoewel Hij het vermoedelijk allemaal in één keer had kunnen maken. Hij deed dat niet, omdat Hij volgens mij wilde dat het overeenkwam met iets waarvan het een afbeelding was. En dat heeft te maken met onze eigen geestelijke ontwikkeling.
Aan het einde van de scheppingsweek zien we dat God op de zesde dag eindelijk krijgt waar Hij naar zoekt. Hij heeft een man en een vrouw naar Zijn eigen beeld. En dat is natuurlijk het werk dat God in ons doet: Hij brengt ons naar Zijn beeld, en Hij doet dat in fasen. Paulus zegt in 2 Korinthe 3:18:
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt .
Terwijl we naar Jezus kijken en van Hem leren, en naar Zijn heerlijkheid kijken, zijn we verlicht. Aan ons is het licht gegeven van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus. Terwijl we die heerlijkheid als door een spiegel aanschouwen, zegt Paulus — daarmee bedoelt hij alsof we in een spiegel kijken. Misschien moet ik verduidelijken dat een spiegel in die tijd niet was wat wij ons daarbij voorstellen. Een spiegel was een gepolijst stuk messing. Ze hadden toen nog geen glas. Ze hadden geen spiegels met een hoge resolutie. Het beste wat ze konden doen, was een stuk messing heel fijn polijsten, zodat ze zichzelf er een beetje in konden zien. Maar vergeleken met wat wij ons voorstellen bij een spiegelbeeld in onze moderne glazen spiegels en dergelijke, was dat een wazig beeld.
Maar Paulus zegt dat we de heerlijkheid van de Heere als door een spiegel zien. Volgens mij betekent dat: niet zo duidelijk als we zouden willen en niet zo duidelijk als we haar zullen zien. In 1 Johannes, hoofdstuk 3, staat:
Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
Dat is iets wat we nu nog niet helemaal zien. We zien niet duidelijk. En blijkbaar is dat het enige wat verhindert dat we volkomen aan Hem gelijk zijn. We zullen aan Hem gelijk zijn, omdat we Hem zullen zien zoals Hij is. Intussen zien we Hem misschien met een enigszins wazige, vervormde blik. Maar zelfs dan brengt dat zien van Christus opeenvolgende fasen van heiliging teweeg, van gelijkvormigheid aan Christus. We worden veranderd naar datzelfde beeld, zegt Paulus.
Dat staat trouwens ook in 2 Korinthe. Een aantal van deze relevante verzen staat dus in wat Paulus in zijn tweede brief aan de Korinthiërs schrijft. Maar dat was waar God in de scheppingsweek naar streefde. Hij begon met niets. Hij schiep een wereld die in duisternis verkeerde en vormloos was, enzovoort — of een universum, of wat dan ook. Maar aan het einde van Zijn werkzaamheden had Hij iets naar Zijn eigen beeld. Dat was wat Hij wilde, en dat is wat Hij met ons wil.
Wanneer we in deze wereld geboren worden, verkeren we in de duisternis. We zijn niet gevormd naar het beeld van Christus, maar dat is wat God voor ons wil. Hij wil dat we aan Hem gelijk worden. En wanneer Hij klaar is met Zijn werk in ons, zal er ook in ons iets zijn dat Zijn eigen beeld draagt. Dat is het einddoel van de schepping en het einddoel van de nieuwe schepping, die jij en ik zijn.
Gods Woord en menselijke weerstand #
Als we naar Genesis 1 kijken, zien we niet alleen dat dingen in fasen worden gedaan, maar ook dat ze door het Woord van God tot stand worden gebracht. Ik wees er in een eerdere lezing op dat een prediker onder wiens gehoor ik vroeger zat het verbazingwekkend vond dat God dit wonderbaarlijke universum in zes dagen tot stand kon brengen, terwijl Jezus, Die zei:
2In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was , zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. 3En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.
na tweeduizend jaar nog niet is teruggekomen. Hij zei: ‘God had maar zes dagen nodig om alles te maken wat we zien. Het is duidelijk dat Hij al tweeduizend jaar aan ons nieuwe thuis werkt. Het moet wel iets werkelijk schitterends zijn als een God Die alles in zes dagen kan maken, tweeduizend jaar nodig heeft om eraan te werken.’
Maar hoe bruikbaar dat ook als punt in een preek mag zijn, er is een eenvoudige reden waarom God meer tijd nodig heeft gehad om de nieuwe schepping te voltooien. Dat komt doordat de nieuwe schepping de macht heeft om weerstand te bieden. De oorspronkelijke schepping had die niet. God sprak tot de duisternis en zei:
Laat er licht zijn.
Het licht kwam. Hij zei:
En God zei: Laat het water dat onder de hemel is, in één plaats samenvloeien en laat het droge zichtbaar worden! En het was zo.
Het verscheen. Hij zei:
En God zei: Laat het water wemelen van wemelende levende wezens; en laten er vogels boven de aarde vliegen, langs het hemelgewelf!
Het gebeurde. Er was geen weerstand. De elementen konden geen nee zeggen.
Maar de nieuwe schepping wordt in ons tot stand gebracht, en we hebben nog steeds met onszelf te maken. We hebben nog steeds onze eigen voorkeuren. We bieden nog steeds weerstand. We hebben een wil. We kunnen nee zeggen. We kunnen opstandig zijn, en dat zijn we soms ook. Er is in elk geval een deel van ons dat opstandig is. Paulus zei in Galaten 5:17:
Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.
Er is dus een deel van ons dat weerstand biedt. Daarom is het een langzamer proces, maar er is wel vooruitgang. God brengt vooruitgang tot stand. En datgene wat in ons overwint, is hetzelfde als wat de duisternis en de levenloosheid van de oorspronkelijke schepping overwon. Dat is het Woord van God. God sprak, en het was zo. Hij gebood, en het stond vast.
De scheppende kracht van Gods Woord #
Weet je 1 Thessalonicenzen hoofdstuk 2 nog? We hebben dit vers in 1 Thessalonicenzen hoofdstuk 2 gezien in onze serie over het gezag van de Schrift. In vers 13 zei Paulus:
Daarom danken ook wij God zonder ophouden dat u, toen u van ons het gepredikte Woord van God hebt ontvangen, het ook aangenomen hebt, niet als een mensenwoord, maar (zoals het werkelijk is) als Gods Woord, dat ook werkzaam is in u die gelooft.
