Waarom laat God lijden toe? Wat de Bijbel wel en niet zegt
Als God goed is, waarom voorkomt Hij dan geen ziekte, onrecht en verlies? Drie Bijbelgedeelten helpen om die vraag eerlijk te onderzoeken, zonder voor ieder verdriet een verklaring te verzinnen.

Waarom laat God lijden toe? De Bijbel geeft geen verklaring voor ieder afzonderlijk geval, maar laat wel zien dat lijden niet automatisch persoonlijke schuld bewijst, dat God kwaad ten goede kan keren en dat verdriet niet het laatste woord heeft. Dat antwoord neemt de pijn niet weg. Het geeft wel richting aan de vraag wat je over God, jezelf en een ander kunt zeggen wanneer het leven breekt.
Misschien stel je deze vraag uit nieuwsgierigheid. Misschien omdat iemand van wie je houdt ziek is, of omdat je zelf iets meemaakt dat niet te rijmen lijkt met een goede God. In dat laatste geval kunnen snelle antwoorden hard aankomen. Daarom volgen we hier drie concrete gedeelten uit de Bijbel, met de uitleg uit de reeds beschikbare Nederlandse lezingen van Steve Gregg.
Is lijden een straf van God? Johannes 9
Wanneer Jezus een man ontmoet die blind geboren is, vragen Zijn discipelen wie gezondigd heeft: de man zelf of zijn ouders. Hun vraag bevat al een aanname. Als iemand zo lijdt, moet er een schuldige aan te wijzen zijn.
Jezus wijst die verklaring voor deze man af. Zijn blindheid wordt hier niet toegeschreven aan een zonde van hem of zijn ouders. Vervolgens spreekt Jezus over Gods werken die in hem zichtbaar zullen worden, en geneest Hij hem.
In de lezing over Johannes 9 maakt Gregg een belangrijk onderscheid: spreken over een wereld waarin zonde, ziekte en dood voorkomen, is iets anders dan beweren dat ieder individueel geval van lijden de straf voor een individuele zonde is. Uit iemands ziekte kun je niet afleiden wat die persoon verkeerd heeft gedaan.
Gregg legt Jezus’ woorden vervolgens uit als een geval waarin Gods heerlijkheid zichtbaar wordt door wat Hij in deze man doet. Daarmee behandelt hij een mogelijkheid die buiten de twee opties van de discipelen valt. Dat geeft ons nog geen kennis van Gods bedoeling bij iedere ziekte die we vandaag tegenkomen.
De praktische betekenis is groot. Wie naast een zieke of rouwende staat, hoeft geen verborgen schuld op te sporen. De vraag kan verschuiven van wat heb jij verkeerd gedaan? naar wat kan ik voor je doen?
Waarom grijpt God niet altijd in?
Juist hier blijft de spanning bestaan. In Johannes 9 grijpt Jezus in en ontvangt de man zijn gezichtsvermogen. Maar daarmee verklaart dit hoofdstuk niet waarom een ander ziek blijft, of waarom hulp soms uitblijft.
Een bijzondere genezing is geen belofte dat iedere gelovige dezelfde uitkomst zal meemaken. Wie het verhaal zo leest, legt een verwachting op de tekst die het verhaal zelf niet uitspreekt. En wie bij een ander geen herstel ziet, heeft daarmee nog geen reden om diens geloof te beoordelen.
Deze passages beantwoorden dus niet alle vragen over Gods handelen. Ze begrenzen wel onze eigen verklaringen. We kunnen erkennen dat we niet weten waarom God in een specifieke situatie niet ingrijpt, en tegelijk onderzoeken welke hoop de Bijbel biedt midden in die situatie.
Kan God iets goeds doen met kwaad? Genesis 50
Jozef kent onrecht van dichtbij. Zijn broers verkopen hem als slaaf. Jaren later zijn zij bang dat hij wraak zal nemen. In Genesis 50 kijkt Jozef terug op hun daad: zij hadden kwaad tegen hem bedacht, maar God heeft het ten goede gedacht, tot behoud van mensenlevens.
Dat onderscheid doet ertoe. De broers deden werkelijk kwaad. Dat hun daad uiteindelijk niet het laatste woord kreeg, maakt die daad niet goed.
