Spreuken Dienaren en meesters

Dienaren tegenover hun meesters

1 uur 7 min · Lezing 23 van 34 ·

Tags

Schrijvers volgens vermelding of traditionele toeschrijving; Bij brieven zijn ook namen uit de aanhef en de schrijver van het dictaat opgenomen; dat betekent niet altijd mede-auteurschap. Bij Psalmen en Spreuken volgen de schrijvers het behandelde gedeelte. Onbekend betekent dat er geen naam vermeld is. Tijd volgt het gedeelte of de boekcontext. Gebieden en thema’s volgen de titel en samenvatting; gebieden kunnen ook symbolisch bedoeld zijn.
Testament
Boekcategorie
Tijdperiode van de inhoud

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/spreuken/dienaren-en-meesters.pdf?v=312cda31783c. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/spreuken/dienaren-en-meesters.

Samenvatting

Slavernij als hiërarchische verhouding en de plichten van dienaren tegenover hun meesters.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt de verhouding tussen dienaren en meesters als een van de hiërarchische relaties die de Bijbel erkent. Hij maakt onderscheid tussen de slavernij in de Bijbelse wereld en de racistische, op ontvoering gebaseerde Atlantische slavernij, en betoogt dat het instituut niet noodzakelijk mishandeling inhield, al leende het zich daar wel voor. Aan de hand van verschillende spreuken behandelt hij hoe een verstandige en betrouwbare dienaar kan worden verheven, waarom dienaren niet verwend moeten worden en hoe trouw werk een meester verkwikt. Hij wijst er daarnaast op dat christelijke dienaren hun werk als voor de Heere behoren te doen en onrechtvaardig lijden naar het voorbeeld van Jezus geduldig aan God mogen toevertrouwen.

Egalitaire en hiërarchische relaties

Illustratie bij: Gelijkwaardige en hiërarchische relaties in een Israëlitisch huishouden.

Welkom bij Vers voor Vers!

We kijken opnieuw naar Spreuken en naar het algemene thema van menselijke relaties. Spreuken bespreekt een aantal relaties. Een paar daarvan hebben we inmiddels achter de rug: de relatie tussen ouders en kinderen en de relatie tussen man en vrouw. Over bepaalde andere relaties is wat minder materiaal te vinden, maar er zijn nog heel wat andere relaties die we moeten bekijken. De volgende relatie, waarover we maar een paar verzen hoeven te bekijken, is de relatie tussen slaven en meesters.

Wanneer we het hebben over relaties tussen mensen, moeten we weten dat er in wezen twee zeer brede categorieën relaties zijn. Er zijn egalitaire relaties en hiërarchische relaties. Egalitaire relaties zijn relaties waarin niemand automatisch de leidinggevende positie inneemt. Niemand hoeft zich per definitie aan de ander te onderwerpen. Het zijn gewoon vrienden, broers, buren of iets dergelijks. In een relatie tussen broers of vrienden staat niet bij voorbaat vast dat een van jullie moet doen wat de ander zegt, of dat een van jullie de leiding heeft. Dat wordt waarschijnlijk per geval bepaald. In een egalitaire relatie staat niemand in een gezagspositie boven een ander.

In hiërarchische relaties heeft de ene partij per definitie gezag en is de andere ondergeschikt. We hebben allemaal te maken met hiërarchische relaties. We worden bijvoorbeeld allemaal geboren in een gezin waarin we aan onze ouders onderworpen zijn. De ouders hebben gezag en de kinderen zijn onderworpen. We hebben ook vriendschappen waarin geen hiërarchie bestaat. Die zijn eenvoudigweg egalitair. Beide soorten relaties zijn juist, maar ze moeten wel worden gedefinieerd. We moeten weten wat voor relaties het zijn.

We hadden het over relaties tussen man en vrouw. In de Bijbel wordt de relatie tussen man en vrouw behandeld als een hiërarchische relatie. In onze tijd is het echter veel populairder om te kiezen voor een egalitaire relatie tussen man en vrouw, en te stellen dat man en vrouw zich in gelijke mate aan elkaar moeten onderwerpen. Dat is niet werkelijk wat de Bijbel leert. De Bijbel leert namelijk dat de relatie tussen man en vrouw bedoeld is als een beeld van Christus en de gemeente, en in het bijzonder dat Christus het hoofd van de gemeente is en dat de gemeente zich aan Christus onderwerpt.

Het idee van een hiërarchische relatie is in onze tijd uit de mode. In onze samenleving zijn ze nog niet zover dat ze zeggen dat ouders geen gezag over hun kinderen hebben, maar ze zijn dat gezag wel aan het ondermijnen. In wezen is de tendens van onze samenleving om alle hiërarchische relaties af te schaffen, met als enige uitzondering dat de overheid gezag over iedereen heeft. De overheid is eigenaar van de kinderen, de overheid is eigenaar van de huwelijken en kan er vergunningen voor afgeven en ze ontbinden, en de overheid is eigenaar van alles. Zo ontwikkelen samenlevingen zich in de richting van tirannie wanneer ze niet aan God onderworpen zijn en Gods wegen niet volgen.

In wezen breek je eerst alle andere hiërarchische relaties af, zodat niemand enig bijzonder gezag over iemand anders heeft. Vervolgens geef je al het gezag aan de overheid, die dan eenvoudigweg op alle terreinen alle gezag heeft. Maar God heeft het anders bepaald. Overheden hebben enig gezag, ouders hebben enig gezag, echtgenoten hebben enig gezag en meesters hebben enig gezag.

Slavernij en moderne gevoeligheden

Illustratie bij: De Bijbelse veroordeling van mensenroof.

We komen nu bij de relatie tussen meester en slaaf. Van alle relaties in de Bijbel is dit waarschijnlijk de relatie die het meest aanstootgevend is voor de moderne gevoeligheden. Je zou kunnen denken dat het opperen van een hiërarchische relatie binnen het huwelijk het meest indruist tegen onze hedendaagse opvattingen, en voor sommigen is dat zeer aanstootgevend. Maar de relatie tussen meester en slaaf is voor bijna iedereen in onze samenleving aanstootgevend, omdat we het over slaven hebben, en slavernij voor ons een aanstootgevend instituut is.

Daar is een goede reden voor. Ons land heeft in zijn geschiedenis enkele zeer onderdrukkende vormen van slavernij gekend en slaven zijn er op zeer verkeerde wijze behandeld. Zelfs de manier waarop slaven in dit land werden verkregen, was immoreel. We weten heel goed dat de geschiedenis van de slavernij in dit land een geschiedenis van ontvoering was. Het was een geschiedenis van racisme. Het was een geschiedenis waarin het ene ras zichzelf superieur achtte aan een ander ras, naar het land van dat andere ras ging, mensen uit hun huizen ontvoerde, hen naar ons land bracht en hen tot slavernij dwong.

Dat alles is zondig. Het is zondig om mensen te ontvoeren. Onder de Bijbelse wet zouden ontvoerders ter dood worden gebracht. Daarom zouden onder de Bijbelse wet slavenhandelaren die slaven uit Afrika naar dit land brachten, ter dood worden gebracht. Maar slavernij als instituut was op zichzelf niet immoreel, want niet alle slavernij hield ontvoering in. Niet alle slavernij ging gepaard met mishandeling.

Vrijwillige slavernij in het oude Israël

Illustratie bij: Een vrijwillige dienaar kiest levenslange dienst.

In Israël had een man die als slaaf leefde zichzelf vaak vrijwillig als slaaf verkocht. Voor veel mensen was dat een economische noodzaak. In de wereld van de oudheid hadden ze geen middenklasse. Iedereen was ofwel straatarm, ofwel ongewoon rijk. Er was eenvoudigweg geen grote middenklasse zoals wij die in de moderne samenleving hebben. De rijke mensen waren zeer rijk en de arme mensen waren doorgaans zeer arm.

In Israël hadden arme mensen vaak land, omdat ze het hadden geërfd. Er was stamland dat van generatie op generatie werd doorgegeven. Maar naarmate de stammen groter werden en er meer mensen waren onder wie het land verdeeld moest worden, hielden sommige mensen uiteindelijk maar weinig land over. Sommigen moesten hun land verkopen. Hoewel het in het jubeljaar aan hen zou worden teruggegeven, zouden sommigen niet lang genoeg leven om dat mee te maken. Het jubeljaar vond iedere vijftig jaar plaats. Daarom kwamen sommige mensen in grote armoede terecht. Als het mogelijk was, leenden ze geld om hun gezin te voeden. Maar wanneer ze geld leenden, waren ze vaak niet in staat het terug te betalen en merkten ze dat ze tot over hun oren in de schulden zaten. Het enige wat ze dus konden doen, was zichzelf als slaaf verkopen.