Het Woord van God werkt in je. Wanneer iets aan het werk is, is er een project, iets wat men door dat werk probeert te volbrengen. Het Woord van God is in ons aan het werk, net zoals het Woord van God in de schepping werkte. God sprak, en het enige werk dat werd gedaan, werd door het Woord van God gedaan. God zei het en het gebeurde. Gods Woord kwam als een gebod, en er trad verandering op.
Het Woord van God, hetzelfde Woord van God dat alles geschapen heeft, is nu in ons aan het werk. Wij ontvangen het Woord dat tot ons gesproken wordt. Als we het ontvangen en geen weerstand bieden, als we het geloven — Paulus zei dat het aan het werk is in jullie die geloven. Als we het in geloof aannemen, zoals de schrijver van Hebreeën zegt, dan brengt het Woord voordeel, verandert het Woord dingen en brengt het Woord veranderingen tot stand. Dus de hele verandering in ons leven, van wat we in het begin waren tot wat we zullen zijn wanneer we als Christus zijn, wordt tot stand gebracht door de scheppende kracht van het Woord van God. Dat Woord werkt in ons zoals het in de schepping in Genesis hoofdstuk 1 werkte.
Datgene wat de verandering bewerkt, is het Woord van God, zowel in het boek Genesis als in ons eigen leven. In Genesis zien we hoe krachtig dat Woord is, want met één enkel gebod verschijnt er leven uit iets wat niet leeft. Wetenschappers zijn er, met al hun machines en al hun kennis, nog niet in geslaagd dat te laten gebeuren. Zelfs het eenvoudigste leven is nog niet voortgebracht uit een oorspronkelijke verzameling levenloze ingrediënten. Maar God kan dat onmiddellijk doen.
Hij schiep niet alleen maar een amoebe. Met één enkel woord schiep Hij alle complexe levende wezens. Hij schiep alle planeten en sterren, en alle energie die in die sterren opgeslagen ligt. Hij schiep alle energie die zich in de zon bevindt, die in werkelijkheid niet een van de grootste sterren is. Dat alles kwam voort uit één gebod:
14En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! 15En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo. 16En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren.
En daar waren ze. Al die energie kwam rechtstreeks voort uit het Woord van God.
Het Woord van God heeft al die kracht in zich, en dat is het Woord dat krachtig werkt in jullie die geloven. Als je gelooft, natuurlijk — dat is het belangrijke. Als we ons vertrouwen op Zijn Woord stellen, als we Zijn Woord gehoorzamen, dan werkt het in ons.
In een van onze lezingen in de serie Het gezag van de Schrift hebben we gesproken over het zorgvuldig laten groeien van het Woord van God. We hebben gesproken over de noodzaak het te ontvangen, het als een zaad in ons te planten en het Woord van God lief te hebben. Zoals David zei:
Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking.
We moeten erover mediteren, we moeten het geloven en we moeten het gehoorzamen. Op deze manier oefent het Woord van God zijn werking op ons uit en verandert het ons mettertijd.
Ik kan de kracht van het Woord van God om veranderingen in iemands leven teweeg te brengen niet genoeg benadrukken, vanwege mijn eigen ervaring. Ik heb eigenlijk geen enkele opleiding gehad, behalve dat ik de Schriften heb leren kennen en er dag en nacht over heb gemediteerd. Ik beschouw mezelf als een totaal ander mens dan ik was toen ik voor het eerst begon. Een deel daarvan is natuurlijk gewoon volwassen worden. Iedereen van mijn leeftijd is een enigszins ander mens dan hij was toen hij begon. Maar de vooruitgang die naar mijn gevoel is geboekt in de richting van heiliging enzovoort, is op geen enkele andere manier tot stand gebracht dan doordat de Heilige Geest het Woord van God gebruikte.
De Heilige Geest brengt verandering #
De Heilige Geest zien we natuurlijk ook in Genesis 1, helemaal aan het begin, zwevend voordat er ook maar iets begint. In Genesis 1:2 zweeft de Geest van God boven het oppervlak van de wateren. Ik heb gezegd dat het Hebreeuwse woord voor ‘zweven’ ook in Deuteronomium 32 wordt gebruikt. Daar gaat het over de moederarend die boven haar jongen zweeft of over hen broedt.
Hier hebben we in Genesis 1, vers 1 en 2, een donkere schepping. De beschrijving is heel somber wanneer je die in vers 2 ziet.
De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.
Er staat niets positiefs in deze beschrijving. Maar er staat wel iets hoopvols in het vers, want de Geest van God broedde als een moederarend boven haar kuikens, haar jonge arenden. In Deuteronomium 32:11 wordt hetzelfde woord gebruikt. Hij broedde boven het oppervlak van de wateren. Deze donkere, vormeloze, vruchteloze werkelijkheid — er is een aanwijzing dat dit op het punt staat te veranderen. De Heilige Geest is aanwezig. De Heilige Geest heeft een plan. De Heilige Geest heeft hiermee een bedoeling. Hij broedt daar, net zoals een moederarend voor ogen heeft dat haar jongen volwassen worden, het nest verlaten, zoals zijzelf worden, vliegen en hoog door de lucht zweven. Zo broedt de Heilige Geest boven deze vormeloze, donkere massa. Dat dit wordt vermeld, betekent dat de dingen niet zo somber zijn als ze in de beschrijving in de rest van het vers lijken. De dingen kunnen donker, vormeloos en levenloos zijn, maar als de Heilige Geest daar broedt, betekent dit dat Hij een plan en een visie heeft.
De Heilige Geest is Degene Die verandering teweegbrengt. Ik noemde 2 Korinthe 3:18. Daar staat:
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt .
De laatste regel van dat vers luidt:
Zoals door de Geest van de Heer.
De Geest van God is dus Degene Die heiliging en verandering in ons teweegbrengt en Christus en het leven van Christus aan ons schenkt.
De Geest vormt Christus in ons #
Paulus zei tegen de Galaten in Galaten 4:19:
mijn lieve kinderen, van wie ik opnieuw in barensnood ben totdat Christus gestalte in u krijgt.
Ik houd van die woorden:
Totdat Christus in jullie gestalte krijgt.
Daar gaat de nieuwe schepping om. God begint met mensen die in hun karakter, hun handelwijze, hun denken, hun waarden of hun plannen totaal niet op Jezus lijken. Hij verandert hen in mensen van wie gezegd kan worden: „Christus heeft in jullie gestalte gekregen en is in jullie gevormd.” Dat is het werk van de Heilige Geest in ons: het leven van Christus aan ons meedelen. Je zou waarschijnlijk heel goed kunnen zeggen dat het Gods bedoeling is het leven en de gelijkenis van Christus in jou voort te brengen.
