Spreuken Leven in Gods aanwezigheid deel 3
God komt op voor armen en haat bedrog
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.pdf?v=35aaffd4b776. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.
Samenvatting
Gods zorg voor de armen, Zijn liefde voor rechtvaardigheid en de zekerheid die alleen bij Hem te vinden is.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt hoe een wijs mens rekening houdt met Gods houding tegenover armoede, onrecht, bedrog en geweld. Hij legt uit dat God opkomt voor armen en andere slachtoffers, en maakt daarbij onderscheid tussen rechtvaardigheid, waarbij je andermans rechten eerbiedigt, en barmhartigheid, waarbij je iets van je eigen rechten opgeeft. Ook benadrukt hij dat God eerlijke handel verlangt en dat overheden weliswaar het recht behoren te handhaven, maar daarin vaak tekortschieten. Ten slotte laat hij vanuit verschillende spreuken zien dat ware veiligheid niet ligt in geld, machthebbers, legers of zelfverdediging, maar in vertrouwen op God, terwijl je wel je eigen verantwoordelijkheden vervult.
Gods zorg voor de armen #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Spreuken: leven in het besef van God, deel 3.
In onze vorige twee bijeenkomsten over Spreuken spraken we over het thema dat in Spreuken op veel verschillende manieren naar voren komt: een wijs leven is een leven met besef van God, waarin je je bewust bent van Gods aanwezigheid, oordeel en gevoelens. Het spreekt vanzelf dat als God bepaalde gevoelens heeft en jij in harmonie met Hem wilt zijn, je Zijn gevoelens moet overnemen en ernaar moet leven. Anders ga je in tegen wat Hij wil. De vreze des Heeren is in wezen de gezonde en wijze vrees voor de mogelijkheid dat je tegen Gods wil ingaat. Je wilt hetzelfde pad volgen waarlangs Gods gedachten gaan, anders zul je ermee in botsing komen. Je wilt net zomin tegen God op botsen als tegen een goederentrein.
Leren hoe God is en welke gevoelens Hij heeft, is een essentieel onderdeel van een wijs leven in harmonie met God. Een deel van het besef van God dat we nodig hebben, is dat we weten waar Hij welwillend tegenover staat en waar Hij afwijzend tegenover staat. Het volgende wat we in Spreuken willen bekijken, is hoe God met de armen meevoelt.
Dit geldt trouwens niet alleen in Spreuken. We komen het ook veelvuldig tegen bij de profeten. Zelfs de Wet bevat bijzondere voorzieningen om de armen te voeden en moedigt de Israëlieten aan om met de armen mee te voelen. Ze worden daar zelfs toe verplicht. Het is niet zo dat de armen noodzakelijkerwijs betere mensen zijn. Maar de armen richten zich consequenter op God, omdat ze niets anders hebben waarop ze zich kunnen richten. Ze hebben geen geld om op te steunen. Ze hebben niet de gebruikelijke structuren die zekerheid bieden en waarop ze kunnen steunen. Daarom steunen ze van nature meer op God.
Dat geldt niet voor iedere arme. Je kunt arm en goddeloos zijn. Je kunt arm zijn en zonder God leven. Maar als alle andere omstandigheden gelijk zijn, werpt armoede iemand meer op God terug dan wanneer iemand overvloed heeft.
In Spreuken hoofdstuk 19, vers 17, staat:
Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Dat wil zeggen dat God je zal terugbetalen voor wat je voor de armen doet. Hij beschouwt het als een lening aan Hemzelf. Als je aan de armen geeft, geef je aan God.
Dat is natuurlijk wat Jezus zei in het verhaal over de schapen en de bokken in Mattheüs hoofdstuk 25. Hij zei:
Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen.
Zij zeggen:
Wanneer is dat allemaal gebeurd?
Hij zei:
En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.
In dat geval waren Zijn broeders medechristenen. Wat aan christenen wordt gedaan, wordt aan Christus gedaan.
Maar in het Oude Testament was Israël wat de christenen nu zijn. Zij waren Gods verbondsvolk. Als er armen onder hen waren, betekende geven aan de armen dat je aan God gaf. Of, zoals Salomo het hier zegt, het is alsof je aan God leent. Wanneer je iets geeft, verwacht je gewoonlijk niet dat je het terugkrijgt. Wanneer je iets uitleent, verwacht je wel iets terug. Salomo zegt dat als je aan de armen geeft, je in wezen aan de Heere leent, omdat Hij je ervoor zal terugbetalen.
Geven en de beloning bij de opstanding #
Dit stemt overeen met Jezus’ onderwijs dat je, wanneer je een feestmaal geeft, mensen moet uitnodigen die je niets kunnen teruggeven, in plaats van mensen die dat wel kunnen. Hij zei dat als je mensen voor een feestmaal uitnodigt die in staat zijn om jou bij hen thuis voor een feestmaal uit te nodigen, ze dat ook zullen doen en je terugbetaald zult worden. Hij zei dat dit eigenlijk niet wenselijk is. Dan heb je geen verdere bijzondere beloning meer om naar uit te zien. Maar als je aan de armen geeft, hen voor je feestmaaltijden uitnodigt en hun beleefdheid en vrijgevigheid bewijst, dan staat er bij jou een schuld open die God als Zijn eigen schuld beschouwt, omdat de armen je niet kunnen terugbetalen. Daarom zei Hij:
En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen.
Dat God zal terugbetalen wat aan de armen is gegeven, betekent niet dat je in dit leven zult worden terugbetaald. Jezus zei:
je krijgt het terug bij de opstanding van de rechtvaardigen.
In sommige gevallen word je misschien ook in dit leven terugbetaald, maar dat wordt hier niet noodzakelijkerwijs mee bedoeld.
Veel mensen hebben de indruk gehad dat ze, als ze rijk willen worden, alleen maar meer hoeven te gaan geven en dat God het dan wel honderdvoudig, of hoeveel dan ook, aan hen moet teruggeven. Dat is niet echt wat de Bijbel als geheel leert. Je kunt aan de armen geven en toch je hele leven arm blijven. Des te beter als dat gebeurt, want Jezus zei dat je niet in dit leven terugbetaald wilt worden. Hij zei dat als je je vrienden uitnodigt en zij jou daarna uitnodigen, je terugbetaald zult worden. Dat is niet goed. Dat wil je niet. Je wilt in dit leven niet terugbetaald worden, zodat je bij de opstanding van de rechtvaardigen terugbetaald zult worden, zei Jezus.
Daar heb ik in een eerdere lezing ook naar verwezen. Dit is de tweede keer, maar ik heb de verwijzing niet gegeven, dus dat moet ik waarschijnlijk wel doen. Het staat in Lukas 14:12–14. Toen zei Jezus ook tegen degene die Hem had uitgenodigd dat hij zijn vrienden, familieleden en rijke buren niet moest uitnodigen met het oog op een tegenuitnodiging.
Hij doet het voorkomen alsof dat echt rampzalig is. Je wilt niet dat dat gebeurt: dat zij jou terug uitnodigen en dat je wordt terugbetaald. Vervolgens zegt Hij:
12En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. 13Wanneer u echter een feest maaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. 14En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen.
Hij doet het dus voorkomen alsof het niet goed is wanneer je aan de armen geeft en het terugkrijgt, wanneer je nu wordt terugbetaald. Dat wil je niet. Je wilt worden terugbetaald bij de opstanding van de rechtvaardigen. Dus wanneer Spreuken zegt:
Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE. Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
dan moet je niet denken dat dit noodzakelijkerwijs in dit leven zal gebeuren.
