Spreuken Hoogmoed deel 2
Hoogmoed maakt spotters en ruziemakers
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.pdf?v=e70da6a14e82. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.
Samenvatting
Hoogmoed, eerzucht en de invloed van verkeerde metgezellen
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt verschillende spreuken over hoogmoed en nederigheid. Hij legt uit dat menselijke bekwaamheid en prestaties uiteindelijk van God afkomstig zijn en dat trots leidt tot spot, ruzie, schande en ondergang. Ook waarschuwt hij voor het zoeken naar aanzien door rijkdom, invloedrijke kringen en omgang met vooraanstaande mensen. Ten slotte behandelt hij hoe de keuze van je metgezellen en het verlangen naar hun goedkeuring je gedrag vormen en tot morele compromissen kunnen leiden.
Zelfrechtvaardiging en subtiele hoogmoed #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Spreuken: hoogmoed, deel 2.
Ik denk dat we nog een paar lezingen over Spreuken nodig hebben voordat we alles hebben behandeld wat we willen behandelen. In deze lezing gaan we verder met onderwerpen die verband houden met de hoogmoed van het leven. De vorige keer hebben we heel wat spreuken bekeken die gingen over de manier waarop een mens zichzelf in zijn eigen ogen ziet. Mensen zijn geneigd trots op zichzelf te zijn. Ze zijn geneigd excuses voor zichzelf te bedenken. Ze zijn geneigd rein te zijn in hun eigen ogen, wijs in hun eigen ogen of goed in hun eigen ogen. Dit zijn enkele van de vele dingen die Spreuken zegt wanneer het gaat over de menselijke natuur en de neiging om jezelf gunstig te beoordelen, misschien gunstiger dan een objectieve waarnemer je zou beoordelen.
Eerlijk gezegd verlangen we ernaar gerechtvaardigd te worden. Het lijkt erop dat er sinds de zondeval een menselijke drang bestaat om gerechtvaardigd te worden. Dat wil zeggen: om ons gedrag te rechtvaardigen, schuld te bedekken en te handelen of te geloven alsof we beter zijn dan we zijn. Adam en Eva bedekten natuurlijk hun naaktheid met vijgenbladeren toen ze zondigden. Dat laat op zichzelf al een oeroude menselijke drang zien om schuld te bedekken en te doen alsof alles in orde is, terwijl dat niet zo is.
Het is duidelijk dat de boodschap van de Bijbel is dat God in Christus in rechtvaardiging voor zondaars heeft voorzien. Maar mensen die geen rechtvaardiging in Christus vinden, zullen altijd proberen zichzelf te rechtvaardigen. Dat betekent soms dat we ons gedrag goedpraten en er op de een of andere manier in slagen onszelf ervan te overtuigen dat wat we ook zijn, toch niet zo slecht is als een objectievere beoordeling misschien zou uitwijzen. We hebben veel Schriftgedeelten gezien die op deze menselijke neiging wijzen.
Er zijn veel uiteenlopende Schriftgedeelten over hoogmoed en hoogmoedig gedrag. Niet alles daarvan gaat over arrogantie als zodanig, maar eerder over iemands bezorgdheid om zijn eigen imago, reputatie en dat soort dingen. Dat zijn allemaal aspecten van hoogmoed. Niet al die vormen zijn opvallend. Arrogantie is een opvallende vorm van hoogmoed die iedereen kan zien, en iedereen heeft er een afkeer van wanneer hij die bij andere mensen ziet. Maar hoogmoed is vaak subtieler en eerlijk gezegd is niet alle trots werkelijk zondig.
Het is mogelijk om trots te zijn zonder jezelf de eer te geven. Trots is een woord dat we soms eenvoudig gebruiken in de betekenis van ergens blij mee zijn. Als je trots bent op wat je kinderen presteren, betekent dat dat je blij bent met hun prestatie, of dat je denkt: ‘Dat is mijn zoon die dat doet,’ of: ‘Dat is mijn dochter die dat doet.’ Dat is niet noodzakelijkerwijs een vorm van hoogmoed, tenzij het zich in je eigen gedachten vertaalt in een gevoel van persoonlijke belangrijkheid, vooral als het je het gevoel geeft dat je op de een of andere manier beter bent dan andere mensen.
Het is duidelijk dat er milde vormen van trots bestaan die niet schadelijk en waarschijnlijk niet zondig zijn. Maar wij hebben het over iemand die niet erkent wat zijn werkelijke positie onder God is, namelijk die van een schepsel en van een gevallen schepsel. Zo iemand erkent niet dat we werkelijk niet zo goed, bekwaam of machtig zijn. We zijn werkelijk behoeftige mensen. We hebben barmhartigheid nodig, we hebben hulp van God nodig en we zijn werkelijk niet beter dan andere mensen.
Volgens sommige maatstaven zijn we misschien beter dan bepaalde andere mensen. Sommige mensen gedragen zich slechter dan wij. Sommige mensen hebben misschien minder gaven dan wij. Zelfs als dat waar is — en het is natuurlijk waar — zijn er dingen waarin ieder van ons beter zou presteren dan bepaalde andere mensen met wie we ons zouden kunnen vergelijken. Paulus zei:
Gaven en bekwaamheid komen van God #
Wat heb je dat je niet gekregen hebt?
Datgene waardoor je van een ander verschilt, is eenvoudigweg iets wat God je heeft gegeven. Het is niet iets wat je hebt verdiend, waarom je hebt gevraagd, waarop je hebt gesolliciteerd of wat je zelf tot stand hebt gebracht.
Zelfs de dingen die wij ogenschijnlijk zelf tot stand hebben gebracht — we hebben allemaal bepaalde dingen gedaan, ons op bepaalde dingen toegelegd en bepaalde doelen bereikt die anderen niet hebben bereikt — zelfs het vermogen om ons ergens op toe te leggen is een vermogen dat God heeft gegeven. Misschien is zelfs de motivatie om dat te doen een gave die God heeft gegeven. Daarom kunnen we ons werkelijk voor vrijwel niets de eer toe-eigenen.
God weet waarvoor ons de eer behoort toe te komen, en Hij zal ons op de oordeelsdag de eer geven waar die verschuldigd is. Maar het is niet aan ons om erkenning, waardering en eer te zoeken voor wat we tot stand hebben gebracht, of daar veel over te denken alsof het uit onszelf voortkwam.
Paulus zei in 2 Korinthe, hoofdstuk 3:
Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God.
Hij zegt dit nadat hij uitvoerig heeft gesproken over zijn eigen bediening en over de kracht en doeltreffendheid daarvan. In 2 Korinthe 3, vers 3, zegt hij bijvoorbeeld:
Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar door de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op tafelen van vlees, van de harten.
Met andere woorden, de verandering in jullie levens is ons werk. Het is in werkelijkheid het werk van de Heilige Geest, maar jullie zijn de brief die wij door de Heilige Geest hebben geschreven. Jullie zijn de vrucht van onze inspanningen en onze bediening. Maar hij zegt:
4Zo'n vertrouwen nu hebben wij door Christus op God. 5Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. 6Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn , niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Zo erkent hij dat God door hem heen dingen tot stand heeft gebracht. Paulus kon zich ongetwijfeld bewust zijn van de offers die hij zelf heeft gebracht, het lijden dat hij heeft doorstaan en alle inspanningen die hij zich, anders dan anderen, heeft getroost en waardoor die vrucht is voortgebracht. Maar hij zegt dat God Degene is Die ons hiervoor bekwaam heeft gemaakt. Onze bekwaamheid komt van God. Wij denken niet dat wij degenen zijn die ook maar iets tot stand hebben gebracht. Zoals hij in 1 Korinthe, hoofdstuk 3, zei:
Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien.
Hoewel de groei van de gemeente het resultaat was van Paulus’ harde werk en inspanningen, zei hij: ‘Eigenlijk kon ik niets laten gebeuren. Alleen God kan dat doen.’