Als in Israël een Israëliet zichzelf als slaaf aan een andere Israëliet verkocht, leek dat meer op dienstbaarheid voor een bepaalde termijn, omdat het niet werkelijk levenslang was. In Israël moest een Jood die een Joodse slaaf had, hem na zeven jaar vrijlaten. Een man die zichzelf als slaaf verkocht, verkocht zichzelf dus voor hoogstens zeven jaar. Daarna zou hem zijn vrijheid worden aangeboden. Maar als hij slaaf wilde blijven — en de Bijbel voorziet daarin — kon hij zeggen: „Nee, ik wil na zeven jaar niet uit de slavernij vertrekken. Ik wil levenslang slaaf zijn. Ik houd van mijn meester. Ik houd van de omstandigheden die ik hier heb.” Dan kon zijn oor worden doorboord en kon hij een oorbel in zijn oor krijgen, die aangaf dat hij vrijwillig levenslang slaaf was.

Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen dat iemand er zo over zou denken. Voor ons roept slavernij onmiddellijk het beeld op van volstrekte onderdrukking en kwelling. Wij zijn natuurlijk kinderen van de Verlichting. Wij en onze voorouders hebben al vele generaties lang een zeer verheven visie op menselijke vrijheid, mensenrechten en menselijke waardigheid. Daardoor is het ondenkbaar dat ik me als bezit zou laten behandelen, zelfs maar voor een bepaald aantal jaren, zeven of welk ander aantal dan ook. Ik ben een onafhankelijke Amerikaanse man. Hoe durft iemand te denken dat hij mij kan bezitten? Mensen kun je niet bezitten.

Dat is ons moderne idee, en misschien is het een beter idee. Misschien is het een verbetering ten opzichte van de oude ideeën, maar tot minder dan tweehonderd jaar geleden dachten samenlevingen er eenvoudigweg niet zo over. Door de hele geschiedenis heen, tot minder dan tweehonderd jaar geleden, kende elke samenleving ter wereld slavernij. Het werd eenvoudigweg als vanzelfsprekend beschouwd. Sommige mensen moesten slaaf worden omdat ze hun rekeningen niet konden betalen. Voor hen was slavernij een uitweg om niet te verhongeren. Als ze geen voedsel konden kopen, zouden ze niet in leven kunnen blijven, tenzij ze de mogelijkheid hadden zichzelf onder het gezag van een meester te stellen die voor hen zou zorgen.

Slavernij als economische zekerheid

Illustratie bij: De materiële zekerheid van een oud-Israëlitische dienaar.

Jezelf als slaaf verkopen betekende dat je geen financiële verplichtingen meer had. Je hoefde alleen maar ’s morgens wakker te worden, de hele dag voor je meester te werken, naar bed te gaan, de volgende ochtend op te staan en hetzelfde te doen. Je had geen rechten, maar je kwam ook niets tekort. Je had een dak boven je hoofd, kleding, medische zorg en elke dag voedsel. Je kinderen hadden kleding. Het was de verantwoordelijkheid van je meester om daarin te voorzien.

In zekere zin waren mensen die in de oudheid slaaf waren er financieel soms zelfs beter aan toe dan veel mensen in Amerika die twee of drie banen moeten hebben om rond te komen en dan nog niet zeker weten of ze de huur kunnen betalen. Ze raken nog steeds hun huis kwijt. Ze hebben nog steeds moeite om hun kinderen te voeden en onderdak te bieden. Wij denken: „Maar het is zo onwaardig om slaaf te zijn.” Hoe waardig is het om in dit land dakloos te zijn?

Lichamelijk gezonde mensen zouden in de oudheid tenminste niet dakloos zijn. Als ze geen huis of voedsel hadden, maar wel lichamelijk gezond waren, verkochten ze zichzelf eenvoudigweg als slaaf en zou iemand anders in al hun behoeften voorzien. In zekere zin verkopen wij die een baan hebben onszelf allemaal tijdelijk als slaaf, acht uur per dag, of hoeveel uur per dag het ook is. Die uren behoren toe aan onze werkgevers, en wij verwachten dat zij in zekere mate voor ons zorgen.

Maar zij krijgen niet al onze tijd, en wij verwachten niet dat zij in al onze behoeften voorzien. Wij zouden graag willen dat het loon dat wij van hen ontvangen al onze behoeften dekt. Maar als we met onverwachte noodsituaties te maken krijgen, gaan we niet naar onze baas en zeggen we: „Ik heb deze maand duizend dollar extra nodig.” Dan zeggen ze: „Neem er nog een baan bij,” want zij zijn niet verantwoordelijk voor ons.

Dus in zekere zin had een man die slaaf was daadwerkelijk zekerheid, als hij de onwaardigheid niet erg vond. En soms had hij geen keus, maar het is niet erger dan dakloos zijn, want ook dat brengt veel onwaardigheid met zich mee.

Atlantische en Bijbelse slavernij

Illustratie bij: Rechtspraak na mishandeling van een dienaar.

Zoals ik al zei, denken wij heel anders over slavernij, omdat wij uit onze geschiedenis vertrouwd zijn met wat gewoonlijk de Atlantische slavernij wordt genoemd. Daarbij gingen witte mensen naar Afrika, ontvoerden zwarte mensen uit hun huizen, staken de Atlantische Oceaan over en verkochten hen in dit land als bezit en als slaven. Zoals ik al zei, zou dat onder de wet met de dood worden bestraft, omdat er sprake was van ontvoering. Ontvoering was een van de misdrijven waarop onder de wet de doodstraf stond.

Dus wanneer de Bijbel slavernij lijkt goed te keuren, zeggen veel moderne mensen: „God is immoreel. Kijk dan: Hij keurde slavernij goed.” Wij denken dan aan slavernij zoals die in dit land bestond. Wij denken niet aan slavernij zoals die door de hele geschiedenis heen in vrijwel alle andere landen bestond.

Als iemand zo ongelukkig was dat hij zichzelf als slaaf moest verkopen, kon hij nog ongelukkiger zijn doordat hij een gewelddadige meester had. Slaaf zijn betekende dat hij inderdaad iemands bezit was. Hij had geen rechten. Als zijn meester hem niet goed behandelde, had hij werkelijk grote pech. Er waren duidelijk slaven die van hun meester hielden en die, toen hun na zeven jaar hun vrijheid werd aangeboden, zeiden: „Ik wil nergens heen. Ik wil hier blijven. Ik mag mijn meester graag. Ik heb het hier goed. Daarbuiten, in de wereld, kon ik me niet redden. Hier kan ik me redden. Mijn gezin groeit op met voedsel. Ze hebben kleding.”

Eerlijk gezegd waren er zelfs in dit land, hoewel slavernij bijna een onvermengd kwaad was, slaven die het in feite behoorlijk goed hadden en niet geëmancipeerd wilden worden. Er waren slaven die ongelukkig waren met de emancipatie, omdat hun meesters, in veel gevallen christelijke meesters, hen als leden van het gezin hadden behandeld. Ze waren van de kinderen van het gezin gaan houden, en van hun meesters, enzovoort. Er was geen mishandeling. Ze wilden hun toestand van slavernij net zomin verlaten als iemand zijn gezin wil verlaten.

Slavernij is niet in alle gevallen hetzelfde. Maar wanneer mensen tegen hun wil bij hen thuis worden weggehaald en tot slaaf worden gemaakt, en wanneer ze worden mishandeld, is dat kwaad. De Bijbel beschouwt dat als een kwaad. Hoewel de wet van het Oude Testament ervan uitging dat er slaven zouden zijn, maakte die altijd heel duidelijk dat het verkeerd is slaven te mishandelen. Hoewel mensen er zelfs in Israël mee weg konden komen als ze hun slaven mishandelden, waren er grenzen aan wat ze konden doen, in tegenstelling tot andere samenlevingen.

In andere samenlevingen mochten mensen hun slaven doden. Je slaaf was een stuk eigendom, zoals je hond jouw eigendom was. In onze samenleving mag je tegenwoordig natuurlijk zelfs je hond niet doden. Maar het punt is dat zij een slaaf konden doden als ze kwaad genoeg op hem werden. Als je in Israël je slaaf doodde, werd je ter dood gebracht.

Als je nu je slaaf sloeg en hij nog een paar dagen bleef leven en vervolgens stierf aan niet-zichtbare, waarschijnlijk inwendige verwondingen, kreeg de meester geen straf, omdat het als onopzettelijk werd beschouwd. Als hij zijn slaaf had willen doden, zou hij hem hebben doodgeslagen. Maar als hij hem hard sloeg en de slaaf nog een paar dagen leefde en daarna stierf, was de gedachte dat de meester niet wist dat hij hem zo hard had geslagen en niet van plan was geweest hem te doden.

Hoe dan ook, wanneer we aan slavernij in de Bijbel denken, denken we niet eens aan rassenslavernij. Wanneer we aan slavernij in onze geschiedenis denken, denken we specifiek aan één ras: zwarte mensen werden door witte mensen tot slaaf gemaakt. Maar in Israël ging het om Joodse mensen die door andere Joodse mensen tot slaaf waren gemaakt, of om andere mensen uit het Midden-Oosten die krijgsgevangenen waren. Ze werden als trofeeën mee teruggebracht en tot slaaf gemaakt. Dit gebeurde natuurlijk tegen hun wil, maar het was geen ontvoering. Het ging om de oorlogsbuit. Er was een oorlog en die hadden ze verloren. In plaats van gedood te worden, werden ze gevangengenomen en op die manier meegenomen.

