2 Johannes 1

Johannes waarschuwt voor valse leraren

Luisteren 1 uur 5 min Lezen ± 52 min · Lezing 1 van 1

Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/2-johannes/1.pdf?v=c905e289bf86. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/2-johannes/1.

Samenvatting

Wandelen in waarheid en liefde en omgaan met valse leraren.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt de tweede brief van Johannes en legt uit waarom hij de apostel Johannes als schrijver en een gemeente als de ‘uitverkoren vrouw’ beschouwt. Hij laat zien hoe liefde en gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus met elkaar verweven zijn: Zijn onderwijs maakt concreet hoe liefde eruitziet. Daarnaast behandelt hij de waarschuwing tegen misleiders die ontkennen dat Jezus Christus in het vlees gekomen is en leren dat je Zijn geboden niet hoeft te houden. Volgens Gregg verbiedt Johannes het ondersteunen en zegenen van zulke leraren, omdat je daarmee deel krijgt aan hun slechte werken.

Inleiding op 2 en 3 Johannes

Illustratie bij: Twee korte brieven van Johannes.

Welkom bij Vers voor Vers!

We gaan iets doen wat we in deze cursus met geen enkel ander Bijbelboek doen, en dat is twee boeken samen behandelen. Die boeken zijn 2 Johannes en 3 Johannes. Ze kosten niet veel tijd. Het zijn de kortste boeken van het Nieuwe Testament. Ze hebben elk één hoofdstuk, en dat zijn korte hoofdstukken. Er zijn nog twee andere boeken in het Nieuwe Testament die elk maar één hoofdstuk hebben, maar die zijn langer. Ze zijn zelfs bijna twee keer zo lang als deze. Als je deze twee boeken bij elkaar neemt, zijn het maar 27 verzen. Dat is ongeveer de gebruikelijke lengte van één hoofdstuk. De andere twee boeken die elk één hoofdstuk hebben, zijn Filemon en Judas. Die hebben ongeveer 25 verzen, bijna evenveel als deze twee boeken samen.

Ze allebei behandelen is dus een beetje alsof we één hoofdstuk, één boek behandelen. Maar het is ook weer een beetje anders, omdat het in werkelijkheid verschillende boeken zijn. En als zodanig hebben ze verschillende lezers, verschillende onderwerpen, enzovoort. Eén ding dat niet verschilt, is de auteur. De auteur is voor beide boeken dezelfde persoon. Het eerste daarvan, dat 2 Johannes heet, de tweede brief van Johannes, is geschreven aan iemand die de auteur aanduidt als de uitverkoren vrouw. Het andere boek, 3 Johannes, is gericht aan een man die Gajus heet.

Ook de onderwerpen van de boeken verschillen. 2 Johannes gaat over zorgen en uitdagingen waarmee de gemeente te maken kreeg door buitenstaanders, leraren van buiten die met valse leer binnenkwamen. Als we 2 Johannes lezen, komen we veel van dezelfde zorgen tegen en zelfs enkele van dezelfde zinnen die we in 1 Johannes aantroffen. De zorg in 2 Johannes betreft leraren die ontkennen dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Johannes schrijft:

2 Johannes 1:7

Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist.

En we kunnen waarschijnlijk gerust aannemen dat het hier over gnostische leraren gaat, net als in 1 Johannes.

Bij het boek 3 Johannes gaat het om heel andere zorgen. Het gaat niet om leraren van buiten die de gemeente binnenkomen. Het gaat om problemen met mensen die al in de gemeente zijn. Het is een intern probleem in de gemeente. Een leider die Diotrefes heet, probeert de gemeente te beheersen, en dat ook nog eens ten nadele van de gemeente. Ik geloof niet dat het goed is als welke man dan ook probeert de gemeente te beheersen. Maar sommige mannen die dat proberen, zouden dat in bepaalde opzichten ten voordele van de gemeente kunnen doen. Maar deze Diotrefes deed het niet ten voordele van de gemeente. Hij verzette zich daadwerkelijk tegen Johannes. Stel je dat eens voor, tegen de laatste nog levende apostel. Wanneer Johannes boodschappers naar de gemeente stuurde, zette Diotrefes hen eruit en stond hij de gemeenteleden niet toe hen gastvrij te ontvangen. Dit was dus een werkelijk probleem, veroorzaakt door een man binnen de gemeente. En Johannes moet zijn vriend Gajus schrijven over dat probleem, over die situatie.

Korte brieven voor persoonlijk contact

Illustratie bij: Een brief afronden met uitzicht op persoonlijk contact.

Dit zijn heel korte en heel persoonlijke brieven. Johannes schreef ze allebei met de bedoeling slechts een paar woorden te zeggen, in de hoop deze ontvangers spoedig te bezoeken. Dan zou hij persoonlijk veel meer kunnen zeggen en het niet op schrift hoeven te stellen. Je ziet bijvoorbeeld dat hij in 2 Johannes vers 12 zegt:

2 Johannes 1:12

Hoewel ik veel aan u te schrijven heb, wilde ik dat niet doen met papier en inkt; maar ik hoop naar u toe te komen en van mond tot mond met u te spreken, opdat onze blijdschap volkomen zal zijn.

En net zo in 3 Johannes vers 13:

3 Johannes 1:13-14

13Veel had ik te schrijven, maar ik wil u niet schrijven met inkt en pen. 14Ik hoop u namelijk spoedig te zien, en dan zullen wij van mond tot mond spreken.

Dit zijn bijna identieke afsluitingen. De brieven zijn bijna even lang, en ze eindigen op deze manier. Er is zelfs geopperd dat ze misschien zo precies even lang zijn en op deze manier eindigen, doordat elke brief één gewoon vel papyrus besloeg, of papier, zoals je zou zeggen. Hij kwam aan het einde van het vel en in plaats van aan een nieuw vel te willen beginnen, zei hij gewoon: ‘De rest vertel ik je als ik er ben.’ Hij sloot gewoon abrupt af. Maar hij had gezegd wat het dringendst gezegd moest worden. Dit zijn heel persoonlijke brieven. Veel van Paulus’ brieven zijn ook heel persoonlijk, sommige wat minder. Sommige zijn zakelijker, maar deze zijn heel persoonlijk.

Oudsten en opzieners in de vroege gemeente

Illustratie bij: Oudsten aanstellen in een vroege gemeente.

Bij allebei staat als afzender de oudste. Zo noemt hij zichzelf. In het Grieks is dat presbuteros. Presbuteros is het woord waarvan het woord presbyteriaans is afgeleid. Sommige kerken worden presbyteriaans genoemd omdat ze bestuurd worden door presbuteros, of in het Grieks zou het presbuteroi zijn. Het Griekse woord presbuteros betekent een oude man. Het is de algemene aanduiding voor een oude man. De auteur noemt zichzelf de oude man, of de oudste.

Je weet misschien dat ze in de vroege gemeente niet dezelfde benamingen voor gemeenteleiders hadden als wij in moderne gemeenten. In onze moderne gemeenten hebben we meestal iemand die voorganger wordt genoemd. Sommige kerken hebben iemand die ze priester noemen. Voor zover we weten, was er in de dagen van de apostelen in geen enkele gemeente iemand die voorganger werd genoemd of iemand die priester werd genoemd. Daar is in het Nieuwe Testament niets over vastgelegd. Maar wanneer ze erkende gemeenteleiders hadden, noemden ze die oudsten. Dat is opnieuw hetzelfde woord, ‘oude man’, presbuteros. We lezen bijvoorbeeld in Handelingen hoofdstuk 14 dat Paulus en Barnabas, toen ze de gemeenten van hun eerste zendingsreis op de terugweg opnieuw bezochten, in elke gemeente oudsten aanstelden. Paulus schreef aan Titus en droeg hem op in elke stad oudsten in de gemeente aan te stellen. Timotheus kreeg instructies over de vereisten waaraan oudsten moesten voldoen.

Op een aantal plaatsen gebruikt Paulus het woord oudste, presbuteros, door elkaar met het woord episkopos. Je herkent misschien dat het woord episcopaals van dat Griekse woord komt. Het woord episkopos betekent opziener. In het Grieks betekent het woord epi over of op, en skopos betekent zien. We hebben een aantal Nederlandse woorden met diezelfde stam: telescoop, microscoop. Episkopos betekent ergens overheen zien, toezien, superviseren. Superviseren zou meer een Latijnse versie van hetzelfde woord zijn. Super betekent over en vise betekent zien. Dus een supervisor of een opziener werd in het Grieks een episkopos genoemd.

