Prediker 8-12

Wie kwaad doet, wordt niet meteen gestraft

Luisteren 1 uur 14 min Lezen ± 1 uur 1 min · Lezing 4 van 4

Testament
Boekcategorie
Schrijver / bijdrager
Tijdperiode van de inhoud
Mijn VVV

Van deze lezing bestaat een verzorgde PDF, met de bijbelteksten apart gezet en een inhoudsopgave: https://media.versvoorvers.org/prediker/8-12.pdf?v=e27b28bd59cf. Deze afdruk komt van https://versvoorvers.org/prediker/8-12.

Samenvatting

Wijsheid, onrecht en sterfelijkheid in Salomo’s zoektocht naar betekenis.

Lees de volledige samenvatting

Steve Gregg bespreekt Prediker 8 tot en met 12, waarin Salomo nadenkt over koninklijk gezag, uitgestelde bestraffing, onrecht en de grenzen van menselijke kennis. Hij legt uit dat Salomo’s uitspraken over de dood, toeval en levensgenot deels terugblikken zijn op zijn gedachten toen hij van God was afgedwaald; daarom beschouwt hij de uitspraak dat de doden niets weten niet als een betrouwbare onderbouwing van de zielenslaap. Daarnaast behandelt hij de praktische raad over wijsheid en dwaasheid, zorgvuldig spreken, vrijgevigheid en werken zonder steeds op gunstige omstandigheden te wachten. Hij verklaart de beelden van de ouderdom als een beschrijving van lichamelijke aftakeling en benadrukt de oproep om God al in je jeugd te dienen. Tot slot bespreekt hij Salomo’s uiteindelijke conclusie dat de mens God moet vrezen en Zijn geboden moet houden, omdat God elke daad zal oordelen.

Het gezag en de risico’s van het koningschap

Illustratie bij: Wijs handelen onder het gezag van de koning.

Welkom bij Vers voor Vers! Deze keer behandelen we Prediker hoofdstuk 8 tot en met 12.

We komen nu bij het achtste hoofdstuk van Prediker.

Prediker 8:1-3

1Wie is als de wijze en wie weet de verklaring van de dingen? De wijsheid van de mens verlicht zijn gezicht, zodat de stuursheid van zijn gezicht wordt veranderd. 2Ik zeg : Houd u aan het bevel van de koning, en wel vanwege de eed aan God. 3Haast u niet bij hem vandaan te gaan. Houd niet vast aan een kwade zaak, want hij doet alles wat hem behaagt,

Blijkbaar betekent dit dat de koning doet wat hij wil doen. Dit gaat over de soevereiniteit van een koning. Daar hebben we in onze samenleving niet veel ervaring mee. We hebben in deze samenleving al honderden jaren geen koning meer gehad, maar de meeste volken hebben er door de geschiedenis heen zeker wel een gehad. In wezen spreekt hij erover dat je het gebod van de koning moet houden vanwege de eed die je aan God hebt afgelegd.

Blijkbaar werd er bij de beëdiging van koningen een verbond gesloten tussen de koning en het volk, net zoals bij de beëdiging van een president. Ze leggen hun hand op de Bijbel en leggen een ambtseed af, of iets dergelijks. Er moet zoiets zijn geweest, waarbij het volk voor God beloofde dat het zijn koning zou eren. Waarschijnlijk legde hij zelf ook een of andere eed af. Houd je dus aan de eed die je hierover aan God hebt afgelegd, zegt hij.

Hij zegt:

Kies geen partij voor iets slechts, want de koning doet toch wat hij wil.

Met iets kwaads wordt waarschijnlijk een opstand tegen de koning bedoeld. Kom dus niet tegen de koning in opstand, ook al zijn er anderen die dat wel doen. Sluit je niet bij hen aan, want de koning is soeverein.

Er staat:

Prediker 8:4-8

4omdat het woord van de koning zeggenschap heeft. Wie zal tegen hem zeggen: Wat doet u? 5Wie het gebod in acht neemt, ondervindt geen kwaad. Het hart van de wijze kent tijd en gelegenheid. 6Want voor elk voornemen is er een tijd en gelegenheid, ja, het kwaad van de mens is overvloedig over hem. 7Want hij weet niet wat er gebeuren zal. Wie zal hem immers bekendmaken wanneer het gebeuren zal? 8Er is geen mens die macht heeft over de geest, om de geest in te houden. Hij heeft geen zeggenschap over de dag van de dood, er is geen vrijstelling in deze strijd en de goddeloosheid laat de bedrijvers ervan niet ontkomen.

Het woord van de koning heeft macht. Wie mag tegen hem zeggen:

Wat ben je aan het doen?

Dat is opnieuw iets wat wij niet begrijpen. In onze samenleving stellen we onze leiders ter verantwoording. We kunnen hen zelfs bij verkiezingen wegstemmen. We kunnen zelfs een afzettingsprocedure tegen hen beginnen als ze iets verkeerd doen. In een koninkrijk kan dat niet. Er kan een revolutie plaatsvinden, een onwettige revolutie. Maar in onze samenleving hebben we wettige manieren om van een slechte heerser af te komen. Of om, als we het niet met hem eens zijn, iemand anders te vinden die zijn plaats inneemt. Dat is in onze samenleving wettig. In samenlevingen uit de oudheid was dat niet wettig. Je moest je óf aansluiten bij een groep opstandelingen en je kansen wagen in een oorlog tegen de koning, óf je erbij neerleggen. Een koning kan op grond van zijn positie doen wat hij wil doen. Hij is soeverein.

De waarde van juist deze informatie voor ons is natuurlijk dat we in God, in Jezus, een Koning hebben. Jezus is onze Koning, en dat is iets waarvoor we in onze eigen samenleving geen referentiekader hebben. Wanneer de Bijbel zei dat Jezus de Koning is, betekende het woord ‘koning’ iets voor mensen, omdat ze koningen hadden. Ze wisten wat een koning was. Onze samenleving heeft het besef verloren van wat een koning is, welke voorrechten een koning heeft, of wat heren zijn. We hebben ook geen slaven en meesters meer.

Die dingen waren heel gewoon in de samenleving, in alle tijden vóór de moderne tijd. Elke samenleving had koningen. Elke samenleving kende slavernij en meesters, enzovoort. Dus wanneer de Bijbel zei dat Jezus Heere is, of wanneer er staat dat Hij de Koning is en een koninkrijk heeft, begrepen mensen dat bijna intuïtief. Ze hadden namelijk een referentiekader voor wat een koning is, wat een heer is. Dat hebben wij in onze samenleving niet. Daarom moeten we eraan herinnerd worden dat mensen die een koning hebben, de koning niet ter verantwoording roepen. Hij heeft het absolute gezag. Hij is soeverein, en dat is wat hier wordt gezegd.

In vers 9:

Prediker 8:9

Dit alles heb ik gezien, toen ik mij er met heel mijn hart op toelegde al het werk te begrijpen dat er plaatsvindt onder de zon: er is een tijd dat de ene mens heerst over de andere mens, hem ten kwade.

De leiding hebben is niet altijd in je voordeel. Ik weet niet welke omstandigheden hij in gedachten heeft. Hij is een heerser. Naast zijn voorrechten heeft hij waarschijnlijk ook verantwoordelijkheden en is hij het doelwit van andere koningen. Als je ten strijde trekt, zoekt de vijand natuurlijk naar de koning. Dat gebeurde toen Achab en Josafat tegen de Syriërs optrokken. Josafat was als koning gekleed. Achab niet. Omdat Josafat duidelijk de koning was, richtte de vijand zich op hem, totdat ze beseften dat hij niet de koning was die ze zochten.

Maar de koning heeft voorrechten, en hij heeft ook vijanden. Zijn positie brengt gevaren met zich mee. Er zijn momenten waarop mensen over andere mensen heersen en dat niet in het voordeel van de heerser is.

Goddeloosheid en uitgestelde straf

Illustratie bij: Een begrafenis en de onverschilligheid van de stad.
Prediker 8:10

Evenzo heb ik gezien hoe de goddelozen begraven werden en ingingen, terwijl zij die oprecht gehandeld hadden, uit de heilige plaats moesten gaan en vergeten werden in de stad. Ook dat is vluchtig.

Blijkbaar gaat het hier om mensen die van het geloof waren afgedwaald, of die de tempel hadden verlaten, de gemeenschap van de gelovigen hadden verlaten. Ze waren goddeloos, en ze stierven, en ze werden begraven, en ze werden niet herinnerd.

Prediker 8:11

Omdat het vonnis over een slechte daad niet snel geveld wordt, daarom blijft het hart van de mensenkinderen in hen vervuld van kwaaddoen.

Dit is eigenlijk een geweldig vers. Dit is een vers dat het waard is om uit je hoofd te leren. Mensen denken dat ze ongestraft kwaad kunnen doen omdat ze niet onmiddellijk worden gestraft. Ze kunnen maar doorgaan en doorgaan en doorgaan met hun kwaad. Ze hebben het gevoel dat ze ermee wegkomen, en ze raken steeds meer verankerd in hun kwaad. De gewoonte raakt steeds dieper ingesleten. Ze worden steeds overmoediger en voelen zich er steeds meer in aangemoedigd. Zo wordt het kwaad een manier van leven voor hen, omdat het vonnis over hun slechte daad niet onmiddellijk wordt voltrokken.

Ik denk dat samenlevingen die een vonnis over een misdadiger sneller voltrokken dan wij, het in sommige gevallen beter hebben gedaan dan onze samenleving. Er zijn mensen die al tientallen jaren op hun terechtstelling wachten. Natuurlijk zal iemand erop wijzen dat het uitstel gelegenheid biedt om meer bewijsmateriaal in hun voordeel aan het licht te laten komen, als ze onschuldig blijken te zijn. Veel mensen hebben erop gewezen dat door DNA-bewijs inmiddels de onschuld is ontdekt van veel mensen die op hun terechtstelling wachtten, zodat ze konden worden vrijgelaten.

