Esther 1-6
Esther wordt koningin, Haman haat de Joden
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/esther/1-6.pdf?v=810c96f1f862. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/esther/1-6.
Samenvatting
Gods verborgen voorzienigheid in Esthers koningschap en het conflict tussen Mordechai en Haman.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt Esther 1-6, van de verstoting van Vasthi en Esthers benoeming tot koningin tot Hamans plan om alle Joden uit te roeien. Hij benadrukt dat God nergens wordt genoemd, maar achter de schermen de gebeurtenissen bestuurt door precies getimede samenlopen van omstandigheden. Bij het contrast tussen Vasthi en Esther gaat hij uitvoerig in op onderdanigheid binnen het huwelijk en de invloed die Esther daardoor op de koning heeft. Hij volgt hoe Esther met gevaar voor haar leven naar de koning gaat en hoe diens slapeloze nacht ertoe leidt dat Haman Mordechai moet eren in plaats van hem te doden. Daarbij wijst hij op Hamans gekrenkte trots en de leegheid van de eer die hij nastreeft.
Gods verborgen voorzienigheid in Esther #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Esther hoofdstuk 1 tot en met 6.
We behandelen het boek Esther, waarvoor niet veel theologische uitleg nodig is. Het is in feite het meest wereldlijke boek in de Bijbel. Wereldlijk in die zin dat het God of gebed niet noemt en helemaal geen godsdienstige informatie geeft. We beschouwen het als een godsdienstig boek omdat het natuurlijk over Israël gaat, en ook omdat we in het boek wel de voorzienigheid van God zien. Er is waarschijnlijk geen boek waarin meer zichtbare tekenen van Gods alles besturende voorzienigheid te vinden zijn dan in het boek Esther. Er lijken daarin zelfs zoveel dingen buitengewoon toevallig te gebeuren, dat je je bijna niet kunt voorstellen dat het verhaal waar is, tenzij God het zo laat gebeuren. Toch noemt het boek God nergens.
Er is gegist naar de redenen daarvoor. Er is zelfs een tijd geweest waarin de Joden vonden dat het niet in de Bijbel thuishoorde, omdat het zo'n wereldlijk boek is. Maar het bevat wel de geschiedenis achter de Joodse viering van het Poerimfeest, dat de Joden tot op de dag van vandaag vieren. Ze lezen tijdens hun feest zelfs het hele boek Esther voor, en in dat opzicht is het een nuttig boek.
Luther hield niet van het boek. Hij wenste dat het nooit had bestaan, zei hij. Maar Luther had veel onbewaakte ogenblikken waarop hij overhaast over dingen sprak. Hij vond Jakobus ook een verschrikkelijke brief. Hij vond het een strooien brief. Er zijn bepaalde dingen in onze Bijbel waar Luther niet van hield.
Sommigen hebben gezegd dat het boek Esther de Naam van God misschien heeft weggelaten omdat het ook voor Perzische lezers geschreven was, en niet alleen voor Joodse lezers. Toch is er waarschijnlijk een belangrijkere reden waarom God in het boek niet wordt genoemd. Het zou namelijk heel goed kunnen dat het boek de gedachte wil overbrengen dat God onzichtbaar achter alle dingen werkt. Er staan geen echte wonderen in het boek. Er zijn geen bovennatuurlijke gebeurtenissen zoals wij ons bovennatuurlijke gebeurtenissen zouden voorstellen, maar er zijn wel gebeurtenissen waarin de voorzienigheid werkzaam is.
Niemand kan dit boek lezen zonder God erin te zien. Niemand, tenminste, die de godsdienst van de Joden kent, niemand die Jahweh kent. Maar ze moeten God achter de schermen zien. Het lijkt erop dat misschien bewust iedere verwijzing naar God is weggelaten, om de gedachte over te brengen dat God vaak niet zichtbaar is en niet ter sprake komt, maar wel actief bij de gebeurtenissen betrokken is. Dat wordt in dit verhaal waarschijnlijk duidelijker dan in bijna elk ander verhaal in de Bijbel. Zelfs zonder bovennatuurlijke gebeurtenissen zijn er zulke precies op het juiste moment plaatsvindende toevalligheden, dat je in dat alles de hand van God ziet.
Ik zeg: ‘Toevalligheden die precies op het juiste moment plaatsvinden.’ Iemand zou kunnen zeggen: ‘Alles is veel te toevallig om echt gebeurd te zijn.’ Maar in werkelijkheid kunnen we zien dat veel heel belangrijke dingen in het leven van ieder van ons zijn gebeurd door toevallige ontmoetingen met mensen die we niet van plan waren te ontmoeten. Door een onverwacht samenvallen van gebeurtenissen die niet gepland waren, en toch kwam er iets heel belangrijks uit voort. We kunnen achteraf terugkijken en zeggen: ‘Dat kwam precies op het juiste moment. Dat was heel belangrijk. Als ik op dat moment alleen maar die andere beslissing had genomen om deze kant op te gaan in plaats van die kant, dan zou dit specifieke contact nooit tot stand zijn gekomen. En wat heeft het toch alles veranderd.’
We kunnen in Esther, en ook in het echte leven, zien dat sommige van de belangrijkste wendingen in de geschiedenis vaak door de vreemdste toevalligheden plaatsvinden. En toch, zijn het toevalligheden? Volgens mij maakt het boek Esther duidelijk dat die toevalligheden in dit boek zo talrijk zijn en zozeer hebben samengewerkt om een resultaat tot stand te brengen dat God zou willen, dat we moeten aannemen dat God in het hele verhaal aanwezig is. Door Hem nergens te noemen, zegt de schrijver als het ware: ‘Je ziet het: zelfs wanneer God niet de aandacht op Zichzelf vestigt, is Hij actief aan het werk in het leven van Zijn volk.’
De hoofdpersonen en de historische achtergrond #
We weten niet wie het boek Esther heeft geschreven, hoewel Mordechai, een van de hoofdpersonen, tegen het einde van het boek wel enkele dingen opschreef. Er staat dat hij enkele dingen opschreef, en het zou heel goed kunnen dat hij het hele boek heeft geschreven.
Het boek heeft vijf hoofdpersonen. Er is de koning, Ahasveros, van wie we weten dat hij in werkelijkheid Xerxes is, de zoon van Darius. Xerxes is zijn Griekse naam, maar hij is natuurlijk een Perzische koning, en zijn Perzische naam is Ahasveros. Lange tijd was niet bekend dat dit zo was. De naam Ahasveros was alleen uit de Bijbel zelf bekend, en in alle buitenbijbelse bronnen werd hij Xerxes genoemd. Het idee dat dit dezelfde man was, was niet iets wat geleerden zomaar wilden aannemen, totdat ze op archeologische vondsten stuitten waarin Ahasveros met Xerxes werd vereenzelvigd. Nu weten we dus dat dit die koning is.
Dit is natuurlijk de koning die vóór Artaxerxes leefde. Toen we Nehemia bestudeerden, en ook Ezra, zagen we dat Ezra en Nehemia dienden onder Artaxerxes, de zoon van deze man, de zoon van Xerxes. Hij is in dit hele verhaal de koning.
Een andere persoon in het boek die al vroeg verdwijnt, is zijn eerste vrouw, Wasti. Of zij zijn eerste vrouw was, weet ik niet, maar zij is de eerste vrouw met wie we in het boek kennismaken. Wasti is zijn vrouw op het moment dat het boek begint. Zij raakt uit de gunst en wordt bij hem weggestuurd. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor de introductie van twee andere, heel belangrijke personen: Mordechai en Esther. Esther is een vrouw die uit de vrouwen van Perzië wordt uitgekozen om de nieuwe koningin te worden. Mordechai is haar neef of haar oom, een ouder familielid dat haar opvoedt omdat zij een wees is. We hebben dus Ahasveros en Wasti. We hebben Mordechai en Esther. Dan is er nog iemand anders, Haman, die een soort Adolf Hitler is. Hij haat de Joden. Hij wil alle Joden tot de laatste toe uitroeien. In de geschiedenis van Israël herinnert men zich hem als een soort Adolf Hitler, omdat Adolf Hitler de Joden probeerde uit te roeien, en Haman ook. Het verhaal over hoe Hamans complot werd verijdeld doordat God ingreep en zijn plannen doorkruiste, is waar het boek Esther over gaat. Het vormt de basis voor de jaarlijkse viering van Poerim door de Joden in onze tijd.
Veel meer hoeft er niet over gezegd te worden, behalve dat dit verhaal zich afspeelt in de periode tussen Ezra hoofdstuk 6 en Ezra hoofdstuk 7. Tenminste, zo wordt het door de meeste geleerden begrepen. Ezra hoofdstuk 1 tot en met 6 vertelde over de terugkeer van de ballingen uit Perzië onder leiding van Zerubbabel en Jozua, en over hun herbouw van de tempel in Jeruzalem. Dat was Ezra hoofdstuk 1 tot en met 6. Vervolgens vertelde Ezra hoofdstuk 7 tot en met 10 over Ezra's terugkeer uit Perzië op grond van het bevelschrift van Arthahsasta. Maar tussen die twee ligt een periode van bijna zestig jaar, en in die tijd speelde dit verhaal zich af. Ahasveros regeerde ongeveer twintig jaar, van 486 tot 465 voor Christus. We zouden kunnen zeggen: eenentwintig jaar. De gebeurtenissen in dit verhaal beslaan ongeveer tien of meer van die jaren.
