Bij het Bijbelboek

Hooglied lezen: een lied over liefde, huwelijk en trouw

Hooglied is het enige liefdeslied van zijn soort in de Bijbel. Steve Gregg leest het eerlijk en voorzichtig: als lied over een echte liefde binnen het huwelijk, met daarachter misschien een beeld van Christus en de gemeente.

Mijn VVV
Artistieke voorstelling van een man en een vrouw in eenvoudige linnen kleding die arm in arm over een stoffig pad lopen, naast een boom met rijpe vruchten, met heuvels en een groen dal op de achtergrond.
Wie is zij die daar opkomt uit de woestijn, leunend op haar Liefste? In de laatste idylle bevestigen de geliefden hun trouw. Illustratie gemaakt met AI.

Hooglied is een ongewoon Bijbelboek. Er komt geen wet, geen profetie en geen geschiedenis van Israël in voor, maar een liefdeslied tussen een man en een vrouw. Steve Gregg zegt eerlijk dat hij het nooit prettig heeft gevonden om erover les te geven. Het voelt voor hem alsof hij binnendringt in de privésfeer van een stel. Juist daardoor is zijn uitleg nuchter: hij zegt wat hij ziet, en ook wat hij niet weet.

In de twee Nederlandstalige lezingen over Hooglied geeft Gregg eerst een inleiding op het boek en loopt hij daarna in één keer alle acht hoofdstukken door.

Een allegorie of een liefdesverhaal?

De inleiding begint bij de grote vraag: is het boek een allegorie? Joodse uitleggers zagen er vaak God en Israël in, christelijke uitleggers Christus en de gemeente. Gregg vindt dat niet ongegrond. Paulus zegt in Efeze 5 dat het huwelijk een beeld is van Christus en de gemeente. Psalm 45, een bruiloftspsalm die mogelijk over Salomo gaat, wordt in Hebreeën 1 op Christus toegepast. Toch waarschuwt hij voor speculatieve uitleg, omdat het boek zelf geen allegorische betekenissen aandraagt.

Wie het boek neemt zoals het er staat, leest volgens Gregg een positief lied over de liefde tussen man en vrouw. Meestal spreekt de Bijbel over seksualiteit in de vorm van verboden. Daardoor kan de indruk ontstaan dat het iets vies is. Gregg noemt het juist iets heiligs, dat binnen het huwelijk thuishoort. Hij wijst erop dat God het dienen van andere goden overspel noemt: zoals het huwelijk exclusief is, zo behoort ook de aanbidding van God exclusief te zijn.

Zeven liefdesgedichten

Hooglied bestaat volgens Gregg uit zeven idyllen: romantische gedichten in een landelijke, herderlijke omgeving. Ze staan niet in chronologische volgorde. Het boek begint bij de bruiloft, en andere gedichten kijken terug op de verkeringstijd. Drie ervan eindigen met dezelfde bezwering aan de dochters van Jeruzalem om de liefde niet op te wekken ‘voordat het haar behaagt’. Gregg laat zien dat de betekenis daarvan niet vanzelfsprekend is.

Als mogelijk achterliggend verhaal stelt hij voor dat Salomo een meisje in een wijngaard ziet, dat verlegen voor de koning wegloopt. Hij komt terug, gekleed als herder, en wint haar hart. Daarna verdwijnt hij, om later als koning terug te keren en haar ten huwelijk te vragen. Gregg erkent dat dit als een sprookje klinkt en dat het onzeker is. Maar als het klopt, lijkt het op de weg van God met Zijn volk: eerst ontzagwekkend bij de Sinaï, daarna in Christus als een eenvoudig mens, en ten slotte komt Hij terug als Koning om Zijn bruid tot Zich te nemen.

In de tweede lezing volgt Gregg de gedichten één voor één. Hij merkt op dat ‘een roos van Saron’ woorden van de vrouw over zichzelf zijn: zij noemt zich een gewone bloem, en hij antwoordt dat zij is als een lelie tussen de distels. Hij bespreekt haar dromen waarin zij ‘s nachts haar geliefde zoekt, het huwelijksaanzoek en de ‘gesloten tuin’, die volgens hem spreekt van haar bewaarde maagdelijkheid. Hij zegt ook openlijk dat de vele vrouwen van Salomo voor hem afbreuk doen aan de romantiek van het boek.

Sterk als de dood

Leg mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm. Want de liefde is sterk als de dood, de hartstocht onstuitbaar als het graf. Haar vonken zijn vurige vonken, vlammen van de HEERE. Vele wateren kunnen de liefde niet uitblussen en rivieren spoelen haar niet weg. Al gaf iemand al het bezit van zijn huis voor de liefde, men zou hem smadelijk verachten.

— Hooglied 8:6-7, Herziene Statenvertaling

In de tweede lezing plaatst Gregg deze woorden in de laatste idylle, waarin de vrouw haar jaloezie uitspreekt en de geliefden hun trouw opnieuw bevestigen. Liefde laat zich volgens hem niet blussen zoals vuur, zelfs niet met veel water. Ze is ook niet te koop: wie geld biedt voor liefde, verdient dat zijn aanbod wordt afgewezen, hoe hoog de prijs ook is.

Beide lezingen over Hooglied laten zien hoe Gregg een moeilijk boek leest: zonder het te verheerlijken of weg te redeneren, met oog voor de menselijke liefde die het bezingt en voor het grotere beeld dat erachter kan liggen.

← Alle blogartikelen

Hoe wil je deze lezing volgen?

Je kunt deze keuze altijd wijzigen in de speler.

We onthouden je voorkeur op dit apparaat.

De lezing wordt geladen…

Beeld en tekst laden…