Ze hadden om te beginnen nooit veroordeeld mogen worden. Als ze onschuldig zijn, kunnen er uiteraard onmogelijk twee getuigen van hun misdaad zijn geweest. Als je geen misdaad begaat, zullen daar geen twee getuigen van zijn. En volgens de Bijbel kun je iemand alleen veroordelen op grond van twee getuigen. Dus als je twee getuigen hebt die het hebben zien gebeuren en hij wordt terechtgesteld, dan is dat gerechtigheid. Maar als een misdadiger gewoon jaar na jaar na jaar na jaar op zijn terechtstelling zit te wachten, en dan óf tijdens het wachten sterft óf uiteindelijk daadwerkelijk ter dood wordt gebracht, dan is dat geen strafrechtpleging. Dat is uitstel van gerechtigheid.

Wanneer er niet snel recht wordt gedaan, hebben mensen gewoon niet het gevoel dat het dringend nodig is om het goede te doen. Omdat het vonnis niet snel wordt voltrokken, worden mensen aangemoedigd om het verkeerde te doen.

Uitgestelde straf in Bijbelse voorbeelden

Illustratie bij: Jakob spreekt zijn zonen aan over vroegere daden.

Ruben sliep met de bijvrouw van zijn vader. Hij leek ermee weg te komen. Het leek er niet op dat hij ervoor gestraft werd. Maar veel later in zijn leven, toen zijn vader de twaalf zonen de aartsvaderlijke zegeningen gaf, werd Ruben overgeslagen. Hij was de oudste zoon, maar hij kreeg het eerstgeboorterecht niet vanwege die misstap eerder in zijn leven.

Hetzelfde gebeurde met Simeon en Levi. Ze trokken eropuit en slachtten de mensen van Sichem af, een verschrikkelijke daad. Maar ze ondervonden er geen nadelige gevolgen van, in ieder geval niet aanvankelijk. Uiteindelijk ontdekten ze dat ze er wel degelijk nadelige gevolgen van ondervonden, omdat ook zij nog vele jaren later werden overgeslagen voor het eerstgeboorterecht.

Deze mannen waren slechte mannen. Ze deden slechte dingen, en ze dachten dat ze ermee wegkwamen omdat er geen onmiddellijke straf volgde. En ze bleven slechte dingen doen, waaronder hun broer als slaaf verkopen en andere slechte dingen die ze deden. Want ze hadden voor de weg van het kwaad gekozen en leken ermee weg te komen. Ze kwamen er niet mee weg. Veel later ontdekten ze dat ze er niet mee wegkwamen. Maar dat was hun niet duidelijk.

Simeï vervloekte David en maakte zich in feite schuldig aan verraad. En toch werd hij niet onmiddellijk gestraft. Daardoor werd hij overmoedig en nam hij het niet meer zo nauw. Hem werd gezegd dat hij ter dood gebracht zou worden als hij Jeruzalem verliet. Maar drie jaar later verliet hij Jeruzalem gewoon, zonder er veel bij na te denken, om een paar weggelopen slaven terug te halen. Daarop werd hij ter dood gebracht. Het vonnis werd niet snel voltrokken, en hij werd onvoorzichtig in zijn gedrag.

Salomo zegt dus dat een snelle voltrekking van het vonnis eigenlijk de voorkeur verdient als we willen voorkomen dat mensen vast komen te zitten in hun slechte gedrag. Hij zegt:

God vrezen ondanks onrecht op aarde

Illustratie bij: Vreugde aan tafel ondanks het onrecht.
Prediker 8:12

Hoewel een zondaar honderd maal kwaaddoet, verlengt God zijn dagen . Toch weet ik dat het goed zal gaan met hen die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.

Met andere woorden, als hij niet onmiddellijk wordt gestraft.

Prediker 8:13

Maar de goddeloze zal het niet goed gaan en hij zal zijn dagen niet verlengen. Hij zal zijn als een schaduw, want hij vreest niet voor Gods aangezicht.

Hier verwoordt Salomo dus zijn huidige gedachten, zoals hij dat soms doet. In dit boek verwoordt hij soms wat hij op een eerder moment dacht, en dat zegt hij er dan ook bij: ‘Ik dacht dit, ik overdacht dat.’ Op andere momenten zegt hij wat hij nu werkelijk voor waar houdt. En dit is zo'n geval. Degene die God vreest, zal uiteindelijk beter af zijn dan degenen die dat niet doen, ook als er geen onmiddellijke straf komt voor degenen die God niet vrezen.

Prediker 8:14

Er is iets vluchtigs wat op de aarde plaatsvindt: er zijn rechtvaardigen die het vergaat naar het werk van de goddelozen, en er zijn goddelozen die het vergaat naar het werk van de rechtvaardigen. Ik zeg dat ook dit vluchtig is.

Mensen krijgen niet altijd wat ze verdienen. Mensen die rechtvaardig zijn, krijgen uiteindelijk de straf die een goddeloze zou moeten krijgen. En goddeloze mensen krijgen soms de beloningen die de rechtvaardigen zouden moeten krijgen.

Prediker 8:15

Daarom prees ik de blijdschap, omdat de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

Steeds weer komt hij op dezelfde conclusie terug. Let erop dat hij zegt:

Ik sprak mijn waardering uit.

Dit is verleden tijd. Zo dacht ik er toen over. Toen ik deze vluchtigheid zag, bracht dat me op de gedachte dat ik maar zoveel mogelijk moest eten, drinken en vrolijk zijn, voor zover ik daarmee weg kon komen.

De grenzen van menselijke kennis

Illustratie bij: Nachtelijk zoeken naar wijsheid kent grenzen.
Prediker 8:16-17

16Toen ik mij met heel mijn hart erop toelegde wijsheid te kennen en de bezigheid te zien die op aarde plaatsvindt, dat men zelfs overdag of 's nachts de slaap niet met zijn ogen ziet, 17toen zag ik al het werk van God, dat de mens niet kan ontdekken, het werk dat onder de zon plaatsvindt. Hoezeer de mens zwoegt bij het zoeken, hij zal het niet ontdekken. Zelfs als de wijze zegt het te weten, zal hij het toch niet kunnen ontdekken.

Zelfs als je er je slaap voor laat, zelfs als je dag en nacht alle uren van je leven gebruikt om dingen uit te zoeken, kun je nooit alles weten. Je kunt nooit alle werken van God ontdekken. Voor iemand met een onverzadigbare dorst naar kennis is dat een beetje frustrerend, want mensen zeggen soms: ‘Ik wou dat ik de Bijbel net zo goed kende als jij.’

Dan denk ik: ‘Waarom? Waarom zou je de Bijbel net zo goed willen kennen als ik? Ik zou de Bijbel graag net zo goed kennen als bepaalde anderen. Waarom zou jij niet naar hún kennisniveau streven?’ Waarom zou je mijn niveau als maatstaf nemen? Daarboven is nog een ander niveau. Iedereen zou moeten zeggen: ‘Ik wou dat ik alles kon weten wat er over de Bijbel te weten valt.’ Niet alleen: ‘Ik weet evenveel als deze persoon.’ We vergelijken onszelf niet met elkaar.

Als je hongert naar de kennis van God en naar de kennis van Gods Woord, of naar kennis van wat dan ook in de werkelijkheid, naar waarheid, dan besef je dat er veel meer is dan wie dan ook tot nu toe heeft begrepen. Paulus zei:

1 Korinthe 13:9

Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,

Met ‘wij’ rekende hij zichzelf daarbij.

Daarom kunnen we alleen maar hopen een groter deel van die kennis te verwerven. We kunnen nooit alle kennis bezitten, zelfs niet een piepkleine fractie van één procent.

Dat is frustrerend voor iemand die alles wil weten, die alles wil weten wat hij maar kan weten. Hij ontdekt dat er grenzen zijn aan wat hij kan weten. Hij zou dag en nacht kunnen opblijven, zijn slaap ervoor laten, zegt hij, maar je zult nooit alles ontdekken wat er te weten valt. Je moet tevreden zijn met wat je kunt weten en daar ongetwijfeld zo goed mogelijk gebruik van maken.

De dood treft rechtvaardigen en goddelozen

Illustratie bij: Een levende hond is beter dan een dode leeuw.

Hoofdstuk 9.

‘Want ik dacht bij mezelf over dit alles na.’

Deze uitspraak:

Prediker 9:1

Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem.

moet je betrekken op alles wat hierna gezegd gaat worden. Veel mensen nemen sommige uitspraken uit hoofdstuk 9 en maken er leerstellingen van. We moeten bedenken dat hij het heeft over een eerdere periode in zijn leven, toen dit de dingen waren die hij dacht. Het was dezelfde periode waarin hij het genieten prees en zei:

Prediker 8:15

Daarom prees ik de blijdschap, omdat de mens niets beters heeft onder de zon dan te eten, te drinken en zich te verblijden. Dat zal hem immers vergezellen bij zijn zwoegen, de dagen van zijn leven die God hem geeft onder de zon.

Dit is niet de raad van een godvruchtig man. Dit zijn de overpeinzingen van een man die van God is afgedwaald.

Hij zegt:

Prediker 9:1-2

1Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem. 2Eén en hetzelfde overkomt allen als alle anderen : de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en reine en de onreine, wie offert en wie niet offert, wie goed is vergaat het net als de zondaar, wie zweert net als wie bevreesd is een eed af te leggen .

