Bij het Bijbelboek

Obadja lezen: het oordeel over Edom en het koningschap van de Heere

Obadja is het kortste boek van het Oude Testament. Het richt zich tegen Edom, het broedervolk dat meedeed toen Jeruzalem werd geplunderd, en eindigt met de belofte dat het koningschap van de Heere zal zijn.

Mijn VVV
Artistieke voorstelling van mensen op een rotsrichel bij woningen die in steile rode rotswanden zijn gebouwd, terwijl beneden een stoet mensen met ezels door een kloof trekt.
Edom woonde hoog in de rotskloven en voelde zich daar veilig. Illustratie gemaakt met AI.

Obadja is het kortste boek van het Oude Testament. Net als Jona en Nahum is het een profetie tegen een heidens volk, in dit geval Edom. In de Nederlandstalige lezing over Obadja bespreekt Steve Gregg het hele boek in één keer.

Twee broers, twee volken

Gregg begint bij Jakob en Ezau. Uit Jakob kwam Israël voort, uit Ezau het volk Edom. Ze waren nauw verwant, maar de Edomieten waren altijd vijandig tegenover Israël. Toen Juda in 586 voor Christus door de Babyloniërs werd verwoest, toonde Edom geen medeleven. De Edomieten waren blij en deden zelfs mee aan de plundering van Jeruzalem. Volgens Gregg is het boek geschreven tussen die gebeurtenis en 582, toen de Babyloniërs ook Edom binnenvielen.

Nesten tussen de sterren

De hoofdstad van Edom was een rotsstad, Sela of Petra, met woningen hoog in steile wanden en een nauwe doorgang die makkelijk te verdedigen was. In de lezing over Obadja 1 laat Gregg zien hoe die veiligheid Edom overmoedig maakte. ‘Al bouwde u uw nest tussen de sterren, ook vandaar zou Ik u neerhalen.’ Hij noemt dit een hyperbool en vergelijkt het met Jesaja 14 over de koning van Babel en met Jezus’ woorden over Kapernaüm. Daarbij legt hij uit dat het woord Lucifer in Jesaja 14 uit het Latijn komt, morgenster betekent en op de koning van Babel slaat.

Wat u gedaan hebt

Obadja verwijt Edom dat het aan de kant stond toen vreemden Jeruzalem binnentrokken, en dat het vluchtelingen op de kruispunten opwachtte en uitleverde. Ze lieten het niet alleen na om te helpen, maar hielpen de verkeerde kant.

Want de dag van de HEERE is nabij over alle heidenvolken; zoals u gedaan hebt, zal u gedaan worden; wat u verdient, zal op uw eigen hoofd terugkeren!

— Obadja 1:15, Herziene Statenvertaling

In de lezing legt Gregg uit dat de dag van de Heere in het Oude Testament de tijd is waarin God een volk oordeelt. Dat betekent niet dat alle volken tegelijk lijden. Elk volk heeft zijn eigen dag, en deze keer is Edom aan de beurt. Gregg wijst erop dat de Edomieten na hun ballingschap nooit meer als volk werden hersteld. Johannes Hyrcanus lijfde hen in 126 voor Christus bij Juda in, en de familie van Herodes is de laatste bekende Edomitische familie.

Het Koninkrijk van de Heere

Het boek eindigt met herstel voor Sion en de woorden ‘het koningschap zal van de HEERE zijn’. Gregg laat zien dat dit niet gebeurde toen de Joden uit Babel terugkeerden; zij bleven vazallen van achtereenvolgende rijken. Het werd werkelijkheid toen Jezus kwam en Zijn Koninkrijk vestigde. Nu regeert Christus aan Gods rechterhand over allen die Hem als Koning onderworpen zijn.

De lezing over Obadja laat zien dat zelfs een profetie over de val van Edom uitloopt op het Koninkrijk van Christus.

← Alle blogartikelen

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…