Spreuken Vrienden en vijanden

Vrienden blijven trouw, vijanden krijgen liefde

1 uur 1 min · Lezing 25 van 34 ·

Tags

Schrijvers volgens vermelding of traditionele toeschrijving; Bij brieven zijn ook namen uit de aanhef en de schrijver van het dictaat opgenomen; dat betekent niet altijd mede-auteurschap. Bij Psalmen en Spreuken volgen de schrijvers het behandelde gedeelte. Onbekend betekent dat er geen naam vermeld is. Tijd volgt het gedeelte of de boekcontext. Gebieden en thema’s volgen de titel en samenvatting; gebieden kunnen ook symbolisch bedoeld zijn.
Testament
Boekcategorie
Tijdperiode van de inhoud

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/spreuken/vrienden-en-vijanden.pdf?v=87ea455aca68. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/spreuken/vrienden-en-vijanden.

Samenvatting

Ware vriendschap blijkt uit trouw en oprechte correctie, terwijl vijanden met liefde en goedheid behandeld moeten worden.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over vrienden, broers en zussen en vijanden. Hij legt uit dat ware vrienden trouw blijven in moeilijke tijden, welgemeende raad en zo nodig pijnlijke correctie geven, terwijl valse vrienden vooral hun eigen voordeel zoeken. Ook behandelt hij hoe roddel, herhaalde overtredingen, ongevoeligheid en financiële verplichtingen een vriendschap kunnen beschadigen. Tegenover vijanden moet je volgens hem niet lichtgelovig zijn of je over hun ongeluk verheugen, maar hen liefhebben, hun goeddoen en het oordeel aan God overlaten.

Gelijkwaardige relaties in Spreuken

Illustratie bij: Gelijkwaardige relaties zonder hiërarchie.

Welkom bij Vers voor Vers!

Vrienden en broers en zussen

Nu we kijken naar verschillende soorten menselijke relaties die in het boek Spreuken aan de orde komen, zijn we aangekomen bij vrienden en broers, vijanden en buren. Dat zijn de resterende categorieën die we nog niet hebben bekeken. We hebben gesproken over relaties tussen ouders en kinderen, tussen man en vrouw, tussen dienaar en meester, en tussen heerser en onderdaan. Dat zijn allemaal wat we hiërarchische relaties noemen. Het zijn relaties waarin er per definitie iemand is die gezag heeft en iemand die per definitie ondergeschikt is.

Maar niet alle relaties zijn zo. Veel relaties zijn gelijkwaardige relaties, waarin mensen op gelijke voet staan, in die zin dat van geen van beide partijen noodzakelijkerwijs wordt verwacht dat die zich aan de ander onderwerpt of gezag over de ander heeft. Ze moeten er samen uitkomen zonder het voordeel van een hiërarchie. Het lijkt misschien ironisch om hiërarchie een voordeel te noemen, want in onze samenleving vinden we hiërarchie niet eens wenselijk. We zijn zo onafhankelijk en zozeer gericht op de individuele rechten van de mens, dat we het weerzinwekkend vinden dat er van iemand per definitie verwacht zou worden dat hij zich aan iemand anders onderwerpt.

Maar eigenlijk maakt het de zaken gemakkelijker, zolang beide partijen doen wat ze behoren te doen, want geschillen kunnen dan gemakkelijk worden opgelost. Als één partij de beslissende stem uitbrengt, als één partij uiteindelijk de beslissing neemt, dan kan die partij uiteindelijk een besluit nemen wanneer er geen overeenstemming is. Dat geldt zelfs als die partij de andere partij raadpleegt en heel zorgvuldig rekening probeert te houden met de andere partij. Dan kunnen de zaken verdergaan.

Wanneer je geen hiërarchie hebt, zoals in de relaties die we hier bekijken, heb je een gelijkwaardige situatie. Dan is het niet altijd gemakkelijk om te weten wie de verantwoordelijkheid heeft om met zijn beslissing de doorslag te geven als er geen volledige overeenstemming is. Aan de andere kant bestaat er bij veel van deze andere soorten relaties niet zo’n grote verplichting om samen aan projecten te werken. Het kan gebeuren dat ze zulke dingen samen doen, maar dit zijn eenvoudigweg mensen met wie je moet zien op te schieten en tegenover wie je alle verplichtingen moet nakomen die passend zijn voor buren, broers of vrienden.

Niet alles wat over deze onderwerpen gezegd zal worden, zal diepzinnig zijn. Veel ervan is misschien wat we met ons gezonde verstand zelf ook wel zouden bedenken. Maar zo zijn de Spreuken nu eenmaal. Ze zijn gezond verstand — of misschien zou je zeggen: ongewoon verstand, want sommige mensen hebben niet eens gezond verstand. Misschien komt het minder vaak voor dan vroeger. Maar wijsheid verschilt eigenlijk niet zoveel van wat mensen in sommige tijden gezond verstand zouden noemen. Het kan dus zijn dat je niets nieuws leert wat je niet zelf had kunnen bedenken. Aan de andere kant hebben we deze dingen wel als onderwijzingen uit de Schrift. Misschien kende je er al veel van.

Ware vrienden en trouwe broers

Illustratie bij: Een vriend en broer blijven trouw in benauwdheid.

In Spreuken 17:17 staat:

Spreuken 17:17

Een vriend heeft te allen tijde lief, en een broeder wordt in benauwdheid geboren.

Over het algemeen bestaat er een natuurlijke trouw aan familieleden, al is dat niet altijd het geval. Er is vaak rivaliteit tussen broers en zussen, of zelfs vijandigheid tussen mensen die broer en zus zijn. Bij een broer denkt men doorgaans aan iemand die dicht bij je staat, iemand aan wie je trouw bent en iemand naast wie je zo nodig zou gaan staan om hem uit elke vorm van tegenspoed te redden. Toch maken de Spreuken heel duidelijk dat broers vaak niet zo’n relatie hebben. Soms hebben ze die wel, maar op andere momenten kan een vriend die geen familie is, dichterbij staan dan een broer, zoals we zullen zien.

In dit geval wordt er zowel over vrienden als over broers positief gesproken. Het is goed om iemand te hebben die altijd van je houdt. De meeste mensen zullen vriendelijk, liefdevol en rechtvaardig tegenover je zijn als jij goed voor hen bent, tenzij ze bijzonder onbehouwen zijn. Maar een vriend is iemand die je ook verdraagt wanneer je een slecht humeur hebt, wanneer je niet beminnelijk bent. Dat is in wezen de definitie van een vriend, en zo kom je erachter wie je vrienden zijn. Je weet nooit wie je vriend is totdat diegene niets bij jou te winnen heeft, of totdat het onaangenaam voor hem is om bij je te zijn. Op zulke momenten ontdek je wie werkelijk je vrienden zijn. Zelfs dan zullen ze van je houden.

Hij zegt:

Een broer is er voor je in moeilijke tijden. Dat betekent niet dat een broer geboren wordt om tegenspoed te veroorzaken, al loopt het soms wel zo. Je krijgt een broer zodat je, wanneer je in tegenspoed verkeert, een medestander hebt en niet alleen tegenover de tegenspoed staat. Een broer wordt geboren voor die dag waarop je iemand nodig hebt die naast je staat en je rug dekt.

Vrienden en broers worden hier bijna behandeld alsof het om gelijksoortige relaties gaat. Vrienden zijn niet altijd broers, en broers zijn niet altijd vrienden. Maar idealiter staan ze allebei naast je wanneer je lastig bent, wanneer je niet aangenaam bent en wanneer niemand anders je echt trouw zou blijven. Omdat iemand je vriend is, blijft hij bij je, zelfs wanneer je een slecht humeur hebt. Je broer is, volgens de vertaling die Gregg hier gebruikt, geboren met het doel je bij te staan in tegenspoed. Het loopt niet altijd zo, maar daarvoor wordt een broer geboren. Daarom geeft God je broers. Het is zodat je iemand hebt die in zekere zin per definitie je vriend hoort te zijn. Er zijn mensen die je vrienden zijn omdat ze ervoor kiezen je vrienden te zijn, en er is geen enkele reden waarom ze daartoe verplicht zouden zijn. Maar je broer hoort je vriend te zijn. Je broer is met dat doel geboren: om naast je te staan. Wanneer dat niet zo is, is dat natuurlijk tragisch en hartverscheurend.

Zorg voor broers en zussen in nood

Illustratie bij: Broers en zussen helpen familie in nood.