De weelderige feesten van Ahasveros #
We gaan nu meteen naar het verhaal. Er staat:
1Het gebeurde in de dagen van Ahasveros — hij is de Ahasveros die regeerde van India af tot Cusj toe over honderdzevenentwintig gewesten. 2In die dagen, toen koning Ahasveros op zijn koninklijke troon zat die in de burcht Susan was, 3in het derde jaar van zijn regering, richtte hij een maaltijd aan voor al zijn vorsten en dienaren. De legerbevelhebbers van Perzië en Medië, de edelen en de vorsten van de gewesten waren bij hem, 4terwijl hij vele dagen lang de rijkdom en luister van zijn koninkrijk liet zien, en de glansrijke luister van zijn grootheid, honderdtachtig dagen.
Susan, hebben we gezien, staat ook bekend als Susa. Het was een van de vier hoofdsteden van het Perzische Rijk. Het was de winterhoofdstad. Het lag in een warmere streek. De zomerhoofdstad was Ecbatana, maar Susa was de winterhoofdstad van het Perzische Rijk. De koning hield een groot feestmaal. Er wordt niet verteld wat hij vierde, maar het duurde honderdtachtig dagen, oftewel zes maanden.
Natuurlijk moet je niet denken dat dit zes maanden lang alleen maar onafgebroken feestvieren was. Deze belangrijke mensen en ambtenaren die daarheen kwamen, moesten uiteraard de zaken van de koning behartigen, en de koning moest zelf ook de zaken van de koning behartigen. Ze konden niet zomaar zes maanden vrij nemen om feest te vieren, terwijl er niets aan het bestuur van het koninkrijk werd gedaan. Maar kennelijk was er een soort doorlopende viering, met verspreid over een periode van zes maanden feestelijkheden en feestmaaltijden.
In vers 5 staat:
5Toen die dagen voorbij waren, richtte de koning een maaltijd aan voor heel het volk dat zich in de burcht Susan bevond, van de hoogste tot de laagste, zeven dagen lang in de voorhof van de tuin van het koninklijk paleis. 6Wit linnen en blauwpurperen kleden waren met koorden van fijn linnen en roodpurperen stof bevestigd aan zilveren ringen en marmeren pilaren. Rustbedden van goud en zilver stonden op een mozaïekvloer van porfiersteen, marmer, parelmoer en kostbaar gesteente. 7Men gaf te drinken uit gouden bekers, en alle bekers verschilden van elkaar. Er was veel koninklijke wijn, naar het vermogen van de koning.
Dit geeft duidelijk wat bijzonderheden over hoe weelderig het feestmaal was, en het lijkt kenmerken van een ooggetuigenverslag te hebben. Mordechai, een persoon in het drama die nog niet ten tonele is verschenen, was een overheidsambtenaar bij de schatkist. Hij kan dus een van de gasten bij dit feestmaal zijn geweest. Als hij de schrijver van het boek is, kan hij zich de bijzonderheden van de kleuren van de gordijnen en dat alles hebben herinnerd. De gouden bekers waren niet in een of andere mal gegoten, maar het waren allemaal afzonderlijk vervaardigde bekers. Een heel dure manier om een tafel te dekken.
Er staat:
Het drinken nu gebeurde volgens de regel dat er geen dwang mocht zijn, want dit had de koning bevolen aan alle opperdienaren in zijn huis, dat zij moesten handelen naar de wens van iedereen.
Zou het niet fijn zijn als dat ook gold voor feestjes tegenwoordig? Je hoefde niet te drinken. Het lijkt wel alsof mensen je op een feestje tegenwoordig onder druk willen zetten als je niet drinkt, en denken dat er iets mis is. Of als je geen marihuana wilt roken. Maar de Perzen stelden drinken in elk geval niet verplicht.
Vasthi weigert voor de koning te verschijnen #
9Ook koningin Vasthi richtte een maaltijd aan, voor de vrouwen in het koninklijk huis dat van koning Ahasveros was. 10Op de zevende dag, toen het hart van de koning vrolijk was door de wijn, zei hij tegen Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven hovelingen die dienden in de tegenwoordigheid van koning Ahasveros, 11dat zij koningin Vasthi bij de koning moesten brengen, met de koninklijke diadeem getooid, om aan de volken en de vorsten haar schoonheid te tonen. Zij was namelijk knap om te zien.
Terloops wil ik opmerken dat we van deze zeven functionarissen weliswaar geen namen terugvinden in niet-Bijbelse bronnen, maar dat we wel bevestiging hebben van Herodotus, de oude Griekse geschiedschrijver, dat de Perzische koning inderdaad zeven raadgevers had. Ook in Ezra hoofdstuk 7 worden ze genoemd. Niet deze zelfde zeven, maar wel het feit dat de koning van Perzië zeven raadgevers had. In Ezra 7:14 staat in een brief die Artaxerxes aan Ezra schreef:
Uitleg in Ezra 7-8Aangezien u vanwege de koning en zijn zeven raadsheren bent gezonden om onderzoek te doen in Judea en in Jeruzalem naar de wet van uw God, waarover u beschikt,
Enzovoort. Artaxerxes noemt dus zichzelf, de koning, en zijn zeven raadgevers. Hier worden ze opnieuw genoemd. Zoals ik al zei, is er bevestiging uit niet-Bijbelse bronnen dat de Perzische koning zeven raadgevers in zijn regering had.
Hij zei tegen deze zeven raadgevers dat ze koningin Vasthi moesten gaan halen, omdat hij zijn vrienden wilde laten zien wat een mooie koningin hij had.
12Maar koningin Vasthi weigerde te komen op het woord van de koning, dat was overgebracht door middel van de hovelingen. Toen werd de koning verschrikkelijk kwaad en hij ontstak in woede. 13Toen zei de koning tegen de wijzen, die de tijden kenden (zo immers was de handelwijze van de koning tegenover allen die de wet en het recht kenden, 14met name zij die het dichtst bij hem stonden: Carsena, Sethar, Admatha, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven vorsten van Perzië en Medië, die het aangezicht van de koning mochten zien en een vooraanstaande positie innamen in het koninkrijk): 15Wat moet men volgens de wet met koningin Vasthi doen, omdat zij het bevel van koning Ahasveros niet heeft gehoorzaamd, dat was overgebracht door de dienst van de hovelingen?
16Toen antwoordde Memuchan in het bijzijn van de koning en de vorsten: Koningin Vasthi heeft niet alleen de koning onrecht aangedaan, maar ook alle vorsten en alle volken in de gewesten van koning Ahasveros. 17Want alle vrouwen zullen horen hoe de koningin zich heeft gedragen en daardoor op hun mannen neerkijken. Ze zullen zeggen: Koning Ahasveros beval koningin Vasthi bij hem te komen, maar zij kwam niet. 18Nog vandaag zullen de voorname vrouwen van Perzië en Medië die van het gedrag van de koningin hebben gehoord, zo tegen alle vorsten van de koning spreken. Dat zal tot grote minachting en woede leiden.
Hier zien ze een maatschappelijk probleem ontstaan door het voorbeeld dat de koningin geeft. De redenering zal zijn: ‘Als de koningin de koning kan trotseren, welke vrouw kan haar man dan niet trotseren?’ Als de vrouw van de koning zijn bevelen naast zich neer kan leggen, dan zou iedere vrouw kunnen zeggen: ‘Nou, blijkbaar hoeven vrouwen hun man dan niet te gehoorzamen, want mijn man is niet eens de koning. Waarom zou ik hem gehoorzamen?’ Dat is waar deze raadgevers zich zorgen over maken.
Natuurlijk gaat in dit hele verhaal onze sympathie waarschijnlijk eerder uit naar Vasthi. De koning was immers een dronkaard die met zijn dronken vrienden zat, en hij wilde haar laten komen om haar voor zijn vrienden te laten paraderen. Veel vrouwen zouden dat tegenwoordig onwaardig en vernederend vinden, alsof ze alleen maar worden gebruikt als lust voor het oog of als voorwerp van seksuele belangstelling, of wat dan ook. En natuurlijk heeft in onze moderne tijd vooral het feminisme ervoor gezorgd dat vrouwen een hekel hebben gekregen aan zo'n behandeling door mannen. Ik weet niet of vrouwen altijd een hekel hebben gehad aan deze behandeling door mannen. En ik weet niet of zelfs Vasthi daar normaal gesproken een hekel aan zou hebben gehad. Het is niet alsof hij haar vroeg om te komen en een striptease te doen. Hij vroeg haar alleen om te komen en zich te laten zien. Hij had een mooie vrouw en hij wilde dat zijn vrienden haar zagen.
We weten niet of hij iets ontuchtigs of ongepasts in gedachten had. Veel mannen of vrouwen willen misschien dat hun vrienden hun echtgenoot of echtgenote ontmoeten als ze trots op hen zijn. Als ze vinden dat ze met iemand getrouwd zijn die indruk maakt, en ze willen dat hun vrienden die persoon ontmoeten. Wat de koning vraagt, is eigenlijk niet iets wat op zichzelf ongepast is. En waarom Vasthi er niet mee instemde, weten we niet. Misschien kwam het doordat ze wist dat hij dronken was en dat zijn vrienden dronken waren, en dat er een tafereel zou ontstaan dat haar niet zou bevallen. Misschien was ze zelf een beetje dronken. Ze hield ook een feest met haar dames. Misschien hadden zij ook wat gedronken. Het is moeilijk te zeggen wat Vasthi precies bewoog. Maar als ze hiermee wegkwam, zou dat het patriarchale leiderschap van de gezinnen, de huishoudens en de samenleving in het algemeen ondermijnen. Dat was tenminste de vrees.
Vasthi verstoten door een onherroepelijke wet #
Er staat dus in vers 19:
Als het de koning goeddunkt, laat er dan een koninklijk besluit van hem uitgaan dat schriftelijk wordt vastgelegd in de wetten van Perzië en Medië, zodat het niet herroepbaar is, dat Vasthi niet meer bij koning Ahasveros mag komen. En laat de koning haar koninklijke waardigheid geven aan een andere vrouw, die beter is dan zij.