Christus werd in de baarmoeder van Maria tot leven gebracht doordat de Heilige Geest over haar kwam. Denk eraan, de engel zei tegen Maria:
En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden.
Jezus werd verwekt en groeide in de baarmoeder door de werking van de Heilige Geest. Hij werd in de baarmoeder van Maria gevormd, van deze kleine zygote tot het kindje Jezus, dat opgroeide tot de man Jezus. Zoals deze groei in Maria’s baarmoeder plaatsvond, is er dus een soort geestelijke groei van Christus Die in ons gevormd wordt, totdat we werkelijk zoals Hij zijn.
We zien de Heilige Geest hier dus betrokken bij Genesis 1 en ook bij het werk dat God in ons doet. Maar hoewel de Heilige Geest daar broedt, weten we niet hoelang Hij broedde voordat God zei:
En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.
of hoeveel uren dat misschien waren. Maar pas toen God sprak, veranderde er iets. De Heilige Geest was aanwezig, maar zonder het Woord van God kwam er geen verandering. Toen God zei:
En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.
kwam er plotseling activiteit. Toen het Woord kwam en de schepping dat Woord ontving, veranderden de dingen. Het licht ging aan.
Geestelijke groei kent dagen en nachten #
Dat is voor ieder van ons het begin wanneer we tot Christus komen. Het licht gaat aan. We beginnen anders te zien. We bevinden ons niet langer in de duisternis. Interessant genoeg werd het weer donker nadat het licht was aangegaan. Het werd avond en morgen, en er kwam weer een dag. Zoals ik zei, vond deze vooruitgang in meetbare fasen plaats. Er worden er in dit verhaal natuurlijk zes genoemd, maar er is geen reden waarom het precieze aantal in iemands leven hetzelfde zou moeten zijn. Er zijn verschillende stappen en fasen waarin God ons naar Zijn gelijkenis brengt, maar soms is er ook duisternis.
Er zijn momenten waarop het Woord van God komt en er een plotselinge uitbarsting van creatieve vooruitgang is, waarna die op de proef wordt gesteld. Toen God zei:
En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.
verdween de duisternis en was er licht. Als er op dat moment iemand op aarde was geweest om het te bekijken, had hij misschien gezegd: „Geweldig, de duisternis is voorbij.” Maar binnen een paar uur ging de zon onder — of ging datgene wat het licht gaf voorbij de horizon — en werd het opnieuw donker. Het had kunnen lijken alsof wat God had gedaan niet blijvend was en opnieuw door de duisternis was overwonnen. Maar het duurde slechts kort. Het was een tijdlang donker, daarna weer licht, vervolgens een tijdlang donker en weer licht. Er waren perioden waarin datgene wat God op een scheppingsdag had gedaan, in de duisternis een beproeving leek te ondergaan. Het moest de duisternis doorstaan.
Toen God de dieren maakte, werden ze gemaakt om overdag te gedijen, te eten en zich voort te planten. Toen werd het donker en moesten ze gaan slapen. Ze konden niets doen. De activiteit hield op. Mijn eigen waarneming zou zijn dat de persoonlijke groei van een christen dit soort cycli kent. God zal iets nieuws aan je openbaren. Hij zal vanuit Zijn Woord iets nieuws tegen je zeggen. Het zal wortel schieten en verandering brengen. Maar het christelijke leven is niet alleen maar een voortdurende opwekking. Ik weet dat sommige mensen zeggen dat dit wel mogelijk is.
Opwekking en geestelijke droogte #
Mensen die opwekkingen bestuderen — en ikzelf heb met grote belangstelling opwekkingen in de geschiedenis bestudeerd — merken op dat er soms een opwekking uitbreekt op de meest onverwachte plaats en op het meest onverwachte moment. Die trekt enkele jaren lang door een streek, misschien door een heel land of verscheidene landen. Er is een enorme oogst, een hele toestroom van leven in het lichaam van Christus: mensen worden behouden, mensen worden vervuld met de Geest en er gebeuren wonderen. Iedereen zegt: ‘Man, is het niet heerlijk?’ Wanneer dat gebeurt, denken mensen meestal dat de komst van de Heere nabij is. Dat is bijna kenmerkend voor iedere opwekking. ‘O, dit is zo verbazingwekkend dat dit beslist een aanwijzing moet zijn dat we het einde naderen en dat de komst van Christus nabij is.’ Nu, die komst is dichterbij gekomen:
En dit te meer , omdat wij het beslissende tijdstip kennen, namelijk dat de tijd reeds is aangebroken dat wij uit de slaap ontwaken. Want nu is de zaligheid dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen.
maar ze is niet noodzakelijk heel dichtbij.
Er zijn in iedere eeuw wel ergens ter wereld opwekkingen geweest, bijna in iedere generatie. Als je naar het wereldwijde beeld kijkt, is er in de moderne tijd bijna iedere generatie wel een opwekking geweest. In de loop van de geschiedenis zijn er veel geweest. Maar wat we zien, is dat een opwekking als het ware een groot geestelijk feest is. Het is zo fijn om te zien dat mensen behouden worden. Het is zo fijn om vervuld te zijn met de Geest. De aanbidding is geweldig. Het lijkt gewoon een groot geestelijk feest. Mensen zeggen: ‘O, vanaf nu zal mijn leven als christen anders zijn dan ooit tevoren, want God is nu zo tastbaar aanwezig voor mij.’
Maar daarna verdwijnen opwekkingen weer en komen er droge perioden. Daar bestaan verschillende theorieën over. Sommigen geloven dat een opwekking volledig door Gods soevereine ingrijpen tot stand komt. Anderen geloven dat de mens een opwekking kan opzwepen door op de juiste manier te prediken, mensen zover te krijgen dat ze genoeg bidden en zich genoeg bekeren, enzovoort. Mensen kunnen dan een opwekking teweegbrengen. Finney was iemand die dat dacht, en hij was een groot opwekkingsprediker. Maar zijn theologie en de mijne zijn niet hetzelfde.
Persoonlijk geloof ik dat een opwekking min of meer soeverein is. Ik geloof dat die nooit plaatsvindt zonder gebed en zonder bekering. Maar dat mensen op een punt komen waarop ze bidden en zich bekeren, is tot op zekere hoogte een werk van God, een voorafgaand werk van God.