Het komt heel vaak voor dat artsen dit erkennen. Ze zeggen: ‘Wij kunnen niemand genezen. We kunnen het bot zetten of we kunnen medicijnen voorschrijven, maar de genezing zelf zal God moeten bewerken.’ Veel artsen hebben dat opgemerkt. Ze erkennen dat wij ons hebben ingespannen en dat God het resultaat moet voortbrengen, want al onze inspanningen kunnen op niets uitlopen. Daarom kunnen wij ons zelfs niet beroemen op wat door onze inspanningen tot stand is gebracht.
Spot, kritiek en minachting #
In Spreuken, hoofdstuk 21, vers 24, staat:
Hoogmoedig, trots: spotter is zijn naam, hij gaat met mateloze overmoed te werk.
Dit is meer een nogal voor de hand liggende constatering dan een diepgaand inzicht. Het is bijna een definitie. Een spotter is een hoogmoedig en trots mens, iemand die met andere mensen spot. Het spreekt vanzelf dat iedereen die met iemand anders of met de ideeën van iemand anders spot, trots is.
Het is mogelijk om kritiek te leveren op de ideeën van andere mensen zonder trots te zijn. Maar spotten betekent dat je iemand anders met minachting overlaadt, alsof zijn ideeën het niet waard zijn, alsof zijn ideeën dwaas zijn of alsof zijn ideeën aantonen dat degene met wie wordt gespot minderwaardig is. Dit is een arrogante manier van leven. Wanneer mensen andere mensen bespotten, met hen spotten of hen minachten, komt dat eenvoudigweg voort uit een trotse en hoogmoedige geest. Iemand die niet hoogmoedig is, zal wel kritiek leveren op andere mensen, maar hen niet bespotten.
Ik kreeg een e-mail van iemand die zei dat hij boos was omdat iemand in mijn programma de ruimte had gekregen om rooms-katholieken te bespotten en ik hem niet had tegengehouden. Ik herinner me dat telefoongesprek. De beller had rooms-katholieken niet bespot. De beller had kritiek geuit op rooms-katholieken. Hij was in Oeganda geweest en had gezien dat de Rooms-Katholieke Kerk doortrokken was van bijgeloof en zelfs occultisme. Die persoon vroeg mij of ik dacht dat mensen bezeten konden zijn geraakt door demonen vanwege hun betrokkenheid bij de Katholieke Kerk in Oeganda.
Ik zei: ‘Ik weet wel dat in sommige derdewereldlanden de Rooms-Katholieke Kerk, of in elk geval de mensen die de Rooms-Katholieke Kerk bezoeken, vaak ook betrokken zijn bij inheems bijgeloof en dat soort dingen, en dat daar demonische invloeden kunnen zijn.’ Dat is wat wij zeiden. Een man schreef mij en zei: ‘Jij bespot rooms-katholieken.’ Wij bespotten niemand. Wij deden alleen vaststellingen. Je kunt kritiek leveren zonder een spotter te zijn. Er was geen arrogantie in de toon van de beller of in die van mij. Het was gewoon een bespreking van de nuchtere feiten.
Sommige mensen vinden dat ze niet bekritiseerd mogen worden, omdat ze zich dan in verlegenheid gebracht voelen. Ze zijn zo verknocht aan hun ideeën, hun beweging of een bepaalde identiteit, dat ze zich aangevallen voelen zodra er alleen maar een vaststelling wordt gedaan of terechte kritiek wordt geuit. Daar gaat dit niet over. Dit gaat over spotten en bespotten, waarbij je iemand behandelt alsof hij minderwaardig is. Natuurlijk is degene die iemand anders behandelt alsof die minderwaardig is, trots en waarschijnlijk, in elk geval wat dat betreft, de mindere van degene die hij bespot, want trots is een gebrek.
Hoogmoed als bron van ruzie #
In hoofdstuk 28, vers 25, staat:
Wie trots van hart is, verwekt ruzie, maar wie op de HEERE vertrouwt, zal voorspoedig zijn.
Het is niet gemakkelijk om precies te zien hoe deze twee delen van deze spreuk rechtstreeks tegenover elkaar staan. De eerste uitspraak op zichzelf, stemt overeen met die andere spreuk, die zegt:
Overmoed geeft alleen maar ruzie, maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid.
Mensen raken verwikkeld in ruzies, conflicten en woordenwisselingen omdat ze trots zijn.
Als iemand nederig genoeg is, vindt hij het niet erg om de ander het laatste woord te laten hebben. Hij ziet dat liever gebeuren dan dat er ruzie, conflict en onaangenaamheid in een relatie ontstaat. De relatie is meer waard dan ons streven om ons gelijk te bewijzen. Tenzij het natuurlijk gaat om een zaak van absolute gerechtigheid tegenover het kwaad. Dan is het in veel gevallen de moeite waard om aan dat punt vast te houden en er niet op toe te geven. Maar als het een zaak van gerechtigheid is, is het geen kwestie van mening. Dat wil zeggen: je bent niet trots omdat je voor God opkomt of voor wat God zegt. Dat is geen trots.
Wanneer mensen zeggen: „Jullie christenen lijken zo trots, omdat jullie zeggen dat jullie de enigen zijn die behouden zijn”, dan hebben wij dat niet zelf bedacht. Het is niet zo dat we trots zijn. Als we het zelf bedachten, zouden we misschien ruimhartiger zijn, maar we hebben niet de vrijheid om iets te veranderen aan wat volgens ons waar is. Het is niet trots om op te komen voor iets wat waar is en waarvan God heeft verklaard dat het waar is. Dat is geen trots. Het kan iets zijn wat bij sommige mensen trots teweegbrengt, maar de uitspraak zelf komt niet voort uit trots. Maar daarbij kom je natuurlijk op voor een absolute gerechtigheid die door God is afgekondigd. In de meeste gevallen, in elk geval tussen gelovigen, gaat onenigheid over meningen: mijn mening, mijn beoordeling van iets, tegenover die van iemand anders. Ik denk meestal dat de mijne beter is, omdat het mijn mening is. Misschien heb ik werkelijk betere redenen voor mijn mening dan de ander, maar die ziet dat niet meteen en kan daarover de strijd aangaan. Het werkelijke probleem van trots is niet dat je opkomt voor de waarheid tegenover iets wat duidelijk een dwaling is. Het probleem is dat je opkomt voor wat van jou is, jouw mening. Je wilt gelijk hebben.
Als het er nu om gaat dat je voor de waarheid opkomt, is dat niet hetzelfde. Maar waar trots is, zal een trots mens voortdurend de strijd aangaan, omdat hij niet bereid zal zijn te erkennen dat hij ongelijk heeft. Trots wil niet horen dat hij ongelijk heeft. Trots wil gelijk hebben. Wanneer iemand daarom altijd gelijk wil hebben en erop staat dat hij gelijk heeft, zal er onenigheid ontstaan, want andere mensen zullen ook trots zijn. Andere mensen zullen er zeker van willen zijn dat zij worden gezien als degenen die gelijk hebben. Twee trotse mensen, die allebei in de ogen van de ander in het gelijk gesteld willen worden, of misschien in de ogen van omstanders die van het gesprek weten, willen daarom het laatste woord hebben. Ze willen het laatste punt maken. Ze kunnen de strijd niet staken voordat ze het gevoel hebben dat ze gewonnen hebben. Als beide partijen even trots zijn, gaat de onenigheid natuurlijk eindeloos door.
Het is nederig om gewoon te besluiten: „Het is niet erg als jij denkt dat ik ongelijk heb, en misschien heb ik dat ook. Laten we hierover gewoon niet meer redetwisten. Misschien heb ik geen ongelijk, maar het ziet ernaar uit dat we dit niet zullen kunnen oplossen. Het is belangrijker dat we als christenen met elkaar kunnen omgaan dan dat we proberen te bewijzen dat we gelijk hebben.”
Maar er staat:
Wie trots is, lokt ruzie uit.