Dat was vanzelfsprekend de ongelukkigere manier om slaaf te worden, omdat het onvrijwillig was. Maar het was nog altijd geen kwestie van ras. Wij brengen slavernij in ons land bijna volledig in verband met racisme. Het gaat dan om één groep mensen, één ras, die denkt van nature superieur te zijn aan een ander ras. In de tijd van de slavernij was de algemene opvatting dat de Afrikaanse rassen eigenlijk bijna niet zo menselijk waren als witte mensen. Gelukkig zijn we die krankzinnige overtuiging voorbij.

Slavernij als economie en machtsverhouding

Illustratie bij: Dienstbaarheid als economische en maatschappelijke machtsverhouding.

Wat ik zeg, is dat we bij slavernij vaak denken aan een aantal werkelijk zondige, negatieve dingen die in dit land met slavernij verbonden waren, maar niet noodzakelijk inherent waren aan het instituut van de slavernij. Slavernij was eenvoudigweg een economische regeling, geen racistische. Het was een economische regeling. De slaven hadden óf zichzelf als slaaf verkocht omdat ze liever slaaf waren dan verhongerden, óf het waren mensen die in een oorlog gevangengenomen waren en liever slaaf werden dan gedood.

We zien in de Schrift dus dat slavernij als een bestaande realiteit wordt verondersteld. Destijds gold dit voor iedere samenleving, en niet alleen in de oude Bijbelse tijd. Ga tweehonderd jaar terug en je zou ook in iedere samenleving slaven aantreffen. Zelfs in onze eigen tijd is slavernij in niet-christelijke landen, vooral in islamitische landen, in veel gevallen nog toegestaan. In veel Afrikaanse islamitische landen is slavernij wettelijk toegestaan.

Een van de ironieën van de geschiedenis is zelfs dat de Amerikaanse regering, nadat de slavernij in dit land was afgeschaft, een Afrikaanse natie stichtte die Liberia heette. Die was bedoeld als een plek waar de bevrijde, geëmancipeerde slaven konden gaan wonen als ze naar Afrika wilden terugkeren. Sommigen deden dat en richtten daar een regering op. Nu hebben ze daar slavernij van zwarten door zwarten. De regering daar en de mensen die de macht hebben zijn zwart, en de slaven zijn zwart.

Met andere woorden, slavernij gaat niet altijd over racisme. Het gaat over economie. Het gaat over macht. Het gaat over andere dingen. Het kan een onderdrukkend instituut zijn. Dat kan het ouderschap natuurlijk ook zijn. Er zijn ouders die hun kinderen mishandelen. Dat is geen goed argument om het ouderschap af te schaffen. Het betekent dat er toezicht, straffen en andere maatregelen moeten zijn voor ouders die hun kinderen mishandelen. Maar je schaft hiërarchische verhoudingen niet af omdat ze vaak terreinen zijn waarop de zondige natuur zich openbaart doordat de ene partij de andere mishandelt.

Hiërarchie is niet de oorzaak van misbruik

Illustratie bij: Gezag dat het gezin beschermt in plaats van misbruikt.

Ik geloof dat ik in een eerdere lezing een artikel heb genoemd dat ik jaren geleden in The Oregonian las, toen ik in Oregon woonde. Het stond op de voorpagina van een van de katernen. Het ging over een conferentie die destijds in Chicago werd gehouden. Daar kwamen twee christelijke organisaties met verschillende opvattingen over de verhoudingen tussen mannen en vrouwen bijeen, om te zien of ze elkaar konden overtuigen of tot overeenstemming konden komen.

Ik weet nu niet meer hoe die organisaties heetten, maar de ene pleitte voor een egalitaire samenleving, waarin mannen en vrouwen gelijke rechten hadden, bijvoorbeeld op het priesterschap of op een bediening. En ook binnen het huwelijk zou er geen gezagspositie en geen hiërarchie moeten zijn. De andere organisatie pleitte voor hiërarchie en zei dat er Bijbelse normen zijn voor het huwelijk en Bijbelse normen voor vrouwen in een bediening, enzovoort.

De twee groepen waren het niet eens, maar het krantenartikel stond natuurlijk welwillend tegenover de egalitairen. Er stond een lang citaat in van een van de deelnemers aan de conferentie. Zij was oudste in een gemeente en haar uitspraak luidde als volgt: ‘Zolang we vasthouden aan een patriarchale opvatting, zullen we nooit een einde kunnen maken aan kindermishandeling en mishandeling van vrouwen door mannen.’

Toen ik dat zag, dacht ik: misschien is dat wel de reden waarom vrouwen geen leiding behoren te geven. Sommige vrouwen denken in elk geval niet erg helder. Sommige mannen trouwens ook niet. Het is niet per se iets tussen mannen en vrouwen. Maar deze vrouw dacht niet erg helder. Zij dacht dat een patriarchale opvatting kindermishandeling en mishandeling van vrouwen in de hand werkte. Met andere woorden, de opvatting dat de man het hoofd is, een hiërarchische opvatting van het huwelijk, is datgene wat mishandeling veroorzaakt.

Mijn ouders hadden een hiërarchische opvatting van het huwelijk en bij ons thuis was er geen enkele vorm van mishandeling. Er zijn gezinnen die misschien helemaal niet geïnteresseerd zijn in de theorie van hiërarchie of gelijkwaardigheid, maar waar wel mishandeling voorkomt. Mishandeling komt niet voor doordat de Bijbel zegt dat de man het hoofd van de vrouw is, want een hoofd zal zijn lichaam gewoonlijk niet mishandelen. Mijn hoofd mishandelt mijn lichaam niet. Mijn hoofd is juist geïnteresseerd in het welzijn van mijn lichaam. De beslissingen die mijn hoofd neemt, zijn er gewoonlijk op gericht mijn lichaam te behoeden voor pijn, ziekte en moeilijkheden, en het goed gevoed en aangenaam te houden. De belangen van mijn lichaam zijn de belangen van mijn hoofd.

Gezag vraagt bescherming en goede zorg

Illustratie bij: Een echtgenoot voedt en koestert zijn gezin.

Een man die zijn gezagspositie als hoofd serieus neemt, zal voor zijn vrouw zorgen zoals hij voor zichzelf zorgt. Paulus zei:

Efeze 5:28-29

28Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente.

Zo doet Christus dat ook met de gemeente. Het feit dat de man het hoofd van het lichaam is, heeft niets te maken met het feit dat sommige mensen mishandeld worden. Sommige mannen mishandelen vrouwen en kinderen omdat ze groter, kwaad en zondig zijn. Ze geven uiting aan hun zondigheid. Ze geven geen uiting aan een Bijbelse norm van patriarchaat.

De Bijbelse norm van patriarchaat houdt in dat de man de beschermer van zijn vrouw is, en iedere fatsoenlijke man heeft dat instinct. Maar er zijn mannen, vrouwen en kinderen die niet fatsoenlijk zijn. Mannen die niet fatsoenlijk zijn, zullen vaak slechte dingen doen met iedereen die bij hen in de buurt is, iedereen die kwetsbaar is. De vrouw en de kinderen zijn soms degenen die het dichtst bij hem staan en het kwetsbaarst zijn. Het komt niet doordat de man zegt: ‘De Bijbel geeft mij als hoofd gezag, dus ik kan mijn vrouw in elkaar slaan.’ De man die zijn vrouw in elkaar slaat, trekt zich niets aan van wat de Bijbel zegt. Hij is geen man die de Schrift probeert te volgen, anders zou hij niemand in elkaar slaan. Het heeft niets met Bijbels onderwijs te maken. Het heeft te maken met de zondigheid van een man.

Dat geldt bij slavernij, bij de opvoeding van kinderen en in elke hiërarchische verhouding. Je zou kunnen aanvoeren: ‘Sommige ouders mishandelen kinderen, dus het is verkeerd dat ouders gezag over kinderen hebben.’ Nee, het zou buitengewoon verkeerd zijn als ouders geen gezag over hun kinderen hadden, maar ouders behoren goed te zijn. Alle mensen behoren goed te zijn.

Hetzelfde geldt wanneer we bij het onderwerp dienaren en meesters in de Bijbel komen. Meesters kunnen hun dienaren mishandelen. In dit geval is het misschien de instelling die de mishandeling mogelijk maakt, want een slaaf kan groter en sterker zijn dan zijn meester. Anders dan een vrouw tegenover haar man of een kind tegenover een ouder, kan de slaaf groot genoeg zijn om zichzelf te redden in een conflict met zijn meester. Maar het is de instelling zelf die de man die slaaf is, onderwerpt. Daarom leent slavernij zich inderdaad voor misbruik, zoals elke hiërarchische verhouding dat doet. Maar in zekere zin kun je slavernij meer de schuld geven van het misbruik dan bijvoorbeeld de verhouding tussen ouders en kinderen of die binnen het huwelijk.