Maar dit zegt ons dat als je een broer of zus bent — en dit zou net zo goed gelden voor een zus als voor een broer — je onder andere geboren bent om je broers en zussen bij te staan wanneer zij in tegenspoed verkeren. De meeste mensen hebben dat besef. Iemand had aangeboden een zeer groot bedrag aan The Narrow Path te schenken. Diegene was van plan dat te doen, maar een familielid kreeg met een gezinscrisis te maken. Een ziek kind moest in het ziekenhuis worden opgenomen, enzovoort. Diegene zei: “Het spreekt vanzelf dat het geld dat we van plan waren te geven, zo nodig eerst beschikbaar moet zijn om het familielid te helpen.” Wat mij betreft spreekt dat natuurlijk vanzelf. Je hebt allereerst een verplichting tegenover je familie, en zelfs tegenover je geestelijke familie, je broeders en zusters in Christus.

Paulus zei in Galaten 6, vers 10:

Galaten 6:10

Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar vooral aan de huisgenoten van het geloof.

Daarmee bedoelt hij je christelijke broeders en zusters. Je moet iedereen helpen die in nood verkeert en die jij kunt helpen. Maar je hebt een bijzondere verplichting om je broeders en zusters te helpen. Dat zou, zo lijkt het, zowel gelden voor je christelijke broeders en zusters als voor je natuurlijke broers en zussen.

Je broer is geboren om een vriend voor je te zijn. Je zus is geboren om een vriendin voor je te zijn. Je vrienden die niet je broer of zus zijn, zijn niet met dat doel geboren, maar zij kunnen ervoor kiezen. Je mag je gelukkig prijzen als je zowel trouwe broers en zussen als trouwe vrienden hebt.

Mijn twee middelste dochters zijn nu 23 en 25. Ze zijn al vanaf hun kinderjaren elkaars beste vriendinnen, en dat zijn ze nog steeds. Ze wonen samen, hebben vergelijkbare banen in Los Angeles, en schrijven samen muziek en zingen samen. Het is moeilijk je voor te stellen dat een van hen trouwt, tenzij de mannen bij elkaar willen gaan wonen. Het is namelijk bijna onmogelijk je voor te stellen dat mijn dochters uit elkaar gaan. Ze horen bij elkaar als beste vriendinnen.

Dat is eigenlijk ook hoe wij het wilden toen we onze kinderen opvoedden. Een van de redenen waarom we hun thuisonderwijs gaven, was dat we vonden dat onze kinderen een hechtere band met elkaar zouden krijgen dan met mensen buiten het gezin. Ze hebben veel vrienden, maar ze zijn werkelijk onafscheidelijk van elkaar, al zijn ze dat niet noodzakelijk van al hun andere vrienden.

Broers en zussen zijn dus iets goeds. Mensen zeggen soms: “Ik wil maar één kind, zodat we het alle aandacht kunnen geven die een kind nodig heeft.” Nou, ik weet niet of een ouder alle aandacht kan geven die een kind nodig heeft. Ouders hebben ook andere dingen te doen. Maar een van de beste geschenken die ouders hun kind kunnen geven, zijn broers en zussen, lijkt mij. Dan krijgen kinderen niet alleen aandacht van hun ouders, maar ook aandacht van hun broers en zussen. Ze kunnen voor het leven iemand naast zich hebben. De ouders zullen vermoedelijk eerder sterven dan de kinderen, maar als de kinderen broers en zussen hebben, zullen die er nog steeds zijn.

Broers en zussen worden geboren om je te helpen wanneer je in tegenspoed verkeert. Daarom is het goed als ouders hun bestaande kinderen broers en zussen geven. Natuurlijk zegt de Bijbel dat het een zegen is om veel kinderen te hebben, maar niet als ze niet vriendelijk met elkaar omgaan. Broers en zussen moeten beseffen dat ze geboren zijn om elkaar te helpen wanneer ze in moeilijkheden verkeren.

Vriendschap beantwoorden met trouw

Illustratie bij: Vriendschap beantwoorden met trouw.

In hoofdstuk 18, vers 24, staat:

Spreuken 18:24

Een man die vrienden heeft, kan het slecht vergaan, maar soms is er een echte vriend die meer toegewijd is dan een broer.

In deze eerste regel:

In de Engelse vertaling die Gregg hier bespreekt, staat: ‘Wie vrienden wil hebben, moet zelf vriendelijk zijn.’ In die weergave staan een paar woorden die niet expliciet in het Hebreeuws voorkomen. Er staat daar heel beknopt:

Een man, vrienden, moet zelf vriendelijk zijn.

Sommige vertalingen hebben het zo weergegeven:

Als iemand vrienden wil hebben, moet hij zelf vriendelijk zijn. Dat zou kunnen zijn wat Salomo zegt: als je vrienden wilt hebben, wees dan vriendelijk.

De andere manier waarop het hier staat:

Wie vrienden wil hebben, moet zelf vriendelijk zijn, betekent dat als mensen vriendschap met je hebben gesloten, jij enigszins verplicht bent hun vriendschap te beantwoorden. Als mensen uit eigen beweging vriendelijk tegen je zijn geweest, zonder enige persoonlijke verplichting daartoe, en om welke reden dan ook gewoon je vrienden zijn, dan hoor jij werkelijk ook vriendelijk tegen hen te zijn. Je staat bij hen in het krijt.

Spreuken 18:24

maar soms is er een echte vriend die meer toegewijd is dan een broer.

Dat wijst natuurlijk op wat we al hebben gezegd: broers en zussen zijn niet altijd zo vriendelijk tegen elkaar als ze zouden moeten zijn. Een trouwe vriend kan uiteindelijk zelfs waardevoller en trouwer blijken dan iemand die in jouw familie geboren is. Al zou dat betekenen dat het familielid in zekere zin een verplichting verwaarloost, en dat gebeurt soms.

De trouwe wonden van een vriend

Illustratie bij: De trouwe terechtwijzing van een vriend.

In hoofdstuk 27, vers 6, staat:

Spreuken 27:6

Wonden door iemand die liefheeft, zijn tekenen van trouw, maar overvloedig zijn de kussen van een hater.

Met wonden worden hier naar ik aanneem geen lichamelijke verwondingen bedoeld. Maar als dat wel zo was, zou de gedachte zijn dat er een goede reden moet zijn wanneer je vriend je verwondt, ook al begrijp je die niet. Waarschijnlijk gaat het bij de wonden hier meer om emotionele verwondingen of terechtwijzingen, of om momenten waarop een vriend misschien iets moet doen waarvan jij echt niet wilt dat die vriend het doet. Maar als het een echte vriend is die je de wond toebrengt, doet hij dat voor jouw bestwil. Het getuigt van trouw. Het komt voort uit de loyaliteit van die vriend aan jou.

Ik kan me niet veel situaties voorstellen waarin een vriend je lichamelijk zou moeten verwonden. Al kan ik me voorstellen dat je om de een of andere reden niet meer in de hand te houden bent. Als je dronken bent of zo en op het punt staat jezelf of andere mensen iets aan te doen, en een vriend je alleen kan tegenhouden door je fysiek in bedwang te houden, zelfs zo ver dat hij je pijn doet, dan zou hij dat doen omdat hij je vriend is. Als een vriend zulke wonden toebrengt, doet hij dat omdat hij trouw is.

Vaak moet iemand die je vriend is iets doen wat jou niet bevalt en iets zeggen wat jou niet bevalt, terwijl de kussen van een vijand bedrieglijk zijn. Een kus is natuurlijk een teken van genegenheid. Maar als degene die je kust in werkelijkheid je vijand is, kun je beter een wond van een vriend krijgen dan een kus van een vijand, want je vijand smeedt werkelijk plannen tegen je. Natuurlijk denken we meteen aan Judas Iskariot, die Jezus met een kus verraadde.

De gedachte hier is dat je meer moet letten op de kwaliteit van iemands toewijding aan jou dan op zijn uiterlijke gedrag tegenover jou. Iemand die iets doet wat jou niet bevalt, kan in werkelijkheid je vriend zijn en misschien doen wat er voor jou gedaan moet worden.

Ik heb weleens verteld dat mijn zoon een paar jaar geleden zijn arm brak en dat het een tijd duurde voordat ze er op de spoedeisende hulp aan toekwamen om ernaar te kijken. Tegen de tijd dat ze hem enkele uren later eindelijk onderzochten, was zijn arm al begonnen te genezen, maar natuurlijk niet recht. Ze zouden hem opnieuw moeten breken, en dat zou heel pijnlijk zijn. Omdat mijn zoon minderjarig was, vroeg de arts me om toestemming om zijn arm opnieuw te breken. Mijn zoon had al die uren veel pijn gehad, en nu zou hij nog meer pijn krijgen als de arts zijn arm opnieuw brak. Het was een heel moeilijke beslissing.