Dat is beslist een neiging. Het andere deel ervan klinkt bijna als een afzonderlijke spreuk die daar niets mee te maken heeft. Tenzij „hij die op de Heere vertrouwt”, in tegenstelling tot „hij die trots van hart is”, spreekt over het specifieke soort trotse hart dat niet op de Heere vertrouwt, maar op zichzelf.
Die mogelijkheid bestaat duidelijk. Mensen vertrouwen niet altijd op de Heere, en wanneer ze dat niet doen, vertrouwen ze meestal op zichzelf. Dat zou als een trots hart kunnen worden gezien, als een vorm van groot zelfvertrouwen. Dan is het minder duidelijk waarom specifiek het veroorzaken van onenigheid in verband met trots wordt genoemd. Want het lijkt erop dat een trots hart, wanneer daarmee wordt bedoeld dat iemand op zichzelf vertrouwt in plaats van op God, iemand eerder tegenover God zou plaatsen dan tegenover andere mensen. Maar hoe dan ook, deze spreuk maakt heel duidelijk dat trots en onenigheid hand in hand gaan.
Het andere vers dat ik hierover noemde, is Spreuken 13:10:
Alleen door hoogmoed ontstaat ruzie.
Zoals ik al eerder zei, meen ik dat we dit eerder hebben bekeken en over relaties hebben gesproken. De New King James zegt:
Hoogmoed leidt alleen maar tot ruzie, en sommige vertalingen geven het zo weer. De King James maakt ervan:
Overmoed geeft alleen maar ruzie, maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid.
wat betekent dat er nooit onenigheid zal zijn, behalve als gevolg van trots. De stelling zou dan dus zijn dat er, waar onenigheid is, duidelijk trots aanwezig moet zijn, omdat onenigheid alleen als gevolg van trots ontstaat.
Maar zoals het in deze andere versie is geformuleerd, en daarnaast in sommige andere versies, luidt het:
Hoogmoed leidt alleen maar tot ruzie. Daarmee wordt niet zozeer bedoeld dat onenigheid altijd door trots wordt veroorzaakt, maar dat trots nooit iets beters voortbrengt dan onenigheid. Hoe dan ook, het verband tussen trots en onenigheid wordt op meer dan één plaats bevestigd.
God vrezen betekent hoogmoed haten #
In hoofdstuk 8, vers 13, spreekt de wijsheid. Ze wordt voorgesteld als een vrouw die een beroep op mensen doet om wijs te worden en haar goederen, haar wijsheid, te aanvaarden in plaats van de dwaasheid waar mensen vaak voor kiezen. Ze zegt dit in Spreuken 8:13:
De vreze des HEEREN is het kwade te haten; hoogmoed, trots en de verkeerde weg en een mond vol verderfelijke dingen haat Ik.
Wie haat dat? De wijsheid haat het. De wijsheid wordt hier voorgesteld als een persoon, maar we moeten natuurlijk beseffen dat wijzelf wijsheid als eigenschap moeten bezitten. Daarom moeten wij haten wat de wijsheid haat. De vreze des HEEREN is in feite het kwaad te haten. Waarom? We hebben het eerder over de vreze des HEEREN gehad. De vreze des HEEREN is een gezond besef van het kwaad waaraan iemand zichzelf blootstelt, van het gevaar waarin hij zichzelf brengt, wanneer hij zich willens en wetens tegenover zijn Schepper stelt.
Het is niet zozeer dat God ons bang maakt. Het is dat de gedachte dat we ons misdragen, de gedachte dat God boos op ons is, een angstaanjagend vooruitzicht is. Daarom haten we het kwaad, want we zien het kwaad als datgene waardoor we op gespannen voet met God komen te staan. God haat het kwaad, en dat moeten wij ook doen als we bevreesd willen zijn voor Gods rechtvaardige omgang met ons. Als we kwaad doen, zal Zijn omgang met ons streng zijn. Dat moet wel.
Er staat dat wijsheid hoogmoed en trots, de kwade weg en een mond vol verdorvenheden haat. Dus als je de Heere vreest, haat je ook hoogmoed. De vreze des Heeren en persoonlijke nederigheid moeten duidelijk samengaan. Ik weet nog dat ik jong was en voor het eerst mijn houding tegenover het leven en de bediening, mijn christelijke wandel enzovoort begon te bepalen. Ik herinner me hoe nederigheid in de Bijbel zo vaak werd genoemd als iets wat God eist:
Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift : God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.
Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.
Er is deze wisselwerking tussen de schepping en de Schepper. De Schepper moet verhoogd worden, en de schepping moet zichzelf vernederen, zichzelf verootmoedigen en afdalen tot haar juiste plaats, in plaats van te proberen zich in haar eigen ogen tot het niveau van God te verheffen.
Niet met God wedijveren om de eer #
Mensen hebben de neiging zichzelf tot het niveau van God te verheffen, ook als ze niet zo brutaal zouden zeggen: „Ik ben God”, zoals sommige mensen eerlijk gezegd wel hebben gedaan, maar niet erg veel. Ze handelen alsof ze God zijn, denken alsof ze God zijn en doen alsof de voorrechten van God hun voorrechten zijn. Dat betekent dat je met God wedijvert om een positie die maar door één partij kan worden ingenomen: die van hoogste heerser. Als God die positie inneemt en jij die positie probeert in te nemen, wedijveren jij en God met elkaar. En Hij is een stuk groter dan jij.
Ik wil niet met God gaan wedijveren. Ik wil niet dat Hij mij moet neerslaan. Ik houd mezelf liever laag. Eerlijk gezegd is de vreze Gods altijd iets geweest waarvan ik me bewust was. De vrees voor hoogmoed, de haat tegen hoogmoed, houdt verband met de vreze Gods. Want je weet dat God de hoogmoedigen weerstaat als je hoogmoedig bent. Door God weerstaan worden—het leven is al moeilijk genoeg wanneer God aan jouw kant staat. Zelfs wanneer God je helpt, is het leven moeilijk. Als God je weerstaat, vraag je werkelijk om moeilijkheden.
Dus de vrees daarvoor, de vrees om op gespannen voet met God te staan en met Hem te wedijveren om de erkenning, heerlijkheid, eer of wat dan ook voor de dingen die door mij tot stand worden gebracht, maakt het angstaanjagend om daar ook maar iets van voor mezelf te zoeken. Het is niet alleen verkeerd. Het is angstaanjagend. Wie wil er door God weerstaan en tegengewerkt worden? Waarom zou ik iets willen doen waardoor God verplicht zou zijn mij nog lager te maken dan ik al ben? Jezelf vernederen onder de machtige hand van God, zodat Hij je kan verhogen, is overduidelijk aantrekkelijk en ook juist.
Zo is het ook met wijsheid: je moet God vrezen om wijs te zijn, want de vreze des Heeren is het begin van de wijsheid. Maar als je wijs bent, zul je ook hoogmoed haten. En als je God vreest, zul je hoogmoed haten, want wijsheid haat hoogmoed.
Hoogmoed in anderen en in jezelf #
In hoofdstuk 11, vers 2, heb ik het over hoogmoed in jezelf. Je kunt ook de trots van andere mensen haten, maar dat moet niet zijn omdat hun trots tegen jouw trots indruist. Dat is zo vaak het geval. Ik haat de trots van die persoon. Waarom? Waarschijnlijk omdat ik trots ben en hun trots met de mijne in conflict is. Het is dezelfde reden waarom God de trots in mij haat. God is niet trots, maar Hij bekleedt een positie waarover Hij ijvert. En het is verkeerd wanneer iemand anders in zijn eigen gedachten probeert zichzelf tot die positie te verheffen.
Dus als de trots van iemand anders me dwarszit, kan het zijn dat mijn trots eenvoudig met die van hem wedijvert om de vooraanstaande positie en de aandacht die hij krijgt of probeert te krijgen, en dat ik die wil hebben. Maar het is mogelijk de trots in anderen te haten om dezelfde reden waarom je die in jezelf haat: je vreest God. De psalmist zei ergens in Psalm 119:
Ontzetting heeft mij aangegrepen vanwege hen die Uw wet verlaten.