Want het maakt eigenlijk niet uit welke weg je kiest, hetzelfde zal je overkomen. Natuurlijk heeft hij het over de dood, en daar gaat hij nog verder op in. Maar de gedachte is: ik zag dat het niet uitmaakt of je God aanbidt of God niet aanbidt, of je offers brengt of geen offers brengt, of je goed bent of slecht, of je eden aflegt of geen eden aflegt. Hetzelfde zal gebeuren. Je zult niet aan de dood ontkomen.

Omdat hij niet wist wat er na de dood gebeurt, leek het allemaal volkomen zinloos. Je doet goed; wat heeft het je opgeleverd? Je sterft en dan is alles voorbij, toch? Dat geloofde hij op dat moment.

Hij zegt:

Prediker 9:3-4

3Dit is een kwaad bij alles wat er onder de zon plaatsvindt: dat allen een en hetzelfde overkomt. Ook is het hart van de mensenkinderen vol kwaad. Hun leven is vervuld van onverstand in hun hart, en daarna gaan zij naar de doden. 4Want wie nog bij al de levenden mag behoren, heeft hoop. Een levende hond is namelijk beter dan een dode leeuw.

Een leeuw is natuurlijk veel indrukwekkender dan een hond, maar als de leeuw dood is, is hij er eigenlijk slechter aan toe dan de hond, als die hond nog leeft. In het verlengde daarvan zou een levende boer beter af zijn dan een dode koning. Salomo zou een dode koning worden. Dat wist hij. Tijdens zijn leven is hij als een leeuw, maar op een dag zal hij dood zijn, en dan zal de armste boer die nog leeft in het voordeel zijn ten opzichte van hem.

Zielenslaap en het bewustzijn na de dood

Illustratie bij: De levenden bij het graf van de doden.
Prediker 9:5-6

5Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten. 6Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt.

Hij lijkt niet van de opstanding te weten. Hoewel het strikt genomen waar is dat ze geen deel zullen hebben aan iets wat onder de zon wordt gedaan. Want bij de opstanding, wanneer ze ontvangen wat hun deel is, zullen er geen zon, maan of sterren meer zijn om onder te leven. Volgens het boek Openbaring zullen er op dat moment nieuwe hemelen en een nieuwe aarde zijn. Als de beschrijving letterlijk is, moeten we dus aannemen dat er daarna geen zon meer zal zijn. Of het letterlijk is of niet, daar valt misschien over te discussiëren.

Maar wanneer hij zegt dat de doden helemaal niets weten, en dat hun liefde en hun haat en dat alles vergaan is, dat er niets meer van over is, lijkt hij de opvatting te hebben dat wanneer iemand dood is, het licht uitgaat. Er is geen bewustzijn meer. Ze weten niets, denken niets en voelen niets. Ik geloof niet dat de Bijbel die gedachte ondersteunt. Er zijn christenen die bewijs voor dat specifieke standpunt vinden, niet alleen hier, maar ook in andere delen van de Schrift. Volgens hen leert de Bijbel wel degelijk een zielenslaap, en ben je wanneer je sterft werkelijk buiten bewustzijn tot aan de opstanding.

Salomo leek niet eens van de opstanding te weten. Hij verwees er in elk geval niet naar. Christenen die tegenwoordig in de zielenslaap geloven, geloven dat Salomo helemaal gelijk heeft over de toestand van de doden: ze weten niets, ze zijn buiten bewustzijn, het is net alsof je helemaal buiten westen bent. Maar ze geloven ook dat Jezus, wanneer Hij terugkomt, de doden zal opwekken. Want de Bijbel leert wel degelijk dat Jezus bij Zijn wederkomst de doden zal opwekken.

Over de tussentoestand tussen dood en opstanding verschillen zij van mening met wat misschien de traditionele opvatting van het christendom is. Die houdt in dat je geest leeft wanneer je sterft. Je geest blijft voortleven in de tegenwoordigheid van God.

2 Korinthe 5:8

Maar wij hebben goede moed en wij hebben er meer behagen in om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heere in te wonen.

Zo hebben de meeste christenen de tussentoestand, zoals die wordt genoemd, begrepen: de toestand tussen dood en opstanding. De zielenslaap is een alternatieve opvatting over de tussentoestand. En mensen die in de zielenslaap geloven, halen vaak Salomo in dit vers aan:

De doden weten helemaal niets, alsof dat hun standpunt bewijst.

Ik wil wel zeggen dat er andere passages zijn die veel geschikter zijn om hun standpunt te bewijzen dan deze. Er zijn enkele passages waarvan je met enig recht zou kunnen zeggen dat ze klinken alsof ze iets als zielenslaap leren. Ik geloof niet dat ze dat doen, maar ik kan begrijpen waarom sommige mensen ze zo lezen. Deze passage is echter niet bruikbaar voor dat doel, omdat Salomo ons hier geen betrouwbare leer onderwijst. Hij zet de gedachten op een rij die hij had toen hij een cynicus was, ver van God, toen hij niet wist wat er gebeurt nadat mensen sterven. Hij leek niet eens van de opstanding te weten, en hedendaagse aanhangers van de zielenslaap geloven daar wel in.

Salomo lijkt eenvoudigweg te zeggen: wanneer je sterft, is dat het einde. Er is niets meer. Het licht gaat uit, de stroom valt weg, er zijn geen hersengolven, er is nergens bewustzijn, er is geen ziel die ergens anders is blijven voortbestaan en verder leeft. Het is gewoon helemaal voorbij. Die persoon zal nooit meer deelhebben aan een leven onder de zon, of, zoals wij het misschien zouden zeggen, een leven op aarde.

Genieten van het leven en het huwelijk

Illustratie bij: Het leven delen met de vrouw die men liefheeft.

Dus zegt hij:

Prediker 9:7-8

7Ga uw weg , eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken. 8Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

Dat gaat niet over rechtvaardig zijn, zoals bijvoorbeeld het boek Openbaring in symbolische zin over witte gewaden spreekt. Dit gaat gewoon over schone kleren dragen, jezelf zalven, je haar kammen.

Dat betekent dat je jezelf op de gebruikelijke manier verzorgt. Geniet gewoon van het leven, want God heeft dat aanvaard, omdat Hij het je heeft gegeven. Je weet niet wat Hij je morgen zal geven, maar wat je hebt, is wat Hij heeft gegeven. Dus wat je hebt, is wat Hij goedkeurt. Dat is wat Salomo op dit punt aanneemt. Dat is niet noodzakelijk een aanname waarop je kunt vertrouwen, maar dat is het beste wat hij kan doen.

Prediker 9:9 zegt:

Prediker 9:9

Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon.

Dus ook al beschouwt hij het leven als ijdelheid, je hoeft het tenminste niet alleen te doorstaan als je een vrouw hebt van wie je houdt. Natuurlijk, als je trouwt met iemand van wie je niet houdt of die niet van jou houdt, is dat duidelijk niet te verkiezen boven ongetrouwd blijven. Maar als je een vrouw hebt van wie je houdt, is dat een van de grootste, grootste vertroostingen, zegt hij. Het leven is ijdel, maar wanneer je iemand hebt om het mee te delen, iemand van wie je houdt, een liefdevolle relatie, dan is dat een deel dat hij als een geschenk van God beschouwt.

Hij had eerder besproken hoe twee beter zijn dan één, al had hij het daarbij niet per se over het huwelijk gehad. Toch zegt hij dat het beter is om een metgezel te hebben dan om er geen te hebben. In hoofdstuk 4, vers 9 tot en met 12, spreekt hij over de voordelen van niet alleen zijn, de voordelen van een partner in het leven hebben. Natuurlijk geldt dit ook voor het huwelijk, maar hij had het niet in de eerste plaats over het huwelijk. Nu spreekt hij op die manier over het huwelijk. Je hebt een vrouw van wie je houdt.

Er is in het leven niet veel wat je meer vreugde kan geven dan dat. Hij ziet in het huwelijk niet per se een waarde die boven dit leven uitstijgt, zoals wij die vanuit het Nieuwe Testament zien. Maar hij ziet het wel als een van de genoegens die een man ter beschikking staan terwijl hij zijn ijdele leven doorbrengt.

Prediker 9:10

Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat.

Doe het zolang je kunt.

Johannes 9:4

Ik moet de werken doen van Hem Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; er komt een nacht waarin niemand kan werken.

De lichten zullen uitgaan, en je zult geen werk meer kunnen doen nadat je naar het graf bent gegaan. Doe nu dus alles wat je kunt.

Toeval en Gods voorzienigheid

Illustratie bij: Niet altijd wint de snelste de wedloop.
Prediker 9:11

Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen , en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.

Dit is beslist anders dan wat hij in Spreuken zei. Daar leek hij namelijk altijd te zeggen dat je wijsheid je leven zal verlengen en je rijk zal maken, en dat dwaasheid het tegenovergestelde effect zal hebben. Nu zegt hij: ‘Ik zie dat beslist niet meer als iets wat altijd opgaat.’ Soms zijn mensen sterker, maar verliezen ze de wedloop of de strijd. Soms zijn mensen wijs, maar zijn ze niet rijk. Het lijkt alsof uiteindelijk toch het toeval de uitkomsten bepaalt.

Nu geloven wij dat niet. Ik weet niet of er zoiets als toeval bestaat. Sommige mensen zeggen dat er niet zoiets als toeval bestaat. Ze zeggen dat alles door God is verordend. Dit is een opvatting over Gods soevereiniteit waarin Zijn voorzienigheid alles tot in het kleinste detail bepaalt. Calvinisten zeggen bijvoorbeeld vaak zoiets: er bestaat niet zoiets als toeval. Alles gebeurt omdat God heeft verordend dat het gebeurt.