Dit zijn de belangrijkste hiërarchische verhoudingen: ouder en kind, man en vrouw, dienaar en meester, en heerser en onderdaan. Dat zijn de verhoudingen die de Bijbel noemt. Ze zijn hiërarchisch. Andere verhoudingen zullen egalitair zijn.

De verstandige dienaar als erfgenaam

Illustratie bij: Eliëzer als vertrouwde mogelijke erfgenaam van Abram.

Met betrekking tot meesters en dienaren zegt Spreuken een paar dingen. Natuurlijk krijgen we daar geen uitvoerig onderwijs over het onderwerp, maar het bestaan van het verschijnsel wordt er wel erkend, evenals enkele aspecten van de wisselwerking binnen zo’n verhouding. In hoofdstuk 17 — in jullie aantekeningen staat 12:9, maar kijk daar niet. De reden is dat 12:9 in de New King James weliswaar de dienaar noemt, maar dat er discussie bestaat over de vertaling. Sommige mensen zouden dat vers zo vertalen dat het woord ‘dienaar’ er niet eens in voorkomt, maar dat er een totaal ander begrip staat. Daarom gaan we dat vers hier niet behandelen. In Spreuken 17:2 staat:

Spreuken 17:2

Een verstandige dienaar zal heersen over een zoon die beschaamd maakt, te midden van de broers zal hij in de erfenis delen.

Wat hiermee wordt gezegd, is dat een dienaar weliswaar een lagere machtspositie in de samenleving inneemt, maar door zijn wijze en goede gedrag daadwerkelijk kan opklimmen tot een gezagspositie in de kleinere kring van het gezin waarvan hij deel uitmaakt. Het komt niet vaak voor, maar het is niet ondenkbaar. Toen Abraham nog geen kinderen had, zei God tegen hem:

Genesis 15:1

Abram, Ik ben uw grote loon.

Dit staat aan het begin van hoofdstuk 15 van Genesis. Abram zegt:

Genesis 15:2-3

Wat zult U mij dan geven? Ik heb geen nakomelingen, en Eliëzer, mijn dienaar, is de erfgenaam van mijn vermogen.

En God zei:

Genesis 15:4

U zult een zoon krijgen, en dat zal alles veranderen.

Toen Abram geen kinderen had, kon hij dus niets anders doen dan zijn rijkdom aan een slaaf nalaten. Als Isaak nooit geboren was, of als Ismaël nooit geboren was, als Abram nooit zonen had gekregen, dan zou deze Eliëzer, een slaaf uit Damascus, het vermogen van zijn meester hebben geërfd. Als Abram een zoon had gehad en zijn zoon het vermogen niet waardig was gebleken, had Abram het uiteindelijk toch aan Eliëzer kunnen nalaten.

Het kwam niet vaak voor, maar het was niet ondenkbaar dat een dienaar daadwerkelijk de bezittingen van zijn meester zou erven. Dat kon gebeuren als de meester geen zoon had, of als hij een zoon had aan wie hij zijn bezittingen absoluut niet zou nalaten. Er zijn mensen die hun kinderen onterven, omdat ze zo’n afschuw hebben van de keuzes die hun kinderen in hun leven en gedrag maken. Als de dienaar de enige is die nog kan erven, dan krijgt de dienaar het.

Dus:

Een verstandige dienaar zal de baas worden over een zoon die de familie te schande maakt.

Een zoon die schande veroorzaakt, zal worden onterfd. De dienaar die wijs en goed is, zal door zijn meester worden vertrouwd en geëerd, en zal samen met de broers delen in de erfenis.

Verheffing van Jerobeam en Jozef

Illustratie bij: Jerobeam verheven boven de dwaze Rehabeam.

Het is interessant dat Salomo dit schreef, want hoewel hij het zelf niet meer meemaakte, gebeurde dit binnen zijn eigen familie. Zijn eigen zoon Rehabeam besteeg na hem de troon, maar Jerobeam, die vroeger een dienaar van Salomo was geweest, ging uiteindelijk regeren over het grootste deel van het koninkrijk dat Salomo achterliet. Salomo liet zijn koninkrijk na aan zijn zoon Rehabeam. Het was een verenigd koninkrijk van twaalf stammen. Maar het koninkrijk werd verdeeld omdat zijn zoon een dwaas was, en tien van de stammen kwamen onder Jerobeam te staan, die daarvoor Salomo’s dienaar was geweest.

Toen Salomo dit schreef, had hij dus geen idee dat precies dit in zijn eigen huis zou gebeuren: dat een wijze dienaar zou heersen over zijn zoon, die schandelijk en dwaas was. Het is dus niet iets wat nooit voorkomt. Dat betekent natuurlijk dat slavernij niet altijd een slechte zaak was voor de slaaf. Als iemand in een oorlog gevangengenomen was—wie weet waar Eliëzer, de dienaar van Abram, vandaan kwam? Hij kwam uit Damascus. Misschien was hij vóór de tijd van Abram door iemand in een oorlog gevangengenomen en heeft Abram hem gekocht. We weten het niet, maar de man had zijn vrijheid verloren. Toch was het heel goed mogelijk dat de man een vermogen zou erven doordat hij een wijze dienaar was.

Een dienaar worden kan voor iemand die door die ramp getroffen wordt dus een totale mislukking lijken. Maar in sommige gevallen kan de wijsheid van die dienaar tot zijn verheffing leiden. We denken aan Jozef, die begon als slaaf in het huis van Potifar. Hoewel hij in het huis van Potifar nooit meer dan een slaaf werd, werd hij verheven tot een positie boven alle andere dienaren. Hij werd als een heerser in het huis aangesteld, met gezag over de andere dienaren.

Vanwege een valse beschuldiging werd hij uiteraard in de gevangenis gezet, maar zelfs daar klom hij op tot een positie boven alle andere gevangenen. De overste van de lijfwacht gaf hem gezag over alle andere gevangenen. Uiteindelijk kreeg hij gezag over het hele land, met alleen de farao zelf nog boven hem. Hij was een wijze, verstandige en eerlijke man in de positie van een slaaf. Door Gods voorzienigheid bracht God hem naar de plaats waar hij niet alleen over het huishouden regeerde, maar over het hele land Egypte. Daardoor regeerde hij zelfs over Potifar, zijn vroegere meester, en over de gevangenbewaarder die in de gevangenis toezicht op hem had gehouden.

De ongehoorzame dienaar bestraffen

Illustratie bij: De koppige dienaar reageert niet op woorden.

In hoofdstuk 29 staan een paar verzen over dienaren en meesters. Hoofdstuk 29, vers 19, zegt:

Spreuken 29:19

Een slaaf zal zich door woorden geen gehoorzaamheid bij laten brengen, ook al begrijpt hij u , toch komt er geen antwoord.

Dit gaat duidelijk over een bepaald soort dienaar, want Salomo kent ook andere soorten dienaren. Maar sommige dienaren zijn koppig en opstandig. Ze willen daar niet zijn, of ze hebben gewoon een slechte dag en zijn uitdagend.

In veel gevallen kun je niet simpelweg verwachten dat een dienaar reageert omdat je tegen hem spreekt. Misschien moet je hem straffen, net zoals kinderen in een huishouden gestraft moeten worden. Soms moeten dienaren gestraft worden. Een man kon zijn dienaren zelfs straffen als ze volwassen waren, net zoals hij zijn kinderen kon straffen, omdat ze deel uitmaakten van zijn huishouden. Net als de kinderen moesten de dienaren gehoorzaam zijn. Als ze dat niet waren, kon je hen niet met alleen woorden veranderen. Er moest een roede of iets dergelijks zijn om een dienaar die niet gehoorzaam wilde zijn te disciplineren, net als een kind dat niet gehoorzaam wilde zijn. Hij zegt tenslotte in vers 15 van hetzelfde hoofdstuk:

Spreuken 29:15

De stok en de bestraffing geven wijsheid, maar een jongeman die aan zichzelf is overgelaten, maakt zijn moeder beschaamd.

Kinderen en dienaren hadden vaak meer dan woorden nodig om hen terecht te wijzen. Woorden zouden voldoende moeten zijn, want iemand die gewetensvol is — een kind dat gewetensvol is tegenover zijn ouder, of een dienaar die gewetensvol is tegenover zijn meester — zou moeten kunnen zeggen: ‘Mijn meester, mijn vader of mijn moeder heeft duidelijk gemaakt wat hij of zij wil. Ik weet wat zijn of haar wil is. Zijn of haar wens is mij een bevel. Ik ga doen wat hij of zij zegt. Ik ga mij niet tegen hem of haar verzetten.’

