Kolossenzen lezen: Christus is genoeg
Wat heb je nodig naast Christus? Paulus schrijft aan een jonge gemeente die met indrukwekkende ideeën en strenge regels werd benaderd. Zijn antwoord: in Christus woont heel de volheid, en in Hem hebben gelovigen alles.

Kolossenzen is een korte brief met een grote boodschap. Paulus schrijft aan een gemeente die hij nooit persoonlijk heeft bezocht, maar waar hij zich nauw bij betrokken voelt. Er circuleren ideeën die geestelijke diepgang beloven. Paulus antwoordt niet met een nieuw systeem, maar wijst steeds opnieuw naar Christus.
In de acht Nederlandstalige lezingen over Kolossenzen volgt Steve Gregg de brief vers voor vers. Hij verbindt de verheven uitspraken over Christus met het gewone leven: spreken, vergeven, werken, het gezin en gebed.
Een gemeente onder druk van nieuwe ideeën
De eerste lezing schetst de achtergrond van de gemeente in Kolosse, haar band met Paulus en de verwantschap tussen Kolossenzen en Efeze. Gregg onderzoekt welke dwaalleringen Paulus mogelijk op het oog heeft: Joods wetticisme, Griekse filosofie en oosterse mystiek. Hij benadrukt dat niet vaststaat of die stromingen één beweging vormden.
Bij de openingsverzen legt hij uit wat het betekent tegelijk in de wereld en in Christus te leven. Ook sterke gelovigen hebben volgens hem voortdurend gebed nodig. Het geloof en de liefde van de Kolossenzen hangen samen met hun hoop: het vooruitzicht om aan Christus gelijk te worden.
Christus boven alles
In Kolossenzen 1:5-15 bespreekt Gregg hoe het Evangelie als levend zaad vrucht draagt. Paulus bidt om kennis van Gods wil, goede werken en kracht om met vreugde te volharden. Gelovigen zijn al overgebracht naar het Koninkrijk van Christus.
De lezing over 1:15-20 gaat dieper in op Christus als het Beeld van de onzichtbare God. Gregg verdedigt Jezus’ eeuwige Godheid en legt ‘Eerstgeborene’ uit vanuit Zijn opstanding en de toekomstige vernieuwing van de schepping. Christus houdt alles bijeen, en de gemeente deelt als Zijn lichaam in Zijn leven. Bij de verzoening van alle dingen licht Gregg zijn eigen opvatting toe en geeft hij zijn argumenten daarvoor.
Verzoend en tot volwassenheid gebracht
Kolossenzen 1:21-29 gaat over de verzoening door Christus’ dood, met als doel dat mensen heilig en onberispelijk voor God staan. Gregg bespreekt uitvoerig zijn visie op uitverkiezing als bestemming van de gemeente als geheel, en gaat daarbij in gesprek met calvinistische opvattingen. Daarnaast laat hij zien hoe Paulus zich inspant om ieder mens tot volwassenheid in Christus te brengen, met de kracht die God daarvoor geeft.
Niets toevoegen aan Christus
Het tweede hoofdstuk vormt het hart van Paulus’ waarschuwing. Gelovigen moeten in Christus geworteld blijven en stap voor stap door geloof met Hem wandelen. Gregg staat lang stil bij de uitspraak dat heel de volheid van de Godheid lichamelijk in Jezus woont. Hij bespreekt de geestelijke besnijdenis, de doop als beeld van begraven en opgewekt worden met Christus, en het kruis waardoor de aanklagende machten zijn ontwapend.
Voedselwetten, heilige dagen, engelenverering en zelfopgelegde onthouding bieden volgens hem niets wat gelovigen naast Christus nodig hebben. Wie Christus heeft, mist niets.
Het nieuwe leven in de praktijk
In Kolossenzen 3:1-5 legt Gregg uit wat het betekent met Christus gestorven en opgewekt te zijn. De oude en de nieuwe mens zijn volgens hem geen twee naturen in één persoon, maar de oude mensheid in Adam en de nieuwe mensheid in Christus. Daaruit volgt de dagelijkse opdracht om daarbij passend te leven.
De lezing over 3:5-17 is opvallend praktisch. Boosheid, roddel en hardnekkige spreekgewoonten krijgen aandacht, net als nederigheid en liefde. De vrede van God en het Woord van Christus geven richting aan het leven van de gemeente, ook in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
De slotlezing behandelt de aanwijzingen voor vrouwen en mannen, kinderen en vaders, slaven en meesters. Gregg benadrukt dat gelijke waarde voor God samengaat met verschillende verantwoordelijkheden, en dat werkelijk heilig leven voortkomt uit verantwoording tegenover God. Hij sluit af met gebed, het getuigenis tegenover buitenstaanders en de groeten aan het einde van de brief.
Alles in de Naam van de Heere Jezus
En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.
— Kolossenzen 3:17, Herziene Statenvertaling
Dit vers wordt besproken in de lezing over Kolossenzen 3:5-17. Gregg legt uit dat iets doen in Jezus’ Naam betekent dat je handelt als Zijn gemachtigde vertegenwoordiger: je doet wat Hij zou doen. Zo raakt de hoge boodschap van de brief het gewone leven van elke dag.
De hele reeks over Kolossenzen laat zien hoe het belijden van Christus’ volheid en een praktisch christelijk leven bij elkaar horen.

