---
title: "Spreuken Zaken van het hart deel 1"
book: "Spreuken"
book_slug: "spreuken"
passage: "Spreuken Zaken van het hart deel 1"
passage_en: "Proverbs: Matters of Heart (Part 1)"
episode: 16
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-13"
duration: "PT1H4M13S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Spreuken Zaken van het hart deel 1», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Spreuken Zaken van het hart deel 1

> Het hart laat zien wie iemand werkelijk is

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over het hart als bron van gedrag, woorden, drijfveren en geestelijke gesteldheid. Hij wijst erop dat uiterlijke vroomheid en vriendelijke woorden kunnen misleiden, terwijl God ziet wat er werkelijk in iemand omgaat. Volgens Gregg kan het hart afdwalen, maar ook bewust worden gestuurd en gevormd; daarom moet je het onderzoeken, bewaken en door Gods genade beheersen. Hij verwerpt de gelijkstelling van het Bijbelse hart met Freuds onbewuste en stelt dat wat zich in het hart afspeelt voor de mens toegankelijk is en onder diens verantwoordelijkheid valt.

## Hoofdstukken

1. [Het hart als bron van het leven](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h1) — 0:02
2. [De vrek: schijn tegenover het ware hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h2) — 4:06
3. [God doorziet onze innerlijke excuses](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h3) — 6:51
4. [Vleiende woorden en verborgen haat](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h4) — 8:37
5. [Onderzoek de toestand van je hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h5) — 11:34
6. [Wat geestelijke terugval betekent](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h6) — 13:58
7. [Terugval begint met een ongelovig hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h7) — 17:31
8. [Verborgen terugval wordt zichtbaar gedrag](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h8) — 20:30
9. [Dwaasheid in het hart van een kind](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h9) — 24:22
10. [De verantwoordelijkheid van ouders](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h10) — 27:42
11. [Tucht en de vorming van het hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h11) — 30:26
12. [Het hart wordt nooit volmaakt rein](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h12) — 34:34
13. [Geef zelf richting aan je hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h13) — 37:33
14. [Gods genade en onze innerlijke keuzes](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h14) — 40:10
15. [Warmbloedig leven: jezelf reguleren](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h15) — 41:42
16. [Weerstand bieden aan je omgeving](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h16) — 45:10
17. [Heerschappij over je eigen geest](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h17) — 47:33
18. [Het freudiaanse onbewuste en het hart](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h18) — 49:18
19. [Kritiek op Freud en de psychologie](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h19) — 51:55
20. [De theorie van verborgen herinneringen](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h20) — 54:17
21. [Het Bijbelse hart is niet onbewust](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h21) — 57:24
22. [Bijbelse raad voor het innerlijke leven](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h22) — 1:00:56

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#p<n>.

### 1. Het hart als bron van het leven

*0:02 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h1*

In de afgelopen bijeenkomsten over Spreuken hebben we gekeken naar de spreuken die een algemene toepassing hebben op het brede onderwerp van een Godbewust leven. Zoals ik al zei, is dat niet hetzelfde als eenvoudigweg geloven dat er een God is. Het betekent dat je leeft in het bewustzijn van God, je bewust van Zijn oog, Zijn soevereiniteit, Zijn oordelen en Zijn medeleven. Leven in het bewustzijn van die dingen maakt je leven totaal anders dan het anders zou zijn.

^p1

Nu we de spreuken over die onderwerpen hebben behandeld, richten we ons op iets anders. Ik wil het hebben over de spreuken die te maken hebben met het innerlijke leven, met het beheersen van je houding en je stemmingen. Bij dit onderwerp kijken we natuurlijk niet zozeer naar God daarboven, Die op ons neerkijkt, maar naar ons eigen innerlijk en naar de manier waarop we naar buiten kijken. Dit betreft het hart, het innerlijke leven. Dat is vanzelfsprekend iets wat in religie gemakkelijk wordt verwaarloosd, maar waarop in de Schrift, in veel gedeelten van de Schrift, vaak de nadruk wordt gelegd.

^p2

Iedereen die al geruime tijd christen is, weet heel goed dat dit is waar het allemaal om draait:

^p3

> Maar de HEERE zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.
>
> — 1 Samuel 16:7

^p4

Jezus zei dat mensen als Farizeeën kunnen zijn:

^p5

> [27] Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u bent als de witgepleisterde graven, die vanbuiten wel mooi lijken, maar vanbinnen zijn ze vol doodsbeenderen en allerlei onreinheid. [28] Zo lijkt u ook wel vanbuiten rechtvaardig voor de mensen, maar vanbinnen bent u vol huichelarij en wetteloosheid.
>
> — Mattheüs 23:27-28

^p6

zoals Jezus het verwoordde. Die verontreiniging bederft alles, want Spreuken zegt zelfs:

^p7

> Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel, maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.
>
> — Spreuken 15:8

^p8

Een offer is een daad van aanbidding. Maar een daad van aanbidding die afkomstig is van iemand die in zijn beweegredenen en in zijn hart wezenlijk slecht is, is aanstootgevend voor God.