Omdat mijn zoon een tiener was, kon ik met hem overleggen. Als hij twee jaar oud was geweest, zou het heel moeilijk zijn geweest, vooral omdat hij onmogelijk had kunnen begrijpen waarom het nodig was. Maar omdat hij een volwassen tiener was, konden we overleggen, en hij zei dat hij wilde dat ik dat deed. Dus gaf ik de arts toestemming om zijn arm te breken.

Maar als hij twee jaar oud was geweest en onmogelijk had kunnen begrijpen waarom ik deze arts toestemming gaf zijn arm te breken terwijl hij al zoveel pijn had, zou dat buitengewoon moeilijk zijn geweest. Toch zou ik het uit trouw hebben gedaan, omdat zijn welzijn me ter harte gaat. Ik wil niet dat hij de rest van zijn leven een kromme arm heeft.

Soms moet je iemands vriendschap niet beoordelen op de vraag of hij op dat moment iets doet waardoor jij je goed voelt, maar op de vraag of het iets is wat je nodig hebt, iets wat goed voor je zou zijn. Als iemand bij je aan het slijmen is maar niet echt een ware vriend is, moet je voor hem oppassen. Hoewel het op dat moment prettiger is wanneer iemand je kust dan wanneer iemand je verwondt, is een vriend die je verwondt beter dan een vijand die je gaat kussen, zegt Salomo.

Welgemeende raad uit het hart

Illustratie bij: Welgemeende raad uit het hart.

In hetzelfde hoofdstuk, hoofdstuk 27, vers 9, staat:

Spreuken 27:9

Olie en reukwerk verblijden het hart, zo is de genegenheid van iemands vriend, vanwege de hartelijke raad.

Ik weet niet zeker wat er precies met ‘welgemeende raad’ wordt bedoeld. Letterlijk staat er in het Hebreeuws ‘raad van de ziel’. Ik veronderstel dat het hier gaat om raad die uit het hart komt. Wanneer een vriend je welgemeende, weloverwogen raad geeft — niet het soort snelle raad dat zomaar bij iemand opkomt, maar raad van iemand die echt over jouw situatie heeft nagedacht — en zegt: ‘Dit is wat ik echt denk dat je zou moeten doen’, dan is dat volgens Salomo kennelijk als zalf en reukwerk die het hart verblijden.

Het is goed om met twee hoofden aan een probleem te werken, om nog een paar ogen ernaar te laten kijken en te horen: ‘Dit is wat ik zie.’ Wanneer je voor iets staat waarover je een moeilijke beslissing moet nemen en je raad nodig hebt, is het goed een vriend te hebben die er serieus over nadenkt. Iemand die niet zomaar snel een antwoord geeft dat hem meteen te binnen schiet, maar raad geeft vanuit zijn hart. Dat moet betekenen dat hij er serieus over heeft nagedacht en dat de raad uit zijn hart komt.

Vaak geven mensen advies waarvan ze denken dat je het wilt horen, omdat ze je vriend zijn. Vaak krijgen vrouwen, of mannen, het advies om uit hun huwelijk te stappen omdat ze er zo ongelukkig in zijn en hun vrienden hen graag gelukkig willen zien. Ze luisteren terwijl iemand alle problemen in zijn huwelijk opsomt, en dan zegt een vriend: ‘Waarom stap je niet gewoon uit dat huwelijk?’

Dat is gewoon een ondoordacht antwoord. Het is niet per se een antwoord waar diep over is nagedacht, en de gevolgen ervan zijn veel moeilijker dan je zou denken. Als je erover denkt uit een huwelijk te stappen, is dat altijd veel erger dan erin blijven. Niet altijd, maar meestal wel. Een problematisch huwelijk levert doorgaans niet zoveel problemen op als een problematische scheiding. Tenzij het huwelijk natuurlijk gevaarlijk is. Dan is het misschien een ander verhaal.

Vrienden geven vaak ondoordachte antwoorden, oppervlakkig advies dat zomaar bij hen opkomt. Maar wanneer iemand je werkelijk advies geeft waar goed over is nagedacht, dat zorgvuldig is overwogen en uit het hart komt, is dat misschien zoiets zeldzaams en goeds dat Salomo zegt dat het het hart verheugt zoals parfum dat doet. Het is een zoetgeurende reuk.

Vrienden die elkaar scherp houden

Illustratie bij: Vrienden scherpen elkaar als ijzer.

In hetzelfde hoofdstuk, hoofdstuk 27, vers 17, staat:

Spreuken 27:17

IJzer scherpt men met ijzer, zo scherpt een man het gezicht van zijn naaste.

Ik heb nooit precies geweten waarom de Engelse vertaling hier het woord ‘countenance’ gebruikt. Dat betekent ‘gezicht’, maar het Engelse woord ‘face’ kan volgens Gregg ook de snede van een bijl of een zwaard aanduiden. Het is dus als het scherpen van de snede van een zwaard of een bijl, het scherpen van een lemmet: je vriend kan jou scherpen.

Als een bijl of een zwaard niet scherp is, kan die natuurlijk niet volbrengen wat hij moet volbrengen. Het is een waardeloos werktuig, of een werktuig dat niet doelmatig is, of een wapen dat niet doelmatig is. Als je een doelmatig wapen wilt zijn, als je voor ieder goed werk goed toegerust wilt zijn, dan moet je van tijd tot tijd gescherpt worden. Zoals ijzer ijzer scherpt, zo kan je vriend jou scherpen.

Hij zegt niet echt hoe een vriend je scherpt, maar misschien heeft hij hetzelfde in gedachten als waar hij het in de eerdere verzen over had, in vers 6 en vers 9: het advies van je vriend, de wonden die je vriend toebrengt, zelfs het harde advies en de harde woorden die hij je geeft. Het schuurt, maar een vuursteen tegen het lemmet van een mes schuurt ook. Dat is het idee. Dat is wat ervoor nodig is.

Mensen worden niet per se altijd door zachte middelen gevormd. Soms zijn we door onze gewoonten en dergelijke op een bepaalde manier kromgegroeid en verhard. Wanneer iemand ons daar uiteindelijk mee confronteert, zijn we zo vast komen te zitten in een verkeerde manier van doen dat het geen gemakkelijke overgang is om hersteld, gescherpt en gecorrigeerd te worden. Wanneer iemand je dus verder probeert te vervolmaken door het advies dat hij je geeft, wordt dat soms als schurend ervaren. Het strijkt je tegen de haren in. Het voelt schurend, zoals ijzer dat ijzer scherpt.

Toen onze kinderen klein waren, lieten we hen zelfs in hun wiegjes naar cassettebandjes luisteren. Cd’s hadden we toen nog niet. Op die bandjes las iemand Spreuken voor, gewoon het boek Spreuken steeds opnieuw van begin tot eind. Ik heb nooit geweten hoeveel daarvan bleef hangen of zelfs maar hoeveel ze ervan begrepen. Dat veranderde toen mijn zoon Benjamin, die nu Ransom heet, vijf jaar oud was. Hij en ik zaten met zijn tweeën in een restaurant in Santa Cruz op ons ontbijt te wachten. Hij zat tegenover me, pakte mijn botermes en zijn botermes op en begon ze tegen elkaar te wrijven. Hij zei:

Zoals ijzer ijzer scherpt, zo houdt de ene vriend de andere scherp.

Ik stond versteld, want ik had niet beseft dat hij, zelfs door alleen die spreuk te horen, als vijfjarige het beeld van het scherpen van een mes zou hebben begrepen. Ik had het hem nooit uitgelegd, maar het was in zijn hoofd blijven hangen. Dit vers doet me altijd aan die gebeurtenis denken, al is dat geen noodzakelijk onderdeel van het onderwijzen ervan. Het is gewoon een nogal aandoenlijke herinnering van een vader.

Daar zijn vrienden voor. Vrienden moeten ervoor zorgen dat je niet zonder slag of stoot de verkeerde kant opgaat, en mogen niet toelaten dat je jezelf beschadigt zonder je in de weg te staan. Misschien beschadig je jezelf toch. Misschien beschouw je hen zelfs niet meer als je vrienden, juist omdat ze je geen toestemming geven om te doen wat je wilt doen. Maar als ze, om je ervan te weerhouden iets te doen wat schadelijk is voor jou of voor andere betrokkenen, het risico lopen jouw vriendschap te verliezen, zijn ze echte vrienden.