Uitbuiting van armen en klanten #
Spreuken 22:22–23 zegt:
22Beroof de geringe niet, omdat hij gering is, en vertrap de ellendige niet in de poort. 23Want de HEERE zal hun rechtszaak voeren, wie hen beroven, zal Hij van het leven beroven.
De verdrukten of de armen onderdrukken bij de poort verwijst naar de stadspoort, waar zakelijke of juridische transacties plaatsvonden. Dit gaat erover hoe mensen in de rechtszaal misbruik maakten van de armen. In corrupte samenlevingen is het uiterst gebruikelijk dat rechters uitspraak doen ten gunste van degene die hen kan omkopen. Het spreekt vanzelf dat de armen niet in staat zijn iemand om te kopen. Daarom verloren zij vaak hun rechtszaak, ook al stond het recht aan hun kant, omdat hun onderdrukker rijk was en de rechters kon omkopen.
Er staat dus dat als iemand de armen onderdrukt en berooft, God hun zaak zal bepleiten en het leven zal roven van degenen die hen beroven. Opnieuw staat God aan de kant van de armen, tenminste van de armen die onrechtvaardig worden behandeld. Hij staat zozeer aan de kant van de armen dat als je hun iets geeft, Hij dat beschouwt als een gift of een lening aan Hemzelf.
Hiermee hangen andere manieren samen waarop je mensen economisch kunt benadelen. Het kan zijn dat de mensen die je benadeelt niet arm zijn, maar je kunt mensen economisch uitbuiten, of ze nu arm zijn of niet. Een van die manieren is door corrupte handelspraktijken. Slimme zakenlieden worden vaak rijker door hun integriteit prijs te geven, te liegen over hun producten of andere dingen, facturen te vervalsen of allerlei dingen te doen, alleen maar om hun winst te verhogen ten koste van hun integriteit.
Salomo pleit krachtig voor zuivere, eerlijke handelspraktijken en zegt dat deze dingen er voor God werkelijk toe doen. Dit is iets wat christenen moeten onthouden: God let niet alleen op je wanneer je bidt of God aanbidt. Hij let ook op je wanneer je dag in, dag uit zakendoet. Het is heerlijk om zakenlieden tegen te komen die hun bedrijf werkelijk leiden volgens integere en godvruchtige principes. Er zijn er die dat doen, maar het komt ook heel vaak voor dat mensen op iedere mogelijke manier de kantjes ervan aflopen, ten koste van hun cliënten of klanten, om hun winst te verhogen. Dat soort oneerlijkheid verafschuwt God.
Oneerlijke gewichten en handelspraktijken #
Hoofdstuk 20, vers 10 zegt:
Tweeërlei weeg steen en tweeërlei efa, ook die beide zijn voor de HEERE een gruwel.
Wat zijn verschillende gewichten en verschillende maten? In een agrarische samenleving dreven mensen op de markt gewoonlijk handel door hoeveelheden graan, olie of wat voor producten ze ook verkochten af te wegen. Als ze goud of zilver als betaalmiddel aannamen — waarschijnlijk in de meeste gevallen zilver — wogen ze ook het zilver af. Ze hadden balansen of weegschalen. Als ze zeiden: ‘Dit is zoveel graan,’ dan wogen ze het af. Ze wogen ook het zilver af waarmee werd betaald, omdat ze in de oudheid geen muntgeld hadden.
Wij wegen ons geld niet meer, omdat het van papier is gemaakt of omdat de waarde ervan niet wordt bepaald door hoeveel het werkelijk weegt. Maar voordat ze geslagen munten en muntgeld hadden, moesten ze de hoeveelheid zilver wegen om te weten hoeveel er werd betaald. Een corrupte koopman had een paar valse gewichten in zijn zak en zei dan: ‘Laten we eens zien hoeveel zilver je ons geeft. Laten we dit gewicht van één ounce erbij pakken,’ terwijl het in werkelijkheid geen ounce was. Hij vervalste de hoeveelheid in zijn eigen voordeel.
Het lijkt op het oude stereotype van de slager met zijn vinger op de weegschaal. Wanneer de klant niet oplet, drukt hij met zijn vinger een beetje op de weegschaal om het te laten lijken alsof het vlees meer weegt dan het werkelijk doet. Ik herinner me dat ik als jongen in Mad Magazine een grap zag, in een van die cartoons van Don Martin. Een vrouw kocht vlees bij de slager en zei: ‘Probeer me niet te bedriegen. Ik zie je vinger daar op de weegschaal.’ In het volgende plaatje was zijn vinger afgesneden en lag die samen met het vlees op de weegschaal. Hij was verbaasd. Hij wist niet dat die daar lag.
Het vervalsen van de gewichten en de indruk wekken dat de klant een grotere hoeveelheid krijgt dan in werkelijkheid het geval is, dat is waar het bij valse gewichten en valse weegschalen om gaat. Zulke dingen zijn een gruwel voor de HEERE. Het zijn eenvoudigweg de middelen waarmee mensen bij het zakendoen bedriegen. Hij zegt het zelfs twee keer in hetzelfde hoofdstuk. In hoofdstuk 20, vers 23, zegt Hij:
Tweeërlei weeg steen is voor de HEERE een gruwel, een bedrieglijke weegschaal is niet goed.
Dat is voor God belangrijk genoeg om het daar twee keer te zeggen. God verafschuwt dus corrupte handelspraktijken en Hij komt op voor de armen. In de meeste gevallen zullen de armen degenen zijn die geen corrupte handelspraktijken toepassen, tenminste in vergelijking met anderen. Mensen die bedriegen, doen dat vaak om welvarend te worden, en vaak werkt dat ook. Ze worden uiteindelijk rijker door te bedriegen en hun slachtoffers worden armer. God staat dus in al deze gevallen aan de kant van de slachtoffers, en Hij vindt het verfoeilijk en weerzinwekkend dat mensen zulke corrupte dingen doen.
God haat geweld en onrecht #
In hoofdstuk 6 behoren geweldsmisdrijven ook tot de dingen waarvan wordt gezegd dat God ze haat. Denk aan de zes dingen die God haat, ja, zeven die Hem een gruwel zijn, in Spreuken 6:16–19. In de verzen 16 tot en met 18 staat dat Hij onder andere het volgende haat:
16Deze zes haat de HEERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel: 17hoogmoedige ogen, een valse tong en handen die onschuldig bloed vergieten, 18een hart dat zondige plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te rennen,
Sommige van die dingen hebben met geweld te maken. Onschuldig bloed vergieten is een geweldsmisdrijf. Kwaad bedenken—we weten niet zeker om wat voor kwaad het gaat, maar het is een of andere vorm van misdaad. Het gaat over crimineel gedrag, geweld en bedrog. Dit zijn allemaal dingen die God haat. Iemand die leeft in het besef van God en zich in heel zijn gedrag bewust is van God, moet beseffen dat God hem beoordeelt naar Zijn maatstaven: wat Hij goedkeurt en wat Hij afkeurt.
Een van de dingen die Salomo in heel wat van zijn spreuken naar voren brengt, is de rechtvaardigheid van God. Dat houdt verband met wat we hebben gezegd. Onrechtvaardige handelspraktijken en misdaad zijn vormen van onrecht. Maar wat Gods haat tegen die dingen vooral onderstreept, is dat Hij rechtvaardigheid liefheeft en onrecht haat. Dit is een belangrijk thema in de Bijbel. In Micha 6:8 zegt Hij:
Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.
Rechtvaardigheid is een van de voornaamste dingen. Het staat bovenaan de lijst.