In de brieven van Paulus, en ook in die van Petrus, in 1 Petrus hoofdstuk 5, werden het woord episkopos, dat opziener betekent, en het woord presbuteros, dat oude man betekent, door elkaar gebruikt. Zo werden de Engelse termen presbyter en bishop in latere tijden gebruikelijkere termen voor deze leiders van de gemeente. Bishop werd het Engelse woord voor episkopos, voor een opziener. Maar we hebben het over een heel vroege tijd.

Johannes was op dit moment misschien een heel oude man. Volgens de overlevering schreef hij dit heel dicht tegen het einde van de eerste eeuw. Omdat hij waarschijnlijk vroeg in de eerste eeuw geboren was, is de kans groot dat hij bijna honderd jaar oud was. Volgens de overlevering is hij ook zo oud geworden. Daarom kon hij met recht een oude man genoemd worden en noemde hij zichzelf zo.

Sommige mensen denken dat hij met ‘de oudste’ verwijst naar een presbyter, dat wil zeggen een ambtsdrager in de gemeente, iemand die de rol van oudste in de gemeente vervulde. Doordat presbuteros twee functies heeft, is het moeilijk om dat te weten. Het is een gewoon woord voor een oude man, maar het is ook het woord dat gebruikt ging worden voor bepaalde ambtsdragers in de gemeente. Zij waren oudsten.

De apostel Johannes of de oudste Johannes

Illustratie bij: Eusebius raadpleegt het werk van Papias.

Er bestaat een oud geschrift van een kerkvader die Papias heette. Hij leefde precies rond de eeuwwisseling, tussen de jaren honderd en de jaren tweehonderd na Christus, precies toen die eeuw overging in de volgende. Papias leefde toen en kende enkele mensen die de apostelen hadden gekend. Ik geloof dat hij zes boeken heeft geschreven, maar die zijn allemaal verdwenen. In de vierde eeuw schreef een kerkhistoricus die Eusebius heette een boek met de titel Ecclesiastical History, wat kerkgeschiedenis betekent. In het Grieks is het woord voor gemeente ekklesia, dus ecclesiastisch betekent kerkelijk.

Eusebius, die het boek Ecclesiastical History in het jaar 325 schreef, beschikte over bewaard gebleven exemplaren van het werk van Papias. Die zijn sindsdien verloren gegaan, maar gelukkig had Eusebius ze en citeerde hij eruit. De reden dat we weten wat Papias heeft gezegd, op sommige punten tenminste, is dus dat er fragmenten van zijn werk bewaard zijn gebleven in de geschriften van Eusebius, omdat die hem citeert.

Papias gaf in een van zijn geschriften een lijst van de leiders van de gemeente die hij graag raadpleegde of over wie hij graag hoorde wanneer hij onderzoek deed naar de oorsprong van het christendom. Hij zei: ‘Als ik ooit iemand ontmoette die een van de discipelen had ontmoet...’ Hij noemde er een paar: Petrus en Andreas en Jakobus en Johannes. Hij noemde een aantal apostelen. Daarna noemde hij enkele andere mensen, onder wie iemand die hij de presbyter Johannes of de oudste Johannes noemde.

De manier waarop hij hem noemt nadat hij de apostel Johannes al heeft genoemd, doet veel geleerden vermoeden, en volgens mij heel redelijk, dat er nog een Johannes was, een bekende Johannes, die een presbyter was, ongetwijfeld een oudste in de gemeente. Daarom hebben sommigen geopperd dat deze boeken misschien niet door de apostel Johannes zijn geschreven, maar door de presbyter Johannes. Hij noemt zichzelf immers de presbyter, de oudste.

Maar ik denk niet dat dat waarschijnlijk is. De reden is dat er goede aanwijzingen zijn dat deze boeken zijn geschreven door dezelfde persoon die het Evangelie van Johannes en de eerste brief van Johannes heeft geschreven. De bewoordingen komen in al die boeken zo sterk overeen: de uitdrukkingen, de onderwerpen die hem bezighouden, de thema's, de woorden die hij graag gebruikt. Iedereen die het Evangelie van Johannes leest en deze drie brieven die van oudsher de naam van Johannes dragen, zou zeggen dat het dezelfde schrijver is. Het moet dezelfde schrijver zijn. Als dat niet zo is, dan is het iemand die diezelfde schrijver heel, heel goed heeft nagevolgd.

Dus alle kwesties die meespelen bij het bepalen wie de schrijver van het vierde Evangelie is — is het de apostel Johannes of een andere Johannes — spelen hier ook mee. Hoewel we het Evangelie van Johannes nog niet samen hebben bestudeerd, zal ik, wanneer we dat doen, alle argumenten doornemen. Toen ik dat in het verleden deed, heb ik die ook allemaal doorgenomen. En ik geloof dat er goede redenen zijn om de overlevering van de kerk te aanvaarden dat het de apostel Johannes was die het Evangelie heeft geschreven. Als hij het Evangelie schreef, dan zou hij haast ook de brieven geschreven moeten hebben. Hij zou zichzelf dan de oudste noemen omdat hij een oude man was, niet omdat dat zijn titel was. Petrus noemde zichzelf trouwens een oudste in zijn eerste brief. En hij was duidelijk een apostel. In 1 Petrus 5:1 richtte Petrus zich tot degenen die de oudsten van de gemeente waren, dat wil zeggen degenen die het ambt van oudste van de gemeente bekleedden. Hij zei:

Apostelen en hun bescheiden gezag

Illustratie bij: Johannes spreekt als een bescheiden oudste.
1 Petrus 5:1

De ouderlingen onder u roep ik ertoe op, als medeouderling en getuige van het lijden van Christus en deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden:

Hij zei:

Ik ben ook een oudste.

Dat betekent niet dat hij een positie als oudste in een gemeente bekleedde, want hij was een apostel. Apostel was beslist een positie met veel meer gezag dan alleen maar die van oudste in een plaatselijke gemeente. Een apostel houdt toezicht op de hele gemeente wereldwijd. Maar hij zei toch dat hij een oudste was, en ongetwijfeld was hij een oude man. Hij zei:

Ik kan jullie aanspreken als oude mannen, als oudsten, omdat ik zelf ook een oude man ben.

Dus Petrus noemt zichzelf een oudste, hoewel we hem kennen als apostel. Er is geen reden waarom Johannes zichzelf geen oudste zou noemen als hij een oude man en een apostel is.

Zelfs Paulus verwijst op die manier naar zichzelf wanneer hij in vers 9 aan zijn vriend Filemon schrijft:

Filemon 1:9

spoor ik u veel liever aan door de liefde, omdat ik, Paulus, een oud man ben en nu ook een gevangene van Jezus Christus.

Paulus, de oude man. Wanneer de apostelen oud waren, beriepen ze zich vaak op dat feit in plaats van zichzelf de apostelen te noemen. Hoewel ze de apostelen waren, lieten ze niet zozeer hun gezag gelden, maar herinnerden ze de mensen eraan dat ze hier al heel lang mee bezig waren. Ze hebben veel ervaring. Dat is de juiste gezindheid. In de gemeente laten mensen zich niet op hun positie voorstaan, ook niet als je een bepaalde positie bekleedt.

Toen Paulus in 2 Korinthe hoofdstuk 1 aan de Korinthiërs schreef, gaf hij hun aanwijzingen en wees hij hen zelfs terecht. Hij zei in het laatste vers van 2 Korinthe hoofdstuk 1, en dat is vers 24:

2 Korinthe 1:24

Niet dat wij heersen over uw geloof, maar wij zijn medearbeiders aan uw blijdschap, want u staat vast door het geloof.

Hij zei: ‘We zijn apostelen, maar we heersen niet over jullie. We proberen niet voortdurend een beroep op onze titels te doen om respect te krijgen.’ Maar we hebben wel ervaring.

