Titus 1:7-2:10

Dwaalleraren brengen gezinnen in de war

Luisteren 52 min Lezen ± 41 min · Lezing 2 van 4

Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/titus/1-7-2-10.pdf?v=832462fb3bac. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/titus/1-7-2-10.

Samenvatting

Gezonde leer blijkt uit het karakter van gemeenteleiders en het dagelijks leven van gelovigen.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt de karaktervereisten voor oudsten en hun taak om vast te houden aan de waarheid en dwaalleraren te weerleggen. Hij legt uit dat reinheid niet afhangt van Joodse voedselvoorschriften of besnijdenis, en dat iemands daden kunnen weerspreken dat hij God kent. Vervolgens behandelt hij Paulus’ aanwijzingen voor oudere en jongere mannen en vrouwen, met uitvoerige aandacht voor het onderwijs van oudere vrouwen over huwelijk, huishouden en opvoeding. Hij bespreekt ook de ruimte voor vrouwen om Bijbelonderwijs te geven, waarbij hij het gezag van het oudstenambt als grens ziet. Bij Titus en de slaven benadrukt hij dat betrouwbaar spreken en goed gedrag het getuigenis van het Evangelie dienen.

Onderhoud en karakter van oudsten

Illustratie bij: Een oudste handelt gastvrij en rechtvaardig.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Titus 1 vers 7 tot en met hoofdstuk 2 vers 10, deel 2.

Toen het in regeringskringen respectabel werd, begon de regering onder Constantijn de geestelijkheid salarissen uit de staatskas te betalen, enzovoort, en herzag de kerk haar standpunt. Sindsdien wordt het normaal gevonden dat voorgangers een salaris krijgen. Maar dat was toen niet het geval.

Als een voorganger een goed salaris ontvangt, hoeft hij niet hebzuchtig te zijn. Het bewijst misschien niet dat hij hebzuchtig is, maar het zou moeilijk zijn om te bewijzen dat hij dat niet is, omdat je zijn hart niet kent. Maar als een functie als voorganger onbezoldigd is, zoals in de vroege gemeente het geval was, dan weet je dat die man niet op geld uit is. Je weet dat hij het niet voor het geld doet.

Zoals Paulus. Paulus ontving nooit een salaris voor zijn werk. Hij werkte zelfs om in zijn eigen onderhoud en dat van anderen te voorzien. Ik geloof niet dat Paulus zou stellen dat alle leiders moeten werken en in hun eigen onderhoud moeten voorzien. Paulus onderwees wel dat christelijke leiders door de gemeente onderhouden moeten worden, maar niet noodzakelijk met een salaris. Ze moesten onderhouden worden in dezelfde zin als de armen onderhouden worden. Volgens deze citaten van de kerkvaders in dit boek behoorden de oudsten van de gemeente zelfs tot de armen van de gemeente. Ook als ze daarvoor niet arm waren, werden ze arm doordat ze oudste werden, want het was geen functie die je voor het geld op je nam. Er viel niet veel geld mee te verdienen.

Werkten oudsten voltijds? Idealiter wel. Idealiter waren oudsten voltijds aan het werk. Dat is niet altijd mogelijk. Paulus moest zelf soms een baan hebben. Maar waar het ook maar mogelijk was, moesten oudsten voltijds aan het werk gaan.

Dus:

Titus 1:7-8

7Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een beheerder van het huis van God, niet eigenzinnig, niet opvliegend, niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op oneerlijke winst, 8maar gastvrij, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, heilig, beheerst,

Dat is nogal algemeen.

Dat suggereert dat hij rechtvaardigheidsgevoel heeft in zijn omgang met mensen. Hij trekt zijn vrienden niet voor om vervolgens wat strenger over anderen te oordelen. Hij vervult in de gemeente tenslotte een rol die vergelijkbaar is met die van de rechters in Israël. Hij legt het Woord van God uit en ziet toe op de naleving ervan in de gemeente. Zoals de rechters van Israël rechtvaardig moesten zijn in hun oordelen en onpartijdig, en steekpenningen moesten afwijzen, enzovoort, zo moet dat ook tot het karakter behoren van een man die oudste zal worden.

Heilig, dat is ook weer vrij algemeen.

Over zelfbeheersing hebben we het in 1 Timotheus gehad.

Oudsten moeten vasthouden aan de waarheid

Illustratie bij: Vasthouden aan het betrouwbare woord.
Titus 1:9

iemand die zich houdt aan het betrouwbare woord, dat overeenkomstig de leer is, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen door het gezonde onderwijs en ook de tegensprekers te weerleggen.

Dit is een man die onderwezen is in het Woord, en hij houdt eraan vast. [Vertalersnoot: de Engelse Bijbelvertaling die de spreker gebruikt, heeft hier ‘zoals hem is onderwezen’, waar het Nederlandse citaat ‘dat overeenkomstig de leer is’ heeft.] Of dat betekent dat hij een goede leraar is of niet, wordt niet gezegd. Hier staat niet dat hij bekwaam moet zijn om te onderwijzen, al moest een oudste in Timotheus wel bekwaam zijn om te onderwijzen.

Het is mogelijk dat er op Kreta, waar geen volwassen christenen waren en zelfs de oudsten waarschijnlijk nog niet lang christen waren, nog niemand was aan wie het onderwijs echt kon worden toevertrouwd. Misschien zouden Titus en later Artemas, die hem zou komen vervangen, al het onderwijs in de gemeente verzorgen. Titus kreeg tenslotte de opdracht om deze mensen te onderwijzen. Het is mogelijk dat hun eigenlijk nog niet veel onderwijs moest worden toevertrouwd totdat er rijpere oudsten gevonden konden worden, of totdat ze een aantal jaren ervaring hadden opgedaan en een tijdlang de Bijbel hadden bestudeerd, enzovoort.

Dat was anders bij de oudsten in Efeze die Timotheus moest aanstellen. Dat moesten mensen zijn die konden onderwijzen, want Efeze had veel volwassen christenen tegen de tijd dat Paulus aan Timotheus schreef. Maar Titus had misschien te maken met een groep christenen die nog in de kinderschoenen stond. Daarom noemt hij niet dat hij oudsten moet aanstellen die kunnen onderwijzen. Maar ze moeten wel vasthouden aan het betrouwbare Woord. Daarmee wordt niet noodzakelijk zozeer bedoeld dat ze het prediken, als wel dat ze eraan vasthouden. Ze wijken er niet van af. Ze zijn niet wankel in hun leer.

Er waren tenslotte dwaalleraren in de omgeving, en sommige mensen waren wankel en zouden achter deze dwaalleraren aan gaan. De oudsten moeten mensen zijn die niet zo onstandvastig zijn. Mensen die een stevig houvast hebben aan het Evangelie en die niet geneigd zullen zijn om de gemeente achter allerlei dwaalleraren aan te leiden.

