Ruth 2-4
Boaz zorgt voor Ruth en trouwt met haar
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/ruth/2-4.pdf?v=3fff9ca7520d. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/ruth/2-4.
Samenvatting
Ruths deugdzaamheid, Boaz’ goedheid en zijn optreden als losser.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt hoe Ruth aren raapt om voor Naomi en zichzelf te zorgen en hoe Boaz haar met bijzondere goedheid behandelt. Hij benadrukt dat Boaz haar waardeert om haar deugdzaamheid en onbaatzuchtigheid, terwijl haar uiterlijk in het verhaal geen rol speelt. Hij legt Ruths verzoek op de dorsvloer uit als een beroep op Boaz als losser en bespreekt hoe de gebruiken rond landlossing en het zwagerhuwelijk hier met elkaar verbonden zijn. Vervolgens volgt hij de afhandeling bij de stadspoort, het huwelijk en de geboorte van Obed, en wijst hij op Gods soevereiniteit in de ommekeer voor Ruth en Naomi en de geslachtslijn die via David naar Jezus leidt.
Ruths armoede en het recht op aren rapen #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Ruth hoofdstuk 2 tot en met 4.
We pakken het verhaal van Ruth weer op aan het begin van het tweede hoofdstuk. Het enige wat er tot nu toe is gebeurd, is dat Ruth en Naomi weduwen zijn geworden en zijn teruggekeerd naar Bethlehem, de woonplaats van Naomi. Ruth is daar een nieuwkomer, want ze komt eigenlijk uit Moab. Ze is in een vreemde cultuur terechtgekomen, maar ze is een proseliet geworden, iemand die in Jahweh gelooft. Strikt genomen is ze door haar geloof een Jodin en heeft ze daarom de voorrechten van een Jood. Maar veel voorrechten heeft ze niet, omdat ze weduwe is en in armoede leeft. Daarom moet ze op de een of andere manier in haar levensonderhoud voorzien.
Naomi is te oud om te werken, dus Ruth gaat voor hen allebei werken. Zij is bij uitstek de deugdzame vrouw uit Spreuken 31. Ze werkt hard en is deugdzaam, en ze wordt ons voorgesteld als een van die zeldzame vrouwen die Spreuken 31 beschrijft: een harde werkster die werkelijk onzelfzuchtig is in alles wat ze doet.
We lezen aan het einde van hoofdstuk 1 dat ze na tien jaar afwezigheid uit Moab in Bethlehem aankwamen, precies ten tijde van de gersteoogst. Toen Naomi tien jaar eerder was vertrokken, heerste er hongersnood. Maar die was voorbij en nu was de oogst goed. De wet van Mozes bevatte bepalingen die de armen toestonden om op de akkers aren na te lezen. De wet van Mozes verbood eigenaars van graanakkers zelfs om terug te gaan en de achtergebleven aren te verzamelen.
Als we niet uit een landbouwcultuur komen, weet je misschien niet eens wat nalezen is. De maaiers gingen over de akker en pakten zo veel mogelijk korenaren om die voor de oogst te verzamelen. Daarna waren er altijd wel wat aren die ze hadden gemist. Sommige zaten nog aan de halmen nadat de maaiers waren langsgekomen, en andere waren op de grond gevallen. Dat waren de aren die nagelezen konden worden. Het waren de resten die achterbleven nadat de maaiers de hele akker waren overgegaan en zo veel mogelijk hadden meegenomen.
Die achtergebleven aren mochten niet door de eigenaar van de akker worden opgeraapt. Hij mocht zijn arbeiders er niet opuit sturen om die op te rapen. Hij moest ze voor de armen laten liggen. Dit was een van de manieren waarop de wet erin voorzag dat arme mensen te eten kregen. Ze hadden daadwerkelijk wettelijk recht op de achtergebleven aren. Naar alle waarschijnlijkheid waren er op iedere akker waar veel gewas stond verschillende arme mensen aan het nalezen.
Ruth komt op de akker van Boaz #
Er was een man wiens akkers blijkbaar een overvloedige opbrengst gaven. Ruth vond op zijn akker een plek om aren na te lezen, zodat zij en haar schoonmoeder te eten zouden hebben. Hoofdstuk 2 zegt:
Nu had Naomi een bloedverwant van de kant van haar man, een zeer vermogend man, uit het geslacht van Elimelech, en zijn naam was Boaz.
De naam Boaz betekent ‘in hem is kracht’.
Ruth, de Moabitische, zei tegen Naomi: Laat mij toch naar de akker gaan en aren rapen achter hem in wiens ogen ik genade zal vinden. En zij zei tegen haar: Ga, mijn dochter.
Dat wil zeggen: ‘Iedereen die het mij toestaat’, dat bedoelt ze. ‘Iedereen die me goed zal behandelen.’ Blijkbaar werden mensen die aren nalazen soms onheus behandeld door de maaiers, omdat zij op de onderste sport van de maatschappelijke ladder stonden: de armen. Hoewel de wet voorschreef dat mensen moesten worden toegelaten om aren na te lezen, kan het zijn dat de eigenaars van de akkers hun aanwezigheid in sommige gevallen niet op prijs stelden. Ze zei:
Ik wil iemand gaan zoeken die me goedgezind is, dat wil zeggen, iemand die vriendelijk voor me zal zijn als ik op zijn akker aren nalees.
3Daarop ging zij op weg , kwam op de akker en raapte aren achter de maaiers. En het overkwam haar dat zij op een deel van de akker van Boaz terechtkwam , die uit het geslacht van Elimelech was. 4En zie, Boaz kwam uit Bethlehem, en zei tegen de maaiers: De HEERE zij met u! En zij zeiden tegen hem: De HEERE zegene u! 5Daarop zei Boaz tegen zijn knecht die over de maaiers aangesteld was: Wie behoort deze jonge vrouw toe?
Waarschijnlijk stond hij dit niet vlak bij haar te zeggen. Naar alle waarschijnlijkheid zag hij de maaiers en zag hij Ruth als nieuwkomer, maar herkende hij haar niet. Ze is pas in het dorp. Hij vroeg dus:
Van wie is die vrouw daar?
Dat is vrijwel zeker wat hij vraagt: ‘Daar is iemand die ik niet herken.’
6De knecht die over de maaiers aangesteld was, antwoordde en zei: Dat is de Moabitische jonge vrouw die met Naomi teruggekeerd is uit het land Moab. 7Zij zei: Laat mij toch aren rapen en verzamelen tussen de schoven, achter de maaiers. Zo is zij gekomen en zij is gebleven van vanmorgen af tot nu toe. Zij heeft bijna niet binnen gezeten.
Volgens sommige deskundigen is deze zinsnede in de Engelse vertaling geen goede vertaling:
‘Al heeft ze even binnen gerust.’ Volgens hen betekent het juist dat ze helemaal geen rust in het huis heeft genomen. Blijkbaar waren er plekken waar de arbeiders, misschien midden op de dag, in de beschutting van de schaduw konden gaan rusten. Tegenwoordig hebben bijna alle beschaafde landen vaste koffiepauzes en lunchpauzes, en om de paar uur rusttijd voor arbeiders. Deze arbeiders hadden die vaste pauzes waarschijnlijk niet. Maar wanneer ze uitgeput begonnen te raken, kwamen ze waarschijnlijk een poosje in de schaduw op krachten, om daarna weer naar buiten te gaan en verder te werken. Maar zoals ik het begrijp, zegt deze passage dat zij dat niet deed. Ze rustte niet. Ze werkte gewoon de hele dag ijverig door.