De wetten van de Meden en de Perzen konden niet worden veranderd. Zodra de koning een wet had uitgevaardigd, kon die op geen enkele manier meer worden veranderd. We zien dat dit steeds zo was, niet alleen in de Bijbel, maar ook in niet-Bijbelse bronnen. Maar in de Bijbel zien we het doordat Darius een bevel uitvaardigde dat niemand dertig dagen lang tot iemand anders dan tot hem mocht bidden. En toen Daniël dat overtrad, wilde Darius Daniël de leeuwenkuil besparen, maar dat kon hij niet, omdat hij de wetten die hij zelf had uitgevaardigd niet kon veranderen.
Ik vermoed dat daar een zekere gedachte achter zat: dat het de Perzische wet veel aanzien gaf dat die zelf niet veranderd kon worden. Misschien was dat dus bedoeld om te voorkomen dat wetten overhaast werden uitgevaardigd, want zodra je er een hebt uitgevaardigd, zit je eraan vast. Maar hoe dan ook, het was bekend dat dit zo was. En dus:
Laat er een wet van de Perzen en de Meden komen die niet veranderd kan worden, dat Vashti niet meer bij koning Ahasveros mag komen, en laat de koning haar positie als koningin geven aan iemand die beter is dan zij.
20Wanneer dit bevel van de koning gehoord zal worden, dat hij uitvaardigt in heel zijn koninkrijk — want het is groot — dan zullen alle vrouwen eerbied hebben voor hun man, van de hoogste tot de laagste. 21Dit voorstel nu was goed in de ogen van de koning en de vorsten, en de koning handelde naar het woord van Memuchan. 22En hij zond brieven aan alle gewesten van de koning, aan elk gewest in zijn eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal, dat elke man heer en meester moest zijn in zijn huis en overeenkomstig de taal van zijn volk moest spreken.
Gezag in het gezin en de Perzische samenleving #
Wat we hier dus zien, is dat ze voor een mogelijke maatschappelijke omwenteling stonden. Misschien was het gevaar niet zo groot als ze vreesden, maar het was een reële zorg. Als de koningin in het openbaar het voorbeeld gaf dat ze een verzoek van haar man naast zich neerlegde, en daar geen reden voor gaf, maar gewoon besloot: ‘Ik wil niet’, dan zou dat natuurlijk het hele idee ondermijnen dat mannen door hun vrouwen geëerd moesten worden. Dit is natuurlijk zelfs een Bijbels beginsel, dat een vrouw zich aan haar man moet onderwerpen. Maar dit was een cultureel gegeven onder de Perzen en in alle samenlevingen. Alleen onze samenleving is op het idee gekomen dat dit niet goed is. Het is ook onze samenleving die heeft besloten dat mensen van hetzelfde geslacht met elkaar moeten kunnen trouwen. Onze samenleving heeft allerlei dingen bedacht. Ze hebben de maatschappelijke opvatting over relaties omvergeworpen die de hele geschiedenis door in alle culturen algemeen gold, ook in de Bijbelse cultuur.
Maar op de een of andere manier vinden we dat onze generatie de wijste van alle generaties is en dat wij de dingen veel duidelijker zien dan alle mensen die vóór ons hebben geleefd. Daarom hebben wij de grote wijsheid om te weten hoe we maatschappelijke normen moeten aanpassen en dingen omver moeten werpen die alle volken wijs hebben gevonden, en God ook. En weet je wat? Als je ziet hoe onze samenleving zich heeft ontwikkeld, lijkt het er niet op dat wij zoveel wijzer zijn dan die andere mensen. We zijn alleen maar arroganter.
Maar in die tijd begrepen zelfs de heidenen dat het rampzalig zou zijn als vrouwen het gezag van hun man gingen verachten. De gezagsstructuur van het gezin zou uiteenvallen, en er zou geen orde meer zijn in het gezin of in de samenleving. Dus maakten ze daadwerkelijk een wet dat vrouwen hun man moesten respecteren, en van Vasthi zou een voorbeeld worden gemaakt.
Nu werd ze in elk geval niet gedood, en Xerxes, Ahasveros, stond erom bekend dat hij in een opwelling mensen doodde. In dit boek wordt hij als een redelijk aardige man voorgesteld zodra Esther in zijn leven komt. Hij is haar behoorlijk gunstig gezind, en uiteindelijk ook Mordechai. Hij stemt heel gemakkelijk in met wat ze voorstellen en dat soort dingen. Tegen het einde van het boek lijkt hij een heel redelijke koning, maar tijdens zijn leven deed hij impulsieve dingen. Hij doodde mensen alleen maar omdat ze hem niet aanstonden. Dus Vasthi heeft veel geluk dat ze niet is gedood, want ze heeft de koning wel in het openbaar vernederd. Hij heeft veel mensen voor geringere vergrijpen dan dat gedood.
De zoektocht naar een nieuwe koningin #
Hoofdstuk 2.
1Na deze gebeurtenissen, toen de woede van koning Ahasveros bedaard was, dacht hij aan Vasthi, en aan wat zij had gedaan en wat over haar besloten was. 2Toen zeiden de hovelingen van de koning, die hem dienden: Laat men voor de koning meisjes zoeken die maagd zijn en knap om te zien. 3En laat de koning opzichters aanstellen in alle gewesten van zijn koninkrijk, opdat zij elk meisje dat maagd is en knap om te zien, verzamelen in de burcht Susan, in het vrouwenverblijf, onder de hoede van Hegai, de hoveling van de koning, de bewaarder van de vrouwen, en laat men hun een schoonheidsbehandeling geven. 4En het meisje dat welgevallig zal zijn in de ogen van de koning, moet koningin worden in plaats van Vasthi. Dit woord nu was goed in de ogen van de koning en zo deed hij.
Blijkbaar begon de koning Vasthi te missen nadat ze een poos weg was. Ze was een mooie vrouw. We weten niet hoelang ze getrouwd waren of hoe hecht hun band daarvoor was geweest, maar hij begon zich eenzaam te voelen. Zijn dienaren wilden niet dat hij Vasthi terugnam. Eigenlijk denk ik niet dat hij dat kon, omdat er een wet was gemaakt dat ze niet terug mocht komen. Ze zeiden: ‘Nou, goed, dan kunnen we maar beter iemand zoeken om haar te vervangen.’ Dus werd er in het hele rijk gezocht naar de mooiste jonge vrouwen die beschikbaar waren. Ze moesten allemaal naar de burcht worden gebracht, en hij kon uit hen zijn keus maken.
Nu staat er in vers 5:
Mordechai, Haman en hun afkomst #
Er was een Joods man in de burcht Susan en zijn naam was Mordechai, de zoon van Jaïr, de zoon van Simeï, de zoon van Kis, een man uit Benjamin,
Wat heel interessant is aan dit verhaal, is dat het voornaamste conflict gaat tussen deze man, Mordechai, en een man die Haman heet. Mordechai stamde, net als koning Saul, af van Kis, een Benjaminiet. Haman blijkt een Agagiet te zijn, een afstammeling van Agag. Je herinnert je misschien uit 1 Samuel hoofdstuk 15 dat Agag de koning van de Amalekieten was. Samuel had Saul opgedragen de Amalekieten uit te roeien, maar hij had koning Agag in leven gelaten. Samuel doodde Agag vervolgens, maar blijkbaar hebben enkele van zijn nakomelingen ergens overleefd.
De man die in dit verhaal de slechterik is, is Haman, een Agagiet, een afstammeling van Agag. En de man die hij wil doden, en van wie hij het volk wil uitroeien, stamt af van Kis, net als Saul. Saul was de zoon van Kis, een Benjaminiet. De afstammingslijn van Mordechai gaat dus terug op dezelfde familie als die van Saul. En de afstammingslijn van Haman gaat terug op de Amalekieten, die Saul had moeten uitroeien. Maar in dit verhaal zijn de rollen omgedraaid, want de Agagiet heeft de macht en neemt maatregelen om de Joden uit te roeien. Het is dus een ironische omkering van de situatie.
Overigens komt de naam van een man die Mordechai heette voor in de Perzische boekhoudkundige documenten. Hij was blijkbaar een financieel functionaris aan het hof van Xerxes. Nu hoeft deze Mordechai niet dezelfde Mordechai te zijn die in die wereldlijke Perzische documenten wordt genoemd, maar er is ook niet per se reden om eraan te twijfelen dat hij het is. Dit is een belangrijk man, zoals we zullen zien.
Hij zegt:
die weggevoerd was uit Jeruzalem met de ballingen die weggevoerd waren met Jechonia, de koning van Juda, die Nebukadnezar, de koning van Babel, in ballingschap had gevoerd.
Ik moet erop wijzen dat deze Kis natuurlijk een andere Kis is dan de vader van Saul. Maar zowel Saul als Mordechai hadden een vader die Kis heette, en ze waren Benjaminieten. Dat is eigenlijk het punt dat ik had moeten maken.
Er staat:
Esther en de voorbereiding in het vrouwenverblijf #
En hij was het die Hadassa, dat is Esther, de dochter van zijn oom, opvoedde, want zij had geen vader of moeder. Het meisje nu was mooi van gestalte en knap om te zien. En toen haar vader en moeder gestorven waren, had Mordechai haar als dochter aangenomen.
Hadassa is haar Hebreeuwse naam, en zo wordt ze in dit verhaal verder nooit meer genoemd. Ze wordt altijd Esther genoemd. Men denkt dat Esther misschien een vorm is van de naam Isjtar, een heidense godin. Ook ons Engelse woord ‘Easter’ komt blijkbaar van dat woord Isjtar. Sommigen geloven dat Esther een vorm van Isjtar is. Anderen geloven dat Esther gewoon het Perzische woord voor ster is. Er zijn dus verschillende opvattingen over de etymologie van deze naam. Maar het is haar Perzische naam, terwijl Hadassa haar Hebreeuwse naam is.