Let erop dat onderwijzen niet genoemd wordt, maar aansporen wel. [Vertalersnoot: de spreker bespreekt hier de Engelse formulering ‘exhort and convict’: aansporen en van schuld of ongelijk overtuigen. Het Nederlandse citaat heeft ‘bemoedigen door het gezonde onderwijs’ en ‘weerleggen’. Hij doelt op onderwijzen als taak, niet op het ontbreken van het woord ‘onderwijs’.] Hij moet weten wat goed en verkeerd is, zodat hij mensen kan aansporen. Hij moet degenen die hem tegenspreken van hun ongelijk kunnen overtuigen of hen kunnen overtuigen. Dat kan betekenen dat hij met hen in debat gaat, het kan betekenen dat hij bewijst dat ze ongelijk hebben, of het kan betekenen dat hij hen tot het besef van hun zonde brengt.

Net zoals toen Jezus tegen de Joden die de vrouw brachten die op overspel betrapt was, zei:

Johannes 8:7

En toen zij Hem dit bleven vragen, richtte Hij Zich op en zei tegen hen: Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen.

Want ze werden allemaal door Zijn woorden in hun hart overtuigd van hun schuld. Misschien zegt hij dat die persoon door zijn gedrag en woorden degenen die ketters zijn, tot schuldbesef moet kunnen brengen. Of het kan betekenen dat hij hen met argumenten van de waarheid overtuigt.

Vers 10:

Dwaalleraren ontwrichten huisgezinnen

Illustratie bij: Misleidend onderwijs brengt een huisgezin in verwarring.
Titus 1:10

Want er zijn ook veel opstandigen, mensen die zinloos praten en misleiders, vooral die van de besnijdenis zijn.

De sleutelwoorden hier zijn ‘nietsnutten die maar praten en misleiders’. Mensen die lui zijn en niets doen, en misleiders. [Vertalersnoot: de spreker legt het Engelse ‘idle talkers’ uit. ‘Idle’ kan ook ‘lui’ of ‘werkeloos’ betekenen; daarop berust zijn koppeling met luiheid. Het Nederlandse citaat heeft ‘mensen die zinloos praten’.] Want hij gaat in vers 12 een Griekse dichter aanhalen die zegt dat de Kretenzers leugenaars zijn, dus misleiders, en luie veelvraten, dus mensen die niets doen. Ze houden niet van werken. Ze houden alleen maar van liegen en misleiden. Hij zegt dat er nogal wat van zulke mensen in de gemeenten op Kreta zijn, of in elk geval in de stad. Misschien niet in de gemeente, maar er zijn op Kreta veel mensen met dit karakter, vooral degenen die van de besnijdenis zijn. Dat moet, zoals ik al zei, wel de besnijdenispartij betekenen, want het lijkt erop dat hij het hier niet over Joden heeft, maar over christenen.

Titus 1:11

Men moet hun de mond snoeren. Zij brengen hele huisgezinnen in verwarring, door te leren wat onbehoorlijk is, om schandelijke winst.

Met huisgezinnen worden waarschijnlijk families bedoeld. Om een huisgezin te ontwrichten hoef je in de meeste gevallen alleen maar de man des huizes op een dwaalspoor te brengen. De meeste gezinnen volgden namelijk de godsdienstige leiding van de echtgenoot, of van het hoofd van het gezin. Niet altijd, maar het geldt zelfs vandaag nog, in deze tijd van vrouwenemancipatie enzovoort, waarin mannen niet als hoofd worden erkend. Ik merk nog steeds dat het veel vaker voorkomt dat een vrouw een ongelovige man heeft, terwijl zij christen is, dan dat een man die christen is een ongelovige vrouw heeft.

Ik ken van beide enkele gevallen, maar het lijkt mij, in elk geval op grond van mijn ervaring, dat het veel vaker voorkomt dat een christelijke vrouw een niet-christelijke man heeft. Ik ken niet zo veel christelijke mannen die een niet-christelijke vrouw hebben. Ik weet niet of ik de gegevens juist interpreteer, maar het lijkt mij dat, wanneer een man christen wordt, het meestal niet erg lang duurt voordat zijn vrouw ook christen wordt. Maar als een vrouw christen wordt, volgt daar niet uit dat haar man christen zal worden, omdat hij haar niet noodzakelijkerwijs volgt in geestelijke zaken. Sommige mannen doen dat wel, en er zijn uitzonderingen, maar ik heb het over de meerderheid van de gevallen die ik heb waargenomen. Het lijkt er inderdaad op dat het hoofd van het gezin, de man, doorgaans de geestelijke toon in huis zet.

We lezen over de gevangenbewaarder in Filippi dat hij zei:

Wat moet ik doen om gered te worden?

Paulus zei:

Handelingen 16:31

En zij zeiden: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden, u en uw huisgenoten.

Handelingen 16:31, volgens mij. Dat betekent niet, zoals sommige mensen denken, dat als iemand behouden wordt, zijn hele huisgezin gegarandeerd behouden zal worden. Maar het is wel zo dat die man en zijn hele huisgezin die nacht behouden werden. Hij nam Paulus en Silas mee naar huis, waste hun wonden, en hij en zijn hele huisgezin werden gedoopt. Ze geloofden allemaal.

Zo gaat het heel vaak. Als de man des huizes tot behoud komt, zal hij zijn gezin meenemen naar de gemeente. Hij zal zijn gezin tot Christus leiden. Vrouwen proberen misschien even trouw hetzelfde te doen, maar ze lijken niet helemaal evenveel gezag in het gezin te hebben, omdat dat nu eenmaal de orde binnen het gezin is. De echtgenoot is de leider. Deze leraren die hele huisgezinnen ontwrichten, brengen naar alle waarschijnlijkheid gewoon de mannen des huizes op een dwaalspoor, en vervolgens volgt doorgaans het hele huisgezin.

De gemeente bestaat niet alleen uit afzonderlijke personen, maar uit huisgezinnen, uit families. Dat blijkt heel duidelijk uit zo veel brieven van Paulus. Wanneer hij aan gemeenten schrijft, geeft hij specifieke aanwijzingen aan gezinsleden met betrekking tot hun rol in het gezin, in Efeze, Kolossenzen, Timotheus en hier in Titus. Ik veronderstel dat de afzonderlijke persoon nog steeds de basiseenheid is, omdat er ook mensen zijn die in de gemeente komen zonder dat hun gezin met hen meekomt. Maar het gezin was de gebruikelijke eenheid waaruit de gemeente was opgebouwd.

In feite verwijst ‘huisgezin’ soms naar huisgemeenten. In Romeinen 16 lijkt dat in elk geval zo te zijn. Het kan betekenen dat er groepen in huizen samenkomen, waarbij de hele groep wordt ontwricht door de aanwezigheid van leraren die binnenkomen om er op oneerlijke wijze aan te verdienen.

