Deuteronomium 22-23
Mannen- en vrouwenkleding per cultuur
Meer bij deze lezing
Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.pdf?v=57aa618bde22. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.
Samenvatting
Uiteenlopende wetten over naastenliefde, onderscheid, seksuele relaties, reinheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Lees de volledige samenvatting
Steve Gregg bespreekt de uiteenlopende wetten in Deuteronomium 22 en 23 en vergelijkt verschillende voorschriften met eerdere gedeelten uit de Wet. Hij legt onder meer uit dat kleding voor mannen en vrouwen cultureel bepaald is, terwijl het gebod volgens hem vraagt dat mensen het door God gegeven onderscheid tussen de geslachten aanvaarden. Ook behandelt hij de geestelijke betekenis die hij ziet in verboden vermengingen, evenals de wetten over maagdelijkheid, overspel, verkrachting en huwelijk. Verder gaat hij in op uitsluiting van de gemeente van de HEERE, reinheid in het legerkamp, gevluchte slaven, prostitutiegeld, rente, geloften en het recht van armen en reizigers om onderweg voedsel te eten.
Verdwaalde dieren en verloren bezit #
Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Deuteronomium 22 en 23.
We zijn nu bij Deuteronomium hoofdstuk 22. Het gaat hier ongeveer op dezelfde manier verder als in de afgelopen hoofdstukken, met allerlei verschillende wetten. Sommige daarvan lijken binnen hetzelfde hoofdstuk niet nauw met elkaar samen te hangen. Vaak is het een mengelmoes van wetten over verschillende onderwerpen. Veel daarvan, misschien wel de meeste, zijn al eerder genoemd in Exodus of Leviticus, of soms zelfs in Numeri. Er wordt hier genoeg herhaald dat veel ervan ons bekend zal voorkomen. Bijvoorbeeld:
1U mag niet het rund of het schaap van uw broeder zien als ze afgedwaald zijn, en u vervolgens aan uw plicht onttrekken. U moet ze beslist naar uw broeder terugbrengen. 2En als uw broeder niet dicht bij u woont , of als u hem niet kent, dan moet u het binnen in uw huis brengen, zodat het bij u is totdat uw broeder het zoekt en u het hem terug kunt geven. 3Zo moet u ook doen met zijn ezel, zo moet u doen met zijn kleren, ja, zo moet u doen met elk verloren voorwerp van uw broeder, dat hij verloren heeft en u vindt; u mag zich niet aan uw plicht onttrekken. 4U mag niet de ezel van uw broeder of zijn rund zien als die onderweg gevallen is, en u vervolgens aan uw plicht onttrekken. U moet die beslist samen met hem overeind helpen.
Hier wordt iets herhaald wat al eerder is gezegd. Bij die eerdere gelegenheid, om precies te zijn in Exodus hoofdstuk 23, werd echter gezegd dat je deze liefdevolle daden zelfs voor je vijand moet doen. In Exodus 23, vers 4 en 5, staat:
4Wanneer u een rund van uw vijand of zijn verdwaalde ezel aantreft, moet u het dier beslist bij hem terugbrengen. 5Wanneer u de ezel van iemand die u haat, onder zijn last ziet liggen, moet u zich ervan weerhouden om het aan hem over te laten. U moet de ezel beslist samen met hem overeind helpen.
Dat zijn dezelfde voorschriften. Het verschil is dat hij hier in Deuteronomium alleen over je broeder spreekt. In Exodus wordt uitdrukkelijk gezegd dat je dit zelfs moet doen als het je Joodse broeder is die je haat en die niet vriendelijk tegen je is. Je zou er daarom van nature niet toe geneigd zijn hem een gunst te bewijzen, maar toch moet je het doen. Het is juist om dat te doen. Hij zegt dat dit niet zo’n situatie is van: wat je vindt, mag je houden; wie het kwijt is, heeft pech. Alles wat je broeder heeft verloren en wat jij hebt gevonden, bewaar je voor hem totdat hij ernaar komt zoeken. Als het voor hem van waarde is, zal hij vermoedelijk bij alle boeren in de omgeving langsgaan om te zien of zijn dier daarheen is afgedwaald. Zo zal hij zijn dier terugvinden.
Kleding van mannen en vrouwen #
Vers 5:
De kleren van een man mogen niet door een vrouw gedragen worden, en een man mag geen vrouwenkleding aantrekken, want ieder die dat doet, is voor de HEERE, uw God, een gruwel.
Deze wet is door sommigen op een bepaalde manier uitgelegd. In onze tijd zijn er niet veel mensen die deze wet zo uitleggen, maar er zijn nog steeds enkele christenen die dat doen. Onlangs belde tijdens de uitzending een vrouw die naar een gemeente gaat waar wordt geleerd dat een vrouw nooit een broek mag dragen. We hebben ook de voorschriften van Paulus in 1 Korinthe 11 over een vrouw die haar haar niet mag afknippen, een man die geen lang haar mag hebben, een vrouw die haar hoofd moet bedekken wanneer ze bidt of profeteert, en een man die zijn hoofd niet moet bedekken wanneer hij bidt of profeteert.
Dit zijn allemaal voorbeelden van stijlen die in sommige culturen met één bepaald geslacht worden verbonden en niet met het andere. Het dragen van broeken door vrouwen is bijvoorbeeld een kwestie die volgens mij misschien ergens in de jaren twintig aan de orde gesteld had kunnen worden. Ik weet niet wanneer vrouwen voor het eerst broeken als kledingstijl begonnen te dragen. Misschien was dat zelfs nog later, al kan ik me voorstellen dat boerinnen op boerderijen soms zelfs daarvoor al overalls droegen. Ik weet het niet.
Hoe dan ook, in deze specifieke cultuur werd een broek ooit beschouwd als kleding voor mannen, terwijl vrouwen jurken droegen. Sommige mensen zouden dat graag in stand houden als een voor altijd geldende, door God voorgeschreven kledingstijl. Toch heeft God geen enkele specifieke kledingstijl voor mannen en vrouwen voorgeschreven. Het dragen van een broek is niet door God voorgeschreven als kledingstijl voor mannen. Het is een kwestie van gewoonte. Het is een kwestie van cultuur.
Waarschijnlijk trokken vrouwen in de westerse beschaving, toen ze voor het eerst een broek in plaats van een jurk aantrokken, daadwerkelijk mannenkleding aan. Waarschijnlijk was dat, wat de achterliggende gezindheid betreft, verkeerd om te doen. Dat zou het ook zijn als een man tegenwoordig een jurk aantrok en zo in het openbaar verscheen. We noemen dat travestie. Dat is het dragen van kleding van het andere geslacht.
Travestie, geslacht en culturele kleding #
Travestie maakte deel uit van sommige cultussen in de oudheid, zoals de cultus van Isjtar. In oude godsdiensten kwam dat gebruik soms voor. Dat zou dus een van de belangrijkste redenen voor deze wet kunnen zijn. Ik denk dat er nog een reden is, en dat is dat God niet wil dat mensen in opstand komen tegen hun eigen sekse, hun eigen geslacht. God heeft onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen, en Hij wil dat mensen hun seksualiteit aanvaarden overeenkomstig hoe Hij hen gemaakt heeft.
Er is waarschijnlijk geen grotere schending van deze specifieke wet naar de geest dan wanneer iemand zegt: „Ik ben een vrouw, maar ik ben geboren in het lichaam van een man”, of: „Ik ben een man in het lichaam van een vrouw.” Daarom worden zulke mensen transseksueel. Ze laten hun lichaam operatief veranderen. Niets schendt dit beginsel ernstiger dan je seksualiteit volkomen af te wijzen en te proberen te zijn wat God je niet gemaakt heeft.
Als het tegenwoordig gaat om het dragen van broeken, is het belachelijk om te zeggen dat een broek mannenkleding is. Vrouwen dragen heel gewoon broeken. Het is zowel vrouwenkleding als mannenkleding. Het is geen travestie. Misschien was dat ooit wel zo. Maar wanneer mannen zeggen dat vrouwen geen broeken mogen dragen, neem ik hen soms graag mee naar de afdeling dameskleding. Dan laat ik hun daar een paar broeken zien en vraag ik of een man die zou dragen. Het is duidelijk dat er broeken zijn die helemaal niet mannelijk zijn en die geen enkele man bij zijn volle verstand zou dragen. Sommige modellen zou trouwens ook geen enkele vrouw bij haar volle verstand dragen.
