Zacharia lezen: nachtgezichten, de Spruit en de goede Herder
Zacharia moedigde de teruggekeerde ballingen aan om de tempel af te bouwen. Zijn vreemde visioenen hebben volgens Steve Gregg vaak een eenvoudige boodschap, en zijn laatste hoofdstukken kijken vooruit naar de Messias.

Zacharia is een van de moeilijkere boeken van de kleine profeten. Er komen ruiters, hoorns, een vliegende boekrol, een vrouw in een efa en strijdwagens in voor, en de laatste hoofdstukken lijken over een heel andere tijd te gaan dan de eerste. Steve Gregg laat zien dat de vreemde beelden vaak een eenvoudige boodschap hebben, en dat het boek uiteindelijk naar Christus en Zijn gemeente wijst.
De tien Nederlandstalige lezingen over Zacharia volgen het boek van begin tot eind, met een aparte inleiding en twee lezingen over het laatste hoofdstuk.
Een profeet bij de herbouw van de tempel
De inleiding plaatst Zacharia in de tijd na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap. Samen met Haggaï spoorde hij het volk aan om de tempel te voltooien. Gregg bespreekt de afkomst van de profeet en gaat uitvoerig in op de vermoorde Zacharia uit Mattheüs 23; voor de aanduiding ‘zoon van Berechja’ vindt hij een overschrijffout de waarschijnlijkste verklaring. Hij schetst de opbouw van het boek: acht nachtelijke visioenen, de kroning van Jozua, antwoorden op vragen over vastendagen en twee afsluitende godsspraken. Gregg verdedigt Zacharia als auteur van het hele boek.
Visioenen in de nacht
In Zacharia 1 en 2 gaat het over de oproep tot bekering en de eerste drie visioenen. De paarden beelden volgens Gregg uit dat God weet hoe het met de volken gesteld is, en de hoorns en smeden laten zien dat Hij Israëls onderdrukkers zal laten verslaan. Gregg benadrukt daarbij dat voorspoed en tegenspoed op zichzelf niet aangeven of God tevreden is over iemand. Het Jeruzalem zonder muren, waarvoor God Zelf een muur van vuur is, verstaat hij als de gemeente, waarin ook gelovigen uit de heidenvolken worden opgenomen.
Zacharia 3 en 4 begint bij de hogepriester Jozua, die Israël vertegenwoordigt. Het vervangen van zijn vuile kleren beeldt Gods vergeving uit. Gregg verbindt dit met Christus’ overwinning aan het kruis, waardoor de aanklachten van satan bij God geen gehoor meer vinden. De Spruit en de steen met zeven ogen zijn voor hem beelden van Christus.
Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij: Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel: Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten.
— Zacharia 4:6, Herziene Statenvertaling
In de lezing over Zacharia 3 en 4 legt Gregg uit dat dit woord een bemoediging was voor Zerubbabel, die de leiding had over de herbouw van de tempel. Het project leek hem boven het hoofd te groeien, maar de berg voor hem zou een vlakte worden. De olie die uit de olijfbomen naar de lamp stroomt, staat voor Gods Geest, Die het werk gaande houdt tot het af is. Bij de twee olijfbomen weegt Gregg verschillende verklaringen en geeft hij zelf de voorkeur aan de profeten Haggaï en Zacharia.
In Zacharia 5 en 6 komen de laatste visioenen aan bod. De vliegende boekrol en de vrouw in de efa zijn waarschuwingen dat God zonde in de teruggekeerde gemeenschap niet zal dulden; Gregg verbindt ze met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70. In de kroning van Jozua ziet hij een voorafbeelding van Jezus, de Spruit, Die Koning en Priester is en de gemeente bouwt als een geestelijke tempel.
Vasten of feesten
Zacharia 7 en 8 begint met een vraag: moeten de Joden hun vastendagen na de ballingschap blijven houden? In de antwoorden benadrukt Gregg dat God gerechtigheid, barmhartigheid en gehoorzaamheid verlangt, en dat verdriet over de gevolgen van zonde nog geen echte bekering is. De verandering van vastendagen in feesten verbindt hij met de overgang van het oude naar het nieuwe verbond, waarin vergeving van zonden reden geeft tot vreugde.
De Koning en de Herder
Met hoofdstuk 9 begint het tweede deel van het boek, dat vooruitkijkt. Zacharia 9 en 10 leest Gregg tegen de achtergrond van Alexander de Grote en de opstand van de Makkabeeën, toen God de tempel beschermde. De Koning die op een ezel komt, verbindt hij met Jezus’ intocht in Jeruzalem en met Zijn heerschappij, die zich door de verkondiging van het Evangelie uitbreidt.
Zacharia 11 is volgens Gregg een profetie over de verwerping van Jezus. Zacharia treedt op als herder en beeldt daarmee Christus uit. Het breken van de twee staven betekent het einde van Israëls bevoorrechte verbondspositie, en de dertig zilverstukken laten zien hoe laag Jezus werd gewaardeerd toen Judas Hem verraadde.
In Zacharia 12 en 13 gaat het niet over de wederkomst, zegt Gregg, maar over de tijd van de Makkabeeën, de eerste komst van Christus en het oordeel over Jeruzalem in het jaar 70. De rouw om de doorstoken Messias en de bron tegen zonde en onreinheid verbindt hij met Jezus’ kruisdood, Pinksteren en de bekering van Joden tot Christus. De wonden in Zacharia 13:6 betrekt hij op een voormalige valse profeet, niet op Jezus.
De dag van de HEERE
De eerste lezing over het slothoofdstuk, Zacharia 14:1-5, verklaart de strijd om Jeruzalem als de verwoesting van de stad in het jaar 70. Gods staan op de Olijfberg verstaat Gregg, aan de hand van Ezechiël, als het verlaten van Jeruzalem. Het splijten van de berg is beeldspraak voor de uitweg die God Zijn volk bood: de christenen konden naar het oosten vluchten en ontkwamen aan het oordeel.
In Zacharia 14:6-21 ziet Gregg het gelovige overblijfsel voortbestaan als de gemeente, het geestelijke Jeruzalem. Het levende water verbindt hij met de Heilige Geest, en het Loofhuttenfeest met het christelijke leven, waarin gelovigen met God onderweg zijn naar hun blijvende woning. Dat zelfs de kookpotten heilig zijn, betekent dat heel het leven God toebehoort.
De hele reeks over Zacharia begint bij een kleine groep ballingen die een tempel herbouwt, en eindigt bij een volk waarin alles aan de Heere gewijd is.