Er staat:
Mordechai had Hadassa, oftewel Esther, de dochter van zijn oom, opgevoed.
Ze waren dus eigenlijk neef en nicht, maar hij is een veel oudere neef.
8En het gebeurde, toen het woord van de koning en zijn wet bekend waren geworden en toen veel meisjes verzameld werden in de burcht Susan onder de hoede van Hegai, dat ook Esther meegenomen werd naar het huis van de koning, onder de hoede van Hegai, de bewaarder van de vrouwen. 9En het meisje was welgevallig in zijn ogen en zij verwierf gunst bij hem en hij haastte zich om haar haar schoonheidsmiddelen en haar deel van het voedsel te geven en om haar zeven aanzienlijke meisjes uit het huis van de koning te geven. En hij plaatste haar en haar meisjes over naar het beste gedeelte van het vrouwenverblijf.
Nu waren er blijkbaar heel wat maagden die een tijdlang uitvoerig werden voorbereid, zodat de koning hen kon beoordelen. Die beoordeling hield eigenlijk in dat hij de nacht met hen doorbracht. Ieder van hen afzonderlijk kreeg die ene nacht die ze met de koning mocht doorbrengen. Degene die hem het beste beviel, zou koningin worden in de plaats van Vasthi. Degenen die niet werden gekozen, bleven zijn bijvrouwen. Het was dus niet zo dat hij met hen naar bed ging en hen vervolgens weer op straat zette. Ze bleven in zijn huis voor de bijvrouwen. Maar slechts één van hen zou tot koningin worden gekozen.
Nu staat er:
Esther had haar volk en haar afkomst niet verteld, want Mordechai had haar geboden dat zij die niet zou vertellen.
Dat wordt later belangrijk voor het verhaal, dat haar afkomst niet bekend is, zelfs niet bij de koning.
En elke dag wandelde Mordechai voor de voorhof van het vrouwenverblijf om de welstand van Esther te vernemen, en wat er met haar zou gebeuren.
Ze was dus als zijn eigen dochter. Hij vroeg zich steeds af hoe het met haar ging.
En wanneer een meisje aan de beurt was om bij koning Ahasveros te komen, nadat zij twaalf maanden lang behandeld was volgens de bepaling voor de vrouwen — want zoveel dagen duurde hun schoonheidsbehandeling: zes maanden werden zij behandeld met mirreolie en zes maanden met specerijen en schoonheidsmiddelen voor de vrouwen —
Dus ik vermoed dat ze hun huid zes maanden lang met mirreolie moesten voorbereiden. Ik weet het niet zeker. Het is moeilijk te zeggen of zes maanden daarvan enig verschil zou maken ten opzichte van zes weken. Maar zo deden ze het nu eenmaal. Zo moet de koning zijn vrouwen graag hebben gehad: heel zacht en sterk geurend, en vettig. Dit was het Midden-Oosten.
Vers 13:
dan kwam het meisje op deze manier naar de koning: al wat zij vroeg, werd haar gegeven om met zich mee te nemen uit het vrouwenverblijf naar het huis van de koning.
Dus wanneer haar nacht aanbrak, mocht ze, vermoed ik, geschenken of etenswaren of hapjes of iets dergelijks meenemen voor die nacht. Zo kon ze haar best doen om de lieveling van de koning te worden, om hem een fijne tijd te bezorgen.
Zij kwam 's avonds en 's morgens keerde zij terug naar het tweede vrouwenverblijf, onder de hoede van Saäsgaz, de hoveling van de koning, de bewaker van de bijvrouwen. Zij kwam niet meer bij de koning, behalve wanneer de koning naar haar verlangde en zij bij haar naam werd geroepen.
Dit geldt in het algemeen: voor elke vrouw.
Esthers houding en haar kroning tot koningin #
En toen de beurt van Esther kwam — de dochter van Abichaïl, de oom van Mordechai die haar als dochter had aangenomen — om bij de koning te komen, verzocht zij om niets anders mee te nemen dan wat Hegai, de hoveling van de koning, de bewaarder van de vrouwen, zei. En Esther verwierf genade in de ogen van ieder die haar zag.
Ze was blijkbaar de mooiste van de vrouwen, maar ze is ook een heel onderdanige vrouw. Dat was natuurlijk iets waarin ze verschilde van Vasthi. Vasthi was wat eigenzinniger. Esther was heel onderdanig. Wat je zult merken als je het boek doorleest, is hoe vaak Esther de uitdrukking gebruikt:
Als het de koning goeddunkt
Het is verfrissend om die woorden te lezen, gezien de koppigheid van Vasthi. Om een koningin te zien die zo onderdanig is aan haar man, omdat hij de koning is. Nu hebben wij geen koningen. Het lijkt misschien alsof niemand iemand anders, zelfs zijn vrouw, zou mogen bevelen om op zijn verzoek voor zijn vrienden te verschijnen. Maar wanneer die persoon de koning is, maakt dat een groot verschil. Wij hebben geen koningen; wij begrijpen koningen niet. Wanneer je een koning hebt en de koning je laat roepen, dan kom je, of je nu zijn vrouw bent of wie dan ook. Hij is de koning. En Esther begreep dat dit de koning was. Telkens wanneer ze in het verhaal een verzoek heeft, zegt ze:
Als de koning het goedvindt.
Een predikant die ik vele jaren geleden hoorde, in de jaren zeventig, benadrukte hoe vaak ze die uitdrukking gebruikte. Hij gaf dat als voorbeeld van hoe onze houding tegenover God zou moeten zijn: ‘Als het de Koning behaagt.’ We zouden onze verzoeken aan God altijd met dat voorbehoud moeten doen: ‘Als het Uw wil is.’ Maar we zien dat Esther als persoon niet op haar strepen stond, doordat er staat dat ze, toen haar nacht kwam om bij de koning binnen te gaan, zelf geen ideeën had over wat ze mee moest nemen. Alleen wat Hegai, de man die voor haar zorgde, voorstelde. Ze volgde zijn voorstellen, en iedereen die haar zag, was met haar ingenomen.
16En Esther werd meegenomen naar koning Ahasveros, naar zijn koninklijk huis, in de tiende maand, dat is de maand Tebeth, in zijn zevende regeringsjaar. 17En de koning had Esther meer lief dan alle andere vrouwen en zij verwierf bij hem meer genade en gunst dan alle andere meisjes en hij zette de koninklijke diadeem op haar hoofd en maakte haar koningin in de plaats van Vasthi. 18De koning richtte een grote maaltijd aan voor al zijn vorsten en dienaren, de maaltijd ter ere van Esther. Hij zorgde voor rust in de gewesten en gaf geschenken naar het vermogen van de koning.
Hij was dus heel blij met haar. Hij vernoemde zelfs een feest naar haar. Hij hield een groot feest omdat hij een nieuwe koningin had gevonden. En hij was echt verrukt van haar, net als alle anderen. Dat zien we later ook, zelfs nadat ze al jaren getrouwd waren. Ze kon hem om haar pink winden, maar daar maakte ze geen misbruik van. Dat hij zo op haar gesteld was, kwam ongetwijfeld niet alleen doordat ze heel mooi was, maar ook doordat ze zo meegaand was. Dat was wat hij bij zijn vorige vrouw had gemist.
Samenwerking en invloed binnen het huwelijk #
19En toen men nogmaals meisjes verzamelde, zat Mordechai in de poort van de koning. 20Esther had haar afkomst en haar volk niet verteld, zoals Mordechai haar had geboden, want Esther deed overeenkomstig het bevel van Mordechai, evenals toen zij bij hem opgevoed werd.
Dus ook al was ze nu de koningin, ze zag Mordechai nog steeds bijna als haar vader. Hij had haar opgevoed, en dus had hij echt invloed op haar. En zij had, zoals we zullen zien, invloed op de koning. Dat is interessant, want ze oefende inderdaad invloed uit op de koning, niet door bazig te zijn, maar door onderdanig te zijn. Je zult merken dat vrouwen thuis vaak de dingen naar hun hand kunnen zetten of kunnen krijgen wat ze willen, als ze meegaand zijn geweest tegenover hun man. Hun man zal in de meeste gevallen veel eerder geneigd zijn hun te willen geven wat ze willen, als hij het gevoel heeft dat ze een team zijn.
Vaak gedragen mannen en vrouwen zich bijna alsof ze tegenstanders zijn. Ze hebben verschillende doelen, verschillende dingen die ze willen. En de man heeft in de meeste gevallen van nature de sterkere positie. Daarom heeft de vrouw soms het gevoel dat ze zich bijna wel tegen hem moet verzetten om te krijgen wat ze nodig heeft en om haar belangen te laten behartigen, omdat hij vanzelfsprekend de leiding heeft. Het lijkt erop dat hij zal doen wat hij wil doen. En als zij iets anders wil, moet ze proberen haar eigen zin te krijgen. Dan wordt het een touwtrekkerij, en de man reageert door haar ook als een tegenstander te gaan zien. Dan ontstaat er die machtsstrijd. De vrouw heeft niet het gevoel dat het veilig is om zich te onderwerpen, omdat het erop lijkt dat hij zijn eigen doelen nastreeft, niet de hare. En hij ziet haar niet als iemand van wie hij houdt en aan wie hij zo graag tegemoet wil komen, omdat het erop lijkt dat ze hem voortdurend tegenwerkt.