Boaz beschermt Ruth en geeft haar voorrechten #
8Toen zei Boaz tegen Ruth: U hebt het gehoord, nietwaar, mijn dochter? Ga niet op een andere akker aren rapen. Ook moet u hier niet weggaan, maar u moet dicht bij de meisjes blijven die voor mij werken . 9Uw ogen moeten op de akker gericht zijn die zij aan het maaien zijn en u moet achter hen aan gaan. Heb ik de knechten niet geboden dat zij u niet aanraken? Als u dorst hebt, mag u naar de water vaten gaan en drinken van wat de knechten zullen scheppen.
In wezen hadden de armen die aren raapten niet de voorrechten van ingehuurde arbeiders. Als zijn knechten dus water putten, was dat voor zijn huishouden en voor zijn arbeiders, enzovoort. De armen moesten zichzelf maar zien te redden. Daar waren ze daar voor: om zichzelf te redden door bijeen te rapen wat was achtergebleven. Eigenlijk zegt hij tegen haar, hoewel ze een van de armen is en niet een van zijn werknemers: ‘Drink gerust van al het water dat mijn mannen halen. Blijf gerust dicht bij de vrouwen die oogsten. Je hoeft niet op afstand van hen te blijven.’
Als de armen met andere arme mensen wedijverden, probeerden ze blijkbaar soms verder naar voren te dringen om dingen te bemachtigen voordat anderen ze kregen. Als ze te dicht bij de ingehuurde knechten kwamen, konden die zich daaraan ergeren en hun zeggen dat ze achteruit moesten gaan, enzovoort. Omdat ze arm waren, keken anderen waarschijnlijk met een zekere minachting op hen neer. Wij zouden niet begrijpen waarom een arm iemand zo behandeld zou moeten worden, maar zo ging het in bijna alle samenlevingen. Als je arm was, werd in veel gevallen zelfs gedacht dat je arm was omdat God ergens om boos op je was. Je had iets verkeerds gedaan.
Er was dus altijd het gevaar dat iemand die arm en kwetsbaar was, en ook nog een vrouw, door de arbeiders slecht behandeld werd en door hen als lastig werd gezien. Wat Boaz zegt, is: ‘Ik heb mijn jonge mannen gezegd dat ze je met rust moeten laten. Ga gerust tussen de vrouwen staan die het graan verzamelen, als je dat wilt. Je kunt als eerste oprapen wat ze laten vallen. Neem gerust van het water en verfris je.’ Hij geeft haar dus voorrechten die de armen normaal gesproken niet hadden, tenzij die hun werden aangeboden. Hij toont haar bijzondere vriendelijkheid.
10Toen wierp zij zich met het gezicht ter aarde , boog zich naar de grond en zei tegen hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat u naar mij omziet, terwijl ik een buitenlandse ben? 11Boaz antwoordde en zei tegen haar: Het is mij allemaal verteld, alles wat u na de dood van uw man voor uw schoonmoeder gedaan hebt, en hoe u uw vader en uw moeder en uw geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat u voorheen niet kende. 12Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen. 13En zij zei: Laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer, want u hebt mij getroost en u hebt naar het hart van uw dienares gesproken, hoewel ik niet ben als een van uw dienaressen.
Ik weet niet zeker wat dat betekent. Misschien bedoelt ze gewoon: ‘Ik ben niet van hetzelfde ras’, of zoiets. Ik weet niet zeker wat ze bedoelt. Maar het is heel goed mogelijk dat ze op haar ras zinspeelt.
Boaz geeft Ruth eten en een ruime oogst #
Toen het etenstijd was, zei Boaz tegen haar: Kom er hier bij en eet van het brood en doop uw stukje brood in de zure wijn. Zo zat zij neer naast de maaiers, en hij reikte haar geroosterd koren aan. En zij at en werd verzadigd en hield nog over.
Ze was een arenraapster, maar ze mocht bij de knechten van het huishouden zitten die de oogst binnenhaalden.
15Toen zij opstond om weer aren te gaan rapen, gebood Boaz zijn knechten: Laat haar ook tussen de schoven rapen en val haar niet lastig. 16Ja, laat ook opzettelijk voor haar wat vallen uit de bundels aren en laat het liggen, zodat zij het op kan rapen, en bestraf haar niet.
Hij liet zijn maaiers dus in het geheim wat voor haar laten vallen, zodat ze meer kon krijgen. Uiteindelijk verzamelde ze veel meer dan de meeste mensen normaal gesproken bij het aren rapen zouden bijeenbrengen. Dat verbaasde haar schoonmoeder toen ze met zoveel thuiskwam. Maar hij gaf haar niet zomaar rechtstreeks een geschenk. Hij behandelde haar niet als een bedelaar. Hij liet haar ervoor werken. In zekere zin bewaarde hij haar waardigheid, in plaats van haar gewoon als een arme bedelaar te behandelen en haar een aalmoes te geven. Hij maakte het haar gemakkelijker. Hij zorgde ervoor dat haar werk veel opleverde, in plaats van dat ze met ongeveer evenveel werk maar heel weinig bijeenraapte.
Zo raapte zij aren op de akker tot de avond. En wat zij geraapt had, klopte ze uit. Het was ongeveer een efa gerst.
Dat was veel voor iemand die aren raapte. Iemand heeft gezegd dat de tabellen met gewichten en maten in hun Bijbels niet altijd dezelfde getallen geven. Maar volgens mij zou een efa zoiets als een bushel moeten zijn, toch? Veertig liter, hoeveel dat ook is. Ik ben niet thuis in liters. Het is een flinke hoeveelheid, zeker meer dan iemand nodig zou hebben om een dag van te eten.
Als de armen net genoeg konden bijeenrapen om voor die avond brood te maken en het tot de volgende dag vol te houden, om dan weer dezelfde hoeveelheid bijeen te rapen, en zo elke dag net genoeg te eten hadden, dan zouden ze daar in de meeste gevallen al tevreden mee zijn. Twintig flessen van twee liter, dat is een grote hoeveelheid graan. Dat zou neerkomen op zo'n twintig flinke broden, meer dan iemand waarschijnlijk in een week zou eten. Zoveel leverde haar werk dus op.
En zij pakte het op en kwam in de stad. Haar schoonmoeder zag wat zij geraapt had. Ook haalde zij tevoorschijn wat zij overgehouden had, toen ze genoeg gegeten had, en gaf het haar.
Dat wil zeggen, ze verzamelde niet alleen het losse graan dat later tot meel gemalen kon worden. Toen hij haar bij de middagmaaltijd samen met de andere werknemers te eten had gegeven, had hij haar ook geroosterd graan gegeven, dat niet tot brood was gebakken. Het waren waarschijnlijk knapperige graankorrels die boven het vuur waren geroosterd. En behalve wat ze zelf had gegeten, had ze nog wat achtergehouden. Dit kon meteen gegeten worden. Het graan dat ze verzamelde, was bestemd om later als brood en meel te gebruiken, maar dit was een soort snel eten. Zo kon ze van wat ze opzij had gelegd toen ze dat kreeg aangeboden, een kant-en-klare maaltijd mee naar huis nemen voor Naomi.
Naomi ontdekt dat Boaz een losser is #
Vervolgens zei haar schoonmoeder tegen haar: Waar heb je vandaag aren geraapt en waar heb je gewerkt? Moge hij die naar je omgezien heeft, gezegend worden. En zij vertelde haar schoonmoeder bij wie zij gewerkt had en zei: De naam van de man bij wie ik vandaag gewerkt heb, is Boaz.
Blijkbaar wist Ruth al die tijd niet dat Boaz familie was, en hier komt ze daarachter. Daarom was ze zo verbaasd dat Boaz haar bijzonder goed behandelde. Ze besefte niet dat hij dat deed omdat hij waardeerde wat ze voor Naomi deed. Naomi was namelijk in zekere zin door het huwelijk aan hem verwant.