Jezus zei dat ook in Mattheüs 23:23, toen Hij zei dat de Farizeeën tienden geven van munt, anijs en komijn, maar de belangrijkere zaken van de wet nalaten, die Hij opsomde als rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament geeft aan dat wanneer God een korte lijst maakt van dingen die voor Hem van belang zijn—wat Jezus de belangrijkere zaken van de wet noemde—rechtvaardigheid bovenaan de lijst staat. Er staan ook andere belangrijke dingen op die lijst, maar rechtvaardigheid staat helemaal bovenaan. Daarom zal iemand die leeft in het besef van God er nauwgezet op letten dat hij doet wat rechtvaardig is.
Rechtvaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid #
Misschien moet ik dit duidelijk maken, omdat niet iedereen een helder beeld heeft van wat rechtvaardigheid is: rechtvaardigheid betekent geen gelijkheid. In onze moderne tijd denken mensen dat het niet rechtvaardig is dat sommige mensen gezondheidszorg kunnen betalen en andere niet, en dat het niet rechtvaardig is dat sommige mensen comfortabeler leven dan andere. Ze denken dat dat geen rechtvaardigheid is. Maar daar gaat rechtvaardigheid niet werkelijk over. Rechtvaardigheid betekent dat niemands rechten worden geschonden.
Ik heb recht op mijn leven. Als jij mij dus vermoordt terwijl ik niets heb gedaan waarop de doodstraf staat, is dat onrecht. Mijn recht op mijn leven is geschonden. Ik heb recht op mijn eigendom. Als jij dus van mij steelt, is dat een schending van mijn recht. Dat is onrecht. Je schendt mijn eigendomsrechten. Als ik een goed mens ben, heb ik recht op een goede naam, in plaats van dat iemand mij belastert, onwaarheden over mij vertelt en mijn reputatie verwoest. Ik heb het recht bekend te staan zoals ik werkelijk ben, in plaats van belasterd te worden en dat er over mij wordt gelogen. Een vals getuigenis afleggen is dus onrecht.
De Tien Geboden houden zich sterk bezig met rechtvaardigheid.
13U zult niet doodslaan. 14U zult niet echtbreken. 15U zult niet stelen. 16U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
Ze hebben allemaal te maken met rechtvaardigheid, met het niet schenden van iemands werkelijke rechten.
Ik heb bijvoorbeeld niet per se recht op gezondheidszorg. Iedereen denkt misschien: ‘Iedereen zou gezondheidszorg moeten krijgen.’ Waar komt dat ‘zou moeten’ vandaan? Op grond waarvan zeggen we dat? Is het omdat het wenselijk is? Er zijn veel dingen die wenselijk zijn, maar waarop ik geen recht heb. Het zou voor mij misschien wenselijk zijn om elk jaar een nieuwe auto te hebben, maar ik heb daar geen recht op. We worden niet geboren met het recht op zulke vormen van luxe. Zelfs gezondheidszorg is een luxe.
De reden waarom we weten dat het niet mijn recht kan zijn, is dat iemand anders ervoor moet zorgen. Ik heb geen recht op gezondheid, want gezondheid is mensen eenvoudigweg niet gegarandeerd. Wanneer het om gezondheidszorg gaat, hebben we het erover dat een arts zijn diensten verleent. Ik heb niet het recht iemand te dwingen zijn diensten aan mij te verlenen omdat ik gezond wil zijn. Dat schendt zijn rechten. Als iemand mijn gezondheidszorg wil betalen, bewijst hij mij daarmee barmhartigheid, maar dat is geen rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid is het eerbiedigen van iemands rechten, en onrecht is het schenden van iemands rechten.
Ik heb niet het recht om evenveel geld te hebben als alle anderen, want er bestaat geen recht op welvaart. Welvaart komt meestal voort uit hard werken. Vaak werken mensen hard en worden ze welvarend. Sommige mensen werken minder hard en worden minder welvarend. Er bestaat niet een of ander recht dat iedereen heeft op een gelijke levensstandaard. Wanneer we over gerechtigheid spreken, hebben we het niet over wat sommige mensen voor ogen hebben wanneer ze aan sociale gerechtigheid denken. Veel mensen denken dan aan gelijkheid, dat iedereen gelijk is. Nergens in de Bijbel staat dat iedereen recht heeft op precies dezelfde dingen. Maar iedereen heeft er recht op dat zijn leven, zijn bezit en zijn huwelijk niet door belangen van buitenaf worden geschonden. Daarom is er een wet:
Je mag niet vreemdgaan.
Iedereen heeft recht op zijn reputatie, de reputatie die hij door zijn gedrag heeft verdiend. Iedereen heeft er recht op eerlijk behandeld te worden, enzovoort. Gerechtigheid betekent daarom dat ik mij ertoe verplicht niemands rechten te schenden.
Het verschil tussen recht en barmhartigheid #
Dat is niet hetzelfde als de armen helpen. De armen helpen is geen kwestie van gerechtigheid. Het is een kwestie van barmhartigheid. Christenen moeten zich net zozeer om barmhartigheid bekommeren als om gerechtigheid, zo niet meer. Barmhartigheid gaat een stap verder dan gerechtigheid. Als ik zeg: ‘Ik ben een rechtvaardig mens,’ betekent dat dat ik niet de rechten van andere mensen ga schenden. Als ik zeg: ‘Ik ben een barmhartig mens,’ betekent dat dat ik werkelijk een deel van mijn eigen rechten opoffer, zodat iemand anders iets kan krijgen waarop hij van zichzelf geen recht heeft.
Als jij mij kwaad doet en mij om vergeving vraagt, ben ik je die vergeving niet verschuldigd en heb jij niet het recht om vergeven te worden. Maar als ik je uit barmhartigheid vergeef, geef ik mijn recht op vergelding op en geef ik jou het recht om vrij van schuld te zijn, terwijl jij werkelijk schuld hebt verdiend. Door je daden heb je niet verdiend om van je schuld te worden vrijgesproken. Als ik je dus van iedere verplichting in deze zaak ontsla, bevrijd ik je van iets waartoe je op grond van gerechtigheid werkelijk verplicht zou zijn. Barmhartigheid betekent dat je mensen rechten verleent die ze niet van nature hebben, meestal ten koste van jezelf.
De overheid is niet barmhartig wanneer ze het geld van iemand anders afneemt en het aan de armen geeft, want de overheid doet dat niet op eigen kosten. Ze steelt van de ene partij en geeft het aan iemand anders. Zo lijkt ze mededogend tegenover de ene groep, maar dat gaat ten koste van andere mensen die ze onrechtvaardig behandelt door hun ten onrechte hun geld af te nemen.
Wij moeten barmhartig zijn en wij moeten mededogen hebben. Maar we moeten begrijpen dat wanneer we aan de armen geven, we hun een recht geven dat ze niet van nature hebben. Als ik mijn geld op wettige wijze heb verdiend, heb ik het recht om zelf te bepalen hoe ik het volgens mijn eigen geweten besteed. De bedelaar heeft geen recht op mijn geld. Maar als ik hem iets van mijn geld geef, wat doe ik dan? Ik geef mijn recht op dat specifieke deel van mijn geld op en geef hem het recht om het te hebben en het uit te geven zoals hij wil. Ik offer dus een deel van mijn eigen rechten op om hem rechten te geven die hij van nature niet heeft. Dat is barmhartigheid.
Gerechtigheid en barmhartigheid zijn geen tegengestelde dingen. Ze zijn als twee stappen in dezelfde richting. Gerechtigheid betekent dat ik mij ertoe verplicht jouw rechten niet te schenden. Barmhartigheid betekent dat ik bereid ben zelfs enkele van mijn eigen rechten op te geven, zodat jij meer kunt hebben dan je van nature zou hebben.