Als ze liever zien dat je overleeft, voorspoedig bent of geestelijk of anderszins tot bloei komt dan dat ze jou gunstig gestemd houden, zijn ze veel meer echte vrienden dan iemand die dat risico niet wil nemen. Zo iemand wil bij jou in de gunst blijven en zal je daarom niet vertellen wat je moet weten.

De invloed van verkeerde vrienden

Illustratie bij: Verkeerde vrienden leiden tot misdaad.

Er bestaan dus valse vrienden. In hoofdstuk 12, vers 26, zei Salomo:

Spreuken 12:26

De rechtvaardige gaat te rade bij zijn naaste, maar de weg van de goddelozen laat hen dwalen.

In het eerste hoofdstuk van Spreuken had Salomo zijn zoon gewaarschuwd geen metgezellen te kiezen die hem op het pad van de misdaad zouden brengen, en hem gezegd bij zulke metgezellen uit de buurt te blijven.

Een vriend zal je op een dwaalspoor brengen als hij goddeloos is. Dat wil zeggen, hij zal je tot het verkeerde soort gedrag brengen, omdat je inderdaad geneigd bent je vrienden na te doen, tenzij jij de alfawolf van de groep bent. Als jij degene bent die alle anderen nadoen, is dat een ander verhaal. Maar zelfs dan geldt: als al je vrienden een bepaalde kant op neigen en je bevriend met hen wilt blijven, zul je in zekere mate compromissen moeten sluiten. Anders zal de vriendschap niet voortduren, en misschien is dat wel het beste. Sterker nog, waarschijnlijk is dat het beste. Als je vrienden goddeloos zijn, kun je maar beter niet zulke vrienden hebben. Je kunt beter helemaal geen vrienden hebben dan zulke vrienden. Maar als je de behoefte voelt om bij je vrienden in de gunst te blijven en zij goddeloos zijn, zal dat je altijd in zekere mate hun kant op trekken.

Volgens de Engelse vertaling die Gregg gebruikt, moet een rechtvaardig mens zijn vrienden zorgvuldig kiezen. Hij moet ervoor zorgen dat hij geen vrienden kiest die hem negatief zullen beïnvloeden. In een andere spreuk staat:

Spreuken 22:24-25

24Ga niet om met een opvliegend man, en laat u niet in met een driftig iemand, 25anders raakt u gewend aan zijn paden en haalt u een valstrik over uzelf.

Het idee is dat je houdingen en gedrag overneemt van de mensen met wie je omgaat. Daarom kan iemand die rechtvaardig wil zijn en God wil volgen, maar beter goed opletten wat voor vrienden hij kiest. Hij moet ervoor waken dat hij geen goddeloze mensen kiest die hem zullen verderven.

Valse vrienden en de macht van geld

Illustratie bij: Valse vrienden volgen rijkdom en verlaten armoede.

In hoofdstuk 14, vers 20, zegt hij:

Spreuken 14:20

Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat, maar de vrienden van een rijke zijn talrijk.

Wat hij hier zegt, is dat niet alle mensen die wij vrienden noemen, echte vrienden zijn. Er is een ware vriend en er is een valse vriend. De man die je vriend is omdat je rijk bent, maar die je zou verachten als je arm was, is uiteraard niet werkelijk een vriend. Hij is iemand die de relatie voor zijn eigen gewin gebruikt. Daar is vriendschap niet voor bedoeld.

Een valse vriend is een opportunist. Hij zal je vriend zijn als je rijk bent. Een rijk man heeft veel van zulke vrienden. Maar een arm man heeft helemaal geen vrienden. Zelfs zijn broers verachten hem. Zelfs zijn eigen buurman schenkt hem geen aandacht. Waarom? Omdat zij niets aan hem kunnen verdienen. Een arm man heeft niets te geven. Daarom valt er niets te winnen door vriendschap met hem te sluiten, als je het soort mens bent dat vrienden zoekt die je lichamelijk of materieel verrijken. Zulke mensen bestaan. Ze zijn uiteraard niet werkelijk goede vrienden, en dat is wat hier wordt gezegd. Ze proberen op een oppervlakkige manier bij je in de gunst te komen om er zelf voordeel uit te halen.

In hoofdstuk 19, vers 4, gaat het om hetzelfde. Er staat:

Spreuken 19:4

Bezit voegt veel vrienden toe, maar een arme wordt van zijn vriend gescheiden.

Dat wil uiteraard zeggen: van een valse vriend. Iemand kan het gevoel hebben dat hij een vriend heeft wanneer het financieel goed met hem gaat. Maar zodra hij arm wordt, zodra hij bankroet gaat, blijven zijn vrienden ver bij hem vandaan. Dat laat natuurlijk zien dat je valse vrienden hebt gehad in plaats van echte vrienden.

In hoofdstuk 19, de verzen 6 en 7, staat:

Spreuken 19:6-7

6Velen trachten het gezicht van aanzienlijken gunstig te stemmen, en iedereen is een vriend van wie vrijgevig is. 7Alle broers van een arme haten hem, hoeveel te meer blijven zijn vrienden ver van hem! Achtervolgt hij hen met woorden, dan zijn zij er niet.

Hij zegt dat het moeilijk is ware vrienden te vinden die zelfs bij je blijven wanneer je arm bent. Zelfs je broers zullen aardiger tegen je zijn wanneer je geld hebt. Maar wanneer je helemaal geen geld hebt, zullen zelfs je broers ver bij je vandaan blijven. Hoeveel te meer de mensen die zich je vrienden noemden?

Het is duidelijk dat het woord ‘vriend’ in Spreuken op twee verschillende manieren wordt gebruikt. In de eerste verzen die we bekeken, ging het om vrienden die ware vrienden waren: ware vrienden die je trouwer aankleven dan een broer, ware vrienden die te allen tijde van je houden. Maar dan zijn er die andere zogenaamde vrienden, die je verlaten zodra het slecht gaat. Wanneer je op het toppunt van je populariteit bent, willen ze bij je op de surfplank staan. Maar zodra de golven wegzakken en jij in de modder zit, willen ze iemand anders zoeken met wie de omgang hun meer voordeel oplevert. Naast de echte vrienden die Salomo beschrijft, zijn er ook zulke valse vrienden.

Financiële verplichtingen tussen vrienden

Illustratie bij: Een onbezonnen handslag voor borgstelling.

Salomo noemt dingen die iemands vriendschappen in gevaar kunnen brengen. Als je vrienden hebt, moeten die vriendschappen onderhouden worden. Denk eraan:

Spreuken 18:24

Een man die vrienden heeft, kan het slecht vergaan, maar soms is er een echte vriend die meer toegewijd is dan een broer.

Je moet een goede vriend zijn. Als je wilt dat mensen een goede vriend voor jou zijn, moet jij een goede vriend voor hen zijn. Er zijn dingen die je kunt doen waardoor een goede vriendschap in gevaar komt, en die dingen moet je uiteraard vermijden.

In hoofdstuk 6 van Spreuken, de verzen 1 tot en met 3, zegt hij:

Spreuken 6:1-3

1Mijn zoon, als je borg staat voor je naaste, en je iets met handslag aan een vreemde bevestigt, 2ben je verstrikt in de woorden van je eigen mond, ben je in de woorden van je eigen mond gevangen. 3Doe dan dit, mijn zoon, en red je, want je bent in de greep van je naaste gekomen, ga, onderwerp je en dring bij je naaste aan.

In de Engelse vertaling die Gregg gebruikt, vraagt een vriend je om voor hem borg te staan; het Nederlandse citaat spreekt breder over een naaste en een vreemde. Het gaat om iemand die je vraagt medeondertekenaar te zijn, hem in feite jouw kredietwaardigheid en goede naam te lenen, omdat hij zelf niet zo’n goede naam heeft. Dat betekent het om borg te staan. Het betekent dat hij iemand nodig heeft die hem vertrouwt, maar zelf niet kredietwaardig is of dat vertrouwen niet heeft verdiend, terwijl iemand jou wel zal vertrouwen. Dus leen je hem jouw goede kredietwaardigheid en jouw goede naam. Salomo zei dat dit altijd een slecht idee is. Om te beginnen is het een slecht idee omdat jij waarschijnlijk uiteindelijk de rekening zult moeten betalen. De reden waarom hij jouw handtekening nodig had, is namelijk dat hij zelf niet kredietwaardig is. De reden waarom hij niet kredietwaardig is, is dat hij geen goede gewoonten heeft. Als hij betrouwbaar was, zou hij naar alle waarschijnlijkheid een goede kredietwaardigheid hebben. Tenzij hij natuurlijk voor het eerst een kredietverleden probeert op te bouwen, wat iedereen op enig moment in zijn leven doet. Het is dan het begin van zijn kredietverleden. Maar als iemand een slechte kredietwaardigheid heeft, of als een kredietverstrekker hem niet vertrouwt omdat hij niet kan aantonen dat hij kan betalen, dan is de reden waarom hij dat niet kan aantonen misschien wel dat hij niet kan betalen.

