Jona lezen: een onwillige profeet en Gods mededogen
Een profeet krijgt de opdracht een vijandige stad te waarschuwen en vlucht de andere kant op. Het boek Jona laat zien hoe groot Gods mededogen is met mensen die Zijn eigen profeet liever ten onder ziet gaan.

Jona is het enige profetische boek dat helemaal uit een verhaal bestaat. Het telt vier korte hoofdstukken en bevat maar één profetie: ‘Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!’ Je leest het in een kwartier, maar je kunt het ook snel lezen en de kern missen.
In de Nederlandstalige lezing over Jona neemt Steve Gregg het hele boek in één keer door. Hij geeft eerst de achtergrond en leest daarna de vier hoofdstukken met korte uitleg.
Een profeet die de andere kant op gaat
In de lezing over Jona 1-4 wijst Gregg op 2 Koningen 14:25, waar dezelfde Jona als profeet uit Gath-Hefer wordt genoemd. Ninevé was de hoofdstad van Assyrië, de macht die later het noordelijke koninkrijk zou verwoesten. Jona wilde die stad niet waarschuwen. Hij hoopte dat ze ten onder zou gaan en vluchtte naar Tarsis, zo ver mogelijk naar het westen.
Gregg bespreekt ook de vraag of het verhaal historisch is. Volgens hem komt de twijfel meestal voort uit het bij voorbaat afwijzen van wonderen. Hij laat zien dat de vis maar een klein deel van het verhaal is: elk hoofdstuk bevat een wonder, van de storm en de vis tot de plant, de worm en de bekering van een hele stad.
Drie dagen en drie nachten
Jezus vergeleek Zijn begrafenis en opstanding met Jona’s verblijf in de vis. Gregg legt uit dat ‘drie dagen en drie nachten’ een Hebreeuwse uitdrukking is, die ook delen van dagen omvat. Hij ziet in Jona bovendien een tegenstelling met Christus: Jona predikte tot heidenen die zich bekeerden, terwijl de meeste Joden Jezus verwierpen.
Een oordeel met een onuitgesproken voorwaarde
Jona noemt in Ninevé geen voorwaarde. Toch laat Gregg met Jeremia 18 zien dat Gods aankondigingen van oordeel en zegen voorwaardelijk zijn, ook als de voorwaarde niet wordt uitgesproken. De bekering begon bij het gewone volk en bereikte de koning. God zag dat zij zich bekeerden en bracht het aangekondigde kwaad niet over hen. Jona werd daar kwaad om.
Een plant en een stad
Daarop zei de HEERE: Ú ontziet die wonderboom, waarvoor u niet gezwoegd hebt en die u niet hebt laten groeien, die in één nacht ontstond en in één nacht verging. Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel vee?
— Jona 4:10-11, Herziene Statenvertaling
Met deze woorden sluit Gregg de lezing af. Jona treurt om een plant die hem schaduw gaf, maar heeft geen medelijden met een stad vol mensen die niet weten wat goed en kwaad is. Gregg ziet daarin een vraag aan wie de Bijbel al lang kent: maak je je meer zorgen om je eigen gemak dan om mensen die God niet kennen?
De lezing over Jona laat zien dat God meer mededogen heeft met zondaars dan Zijn eigen volk vaak heeft, en dat Hij wil dat allen tot bekering komen.