We moeten begrijpen wat gerechtigheid is, want eerlijk gezegd staat er in Spreuken:
Boosaardige lieden begrijpen het recht niet, maar wie de HEERE zoeken, begrijpen alles.
Als er iets is wat een fundamentele eis aan alle mensen vormt, dan is het dat ze rechtvaardig handelen. Dat staat bovenaan Gods korte lijst van dingen die voor Hem het belangrijkst zijn en die, volgens andere delen van de Schrift, de belangrijkste zaken van de wet zijn.
Gods recht en opkomen voor slachtoffers #
In Spreuken zien we dat God Zich eveneens aan gerechtigheid heeft verbonden. In Spreuken 21:12 staat:
De rechtvaardige God kijkt met wijsheid naar het huis van slechte mensen en brengt hen ten val vanwege hun slechtheid.
De woorden gerechtigheid en rechtvaardigheid hangen in het Hebreeuws nauw met elkaar samen.
Dat wil zeggen: degenen die onrechtvaardige dingen doen, zal God rechtvaardig oordelen. Hij is een rechtvaardige God. Hij zal het huis van de goddelozen omverwerpen, want dat is wat zij verdienen. Hij zal gerechtigheid handhaven.
In hoofdstuk 24, vers 11, staat:
Red hen die opgepakt zijn om te sterven, wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat.
Dit wordt vaak gebruikt in gesprekken over de bescherming van ongeboren leven en over de noodzaak om op te komen voor de ongeborenen. Zij worden duidelijk naar de slachtbank gesleept wanneer ze gevaar lopen geaborteerd te worden. Maar er staat:
Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk.
God zal ieder rechtvaardig vergelden wat hij verdient. Dat is rechtvaardigheid. Hij zal ieder vergelden naar zijn daden. Daarom moeten ook wij voor rechtvaardigheid opkomen. Wanneer je ziet dat iemand ten onrechte lijdt — in dit geval door een doodvonnis, maar eerlijk gezegd door elke vorm van onrecht — moeten christenen zich daartegen uitspreken. Sommige christenen moeten er daadwerkelijk bij betrokken zijn. Bijvoorbeeld christenen die toevallig een ambt bekleden als magistraat, rechter, politiek leider, rechtshandhaver of wat dan ook. Als sommige christenen zulke functies bij de overheid bekleden, hebben zij een bijzondere plicht om rechtvaardig te zijn. Maar alle christenen moeten zich uitspreken voor rechtvaardigheid, want daar gaat Gods hart naar uit, en wij zouden ons hartstochtelijk moeten inzetten voor datgene waar Zijn hart naar uitgaat. Elk onrecht zou iets moeten zijn waartegen wij ons op zijn minst mondeling uitspreken, ook als we niet altijd in de positie verkeren om er iets aan te doen. Denk aan Johannes de Doper. Er staat dat hij Herodes niet alleen veroordeelde vanwege zijn huwelijk met Herodias, maar ook vanwege alle andere goddeloze dingen die Herodes deed. Johannes de Doper stond buiten de poort van Herodes en stelde elk goddeloos ding dat Herodes deed aan de kaak. Herodes kon nauwelijks iets doen zonder kritiek van Johannes de Doper te horen, want elk onrecht dat Herodes beging, werd door de profeet aan de kaak gesteld. Christenen moeten bereid zijn om onrechtvaardige praktijken eveneens aan de kaak te stellen, vooral wanneer armen of andere onschuldige mensen het slachtoffer worden van particuliere partijen of van het overheidsbeleid.
Rechtvaardigheid, overheid en machthebbers #
In hoofdstuk 29, vers 26 staat:
Velen zoeken de gunst van een heerser, maar van de HEERE krijgt iemand zijn recht.
Uiteindelijk zal rechtvaardigheid niet van machthebbers komen. Iedereen zal doen wat hij kan om ervoor te zorgen dat de machthebbers in zijn voordeel oordelen. Sommigen zullen hen omkopen. Anderen zullen eerlijker zijn, hopen dat er verstandig in hun voordeel wordt geoordeeld en proberen de machthebber gunstig voor hen te stemmen. Maar je kunt niet op rechtvaardigheid van machthebbers rekenen. Je kunt niet op rechtvaardigheid van mensen rekenen.
Mensen zouden op rechtvaardigheid van gelovigen in God moeten kunnen rekenen. Gelovigen zouden altijd rechtvaardig moeten handelen. Maar de meeste machthebbers zijn geen gelovigen. Hoewel machthebbers door God zijn aangesteld om het recht te handhaven, kun je er niet op rekenen dat ze dat ook doen. Wat je dus ook overkomt in de rechtszaal, uiteindelijk zul je voor je eerherstel naar God moeten opzien als je in je recht staat, want je kunt er niet op rekenen dat de rechtbanken het juiste doen.
Romeinen hoofdstuk 13 maakt heel duidelijk dat overheden door God zijn aangesteld om het recht te handhaven. Het is beschamend dat ze dat niet altijd doen. Dat is wat Spreuken zegt: zij doen het niet, maar God doet het altijd. In Romeinen 13, vers 3 en 4, zei Paulus:
Voor machthebbers hoeft men niet bevreesd te zijn wanneer men het goede doet, maar wel wanneer men het kwade doet. Wilt u niets van het gezag te vrezen hebben, doe dan het goede en u zult er lof van ontvangen. De machthebber is immers Gods dienaar, u ten goede. Maar als u kwaad doet, wees dan bevreesd: hij draagt het zwaard niet zonder reden. Hij is Gods dienaar, een wreker die Gods toorn uitoefent over wie het kwade doet.
Let erop dat hij zegt dat de machthebber je zal prijzen als je goeddoet en Gods toorn over je zal brengen als je kwaad doet. Dat is een geïdealiseerd beeld van wat overheden doen. Paulus wist heel goed dat overheden dat niet altijd doen. De keizer die aan de macht was toen hij dit schreef, was zelfs Nero, en Paulus noch iemand anders maakte zichzelf wijs dat Nero een goed mens was. Maar Paulus’ punt is dat God machthebbers heeft aangesteld om dit te doen. Zij hebben niet altijd gedaan waartoe ze zijn aangesteld, maar dit is wat de ideale machthebber doet. Hij straft de goddelozen en prijst de rechtvaardigen. Met andere woorden, hij handhaaft het recht in de samenleving. Machthebbers schieten vaak tekort ten opzichte van dat ideaal.
In 1 Petrus hoofdstuk 2 geeft Petrus in de verzen 13 en 14 in wezen hetzelfde onderwijs. Petrus zegt:
13Onderwerp u dan omwille van de Heere aan alle menselijke orde, hetzij aan de koning, als hoogste machthebber, 14hetzij aan de stadhouders, als mensen die door hem gezonden worden tot straf van de kwaaddoeners, maar tot lof van hen die goeddoen.
Opnieuw geldt dat machthebbers de slechteriken behoren te straffen en het gedrag van de goeden behoren te prijzen, aan te bevelen of aan te moedigen. Zo moet de overheid het recht handhaven. Machthebbers hebben de verplichting recht te doen, maar zij doen dat niet altijd. Daarom zegt Salomo dat je recht uiteindelijk van God zal moeten komen.
