---
title: "Spreuken Zaken van het hart deel 4"
book: "Spreuken"
book_slug: "spreuken"
passage: "Spreuken Zaken van het hart deel 4"
passage_en: "Proverbs: Matters of Heart (Part 4)"
episode: 19
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-13"
duration: "PT1H13M42S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Spreuken Zaken van het hart deel 4», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Spreuken Zaken van het hart deel 4

> Boosheid beheersen en op God vertrouwen

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over boosheid, zelfbeheersing en zelfvertrouwen. Hij legt uit dat boosheid niet altijd zondig is, maar door inzicht beheerst moet worden, zodat je niet impulsief reageert, je laat beledigen of relaties beschadigt. Wie zijn geest beheerst, kan overtredingen voorbijgaan, ruzies beëindigen en voorkomen dat anderen bepalen wat er in zijn hart gebeurt. Ten slotte maakt Gregg onderscheid tussen vertrouwen op het bedrieglijke eigen hart en vertrouwen op God, Die door de Heilige Geest de bekwaamheid geeft om te doen waartoe Hij iemand roept.

## Hoofdstukken

1. [Het veranderlijke hart en onze verantwoordelijkheid](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h1) — 0:02
2. [Boosheid beschadigt relaties](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h2) — 2:03
3. [God is geduldig en niet snel vertoornd](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h3) — 4:26
4. [Terechte boosheid zonder te zondigen](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h4) — 6:26
5. [Emoties beheersen met verstand en geloof](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h5) — 8:35
6. [Onbegrip en irritatie in relaties](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h6) — 12:41
7. [Eerst begrijpen, dan pas reageren](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h7) — 16:42
8. [Jezelf overwinnen is de grootste kracht](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h8) — 18:39
9. [De strijd tussen vlees en Geest](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h9) — 21:22
10. [Aan een overtreding voorbijgaan](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h10) — 23:51
11. [Boosheid als reactie op onrecht](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h11) — 26:38
12. [Davids reactie op laster en belediging](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h12) — 29:06
13. [Een driftig mens veroorzaakt ruzie](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h13) — 32:36
14. [De boosheid van een ander aanwakkeren](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h14) — 35:39
15. [Kalmte en terughoudendheid in spreken](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h15) — 38:50
16. [Zelfbeheersing door een ruzie te beëindigen](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h16) — 41:44
17. [Wie zichzelf niet beheerst, wordt beheerst](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h17) — 44:08
18. [Weigeren om beledigd te zijn](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h18) — 48:12
19. [Niet ieder gevoel de vrije loop laten](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h19) — 51:20
20. [Zelfvertrouwen of vertrouwen op God](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h20) — 55:50
21. [Vertrouwen op de zalving van de Geest](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h21) — 58:46
22. [Niets goeds in het vlees, wel in Christus](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h22) — 1:01:39
23. [Eigen kracht schiet uiteindelijk tekort](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h23) — 1:05:27
24. [Geestelijke gaven tegenover natuurlijk talent](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h24) — 1:08:32
25. [Geestelijke uitwerking komt van God](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h25) — 1:11:25

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#p<n>.

### 1. Het veranderlijke hart en onze verantwoordelijkheid

*0:02 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h1*

We hebben gekeken naar thema’s die te maken hebben met het innerlijke leven, het omgaan met de ziel, het hart en het verstand. Veel kwesties in deze categorie zijn in onze tijd het terrein van de geestelijke gezondheidszorg geworden, alsof mensen ziek zijn. In feite geeft de Bijbel aan dat veel van deze dingen eigenlijk te maken hebben met de gesteldheid van het hart, en dat het onze verantwoordelijkheid is om daarmee om te gaan.

^p1

We worden niet geboren met een hart dat een bepaalde neiging heeft die nooit kan veranderen.

^p2

> Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden, de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden.
>
> — Spreuken 22:15

^p3

maar die dwaasheid kan worden verwijderd, veranderd en gevormd. Ook een hart dat goed is, kan afdwalen. Er wordt gesproken over iemand wiens hart afdwaalt. Het hart is niet onveranderlijk. Het hart is niet simpelweg voorbestemd. Het is waar dat mensen geboren worden met dwaasheid die in hun hart gebonden is, zoals Salomo hier zegt. Maar tegelijkertijd is het onze verantwoordelijkheid om daarmee om te gaan. De ouders moeten omgaan met het hart van het kind. Salomo zegt:

^p4

De stok slaat de dwaasheid uit hem.

^p5

Maar als je eenmaal volwassen en verantwoordelijk bent, moet je zelf de leiding nemen. Hij zegt:

^p6

> Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.
>
> — Spreuken 4:23

^p7

We hadden het over enkele specifieke kwesties van het hart die in Spreuken aan de orde komen. We hebben een hele bijeenkomst aan depressie besteed. De vorige keer hadden we het over afgunst, jaloezie en wrok. In onze aantekeningen gaan we nu, hoop ik, kijken naar de overige zaken in deze categorie. Dat zijn boosheid en zelfbeheersing. Zelfvertrouwen valt eigenlijk in een afzonderlijke categorie.

^p8

### 2. Boosheid beschadigt relaties

*2:03 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h2*

Laten we het over boosheid hebben. Boosheid is iets waar bijna iedereen wel een beetje last van heeft. Sommigen hebben er iets te veel van. Ze geven hun boosheid te veel de vrije loop en veroorzaken problemen. Een van de problemen is natuurlijk dat je ziel vergiftigd wordt door ongepaste boosheid. Een ander probleem is dat relaties door boosheid worden verwoest. Relaties vindt God werkelijk belangrijk. Dat zullen we zien wanneer we klaar zijn met deze categorieën en verdergaan met het onderwerp menselijke relaties. Daar heeft Spreuken verreweg het meeste over te zeggen. Dat komt doordat de Bijbel over die categorie meer te zeggen heeft dan over wat dan ook.

^p9

Van de tien geboden hebben er zes te maken met je relaties met mensen. Het onderwijs van Jezus maakte duidelijk dat het grote gebod, het nieuwe gebod, is:

^p10

> Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.
>
> — Johannes 13:34

^p11

Dat gaat over relaties. Voor God draait alles om relaties. Jezus zei zelfs dat de hele Wet en alle Profeten kunnen worden samengevat in twee geboden, die allebei met relaties te maken hebben. Het ene is:

^p12

> En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
>
> — Markus 12:30

^p13

en dat gaat over je relatie met God. Het andere is:

^p14

> En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.
>
> — Markus 12:31

^p15

Er is dus eigenlijk vrijwel niets anders dan relaties.

^p16

God hecht waarde aan relaties. Hij heeft veel te zeggen over de noodzaak ervoor te zorgen dat je op een liefdevolle manier met mensen en met God omgaat. Boosheid vergiftigt niet alleen je eigen ziel, maar beschadigt ook relaties. Dat is een belangrijk punt, want volgens mij is er niemand op aarde die nooit boos wordt. Maar sommige mensen hebben een korter lontje dan andere. Sommige mensen zijn lichtgeraakter dan andere. Sommige mensen voelen zich sneller beledigd dan andere. Sommige mensen beheersen hun geest minder dan andere. Dat zijn de kwesties waarop Salomo ons gaat wijzen.

^p17

### 3. God is geduldig en niet snel vertoornd

*4:26 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h3*

Het eerste vers waar ik naar wil kijken, is Spreuken 14:29. Daar staat:

^p18

> Wie geduldig is, heeft veel inzicht, maar wie kortaangebonden is, verheft de dwaasheid.
>
> — Spreuken 14:29

^p19

Niet snel tot toorn zijn, betekent niet dat iemand nooit boos wordt. Zelfs God wordt boos. Toch wordt in Psalm 103 over God gezegd:

^p20

In Psalm 103 staat dat Hij geduldig en rijk aan goedertierenheid is.

^p21

Wanneer mensen zeggen: „Waarom is de God van het Oude Testament zo’n toornige God, terwijl de God van het Nieuwe Testament zo toegeeflijk lijkt?”, dan klopt dat beeld niet helemaal. Het verbaast me hoeveel mensen daadwerkelijk de Bijbel lezen en toch menen dat dit zo is, dat God in het Oude Testament vol toorn is. Hij is niet vol toorn. Hij is juist niet snel tot toorn.

^p22

In het verslag van vierduizend jaar geschiedenis, waarin ongeveer vijf of zes wereldrijken opkomen en ten onder gaan, zien we wel gelegenheden waarop God uiteindelijk moet oordelen. Zijn toorn barst los. Maar we vinden geen enkel geval waarin Gods toorn tegen een volk losbarst voordat Hij het honderden, zo niet duizenden, jaren de tijd heeft gegeven om het in orde te maken, terwijl het steeds weer en steeds weer en steeds weer in opstand komt. De Bijbel zegt:

^p23

> Barmhartig en genadig is de HEERE, geduldig en rijk aan goedertierenheid.
>
> — Psalmen 103:8

^p24

Niet snel tot toorn zijn, betekent dus in zekere zin dat je op God lijkt.

^p25

Paulus zei in Efeze 5:1:

^p26

> Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen,
>
> — Efeze 5:1

^p27

Hoe God ook is en hoe Zijn karakter ook is, dat behoren wij na te volgen, net zoals kinderen hun ouders navolgen. God is onze Vader en wij moeten worden zoals Hij. Als Hij dus niet snel tot toorn is, dan heeft iemand die niet snel tot toorn is veel inzicht.

^p28

### 4. Terechte boosheid zonder te zondigen

*6:26 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h4*

Eén ding is waar: iemand die snel boos wordt, neemt heel vaak niet de tijd om iets te begrijpen. Als je het wel begrijpt, kun je uiteindelijk boos worden, want dingen die goed worden begrepen, wekken soms terecht boosheid op.

^p29

Paulus zei in Efeze 4:

^p30

> Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,
>
> — Efeze 4:26

^p31

Er bestaat boosheid die geen zonde is. Boosheid is op zichzelf geen zonde. Hoewel ons wordt gezegd dat we toorn en boosheid moeten wegdoen, en hoewel ons wordt gezegd dat we ervoor moeten oppassen dat we in onze boosheid niet zondigen, staat er:

^p32

„Word boos.”

^p33

Er zijn momenten waarop er iets niet goed met je zit als je niet boos wordt. Als bepaalde dingen je niet woedend maken, ontbreekt er iets aan je vermogen om te reageren. Je reageert nergens op. God Zelf wordt ook boos, maar Hij wordt langzaam boos. Hij wordt niet snel boos. Er horen dingen te zijn die godvruchtige mensen boos maken. Er waren dingen die Jezus boos maakten. Dat was geen zonde. Jezus heeft nooit gezondigd.