De oudsten in de gemeenten werden waarschijnlijk gekozen vanwege hun ervaring, vanwege hun volwassenheid. De term ‘oude man’ was vroeger niet kleinerend bedoeld. In de oudheid was het juist een compliment. Een oude man werd beschouwd als iemand die waarschijnlijk wijs was. En oud zijn was op zichzelf een teken van grotere geloofwaardigheid.

Johannes noemt zichzelf dus de oudste, hoewel hij zichzelf de apostel zou kunnen noemen. Maar in plaats van zijn positie te vermelden alsof hij wil laten zien dat hij boven iemand staat, maakt hij alleen duidelijk dat hij een oude christelijke staatsman is. Hij is een oude, ervaren christelijke man die zich tot jongere christenen richt. In het geval van de uitverkoren vrouw zou hij hoogstwaarschijnlijk ouder zijn dan zij, hoewel we niet weten wie zij is.

De uitverkoren vrouw: Maria of Martha

Illustratie bij: Jezus vertrouwt Maria toe aan Johannes.

Wanneer we bij 2 Johannes komen, moeten we ons dan ook afvragen: wie is de uitverkoren vrouw? Misschien kunnen we daar geen goed antwoord op krijgen, want het wordt ons niet verteld. Er zijn enkele overleveringen dat het zelfs Maria geweest zou kunnen zijn, de moeder van Jezus. De reden daarvoor is dat het Evangelie van Johannes ons vertelt dat Jezus, toen Hij aan het kruis hing, naar beneden keek en Zijn moeder en Johannes dicht bij elkaar aan de voet van het kruis zag staan. Hij droeg Johannes op om voor haar te zorgen, Zijn moeder, die weduwe was. Er staat daadwerkelijk:

Johannes 19:27

Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis.

Hij was een generatie jonger dan zij. Hij was waarschijnlijk zelfs jonger dan Jezus. Maar zij was een oudere vrouw, een weduwe, en Jezus wilde er als haar oudste Zoon voor zorgen dat er voor haar gezorgd zou worden. Hij gaf die opdracht aan Johannes. Ons wordt verteld dat Johannes de rest van haar leven voor haar zorgde.

Het zou daarom kunnen dat Johannes, als hij op een bepaald moment ergens anders verbleef dan zij, haar een brief zou schrijven en haar eenvoudigweg de gekozen vrouw zou noemen. Dat is wat uitverkoren betekent: de gekozen vrouw. Ze was zeker gekozen op een manier waarop geen enkele andere vrouw dat was: gekozen om de moeder van Jezus te zijn. Er bestaat dus een theorie dat hij misschien aan Maria schrijft.

Het voornaamste probleem met deze theorie zou waarschijnlijk zijn dat, als hij zo'n oude man is, Maria wel heel, heel oud moet zijn als ze nog leeft. Als Johannes in de negentig zou kunnen zijn en Maria een generatie ouder is, dan zou ze waarschijnlijk vijftien of twintig jaar ouder zijn dan Johannes, zelfs als ze Jezus kreeg toen ze nog heel jong was. Het lijkt heel onwaarschijnlijk dat dit tijdens haar leven geschreven zou zijn. Het idee dat zij de uitverkoren vrouw is, heeft wat de tijdrekening betreft dus enkele obstakels te overwinnen.

Sommigen hebben gedacht dat Martha, de Martha uit de Evangeliën, misschien de uitverkoren vrouw is. Zij was zeker de vrouw des huizes. Zij was degene die Jezus en de discipelen, onder wie Johannes, tijdens Jezus' leven vaak gastvrij ontving. Ongetwijfeld bleef zij heel nauw in contact met de gemeente nadat Jezus was weggegaan en de gemeente groeide. Johannes zou heel hecht met het gezin bevriend kunnen zijn geweest. Dat was hij toen Jezus nog leefde. Martha's naam betekent vrouw. De naam Martha betekent vrouw. Sommigen denken dus dat hij misschien aan haar schrijft en daarbij zelfs een woordspeling op haar naam gebruikt. Maar afgezien van dat feit pleit er niet veel voor die theorie. Er zijn allerlei vrouwen die een brief zouden kunnen ontvangen, en het feit dat de naam Martha vrouw betekent, legt niet bijzonder veel gewicht in de schaal als bewijs voor wat dan ook. Het zou een andere vrouw kunnen zijn die ons onbekend is. Maar een andere theorie over de ontvanger van 2 Johannes is dat het helemaal geen vrouw is, maar een gemeente, en dat hij in figuurlijke zin over de gemeente spreekt als een vrouw.

De gemeente als uitverkoren vrouw

Illustratie bij: Een gemeente ontvangt een apostolische groet.

Wat hiervoor pleit, is de opvatting dat er door het hele Nieuwe Testament heen aanwijzingen zijn dat de gemeente wordt gezien als de bruid van Christus, als vrouwelijk. Paulus sprak in Galaten hoofdstuk 4 over de gemeente als de moeder van ons allen. In 1 Petrus hoofdstuk 5 sprak Petrus over een gemeente in Babylon die de ontvangers van zijn brief de groeten deed. Petrus schreef blijkbaar vandaar. Veel geleerden geloven dat Babylon een schuilnaam was voor Rome en dat Petrus in werkelijkheid vanuit Rome schreef. Alle christenen zouden geweten hebben dat hij Rome bedoelde wanneer hij Babylon zei. Dat kan zo zijn. Maar in 1 Petrus hoofdstuk 5 zegt hij in vers 13:

1 Petrus 5:13

U groet de mede-uitverkoren gemeente die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

Let op: Petrus brengt de groeten over van de gemeente waar hij is aan gemeenten op andere plaatsen. Hij zegt dat ze uitverkoren zijn. De gemeenten waaraan hij schrijft, zijn uitverkoren, en de gemeente vanwaaruit hij schrijft, is samen met hen ook uitverkoren. In de Engelse weergave die hij hier aanhaalt, wordt naar de gemeente verwezen met ‘zij’, waar de HSV ‘gemeente’ expliciet noemt:

Zij die in Babylon is en samen met jullie is uitgekozen.

Bedenk dat Johannes degene aan wie hij 2 Johannes richt niet alleen een uitverkoren vrouw noemt, maar dat hij in het allerlaatste vers van 2 Johannes zegt:

2 Johannes 1:13

U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.

De zustergemeente en haar kinderen

Illustratie bij: Groeten van de zustergemeente.

Als de uitverkoren vrouw een gemeente is, dan zou haar uitverkoren zuster een andere gemeente zijn, de gemeente vanwaaruit Johannes schrijft. Volgens de kerkelijke overlevering bracht Johannes zijn laatste jaren door in Efeze. De uitverkoren zustergemeente vanwaaruit hij schrijft en de groeten overbrengt, zou dus mogelijk de gemeente van Efeze zijn. De kinderen zouden de leden van de gemeente zijn.

Bedenk dat Paulus zei dat de gemeente de moeder van ons allen is. Gezamenlijk zijn we de gemeente. Als afzonderlijke personen zijn we als kinderen van de gemeente. Het beeld verschuift, maar dat is nog steeds niet ongebruikelijk. Toen Jezus over Jeruzalem weende, zei Hij:

Mattheüs 23:37

Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!

Hij spreekt Jeruzalem als geheel aan, en Hij spreekt over de inwoners als haar kinderen. Het is eenvoudig een manier van spreken.

Johannes schrijft deze brief aan de uitverkoren vrouw en haar kinderen, en hij brengt de groeten over van haar uitverkoren zuster en haar kinderen. Deze bewoordingen passen zeker bij de gedachte dat het gebruikelijk was om op deze manier naar afzonderlijke gemeenten te verwijzen, als vrouwen met hun kinderen. Dat geldt vooral als je kijkt naar de manier waarop Petrus zijn eerste brief afsloot. Het zou het in zekere zin veel passender maken. Sommige dingen die Johannes tegen de uitverkoren vrouw zegt, kan een man passender tegen een gemeente zeggen dan tegen een vrouw, tenzij het misschien zijn vriendin of zijn vrouw was. Want hij spreekt wel over de wederzijdse genegenheid tussen hemzelf en deze vrouw.