Andere christenen denken niet per se dat dit zo is. Alle christenen weten dat God verordent dat sommige dingen gebeuren en dat Hij ingrijpt om die dingen te laten gebeuren. Maar hoeveel dingen? We weten niet bij hoeveel dingen Hij daadwerkelijk ingrijpt om ze te laten gebeuren, en hoeveel Hij aan natuurlijke processen overlaat. Dat is moeilijk te zeggen. Als God dingen tot op zekere hoogte hun beloop laat hebben, dan speelt iets wat wij toeval noemen misschien een rol bij sommige uitkomsten.

Maar niets wat werkelijk ons welzijn aangaat, zal aan het toeval worden overgelaten als wij op God vertrouwen.

Mattheüs 10:30

En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld.

Hij heeft oog voor de details. Als ons leven in Zijn handen is, als wij op Hem vertrouwen, kunnen we er zeker van zijn dat Hij in elk geval alle dingen laat meewerken ten goede. Zoals Paulus schrijft:

Romeinen 8:28

En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.

Zelfs als het zo is dat sommige dingen door toeval gebeuren, zullen ze niet gebeuren zonder dat Hij die dingen kan benutten en ze ten goede voor ons kan keren.

Het is misschien een meer troostrijke gedachte dat alles werkelijk rechtstreeks uit de hand van God komt. Zelf heb ik dat zo ervaren, in elk geval omdat de Bijbel leert dat God alles kan voorkomen wat Hij wil voorkomen. Want wat zou Hem daarvan kunnen weerhouden? Als Hij iets wilde voorkomen, heeft Hij alle macht om dat te doen. Wat er dus ook gebeurt, zelfs als het, laten we zeggen, door toevallige gebeurtenissen tot stand komt, het gebeurt omdat God het niet tegenhoudt.

Hij ziet die toevallige gebeurtenissen misschien. Misschien ziet Hij die dominostenen omvallen en weet Hij waar de laatste mij zal raken. Maar Hij kan het tegenhouden als Hij dat wil, of het laten gebeuren. Hij kan doen wat Hij wil doen. Dus zelfs als het waar is dat sommige dingen niet zozeer door Zijn verordening gebeuren, maar door iets wat wij toeval zouden noemen, dan is het niet zo dat ons welzijn nog steeds helemaal aan het toeval is overgelaten. Ons welzijn is overgelaten aan de wil van God en aan wat Hij laat gebeuren of wat Hij niet laat gebeuren.

Dat hele begrip toeval is een filosofisch concept waar je hoofd echt van gaat duizelen als je je probeert te verdiepen in hoe God het heelal bestuurt en wat toeval werkelijk betekent. Hoe dan ook, Salomo denkt op dit punt dat alles aan het toeval wordt overgelaten. Als goede mensen worden beloond, komt dat niet door de onvermijdelijke gevolgen van hun goede daden. Het is gewoon toeval. Ze hadden evengoed niet beloond kunnen worden. Alles gebeurt door toeval.

Prediker 9:12

Want de mens weet ook zijn tijd niet, evenmin als de vissen die in een boosaardig net worden gevangen, en als de vogels die gevangen worden met de strik. Net als zij worden de mensenkinderen op een kwaad ogenblik verstrikt, wanneer dat hun plotseling overvalt.

Een mens kan dus wijs zijn en op weg zijn naar succes en rijkdom, maar een kwade tijd kan hem overvallen, zoals een vogel in een val terechtkomt of vissen in een net gevangen worden. Ze gaan gewoon hun gang, bemoeien zich met hun eigen zaken en doen wat vissen horen te doen, wat vogels horen te doen. En plotseling wordt hun hele wereld verstoord door iets wat hun overkomt. Zo kan ook, door toeval, iemand die alles goed doet een tragedie in zijn leven meemaken wanneer een kwade tijd hem plotseling overvalt.

De arme wijze die een stad redt

Illustratie bij: De arme wijze spreekt tijdens de belegering.
Prediker 9:13-18

Ook dit voorbeeld van wijsheid heb ik hier op aarde gezien, en het maakte grote indruk op me. Er was een stadje waar maar weinig mensen woonden, en een machtige koning trok ertegen op, belegerde het en zette er grote valstrikken omheen. Nu woonde daar een arme, wijze man die met zijn wijsheid de stad redde, maar niemand dacht nog aan die arme man. Toen zei ik: Wijsheid is beter dan kracht. Toch wordt er neergekeken op de wijsheid van die arme man en luistert niemand naar wat hij zegt. Je kunt beter luisteren naar de rustige woorden van wijze mensen dan naar het geschreeuw van iemand die over dwazen heerst. Wijsheid is beter dan oorlogswapens, maar één zondaar maakt veel goeds kapot.

We weten niet welke stad hij hier beschrijft. Blijkbaar heeft hij dit tijdens zijn leven werkelijk zien gebeuren. Een of andere stad werd van een overweldigende invasie gered door de raad van een wijze man die arm was. En omdat hij arm was, herinnerde niemand zich hem na zijn dood eigenlijk meer. Maar hij had de stad gered. Zulke gevallen zijn er ongetwijfeld. We weten niet waar dit specifieke geval zich afspeelde.

We kennen wel een geval waarin een opstandeling tegen David een stad in was gevlucht, en Joab en de legers van Israël die stad hadden omsingeld. Ze waren van plan de stad te verwoesten om deze man gevangen te nemen. Een wijze vrouw in de stad zei:

2 Samuel 20:19

Ik ben een van de vredelievende mensen, van de getrouwen in Israël, en u probeert een stad te doden die een moeder is in Israël. Waarom wilt u het eigendom van de HEERE verslinden?

Hij zei:

2 Samuel 20:21

Zo ligt de zaak niet; maar een man uit het bergland van Efraïm, van wie de naam Seba is, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen de koning, tegen David. Lever alleen hem uit, dan zal ik van de stad wegtrekken. Toen zei de vrouw tegen Joab: Zie, zijn hoofd zal u over de muur toegeworpen worden.

Zij zei:

Nou, laat me eens kijken of we dat kunnen regelen.

Dus raadde ze de mensen van de stad aan om de opstandeling gevangen te nemen, zijn hoofd af te hakken en het over de muur naar Joab te gooien. Ze redde de stad door haar raad. Een gruwelijke raad, maar beter hij dan zij.

We kennen dus wel gevallen waarin een wijs persoon door raad te geven, te onderhandelen en te bemiddelen vrede kan brengen waar anders een ramp zou plaatsvinden.

Prediker 9:18

Wijsheid is beter dan wapentuig, maar één zondaar bederft veel goeds.

Het is beter om wijze raad te hebben dan per se grote legers, omdat het mogelijk is een stad door wijsheid te redden. Maar hij zegt: als een arme man die wijsheid aanreikt en vanwege zijn armoede in de gemeenschap niet wordt gerespecteerd, heeft zijn wijsheid hem op de lange duur geen goed gedaan. Hij wordt veracht, hij wordt vergeten. Toch zei hij dat het nog altijd beter is wijsheid te hebben.

Rustige wijsheid tegenover luid geschreeuw

Illustratie bij: Rustige wijze woorden worden aandachtig gehoord.

Ik vind vers 17 mooi:

Prediker 9:17

Woorden van wijzen, in rust aangehoord, zijn beter dan het geroep van hem die over de dwazen heerst.

Veel mensen verheffen hun stem en gaan schreeuwen om gehoord te worden, om invloed te hebben, om mensen te overtuigen. Maar als hun argumenten niet deugen, zou hun geschreeuw hoe dan ook geen invloed moeten hebben. Naar iemand die rustig spreekt en de waarheid heeft, moet geluisterd worden. Ook als hij zijn punt niet met dramatische nadruk probeert over te brengen, zou er naar zijn rustige wijsheid geluisterd moeten worden. Meer dan naar het luide geschreeuw van iemand wiens uitspraken niet deugen, die een dwaas is en bij wie er dwaasheid uit zijn mond komt.

Waarschijnlijk heeft iedereen dit verhaal weleens gehoord. In elk geval alle christenen die al langere tijd naar preken luisteren, want het is een veelgebruikte illustratie in preken. Het verhaal gaat dat er een koster in het kerkgebouw was die rond de preekstoel aan het schoonmaken was. Daar vond hij de preekaantekeningen van de voorganger, die na de preek op de grond waren gevallen, en de voorganger was al vertrokken. Hij raapte de preekaantekeningen op en zag dat de voorganger naast de punten van zijn preek aanwijzingen voor zichzelf had geschreven. Over gebaren en dat soort dingen, die hij moest maken bij de punten die hij naar voren bracht. Op een plek had hij in de kantlijn geschreven: ‘Dit is een zwak punt. Sla op de preekstoel en spreek luid.’

Ik weet niet of dat echt gebeurd is. Het verhaal wordt vaak verteld, maar als je afgaat op de manier waarop sommige mensen preken, zou het zeker gebeurd kunnen zijn. Als ze een heel zwak punt hebben, leggen ze er heel veel nadruk op. Misschien zijn ze een heerser over dwazen, maar ze schreeuwen luid en denken dat mensen zullen begrijpen of zullen aannemen wat ze zeggen. Soms is dat ook zo. Soms luisteren mensen naar degene die het hardst schreeuwt, niet naar degene die het verstandigst spreekt of wiens woorden het meest kloppen.

Een kleine dwaasheid bederft een goede naam

Illustratie bij: Dode vliegen bederven de zalf.

In hoofdstuk 10 staat:

Prediker 10:1

Een dode vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinkend gisten. Zo doet ook een kleine dwaasheid met kostbare wijsheid en eer.