Veiligheid bij God, niet in rijkdom #
Niet alleen je recht, maar ook je veiligheid moet bij God liggen. Iemand die wijs is en zich in zijn leven van God bewust is, zal erkennen dat de overheid, een sterk leger, geld of wat mensen verder ook vertrouwen, hem geen veiligheid zal bieden. Alleen God kan je veiligheid zijn. Een aantal spreuken brengt dat eveneens naar voren. In Spreuken 18:10 staat bijvoorbeeld:
De Naam van de HEERE is een sterke toren, een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet.
Let op het volgende vers:
Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, als een hoge muur, in zijn verbeelding.
Een hoge muur is een middel om je veiligheid te waarborgen. Het idee dat je een hoge muur om je heen hebt, betekent dat je veilig bent voor een invasie. Je zal niets overkomen. Je bent veilig. Er staat dat de rijkdom van de rijke man in zijn eigen ogen een hoge muur is. Zo ziet hij zijn rijkdom. Hij beschouwt zijn rijkdom als een bescherming tegen kwaad — misschien niet tegen mensen, maar wel tegen andere gevaren en moeilijkheden in de toekomst. In wezen verkeert de man die geld heeft bij iedere mogelijke crisis in een betere positie dan de man die geen geld heeft. Hij kan de weinige middelen kopen die beschikbaar zijn, of zelfs mensen betalen om voor hem te doen wat er gedaan moet worden. De man met geld is de man die zich veilig voelt. Maar Salomo, die zelf veel geld had, begreep dat niet je geld je veiligheid biedt, maar de Naam van de Heere. Je verbergt je in de Naam van de Heere. De Naam van de Heere betekent natuurlijk Zijn karakter. De Naam verwijst niet alleen naar het woord waarmee Hij wordt aangesproken, maar heeft betrekking op het karakter van de Heere, op de Persoon en de identiteit van God. Je verbergen in God. De rechtvaardigen vluchten naar God en vertrouwen op Zijn karakter, Zijn trouw en Zijn toewijding aan wat juist is. Ze verbergen zich in Hem in plaats van in hun rijkdom. God is de bron van de veiligheid van de wijze man, als hij zich hiervan bewust is.
Geen eigen wraak, maar vertrouwen op God #
In hoofdstuk 20, vers 22, staat:
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op de HEERE, en Hij zal u verlossen.
Dat wil zeggen dat je het heft niet in eigen handen neemt. Sommige mensen zeggen: „Als je niet voor jezelf opkomt, zal niemand anders het doen. Dan wordt er gewoon over je heen gelopen. Je moet jezelf krachtig verdedigen, en als iemand je onrecht aandoet, moet je hem laten weten dat hij daar niet mee wegkomt. Je moet hem vergelden wat hij heeft gedaan, zodat hij het niet nog eens doet.” Zo bescherm je jezelf tegen toekomstig onrecht. Als iemand je nu onrecht aandoet, zet je het hem betaald. Dan weet hij de volgende keer wel beter. Zo zorg je voor jezelf. Je wordt niet kwaad; je zet het de ander betaald.
Hij zegt:
Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden, maar wacht gewoon op de Heer, dan zal Hij je redden.
Hij zal jouw belangen veiligstellen. Wanneer? Misschien na de opstanding, want godvrezende mensen die zichzelf niet verdedigen, eindigen vaak op de brandstapel, worden voor de leeuwen geworpen of worden op een andere manier zwaar benadeeld. Maar het punt hier is dat God uiteindelijk Degene is Die alles recht zal zetten, en dat de veiligheid die een rechtvaardig mens zoekt de veiligheid is waarin God voorziet.
Hier is duidelijk een parallel met dit spreekwoord in het Nieuwe Testament, in Romeinen 12, waar Paulus in wezen hetzelfde zegt. Hij haalt in deze passage zelfs een ander spreekwoord aan. In Romeinen 12, vers 17, zei Paulus:
Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen.
Zeg dus niet:
Ik zal het kwaad vergelden, zoals Spreuken 20:22 zegt. Zeg dat niet. Paulus zegt:
Vergeld niemand kwaad met kwaad.
Kijk naar vers 19:
Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe , Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe, op het tijdstip dat hun voet wankelt. Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij, en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Dit staat in Deuteronomium 32:35. Wat God zegt, is: „Ik zal voor jou wraak nemen op je vijanden. Jij hoeft dat niet te doen.” Paulus zegt:
Neem zelf geen wraak, maar laat ruimte voor Gods toorn.
Dat betekent dat je God de ruimte geeft om in die situatie te doen wat Hij wil doen. Hij zal wraak nemen. Als jij tussenbeide komt en jezelf wreekt, blijft er voor God niets meer te doen over. Dus blijf je ervan af. Wreek jezelf niet en laat de zaak in Gods handen. Geef Hem de ruimte. Geef Hem de gelegenheid om wraak te nemen zoals Hij dat gepast vindt. Hij kan dat veel doeltreffender doen, en Hij zal het beslist veel rechtvaardiger doen.
We laten dus onze veiligheid en de vergelding van het onrecht dat ons is aangedaan in Gods handen. Onze veiligheid ligt in God, niet in ons eigen vermogen om terug te slaan, onszelf te beschermen of zelf de rekening te vereffenen.
Overwinning komt niet door militaire macht #
Een andere plaats waar Salomo zegt dat onze veiligheid in de Heere ligt, gaat over het leger. Veel mensen vertrouwen voor hun veiligheid op een sterk leger. Vanuit natuurlijk oogpunt is dat logisch. Vanuit natuurlijk oogpunt zal het land met de krachtigste wapens en de grootste legers het veiligst zijn voor een invasie. Toch liet God in het boek Richteren zien dat dit niet altijd waar is, toen Gideon met zijn driehonderd mannen een overweldigend groot leger van Midianieten versloeg.
God deed dat vaak. Het kleine stadje Ai versloeg Israël in de strijd toen God tegen Israël was. Maar wanneer God vóór Israël was, kon Hij hun vijanden met een kleine gewapende groep verslaan. Jonathan en alleen zijn wapendrager konden een heel garnizoen van de Filistijnen verslaan. Jonathan zei tegen zijn wapendrager:
Jonathan nu zei tegen de knecht die zijn wapens droeg: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen; misschien zal de HEERE voor ons werken, want het is voor de HEERE niet te moeilijk om te verlossen, door veel of door weinig mensen .
Met andere woorden, wanneer God je wil redden, doet de omvang van je leger er eigenlijk niet toe. Als God aan jouw kant staat, zal je veilig zijn. Als God niet aan jouw kant staat, zal geen enkel leger, hoe groot ook, je kunnen helpen.
Dit is iets wat christenen in Amerika vaak niet begrijpen. Niet dat onze krijgsmacht nu zo sterk is, maar vooral wanneer er conservatievere presidenten aan de macht zijn, hebben we vaak vertrouwd op de omvang van onze krijgsmacht. Misschien is dat goed voor een volk dat zo werelds denkt dat het niets anders heeft om op te steunen dan zijn krijgsmacht. Dan kunnen ze er maar beter een grote van maken. Maar een christen weet dat als de wegen van het volk God niet behagen, we tien keer zoveel militaire kracht kunnen hebben als welke vijand dan ook en toch ten val kunnen komen, omdat God ons neerslaat. God hoeft ons maar met Zijn vinger weg te tikken en het hele volk zal vallen.