Natuurlijk kunnen alle christenen genegenheid voor elkaar hebben. Het hoeft niet op iets romantisch of seksueels te wijzen. Maar hij spreekt alsof het bijzonder passend is, en zelfs een gebod van God, dat hij en de vrouw elkaar liefhebben. Als hij het over een werkelijke vrouw heeft en zegt dat God mij vanaf het begin geboden heeft jou lief te hebben, en jou geboden heeft mij lief te hebben, dan zou dat zijn vrouw of zoiets moeten zijn. Maar waarom zou hij zijn vrouw een brief schrijven in plaats van persoonlijk met haar te spreken?

Alles afwegend vind ik de theorie dat de uitverkoren vrouw een gemeente is en geen afzonderlijke vrouw het overtuigendst. Terwijl we de brief vers voor vers doornemen, zal ik, als ik kan, wijzen op dingen die mij daarvan overtuigen.

Hij zegt:

2 Johannes 1:1

De ouderling aan de uitverkoren vrouw en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb — en niet alleen ik, maar ook allen die de waarheid hebben leren kennen —

Dat wil zeggen: ik ben niet de enige die jullie liefheeft, maar alle christenen hebben jullie lief en kennen jullie. Nogmaals, het is veel waarschijnlijker dat alle christenen een gemeente zouden kennen dan dat alle christenen een bepaalde vrouw zouden kennen. Toch is dat niet onmogelijk, vooral als die vrouw Maria was, de moeder van Jezus. Alle christenen in de wereld zouden beslist van haar weten en haar liefhebben als ze nog leefde.

Maar over het algemeen waren er waarschijnlijk niet zo heel veel mensen in de wereldwijde gemeente die de hele wereldwijde gemeente kende en liefhad. Maar een gemeente, een bekende gemeente, zou de gemeente in Rome kunnen zijn. Het zou een gemeente in Jeruzalem kunnen zijn, in Antiochië. Een van de grote gemeenten zou bij alle christenen bekend en geliefd zijn. Hij geeft aan dat degene aan wie hij schrijft bekend en geliefd is in het hele lichaam van Christus, wereldwijd.

Genade, barmhartigheid en vrede

Illustratie bij: Genade, barmhartigheid en vrede ontvangen.
2 Johannes 1:2-3

2omwille van de waarheid, die in ons blijft en met ons zal zijn tot in eeuwigheid: 3genade, barmhartigheid, vrede zal met u zijn, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.

Dit is in sommige opzichten een vrij gebruikelijke groet: genade, barmhartigheid en waarheid. De pastorale brieven hebben de groet ook in deze vorm. Dat zijn 1 en 2 Timotheus en Titus. De groet die Paulus vaker gebruikte wanneer hij brieven schreef, was eenvoudig:

Genade en vrede voor jullie.

Maar dit was iets langer. Toen Paulus de pastorale brieven schreef, gebruikte hij een langere versie:

Genade, barmhartigheid en vrede.

Er is op gewezen dat genade, barmhartigheid en vrede de opeenvolgende stappen aangeven, vanaf de eerste beweging van Gods hart naar ons toe, genade, tot aan de uiteindelijke uitkomst, onze vrede. God heeft genade in Zich. Vanuit die genade bewijst Hij ons barmhartigheid. Het gevolg van het ontvangen van die barmhartigheid is dat we vrede hebben. Dat kan de bedoeling zijn, aangezien het in die volgorde wordt genoemd.

Nu zegt hij dat deze genade, barmhartigheid en vrede van God de Vader en van de Heere Jezus Christus komen. Op een bepaald niveau is dat eenvoudig de manier waarop brieven beginnen. Het is een formaliteit. Maar het is natuurlijk geen formaliteit zonder betekenis. Het heeft betekenis, namelijk dat christenen, omdat ze genade en barmhartigheid hebben ontvangen, ook vrede van God hebben. Deze vrede komt van de Vader en van Jezus.

De liefde van de Vader en de Zoon

Illustratie bij: Jezus antwoordt Filippus over de Vader.

Veel mensen denken daarbij vooral dat Jezus Degene is Die ons vrede geeft. Veel mensen denken dat de Vader ons misschien niet zo welgezind is: de Vader, de boze God, en Jezus, de aardige God. Maar zo'n gedachte is nooit bij de Bijbelschrijvers opgekomen. Geen van de Bijbelschrijvers geloofde dat God de Vader anders was dan Jezus. De genade die Jezus had, was ook de genade die de Vader had. Sterker nog, Jezus had die omdat de Vader die had. Jezus Zelf is eenvoudigweg een weerspiegeling van de Vader.

Jezus zei:

Johannes 14:9

Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien?

De Bijbel zegt het volgende over God, waarmee hier de Vader wordt bedoeld:

Johannes 3:16

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Dus de liefde van de Vader zit achter Jezus' komst naar de aarde en Zijn sterven voor ons. Dat hebben we een paar keer in 1 Johannes gezien. Er staat:

1 Johannes 4:16

En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.

Johannes zei ook in 1 Johannes:

1 Johannes 4:9-10

9Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. 10Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.

God de Vader heeft ons lief. Jezus heeft ons ook lief omdat de Vader dat doet. Maar soms willen we Jezus de eer geven dat Hij de liefdevolle is, en zien we God de Vader als wat afstandelijker, misschien wat minder bereid om goed over ons te denken of vriendelijk voor ons te zijn. Bijna alsof Jezus Hem moest overhalen om niet langer boos op ons te zijn. Sommige mensen stellen zich die verhouding zo voor. Maar Johannes geeft, net als de andere apostelen, aan dat genade en barmhartigheid en vrede in gelijke mate komen van zowel de Vader als Jezus, de Zoon van de Vader.

Deze uitdrukking, ‘de Zoon van de Vader’, komt nergens anders in het Griekse Nieuwe Testament voor. Ik weet niet of het belangrijk is om dat op te merken. Het is gewoon een feit. Je komt dit nergens anders tegen, dat Jezus ‘de Zoon van de Vader’ wordt genoemd, die specifieke uitdrukking.

Hij zei:

2 Johannes 1:3

in waarheid en liefde.

Dat wil zeggen: genade, barmhartigheid en vrede zullen je deel zijn binnen de waarheid en binnen de liefde. Als je in de waarheid blijft en als je in liefde wandelt, als je in die twee dingen bent, dan zullen genade, barmhartigheid en vrede bij je blijven, zegt hij.

Blijdschap over wandelen in de waarheid

Illustratie bij: Johannes ontmoet trouwe gelovigen.

Hij zegt in vers 4:

2 Johannes 1:4

Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben.

Nu, ‘sommige van haar kinderen’: dit zou een echte vrouw en haar nakomelingen kunnen zijn. Maar nogmaals, ik weet het niet. Ik denk dat je op je intuïtie moet afgaan om te bepalen of dat klinkt als leden van een gemeente of niet. Voor mij klinkt het alsof sommige mensen uit die gemeente de gemeente hadden bezocht waar Johannes was. En hij was blij te zien hoe trouw ze waren aan de waarheid, in plaats van af te dwalen in een tijd waarin er valse leraren rondgingen en gemeenten door hen op een dwaalspoor werden gebracht. Ze werden verleid.

De eerste brief van Johannes vertelt ons dat sommigen al uit hun midden waren weggegaan vanwege de verleiders. Er waren leraren die hen probeerden te misleiden, die hen van het geloof probeerden af te trekken.

Ze zijn bij ons weggegaan omdat ze niet bij ons hoorden, zegt hij in 1 Johannes. Sommige gemeenten verloren duidelijk mensen door deze aanval van de vijand op de gemeenten.

Maar het was voor Johannes verfrissend om mensen tegen te komen uit deze gemeente waaraan hij schrijft, of ze nu naar zijn gemeente kwamen of dat hij hen ergens anders ontmoette. Hij zei:

Ik was heel blij toen ik een paar van je kinderen ontmoette.

Sommige vertegenwoordigers van je gemeente, zo begrijp ik het.

Hij zegt:

Het oude en nieuwe gebod van de liefde

Illustratie bij: Het gebod om elkaar lief te hebben.
2 Johannes 1:4-6

4Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben. 5En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf, maar dat wat wij vanaf het begin gehad hebben: laten wij elkaar liefhebben. 6En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen.