^p9

Het hart is dus vrijwel alles. Het is niet helemaal alles, want uit de overvloed van het hart komen dingen voort, bijvoorbeeld woorden. Jezus zei:

^p10

> Adderengebroed! Hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u slecht bent? Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.
>
> — Mattheüs 12:34

^p11

Spreuken zegt ons, zoals we eerder zagen in hoofdstuk 4, vers 23:

^p12

> Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.
>
> — Spreuken 4:23

^p13

Het is als een bron die water vanuit de grond laat uitstromen in beekjes of stromen, die ontspringen uit een bron onder de grond. Hij zegt dat het hart de bron is waaruit de stromen van het leven ontspringen en naar buiten vloeien. [Vertalersnoot: deze bron- en stroommetafoor volgt de gebruikte Engelse Bijbelvertaling; de HSV spreekt hier over „de uitingen van het leven”.] Daarom moet het leven dat je wilt leiden, bepalen hoe je met je hart omgaat. Als je hart goed is, zullen er goede dingen uit voortkomen. Als je hart slecht is, zullen er slechte dingen uit voortkomen.

^p14

Als je hart slecht is, kun je soms, als je iemand bent met veel zelfbeheersing en misschien veel huichelarij, goede dingen doen vanuit een slecht hart, maar niet consequent. De dingen die je van nature doet, zijn de dingen die werkelijk weerspiegelen wat er in je hart is. Dat is wat Salomo ons vertelt: je hart is wie je werkelijk bent. Niet noodzakelijk wie je bent wanneer je doet alsof, maar wie je bent wanneer je jezelf bent. Daarom is het hart belangrijk voor God, want iedereen kan doen alsof hij anders is. Maar wat iemand in zijn hart is, is wie hij werkelijk is. Daar kijkt God naar.

^p15

### 2. De vrek: schijn tegenover het ware hart

*4:06 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h2*

In het 23e hoofdstuk van Spreuken, vers 7 — om de context erbij te nemen, denk ik dat we beter vanaf vers 6 kunnen lezen. Er staat:

^p16

> [6] Eet niet het brood van hem die niemand iets gunt, en wees niet belust op zijn smakelijke gerechten. [7] Want zoals hij bedacht heeft bij zichzelf, zo zal hij tegen u zeggen: Eet en drink, maar zijn hart is niet bij u. [8] Uw stuk brood , dat u gegeten hebt, zou u uitspuwen, uw aangename woorden zou u verspillen.
>
> — Spreuken 23:6-8

^p17

Dat je de hap zult uitbraken, is figuurlijk bedoeld. Maar het punt is dat als een man een vrek is — en zo begint deze aanwijzing — en een vrek je uitnodigt voor een feestmaal, het uitnodigen van iemand voor een feestmaal een daad van vrijgevigheid is. Maar die man is een vrek. Blijkbaar staat die man bekend als een vrek, want er staat:

^p18

Eet niet van het brood van een vrek.

^p19

Er zijn mensen van wie het hele gedrag en het hele leven bekendstaan om hun vrekkigheid, niet om hun vrijgevigheid.

^p20

Als een vrek van wie bekend is dat hij niet vrijgevig is, plotseling iets vrijgevigs doet wat helemaal niet bij hem past en je uitnodigt om bij hem te komen eten, vertrouw het dan niet. Vertrouw niet zonder meer op de schijn. Hij zegt:

^p21

Eet en drink. Neem gerust wat je maar wilt van tafel.

^p22

Maar in zijn hart staat hij niet achter je. Wat hij in zijn hart denkt, is wie hij werkelijk is, niet wat hij op dat moment doet. Deze daad van vrijgevigheid tegenover jou, die helemaal niet bij hem past, is niet wie hij is. Wie hij is, is wat er in zijn hart omgaat, en jij ziet niet wat zich daar bevindt.

^p23

Het is duidelijk dat hij een motief heeft dat hij niet onthult. Zijn uiterlijke daad van vrijgevigheid is ongetwijfeld bedoeld om op de een of andere manier misbruik van je te maken. Het punt hier is dat je niet alleen moet letten op losse daden van mensen. Die kunnen ze veinzen of gebruiken om zich anders voor te doen dan ze zijn, zodat ze een of ander voordeel uit je kunnen halen. Je moet letten op de hele lijn van iemands leven. Een man die een vrek is, leeft op een vrekkige manier. Het is niet normaal dat hij vrijgevig is. Wanneer je merkt dat hij vrijgevig is, besef dan dat er iets in hem omgaat wat je niet onmiddellijk kunt zien. Vertrouw niet op de uiterlijke daad, maar besef dat hij werkelijk degene is die hij vanbinnen is. Zoals hij in zijn hart denkt, zo is hij werkelijk. [Vertalersnoot: deze formulering volgt de gebruikte Engelse Bijbelvertaling; de HSV luidt hier: „zoals hij bedacht heeft bij zichzelf, zo zal hij tegen u zeggen”.] Wat daarbinnen omgaat, laat zien waar hij werkelijk op uit is.