Die kredietverstrekkers weten werkelijk ergens iets van. Ze doen dit tenslotte voor hun beroep. Als zij denken dat iemand geen betrouwbare kredietnemer is, dan is die persoon dat waarschijnlijk ook niet. Dat komt niet doordat deze kredietverstrekkers volmaakt kunnen oordelen over iemands karakter of over zijn toekomstige welvaart. Maar deze kredietverstrekkers verdienen geld aan mensen die lenen, en daarom lenen ze graag geld uit. Als ze iemand geen geld willen lenen, komt dat waarschijnlijk doordat ze die persoon geen aanvaardbaar kredietrisico vinden. En als zij dat denken, hebben ze waarschijnlijk gelijk. Als die persoon geen aanvaardbaar kredietrisico is en jij jouw handtekening onder zijn schuld zet, zul jij die waarschijnlijk uiteindelijk moeten betalen.

Maar misschien is zelfs dat nog niet het ergste. Het gaat er misschien niet eens zozeer om dat je uiteindelijk wat geld kwijtraakt, maar dat de vriendschap daarna ongemakkelijk wordt. Iemand heeft eens gezegd: ‘Als je jouw vriend nooit meer wilt zien, leen hem dan geld.’ Vaak is het inderdaad zo dat iemand zich ongemakkelijk voelt wanneer je hem geld hebt geleend of iets hebt gedaan om hem uit een moeilijke situatie te redden. Hij weet dat hij je heeft teleurgesteld en dat hij bij je in het krijt staat. Het is voor hem gemakkelijker om tijd met iemand anders door te brengen dan met degene aan wie hij weet dat hij geld schuldig is. Het is namelijk ongemakkelijk om te proberen een relatie in stand te houden wanneer hij zich iedere keer dat ze samen zijn realiseert: ‘O ja, ik ben deze man geld schuldig. Ik heb bij deze persoon een schuld die ik nog niet heb betaald.’

Met andere woorden, Salomo zegt dat je niet in zo’n situatie met iemand terecht moet komen als je wilt dat hij je vriend blijft. Als je er wel in terechtgekomen bent, zei hij dat je eruit moet zien te komen als dat kan. Het spreekt voor zich dat dit niet altijd kan. Hij heeft het erover dat je naar je vriend toe moet gaan, jezelf moet vernederen en zeggen: ‘Luister, ik heb een fout gemaakt. Is er een manier waarop je dit kunt…?’ Kom onder deze verplichting uit. Misschien zal dat niet altijd mogelijk zijn, maar hij geeft aan dat je door je toezegging in de val bent gelopen en dat het beter is om zo’n toezegging om te beginnen niet te doen. Als je erin terechtgekomen bent en eruit kunt komen, als je toestemming van je vriend kunt krijgen, of toestemming van wie dan ook, om er op de een of andere manier onderuit te komen, doe dat dan. Want wanneer je voor iemand anders borg staat, zelfs voor een vriend, komen zowel de vriendschap als je financiën beslist in gevaar.

Roddels drijven vrienden uiteen

Illustratie bij: Een roddelaar scheidt goede vrienden.

In hoofdstuk 16, vers 28, staat:

Spreuken 16:28

Een verderfelijke man brengt ruzie teweeg, en een lasteraar maakt scheiding tussen de beste vrienden.

We hebben het over wat vriendschappen in gevaar brengt. Iets wat vriendschappen in gevaar brengt, is een fluisteraar, een roddelaar, iemand die jou een verhaal over je vriend doorvertelt. De Engelse vertaling die Gregg gebruikt, spreekt hier van een ‘fluisteraar’. Dat duidt volgens hem iemand aan die niet openlijk voor zijn verhaal wil instaan. Hij zou het hardop zeggen als het iets was waarvan hij bekend wilde staan als degene die het verspreidde. Het is iets roddelachtigs en negatiefs. Hij wil niet dat iemand anders weet dat hij het jou vertelt.

Dit soort verhalen is erop gericht je achterdochtig te maken tegenover degene over wie wordt gefluisterd. Degene die tegen jou roddelt, probeert ervoor te zorgen dat jij negatief denkt over degene over wie hij roddelt. Als die persoon jouw vriend is, probeert hij een wig te drijven tussen jou en die vriend. Waarom zou hij dat willen doen? Dat hangt ervan af. Niemand weet het totdat we elk geval afzonderlijk bekijken. Maar er zijn beslist momenten waarop mensen jaloers zijn op een vriendschap die jij met iemand anders hebt en zelf de plaats van die persoon willen innemen. Ze doen alles wat ze kunnen om die persoon er in jouw ogen slecht uit te laten zien, zodat jij in plaats daarvan bij deze nieuwe persoon wilt zijn.

Trouwens, zelfs als je je zou afkeren van de vriend over wie hij tegen je fluistert, waarom zou je dan bevriend willen zijn met de fluisteraar? Waarschijnlijk doet hij het omdat hij weet dat mensen graag roddels horen. Er is een spreuk die zegt:

Spreuken 18:8

De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen, die dalen af in de schuilhoeken van zijn binnenste.

Soms is het een smakelijk hapje om roddels over iemand te horen. We zouden allemaal zeggen dat we een afkeer hebben van roddels. We hebben er vooral een afkeer van als ze over ons gaan, of over iets wat ons niet interesseert. Maar als ze over iemand gaan die we interessant vinden, vinden we ze eigenlijk best aangenaam.

De roddelbladen slagen er naar ik aanneem in om veel kranten te verkopen. Ze moeten veel geld verdienen, anders zouden ze niet al zo lang bestaan. En ze gaan alleen maar over roddels. Er moeten dus veel mensen zijn die van roddels houden en het heel interessant vinden om te horen over alle moeilijkheden waarin iemand anders verkeert, alle fouten die hij maakt of alle zonden die hij begaat. En iemand die zo fluistert, probeert de relatie tussen de luisteraar en degene over wie wordt gefluisterd te ondermijnen. Dit is eigenlijk niet zozeer een waarschuwing tegen fluisteren, maar tegen het luisteren naar fluisteraars. Je moet beseffen dat iemand die roddelt waarschijnlijk probeert een vriendschap te beschadigen. Als je die vriendschap waardevol vindt, luister dan niet meer. Laat die persoon je vriendschap niet ondermijnen. Luisteren naar roddels brengt vriendschappen in gevaar.

Een overtreding bedekken uit liefde

Illustratie bij: Liefde bedekt de overtreding.

In hoofdstuk 17, vers 9, staat:

Spreuken 17:9

Wie de overtreding toedekt, zoekt liefde, maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden.

Een overtreding bedekken betekent dat je vriend iets kwetsends heeft gedaan, maar dat je het bedekt in plaats van eropuit te gaan en erover te fluisteren of roddelen. Je beschermt zijn reputatie, ook al heeft hij iets gedaan wat zijn reputatie zou kunnen beschadigen als het bekend werd. Je dekt hem. Je staat achter hem. Je zorgt ervoor dat andere mensen er niet van horen en je bespaart hem gezichtsverlies. Dat is iets wat een vriend doet. Maar wie de zaak herhaalt, wie eropuit gaat en er met iemand anders over praat, drijft vrienden uit elkaar, net als de fluisteraar. Degene die de zaak herhaalt, is heel mogelijk zelfs aan het fluisteren en is dezelfde persoon als die fluisteraar die eerder in hoofdstuk 16 werd genoemd.

Natuurlijk zou ‘de zaak herhalen’ ook kunnen betekenen dat de overtreder de overtreding herhaalt en het opnieuw doet. Dat wil zeggen: iemand heeft tegen jou overtreden en jij hebt het bedekt en vergeven, maar dan herhaalt hij het. Hij doet het opnieuw. Dat zou een andere manier zijn om hiernaar te kijken. Maar volgens mij heeft hij het in werkelijkheid over twee verschillende manieren om te reageren op de overtreding die iemand anders tegen jou heeft begaan. De ene is om die te bedekken. De andere is om die te herhalen, dat wil zeggen, er met andere mensen over te spreken.

Borg staan schaadt de vriendschap

Illustratie bij: Borg staan drijft vrienden uiteen.

Dan staat er in hoofdstuk 17, vers 18:

Spreuken 17:18

Een mens zonder verstand bevestigt iets met handslag en stelt zich borg voor zijn naaste.