De manier waarop een volk veilig kan zijn, is door God aan zijn kant te hebben. Met andere woorden: door rechtvaardig te zijn. De rechtvaardigheid van een volk is zijn veiligheid. Ik zeg niet dat een rechtvaardig volk geen krijgsmacht nodig zou hebben, want God beschermde Israël vaak door middel van de krijgsmacht. Maar de krijgsmacht alleen zal niet succesvol zijn. Als God tegen het volk is, kan het een enorme krijgsmacht hebben en er toch niet in slagen zijn vijanden af te weren. Denk aan de Assyriërs, toen zij hun kamp rond Jeruzalem hadden opgeslagen. Jeruzalem was ver in de minderheid en verkeerde in gevaar. Hizkia bad tot de Heere, en een engel van de Heere ging eropuit en doodde in één nacht 185.000 Assyriërs. Israël had niet de militaire macht om hen tegen te houden, maar God stond aan hun kant. Dus als God aan je kant staat, dan ben je veilig. Als Hij dat niet doet, is het dwaas om erop te vertrouwen dat de krijgsmacht je veilig zal houden.
Dat is wat Salomo in hoofdstuk 21 zegt. In vers 31 zegt hij:
Een paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de strijd, maar de overwinning is van de HEERE.
De bevrijding zal niet van de paarden en de strijdwagens komen. In Psalm 20, vers 7, zei David:
Dezen vertrouwen op strijdwagens en die op paarden, maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
Wij zullen op Hem vertrouwen, niet op de paarden en de strijdwagens.
Het paard kan gereedgemaakt worden voor de dag van de strijd, en misschien is dat goed. Als je oorlog gaat voeren, is het goed om voorbereid te zijn. Maar ondanks alle voorbereidingen die je treft, moet je beseffen dat dit paard je niet zal redden. God zal je redden, of niemand zal dat doen. Je paard kan je niet redden als God tegen je is. Als God voor je is, gebruikt Hij misschien je paarden en je voorbereidingen om je te redden. Maar als Hij niet voor je is, zal geen enkele hoeveelheid voorbereiding je redden. En als je geen paarden kunt krijgen, kan God je nog steeds redden. God is Degene bij Wie je veilig bent. Veiligheid komt van de Heere, bevrijding komt van de Heere, niet van de paarden en de strijdwagens.
Mensenvrees tegenover vertrouwen op God #
In hoofdstuk 29 van Spreuken, vers 25, zei Salomo:
Mensenvrees legt iemand een valstrik, maar wie op de HEERE vertrouwt, wordt in een veilige vesting gezet.
Wanneer je je zo gedraagt dat mensen tevreden over je blijven, omdat je bang bent voor hun afkeuring, zul je uiteindelijk verstrikt raken of tot slaaf worden gemaakt door hun goedkeuring, of het ontbreken daarvan. Als je altijd probeert veilig te zijn door de juiste mensen aan je kant te houden, en je bang bent voor hun afkeuring, dan zal dat je verstrikken. Dat zal je in de val lokken. Het zal je tot compromissen brengen, want dat is wat je zult moeten doen om bepaalde mensen tevreden over je te houden: de mensen die je intimideren, de pestkoppen, de overheid, of wie je verder ook maar vreest. Je wilt hen aan je kant houden.
Als je hen vreest en niet God, zullen zij je ertoe brengen dingen te doen waarvan God niet wil dat je ze doet. En dan raak je verstrikt doordat je mensen vreest in plaats van God. Maar hij zegt dat degenen die op de Heere vertrouwen veilig zullen zijn. Eigenlijk betekent het ‘zeker’. Het is moeilijk om te weten wat je hierover moet zeggen, want mensen die op de Heere vertrouwen sterven, maar toch zijn we veilig. We zijn behouden, en omdat we behouden zijn, zijn we veilig, zelfs als we sterven. De ongelovige daarentegen is niet veilig, zelfs als hij zijn leven en gezondheid honderd jaar kan rekken, omdat hij niet behouden is.
De persoon die op de Heere vertrouwt, heeft een eeuwige zekerheid, een eeuwige veiligheid die God hem geeft vanwege zijn vertrouwen op Hem. De persoon die niet op de Heere vertrouwt, sluit elk mogelijk compromis om de machthebbers tevreden te houden. Hij wil voorkomen dat hij bij hen in een kwaad daglicht komt te staan en dat hun afkeuring zijn leven verkort. Toch zal hij hoe dan ook sterven. En hij is niet veilig. Veiligheid komt dus volledig voort uit het feit dat je aan Gods kant staat en op God vertrouwt.
Hoofdstuk 30, vers 5, zegt:
Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen.
Dus opnieuw: veiligheid. Wat Salomo zegt, is dat je je leven moet leiden in het besef dat er een plaats van veiligheid is, en dat die niet te vinden is waar de meeste mensen haar zoeken.
Schijnveiligheid in een onzekere wereld #
Het verlangen naar veiligheid is een heel fundamentele drijfveer bij mensen, en vaak zijn we ons daar niet van bewust, omdat we in zo’n veilige omgeving leven. We leven werkelijk in een ongebruikelijke tijd en op een ongebruikelijke plaats in de geschiedenis. Als je tegenwoordig in de meeste andere delen van de wereld woonde, zou je je niet zo veilig voelen als nu. Er zijn oorlogen, hongersnoden, armoede, crimineel gedrag dat niet in toom wordt gehouden en criminele regeringen. In de meeste delen van de wereld, op enkele beschaafde plaatsen na, is de wereld een gevaarlijke plaats.
Toch leven wij in een samenleving waar voedsel in overvloed is, waar niet veel ziekte voorkomt, en waar ziekenhuizen beschikbaar zijn als er wel ziekte is. We hebben een overheid die steeds corrupter lijkt te worden, maar die de gemiddelde burger die over straat loopt nog altijd niet in gevaar brengt. Integendeel, die overheid zal eerder voor hem zorgen. De politie is er. We hebben een behoorlijk goed strafrechtelijk systeem. Het heeft gebreken, maar over het algemeen worden misdadigers, als ze gepakt worden, op de een of andere manier gestraft.
We leven dus op een werkelijk veilige plaats en in een werkelijk veilige tijd, vergeleken met de meeste mensen in de geschiedenis en de meeste mensen in de wereld. We besteden niet veel tijd aan nadenken over onze veiligheid, tenzij we natuurlijk aan financiële zekerheid of zekerheid op het gebied van onze gezondheid denken. Daarvoor hebben we meestal wel iets geregeld. Misschien hebben we een ziektekostenverzekering, hoewel iedereen weet dat een verzekering niet verzekert dat je gezond zult zijn. Die verzekert alleen dat er voor artsen betaald kan worden als je niet gezond blijft, maar zelfs die artsen kunnen je misschien niet helpen. Toch zijn er gebieden waarop we ons soms onzeker voelen en waarop we beseffen dat we werkelijk ergens op moeten vertrouwen. In Amerika bestaat de neiging om op geld of de overheid te vertrouwen. In wezen vertrouwen mensen erop dat de overheid het geld zal verschaffen voor gezondheidszorg, hun pensioen, noodsituaties of wat dan ook.
De toekomst is onzeker. Dat is altijd zo geweest voor alle mensen, en dat is ook nu nog zo. Het is alleen zo dat we in een welvarende samenleving als de onze veel meer maatregelen tegen mogelijke rampen hebben genomen. We verkeren in de positie dat we meer buffers tegen rampen kunnen opbouwen, of dat nu gebeurt door geld te sparen, door verzekeringen af te sluiten, of door in een land te wonen met veilig voedsel en veilig water, een overheid die minder corrupt is dan gemiddeld, en dergelijke dingen. We voelen ons behoorlijk veilig, vergeleken met hoe we ons op veel andere plaatsen zouden voelen. Daardoor beseffen we misschien niet in welke mate een gevoel van veiligheid een fundamentele menselijke behoefte is. Wanneer mensen die veiligheid niet hebben, zijn ze zich er sterk van bewust dat ze die niet hebben, en zoeken ze die ergens.