^p24

### 3. God doorziet onze innerlijke excuses

*6:51 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h3*

In hoofdstuk 24, vers 12, staat — en dit volgt op de uitspraak dat je mensen die ten onrechte naar de dood worden gesleept, van de dood moet redden:

^p25

> Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk.
>
> — Spreuken 24:12

^p26

Dat wil zeggen: we wisten niet dat dit onrecht plaatsvond, dus we kwamen er niet tegen in het geweer en deden er niets aan.

^p27

God weet het. Als je zegt: „Ik wist hier niets van. Ik wist niet dat deze dingen gebeurden. Daarom kwam ik er niet tegen in het geweer”, dan kent God je hart. God weegt je hart. God bepaalt je waarde, niet aan de hand van het gewicht van je woorden, maar aan de hand van het gewicht van je hart. Hij weegt je hart. [Vertalersnoot: Gregg volgt hier een Engelse vertaling met „weegt”; de HSV heeft „toetst”.] Hij beoordeelt het zoals je op de markt een product zou wegen om te zien hoeveel het waard is. Hij beoordeelt je hart om te zien hoeveel het waard is.

^p28

Het kan natuurlijk zo zijn dat er veel onrecht wordt gepleegd zonder dat wij ervan weten, en dan kunnen we met recht zeggen: „Ik wist niet dat dit gebeurde.” Maar je moet niet zeggen dat je het niet wist en hopen dat dit tegenover God als excuus zal gelden, als je het in werkelijkheid wel wist. Want God weet in je hart wat je wel en wat je niet wist. Dat is wat Hij zegt. Je kunt ieder excuus aanvoeren dat je maar wilt, maar God laat Zich door geen enkel excuus voor de gek houden. Hij weet het. Hij zal nagaan wat er werkelijk in je binnenste, in je hart, omgaat en of je het echt wist of niet. Dat is jouw verantwoordelijkheid.

^p29

### 4. Vleiende woorden en verborgen haat

*8:37 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h4*

In hoofdstuk 26 zegt Salomo, te beginnen bij vers 23:

^p30

> Brandende lippen en een boosaardig hart zijn als een potscherf, overtrokken met schuim van zilver.
>
> — Spreuken 26:23

^p31

Het is een goedkope pot die verzilverd is. Een goedkope pot van aardewerk met een zilveren laagje erop ziet eruit als een zilveren pot, als iets waardevols, maar in werkelijkheid is het een heel goedkoop voorwerp. Het is niet wat het lijkt te zijn.

^p32

Zo is het ook met iemand die een goddeloos hart heeft, maar vurige lippen. Dat wil zeggen: diegene betuigt vurig zijn trouw, liefde, godsvrucht of wat het ook is. Hij verkondigt enthousiast iets over zijn gevoelens. Maar als zijn hart goddeloos is, krijg je misschien opnieuw een met zilver bedekte, verzilverde aarden pot in plaats van wat je denkt te zien. Vertrouw de woorden van mensen niet alleen omdat ze vurig worden uitgesproken. Hoewel de mond spreekt uit de overvloed van het hart, is dat niet altijd het geval. Dat geldt alleen voor onbewaakte woorden. Met zorgvuldig gekozen woorden kan iemand heel goed verbergen wat er in zijn hart is.

^p33

Vers 24 gaat verder:

^p34

> Wie haat draagt, veinst met zijn lippen, maar in zijn binnenste zint hij op bedrog.
>
> — Spreuken 26:24

^p35

Die persoon betuigt jou vurig zijn liefde en trouw, maar als hij je werkelijk haat, zal hij dat verhullen. Hij zal dat verbergen. Hij gaat je dat niet vertellen. Soms doet hij dat wel, maar in veel gevallen willen mensen dat je denkt dat ze je vriend zijn. Ze proberen je vertrouwen te winnen zodat ze misbruik van je kunnen maken, en daarom zullen ze uitvoerig over hun trouw spreken.

^p36

Een koning zou dat beslist weten. Salomo had het waarschijnlijk vaak gezien. Iedereen probeert de gunst van een koning te verkrijgen. Iedereen spreekt erover hoe trouw hij aan de koning is. Maar als iemand een goddeloos hart heeft en de koning haat, gaat hij hem dat niet laten weten. Hij gaat hem dat niet vertellen. Hij zal het met zijn woorden verhullen.