Nu verweeft hij deze twee gedachten met elkaar: dat het gebod liefde is, en dat liefde betekent dat je de geboden houdt. Hij zegt:

Het is niet zo dat ik een nieuw gebod schreef.

Denk eraan, in 1 Johannes zei hij:

1 Johannes 2:7

Broeders, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad; dit oude gebod is het woord dat u vanaf het begin hebt gehoord.

Toen bracht hij daar een wijziging in aan. Hij zegt:

1 Johannes 2:8

Toch schrijf ik u een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt reeds.

Jezus noemde het tenslotte een nieuw gebod. Dit staat in 1 Johannes hoofdstuk 2, vers 7 en 8. Vers 7 zegt:

Broeders en zusters, ik schrijf jullie geen nieuw gebod, maar een oud gebod dat jullie vanaf het begin hadden.

Met andere woorden, ik vertel je niets nieuws. Valse leraren proberen altijd je aandacht te trekken door je nieuwe dingen te vertellen die je nog niet eerder hebt gehoord, omdat sommige mensen gewoon hunkeren naar nieuwe dingen. Dat is een bepaalde karakterzwakte bij veel christenen: ze raken uitgekeken op Jezus en willen iets nieuws dat hun vanbinnen een prikkeling geeft. Ze willen een nieuwe leer horen, een nieuwe vervulde profetie over de laatste dagen, of iets anders van die aard, iets om hun belangstelling vast te houden.

Johannes zei:

2 Johannes 1:5

En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf, maar dat wat wij vanaf het begin gehad hebben: laten wij elkaar liefhebben.

Aan de andere kant is het een nieuw gebod, omdat Jezus het zo noemde. Hij zegt in 1 Johannes hoofdstuk 2, vers 8:

Toch schrijf ik jullie een nieuw gebod.

Ik geef toe dat het nieuwer is dan het Oude Testament. Het is een nieuw gebod dat Jezus gaf, maar voor jou is het niet nieuw. Je hebt dit vanaf het begin gehoord.

Dus hier in vers 5 zegt hij:

2 Johannes 1:4-6

4Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben. 5En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf, maar dat wat wij vanaf het begin gehad hebben: laten wij elkaar liefhebben. 6En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen.

Liefde en de geboden van Jezus

Illustratie bij: Jezus onderwijst over liefdevol handelen.

Het is eigenlijk een oud gebod. En hij zegt in vers 6:

Dit is liefde: dat we ons aan Zijn geboden houden.

Er is een gebod, en er zijn geboden. Hij zei in vers 6 hierna:

Dit is het gebod — enkelvoud. Hij zegt dat liefde het gebod is, en dat die inhoudt dat we naar Zijn geboden wandelen. Het klinkt een beetje als een woordenspel, maar wat hij eigenlijk zegt is dit: God heeft ons één opdracht gegeven, één gebod: heb elkaar lief. Hoe ziet elkaar liefhebben er dan uit? Zijn geboden houden, zo ziet liefde eruit.

Sommige mensen vatten de Bergrede, denk ik, als ze die lezen op als een nieuw soort wet of wetticisme. Ik ken groepen die de Bergrede hebben gelezen en er een hele reeks geschreven regels van hebben gemaakt: zo moeten we ons in elke situatie gedragen. Maar eigenlijk zijn veel dingen in de Tien Geboden enigszins overdreven geformuleerd. Zoals Jezus zegt:

Lukas 6:30

Maar geef aan ieder die iets van u vraagt, en eis niet terug van hem die neemt wat van u is.

Dat kun je niet echt doen. In sommige gevallen zou het niet juist zijn om te geven aan mensen die je iets vragen, omdat er andere geboden in de Schrift zijn die zeggen dat je dat niet moet doen.

2 Thessalonicenzen 3:10

Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.

En dat soort dingen.

Maar wat Jezus in de Bergrede doet, en in Zijn onderwijs in het algemeen, is geen nieuwe verzameling wetten bedenken om de wetten van Mozes te vervangen en die op een even wettische manier toe te passen. Hij zegt dat het grote gebod eenvoudigweg is dat we elkaar liefhebben. Zelfs in de Bergrede, in Mattheüs 7:12, zegt Hij:

Mattheüs 7:12

Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.

Hoe liefde eruitziet in de praktijk

Illustratie bij: Liefde tonen door praktische hulp.

Doen wat Jezus heeft gezegd, zal eenvoudigweg laten zien dat wat je doet liefdevol is tegenover je naaste. We hebben onze eigen, door onze cultuur of gevoelens bepaalde ideeën over hoe liefde eruit kan zien. Mensen zullen bijvoorbeeld hun kinderen in de watten leggen en hen te gronde richten, hen verwennen, omdat ze het gevoel hebben dat ze van hen houden. Dat is iets wat op gevoel berust. Hoe weten we of we echt iemand liefhebben? Omdat we voelen dat we van die persoon houden? Soms houden we alleen maar van onszelf, en leggen we die ander in de watten omdat we willen dat die aan onze kant blijft staan, of iets dergelijks. Het is eigenlijk geen liefde voor die ander.

Hoe weten we hoe liefde er werkelijk uitziet? Liefde ziet eruit als doen wat Jezus heeft gezegd: mensen vergeven, de andere wang toekeren wanneer ze je kwaad doen, geven aan degenen die in nood zijn. Dit zijn heel praktische dingen die Jezus ons heeft opgedragen, en die dingen doen, zo ziet liefde eruit. Jezus leerde ons dat we elkaar moeten liefhebben, en vervolgens leerde Hij ons hoe dat eruitziet in allerlei praktische omstandigheden in het leven, wanneer we mensen tegenkomen. In wezen betekent het dat we voor hen doen wat we zouden willen dat iemand in vergelijkbare omstandigheden voor ons zou doen. Hij zei:

Als je dat doet, houd je je aan de hele wet.

En de hele wet is:

Leviticus 19:18

U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.

Zei Hij ergens anders.

Dus Johannes zegt:

2 Johannes 1:4-6

4Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben. 5En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf, maar dat wat wij vanaf het begin gehad hebben: laten wij elkaar liefhebben. 6En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen.

Als je merkt dat je de geboden van Jezus vanzelf en met blijdschap gehoorzaamt, dan komt dat doordat je mensen liefhebt. Zo ziet mensen liefhebben eruit in je gedrag. Als je merkt dat je Zijn geboden niet houdt, dat je mensen niet behandelt zoals Jezus heeft gezegd, dan is dat eenvoudigweg een aanwijzing dat je hen niet liefhebt.

Jezus heeft ons dus laten zien hoe liefde eruitziet, niet alleen door Zijn eigen daden, maar ook door Zijn onderwijs. Daar draaide Zijn hele bediening om: discipelen maken, mensen die liefhebben. Want wat de wereld meer dan wat ook mist, is echte, onzelfzuchtige, opofferende liefde van mens tot mens. Daarom kwam Jezus en liet Hij ons zien hoe dat eruitziet door Zijn leven af te leggen. Hij zei zelfs:

Johannes 15:13

Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.

Hij liet dus liefde zien, maar Hij beschreef die ook in Zijn onderwijs. Johannes zei dat hier:

Dit is liefde: dat we ons aan Zijn geboden houden.

Jezus liefhebben en Hem gehoorzamen

Illustratie bij: Liefde voor Jezus blijkt uit gehoorzaamheid.

Het is trouwens ook liefde voor Hem. Als we Zijn geboden gehoorzamen, is dat omdat we Hem liefhebben. Jezus zei dat in Johannes 14:15:

Johannes 14:15

Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.

Zijn geboden houden is dus niet alleen de manier om anderen lief te hebben, het laat ook zien dat we Hem liefhebben. Als we weten wat Hij wil en we Hem liefhebben, willen we Hem behagen, dus zullen we Zijn geboden houden. In hetzelfde hoofdstuk, in Johannes 14, volgens mij is het vers 23, zei Hij:

Johannes 14:23

Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.

Jezus gaf dus aan dat Zijn geboden houden de manier is om te laten zien dat je Hem werkelijk liefhebt. Als je Zijn geboden van harte houdt, zul je merken dat je daadwerkelijk mensen liefhebt, want dat is wat Zijn geboden zijn: liefdevol gedrag. Dat is wat Hij ons opdraagt te doen.