Hoe deze leraren geld verdienen met hun onderwijs, is niet bekend. Misschien doen ze wat radio-evangelisten en televisie-evangelisten doen: mensen een schuldgevoel aanpraten om hen te laten betalen. Of misschien bieden ze openlijk hun diensten als leraar tegen betaling aan, want veel rondreizende filosofen in de Romeinse wereld deden dat. Mensen konden hen inhuren om hen als discipel te onderwijzen in filosofie of godsdienst. Hoe ze het precies doen, weten we niet.

Nogmaals, we weten niet eens zeker of de huisgezinnen die worden ontwricht christelijke huisgezinnen zijn. Het gaat hier om Kretenzers in het algemeen, niet noodzakelijk om christelijke Kretenzers. Hij spreekt over de algemene verdorvenheid van de cultuur om hen heen. Daardoor moet hij oudsten kiezen die vasthouden aan de waarheid en degenen weerleggen die tegenspreken, en die zelf een uitzonderlijk leven leiden wat hun karakter betreft.

Paulus haalt de dichter Epimenides aan

Illustratie bij: Titus wijst gemeenteleden terecht met het oog op herstel.

Over deze kwade beesten, deze kwaaddoeners, gaat Paulus in vers 12 verder en haalt hij een bekende Griekse dichter aan die Epimenides heet. Deze man is vrij goed bekend uit de Griekse literatuur. Epimenides leefde in de zesde eeuw voor Christus. Plato zei zelfs dat Epimenides door de goden geïnspireerd was, dat hij goddelijk geïnspireerd was. Dat is misschien de reden waarom Paulus hem een profeet uit hun eigen midden noemt. Eigenlijk staat deze man niet zozeer bekend als profeet, maar als dichter, een Griekse dichter, en hij was van Kretenzische afkomst.

Paulus grijpt de gelegenheid aan om te zeggen: ‘Dit is niet alleen mijn beoordeling, maar iemand uit hun eigen volk heeft dit oordeel uitgesproken.’ Zo zullen ze niet denken dat hij alleen maar spreekt als een bevooroordeelde Jood, met vooroordelen tegen christenen uit de heidenen. Het gaat om een van de beroemdste Kretenzers van allemaal, Epimenides. En hij zegt niet alleen dat het iemand uit hun eigen volk is, maar hij noemt hem een profeet. Dat doet hij ongetwijfeld om het gezag van deze man, wanneer hij over hen spreekt, wat meer gewicht te geven. Dit betekent niet dat Paulus geloofde dat Epimenides een profeet van God was. Het betekent eenvoudig dat de Kretenzers hem als een profeet beschouwden, althans sommigen van hen. Plato zei dat hij goddelijk geïnspireerd was. En Plutarchus, een andere Griekse schrijver, zei over Epimenides dat hij een man was die de goden dierbaar was. Dat wil zeggen dat de goden hem heel hoog achtten. Hier hebben we dus een man met enige kennis en een zekere reputatie onder de Kretenzers en de Grieken, die door Paulus wordt aangehaald.

Hij zegt:

Titus 1:12

Een van hen, hun eigen profeet, heeft gezegd: Kretenzen zijn altijd leugenaars, kwade beesten, luie buiken.

En Paulus zegt:

Titus 1:13

Dit getuigenis is waar. Wijs hen daarom streng terecht, opdat zij gezond zullen zijn in het geloof,

Kretenzers en de leugenaarsparadox

Illustratie bij: Een scherpe uitspraak wordt samen overwogen.

Ik geloof dat Paulus beslist de ironie moet hebben ingezien van wat hij zojuist zei. Hij haalt een Kretenzer aan, en die Kretenzer zei:

Alle Kretenzers zijn leugenaars.

En Paulus zegt:

Dat getuigenis is waar.

Dat is een ingewikkelde ironie. Want als iemand tegen je zegt: ‘Ik lieg altijd’, zou je kunnen zeggen: ‘Tja, hoe weet ik dan dat ik je kan vertrouwen? Misschien lieg je nu wel.’ Als alle Kretenzers leugenaars zijn, dan is deze profeet misschien ook een leugenaar, want hij is ook een Kretenzer. Hij zei tenslotte dat Kretenzers altijd leugenaars zijn. En toch haalt Paulus hem aan als een betrouwbare getuige. Maar het getuigenis dat hij aflegt, is nu juist dat alle mensen van zijn eigen etnische groep leugenaars zijn.

Hij zegt niet dat alle Kretenzers altijd leugenaars zijn. Hij zegt dat Kretenzers altijd leugenaars zijn. Zoals de drukker het weergeeft:

Kretenzers liegen altijd.

Maar er staat niet ‘sommige’. Er staat niet ‘veel’. Er staat niet ‘de meeste’. Hij doet gewoon een racistische uitspraak. Als ik zou zeggen: ‘Joden zijn altijd hebzuchtig’, zou iemand mij dan het voordeel van de twijfel geven en aannemen dat ik alleen maar bedoelde dat een paar Joden dat zijn? Dat zou worden beschouwd als een racistische opmerking, een antisemitische opmerking, en terecht. Want alleen al door te zeggen: ‘Joden zijn hebzuchtig’, zou je suggereren dat alle Joden, of in elk geval de overgrote meerderheid van hen, dat zijn. Dat het een etnische eigenschap is. Overigens zal ik dat niet zeggen, want ik weet niet of dat waar is. Ik denk niet dat Jezus hebzuchtig was, en Hij was een Jood. En Paulus volgens mij ook niet.

Het is ironisch dat hij een Kretenzer aanhaalt die zei dat Kretenzers altijd leugenaars zijn. En hij zegt: ‘En dat klopt. En dat is waar.’ Hij sprak de waarheid, ook al is hij een Kretenzer en zijn ze altijd leugenaars. Toch sprak hij de waarheid, in elk geval bij deze gelegenheid.

Een rein hart tegenover uiterlijke reinheid

Illustratie bij: Reinheid en gemeenschap aan een eenvoudige maaltijd.

Hiermee bedoelt hij beslist dat Kretenzische christenen scherp terechtgewezen moeten worden. Ze komen uit een cultuur die erom bekendstaat dat de mensen lui en slecht zijn, en bedrieglijke leugenaars. Daarom moeten degenen die christen zijn geworden, terechtgewezen worden voor zover ze in die culturele patronen vervallen, zodat ze gezond mogen zijn in het geloof.

Titus 1:14

en zich niet zullen bezighouden met Joodse verzinsels en geboden van mensen die zich van de waarheid afkeren.

Dit wijst er opnieuw op dat sommige Kretenzische christenen mogelijk bezweken onder de invloed van judaïsten.

Titus 1:15

Alle dingen zijn wel rein voor hen die rein zijn, maar voor hen die bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, maar hun verstand en ook hun geweten zijn bezoedeld.

Die uitspraak kan beslist misbruikt worden. Als iemand een zondaar wil zijn of dingen wil doen die niet rein zijn, kun je zeggen: ‘Nou, ik ben een rein persoon, en als ik rein ben, zijn alle dingen rein. Dus ik kan eropuit gaan en stelen of doden of overspel plegen. En omdat ik een rein persoon ben, zijn zelfs die daden rein.’ Het is duidelijk dat Paulus dat op geen enkele manier bedoelt te zeggen. Net zomin als toen hij zei:

1 Korinthe 6:12

Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen.