Toen zei Naomi tegen haar schoondochter: Moge hij, die zijn goedertierenheid niet onthouden heeft aan de levenden en aan de doden, gezegend worden door de HEERE. Verder zei Naomi tegen haar: Die man is nauw aan ons verwant, hij is een van onze lossers.
Dit was van grote betekenis voor hun toekomst: dat ze mogelijk een rijke bloedverwant als losser hadden.
21En Ruth, de Moabitische, zei: Bovendien heeft hij tegen mij gezegd: U moet dicht bij mijn knechten blijven, totdat zij met heel mijn oogst klaar zijn. 22Naomi zei tegen haar schoondochter Ruth: Het is goed, mijn dochter, dat je met de meisjes die voor hem werken meegaat, zodat ze je op een andere akker niet lastigvallen. 23Zo bleef zij dicht bij de meisjes van Boaz om aren te rapen, tot de gersteoogst en de tarweoogst voorbij waren. En zij bleef bij haar schoonmoeder.
De gerst werd eerder in het seizoen geoogst, en daarna werd de tarwe rijp. Hier zou voor haar minstens twee maanden werk zijn. Als er veel te verzamelen viel, kon het graan natuurlijk het hele jaar worden bewaard. Dus als je twee goede oogstmaanden had, kon je daar het hele jaar van eten, want graan kun je heel lang bewaren totdat het tot meel wordt gemalen. Zo kon ze de hele oogsttijd werken. En we hebben alle reden om aan te nemen dat Boaz zijn arbeiders bleef zeggen dat ze extra voor haar op de grond moesten laten liggen. Als ze een efa per dag mee naar huis bracht, dan zou ze na een paar maanden werken zeker een voedselvoorraad voor het hele jaar hebben. Het was dus een goede opbrengst. Het was een goed jaar voor hen.
Ruths deugdzaamheid en uiterlijke schoonheid #
We zijn zo gevormd door de verhalen die we lezen, de liefdesverhalen. Dit is een liefdesverhaal. Dit verhaal is natuurlijk een liefdesverhaal. Bij liefdesverhalen stellen we ons altijd voor dat de vrouwen er goed uitzien en dat de mannen er goed uitzien. Er zou nooit een film over het verhaal van Ruth worden gemaakt waarin Ruth er gewoontjes uitziet of iets anders dan aantrekkelijk is. Want zo zijn we in Amerika onze heldinnen en onze helden in liefdesverhalen gaan zien.
We weten niet of ze een knappe vrouw was of niet. Dat kan best. Maar wat Boaz in haar waardeerde, was haar deugdzaamheid. Misschien vond hij haar ook aantrekkelijk, maar we moeten niet aannemen dat dit zo was. Misschien was ze lichamelijk niet zo aantrekkelijk. Over de deugdzame vrouw in Spreuken 31 wordt eigenlijk niets gezegd over haar uiterlijk. En Spreuken zegt ons heel duidelijk:
Bevalligheid is bedrieglijk en schoonheid vergankelijk, maar een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden.
En dat:
Een mooie vrouw zonder inzicht is een gouden ring in een varkenssnuit.
Enzovoort. Spreuken, goddelijke wijsheid, geeft dus aan dat schoonheid niet zo hoog wordt aangeslagen als onze cultuur doet vermoeden.
Tegelijkertijd vermeldt de Bijbel natuurlijk vaak dat bepaalde vrouwen mooi zijn. De Bijbel erkent dat er zoiets bestaat als lichamelijke aantrekkelijkheid bij vrouwen. Er wordt ons verteld dat Sara een heel mooie vrouw was. Er wordt ons verteld dat Rebekka een mooie vrouw was. Er wordt ons verteld dat Rachel een mooie vrouw was. En er zijn anderen van wie ons wordt verteld dat het mooie vrouwen waren. Van Tamar, de dochter van Absalom, werd gezegd dat ze een mooie vrouw was.
Maar hoewel de Bijbel erkent dat er zoiets bestaat als lichamelijke schoonheid, geeft hij die ook de juiste plaats: mooi zijn heeft betrekkelijk weinig waarde als je niet deugdzaam bent. Schoonheid is vergankelijk, maar de Heere vrezen is iets wat werkelijk reden geeft om geprezen te worden. En wanneer Boaz over haar spreekt, zien we niet dat hij haar om haar schoonheid prijst. Voor zover wij weten, zou ze best aantrekkelijk geweest kunnen zijn. Maar dat speelt in het verhaal geen rol. Wij stellen ons dit liefdesverhaal voor tussen dit mooie jonge meisje en deze rijke man, die er waarschijnlijk ook niet onaardig uitzag. Het is heel bekoorlijk. Maar de manier waarop wij ons in onze cultuur dingen voorstellen, komt niet altijd overeen met hoe ze waren. In onze cultuur hebben we een bepaald beeld van het volmaakte vrouwenfiguur. Maar in veel andere culturen vond men een heel ander vrouwenfiguur aantrekkelijk dan bij ons. Er zijn samenlevingen geweest waarin vrouwen met veel buikvet blijkbaar aantrekkelijk werden gevonden. Dat blijkt duidelijk uit de beeldhouwwerken en schilderijen uit bepaalde tijdperken, in de middeleeuwen. En in een cultuur zoals die van Israël zou een vrouw die goed kinderen kon baren natuurlijk aantrekkelijk zijn. Dat is vaak niet per se het lichaam waarmee je op het strand goed voor de dag komt.
Het is grappig hoe wij, wanneer we een liefdesverhaal lezen, zo westers zijn, zo modern, dat we dit beeld voor ogen hebben. Als we het in een toneelstuk of een film zouden uitbeelden, zouden we voor die rol iemand kiezen die een typische filmster is. Maar het is heel goed mogelijk dat Ruth naar onze maatstaven niet was wat wij mooi zouden noemen. En het zou er niet toe doen of ze dat wel of niet was. Ze was het juiste soort vrouw. En telkens als Boaz over haar spreekt, prijst hij haar, precies zoals Salomo zei dat hij zou doen.
Ze wordt steeds geprezen om haar deugdzaamheid, om haar onbaatzuchtigheid en om de keuzes die ze maakt.
Naomi maakt een plan voor Ruths toekomst #
Boaz wordt duidelijk verliefd op haar. Naomi zal eerder dan Ruth in de gaten krijgen dat dit gebeurt. Ruth is hierin naïever, maar Naomi hoeft alleen maar te horen hoe Boaz haar begunstigt of het begint in haar hoofd al te werken. Ze weet dat deze man aan de haak geslagen is.
In hoofdstuk 3 staat:
Toen zei Naomi, haar schoonmoeder, tegen haar: Mijn dochter, zou ik niet een veilige toekomst voor je zoeken, zodat het je goed gaat? Boaz, bij wiens meisjes je geweest bent, is toch een bloedverwant van ons? Hij is vannacht gerst aan het wannen op de dorsvloer. Was je daarom, zalf je, trek je beste kleren aan en ga naar de dorsvloer. Maar laat de man je niet opmerken voordat hij klaar is met eten en drinken. Let op waar hij gaat liggen. Ga er dan heen, sla de deken aan zijn voeteneind op en ga liggen. Hij zal je vertellen wat je moet doen. Zij antwoordde haar: Alles wat u tegen mij zegt, zal ik doen.