Maar wanneer een man en vrouw zichzelf als partners zien en de vrouw er eenvoudigweg is om binnen het gezin mee te werken, dan voelt de man zich niet door haar bedreigd. Een man zal zijn vrouw liefhebben. Dat is natuurlijk niet altijd het geval. Je moet niet denken dat alle mannen redelijk zijn, of alle vrouwen. Er zijn vrouwen die door hun man worden liefgehad en toch niet op hun man reageren. Er zijn mannen aan wie hun vrouw zich onderwerpt, maar die toch blijven overheersen. Die mannen zijn nog steeds niet liefdevol. Maar over het algemeen, wanneer mensen van elkaar houden, wanneer ze trouwen, denken ze meestal dat ze van elkaar houden. Als ze op elkaar reageren zoals de Bijbel dat zegt, gaat het meestal heel harmonieus. We zien dat ze de koning in veel gevallen tot een andere handelwijze kon bewegen, zoals we nog zullen zien, omdat ze werkelijk een onderdanige vrouw voor hem was. Hij was buitengewoon met haar ingenomen.
Mordechai ontdekt een aanslag op de koning #
Er staat in vers 21:
In die dagen, toen Mordechai in de poort van de koning zat, waren Bigthan en Teres, twee hovelingen van de koning, uit de kring van de deurwachters, erg kwaad en zij wilden de hand aan koning Ahasveros slaan.
Dit wordt uiterst beknopt verteld. Iets wat hij deed, maakte hen echt woedend. Trouwens, koning Xerxes deed veel dingen die mensen heel goed woedend konden maken. Hij was niet altijd een rechtvaardige en goede koning. Maar proberen de koning ten val te brengen is iets heel gevaarlijks en verkeerds. Deze twee mannen, die kennelijk hoge functionarissen bij de poort waren, poortwachters, waren vertrouwde lijfwachten. Ze maakten plannen om koning Ahasveros ten val te brengen, waarschijnlijk om hem te doden. Mordechai kwam er echter achter.
En deze zaak werd bekend bij Mordechai en hij vertelde dit aan Esther, de koningin, en Esther zei het tegen de koning namens Mordechai.
Dat wil zeggen, ze bracht de koning het nieuws over deze mannen en noemde Mordechai als degene die haar had ingelicht. En dat werd in de hofverslagen opgenomen.
Toen de zaak onderzocht werd, en juist bevonden, werden zij beiden aan een galg gehangen. En in de tegenwoordigheid van de koning werd dit in de kronieken opgetekend.
Mordechai werd hier op dat moment niet voor beloond, pas ongeveer vijf jaar later. Maar dat deze informatie in de kronieken werd opgenomen, speelt een belangrijke rol in hoe het verhaal zich later ontvouwt. Er staat dat deze mannen allebei werden opgehangen. Van heel wat mensen in dit boek wordt gezegd dat ze worden opgehangen. De Perzen hingen mensen niet met een touw aan hun nek op. De Perzen hingen mensen op door hen aan een paal te spietsen, als een sjasliek. Het is een afschuwelijke, gruwelijke manier om mensen te doden. En mensen waren doodsbang voor dat vooruitzicht, om gespietst te worden. Telkens wanneer je over ophangen leest, is dit wat Haman met Mordechai van plan was. Hij wilde hem spietsen. Haman werd zelf aan zijn eigen paal gespietst. Deze mannen werden ook gespietst. Wanneer er in het Engels staat:
opgehangen aan een galg dan is dat meer een aan het Engels aangepaste manier van spreken. Het is in werkelijkheid een paal waaraan ze werden gespietst.
Het werd opgeschreven en vastgelegd, maar er gebeurde niet meteen iets met Mordechai, die de koning de dienst had bewezen zijn leven te redden.
Mordechai weigert voor Haman te buigen #
Nu hoofdstuk 3:
Na deze gebeurtenissen maakte koning Ahasveros Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, groot en hij verhoogde hem. En hij plaatste zijn zetel boven al de vorsten die bij hem waren.
Er wordt ons niet verteld waarom Haman zo'n machtspositie kreeg. Misschien had hij militaire heldendaden verricht, of had hij iets anders gedaan waar de koning bijzonder over te spreken was. Maar hij kreeg in het koninkrijk de hoogste positie onder de koning zelf.
En alle dienaren van de koning die in de poort van de koning waren, knielden en bogen zich voor Haman neer, want zo had de koning dat bevolen ten aanzien van hem. Mordechai echter knielde niet en boog zich niet neer.
Waarom niet? Je zou kunnen denken dat het kwam doordat de Joodse wet Joden voorschreef voor niets anders te buigen dan voor God. Maar dat was het niet, want de Joden hadden er over het algemeen geen enkele moeite mee om koningen de gebruikelijke eer te bewijzen. Zelfs buigen werd niet noodzakelijk beschouwd als een daad van aanbidding, zoals het aanbidden van een god. Het was dus niet noodzakelijk zo dat de wet hun verbood te buigen. Maar misschien kwam het doordat Haman een Agagiet was, uit het volk dat God had vervloekt, de Amalekieten, en Mordechai weigerde te buigen voor iemand uit het volk waarover God een eeuwigdurende vloek had uitgesproken.
Er wordt ons niet verteld waarom Mordechai niet wilde buigen. Maar dat was waarschijnlijk meer dan wat ook de reden, want naar alle waarschijnlijkheid zou Mordechai wel voor andere functionarissen buigen, zoals gebruikelijk was. Hij maakte zelf deel uit van het bestuur van de koning. Dus waarschijnlijk boog hij bij veel gelegenheden voor andere functionarissen. Maar om de een of andere reden koos hij Haman uit als iemand voor wie hij niet wilde buigen. Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat hij een Agagiet was.
3De dienaren van de koning die in de poort van de koning waren, zeiden tegen Mordechai: Waarom overtreedt u het gebod van de koning? 4Het gebeurde nu, toen zij dit van dag tot dag tegen hem zeiden en hij niet naar hen luisterde, dat zij het aan Haman vertelden om te zien of de woorden van Mordechai stand zouden houden, want hij had hun verteld dat hij een Jood was.
Ze vroegen hem waarom hij niet wilde buigen, en ons wordt niet verteld wat zijn antwoord was. Maar een deel van zijn antwoord was dat hij een Jood was. Blijkbaar was het feit dat hij een Jood was de reden dat hij niet voor Haman boog. Maar zoals ik al zei, het zou niet zozeer zijn omdat de Joden voor geen enkele koning of heerser buigen. Blijkbaar wilde hij het niet doen vanwege de bijzondere verhouding tussen de Amalekieten en de Joden. Dus hoewel Esther haar nationale identiteit nooit bekend had gemaakt, had Mordechai dat wel gedaan. Haman kreeg te horen dat deze Jood niet voor hem wilde buigen.
5Toen Haman zag dat Mordechai niet knielde en zich niet voor hem neerboog, werd Haman met woede vervuld. 6Maar het was in zijn ogen verachtelijk om alleen aan Mordechai de hand te slaan, want zij hadden hem verteld tot welk volk Mordechai behoorde. En Haman zocht een manier om alle Joden, die in heel het koninkrijk van Ahasveros waren, het volk van Mordechai, weg te vagen.
Waarschijnlijk kon hij Mordechai niet zomaar gemakkelijk laten arresteren. Mordechai was zelf een of andere ambtenaar, waarschijnlijk bij de schatkist. Er is reden om aan te nemen dat hij toegang had tot financiële stukken, zoals we zo meteen zullen zien. Omdat hij ongetwijfeld zelf een overheidsambtenaar was, kon hij niet gemakkelijk worden gearresteerd voor zoiets kleins als niet buigen voor een andere ambtenaar. Het was niet het soort misdrijf waarop de doodstraf stond of iets dergelijks. Dus besloot Haman dat hij zou proberen alle Joden uit te roeien. Het was omdat Mordechai een Jood was dat hij niet boog. Dus een Jood zijn was iets wat Haman voortaan iemand kwalijk zou nemen. Hij beraamde een plan om alle Joden uit de weg te ruimen.
Hamans bevel om alle Joden uit te roeien #
In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men het ‘pur’, dat is het lot, in de tegenwoordigheid van Haman, van dag tot dag en van maand tot maand, tot de twaalfde maand, dat is de maand Adar.
Poer is het Perzische woord voor lot.
Hij besloot dat hij een plan zou beramen om alle Joden te vernietigen, maar hij wilde hiervoor ongetwijfeld de goedkeuring van de goden hebben. Waarschijnlijk zag hij het werpen van het lot als een manier om goddelijke leiding te betrekken bij zijn besluit. Zoals de Joden het werpen van het lot zo zagen, deden de Perzen dat misschien ook. Dus werd er een datum gekozen die enkele maanden verder lag, bijna een jaar verder. Dat zou de datum zijn waarvoor hij een of ander plan zou proberen te bedenken om de Joden uit te roeien.
8Toen zei Haman tegen koning Ahasveros: Eén volk is er dat verstrooid en verspreid is onder de volken in alle gewesten van uw koninkrijk. Hun wetten zijn anders dan die van alle volken en er is niemand die de wetten van de koning uitvoert. Het past de koning niet hen met rust te laten. 9Als het de koning goeddunkt, laat er dan geschreven worden dat men hen ombrengt. Dan zal ik tienduizend talent zilver afwegen op de handen van hen die het werk doen, om die naar de schatkist van de koning te brengen.
10Toen nam de koning zijn zegelring van zijn hand en gaf die aan Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, de tegenstander van de Joden. 11En de koning zei tegen Haman: Laat het zilver u geschonken zijn, en het volk, om daarmee te doen wat goed is in uw ogen.
Het is niet precies duidelijk hoe deze transactie met het geld in zijn werk zou gaan. Het klinkt alsof Haman bereid was de koning deze tienduizend talenten zilver te geven om, denk ik, soldaten of iemand anders te betalen om de Joden uit te roeien. Hij zou het geld ongetwijfeld zelf opeisen. Haman zou het krijgen van de Joden zelf die werden uitgeroeid.