Het zou om zedigheid kunnen gaan. Bij sommige kerkelijke groeperingen zou dat het punt zijn. Zij vinden het onzedig als vrouwen een broek dragen. Maar ook dat is te algemeen, want er zijn uiteraard jurken die onzediger zijn dan bepaalde soorten broeken. Volgens mij zijn er mensen die vrouwen liever in een jurk zien dan in een broek. Persoonlijk zie ik vrouwen waarschijnlijk liever in een jurk dan in een broek, maar misschien niet altijd. Ik kan die culturele smaak waarderen. Maar het is verkeerd om de Bijbel te gebruiken om te proberen een culturele voorkeur aan christenen op te leggen, om hen ten onrechte te veroordelen en om te zeggen dat vrouwen die een broek dragen mannenkleding aantrekken. Dat is eenvoudigweg niet waar.
Het is net zomin waar als wanneer een man naar Schotland gaat en een kilt draagt, die eruitziet als wat wij een rok noemen. Een man zou er hier een kunnen dragen als hij Schots is en als het heel duidelijk is dat hij traditionele Schotse kleding draagt. Maar als dat niet zo was, zou een kilt hier als een soort vrouwenkleding worden beschouwd. In Schotland zou dat niet zo zijn. Het is volledig cultureel bepaald.
Haar, hoofdbedekking en culturele signalen #
Zelfs de haarlengte en de hoofdbedekking waar Paulus naar verwijst, zijn culturele kwesties. In Korinthe, een Griekse stad, droegen vrouwen hun haar lang en bedekten ze hun hoofd wanneer ze vroom waren. Voor zover ik heb gehoord, knipten prostituees in Korinthe hun haar af. Een vrouw die haar haar afknipte, gaf dus een verkeerd signaal af over wat voor soort vrouw ze was. Paulus zei tegen de vrouwen dat ze dat niet moesten doen. Zo bedekten mannen ook hun hoofd niet en droegen ze geen lang haar. In Korinthe zou dat als verwijfd zijn beschouwd. Het zou een vrouwenstijl zijn geweest. Maar in veel culturen, waaronder de cultuur van Paulus zelf, kon een man lang haar hebben, vooral als hij een nazireeërgelofte had afgelegd, en dat zou helemaal niet als verwijfd worden beschouwd.
De kwestie van een man die iets draagt wat bij een vrouw hoort, en een vrouw die iets draagt wat bij een man hoort, hangt af van wat in kledingstijl bij een man of vrouw hoort. En dat verschilt per cultuur. Zelfs Paulus zei, toen hij in 1 Korinthe 11:16 sprak over de kwesties van haarlengte en hoofdbedekking:
Maar als iemand op twist uit lijkt te zijn, wij hebben een dergelijke gewoonte niet, en de gemeenten van God evenmin.
Dat wil zeggen dat dit niet iets universeels is. Het is een plaatselijk gebruik. Hij raadt de Korinthiërs aan rekening te houden met de culturele normen voor kleding en haarstijl, en dat zouden mensen ook moeten doen. Want wat je draagt, en misschien de manier waarop je je haar draagt en de andere manieren waarop je jezelf tooit, kan een boodschap overbrengen. Een christen moet ervoor zorgen dat hij door wat hij met zijn uiterlijk besluit te doen, niet de verkeerde boodschap overbrengt.
Zorg voor dieren en veilige huizen #
Nu vers 6:
6Wanneer u onderweg een vogelnest tegenkomt, in welke boom dan ook of op de grond, met jongen of eieren, en de moeder zit op de jongen of op de eieren, dan mag u met de jongen niet ook de moeder meenemen. 7U moet de moeder zeker vrijlaten, maar de jongen mag u voor uzelf meenemen, opdat het u goed zal gaan en u uw dagen zult verlengen.
Als je toevallig een vogelnest tegenkomt, zou je dat natuurlijk als een gemakkelijke manier kunnen zien om wat voedsel mee naar huis te nemen, als er eieren in liggen of als er jonge vogels in zitten waar wat vlees aan zit. Je mag die meenemen, maar je mag niet tegelijk de jongen en de moeder meenemen. Let erop dat Hij niet zei dat je de moeder mocht meenemen en de jongen mocht achterlaten, want de jongen zouden zonder hun moeder sterven. Het is duidelijk dat het erom gaat de soort in stand te houden. In wezen is dit een vorm van zorg voor het milieu. Het gaat erom dat je niet op verkwistende wijze een diersoort uitroeit. Je mag de jongen of de eieren meenemen, maar laat de moeder vrij zodat ze meer jongen en eieren kan voortbrengen.
Wanneer u een nieuw huis bouwt, moet u op uw dak een borstwering maken, zodat u geen bloedschuld op uw huis laadt, wanneer iemand eraf valt.
Dit zouden we tegenwoordig strafrechtelijke nalatigheid noemen. Als er in je huis een gevaarlijke situatie bestaat en iemand daardoor valt of gewond raakt, dan ben jij verantwoordelijk. Je had niet zo’n gevaarlijke situatie moeten hebben waardoor mensen zonder het te beseffen ten val konden komen. De daken van de huizen waren plat. Ze vormden een uitbreiding van de leefruimte van het huis. In een land als Israël woonden in die tijd veel mensen gewoon in huizen met één of twee vertrekken. Het dak bood extra leefruimte, een plek om ’s avonds naartoe uit te wijken wanneer het niet te warm was, zodat ze naar buiten konden gaan en tijd op het dak konden doorbrengen. Petrus bevond zich zelfs op het dak van een huis in Joppe toen hij het visioen zag van het laken met de dieren dat werd neergelaten. Het was niet ongebruikelijk dat mensen het dak van een huis opgingen. Dat was een plek waar mensen naartoe gingen. Maar rond het dak van een huis moest een zogeheten borstwering worden aangebracht: een soort hekwerk dat moest voorkomen dat mensen per ongeluk over de rand vielen. Dit wijst erop dat je bloedschuldig kunt worden als je niet in zoiets voorziet en iemand van de rand van je huis valt. Het had voorzien en voorkomen moeten worden.
Het verbod op het vermengen van soorten #
Vers 9:
9U mag uw wijngaard niet met twee soorten zaad inzaaien; anders wordt de volle opbrengst van het zaad dat u gezaaid hebt, en de opbrengst van de wijngaard geheiligd. 10U mag niet ploegen met een rund en een ezel tegelijk. 11U mag geen kleding van twee soorten stof aantrekken, van wol en linnen tegelijk.
Dit zijn drie wetten achter elkaar die ermee te maken hebben dat je dingen die niet op de juiste manier met elkaar vermengd kunnen worden, niet moet vermengen. Commentatoren proberen hiervoor vaak praktische redenen te vinden. Als je bijvoorbeeld verschillende druivenrassen in je wijngaard met elkaar vermengt, kan er onbedoeld een kruising plaatsvinden. Een kruising wordt gewoonlijk onvruchtbaar of brengt geen volgende generatie voort. Een gekruiste druivensoort brengt misschien geen enkel zaad voort, en daardoor zou volgens de hier gebruikte Engelse vertaling de opbrengst worden bedorven. De HSV geeft in vers 9 echter weer dat de opbrengst wordt geheiligd. In beide lezingen zou je je eigen opbrengst niet vrij kunnen gebruiken wanneer je zo’n vermenging laat ontstaan. Hetzelfde geldt voor verschillende soorten graanzaad.
Zo is het ook niet erg praktisch om met een os en een ezel samen onder één juk te ploegen. Een ezel is een koppiger dier. Een os is een groter dier. Ze hebben een verschillend soort gang. Ze zullen niet echt goed samen trekken. Ze zullen ook niet even bereid zijn om te werken. Het is dus gewoon niet praktisch.
Wat het verbod betreft om wol en linnen in één kledingstuk te vermengen, weet ik niet of daar praktische bezwaren tegen zijn. Ik herinner me dat ik jaren geleden iemand hoorde beweren dat men had ontdekt dat het een of ander nadelig effect op je gezondheid of je energie heeft wanneer je die stoffen met elkaar vermengt en ze samen draagt. Volgens mij is dat een soort newagegedachte.