Mijn punt is dat degenen die het enigszins als een werk van de mens zien om een opwekking teweeg te brengen, vaak zeggen dat de gemeente in een voortdurende opwekking zou moeten leven. Er is geen reden waarom een opwekking ooit zou moeten afnemen. Als er eenmaal een opwekking is, zou die maar door en door en door moeten gaan en nooit moeten veranderen. Maar er staat niets in de Schrift wat dat zegt, en volgens mij is er ook niets in de geschiedenis wat dat zou bevestigen.
Er was in feite een grote opwekking na Pinksteren. En ik geloof dat die opwekking langzaam wegebde, zonder dat de apostelen ook maar enig compromis sloten. Er werden nog steeds mensen behouden, enzovoort, maar tegen het einde van Paulus’ leven gebeurden er enkele slechte dingen. Hij zei:
Dit weet u dat allen die in Asia zijn , zich van mij afgekeerd hebben. Tot hen behoren Fygellus en Hermogenes.
Erastus is in Korinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ziek achtergelaten.
want Demas heeft mij verlaten, omdat hij de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen. Hij is naar Thessalonica vertrokken, Krescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië.
Er is hier sprake van enig verlies binnen wat ooit een grote oogst was. Er is sprake van enig afvallen, en volgens mij was dat niet de schuld van Paulus of van de apostelen.
Droge tijden beproeven het geloof #
Ik geloof dat er cycli zijn in Gods handelen, waarin Hij doelbewust de vrucht van de opwekking wil beproeven. Wanneer er een Woord van God komt — en ik geloof dat dit zowel voor ons als individuen geldt als voor de gemeente als geheel tijdens een opwekking — maken we perioden van vruchtbaarheid en opwekking mee waarin God werkelijk voor ons is. We leren iets nieuws. Hij openbaart iets nieuws aan ons, en we ervaren misschien grote uitbundige blijdschap en groei. We boeken werkelijk vooruitgang, en hopelijk is dat blijvende vooruitgang.
Maar de emotionele bevrediging neemt soms af en dan denken we: ‘O nee, ben ik afgedwaald?’ Nu, dat is beslist iets wat je jezelf moet afvragen. Maar het kan zijn dat je helemaal niet bent afgedwaald. Misschien ben je op dat moment even trouw aan God als op ieder ander moment. God verlangt niet van je dat je jouw emoties kunstmatig opjaagt. God verlangt niet van je dat je voortdurend in een roes blijft. Hij verlangt van je dat je Hem trouw blijft wanneer er hoogtepunten zijn en wanneer er dieptepunten zijn, wanneer de zon schijnt en God nieuwe woorden spreekt, en wanneer de duisternis komt.
Enkele van de grote christenen uit het verleden spraken zelfs over een ervaring die ze de donkere nacht van de ziel noemden. Die ervaring is tijdelijk. Maar wanneer de nacht komt, wordt daardoor de duurzaamheid van wat er overdag is gebeurd beproefd. Ik geloof dat dit van Gods kant opzettelijk gebeurt.
Ik geloof dat Hij in tijden van opwekking de oogst binnenhaalt. Hij haalt het net binnen en dan krijg je alle vissen binnen. Maar daarna is het tijd om de goede en de slechte vissen van elkaar te scheiden. De opwekking haalt een tijdlang niet meer een hele massa vissen binnen. In plaats daarvan worden de vissen die binnengekomen zijn, van elkaar gescheiden.
Degenen die alleen binnenkwamen omdat ze werden aangetrokken door de emotionele bevrediging van de opwekking — velen van hen blijven niet. Degenen die bevreesd en ongelovig zijn, degenen die ondiepe wortels hebben, zoals zaad dat op rotsgrond is gezaaid — er komt vervolging, er komen moeilijke tijden, de emotionele bevrediging is verdwenen, en ze vallen al snel af.
Dit is verdrietig, maar het is noodzakelijk. Want wanneer er een opwekking is, is er een echte toestroom, maar raakt ook het vlees erbij betrokken. De tijd waarin de opwekking een poosje wegebt, is volgens mij de tijd waarin het vlees en de Geest van elkaar worden gescheiden. En daarom geloof ik dat dit Gods patroon is, net als in het hele tijdperk van de gemeente, met zijn cyclus van opwekking en daarna dorheid, en opwekking en dorheid. Ik denk dat het ook in ons leven gebeurt. Ik weet dat het in mijn leven vaak is gebeurd: tijden waarin ik zo enthousiast over Jezus was dat ik dacht: ‘Waarom zou iemand geen christen willen zijn? Er kan niets ter wereld zijn wat zo goed, zo aangenaam en zo heerlijk is’, enzovoort.
Dan komt er een tijd waarin het niet zo aangenaam is, en je vraagt je af: ‘Is het voorbij? Is het voor mij nu voorbij? Ben ik van God afgedwaald?’ Je onderzoekt jezelf, zoals Paulus zei dat je moest doen:
Onderzoek uzelf of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat Jezus Christus in u is? Of het moet zijn dat u op enigerlei wijze verwerpelijk bent.
En je beseft: ‘Ik ben nog steeds in het geloof. Ik dien God nog steeds zoals voorheen. Het is een droge periode. Het is nacht, maar slechts voor een tijd.’ Die tijd gaat voorbij. De dageraad breekt weer aan, en dan volgt er opnieuw een vruchtbare periode.
Tunnels op de weg van geestelijke groei #
We moeten begrijpen dat het zo werkt, want anders zullen we tot de slachtoffers van de nacht behoren. De manier waarop ik het vele jaren geleden door een leraar hoorde beschrijven — hij gebruikte niet het beeld van dag en nacht — was met de term ‘tunnels’. Als je mijn stripboeken hebt gezien, de boeken over groei die ik heb, dan weet je dat ik dit heb uitgebeeld als een klein kind, een babychristen, die over een pad loopt en bij een tunnel komt. De tunnel ligt daar gewoon op het pad. Het is het juiste pad. Maar wanneer hij de tunnel binnengaat, is het er donker, vochtig en koud, en voelt hij Gods aanwezigheid niet. Op dat moment ziet hij geen visioen van God, en het voelt alsof hij niet op de juiste weg is. Hij vraagt zich af of hij van de juiste weg is afgeslagen, maar hij bevindt zich wel op de juiste weg.