Toen werden de schrijvers van de koning geroepen, in de eerste maand, op de dertiende dag ervan. Er werd geschreven, overeenkomstig alles wat Haman beval, aan de stadhouders van de koning, aan de landvoogden die in elk gewest waren, en aan de vorsten van elk volk, elk gewest in zijn eigen schrift en elk volk in zijn eigen taal. Er werd geschreven in de naam van koning Ahasveros, en het werd verzegeld met de zegelring van de koning.
Dat waren bestuurders van verschillende provincies.
De brieven werden door ijlboden verzonden naar alle gewesten van de koning, met het bevel alle Joden weg te vagen, te doden en om te brengen, van jong tot oud, met de kleine kinderen en de vrouwen, op één dag, de dertiende van de twaalfde maand, dat is de maand Adar, en hun bezit te plunderen.
Het plunderen van hun bezittingen was blijkbaar de manier waarop degenen die het werk deden betaald zouden worden.
14De inhoud van het geschrevene moest als wet uitgevaardigd worden in alle gewesten en openbaar gemaakt aan alle volken, zodat ze die dag klaar zouden staan. 15De ijlboden vertrokken, gedreven door het bevel van de koning, en de wet was in de burcht Susan uitgevaardigd. En de koning en Haman zaten te drinken, maar de stad Susan was in verwarring.
Dit bevel bracht de burgers in verwarring. Waar gaat dit in vredesnaam over? Waarom zouden we al onze Joodse buren uitroeien? Het slaat nergens op. Het lijkt een beetje op wat de nazi's deden. De meeste Duitsers dachten: ‘Waarom zouden we deze Joodse kooplieden doden die hier wonen? We doen al zaken met hen. Het zijn vrienden van ons. Het is verwarrend. Waarom vervolgt de regering deze mensen?’
De koning wist niet dat Haman het over de Joden had. Hij wist al helemaal niet dat Esther een van hen was. Maar zonder het te weten had de koning zijn zegelring gezet op een document dat Esther ter dood had veroordeeld. Natuurlijk wist Haman dat ook niet. Haman wist niets van Esthers verwantschap met Mordechai. In dit stadium was er heel veel wat de mensen die de beslissingen namen niet wisten. Juist doordat deze dingen niet bekend waren, konden deze beslissingen genomen worden zoals ze genomen werden.
De Joden rouwen en Esther hoort van het gevaar #
Hoofdstuk 4.
1Toen Mordechai alles te weten was gekomen wat er gebeurd was, scheurde Mordechai zijn kleren en hulde zich in zak en as. Hij ging door het midden van de stad en weeklaagde luid en bitter. 2En hij kwam tot vóór de poort van de koning, want niemand mocht de poort van de koning binnengaan, gehuld in een rouwgewaad.
Dat wil zeggen: niemand die in de rouw was, mocht ook maar voor de koning verschijnen. Want de koning wilde een opbeurende omgeving hebben, geen omgeving waar de mensen bedrukt rondliepen.
En overal, in elk gewest en in elke plaats waar het bevel van de koning en zijn wet was aangekomen, was er grote rouw bij de Joden, met vasten, geween en rouwklacht; velen lagen in zak en as.
Judea was trouwens een van de provincies van Perzië. Dus zelfs de Joden die naar Jeruzalem waren teruggekeerd, zouden op grond van dit bevel worden uitgeroeid als het werd uitgevoerd. Hoewel we hierover niets lezen in Ezra, liepen de Joden die naar Jeruzalem waren teruggekeerd evenveel gevaar als alle anderen. Als dit bevel was uitgevoerd, zouden waarschijnlijk alle Joden in de wereld zijn uitgeroeid. Dan zouden er vandaag geen Joden zijn, en dan zou er ook geen Jezus zijn geweest.
Toen kwamen de dienaressen van Esther en haar hovelingen en zij vertelden het haar; en de koningin was zeer ontdaan en zij stuurde kleren om die Mordechai aan te trekken en zijn rouwgewaad af te leggen; maar hij nam ze niet aan.
Ze vertelden haar niets over het bevel van de koning. Daar wist ze blijkbaar niets van. Ze vertelden haar dat Mordechai buiten in een rouwgewaad rondliep. Ze dacht: ‘Waarom loopt mijn neef Mordechai daar buiten in een rouwgewaad?’ Ze was ontdaan toen ze het hoorde, en ze stuurde kleren om Mordechai te kleden en hem zijn rouwgewaad af te laten leggen, maar hij wilde ze niet aannemen.
5Toen riep Esther Hatach, een van de hovelingen van de koning, die hij voor haar had aangesteld, en zij gaf hem opdracht aangaande Mordechai om te weten te komen wat dit toch was en waarom hij dit deed. 6Toen Hatach naar Mordechai ging, naar het stadsplein dat voor de poort van de koning ligt, 7vertelde Mordechai hem alles wat hem was overkomen, en de bijzonderheden van het zilver dat Haman had gezegd te zullen afwegen voor de schatkist van de koning, voor het ombrengen van de Joden.
Het geldbedrag dat de koning was aangeboden, was mogelijk opgenomen in de financiële administratie. Mordechai, die bij de schatkamers van de koning werkte, zou daarvan op de hoogte zijn geweest.
Het levensgevaar van een bezoek aan de koning #
8En hij gaf hem een afschrift van de tekst van de wet die was uitgevaardigd in Susan om hen weg te vagen. Hij moest die aan Esther laten zien, het haar vertellen en haar opdracht geven naar de koning te gaan om hem om genade te smeken en bij hem te pleiten voor haar volk. 9Hatach kwam terug en vertelde Esther de woorden van Mordechai. 10Toen sprak Esther tot Hatach en gaf hem opdracht tegen Mordechai te zeggen:
11Alle dienaren van de koning en alle inwoners van zijn gewesten weten dat voor iedereen, man of vrouw, die ongeroepen naar de koning in de binnenste voorhof gaat, maar één vonnis geldt: de dood. Alleen degene aan wie de koning de gouden scepter toereikt, mag blijven leven. Maar ik ben al dertig dagen niet geroepen om bij de koning te komen. 12Ze brachten Esthers woorden aan Mordechai over.
Dit lijkt een vreemde wet, maar het is een wet die echt bestond. Herodotus, de Griekse geschiedschrijver, bevestigt ook dat de Perzen deze wet hadden: niemand mocht de vertrekken van de koning binnengaan zonder door hem te zijn ontboden. Als hij zijn rust wilde, dan wilde hij zijn rust. Als je binnenkwam en zijn rust verstoorde terwijl hij in zijn binnenvertrek was, zou je sterven, tenzij hij je onmiddellijk gratie verleende door zijn scepter naar je uit te steken. Als je ongevraagd voor hem verscheen, werd je ter dood gebracht. Daar naar binnen lopen was een vergrijp waarop de doodstraf stond. Maar hij kon je gratie verlenen door zijn scepter uit te steken.
Ze zei:
Alle dienaren van de koning en de bevolking van de gewesten van de koning weten dat voor iedereen, man of vrouw, die ongeroepen naar de koning in het binnenste voorhof gaat, maar één vonnis geldt: de dood, tenzij de koning hem de gouden scepter toereikt; dan zal hij in leven blijven. En wat mij betreft, ik ben nu al dertig dagen niet geroepen om naar de koning te komen.
Esthers positie en Gods verborgen bedoeling #
13Mordechai zei dat ze Esther moesten antwoorden: Beeld je niet in dat jij als enige van alle Joden zult ontkomen, omdat je in het huis van de koning bent. 14Want als je je in deze tijd in diep stilzwijgen hult, dan zal er vanuit een andere plaats verlichting en verlossing voor de Joden komen, maar jij en het huis van je vader zullen omkomen. En wie weet of jij niet juist voor een tijd als deze tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent.
Dit komt in dit boek het dichtst bij een godsdienstige uitspraak. God wordt niet genoemd, maar er wordt veel geïmpliceerd. In wezen zei hij:
Als je je volk nu niet helpt, komt er wel hulp uit een andere hoek.
Wie zou dat zo beschikken? Het is duidelijk dat hier Gods beschikking wordt bedoeld. Dit is een punt waarop je zou verwachten dat God op de een of andere manier genoemd zou worden. De schrijver doet er alles aan om God niet te noemen. Het is alsof God door het hele boek heen opzettelijk verborgen wordt gehouden.
Zelfs later, wanneer ze oproepen tot vasten, zeggen ze niet: ‘Vast en bid’, zoals andere boeken van de Bijbel dat doen. Toen Nehemia hoorde over de problemen in Jeruzalem, in Nehemia hoofdstuk 1, vastte en bad hij vele dagen. In dit boek gaan ze vasten, maar wordt er geen gebed genoemd. Natuurlijk baden ze. Het vasten ging ongetwijfeld gepaard met gebed, maar om de een of andere reden vermeldt het boek dat deel niet. Het lijkt alsof het noemen van God en gebed welbewust wordt vermeden, met als doel eenvoudig te laten zien dat de voorzienigheid soms haar werk doet zonder dat God Zich bekendmaakt.
En uit deze uitspraak van Mordechai blijkt duidelijk dat hij geloofde dat God op de een of andere manier bevrijding voor Zijn volk zou sturen, als die niet door Esther zou komen. En zijzelf en het huis van haar vader zouden omkomen. Maar God zou de Joden toch redden, en ze moest niet denken dat ze zichzelf kon redden door het gevaar te vermijden dat ze liep als ze naar de koning ging. Maar hij zegt:
Maar wie weet ben je juist voor een moment als dit koningin geworden?
Natuurlijk was dat de reden waarom ze koningin was geworden. Het overduidelijke punt van het hele verhaal is dat ze was uitgekozen om koningin te worden omdat deze noodsituatie zou ontstaan en zij de enige persoon zou zijn die in een positie verkeerde om te helpen.