Maar ik denk niet dat een van deze drie wetten die we zojuist hebben gelezen iets met praktische bruikbaarheid te maken heeft. Iedereen kan zien dat het onpraktisch is om met een os en een ezel samen te ploegen, maar waarom zou het verboden moeten worden? Je zou denken dat iemand meteen zou zien dat het niet verstandig is om dat te doen. De wet is er niet om te voorkomen dat je dingen doet die onpraktisch zijn. De wet is er om te voorkomen dat je dingen doet die verkeerd zijn.
Evenzo zou kruising een probleem kunnen zijn waarvan mensen niets zouden weten, terwijl God er wel van zou weten. Daarom zegt Hij tegen hen dat ze daar geen zaden moeten vermengen. Maar ik denk dat al deze wetten duidelijk iets gemeenschappelijks hebben. Ze hebben te maken met het vermengen van dingen die niet gelijksoortig zijn, met het bij elkaar brengen en aan elkaar verbinden van dingen die niet bij elkaar horen.
Het geestelijke gevaar van een ongelijk juk #
Ik denk dat Paulus de geestelijke gedachte hierachter verwoordde in 2 Korinthe 6:14–16. In 2 Korinthe 6:14 zei Paulus:
Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?
enzovoort. De gedachte is dat er dingen zijn die geestelijk niet gelijksoortig zijn. Die moeten niet aan elkaar worden gebonden en op de een of andere manier als een team aan het werk worden gezet, zoals een ezel en een os.
Een ezel is een onrein dier. Een os is een rein dier. Wat die beeldspraak betreft is een christen een rein dier en een niet-christen een onrein dier. Het is een vergissing om hen voor één taak aan elkaar te binden, hen te behandelen alsof ze hetzelfde zijn en het bestaande onderscheid niet te erkennen.
Ik denk dat dit is wat al deze wetten proberen te zeggen, al denk ik niet dat een ervan moreel bindend is. Ik denk niet dat er sprake is van een morele kwestie wanneer je verschillende graansoorten op je akker zaait, een kledingstuk draagt waarin wol en linnen met elkaar zijn vermengd, of andere soorten stof met elkaar vermengt. Ik denk niet dat dit voor God een morele kwestie is. Ik denk dat hier een geestelijke les wordt bedoeld, zoals bij het grootste deel van de ceremoniële wet — nou ja, bij de hele ceremoniële wet. Die les is dat er dingen zijn die geestelijk niet gelijksoortig zijn. Het is een vergissing wanneer je nalaat het onderscheid te maken en ze met elkaar vermengt alsof ze hetzelfde zijn.
Als het gaat om onder één juk gaan met ongelovigen, is dat een heel goed voorbeeld van precies datzelfde. Als twee mensen met elkaar trouwen en de een christen is en de ander niet, is het alsof ze iets heel belangrijks niet opmerken: ze behoren niet tot dezelfde soort. De een is wedergeboren. De een is een kind van God. De ander is alleen een kind van Adam. Het is bijna alsof het verschillende soorten mensen zijn. Het is een vermenging van dingen die niet hetzelfde zijn, waarbij men het wezenlijke verschil tussen die dingen niet ziet. En daarom denk ik dat dit echt een ceremoniële wet is, hoewel die niet rechtstreeks verband houdt met de aanbidding in de tabernakel. Naar mijn mening lijkt er wel een geestelijke symboliek achter te zitten.
In vers 12 staat:
Aan de vier hoeken van het bovenkleed waarin u zich hult, moet u voor uzelf kwastjes maken.
Dat is gewoon een herhaling van Numeri 15, vers 37 tot en met 41, waar stond dat ze een blauwe kwast of een blauwe rand aan hun kleding moesten maken om hen eraan te herinneren dat ze de wet moesten houden. Het was de bedoeling dat ze naar beneden keken, die daar zagen en zichzelf eraan herinnerden: „O ja, ik hoor de wetten van God te houden.” Het is alsof je een touwtje om je vinger bindt om jezelf eraan te herinneren dat je iets moet onthouden.
Seks vóór het huwelijk als overspel #
Vers 13:
13Wanneer een man een vrouw neemt, bij haar komt, en vervolgens een afkeer van haar krijgt, 14en als hij haar dan allerlei dingen ten laste legt, haar een slechte naam bezorgt, en zegt: Deze vrouw heb ik tot vrouw genomen, maar toen ik tot haar naderde, ontdekte ik dat ze geen maagd meer was, 15dan moeten de vader van dit meisje en haar moeder het bewijs van de maagdelijkheid van het meisje meenemen en naar de oudsten van de stad brengen, naar de poort. 16De vader van het meisje moet dan tegen de oudsten zeggen: Ik heb mijn dochter aan deze man tot vrouw gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 17En zie, hij heeft haar allerlei dingen ten laste gelegd door te zeggen: Ik heb ontdekt dat uw dochter geen maagd meer was. Maar dit is het bewijs van de maagdelijkheid van mijn dochter. Vervolgens moeten zij het kleed voor de oudsten van de stad uitspreiden. 18Dan moeten de oudsten van die stad die man meenemen en hem straffen. 19Ze moeten hem een boete van honderd zilverstukken opleggen en die aan de vader van het meisje geven, omdat hij een maagd uit Israël een slechte naam heeft bezorgd. Verder zal zij hem tot vrouw blijven; hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen. 20Maar als dit woord waar is, als ontdekt wordt dat het meisje geen maagd meer was, 21dan moeten zij het meisje naar buiten brengen, naar de deur van het huis van haar vader, en de mannen van haar stad moeten haar met stenen stenigen, zodat zij sterft, want zij heeft een schandelijke daad in Israël begaan door hoererij te bedrijven in het huis van haar vader. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.
Hier hebben we te maken met een vrouw die ervan wordt beschuldigd haar maagdelijkheid te hebben prijsgegeven toen ze nog een ongehuwd meisje was dat in het huis van haar vader woonde, dus voordat ze trouwde. Als bleek dat ze hier inderdaad werkelijk schuldig aan was, werd ze gestenigd. In zekere zin lijkt dit vreemd. Het stenigen van overspelige mannen en vrouwen werd weliswaar op veel plaatsen in de Schrift voorgeschreven — we zullen het zelfs vlak hierna tegenkomen wanneer we verder lezen — maar wanneer een maagd die met niemand verloofd was seks met iemand had, stond daar gewoonlijk niet de doodstraf op. Wel moesten ze met elkaar trouwen.
Hier hebben we een geval waarin ze kennelijk seks met iemand heeft gehad, maar zij niet met elkaar zijn getrouwd. De man met wie ze seks heeft gehad, is zelfs helemaal niet bekend. In dit verhaal wordt niet openbaar gemaakt wie hij is. Ze hield het verborgen en ging verder met haar leven. Daarna presenteerde ze zich aan haar man alsof ze maagd was, maar dat was ze niet. Daarom ligt het hier iets anders.
Wat dit volgens mij suggereert, is dat ze in feite overspel heeft gepleegd tegenover haar toekomstige man. Dat is een interessant begrip, want wij zouden buitenechtelijke seks tussen ongehuwde mensen misschien als iets minder ernstigs beschouwen dan overspel. In sommige gevallen werd het beslist als iets minder ernstigs behandeld, maar alleen wanneer het stel vervolgens werkelijk met elkaar trouwde. Het stel dat seks had, was dan dus hetzelfde stel dat later trouwde.
Maar als een stel seks met elkaar had en zij niet met elkaar trouwden, en zij met iemand anders trouwde, dan had ze overspel gepleegd tegenover de man die later werkelijk haar echtgenoot werd. Het idee lijkt daar te zijn dat een vrouw die niet getrouwd is, of misschien ook een man die niet getrouwd is, mogelijk de toekomstige echtgenoot of echtgenote van iemand anders is. Daarom moeten anderen die persoon ook op die manier behandelen.
Nu, als een vrouw niet verloofd was en met een man naar bed ging en zij met elkaar trouwden, dan was dat niet alleen toegestaan, maar zelfs geboden. Ze moesten met elkaar trouwen, omdat God bedoelde dat seks alleen tussen getrouwde mensen zou plaatsvinden. Het was geen overspel, omdat de persoon met wie ze trouwde dezelfde persoon was als degene met wie ze seks had gehad. Uiteindelijk bleek het haar toekomstige man te zijn met wie ze seks had gehad. Dat maakt seks voor het huwelijk niet aanvaardbaar, maar het betekent wel dat het niet hetzelfde is als overspel wanneer het stel ook met elkaar trouwt.