Maar Salomo wist dat dienaren soms niet zo bereid zijn om meteen op te springen wanneer je iets zegt. Daarom moet de meester behalve woorden ook een straf achter de hand hebben, net als een ouder. Kinderen kunnen ook zo zijn. In onze samenleving leeft steeds sterker het idee dat ouders hun kinderen niet zouden mogen disciplineren, omdat kinderen in de samenleving veel meer dan vroeger een gelijke rechtspositie krijgen. Misschien zou dat voor sommige kinderen goed zijn, maar in het algemeen is het niet goed voor de samenleving, want de samenleving heeft de leiding van ouders over kinderen nodig.

Kinderen en dienaren zijn allebei mensen: soms halsstarrig, soms eigenzinnig. Soms bereik je door tegen hen te praten niet wat nodig is. Je moet nog iets anders tot je beschikking hebben. Je bevelen moeten kracht kunnen worden bijgezet, anders kijken ze je aan en trotseren ze je. Dat is wat Salomo zegt.

De gevolgen van een verwende dienaar

Illustratie bij: David verwent Adonia en spreekt hem nooit tegen.

Een andere situatie is die van de verwende dienaar. In hoofdstuk 29, vers 21 staat:

Spreuken 29:21

Als men zijn slaaf van jongs af aan verwent, zal hij uiteindelijk ondankbaar zijn.

Een andere vertaling luidt dat wie zijn dienaar van jongs af aan verwent, hem uiteindelijk als een zoon zal hebben. Zo gelezen klinkt het bijna positief: als je jouw dienaar begunstigt, zal hij voor jou als een zoon zijn. Ongetwijfeld werkte het in veel huishoudens zo. We kennen uit de Bijbel veel dienaren die van hun meesters hielden en die blijkbaar heel goed door hen werden behandeld. Zo zijn er zelfs in ons land verhalen over slaven die van hun meesters hielden en goed door hen werden behandeld. Ze waren als leden van het gezin.

Daar zou dit over kunnen gaan, maar verwennen is doorgaans niet goed. Het is over het algemeen geen goed idee om kinderen, dienaren of wie dan ook te verwennen. Verwennen betekent dat je te toegeeflijk bent. David verwende zijn zoon Adonia, of gaf hem te veel toe, en dat pakte niet goed uit. Salomo maakt overal duidelijk dat een al te toegeeflijke ouder zijn zoon niet werkelijk liefheeft. Hetzelfde zou gelden voor een al te toegeeflijke meester, tenzij hij van plan is zijn slaaf de vrijheid te geven. Dat is iets anders. Dan kan hij hem natuurlijk als een vrij man behandelen.

Maar als de slaaf zijn leven lang de verantwoordelijkheid zal hebben om zijn meester te dienen, dan zal verwennerij hem een sterker gevoel geven dat hij bepaalde voorrechten heeft en ergens recht op heeft. Dat gebeurt wanneer mensen verwend worden opgevoed. Ze groeien op met het gevoel dat ze recht hebben op dingen. Vervolgens zullen ze wrok koesteren wanneer ze daadwerkelijk iets moeten doen wat ze niet willen doen.

Wat betreft de woorden:

zal hem uiteindelijk als zoon aannemen. Geleerden weten niet zeker welk woord daar in het Hebreeuws hoort te staan, omdat de Hebreeuwse tekst oorspronkelijk geen klinkers had. Er stonden alleen medeklinkers, en met verschillende klinkertekens kon er een ander woord ontstaan. Geleerden verschillen van mening over de vraag of hier het woord ‘zoon’ of het woord ‘zwakkeling’ bedoeld is. Het lijkt in het Hebreeuws verwant te zijn aan het woord voor ‘zwakkeling’, en dat zou dit vers in een heel ander licht stellen. Ook dat zou logisch zijn: een man die zijn dienaar van kinds af aan verwent, zal een zwakkeling hebben — een verwende, zwakke dienaar. Hij heeft nooit iets hoeven tillen. Hij heeft nooit enig werk hoeven doen. Hij heeft nooit spieren of arbeidsethos ontwikkeld. Hij is een waardeloze zwakkeling, omdat hij vanaf het begin verwend is.

Als dat de betekenis is, en veel geleerden denken dat dit zo is, dan zegt Salomo iets heel anders. Hij zegt dan niet iets positiefs, namelijk dat jij en je dienaar als familie kunnen zijn, al is dat wel waar. Hij zou iets negatievers zeggen, meer in de vorm van een waarschuwing: verwen mensen niet. Verwen je dienaren niet, anders worden het zwakkelingen. Verwen je kinderen niet, anders worden het zwakkelingen.

Iedereen moet zijn werklast dragen

Illustratie bij: Iedereen draagt zijn aandeel in het werk.

Het idee is dat iemand die dienaar is, er is om te werken. Als hij van kinds af aan nooit aan het werk wordt gezet, zal hij afkerig staan tegenover werk. Hij zal niet goed zijn in wat hij geacht wordt te doen. Hetzelfde geldt in elke situatie waarin iemand een deel van de lasten in het huishouden hoort te dragen. Als iemand van kinds af aan nooit enige last hoeft te dragen, zal iemand anders zijn deel dragen, want er zijn lasten die gedragen moeten worden. Wanneer er monden te voeden zijn, moet er telkens een bepaalde hoeveelheid voedsel worden voortgebracht. Als één persoon zijn deel van het werk niet doet, draagt iemand anders een extra last. Daarom gaf Paulus aan:

wie niet werkt, zal ook niet eten. Want het is niet liefdevol om niet met je handen te werken. Sinds de zondeval wordt voedsel door zweet voortgebracht. Voor de zondeval kon je gewoon door de hof lopen, voedsel plukken en hoefde je helemaal niet hard te werken. Maar sinds de zondeval zijn er dorens en distels waartegen gestreden moet worden, en het weer en dergelijke. Het voortbrengen van voedsel uit de grond is altijd een kwestie van arbeid en zweet geweest.

Dat betekent dat iedereen die eet, iets eet waarvoor iemand heeft moeten zweten. Natuurlijk hebben boeren tegenwoordig maaidorsers met airconditioning, dus waarschijnlijk zweten ze letterlijk niet zo veel, maar ze doen nog steeds zwaar werk. Het punt is echter dit: als het voedsel dat ik eet door het zweet van iemand anders wordt voortgebracht en ik niet zweet, dan zweet iemand voor mijn aandeel. Iemand doet wat ik geacht word te doen.

Een kind in het gezin dat wordt vertroeteld, zal zijn werklast door de andere gezinsleden laten dragen. Als een dienaar wiens taak het is het gezin te dienen, wordt vertroeteld, zal hij voor die taak waardeloos zijn. Hij zal alleen maar iemand zijn die eet. Hij zal niets voortbrengen en hij zal een zwakkeling worden. De gedachte is dus dat je voorzichtig moet omgaan met dienaren, maar niet alleen met dienaren, want wij hebben geen dienaren. Wij hebben kinderen. Mensen hebben werknemers. Voor een werknemer kan hetzelfde gelden, en waarschijnlijk is een werknemer de nauwste parallel die wij in onze samenleving hebben. Strikt genomen zijn werknemers geen dienaren of slaven zoals degenen over wie we in deze situatie spreken. Maar hun positie is daar wel enigszins mee te vergelijken, want gedurende de uren dat ze in dienst zijn, zijn ze de dienaar van hun werkgever en zijn ze verplicht te doen wat hun wordt opgedragen. Maar een werknemer die door zijn werkgever op de een of andere manier uit favoritisme van het werk wordt vrijgesteld, zal uiteindelijk echt ongeschikt worden om te werken en een zwakkeling worden.

De betrouwbare boodschapper

Illustratie bij: De betrouwbare boodschapper keert terug tijdens de oogst.

Laten we nu eens kijken naar hoofdstuk 25, vers 13. Het staat niet in je aantekeningen, maar misschien wil je het daar toevoegen. Spreuken 25:13 zegt:

Spreuken 25:13

Zoals de koelte van sneeuw op de dag van de oogst, zo is een betrouwbare gezant voor zijn zenders, hij verkwikt de ziel van zijn meester.

De oogsttijd valt in de zomer, en in het Midden-Oosten is dat een hete tijd. De oogsttijd is een zeer hete tijd, en sneeuw is in die tijd van het jaar heel ongewoon en onverwacht. Maar het kan bij zeldzame, uitzonderlijke gelegenheden gebeuren dat er tijdens de oogst sneeuw valt. Het is iets verfrissends en zeldzaams. Hij zegt:

Zo is een trouwe boodschapper ook voor degenen die hem sturen, want hij geeft zijn meesters nieuwe kracht.