Dat betekent kennelijk dat wanneer de zalfbereider zijn pot parfum maakt en er een paar vliegen in landen en doodgaan, dat piepkleine beetje bederf of verontreiniging in zijn zalf het geheel laat stinken. Ik weet niet veel over het soort parfum dat ze hadden, maar hij moet geweten hebben dat dit waar was. Hij wist heel veel over van alles. En hij zegt verder:

‘Die dode vliegen zorgen ervoor dat het gaat stinken. Zo doet een beetje dwaasheid ook afbreuk aan iemand die om zijn wijsheid en aanzien wordt gerespecteerd.’

Dus als iemand de reputatie heeft eerbaar te zijn, hoeft hij maar weinig dwaasheid te begaan om zijn hele reputatie te bederven. Dat is iets heel beangstigends voor iemand in de bediening, iemand zoals ik, want ik heb wel wat dwaze dingen gedaan. Gelukkig zijn ze niet allemaal algemeen bekend. Maar als mensen je respecteren als geestelijk leider, vooral als ze je op een soort voetstuk zetten, en er dan iets dwaas bekend wordt dat je hebt gedaan, dan kan dat het kleinste deel van je leven zijn. Het kan iets zijn dat in een ogenblik gebeurde, maar het bederft het geheel: het hele beeld, de hele reputatie. Salomo wist dat. Natuurlijk was er bij hem meer dan een beetje dwaasheid, want hij liep andere goden achterna. Maar hij stond beslist internationaal bekend om zijn wijsheid. Vervolgens bedierven zijn dwaze keuzes op latere leeftijd zijn hele reputatie.

Wijsheid, dwaasheid en machthebbers

Illustratie bij: Kalm blijven wanneer de heerser toornig wordt.
Prediker 10:2

Het hart van een wijze is tot zijn rechterhand, maar het hart van een dwaas is tot zijn linkerhand.

Kennelijk vertegenwoordigen rechts en links verschillende morele zaken. Het hart van een wijze komt tot uitdrukking in goede daden, dat bedoelt hij ongetwijfeld. En het hart van een dwaas komt tot uitdrukking in slechte daden, de daden van een linkerhand.

Prediker 10:3

Ook wanneer de dwaas op de weg loopt, ontbreekt zijn verstand: hij zegt tegen iedereen dat hij een dwaas is.

Een dwaas lijkt niet alleen dwaas wanneer hij iets uiteenzet, maar ook wanneer hij gewoon alledaagse dingen doet.

Prediker 10:4

Als de geest van de heerser zich tegen u keert, verlaat dan uw plaats niet, want het is een medicijn, het voorkomt grote zonden.

Kennelijk zou het verlaten van je post slaan op een situatie waarin je een overheidsfunctionaris bent en je meerderen boos op je zijn geworden. Blijf op je post in plaats van te vluchten en probeer verzoening tot stand te brengen. Met andere woorden, als je voor de heerser wegvlucht, zul je de rest van je leven een voortvluchtige zijn. Je kunt beter blijven staan en je positie verdedigen, en hopelijk de woede van die heerser laten bedaren, zodat je geen voortvluchtige hoeft te worden. Verzoening brengt grote overtredingen tot bedaren.

Prediker 10:5-7

5Er is een kwaad dat ik gezien heb onder de zon, een soort dwaling die van de machthebber afkomstig is: 6de dwaas wordt op grote hoogten geplaatst, maar de rijken zitten in de laagte. 7Ik heb dienaren te paard gezien en vorsten die als dienaren te voet over de aarde gingen.

Dit lijkt hem duidelijk een verkeerde gang van zaken, al weet ik niet zeker waar hij dit heeft gezien. Dit komt niet zo heel vaak voor.

Risico’s bij het werk en verstandig handelen

Illustratie bij: Een scherpe bijl bespaart kracht en gevaar.
Prediker 10:8-9

8Wie een kuil graaft, zal erin vallen. Wie een gat slaat in een muur, een slang zal hem bijten. 9Wie stenen lostrekt, zal daardoor bezeerd worden. Wie hout klooft, zal daardoor gevaar lopen.

Salomo wist veel van steengroeven, want hij bouwde grote stenen gebouwen waarvoor enorme stenen moesten worden uitgehouwen. Kennelijk heeft hij gezien dat mensen in de steengroeven gewond raakten. Dat kan ik me voorstellen.

Prediker 10:10

Als het ijzer bot wordt en iemand slijpt de snede niet, dan moet hij meer kracht zetten. Het voornaamste om te slagen is wijsheid.

Dit zijn net spreuken uit het boek Spreuken. Het zijn waarnemingen over het leven: bij elke bezigheid, elke alledaagse bezigheid, kan er een ongeluk gebeuren. Wanneer je hout klooft, moet je oppassen dat je niet gewond raakt door rondvliegende splinters. Natuurlijk hebben we tegenwoordig veiligheidsbrillen voor dat soort dingen. Maar Salomo had gezien dat mensen bij de gewone bezigheden van het leven gewond kunnen raken. De dingen die gewoonlijk niet als gevaarlijk worden beschouwd, kunnen soms toch gevaren opleveren, en mensen kunnen gewond raken.

Dat de bijl bot is, komt doordat iemand te lui is om hem scherp te houden. Hij heeft zijn gereedschap niet onderhouden. Hij heeft dus de gemakkelijke weg gekozen, maar uiteindelijk moet hij daardoor harder werken, omdat een botte bijl niet zo gemakkelijk hout klooft. Met een botte bijl moet je meer kracht gebruiken dan met een scherpe bijl. Dus eigenlijk is het een verkeerde tijdsbesparing om het onderhoud van je gereedschap te verwaarlozen. Je bespaart misschien tijd op het moment dat je dat onderhoud zou moeten doen, maar vervolgens heb je later meer werk te doen. Houd die dingen dus goed bij.

Prediker 10:11-13

11Als de slang vóór de bezwering bijt, heeft de meesterbezweerder geen nut. 12Woorden uit de mond van een wijze zijn aangenaam, maar de lippen van een dwaas verslinden hemzelf. 13Het begin van de woorden uit zijn mond is dwaasheid en het laatste uit zijn mond boosaardige zotternij.

Het begint dwaas en wordt kennelijk alleen maar erger naarmate hij verder praat.

Dwaasheid en de gevolgen van luiheid

Illustratie bij: Luiheid laat het huis vervallen.
Prediker 10:14-15

14De dwaas gebruikt veel woorden, maar de mens weet niet wat er gebeuren zal. Wat er na hem zal gebeuren, wie zal het hem bekendmaken? 15Het zwoegen van de dwazen maakt hen moe, omdat zij niet weten hoe zij naar de stad moeten gaan.

Dit zijn blijkbaar overdrijvingen over hoe dwaas, hoe dom sommige mensen zijn. Ze kunnen niet eens de weg naar de stad vinden, terwijl die toch niet moeilijk te vinden zou moeten zijn, aangezien er grote muren omheen stonden. Het is dat enorme ding daar, net voorbij je landbouwgrond. Met die grote muren. Daar ligt de stad. Maar de dwaas kan haar niet eens vinden. Het is net als die luiaard die zelfs te lui is om zijn hand uit de schotel te halen en het eten naar zijn mond te brengen. Hij heeft zijn hand uitgestoken, maar daarmee heeft hij alle energie verbruikt die hij bereid is te verbruiken. Hij is een luie man. Hij gaat zijn hand niet eens vanuit de kom terug naar zijn mond brengen. Dit zijn overdrijvingen.

Prediker 10:16-20

16Wee u, land, als uw koning een kind is, als uw vorsten 's morgens maaltijd houden. 17Gelukkig bent u, land, als uw koning een zoon van edelen is en uw vorsten op de juiste tijd maaltijd houden, tot versterking en niet om zich te bedrinken. 18Door grote luiheid zakt het gebinte ineen. Door slapheid van handen gaat het huis lekken. 19Men richt maaltijden aan om te lachen, wijn verblijdt de levenden, en het geld verantwoordt alles. 20Vervloek zelfs in uw gedachten een koning niet en vervloek een rijke niet in uw slaapkamer, want de vogels in de lucht zouden het geluid mee kunnen voeren: wat vleugels bezit, zou het woord bekend kunnen maken.

Sommige van deze gedachten zijn wel enigszins interessant, denk ik. Hij heeft het erover hoe gebouwen vervallen als ze niet worden onderhouden. Het lijkt op die bijl die af en toe geslepen moet worden. Om ervoor te zorgen dat dingen blijven werken zoals ze horen te werken, moeten mensen werk verrichten, moeten mensen zich inspannen om ze te onderhouden. Het is duidelijk een waarneming van wat wij de tweede wet van de thermodynamica noemen: door de zondeval blijven dingen niet vanzelf mooi. Ze blijven niet geordend. Ze blijven niet in goede staat. Dingen gaan achteruit, zelfs mensen, zelfs ons lichaam, als je je niet inspant om ze te veranderen of te onderhouden.

Hij ziet dit. Hij heeft er niet de naam voor die wij hebben, de tweede wet van de thermodynamica, maar hij ziet het principe. Hij ziet die neiging. Waarschijnlijk denkt hij dat dit ook een deel is van wat alles zo ijdel maakt. Je kunt grote gebouwen neerzetten, zoals hij deed, maar als je er niet aan blijft werken, vervallen ze. Je moet altijd blijven werken. Je werk is met andere woorden nooit klaar. Je kunt niet zomaar iets doen en het dan laten liggen, en dan blijft het voor altijd goed. Je moet er gewoon aan blijven werken. Je krijgt nooit echt iets af waarbij je kunt denken: oké, geen werk meer. Ik heb al het werk gedaan dat ik hieraan moet doen.

Geheime woorden kunnen openbaar worden

Illustratie bij: De Syrische koning ontdekt dat zijn geheimen bekend zijn.