^p37

Vers 25 zegt:

^p38

> Geloof hem niet als hij met vriendelijke stem spreekt, want er zijn zeven gruwelen in zijn hart.
>
> — Spreuken 26:25

^p39

Opnieuw: dit geldt voor de vrek die beweert vrijgevig te zijn, maar ook voor de kruiperige volgeling van de koning of voor iemand die je probeert in te palmen en de indruk wekt dat hij volledig achter je staat. Soms ken je mensen beter dan dat en weet je dat hun woorden niet betrouwbaar zijn. In hun hart gaat iets totaal anders om.

^p40

Dat is de hele strekking van deze spreuken die we hier bekijken. Ze laten zien dat het er werkelijk om gaat wat er in het hart is. Mensen leven vaak hun hele leven aan de oppervlakte, geloven alles wat ze horen en kijken niet dieper om te zien of er achter de betuigingen van vriendschap door anderen motieven schuilgaan waarvoor ze voorzichtig moeten zijn of waarvoor ze op hun hoede moeten zijn.

^p41

### 5. Onderzoek de toestand van je hart

*11:34 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h5*

In hoofdstuk 27, vers 19 staat:

^p42

> Zoals water gezicht tegenover gezicht stelt , zo weerspiegelt het hart van de mens de mens zelf.
>
> — Spreuken 27:19

^p43

Je weet niet hoe je gezicht eruitziet totdat je in een spiegel kijkt, of, in dit geval, in water. Ze hadden destijds eigenlijk geen spiegels, niet zoals wij die hebben. Ze hadden geen glas. Ze hadden gepolijst koper, dat ze als beste vervanging voor een spiegel gebruikten. Het gaf geen erg helder beeld. In een plas water kijken was voor iemand de beste manier om te zien of er ei op zijn gezicht zat, of dat hij er die dag goed uitzag. Als iemand wilde weten hoe hij eruitzag, kon hij in een plas water kijken. Het gezicht in het water komt dan overeen met het gezicht van degene die erin kijkt. Zo komt ook het hart van een mens overeen met wie hij is. Het onthult wie hij is. Je weet niet hoe je eruitziet totdat je in een spiegel kijkt, en die laat je zien hoe je eruitziet. Je weet niet wat voor mens je bent totdat je je hart onderzoekt, en dat onthult wat voor man of vrouw je bent. Als je jezelf wilt kennen, kijk dan met andere woorden niet in de spiegel, maar kijk naar binnen. Kijk naar je hart en zie wat je drijft en wat je waarden zijn. Het is belangrijk dat je jezelf onderzoekt.

^p44

Paulus zei dat in 2 Korinthe, hoofdstuk 13. Hij zei:

^p45

> Onderzoek uzelf en ga na of u in het geloof bent.
>
> — 2 Korinthe 13:5

^p46

Er zijn momenten waarop je vanbinnen de balans moet opmaken. Dat je voortdurend vooral naar binnen gericht moet zijn, is duidelijk niet wat hier wordt aanbevolen. Ik denk dat we zo nu en dan gewoon over onszelf moeten nadenken. Misschien vaak aan het einde van de dag, wanneer alles rustig is en je in bed ligt, vlak voordat je gaat slapen, tenzij je een van die mensen bent die onmiddellijk wegzakt. Denk terug aan de dag, aan wat je hebt gezegd en wat je hebt gedaan. Denk na over wat er uit je hart voortkomt, waar je staat, en of je nog steeds van God houdt of nu alleen maar doet alsof en de schijn ophoudt.

^p47

Let op wat er in je hart is. Dat weerspiegelt wie je bent, net zoals een spiegel weerspiegelt hoe je eruitziet. Dat is wat Salomo zegt. Houd de stand bij van je eigen hart en van je eigen geestelijke toestand, vooruitgang, gesteldheid en zuiverheid.

^p48

### 6. Wat geestelijke terugval betekent

*13:58 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h6*

In hoofdstuk 14, vers 14 zei Salomo:

^p49

> Wie afkerig is van hart, zal van zijn wegen verzadigd worden, maar een goed iemand van zichzelf.
>
> — Spreuken 14:14

^p50

Hij spreekt over iemand die in zijn hart terugglijdt. Het woord ‘terugglijden’ komt niet voor in het Nieuwe Testament, al gebruiken christenen het vaak om te spreken over een verschijnsel dat we waarnemen. Het gaat om iemand die ooit God volgde, geregeld deelnam aan de gemeenschap en aan christelijke activiteiten en zonde vermeed, maar die nu iets anders doet. Zo iemand glijdt weg van christelijke activiteiten en christelijke gemeenschap. Hij glijdt weg van christelijk gedrag en sluit misschien compromissen met de zonde, zozeer dat hij eigenlijk helemaal niet meer op een christen lijkt. Zo iemand noemen we teruggegleden.