Soms zie je anderen die door hun gedrag het onheil over zich afroepen, en ben je namens hen doodsbang.
Paulus zei:
Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof ; en voor God zijn wij openbaar geworden, maar ik hoop ook voor uw gewetens openbaar te zijn.
Het is niet dat ik bang ben voor God. Ik vrees voor hen, omdat ik weet hoe angstaanjagend het is voor deze mensen om onvoorbereid tegenover God te komen staan. We proberen hen te overtuigen. We worden ertoe bewogen hen te overtuigen. We haten de trots in andere mensen, omdat we zien dat ze zichzelf zo opstellen dat God hen zal weerstaan. En alleen al de gedachte dat dit iemand zou kunnen overkomen, en niet alleen ons, doet ons huiveren.
Zelfverheffing eindigt in vernedering #
Trots is iets lelijks wat een wijs mens altijd weerzinwekkend zal vinden, allereerst in zichzelf en vervolgens natuurlijk ook in anderen. In hoofdstuk 11, vers 2, staat:
Komt overmoed, dan komt ook schande, maar bij de ootmoedigen is wijsheid.
Wanneer hoogmoed komt, volgt schande. Niet in ieder afzonderlijk geval, maar uiteindelijk zal God je moeten vernederen als je jezelf verheft.
Jezus zei: als je naar een feest gaat, zoek dan niet de hoogste plaatsen op, de eervolle plaatsen aan tafel. Want dan komt er misschien iemand die belangrijker is dan jij, en dan zal de gastheer zeggen:
8Wanneer u door iemand op een bruiloft uitgenodigd bent, ga dan niet aanliggen op de ereplaats, opdat niet misschien iemand die voornamer is dan u, door hem uitgenodigd is, 9en hij die u en hem uitgenodigd heeft, tegen u zal komen zeggen: Geef hem die plaats. U zou dan tot uw schande de laatste plaats beginnen in te nemen.
Dan zul je beschaamd en in verlegenheid voor de ogen van iedereen naar een lagere plaats aan tafel moeten gaan, omdat je op arrogante wijze een hoge plaats voor jezelf had gezocht. En dan moet je in het openbaar vernederd worden doordat je naar een lagere plaats wordt verwezen.
Hij zei: als je naar het feest gaat, neem dan de laagste plaatsen. Als je daar uiteindelijk blijft zitten, is dat prima. Maar aan de andere kant kan het zijn dat de gastheer naar je toe komt en zegt:
10Maar wanneer u uitgenodigd bent, ga er heen en ga op de laatste plaats aanliggen, opdat, als hij komt die u uitgenodigd heeft, hij tegen u zal zeggen: Vriend, kom hoger op. Dan zal dat u tot eer zijn in de ogen van allen die met u aanliggen. 11Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
Opscheppen maakt gebreken zichtbaar #
Dan zul je lof en eer ontvangen ten overstaan van de mensen. Je vernedert jezelf, en dan volgt eer. Maar als je aanvankelijk trots bent, zullen er situaties komen waarin je vernederd wordt. Als je opschepperig bent, als je altijd probeert jezelf voor te doen als iemand die beter is dan andere mensen, dan zal de werkelijkheid uiteindelijk aan het licht komen. Je bent niet beter. Het feit dat je opschepperig bent, is een sterke aanwijzing dat je niet beter bent, want mensen die werkelijk beter zijn, zijn niet trots. Trots is een gebrek. Als je trots bent, is dat op zichzelf al een teken van minderwaardigheid, want een beter mens zou nederig zijn.
Als je opschepperig bent, probeer je mensen de indruk te geven dat jij de beste bent, waar het ook om gaat. Je wilt dat mensen je bewonderen omdat je beter bent dan de meeste mensen. Maar zelfs als je in bepaalde opzichten beter bent dan de meeste mensen, geldt: hoe meer je jezelf op dat gebied hebt opgehemeld, des te opvallender elk gebrek op dat gebied zal zijn in de ogen van het publiek. Als iemand opschept over zijn atletische vermogen, zijn muzikale vermogen, zijn vermogen om te debatteren of wat dan ook, kan hij daar inderdaad goed in zijn. Maar hij is niet volmaakt. Elke onvolkomenheid zal des te duidelijker zichtbaar zijn omdat hij heeft opgeschept over hoe goed hij is.
Maar als iemand niet opschepperig is — ik zeg niet dat hij zichzelf naar beneden moet halen. Als je ergens goed in bent, is er geen reden om dat te ontkennen. Maar je hoeft er niet veel over te praten. Je hoeft er niet veel aandacht op te vestigen, want er zullen momenten komen waarop je op een bepaald gebied tekortschiet, hoe goed je ook bent. Je zult niet volmaakt zijn. Maar niemand zal het erg vinden dat je niet volmaakt bent, als je er niet zo’n punt van hebt gemaakt dat je geweldig bent. Dus waar trots is, stel je jezelf altijd bloot aan schande. Wijze mensen zijn nederig. Bij de nederigen is wijsheid.
In hoofdstuk 13, vers 10, hebben we dit al gezien:
Overmoed geeft alleen maar ruzie, maar bij wie zich raad laten geven, is wijsheid.
Daar zullen we niet meer over zeggen, want een paar ogenblikken geleden heb ik enige tijd aan die gedachte besteed.
Gods oordeel over hoogmoed #
Hoofdstuk 15, vers 25:
Het huis van hoogmoedigen vaagt de HEERE weg, maar de grenssteen van een weduwe zet Hij vast.
Het huis van de trotse mens — niet alleen zal hij te schande worden gemaakt, maar zijn huis zal worden verwoest. Niet elke keer. Vergeet niet dat Spreuken geen absolute uitspraken doet. Toch had Salomo ongetwijfeld lang genoeg geleefd en genoeg waargenomen om mensen te hebben gezien die trots waren en hun hele gezin, hun hele bezit en hun hele huis in het verderf stortten. Ze waren namelijk te trots om raad aan te nemen toen ze dat hadden moeten doen, en te trots om gehoor te geven aan een bestraffing wanneer ze iets dwaas of kwaads deden. Ze brachten rampspoed over hun hele gezin en huis.
In hoofdstuk 16, vers 5, staat:
Al wie hooghartig is, is voor de HEERE een gruwel. Hand op hand: hij zal niet voor onschuldig gehouden worden.
Als mensen trots zijn in hun hart, is dat nog een reden om God te vrezen en nederig te zijn: je bent een gruwel voor God. Een gruwel betekent iets wat niet te verdragen is. Als iets voor God niet te verdragen is, betekent dit dat Hij het uiteindelijk niet zal verdragen. Eén ding dat we beslist willen, is dat God ons verdraagt en ons genadig is. Het is dan ook een buitengewoon dwaze beslissing om een gruwel voor Hem te zijn en onszelf weerzinwekkend voor Hem te maken.
Spreuken 16:18 zegt:
Trots komt vóór de ondergang, en hoogmoed komt vóór de val.
Aan dit spreekwoord is de beknoptere uitspraak ontleend:
Hoogmoed komt voor de val.
De meeste mensen denken dat de Bijbel zegt:
Hoogmoed komt voor de val.
Dat staat er inderdaad, maar niet helemaal in die woorden. Hier staat het met deze woorden:
Hoogmoed komt voor de ondergang, en arrogantie voor de val.
Hier zien we het parallellisme van de Hebreeuwse poëzie, zoals we dat in het grootste deel van Spreuken zien: trots en een hoogmoedige geest zijn hetzelfde, en verwoesting en een val zijn hetzelfde. Je vraagt om moeilijkheden.
Vers 19 van datzelfde hoofdstuk zegt:
Het is beter met zachtmoedigen nederig van geest te zijn, dan de buit met hoogmoedigen te delen.