De boodschapper is duidelijk een dienaar, want hij heeft meesters. Dit is een dienaar die eropuit wordt gestuurd om opdrachten uit te voeren. Een boodschapper kan iemand zijn die alleen maar een boodschap overbrengt, of iemand die eropuit wordt gestuurd voor om het even welke andere opdracht. Hij is iemand die door zijn meester wordt gestuurd om iets te doen. Wanneer je een trouwe boodschapper vindt, iemand op wie je kunt rekenen wanneer je hem eropuit stuurt voor een opdracht, dan is die persoon betrouwbaar. Je hoeft hem niet nog eens te controleren. Je hoeft niet iemand te sturen om toezicht te houden op zijn gedrag en ervoor te zorgen dat hij zijn tijd niet verspilt. Wanneer je een trouwe dienaar hebt, is dat verfrissend voor de werkgever. Het is verfrissend voor de meester, zoals sneeuw. Het is ook even zeldzaam als sneeuw in de zomer. Een trouwe dienaar vinden is niet alleen verfrissend, maar ook iets ongewoons.

IJverige werknemers verkwikken hun meester

Illustratie bij: Een ijverige arbeider voltooit zijn taak zonder toezicht.

Ik heb veel christelijke mannen gekend die een bedrijf hadden en werknemers in dienst hadden. En ik heb hen vaak horen klagen over de kwaliteit van de werknemers die ze tegenwoordig krijgen. De werknemers willen zo weinig mogelijk werken. Ze willen hun pauzes zo lang mogelijk laten duren. Ze rekken hun koffiepauzes. Ze nemen hun lunchpauze en rekken die op. Ze komen te laat op het werk. Ze gaan vroeg weg. Wanneer ze op hun werk aanwezig zijn, werken ze zo langzaam mogelijk. Ze raken verwikkeld in gesprekken die hen van hun werk afhouden. In veel opzichten hebben we gewoon arbeidskrachten zonder plichtsbesef.

In het boek Spreuken wordt veel gezegd over luie en ijverige mensen, en later in deze serie zullen we dat onderwerp afzonderlijk behandelen. Maar bij een dienaar, een boodschapper of iemand aan wie een taak is toegewezen, geldt dat de meester hem inschakelt zodat hij de taak niet zelf hoeft uit te voeren. Hij wil die persoon niet voortdurend bij de hand hoeven nemen en ervoor moeten zorgen dat hij alles goed doet.

Voor een werkgever is het verfrissend en zeldzaam dat hij iemand een taak kan geven en vervolgens kan weglopen, in de wetenschap dat die persoon geen extra vrije tijd zal nemen, zijn werk niet zal verwaarlozen en niet voor de derde of vierde keer hoeft te worden aangespoord. Met andere woorden: wanneer je iemand hebt die plichtsgetrouw is, iemand die betrouwbaar is. Ik geloof dat iedereen die voor iemand anders werkt er goed aan doet te beseffen dat als je ijverig en trouw bent en je werk doet als voor de Heere, je zeker een verkwikking voor je werkgever zult zijn. En naar alle waarschijnlijkheid zul je promotie krijgen. Als het bedrijf moet inkrimpen, zul jij in elk geval de laatste zijn van wie ze af willen. Een werkgever zou wel gek zijn om de betrouwbare mensen onder zijn personeel, onder zijn arbeidskrachten, weg te sturen, en meestal weet hij dat hij dan gek zou zijn. Misschien stuurt hij iemand weg die er al langer werkt, omdat die persoon niet zo ijverig of betrouwbaar is, en houdt hij iemand die er nog maar kort werkt, omdat die persoon betrouwbaar is. Betrouwbaarheid, trouw bij een dienaar, is werkelijk wat het meest vereist is.

Werken voor de Heere, niet voor mensen

Illustratie bij: Een christelijke slaaf werkt oprecht voor de Heere.

In het boek Kolossenzen schrijft Paulus aan mannen en vrouwen, kinderen en ouders, en dienaren en meesters. Paulus spreekt in Kolossenzen 3:22 en de daaropvolgende verzen tot de dienaren en zegt:

Kolossenzen 3:22

Slaven, wees in alles uw aardse heren gehoorzaam, niet met ogendienst als om mensen te behagen, maar oprecht van hart, in het vrezen van God.

Dat wil zeggen: in dit geval je menselijke meesters, in tegenstelling tot je Meester in de hemel.

Oogdienst betekent dat je werkt wanneer je in het oog wordt gehouden, wanneer er naar je gekeken wordt. Iedereen kent het wel: ‘De baas komt eraan; doe alsof je druk bezig bent.’ Nou, als je druk bezig bent, zul je er ook druk uitzien. Je hoort al druk bezig te zijn voordat de baas überhaupt komt opdagen. Het is niet de bedoeling dat je druk aan de slag gaat om indruk te maken op de baas wanneer hij je ziet. Als christen heb je andere motieven om bezig te blijven. Hij zegt dat je God vreest, en:

Kolossenzen 3:23-24

23En alles wat u doet, doe dat van harte, als voor de Heere en niet voor mensen, 24in de wetenschap dat u van de Heere als vergelding de erfenis zult ontvangen, want u dient de Heere Christus.

Hij zegt: ‘Jullie christelijke dienaren’ — en dit zullen slaven zijn geweest die christen waren in het Romeinse Rijk in de tijd van Paulus. Waarschijnlijk was minstens vijftig procent van de mensen in het Romeinse Rijk slaaf, en waarschijnlijk was binnen de gemeente een nog groter deel dan dat slaaf. Dat wil zeggen dat het christendom de rechtelozen meer aansprak dan de rijken. Als vijftig procent van de Romeinse bevolking slaaf was, dan zal het percentage slaven in de gemeente naar alle waarschijnlijkheid veel hoger zijn geweest, omdat Paulus zei dat niet veel aanzienlijken en niet veel grote mannen geroepen zijn. Het zijn de zwakke dingen en de mensen aan de rand van de samenleving die vaker tot Christus komen. Een zeer groot percentage van de gemeente in het Romeinse Rijk bestond dus uit slaven. Hij schrijft hier aan hen, zoals hij dat ook doet in andere passages in Efeze, Titus en op andere plaatsen.

Hij zegt:

Dienaren, gehoorzaam je meesters niet alleen als ze kijken. Gehoorzaam hen omdat je geweten je dat tegenover God verplicht. Heb ontzag voor God. Zie je dienst niet als dienst aan je meester, maar aan God, en God zal je belonen.

Slaven hadden niet veel recht op een beloning. Een meester kon heel gul zijn voor zijn slaven en hen belonen, maar de slaven konden daar geen aanspraak op maken of die opeisen. Als ze een gierige meester hadden, konden ze niet zomaar van werk veranderen. Ze waren eigendom. Ze konden niet gewoon ontslag nemen en beter werk zoeken, zoals wij dat tegenwoordig kunnen. Welke beloning zouden ze dus krijgen voor goed gedrag als ze geen meester hadden die hen zou belonen? Hij zegt dat je je beloning van God zult ontvangen als je je werk goed doet, als voor de Heere.

Het maakt niet uit wat voor werk je doet. Of het nu gaat om een situatie waarin je in dienst bent, een boodschap die je voor iemand anders doet, een boodschap die je overbrengt zoals Salomo zei, een taak voor school, of wat dan ook: wat je ook doet, je dient niet de persoon die je de opdracht heeft gegeven. Als christen dien je God, omdat de kwaliteit van je werk jouw getuigenis voor Jezus is. Goed werk leveren is daarom de belangen van Christus dienen.

Misschien vind je je werkgever niet eens aardig. Misschien heb je er zelfs een hekel aan dat je op je werk meer werk krijgt dan iemand anders, maar je werkt voor Jezus. Als je Jezus liefhebt, wil je het best mogelijke werk leveren. Je ziet het niet als iets wat je voor je werkgever of voor je meester doet. Je ziet het als iets wat je voor God doet. Daarom maakt het niet uit of de meester — je werkgever — kijkt of niet. Je weet dat je je leven altijd leidt onder het oog van Jezus en van God. Daarom zorgen je liefde voor Hem en je verlangen om Hem te behagen ervoor dat je onder alle omstandigheden het best mogelijke werk levert, zelfs wanneer niemand anders kijkt.

Het tegenovergestelde van een trouwe boodschapper, over wie Spreuken 25:13 spreekt, is natuurlijk een ontrouwe boodschapper. In Spreuken 13:17 zegt Salomo:

Spreuken 13:17

Een goddeloze bode vervalt in het kwaad, maar een betrouwbare gezant betekent genezing.

Er bestaat dus zoiets als een ontrouwe boodschapper. Hij zal zelf in moeilijkheden terechtkomen en hij zal ook anderen in moeilijkheden brengen.

In Spreuken 26:6 staat:

Spreuken 26:6

Wie boodschappen verzendt door de hand van een dwaas, snijdt zichzelf de voeten af en drinkt geweld in.

De dwaze of slechte dienaar of boodschapper zal dus zichzelf schade berokkenen, en hij schaadt ook zijn meester. Iemand die een dwaas op pad stuurt om een boodschap over te brengen, kan net zo goed zijn eigen voeten afhakken. Hij berokkent zichzelf ernstige schade. Dat is wat Salomo zegt.