Dat lijkt sterk op wat we in hoofdstuk 6, vers 1 tot en met 3 hebben gezien. Borg staan voor een vriend is geen goed idee. Iemand die dat doet, heeft geen verstand. Het kan ertoe leiden dat er een wig in de vriendschap wordt gedreven.

Een jonge man die bevriend is met mij en met mijn ouders, vroeg mijn ouders ooit om zich samen met hem borg te stellen voor een lening, omdat hij een vleugel wilde kopen. Hij is pianist en had thuis geen piano. Blijkbaar had hij ergens een goede aanbieding gevonden, maar hij was niet kredietwaardig. Daarom vroeg hij mijn ouders om ervoor te tekenen. Mijn ouders deden dat niet, dus kreeg hij de vleugel niet. Maar tientallen jaren later zijn ze nog steeds vrienden.

Als ze wel samen met hem hadden getekend, zou dat anders zijn geweest. Deze man heeft in de afgelopen tien jaar naar ik meen dertig banen gehad. Het zal wel niet moeilijk zijn om een baan te krijgen. Ik neem aan dat hij ze via uitzendbureaus krijgt, maar het is in elk geval moeilijk voor hem om een baan te houden. Hij verkeert altijd in een financiële crisis. Als zij ervoor hadden getekend, hadden ze dus waarschijnlijk voor vele duizenden dollars een piano voor hem gekocht. En hij zou zich in hun gezelschap waarschijnlijk wat ongemakkelijker voelen dan nu. Het is beter dat ze niet borg zijn gaan staan. Dat is niet verstandig. Iemand die dat doet, heeft geen verstand.

Nogmaals, dat komt niet zozeer doordat mijn ouders failliet zouden zijn gegaan als ze voor hem een piano hadden gekocht. Als ze de piano hadden gekocht, zou die vier jaar geleden al afbetaald zijn geweest. Nu zouden ze de financiële druk daarvan niet meer voelen. Maar misschien hadden ze nog steeds een probleem in de vriendschap. Niet omdat zij het hem noodzakelijkerwijs kwalijk zouden nemen, maar omdat hij dit op zijn geweten zou hebben: deze mensen hebben veel geld moeten betalen voor zijn dwaasheid. Daarna is het moeilijk om iemand in de ogen te kijken. Misschien breng je liever tijd met iemand anders door dan dat je de mensen onder ogen komt die dat voor je hebben gedaan, als je het zelf niet kunt rechtzetten. Borg staan voor vrienden drijft hen inderdaad uit elkaar.

Trouwe en tactvolle vriendschap

Illustratie bij: Salomo ontvangt de trouw van zijn vaders vriend Hiram.

In hoofdstuk 27, vers 10, zei Salomo:

Spreuken 27:10

Verlaat uw vriend en de vriend van uw vader niet, ga het huis van uw broer niet binnen op de dag van uw ongeluk. Beter een buur die nabij is, dan een broer ver weg.

Het klinkt alsof hij zegt dat er momenten zijn waarop je door een ramp wordt getroffen en zelfs je broer je niet zal willen helpen. Hij zou het wel moeten doen. Daarvoor is hij geboren. Een broer is geboren voor tijden van tegenspoed, maar dat betekent niet dat hij zijn roeping waardeert of die serieus zal nemen.

Naar een broer gaan die misschien in feite niet om je geeft, zal daarom niet altijd de oplossing zijn. Maar jouw vriend en de vrienden van je vader — met andere woorden, langdurige vriendschappen die generaties omspannen — kunnen soms betrouwbaarder zijn dan alleen maar broers of zussen. Als je vader bevriend was met deze persoon en jij ook met die persoon bevriend bent geweest, dan heeft die vriendschap een lange geschiedenis waarop je kunt rekenen. In sommige gevallen kun je daar beslist meer op rekenen dan op je broers en zussen.

Salomo kan, toen hij dit schreef, heel goed Hiram, de koning van Tyrus, in gedachten hebben gehad. Hiram was een vriend geweest van David, de vader van Salomo, en had veel van de bouwmaterialen voor de tempel geleverd. Toen David stierf en Salomo koning werd, hielp Hiram hem door een groot aantal arbeiders te sturen om hem te helpen de tempel te bouwen, enzovoort. Dit is een vriendschap tussen generaties. En zo kan iemand die al lange tijd een vriend van de familie is, in tijden van rampspoed zelfs beter zijn dan familie.

In hetzelfde hoofdstuk staat in Spreuken 27:14:

Spreuken 27:14

Wie zijn vriend 's morgens vroeg met luide stem zegent, wordt het als een vervloeking aangerekend.

Wat betekent dat? Het betekent dat als je je broeder zegent op een manier die hem ergert, je hem niet zegent. Het idee hier is dat je probeert iemand tot zegen te zijn. Je zegt met luide stem vroeg in de ochtend: „God zegene je”, terwijl die man liever zou slapen. Je ergert hem door hem te zegenen.

Er kunnen allerlei manieren zijn waarop hetzelfde principe van toepassing is. Je dringt dan je zegeningen, je vriendelijkheden en je gunsten op aan iemand die daar helemaal niet om vraagt en ze niet wil, en wiens leven alleen maar ingewikkelder wordt door jouw betrokkenheid op de gebieden waarop je hem probeert te zegenen. Het wordt eerder als een vloek beschouwd. Het idee is dat als je iemand wilt zegenen, gevoeligheid net zo belangrijk is als goede bedoelingen. Dat is waarschijnlijk een manier om deze spreuk samen te vatten. Gevoeligheid voor wat werkelijk een zegen voor die persoon zal zijn, is belangrijker dan het feit dat je van plan was hem te zegenen, terwijl je hem in feite ergert. Dat zijn dingen die vriendschappen in gevaar brengen.

Ook een vijand is je naaste

Illustratie bij: De Samaritaan wordt de naaste van een vijand.

Naast vriendschappen zijn er vijanden. Er bestaat vijandschap tussen partijen, en Spreuken zegt enkele dingen over die relaties. Ook met vijanden heb je trouwens een relatie. Het zijn negatieve relaties, maar vijanden zijn wel je naasten. Wanneer de Bijbel zegt:

Leviticus 19:18

U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

maakte Jezus duidelijk dat sommige van je naasten vijanden zijn. Daarom moet je ook je vijanden kunnen liefhebben, want de opdracht om je naaste lief te hebben kent geen beperking.

Toen Jezus eens zei:

Heb je naaste lief als jezelf, zei iemand:

Lukas 10:29

Maar hij wilde zichzelf rechtvaardigen en zei tegen Jezus: Wie is mijn naaste?

Hij hoopte dat daarvan een nogal beperkte definitie zou worden gegeven, maar Jezus stelde hem teleur en gaf hem een nogal ruime definitie. Hij vertelde hem het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Daarin viel een Joodse man in de handen van rovers en werd hij niet geholpen door een van zijn landgenoten, maar door een Samaritaan. Dat was iemand tegenover wie de Joden doorgaans zeer vijandige gevoelens koesterden en met wie ze een zeer slechte verhouding hadden. De Samaritaan was een vijand. Niet zozeer een militaire vijand, want de Joden hadden niet echt oorlog tegen hen gevoerd, maar ze haatten elkaar. Ze waren als buren die elkaar gewoon haten.

De Samaritaan was degene die de man hielp die in de handen van rovers was gevallen. De man die had gezegd:

Nou, wie is mijn naaste?

kreeg op deze manier antwoord. Jezus antwoordde met een vraag. Hij zei:

Lukas 10:36

Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was?

De man zei:

Lukas 10:37

En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo.

Jezus zei:

Ga jij dan hetzelfde doen.

Dus „heb je naaste lief” omvat „heb je vijand lief”.

Vijanden zijn met een reden in ons leven. Het zijn relaties waarmee wij moeten omgaan. Het zijn moeilijke relaties om mee om te gaan. Het kunnen zelfs mensen uit ons eigen huisgezin zijn die zich tot vijanden hebben gemaakt. Je kunt eigenlijk niet van tevoren zeggen wie je vijanden zullen worden, want het is niet altijd zo dat je iets hebt gedaan waardoor ze je vijanden zijn geworden. Als je dat natuurlijk wel hebt gedaan, kun je misschien voorspellen dat ze je vijanden zullen zijn, omdat jij je slecht tegenover hen hebt gedragen. Maar soms gedraag je je niet ellendig tegenover mensen en besluiten ze toch dat jij op hun lijst komt te staan van mensen die ze haten.

God behagen en vrede met vijanden

Illustratie bij: Vredestichten met vroegere vijanden.