Zelfs als je rijk bent, buit krijgt toebedeeld en jouw deel van de rijkdom ontvangt, zijn de mensen met wie je deelt trotse mensen zoals jijzelf — of in elk geval trotse mensen, misschien trotser dan jijzelf. Maar dat zijn niet de mensen met wie je wilt omgaan. Het is beter om onder nederige mensen te zijn. Het is beter om in nederige omstandigheden te verkeren en nederige metgezellen te hebben dan hoogmoedige en arrogante metgezellen te hebben, ook al kan hun gezelschap en de omgang met hen enig financieel voordeel opleveren.
In hoofdstuk 29, vers 23, zei Salomo:
De hoogmoed van een mens zal hem vernederen, maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.
Zo komen we het telkens weer tegen. Trots is een gruwel voor de HEERE, en wie de HEERE vrezen, zullen trots haten. De reden dat ze trots zullen haten, is dat ze de HEERE vrezen. Waar zijn ze bang voor? Voor deze vele dingen: trots zal schande brengen, trots zal verwoesting brengen, trots zal een val veroorzaken en trots haalt een mens omlaag. Trots is daarom een vijand van de ziel. Uiteindelijk is trots een vijand van iemands welzijn. Het is een vijand van iemands reputatie. Het is eenvoudigweg iets slechts. Je wilt niet trots zijn.
Sociaal opklimmen en namen noemen #
In Spreuken staan voorbeelden van en waarschuwingen tegen het verschijnsel dat iemand bij de juiste mensen in de gunst probeert te komen om daar zelf voordeel uit te halen. Sociaal willen opklimmen, het verlangen om in de juiste kringen te verkeren, komt maar zeer zelden voort uit iets anders dan trots. Er kunnen gevallen zijn waarin God wil dat iemand bepaalde moeilijk toegankelijke kringen bereikt, en God zal die persoon gunst schenken. Misschien zullen mensen tegen wie de wereld opkijkt een christen in hun kringen uitnodigen of verwelkomen, omdat God die christen gunst heeft gegeven onder die mensen. Misschien komt dat doordat God die christen succes, wijsheid of iets anders heeft gegeven waardoor die persoon onder grote mannen komt te staan.
Maar het verlangen om onder grote mannen te verkeren, of gezien te worden als de metgezel van een groot man, is werkelijk iets wat uit trots voortkomt. Het kan iemand helemaal niets schelen, terwijl God die persoon toch in zulke posities plaatst. Billy Graham heeft bijvoorbeeld altijd toegang gehad tot presidenten, koningen, congresleden, beroemdheden, enzovoort. Ik denk niet dat Billy Graham daar ooit echt veel om heeft gegeven. Billy Graham komt over als een zeer nederige man. Voor iemand die zoveel erkenning en respect krijgt als hij, lijkt hij niet zo hoog over zichzelf te denken. Het komt mij voor dat deze man een nederige man is. Ik heb zijn bediening meer dan vijftig jaar gevolgd, al was dat niet van dichtbij. Ik heb van mensen die hem wel van dichtbij kennen, gelezen dat hij persoonlijk net zo is als in het openbaar.
Het is niet zo dat het trots is om tussen bekende, hooggeachte en beroemde mensen te verkeren. Dat is het niet, als God je daar plaatst. Er willen zijn, dat is trots. Het verlangen om in die kringen binnen te komen, is trots: het verlangen om sociaal op te klimmen. Waarom zou iemand dat willen?
Het is mogelijk dat iemand die werkelijk intellectueel begaafd is, of op een bepaald gebied werkelijk boven anderen uitsteekt, graag omgaat met anderen die daar ook goed in zijn. Voor een intellectueel is het veel interessanter om te praten en tijd door te brengen met andere intellectuelen die hem of haar prikkelen. Ik weet zeker dat sporters graag omgaan met andere sporters, met mensen die hun interesses delen.
Mensen die in zulke kringen willen verkeren maar daar qua talenten of prestaties niet bij passen, en er toch in willen komen, bezitten meestal niet werkelijk de eigenschappen waardoor de andere mensen beroemd zijn geworden. Ze willen beroemd worden door mee te liften op de bekendheid van die andere beroemdheid, eenvoudigweg door met die persoon om te gaan. En ze willen dat mensen hen belangrijk vinden omdat ze met belangrijke mensen omgaan.
Ik heb wereldse mensen die advies geven aan mensen die daten, horen zeggen dat je aantrekkelijker zult lijken voor het andere geslacht als je aantrekkelijke vrienden hebt. Ze zien dan namelijk dat je met aantrekkelijke mensen omgaat. Ik weet niet of dat waar is, maar ik kan me voorstellen dat bepaalde psychologische factoren die indruk kunnen wekken. Ook als jij niet de eigenschappen bezit van de mensen met wie je wilt omgaan, hoop je dat mensen door jouw omgang met hen zullen denken dat je die eigenschappen wel hebt.
Het hele verschijnsel van met namen strooien maakt hiervan deel uit. Je wilt iedere belangrijke persoon noemen met wie je ooit nauw contact hebt gehad of met wie je bent omgegaan, zodat mensen zullen denken dat jij bent zoals de persoon met wie je omgaat. Het maakt deel uit van die drang om sociaal op te klimmen.
Omgaan met mensen van geringe positie #
In hoofdstuk 16 van Spreuken, vers 19, dat we zojuist noemden, staat:
Je kunt beter bescheiden zijn tussen eenvoudige mensen dan de buit delen met trotse mensen.
Je moet dus met mensen van geringe maatschappelijke positie omgaan. In het Nieuwe Testament wordt ons gezegd:
Wees eensgezind onder elkaar. Streef niet naar de hoge dingen, maar houd u bij de nederige. Wees niet wijs in eigen oog .
De Engelse vertaling waarop Gregg hier ingaat, gebruikt een woord dat letterlijk ‘afdalen’ of ‘je tot iemand verlagen’ kan betekenen. Dat klinkt voor ons als iets slechts, want wij willen niet dat mensen dat bij ons doen. Wat dit werkelijk betekent, is dat mensen zich neerbuigend tegenover ons gedragen en dat wij trots zijn. We vinden het niet prettig wanneer iemand zich tot ons niveau verlaagt, omdat we niet vinden dat we zoveel lager staan. Je tot iemands niveau verlagen betekent dat je afdaalt naar het niveau van die persoon. We willen niet dat mensen zich tot ons niveau verlagen, omdat we denken dat dit betekent dat zij menen boven ons te staan en naar ons niveau te moeten afdalen, terwijl wij vinden dat we helemaal niet zo laag staan. We staan niet onder hen. Er is geen reden waarom zij zich tot ons niveau zouden moeten verlagen. We staan op hun niveau of hoger, en daarom kwetst het onze trots als iemand zich tot ons niveau verlaagt.
Maar in de beste betekenis van het woord houdt je tot iemands niveau verlagen in dat je niet denkt dat je beter bent dan iemand anders. Als jij voordelen hebt die andere mensen niet hebben, gedraag je je niet alsof je die hebt. Je doet niet alsof ze belangrijk zijn of bepalen wie je bent. Je daalt eenvoudigweg af naar het niveau van andere mensen die deze voordelen niet hebben. Dat is iets positiefs.
Omgaan met nederige mensen is iets wat wordt aangeraden. Het houdt je nederig. Het is zelfs een vernedering van jezelf, want als je in bepaalde opzichten toevallig boven anderen uitsteekt — en sommige mensen doen dat — zal de wereld dat uiteindelijk opmerken en je eren. Mensen die op dezelfde manier boven anderen uitsteken, zullen je in hun kringen verwelkomen. Dan krijg je de mogelijkheid om erkenning te krijgen en bij de populaire groep te horen. Maar als je die groep als het ware verlaat en met anderen omgaat, niet als iemand die opzichtig neerbuigend doet, maar door werkelijk af te dalen tot het niveau van gewone mensen en onder hen te leven, dan is dat een teken van ware nederigheid. Het is beslist wenselijk dat je hart zo gesteld is.