Dat stukje over:

‘Vervloek een koning zelfs niet in gedachten. Vervloek de rijken niet, want een vogel zal je woorden doorvertellen.’ Daar komt onze uitdrukking vandaan: ‘Een vogeltje heeft het me verteld.’ Wanneer je iets hebt gehoord waarvan mensen denken dat je het niet gehoord zou moeten hebben: ‘Een vogeltje heeft het me verteld.’ Het is hetzelfde.

Dat doet me denken aan een verhaal dat we nog niet hebben bestudeerd, in 2 Koningen hoofdstuk 6. Het gaat erover hoe de koning van Syrië plannen maakte om de koning van Israël in een hinderlaag te lokken. Zijn plannen voor een hinderlaag werden telkens verijdeld, omdat de profeet Elisa door inspiratie, door openbaring, wist welke plannen de Syrische koning in het geheim maakte. Hij waarschuwde de koning van Israël, zodat de koning van Israël een andere route nam en de hinderlaag ontliep.

De koning van Syrië dacht dat er onder zijn mensen iemand moest zijn die zijn vijand was.

2 Koningen 6:11

Wie van jullie staat aan de kant van de koning van Israël? Wie vertelt hem mijn plannen? Hij komt steeds achter mijn plannen.

Een van zijn raadgevers zei:

2 Koningen 6:12

Niemand van ons.

Hij zei:

2 Koningen 6:12

Het is de profeet Elisa. Hij vertelt de koning van Israël wat u in uw slaapkamer zegt.

Met andere woorden, je kunt maar beter voorzichtig zijn met wat je in bed tegen je vrouw zegt, want alles wat je zegt wordt door de profeet Elisa doorverteld. Hij krijgt het ergens vandaan. Een vogeltje moet het hem brengen of zoiets. Maar de dingen die je in het geheim zegt, kunnen openbaar worden. Jezus zei:

Lukas 12:3

Daarom, al wat u in het duister gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden en wat u in de binnenkamers in iemands oor gesproken hebt, zal op de daken gepredikt worden.

In wezen zegt Salomo: let op je gedachten en je woorden, ook op wat je in het geheim denkt en zegt. Je denkt misschien dat het geheim zal blijven. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Het is verbazingwekkend hoe nieuws zich verspreidt. Soms lijkt het bijna alsof een vogel het moet hebben overgebracht, omdat je niemand anders kunt bedenken die het gerucht heeft verspreid. Maar zodra je iets uitspreekt, is het de wereld in, en wie weet hoe ver het zich zal verspreiden?

Vrijgevigheid en brood op het water

Illustratie bij: Van het beschikbare brood aan anderen uitdelen.

Hoofdstuk 11:

Prediker 11:1-2

1Werp uw brood uit over het water, want na vele dagen zult u het vinden. 2Verdeel het in zevenen of zelfs in achten, want u weet niet welk kwaad er over de aarde komen zal.

Blijkbaar bedoelt hij hier met:

Gooi je brood op het water, dat... We hebben die uitdrukking vaak gehoord, maar weet iemand eigenlijk wat die betekent? Ik weet niet zeker of ik het weet. Maar ik denk dat het dit betekent. Ik weet niet zeker waar het beeld van brood op het water werpen op slaat. Als je brood op het water gooit, lijkt het erop dat je de vissen voert. Ik weet niet waar dat brood op het water werpen over gaat, maar hij lijkt wel te zeggen dat je moet geven van wat je hebt. Geef aan zes of zeven mensen een deel, omdat je niet weet welk kwaad er op de aarde zal zijn.

Lukas 6:38

Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.

Het lijkt erop dat hij zegt: deel wat je hebt. Laat het los uit je hand. Gooi het ergens heen waar je het nooit meer verwacht terug te zien. Als je het op het water gooit, is het weg. Maar misschien toch niet. God zal het op Zijn tijd bij je terugbrengen, als het Zijn wil is. Misschien ben je het uiteindelijk toch niet voorgoed kwijt.

Ongunstige omstandigheden als excuus

Illustratie bij: Wie op de wind let komt niet aan zaaien toe.

Hij zegt:

Prediker 11:3-4

3Als de wolken vol zijn geworden, gieten zij regen uit op de aarde. Of een boom naar het zuiden valt of naar het noorden, op de plaats waar de boom valt, daar blijft hij liggen. 4Wie op de wind blijft letten, zal niet zaaien. Wie naar de wolken blijft kijken, zal niet oogsten.

Het is moeilijk om precies te zeggen waarop die verwijzing naar de wolken en de bomen slaat. Misschien vergelijkt hij ze met bepaalde soorten mensen. Als wolken vol regen zijn, zal die regen eruit stromen. Net als bij sommige mensen: als ze vol zitten met een mening of vol gedachten of vol emoties, dan zal dat allemaal naar buiten stromen. Als een boom naar het noorden of naar het zuiden valt, blijft hij daar gewoon liggen. Hij gaat nergens anders meer heen. Misschien denkt hij aan de luie man. Zodra die gaat liggen, ligt zijn positie vast. Hij zal niet meer opstaan. Ik weet niet of hij daaraan denkt, of dat hij een ander beginsel voor ogen heeft wanneer hij over deze overduidelijke verschijnselen spreekt. Je hoeft geen wijs man te zijn om deze specifieke dingen te zien, maar misschien is er een wijzer man voor nodig om te doorgronden wat hij erover zegt.

Maar hij zegt:

Wie op de wind let, komt niet aan zaaien toe.

Als je eropuit gaat om zaad te zaaien, zeg je: ‘Het waait vandaag te hard. Ik denk dat het zaad gewoon zal wegwaaien en overal terecht zal komen. Misschien waait het wel van mijn grond af, naar de grond van de buurman. Ik wacht wel op een dag waarop het minder hard waait om mijn zaad uit te strooien.’ Of:

als hij op de wolken let, komt hij niet aan oogsten toe.

Het is dus tijd om te oogsten, maar het ziet ernaar uit dat het vandaag kan gaan regenen. ‘Ik denk dat ik vandaag maar binnenblijf. Misschien kan ik op een andere dag oogsten.’

Met andere woorden, als iemand alleen maar naar ongunstige omstandigheden kijkt, zal hij altijd een excuus vinden om zijn werk niet te doen. Het is net als de dwaas of de luie man in Spreuken, die zegt:

Spreuken 26:13

Een luiaard zegt: Een felle leeuw op de weg, een leeuw op de pleinen!

Niet dat er werkelijk een is, maar er zou er een kunnen zijn. Je weet maar nooit. ‘Er zou vandaag een leeuw op straat kunnen zijn. Volgens mij heb ik zo'n vierhonderd jaar geleden eens van een gehoord. Iemand zag een leeuw op straat. Dus misschien gebeurt het vandaag wel weer. Ik blijf binnen.’ Het gaat erom dat je excuses verzint om niet te werken. Je kunt altijd wel iets vinden dat je ervan weerhoudt te doen wat je hoort te doen, zodat je in plaats daarvan kunt doen wat je wilt doen.

Gods werk gaat ons begrip te boven

Illustratie bij: Het verborgen groeien van een kind.
Prediker 11:5

Evenmin als u weet wat de richting van de wind is, of hoe het gaat met de beenderen in de buik van een zwangere vrouw , evenmin kent u het werk van God, Die alles maakt.

En dat zei Jezus ook tegen Nicodemus.

Wat moet dat voor mensen in de oudheid geheimzinnig zijn geweest. Voor ons is het dat ook, al hebben we alle stadia van het embryo geanalyseerd en weten we hoe cellen zich delen, en kunnen we sommige van die dingen verklaren. Het blijft geheimzinnig. Maar wat moet het voor de mensen in de oudheid geheimzinnig zijn geweest om te zien dat er eerst geen baby in zit, en dat er vervolgens een baby uit komt, met zijn botten en zijn skelet helemaal gevormd en alles erop en eraan. Hoe is dat gebeurd? Zonder enige wetenschappelijke kennis zouden ze daar echt verbijsterd over zijn geweest als ze erover hadden nagedacht.

Hij zegt:

Je weet niet welke kant de wind op gaat en ook niet hoe botten groeien in de buik van een zwangere vrouw, en zo weet je ook niet wat God doet, Die alles maakt.

Dat is in wezen wat Jezus tegen Nicodemus zei.

Johannes 3:8

De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.

maar zo is het ook met het werk van God in het hart van een gelovige wanneer die uit de Geest geboren wordt.

Prediker 11:6

Zaai uw zaad in de morgen en trek uw hand in de avond niet terug. U weet immers niet of dit zal slagen of dat, of dat het allebei goed zal zijn.

Kennelijk: doe al het werk dat je kunt doen. Je weet nooit welk werk van je iets zal opleveren. Misschien zal het allemaal iets opleveren.

Genieten met de dood voor ogen

Illustratie bij: Het aangename licht en de eindigheid van het leven.
Prediker 11:7-8

7Het licht is aangenaam, en het doet de ogen goed de zon te zien. 8Ja, indien de mens vele jaren leeft, laat hij zich dan al die tijd verblijden, maar laat hij ook denken aan de dagen van duisternis, want die zullen er veel zijn. Al wat nog komt, is een zucht.

Dagen van duisternis kunnen dus rampspoed betekenen, of zelfs de dood. Het licht zou dan verwijzen naar positieve tijden, plezierige tijden. De tijd waarin je gezond bent en leeft, de tijd waarin het goed gaat. Dat is zoet, dat is aangenaam. Maar vergeet niet dat er ook andere tijden zijn. Soms wil je dat bijna even vergeten. Het vergalt je plezier in de goede tijden van nu als je steeds denkt: ‘Nou, dit kan ophouden. Dit gaat ophouden.’ Toch kan dat kleine vleugje negativiteit, als het in je gedachten aanwezig is, de dingen misschien enigszins temperen. Het kan je plezier temperen en je gedrag temperen, doordat je weet dat de tijden niet altijd zo zullen blijven. Wijsheid houdt daar rekening mee.