Dit betekent eenvoudig dat je gericht bent op zelfbehoud en overleving. Veel onzekerheid komt niet voort uit wat er op dit moment gebeurt, maar uit wat ons in de onzekere toekomst te wachten staat. Ik heb nu meer dan genoeg te eten. Ik heb nu meer dan genoeg kleding. Ik leef in een tijd van vrede. Op dit moment gaat alles behoorlijk goed. Maar hoe zit het met de toekomst? Wat als de economie volledig instort? Wat als de bevoorrading van winkels met voedsel wordt onderbroken? Wat als er een soort pest of ziekte-epidemie uitbreekt die overal in het land mensen doodt? Wat als die dingen gebeuren? Wat als we worden binnengevallen? Wat als er een terroristische aanslag op mijn stad plaatsvindt?
Al die dingen bevinden zich in het onbekende. Misschien zullen ze nooit gebeuren. Misschien zal geen van die dingen ooit tijdens mijn leven gebeuren, maar elk ervan zou ook later vandaag kunnen gebeuren. We weten het gewoon niet. De toekomst is ons volkomen onbekend. Wanneer mensen daarover nadenken, voelen ze zich daarom vaak onzeker. Dan zoeken ze een of ander systeem dat hun zekerheid biedt en waarop ze kunnen steunen. Dat kan geld zijn, of letterlijk muren rond hun huis en sloten op hun deuren. Of ze stemmen op een overheid waarvan ze denken dat die zich ertoe zal verplichten op onze oude dag in al onze behoeften te voorzien. Mensen zoeken hun veiligheid in geld, de overheid, wapens, sloten op deuren, de politie en allerlei andere dingen. Het is niet verrassend dat ze ergens hun toevlucht toe moeten nemen.
Zekerheid door Gods woorden en beloften #
Het verdrietige is, en de Bijbel maakt dat heel duidelijk, dat echte veiligheid alleen voortkomt uit vertrouwen op God. Niet iedereen heeft het gevoel dat hij dat kan doen, omdat hij God niet kan zien. Maar de ironie is dat hij de toekomst evenmin kan zien. Het lijkt heel logisch dat je voor de gevaren die je niet kunt zien, gemakkelijk zou kunnen vertrouwen op een God Die je niet kunt zien. Je zou tenslotte niet bang zijn voor de toekomst als je niet dacht dat die werkelijk bestond. Als de toekomst onzichtbaar is en God onzichtbaar is, is er geen reden om te denken dat het ene werkelijker is dan het andere. God is werkelijk, en wie dat weet en op Hem vertrouwt, ontdekt dat daarin veiligheid voor hem te vinden is. Voor anderen geldt dat niet.
Nu staat er in hoofdstuk 30, vers 5:
Elk woord van God is zuiver. Hij beschermt degenen die op Hem vertrouwen.
Je vertrouwen op Hem stellen is niets anders dan je vertrouwen stellen op Zijn woorden en Zijn beloften. Zijn woorden zijn zuiver. Zijn woorden zijn betrouwbaar. De beloften van God kennen en het karakter van God kennen, Zijn betrouwbaarheid, is daarom eenvoudig de manier waarop we zekerheid in Hem vinden. We weten wat Hij ons heeft beloofd, we weten Wie Hij is, en we weten dat we in Hem kunnen rusten.
Betekent vertrouwen op God dat we de garantie hebben dat ons voedsel niet opraakt, dat ons land niet door andere landen wordt binnengevallen, of dat we niet bij een misdadige aanval in ons huis gedood zullen worden? Nee, vertrouwen op God garandeert niet dat die dingen niet zullen gebeuren. Die dingen kunnen iedereen overkomen. Vertrouwen op God vertelt ons dat we er, zelfs als die dingen wel gebeuren, niet alleen voor staan en niet zonder de kracht zijn die God geeft. Zelfs als we sterven, zijn we daar zeker over.
Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst.
Die zekerheid kunnen mensen uit geen enkele andere bron van veiligheid verkrijgen, want God stelt ons voor eeuwig veilig. Daarom is zelfs de dood niet beangstigend. Pijn is beangstigend, en christenen moeten die soms onder ogen zien, maar het sterven zelf is voor de gelovige niet beangstigend.
De christen hoeft de dood niet te vrezen #
Ik herinner me dat ik Billy Graham dat hoorde zeggen toen hij in 1963 zijn evangelisatiecampagne in Los Angeles hield. Volgens mij zong mijn grootmoeder in het koor en was mijn grootvader daar zaalwacht. Ik ging met hen mee naar de evangelisatiecampagne van Billy Graham. Toen ik vier was, was ik ergens anders al eens naar voren gegaan bij een oproep om naar voren te komen. Maar ik herinner me dat ik Billy Graham in 1963 tijdens een preek in Los Angeles hoorde zeggen dat hij als christen niet bang was voor de dood. Ik herinner me dat ik toen dacht: daar heb ik nog nooit over nagedacht. Ik weet niet waarom niet. Ik denk dat je, wanneer je jong bent, niet zo veel over de dood nadenkt. Ik was pas tien jaar. Maar ik herinner me dat ik dacht: wauw, dat is werkelijk iets geweldigs, dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood. Die avond ging ik zelfs opnieuw naar voren, gewoon om het zeker te weten.
Ik herinner me dat dit een leidend motief in mijn denken werd: nu ik christen ben, hoef ik niet bang te zijn voor de dood. Het lijkt zo kinderlijk en eenvoudig. Is dat niet werkelijk een van de voornaamste voordelen van het christendom, dat je zekerheid hebt over wat er na de dood komt, dat je niet naar de hel gaat, enzovoort? Toch zijn er christenen die daar niet aan denken. Ze zijn zich daar niet van bewust. Ze leven hun leven in angst voor de dood. Ze zijn bang dat ze ziek zullen worden en sterven. Ze zijn bang dat er een terroristische aanslag zal plaatsvinden.
Wat mij betreft: als er ergens binnen een straal van honderdzestig kilometer van mij een terroristische aanslag plaatsvindt, en als het een nucleaire aanslag is, hoop ik dat ik me op het nulpunt bevind.
Sterven is winst in zulke situaties, en eerlijk gezegd in elke situatie. We voelen dat sterker wanneer ons leven ellendig is. Soms maken we zo veel ellende door dat we niet langer willen leven. Maar wanneer we het goed hebben en gelukkig zijn, vergeten we dat sterven voor ons zelfs nog beter is dan dit. Niet dat we een doodswens hebben, maar we zijn niet bang voor de dood. We zien niet met angst tegen de dood op.
Christenen die zich ervan bewust zijn dat ze op God kunnen vertrouwen, kunnen daarom onbevreesd leven, met een gevoel van zekerheid in God. Salomo brengt dat naar voren. Ze hoeven zich geen zorgen te maken of de paarden wel voldoende zijn voorbereid op de strijd. Ze hoeven zich geen zorgen te maken over de economie, of over de vraag of er genoeg geld beschikbaar is.
Voorzorg nemen en de rest aan God laten #
Salomo maakt dat ook op een paar andere plaatsen duidelijk. Die zullen we later bekijken. Zo zegt hij:
Een schrandere ziet het kwaad en verbergt zich, maar onverstandigen gaan voort en zullen daarvoor boeten.
Onbevreesd zijn betekent niet dat je dom bent. Een reden waarom we onbevreesd kunnen zijn, is namelijk dat we op verantwoorde wijze alles hebben gedaan waarvan we weten dat we het moeten doen, en de rest in Gods handen laten.