^p34

Boosheid is dus op zichzelf geen zonde. Het is een passende emotionele reactie op bepaalde prikkels die mensen terecht boos horen te maken, omdat ze God boos maken. Maar dan is de vraag: wat doe je ermee? Hoe snel laat iemand zijn boosheid opkomen? Als iemand snel boos wordt, betekent dit dat hij niet goed over de dingen nadenkt. Hij reageert alleen instinctief op iets wat hem irriteert, iets wat hem ergert. Hij staat onder de macht van de omstandigheden, zijn stemming en zijn emotie. Hij laat zich niet leiden door zijn inzicht, maar door de emotie die het bij hem oproept.

^p35

Boosheid is beslist een emotie die soms terecht en soms niet terecht is. Soms worden we boos en komen we later meer over de situatie te weten. ‘O, het was niet wat ik dacht. Ik had niet zo boos moeten worden.’ We handelden vanuit emotie, de emotie van boosheid, in plaats van vanuit ons inzicht.

^p36

### 5. Emoties beheersen met verstand en geloof

*8:35 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h5*

Soms zeggen mensen tegen me dat ik niet emotioneel ben, of dat ik emoties niet belangrijk vind. Dat is helemaal niet waar. Persoonlijk denk ik dat ik het hele scala aan emoties heb dat ieder ander ook heeft, en ik denk dat ze heel belangrijk zijn, maar niet zo belangrijk als sommige mensen denken. Van alle aspecten van de persoonlijkheid beschouw ik emoties als het meest oppervlakkige, het meest veranderlijke en het meest voorbijgaande, en daarom als het minst wezenlijke. Ze zijn niet onbelangrijk, maar wel minder belangrijk dan andere, belangrijkere dingen, zoals nadenken, kiezen en tot overtuigingen komen.

^p37

Je emoties kunnen in één uur vier keer veranderen. Je overtuigingen veranderen niet zo snel. Misschien verander je van overtuiging, maar dat gaat langzamer en je wisselt niet zo vaak heen en weer. Emoties komen en gaan. Ze zijn oppervlakkig. Ze zijn voorbijgaand. In veel gevallen worden ze door uiterlijke omstandigheden opgeroepen. Ze komen zonder dat je erom vraagt. In de meeste gevallen kies je je emoties niet, in elk geval niet aanvankelijk.

^p38

Je kunt boos worden door een bepaalde prikkel die je terecht irriteert. Dan is de vraag natuurlijk: blijf je boos? Laat je de zon ondergaan over je toorn? Paulus zei:

^p39

Word boos, maar zondig niet. Laat de zon niet ondergaan terwijl je nog boos bent.

^p40

In zekere zin komt de emotie van boosheid op en ben je ervoor verantwoordelijk om iets te doen. Je bent ervoor verantwoordelijk haar te beheersen. Maar door welk vermogen? Door je overtuigingen, door je geloof in God, door je redelijkheid, door je inzicht.

^p41

De Bijbel spreekt dus over emoties, en boosheid is een universele emotie. Maar je emoties beheersen door je verstand en je inzicht is wat Salomo als mogelijk en noodzakelijk beschouwt. Veel mensen gaan er eenvoudig van uit dat hun gevoelens zichzelf rechtvaardigen, omdat ze zich op een bepaalde manier voelen. ‘Natuurlijk voel ik me zo. Zij hebben mij dit aangedaan. Hoe zou ik me anders kunnen voelen? Is dat niet normaal?’ Het is misschien normaal dat de gevallen mens lichtgeraakt is, snel gekwetst, niet snel bereid om te vergeven en snel tot toorn.

^p42

Denk aan wat Jakobus zei:

^p43

> Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken en traag tot toorn.
>
> — Jakobus 1:19

^p44

Hij zei:

^p45

Luister snel, praat niet te snel en word niet snel boos.

^p46

Het is Jakobus 1:19:

^p47

Daarom, mijn geliefde broeders, moet iedereen snel luisteren, niet te snel praten en niet snel boos worden, want de woede van een mens brengt niet de gerechtigheid van God voort.

^p48

Soms worden we boos, vinden we dat we terecht verontwaardigd zijn en handelen we vanuit onze emotie, omdat we denken dat we doen wat rechtvaardig is. Zoals Jezus zei, zal er een tijd komen dat mensen je zullen doden en denken dat ze God daarmee een dienst bewijzen.

^p49

> Ze zullen u uit de synagoge werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen.
>
> — Johannes 16:2

^p50

Sommige mensen worden boos op je en doden je, en ze denken dat ze iets rechtvaardigs doen. Maar de toorn van de mens dient niet het doel van de gerechtigheid van God.

^p51

Jakobus zegt dus dat we snel moeten zijn om te horen en langzaam om te spreken. Dat wil zeggen: langzaam om te reageren wanneer we impulsief zijn en op het punt staan impulsief te handelen. En we moeten langzaam tot toorn zijn. Snel zijn om te horen betekent dat je probeert te begrijpen. Wie langzaam tot toorn is, heeft veel inzicht. Er zijn momenten waarop mensen dingen doen die je boos maken, maar zodra je iets beter begrijpt waar het bij hen vandaan komt, ben je minder geneigd boos te worden. Je bent eerder geneigd genadig te zijn, omdat je iets meer over hen begrijpt.

^p52

### 6. Onbegrip en irritatie in relaties

*12:41 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h6*

Dit is echt waar in het huwelijk. Elk huwelijk is intercultureel. Ik hoorde in Honolulu een medewerker van Jeugd met een Opdracht, een Japans-Amerikaanse man, spreken over huwelijken die hij binnen Jeugd met een Opdracht had zien ontstaan, want Jeugd met een Opdracht is een internationale organisatie. Binnen Jeugd met een Opdracht komen veel interculturele huwelijken voor, en hij zei dat hij daar niet erg positief over dacht. Hij had eigenlijk niet gezien dat interculturele huwelijken erg goed uitpakten. Ik begrijp wat hij bedoelt. Verschillende culturen hebben verschillende vanzelfsprekende aannames en begrijpen elkaar verkeerd. Mensen kunnen boos worden omdat iemand iets deed wat in zijn eigen ogen cultureel gezien normaal was, terwijl de ander het vreemd, wreed of op een andere manier slecht vond. Maar toen ik erover nadacht, dacht ik: „Nou, ik weet niet of er ooit een huwelijk is geweest dat niet intercultureel was, in elk geval niet in de moderne tijd.” Tenzij je in een kleine plaats woont waar iedereen cultureel gezien precies hetzelfde is, en je trouwt met iemand met wie je bent opgegroeid, en zijn of haar familie hetzelfde is als jouw familie, enzovoort. Vrijwel ieder gezin heeft zijn eigen cultuur. Mensen groeien op met bepaalde aannames over wat ze behoren te doen, wat waardevol is en wat goed en verkeerd is. Vervolgens trouwen ze met iemand die een andere achtergrond en andere aannames heeft.

^p53

Ze trouwen met elkaar, en hoewel ze goede mensen zijn en niets verkeerds doen, doen ze iets wat door de ander verkeerd wordt begrepen. Die ander waardeert hun motieven niet. Dat wekt irritatie. Het is duidelijk dat iemand die snel boos reageert, zich beledigd en geërgerd zal voelen. Ze zullen conflicten krijgen.

^p54

Maar iemand die traag is om te spreken en snel om te horen, en die de situatie goed probeert te begrijpen voordat hij vanuit zijn emoties reageert, moet een stap terugdoen en zeggen: „Waarom gedraagt deze persoon zich nu zo? Probeert deze persoon mij te ergeren? Waarschijnlijk niet. Wat maakt dan dat deze persoon doet wat hij doet, zegt wat hij zegt, of de dingen doet op een manier die mij ergert? Waarom doet hij dat als hij mij niet probeert te ergeren?”

^p55

Je kunt proberen dat te begrijpen en zeggen: „Nou, dat heeft er waarschijnlijk iets mee te maken dat deze persoon anders is opgevoed. Hij heeft andere aannames over relaties, gedrag, enzovoort.” Dat betekent niet dat ieders gedrag even geldig is. Het betekent niet dat iedere cultuur even legitiem is. Sommige culturen zijn echt onverlicht. Eerlijk gezegd heb ik in sommige culturen veel onbeschoftheid meegemaakt, onder meer in enkele Aziatische landen die ik heb bezocht.

^p56

Ik ben niet in China geweest, maar enkele vrienden van mij zijn er wel geweest. Zij zeggen dat wanneer je daar in een rij gaat staan, er geen rij is. Je moet je er gewoon tussen duwen. Als je niet agressief en onbeschoft bent, dringt iedereen voor. Niemand zal op je wachten. Iedereen zal proberen zich vóór je naar binnen te duwen. Zij beschouwen dat niet als onbeschoft, omdat ze het nu eenmaal altijd zo hebben gedaan. Het is nooit bij hen opgekomen.

^p57

Maar wij zijn opgegroeid in een cultuur die eeuwenlang volledig doortrokken is geweest van christelijke invloed. Zelfs onder ongelovigen bestaat er een besef van eerlijk spel. Er bestaat een besef dat je een ander voor laat gaan. Als je trouwt met iemand uit een cultuur waarin niet hetzelfde besef van rekening houden met anderen is ingebouwd, zal dat veel irritatie opleveren. Eerlijk gezegd kunnen zelfs twee mensen die in dezelfde plaats zijn opgegroeid, in dat opzicht zo verschillend zijn dat iemand, om te voorkomen dat hij snel boos wordt, eerst moet proberen de ander te begrijpen.

^p58

### 7. Eerst begrijpen, dan pas reageren

*16:42 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h7*

Iemand die traag tot toorn is, heeft veel inzicht. Maar wie impulsief is — in de Engelse vertaling waarop deze uitleg berust: iemand die onmiddellijk handelt vanuit de impuls van een emotie of irritatie — zal door dat impulsieve handelen dwaas reageren. Dat is wat dwaasheid is: een dwaze reactie. Je zult dwaas handelen en later iets hebben gedaan waar je spijt van krijgt.

^p59

Met andere woorden, hij pleit ervoor dat je traag tot toorn bent, zoals God traag tot toorn is en zoals Jakobus zegt dat je traag tot toorn moet zijn. Jakobus en Salomo zijn het er allebei over eens dat traag tot toorn zijn verband houdt met snel zijn om te horen, met begrijpen waar de ander vandaan komt, en met niet zomaar aannemen dat je emoties legitiem zijn. Want die emoties komen op, of ze nu terecht zijn of niet. Je kunt niet aannemen dat je terecht boos bent en dat de ander opzettelijk iets slechts heeft gedaan.