Een dienaar niet belasteren bij zijn meester

Illustratie bij: Een dienaar wordt vals beschuldigd bij zijn heer.

Een goede dienaar zijn is overduidelijk de plicht van een goed mens die zich in een dienende positie bevindt. In hoofdstuk 30, vers 10, staat:

Spreuken 30:10

Belaster een slaaf niet bij zijn heer, anders zal hij u vervloeken en zult u schuldig zijn.

Wat betekent dit? Een dienaar bij zijn meester zwartmaken verwijst waarschijnlijk naar laster, of in elk geval naar het in een negatiever daglicht stellen van een verslag dat je over een dienaar aan zijn meester geeft. De dienaar is natuurlijk kwetsbaar voor de bestraffing en het misnoegen van zijn meester. Als je een meester dus boos maakt op zijn dienaar, berokken je die dienaar schade. En als de dienaar die schade eigenlijk niet verdient, ben jij schuldig. De dienaar zelf kan je vervloeken, en die vloek kan je inderdaad treffen, omdat je schuldig bent aan het berokkenen van schade aan een ander mens die toevallig in een positie verkeert waarin hij kwetsbaar is tegenover zijn meester.

In die samenleving was een dienaar een volkomen machteloos persoon. Hij kon geen beroep doen op de wet en kon niet zomaar weglopen uit een situatie waarin hij mishandeld werd. Hij zat vast. Een dienaar zat vast in zijn omstandigheden. Als je hem in diskrediet brengt, kan zijn meester maatregelen nemen die zijn leven ellendig maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de dienaar óf niet schuldig is, óf — als hij wel schuldig is — dat het iets is waar jij niets mee te maken hebt. Je maakt het hem alleen maar moeilijker om zijn leven onder zijn meester te leiden door hem valselijk of kwaadwillig te beschuldigen.

Die dienaar kan je vervloeken. Die dienaar is misschien geen christen. Misschien zegent hij niet gewoon degenen die hem vervloeken. Misschien vervloekt hij jou op zijn beurt, en dan verdien je dat. Er staat dat hij je kan vervloeken en dat jij schuldig bevonden kunt worden. Dat wil zeggen dat God misschien luistert naar de vervloeking die deze dienaar over je uitspreekt.

Wat hiermee wordt gesuggereerd, is dat de dienaar, die in die samenleving per definitie een machteloos individu is, in Gods ogen niet machteloos is. God merkt het onrecht op dat een dienaar wordt aangedaan. En als de dienaar om wraak roept, dan is dat nu juist Gods zaak.

Romeinen 12:19

Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe , Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

De dienaar kan zichzelf niet tegen vrije mensen verdedigen. Vrije mensen hadden in de samenleving meer rechten dan dienaren. Maar hij kan God aanroepen, en God kan hem in het gelijk stellen.

Onrecht verdragen als christen

Illustratie bij: Een christelijke huisslaaf verdraagt onverdiend onrecht.

Ik denk aan de situatie waarin christenen tijdens perioden van vervolging verkeren. In Bijbelse tijden waren ze niet in een positie om zichzelf te verdedigen. Dat kwam ten dele doordat Jezus zei dat ze de andere wang moesten toekeren, degenen moesten zegenen die hen vervloekten en goed moesten doen aan degenen die hen vervolgden. Daarom werd er vaak over hen heen gelopen, zoals mensen dat vaak zullen doen.

Mensen krijgen, in elk geval in het moderne Amerika, in een vrij land, vaak te horen: ‘Je moet nooit toestaan dat iemand over je heen loopt. Je moet ervoor zorgen dat je geen deurmat bent, want als je een deurmat bent, maken mensen gewoon misbruik van je.’ Daar zit waarheid in. Mensen zullen misbruik van je maken als je een deurmat bent. Maar vaak is het enige alternatief voor je als een deurmat te laten behandelen, dat je iets doet wat voor jou als christen geen optie is. Namelijk terugslaan, intimideren of iets anders doen waardoor mensen niet over je heen kunnen lopen.

Er zijn momenten waarop je eigenlijk niets anders kunt doen dan gaan liggen en over je heen laten lopen. Dat is wat Jezus deed. Hij liet hen Hem gewoon kruisigen. Petrus zegt in 1 Petrus, hoofdstuk 4, vers 19:

1 Petrus 4:19

Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.

In 1 Petrus, hoofdstuk 2 en 4, vinden we instructies die verband houden met waar deze spreuk waarschijnlijk over gaat. Ze zijn aan dienaren geschreven. Petrus zegt in 1 Petrus 2:18:

1 Petrus 2:18

Huisslaven, wees uw meesters met alle ontzag onderdanig, niet alleen hun die goed en welwillend zijn , maar ook die verkeerd handelen .

Dat wil zeggen: je lijdt terwijl je niets verkeerds hebt gedaan, maar je verdraagt het geduldig. Dat is prijzenswaardig in Gods ogen: je incasseert het onrecht eenvoudigweg.

1 Petrus 2:20

Want wat voor roem is er als u het geduldig verdraagt wanneer u zondigt en daarvoor slagen ontvangt? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat genade bij God.

Als je iets verkeerds doet en onder de gevolgen lijdt, verwacht dan niet dat God met je meevoelt. Wanneer je verkeerd handelt en daarvoor lijdt, krijg je wat je verdient. Maar als je het goede doet, het niet verdient om daarvoor te lijden en er toch voor lijdt, dan merkt God dat op.

En hij zegt in vers 21:

1 Petrus 2:21

Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;

Christus als voorbeeld in het lijden

Illustratie bij: Christus verdraagt het kruis zonder terug te dreigen.

Bedoelt hij dat alleen slaven ertoe geroepen zijn mishandeling geduldig te verdragen? Nee, het is de roeping van christenen in het algemeen. Zelfs christenen die geen slaven zijn, bevinden zich soms in een positie waarin andere mensen hen mishandelen. Misschien gaat het om mensen tegen wie ze zich lichamelijk of op eigen kracht zouden kunnen verdedigen, maar alleen door een compromis te sluiten of terug te slaan, en dat is ons verboden.

Dus wanneer tegen de slaaf wordt gezegd dat hij het geduldig moet verdragen, zelfs als hij onrechtvaardig lijdt door toedoen van een harde meester, zegt hij:

Want hiertoe zijn jullie geroepen, omdat ook Christus voor ons heeft geleden en ons een voorbeeld heeft gegeven, zodat jullie in Zijn voetsporen zouden treden.

Jezus leed onder onrecht. Hij keerde de andere wang toe, verdroeg het geduldig en zei:

Lukas 23:34

En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.

Er staat dat Christus voor ons heeft geleden. Sommige mensen leren dat Christus voor ons heeft geleden, zodat wij niet hoeven te lijden.

1 Petrus 2:24

Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.

Hij onderging het lijden, en wij werden gevrijwaard van lijden. Hij leed tenslotte in onze plaats. Als Hij in onze plaats leed, zouden wij niet hoeven te lijden, denken ze. Maar Petrus ziet het anders. Hij zegt dat Christus voor ons leed om ons een voorbeeld te geven dat wij moeten volgen, hetzelfde voorbeeld van geduldig lijden. Hij leed niet voor ons zodat wij niet zouden lijden. Hij leed voor ons zodat wij zouden lijden zoals Hij leed. Wij volgen Zijn voorbeeld in het lijden.

Er staat over Hem:

1 Petrus 2:22-23

22Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; 23Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;

Wat deed Hij dan? Hij vertrouwde Zichzelf toe aan Hem Die rechtvaardig oordeelt, dat wil zeggen aan God. Hij vertrouwde Zichzelf aan God toe.

Toen Jezus aan het kruis hing, zei Hij:

Lukas 23:46

En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.

„Ik word hier mishandeld, en Ik zou twaalf legioenen engelen hierheen kunnen roepen om al die mensen die Mij lastigvallen het hoofd af te hakken. Ik zou van dit kruis af kunnen komen en hun kunnen laten zien wie wie is en hoe de zaken ervoor staan, maar dat is niet wat Ik moet doen.

Johannes 18:11

Jezus dan zei tegen Petrus: Steek uw zwaard in de schede. De drinkbeker die de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?

en Ik vertrouw Mijn ziel eenvoudig aan God toe door te blijven doen wat Ik moet doen.”

Dat is wat Jezus deed. Tegen dienaren wordt gezegd:

1 Petrus 2:20

Want wat voor roem is er als u het geduldig verdraagt wanneer u zondigt en daarvoor slagen ontvangt? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat genade bij God.

omdat Jezus de mishandeling geduldig onderging en Hij ons een voorbeeld heeft gegeven om Zijn voetsporen te volgen.

Jezelf aan God toevertrouwen

Illustratie bij: Jezus vertrouwt Zijn geest aan de Vader toe.

Dit geldt niet alleen voor dienaren, want in 1 Petrus 4, vers 19, zegt hij:

1 Petrus 4:19

Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.