Bedenk:

Prediker 7:2

Het is beter naar een klaaghuis te gaan dan naar een huis te gaan waar een feestmaal gehouden wordt . Dat is immers het einde van ieder mens, en de levende moet het ter harte nemen.

Het is beter om naar begrafenissen te gaan dan naar feesten, want bij een begrafenis zal iedereen uiteindelijk terechtkomen. Het is goed om daar van tevoren over na te denken, om ervoor te zorgen dat je, wanneer die tijd voor jou komt, in je leven hebt gedaan wat je gedaan wilt hebben.

God dienen in je jeugd

Illustratie bij: De Schepper gedenken in de dagen van de jeugd.
Prediker 11:9-10

9Verblijd u, jongeman, in uw jeugd, en laat uw hart vrolijk zijn in de dagen van uw jeugd. Ga in de wegen van uw hart en volg wat uw ogen zien, maar weet dat God u over dit alles in het gericht zal brengen. 10Weer dus de wrevel uit uw hart, en doe het kwade weg uit uw lichaam. De jeugd en jonge jaren zijn immers een zucht.

Wanneer hij zegt:

Geniet van je jeugd, jongeman, laat je hart vrolijk zijn en volg je hart, dan bedoelt hij dat misschien min of meer ironisch, in plaats van dat hij dit gewoon als advies geeft. Want hij zegt: ‘Ga maar lekker plezier maken. Doe alles wat je wilt. Onthoud alleen dat je om dit alles geoordeeld zult worden.’ Dus misschien moet je niet alles doen wat je wilt. Misschien moet je voorzichtiger zijn met wat je besluit te doen met je jeugd.

Een jongere is geneigd zichzelf als onsterfelijk te beschouwen. Hoewel hij verstandelijk misschien weet dat hij op een dag oud zal worden en zal sterven, is het gewoon onwerkelijk. Het is gewoon surrealistisch. Het is niet iets waarmee hij rekening houdt als een werkelijkheid die zijn denken, zijn gedrag en zijn keuzes bepaalt. Hij zegt: ‘Jonge mannen, ga je gang, maak maar lekker plezier, maar weet dat de tijd komt dat dit voorbij zal zijn en je er rekenschap van zult moeten afleggen.’ Dus misschien moet je, wanneer je plezier maakt, voorzichtig zijn met de manier waarop je plezier maakt.

Hij zegt in hoofdstuk 12:

Prediker 12:1

Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan u zeggen zult: Ik vind er geen vreugde in;

De dagen zullen komen waarin je te oud bent om nog de genoegens te hebben die je had toen je jong was. Dien God dus zolang je krachten op hun best zijn en je de beste mogelijkheden hebt.

Ouderdom in dichterlijke beelden

Illustratie bij: De kwetsbaarheid van de ouderdom.
Prediker 12:2-5

2voordat de zon verduisterd wordt, evenals het licht en de maan en de sterren, en de wolken terugkeren na de regen, 3op die dag, wanneer de bewakers van het huis zullen beven, de sterke mannen zich zullen krommen, de maalsters ophouden, omdat ze met weinigen zijn, en zij die door de vensters kijken, verduisterd worden; 4wanneer de beide deuren naar de straat gesloten worden, het geluid van de molen verzwakt, men opstaat bij het geluid van de vogels, en alle zangeressen neergebogen zullen worden, 5men ook gaat vrezen voor de hoogte, en er verschrikkingen zijn op de weg, de amandelboom gaat bloeien, de sprinkhaan zichzelf tot last wordt, en de kapperbes niet meer helpt — de mens gaat immers naar zijn eeuwig huis: rouwklagers doen de ronde in de straat —

Dit gedeelte, vers 2 tot en met 5, kon je daar iets van begrijpen? Heb je het weleens in een moderne parafrase gelezen? Het is interessant. Dit is een dichterlijke beschrijving van de ouderdom. Hij zegt: ‘Dien God terwijl je jong en energiek bent, want de dagen zullen komen waarin alles uit elkaar valt.’ Hij bedoelt de delen van je lichaam. Maar dat is niet duidelijk door de dichterlijke taal die hij gebruikt.

Ik heb hier de New Living Translation, de Good News Translation en The Message. Natuurlijk raad ik die niet aan als Bijbels voor Bijbelstudie, maar ze geven allemaal weer wat Bijbelgeleerden over deze passage weten en waar Salomo het werkelijk over heeft. Laat ik je bijvoorbeeld voorlezen wat de New Living Translation zegt. Lees mee in de New King James, zodat je ziet welke zinsdelen hier worden geparafraseerd. Ik begin bij vers 2.

In Nederlandse vertaling:

‘Denk aan Hem voordat het licht van de zon, de maan en de sterren voor je oude ogen verzwakt en regenwolken je hemel voortdurend verduisteren. Denk aan Hem voordat je benen, de bewakers van je huis, beginnen te beven en voordat je schouders, de sterke mannen, zich krommen. Denk aan Hem voordat je tanden, je weinige overgebleven dienaren, ophouden met malen. En voordat je ogen — de vrouwen die door de vensters kijken — nog maar weinig zien. Denk aan Hem voordat de deur naar de mogelijkheden van het leven dichtgaat en het geluid van het werk wegsterft. Nu sta je op bij het eerste getjilp van de vogels, maar dan zullen al hun geluiden zwakker worden. Denk aan Hem voordat je bang wordt om te vallen en je zorgen maakt over gevaar op straat, voordat je haar wit wordt als een bloeiende amandelboom. En je sleept je zonder energie voort als een stervende sprinkhaan. En de kapperbes wekt geen seksueel verlangen meer op. Denk aan Hem voordat je het graf nadert, je eeuwige huis, wanneer de rouwklagers op je begrafenis zullen huilen.’

Hier houdt deze vertaling op.

Laten we eens kijken wat de Good News Translation hierover zegt. Lees weer mee in je eigen vertaling. Je kunt zien hoe ze parafraseren wat er staat. Vers 2 luidt in de Good News Translation, hier in Nederlandse vertaling:

Dan wordt het licht van de zon, de maan en de sterren voor je zwakker en blijven de regenwolken maar hangen. Dan gaan je armen, die je altijd hebben beschermd, trillen.

De New Living Translation vatte dit op als een verwijzing naar de benen, de beschermers, de verdedigers, maar hier zijn het de armen.

‘Je armen, die je altijd hebben beschermd, zullen trillen. En je benen, die nu sterk zijn, zullen zwak worden.’

De New Living Translation vatte wat hier als de benen wordt aangeduid op als de schouders. Hoe dan ook, ze zien daarin het verlies van kracht in verschillende delen van het lichaam.

‘Je zult te weinig tanden hebben om je eten te kauwen.’

Dat zijn de maalsters, die met weinigen zijn.

‘En je ogen zullen te weinig zien om nog duidelijk te kunnen kijken. Je oren zullen doof zijn voor de geluiden van de straat. Je zult de molen nauwelijks kunnen horen malen en de muziek nauwelijks kunnen horen spelen. Maar zelfs het gezang van een vogel zal je uit je slaap wekken. Je zult bang zijn voor hoge plaatsen en lopen zal gevaarlijk worden. Je haar zal wit worden en je zult je nauwelijks meer kunnen voortslepen. En alle verlangen zal verdwenen zijn.’

Met dat laatste wordt seksueel verlangen bedoeld. Er staat dat we naar onze laatste rustplaats gaan, en dat er dan op straat gerouwd zal worden.

Dan The Message, die ik nooit als vertaling aanbeveel. Soms laat die zien wat iemand denkt dat het betekent. Dat is net als bij de andere. Dit komt uit The Message, dezelfde verzen. Er staat:

Als je oud wordt, werkt je lichaam niet meer zo goed mee. Je spieren verslappen, je krijgt minder kracht in je handen en je gewrichten worden stijf. Het is alsof de gordijnen voor de wereld dichtgaan. Je kunt niet meer gaan en staan waar je wilt. Alles komt langzaam tot stilstand. De geluiden in huis verstommen. Je wordt nu wakker van het gezang van vogels. Bergwandelingen behoren tot het verleden. Zelfs een ommetje over straat kan je angst aanjagen. Je haar wordt zo wit als appelbloesem en siert een broos, krachteloos lijf zo dun als een luciferhoutje. Ja, je bent al een heel eind op weg naar je eeuwige rust, terwijl je vrienden je begrafenis plannen.

Deze parafrases wijken in hun uitleg duidelijk behoorlijk af van de eigenlijke tekst en van elkaar. Maar ze geven allemaal hetzelfde algemene thema weer. Waar hij hier in dichterlijke bewoordingen over spreekt, is het verlies van mannelijke potentie, het verlies van gezichtsvermogen, het verlies van kracht, enzovoort. Ik wilde die voorlezen omdat ze zo anders zijn dan de bewoordingen die hier staan. Maar ze hebben ongetwijfeld de grondgedachte gevat die Salomo wil overbrengen.

Bekering uitstellen en kansen verspillen

Illustratie bij: De gebroken kruik en het verbrijzelde putrad.

Geef God niet de restjes van het einde van je leven, wanneer je nog maar weinig kunt doen. De tijd waarin je jong en sterk bent en mogelijkheden hebt, is de tijd die je aan God moet geven. Zo vaak denken mensen precies het tegenovergestelde. Ze denken: ‘Nou, ik doe in mijn jeugd gewoon wat ik zelf wil, en als ik dan oud ben, geef ik mijn leven aan God.’ Want ze denken dat behouden worden alleen maar betekent dat je een toegangskaartje voor de hemel krijgt.