Nu, wanneer er staat:
‘Hij zal je vertellen wat je moet doen’, weet Naomi al dat Boaz met haar zal willen trouwen. Ze kan één en één bij elkaar optellen. Ruth werkt al twee maanden voor hem, en hij doet steeds meer voor haar. Hij blijft haar maar begunstigen. Wat een vrouw in die tijd verder ook aantrekkelijk voor een man gemaakt mag hebben, Naomi kon zien dat Ruth had wat daarvoor nodig was. Misschien was het niet wat wij in onze cultuur aantrekkelijk zouden vinden aan een vrouw, maar Naomi twijfelde er niet aan dat Boaz deze vrouw zou willen. Verderop in het verhaal spreekt ze daar zelfs met nog meer vertrouwen over.
Welnu, is Boaz, bij wiens meisjes je geweest bent, geen bloedverwant van ons? Zie, hij gaat vannacht op de dorsvloer gerst wannen.
Het wannen van graan op de dorsvloer #
Wannen is wat er na de oogst gebeurt. Je verzamelt al die onbewerkte, ruwe graanaren. Daar zitten korrels in die bruikbaar zijn als voedsel, maar ook al dat kaf, dat kleine haarachtige spul dat tussen de korrels groeit. En dat kun je niet eten. Dat wil je niet hebben. Dus moet je die twee van elkaar scheiden. Wannen is het proces waarbij je het koren van het kaf scheidt.
Meestal deed men dat met behulp van de wind. Dat was de gemakkelijkste manier. Gewoonlijk was de wind niet sterk genoeg om graankorrels horizontaal door de lucht mee te voeren. Maar het kaf was zo licht dat het als stof kon wegwaaien. Het was dus de bedoeling om de aren uiteen te slaan, zodat het graan loskwam van het kaf, hoewel alles nog door elkaar lag. Dan neem je iets wat op een schep lijkt en gooi je het geheel de lucht in. Terwijl het door de lucht gaat, blaast de wind het kaf weg en valt het graan gewoon naar beneden. Je blijft dat herhalen totdat al het kaf weg is en het graan er nog ligt. Dat is wannen.
Veel hiervan deden ze 's avonds of 's nachts, omdat de wind 's avonds sterker werd. Dan konden ze de wind beter benutten dan midden op de dag. Dus werkten ze 's nachts. Wanneer de oogst binnen was en het tijd was om te wannen, brachten ze de nacht op de dorsvloer door. Naomi wist dat Boaz daar deze nacht zou zijn. Dat wil zeggen: hij zou niet in zijn rijke huis zijn. Het zou voor Ruth onmogelijk zijn om zijn huis en zijn slaapkamer binnen te sluipen en te doen wat hier beschreven wordt. Maar hij overnacht daar bij de arbeiders, omdat het een mooie zomernacht is en ze die nacht gaan dorsen. Daarom zal hij buiten zijn.
Ruth gaat aan de voeten van Boaz liggen #
En het zal gebeuren als hij gaat liggen, zorg dan dat je de plaats weet waar hij ligt. Ga er dan heen, sla de deken aan zijn voeteneind op en ga liggen. Dan zal hij je zelf vertellen wat je doen moet.
Nu zegt ze:
Was je dan en zalf je en doe je beste kleren aan en ga naar de dorsvloer, maar zorg ervoor dat je niet door de man wordt opgemerkt, voordat hij klaar is met eten en drinken.
Dit is niet bedoeld om hem te verleiden. Blijkbaar moest ze haar weduwenkleren of haar werkkleren verwisselen — om te beginnen roken haar werkkleren misschien niet zo lekker. Ze moest zich opfrissen, haar beste kleren aantrekken en aan zijn voeten gaan liggen. Er wordt hier op geen enkele manier iets onzedelijks gesuggereerd. Ze ligt juist aan zijn voeten en biedt zichzelf aan in de rol van een dienares, als iemand die aan de voeten van haar meester zou slapen. Daarmee laat ze het aan hem over om te beslissen wat hij met haar positie wil doen. Wil hij met haar trouwen? Naomi heeft er vertrouwen in dat hij dat zal willen. En dus zegt ze:
Hij zal je vertellen wat je moet doen.
6Daarop ging zij naar de dorsvloer en deed overeenkomstig alles wat haar schoonmoeder haar geboden had. 7Toen Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was, kwam hij en ging liggen aan de rand van de koren hoop. Daarna kwam zij stilletjes, sloeg de deken aan zijn voeteneind op en ging liggen.
Blijkbaar ging ze daar gewoon slapen, onder de onderrand van zijn deken, bij zijn blote voeten.
8En het gebeurde midden in de nacht dat de man schrok en om zich heen greep. En zie, er lag een vrouw aan zijn voeteneind. 9En hij zei: Wie bent u? En zij zei: Ik ben Ruth, uw dienares. Spreid uw vleugel over uw dienares uit, want u bent de losser.
Deze uitspraak:
De mantel als teken van een huwelijksverbond #
‘Neem je dienares onder je vleugels’ is eigenlijk een parafrase. Het is ongebruikelijk dat de New King James zo zonder meer parafraseert.
Spreid de punt van je mantel over je dienares.
De New King James zegt:
‘Neem me onder je vleugels’, omdat die uitdrukking in het hedendaagse Engels voorkomt, net als in het Nederlands. Je neemt iemand onder je vleugels. Dat betekent dat je iemand onder je bescherming neemt. We zouden zeggen dat Abraham Lot onder zijn vleugels nam toen Lots vader stierf. Dat betekent dat hij hem in zijn gezin opnam en de zorg voor hem op zich nam.
Onze uitdrukking komt wel overeen met wat ze zei, maar zij hadden daar een andere uitdrukking. Die luidde: sla de rand van je kleed over mij heen. Dit was in Israël blijkbaar een gebruik. Als een man met iemand wilde trouwen, kon hij zijn kleed over haar heen leggen. Daarmee gaf hij aan dat zij samen met hem een plaats had in zijn kleed. Hij wil één vlees met haar zijn. Hij wil met haar trouwen.
In Ezechiël hoofdstuk 16 geeft God een gelijkenis over hoe Hij Israël had gevonden en met haar was getrouwd. Daar wordt ook verteld hoe Hij Zijn kleed over haar heen had gelegd. In Ezechiël 16:8 staat een gelijkenis over een verstoten klein meisje, een baby, die door een man werd gevonden. Hij redde haar leven, verzorgde haar, bracht haar groot tot ze volwassen was en trouwde toen met haar. Dit moet Israël en God voorstellen. Terwijl Hij dit verhaal vertelt, zegt Hij in vers 8:
Toen Ik voorbij u kwam, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd van de liefde. Zo spreidde Ik Mijn vleugel over u uit en bedekte uw naaktheid. Daarop zwoer Ik u een eed en ging een verbond met u aan, spreekt de Heere HEERE, en zo werd u van Mij.
Dat wil zeggen: deze baby die Hij had geadopteerd, was opgegroeid tot een huwbare vrouw. En Hij zegt:
En Ik spreidde Mijn vleugel over je uit.
Ook hier staat volgens de spreker in het Hebreeuws letterlijk: ‘de punt van Mijn kleed’. Hij geeft Ezechiël 16:8 dus zo weer:
Ik spreidde de punt van Mijn kleed over je uit en bedekte je naaktheid. Ik zwoer je een eed en ging een verbond met je aan, zodat je van Mij werd.
Dus het idee dat je, letterlijk of figuurlijk, je kleed over een vrouw heen legde, was de manier waarop je een huwelijksverbond aanging. Je nodigde haar uit in je leven, als het ware zelfs in je kleed. In Ezechiël 16:8 hield het verband met het afleggen van een eed en met trouwen, enzovoort. Dat ligt hier ongetwijfeld allemaal in haar woorden besloten. In wezen zegt ze: ‘Neem me onder je vleugels’, zoals het in de Engelse vertaling staat, of:
Trouw met me, want je bent naaste familie.