In Spreuken 16:7 staat echter:

Spreuken 16:7

Als de HEERE behagen schept in iemands wegen, zal Hij zelfs zijn vijanden vrede met hem doen sluiten.

Bedenk wat de Spreuken wel en niet zijn. Het zijn geen garanties. Het zijn geen beloften. Het zijn waarnemingen en algemeenheden. Mensen die je vijanden zijn, kunnen voor je gewonnen worden als jij handelt op een manier die de Heere behaagt. De Heere kan ervoor zorgen dat ze in vrede met je leven, als je de wegen van verzoening kent, als je de wegen van vrede kent.

Een van de dingen die de Schrift over de goddelozen zegt, is dat zij de weg van de vrede niet kennen. In Romeinen hoofdstuk 3 staat:

Romeinen 3:17

en de weg van de vrede hebben zij niet gekend.

Er zijn wegen van vrede. Er zijn manieren om je te gedragen die verzoenend zijn. Er zijn manieren die de bediening van de verzoening bevorderen waarover Paulus in 2 Korinthe 5 spreekt. Jezus zei:

Mattheüs 5:9

Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.

Wanneer iemand de Heere behaagt, wat behaagt God dan? Onder andere dat je je vijanden liefhebt en goeddoet aan wie je vervolgen en dergelijke. Dat zijn dingen die de Heere behagen. Ook als je eenvoudigweg in het algemeen een goed mens bent en een leven leidt dat de Heere behaagt, zullen je vijanden er in veel gevallen uiteindelijk van overtuigd raken dat het verkeerd is om je te haten. Ze kunnen namelijk na verloop van tijd zien dat er werkelijk niets slechts aan je is.

Het idee hier is dat je je geen zorgen moet maken over wat je vijanden denken. Je moet je zorgen maken over wat God denkt. Behaag de Heere en vrees je vijanden niet. God kan je tegen hen beschermen. God kan verzoening tussen jou en hen tot stand brengen. Je moet naar zo’n verzoening streven, omdat dat de Heere behaagt. Maar het voornaamste is eenvoudigweg dat je je erop richt God te behagen. Je hoeft je er niet op te richten iedereen te behagen. Je kunt niet iedereen behagen. Soms hebben mensen van hun ouders te horen gekregen: „Je kunt niet iedereen behagen, dus behaag gewoon jezelf.” Dat is het verkeerde antwoord. Je kunt zelfs jezelf niet altijd behagen, en je kunt niet iedereen behagen. Het is nooit juist om daar je prioriteit van te maken. Je prioriteit moet zijn de Heere te behagen, of dat nu anderen behaagt of jou behaagt of niet. God behagen is de juiste weg, en vaak zal dit de verzoening met je vijanden tot stand brengen die je anders niet tot stand had kunnen brengen. Vrees je vijanden dus niet, maar vrees God. Behaag de Heere en laat Hem voor jou met je vijanden afrekenen.

Vijanden liefhebben zonder ze te vertrouwen

Illustratie bij: Een vijand liefhebben zonder zijn kus te vertrouwen.

In hoofdstuk 27, vers 6, staat:

Spreuken 27:6

Wonden door iemand die liefheeft, zijn tekenen van trouw, maar overvloedig zijn de kussen van een hater.

Je moet je vijanden dus niet alleen niet vrezen, maar je moet hen ook niet vertrouwen. Soms zullen mensen met een heel gekwetste toon tegen je zeggen: „Je vertrouwt me niet.” Ze willen dat je bevestigt dat je hen wel vertrouwt. Als je hen inderdaad vertrouwt, kun je dat bevestigen. Maar ze laten het werkelijk klinken alsof jij iets verkeerd doet als je hen niet vertrouwt. Alsof je je moet schamen wanneer je hen niet vertrouwt. Hoe kun je hen nu niet vertrouwen?

Je bent niet verplicht mensen te vertrouwen. De Bijbel zegt nergens dat het een deugd is om mensen te vertrouwen. Er staat zelfs:

Jeremia 17:5

Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens, en die een schepsel tot zijn arm stelt, terwijl zijn hart van de HEERE afwijkt.

En de Bijbel zegt:

Psalmen 118:9

Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen dan op edelen te vertrouwen.

Er zijn veel plaatsen waar de Bijbel zegt dat het eenvoudigweg geen goed idee is om mensen te vertrouwen. Als iemand je vriend, je moeder, je broer of zus of iets dergelijks is, dan verwacht diegene natuurlijk dat je hem of haar vertrouwt. Als die persoon werkelijk een vriend is en werkelijk eerlijk is, dan moet je hem vertrouwen, omdat hij dat vertrouwen verdient. Maar daar gaat het nu juist om: vertrouwen is iets wat verdiend moet worden.

Als je iemand vertrouwt die geen vertrouwen heeft verdiend, doe je niet iets deugdzaams. Je bent dan lichtgelovig. Lichtgelovigheid is niet een van de dingen die de Bijbel aanbeveelt. Veel mensen denken dat christenen, omdat wij geloof hebben, gewoon lichtgelovig zijn. Nee, de Bijbel verbiedt ons juist lichtgelovig te zijn. De Bijbel zegt:

1 Thessalonicenzen 5:21

Beproef alle dingen, behoud het goede.

De Bijbel zegt ons dat we op onze hoede moeten zijn voor valse profeten en niet elke geest moeten geloven. Er zijn valse profeten in de wereld. Het is niet de bedoeling dat we lichtgelovig zijn. Het is niet de bedoeling dat we iedereen vertrouwen. Het is de bedoeling dat we bedachtzaam en oprecht zijn. Jezus zegt:

Mattheüs 10:16

Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.

Een vijand vertrouwen is dus niet deugdzaam. Je vijand liefhebben is wel deugdzaam, maar liefde en vertrouwen zijn niet hetzelfde. Liefde betekent dat je hem niets kwaads toewenst. Liefde betekent dat je zo nodig je leven voor hem zou afleggen, als dat voor hem nodig was. Maar het betekent niet dat je hem gaat vertrouwen terwijl je hem de rug toekeert. Je moet nog steeds voor hem op je hoede zijn, omdat hij per definitie een vijand is. Dat is de persoon over wie we het hebben. Vertrouw iemand die je haat niet, zelfs niet als hij je kust.

We hadden het in een eerdere les over de gierigaard die je uitnodigt om bij hem te komen eten. Hij zegt:

Eet en drink, maar zijn hart is niet bij je. Hij is een gierigaard. Hij is niet vrijgevig. Hij kan niet vrijgevig zijn. Hij is geen vrijgevige man. Hij heeft iets achter de hand. Vertrouw niet alleen op uiterlijke betuigingen van vriendschap en liefde, want een vijand kan al die uiterlijke blijken vertonen en toch nog steeds een vijand zijn. Vertrouw een vijand dus niet.

Niet juichen om de val van een vijand

Illustratie bij: Niet juichen wanneer een vijand valt.

Veracht een vijand ook niet. In hoofdstuk 24, vers 17 en 18, staat:

Spreuken 24:17-18

17Verblijd u niet als uw vijand valt, en laat uw hart zich niet verheugen als hij struikelt, 18anders zou de HEERE het zien en zou het slecht zijn in Zijn ogen, en zou Hij Zijn toorn van hem afwenden.

Als je een vijand hebt en jij bent de goede en je vijand is de slechte, dan is Gods toorn tegen je vijand gericht. Maar als hij struikelt en jij je daarover verheugt, dan kan God Zijn toorn van die man afwenden. Met andere woorden, God houdt misschien op met hem te straffen, alleen maar om jou te straffen, omdat je de verkeerde geest hebt. Het is niet de bedoeling dat je je verheugt over het onheil dat zelfs een vijand treft.

Natuurlijk kunnen we ons verheugen wanneer God ons bevrijdt. Toen de Israëlieten zagen dat het Egyptische leger in de zee verdronk, verheugden ze zich. Niet zozeer uit wrok tegen de Egyptenaren, maar omdat ze zich erover verheugden dat ze nu voor het eerst in honderden jaren vrij waren, dat ze nu een vrij volk waren. Dat is iets om te vieren. Dat de Egyptenaren stierven, hoefde geen onderdeel van hun vreugde te zijn. Stel dat de Egyptenaren gewoon aan de andere kant van de zee waren blijven steken. Als geen van hen de Israëlieten de zee in was gevolgd en verdronken, maar de Israëlieten wel merkten dat ze voorgoed vrij waren, dan zouden ze zich volgens mij evenzeer hebben verheugd.