Maar dit is een geval waarin een vrouw seks heeft gehad met iemand die nu buiten beeld is, terwijl ze later een echtgenoot heeft die iemand anders is. Omdat ze uiteindelijk niet trouwde met de man met wie ze seks had gehad, bleek de seks die ze eerder had gehad dus overspel te zijn tegenover de man met wie ze uiteindelijk wel trouwde.
Maagdelijkheidsbewijs en valse aanklachten #
In die tijd hadden ze wat ze tekenen van maagdelijkheid of bewijzen van maagdelijkheid noemden. Misschien heb je daar weleens over gehoord. Het is een soort gebruik uit het Midden-Oosten, en eigenlijk een oud gebruik dat ook in andere samenlevingen in praktijk is gebracht. Ik denk dat sommige Afrikaanse stammen het hebben gedaan, en ook andere volken. Maar het idee is dat een maagdelijk meisje tijdens de huwelijksnacht, wanneer ze voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft, doorgaans bloedt. Niet altijd, en als ze niet bloedt, kan dat bij zo’n wet een probleem opleveren. Maar doorgaans bloedt ze wanneer haar maagdenvlies scheurt, en daardoor komt er bloed op de lakens. De lakens werden bewaard als bewijs dat ze maagd was geweest. Als er geen bloed op de lakens zat, was het mogelijk dat ze geen maagd was. Ik zeg mogelijk, omdat het maagdenvlies van een vrouw ook kan scheuren door andere dingen in het leven dan geslachtsgemeenschap. Soms doet dat verschijnsel zich bij een vrouw niet voor, hoewel ze bij haar huwelijk maagd is. Maar dat zou een probleem opleveren.
Ik denk dat dit in onze samenleving misschien vaker voorkomt doordat vrouwen actiever zijn. Dingen als paardrijden enzovoort kunnen dat veroorzaken. Ik denk dat vrouwen in die tijd misschien meer in en rond het huis bezig waren. Daardoor gebeurden er eigenlijk geen dingen met hen die dat bloeden konden veroorzaken, behalve hun eerste nacht waarop ze geslachtsgemeenschap hadden. Hoe dan ook, over het algemeen zou er tijdens haar huwelijksnacht bewijs van haar maagdelijkheid beschikbaar zijn.
Misschien heb je verhalen gehoord — ik heb verhalen gehoord — over mensen in het Midden-Oosten, of in sommige culturen die wij primitiever noemen, die dit nog steeds in praktijk brengen. De familie wacht buiten de tent van het pasgetrouwde stel totdat zij de lakens naar buiten geven. Daarom maken ze er een gewoonte van om daarbinnen een kip te slachten, het bloed van de kip op het laken te doen en het naar buiten te geven, zodat de familie weggaat en hun wat privacy geeft. Ik weet niet of dat echt gebeurt of dat het alleen maar iets is wat mij verteld is.
Hoe dan ook, het idee hier is dat de man denkt dat hij met een maagd trouwt. Zij vertelt hem niet dat ze geen maagd is, dus liegt ze tegen hem en bedriegt ze hem. Als ze schuldig is, wordt ze gestenigd, omdat ze een overspelige vrouw is.
Wat vreemd is aan deze wet, en waar ik me zelf niet eens erg prettig bij voel, is dat hij niet ter dood wordt gebracht als bewezen is dat hij over haar liegt, terwijl dat wel zou moeten. De Wet van Mozes bepaalde dat als een valse getuige tegen iemand getuigt en bewezen wordt dat zijn getuigenis vals is, hij gestraft moet worden met de straf die zijn valselijk beschuldigde broeder zou hebben gekregen. Als zijn beschuldiging tegen het meisje in dit geval waar was gebleken, zou zij ter dood zijn gebracht. Als vervolgens blijkt dat zijn getuigenis vals was, zou hij dus ter dood gebracht moeten worden, zo lijkt het.
In plaats daarvan moet hij een hoge boete betalen: honderd sikkels zilver, wat meer dan drie maanden loon zou zijn. Hij moet met haar getrouwd blijven, en hij moet zijn leven lang bij haar blijven. Hij mag niet van haar scheiden. We lezen in dit hoofdstuk over een paar situaties waarin een man al zijn dagen niet van zijn vrouw mag scheiden.
In plaats van dat hij ter dood wordt gebracht, wordt het, denk ik, als een levenslange straf beschouwd. Misschien beschouw je een huwelijk niet als een levenslange straf, tenzij je ongelukkig getrouwd bent. Maar als deze man beschuldigingen tegen zijn vrouw uit waarvan hij hoopt dat ze ertoe zullen leiden dat zij ter dood wordt gebracht, lijkt hij niet erg gelukkig met haar te zijn. Daarom is zijn straf, in plaats van de dood, dat hij haar moet blijven onderhouden, met haar een gezin moet hebben en voor haar moet doen wat een man voor zijn vrouw behoort te doen.
Misschien is dat omdat zij als weduwe achter zou blijven als hij ter dood werd gebracht, en dat zou voor haar een slechte situatie zijn. Ik weet niet precies waarom dit het enige geval in de wet is waarin een man, als hij een valse beschuldiging uit, niet precies dezelfde straf krijgt die degene die hij beschuldigde zou hebben getroffen. Maar misschien zijn er verzachtende omstandigheden. Als de vrouw weduwe zou worden, zou zij dubbel slachtoffer worden wanneer ze inderdaad onschuldig is. Het heeft geen zin dat ze ook haar man verliest, ook al is hij een engerd.
De meeste vrouwen in die tijd hadden liever een man die een engerd was dan helemaal geen man. Het was voor een vrouw moeilijk om zonder man rond te komen. Een weduwe had een zwaar lot in het leven. Daarom werd een man die bij haar bleef, haar onderhield en een vader voor haar kinderen was, zelfs als hij geen erg liefdevolle man was, nog altijd als beter dan niets beschouwd. Zo werd dat soort situatie aangepakt.
Overspel, ondertrouw en verkrachting #
Vers 22:
Wanneer ergens een man aangetroffen wordt terwijl hij met een vrouw slaapt die met een andere man getrouwd is, dan moeten zij beiden sterven, de man die met de vrouw geslapen heeft, en de vrouw. Zo moet u het kwaad uit Israël wegdoen.
Nu is dat een ander onderwerp.
Dit zegt eenvoudigweg dat overspeligen ter dood gebracht moeten worden.
Maar er staat ook:
23Wanneer een meisje nog maagd is, maar wel in ondertrouw met een man, en een andere man treft haar binnen de stad aan en slaapt met haar, 24dan moet u hen beiden naar buiten brengen, naar de poort van die stad, en moet u hen met stenen stenigen, zodat zij sterven; het meisje vanwege het feit dat zij binnen de stad niet om hulp geroepen heeft, en de man vanwege het feit dat hij de vrouw van zijn naaste vernederd heeft. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.
Ze wordt de vrouw van zijn naaste genoemd, hoewel ze strikt genomen niet getrouwd zijn; ze zijn ondertrouwd. Maar dit illustreert iets wat in Bijbelse tijden gold en wat nuttig is om te begrijpen wanneer we de Bijbel lezen: een ondertrouwde vrouw wordt als getrouwd beschouwd. Over het algemeen heeft het ondertrouwde stel nog niet met elkaar geslapen, maar ze zijn aan elkaar verbonden door een overeenkomst tussen de families, die even bindend is als een huwelijksgelofte. Daarom kunnen ze in de meeste gevallen niet echt onder de ondertrouw uit, behalve om dezelfde redenen waarom ze een huwelijk zouden kunnen beëindigen. In het Oude Testament konden dat allerlei redenen zijn. In het Nieuwe Testament bestond daar enige onenigheid over, omdat sommige rabbijnen zeiden dat alleen overspel voldoende grond voor echtscheiding was.