^p60

Hoe beter je de ander kunt begrijpen, en hoe meer je jezelf ertoe verplicht de ander te begrijpen, hoe kleiner de kans dat je uiteindelijk boos wordt. Als je traag tot toorn bent in plaats van snel tot toorn, kan het zijn dat je, tegen de tijd dat je boos zou zijn geworden, niet meer boos hoeft te worden. Met andere woorden, traag tot toorn zijn kan betekenen dat je in die situatie helemaal nooit boos wordt.

^p61

Misschien word je boos nadat je erover hebt nagedacht en tot het besef bent gekomen dat er een reden is om boos te zijn. Als je eenmaal hebt uitgezocht wat er aan de hand is, kan het zijn dat je boos wordt, maar je bent daar langzaam toe gekomen. Maar als je er langzaam genoeg toe komt, kan het zijn dat je er nooit komt, omdat je stilstaat en zegt: „Nee, zo belangrijk is het niet.” Dan dooft het gewoon uit en komt er nooit een uitbarsting van woede.

^p62

### 8. Jezelf overwinnen is de grootste kracht

*18:39 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h8*

Wees dus langzaam tot toorn. Wat betekent langzaam tot toorn zijn? Het betekent dat je je geest beheerst. Kijk eens wat hij zegt in Spreuken 16:32. Hier hebben we opnieuw dat ‘langzaam tot toorn zijn’, en in het dichterlijke parallellisme van de passage wordt dat gelijkgesteld aan het beheersen van je geest. Er staat:

^p63

> Een geduldig man is beter dan een dappere held, en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt.
>
> — Spreuken 16:32

^p64

De machtige is dezelfde als degene die de stad inneemt. Degene die langzaam tot toorn is, is dezelfde als degene die zijn geest beheerst. Dat is het parallellisme van de poëzie. Hetzelfde wordt twee keer gezegd. Maar zie je, Salomo beschouwt het beheersen van je geest als hetzelfde als langzaam tot toorn zijn. Hij zegt dat iemand die dat onder de knie heeft, iets heeft bereikt wat moeilijker, heldhaftiger en bewonderenswaardiger is dan wat een man bereikt die andere mensen kan bedwingen en overwinnen. Je kunt een stad vol mensen veroveren, maar als je jezelf niet kunt bedwingen, heb je maar heel weinig bereikt. Iedereen met spieren die groot genoeg zijn of wapens die groot genoeg zijn, kan mensen overwinnen die kleinere spieren of kleinere wapens hebben.

^p65

Alexander de Grote veroverde binnen twaalf jaar de hele wereld, vanaf het moment dat hij begon tot het moment waarop hij zelfmoord pleegde of dronken stierf. Mensen hebben verschillende ideeën over de manier waarop hij stierf. Sommigen zeggen dat hij aan syfilis stierf. Maar één ding is heel duidelijk: hij kon steden, landen, volken en het hele Perzische Rijk veroveren, maar hij kon zichzelf niet beheersen. Voor zover ik me herinner, stierf hij op drieëndertigjarige leeftijd, omdat hij te veel dronk en te veel seks had. Blijkbaar had hij inderdaad syfilis. Sommigen zeggen dat hij zichzelf doodgedronken heeft omdat hij moedeloos was dat er geen werelden meer te veroveren waren, enzovoort. Wat het ook was, wat zelfbeheersing en het beheersen van zijn geest betreft, was hij niet de man die hij op het slagveld leek te zijn.

^p66

Natuurlijk is het een grotere prestatie om jezelf te bedwingen dan iemand anders te bedwingen, want om iemand anders te bedwingen hoef je alleen maar groter of sterker te zijn dan hij. Maar je kunt niet groter of sterker zijn dan jezelf. Hoe versla je jezelf? De partijen zijn aan elkaar gewaagd. Jij neemt het tegen jezelf op. Daarom is het een hele prestatie wanneer iemand zegt: ‘Mijn betere ik, mijn betere oordeel en mijn betere keuzes zullen dat andere deel van mij, dat net zo goed mij is, bedwingen,’ en daar ook werkelijk in slaagt.

^p67

### 9. De strijd tussen vlees en Geest

*21:22 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h9*

In zekere zin zijn er twee versies van jou. Paulus zei:

^p68

> En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is.
>
> — Romeinen 7:16

^p69

Er is deze strijd:

^p70

> Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.
>
> — Galaten 5:17

^p71

zegt Paulus in Galaten 5:17. Jij neemt het tegen jezelf op, want je vlees is een deel van jou, maar je geest ook. Hoe bedwing je jezelf? Dat kun je maar beter uitzoeken.

^p72

Natuurlijk zegt Paulus dat je dit doet door in de Geest te wandelen. Hij zegt:

^p73

> Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.
>
> — Galaten 5:16

^p74

In de tijd van Salomo was wandelen in de Geest geen mogelijkheid. De Heilige Geest was nog niet gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was, staat er in Johannes 7:39. Hoewel Salomo wijsheid had ontvangen, had hij dus niet dezelfde geestelijke hulpbronnen ontvangen die wij hebben gekregen.

^p75

Maar vroeger, voordat de Geest gegeven was, kwam het er gewoon op aan dat je je erdoorheen sloeg en zei: ‘Ik ben geneigd boos te worden, maar wat kan ik daartegen inbrengen? Ik moet mijn geest beheersen.’ Waarmee? Met mijn overtuigingen. Met mijn besef van wat er werkelijk gedaan behoort te worden, in plaats van wat ik graag wil doen.

^p76

Boos worden is wat ik graag wil. Dat zijn mijn emoties. Maar er is iets belangrijkers dan mijn emoties. Mijn emoties rechtvaardigen zichzelf niet. Alleen al het feit dat ze er zijn, betekent niet dat ze terecht zijn. Ze kunnen terecht zijn, maar dat is wat ik moet uitzoeken. Ik moet iets anders gebruiken, een ander vermogen dat ik bezit, om te onderscheiden of ik deze emotie de vrije loop moet laten of niet. Iets anders dan mijn emoties moet over mij heersen. Ik moet mijn eigen geest beheersen, en dat doe ik vanuit de fundamentele keuze die ik voor mijn leven heb gemaakt, mijn waarden en mijn overtuigingen. Vaak moet ik vasthouden aan wat ik weet dat juist is, ondanks de protesten van mijn eigen emoties.

^p77

Een man die zijn geest kan beheersen, is langzaam tot toorn omdat hij vastbesloten is niet snel boos te worden. Hij beheerst en bestuurt zichzelf. Zo iemand moet meer bewonderd worden dan iemand die een groot militair veroveraar is, zegt Salomo.

^p78

### 10. Aan een overtreding voorbijgaan

*23:51 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h10*

Over ditzelfde onderwerp staat in Spreuken 19:11:

^p79

> Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen, het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.
>
> — Spreuken 19:11

^p80

Dat wil zeggen: een overtreding die iemand anders tegen hem heeft begaan. Normaal gesproken word je boos omdat je het gevoel hebt dat iemand een overtreding tegen je heeft begaan. Iemand heeft je onrecht aangedaan. Een overtreding houdt in dat iemand je iets aandoet waarvan jij vindt dat hij het niet had mogen doen. Hij had je beter moeten behandelen.

^p81

Wanneer iemand je onrecht aandoet, je bedriegt, je kleineert of je beledigt, strekt het je tot eer om daaraan voorbij te gaan. Dat is de stelling van mijn onlinelezing met de titel ‘Weiger beledigd te zijn’. Je hebt het recht om dat te doen. Je hoeft niet beledigd te zijn. Iemand kan je iets aanbieden waaraan je aanstoot kunt nemen, maar je bent niet verplicht het aan te nemen. Je kunt je eigen geest beheersen. Je kunt langzaam tot toorn zijn. Dan heb je een groot verstand. Dat is je bedachtzaamheid, een van de synoniemen die Salomo voor wijsheid gebruikt. Je wijsheid zorgt ervoor dat je langzaam tot toorn bent. Met andere woorden, door welke geestelijke eigenschap kan ik mijn geest en mijn emoties beheersen? Door mijn wijsheid, door wat ik verstandelijk als juist erken, door wat mijn hart mij zegt dat God wil en goedkeurt. Dat is bedachtzaamheid. Iemands bedachtzaamheid helpt hem om niet snel boos te worden. Als hij leert om niet snel boos te worden, wordt hij soms helemaal niet boos. Hij gaat er gewoon aan voorbij.

^p82

Er zijn momenten waarop je lont behoorlijk lang moet zijn, maar uiteindelijk is er een legitiem moment waarop je boos moet worden. Boosheid kan je, net als angst, de verkeerde kant op sturen. Maar het is ook een legitieme, normale emotie die er is om je tot een of andere handeling aan te zetten. Als er een tijger de kamer binnenloopt, heeft God je het gezonde verstand gegeven om bang te worden. Die angst zet je ertoe aan voorzorgsmaatregelen te nemen: wegkomen, naar buiten gaan, iets doen. God heeft dat ook aan dieren gegeven. Dat is geen zonde. Daardoor blijven ze in leven. Een konijn dat boven zich een havik ziet, zal wegrennen en zich verstoppen, omdat het angst ervaart. Dat is goed. Angst is legitiem.

^p83

Wat niet legitiem is, is dat je nalaat te doen wat je behoort te doen omdat je bang bent voor gevolgen of gevaar. Angst hoort je tot juist handelen aan te zetten. Maar in plaats daarvan kan angst juist handelen belemmeren, omdat het beangstigend is om het juiste te doen. Dan ben je laf en doe je het niet. Op dat moment is angst een zonde.

^p84

### 11. Boosheid als reactie op onrecht

*26:38 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h11*

Zo is ook boosheid er om je tot juist handelen aan te zetten: het kwaad confronteren en opkomen tegen wat God beledigt. Christenen zouden daar boos over moeten zijn. Weet je nog wat er over Saul staat, toen hij pas tot koning gezalfd was, maar als koning nog niet echt iets had gedaan? In hoofdstuk 11 van 1 Samuel werden de inwoners van Jabes bedreigd door de Ammonieten, die zeiden:

^p85

> Wij laten u zich overgeven als wij bij iedere man in de stad het rechteroog mogen uitsteken.
>
> — 1 Samuel 11:2

^p86

Toen Saul dit te horen kreeg, staat er in 1 Samuel 11:6:

^p87

> De Geest van God werd vaardig over Saul toen hij deze woorden hoorde, en hij ontstak in hevige woede.
>
> — 1 Samuel 11:6

^p88

Dat zette hem ertoe aan een leger bijeen te roepen en deze mensen van die onderdrukking te bevrijden.