Ik denk niet dat het strikt genomen wrok tegen de Egyptenaren was, al weet ik zeker dat ze niet veel liefde voor de Egyptenaren voelden. Het punt is dat ze zich niet zozeer verheugden omdat hun vijanden leden, maar omdat ze zelf bevrijd waren. Soms gebeuren die dingen tegelijkertijd. Het is zeker aanvaardbaar om je erover te verheugen dat er recht is gedaan en dat de rechtvaardigen in het gelijk zijn gesteld, enzovoort. Maar vijandigheid tegenover je vijand koesteren, hem verachten en het tragische van zijn ondergang niet zien omdat je hem haat, is uiteraard geen houding die God behaagt.

Goeddoen aan wie je vijandig gezind is

Illustratie bij: Elisa laat vijandelijke soldaten voeden.

In hoofdstuk 25, vers 21 en 22, staat:

Spreuken 25:21-22

21Als iemand die u haat, hongerlijdt, geef hem brood te eten, en als hij dorstig is, geef hem water te drinken, 22want zo zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen, en de HEERE zal het u vergelden.

Dit is dus je vijand, niet je vriend en niet een vreemde. Dit is iemand die openlijk je tegenstander is. Als je vijand honger heeft, geef hem dan brood. Als hij dorst heeft, geef hem water te drinken, want zo zul je vurige kolen op zijn hoofd hopen, en de Heere zal je belonen.

Dit gebeurde toen Elisa in de stad Dothan was en de Syriërs kwamen om hem gevangen te nemen. Hij sloeg hen met blindheid zonder hun pijn te doen en leidde hen vervolgens naar de koning, die hen gevangen kon nemen. De koning wist niet wat hij moest doen toen hij al die blinde soldaten van de vijand naar zich toe zag komen. Hij zei:

2 Koningen 6:21

Toen hij hen zag, zei de koning van Israël tegen Elisa: Zal ik hen doden? Zal ik hen doden, mijn vader?

Elisa zei:

2 Koningen 6:22-23

22Maar hij zei: Dood hen niet! Zou u hén doden die u met uw zwaard en met uw boog gevangengenomen hebt? Zet hun brood en water voor, dan kunnen zij eten en drinken en terug gaan naar hun heer. 23Hij bereidde daarop een grote maaltijd voor hen, en zij aten en dronken. Daarop stuurde hij hen terug en gingen zij naar hun heer. En de benden van de Syriërs kwamen niet meer in het land Israël terug .

Dit zijn je vijanden. Hij zei:

Wees gastvrij voor hen en stuur ze daarna weer terug.

Dat deed hij, en daarmee was de oorlog voorbij. De vriendelijkheid die hij deze vijandelijke soldaten betoonde, maakte een einde aan de vijandelijkheden, ontzenuwde ze, en de koning van Syrië trok zich volledig uit de strijd terug.

Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten. Dat heeft Jezus zeker gezegd. Hij zei in Mattheüs, hoofdstuk 5, en Lukas, hoofdstuk 6:

Mattheüs 5:44

Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen;

Paulus zelf citeert deze specifieke spreuken, deze specifieke verzen, zelfs in Romeinen, hoofdstuk 12. Paulus citeert niet zo vaak uit het boek Spreuken, maar hij citeert deze verzen wel. In Romeinen 12, vers 19 tot en met 21, zegt hij:

Romeinen 12:19-21

19Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe , Ik zal het vergelden, zegt de Heere. 20Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen. 21Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Dat is een citaat uit Deuteronomium. Maar dan citeert hij deze spreuk:

Dus als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten. Als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Want zo stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd. Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad met het goede.

Wanneer iemand je vijand is, doet hij jou kwaad. Laat je niet overwinnen. Dat wil zeggen: doe geen concessies. Laat niet toe dat je eigen goedheid wordt aangetast en overwonnen door zijn slechte daad. Overwin in plaats daarvan zijn kwaad door goed voor hem te doen. Dat is het advies.

Vurige kolen en Gods oordeel

Illustratie bij: Goedheid laat het oordeel aan God.

Wat betekent dat, vurige kolen op iemands hoofd hopen? Dit maakt veel mensen ongemakkelijk. Ze denken: „Hij zegt dat je vurige kolen op hun hoofd moet hopen. Dat is niet erg aardig.” Daarom hebben sommige christenen hun uiterste best gedaan om er iets aardigs van te maken. Ze zeggen: „In die tijd hadden de mensen thuis geen vuur. Ze hadden gemeenschappelijke vreugdevuren. Wanneer de vrouwen iedere ochtend thuis brood moesten bakken en dergelijke, gingen ze naar buiten om kolen uit het gemeenschappelijke vuur te halen. Die deden ze in een kruik op hun hoofd en droegen ze naar huis om hun vuur aan te maken en hun brood te bakken. Daarom betekent vurige kolen op iemands hoofd hopen gewoon dat je hem daarbij helpt. Hij moet die kolen toch al op zijn hoofd tillen, dus doe jij het voor hem. Je hoopt vurige kolen op zijn hoofd, en dat is iets goeds.”

Dat is een absurd antwoord. Als hij had willen zeggen: „Geef hem te eten wanneer hij honger heeft, want dan doe je iets goeds voor hem”, dan is dat een tautologie. Als hij een illustratie wilde geven, dan komt die hierop neer: het is alsof je iets goeds doet. Het is alsof je een kruik met kolen op iemands hoofd zet, een vuur op zijn hoofd, wanneer hij het daar wil hebben. Kun je niets bedenken wat kenmerkender is voor een goede daad dan iemand te helpen met een kruik kolen op zijn hoofd, terwijl hij dat ongetwijfeld zelf zou kunnen? Iemand te eten geven wanneer hij honger heeft, is een beter voorbeeld van een vriendelijke daad dan iemand helpen met iets op zijn hoofd.

Vurige kolen zijn in de Schrift een zinnebeeld van het oordeel, Gods oordeel. Wat hij zegt, is dat je vijand Gods oordeel al over zich afroept. Als je op een gemene of slechte manier terugslaat, hoeft hij geen verder oordeel meer te ondergaan. God zei:

De wraak is aan Mij; laat Mij het vergelden.

Paulus zei:

Neem zelf geen wraak; laat ruimte voor de woede.

Wat betekent dat? Geef God de ruimte om over hen te oordelen.

Als je goed voor hen doet terwijl ze je vijanden zijn, stapel je het oordeel op dat nog over hen moet komen, als het zwaard van Damocles dat boven hun hoofd hangt. Uiteindelijk zal het vallen, omdat zij kwaad tegen jou doen en jij goed voor hen doet. Daarmee komt God bij jou in het krijt te staan. Daarmee krijg je God aan jouw kant tegenover hen.

In Johannes 3, vers 36, staat:

Johannes 3:36

Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

Die persoon loopt rond met de toorn van God die boven zijn hoofd hangt en op hem blijft rusten. Zo is het ook met de vijand van de rechtvaardige. Als iemand jouw vijand is en jij een rechtvaardig mens bent, doe je die persoon goed. Diegene heeft jou alleen maar kwaad gedaan, maar jij reageert daarop door hem goed te doen. De toorn van God blijft op hem rusten. Hij staat voor een oordeel dat niet door jou wordt voltrokken. God zal het voltrekken. De wraak is aan Hem. Hij is Degene Die het zal vergelden. Jij weigert jezelf te wreken, zodat je ruimte laat voor God om dat te doen.

Daarom vergroot elke vriendelijke daad die je doet voor iemand die jou vijandig gezind is zijn schuld. Je vergroot daarmee de mate van toorn die uiteindelijk over hem zal komen, wanneer die over hem wordt uitgestort. Vurige kolen op zijn hoofd hopen is niet iets positiefs, in die zin dat hier niet over iets vriendelijks wordt gesproken. Je denkt misschien: „Dan is vriendelijk zijn tegen zo iemand gewoon een andere manier om gemeen te zijn.” Nee, het is geen manier om gemeen te zijn. Het is een manier om het aan God over te laten om te bepalen hoe de rekening vereffend moet worden.

Er zijn wel aanwijzingen dat het niet goed voor hen zal aflopen wanneer God de rekening vereffent. Maar je laat het in elk geval aan God over om de rekening te vereffenen, in plaats van dat zelf te doen. God houdt tenslotte ook van jouw vijanden. Misschien zal Hij het op een veel aangenamere manier afhandelen dan jij zou doen. Misschien weet God dat jij te ver zou gaan. Doe goed aan je vijanden en laat God dan voor de rest zorgen. Dat is in wezen wat hier wordt gezegd. Je laat het oordeel in de handen van God.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Proverbs: Friends and Enemies. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…