De bedrieglijke gunst van machthebbers #
In hoofdstuk 23 staat een lang gedeelte van acht verzen waarin wordt gewaarschuwd dat je niet al te veel moeite moet doen om bij de rijken of de machtigen in de gunst te komen. Je moet voorzichtig zijn in de omgang met zulke mensen, want als ze je in hun kring opnemen, hebben ze daar meestal bijbedoelingen mee. Ze willen iets van je krijgen.
Hij zegt in hoofdstuk 23:
1Als u aanzit om met een heerser te eten, let dan goed op wie u voor u hebt. 2Zet een mes op uw keel, als u een gulzig mens bent. 3Wees niet belust op zijn smakelijke gerechten, want het is bedrieglijk voedsel.
Wat is er zo bedrieglijk aan hun voedsel? Hij heeft het niet over de calorieën: ‘Oeps, je zult dikker worden dan je denkt. Je wordt ’s morgens wakker en zegt: “Ik dacht niet dat ik zoveel had gegeten.” Dat is bedrieglijk.’
Daar heeft hij het niet over. Hij heeft het over de uitnodiging zelf die je van de heerser hebt gekregen, tenzij je zelf een heerser bent. Maar zelfs als je ook een heerser bent, wil hij er over het algemeen iets bij winnen wanneer je wordt uitgenodigd om bij een heerser thuis te eten. Het lijkt erop, en het is erop berekend zo te lijken, dat hij gewoon gul tegenover je is. Maar hij heeft iets in gedachten wat hij van je wil krijgen. Hij wil dat je ergens mee instemt. Hij wil een of andere overeenkomst met je sluiten. En er hangt vaak een prijskaartje aan het verkeren in die kringen. Mensen zullen je in die kringen uitnodigen als je hun iets geeft wat zij van je verlangen.
We hebben vaak gehoord over jonge vrouwen die filmsterren willen worden en over de zogeheten ‘castingbank’, waarbij seksuele gunsten worden verlangd in ruil voor een rol: ze willen zó graag in films spelen dat regisseurs en producenten met hen mogen doen wat ze willen, op manieren waarop ze zich door andere mensen niet zouden laten behandelen. Maar het is een compromis om maatschappelijk hogerop te komen. Ze worden uitgenodigd om bij het gezelschap te horen, maar er wordt iets van hen verwacht. Ze worden niet gewoon gewaardeerd om wie ze zijn of om hun talent. Ze worden gebruikt.
Zo gaat het meestal wanneer je probeert binnen te komen bij de maatschappelijke elite. Misschien respecteren ze je als je werkelijk boven hen uitsteekt. Misschien kijken ze in bepaalde opzichten tegen je op. Maar in de meeste gevallen steek je waarschijnlijk niet boven hen uit, en zij vinden ook niet dat je dat doet. Ze zien je gewoon als nog iemand die bij hun kring wil horen en hun iets zal geven om daar te mogen zijn.
Rijkdom najagen en verleidelijke gunsten #
Hij zegt:
4Mat u niet af om rijk te worden, gebruik daarvoor uw inzicht niet. 5Laat u uw ogen erover vliegen, dan is het er niet meer , want het vliegt direct weg, als een arend die naar de hemel vliegt.
Dat wil zeggen: op iets wat werkelijk geen waarde heeft.
Als je ernaar streeft rijk te worden, is dat meestal omwille van je reputatie. Het kan om iets anders gaan, maar in dit specifieke gedeelte van Spreuken 23 lijkt het behoren tot de rijken deel uit te maken van het verlangen om bij heersers en dergelijke te horen.
In vers 6 staat:
6Eet niet het brood van hem die niemand iets gunt, en wees niet belust op zijn smakelijke gerechten. 7Want zoals hij bedacht heeft bij zichzelf, zo zal hij tegen u zeggen: Eet en drink, maar zijn hart is niet bij u. 8Uw stuk brood , dat u gegeten hebt, zou u uitspuwen, uw aangename woorden zou u verspillen.
Jaloers op slechte, invloedrijke mensen #
Hier hebben we een aantal soortgelijke spreuken. Wanneer je met een heerser eet, wanneer je met een vrek eet, die meestal een rijke man is, of wanneer je er zelf naar streeft rijk te worden, zijn dat allemaal verleidingen om jezelf belangrijker te maken in de ogen van mensen. Het zijn verleidingen om een eervollere, meer gerespecteerde, meer vereerde en meer benijde positie in de samenleving in te nemen. Je moet daar voorzichtig mee zijn en je niet laten beetnemen door de verleidingen die ermee gepaard gaan.
In hoofdstuk 24, vers 1, staat:
Wees niet jaloers op slechte mensen, en verlang er niet naar om bij hen te zijn,
Waarom zou je jaloers zijn op slechte mensen? Misschien komt het doordat je gewoon graag slechte dingen doet, maar jezelf dat niet toestaat, terwijl zij het zichzelf wel toestaan. Je bent dus jaloers op hen omdat zij zondigen zonder daarvoor de gevolgen te ondervinden, terwijl jij jezelf zulke zonden niet toestaat.
Of misschien ben je jaloers op hen omdat ze belangrijke, bewonderde mannen zijn, maar toevallig ook slecht. Filmsterren zouden beslist vaak in die categorie vallen. Politici vallen vaak in die categorie. Zelfs mensen die leidinggeven aan grote ondernemingen kunnen in die categorie vallen. Misschien sluiten ze in hun morele leven heel veel compromissen. Misschien sluiten ze in hun zakelijke leven heel veel compromissen. Maar mensen bewonderen hen.
Wees niet jaloers op hen, want de persoon op wie je jaloers bent, is de persoon op wie je werkelijk zult proberen te lijken. We hebben het hier over mensen die slecht zijn. Er kan iets aan hen zijn waardoor je jaloers op hen bent, zoals de erkenning die ze in de samenleving krijgen, maar ze zijn slecht. Maak hen niet tot het voorwerp van je jaloezie, want dan zul je ernaar streven op hen te lijken, en dat is niet het juiste doel. Verlang er zelfs niet naar om bij hen te zijn, staat er.
Groepsdruk en de keuze van vrienden #
Spreuken verwijst ook heel vaak naar het belang van het kiezen van de juiste metgezellen en naar het gevaar van de invloed die verkeerde metgezellen op je zullen hebben, wat wij groepsdruk zouden noemen. En we weten allemaal wat dat is, en we weten hoe het is om bij mensen te zijn van wie we niet willen dat ze ons afwijzen. Dus gaan we in dingen mee, misschien niet helemaal, maar wellicht iets meer dan we zouden moeten, omdat we ons niet willen verzetten tegen de groep of tegen de persoon van wie we hopen dat die ons aardig zal vinden. Daardoor heeft die persoon macht over ons gedrag. We staan onder druk om ons aan te passen. Dat heet groepsdruk. Het heeft te maken met het natuurlijke verlangen om de mensen bij wie je wilt horen en door wie je aardig gevonden wilt worden, te behagen.
Soms, als je ruggengraat en goede principes hebt, zul je krachtig tegen de groep ingaan en je verzetten tegen wat ze zeggen, maar dat is altijd moeilijk. Er is altijd een sterkere druk in de andere richting: je aanpassen en erbij horen, in ieder geval bij de groep waarvan je deel wilt uitmaken. Aangezien dat zo is, zou het heel verstandig zijn om je metgezellen zorgvuldig te kiezen, zodat ze je niet onder druk zetten om verkeerde dingen te doen.
Er zal druk zijn, of je metgezellen nu goed of slecht zijn. Er zal groepsdruk zijn. Als je goede metgezellen hebt, zal die druk je ertoe aanzetten het goede te doen. Je zult weerstand willen bieden aan de slechte neigingen die je hebt, omdat de mensen in je groep goede mensen zijn en zij slecht gedrag afkeuren. Maar als je slechte mensen kiest, zullen ze er heel sterk bij je op aandringen dat je net zo slecht bent als zij, want de aanwezigheid van een goed mens in een slecht gezelschap is iets heel ongemakkelijks.