Dit is niet zomaar een vrijpostige vrouw die zegt: ‘Ik ben verliefd op je, trouw met me.’ Alsof een vrouw zich heel opdringerig opstelt en het initiatief neemt in een relatie. Het gaat er meer om dat ze hem erop wijst dat een naaste bloedverwant wettelijk verplicht is om iemand zoals zij, in haar omstandigheden, te lossen. Ze wijst hem er dus op dat hij in de positie verkeert om de rol van bloedverwant en losser te vervullen.
Het is niet waarschijnlijk dat ze zo vrijpostig zou zijn. Vrouwen waren dat niet, en zeker zij zou als deugdzame vrouw niet zomaar op een man afstappen op wie ze een oogje had en zeggen: ‘Ik wil met je trouwen.’ Het gaat hier meer om het werk maken van een wettelijke verplichting die eigenlijk op hem rustte, dacht ze. Het blijkt dat die eigenlijk op iemand anders rustte. Er was een andere man die nauwer verwant was en die eigenlijk het eerste recht op lossing en de plicht tot lossing had. Maar blijkbaar wist ze dat niet, en ging ze ervan uit dat Boaz degene was die wettelijk in die positie verkeerde.
Boaz waardeert Ruths keuze voor hem #
10En hij zei: Gezegend bent u door de HEERE, mijn dochter! U hebt met deze laatste blijk van goedertierenheid van u de eerste nog overtroffen, doordat u geen jongemannen nagelopen bent, geen arme en geen rijke. 11En nu, mijn dochter, wees niet bevreesd. Alles wat u gezegd hebt, zal ik voor u doen, want ieder in de poort van mijn volk weet dat u een deugdelijke vrouw bent.
Nogmaals, hij zei niet: ‘Ik ben verliefd op je. Ik wil je lichaam. Ik vind je mooi.’ Hij zei: ‘Ik zal met je trouwen omdat iedereen weet, en ik ook weet, dat je een deugdzame vrouw bent.’ Veel mannen zouden graag een mooie vrouw hebben, maar iedere man zou graag een deugdzame vrouw hebben, mooi of niet. En dat is dus wat hij zegt: ‘Ik zal het doen.’
Het interessante hieraan is dat hij vond dat zij hem een gunst bewees. Hij deed alsof zij hem een gunst verleende.
Blijkbaar was hij geen jonge man. Misschien was hij wel heel oud en onaantrekkelijk, en hij wist dat zij echt andere mogelijkheden zou hebben dan hij. Iedereen wist dat ze een deugdzame vrouw was, dus zelfs de jonge mannen zouden belangstelling hebben om met haar te trouwen. Iedereen zou met zo'n vrouw willen trouwen, zegt hij eigenlijk. Hij zegt: ‘Je kon kiezen uit alle mannen, jong en oud, en je hebt mij gekozen.’
Toch behoorde zij tot een heel andere maatschappelijke klasse dan hij, en tot een ander ras. Ze is een buitenlander, al is ze wel bekeerd, en ze is een weduwe die in armoede leeft, en hij is een rijke man. Als er in Israël een kastenstelsel was geweest zoals in India, zou zij vergeleken met hem een onaanraakbare zijn geweest. Toch lijkt hij hier helemaal geen onderscheid te maken op grond van het verschil in maatschappelijke klasse. Hij ziet haar gewoon als een goede vrouw en vindt dat hij geluk heeft dat zij nog beschikbaar is.
Je zou denken dat hij als rijke man, of hij nu een losser was of niet, iedere vrouw die aren raapte had kunnen benaderen en haar had kunnen vragen met hem te trouwen. En zij zou het een voorrecht hebben gevonden om uit haar armoede te komen en met een rijke man te trouwen. Het is dus interessant dat hij hier zo nederig over was. Hij zag zichzelf niet als een geweldige partij, ook al was hij een rijke man. De Bijbel zegt dat hij grote rijkdom bezat. Daardoor heeft een man er gewoonlijk geen moeite mee om vrijwel iedere soort vrouw te vinden die hij wil, ook als hij verder niet aantrekkelijk is. Maar hij zoekt een goede vrouw, een deugdzame vrouw. Hij vindt dat deze vrouw, ook al is ze arm en een weduwe, hem een gunst bewijst. Dat laat zien dat hij haar echt waardeert en haar een heel goede partij vindt, precies om de reden die hij geeft: ze staat bekend als een deugdzame vrouw.
Wie zal een deugdelijke vrouw vinden? Haar waarde gaat die van robijnen ver te boven.
Een andere losser heeft het eerste recht #
Nu dan, het is waar dat ik een losser ben, maar er is nog een losser, nauwer verwant dan ik.
Of hij dit zo uit zijn hoofd wist of dat hij wat onderzoek had gedaan, weten we niet. Hij kende haar al een paar maanden van zijn akkers. Misschien had hij dit zelf al uitgezocht. ‘Ik heb een juridisch detail gevonden. Er is iemand die in deze zaak eigenlijk vóór mij komt.’ Maar hij had ook al bedacht hoe hij dat kon oplossen.
Overnacht vannacht hier. Als het morgen ochtend gebeurt dat hij u lost, goed, laat hem lossen. Als hij echter niet genegen is u te lossen, dan zal ík u lossen, zo waar de HEERE leeft. Ga nu maar liggen tot de morgen.
Zo lag zij tot de morgen aan zijn voeteneinde. En zij stond op, voordat men elkaar kon herkennen, want hij zei: Het mag niet bekend worden dat er een vrouw op de dorsvloer gekomen is.
Het was nog donker.
Zij wisten dat er niets ongepasts was gebeurd, maar hoe zou iemand anders dat kunnen weten? Als mensen 's morgens een vrouw uit zijn bed zien komen, zouden ze dat niet weten. Dus zegt hij: ‘Houd dat geheim.’
Verder zei hij: Geef de omslagdoek die u draagt, en houd hem op . En zij hield hem op . En hij mat zes maten gerst af en legde die op haar. Vervolgens ging hij de stad in.
Dat is zes keer zoveel als ze de eerste dag had verzameld, en dat was toen al veel meer dan nodig was. Hij overlaadt haar dus echt met rijkdom, om het zo te zeggen. Graan is rijkdom in zo'n samenleving.
16Toen kwam zij bij haar schoonmoeder, en die zei: Wie ben je, mijn dochter? En zij vertelde haar alles wat de man voor haar gedaan had. 17Verder zei zij: Deze zes maten gerst heeft hij mij gegeven, want hij zei tegen mij : Kom niet met lege handen bij uw schoonmoeder.
Zelfs met één efa had ze niet met lege handen gestaan. ‘Ga niet met lege handen naar huis. Hier, neem deze vrachtwagenlading mee.’
Naomi vertrouwt op Boaz en zijn goede zorg #
Toen zei Naomi : Ga rustig zitten, mijn dochter, tot je weet hoe de zaak uit zal vallen, want die man zal niet rusten, voordat hij vandaag nog deze zaak tot een einde heeft gebracht.
Naomi was er dus vrij zeker van dat die man belangstelling had, alleen al door de goedheid die hij had getoond. Toen ze Ruth naar de dorsvloer stuurde om als het ware dit aanzoek te doen, was Naomi er vrij zeker van hoe het zou aflopen. Maar toen ze zag dat Ruth met zes efa terugkwam, zei ze: ‘Goed, mijn vermoedens klopten absoluut. Nu is het wel zeker dat hij belangstelling heeft. Leun maar achterover en kijk hoe hij doet wat hij gaat doen, want hij zal zichzelf geen rust gunnen totdat deze zaak geregeld is.’