Bedoelde hij daarmee dat christenen letterlijk alles mogen doen?

Wat hij in beide gevallen bedoelt, lijkt te zijn dat er binnen de Joodse godsdienst bepaalde opvattingen waren. En dat is hier de context, want hij heeft het over mensen die aandacht schenken aan Joodse verzinsels en geboden van mensen. Jezus zei immers over de Joden, de Farizeeën:

Mattheüs 15:9

maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn.

Hij lijkt het dus te hebben over de invloed van judaïsten. Voor de Joden werden bepaalde dingen als ritueel rein of ritueel onrein beschouwd. Bepaalde soorten voedsel waren bijvoorbeeld rein en bepaalde soorten voedsel waren onrein. Bepaalde personen waren rein of onrein, afhankelijk van de vraag of ze besneden waren of niet. Daar ben je heel goed mee bekend. Maar voor de Jood waren er allerlei vormen van ceremoniële reinheid die een belangrijke rol speelden. En voor de judaïsten, of degenen die van de besnijdenis waren, was een onbesneden persoon onrein, maar een besneden persoon rein.

Paulus lijkt te zeggen dat, als het om deze Joodse ideeën over reinheid en onreinheid gaat, voedsel en lichamen, voorhuiden en dat soort dingen niet bepalen of iemand rein of verontreinigd is. Zoals Jezus zei:

Mattheüs 15:11

Wat de mond ingaat, verontreinigt de mens niet; maar wat de mond uitkomt, dat verontreinigt de mens.

Paulus zegt in wezen dat iemand die rein van hart is, alles kan eten. Hij kan besneden of onbesneden zijn. Met andere woorden, hij kan de Joodse gebruiken rond reinheid en onreinheid naast zich neerleggen als hij zelf een rein mens is. Als hij bekeerd is, als hij een geestelijk mens is, als hij rechtvaardig is doordat God een nieuw mens van hem heeft gemaakt, als hij wedergeboren is, dan zijn al deze dingen voor hem rein. Hij hoeft zich niet druk te maken over de besnijdenis. Titus wist dat heel goed, want Titus stond daarin centraal in de controverse toen Paulus en Barnabas hem meenamen naar Jeruzalem, in Galaten hoofdstuk 2. Er werd besloten dat Titus een rein mens was; hij hoefde niet besneden te worden. Zo kan een rein mens ook alle soorten voedsel eten die de Joden misschien als onrein beschouwen.

Titus 1:14

en zich niet zullen bezighouden met Joodse verzinsels en geboden van mensen die zich van de waarheid afkeren.

Titus 1:15

Alle dingen zijn wel rein voor hen die rein zijn, maar voor hen die bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, maar hun verstand en ook hun geweten zijn bezoedeld.

Dat wil zeggen: degenen die geestelijk verontreinigd zijn. Ze kunnen zich laten besnijden als ze willen. Ze kunnen zich onthouden van onrein voedsel en alleen dat reine, gezonde en koosjere voedsel eten, maar alles wat ze doen is onrein. Zelfs als ze koosjer voedsel eten, kunnen ze net zo goed verontreinigd voedsel eten. Zelfs als ze besneden zijn, kunnen ze net zo goed onbesneden zijn.

Paulus zei dat ook in Romeinen hoofdstuk 2. Laat ik het voorlezen, want het is een wat ingewikkeld gedeelte. Aan het einde van hoofdstuk 2 van Romeinen, in vers 25, zegt hij:

Romeinen 2:25

Want de besnijdenis heeft wel nut als u de wet houdt, maar als u een overtreder van de wet bent, is uw besneden zijn tot onbesneden zijn geworden.

Dat wil zeggen: als je rein bent, dan is het prima.

Als iemand ongelovig en verontreinigd is, dus de wet overtreedt en in zijn gedrag en karakter niet rechtvaardig is, dan zal zijn besnijdenis niet als besnijdenis worden gerekend, ook al is hij besneden. Hij wordt niet als rein beschouwd. Bij een verontreinigd mens die van nature verontreinigd is, zijn al zijn handelingen verontreinigd, ook al zijn ze ceremonieel koosjer. Maar bij een rein mens zullen al zijn handelingen rein zijn, ook al zijn sommige dingen die hij doet niet ceremonieel koosjer. Dat is wat hij hier volgens mij zegt.

God belijden met woorden en daden

Illustratie bij: Daden spreken de geloofsbelijdenis tegen.

Nu zegt hij over diezelfde mensen in vers 16:

Titus 1:16

Zij belijden dat zij God kennen, maar zij verloochenen Hem met hun werken, aangezien zij verfoeilijk zijn en ongehoorzaam en tot elk goed werk ongeschikt.

Door hun gedrag laten ze zien dat ze mensen zijn die God eigenlijk helemaal niet kennen. Het maakt heel duidelijk dat Paulus geen enkele plaats heeft voor antinomianisme. Hij heeft geen plaats voor goedkope genade. Paulus geeft helemaal geen ruimte aan iemand die zegt: ‘Nou, ik ben behouden, maar ik kan leven zoals ik wil, en dat betekent zelfs in zonde als ik dat wil, want mijn behoud is voor eeuwig zeker.’

Hij zegt:

als ze met hun daden God ontkennen, dan zijn ze verfoeilijk, ongehoorzaam en ongeschikt om ook maar iets goeds te doen.

En hun mondelinge belijdenis dat ze God kennen, heeft geen waarde. Hij beschouwt je daden als veel betrouwbaardere maatstaven om te weten of je God kent dan je beweringen.

Eerder had hij in 2 Timotheus 2, vers 19, gezegd:

2 Timotheüs 2:19

Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel: De Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid.

Dat wil zeggen: iedereen die belijdt een christen te zijn. Met andere woorden, belijd Hem niet alleen met je mond, maar belijd Hem ook met je daden. Iemand die belijdt een christen te zijn, moet dat laten zien door afstand te nemen van ongerechtigheid. Want degenen die dat niet doen, kunnen nog steeds belijden dat ze God kennen, maar hun onrechtvaardige daden zullen bewijzen dat ze helemaal geen gelovigen zijn.

En trouwens, we moeten voorzichtig zijn met het beoordelen van iemands behoud op grond van zijn gedrag, aangezien ook christenen in zonde vallen. Toch is iemand die voortdurend in zonde leeft zonder enig blijk van een verlangen om te veranderen, geen christen. Paulus geeft aan dat je hun belijdenis kunt beoordelen. Jezus zei:

Mattheüs 10:32-33

32Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. 33Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Dat heeft niet alleen te maken met een mondelinge belijdenis. Ze kunnen Hem met hun mond belijden en Hem met hun werken verloochenen. Paulus geeft aan dat Hem met hun werken verloochenen evenzeer een verloochening is als Hem met hun mond verloochenen. En dus denk ik dat hij zou zeggen dat Jezus deze mensen zal verloochenen, die Hem met hun mond belijden maar Hem met hun werken verloochenen. Ze verloochenen Hem tegenover de mensen door hun gedrag. Hun daden spreken luider dan hun woorden.