^p51

Het Nieuwe Testament gebruikt dat woord niet, hoewel het beslist spreekt over het verschijnsel dat mensen van het geloof afvallen. Maar het woord ‘terugglijder’ komt slechts enkele keren in het Oude Testament voor, en dan staat het meestal in de context van het hele volk. De profeten Jeremia, meen ik, en Hosea, als ik me niet vergis, spreken er bijvoorbeeld over dat Israël als een terugglijdende vaars is. Het beeld is kennelijk dat van een koe die een modderige helling op wordt gedreven. Het is te glad en de koe glijdt achteruit. Het beeld dat Hosea gebruikt wanneer hij Israël met een onhandelbare koe vergelijkt (Hosea 4:16), is dat van een koe die probeert een modderige helling te beklimmen, achteruitglijdt en weer verder klimt. Ze blijven proberen in één richting omhoog te klimmen, maar ze blijven terrein verliezen.

^p52

Als we zouden vragen wat we met terugglijden bedoelen, is daar geen specifieke definitie voor, maar het betekent duidelijk dat je terrein verliest. Het betekent dat je de ene kant op kijkt, maar in de andere richting glijdt, achteruit. In plaats van vooruitgang te boeken, ga je dus achteruit. Je glijdt weg. Misschien probeer je zelfs vooruit te komen, maar merk je juist dat je verder terug bent dan waar je begon. Toegepast op Israël als volk betekent de term dat het volk geestelijk terrein verliest, en dat is ongetwijfeld het juiste gebruik ervan.

^p53

Veel mensen vragen: ‘Als je bent teruggegleden, ga je dan nog steeds naar de hemel?’ Dat hangt ervan af. Terugglijden is een vage term. Als je enig geestelijk terrein verliest, ga je dan nog steeds naar de hemel? Vrijwel zeker. Je bevindt je geestelijk niet altijd op hetzelfde niveau. Je kunt heel hoge momenten hebben en de volgende dag wakker worden en gewoon in een dip zitten en je niet echt om God bekommeren. Je hart is kouder, enzovoort. Maar dat betekent niet dat je voorgoed terrein hebt verloren. Het betekent niet dat je besluiten hebt genomen om God te verlaten. Het betekent alleen dat je op dit moment niet bent waar je gisteren was.

^p54

Maar als je over een periode van weken of maanden, of hoe lang dan ook, naar de algemene lijn van je leven kijkt, zie je misschien dat je er nu slechter voor staat dan zes maanden geleden, een jaar geleden of tien jaar geleden. Als je naar het grote geheel kijkt en je verder van God verwijderd bent dan je op een eerder moment in je leven was, dan zou dat een vorm van terugval zijn. Het is niet noodzakelijk terugval in de zin dat je van het geloof bent afgeweken, maar het betekent wel dat je terrein hebt verloren. In het verleden was je verder gevorderd dan nu.

^p55

### 7. Terugval begint met een ongelovig hart

*17:31 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h7*

Hier spreekt Salomo over een individuele teruggevallene, maar hij beschrijft hem als iemand die in zijn hart is teruggevallen. [Vertalersnoot: Gregg volgt hier de Engelse weergave „backslider in heart”; de HSV spreekt over iemand die „afkerig is van hart”.] Daar begint terugval. Omdat het hart zo belangrijk is, moeten we ons hart in goede banen leiden en het in de gaten houden om te zien of het terrein verliest. We zouden God met heel ons hart moeten najagen. De Bijbel zegt:

^p56

> Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht.
>
> — Deuteronomium 6:5

^p57

Dat is het eerste en grote gebod, dat in Deuteronomium 6 staat. Als we op enig eerder moment meer van God hebben gehouden in ons hart dan nu, dan zijn we in ons hart teruggevallen. Misschien niet tot het punt van afval. Iemand kan beslist zoveel terrein verliezen dat hij helemaal geen christen meer is. Zo iemand houdt niet meer van God, vertrouwt niet meer op God en wil God niet meer. Als iemand op dat punt komt, durf ik te zeggen dat hij eigenlijk niet meer als christen beschouwd kan worden en niet behouden is. In Hebreeën staat dat zo iemand met een boos, ongelovig hart van de levende God is afgeweken.