Hij gaf aan dat hij meer belang stelde in haar welzijn dan in dat van hemzelf, want hij zei:
12Nu dan, het is waar dat ik een losser ben, maar er is nog een losser, nauwer verwant dan ik. 13Overnacht vannacht hier. Als het morgen ochtend gebeurt dat hij u lost, goed, laat hem lossen. Als hij echter niet genegen is u te lossen, dan zal ík u lossen, zo waar de HEERE leeft. Ga nu maar liggen tot de morgen.
Met andere woorden: “Je hebt het recht om te trouwen. Je hebt het recht om uit je armoede te worden verlost. Er is een andere man die dat kan doen. Ik zou graag die man zijn, maar hij heeft eigenlijk het recht. En als hij het wil doen, dan is dat prima. Dan ben jij er tenminste beter aan toe. Ik ben nog steeds een alleenstaande man zonder vrouw, maar jij bent er tenminste beter aan toe. Het gaat erom dat je het recht hebt om uit deze toestand van weduwschap en armoede te worden verlost, of dat nu door mij is of door hem. En daar kan ik mee leven.” Hij bekommerde zich meer om haar welzijn dan om dat van hemzelf, hoewel hij zei:
Als hij het niet wil doen, doe ik het graag.
Dus in hoofdstuk 4 moet hij deze andere man benaderen, die het eerste recht heeft, hoewel die andere man zich daar blijkbaar niet van bewust was. We weten niet precies hoe deze beide mannen aan Elimelech verwant waren. Het waren familieleden, op de een of andere manier neven, blijkbaar. Elimelech had blijkbaar geen broers, maar hij had wel familieleden: neven, volle neven, achterneven. Maar die andere man was nauwer aan Elimelech verwant dan Boaz.
Het was niet zo dat hij dacht: “Nou, ik ben een neef van Elimelech. Ik ben de eerste die het recht van lossing heeft. Ik zou hier iets aan moeten doen.” Het lijkt erop dat Boaz de man hierop moest wijzen. En Boaz moet zelf wat onderzoek hebben gedaan om hierachter te komen. Want als deze man, die nauwer verwant was dan Boaz, het niet wist, dan zou het nog minder waarschijnlijk zijn dat Boaz het wist, tenzij hij er speciaal moeite voor had gedaan om deze dingen uit te zoeken.
Boaz ontmoet de losser bij de stadspoort #
Intussen ging Boaz naar de poort en ging daar zitten. En zie, de losser over wie Boaz gesproken had, kwam voorbij. Toen zei hij: Kom eens hier en ga hier zitten, u daar , hoe u ook heet. En hij kwam daarheen en ging zitten.
Dat is de plaats in de stad waar zaken werden gedaan en rechtshandelingen werden verricht.
Dit was dus niet zomaar een onderonsje op een bankje buiten de stad. Dit was bij de stadspoort. Hier waren de bestuurders. Er waren getuigen. Het is alsof Boaz op een stoel ging zitten en wachtte tot de andere stoel bezet zou worden. Daar zou een transactie plaatsvinden tussen hem en iemand anders, die bij de stadspoort rechtsgeldig zou worden gemaakt. Dus de man komt toevallig langs, en hij zegt: “Hier, kom hier zitten. Ik ga nu wat juridische zaken met je afhandelen.”
Er staat:
En hij haalde tien mannen uit de oudsten van de stad, en zei: Gaat u hier zitten. En zij gingen zitten.
Dus gingen ze zitten om getuigen te zijn.
Toen richtte hij zich tot de naaste bloedverwant, van wie we de naam nooit te horen krijgen. Zijn naam wordt niet in herinnering gehouden, omdat hij zijn plicht niet deed. In zekere zin deed hij iets schandelijks door dit af te wijzen. Zelfs deze handeling met de schoen, die hier plaatsvindt, is, zoals we zullen zien, een soort aanpassing van iets wat eerder in de wet was voorgeschreven. Dat was iets wat schande bracht over een man die zijn plicht bij het zwagerhuwelijk niet wilde vervullen, waarbij een zwager trouwde met de weduwe van zijn broer.
Deze man is een van de weinige personen van wie we de naam niet krijgen. En dat kan een subtiele manier zijn om minachting voor hem te tonen, omdat hij weigerde zich te bekommeren om Naomi en Ruth enzovoort, die in moeilijke omstandigheden verkeerden. Hij kon helpen en deed het niet. Het is alsof je de president van de Verenigde Staten was en een broer had die in een hut in Afrika woonde, en je niets voor hem deed. Het is min of meer hetzelfde soort situatie.
Het terugkopen van Naomi's familiegrond #
Toen zei hij tegen de losser: Het stuk land dat van onze broeder Elimelech was, heeft Naomi, die uit het land Moab teruggekomen is, verkocht.
“Onze broer” betekent gewoon “ons familielid”. “Broer” wordt in ruime zin gebruikt.
En ík heb gezegd: Ik zal het u ter ore doen komen door te zeggen: Koop het, in aanwezigheid van de inwoners en in aanwezigheid van de oudsten van mijn volk. Als u het wilt lossen, los het. En als u het niet wilt lossen, vertel het mij dan, zodat ik het weet. Want er is niemand om het te lossen, behalve u, en ik na u. Toen zei hij: Ik zal het lossen.
Hier krijgen we een stukje voorgeschiedenis dat eerder in het verhaal niet was genoemd. Naomi zou, net als iedere weduwe in Israël, het land hebben gehad dat vanaf de tijd van Jozua het erfdeel van haar man was. De families hadden elk hun erfdeel binnen de stam en de familie. Dus toen Elimelech stierf, was er in Israël een stuk grond dat hem had toebehoord en dat van Naomi was.
Nu moest Naomi, als weduwe in moeilijke omstandigheden, dat verkopen. En dit is precies het soort situatie dat wordt bedoeld in Leviticus 25:25, waar iemand arm is en zijn land moet verkopen. Dat is precies de situatie waarin iemand die een losser is, kan ingrijpen en het kan terugkopen. Dus blijkbaar had Naomi eerder het land verkocht dat ze van haar man had geërfd. En dat staat er in vers 3. Hij zegt:
Naomi, die uit Moab is teruggekomen, heeft een stuk land verkocht dat van onze broer Elimelech was.
Dit was dus eerder gebeurd, zonder dat het in het verhaal was vermeld. Maar de bloedverwant krijgt nu het recht aangeboden om dat land te lossen. En de man zegt:
Oké, dat zal ik doen.
En Boaz legt al zijn kaarten op tafel. Hij probeert hem niet te misleiden. Hij zegt:
Ik ben na jou aan de beurt. Maar jij hebt het eerste recht. Dus als je het wilt vrijkopen, kun je dat doen. Als je dat niet wilt, laat het me dan weten, want dan ben ik aan de beurt. En dan doe ik het.
En de man zegt:
Oké, ik doe het. Ik vind het prima om er nog een stuk grond bij te kopen.
En Boaz zei:
Het huwelijk met Ruth doet de losser afzien #
Maar Boaz zei: Op de dag dat u het land van de hand van Naomi koopt, koopt u het ook van Ruth, de Moabitische, de vrouw van de gestorvene, om de naam van de gestorvene over zijn erfelijk bezit in stand te houden.
Met andere woorden, je moet ook met Ruth trouwen.
Dit stond niet per se zo in de wet. Zo was men de wet gaan uitleggen of had men die aangepast in de praktijk van de Israëlieten, verscheidene generaties, misschien eeuwen nadat Mozes de wet had gegeven. Er waren twee verschillende wetten die op verschillende situaties van toepassing waren. De ene ging over het lossen van land, en dat kon door de naaste bloedverwant worden gedaan. Dat was inderdaad wat deze man kon doen.