^p89

De Geest van God wekte boosheid in hem op, omdat dit iets was om boos over te worden. Hoe durven deze heidenen tegen deze onschuldige mensen op te trekken, te dreigen hun ogen uit te steken en hen te onderwerpen? Dat is onrecht. Het is geen onrecht dat mij wordt aangedaan. Het is een belangeloze bekommernis om gerechtigheid. Ik ben niet degene bij wie ze het oog uitsteken. Ik word gewoon woedend wanneer ik hoor dat onschuldige mensen aangevallen zullen worden. De Geest van God zorgde er dus voor dat hij boos werd.

^p90

Boosheid is goed, maar de bedachtzaamheid van een mens zorgt ervoor dat hij niet snel boos wordt. Hij moet bepalen of dit een geval is waarin boosheid gepast is. Als hij besluit dat dit zo is, komt hij uiteindelijk op dat punt en handelt hij ernaar zoals het hoort. Hij laat de zon er niet over ondergaan en laat zijn boosheid hem niet tot zonde brengen. Maar hij bereikt dat punt wanneer het gepast is, omdat zijn bedachtzaamheid hem zegt: ‘Nu is het tijd om boos te worden’, of: ‘Nu is het niet de tijd om boos te worden.’

^p91

Er zijn ook gevallen waarin bedachtzaamheid ervoor zorgt dat je helemaal niet boos wordt. Bij iets specifieks dat je tot boosheid verleidt, bereik je het punt waarop je boos wordt dan nooit. Je bent langzaam tot boosheid, maar je besluit: ‘Dit kan ik loslaten. Ik kan aan deze overtreding voorbijgaan.’ Als ik iedere keer boos word wanneer iemand mij iets verkeerds aandoet, zal ik waarschijnlijk een boze man zijn.

^p92

### 12. Davids reactie op laster en belediging

*29:06 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h12*

Ik weet zeker dat je mensen kent die zich om de een of andere reden van je hebben afgekeerd, en misschien weet je niet eens waarom. Iemand mag je gewoon niet meer, en je hoort dat diegene over je roddelt of je op een of andere manier belastert. Misschien heb je niet zoveel geluk als ik. Mij overkomt dat voortdurend. Maar als ik er iedere keer boos over werd, zou ik voortdurend boos moeten rondlopen. Sommige dingen moet je gewoon loslaten. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.

^p93

Als mensen je ten onrechte belasteren, zijn er momenten waarop je er misschien iets van moet zeggen. Maar op andere momenten moet je het in Gods handen laten, zoals David deed. Simeï gooide aarde en stenen naar David toen die voor Absalom vluchtte, en beschuldigde hem vals. Hij zei:

^p94

> [7] Dit zei Simeï terwijl hij hem vervloekte: Ga weg, ga weg, man van bloed vergieten , verdorven man. [8] De HEERE heeft op u al het bloed van het huis van Saul, in wiens plaats u geregeerd hebt, doen terugkomen. Nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon. En zie u daar nu in uw ellende, omdat u een man van bloed vergieten bent.
>
> — 2 Samuel 16:7-8

^p95

Die man zat er beslist helemaal naast. David had het huis van Saul nooit enig onrecht aangedaan. Hij was heel edelmoedig geweest tegenover het huis van Saul. Het was een volkomen valse beschuldiging. Simeï schreeuwde David in het openbaar beledigingen toe, belasterde hem en gooide zelfs stenen naar hem. Joab en het leger zeiden:

^p96

> Toen zei Abisaï, de zoon van Zeruja, tegen de koning: Waarom zou deze dode hond mijn heer de koning vervloeken? Laat mij toch oversteken en hem de kop afslaan.
>
> — 2 Samuel 16:9

^p97

David zei:

^p98

> [10] Maar de koning zei: Wat heb ik met u te maken, zonen van Zeruja? Ja, laat hem vervloeken, want de HEERE heeft tegen hem gezegd: Vervloek David, en wie zou dan zeggen: Waarom hebt u dat gedaan? [11] Verder zei David tegen Abisaï en tegen al zijn dienaren: Zie, mijn zoon, die uit mijn lichaam is voortgekomen, staat mij naar het leven; hoeveel te meer dan nu deze Benjaminiet! Laat hem begaan en mij vervloeken, want de HEERE heeft het hem gezegd. [12] Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien, en zal de HEERE mij het goede weer teruggeven, in plaats van zijn vervloeking van deze dag.
>
> — 2 Samuel 16:10-12

^p99

David had boos kunnen worden. Daar was een gegronde reden voor. Hij zei eenvoudig: ‘Nee, dit laat ik gaan. Ik kan niet proberen elk vuurtje uit te trappen dat wordt aangestoken door iedereen die mij niet mag of die slechte dingen over mij doet of zegt. Ik moet het door de vingers zien.’

^p100

> Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen, het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.
>
> — Spreuken 19:11

^p101

Als je dat niet kunt, ben je bekrompen. Je bent een kleinzielige man of vrouw als je je laat ergeren door alles wat je zou kunnen ergeren. Paulus zei in 1 Korinthe 13:

^p102

> zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad,
>
> — 1 Korinthe 13:5

^p103

Als iemand je kan provoceren, ben je volgens de Engelse vertaling waarop deze uitleg berust dus niet erg liefdevol. De HSV geeft hier weer: „zij wordt niet verbitterd”. En zo zullen je verstandigheid, en we zouden kunnen zeggen je liefde, ervoor zorgen dat je niet snel boos wordt.

^p104

### 13. Een driftig mens veroorzaakt ruzie

*32:36 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h13*

In hoofdstuk 29, vers 22, staat:

^p105

> Een toornig man verwekt ruzie, een driftige maakt de overtredingen talrijk.
>
> — Spreuken 29:22

^p106

Wat hier wordt gezegd, is dat als je een boos mens bent — niet iemand die af en toe boos is geworden om dingen waarover je boos zou moeten worden, maar een boos mens — en er zijn beslist mensen die zo zijn. Ze hebben een uiterst kort lontje. Bij alles wat hun niet bevalt, kun je erop rekenen dat ze uit hun vel springen.

^p107

Zulke mensen bestaan beslist. Als je ze niet kent, des te beter voor je. Dan ben je een gelukkig mens. Maar de meesten van ons hebben mensen gekend van wie we weten dat ze een kort lontje hebben. We kunnen er nooit helemaal zeker van zijn wat hen zal laten ontploffen. Je krimpt zelfs ineen wanneer je iemand anders in hun bijzijn iets hoort zeggen waarvan je gewoon weet dat het bij die persoon verkeerd zal vallen. Je loopt op eieren als je bij hen bent. Je hebt het gevoel dat je bij hen niet normaal kunt doen, omdat ze zelfs de geringste belediging als een krenking zullen opvatten en boos zullen worden. Het zijn boze mensen.

^p108

Zo iemand is iemand die onnodig ruzie aanwakkert. Aanwakkeren betekent dat die ruzie niet vanzelf ontstaat. Je moet ervoor zorgen dat ze ontstaat. Mensen hebben vreedzame relaties met elkaar, maar de boze persoon gaat iets aanwakkeren en probeert ruzie te veroorzaken waar die niet vanzelf ontstaat. Als je boos bent, zul je relaties vernietigen, precies het tegenovergestelde van wat God wil dat we doen. God wil dat we vredestichters zijn. Hij geeft ons de bediening van de verzoening, maar in plaats van mensen met elkaar te verzoenen, heeft een boos mens de neiging om van mensen vijanden te maken. Hij wakkert ruzie tussen mensen aan en probeert een wig te drijven tussen zichzelf en andere mensen, en misschien ook tussen andere betrokkenen onderling.

^p109

Boosheid als karaktertrek is een heel slechte en heel schadelijke eigenschap.

^p110

Hij zal veel verkeerde dingen doen. Een boos mens zal veel dingen doen die overtredingen tegen God zijn. Het is daarom duidelijk dat je absoluut moet vermijden een boos mens te zijn.

^p111

In hoofdstuk 30, vers 33, staat die spreuk die ik noemde. Holy Hubert werd aan de Universiteit van Berkeley uitgedaagd door een lastpak, die zei: ‘Hubert, bewijs mij dat de Bijbel waar is.’ Hubert stak zijn hand uit, greep de neus van de man, draaide eraan en zei:

^p112

> Want druk op de melk brengt boter voort, druk op de neus brengt bloed voort, druk van de toorn brengt onenigheid voort.
>
> — Spreuken 30:33

^p113

Het bloed dat uit de neus van die student kwam, bewees dat de Bijbel waar is. Hij had zijn neus uitgewrongen.

^p114

Ik raad evangelisten niet aan om zoiets te doen. Holy Hubert trad een beetje buiten de gebaande paden. Ik weet niet of er ooit iemand door zijn prediking behouden werd, maar hij werd beslist een legende op de campus van de Universiteit van Californië in Berkeley.

^p115

### 14. De boosheid van een ander aanwakkeren

*35:39 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h14*

Deze Schrifttekst is interessant:

^p116

Zoals het karnen van melk boter oplevert en het wringen van een neus bloed, zo leidt het aanwakkeren van woede tot ruzie.

^p117

Wat betekent dat? Iets wat uit de vertaling niet duidelijk blijkt, is dat deze drie werkwoorden in het Hebreeuws allemaal hetzelfde woord zijn. Karnen, uitwringen en forceren zijn in alle drie de gevallen hetzelfde woord in het Hebreeuws. Letterlijk betekent het samenknijpen of aandrukken.

^p118

Wanneer ze in die tijd in het Midden-Oosten boter maakten, deden ze wrongel, of welk melkproduct ze ook gebruikten, in een leren zak. Die knepen ze samen en draaiden ze rond, ongeveer zoals je je voorstelt dat iemand een neus omdraait. Het was een samenknijpen, een aandrukken, een met kracht samenpersen van de wrongel om die compacter te maken en het proces op gang te brengen dat wij karnen noemen: boter karnen. Zo zal ook iemands neus gaan bloeden als je die samenknijpt of erop drukt.

^p119

Wat betekent het dan om toorn samen te knijpen of te forceren en daardoor ruzie voort te brengen? Het lijkt mij dat dit gaat over het forceren van toorn bij iemand anders. Toen ik hierover nadacht, kwam ik tot de gedachte dat hij het volgende bedoelt. Wanneer iemand geneigd is boos te worden en jij hem blijft sarren en lastigvallen en de zaak op de spits drijft, pers je het uit hem. Je veroorzaakt onnodig ruzie door de toorn van die persoon, die al in hem zit, op te karnen.