^p58

Dat is een heel goede kruisverwijzing bij deze tekst. Hebreeën 3 spreekt ook over het hart en terugval. Het woord ‘terugval’ wordt daar niet gebruikt, omdat het Nieuwe Testament dat woord niet gebruikt, maar er wordt beslist over het verschijnsel gesproken. In Hebreeën 3, vers 12, zegt de schrijver:

^p59

> Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God;
>
> — Hebreeën 3:12

^p60

Merk op dat de persoon over wie het gaat met de levende God verbonden is geweest, en dat zijn hart duidelijk het hart van een gelovige is geweest. Maar nu krijgt hij een ongelovig hart en wijkt hij in zijn hart van God af. Dat is beslist terrein verliezen. Dat dit tot echte christenen wordt gezegd, valt nauwelijks te betwijfelen, want in vers 1 spreekt hij dezelfde lezers als volgt aan:

^p61

> Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.
>
> — Hebreeën 3:1

^p62

Hij schrijft aan mensen die hij heilige broeders en deelgenoten van de hemelse roeping noemt. Hij heeft echte christenen voor ogen.

^p63

Hij zegt dat je ervoor moet waken dat je hart niet terugvalt en dat er niet in iemand van jullie een boos, ongelovig hart ontstaat dat van God afwijkt. Dat is ook wat Salomo in Spreuken 14:14 zegt. Degene die in zijn hart is teruggevallen, is de man die uiteindelijk lijdt op de manier die het spreekwoord beschrijft. Hij zal verzadigd worden van zijn eigen wegen, wat eenvoudigweg betekent dat hij voor zijn eigen daden zal lijden.

^p64

### 8. Verborgen terugval wordt zichtbaar gedrag

*20:30 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h8*

Het punt is dat het hart kan terugvallen. Soms valt het terug zonder dat dit aan de buitenkant zichtbaar is. We ontwikkelen namelijk godsdienstige gewoonten en onderhouden relaties met mensen, lang nadat we onze belangstelling hebben verloren voor de wezenlijke zaken die ons er oorspronkelijk toe brachten om samen deze dingen te doen. Als je je tot gemeenschap en aanbidding aangetrokken voelt omdat je van God houdt, ga je regelmatig deelnemen aan godsdienstige activiteiten en samenkomsten voor aanbidding. Je vrienden zijn nu christenen, dus je sociale leven speelt zich tussen christenen af. Je spreekt de taal van christenen. Je weet over welke dingen je niet moet praten omdat ze in de groep onaanvaardbaar zouden zijn, enzovoort. Je hebt die structuren in je leven omdat je vurig was voor God.

^p65

Maar het hart kan zijn vurigheid weer verliezen. Het kan bekoelen. Het kan koud worden. Het kan, zoals Jezus zei, lauw worden, zodat God ervan walgt. Maar dat zal niet altijd zichtbaar zijn, omdat de gewoonten en structuren in je leven godsdienstig zijn. Al je kennissen zijn christenen. Je praat nog steeds op een manier die christenen goedkeuren. Als je je niet behoorlijk gedraagt, maak je dat niet openbaar, omdat de godsdienstige gemeenschap waarin je verkeert het niet zou goedkeuren. Er kan dus al iets in je hart beginnen af te nemen voordat het aan de buitenkant zichtbaar wordt.

^p66

Als je dat uiteindelijk niet opmerkt en je hart niet weer in de juiste richting keert, zal ook je gedrag beginnen af te glijden. Terugval begint in het hart. Uiteindelijk wordt die zichtbaar in het gedrag, maar hij begint in het hart.

^p67

Wanneer je hoort over mensen die christen waren en uiteindelijk van hun echtgenoot scheiden, een affaire hebben of zulke dingen doen, ben je geschokt. Je denkt: ‘Hoe heeft dat met hen kunnen gebeuren?’ Ze waren niet lange tijd voortdurend vurig voor God en werden toen op een dag wakker en gingen een affaire aan, of werden op een dag wakker en scheidden van hun echtgenoot. In hun hart waren al een tijdlang compromissen, verdorvenheid en terugval aan de gang zonder dat dit zichtbaar was. Toen kwam dat plotseling tot uiting in gedrag, terwijl niemand wist dat het daarbinnen aan het broeien was.

^p68

Ik denk aan iemand die ik ken, een vrouw die God jarenlang uiterlijk diende. Ik neem aan dat ze dat ook met haar hart deed, al weet ik dat niet. Ik ken iemands hart niet, maar ze hield dat tientallen jaren zo consequent vol dat het mij heel oprecht leek. Toch liep ze op een bepaald moment eenvoudigweg bij God vandaan. Ze liep weg van alles wat haar dierbaar was en keerde zich ervan af. Iedereen was geschokt.

^p69

Ik moet wel denken dat ze al enige tijd, misschien wel jaren, in haar hart aan het afdwalen was van haar overtuigingen. Maar ze maakte deel uit van een religieuze gemeenschap, ze had een religieus huwelijk en ze kwam nooit onder ongelovigen. De hele uiterlijke structuur van haar leven was christelijk en oefende druk op haar uit om er christelijk uit te blijven zien. Na vele jaren keerde ze zich er gewoon van af en gaf ze het op.