Johannes verweeft dus dit hele onderwerp van liefde en geboden alsof ze met elkaar verweven zijn, want dat zijn ze ook. Je kunt Zijn geboden niet houden zonder lief te hebben. Je kunt Hem niet liefhebben zonder Zijn geboden te houden. Hij verbindt dit allemaal met elkaar. Je hoeft maar één ding te onthouden, en dat is liefhebben. Als je niet weet hoe dat voelt of hoe dat eruitziet, kijk dan of je Zijn andere geboden houdt, want zo ziet liefde eruit.

Misleiders die Jezus' menswording ontkennen

Illustratie bij: Misleidend onderwijs kritisch beoordelen.

Nu vers 7:

2 Johannes 1:7

Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist.

Dit is natuurlijk de enige keer dat het woord ‘antichrist’ in de Bijbel voorkomt buiten het boek 1 Johannes. Wat hij hier zegt, is vrijwel hetzelfde als wat hij in 1 Johannes hoofdstuk 4, vers 1 tot en met 6 zei. Hij zei:

1 Johannes 4:1-6

1Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan. 2Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; 3en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is. 4Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is. 5Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. 6Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.

Dat zei hij in 1 Johannes 4. Hij zegt hier hetzelfde. Wie zegt dat Jezus niet in het vlees gekomen is, die persoon is een misleider en een antichrist. Let erop dat Johannes geloofde dat er meerdere antichristen waren, en iedereen die zulke dingen zegt, is er een van, is een antichrist.

Waakzaamheid om de beloning te behouden

Illustratie bij: De gemeente waakt over haar trouw.
2 Johannes 1:8

Let op uzelf, opdat wij niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar een vol loon mogen ontvangen.

Let op ‘jezelf’, maar dan in het meervoud, alsof hij aan een groep mensen schrijft, niet aan één persoon. Nu zou je kunnen betogen dat het meervoud betrekking heeft op de vrouw en haar kinderen, opgevat als een afzonderlijke vrouw en haar werkelijke kinderen, en dat hij aan een gezin schrijft. ‘Jezelf’ zou dan nog steeds in het meervoud staan, terwijl hij alleen deze vrouw en haar nakomelingen aanspreekt. Maar ik weet het niet. Naar mijn idee krijg je hier in het algemeen de indruk dat hij aan een groep mensen schrijft, en dat is een gemeente.

Het woord waarmee hij hen aanspreekt, staat in deze hele brief in het Grieks soms in het enkelvoud en soms in het meervoud. Het zou dus aannemelijk zijn dat hij, wanneer het in het enkelvoud staat, de gemeente als een eenheid aanspreekt, als een vrouw. Wanneer het in het meervoud staat, spreekt hij hen aan vanuit de gedachte dat het tenslotte een heleboel afzonderlijke mensen zijn die samen deze gemeente vormen. Hij lijkt dus tussen enkelvoud en meervoud te wisselen in de manier waarop hij hen aanspreekt. Hier gebruikt hij beslist het meervoud:

‘Let op jezelf, zodat wij’ — in sommige handschriften staat ‘jullie’ — ‘niet verliezen waarvoor wij gewerkt hebben, maar wij’ — ook hier staat in sommige handschriften ‘jullie’ — ‘een vol loon mogen ontvangen.’

De gedachte hier is dat we ergens voor gewerkt hebben, en waar we voor gewerkt hebben, is een volle beloning. Op een dag zullen we daarvoor beloond worden, maar we zouden die kunnen verliezen. Als we niet voorzichtig zijn, zouden we kunnen verliezen waar we voor gewerkt hebben. We willen hier geen terrein verliezen. Terrein verliezen zou blijkbaar gebeuren doordat we bezwijken voor de valse leer van deze antichristen, tegen wie hij waarschuwt. Pas op voor deze leraren die langskomen en Christus verloochenen. Jullie hebben veel gewonnen. Jullie hebben terrein gewonnen. Jullie staat een beloning van God te wachten, maar jullie zouden dat allemaal kunnen verliezen als jullie voor deze valse leer bezwijken.

Blijven in de leer van Christus

Illustratie bij: Blijven bij het onderwijs van Christus.

Hij zei in vers 9:

2 Johannes 1:9

Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon.

Sommige handschriften, de oudere handschriften, zeggen eigenlijk:

Wie vooruitloopt of verdergaat, gaat te ver.

Deze formulering lijkt nu heel sterk op een aantal uitspraken in 1 Johannes. Bedenk dat het woord ‘blijven’ betekent dat je ergens blijft of ermee doorgaat. Hij heeft het dus over mensen die zich binnen de juiste leer van Christus hebben bevonden. Maar ze moeten daar blijven. Wie daarbuiten gaat, vanuit de juiste leer verdergaat naar een onjuiste leer, die persoon heeft God niet.

Over welke leer hebben we het nu? De leer van Christus. Bedenk dat het woord ‘leer’ bij ons tegenwoordig anders wordt gebruikt dan in de Bijbel. Bij het woord ‘leer’ denken we bijna altijd aan theologie: de leer van de soteriologie, de leer van de eschatologie, de leer van de demonologie, de leer van de hamartiologie — dat is de leer van de zonde — enzovoort. We hebben al die theologische namen voor theologische categorieën, en die noemen we leer. En al die dingen komen eigenlijk neer op ideeën over waarheden die er zijn. Maar er is ook een ander soort onderwijs, leer, en dat is onderwijs over hoe je je leven moet leiden. En het onderwijs van Jezus, in elk geval in de synoptische Evangeliën, ging voornamelijk over hoe je je moet gedragen, hoe je met God moet leven, hoe je nederig moet zijn, hoe je moet vergeven, dat soort dingen. In de synoptische Evangeliën lezen we niet, of nauwelijks, dat Jezus met Zijn discipelen ging zitten en over eschatologie of hermeneutiek of soteriologie sprak, of over een van die begripsmatige theorieën. Natuurlijk had Hij theologische ideeën, en die kwamen ongetwijfeld in Zijn onderwijs naar voren. En soms gingen de apostelen in hun latere geschriften dieper op die theologische begrippen in.

Maar het onderwijs van Christus, waarvan Johannes zegt dat je daar niet buiten moet gaan, betekent eigenlijk óf het onderwijs over Christus, wat theologisch zou zijn, óf het onderwijs dat Jezus gaf. De uitdrukking kan beide betekenen. Het onderwijs van Christus kan betekenen wat Jezus onderwees, en dat is overwegend praktisch en ethisch. Ik neig ertoe te denken dat Johannes het onderwijs bedoelt dat Jezus gaf. Hoewel onderwijs over Jezus natuurlijk ook belangrijk is, en Johannes zich daar ook om bekommert.

Wat ervoor pleit dat het om theologisch onderwijs gaat, is dat hij net heeft gezegd dat sommige leraren een verkeerde theologie hebben. Je moet oppassen voor die verkeerde theologie. Ze ontkennen dat Jezus in het vlees gekomen is. Dat is iets theologisch. Het onderwijs van Christus zou dus kunnen verwijzen naar zulk onderwijs over Christus, over de natuur van Christus enzovoort. Toch heeft hij daarvóór betoogd dat we naar Zijn geboden moeten wandelen en elkaar moeten liefhebben. En dat is Zijn gebod. En we moeten Zijn geboden onderhouden. En dat is het onderwijs dat Christus gaf.

Dus wanneer hij zegt:

Ga niet verder dan de leer van Christus; verwaarloos Zijn onderwijs niet. Wie niet bij de leer van Christus blijft, heeft God niet.

bedoelt hij dan het onderwijs over Christus of het onderwijs dat Christus gaf? Beide zijn mogelijk. En Johannes zou zich natuurlijk om beide bekommeren. Maar omdat de uitdrukking waarschijnlijk het een of het ander betekent, denk ik dat hij waarschijnlijk het onderwijs bedoelt dat Christus gaf. Daar zou ook onderwijs over Hemzelf bij horen. Dat zou zowel theologisch onderwijs over Hemzelf zijn als praktisch, ethisch onderwijs.

De apostelen onderwijzen gehoorzaamheid

Illustratie bij: De apostelen onderwijzen de eerste gemeente.