In de uitleg bij Genesis 50:20 benadrukt Gregg dat Gods vermogen om iets goeds uit kwaad te laten voortkomen de daders niet vrijpleit. Volgens zijn uitleg heeft God hun slechte plannen niet in hun hart gelegd. De verantwoordelijkheid blijft bij hen.
Voor de vraag naar lijden betekent dit: Gods trouw hoeft niet afhankelijk te zijn van de afwezigheid van onrecht. Hij kan ook handelen in een geschiedenis die mensen ernstig beschadigen. Maar wij beschikken niet over Jozefs terugblik op het hele verhaal. We kunnen een ander daarom niet beloven dat binnenkort zichtbaar wordt waar diens verlies goed voor was.
Betekent Romeinen 8:28 dat alles goed is?
Romeinen 8:28 wordt vaak aangehaald als iemand het moeilijk heeft: alle dingen werken mee ten goede voor hen die God liefhebben. Los van de context kan dat klinken alsof je ieder verdriet goed moet noemen.
Maar in hetzelfde hoofdstuk spreekt Paulus uitvoerig over lijden, vergankelijkheid en zuchten. Ook gelovigen zuchten. Hij schrijft dus niet vanuit de gedachte dat geloof alle pijn al heeft opgelost.
In de lezing over Romeinen 8:15–39 bespreekt Gregg twee mogelijke accenten bij vers 28. God kan moeilijke omstandigheden ten goede gebruiken. Daarnaast kan Paulus met deze woorden terugwijzen naar de hulp die hij in dit hoofdstuk heeft genoemd: de Geest, Zijn voorbede en de hoop op toekomstige heerlijkheid. Gregg laat ruimte voor beide lezingen.
Geen van beide vereist dat je kwaad hernoemt tot iets goeds. De nadruk ligt op wat God doet voor mensen die Hem liefhebben. Lees vers 28 daarom samen met de verzen ervoor en erna, in plaats van het als losse verklaring over iemands verdriet uit te spreken.
Welke hoop geeft de Bijbel bij lijden?
Romeinen 8 kijkt vooruit naar bevrijding van vergankelijkheid. Paulus beschrijft een schepping die zucht en gelovigen die wachten op de verlossing van hun lichaam. Hoop gaat hier juist over iets wat nog niet volledig zichtbaar is.
Dat maakt ruimte voor verdriet in het heden. Je hoeft niet te doen alsof het al goed gaat. In de uitleg over zuchten, volharding en gebed komt ook de hulp van de Geest ter sprake wanneer mensen zwak zijn en niet weten wat zij moeten bidden.
Aan het einde van het hoofdstuk noemt Paulus verdrukking, gevaar en andere bedreigingen. De zekerheid die hij daar tegenover stelt, is dat deze dingen gelovigen niet kunnen scheiden van Gods liefde in Christus. De belofte is dus niet dat een christen buiten het bereik van lijden leeft. Het is dat Gods liefde daarin niet ophoudt.
Waar kun je beginnen met luisteren?
Je hoeft niet eerst een hele reeks te volgen. Kies de vraag die het dichtst bij je staat:
- “Heb ik dit aan mezelf te wijten?” Begin bij Johannes 9. Let op de aanname in de vraag van de discipelen en op Jezus’ antwoord.
- “Kan onrecht ooit worden rechtgezet?” Luister naar Genesis 48–50, met Jozefs terugblik aan het einde van het boek. Houd menselijke verantwoordelijkheid en Gods handelen naast elkaar.
- “Hoe houd ik hoop als mijn situatie niet verandert?” Neem Romeinen 8:15–39 erbij. Volg de lijn van lijden en zuchten naar hulp, verwachting en liefde.
Bij elke lezing kun je luisteren, de volledige Nederlandse tekst meelezen en de PDF downloaden. Pauzeer gerust bij een moeilijke gedachte. Een vraag die je nog niet kunt beantwoorden, mag een vraag blijven.
Wil je meer context bij deze gedeelten? Lees ook de introducties bij Johannes, Genesis en Romeinen.
Dit artikel is een redactionele verwerking van de genoemde lezingen op Vers voor Vers, geen letterlijk transcript. De uitleg van Steve Gregg wordt waar relevant als zijn interpretatie benoemd. Bijbelgedeelten zijn hier in eigen woorden weergegeven; neem voor de volledige tekst en argumentatie de gekoppelde lezingen erbij.