^p70

Ik heb meer dan één zo iemand gekend, maar dit was opvallend omdat haar gedrag tot het moment waarop ze het opgaf zo consequent christelijk bleef. Je weet dat dit niet van de ene op de andere dag gebeurde. Haar hart was aan het afdwalen. Daarom zegt Salomo dat je je hart moet bewaken. Het woord ‘bewaken’ betekent dat je met alle ijver over je hart moet waken, want daaruit zullen de bronnen van het leven voortkomen. Iemand kan in zijn hart terugglijden voordat hij in zijn levenswandel terugglijdt. Daarom is het beheersen van het hart een prioriteit, net als het in de gaten houden van wat er in het hart zit.

^p71

### 9. Dwaasheid in het hart van een kind

*24:22 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h9*

In hoofdstuk 22 van Spreuken staat in vers 15:

^p72

> Zit er dwaasheid in het hart van een jongeman gebonden, de stok van de vermaning zal die ver daarvan houden.
>
> — Spreuken 22:15

^p73

Dit wijst erop dat het hart van een kind vanaf jonge leeftijd dwaas is. [Vertalersnoot: de gebruikte Engelse vertaling heeft hier „child”; de HSV spreekt specifieker over „een jongeman”. De volgende gevolgtrekking volgt Greggs Engelse tekst.] Ik denk dat dit ongeveer het dichtst komt bij een Schriftgedeelte dat zegt dat kinderen zondig geboren worden, want in Spreuken is dwaasheid iets kwaads. Dwaasheid betekent niet alleen dat je vergeleken met andere mensen een beetje dom bent. Dwaasheid is morele domheid, het onvermogen om te weten hoe je je moreel en rechtvaardig moet gedragen. Dat is wat dwaasheid in Spreuken is.

^p74

Dit onrechtvaardige gedrag zit vanaf de allervroegste leeftijd in het hart van een kind. Sommigen zouden zeggen dat het daarin geboren wordt. Anderen zouden zeggen dat het na de geboorte wordt opgepikt, uit de omgeving of wat dan ook. Het lijkt erop dat Salomo het als een universeel verschijnsel onder kinderen beschouwt. Toch ziet hij ook een mogelijkheid om dat hart te beheersen of te vormen.

^p75

In het geval van een kind is het niet waarschijnlijk dat het kind zijn hart zelf zal vormen, want het kind is een kind. Het weet niet beter. De ouder heeft dus de plicht om in de eerste jaren het hart van het kind te beheersen, te corrigeren en te vormen, ten minste wat betreft de dwaasheid die zich in dwaas gedrag openbaart.

^p76

Iets goeds aan kinderen is in zekere zin dat ze er, als er dwaasheid in hun hart zit, meestal niet erg bedreven in zijn om te doen alsof ze anders zijn dan ze werkelijk zijn. Ze zijn nogal naïef en doorzichtig. Als ze iets dwaas denken, doen of zeggen ze het. Wanneer ouders de dwaasheid in het hart van een kind naar buiten zien komen, moeten ze die door tucht corrigeren en het kind opvoeden. Het hart moet worden gevormd.

^p77

Ik woon in een appartementencomplex en daar woont meer dan één jong gezin. Ik weet niet of het er twee of meer zijn, maar ik ken er twee, omdat iedereen in het appartementencomplex van hun bestaan weet. Hun kinderen zijn peuters en monsters. In een van deze gezinnen is de man een jonge voorganger. Hij en zijn vrouw hebben twee kleine meisjes. Er is nog een ander gezin, een Latijns-Amerikaans gezin, met twee kleine jongetjes. Deze kleine kinderen zijn zo schattig als maar kan. Wanneer je ze ziet, krijg je warme gevoelens voor hen, totdat ze zich waar je bij bent beginnen te gedragen. Dan gedragen ze zich als monsters.

^p78

Dit is niet alleen een probleem bij deze twee gezinnen. Het lijkt een probleem te zijn bij deze generatie jonge ouders. De afgelopen twee, drie of vier jaar heb ik namelijk nauwelijks in een vliegtuig gezeten waarin niet een of ander kind zat te schreeuwen. Geen baby, maar een schreeuwend jong kind, terwijl de ouders daar gewoon min of meer beschaamd zaten en het verdroegen. Blijkbaar leert niemand jonge ouders dat de dwaasheid in hun kind er door tucht uit moet worden gehaald. Daar is de ouder verantwoordelijk voor.