Toen Jozef ontdekte dat Maria, met wie hij ondertrouwd was, zwanger was en aannam dat ze met een man naar bed was geweest, wilde hij van haar scheiden. Dat is in wezen wat je zou doen als je de ondertrouw wilde beëindigen. Het is net als het beëindigen van een huwelijk. Je scheidt van iemand met wie je ondertrouwd bent. De vrouw wordt dus de echtgenote genoemd en haar man wordt haar echtgenoot genoemd.
Voordat we hier commentaar op geven, moeten we de volgende verzen lezen. Er staat:
25Maar als de man het ondertrouwde meisje in het open veld aantreft, en de man haar vastgrijpt en met haar slaapt, dan moet alleen de man die met haar geslapen heeft, sterven. 26Het meisje mag u niets doen, want het meisje heeft geen zonde begaan die de dood verdient . Deze zaak komt immers overeen met het geval dat een man zijn naaste aanvalt en deze om het leven brengt.
Ze is het slachtoffer van een misdrijf, van een gewelddadige aanval.
Hij trof haar namelijk aan in het open veld, en het ondertrouwde meisje riep, maar er was niemand die haar verloste.
Daarbij wordt aangenomen dat dit waar is. Het is mogelijk dat ze ermee instemde, maar niemand weet het en daarom krijgt ze het voordeel van de twijfel.
De wet is anders wanneer de verkrachting in de stad plaatsvindt dan wanneer die op het platteland plaatsvindt, omdat ze in de stad had kunnen roepen. Ze had om hulp kunnen roepen. Als deze seksuele daad plaatsvond waar ze om hulp had kunnen roepen, maar dat niet deed, wordt aangenomen dat het helemaal geen verkrachting was; ze stemde ermee in. Bedenk dat zwijgen als instemming wordt beschouwd. Dat is een rechtsbeginsel in de Joodse wet en in het moderne recht. Het feit dat ze niet riep, betekent dus dat ze geen bezwaar maakte tegen de verhouding. Daarom is er van beide kanten sprake van overspel. Ze worden allebei ter dood gebracht.
Maar in het geval dat het buiten op het platteland gebeurde, kan het zelfs dan met wederzijdse instemming zijn gebeurd, maar niemand weet het. Als ze zegt dat het niet zo was, moet je haar geloven, en niemand kan bewijzen dat ze ongelijk heeft, omdat het gebeurde op een plaats waar niemand haar had kunnen horen als ze had geroepen.
In zekere zin lijkt de vorige wet over de maagd die vals beschuldigd wordt, meer de kant van de man te kiezen dan die van de vrouw. Zij wordt ter dood gebracht als ze werkelijk schuldig is, maar haar echtgenoot wordt niet ter dood gebracht als hij haar vals heeft beschuldigd. Hoewel, nogmaals, zoals ik al zei, de vrouw er misschien de voorkeur aan geeft dat haar echtgenoot niet gedood wordt. Maar deze wet kiest meer de kant van de vrouw. Als het buiten op het platteland plaatsvindt, wordt de man gedood. Iedereen weet dat hij het met opzet deed. Wat haar betreft: zij kan het ook met opzet hebben gedaan, maar ze weten het niet en ze moeten haar het voordeel van de twijfel geven. Ze wordt voor onschuldig gehouden, omdat niemand kan bewijzen dat ze schuldig is. Dat is iets positiefs.
Het is heel anders dan de islamitische wet. Voor zover ik het begrijp, wordt een vrouw in een islamitisch land, als ze verkracht wordt, daarvoor zo ongeveer ter dood gebracht, tenzij ze het kan bewijzen. Ik geloof dat ze zoiets als vier getuigen nodig heeft die kunnen bewijzen dat ze verkracht is. Vier mannen moeten getuigen dat ze verkracht is. Daar geldt een totaal andere maatstaf, een zeer vrouwvijandige tendens in de islamitische wet. Maar hier wordt de vrouw werkelijk eerlijk behandeld. Hoewel ze schuldig zou kunnen zijn, wordt ze voor onschuldig gehouden, aangezien niemand kan bewijzen dat ze schuldig is.
Seks met een niet-ondertrouwde vrouw #
Vers 28:
Wanneer een man een meisje aantreft, een maagd die niet in ondertrouw is, en hij grijpt haar en slaapt met haar, en zij worden ontdekt,
Hier hebben we een andere situatie. We hadden een getrouwd stel, dat wil zeggen: een getrouwde vrouw die met iemand anders dan haar echtgenoot slaapt, en ze worden allebei ter dood gebracht. Een ondertrouwde vrouw die met een man slaapt, zal, als het in de stad gebeurt, samen met hem ter dood worden gebracht. Als het op het platteland gebeurt, wordt alleen hij ter dood gebracht.
Nu hebben we een situatie waarin de jonge vrouw niet ondertrouwd is. Ze is niemands eigendom. Niemand heeft als het ware aanspraak op haar gemaakt.
dan moet de man die met haar geslapen heeft, aan de vader van het meisje vijftig zilverstukken geven, en zij zal hem tot vrouw zijn, omdat hij haar vernederd heeft. Hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen.
Sommigen hebben gedacht dat dit een hardvochtige wet voor het meisje is, omdat ze hier met haar verkrachter moet trouwen. Vermoedelijk gaat het hier om verkrachting, omdat er staat dat hij haar grijpt en met haar slaapt. Hoewel dit misschien het soort situatie is waarin het in de stad gebeurt, en dat zou meestal zo zijn. Dit zou buiten op het platteland niet zo vaak gebeuren.
Misschien vond ze het niet erg om gegrepen en op die manier gebruikt te worden, als ze niet om hulp riep. Ik weet het niet. Het is moeilijk te zeggen wat hier wordt verondersteld. Maar uit een andere wet, die eerder in Exodus werd gegeven, weten we wel dat de vader van het meisje in zo’n geval kon weigeren de man toestemming te geven om met haar te trouwen. Het was dus niet absoluut noodzakelijk dat dit huwelijk plaatsvond. En als de vader van het meisje, zelfs op haar verzoek, weigerde het huwelijk te laten plaatsvinden, dan hoefde ze niet met hem te trouwen.
Maar zowel in dit geval als in het geval van de man die zijn vrouw er ten onrechte van had beschuldigd dat ze geen maagd was, wordt ons in vers 19 en vers 29 gezegd: „Hij mag haar al zijn dagen niet wegsturen.”
Dat dit als een bijzondere omstandigheid wordt genoemd, betekent dat echtscheiding in veel andere gevallen was toegestaan. Misschien niet in elk ander geval, maar er waren bepaalde gevallen waarin echtscheiding was toegestaan. Deze moesten worden genoemd omdat het uitzonderingen waren. In deze gevallen zou echtscheiding niet worden toegestaan.
Ik zeg dat omdat de enige echte, rechtstreekse wetgeving over echtscheiding die we in het Oude Testament hebben, en die we in hoofdstuk 24 van Deuteronomium zullen tegenkomen, onduidelijk is. Sommige mensen zijn van mening geweest dat die echtscheiding eigenlijk niet toestaat, en sommigen hebben gezegd dat God echtscheiding nooit heeft toegestaan. Maar het lijkt mij dat wanneer er wordt gezegd dat een man in deze bijzondere gevallen nooit van zijn vrouw mag scheiden, dit erop wijst dat er, als het niet zo’n geval was, omstandigheden konden zijn waarin hij dat misschien wel mocht. Het is een bijzondere straf die aan dit specifieke soort misdrijf wordt toegevoegd.
Wie tot de gemeente mocht toetreden #
Nu hoofdstuk 23:
1Iemand die door kneuzing aan het geslachtsdeel gewond is of van wie het geslachtsdeel is afgesneden, mag niet in de gemeente van de HEERE komen. 2Een bastaard mag niet in de gemeente van de HEERE komen; zelfs zijn nakomelingen van de tiende generatie mogen niet in de gemeente van de HEERE komen.
3Een Ammoniet of Moabiet mag niet in de gemeente van de HEERE komen; zelfs hun nakomelingen van de tiende generatie mogen tot in eeuwigheid niet in de gemeente van de HEERE komen, 4vanwege het feit dat zij u onderweg niet met brood en water tegemoetgekomen zijn, toen u uit Egypte kwam, en omdat hij Bileam, de zoon van Beor, uit Pethor in Mesopotamië, tegen u ingehuurd heeft om u te vervloeken.
Dat wil zeggen: de Moabieten.