Mordechai laat met zijn uitspraak doorschemeren dat er een bedoeling achter zit, zelfs een goddelijke bedoeling, maar hij vermijdt het om God te noemen. Je zou denken dat hij zou zeggen: ‘Wie weet of God je niet juist voor een tijd als deze tot koningin heeft gemaakt?’ Hij noemt wel een overkoepelende bedoeling. Hij zegt alleen niet wie die bedoeling had. Het is duidelijk dat God in deze uitspraak, in Mordechais gedachten, achter de schermen aanwezig is.
Esther besluit te gaan en vraagt om vasten #
Toen liet Esther hun dit antwoord aan Mordechai terugbrengen:
15Toen zei Esther dat men Mordechai moest antwoorden: 16Ga, verzamel alle Joden die zich in Susan bevinden, en vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, nacht en dag. Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienaressen, en dan zal ik naar de koning gaan, wat niet overeenkomstig de wet is. Als ik dan omkom, dan kom ik om.
Ze zegt niet dat ze moeten bidden, alleen dat ze moeten vasten.
In het Midden-Oosten vast men soms alleen overdag. Gewoonlijk onthoudt men zich alleen van voedsel, niet van drinken. Maar zij zegt: ‘Ik wil dat jullie niet eten of drinken, en ik wil dat jullie dag en nacht vasten.’ De ramadan, het vasten van de moslims, duurt veertig dagen, maar er wordt alleen overdag gevast. Vaak vasten de moslims dus gewoon overdag en eten ze zich vervolgens 's nachts vol. Dat doen ze die hele veertig dagen lang. Dat wordt een vasten van veertig dagen genoemd. Maar in werkelijkheid eten ze elke dag, of in elk geval elke nacht. Zo vastten de Farizeeën ook. Ze vastten alleen overdag. Maar zij zegt: ‘Ik wil dat jullie dag en nacht vasten en drie dagen lang niet eten of drinken.’
Toen ging Mordechai weg en hij deed overeenkomstig alles wat Esther hem had opgedragen.
Dus de Joden vastten drie dagen, en zij vastte drie dagen. Aan het einde van die tijd zou ze naar de koning gaan.
Esther ontvangt de koning en Haman #
Hoofdstuk 5:
1Het gebeurde op de derde dag dat Esther een koninklijk gewaad aantrok en ging staan in de binnenste voorhof van het huis van de koning, tegenover het huis van de koning. En de koning zat op zijn koninklijke troon in het koninklijke huis tegenover de ingang van het huis. 2En het gebeurde, toen de koning koningin Esther in de voorhof zag staan, dat zij genade vond in zijn ogen, zodat de koning Esther de gouden scepter, die in zijn hand was, toereikte. En Esther kwam naar voren en raakte het uiteinde van de scepter aan.
Dit wordt allemaal verteld zonder veel geheimzinnigheid. Je zou denken dat dit allemaal opgebouwd zou worden: gaat hij haar doden? Gaat hij de scepter uitsteken? Dit wordt vrij snel verteld, zonder dat er veel spanning wordt opgebouwd. Dus hij steekt de scepter naar haar uit.
Toen zei de koning tegen haar: Wat is er met u, koningin Esther, en wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, al was het ook de helft van het koninkrijk.
4Toen antwoordde Esther: Als het de koning goeddunkt, laat de koning dan vandaag met Haman naar de maaltijd komen die ik voor hem heb bereid. 5Toen zei de koning: Laat Haman snel komen, zodat hij kan doen wat Esther heeft gezegd. Zo gingen de koning en Haman naar de maaltijd die Esther had bereid.
Dat is een bescheiden voorstel als je de helft van het koninkrijk aangeboden krijgt. Je mag zelf het bedrag op je cheque invullen, tot aan de helft van het koninkrijk. Wat denk je van: ‘Zou je alsjeblieft naar een feestmaal willen komen dat ik heb klaargemaakt, jij en Haman?’ Dat was een gemakkelijk verzoek om in te willigen.
zei de koning tegen Esther bij het drinken van de wijn: Wat is uw vraag? Het zal u gegeven worden. En wat is uw verzoek? Het zal ingewilligd worden, al was het ook de helft van het koninkrijk.
Want hij wist dat ze op iets meer uit was.
7Toen antwoordde Esther: Mijn vraag en mijn verzoek is: 8Als ik genade heb gevonden in de ogen van de koning, en als het de koning goeddunkt op mijn vraag in te gaan en aan mijn verzoek te voldoen, laat dan de koning met Haman naar de maaltijd komen die ik voor hen zal aanrichten, en dan zal ik morgen doen overeenkomstig het woord van de koning.
Met andere woorden: ‘Ik wil het je nu niet vertellen. Ik wil het je morgen vertellen. Dus ik ga nog een feestmaal klaarmaken. Als jij en Haman naar dat feestmaal willen komen, zal ik je dan vertellen wat mijn verzoek is.’
Hamans gekrenkte trots ondanks zijn voorspoed #
9Haman vertrok die dag, blij en welgemoed. Maar toen Haman Mordechai bij de poort van de koning zag dat hij niet opstond en niet voor hem beefde, werd Haman vervuld van woede over Mordechai. 10Maar Haman bedwong zich, en toen hij in zijn huis aankwam, stuurde hij er een bode op uit om zijn vrienden en Zeres, zijn vrouw, te laten komen. 11Haman vertelde hun over de luister van zijn rijkdom, zijn vele zonen en over alles waarmee de koning hem had grootgemaakt en waarmee hij hem had verheven boven de vorsten en dienaren van de koning. 12Verder zei Haman: Ook heeft koningin Esther niemand met de koning naar de maaltijd laten komen die zij heeft aangericht, dan mij. En ook morgen ben ik bij haar uitgenodigd samen met de koning. 13Maar dit alles geeft mij geen voldoening zolang ik de Jood Mordechai zie zitten in de poort van de koning.
Toen hij zijn vrouw en zijn vrienden bij elkaar riep, staat er dat hij hun vertelde over al zijn rijkdom en hoeveel kinderen hij had, enzovoort. Hij had er tien, zo blijkt; dat zullen we later ontdekken. En over alle bevorderingen die hij had gekregen en het grote voorrecht dat hij als enige was uitgenodigd om samen met de koning naar het feestmaal van koningin Esther te komen. Waarom moest hij hun dat vertellen? Wisten zijn vrouw en vrienden dan niet hoeveel kinderen hij had en hoeveel rijkdom hij bezat? Dat alles werkt toe naar dit punt: hij herinnert hen aan alle manieren waarop hij gezegend is, zouden we kunnen zeggen. En toch telt dat allemaal voor hem niet mee zolang er die ene kerel is die niet voor hem wil buigen.
Dat laat wel zien wat een vreemd, irrationeel iets het kan zijn wanneer iemand helemaal opgaat in zijn eigen ego en macht. Je kunt alles hebben wat de wereld te bieden heeft: rijkdom en aanzien en een groot gezin, en alle anderen in het hele koninkrijk die voor je buigen. Maar één man buigt niet, en dat verpest je hele dag. Het verpest je hele leven. Van al het andere wat hij heeft, kan hij nergens van genieten, omdat hem dit ene wordt onthouden. Het lijkt een beetje op Adam en Eva, die in de tuin waren en alle bomen tot hun beschikking hadden, maar slechts één werd hun ontzegd. Er is maar één vrucht waarvan ze niet mogen eten, en die moeten ze ook hebben. Er is één ding dat hij niet krijgt, en dat bederft zijn plezier in al het andere.
Haman bereidt Mordechais dood voor #
Toen zei Zeres, zijn vrouw, tegen hem, samen met al zijn vrienden: Laat men een galg maken, vijftig el hoog, en zeg morgen tegen de koning dat men Mordechai daaraan moet hangen. Ga dus blij met de koning naar de maaltijd. Deze raad was goed in de ogen van Haman en hij liet de galg maken.
Dit zou natuurlijk een staak zijn. Een boom of hout, dat is wat er letterlijk staat. In de King James staat ‘gallows’, en de New King James volgt die dus. Maar de Hebreeuwse bewoording hier is: laat er een houten staak of een boom worden opgericht van ongeveer drieëntwintig meter hoog. Dit hoeft niet per se een paal te zijn die drieëntwintig meter lang is. Het kan een paal van normale grootte zijn om een man op te spietsen, maar dan verhoogd op een platform, zodat hij op een hoogte van drieëntwintig meter staat. Zo wordt het iets wat je van kilometers ver kunt zien.
Hij liet die paal gewoon diezelfde nacht oprichten. Hierbij komt het heel nauw aan op de tijd. Je hebt dat feestmaal waar Esther Haman en de koning de volgende dag bij wil hebben. Ook wil Haman de volgende dag voorstellen om Mordechai te doden. Waarom heeft hij dit niet eerder gedaan? Zoals ik al zei, denk ik dat Mordechai waarschijnlijk een belangrijke positie in het bestuur had. En je kunt niet zomaar voorstellen om iemand te doden omdat hij niet voor je wil buigen. Maar wat Haman allemaal overkomt, begint hem een beetje naar het hoofd te stijgen. Hij begint te denken dat hij veel macht heeft. Zelfs de koningin merkt op dat hij een belangrijk man is en nodigt alleen hem uit om met de koning mee te komen. Misschien is dit een moment waarop hij zijn gezag, zijn aanzien en zijn bevoorrechte positie ten nadele van Mordechai kan aanwenden. Niets zal Haman gelukkig maken, behalve de vernietiging van Mordechai.
Hij heeft al een besluit laten ondertekenen en tot wet laten maken dat alle Joden, met inbegrip van Mordechai, binnen een jaar uitgeroeid zullen worden. Maar hij kon niet zo lang wachten. Mordechai zelf moest eerder uit de weg worden geruimd. Dus troostte Haman zichzelf met de gedachte dat hij Mordechai morgen zou spietsen. Maar tussen deze dag en de volgende dag zat een nacht. Die nacht gebeurden er een aantal interessante dingen.