Als het ging om het trouwen met de weduwe, dan stond dat in Deuteronomium 25, en dat was alleen de verplichting van de broer. Als de man een broer had, dan moest die man met de weduwe trouwen. Het was echter niet per se de verplichting van degene die de naaste bloedverwant was. Een neef of oom of iemand die geen broer was, hoefde dat niet te doen. Maar zo was men de wet niet gaan uitleggen. Omdat het in beide gevallen om vergelijkbare situaties ging, nam men nu aan dat de man die het bezit zou lossen, ook de weduwe zou lossen en met haar zou trouwen en voor de overleden man nageslacht zou verwekken.
Toen deze niet bij naam genoemde man dat te horen kreeg, veranderde zijn houding tegenover de transactie. De naaste bloedverwant zei:
Toen zei de losser: Ik kan het voor mij niet lossen, anders zou ik mijn erfelijk bezit te gronde richten. Neemt ú voor uw rekening wat ik zou moeten lossen, want ik kan het niet lossen.
Het is niet helemaal duidelijk wat hij bedoelde toen hij zei dat hij zijn eigen erfdeel te gronde zou richten als hij dat deed. Er zijn veel theorieën over geopperd. Ook de commentatoren zijn het er niet allemaal over eens wat hij dacht. Hij had kennelijk iets in gedachten wat een feit was: als hij met Ruth trouwde, zou dat op de een of andere manier zijn erfdeel schaden. Misschien zou zijn huidige vrouw hem wel vermoorden. Moeilijk te zeggen. Per slot van rekening was veelwijverij in het Oude Testament niet verboden, maar vrouwen waren er niet erg op gesteld. Ik denk niet dat er ooit een samenleving is geweest waarin vrouwen er echt op gesteld waren.
De wet van het zwagerhuwelijk hield in dat als een man stierf, zijn broer met zijn weduwe moest trouwen. En dat betekende niet per se dat zijn broer daarvoor nog ongetrouwd moest zijn. Die weduwe zou aan zijn gezin worden toegevoegd. Als hij al een vrouw en kinderen had, dan maakte dat het trouwen met een andere vrouw en het verwekken van kinderen voor je overleden broer tot iets wat toch wat anders lag. Het is niet helemaal duidelijk wat alle juridische gevolgen waren. Maar mogelijk dacht hij dat als hij bij Ruth een kind kreeg, en dat kind niet zijn kind was maar het kind van Ruths overleden man, dit op de een of andere manier juridisch afbreuk zou doen aan het erfdeel dat zijn eigen zonen zouden krijgen. Ik weet niet echt zeker hoe dat zou werken. Misschien hebben we een Joodse jurist nodig om dat allemaal uit te zoeken.
Maar hij zag meteen dat het lossen van een stuk grond eenvoudig is. Met een andere vrouw trouwen, met alle verplichtingen die daarbij kwamen kijken, zou de zaken zo ingewikkeld maken dat hij problemen kon voorzien. Hij zegt:
Oké, in dat geval doe ik het niet. Doe jij het dan maar, Boaz, want ik kan het niet vrijkopen.
De schoen als bewijs van rechtsoverdracht #
Vers 7:
Nu was het vroeger in Israël bij lossing en bij ruil de gewoonte om de hele zaak te bevestigen: iemand trok zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit diende als bewijs in Israël.
Dat betekent dat dit gebruik kennelijk niet meer werd toegepast toen dit werd geschreven. Er was enige tijd verstreken en er hadden enige culturele veranderingen plaatsgevonden tussen de tijd van Ruth en het moment waarop dit werd opgeschreven.
8Dus zei de losser tegen Boaz: Koopt u het voor uzelf. En hij trok zijn schoen uit. 9Toen zei Boaz tegen de oudsten en heel het volk: U bent vandaag getuigen dat ik van de hand van Naomi alles gekocht heb wat van Elimelech geweest is, en alles wat van Chiljon en Machlon geweest is. 10Daarbij neem ik voor mijzelf Ruth, de Moabitische, de vrouw van Machlon, tot vrouw om de naam van de gestorvene over zijn erfelijk bezit in stand te houden, opdat de naam van de gestorvene niet zal worden uitgewist onder zijn broeders en in de poort van zijn woon plaats. U bent vandaag getuigen.
Dit gebruik met de schoen lijkt duidelijk zijn oorsprong te hebben in wat in Deuteronomium hoofdstuk 25 was voorgeschreven, al is het duidelijk aangepast. In Deuteronomium 25 wordt in vers 5 tot en met 9 gesproken over de verplichting van een man om met de weduwe van zijn broer te trouwen. Dat staat in vers 7, Deuteronomium 25:7.
7Maar als deze man niet genegen is zijn schoonzuster tot vrouw te nemen, dan moet zijn schoonzuster naar de poort gaan, naar de oudsten, en zeggen: Mijn zwager weigert een naam voor zijn broer in Israël in stand te houden. Hij wil zijn zwagerplicht tegenover mij niet vervullen. 8Dan moeten de oudsten van zijn stad hem roepen en tot hem spreken; blijft hij bij zijn standpunt en zegt hij: Ik ben niet genegen haar tot vrouw te nemen, 9dan moet zijn schoonzuster voor de ogen van de oudsten naar hem toe gaan, zijn schoen van zijn voet trekken, hem in het gezicht spuwen, en daarbij het woord nemen en zeggen: Zo wordt met de man gedaan die het gezin van zijn broer niet wil bouwen. 10En zijn naam zal in Israël luiden: Het huis van hem bij wie de schoen is uitgetrokken.
Blijkbaar kon je iemand niet dwingen te trouwen met iemand met wie hij niet wilde trouwen. Als de man zei: ‘Ik mag mijn schoonzus niet. Ik ben blij dat mijn broer met haar getrouwd is, maar ik wil haar niet. En nu ben ik verplicht met haar te trouwen?’ Het is voor een vrouw ook niet eens goed om te moeten trouwen met iemand die haar niet wil. In dat geval zei de wet dat de oudsten van de stad hem apart moesten nemen en moesten proberen hem op andere gedachten te brengen. Maar als hij bij zijn besluit blijft en weigert, dan moet hij deze beschamende plechtigheid ondergaan. De vrouw die hij tot vrouw had moeten nemen, maakt hem dan in het openbaar te schande voor de oudsten van de stad door zijn sandaal uit te trekken en hem in het gezicht te spugen.
Waarom die sandaal uittrekken? De schoen kon in het oude Israël bezit aanduiden, zoals in:
Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.
Toen het niet bij naam genoemde familielid zijn schoen uittrok en aan Boaz gaf, betekende dat dat hij zijn bezitsrecht aan Boaz overdroeg. Dat staat er in Ruth 4:7:
Zo ging dat vroeger als je iets vrijkocht of ruilde.
In dit geval ging de man niet lossen; hij ging ruilen. Hij ging zijn recht van lossing aan iemand anders overdragen.
Er werd in deze tijd niet meer in het gezicht gespuugd, en deze vrouw kwam dit ook niet doen. Dit was duidelijk een veranderd gebruik, dat onder de wet anders was uitgevoerd, maar waarvan de uitvoering in de loop van de tijd was aangepast. Deze niet bij naam genoemde man is de man bij wie de sandaal werd uitgetrokken. Dat is zijn reputatie. Je wilt niet dat zoiets boven je hoofd hangt, maar dat is die man.
Het huwelijk en de zegen van de getuigen #
Boaz zei toen in het bijzijn van de tien getuigen bij de poort:
Ik koop nu alles van die familie vrij en trouw ook met Ruth. En jullie zijn daar vandaag getuige van.
Er werd een huwelijk gesloten, en de bruid was niet eens aanwezig.
En heel het volk dat in de poort was en de oudsten zeiden: Wij zijn getuigen. Moge de HEERE deze vrouw, die in uw huis komt, maken als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël gebouwd hebben. Doe krachtige daden in Efratha en maak uw naam beroemd in Bethlehem.