Maar ik zeg dat omdat Paulus in 1 Timotheus dezelfde zorg uitspreekt en vergelijkbare woorden gebruikt, maar minder dubbelzinnig. In 1 Timotheus hoofdstuk 6, vers 3, zei Paulus:

1 Timotheüs 6:3

Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht,

Enzovoort, enzovoort.

Let erop dat ook hij zich zorgen maakt over mensen die niet bij het onderwijs van Jezus blijven. Maar hij zegt uitdrukkelijk: de woorden van onze Heere Jezus Christus, de dingen die Jezus onderwees. En hij noemt dat de leer of het onderwijs over godsvrucht. Dat zou onderwijs over gedrag zijn. Hij maakt zich zorgen over leraren die binnenkomen en antinomianisme onderwijzen. Hij maakt zich zorgen over leraren die binnenkomen en onderwijzen dat zonde best in orde kan zijn. Nee, je moet volgen wat Jezus onderwees. En iedereen die niet blijft bij wat Jezus over deze onderwerpen onderwees en je niet leert godvruchtig te zijn, is niet uit God. Ze weten niet waar ze het over hebben.

En ik denk dat Johannes zich daar ook zorgen over zou maken, want de gnostische leraren onderwezen inderdaad antinomianisme. Dat is verkeerd ethisch onderwijs, niet alleen begripsmatig onderwijs over Wie Jezus is en of Hij al dan niet in het vlees gekomen is. Beide waren punten van zorg. Maar ik geloof dat als je het woord ‘leer’ opzoekt op alle plaatsen waar het in het Nieuwe Testament voorkomt, je volgens mij zult ontdekken dat het woord ‘leer’, dat onderwijs betekent, vaker wel dan niet over ethisch onderwijs gaat.

We weten bijvoorbeeld uit het boek Handelingen dat de eerste christenen dagelijks onderwijs ontvingen in de leer van de apostelen. In Handelingen hoofdstuk 2 staat:

Handelingen 2:42

En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.

Wat was de leer die ze onderwezen? Er wordt ons niet verteld wat ze de gemeente onderwezen, maar we hebben alle reden om te geloven dat ze precies onderwezen wat Jezus hun had opgedragen de gemeente te onderwijzen. En wat was dat? Volgens Mattheüs 28, vers 19 en 20, zei Jezus:

Mattheüs 28:19-20

19Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. 20En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.

Dat is ongetwijfeld wat de apostelen hun onderwezen. Jezus zei:

Geef deze mensen les, maak ze tot leerlingen door ze te leren zich te houden aan alles wat Ik jullie heb opgedragen.

Dat is ethisch onderwijs, het ethische onderwijs dat Christus gaf. Dus toen de apostelen de gemeente dagelijks onderwezen, was het vrijwel zeker het lesprogramma dat Jezus hun had opgedragen, hoewel ons niet wordt verteld wat het lesprogramma was. Ze onderwezen leer, en die leer houdt in dat je discipelen leert hoe ze moeten leven.

Gezonde leer gaat over het dagelijks leven

Illustratie bij: Titus onderwijst gezond dagelijks gedrag.

Kijk eens naar Titus hoofdstuk 2, vers 1. Paulus schrijft aan een jonge gemeenteleider, Titus, en vertelt hem hoe hij moet onderwijzen en hoe hij leiding moet geven aan de gemeenten waarover hij toezicht houdt. En in Titus 2:1 zegt Paulus:

Titus 2:1

Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past.

Of gezond onderwijs.

Wat is gezonde leer? Hij gaat verder en legt het uit. Hij noemt de leer van de Drie-eenheid niet, of de leer over dit of dat theologische punt. Hij zegt:

Titus 2:1-2

1Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past. 2De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding.

Het Engelse woord dat de spreker hier toelicht, betekent ‘beheerst’.

Titus 2:3-6

3Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede, 4opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, 5bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt. 6Spoor evenzo de jongere mannen aan bezonnen te zijn.

De oude mannen, de jonge mannen, de oude vrouwen en de jonge vrouwen krijgen allemaal hun eigen onderwijs. Waarover? Over hoe ze zich moeten gedragen. Dat is gezonde leer. In het Nieuwe Testament verwijst leer vaker niet dan wel naar iemands theologische opvattingen, hoewel dat aspect niet ontbreekt. Maar het voornaamste onderwijs dat gegeven werd, was dat je Jezus moet gehoorzamen. Hij is de Heere, en Jezus heeft je geboden om dit en dat te doen. We moeten mensen dus tot discipelen maken door hun te leren alles in acht te nemen wat Hij heeft geboden.

Wanneer Johannes tegen de uitverkoren vrouw zegt:

2 Johannes 1:9

Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; wie in de leer van Christus blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon.

zou dat kunnen gaan over die leringen dat Hij niet in het vlees gekomen is, enzovoort. Maar ik denk dat dit in de Bijbel vaker wel dan niet verwijst naar het onderwijs dat Christus gaf. Namelijk Zijn onderwijs over liefde, over elkaar liefhebben. De leiders van de gemeente moeten dat onderwijzen. Iedereen die verder gaat en iets leert wat in strijd is met de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus, weet niets. Paulus zegt daarover in 1 Timotheus 6:3:

1 Timotheüs 6:3

Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht,

zei Paulus.

Valse leraren geen onderdak geven

Illustratie bij: Een valse leraar geen onderdak bieden.

Nu vers 10:

2 Johannes 1:10

Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet.

Dit betekent dat je geen gastvrijheid moet betonen aan valse leraren. In de vroege gemeente trokken leraren rond en spraken ze in gemeenten. Ze kwamen als gasten. Ik heb jullie voorgelezen uit de Didache, een handboek van de vroege gemeente, over wat je moet doen wanneer er een leraar naar je gemeente komt. Als hij om geld vraagt, is hij een valse leraar. Als hij langer dan drie dagen blijft, is hij een valse leraar. Als hij in de Geest profeteert en zegt: ‘Breng me een maaltijd’, dan mag hij die niet opeten als hij dat doet. Als hij die opeet, is hij een valse leraar.

Sommige manieren waarop ze dit omschreven, zijn nogal grappig. Maar deze instructies moeten zijn voortgekomen uit werkelijke problemen die ontstonden met die rondtrekkende leraren. Er is niets mis mee als de gemeente gastvrijheid betoont aan een leraar die hun onderwijs geeft. In ruil voor zijn onderwijs geven ze hem onderdak en eten. Dat is heel redelijk. Maar je wilt dat soort gastvrijheid niet betonen aan een leraar die de gemeente met verkeerde leer gaat verderven. Zo iemand neem je niet in huis.

Wanneer hij zegt dat je hen niet in je huis moet toelaten, vragen veel christenen zich af of dit betekent dat je, wanneer er een Jehovah’s Getuige aan je deur komt, die moet uitnodigen om binnen een gesprek te voeren. ‘Nee, Johannes zei:

Laat ze niet binnen in je huis.

Ze brengen verkeerde leer.’ Dat is volgens mij niet wat Johannes bedoelde. Ik denk niet dat Johannes zegt dat je hen niet moet binnenlaten voor een gesprek. Hij zegt: ‘Laat hen niet binnen om hun onderdak te geven. Betoon hun geen gastvrijheid door hun onderdak en eten te geven, want dan werk je eraan mee. Je moedigt hen aan. Je stelt hen in staat hun boodschap uit te dragen.’ In feite financier je hun bediening.

Begroeten en de werking van een zegen

Illustratie bij: Twee leerlingen wensen een huis vrede toe.

Hij zegt dat je hen zelfs niet moet groeten. In de wereld van de oudheid bevatten begroetingen meestal een of andere wens dat het iemand goed zou gaan. ‘Genade zij je.’ ‘Vrede zij je.’ Dat was een gebruikelijke begroeting. Je wilt geen goede dingen toewensen aan mensen die eropuit trekken met valse leringen. Je wilt geen zegen afsmeken over leraren die de gemeente schade toebrengen. Groet hen dus zelfs niet op die manier.

Hij zegt:

2 Johannes 1:11

Want wie hem begroet, die heeft deel aan zijn slechte werken.

Daarmee bedoelt hij volgens mij dat je hem aanmoedigt. Misschien smeek je met je woorden zelfs een of andere genade over hem af. Want, christenen, je weet nooit wat er in de geestelijke wereld allemaal gebeurt in verband met woorden.