Gezonde leer en het leven van oudere mannen

Illustratie bij: Oudere mannen oefenen geloof, liefde en volharding.

Hoofdstuk 2:

Maar jij, in tegenstelling tot hen,

Titus 2:1

Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past.

Dit is nu wat hij gezonde leer noemt. Het is een leer die te maken heeft met onderwijs over hoe je moet leven. Hij verdeelt de mensen in vier categorieën: oude mannen, oude vrouwen, jonge vrouwen en jonge mannen. Hij heeft iets soortgelijks gedaan in 1 Timotheus hoofdstuk 5. Aan het begin verdeelde hij de christenen in vier categorieën, dezelfde vier. In de eerste brief aan Timotheus, hoofdstuk vijf, vers één tot en met drie, zegt hij:

1 Timotheüs 5:1-3

1Vaar niet uit tegen een oude man, maar spoor hem aan als een vader, jonge mannen als broers, 2oude vrouwen als moeders, jonge vrouwen als zusters, in alle reinheid. 3Houd weduwen die werkelijk weduwen zijn, in ere.

Hij wil dus dat zowel Timotheus als Titus oog heeft voor de verschillende categorieën in de gemeente. Dat betekent niet dat je dit als scheidslijnen moet opvatten. Maar mensen van verschillend geslacht en van verschillende leeftijden hebben verschillende behoeften, of misschien verschillende neigingen die aandacht nodig hebben. En wanneer Paulus Titus hier dus zegt dat hij moet spreken wat bij de gezonde leer, het gezonde onderwijs past, begint hij met de oudere mannen.

Titus 2:2

De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding.

Sommige van deze dingen worden ook over oudsten gezegd. Het woord voor ‘oudere mannen’ is in feite hetzelfde woord als dat voor oudsten: presbuteros. Oudste betekent gewoon oudere man. Hier wordt het vertaald met ‘oudere mannen’.

Geloof en liefde zijn uiteraard belangrijke zaken in de Bijbel en in de pastorale brieven. In de eerste brief aan Timotheus, hoofdstuk één, vers vijf, zei hij:

1 Timotheüs 1:5

Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.

Hier worden geloof en liefde dus opnieuw genoemd als belangrijke eigenschappen waarin deze oudere mannen een voorbeeld moeten zijn. En in geduld, wat eigenlijk volharding betekent. [Vertalersnoot: de Engelse vertaling heeft hier ‘patience’, oftewel geduld; het Nederlandse citaat heeft al ‘volharding’.] Het moeten mensen zijn die hebben volgehouden en die standvastigheid in hun geloof laten zien.

Oudere vrouwen, ledigheid en roddel

Illustratie bij: Oudere vrouwen geven het goede voorbeeld.

Vers 3, nu de oudere vrouwen:

Titus 2:3

Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede,

Hetzelfde wordt over de oudere mannen gezegd.

Geen kwaadsprekers.

Paulus maakt zich er zorgen over dat vrouwen, vooral oudere vrouwen van wie de kinderen groot zijn en het huis uit, vaak niets nuttigs te doen hebben. Wanneer mensen niets nuttigs te doen hebben, vinden ze dingen om over te praten. In Spreuken staat:

Spreuken 14:23

Bij alle zwoegen is er overschot, praatjes leiden slechts tot gebrek.

Ik kan je niet zeggen welke spreuk dat is, maar het staat in het boek Spreuken. Het betekent dat elk werk beter is dan alleen maar praten. Elk werk zal enige voorspoed opleveren, iets om van te leven, een beloning.

Hij bedoelt geen mensen die met praten hun brood verdienen, want er zijn redenaars en advocaten en leraren en predikers enzovoort die met praten hun brood verdienen. Hij heeft het niet over mensen die praten om in hun levensonderhoud te voorzien, maar over mensen die uit ledigheid praten in plaats van te werken. Dat leidt tot armoede. Paulus ziet ook het gevaar dat mensen die niets omhanden hebben, die niet werken, de neiging hebben in de val te lopen van roddel en laster. Dat zei hij in 1 Timotheus hoofdstuk 5, toen hij het over de jonge weduwen had. Hij zei dat de jonge weduwen maar beter konden trouwen en kinderen grootbrengen enzovoort, omdat ze anders, zo zegt hij in 1 Timotheus 5:13:

1 Timotheüs 5:13

En zo leren zij meteen ook om doelloos overal langs de huizen te gaan. En zij zijn niet alleen doelloos bezig, maar zij zijn ook praatziek, en zij bemoeien zich met zaken die hun niet aangaan, en praten over dingen die onbehoorlijk zijn.

Waarschijnlijk beschuldigde hij vrouwen er vaker dan mannen van dat ze bemoeials waren, omdat een man in die cultuur meestal niet de mogelijkheid had om met pensioen te gaan. Een man had geen levensverzekering, hij had geen sociale zekerheid, hij had geen pensioen. Hij moest werken tot hij stierf, tenzij hij kinderen had die hem uiteindelijk konden onderhouden wanneer hij hulpbehoevend werd. In dat geval zou hij hoe dan ook niet van huis tot huis rondlopen. Mannen moesten op hoge leeftijd waarschijnlijk bijna net zo hard werken als toen ze jong waren.

Maar het thuis grootbrengen van de kinderen werd als het voornaamste werk van vrouwen beschouwd. Er komt een tijd dat de kinderen allemaal groot zijn en het huis uit, en de vrouw nog een aantal jaren voor zich heeft. Dat betekent niet dat ze helemaal geen werk te doen heeft, maar het betekent dat ze meer tijd over heeft dan de mannen waarschijnlijk hebben. Daarom ziet Paulus juist bij de oudere vrouwen, van wie de kinderen waarschijnlijk het huis uit zijn, een groter gevaar dat ze gaan lasteren en roddelen enzovoort.

Ook voor een oudste geldt dat hij niet verslaafd mag zijn aan wijn.

Titus 2:3

Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede,

Jonge vrouwen leren zorgen voor hun gezin

Illustratie bij: Een oudere vrouw helpt een jong gezin.

Let hierop: de oudere vrouwen moeten goede dingen onderwijzen. Wat behoort een vrouw te doen wanneer haar kinderen groot zijn en het huis uit? Ze heeft veel geleerd door kinderen groot te brengen. Nu moet ze jongere vrouwen leren wat ze heeft geleerd. Daarom zegt hij in vers 4 dat zij, dat wil zeggen de oudere vrouwen, de jonge vrouwen moeten aansporen. Waartoe?

Titus 2:4-5

4opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, 5bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.

‘Bezonnen’ betekent verstandig. ‘Kuis’ betekent in het Grieks rein. Vervolgens noemt hij het zorgen voor het huishouden.