De tunnels zijn er om de angstigen, de ongelovigen en degenen die alleen maar de weg op zijn gesprongen omdat hun vrienden dat ook deden, of omdat de opwekking heel leuk was, terug te laten keren. Maar er komt een moment waarop God zegt: ‘Nu dan, al jullie mensen die binnengekomen zijn, Ik wil de goede vissen. Ik ga de goede vissen houden. Ik ga de slechte vissen eruit sorteren.’
Degenen die tot Christus komen omdat het goed voelt en aangenaam is, moeten uiteraard op de proef worden gesteld: zullen ze nog steeds bij Jezus blijven zonder de bevrediging van hun eigen verlangens die ermee gepaard gaat? Het christen-zijn brengt grote vreugde met zich mee, maar niet altijd emotioneel geluk. Wanneer de beproevingen komen en je Gods aanwezigheid niet voelt zoals voorheen, zal dat bepalen of je trouw zult zijn.
Met het huwelijk is het net zo. Je trouwt, je hebt een huwelijksreis en je bent helemaal opgewonden. Sommigen van jullie zijn nooit getrouwd geweest, maar je kunt je er een voorstelling van maken. Wat je je niet kunt voorstellen als je niet getrouwd bent geweest, is het einde van de huwelijksreis. Je stelt je zo’n Assepoesterverhaal voor waarin de prins op het witte paard verschijnt, ze samen de zonsondergang tegemoet rijden en nog lang en gelukkig leven. Het is waar dat je nog lang en gelukkig kunt leven als beide mensen daar volledig achter staan, maar je zult niet altijd even gelukkig zijn.
C. S. Lewis zei: ‘Zou iemand werkelijk wensen dat het huwelijksleven altijd dezelfde extase kende als de huwelijksreis? Hoe zou je dan ooit iets gedaan krijgen? Je zou nooit iets gedaan krijgen.’ Maar mensen kunnen een tweede huwelijksreis en een derde huwelijksreis hebben. En zelfs in de perioden daartussen, wanneer ze die extase niet voelen, kunnen ze beslist nog steeds veel genegenheid voor elkaar hebben en elkaar uiteraard loyaal en trouw blijven. Maar hun liefde wordt op de proef gesteld in de tijden waarin het minder leuk is.
We raken verslaafd aan plezier. Ik denk dat God de Schepper is van goed, fatsoenlijk plezier. Kijk eens naar sommige dieren die Hij heeft gemaakt. Kijk naar apen. Ben je ooit naar een dierentuin geweest en heb je naar apen gekeken? Ze maken gewoon plezier. Ik denk dat God van plezier houdt als het heilzaam, heilig, goed en fatsoenlijk plezier is. Maar het probleem is dat wij eraan verslaafd raken. Maken we van het plezier een afgod, of aanbidden we God? God zal daarachter komen. Laten we het plezier een poosje wegnemen en kijken of je nog steeds een aanbidder bent, of je nog steeds een discipel bent, of je Hem nog steeds volgt.
Laat het weer een poosje nacht worden. Er zal weer een dag komen, maar de nacht stelt de kwaliteit en de duurzaamheid van het werk op de proef. Het Woord van God komt en brengt nieuwe scheppende activiteit teweeg, en vervolgens wordt die ’s nachts weer op de proef gesteld.
De scheppingsdagen als groeiproces #
Naarmate de dagen voortgaan, zien we een soort gestage vooruitgang. Alles wat God op een van de eerdere dagen deed, vormt de voorbereiding op iets wat op een latere dag komt. Hij schept licht. Dat is noodzakelijk. Hij schept een uitspansel. Dat is noodzakelijk om te kunnen ademen. Hij schept het droge land. Nu heeft Hij alle ecosferen gemaakt, en Hij moet er iets in plaatsen. Aan de hemel schept Hij de zon, de maan en de sterren. Vervolgens schept Hij natuurlijk in de zeeën en in de lucht de vissen en de vogels, en daarna op het land de dieren en de mensen.
Van elk van deze dagen zou je kunnen zeggen dat die overeenkomt met iets wat in ons christelijke leven gebeurt. Paulus zelf is degene die het licht aanwees:
Laat er licht zijn.
Dat komt overeen met het moment waarop we bekeerd worden. Waarmee komen het maken van het uitspansel en het scheiden van de wateren boven en onder het uitspansel overeen? Hier zal ik moeten speculeren, want Paulus vertelt ons niet hoe hij die specifieke gebeurtenis zou duiden. Maar het lijkt mij dat de wateren boven en de wateren onder het uitspansel in elk geval in dit opzicht van elkaar verschillen. Tenminste, dat doen ze nu. Hoe het was toen God het maakte, weet ik niet. Maar op dit moment hebben we boven in het uitspansel water. Daarboven zijn wolken, en die zijn gewoon water dat midden in de lucht hangt. En dan is er hier beneden water op de grond. Over de eerste fasen lezen we niet dat er meren of rivieren waren. Er waren alleen de zeeën.
Nu zijn de zeeën zout. Het water boven in de lucht is niet zout. Het is zuiver. Hoewel het zoute water van de zee sommige levensvormen in stand houdt, zou het ons leven niet in stand houden. We zouden het niet kunnen drinken. Als je schipbreuk had geleden en midden op zee in een reddingsboot zat, zou je overal om je heen water aantreffen. Maar je zou geen druppel vinden om te drinken, tenzij je zelf wat had meegenomen, want je kunt geen zout water drinken. Het zal je doden. Als er genoeg zout in zit, kunnen zelfs dieren er niet in leven, zoals in de Dode Zee. Die wordt zo genoemd omdat er niets levends in zit. Niets kan erin leven. Waarom? Het water is te zout, met te veel zout. Zout water is dodelijk, hoewel de oceaan uiteraard wel bepaalde levensvormen in stand houdt. Het soort leven dat wij leiden, kan er niet door in stand worden gehouden.
Hemelse wijsheid vervangt aardse wijsheid #
Wanneer ik denk aan het verschil tussen zout water en zoet water, denk ik aan Jakobus hoofdstuk 3, geloof ik. Vanaf vers 13 staat er:
Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij uit zijn goede levenswandel zijn werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid.
Hier hebben we twee soorten wijsheid. Er is wijsheid van beneden en wijsheid van boven, net zoals er op de tweede dag wateren boven het uitspansel en wateren eronder waren. Kijk eens wat Jakobus een paar verzen eerder, in hoofdstuk 3 vanaf vers 9, over vrijwel hetzelfde onderwerp zegt. Hij zegt:
Door haar loven wij God en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn.