^p120

Wanneer je kunt zien dat iemand al geïrriteerd begint te raken, blijf je hem lastigvallen, in plaats van olie op de golven te gieten en te proberen de rust te herstellen. Je blijft ermee doorgaan, omdat je er een zeker genoegen in schept om te zien dat hij zijn zelfbeheersing verliest. Natuurlijk zou niemand van jullie dat ooit doen, maar sommige mensen zijn zo slecht. Sommige mensen zien een ander graag zijn zelfbeheersing verliezen, en ze weten hoe ze dat voor elkaar moeten krijgen. Net zoals je een neus kunt laten bloeden als je er op de juiste manier druk op uitoefent, zo kun je woede of onenigheid uit iemand naar buiten brengen als je zijn woede forceert, als je hem uitknijpt, als je hem te veel onder druk zet. Met andere woorden, als je hem provoceert. Nogmaals, Paulus zei dat de liefde zich niet laat prikkelen:

^p121

> zij handelt niet ongepast, zij zoekt niet haar eigen belang , zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad,
>
> — 1 Korinthe 13:5

^p122

Maar niet iedereen is zo liefdevol dat hij niet geprovoceerd kan worden. Er zijn beslist mensen die je kunt provoceren. Volgens mij heeft hij het vaak over een situatie waarin je werkelijk weet dat je het doet. Niet dat je iemand per ongeluk beledigt omdat je enigszins ongevoelig was of geen idee had waarvoor die persoon gevoelig was. Nee, je weet dat hij kwaad begint te worden. In plaats van gas terug te nemen, blijf je hem lastigvallen om te zien of je hem op de kast kunt jagen. Volgens mij is dat waar hij het over heeft. Dat brengt onenigheid teweeg, wanneer je door de manier waarop je iemand behandelt de woede die in hem zit, opzweept.

^p123

### 15. Kalmte en terughoudendheid in spreken

*38:50 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h15*

Het tegenovergestelde van een boos mens is natuurlijk iemand die zichzelf in de hand heeft. Ook in Spreuken staan heel wat Schriftgedeelten over de noodzaak om jezelf in de hand te hebben en jezelf te beheersen. Spreuken 17 vers 27 zegt:

^p124

> Wie kennis van zaken heeft, houdt zijn woorden in, en iemand met inzicht is bezonnen van geest.
>
> — Spreuken 17:27

^p125

Daar laat hij op volgen:

^p126

> Zelfs een dwaas die zwijgt, wordt wijs geacht, wie zijn lippen op elkaar houdt, verstandig.
>
> — Spreuken 17:28

^p127

Het grappige is dat iemand die als scherpzinnig gezien wil worden, altijd elk inzicht dat hij denkt te hebben wil uitspreken. Hij hoopt dan dat mensen hem als scherpzinnig zien. De mensen die jou scherpzinnig zullen vinden, zijn juist degenen die jou niet zo veel horen praten. Als je zuinig bent met woorden, ben je een verstandig mens. Als je kalm bent, heb je niet het gevoel dat je mondeling iets aan het gesprek moet bijdragen. Je zult voor wijs gehouden worden als je zwijgt.

^p128

Ik denk dat iedereen het gezegde wel heeft gehoord, en dat iedereen aan dit gezegde denkt wanneer hij deze spreuk hoort. Het is een bekend gezegde. Ik weet niet of het van Mark Twain was of van iemand anders, maar hij zei: ‘Je kunt beter zwijgen en mensen laten denken dat je een dwaas bent, dan je mond opendoen en alle twijfel wegnemen.’ Dat is precies wat hier gezegd wordt. Als iemand zwijgt, denken mensen dat hij wijs is, of hij dat nu is of niet. Als hij zijn mond opendoet, zal dat elke twijfel daarover wegnemen.

^p129

Maar ik doel hier op de kalme geest. Iemand heeft een kalme geest omdat hij inzicht heeft. Hij heeft zichzelf in de hand. Heb je ooit samen in de auto gezeten, met zijn tweeën, of ergens alleen met iemand in een kamer gezeten, terwijl die ander niets zei? Je hebt dan gewoon het gevoel dat je iets moet zeggen. Je hebt het gevoel dat de stilte ongemakkelijk is. Je hebt het gevoel dat het jouw plicht is om een gesprek op gang te brengen, omdat de ander dat niet doet. Heb je dat gevoel ooit gehad? Ik heb dat vaak.

^p130

Ik ben weleens in het gezelschap geweest van mensen die gewoon stil van aard zijn. Ik ben iemand die, wanneer hij bij iemand is die niets zegt, het gevoel krijgt dat iemand iets zou moeten zeggen. Ik heb zelf ook niets te zeggen, maar toch zal ik iets zeggen, omdat het hier niet zo stil hoort te zijn. Het lijkt gewoon ongemakkelijk. Maar als je inzicht hebt, kun je gewoon rustig worden en niets zeggen. Je hoeft niet nerveus te worden van de stilte en het gevoel te krijgen dat je iets moet bijdragen.

^p131

Als hij een verstandig man is, kan hij zich gewoon ontspannen, kalm van geest zijn en zichzelf in de hand hebben. Hij wordt dan niet gedreven door de behoefte om iets te zeggen of iets te doen wanneer daar eigenlijk geen aanleiding toe is.

^p132

### 16. Zelfbeheersing door een ruzie te beëindigen

*41:44 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h16*

In hoofdstuk 20 vers 3 staat:

^p133

> Het strekt een man tot eer zich buiten onenigheid te houden, maar iedere dwaas zal zich er juist in mengen.
>
> — Spreuken 20:3

^p134

Iedereen kan ruzie beginnen en iedereen kan een ruzie gaande houden. De Engelse vertaling waarop deze uitleg berust, legt hier de nadruk op ophouden. Wat niet iedereen kan, is gewoon ophouden. Niet iedereen lijkt in staat te zijn om op te houden met ruziemaken. Dat is eervol, en niet alle mensen zijn eervol. Niet alle mensen hebben dat vermogen. Daarom is het eervol wanneer je iemand vindt die dat wel heeft.

^p135

Die persoon zegt: ‘Goed, jij mag daarover het laatste woord hebben.’

^p136

‘Wat? Ik wil het laatste woord helemaal niet hebben. Ik wil dat dit maar doorgaat en doorgaat en doorgaat.’

^p137

‘Nou, nee, ik laat jou gewoon het laatste woord hebben. Ik heb er geen belangstelling meer voor om daarover te redetwisten. Dank je.’

^p138

Niet uit lafheid, en niet omdat je denkt dat je dat laatste argument van de ander niet kunt weerleggen. Je hebt altijd het gevoel dat je dat wel kunt, of je het nu kunt of niet. Je trots zegt je altijd dat jij gelijk hebt. Daarom kun je alles wat de ander zegt, hoe steekhoudend het ook is, ontkrachten. Of je dat nu terecht doet of niet, je kunt de onenigheid gaande houden omdat je niet wilt dat die persoon het laatste woord heeft. Je wilt die persoon de overwinning niet gunnen.

^p139

Hier is een conflict, er is een strijd gaande. Het is een oorlog die je moet winnen. Je trots maakt dat je wilt winnen. Maar het is eervol om gewoon je trots in te slikken en te zeggen: ‘Goed, laten we het maar bij een patstelling laten.’ Ook al weet ik dat ik een geweldig antwoord heb op wat de ander het laatst heeft gezegd, ik weet dat diegene, als ik dat zeg, weer met iets anders zal komen. En dan zal ik daar weer iets op moeten zeggen, en dat zal alleen maar meer strijd veroorzaken. Dus doe ik gewoon wat volwassen is en houd ik op. Houd er gewoon mee op.

^p140

Het is eervol als een mens dat doet: als hij zichzelf kan beheersen, zich kan vermannen en niet degene hoeft te zijn die het laatste woord heeft. Niet degene die altijd uit de strijd tevoorschijn komt alsof hij de overhand heeft. Houd gewoon op. Dat is zelfbeheersing. Dat is jezelf in de hand hebben. Dat is een bepaalde karaktereigenschap.

^p141

### 17. Wie zichzelf niet beheerst, wordt beheerst

*44:08 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h17*

In hoofdstuk 25, vers 28, staat een van mijn favoriete teksten hierover. Spreuken 25:28 zegt:

^p142

> Zoals een opengebroken stad zonder muur, zo is een man die zijn geest niet in bedwang houdt.
>
> — Spreuken 25:28

^p143

We zijn deze uitdrukking al tegengekomen: heersen over je geest. Salomo heeft dat gelijkgesteld aan traag zijn tot toorn. Weet je nog, hij zei:

^p144

> Een geduldig man is beter dan een dappere held, en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt.
>
> — Spreuken 16:32

^p145

Over je geest heersen is dus een andere manier om te spreken over traag zijn tot toorn, of, beter gezegd, gewoon over het beheersen van je emoties. Woede is een emotie die bijzonder moeilijk te beheersen is. Het is moeilijk om je woede te beheersen, maar dat geldt ook voor andere emoties. Met je geest wordt hier je houding bedoeld, evenals alles wat door je emoties wordt beïnvloed. Daar moet je over heersen. En als je daar niet over heerst, ben je als een stad zonder verdedigingswerken tegen een inval. Je muren zijn afgebroken. Dat betekent dat iedereen kan binnenkomen en over je kan heersen.

^p146

Als je niet over jezelf heerst, betekent dat niet dat er niet over je geheerst zal worden. Er zal over je geheerst worden door wie jij maar over je laat heersen. Als je gemakkelijk boos te maken bent, dan heerst degene die je boos maakt over jouw geest, en niet jij. Als je beledigd kunt raken, alleen maar omdat iemand je wil beledigen, dan heerst diegene over je. Jij heerst niet over je eigen geest. Als je kunt weigeren beledigd te raken, dan houd jij je eigen geest in bedwang.

^p147

Je hebt er geen controle over of mensen beledigende dingen doen. Je hebt er geen controle over of mensen irritante en ergerlijke en zelfs slechte en kwaadaardige dingen doen. Daar heb je geen enkele controle over, maar je hebt wel controle over jezelf. En als jij geen controle over jezelf hebt, dan hebben zij die. Zij zullen bepalen of je boos wordt. Jij niet. Zij zullen bepalen of je beledigd bent. Zij zullen bepalen of je ongelukkig bent. Zij zullen bepalen of je een slechte dag hebt of niet, omdat jij dat niet bepaalt. Zij doen dat. Je bezwijkt eenvoudigweg voor hun macht, zoals een stad zonder muren. Ze kunnen gewoon binnenlopen en met je doen wat ze willen. Dat is niet in orde.