5De HEERE, uw God, echter wilde niet naar Bileam luisteren, maar de HEERE, uw God, heeft de vloek voor u in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad. 6U mag de vrede en het goede voor hen niet zoeken, al uw dagen, tot in eeuwigheid.
7U mag van de Edomiet geen afschuw hebben, want hij is uw broeder. U mag van de Egyptenaar geen afschuw hebben, want u bent een vreemdeling geweest in zijn land. 8Wat de kinderen betreft die bij hen geboren worden: de derde generatie mag in de gemeente van de HEERE komen.
Sommige, maar niet al deze regels in de eerste acht verzen zijn eerder aan de orde gekomen, in Leviticus 21 vers 20 en in hoofdstuk 22, vers 5 en 6, enzovoort. Het is eigenlijk iets ceremonieels. Als iemand niet in staat is zich voort te planten, als iemand ontmand is, dan kan hij geen vrucht dragen. Ik geloof dat zijn toestand in geestelijk opzicht overeenkomt met iemand die geestelijk onvruchtbaar is. Iemand die uit een buitenechtelijke verbintenis geboren is, komt in geestelijk opzicht overeen met iemand die geen ware zoon van God is.
Denk eraan, in Hebreeën hoofdstuk 12 staat:
Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.
Ik denk dat dit ceremoniële beperkingen zijn die een tegenhanger hebben in iets geestelijks. En bedenk dat het feit dat ze de gemeente van de Heere niet mochten binnengaan, niet betekent dat ze niet behouden konden worden. Het betekent alleen dat ze in de rituelen van de tabernakel een rol hadden, en hun rol was dat ze buitengesloten werden, om deze verschillende boodschappen over te brengen die geestelijke tegenhangers hadden.
De Ammonieten en de Moabieten worden tot tien generaties lang als slechteriken behandeld. Dat zou betekenen dat als je acht of negen generaties terug een voorouder had die een Ammoniet of een Moabiet was, je de tabernakel niet mocht binnengaan. David had een overgrootmoeder die een Moabitische was, Ruth. Maar waarschijnlijk omdat zij de vrouw was en niet de man binnen het echtpaar, werd hun nakomeling, Obed, niet als een Moabiet beschouwd, maar als iemand uit Bethlehem in Judea, ook al had hij een Moabitische moeder. Ik denk dat het hebben van een moeder uit een van deze volken je afstammingslijn niet noodzakelijkerwijs aantastte. In Davids geval blijkbaar niet. Als je vader een Moabiet was, dan was jij een Moabiet. Zo werd het volgens mij beschouwd.
De Edomieten en de Egyptenaren mochten niet verafschuwd worden. Ik weet niet zeker waarom. De Edomieten waren ongeveer even nauw aan Israël verwant als de Moabieten en de Ammonieten. Ook verboden de Edomieten Israël door hun land te trekken, net zoals de Moabieten dat deden. Maar er rustten bijzondere vervloekingen op de Moabieten omdat zij Bileam hadden ingehuurd, terwijl de Edomieten zoiets niet hadden gedaan. Daarom werden zij slechts drie generaties lang van de tabernakel uitgesloten, niet tien. Hetzelfde gold voor de Egyptenaren. Je mag een Egyptenaar niet verafschuwen, omdat je een vreemdeling in zijn land bent geweest.
De waarheid is natuurlijk dat je een slaaf in zijn land bent geweest, maar dat is niet wat hier wordt benadrukt. Je was een gast in zijn land. Het is waar dat je uiteindelijk tot slaaf werd gemaakt, maar er was een periode waarin de Israëlieten onder de gunst van de Egyptenaren leefden, toen Jozef nog leefde.
Toen de Israëlieten voor het eerst naar Egypte gingen, werden ze gunstig behandeld. Ze waren vreemdelingen die gastvrij werden opgevangen in het land Egypte. Ja, de situatie sloeg om, maar ze moesten onthouden dat ze ook een zekere dankbaarheid aan Egypte verschuldigd waren vanwege de gastvrijheid die hun was betoond. Daarom werden de Egyptenaren maar drie generaties lang van de tabernakel uitgesloten.
Reinheid en hygiëne in het legerkamp #
Nu vers 9:
Wanneer het leger uittrekt tegen uw vijanden, moet u op uw hoede zijn voor elke kwalijke zaak.
Wanneer jouw leger tegen je vijanden uittrekt:
Blijf dan uit de buurt van alles wat slecht is.
Wanneer er onder u iemand is die niet rein is door iets wat 's nachts per ongeluk is gebeurd, dan moet hij buiten het kamp gaan. Hij mag niet binnen het kamp komen.
Dat betekent een natte droom.
En tegen het vallen van de avond moet het zó zijn dat hij zich met water wast; en als de zon ondergegaan is, mag hij weer binnen het kamp komen.
Met andere woorden, een natte droom maakte een man tot de avond onrein. Hij moest de gebruikelijke dingen doen, zoals zich met water wassen. Maar dit geldt ook als hij aan het strijden was. Dit gaat over de tijd dat ze in oorlog zijn en hun kamp op het slagveld hebben opgeslagen. Hij moet zich terugtrekken uit de strijd en het kamp verlaten, totdat hij hiervan weer gereinigd is.
Maar in vers 12 staat:
12U moet ook een plaats hebben buiten het kamp. Daar moet u naartoe gaan, buiten het kamp . 13U moet bij uw uitrusting ook een schepje hebben, en het moet zó zijn dat u daarmee een gat graaft wanneer u buiten het kamp gaat zitten. Daarna moet u zich omkeren en uw uitwerpselen bedekken.
Dus wanneer je je ontlast — dit geldt voor mensen in het kamp. Ze zullen niet meer in de woestijn kamperen, maar in huizen wonen. Maar wanneer ze ten strijde trekken en tegenover vijanden hun kamp opslaan, moeten ze een manier hebben om hun ontlasting kwijt te raken. Ze mogen die niet gewoon op de grond laten liggen, zoals dieren dat doen.
En Hij zegt:
Want de HEERE, uw God, wandelt binnen uw kamp om u te redden en uw vijanden aan u over te geven. Daarom moet uw kamp heilig zijn, opdat Hij niet iets schandelijks bij u ziet en Zich van u afkeert.
De beeldspraak daar klinkt bijna alsof God zegt: „Ik loop rond in jullie kamp. Ik wil niet hoeven opletten waar Ik Mijn voeten neerzet. Jullie moeten je rommel bedekken.”
Bescherming van gevluchte slaven #
15U mag een slaaf die bij zijn meester wegloopt en bij u redding zoekt, niet aan zijn meester uitleveren. 16Hij mag bij u blijven, in uw midden, in de plaats die hij uitkiest, binnen een van uw poorten, waar hij het goed heeft. U mag hem niet uitbuiten.
Dat is een interessante wet, gezien het feit dat een slaaf als eigendom werd beschouwd. Er is ons verteld dat als het dier van een naaste afdwaalt, je het dier bij hem moet terugbrengen. Dat geldt ook voor al het andere wat van hem is: zijn kledingstuk of iets anders. Zijn rund, zijn ezel en zijn kledingstuk werden genoemd. Alles wat je vindt en wat van je naaste is, moet je bij hem terugbrengen. Maar dat gold blijkbaar niet voor slaven. Hoewel slavernij onder de wet dus was toegestaan, werd een slaaf die erin slaagde bij zijn meester weg te komen, beschouwd als iemand die ontsnapt was, en hij was vrij. Je mocht hem niet naar zijn meester terugsturen.
Nu denk je misschien: welke gevolgen heeft dit dan bijvoorbeeld voor het boek Filemon? Daar was een slaaf genaamd Onesimus weggevlucht bij een meester genaamd Filemon en bij Paulus terechtgekomen. Paulus had hem bekeerd en liet hem naar zijn meester teruggaan. Paulus zei inderdaad tegen hem dat hij naar zijn meester moest teruggaan, maar Paulus bracht hem niet naar zijn meester. Paulus zat op dat moment zelfs gevangen. Paulus dwong hem dus niet om terug te gaan. Hij kon hem niet dwingen om terug te gaan. Paulus raadde hem aan terug te gaan, omdat daar een verbroken relatie was. Zowel de slaaf als de meester waren christenen, en er was door deze zaak onenigheid tussen hen. Er lijken in Filemon aanwijzingen te zijn dat Onesimus, toen hij bij Filemon wegliep, ook dingen van hem had gestolen. De zaken moesten dus worden rechtgezet.