Het Griekse woord voor huisvrouwen betekent eigenlijk thuiswerkers, of werkers thuis.

Sommige mensen stellen zich bij de huisvrouw, wat in onze moderne cultuur een ongunstig woord is geworden, een vrouw voor die de hele dag naar soaps zit te kijken en bonbons eet, met krulspelden in haar haar en haar pantoffels en badjas aan, tot drie uur in de middag: de luie huisvrouw. Dit is natuurlijk een karikatuur en een onjuist beeld van wat een vrouw die thuis voor het huishouden zorgt, behoort te zijn.

Er zijn misschien wel vrouwen die niets uitvoeren, vooral vrouwen die hun kinderen naar een openbare school sturen en hun kinderen niet om zich heen hebben lopen. Ze hebben hun huishoudelijk werk ongetwijfeld vroeg op de dag af, als ze er al aan toekomen. Er zijn in onze cultuur ongetwijfeld vrouwen die de hele dag thuisblijven en alleen maar televisie kijken en hun leven verdoen. In Bijbelse tijden konden ze hun kinderen niet naar een openbare school sturen, en er was veel meer werk te doen. Er waren niet zoveel apparaten die werk uit handen namen. De was doen kostte uren, daar bij de beek, met een wasbord of wat dan ook. Je kon die niet gewoon in de machine gooien en op de knop drukken. Koken kostte natuurlijk veel meer tijd dan nu. Vrouwen die thuisbleven hadden genoeg te doen om bezig te blijven. In de tijd van Paulus kwamen christelijke echtgenotes waarschijnlijk niet eens in de verleiding om televisie te kijken. Ze hadden het te druk. De huisvrouw is eigenlijk, in de woorden van Paulus — het woord dat hij in het Grieks gebruikt — iemand die thuis werkt. Vrouwen en mannen zijn allebei geroepen om te werken. Alleen ligt het werkterrein van de vrouw thuis. Een vrouw die dat serieus neemt, weet dat er ontzettend veel werk te doen is. Zeker als ze serieus neemt wat het betekent om haar kinderen op te voeden:

Efeze 6:4

En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Je kunt je handen vol aan ze hebben.

Paulus zegt dus dat de oudere vrouwen, vermoedelijk degenen die zelf geen kinderen meer thuis hebben, maar kinderen hebben grootgebracht die inmiddels het huis uit zijn, een rijke bron van informatie en wijsheid zouden moeten zijn voor de jongere vrouwen. Die zijn nog volop bezig een huishouden op te bouwen en kinderen groot te brengen. Ze moeten de jongere vrouwen deze dingen leren.

De onderwijstaak van oudere vrouwen

Illustratie bij: Oudere vrouwen onderwijzen jongere vrouwen.

Het is belangrijk dat we begrijpen dat Paulus in 1 Timotheus hoofdstuk 2 een vrouw niet toestond:

1 Timotheüs 2:12

Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.

Hij zei dat hij dat niet toestond. Dat was niet omdat hij dacht dat sommige vrouwen niets goeds te zeggen hadden. Hij wist duidelijk dat ze dat wel hadden. Daarom droeg hij hun op onderwijs te geven, niet aan mannen, maar aan jongere vrouwen. Als Paulus niet vertrouwde op wat vrouwen te zeggen hadden, had hij hun niet de vrije hand moeten geven om onder de jongere vrouwen hun dwalingen op een volgende generatie over te brengen. Dan had hij hun gewoon de mond moeten snoeren en hun moeten verbieden ooit in iemands bijzijn te spreken. Maar hij vond duidelijk dat vrouwen goede dingen konden onderwijzen. Hij gaf hun niet de vrije hand om als voorgangers op te treden, maar ze hadden wel een terrein waarop van hen werd verwacht dat ze onderwijs gaven. En dat was, als ze ouder waren en meer ervaring hadden, de jongere vrouwen onderwijzen.

Hoe zit het met een jonge vrouw? Kan een jonge vrouw onderwijs geven? Vermoedelijk wel. Er staat zeker niets in de Bijbel dat een jonge vrouw verbiedt om kinderen te onderwijzen, of zelfs vrouwen die jonger zijn dan zijzelf. Al denk ik dat hij in dit specifieke geval vooral denkt aan die vrouwen die ouder zijn en de jongere vrouwen kunnen onderwijzen vanuit hun eigen ervaring met het huishouden.

Het is in onze cultuur moeilijk om oudere christelijke vrouwen te vinden die bereid zijn de jongere christelijke vrouwen te onderwijzen. Als je oudere christelijke vrouwen vindt die onderwijs willen geven, is dit meestal niet wat ze willen onderwijzen. Er zijn oudere christelijke vrouwen die cursussen voor vrouwen geven en boeken voor vrouwen schrijven, enzovoort, maar ze onderwijzen deze dingen niet. Veel oudere vrouwen die tegenwoordig onderwijs geven, zijn geschoold in het feminisme, niet in de Bijbel. Ze weten een beetje van de Bijbel, maar ze weten blijkbaar niet wat ze de jonge vrouwen behoren te leren, want Paulus geeft hier het leerplan. Hier staat het lesprogramma voor de cursussen aan de jongere vrouwen die de oudere vrouwen moeten geven:

Titus 2:4-5

4opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, 5bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.

Kinderen liefhebben en evenwichtig opvoeden

Illustratie bij: Een moeder leert liefdevol en bezonnen opvoeden.

Waarom zou een vrouw moeten leren hoe ze haar kinderen moet liefhebben? Gaat dat niet vanzelf? Een bepaald sentimenteel soort liefde wel. De meeste mensen hebben een sentimentele liefde voor hun kinderen. Maar veel mensen zijn zo sentimenteel in hun liefde dat ze hun kinderen niet op een Bijbelse manier liefhebben. Daar hoort ook bij dat je hen disciplineert en hun sommige dingen ontzegt die ze willen hebben. Sommige mensen houden in wereldse zin zoveel van hun kinderen dat ze geen nee tegen hen kunnen zeggen. Ze disciplineren hen nooit. Zo ging David met Adonia om. Er zijn veel ouders tegenwoordig die in dezelfde categorie vallen, vooral ouders die veel geld hebben. In plaats van de strijd met hun kinderen aan te gaan, geven ze hun liever gewoon geld om van hen af te zijn. Ze kopen voor hen wat ze maar willen en houden hen uit de problemen. Of, als ze in de problemen komen, lossen ze die met geld voor hen op.

