Bij het Bijbelboek

Ezra lezen: terugkeer, tempel en een leraar van de wet

Na zeventig jaar ballingschap mogen de Joden terug naar Jeruzalem. Het boek Ezra vertelt hoe de tempel wordt herbouwd en hoe een schriftgeleerde het volk later terugroept naar Gods wet.

Mijn VVV
Artistieke voorstelling van een bebaarde man met een geopende boekrol op schoot, die op een binnenplaats spreekt tot een kring van mannen, vrouwen en kinderen, met op de achtergrond de muren en gebouwen van een stad op een heuvel.
Ezra had zijn hart erop gericht de wet van de Heere te onderzoeken, te doen en te onderwijzen. Illustratie gemaakt met AI.

Ezra begint waar 2 Kronieken eindigt: bij het bevel van Kores, de koning van Perzië, dat de Joden terug mogen naar Jeruzalem om het huis van de Heere te herbouwen. Het boek beslaat twee perioden. De eerste zes hoofdstukken gaan over de eerste groep teruggekeerden onder Zerubbabel en de hogepriester Jesua, tot de tempel voltooid is. Na een onderbreking van ongeveer 58 jaar volgen de hoofdstukken over Ezra zelf, de priester en schriftgeleerde die met een tweede groep uit Perzië komt.

In de vier Nederlandstalige lezingen over Ezra volgt Steve Gregg die geschiedenis hoofdstuk voor hoofdstuk, met veel aandacht voor de profeten van die tijd en voor de vraag wat het verhaal ons nu leert.

Terug naar Jeruzalem

De eerste lezing, over Ezra 1-3, begint bij de achtergrond. Gregg legt uit hoe je de zeventig jaar kunt berekenen waarover Jeremia profeteerde. Een van de meest betekenisvolle manieren gaat uit van de verwoesting van de tempel in 586 voor Christus en de voltooiing van de nieuwe tempel zo’n zeventig jaar later. Hij wijst ook op Jesaja, die Kores bij naam noemde en voorzei dat de rivier zou opdrogen en de bronzen poorten open zouden gaan. Kores zelf erkent in zijn besluit dat de HEERE, de God van de hemel, hem de koninkrijken van de aarde heeft gegeven.

Daarna volgen de lijsten van teruggekeerde families, bijna 50.000 mensen. Gregg staat stil bij de priesters die hun afstamming niet konden aantonen en daarom niet in het priesterschap mochten dienen. In hoofdstuk 3 richten de teruggekeerden eerst het altaar op en vieren ze het Loofhuttenfeest, nog voordat er aan de tempel gebouwd wordt. Wanneer het fundament gelegd is, juicht het volk, maar de ouderen die de tempel van Salomo nog hadden gekend, huilen. Met Haggaï 2 laat Gregg zien dat het nieuwe gebouw hun vergeleken met de vroegere tempel als niets voorkwam.

Tegenstand en een voltooide tempel

Ezra 4-6 begint met een aanbod van de Samaritanen om mee te bouwen. Zerubbabel weigert, omdat zij geen ware aanbidders van de HEERE waren. Daarop volgt tegenwerking die het werk zestien jaar stillegt. Gregg legt uit dat Ezra in hoofdstuk 4 ook brieven uit een latere tijd opneemt, uit de dagen van Ahasveros en Arthahsasta, als voorbeelden van dezelfde soort tegenstand.

God liet het stilleggen niet zomaar gebeuren. Hij stuurde de profeten Haggaï en Zacharia om het volk terecht te wijzen. Volgens Haggaï hadden ze hun eigen huizen afgebouwd terwijl het huis van God in puin lag, en daarom glipte hun loon hun door de vingers, als geld in een zak met gaten. Gregg past dit toe op de gemeente als het huis van God in onze tijd. Het volk gaf gehoor en ging weer bouwen. Toen de stadhouder Tattenai navraag deed, bleek het bevel van Kores in de archieven te bestaan, en Darius bevestigde het: de kosten moesten zelfs uit de belastingopbrengst van het gebied worden betaald. De tempel werd voltooid en ingewijd, en het volk vierde met blijdschap het Pascha.

Onderzoeken, doen en onderwijzen

Met Ezra 7-8 treedt Ezra zelf naar voren. Gregg beschrijft hem als een priester van zuivere afstamming en als de eerste die we kennen van een nieuw soort schriftgeleerden: deskundigen in de wet van Mozes. Eén vers vat volgens hem zijn hele levenswerk samen.

Ezra had namelijk zijn hart erop gericht om de wet van de HEERE te onderzoeken, om die te doen en om in Israël de verordeningen en bepalingen te onderwijzen.

— Ezra 7:10, Herziene Statenvertaling

In de lezing over Ezra 7-8 noemt Gregg dit een volledige beschrijving van wat iemand tot een goede geestelijke leider maakt. De volgorde is belangrijk. Het Woord van God bestuderen zonder het te willen doen, is tijdverspilling; het doen maakt het bestuderen waardevol. En het doen is ook de voorwaarde voor het onderwijzen. Niemand gehoorzaamt volmaakt, maar wie onderwijst, moet vastbesloten zijn zelf te leven naar wat hij zegt. Gehoorzaamheid is volgens Gregg de reden om te studeren en de vereiste om te onderwijzen.

De rest van de lezing gaat over de brief waarin Arthahsasta Ezra zilver, goud en ruime bevoegdheden geeft. Gregg ziet daarin Gods hand: Ezra zelf zegt dat God het de koning in het hart heeft gegeven om het huis van de Heere te verfraaien, een uitdrukking die volgens Gregg waarschijnlijk aan Jesaja 60 ontleend is. Bij de rivier merkt Ezra dat er geen Levieten meegaan en zorgt hij dat die alsnog komen. Omdat hij de koning had verteld dat Gods hand over wie Hem zoeken is, schaamt hij zich om een militair escorte te vragen. Het gezelschap vast en bidt, en komt met alle kostbaarheden veilig aan.

Ezra’s gebed en de hervorming

De laatste lezing, Ezra 9-10, gaat over de enige hervorming die het boek uitvoerig beschrijft. Ezra hoort dat velen, ook priesters, Levieten en leiders, met vrouwen uit de omringende volken zijn getrouwd. Gregg benadrukt dat het probleem vooral hun godsdienst was en de concessies aan afgoderij, niet hun afkomst: wie zich tot de HEERE bekeerde, zoals Rachab, kon wel deel van het volk worden. Hij verbindt dit met het christelijke huwelijk en stelt dat de keuze van een huwelijkspartner laat zien welke plaats God in je leven heeft.

Ezra scheurt zijn kleren en bidt. Net als Daniël en Nehemia vereenzelvigt hij zich in zijn schuldbelijdenis met het volk, zonder zich boven de anderen te stellen. Gregg wijst erop dat Ezra ook hier aan Jesaja denkt: de mensen die beven voor Gods woord herinneren aan Jesaja 66, waar God zegt dat Hij omziet naar wie gebroken is en voor Zijn woord beeft. Het volk komt in de koude regen bijeen en besluit de vrouwen en hun kinderen weg te sturen. Gregg acht die maatregel in Ezra’s situatie waarschijnlijk juist, maar wijst met 1 Korinthe 7 erop dat een christen een ongelovige huwelijkspartner die wil blijven niet mag verlaten.

De hele reeks over Ezra begint bij een heidense koning die de weg vrijmaakt voor Gods volk, en eindigt bij een schriftgeleerde die dat volk terugroept naar Gods wet.

← Alle blogartikelen

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…