Paulus drong er bij Filemon op aan Onesimus terug te ontvangen en misschien, zoals impliciet wordt aangegeven, hem zelfs vrij te laten. Hij drong er bij Onesimus op aan terug te gaan, maar dat zou nog altijd een vrijwillige daad van Onesimus zijn. Hij was een vrij man en kon gaan waarheen hij wilde. Paulus bracht hem dus niet werkelijk terug naar zijn meester. Hij raadde hem alleen aan naar zijn meester terug te gaan, en we nemen aan dat hij dat deed.
Tempelprostitutie, vuil geld en rente #
Vers 17:
Er mag onder de dochters van Israël geen hoer zijn; en er mag geen schandknaap zijn onder de zonen van Israël.
Daarmee wordt natuurlijk in feite een mannelijke prostituee bedoeld. Beide maakten deel uit van heidense religieuze praktijken.
U mag geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE, uw God, brengen ter inlossing van welke gelofte dan ook, want die zijn beide een gruwel voor de HEERE, uw God.
Een hond was een benaming die ze voor een mannelijke prostituee gebruikten.
Ook dit is eenvoudigweg een nadere uitwerking van het vorige vers. In Israël mochten ze geen tempelprostituees inzetten, mannen noch vrouwen. Ook mocht het geld dat daarmee verdiend werd niet worden gebruikt om de aanbidding van God te ondersteunen. De heidense godsdiensten brachten geld bijeen voor het onderhoud van hun religieuze cultus door middel van de prostituees in hun tempels.
Maar er staat:
Je mag geen hoerengeld of geld voor een hond meenemen naar het huis van de Heer, je God, om daarmee een gelofte in te lossen, want de Heer, je God, vindt ze allebei afschuwelijk.
Je brengt dus geen vuil geld naar de tempel. Je ondersteunt de bediening van God niet met onrechtmatig verkregen inkomsten.
Ondersteun de dienst van God dus niet met onrechtmatig verkregen geld, in dit geval de opbrengsten van prostitutie. Misschien is het voornaamste punt hier dat ze niet moesten beginnen met het overnemen van de heidense vormen van aanbidding, waarin prostitutie werd gezien als een middel om die aanbidding mede te bekostigen. Maar in het algemeen denk ik dat als de gemeente weet dat een gift die haar wordt aangeboden, verkregen is door een misdaad of op een andere verkeerde manier, het geen goed geld is. Ik denk dat een gemeente zo’n gift waarschijnlijk zou moeten weigeren.
Vers 19:
19U mag van uw broeder geen rente vragen: rente over geld, rente over voedsel of rente over enig ding waarover men rente betaalt. 20Van de buitenlander mag u rente vragen, maar van uw broeder mag u geen rente vragen, opdat de HEERE, uw God, u zegent in alles wat u ter hand neemt in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen.
We hebben het al eerder over rente gehad. Dat onderwerp is eerder aan de orde gekomen.
Geloften aan God moeten worden nagekomen #
21Wanneer u de HEERE, uw God, een gelofte gedaan hebt, mag u niet aarzelen die na te komen, want de HEERE, uw God, zal dat zeker van u eisen, en dan zou er zonde in u zijn. 22Maar als u ervan afziet een gelofte te doen, is er geen zonde in u. 23Wat er over uw lippen komt, moet u houden en doen, net als wanneer u de HEERE, uw God, een vrijwillige gave beloofd hebt, iets wat u met uw eigen mond gesproken hebt.
Dat wil zeggen: er is geen wet die eist dat je geloften aflegt. Maar als je wel een gelofte aflegt, moet je je beslist aan je gelofte houden. Want je bent vrijwillig een verplichting aangegaan, en God verwacht dat je een eerlijk mens bent die zijn beloften nakomt.
In Prediker spreekt Salomo ook over dit onderwerp. Hij heeft het over geloften. Hoofdstuk 5, vers 1:
1Wees niet te snel met uw mond, en laat uw hart zich niet haasten een woord te uiten voor het aangezicht van God. Want God is in de hemel en u bent op de aarde. Laat daarom uw woorden weinig in aantal zijn. 2Want zoals de droom komt door veel bezigheid, zo ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden. 3Wanneer u aan God een gelofte doet, stel dan niet uit die na te komen, want Hij heeft geen welgevallen aan dwazen. Kom na wat u belooft. 4Het is beter dat u niet belooft, dan dat u belooft maar niet nakomt. 5Sta uw mond niet toe, uw vlees te doen zondigen. Zeg ook niet in de tegenwoordigheid van de engel: dat was een vergissing. Waarom zou God zeer toornig worden om wat u zegt, en het werk van uw handen te gronde richten? 6Want zoals er in een veelheid aan dromen veel vluchtigs is, zo is het ook met de veelheid van woorden. Daarom: vrees God!
Het idee is dus dat je geen gelofte moet afleggen en later moet zeggen: ‘Nou, ik heb een fout gemaakt. Dat was echt niet iets wat ik had moeten zeggen. Ik wil dat nu niet geven.’ Dat is geen excuus dat God zal aanvaarden. Als je God iets belooft, moet je je eraan houden.
Dwaze geloften en vergeving #
Onlangs vroeg iemand mij nog naar christenen die geloften afleggen. Vaak zal een jonge christen een dwaze gelofte afleggen die hij in werkelijkheid onmogelijk kan nakomen, zoals: ‘Ik zal altijd, voor eeuwig, mijn hele leven lang zoiets doen. Ik ga de rest van mijn leven elke dag om drie uur ’s morgens opstaan en veertig uur lang bidden.’ In zijn ijver kan een jonge christen het gevoel hebben dat dit iets is wat hij kan doen, om er vervolgens achter te komen dat hij dat echt niet kan.
Sommige mensen zouden zeggen: ‘Nou, dan moet je het toch doen.’ Eerlijk gezegd: als je je gelofte kunt nakomen, kom die dan na. Maar ik denk dat er momenten zijn waarop God erkent dat onvolwassen mensen niet weten wat ze zeggen. Als Jezus de mensen die Hem kruisigden kon vergeven omdat ze niet wisten wat ze deden, dan zou ik denken dat er ook minder ernstige dingen zijn die mensen doen zonder te weten wat ze doen, en die God eveneens zou vergeven. Hoewel er iets voor te zeggen valt dat je je gelofte nakomt, hoe moeilijk dat ook is, heb je soms eenvoudigweg de verkeerde gelofte afgelegd. Je was niet goed geïnformeerd.
Dit kwam onlangs ter sprake in een gesprek dat iemand met mij voerde: wat als een christelijk meisje tot geloof komt en zegt: ‘O God, ik zal nooit trouwen. Ik zal voor U ongehuwd blijven’? Dat is een moeilijke kwestie. Maar persoonlijk denk ik dat iemand die later beseft: ‘Ik heb dwaas gesproken. Ik was overhaast. God, vergeef me daarvoor, want ik denk dat ik het verkeerde heb gedaan,’ daarvoor vergeving kan ontvangen. Het is geen onvergeeflijke zonde.
Maar bedenk dat als een meisje in Numeri 30 een gelofte deed, haar vader die nietig kon verklaren. Dan rustte er geen schuld op haar als ze zich er niet aan hield. Haar vader kon die nietig verklaren op de dag dat hij ervan hoorde. Ook de man van een vrouw kon dat doen. Wanneer een man een gelofte deed, moest hij zich eraan houden. Maar nogmaals, zodra duidelijk wordt dat het verkeerd zou zijn om je aan een gelofte te houden, en dat het tegen de wil van God ingaat omdat je iets hebt beloofd zonder genoeg van de situatie af te weten, denk ik dat iemand zich van zo'n gelofte kan bekeren en eenvoudig kan zeggen: ‘God, ik heb een fout gemaakt. Vergeef me.’ Het is een zonde. De gelofte zelf was een zonde, omdat ze aanmatigend was. Maar het is moeilijk om daarover te beslissen, want nergens in de Bijbel staat specifiek wat ik zojuist heb gezegd. Maar iemand merkte tegen me op dat het enigszins lijkt op een klein kind dat tegen zijn vader of moeder zegt: ‘Mama, ik ga nooit trouwen. Ik blijf gewoon hier en zal mijn hele leven voor je zorgen.’ Welnu, de moeder weet dat het kleine kind niet werkelijk een weloverwogen belofte doet. Het kind weet niet eens wat het belooft. Natuurlijk zou een ouder een kind daarvan ontslaan, omdat de ouder beseft dat degene die de gelofte deed niet wist waar die het over had. Ik denk dat God niet minder genadig is dan dat.