Wat ze niet beseffen, is dat je, wanneer je werkelijk, oprecht behouden wordt, zult wensen dat je God je hele leven had gediend. Je zult alleen maar spijt hebben als je je werkelijk bekeert. Als iemand zich niet werkelijk bekeert, als hij alleen maar een toegangskaartje voor de hemel probeert te krijgen, dan bidt hij het zondaarsgebed en doet hij wat hij denkt te moeten doen. Hij laat zich op zijn sterfbed dopen of zoiets, laat zich met wijwater besprenkelen. Als er geen echte bekering is, zal hij het gevoel hebben: ‘Ik ben ermee weggekomen. Ik heb mijn hele leven mezelf gediend, maar dan krijg ik dit alles in de hemel er ook nog bij.’

Maar je krijgt de hemel er echt niet ook nog bij. Want echte bekering brengt iemand tot oprechte spijt over elke verspilde gelegenheid, over alles wat hij heeft gedaan dat God niet behaagde en Gods belang niet diende. Als iemand werkelijk wacht tot hij oud is en zich dan werkelijk bekeert en echt behouden wordt, zal hij alleen maar verdriet hebben over de jaren die hij heeft verspild. Hij zal beseffen hoeveel mannelijke potentie, hoeveel kracht, hoeveel mogelijkheden hij had die hij voor God had kunnen gebruiken, en waarvan het Gods bedoeling was dat ze voor Hem gebruikt zouden worden. Maar dat is allemaal gewoon verspild, en daarover zal alleen maar spijt zijn.

Dus hij zegt: ‘Gebruik die kansen zolang ze er nog zijn. Er komt een tijd dat ze er niet meer zijn. Je kunt niets meer doen. Je bent te oud.’ Dat is niet het moment om erover te gaan nadenken om God te proberen te dienen. Dan geef je God alleen nog het versleten laatste stukje van je leven. Dat is niet veel als offer, als levend offer dat je voor Hem op het altaar legt.

Vers 6:

Prediker 12:6-7

6voordat het zilveren koord verwijderd wordt en de gouden oliehouder verbrijzeld, de kruik bij de bron stukgebroken wordt en het rad bij de waterput verbrijzeld, 7het stof terugkeert naar de aarde zoals het was, en de geest terugkeert tot God, Die hem gegeven heeft.

Daar was hij niet zo zeker van toen hij eerder in het boek zijn gedachten liet gaan. Maar nu gelooft hij dat.

Prediker 12:8

Een en al vluchtigheid, zegt de Prediker, alles is vluchtig.

Wijze woorden als prikkels en spijkers

Illustratie bij: De Prediker onderwijst woorden van wijsheid.

Nu krijgen we dit nawoord.

Prediker 12:9

Overigens, Prediker was een wijze: voortdurend onderwees hij het volk in kennis, hij was opmerkzaam en onderzocht, hij stelde vele spreuken op.

En:

‘Hij bracht de mensen nog steeds kennis bij.’ Ook al dacht hij dat alles zinloos was, toch bleef hij dingen waarnemen en bleef hij mensen onderwijzen.

Prediker 12:10

Prediker zocht aangename woorden te vinden: het geschrevene is oprecht, woorden van waarheid.

Op een bepaald moment in zijn leven schreef hij overeenkomstig de waarheid. Op andere momenten dwaalde hij af en speculeerde hij.

Prediker 12:11

De woorden van wijzen zijn als prikkels en als spijkers, diep ingeslagen door meesters in het verzamelen. Zij zijn gegeven door één Herder.

Een ossenprikkel is iets waarmee je een dier aanport; het is een veeprikker. Een prikkel is een veeprikker, in die tijd in feite een scherpe stok. Nu hebben we elektrische, waarschijnlijk zoals stroomstootwapens, waarmee je vee in beweging brengt. Maar zij hadden een scherpe, puntige stok. Dat was een prikkel, en daarmee prikten ze de koe in haar achterwerk om haar in beweging te krijgen. Zo werken de woorden van de wijzen bij ons. Ze sporen ons aan om verder te gaan. Ze porren ons de goede kant op.

Een vreemde vermenging van beelden: herders die spijkers geven die ergens in worden geslagen. Je zou denken dat het een timmerman zou zijn, geen herder. De gedachte hier is blijkbaar dat God de Herder van Israël is. De woorden van de wijzen sporen mensen aan in de goede richting en zetten hen vast of bouwen hen op, zoals een gebouw wordt opgebouwd. Hun woorden zijn als de spijkers waarmee iets wordt gebouwd. Je leven wordt blijkbaar opgebouwd doordat je de woorden van wijze mensen opvolgt. Maar die woorden komen uiteindelijk van God, van de Herder Die ons allemaal leidt.

Prediker 12:12

Wat erbovenuit gaat, mijn zoon, wees gewaarschuwd! Er komt geen einde aan vele boeken te maken, en veel studeren vermoeit het lichaam.

Trouwens, niet alleen voor het verstand. Dit is wat hij waarneemt. Het is niet alleen dat mijn verstand er moe van wordt; mijn lichaam wordt er moe van. Het is verbazingwekkend hoe geestelijke inspanning je lichamelijk kan uitputten. Je verbruikt duidelijk energie wanneer je studeert en nadenkt, en dat was hem opgevallen.

Salomo was waarschijnlijk niet sportief. Als koning was hij waarschijnlijk behoorlijk lui en verwend en dat soort dingen. Maar hij merkte dat hij zich inspande met zijn denken, met zijn studeren en met alles wat hij las. Hij zei dat zijn lichaam van zulke dingen moe werd, net alsof hij zich lichamelijk had ingespannen.

De slotsom: vrees God en houd Zijn geboden

Illustratie bij: Vrees God en houd Zijn geboden.

Dus er staat:

Prediker 12:13-14

13De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit : Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. 14God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad.

Uiteindelijk, na allerlei speculaties in verschillende andere richtingen, waarbij hij voorlopig tot andere conclusies kwam dan deze, is hij weer bij dit punt teruggekomen. Hij dacht dat arbeid zinloos is, dat al te rechtvaardig zijn tijdverspilling is, dat er na de dood geen afrekening is, dat het dan gewoon afgelopen is. Nadat hij al die dingen heeft overdacht, is hij weer teruggekomen. De conclusie die hij nu heeft bereikt, is dat God vrezen en Zijn geboden houden werkelijk alles is waarvoor we hier zijn.

Dat is iets anders dan wat hij door het hele boek heen zei, wanneer hij zegt dat er niets beters is dan:

Prediker 2:24

Is het dan niet goed voor de mens dat hij eet en drinkt en zichzelf in zijn zwoegen het goede laat genieten? Ook dit heb ik gezien: het komt uit de hand van God.

Gewoon een wereldse filosofie van zoveel mogelijk uit het leven halen. Je leeft maar één keer. Geniet zoveel als je kunt. Hij zegt: ‘Nou, nee, zo denk ik er nu eigenlijk niet over. Ik denk dat het belangrijkste is dat je God vreest en Zijn geboden houdt. Dat is werkelijk je plicht.’ En je zult blij zijn dat je dat hebt gedaan, want:

Hij zal oordelen over alles wat mensen doen, het goede en het slechte.

Dus uiteindelijk komt hij met een boodschap die we kunnen onderschrijven en waarmee de Bijbel in het algemeen zou instemmen. Maar op weg daarheen heeft hij allerlei speculaties en filosofische overpeinzingen doorlopen. Dat waren geen dingen die wij of de rest van de Bijbel konden onderschrijven. Dat is ongetwijfeld het doel van wat hij schrijft: laten zien dat de dingen die hij in die perioden dacht, de dingen zijn die mensen geneigd zijn te denken wanneer ze niet vanuit Gods gezichtspunt denken. Wanneer ze hun denken beperken tot overwegingen die betrekking hebben op aardse dingen onder de zon.

Hij heeft ons een dagboek gegeven, of een verslag van zijn pelgrimstocht om te ontdekken wat hij eerder had moeten ontdekken, namelijk:

alles wat een mens moet doen, is gewoon ontzag hebben voor God en zich aan Zijn geboden houden.

Hij heeft ons verteld welke fouten hij onderweg allemaal heeft gemaakt bij zijn pogingen om betekenis en voldoening in het leven te vinden. Niemand had meer mogelijkheden dan hij. Toch ontdekte hij dat alles leegte was, afgezien van deze uiteindelijke conclusie.

Niet alles is leegte. Als God elke daad zal oordelen en goed en kwaad zal vergelden, dan is niets leeg. Alles zit vol mogelijkheden. Alles is vol betekenis, omdat elk werk beoordeeld en beloond zal worden. Dus niet alles is leegte wanneer je rekening houdt met God, Hem vreest en Zijn geboden houdt. Zoals de slotsom luidt:

Prediker 12:13-14

13De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit : Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. 14God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad.

Dat is de slotsom van de zaak.

Soms zouden we bij het bestuderen van het boek Prediker willen dat hij wat sneller tot die conclusie was gekomen. Maar beter laat dan nooit. Daarmee zijn we klaar met het boek, en ook met onze bespreking ervan.

Herkomst

Meld een fout in deze lezing — de lezing en de passage worden alvast in je e-mail ingevuld.

Deze lezing is van Steve Gregg en verscheen oorspronkelijk in het Engels als Ecclesiastes 8 - 12. Beluister het origineel.

De Nederlandse tekst is een vertaling, nagelezen en ingesproken door Vers voor Vers, en verschijnt met toestemming van Steve Gregg. Bijbelteksten komen uit de HSV.

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…