Als we weten dat er dingen zijn die we behoren te doen en kunnen doen, moeten we die ook doen. Stel bijvoorbeeld dat ik weet dat mijn kinderen morgen eten nodig hebben. Als ik niets doe wat binnen mijn vermogen ligt om daarvoor te zorgen en alleen maar zeg: „Ik vertrouw erop dat God de engelen morgen het eten laat brengen”, dan is dat geen wijsheid en neem ik mijn verantwoordelijkheden niet op de juiste manier. Met andere woorden: alles waartoe God mij in staat stelt om de toekomst van mijn kinderen en mijzelf veilig te stellen, alles wat werkelijk mijn verantwoordelijkheid is, moet ik doen.
Maar ik doe dat in de wetenschap dat ik me nergens meer zorgen over hoef te maken wanneer ik eenmaal alles heb gedaan wat ik kan. Ik heb gedaan wat ik geacht word te doen, en de rest is Gods zorg. Hij zal voor de rest zorgen. Blijf gewoon je best doen en bid dat het gezegend wordt, en Hij zal voor de rest zorgen.
Hij zal op meer dan één manier voor de rest zorgen, want jij zult in Hem rusten. Je zult niet nerveus en onzeker zijn, maar rusten in de wetenschap dat je alles hebt gedaan wat God van je verwacht. Dat is nog niet alles: voor het deel dat jij niet kunt doen—datgene waarin jij tekortschiet—zal God zorgen.
Wijs leven in het besef van God #
Leven in het bewustzijn van God, in de vreze Gods, terwijl je God kent en volledig vertrouwt op de soevereiniteit van God, betekent dat je weet dat Hij alles ziet, dat Hij alwetend is en dat Hij bepaalde voorkeuren heeft. Hij verafschuwt goddeloosheid, leugenaars, kwade gedachten en een trots hart. Hij verafschuwt mensen die de rechtvaardige veroordelen en de goddeloze vrijspreken. Hij begunstigt de zaak van de armen en Hij is tegen corrupte handel, corrupte rechtbanken, misdaad, enzovoort.
De dingen waar God voor en tegen is, sturen iemand die zich van God bewust is in zijn keuzes en waarden. Veel van deze dingen zijn heel elementair voor degenen onder ons die al lange tijd christen zijn, omdat dit heel elementaire overwegingen zijn. Maar we moeten bedenken dat ze niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn. Veel mensen weten deze dingen niet en richten hun leven er niet naar in.
Salomo schrijft natuurlijk aan mensen die over veel minder Bijbelse openbaring beschikken dan wij. Wij kennen de leer van Jezus in het Nieuwe Testament, waardoor deze dingen heel fundamenteel lijken. Dit zijn dingen die we vele jaren geleden hebben geleerd, toen we pas christen waren geworden. Maar niet iedereen aan wie Salomo schrijft, is wat wij een christen noemen.
Hij probeert mensen die in hun leven niet bewust met God leven duidelijk te maken dat ze, als ze een wijs en zeker leven willen leiden, moeten leven in het besef van Gods aanwezigheid en Gods soevereiniteit. Ze moeten beseffen wat Hij zal goedkeuren en afkeuren, en zich bewust zijn van Zijn rechtvaardigheid en natuurlijk van de zekerheid die in Hem ligt. Dat zijn de dingen die we hebben onderzocht binnen deze categorie van bewust leven met God.
Wanneer we terugkomen bij Spreuken, slaan we een andere richting in en bekijken we een reeks spreuken over een heel andere reeks onderwerpen.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Proverbs: God Conscious Living (Part 3). Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.pdf?v=35aaffd4b776
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 15 - Leven in Gods aanwezigheid deel 3.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.mp3?v=9665ffba90d5
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 15 - Leven in Gods aanwezigheid deel 3.mp3
Spreuken
Alle lezingen over Spreuken. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding deel 1 God leidt door wet, profeten en wijsheid
- 2 Inleiding deel 2 Wijsheid kiest het juiste doel en de weg
- 3 Inleiding deel 3 Spreuken zijn raad, geen vaste beloften
- 4 Inleiding deel 4 God kennen is meer waard dan rijkdom
- 5 1-2 Salomo leert zijn zoon wijsheid zoeken
- 6 3 God leidt door wijsheid en gezond verstand
- 7 4-5 Salomo waarschuwt zijn zoon voor overspel
- 8 6:1-19 Borg staan, de luiaard en de kwaadstoker
- 9 6:20-7:27 Een jonge man bezwijkt voor de verleidster
- 10 8-9 Wijsheid roept, dwaasheid lokt
- 11 10-30 Agur bidt om geen armoede of rijkdom
- 12 31 Raad aan Lemuël en de deugdzame vrouw
- 13 Leven in Gods aanwezigheid deel 1 De vreze des Heeren in het dagelijks leven
- 14 Leven in Gods aanwezigheid deel 2 God ziet mensen en bepaalt de uitkomst
- 15 Leven in Gods aanwezigheid deel 3 God komt op voor armen en haat bedrog
- 16 Zaken van het hart deel 1 Het hart laat zien wie iemand werkelijk is
- 17 Zaken van het hart deel 2 Depressie als geestelijke en morele kwestie
- 18 Zaken van het hart deel 3 Jaloezie is niet hetzelfde als afgunst
- 19 Zaken van het hart deel 4 Boosheid beheersen en op God vertrouwen
- 20 Ouders en kinderen Ouders geven Gods woorden door aan kinderen
- 21 Vrouwen Een vrouw kan haar gezin maken of breken
- 22 Mannen en conflicten Een goede man is trouw en bewaart vrede
- 23 Dienaren en meesters Dienaren tegenover hun meesters
- 24 Heersers en onderdanen De gunst en woede van de koning
- 25 Vrienden en vijanden Vrienden blijven trouw, vijanden krijgen liefde
- 26 Buren Buren helpen, corrigeren en doen recht
- 27 Voedsel en wijn Eten en wijn: genieten met zelfbeheersing
- 28 Seksuele immoraliteit Hoe seksuele zonde mensen verstrikt
- 29 Geld deel 1 Mooie dingen willen en steeds meer bezitten
- 30 Geld deel 2 Geld verdienen door eerlijk en hard te werken
- 31 Geld deel 3 Werk, eerlijk zakendoen en omgaan met schulden
- 32 Hoogmoed deel 1 Jezelf, je gaven en anderen juist zien
- 33 Hoogmoed deel 2 Hoogmoed maakt spotters en ruziemakers
- 34 De tong De tong kan doden of leven geven
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.srt?v=7b2fb04ee6e9
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 15 - Leven in Gods aanwezigheid deel 3.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/spreuken/leven-in-gods-aanwezigheid-deel-3.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Spreuken 19:17
- Mattheüs 25:36
- Mattheüs 25:37-39
- Mattheüs 25:40
- Lukas 14:14
- Lukas 14:12-14
- Spreuken 22:22-23
- Spreuken 20:10
- Spreuken 20:23
- Spreuken 6:16-18
- Micha 6:8
- Exodus 20:13-16
- Spreuken 28:5
- Spreuken 21:12
- Spreuken 24:11
- Spreuken 24:12
- Spreuken 29:26
- Romeinen 13:3-4
- 1 Petrus 2:13-14
- Spreuken 18:10
- Spreuken 18:11
- Spreuken 20:22
- Romeinen 12:17
- Romeinen 12:19
- Deuteronomium 32:35
- 1 Samuel 14:6
- Spreuken 21:31
- Psalmen 20:8
- Spreuken 29:25
- Spreuken 30:5
- Filippenzen 1:21
- Spreuken 22:3