Het komt tamelijk vaak voor—niet altijd, maar wel tamelijk vaak—dat ijverige jonge christenen geloften aan God doen waarvan ze later, nadat ze geestelijk wat volwassener zijn geworden, beseffen dat ze dwaas en misschien zelfs verkeerd waren. Ik kreeg een vrouw aan de telefoon die vertelde dat ze, toen ze pas tot geloof was gekomen, had beloofd dat ze elke zondag naar de kerk zou gaan. Nu voelde ze zich daaraan gebonden. De kerk waartoe ze behoorde, was de Rooms-Katholieke Kerk. Ze begon het gevoel te krijgen dat dit misschien niet eens de juiste kerk voor haar was. Toch was dat de kerk waar ze had beloofd te zullen zijn. Wat moet je dan doen?
Persoonlijk denk ik dat er momenten zijn waarop het in orde zou zijn om zo'n gelofte te verbreken, omdat het verkeerd was om die gelofte te doen. Maar dat is niet hetzelfde als een huwelijksgelofte. Dat is een verbond. Een huwelijksgelofte is niet zomaar een gelofte. Het is een verbond dat je aangaat, en dat is iets anders. Het verbreken van huwelijksgeloften komt in hoofdstuk 24 aan de orde. We zijn daar nog maar een paar verzen van verwijderd, maar we komen er later op terug.
Eten van andermans wijngaard en koren #
In vers 24 en 25 staat:
24Wanneer u in de wijngaard van uw naaste komt, mag u druiven eten naar hartenlust, tot verzadiging toe; maar u mag niets in uw tas doen. 25Wanneer u in het staande koren van uw naaste komt, mag u met uw hand aren plukken; maar u mag niet de sikkel slaan in het staande koren van uw naaste.
Met andere woorden, als je arm was, was het in Israël nogal moeilijk om van honger om te komen. Je kon iemands korenveld of wijngaard binnengaan, aangenomen dat het de juiste tijd van het jaar was, wat voedsel plukken en het opeten. Je mocht ervan eten, maar je mocht het niet oogsten. Je mocht niet met een grote mand naar binnen gaan en een voorraad graan, druiven of wat dan ook voor een maand mee naar huis nemen. Dat was niet van jou. Je mocht eten wat je nodig had terwijl je erdoorheen liep. Je mocht ervan proeven. Terwijl je over de weg verderging, mocht je eten wat je nodig had, maar je mocht er niet binnengaan en doen alsof het je eigen terrein was.
Deze bepaling was er natuurlijk met het oog op reizigers en armen, zodat zij geen honger zouden lijden. Je herinnert je dat de discipelen van Jezus in Mattheüs 12 vers 1 door enkele korenvelden liepen.
In die tijd ging Jezus op een sabbat door de korenvelden, en Zijn discipelen hadden honger en begonnen aren te plukken en te eten.
Het was niet hun veld. Ze aten het graan van iemand anders. Welnu, dat was wettig. Dat mochten ze doen. Ze werden bekritiseerd omdat ze het op de sabbat deden. De Farizeeën vonden dat te veel werk om op de sabbat te doen. Maar het was niet verkeerd om het graan van iemand anders te nemen. Dat werd hier in de wet toegestaan.
Er werd ook van uitgegaan dat je, als je een boerderij of wijngaard had, er geen bezwaar tegen had dat vreemdelingen ervan aten, zolang ze maar geen aanzienlijk deel meenamen. Wanneer we terugkomen, gaan we verder met hoofdstuk 24 en de wet betreffende echtscheiding.
Herkomst
Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.
Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Deuteronomy 22 - 23. Beluister het origineel.
De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.
Delen
Richt de camera van je telefoon op de code en de lezing opent daar — handig om verder te luisteren onderweg.
versvoorvers.org/deuteronomium/22-23
De link werkt overal: in een app, in een mail, of geplakt in een gesprek. Wie hem opent komt op deze lezing uit, met de tekst en de opname erbij.
De lezing als leesuitgave: de volledige tekst met de bijbelteksten en een inhoudsopgave, om af te drukken en met een pen in te werken.
media.versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.pdf?v=57aa618bde22
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Deuteronomium - Lezing 10 - 22-23.pdf
MP3
De opname zelf, met hoofdstukken en omslag erin. Speelt in elke app en werkt zonder internet.
media.versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.mp3?v=65cb4f912f1c
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Deuteronomium - Lezing 10 - 22-23.mp3
Deuteronomium
Alle lezingen over Deuteronomium. De ring laat zien hoever je in elke lezing bent.
- 1 Inleiding Mozes herhaalt de wet voor Israël
- 2 1-3 Israël weigert Kanaän, verslaat Sihon en Og
- 3 4 Niets toevoegen aan Gods geboden
- 4 5-6 Tien Geboden en Gods woorden doorgeven
- 5 7-9 God geeft het land, niet Israëls kracht
- 6 10-12 Mozes roept Israël op God alleen te dienen
- 7 13-15 Afgoderij, tienden en zorg voor de armen
- 8 16-18 Feesten, rechters, priesters en profeten
- 9 19-21 Vrijsteden en wetten voor oorlog en recht
- 10 22-23 Mannen- en vrouwenkleding per cultuur
- 11 24-26 Een verstoten vrouw niet terugnemen
- 12 27-28 Zegen of vloek voor het volk Israël
- 13 29-30 Mozes vernieuwt het verbond: leven of dood
- 14 31-32 Jozua neemt over, Israël leert Mozes' lied
- 15 33-34 Mozes zegent de stammen en sterft
Ondertitels
De uitgesproken tekst met tijdcodes, op dezelfde klok als de opname. Voor wie de video zelf ondertitelt of de lezing in een editor naast het geluid wil leggen.
media.versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.srt?v=fd7a430c87f3
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Wordt opgeslagen als Vers voor Vers - Deuteronomium - Lezing 10 - 22-23.srt
de platte tekst
Dezelfde lezing als Markdown: titel, gegevens, hoofdstukindeling en de volledige tekst, zonder opmaak. Bedoeld om door te geven aan een taalmodel of in een editor te openen.
versvoorvers.org/deuteronomium/22-23.md
Deel deze link en de ander kan het bestand daar zelf ophalen — handig in een bericht of een mail, waar het bestand zelf vaak te groot voor is.
Link naar dit stuk
Wie deze link opent komt op deze lezing uit en springt meteen naar dit stuk tekst, dat daar even oplicht. De opname begint niet vanzelf — de lezer bepaalt zelf of hij ook wil luisteren.
Hoofdstukken
Kies een hoofdstuk en de opname springt daarheen.
Bijbelteksten
Alle teksten die in deze lezing langskomen, in de volgorde waarin ze aan bod zijn.
- Deuteronomium 22:1-4
- Exodus 23:4-5
- Deuteronomium 22:5
- 1 Korinthe 11:16
- Deuteronomium 22:6-7
- Deuteronomium 22:8
- Deuteronomium 22:9-11
- 2 Korinthe 6:14
- Deuteronomium 22:12
- Deuteronomium 22:13-21
- Deuteronomium 22:22
- Deuteronomium 22:23-24
- Deuteronomium 22:25-26
- Deuteronomium 22:27
- Deuteronomium 22:28
- Deuteronomium 22:29
- Deuteronomium 23:1-2
- Deuteronomium 23:3-4
- Deuteronomium 23:5-6
- Deuteronomium 23:7-8
- Hebreeën 12:8
- Deuteronomium 23:9
- Deuteronomium 23:10
- Deuteronomium 23:11
- Deuteronomium 23:12-13
- Deuteronomium 23:14
- Deuteronomium 23:15-16
- Deuteronomium 23:17
- Deuteronomium 23:18
- Deuteronomium 23:19-20
- Deuteronomium 23:21-23
- Prediker 5:1-6
- Deuteronomium 23:24-25
- Mattheüs 12:1