Slechte mensen zijn graag in de buurt van andere slechte mensen, omdat hun geweten hun zegt dat ze slecht zijn. Maar als alle anderen om hen heen ook slecht zijn, hebben ze het gevoel dat ze er, als God hen met anderen vergelijkt, niet al te slecht van afkomen, omdat alle anderen in wezen dezelfde dingen doen als zij. Wanneer iedereen in mijn kring slecht is, lijkt het niet slecht dat ik slecht ben. Maar als er één goed mens in de kring komt, zorgt het contrast ervoor dat alle anderen er slecht uitzien.
Ik vind het verhaal dat R. C. Sproul vertelt mooi. Toen hij studeerde, was er een professor die een heel moeilijke toets gaf waarvoor bijna iedereen zakte. De professor was zo ontstemd over de prestaties van de groep dat hij hun cijfers hardop voorlas terwijl hij hun werk teruggaf. Hij zei: ‘Mevrouw Jones, gezakt. Meneer Miller, gezakt. Meneer Smith, gezakt.’ Naam na naam: gezakt, gezakt, gezakt. Toen kwamen ze bij één persoon: ‘Susie Jones, honderd procent.’
R. C. Sproul zei: ‘Denk je dat iedereen in de klas voor Susie Jones juichte?’ Hij zei dat ze allemaal kreunden en haar uitjouwden, omdat zij de relatieve normering bedierf. Als zij ook gezakt was, als iedereen gezakt was, konden ze zeggen dat de toets oneerlijk was. Niemand kon voor zo’n toets slagen. ‘Ik ben gezakt, maar wat dan nog? Dat ik gezakt ben, stelt niet veel voor. Iedereen zakt.’
Maar zet er één persoon bij die liet zien dat je voor de toets kon slagen, dat iemand een topscore kon behalen als die de moeite deed die daarvoor nodig was, en plotseling zien alle gezakten eruit als de mislukkelingen die ze zijn. De toets wordt gerechtvaardigd en de gezakten worden veroordeeld. Daarom omringen mensen die verkeerde dingen doen zich graag met andere mensen die verkeerde dingen doen. Als er toevallig iemand in de groep terechtkomt die niet meedoet, wordt die persoon sterk onder druk gezet. Als er een goed mens in de kring van een slechte groep zit, zorgt die goede persoon ervoor dat ze er allemaal slecht uitzien. Maar als ze die persoon kunnen corrumperen, komen ze er zelf des te beter uit te zien. Ze raken er dan van overtuigd dat zelfs mensen die goed lijken niet oncorrumpeerbaar zijn. Iedereen kan volgens hen gecorrumpeerd worden.
Er is dus die druk van de groep als je in de verkeerde soort groep zit. Daarom waarschuwt Spreuken voor de noodzaak om de juiste soort vrienden en de juiste soort metgezellen te kiezen.
Wijze en zondige metgezellen #
In hoofdstuk 1 begon Salomo met deze bezorgdheid over zijn zoon. Hoofdstuk 1, vers 10 tot en met 18, zegt:
10Mijn zoon, als zondaars jou willen verleiden, bewillig er dan niet in. 11Als zij zeggen: Ga met ons mee, laten wij loeren op bloed, zonder reden een onschuldige belagen, 12laten wij hen levend verslinden, zoals het graf, volledig, zoals hen die in de kuil neerdalen. 13Allerlei kostbare bezittingen zullen wij vinden, onze huizen zullen wij vullen met buit. 14Je zult je lot in ons midden werpen, wij zullen allen tezamen één buidel hebben — 15Mijn zoon, ga niet met hen op weg, weerhoud je voet van hun pad, 16want hun voeten snellen naar het kwaad en zij haasten zich om bloed te vergieten. 17Voorzeker, het net wordt tevergeefs gespannen voor de ogen van al wat vleugels bezit. 18Zíj loeren op hun eigen bloed, zij belagen hun eigen leven.
In wezen spreekt hij tot zijn zoon over metgezellen die hem op een dwaalspoor zouden brengen. Blijf ver bij hen vandaan. Kies zulke metgezellen niet. Daarmee vraag je er alleen maar om jezelf te gronde te richten.
In hoofdstuk 13, vers 20, zegt Salomo:
Wie met wijzen omgaat, zal wijs worden, maar wie omgaat met dwazen, zal het slecht vergaan.
De metgezel is degene die met deze mensen omgaat. Als je wijze metgezellen kiest, zul je wijsheid van hen overnemen. En het niveau van hun gesprekken zal zodanig zijn dat het de wijzere kanten in jou naar boven haalt. Met andere woorden, het hele niveau van geestelijkheid of wijsheid zal binnen de hele groep de neiging hebben zich aan elkaar aan te passen. Als er iemand bij is die niet helemaal zo wijs is als de rest, zal hij door daar te zijn toch wijzer worden, door de gesprekken en de besprekingen. Maar de metgezel van dwazen zal te gronde gaan. Waarom? Omdat hij ook een dwaas zal worden. In feite is hij misschien al een dwaas, en daarom is hij een metgezel van dwazen geworden. Een man die dwazen als metgezellen zoekt, geeft geen blijk van wijsheid. Misschien ben je iets wijzer dan de dwazen met wie je omgaat, maar dat zul je niet lang zijn. De dwazen met wie je omgaat, zullen jou ook tot een dwaas maken.
Boosheid en media-invloed overnemen #
De keuze van je metgezellen is buitengewoon belangrijk wanneer je begrijpt hoe de menselijke ziel wordt gevormd en hoe de menselijke wil door groepsdruk wordt aangetast. In hoofdstuk 22, vers 24 en 25:
24Ga niet om met een opvliegend man, en laat u niet in met een driftig iemand, 25anders raakt u gewend aan zijn paden en haalt u een valstrik over uzelf.
Als je omgaat met iemand die gemakkelijk boos wordt, iemand die een heethoofd is, zul je die manieren overnemen. Als je geen heethoofd bent en niet gemakkelijk boos wordt, begin je de gewoonten over te nemen van de mensen met wie je graag wilt omgaan. Als de persoon met wie je omgaat een boze man is, zul je die manieren overnemen.
Je zou dit ook kunnen bezien in termen van het soort media waaraan je jezelf blootstelt, of het nu presentatoren van praatprogramma’s zijn of films en de personages die daarin worden uitgebeeld. Soms zijn de helden in films echt slechte mensen. Vaak zijn het misdadigers, overspeligen of iets dergelijks. Je bewondering voor hen, ten minste gedurende de korte tijd dat je naar de film kijkt en telkens wanneer je er later over nadenkt, heeft de neiging het kwaad van hun daden te verdoezelen. Door de manier waarop de film is gemaakt, worden ze helden. Ze kunnen boos en wraakzuchtig zijn. De hele film kan erover gaan dat de hoofdpersoon uit is op wraak voor iets wat eerder is gebeurd. En de hele film lang moedig je hem aan terwijl hij woedend op pad gaat om iedereen te doden die zijn vrouw heeft vermoord, of wat het ook maar is.
In zekere zin houd je in de film die persoon gezelschap. Het is geen echt persoon; het is een personage in een toneelstuk, maar dat personage is op dat moment echt in je gedachten. Daarom heeft een film effect: de makers laten hem voor dat moment realistisch lijken. Voor je verbeelding is het echt. Omgaan met een boze man zal ertoe leiden dat je boze gewoonten overneemt. Omgaan met iemand die zedelijk losbandig is, zal ertoe neigen jou zedelijk losbandiger te maken. Ook op elke andere manier beïnvloedt groepsdruk wat wij zullen worden.
Slechte vrienden, schaamte en compromis #
In hoofdstuk 28, vers 7, staat:
Wie de wet in acht neemt, is een verstandige zoon, maar wie omgaat met hen die zich te buiten gaan, maakt zijn vader te schande.