Aan het einde van vers 12 staat:
Kan ook, mijn broeders, een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Evenmin kan een bron zout én zoet water voortbrengen.
Hij spreekt natuurlijk over verschillende soorten wijsheid die tot verschillende manieren van spreken leiden. Uit dezelfde bron krijg je geen zout water en zoet water. Ze zijn niet hetzelfde. Er is wijsheid die van boven komt, zoals het gedistilleerde water in de wolken. Ze is zuiver. Ze is allereerst zuiver. De wijsheid die van boven komt, is allereerst zuiver. De wijsheid van beneden is aards, zinnelijk en duivels, en niet goed.
Ik wil dit niet te ver doortrekken, want ik weet niet of het zo bedoeld is. Maar ik zie hier enkele overeenkomsten in de bewoordingen die het voor mij interessant maken. Een van de eerste dingen die God doet nadat je christen bent geworden, is je denken veranderen, of daar op zijn minst een begin mee maken. Voordat God het uitspansel maakte, waren er vermoedelijk alleen de wateren van de oceaan, zoute wateren. Dit wijkt een beetje af van het model van Frank, maar volgens de opvatting dat de oceaan op de tweede dag de aarde bedekte, was dat zout water. Vervolgens distilleerde God een deel daarvan en liet Hij het hoger hangen in wat, als het geen dampgewelf was, zoals sommige mensen het noemen, wolken zouden zijn. Hoe dan ook, het was gedistilleerd water, zuiver water, water van boven.
Zodra je christen wordt, moet je wijsheid veranderen. Daarvoor had je aardse wijsheid, maar nu moet je wijsheid gezuiverd worden, en ze is anders. Het is hemelse wijsheid. Ze bevindt zich boven het uitspansel. Zo is de verandering van het denken, de vernieuwing van het denken, een belangrijk proces dat in wezen begint zodra je behouden wordt, zodra je verlicht wordt. Dan begint God een andere wijsheid binnen te brengen, die op andere uitgangspunten en andere waarden gebaseerd is.
Wat is wijsheid eigenlijk? Wijsheid is eenvoudigweg het vermogen om te bepalen wat de meest doeltreffende weg is naar een gewenst doel. Als we zeggen dat iemand iets onverstandigs doet, bedoelen we dat dit hem niet naar een doel zal leiden dat hij werkelijk wil bereiken. Iemand kan zakelijke wijsheid hebben op het gebied van zakendoen, relaties of iets anders. Als we zeggen dat iemand wijsheid heeft, betekent dat dat hij weet wat hij moet doen om het goed te laten verlopen, om het te laten worden zoals hij het wil. Wijsheid stelt een doel en kent de meest doeltreffende weg naar dat doel, of kan die uitzoeken. Iemand die een doel heeft en niet weet hoe hij daar moet komen, is dwaas. Ook iemand die het verkeerde doel heeft, is dwaas. Wanneer je geen christen bent, zijn je doelen in het leven totaal anders. Je hebt wereldse wijsheid. Je hecht waarde aan aardse zekerheid, bezittingen, populariteit en allerlei andere dingen. Vervolgens gaat je aardse wijsheid aan de slag om die dingen na te jagen. Hoe kan ik veel geld verdienen? Hoe kan ik mezelf beschermen? Hoe kan ik mezelf populair maken? Maar dat is dwaasheid. Het is wereldse wijsheid, maar het is dwaas omdat de doelen ontoereikend zijn. Wanneer je christen wordt, krijg je hemelse doelen. Je wijsheid houdt daarom verband met de manier waarop je die doelen kunt bereiken. Het is geestelijke wijsheid. Het gaat je er meer om rein, vredelievend en ongeveinsd te zijn. Dat is de wijsheid die van boven komt.
Ik vermoed, al wil ik daar niet aan vasthouden, dat dit misschien overeenkomt met wat er op de tweede scheppingsdag gebeurde. In Spreuken staat dat raad, of wijsheid, in het hart van een mens als diepe wateren is, en dat raad als een stromende beek uit de mond van een wijze komt. Het punt dat ik wilde maken, is dat water en wijsheid in sommige gevallen met elkaar worden vergeleken. De verandering van aardse wateren in hemelse wateren boven het uitspansel kan heel goed overeenkomen met het volgende wat God doet nadat we behouden zijn. En in het werkelijke leven is dat ook zo. Hij begint dan natuurlijk ons denken te veranderen en ons op een godvruchtige manier te leren denken.
De derde dag: vruchtbare goede werken #
Nadat het droge land verschijnt, komen er vruchtbaarheid en zaden. Het is duidelijk dat God wil dat we vruchtbaar zijn. In Kolossenzen, hoofdstuk 1, vers 9 en 10, zei Paulus:
9Daarom houden ook wij niet op, vanaf de dag dat wij het gehoord hebben, voor u te bidden en te smeken dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, 10zodat u wandelt op een wijze de Heere waardig, Hem in alles behaagt, in elk goed werk vrucht draagt en groeit in de kennis van God,
Dat klinkt als waar ik het zojuist over had. Hier hebben we geestelijk inzicht en geestelijke wijsheid: dat je vervuld wordt met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat je vruchtbaar zult zijn, zodat God vrucht in je zal voortbrengen. Wat is die vrucht? Je zult vruchtbaar zijn in ieder goed werk. Je geloof brengt goede werken voort.
Goede werken zijn geen godsdienstige werken. Ze betekenen eenvoudigweg goed gedrag. Ze betekenen gehoorzaamheid aan Christus. Paulus zei dat het niet gaat om besneden of onbesneden zijn, maar om
In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof, dat door de liefde werkzaam is.
daden van liefde dus. Het Engelse woord ‘works’ betekent eenvoudigweg daden. Wat hier wordt gezegd, is dat je daden de vrucht worden van het werk van God in je leven, wanneer die daden door je gehoorzaamheid aan Christus worden veranderd. Zoals bij de schepping op de derde dag de vrucht haar intrede deed, zo doet de vrucht haar intrede in ons leven wanneer we vervuld beginnen te worden met kennis en geestelijk inzicht. Dan zijn we vruchtbaar in ieder goed werk.
De vierde dag: licht voor de wereld #
Op de vierde dag maakte God de zon, de maan en de sterren, of Hij zorgde er in elk geval voor dat ze zichtbaar werden. Waarvoor was dat? Zodat ze licht konden geven op de aarde. Ik geloof dat er in onze christelijke ontwikkeling een stadium komt waarin we een licht voor de wereld zijn. Hopelijk komt dat al vroeg, hoewel sommige christenen nogal langzaam groeien en hun leven niet veel licht geeft. Maar op een bepaald moment moet je beslist het punt bereiken waarop je door alleen al je leven en aanwezigheid de wereld verlicht.