^p148

Ik geloof dat het Will Rogers was. Hij zei: ‘Ik ben overgeleverd aan iedere man die ervoor kan zorgen dat ik mijn geduld verlies.’ Met andere woorden, er zou geen enkele man moeten zijn die ervoor kan zorgen dat ik mijn geduld verlies, want anders is hij mijn heerser. Ik moet over mezelf heersen en hem niet over mij laten heersen. Ik zal aan God verantwoording moeten afleggen voor mijn eigen geest, mijn eigen hart en de toestand daarvan.

^p149

> Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.
>
> — Spreuken 4:23

^p150

Dat woord ‘bewaren’ betekent dat ik het moet bewaken. Ik moet mijn hart verdedigen tegen het binnendringen van andere machten, van mensen met wie ik het niet eens ben.

^p151

Het ergste eraan dat je iemand anders jouw geest laat beheersen, in de zin dat iemand jou boos kan maken, is dat degene die je erover laat heersen vijandig tegenover je staat. Het zou anders zijn als diegene aan jouw kant stond. Je zou kunnen zeggen: ‘Jij bepaalt wat ik voel. Jij bent mijn vriend.’ Maar degene over wie we het hebben, is iemand die je aanvalt, iemand die je pijn wil doen, iemand die je iets beledigends aandoet. Als diegene je uit je tent kan lokken, dan heeft diegene jou in zijn macht.

^p152

Het is dus noodzakelijk dat je jezelf in de hand hebt en je geest beheerst. En dat zal betekenen dat je veel minder vaak boos wordt, omdat jij zult beslissen: ‘Ik wil niet boos zijn. Ik kies ervoor om hier geen aanstoot aan te nemen.’

^p153

### 18. Weigeren om beledigd te zijn

*48:12 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h18*

Zoals ik zeg in die lezing met die titel, moeten we onthouden dat er in werkelijkheid maar twee mogelijkheden zijn wanneer iemand ons irriteert door wat hij zegt of doet. Met andere woorden, wanneer jij je door iemand anders beledigd voelt. De ene mogelijkheid is dat diegene van plan was je te beledigen. De andere is dat diegene totaal niet doorhad dat hij je beledigde. En het tweede is waarschijnlijk vaker het geval dan het eerste.

^p154

In de meeste gevallen, zou ik denken, tenminste in christelijke kringen of binnen gezinnen, willen de meeste mensen je niet echt beledigen. En als ze iets doen wat voor jou beledigend is, beseffen ze waarschijnlijk niet dat jij daar zo gevoelig voor bent. Ze wisten waarschijnlijk niet dat ze iets zeiden wat bij jou een gevoelige snaar raakt. Het is niet waarschijnlijk dat ze je boos wilden maken, al zijn er wel mensen die dat willen.

^p155

Maar het punt is: als je je beledigd voelt en erover nadenkt, zul je in heel veel gevallen denken: ‘Nou, ik geloof niet dat ze de bedoeling hadden mij te beledigen. Het gebeurde per ongeluk. Ze hadden het totaal niet door. Ze waren ongevoelig, maar ze beseften niet dat ze ongevoelig waren.’ Nou, als ze niet de bedoeling hadden mij te beledigen, dan ben ik werkelijk een kleinzielig mannetje als ik erop sta beledigd te zijn door iemand die mij niet eens wilde beledigen.

^p156

Dan ben ik alleen maar uit op het aanwakkeren van ruzie terwijl er helemaal geen ruzie is. Dan ben ik degene die problemen veroorzaakt. Als zij niets kwaads bedoelen en niet kwaadwillig zijn, maar ik besluit dat ik hier aanstoot aan ga nemen, dan ben ik degene die kwaadwilligheid in de situatie brengt. Dat is gewoon kinderachtig.

^p157

Als iemand mij beledigt en ik oordeel: ‘Nou, volgens mij bedoelde diegene het niet zo,’ dan kan ik het gewoon door de vingers zien.

^p158

> Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen, het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.
>
> — Spreuken 19:11

^p159

Waarom zou je je ermee bezighouden? Waarom zou je er een punt van maken als het niet werkelijk een punt is? De andere mogelijkheid is natuurlijk dat diegene wel de bedoeling had je te beledigen. En dan is er des te meer reden om geen aanstoot te nemen. Waarom zou je iemand die je wil beledigen daarin laten slagen? Waarom zou je diegene laten bepalen wat er binnen in jou gebeurt? Dat is jouw terrein, niet dat van die ander. Dat diegene je wil beledigen, betekent dat diegene je niet vriendelijk gezind is. Dat is wel de laatste soort persoon aan wie je de controle over je hart wilt overdragen. Jij houdt daar zelf de controle over. Als iemand niet de bedoeling had je te beledigen, dan ben je een eikel als je beledigd bent. Als iemand wel de bedoeling had je te beledigen, dan maak je jezelf tot slachtoffer door beledigd te zijn. Je hoeft je niet door diegene tot slachtoffer te laten maken. Je kunt heersen over je eigen geest. Je kunt de muren rondom je stad overeind houden en niet toelaten dat je stad wordt binnengevallen en beheerst door buitenstaanders die je vijandig gezind zijn.

^p160

### 19. Niet ieder gevoel de vrije loop laten

*51:20 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h19*

In hoofdstuk 29, vers 11 staat:

^p161

> Een dwaas laat heel zijn geest de vrije loop, maar een wijze houdt die in toom.
>
> — Spreuken 29:11

^p162

Ook dit betekent dat je jezelf beheerst. Iedereen heeft gevoelens waarvan je later spijt zou krijgen als je ze uitte: woede, jaloezie, bijna elk soort gevoel. Zelfs voor goede gevoelens is er een ongepast moment om ze te uiten. Iemand die gewoon doet waar diegene zin in heeft of zegt wat diegene graag wil zeggen, houdt zich niet eerst in om te beoordelen: wil ik dit werkelijk doen? Is dit werkelijk een gevoel dat ik nu moet uiten, of is dit iets wat ik moet tegenhouden? De wijze persoon houdt zich in elk geval lang genoeg in om te bepalen of het wel of niet juist is om het te doen.

^p163

Maar sommige mensen vellen niet eens een oordeel. Ze uiten het gewoon. Als ze het voelen, zeggen ze het. Als ze het voelen, doen ze het. En ze zijn dwaas, want dat is wat ik over emoties zeg. Emoties zijn door God gegeven. Emoties kunnen het leven aangenaam of ellendig maken. Ze kunnen het heerlijk maken. Er zijn heerlijke emoties en er zijn afschuwelijke emoties, maar emoties maken eenvoudigweg deel uit van het menselijk bestaan. Ze maken deel uit van onze gelijkenis met God. God heeft ook emoties. Hij voelt verdriet. Hij voelt vreugde. Hij voelt woede. Hij voelt pijn. Dat wij dit brede scala aan emoties hebben, maakt deel uit van het geschapen zijn naar het beeld van God. Maar het maakt ook deel uit van het geschapen zijn naar het beeld van God dat wij onze emoties beheersen en dat zij ons niet beheersen.

^p164

Je kunt nooit zeker weten of je emoties werkelijk gerechtvaardigd zijn. Allerlei dingen kunnen ervoor zorgen dat je emotioneel wordt en het contact met de werkelijkheid verliest. Het kan die tijd van de maand zijn. Het kan bijna alles zijn. Het kan zijn dat je niet genoeg hebt geslapen. Er zijn heel wat dingen waardoor je irrationele, emotionele gevoelens kunt krijgen. Je daardoor laten beheersen is gewoon dwaas. Je laat ze niet zomaar de vrije loop. Als je wijs bent, uit je niet alles wat je voelt. Een wijs persoon houdt zich in, ten minste totdat die persoon bij zichzelf kan nagaan: is dit werkelijk een emotie die ik zou moeten uiten? En zo ja, op welke manier zou ik dat moeten doen? Is het voldoende dat ik het gevoel heb dat ik mijn hart heb gelucht en mijn emotie heb geuit?

^p165

Lange tijd zeiden psychologen dat dit een aanbevolen behandeling voor woede was. Men noemde dat de hydraulische theorie van woede. Het idee was dat woede binnen in je opwelt en dat het niet gezond voor je is als je die niet ergens uit. Dus zeiden ze: ‘Ga naar de kelder, schop de vuilnisbakken in de kelder alle kanten op en uit je woede. Sla op een matras totdat je alles uit je hebt laten stromen.’ De meeste psychologen van tegenwoordig, zelfs niet-christelijke, zouden zeggen dat dit dom was. Ooit was het een populaire opvatting. En opvattingen die nu populair zijn, zullen achteraf ook dom blijken als ze het Woord van God niet volgen.

^p166

Het punt is dat men dacht dat er, als je boos bent, een bepaalde druk in je ontstaat, zoals lucht die een ballon vult. En die ballon zal uiteindelijk knappen als je geen uitlaatklep hebt. Dus moet je je woede gaan uiten. Maar dat is niet Bijbels. Volgens de Engelse vertaling waarop deze uitleg berust, is het een dwaas die al zijn gevoelens uit. De HSV spreekt hier over „heel zijn geest de vrije loop” laten. Er wordt je niet gezegd dat je je woede moet uiten. Je hoort die weg te doen. Paulus zei in Efeze 4, ergens bij vers dertig-zoveel, vers 32 of zo:

^p167

> Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid,
>
> — Efeze 4:31

^p168

En je woede beheersen betekent dus dat je zegt: ‘Goed, daar is ze. Ik leg haar hier neer. Ik doe haar weg. Ik ga haar nu niet gebruiken. Deze woede is niet iets wat ik ga benutten, dus ik laat haar gewoon wegebben.’ Je beheerst je geest. Je uit niet elk gevoel dat je hebt, want anders ben je een dwaas.

^p169

### 20. Zelfvertrouwen of vertrouwen op God

*55:50 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h20*

Het enige andere punt dat ik wilde bespreken, ging over een heel ander onderwerp. Maar het was iets wat was blijven liggen nadat we in het algemeen over stemmingen, houdingen enzovoort hadden gesproken. Er is één houding die we moeten bekijken, en dat is natuurlijk de houding van zelfvertrouwen. In de moderne tijd wordt dat in bijna alle gevallen als iets goeds beschouwd. ‘Je moet echt meer zelfvertrouwen hebben.’

