2 Koningen lezen: Elisa, de val van Samaria en de ballingschap
Een profeet wordt opgenomen in een wervelwind, en twee koninkrijken lopen ondanks alle waarschuwingen af op hun ondergang. 2 Koningen laat zien hoe geduldig God is, en hoe zeker Zijn woord uitkomt.

2 Koningen begint met de opname van Elia en eindigt met een verwoeste tempel en een koning in ballingschap. Daartussen liggen de wonderen van Elisa, de val van het noordelijke rijk, de hervormingen van Hizkia en Josia, en de lange weg van Juda naar Babel.
In de twaalf Nederlandstalige lezingen over 2 Koningen volgt Steve Gregg het boek hoofdstuk voor hoofdstuk. Waar het verhaal kort is, vult hij het aan met Kronieken en de profeten.
Elia gaat, Elisa neemt het over
De eerste lezing begint met koning Ahazia, die Baäl-Zebub raadpleegt in plaats van God. Daarna volgt Elisa, die zijn meester niet wil loslaten, om een dubbel deel van diens geest vraagt en ziet hoe Elia in een wervelwind wordt opgenomen. Gregg wijst erop dat de tekst niet zegt waar Elia terechtkwam.
In hoofdstuk 3 en 4 geeft God via Elisa water aan de legers die tegen Moab optrekken. Daarna volgen de olie van de weduwe, de opwekking van de zoon van de Sunamitische vrouw en de voedselwonderen onder de leerling-profeten. Gregg ziet in Elisa’s medeleven een beeld van Christus. God bleef werken onder het godvrezende overblijfsel in een afvallig volk.
Genezing, bescherming en oordeel
Hoofdstuk 5 en 6 vertellen over de genezing van Naäman. Gregg ziet daarin een beeld van behoud door eenvoudig geloof en gehoorzaamheid, waarbij trots in de weg staat. Tegenover Elisa’s weigering om geschenken aan te nemen staat de hebzucht van Gehazi. Bij Dothan gaan de ogen van Elisa’s knecht open voor Gods onzichtbare bescherming.
De lezing over hoofdstuk 7 tot en met 9 laat zien hoe de hongersnood in Samaria precies eindigt zoals Elisa had gezegd. De vier melaatsen die het verlaten legerkamp vinden, vergelijkt Gregg met christenen die het goede nieuws niet voor zichzelf mogen houden. Daarna volgt de staatsgreep van Jehu, waarin Gods aangekondigde oordeel over het huis van Achab wordt uitgevoerd.
Hervormingen die halverwege blijven steken
In hoofdstuk 10 tot en met 12 roeit Jehu de Baäldienst uit, maar laat hij de gouden kalveren staan. In Juda grijpt Athalia de macht, totdat de jonge Joas wordt gekroond. Met 2 Kronieken laat Gregg zien hoe Joas na de dood van de priester Jojada afvallig wordt.
Hoofdstuk 13 en 14 gaan over Elisa’s laatste profetie en het wonder bij zijn graf, en over koningen die ondanks Gods ingrijpen aan afgoderij vasthouden. Bij Jerobeam II en zijn tijdgenoot Jona wijst Gregg op Gods ontferming over Israël en over Ninevé. In hoofdstuk 15 en 16 volgen Uzzia, die hoogmoedig werd, de snelle troonswisselingen in Israël en koning Achaz, die hulp zocht bij Assyrië in plaats van bij God.
Het einde van Israël en de redding van Jeruzalem
De lezing over hoofdstuk 17 en 18 beschrijft de val van het noordelijke rijk als Gods oordeel na lang geduld. Daarna gaat Gregg uitvoerig in op de hervormingen van Hizkia en op de Assyrische commandant die het vertrouwen van Jeruzalem op de HEERE probeert te breken.
In hoofdstuk 19 en 20 legt Hizkia de dreigbrief aan God voor, en de HEERE bevrijdt de stad zoals Jesaja had aangekondigd. Gregg bespreekt ook Hizkia’s genezing en het bezoek van de Babylonische gezanten, waarbij zijn hoogmoed aan het licht komt.
Van Manasse tot Babel
Hoofdstuk 21 en 22 zetten Manasse, die Juda met afgoderij en onschuldig bloed onder Gods oordeel bracht, naast Josia, die zich vernederde toen het teruggevonden wetboek werd voorgelezen. In hoofdstuk 23 en 24 bestrijdt Josia de afgoderij en viert hij het Pascha. Volgens Gregg bleef de bekering van het volk toch oppervlakkig. Hij staat ook stil bij het dal van Hinnom en de betekenis van Gehenna.
De slotlezing behandelt de val van Jeruzalem, de verwoesting van de tempel, de moord op Gedalia en de vrijlating van Jojachin in Babel. Gregg kijkt vooruit naar de terugkeer van een overblijfsel onder Kores, en benadrukt dat God Zijn aangekondigde oordeel uitvoert, ook als Hij daar lang mee wacht.
Meer dan wat je ziet
Hij zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn. En Elisa bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.
— 2 Koningen 6:16-17, Herziene Statenvertaling
Deze woorden worden besproken in de lezing over hoofdstuk 5 en 6. Gregg merkt op dat niet Dothan door de Syriërs omsingeld was, maar de Syriërs door de engelen van God. Dat was al zo voordat de knecht het zag. Toen zijn ogen opengingen, werd het niet ineens waar; hij werd zich alleen bewust van wat al waar was.
De hele reeks over 2 Koningen laat zien hoe die onzichtbare werkelijkheid van Gods trouw en Gods oordeel de geschiedenis van koningen en volk bepaalt.