Als we het over de vruchtbaarheid op de derde dag hebben, ligt de nadruk eigenlijk op de zaden. De vrucht heeft zaad in zichzelf, en wij worden geestelijk in staat ons voort te planten. We beginnen onszelf te vermenigvuldigen door met anderen te delen, door evangelisatie, enzovoort. Als zodanig worden we een licht voor de wereld.
Ik heb al genoemd hoe de maan in veel opzichten met de gemeente overeenkomt, omdat zij de zon na het invallen van de duisternis ziet. Zij heeft een plaats in de hemelse gewesten. Wanneer de aarde de zon dus niet meer kan zien, maar de maan wel, weerkaatst de maan het licht van de zon naar de aarde. Zo weerspiegelt ook de gemeente Christus, omdat de wereld Hem niet meer ziet. Toen Hij in de wereld was, was Hij het licht van de wereld. Nu zijn wij het licht van de wereld. God maakte de zon, de maan en de sterren om licht te geven op de aarde.
Ik heb dit punt eerder niet genoemd, omdat we zoveel te zeggen hadden. Als de zon, de maan en de sterren gemaakt zijn om licht te geven op de aarde, roept dat ernstige vragen op over de mogelijkheid van leven op andere planeten. We zouden gedacht hebben dat de sterren er waren om licht te geven op andere planeten, als daar wezens leven. Maar zelfs de sterren zijn er voor ons.
Mensen zeggen: „Is het niet nogal egocentrisch om te geloven dat dit enorme heelal bestaat ten behoeve van deze nietige kleine planeet?” Hoe groot wil je dat deze planeet is voordat je haar belangrijk vindt? Het is een behoorlijk grote planeet. Ze is heel klein vergeleken met het heelal, maar je zou de aarde een miljoen keer groter kunnen maken en dan zou ze nog steeds klein zijn vergeleken met het heelal.
De betekenis van iets wordt niet bepaald door de omvang ervan. Zoals C.S. Lewis opmerkte, is een mens van meer betekenis dan een olifant. Een dubbeltje is meer waard dan een stuiver, en een dubbeltje is kleiner. Het is de intrinsieke waarde van iets, en niet de omvang ervan, die de waarde bepaalt. Het is heel goed mogelijk dat deze aarde de enige bewoonde planeet in het heelal is, hoe klein ze ook mag zijn.
Zoals ik al zei: maak haar zo groot als je wilt, ze zal nog steeds klein zijn in vergelijking met het heelal. Hoe groot wil je dat ze is? God maakte deze hemellichamen die licht geven. Hij maakte ze om licht te geven op de aarde, en dat is waarvoor Hij ons gemaakt heeft: om de wereld licht te geven, om door ons leven licht te geven op de aarde.
Geestelijke lessen uit het dierenrijk #
Dan hebben we natuurlijk op de vijfde en zesde dag dierlijk leven vóór menselijk leven. Wanneer ik hierover nadenk of spreek, probeer ik gewoonlijk geen exacte overeenkomsten vast te stellen tussen het leven in de zee, het leven in de lucht, enzovoort, en datgene waarmee dit geestelijk overeenkomt. We zouden eenvoudig kunnen zeggen dat God dierlijk leven maakte, waarvan wij een verbeterde versie lijken te zijn, omdat wij biologisch leven hebben zoals de dieren dat hebben. Je ziet een voortschrijdende kwaliteit van leven. Je hebt vissen, vogels, dieren, en man en vrouw. Zo groeien we ook in ons geestelijke leven van de ene graad van godgelijkend leven naar de volgende. God voegt in de loop van ons leven steeds nieuw en beter leven toe.
Het is mogelijk dat we zelfs de dierenwereld zouden kunnen ingaan en afzonderlijke gevallen zouden kunnen vinden. Misschien zou iedere soort zo’n geval kunnen opleveren, als we er genoeg over wisten, waarin dieren dingen over ons eigen geestelijke leven illustreren. God maakte schapen zodat Hij ons met schapen kon vergelijken. En Hij maakte arenden zodat Hij degenen die op de Heere wachten kon vergelijken met arenden die op hun vleugels omhoogvliegen, enzovoort. Hij maakte de mieren zoals Hij ze maakte, zodat Hij kon zeggen:
Ga naar de mier, luiaard, zie zijn wegen en word wijs.
Er zijn geestelijke lessen die God in de natuur heeft ingebouwd. Dat geldt zowel voor de plantenwereld, zodat Jezus voortdurend spreekt over zaden planten, zaden zaaien, een mosterdzaad en dat allemaal, als voor de dierenwereld. We zien dat zeker in het Oude Testament, bij Salomo en in Job, en in het Nieuwe Testament. Dieren die God op deze scheppingsdagen maakte, beelden verschillende geestelijke lessen over het geestelijke leven uit. Ik vind gewoon dat het er te veel zijn om op te noemen, en daarom ga ik er vrij snel aan voorbij.
Het einddoel: mensen naar Gods beeld #
Maar het punt dat ik aan het begin maakte, was dat het God ging om wat Hij uiteindelijk zou hebben: een man en een vrouw die naar Zijn eigen beeld gemaakt zijn. Wanneer God klaar is met Zijn werk aan de nieuwe schepping in jou, wanneer Christus in jou gestalte heeft gekregen, dan zal Hij precies hetzelfde in jouw leven hebben: jou als man of vrouw naar Zijn beeld.
Dat is wat ik geloof. Ik geloof dat Paulus in zijn eigen gedachten die vergelijking maakte tussen Genesis 1 en het geestelijke leven van christenen, toen hij terloops opmerkte:
Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.
Ik betwijfel of Paulus dat had kunnen zeggen en denken zonder dat hij in gedachten het hele proces verder doorliep, al heeft hij dat niet uiteengezet. Ik denk dat dit een openbaring was die hij had, want:
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
en de oude schepping is het model van Gods werk in de schepping. Daarom biedt die volgens mij overeenkomsten en parallellen met wat we in onze eigen geestelijke ontwikkeling tot stand zien komen, en ook met wat het eindresultaat zal zijn: dat we naar Zijn beeld zullen zijn en heerschappij zullen hebben, omdat we met Christus zullen regeren. God gaf man en vrouw heerschappij over alles wat Hij gemaakt had. Zo zullen wij met Christus over alle dingen regeren wanneer Hij ons tot volle rijpheid heeft gebracht.