En hier heeft hij het over christenen in het algemeen, niet over dienaren, hoewel alle christenen in zekere zin dienaren zijn.

Dat is wat Jezus deed toen Hij leed. Hij dreigde niet. Hij vertrouwde Zichzelf aan God toe. Dat is wat iedereen die naar de wil van God lijdt, behoort te doen: vertrouw jezelf aan God toe. Hoe doe je dat? Door goed te doen. Met andere woorden, door geen vergelding te zoeken, door niet te doen wat verkeerd is en door te blijven doen wat goed is, precies datgene waardoor je lijdt.

Je lijdt omdat je doet wat goed is. Dus wat doe je? Stop je met doen wat goed is? Nee, je blijft doen wat goed is. Maar wie gaat er dan voor mij zorgen? Dat laat je in Gods handen. Je vertrouwt jouw zaak aan God toe door te blijven doen wat Hij zegt en te zeggen: „Goed, God, ik zal doen wat U zegt. U neemt de verantwoordelijkheid voor wat er met mij gebeurt.” Dat betekent het om jezelf aan God toe te vertrouwen.

Misschien merk je dat God je redt, en misschien ook niet. Soms hebben christenen geleden tot de dood erop volgde, en God heeft hen niet gered. In Openbaring 6 lezen we over zo’n groep mensen. Ze zijn als martelaren gestorven omdat ze rechtvaardig waren, en hun zielen worden onder het altaar in de hemel gezien. Ze vertrouwden het bewaren van hun zielen aan Hem toe, en ze stierven.

Jezus zei:

Lukas 23:46

En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.

en Hij stierf. Je zou kunnen denken: „Zodra ik mij aan God overgeef, zal God ingrijpen en mij redden. Hij heeft alleen maar gewacht tot ik mij zou overgeven. Nu heb ik dat gedaan. Nu gaat Hij mij redden.” Jezus gaf Zich over. Hij zei:

In Uw handen leg Ik Mijn geest, en Hij werd niet gered. Hij stierf. Door de opstanding werd Hij in het gelijk gesteld.

Zo zullen ook christenen vaak sterven wanneer ze zich aan God overgeven en zichzelf aan Hem toevertrouwen door goed te doen, of ze nu dienaren of andere christenen zijn. Maar terwijl ze blijven doen wat rechtvaardig is, vertrouwen ze door goed te doen het bewaren van hun zielen aan Christus toe.

God bewaart de zielen van martelaren

Illustratie bij: De zielen van martelaren veilig onder het hemelse altaar.

Openbaring 6:9 zegt:

Openbaring 6:9

En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden.

Ze vertrouwden hun zielen aan God toe door goed te doen. Waar zijn hun zielen? Hun zielen zijn nu in de hemel. Ze zijn veilig in bewaring. God neemt wat aan Hem wordt toevertrouwd en bewaart het.

Paulus zei dat in 2 Timotheus 1:12:

2 Timotheüs 1:12

Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.

Ik haal de twee brieven aan Timotheus door elkaar, omdat ze zoveel soortgelijk materiaal bevatten, maar ik denk dat het 2 Timotheus 1:12 is.

Paulus zegt:

Ik weet dat Hij kan bewaren wat ik Hem heb toevertrouwd.

Deze mensen vertrouwden het bewaren van hun zielen aan Hem toe, en ze stierven. Ze stierven als martelaren. Ze werden onthoofd. Ze werden gedood. Hij ziet hun zielen in de hemel onder het altaar, en er staat:

Openbaring 6:10-11

10En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? 11En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden.

Vlucht voor vervolging zonder compromis

Illustratie bij: Paulus blijft in Korinthe na het nachtelijke visioen.

Ze zeggen: „God, wij hebben hier onrecht geleden en we hebben de zaak aan U toevertrouwd.” Wat betekent dat? Het betekent dat we het aan U overlaten.

Om ons bloed te wreken. Hoelang gaat dat nog duren? Wij hebben niet geprobeerd het zelf te doen. Wij wilden onszelf niet wreken. Wij wilden zelfs onszelf niet redden als daarvoor een compromis nodig was. Mensen kunnen zichzelf redden als daarvoor geen compromis nodig is. Jezus zei:

Mattheüs 10:23

Wanneer ze u in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de andere, want voorwaar, Ik zeg u: U zult uw rondgang door de steden van Israël niet geëindigd hebben, voordat de Zoon des mensen gekomen is.

Dat is niet per se een compromis, tenzij God zegt: „Vlucht niet. Blijf hier.”

Toen Paulus in Korinthe werd vervolgd, verscheen Jezus aan hem en zei:

Handelingen 18:9-10

9En de Heere zei 's nachts door een visioen tegen Paulus: Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet, 10want Ik ben met u en niemand zal de hand aan u slaan om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.

Hem werd gezegd dat hij niet weg mocht gaan. Hij kon niet vluchten. Hij moest in die situatie op God vertrouwen. God zorgde voor hem, hoewel die zorg inhield dat hij geslagen en gevangengezet werd, enzovoort. Dat is God Die voor hem zorgt. Maar je zou hem natuurlijk nu eens moeten zien.

Christenen mogen zichzelf niet tegen vervolging en mishandeling beschermen als die bescherming vereist dat ze hun christelijke gedrag verloochenen en niet als Christus zijn. Als dat niet zo is, voel je dan vrij om jezelf zo goed mogelijk te beschermen zonder je christelijke principes te schenden. Maar als je óf je christelijke principes moet schenden óf moet lijden, lijd dan. Daarmee doe je dit:

1 Petrus 4:19

Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.

Dat is wat Petrus zegt dat ook dienaren moeten doen in situaties waarin ze meesters hebben die hen mishandelen.

Goed blijven doen bij mishandeling

Illustratie bij: Goed blijven doen onder een harde meester.

Als je op je werk te maken hebt met mishandeling door een werkgever, hoef je daar natuurlijk niet te blijven werken. Slaven hadden niet de mogelijkheid om van werkgever te veranderen. Daar hadden zij niets over te zeggen. Wij hebben meer vrijheid dan zij hadden. Maar er zijn situaties waarin we misschien leven onder een onderdrukkende regering die we niet kunnen veranderen, ook al hebben we iedere legitieme stap gezet die ons bekend is om verandering teweeg te brengen. Ik zeg niet dat dit zo is. Ik zeg alleen: stel dat dit gebeurt? Dat is de situatie van christenen in veel landen. Ze hebben geen enkele macht om de regering omver te werpen of naar een ander land te verhuizen. Wat moeten ze dan doen?

Blijf gewoon het juiste doen.

Kinderen, vrouwen of andere mensen die in situaties verkeren waaruit ze niet kunnen weglopen, moeten vaak belediging of een of andere vorm van mishandeling verdragen. En ze zijn niet werkelijk in een positie om weg te gaan. Kinderen kunnen niet zomaar van huis weglopen. Vrouwen kunnen en moeten, denk ik, soms een huis verlaten waar gevaarlijke mishandeling plaatsvindt. Ik denk dat dit deel uitmaakt van het liefhebben van hun man: ze laten zijn gedrag niet zomaar zonder gevolgen, want dat is niet goed voor de man of voor het gezin, vooral niet als er kinderen bij betrokken zijn. Soms moeten christenen uit liefde stappen zetten om voor iedereen een rechtvaardiger situatie tot stand te brengen.

Maar wanneer het eenvoudigweg een kwestie is van onrecht verdragen, wanneer je iets overkomt wat je niet prettig vindt, dan ben je als christen in die situatie gewoon als Jezus. Je dreigt niet. Je vergeldt mishandeling niet met mishandeling. Je vertrouwt jezelf gewoon aan God toe. Soms sterven mensen zelfs terwijl ze dat doen. Maar zelfs dan is het niet te laat, want:

2 Timotheüs 1:12

Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.

Dienaren in Bijbelse tijden bevonden zich in een zeer kwetsbare positie waarin ze mishandeld konden worden. Vaak werden ze mishandeld, en in dat opzicht verschilden ze eigenlijk niet zoveel van de rest van ons. Ze verschilden wel van velen van ons, want er is beslist een verschil tussen vrij zijn en slaaf zijn. Maar Paulus zei:

1 Korinthe 7:22

Wie namelijk als slaaf geroepen is in de Heere, is een vrijgelatene van de Heere. Evenzo is hij die als vrije geroepen is, een slaaf van Christus.

In zekere zin lijken alle omstandigheden dus op elkaar. We bevinden ons allemaal in situaties waarin we niet de volledige macht hebben over ons eigen welzijn en onze eigen veiligheid. Voor dienaren in die samenleving gold dat in het bijzonder als ze een onvoorspelbare, slechte of wrede meester hadden. Christelijke slaven kregen de opdracht zich aan zulke meesters te onderwerpen en de uitkomst gewoon aan God over te laten. Christenen moeten dat in allerlei omstandigheden doen, niet alleen slaven. Daarmee laten we dat onderwerp achter ons.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Proverbs: Servants and Masters. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…