Maar waar het om gaat is dit: om kinderen lief te hebben zoals een christen kinderen behoort lief te hebben, zoals christelijke ouders dat behoren te doen, is enig onderwijs nodig. Ik kan je zeggen dat mijn vrouw en ik allebei graag eens een oudere vrouw zouden tegenkomen die ons met gezag kon vertellen hoe je kinderen doeltreffend disciplineert. Ik vermoed dat we er misschien iets van zullen weten nadat we er tien hebben grootgebracht. Maar dan zou het voor de meesten van hen te laat zijn, want ze zouden al grootgebracht en het huis uit zijn voordat wij het hadden uitgevogeld. Jonge ouders proberen voortdurend de ene en dan weer de andere manier van disciplineren uit. Als er toch eens oudere mensen waren die het goed hadden gedaan en anderen konden vertellen hoe je het goed doet, zou dat ons veel moeite besparen. Want we weten niet instinctief hoe we onze kinderen in Bijbelse zin moeten liefhebben.

De Bijbel zegt:

Spreuken 13:24

Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon, maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem.

Dat is iets wat onderwezen moet worden, want veel mensen zijn óf te sentimenteel om hun kinderen überhaupt te bestraffen, óf, als ze het andere uiterste opgaan, zijn ze vaak harder en bestraffen ze strenger en onrechtvaardiger dan ze zouden moeten. Er moeten evenwichtige oudere vrouwen zijn die weten hoe ze dit aan de jongere vrouwen moeten leren.

Ervaring in opvoeding en leidinggeven

Illustratie bij: Ervaring wordt doorgegeven in huishoudelijke zorg.

„Hoe kan het dat God David koning over Israël liet zijn, terwijl hij niet trouw was in het opvoeden van zijn eigen gezin?”

Hij was blijkbaar al koning over Israël voordat hij echt een gezin van enige omvang had.

David werd vóór hij koning werd niet beproefd in het gezinsleven, maar in het hoeden van schapen. Hetzelfde geldt voor Mozes. Het gezin van Mozes was ook niet bepaald op orde, maar hij was een goede schaapherder. Daar had hij veel ervaring mee. Er is meer dan één manier om iemands vermogen om leiding te geven te toetsen. Bij de leiders van Israël lijkt het erop dat de zorg voor schapen een van de betere proeven van bekwaamheid was. Want dat deed Abraham, en dat deed Izak, en dat deed Jakob. Amos was een herder voordat hij profeet was, Mozes was veertig jaar herder en David was een herder. Dat klinkt als de leerschool voor het leiderschap van Israël. In de gemeente is het echter gewoonlijk hun gezinsleven dat bepaalt of ze de gemeente kunnen leiden.

Ook waren de politieke leiders van Israël niet noodzakelijk altijd geestelijke leiders. David gaf wel op geestelijk gebied leiding, omdat hij een geestelijk ingesteld man was, maar hij was geroepen om een politiek leider te zijn. Daarom had de mate waarin zijn kinderen uiteindelijk geestelijk ingesteld waren eigenlijk niet zo heel veel te maken met zijn taken als bestuurder van het volk. Maar het is wel jammer dat hij het als opvoeder niet beter deed.

Nu moeten de oudere vrouwen de jonge vrouwen leren bezonnen en kuis te zijn, thuis te werken, goed te zijn en in hun eigen huis gehoorzaam te zijn. Michelle Crawford geeft les aan jongere vrouwen, en in wezen is de reden daarvoor om juist dit in praktijk te brengen. Bepaalde jongere vrouwen, mijn vrouw en Sabrina en enkele anderen, hebben de wens uitgesproken dat zij dit zou doen. Ze is een oudere vrouw, niet zo oud als sommigen, maar ze heeft twee volwassen kinderen die de Heere dienen. Ze is heel huiselijk ingesteld en beheerst veel huishoudelijke vaardigheden. Ze leert alle jongere vrouwen die willen meedoen allerlei dingen die met hun huiselijke leven te maken hebben. Volgens mij leert ze hun ook dingen als naaien en dergelijke.

Ik zal daar meer informatie over moeten krijgen. Ik weet het niet zeker; ik heb er alleen maar over gehoord. Ze zou het bij haar thuis doen, maar er waren zo veel zusters die wilden meedoen dat ze niet bij haar thuis zouden passen. Daarom vroegen ze of ze het gebouw mochten gebruiken, en ik zei ja. Hoe dan ook, als dat doorgaat en als ze deze dingen onderwijst, zal dat een geweldige dienst zijn aan de jongere vrouwen in het lichaam van Christus. Zoiets is vrij moeilijk te vinden.

Er staat dat ze al deze dingen moeten doen, aan het eind van vers 5:

zodat er geen kwaad wordt gesproken over het Woord van God.

Bijbelonderwijs door vrouwen en gezag

Illustratie bij: Vrouwen geven goed onderwijs door.

„Ik vroeg me gewoon af: denk je dat deze lijst de enige dingen bevat die ze mogen onderwijzen, of denk je dat de oudere vrouwen de jongere vrouwen ook uit de Bijbel mogen onderwijzen?”

Ja, volgens mij zijn veel van deze dingen Bijbels. Bedoel je leerstellingen, theologie?

„Ja, leerstellingen en dat soort dingen.”

Ik denk niet dat Paulus dat erbij heeft opgenomen, maar ik denk ook niet dat hij het heeft uitgesloten. Ik denk dat in de gemeente de meeste theologie door de oudsten werd overgebracht. Maar de mensen hadden geen Bijbels. De gemiddelde persoon had geen Bijbel. De gemeente mocht al blij zijn als de oudsten er een hadden. Ik ben er vrij zeker van dat ze die waarschijnlijk wel hadden. Als er Bijbels in de gemeente waren, hadden de oudsten die waarschijnlijk. Wat ze hadden, was misschien maar een gedeelte van het Oude Testament of een of twee brieven die ergens vandaan kwamen, van Paulus of zo. Maar het was niet zo dat de gemiddelde man of vrouw in de gemeente toegang tot de Bijbel had om thuis een Bijbelstudie te houden. Met de schaarste aan handgeschreven exemplaren van de Bijbel waren de oudsten, stel ik me zo voor, de enigen die het geluk hadden überhaupt een exemplaar te bezitten. Ik denk dat bijna al het theologische onderwijs vanaf de kansel kwam.

Nu had Paulus, voor zover ik weet, geen tijd als de onze voor ogen, waarin iedereen een Bijbel heeft. In zo'n situatie kan iemand als ik, die geen oudste van een gemeente is, toch een Bijbelstudie geven, gewoon omdat ik mijn Bijbel heb gelezen en anderen kan vertellen wat ik heb geleerd. Ik zou denken dat vrouwen hetzelfde kunnen doen. Maar als ik een vrouw was die overwoog dat te doen, zou ik de grenzen van mijn bediening laten bepalen door Paulus' zorg dat vrouwen geen gezag over mannen zouden uitoefenen. [Vertalersnoot: in zijn verdere uitleg geeft de spreker de Engelse formulering weer als ‘have authority over men’, oftewel gezag over mannen uitoefenen. Het Nederlandse Bijbelcitaat gebruikt ‘de man overheerst’.]