De gemeente groeit naar Christus’ volheid #
Dit rijpingsproces waarover ik in termen van individuele rijpheid heb gesproken, kan ook worden bezien in termen van het tot rijpheid komen van het lichaam van Christus, de gemeente. God gaat beslist uiterst doelmatig te werk en kan ontzettend veel uit één hoofdstuk halen. Misschien wil Hij ons ook laten zien dat de gemeente op een dag zal komen:
totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,
zei Paulus in Efeze 4:13.
Niet alleen wij als individuen worden naar het beeld van Christus gebracht, maar het lichaam van Christus wordt als geheel naar Zijn beeld gebracht als één nieuwe mens. Bedenk dat Paulus in Efeze 2 zei dat God de Jood die geloofde en de gelovige heiden nam, de scheidsmuur tussen hen afbrak en in Zichzelf — dat wil zeggen, in Christus — één nieuwe mens maakte. Dat is het lichaam van Christus: die nieuwe mens, bestaande uit de Jood en de heiden in Christus. Dat is de nieuwe mens, en die nieuwe mens zal volgens Efeze 4:13 een volwassen mens worden:
tot de maat van de volheid van de gestalte van Christus — of andersom:
de maat van de gestalte van de volheid van Christus.
Het is mogelijk dat zelfs dit nog een betekenislaag is die God wil laten zien. Niet alleen jij en ik worden naar het beeld van Christus veranderd. Ook het hele lichaam van Christus wordt door de eeuwen heen, door deze dagen en nachten van Gods scheppende activiteit, tot Zijn gelijkenis gebracht en zal uiteindelijk met Hem regeren wanneer Hij terugkomt.
Dat zijn de gedachten die ik over Genesis 1 met je wilde delen. Bij geen enkel ander hoofdstuk doe ik dat. Het is het enige hoofdstuk in de Bijbel waarbij ik ooit dit soort overpeinzingen heb gehad — dat wil zeggen, waarbij ik een tweede betekenis zie. Ik zou niet de moeite hebben genomen die te onderwijzen als ik niet dacht dat Paulus die had aangewezen.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Genesis 1 - Spiritual Application. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/genesis/1
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/genesis/1.pdf?v=4b1f0d6d24b5
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 08 - 1.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/genesis/1.mp3?v=5b03d7b296c0
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 08 - 1.mp3
Genesis
Alle lezingen over Genesis. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Canon van de Schrift Hoe de Bijbelboeken als Schrift erkend zijn
- 2 Bijbeloverzicht De boeken van de Bijbel en hun indeling
- 3 Inleiding op de Pentateuch Mozes en de documentaire hypothese
- 4 Inleiding De oorsprong van wereld, mens en Israël
- 5 1:1-5 God scheidt het licht van de duisternis
- 6 1:5-15 God schept in dagen van vierentwintig uur
- 7 1:14-31 God schept zon, maan, dieren en de mens
- 8 1 Gods scheppingswerk in de gelovige
- 9 2:1-3 God rust en heiligt de zevende dag
- 10 2:4-20 God maakt de mens en plant de hof van Eden
- 11 2:21-25 God maakt de vrouw als hulp voor de man
- 12 3:1-6 De slang misleidt Eva en Adam eet mee
- 13 3:7-15 Vijgenbladeren en de nederlaag van de slang
- 14 3:16-24 Pijn, machtsstrijd en dood na de zondeval
- 15 4:1-17 Kaïns offer, moord, straf en bescherming
- 16 4:18-5:32 Kaïn en Seth en hun eerste nakomelingen
- 17 6:1-8 De zonen van God en de Nephilim
- 18 6:9-8:22 Noach, de ark en de wereldwijde zondvloed
- 19 9:1-7 Vlees mag gegeten worden, bloed niet
- 20 9:8-10:32 Gods verbond met Noach en de volken
- 21 11 God verwart de taal en verspreidt de mensen
- 22 12:1-9 God belooft Abram zegen voor alle volken
- 23 12:10-13:18 Abram in Egypte en de scheiding met Lot
- 24 14 Abram bevrijdt Lot en ontmoet Melchizedek
- 25 15:1-17:8 God belooft Abram nageslacht en Kanaän
- 26 17:9-18:33 Besnijdenis, Izaks komst en Sodom
- 27 19-20 Sodom verwoest, Abraham bedriegt Abimelech
- 28 21-22 Abraham moet Izak offeren
- 29 23-24 Sara begraven en een vrouw voor Izak
- 30 25 Abraham sterft, Ezau verkoopt zijn recht
- 31 26-27 Izak graaft putten, Jakob krijgt de zegen
- 32 28:1-29:30 Jakob ontmoet God en Laban bedriegt hem
- 33 29:31-31:21 Jakobs kinderen, kudden en vertrek
- 34 31:17-55 Jakob vlucht en sluit een verbond met Laban
- 35 32-34 Jakob worstelt met God en omhelst Ezau
- 36 35-37 Jakob naar Bethel, Jozef wordt verkocht
- 37 38-39 Juda en Tamar; Jozef blijft trouw
- 38 40-42 Jozef wordt verheven en beproeft zijn broers
- 39 43-47 Jozef maakt zich bekend aan zijn broers
- 40 48-50 Jakob zegent zijn zonen en sterft
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/genesis/1.srt?v=cb5c5942c096
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Genesis - Lezing 08 - 1.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/genesis/1.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Exodus 25:40
- 2 Korinthe 4:6
- Genesis 1:3
- Numeri 14:21
- Jesaja 11:9
- Habakuk 2:14
- 2 Korinthe 5:17
- Efeze 5:14
- Genesis 1:2
- Romeinen 6:21
- 2 Korinthe 3:18
- 1 Johannes 3:2
- Johannes 14:2-3
- Genesis 1:9
- Genesis 1:20
- Galaten 5:17
- 1 Thessalonicenzen 2:13
- Genesis 1:14-16
- Psalmen 119:97
- Galaten 4:19
- Lukas 1:35
- Romeinen 13:11
- 2 Timotheüs 1:15
- 2 Timotheüs 4:20
- 2 Timotheüs 4:10
- 2 Korinthe 13:5
- Jakobus 3:13
- Jakobus 3:9
- Jakobus 3:12
- Kolossenzen 1:9-10
- Galaten 5:6
- Spreuken 6:6
- Efeze 4:13