Dat is Bethlehem.
En moge uw huis worden als het huis van Perez, die Tamar aan Juda baarde, door het nageslacht dat de HEERE u uit deze jonge vrouw geven zal.
Moge zij zijn als Rachel en Lea, die samen natuurlijk de moeders van het hele volk Israël waren. Zilpa en Bilha, hun slavinnen, hadden daar ook een rol in gehad. Maar wat hun slavinnen deden, deden ze in hun naam en in hun persoon. Rachel en Lea kregen min of meer nog meer kinderen via hun slavinnen. Maar zij waren de eigenaars van de slavinnen en daarom ook de eigenaars van de kinderen. In wezen werden alle twaalf zonen in zekere zin gerekend als de zonen van Rachel en Lea. Het hele volk kwam, zoals ze hier aangeven, voort uit deze twee vrouwen.
Daarna noemden ze Tamar. Tamar vertoont eigenlijk een interessante overeenkomst met Ruth, omdat Tamar niet Joods was. Ze was een Kanaänitische, en toch werd ze opgenomen in de familielijn van het huis van Juda. Dit waren mensen van Juda. Dit was in Bethlehem in Juda, dus deze mensen waren Judeeërs. Ze waren allemaal nakomelingen van Tamar, die vanuit een vreemd land in de familie was gekomen, zich vermoedelijk tot het geloof in de HEERE had bekeerd en deel was gaan uitmaken van de familie van Juda. Ze was zelfs hun stammoeder. Hier is opnieuw iemand uit de heidenen die erbij komt, zoals Tamar dat deed. En hopelijk zal God haar nageslacht zegenen zoals Hij Tamars nageslacht heeft gezegend. De hele stam Juda kwam eigenlijk voort uit Tamar.
Obeds geboorte geeft Naomi een nieuwe toekomst #
13Zo nam Boaz Ruth en zij werd hem tot vrouw, en hij kwam bij haar. En de HEERE gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde. 14Toen zeiden de vrouwen tegen Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël! 15Hij zal er voor u zijn om u te verkwikken en u in uw ouderdom te onderhouden. Want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, zij die beter voor u is dan zeven zonen.
Natuurlijk was Naomi niet eens een bloedverwant van dit kind, maar dit kind was strikt genomen, wettelijk gezien, de zoon van haar eigen zoon. De zoon van Naomi was strikt genomen de wettelijke vader van dit kind. Naomi was wettelijk gezien de stiefgrootmoeder, en daarom was het volgens die juridische fictie haar kleinzoon.
En Naomi nam het kind en zette het op haar schoot. En zij werd zijn verzorgster.
Waarschijnlijk niet als min. Naar alle waarschijnlijkheid was ze te oud om kinderen te krijgen, dus was ze ook te oud om de baby de borst te geven. Vaak gaf de moeder, vooral in rijke gezinnen, haar eigen kind niet altijd de borst. Ze hadden dan een min, een slavin die de baby de borst gaf. Maar naar alle waarschijnlijkheid was dat niet het soort verzorgster dat Naomi werd.
En de buurvrouwen gaven hem een naam. Zij zeiden: Bij Naomi is een zoon geboren. En zij gaven hem de naam Obed. Hij is de vader van Isaï, de vader van David.
Ik weet niet waarom de buurvrouwen een rol hadden bij het geven van een naam aan het kind. Blijkbaar stelden ze die naam voor en is die blijven hangen. Boaz had er kennelijk geen bezwaar tegen.
De familielijn naar David en Jezus #
Deze vermelding maakt heel duidelijk dat degene die dit schreef een tijdgenoot van David was. Hij verwacht dat zijn lezers weten wie David is. David was op dat moment een belangrijk persoon geworden. Salomo wordt niet genoemd, dus het is waarschijnlijk niet van na Davids tijd.
Hij zegt:
Dit nu zijn de afstammelingen van Perez: Perez verwekte Hezron,
Perez was natuurlijk de zoon van Juda. Waarom Juda niet wordt genoemd, weet ik niet, maar het is een gegeven dat Juda's geslachtslijn hier via zijn zoon Perez liep.
19Hezron verwekte Ram, Ram verwekte Amminadab, 20Amminadab verwekte Nahesson, Nahesson verwekte Salma,
En we lezen trouwens dat Salmon trouwde met Rachab, de hoer. Dat lezen we in Mattheüs hoofdstuk 1, waar het geslachtsregister van Christus wordt gegeven. De spreker verwijst hier naar Mattheüs 1:5-6:
Salmon verwekte Boaz bij Rachab. Boaz verwekte Obed, Obed verwekte Isaï en Isaï verwekte David.
En zo komen we aan het einde van het verhaal. Het heeft zeker een gelukkig einde. Niet alleen een einde tijdens het leven van Ruth en Naomi, wier omstandigheden in zekere zin een ommekeer doormaakten. Ze verkeerden in de slechtst mogelijke omstandigheden: straatarme weduwen zonder enig uitzicht op verandering langs natuurlijke weg. Dat sloeg om naar een situatie met een welgesteld echtpaar, want Boaz was heel rijk. En het is duidelijk dat Naomi in hun huis werd opgenomen, niet alleen als grootmoeder van het kind, maar ook als verzorgster. Dus leefden ze allemaal nog lang en gelukkig.
Maar wat belangrijker is: wat hier gebeurde, heeft inderdaad geleid tot een gelukkig leven tot in eeuwigheid. Uit hen kwam David voort, en uit David Jezus, en uit Jezus het leven tot in eeuwigheid, in geluk. Het verhaal heeft dus een echt sprookjeseinde, hoewel het een waargebeurd verhaal is. En een van de dingen die het laat zien, is natuurlijk de soevereiniteit van God, Die de dingen zo leidt dat ze een goede uitkomst hebben voor Zijn volk. En zo komen we aan het einde van dat verhaal.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Ruth 2-4. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/ruth/2-4
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/ruth/2-4.pdf?v=3fff9ca7520d
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Ruth - Lezing 02 - 2-4.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/ruth/2-4.mp3?v=c1470abbbde8
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Ruth - Lezing 02 - 2-4.mp3
Ruth
Alle lezingen over Ruth. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/ruth/2-4.srt?v=ed418a2227fa
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Ruth - Lezing 02 - 2-4.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/ruth/2-4.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Ruth 2:1
- Ruth 2:2
- Ruth 2:3-5
- Ruth 2:6-7
- Ruth 2:8-9
- Ruth 2:10-13
- Ruth 2:14
- Ruth 2:15-16
- Ruth 2:17
- Ruth 2:18
- Ruth 2:19
- Ruth 2:20
- Ruth 2:21-23
- Spreuken 31:30
- Spreuken 11:22
- Ruth 3:1-5
- Ruth 3:2
- Ruth 3:4
- Ruth 3:3
- Ruth 3:6-7
- Ruth 3:8-9
- Ezechiël 16:8
- Ruth 3:10-11
- Spreuken 31:10
- Ruth 3:12
- Ruth 3:13
- Ruth 3:14
- Ruth 3:15
- Ruth 3:16-17
- Ruth 3:18
- Ruth 3:12-13
- Ruth 4:1
- Ruth 4:2
- Ruth 4:3
- Ruth 4:4
- Ruth 4:5
- Ruth 4:6
- Ruth 4:7
- Ruth 4:8-10
- Deuteronomium 25:7-10
- Deuteronomium 11:24
- Ruth 4:11
- Ruth 4:12
- Ruth 4:13-15
- Ruth 4:16
- Ruth 4:17
- Ruth 4:18
- Ruth 4:19-20
- Mattheüs 1:5-6