Ook dit is weer het verkeerde soort metgezellen. Deze keer zijn het veelvraten, mensen die genotzuchtig zijn en plezier najagen. Een veelvraat is iemand die van eten houdt. Maar als iemand een veelvraat is, komt dat doordat hij van genot houdt. Als hij van genot houdt, zal hij waarschijnlijk ook in andere opzichten een liefhebber van genot zijn. Van veelvraten wordt niet gezegd dat zij seksueel immorele mensen zijn. Gewoonlijk worden de mensen over wie Spreuken op die manier spreekt, gekenmerkt op het gebied van verleiding enzovoort. Maar iemand die genotzuchtig is en op het gebied van eten plezier najaagt, zal waarschijnlijk moeite hebben om het najagen van genot op alle andere terreinen van het leven te vermijden, en zal daarom ook daar compromissen sluiten.
Uiteindelijk zal het je ouders te schande maken als je zulke metgezellen kiest. Want het soort metgezellen dat je kiest, weerspiegelt wat je belangrijk vindt en waarop je, eerlijk gezegd, steeds meer zult gaan lijken. In hoofdstuk 29, vers 3:
Een man die wijsheid liefheeft, verblijdt zijn vader, maar wie met hoeren omgaat, doet bezit vergaan.
Hier hebben we nog zoiets. Eerst heb je een metgezel van veelvraten, en dan een metgezel van hoeren. Iemand die voor zijn begeerten leeft, of het nu gaat om eten of om seks, zal zijn eerbare vaders en moeders te schande maken.
In hoofdstuk 29, vers 24, staat:
Wie met een dief deelt, haat zijn ziel, hij hoort een vervloeking en maakt het niet bekend.
Iemand die gemene zaak maakt met een dief, zal uiteindelijk compromissen sluiten. Als hij in de getuigenbank staat wanneer zijn vriend als beklaagde terechtstaat, zweert hij dat hij de waarheid zal vertellen. Maar de beklaagde is zijn vriend, en daarom is hij geneigd voor hem te liegen en niets van de waarheid te onthullen. Daarmee doet hij afbreuk aan zijn integriteit, op een manier die niet goed voor hem zal zijn. Je haat je eigen leven wanneer je zo’n handelwijze kiest.
De partner van een dief zijn betekent niet noodzakelijk dat je een grotere dief wordt dan je daarvoor was. Maar hij is je vriend en metgezel, en je zult in de verleiding komen om het voor hem op te nemen wanneer hij schuldig is. Dat zal afbreuk doen aan je integriteit, soms zelfs onder ede. Wees voorzichtig met je metgezellen.
Natuurlijk is de keuze van je metgezellen een uiting van je hoogmoed. Groepsdruk bestaat vanwege hoogmoed. Je wilt dat degenen die je als metgezellen hebt gekozen, goed over je denken. Als dat bij jou niet speelde, zouden ze geen enkele groepsdruk op je kunnen uitoefenen. Als je hun goedkeuring niet zocht, zou er geen druk zijn om het hun naar de zin te maken.
Het doel is natuurlijk dat het je niet zoveel kan schelen wat mensen denken. Je wilt mensen niet onnodig voor het hoofd stoten, maar de lof die je zoekt, komt van God en niet van mensen. Jezus zei:
Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt?
Je kunt niet eens een gelovige worden als je je in een groep bevindt die niet gelooft en niet wil dat jij gelooft, en je hun eer zoekt. Maar als je de eer zoekt die alleen van God komt, dan ben je niet hoogmoedig en zul je geen compromis sluiten.
Dat is zo ongeveer wat we over dat onderwerp te zeggen hebben. In de laatste lezing over Spreuken zullen we spreken over gebreken van de tong, waarvan er veel eveneens verband houden met hoogmoed. Daar komt een apart blad over, en daarna zijn we klaar met onze behandeling van het boek Spreuken.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Proverbs: Pride (Part 2). Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.pdf?v=e70da6a14e82
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 33 - Hoogmoed deel 2.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.mp3?v=6d6c80955f0c
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 33 - Hoogmoed deel 2.mp3
Spreuken
Alle lezingen over Spreuken. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding deel 1 God leidt door wet, profeten en wijsheid
- 2 Inleiding deel 2 Wijsheid kiest het juiste doel en de weg
- 3 Inleiding deel 3 Spreuken zijn raad, geen vaste beloften
- 4 Inleiding deel 4 God kennen is meer waard dan rijkdom
- 5 1-2 Salomo leert zijn zoon wijsheid zoeken
- 6 3 God leidt door wijsheid en gezond verstand
- 7 4-5 Salomo waarschuwt zijn zoon voor overspel
- 8 6:1-19 Borg staan, de luiaard en de kwaadstoker
- 9 6:20-7:27 Een jonge man bezwijkt voor de verleidster
- 10 8-9 Wijsheid roept, dwaasheid lokt
- 11 10-30 Agur bidt om geen armoede of rijkdom
- 12 31 Raad aan Lemuël en de deugdzame vrouw
- 13 Leven in Gods aanwezigheid deel 1 De vreze des Heeren in het dagelijks leven
- 14 Leven in Gods aanwezigheid deel 2 God ziet mensen en bepaalt de uitkomst
- 15 Leven in Gods aanwezigheid deel 3 God komt op voor armen en haat bedrog
- 16 Zaken van het hart deel 1 Het hart laat zien wie iemand werkelijk is
- 17 Zaken van het hart deel 2 Depressie als geestelijke en morele kwestie
- 18 Zaken van het hart deel 3 Jaloezie is niet hetzelfde als afgunst
- 19 Zaken van het hart deel 4 Boosheid beheersen en op God vertrouwen
- 20 Ouders en kinderen Ouders geven Gods woorden door aan kinderen
- 21 Vrouwen Een vrouw kan haar gezin maken of breken
- 22 Mannen en conflicten Een goede man is trouw en bewaart vrede
- 23 Dienaren en meesters Dienaren tegenover hun meesters
- 24 Heersers en onderdanen De gunst en woede van de koning
- 25 Vrienden en vijanden Vrienden blijven trouw, vijanden krijgen liefde
- 26 Buren Buren helpen, corrigeren en doen recht
- 27 Voedsel en wijn Eten en wijn: genieten met zelfbeheersing
- 28 Seksuele immoraliteit Hoe seksuele zonde mensen verstrikt
- 29 Geld deel 1 Mooie dingen willen en steeds meer bezitten
- 30 Geld deel 2 Geld verdienen door eerlijk en hard te werken
- 31 Geld deel 3 Werk, eerlijk zakendoen en omgaan met schulden
- 32 Hoogmoed deel 1 Jezelf, je gaven en anderen juist zien
- 33 Hoogmoed deel 2 Hoogmoed maakt spotters en ruziemakers
- 34 De tong De tong kan doden of leven geven
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.srt?v=0854f99acda4
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Spreuken - Lezing 33 - Hoogmoed deel 2.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/spreuken/hoogmoed-deel-2.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- 2 Korinthe 3:5
- 2 Korinthe 3:3
- 2 Korinthe 3:4-6
- 1 Korinthe 3:6
- Spreuken 21:24
- Spreuken 28:25
- Spreuken 13:10
- Spreuken 8:13
- Jakobus 4:6
- Jakobus 4:10
- Psalm 119:53
- 2 Korinthe 5:11
- Spreuken 11:2
- Lukas 14:8-9
- Lukas 14:10-11
- Spreuken 15:25
- Spreuken 16:5
- Spreuken 16:18
- Spreuken 16:19
- Spreuken 29:23
- Romeinen 12:16
- Spreuken 23:1-3
- Spreuken 23:4-5
- Spreuken 23:6-8
- Spreuken 24:1
- Spreuken 1:10-18
- Spreuken 13:20
- Spreuken 22:24-25
- Spreuken 28:7
- Spreuken 29:3
- Spreuken 29:24
- Johannes 5:44