^p170

Ik besef dat wat mensen zelfvertrouwen noemen, misschien niet hetzelfde is als wat iemand anders met die term bedoelt. Ik wil erop wijzen dat Salomo in Spreuken 28:26 zei:

^p171

> Wie op zijn hart vertrouwt, die is een dwaas, maar wie in wijsheid zijn weg gaat, die zal ontkomen.
>
> — Spreuken 28:26

^p172

Op je eigen hart vertrouwen, op je eigen innerlijke middelen vertrouwen, op jezelf vertrouwen: dat is niet wijs. Waarom niet? Omdat het alleen wijs is om op betrouwbare dingen te vertrouwen. Je hart is niet volkomen betrouwbaar. Jeremia beschreef een bepaalde toestand van het hart van mensen. Hij zei:

^p173

> Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
>
> — Jeremia 17:9

^p174

Als iets bedrieglijk is, wil je er niet op vertrouwen. Je weet maar nooit; misschien zit er enig bedrog in je hart. Je moet je waarheid en je vertrouwen ontlenen aan iets wat objectiever is dan alleen je eigen innerlijke mening over jezelf, je eigen gedachten en je eigen middelen. Je kunt niet op jezelf vertrouwen.

^p175

Aan de andere kant kan vertrouwen op God voor iemand die van buitenaf toekijkt op zelfvertrouwen lijken. Want als je op God vertrouwt, zul je zelfverzekerd handelen. Voor een buitenstaander ziet het er gewoon naar uit dat je een zelfverzekerd mens bent. Maar in werkelijkheid is het helemaal niet jezelf op wie je vertrouwt. Je vertrouwt op God. Je vertrouwt niet op jezelf; je vertrouwt op God. Maar omdat je vertrouwt, ben je niet onzeker. Omdat je vertrouwt, ben je een zelfverzekerd mens. Je treedt de wereld niet met angst, vrees en schroom tegemoet. Vertrouwen op God is dus natuurlijk datgene waartoe we geroepen zijn.

^p176

Er staat in Jeremia, ik denk in hoofdstuk 17:

^p177

> Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt.
>
> — Jeremia 17:5

^p178

Ik ben een mens, dus als ik op mijzelf vertrouw, stel ik mijn vertrouwen op een mens. Over zulke mensen wordt een wee uitgesproken. Maar:

^p179

> Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is.
>
> — Jeremia 17:7

^p180

Zelfvertrouwen is dus eigenlijk niet gepast. Al zijn mensen hier soms iets te wettisch over en zeggen ze: ‘Je moet niet zelfverzekerd zijn.’ Terwijl zelfverzekerd zijn, of zelfverzekerd overkomen, in zekere zin misschien niet werkelijk betekent dat je zozeer op jezelf vertrouwt, maar dat je op God vertrouwt.

^p181

### 21. Vertrouwen op de zalving van de Geest

*58:46 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h21*

Ik herinner me dat er voor het eerst bij de Calvary Chapel in Santa Cruz bij mij op werd aangedrongen oudste te worden. Ik wilde die functie eigenlijk niet, want ik geef graag onderwijs, maar ik ben niet graag oudste. Ik vind niet dat ik gaven van leiderschap heb, alleen gaven van onderwijs, en ik voelde me er erg onzeker over. Onder het genot van een kop koffie sprak ik daarover met een van de diakenen van de gemeente. Ik overwoog of ik de functie van oudste moest aanvaarden en zei: ‘Ik weet eigenlijk niet of ik de capaciteiten ervoor heb. Ik heb me nooit erg zelfverzekerd gevoeld wanneer ik mensen leiding moest geven. Het is al moeilijk genoeg om alleen mezelf leiding te geven en die verantwoordelijkheid te dragen. Ik wil niet ook verantwoordelijk zijn voor wat andere mensen doen.’

^p182

Hij zei iets wat ik nog nooit eerder had gehoord: ‘Nou, je moet gewoon op de zalving vertrouwen.’ Ik had die uitdrukking nog nooit gehoord en reageerde er bijna negatief op, omdat het geen Bijbelse uitdrukking was. Maar zalving is wel een Bijbelse uitdrukking. Dat is de zalving van de Heilige Geest. In wezen zei hij: ‘Je vertrouwt erop dat je doet wat de Heilige Geest je te doen heeft gegeven. Je vertrouwt op de Heilige Geest in de situatie waarin je doet wat Hij je heeft opgedragen. Je vertrouwt erop dat Hij je de gaven geeft die nodig zijn voor wat Hij je heeft opgedragen te doen.’ Dat bedoelde hij.

^p183

Hoewel ik meteen argwanend reageerde op die niet-Bijbelse uitdrukking, dacht ik er even over na. Ik dacht: ‘Dat is echt waar. Dat betekent gewoon dat je op God vertrouwt.’ Waar je op vertrouwt, is dat God je voor datgene waartoe je geroepen bent zal zalven, of je door Zijn Geest in staat zal stellen het te doen. Hij zal je de gave schenken om het te doen, zodat je op Hem vertrouwt. Je gaat voorwaarts. Je zult eruitzien als een zelfverzekerd mens, maar in werkelijkheid vertrouw je op God, en dat weet je. Je maakt je geen zorgen over je eigen beperkingen, je eigen capaciteiten of het gebrek daaraan. Je denkt gewoon: ‘Als God heeft gezegd dat ik het moet doen, dan ga ik het doen.’

^p184

Het is zoals Petrus die over het water liep. Hij kon niet op zichzelf vertrouwen. Maar Jezus zei dat hij het moest doen. Jezus gaf hem de opdracht:

^p185

Kom.

^p186

En zolang hij op Christus vertrouwde, kon hij het doen. Hij zag er beslist uit als iemand die vol vertrouwen over het water liep. Misschien. Ik weet niet hoe zelfverzekerd hij eruitzag, maar een tijdlang stelde hij zijn vertrouwen op Christus, niet op zichzelf. Niemand kon denken dat hij uit eigen kracht over water kon lopen. Maar je kunt erop vertrouwen dat God je het vermogen geeft om te doen wat Hij je opdraagt. Hij zal je niet opdragen iets te doen als Hij niet van plan is je in staat te stellen het te doen.

^p187

### 22. Niets goeds in het vlees, wel in Christus

*1:01:39 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h22*

Er zijn twee uitspraken van Paulus die op elkaar lijken, maar op een belangrijk punt verschillen. Ze hebben te maken met deze kwestie van zelfvertrouwen of vertrouwen op God. In Romeinen 7 staat deze zeer bekende uitspraak. Ik denk dat bijna alle christenen die kennen. In Romeinen 7:18 zei Paulus:

^p188

> Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel , maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet.
>
> — Romeinen 7:18

^p189

‘In mijn vlees’ betekent: in wat ik van nature ben. Mijn vlees is mijn natuurlijke zelf. In wat ik zelf inbreng, is niets werkelijk goeds. Als het op mij en mijn eigen middelen aankomt, zal daar niets goeds uit voortkomen, omdat ik niets goeds in mijzelf heb. In mijn vlees woont geen goed. Ik kan dus niet veel zelfvertrouwen hebben als ik niet denk dat er iets goeds in mijzelf is, in mijn vlees, in de mens die ik van nature ben.

^p190

Maar als je verder kijkt, naar het boek Filemon, dat ook door Paulus is geschreven, dan schrijft hij aan een vriend van hem. Dat is natuurlijk vlak voor het boek Hebreeën, en het bestaat uit één hoofdstuk. Maar als Paulus aan Filemon schrijft, zegt hij in vers 6 dat dit in wezen is wat hij hem toewenst en waarvoor hij voor hem bidt. In vers 4 zegt hij:

^p191

> Ik denk in mijn gebeden aan u.
>
> — Filemon 1:4

^p192

En in de verzen 5 en 6 legt hij uit waarvoor hij met betrekking tot Filemon bidt. In vers 6 zegt hij:

^p193

> Moge het delen van uw geloof krachtig worden door de erkenning van al het goede dat in u is.
>
> — Filemon 1:6

^p194

Zijn er dan goede dingen in mij? Paulus zei zojuist in Romeinen 7:18:

^p195

In mij, dat wil zeggen in mijn lichaam, woont niets goeds.

^p196

Maar nu zegt hij tegen Filemon:

^p197

> Uw geloof zal krachtig doorwerken naarmate u al het goede erkent dat in u is.
>
> — Filemon 1:6

^p198

Filemon zou kunnen zeggen: ‘Maar ik heb zojuist je brief aan de Romeinen gelezen. Je zei dat er niets goeds in mij is, in mijn vlees.’ En Paulus zegt: ‘Ja, we hebben het niet over wat er in je vlees is. Het gaat om al het goede dat in jou is in Christus Jezus.’

^p199

Zie je, er is wie je bent in je vlees, en dan is er wie je bent in Christus Jezus. In je vlees is er niets goeds in je. Volgens de Engelse formulering waarop Gregg zijn uitleg baseert, zijn er in Christus Jezus goede dingen in je, omdat ze in Hem zijn. Zijn Geest is in je, evenals Zijn gaven en Zijn werking.

^p200

> want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
>
> — Filippenzen 2:13

^p201

Als Hij in je werkt om te willen en te doen wat Hem behaagt, hoe zou je dan tekort kunnen schieten?

^p202

Paulus zegt dus:

^p203

> Alle dingen kan ik aan door Christus, Die mij kracht geeft.
>
> — Filippenzen 4:13

^p204

niet door zijn eigen inspanningen. In 2 Korinthe zegt Paulus:

^p205

> Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God.
>
> — 2 Korinthe 3:5

^p206

Hij beschouwde zichzelf niet als bekwaam om ook maar iets te doen van de bediening waarmee hij bezig was. Maar hij deed het vol vertrouwen. Niet met zelfvertrouwen, maar met vertrouwen op God, met de bekwaamheid die God geeft. In 2 Korinthe zei Paulus:

^p207

> En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.
>
> — 2 Korinthe 9:8

^p208

Gods overvloedige genade voor jou is de bekwaamheid die Hij je geeft om overvloedig te zijn in elk goed werk. Ik vertrouw niet op mijzelf. Ik vertrouw op de genade van God.

^p209

### 23. Eigen kracht schiet uiteindelijk tekort

*1:05:27 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h23*

Dit is het probleem. Zolang ik wel op mijzelf vertrouw, kan ik waarschijnlijk bepaalde uitdagingen aangaan en overwinnen. Er is een bepaald aantal uitdagingen dat we aankunnen als we ons vanuit het vlees maar genoeg inspannen. Maar wanneer de uitdagingen een bepaalde moeilijkheidsgraad overstijgen, kunnen we ze niet meer aan. De middelen die we van nature hebben, zijn gewoon niet toereikend. We zullen vallen. We zullen ons geduld verliezen. We zullen onze overwinning verliezen. We zullen onze kalmte verliezen, of wat dan ook. We kunnen het gewoon niet aan, omdat we het niet in onszelf hebben.