De slapeloze koning leest over Mordechai #
Hoofdstuk 6:
In die nacht was de slaap van de koning geweken. Hij zei dat men het gedenkboek, de kronieken, moest brengen, en die werden in de tegenwoordigheid van de koning gelezen.
Daar zou hij wel van in slaap moeten vallen. Haal de boekrol van vijf jaar geleden maar tevoorschijn. Wat staat er in de kronieken over de gang van zaken aan de hoven van de koningen van Perzië? ‘Ik kan niet slapen. Laat iemand me dat voorlezen. Daar ben ik zo van onder zeil.’
2Men vond daarin beschreven dat Mordechai over Bigthana en Teres, twee hovelingen van de koning, uit de kring van de deurwachters, verteld had dat ze de hand aan koning Ahasveros wilden slaan. 3Toen zei de koning: Welk eerbewijs en welke onderscheiding is hiervoor aan Mordechai verleend? En de hovelingen van de koning die hem dienden, zeiden: Er is niets aan hem verleend.
Dus de koning besefte dat er iets over het hoofd was gezien. Een man had zijn leven gered en was niet beloond. En dus, beter laat dan nooit, zei de koning:
Wie is er op de binnenplaats?
Toen zei de koning: Wie is er in de voorhof? — Nu was Haman de buitenste voorhof van het huis van de koning binnengekomen om de koning te zeggen dat men Mordechai zou hangen aan de galg die hij voor hem had laten oprichten. —
Het lijkt vreemd dat Haman midden in de nacht zou komen. Blijkbaar kon Haman ook niet slapen. Hij is te opgewonden over het feest of de feestmaaltijd van de volgende dag. Waarschijnlijk merkt hij dat bij de koning de lichten nog branden. Dus zegt hij: ‘Nou, ik ga gewoon even met hem praten over mijn plan om Mordechai op te hangen.’ Daar komt hij de binnenplaats op, met de bedoeling voor te stellen Mordechai te doden. En als de koning wel had kunnen slapen, als de koning niet juist op dat moment die kronieken had laten voorlezen, zou hij daar waarschijnlijk wel voor te vinden zijn geweest. Hij was vergeten dat Mordechai ooit zijn leven had gered. Maar juist omdat God wist dat Haman eraan kwam met dit verzoek om Mordechai te doden, zorgde God ervoor dat koning Ahasveros herinnerd werd aan wat Mordechai voor hem had gedaan, en dat hij vastbesloten was iets goeds voor hem te doen.
Hamans verlangen naar eer en aanzien #
Dus daar komt Haman. Haman kwam binnen en de koning vroeg hem:
Toen Haman binnengekomen was, zei de koning tegen hem: Wat moet worden gedaan voor de man aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen? Toen dacht Haman bij zichzelf: aan wie behaagt het de koning meer eer te bewijzen dan aan mij?
Natuurlijk heeft de koning het over Mordechai, maar Haman dacht bij zichzelf:
Wie zou de koning nou liever willen eren dan mij?
Hij dacht dat de koning hem bedoelde.
Toen antwoordde Haman de koning:
7Daarom zei Haman tegen de koning: Voor de man aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen, 8moet men het koninklijke gewaad brengen dat de koning gewoon is zelf te dragen, en het paard waarop de koning gewoon is zelf te rijden, en laat een koninklijke diadeem op zijn hoofd gezet worden. 9En dan moet men dat gewaad en dat paard in handen geven van iemand uit de vorsten van de koning, de edelen. En dan moet men hem aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen, hiermee kleden en hem op dat paard doen rijden over het plein van de stad, en voor hem uitroepen: Zo wordt gedaan met de man aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen!
Ik las vele jaren geleden iets in de werken van William Law. Volgens mij was het in zijn boek Christian Perfection, of het kan in zijn boek A Serious Call to a Devout and Holy Life zijn geweest. Hij had het over de ijdelheden van de wereld. Hij zei: denk eens aan de leegheid van de dingen die mensen in de wereld belangrijk vinden. Hij gaf dit als voorbeeld: een eerzuchtige Haman krijgt de vrije hand om geëerd te worden op elke manier waarop de wereld een man zou kunnen eren, zoals hij in dit geval dacht. En hij kon niets groters bedenken dan op het paard van de koning te rijden, met het gewaad van de koning aan, terwijl iemand roept:
Dit wordt er gedaan voor de man die de koning graag wil eren.
William Law zei: ‘Wat een lege voldoening zou dat zijn.’ Natuurlijk kreeg Haman dit niet eens voor zichzelf gedaan. Maar de dingen die de wereld najaagt zijn zulke lege dingen, vergeleken met de dingen die werkelijk eeuwige waarde hebben. Als mij deze vraag werd gesteld en ik dacht dat het voor mij gedaan zou worden, zou ik heel wat praktischere en waardevollere manieren kunnen bedenken om geëerd te worden. Meer dan door de straten te worden rondgeleid met een voorloper die voor me uit roept: ‘Dit is de man. Iedereen, let op deze man.’ Deze man was zo vol van zichzelf. Hij wilde alleen maar aandacht en eer krijgen.
Haman moet Mordechai eren en vreest zijn val #
Er staat:
Toen zei de koning tegen Haman: Haast u, neem het gewaad en het paard zoals u gesproken hebt, en doe zo met de Jood Mordechai, die in de poort van de koning zit. Laat geen woord vallen van alles wat u hebt gezegd.
Stel je eens voor hoe diep Haman op dat moment gekrenkt was. Dit is als een komedie midden in dit drama. Er is dit drama waarin het leven van de Joden wordt bedreigd, en dit kleine voorval is hilarisch. Het is alsof er middenin een komedie is ingevoegd.
Toen nam Haman het gewaad en het paard, kleedde Mordechai met het gewaad, deed hem rijden over het plein van de stad en riep voor hem uit: Zo wordt gedaan met de man aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen!
Dit gebeurde blijkbaar toen de ochtend aanbrak.
Daarna keerde Mordechai terug naar de poort van de koning, maar Haman haastte zich naar zijn huis, treurend en met het hoofd bedekt.
Hij ging gewoon weer aan het werk.
Hij dacht: ‘Waar was dat allemaal voor?’ Hij wordt uit zijn bed gehaald, krijgt het gewaad van de koning aan, wordt op het paard van de koning gezet en door de straten rondgeleid, met die aankondiging erbij. Daarna gaat hij gewoon weer aan het werk en denkt: ‘Nou ja, het zal wel.’ Voor Mordechai stelde het niets voor, maar voor Haman betekende het heel wat.
Haman wilde niet dat iemand hem herkende. Hij schaamde zich zo.
En Haman vertelde aan zijn vrouw Zeres en aan al zijn vrienden alles wat hem overkomen was. Toen zeiden zijn wijzen en Zeres, zijn vrouw, tegen hem: Als Mordechai, voor wie u begonnen bent te vallen, uit het geslacht van de Joden is, zult u tegen hem niets kunnen uitrichten, integendeel, u zult zeker voor hem ten val komen.
Deze mensen begonnen het onheil te zien aankomen. Ze zeiden: ‘Misschien staan deze Joden, misschien staat hun God aan hun kant.’ Opnieuw wordt God hier niet genoemd, maar het wordt bijna gesuggereerd. Zelfs de Perzen zeggen: ‘Het lijkt erop dat de God van deze Joden hierin tegen je is, en je verzet tegen hen zal je ondergang worden.’ De suggestie is dat er achter dit alles een God staat, maar Hij wordt niet uitdrukkelijk genoemd.
Er staat:
Terwijl zij nog met hem spraken, kwamen de hovelingen van de koning er aan en zij haastten zich om Haman naar de maaltijd te brengen die Esther had aangericht.
We gaan verder bij de feestmaaltijd.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Esther 1 - 6. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/esther/1-6
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/esther/1-6.pdf?v=810c96f1f862
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Esther - Lezing 01 - 1-6.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/esther/1-6.mp3?v=f77dd9d26e68
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Esther - Lezing 01 - 1-6.mp3
Esther
Alle lezingen over Esther. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/esther/1-6.srt?v=efafa50bf6bb
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Esther - Lezing 01 - 1-6.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/esther/1-6.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Esther 1:1-4
- Esther 1:5-7
- Esther 1:8
- Esther 1:9-11
- Ezra 7:14
- Esther 1:12-15
- Esther 1:16-18
- Esther 1:19
- Esther 1:20-22
- Esther 2:1-4
- Esther 2:5
- Esther 2:6
- Esther 2:7
- Esther 2:8-9
- Esther 2:10
- Esther 2:11
- Esther 2:12
- Esther 2:13
- Esther 2:14
- Esther 2:15
- Esther 5:4
- Esther 2:16-18
- Esther 2:19-20
- Esther 2:21
- Esther 2:22
- Esther 2:23
- Esther 3:1
- Esther 3:2
- Esther 3:3-4
- Esther 3:5-6
- Esther 3:7
- Esther 3:8-9
- Esther 3:10-11
- Esther 3:12
- Esther 3:13
- Esther 3:14-15
- Esther 4:1-2
- Esther 4:3
- Esther 4:4
- Esther 4:5-7
- Esther 4:8-10
- Esther 4:11-12
- Esther 4:11
- Esther 4:13-14
- Esther 4:15-16
- Esther 4:17
- Esther 5:1-2
- Esther 5:3
- Esther 5:4-5
- Esther 5:6
- Esther 5:7-8
- Esther 5:9-13
- Esther 5:14
- Esther 6:1
- Esther 6:2-3
- Esther 6:4
- Esther 6:6
- Esther 6:7-9
- Esther 6:10
- Esther 6:11
- Esther 6:12
- Esther 6:13
- Esther 6:14