Zoals ik al zei toen we 1 Timotheus 2 bespraken, weet ik niet of het verkeerd is of ingaat tegen wat Paulus zegt wanneer een vrouw bijvoorbeeld in een situatie als deze onderwijs geeft, om iets te delen, zelfs wanneer er mannen aanwezig zijn. Zolang ze dat maar niet doet als gezagsdrager, vanuit een ambt met gezag in de gemeente. Ik denk dat Paulus vrouwen vooral verbood de positie van oudste te bekleden toen hij zei:

1 Timotheüs 2:12

Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt.

Dat een vrouw misschien onderwijs geeft in een bepaalde situatie waarin ze niet het stempel van gezag draagt zoals een oudste. Ik weet niet of Paulus dat zou verbieden of niet, en ik zou daar zeker geen punt van maken. Om je de waarheid te zeggen: persoonlijk vind ik het prima dat vrouwen die de Bijbel lang genoeg hebben bestudeerd om die te begrijpen, onderwijs geven aan andere vrouwen die die niet begrijpen. In veel gevallen geven ze daarover misschien zelfs beter onderwijs dan mensen van hun mannelijke voorgangers zullen krijgen.

Jonge mannen en Titus als voorbeeld

Illustratie bij: Titus is een voorbeeld voor jonge mannen.

De vrouwen moeten zich zo gedragen, zegt hij:

Titus 2:5

bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.

Paulus maakt zich zorgen over het getuigenis van de gemeente, en het gedrag van vrouwen beïnvloedt het getuigenis van de gemeente. Natuurlijk doet het gedrag van mannen dat ook, zoals hij later aangeeft.

Evenzo, vers 6:

Titus 2:6-7

6Spoor evenzo de jongere mannen aan bezonnen te zijn. 7Betoon uzelf in alles een voorbeeld van goede werken. Betoon in het onderwijs zuiverheid, waardigheid, oprechtheid,

Je moet een man zijn die zich niet laat omkopen of bederven, blijkbaar door macht of door geld. [Vertalersnoot: de spreker verklaart hier het Engelse ‘incorruptibility’, oftewel onomkoopbaarheid; het Nederlandse citaat heeft ‘oprechtheid’.]

Titus 2:8

en spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven, zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft.

Gezonde taal die niet veroordeeld kan worden: ik zou willen dat meer predikers zich daaraan hielden. Ik zou zeggen dat ‘veroordeeld’ betekent dat iets onjuist wordt bevonden, weerlegd wordt of aanleiding geeft tot verwijten. Veel leraren letten er niet zo zorgvuldig op dat ze alleen dingen zeggen die niet weerlegd kunnen worden. Het lijkt mij dat de fundamentele waarheden van het Evangelie onweerlegbaar zijn. Degenen die ze prediken en onderwijzen, zoals Titus geacht wordt te doen, zouden eigenlijk alleen verantwoorde dingen moeten onderwijzen die niet ontkracht kunnen worden. Ik denk dat, als iemand de tijd zou nemen om het Evangelie te onderzoeken, zou blijken dat het onbetwistbaar is.

Alles in de Bijbel is volgens mij deugdelijk. Maar veel predikers houden zich bezig met speculaties en theorieën en werkelijk vergezochte dingen waarop iedereen die zorgvuldig over de Schrift nadenkt, iets zou kunnen aanmerken. Ik denk dat dit het soort dingen is dat Paulus Titus wil laten vermijden. Laat je niet in met speculatieve twistgesprekken over allerlei dingen, maar zorg ervoor dat je dingen zegt die deugdelijk zijn, die onweerlegbaar zijn en niet veroordeeld kunnen worden. Dan zal iedereen die je tegenstander is eenvoudigweg beschaamd staan, omdat ze geen zwakke plek kunnen vinden in je karakter of in wat je te zeggen hebt.

‘In vers 6 staat:

Titus 2:6

Spoor evenzo de jongere mannen aan bezonnen te zijn.

Wat is het verschil tussen “bezonnen” en “nuchter zijn”, zoals er in vers 2 staat? Betekent dat dat de jongere mannen niet zo nuchter hoeven te zijn als de oudere mannen, maar alleen bezonnen?’

Dat weet ik niet zeker. Misschien gebruikt Paulus de twee uitdrukkingen als synoniemen. ‘Nuchter’ op zichzelf zou kunnen betekenen dat je niet dronken bent. ‘Bezonnen’ zou meer te maken hebben met verstandig en evenwichtig zijn, en niet voortdurend luchthartig en dwaas doen en gekheid uithalen. Ik weet niet of er in Paulus’ gedachten een wezenlijk verschil is, of dat hij het in het ene geval gewoon korter zegt dan in het andere.

Eerlijke slaven maken het Evangelie aantrekkelijk

Illustratie bij: Een tot slaaf gemaakte gelovige handelt betrouwbaar.

Laten we verdergaan naar vers 10. Vers 9 zegt:

Titus 2:9-10

9Vermaan de slaven dat zij hun eigen meester onderdanig zijn en dat zij hun in alles welbehaaglijk zijn, zonder tegen te spreken, 10dat ze niets ontvreemden, maar hun alle goede trouw bewijzen, opdat zij het onderwijs van God, onze Zaligmaker, in alles tot sieraad mogen strekken.

‘Niets ontvreemden’ betekent: niet stelen van hun meesters. ‘Alle goede trouw bewijzen’ betekent: betrouwbaar zijn.

Het gaat Paulus erom dat het leven van de christen mensen tot het christendom aantrekt. Dat het Evangelie wordt versierd of verfraaid of aantrekkelijk gemaakt door het gedrag van christenen, in dit geval christelijke slaven. Er waren veel slaven in de Romeinse wereld. Er wordt gezegd dat meer dan de helft van de bevolking van het Romeinse Rijk uit slaven bestond. Dus wanneer mensen tot bekering kwamen, waren velen van hen slaven. Het is zelfs waarschijnlijk dat er meer slaven tot bekering kwamen dan vrije mensen, aangezien het Evangelie doorgaans meer zwakken, vertrapten en onderdrukten aantrekt dan machtigen en rijken. Naar alle waarschijnlijkheid bestond een onevenredig groot percentage van de gemeente uit slaven.

De meeste brieven die mensen aanspreken in groepen zoals mannen, vrouwen en kinderen, bevatten ook een gedeelte over slaven, en soms ook over meesters. In Efeze en Kolossenzen spreekt Paulus slaven en hun meesters aan. Maar in 1 Timotheus en in Titus spreekt hij alleen de slaven aan. Het is heel goed mogelijk dat de gemeente er op dat moment zo voorstond dat er nog geen meesters tot bekering waren gekomen.

Hij zegt hier niets tegen de meesters, maar hij zegt tegen de slaven dat ze gehoorzaam en eerlijk moeten zijn en niet mogen stelen. Blijkbaar was het niet ongebruikelijk dat slaven wraak namen op hun meesters door in het geheim dingen van hen weg te nemen. Hij zegt: nee, wees een eerlijke slaaf, zodat het Evangelie aantrekkelijk kan zijn.

We zullen Titus 2 een andere keer afmaken.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Titus (Part 2). Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…