Toen Jezus Zijn discipelen twee aan twee uitzond in Lukas hoofdstuk 10, zei Hij:

Lukas 10:5

En welk huis u ook maar binnengaat, zeg eerst: Vrede zij dit huis!

Weet je dat nog? Hij zei:

Als het een waardig huis is, zal je vrede op dat huis rusten. En als het geen waardig huis is, komt je vrede gewoon bij je terug. Dan rust hij niet op het huis.

Dan denk je: wat? Wat betekent dat? Als ik een huis vrede toewens, kan dat er werkelijk voor zorgen dat er vrede over dat huis komt? Maar alleen als het een waardig huis is? Als het een onwaardig huis is, gebeurt dat niet? Er gebeurt hier in de geestelijke wereld door onze woorden en onze gebeden enzovoort meer dan we werkelijk weten.

In het Oude Testament ging men ervan uit dat de ene mens de andere kon zegenen en dat dat iets zou betekenen. Het zou werkelijk enig effect hebben. Iemand vervloeken kon hem buiten zinnen brengen van angst voor datgene waarmee je hem vervloekte. ‘Moge er een plaag komen over jullie beide huizen’ — zo'n soort vervloeking. Men dacht dat zoiets de mogelijkheid met zich meebracht dat er werkelijk een vloek zou komen. Wij zouden kunnen zeggen dat dat gewoon bijgeloof is. Maar hoe weten we dat het bijgeloof is? We zijn, we zijn beginners op het gebied van geestelijke dingen. Dat zijn we echt. Hoeveel weten we eigenlijk van de geestelijke wereld en haar mysteries? Als Jezus zei:

Mattheüs 10:13

En als dat huis het waard is, laat dan uw vrede erover komen, maar als het dat niet waard is, laat dan uw vrede tot u terugkeren.

dan ga ik ervan uit dat Jezus niet bijgelovig is. Hij weet meer van dit soort dingen dan ik.

Wanneer Johannes zegt:

2 Johannes 1:10

Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvang hem niet in huis en begroet hem niet.

dan is dat omdat je daarmee een medestander wordt. Je wordt iemand die deelheeft aan hun slechte daden. Zij zijn bezig met een slechte missie, en jij moedigt dat aan. Misschien breng je er zelfs een of andere vorm van genade of vrede over.

Een zegen tijdens het liften

Illustratie bij: Een onverwachte les bij het liften.

Ik vertel hierbij meestal dit verhaal, omdat het iets was wat indruk op me maakte. Toen ik jong was, in de twintig, liftte ik vaak omdat ik geen geld of betrouwbare auto's had. Ik stond eens te liften in Santa Cruz, en er was nog een lifter, een meisje, dat toevallig op dezelfde hoek stond. Zij kende mij omdat ze een van mijn Bijbelstudies had bijgewoond. Ik kende haar niet, maar zij herkende mij. Volgens mij was ze pas christen geworden, nog maar net christen.

We stonden allebei te liften. Ik wist niet hoe ze heette of wat dan ook. We liftten niet samen, maar toevallig liftten we vanaf die hoek dezelfde kant op. Er stopte een auto die ons meenam. We reden maar een paar straten verder en toen zei de bestuurder: ‘Hier sla ik af.’ Dus moest hij ons daar laten uitstappen. Zoals ik gewend was, zei ik gewoon tegen hem: ‘God zegene je’, en stapte uit de auto. Terwijl ik uitstapte, zei ik tegen het meisje: ‘Nou, aan dat ritje hadden we niet veel, hè?’

Ze zei: ‘Nou, misschien had hij gewoon die zegen nodig.’

Daar stond ik dan, de Bijbelleraar die het allemaal zo goed wist. Zij was pas christen. Het was nooit bij me opgekomen dat als ik zeg: ‘God zegene je’, dat iemand dan misschien zou zegenen. Ze was echt naïef: ‘Misschien wilde God gewoon dat hij die zegen kreeg.’ Het was nooit bij me opgekomen dat er iets zou gebeuren, bijvoorbeeld dat hij gezegend werd doordat ik zei: ‘God zegene je.’ Voor mij was het gewoon een traditie.

Maar soms geldt:

Jesaja 11:6

een kleine jongen zal ze drijven.

Jezus zei:

Mattheüs 11:25

In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.

Misschien heeft ze gelijk. Misschien gaat er, als ik zeg: ‘God zegene je’, werkelijk iets gebeuren waarvan ik niet eens verwacht dat het gebeurt. Wanneer je iemand begroet en zegt: ‘Genade voor je, vrede voor je’, en de missie waarmee die persoon bezig is, is een slechte missie, dan doe je iets waarvan Johannes zei dat je het niet moest doen. Doe dat niet, want je krijgt samen met hem deel aan zijn slechte daden, je deelt erin.

Geen deel hebben aan de zonden van anderen

Illustratie bij: Timotheüs overweegt zorgvuldig wie hij aanstelt.

Paulus zei zoiets in 1 Timotheus 5, toen hij met Timotheus sprak over het aanstellen van mensen voor de bediening. Dat gebeurde door handoplegging. Wanneer ze iemand aanstelden om hem in de bediening te laten beginnen, legden degenen die al in de bediening stonden hun handen op de nieuwkomer, of op degene die werd uitgezonden. Daarmee werd dit tot uitdrukking gebracht: ‘Je bent met ons verbonden. Je bent een verlengstuk van onze handen. Wat je doet, doe je met onze volmacht. Wij geven je die volmacht. Daarom is het alsof onze handen doen wat jij doet. Je bent een verlengstuk van ons.’

Paulus waarschuwde Timotheus om dit niet onzorgvuldig te doen. Want als je iemand als het ware tot een verlengstuk van jezelf maakt door hem aan te stellen, wat als hij dan de verkeerde kant opgaat? Dan ben jij betrokken bij zijn verkeerde daden. In 1 Timotheus hoofdstuk 5, vers 22, draagt Paulus Timotheus op:

1 Timotheüs 5:22

Leg niemand haastig de handen op en heb geen deel aan zonden van anderen. Bewaar uzelf rein.

Die twee dingen hangen samen. Als je iemand overhaast aanstelt en hij er uiteindelijk op uitgaat en met jouw volmacht slechte dingen doet, dan deel je met hem in zijn zonden. Misschien denk je er niet zo over, maar zo is het wel. Paulus zegt dat als jij er volmacht voor geeft, jij er verantwoordelijk voor bent. Als je iemand overhaast de handen oplegt, iemand dus die niet echt goed beproefd is en zich misschien niet goed zal blijven gedragen, dan deel je in zijn zonden.

Mensen begroetten elkaar in die tijd door elkaar een zegen toe te wensen. Johannes zei dat je deelhebt aan de zonden van die persoon als je hem op die manier begroet.

Dan sluit hij de brief af, zoals we eerder zagen:

2 Johannes 1:12-13

12Hoewel ik veel aan u te schrijven heb, wilde ik dat niet doen met papier en inkt; maar ik hoop naar u toe te komen en van mond tot mond met u te spreken, opdat onze blijdschap volkomen zal zijn. 13U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.

Het is een heel korte brief, eigenlijk minder dan twaalf verzen met daadwerkelijke instructies van welke aard dan ook. In hoofdzaak zegt hij alleen maar: ‘Pas op voor valse leraren. Degenen die ik op het oog heb, zijn degenen die ontkennen dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Ze zijn ook antinomistisch, en ze zouden je willen wijsmaken dat je de geboden van Christus niet hoeft te houden. Maar ik zeg dat je wel naar Zijn geboden moet wandelen. Wandelen in liefde zal betekenen dat je naar Zijn geboden wandelt, en dat moet je doen. Duld geen enkele leraar die komt om de waarheid van deze dingen te ondermijnen en in de gemeente zulke valse leer daarvoor in de plaats te stellen. Moedig zo iemand zelfs niet aan, begroet hem zelfs niet en verleen hem geen gastvrijheid.’

Johannes schrijft dus aan deze uitverkoren vrouw of gemeente om de gemeente in te enten tegen het gevaar van besmetting met deze onwaarheden van buitenaf.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als 2 John. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…