^p210

Het probleem is dat we het wel in onszelf hebben om enkele kleine dingen aan te kunnen. Zolang ons leven grotendeels uit kleine dingen bestaat, kunnen we de indruk hebben dat we het christelijke leven leiden zonder ooit op de genade van God te vertrouwen, omdat we het aankunnen: ‘Dit kan ik.’ Wanneer dan de echt moeilijke dingen komen en we het verprutsen, denken we: ‘Wat voor christen ben ik?’ De verkeerde soort, want je vertrouwt voortdurend op jezelf. Je redt het omdat de uitdagingen waarmee je te maken kreeg niet zo moeilijk waren. Maar wanneer de moeilijke uitdagingen komen, besef je: ‘Ik heb God nodig.’ Je beseft niet dat je zelfs bij de kleine dingen in vertrouwen op God had moeten leven. Hij geeft kleine genade voor de kleine uitdagingen, maar wanneer de uitdagingen groter worden, geeft Hij meer genade.

^p211

Dat is wat Hij tegen Paulus zei. Paulus zei:

^p212

Deze doorn in mijn lichaam kwelt me. God, haal hem weg.

^p213

Hij zei:

^p214

> Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen.
>
> — 2 Korinthe 12:9

^p215

God verwacht niet van ons dat we zelfs de kleine dingen met zelfvertrouwen aanpakken. Er is niets goeds in mijn vlees wat ik hiervoor kan inbrengen. Maar in Christus Jezus zijn er wel goede dingen in mij.

^p216

Dus zegt hij tegen Filemon:

^p217

> Moge uw gemeenschap in het geloof zich krachtig openbaren in de kennis van al het goede dat in u is met betrekking tot Christus Jezus,
>
> — Filemon 1:6

^p218

Als je niet op de zalving vertrouwt, als je zegt: ‘Ik ben bang dat ik dit niet kan. Het lijkt erop dat God mij in de positie heeft gebracht om het te doen, maar ik heb eenvoudigweg het vermogen niet. Ik kan dat niet,’ dan lijkt dat misschien nederig, maar in werkelijkheid onteert het God. Want daarmee zeg je: ‘Ik heb in Christus Jezus niets goeds in mij wat mij in staat zou stellen dit te doen.’

^p219

In Christus Jezus kun je dat vermogen misschien wel hebben. Misschien heb je gewoon nooit je leven in Christus Jezus geleefd. Misschien heb je al die tijd op jezelf vertrouwd, in je vlees. In je vlees weet je je op een respectabele manier maar net te redden. Maar wanneer er dan een grote uitdaging komt, weet je niets van vertrouwen op God, want dat is niet wat je tot dan toe hebt gedaan.

^p220

### 24. Geestelijke gaven tegenover natuurlijk talent

*1:08:32 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h24*

Maar besef dat er in jou, in Christus Jezus, goede dingen zijn. Er zijn gaven. Er is de Heilige Geest. Er is het vermogen om te wandelen zoals Jezus gewandeld heeft. Dat is in jou aanwezig, in Christus, in de Heilige Geest. De grens tussen zelfvertrouwen en vertrouwen op God is dus soms heel moeilijk te onderscheiden, lijkt mij. Vooral als God je een gave heeft gegeven op een terrein waarop je die gave geregeld gebruikt. Dan kun je gaan denken: ‘Ja, ik heb dit gewoon helemaal onder de knie. Ik heb er behoorlijk veel vertrouwen in dat ik onderwijs kan geven.’

^p221

Dat geldt voor groepen van elke omvang. Niet omdat ik denk dat ik daartegen opgewassen ben, want dat denk ik eerlijk gezegd niet. Ik heb bepaalde dingen geleerd en op veel terreinen zou ik het voor elkaar kunnen krijgen. Ik zou onderwijs kunnen geven zonder de zalving, zonder de gave. Ik heb nu eenmaal van nature bepaalde kennis opgebouwd. Ik weet hoe ik het moet zeggen. Ik weet hoe ik onderwijs moet geven. Maar er zou geen kracht in zitten. Het zou geen uitwerking hebben, tenzij het voortkomt uit de gave van de Heilige Geest.

^p222

Ik weet al sinds mijn jeugd dat ik niet op natuurlijk vermogen kan vertrouwen. Voordat ik met de Geest vervuld werd, heb ik zelfs lessen in spreken gevolgd en geleerd hoe ik toespraken moest houden. Ik won debatten en spreekwedstrijden voordat ik met de Geest vervuld werd. Maar toen ik met de Geest vervuld werd, dacht ik: ‘Ik wil daar helemaal niets van gebruiken. Ik wil niet vertrouwen op al die methoden en technieken en dingen die ik geleerd heb, want dat is het vlees.’

^p223

Je kunt in het vlees indruk op mensen maken als je bepaalde talenten hebt, maar je kunt geen geestelijke uitwerking hebben door in het vlees te handelen. Je kunt alleen geestelijke uitwerking hebben door vanuit de Geest te handelen. Dat betekent dat je niet op jezelf vertrouwt. Je zegt: ‘Goed, God, U hebt mij hier geplaatst. Dit is Uw taak. Doet U het. Ik ben beschikbaar.’ Ik moet op Zijn gave vertrouwen. Ik moet op Gods zalving vertrouwen, niet op menselijk vermogen dat misschien zelfs aanwezig is. Misschien heb ik zelfs het menselijke vermogen om het te doen.

^p224

Sommige mensen zijn al uitstekende leraren voordat ze christen worden en tot geloof komen. Als christenen kunnen ze nog steeds even voortreffelijk lesgeven, maar misschien hebben ze niet eens de zalving. Ze zijn bijzonder goede sprekers, maar ze hebben op niemand enige geestelijke uitwerking. Het is een indrukwekkende presentatie. Ze zouden precies hetzelfde kunnen doen als ze niet eens behouden waren. Ze hebben natuurlijke vermogens.

^p225

Maar iemand met minder natuurlijk vermogen kan soms een grotere uitwerking hebben, eenvoudigweg vanwege de zalving.

^p226

### 25. Geestelijke uitwerking komt van God

*1:11:25 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#h25*

> Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.
>
> — 1 Korinthe 1:27

^p227

Toen ik Lonnie Frisbee voor het eerst hoorde prediken bij Calvary Chapel, kon hij nauwelijks lezen. Hij had zoveel lsd gebruikt dat hij niet eens goed meer kon lezen. Hij had dit boek, Living Letters. Met moeite las hij een paar verzen en dan begon hij te praten. Zodra hij begon te praten, werd de sfeer daar elektrisch. Hij was geen welsprekend man en ook geen intelligente man. Misschien was hij wel intelligent geweest, maar zijn hersenen waren beschadigd. Maar wanneer hij sprak, werkte God door hem heen. Telkens wanneer hij sprak, kwamen er vijftig mensen naar voren om Christus aan te nemen.

^p228

Ik was daar altijd jaloers op, want ik had lessen in spreken gevolgd, ik kon behoorlijk goed lezen en ik kon beter praten dan hij, maar ik kon mensen niet op die manier behouden zien worden. Doordat ik hem hoorde en zag, besefte ik dat ik in mijn christelijke leven nog iets anders nodig had, iets wat deze man wel had en ik niet. Na verloop van tijd begon ik te begrijpen dat de mensen daar vervuld waren met de Geest.

^p229

Vertrouwen op de Heilige Geest, vertrouwen op God en op wat Hij in Christus in je legt, is iets rechtmatigs en noodzakelijks. Als je die goede dingen die in Christus in jou zijn niet erkent, zul je geen uitwerking hebben. Maar dat is natuurlijk niet hetzelfde als zelfverzekerd zijn en denken: ‘Nou, ik heb dit helemaal onder de knie. Dit kan ik wel aan.’

^p230

Ik ga bijna elke situatie in terwijl ik denk en bid: ‘Ik kan dit wel, maar het zal waardeloos zijn. Ik kan dit voor elkaar krijgen en de meeste mensen zullen zeggen: “Nou, dat was behoorlijk goed,” maar niemand zal naar buiten gaan terwijl er in zijn leven geestelijk iets veranderd is.’ De uitwerking zal geen geestelijke uitwerking zijn. Ik kan daar niets aan doen. Ik kan er niet voor zorgen dat mensen geestelijk reageren. Alleen God kan dat doen. Voor die dingen moet je op God vertrouwen.

^p231

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Spreuken 22:15](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-22-15)
- [Spreuken 4:23](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-4-23)
- [Johannes 13:34](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#johannes-13-34)
- [Markus 12:30](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#markus-12-30)
- [Markus 12:31](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#markus-12-31)
- [Spreuken 14:29](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-14-29)
- [Psalmen 103:8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#psalmen-103-8)
- [Efeze 5:1](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#efeze-5-1)
- [Efeze 4:26](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#efeze-4-26)
- [Jakobus 1:19](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#jakobus-1-19)
- [Johannes 16:2](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#johannes-16-2)
- [Spreuken 16:32](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-16-32)
- [Romeinen 7:16](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#romeinen-7-16)
- [Galaten 5:17](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#galaten-5-17)
- [Galaten 5:16](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#galaten-5-16)
- [Spreuken 19:11](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-19-11)
- [1 Samuel 11:2](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#1-samuel-11-2)
- [1 Samuel 11:6](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#1-samuel-11-6)
- [2 Samuel 16:7-8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-samuel-16-7-8)
- [2 Samuel 16:9](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-samuel-16-9)
- [2 Samuel 16:10-12](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-samuel-16-10-12)
- [1 Korinthe 13:5](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#1-korinthe-13-5)
- [Spreuken 29:22](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-29-22)
- [Spreuken 30:33](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-30-33)
- [Spreuken 17:27](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-17-27)
- [Spreuken 17:28](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-17-28)
- [Spreuken 20:3](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-20-3)
- [Spreuken 25:28](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-25-28)
- [Spreuken 29:11](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-29-11)
- [Efeze 4:31](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#efeze-4-31)
- [Spreuken 28:26](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#spreuken-28-26)
- [Jeremia 17:9](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#jeremia-17-9)
- [Jeremia 17:5](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#jeremia-17-5)
- [Jeremia 17:7](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#jeremia-17-7)
- [Romeinen 7:18](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#romeinen-7-18)
- [Filemon 1:4](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#filemon-1-4)
- [Filemon 1:6](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#filemon-1-6)
- [Filippenzen 2:13](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#filippenzen-2-13)
- [Filippenzen 4:13](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#filippenzen-4-13)
- [2 Korinthe 3:5](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-korinthe-3-5)
- [2 Korinthe 9:8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-korinthe-9-8)
- [2 Korinthe 12:9](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#2-korinthe-12-9)
- [1 Korinthe 1:27](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-4#1-korinthe-1-27)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.