Amos lezen: een herder die het recht opeist
Een schaapherder en moerbeikweker uit Tekoa wordt naar het noordelijke koninkrijk gestuurd. Daar spreekt hij een welvarend en godsdienstig volk aan op omgekochte rechters, uitgebuite armen en lege offers.

Amos was geen beroepsprofeet. Hij was schaapherder en hielp in het seizoen moerbeivijgen rijpen. God riep hem bij zijn kudde vandaan en stuurde hem vanuit Juda naar het noordelijke koninkrijk Israël, naar Samaria en Bethel. In de twee Nederlandstalige lezingen over Amos laat Steve Gregg zien hoe krachtig de boodschap van deze man zonder theologische opleiding is.
Een buitenstaander in Bethel
In de eerste lezing plaatst Gregg Amos in de Assyrische periode, onder Jerobeam de Tweede, twee jaar vóór een zware aardbeving. Hij wijst op Amos’ stijl: veel herhaling, retorische vragen en beelden uit het leven van een herder, zoals de brullende leeuw. Het boek bestaat volgens hem uit acht godsspraken, drie preken en vijf visioenen.
Acht oordeelsaankondigingen
Amos begint niet bij Israël, maar bij de buren: Damascus, Gaza, Tyrus, Edom, Ammon en Moab. Gregg noemt dat verstandig. De toehoorders stemmen in met het oordeel over hun vijanden, en daarmee kunnen ze de aanklacht tegen henzelf nauwelijks nog ontkennen. De heidenen worden aangeklaagd om hun onmenselijkheid, Juda om het verwerpen van Gods wet. Israël krijgt de langste aanklacht: rechters die de arme verkopen voor een paar sandalen, uitbuiting van weduwen, seksuele immoraliteit en het tot zwijgen brengen van profeten.
Godsdienst zonder recht
In de tweede lezing volgt Gregg de drie preken. Het volk bracht offers in Bethel en Gilgal, maar die godsdienst was zelf een overtreding. God stuurde honger en droogte om hen tot inkeer te brengen, ‘toch hebt u zich niet tot Mij bekeerd’. Wie verlangend uitzag naar de dag van de Heere, zou merken dat die dag duisternis zou zijn. God vraagt geen luidruchtige feesten, maar recht en gerechtigheid.
Daarna komen de visioenen: sprinkhanen en vuur, die op Amos’ voorbede worden afgewend, het paslood, de korf met zomervruchten en de Heere bij het altaar. Tussendoor beveelt Amazia, de priester van Bethel, Amos naar huis te gaan. Gregg laat zien dat het oordeel een zeven is: het kaf verdwijnt, het gelovige overblijfsel blijft. Met Handelingen 15 legt hij de herstelde hut van David uit als vervuld in Jezus’ koningschap en de toetreding van heidenen tot de gemeente.
Zoek het goede en leef
Zoek het goede en niet het kwade, opdat u leeft! Dan zal de HEERE, de God van de legermachten, met u zijn, zoals u altijd zegt. Haat het kwade en heb het goede lief, handhaaf het recht in de poort. Misschien zal de HEERE, de God van de legermachten, genadig zijn voor het overblijfsel van Jozef.
— Amos 5:14-15, Herziene Statenvertaling
In de tweede lezing gebruikt Gregg deze woorden om een vraag te beantwoorden die veel christenen hebben: wat betekent het om God te zoeken? Amos zegt twee keer ‘Zoek Mij en leef’ en daarna ‘Zoek het goede en niet het kwade’. De Heere zoeken is dus liefhebben wat Hij liefheeft, haten wat Hij haat en rechtvaardig handelen met anderen. Het is je bekeren en het met God eens worden.
Beide lezingen over Amos laten zien dat God geen behagen heeft in godsdienstigheid zonder recht, en dat Hij na het oordeel herstel belooft.