^p79

### 10. De verantwoordelijkheid van ouders

*27:42 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h10*

In 1 Samuel lezen we dat Eli verantwoordelijk werd gehouden voor het kwaad dat zijn zonen deden. Hoewel ze volwassen kinderen waren, waren ze niet goed opgevoed en had hij hen niet in bedwang gehouden. Dat is de specifieke beschuldiging die God uitte. [Vertalersnoot: Gregg volgt hier de Engelse formulering „he did not restrain them”; de HSV zegt dat Eli zijn zonen „niet eens zuur aangekeken” heeft.]

^p80

> Want Ik heb hem bekendgemaakt dat Ik over zijn huis voor eeuwig gericht zal oefenen, omwille van de ongerechtigheid die hij geweten heeft; want toen zijn zonen zich vervloekt gemaakt hebben, heeft hij hen niet eens zuur aangekeken.
>
> — 1 Samuel 3:13

^p81

Naar alle waarschijnlijkheid hadden ze zichzelf al verachtelijk gemaakt voordat ze volwassen waren, toen ze gemakkelijker in bedwang te houden waren. Het lijkt erop dat hij een toegeeflijke vader was geweest.

^p82

Wanneer mensen niet beseffen dat hun kinderen dwaas geboren worden en dat dwaasheid onaanvaardbaar is — als Spreuken ons iets leert, dan is het wel dat dwaasheid onaanvaardbaar gedrag is — beseffen ze ook niet dat de ouder degene is die ervoor verantwoordelijk is om dat door tucht uit een kind te halen.

^p83

Je kunt niet garanderen dat je kinderen God zullen liefhebben of dat ze jouw geloof zullen overnemen. Het zou prachtig zijn als we konden garanderen dat onze kinderen hetzelfde zullen geloven als wij en God zullen liefhebben zoals wij. Dat kunnen we niemand opleggen. Maar we kunnen hun wel leren dat ze niet het leven van alle anderen mogen verstoren met hun kinderlijke driftbuien of wat dan ook.

^p84

Toen mijn kinderen kleine peuters en baby’s waren, reisden ze urenlang met het vliegtuig. We namen hen mee naar Australië, Japan en Korea. Onze kinderen zaten veertien uur lang met ons in het vliegtuig. We stonden niet toe dat ze de mensen om ons heen stoorden. Natuurlijk moet je manieren leren om daar in een openbare ruimte mee om te gaan, maar het belangrijkste is dat je de kinderen onderwijst voordat je in het vliegtuig stapt. Je leert hun waarmee ze wel en niet weg zullen komen. Je leert hun gewoonten aan. Je vormt hun hart.

^p85

Wij wilden dat onze kinderen al van jongs af aan samen met ons stilzaten in de gemeente. Kinderen doen dat van nature niet, dus leerden we hun thuis daadwerkelijk hoe ze stil moesten zitten. Dan gingen we op de bank zitten en zeiden we: ‘Goed, zit twee minuten stil,’ en vanaf dat ze klein waren, prezen we hen daarvoor. Ze leerden dat er momenten zijn waarop ze stil moeten zitten en rustig moeten zijn. Je moet een kind trainen.

^p86

### 11. Tucht en de vorming van het hart

*30:26 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h11*

In Spreuken staan daar veel dingen over. Uiteindelijk komen we daarop terug als een afzonderlijk onderwerp. Op dit moment hebben we het over het hart, en in deze spreuk overlapt dat eenvoudigweg met het onderwerp van een kind:

^p87

Dwaasheid zit diep in het hart van een kind.

^p88

Het idee is dat dwaasheid door verstandig ouderschap uit hen verdreven kan worden. Er wordt gesproken over de roede, en dat klinkt nogal streng voor onze moderne gevoeligheden, omdat we nu in een samenleving leven die zelfs denkt dat een pak slaag kindermishandeling is. Het is verbazingwekkend hoezeer één generatie het contact met de geschiedenis kan verliezen, en hoe snel dat kan gebeuren. Het zou duidelijk moeten zijn dat bijna iedere burger die ooit een goede bijdrage heeft geleverd en een goed opgevoed, evenwichtig mens is geworden, als kind waarschijnlijk een pak slaag heeft gekregen. Misschien zijn er enkele gevallen waarin dat niet zo was, maar gedurende de meeste generaties hadden ouders het gezonde verstand om hun kinderen een pak slaag te geven en hen te trainen. Daar zijn veel volwassen en evenwichtige mensen uit voortgekomen.

^p89

Misschien hebben sommige mensen hun kinderen mishandeld. Waarschijnlijk zijn sommige kinderen daardoor opgegroeid tot mensen met problemen, enzovoort. Maar weinig generaties hebben zoveel problematische jonge mensen gekend als onze generatie, of de generatie van onze kinderen. Misschien is het louter toeval, maar het valt ook samen met het feit dat mensen ermee ophielden hun kinderen een pak slaag te geven. Zodra het boek van dokter Spock populair werd en zei dat het ongezond was om een kind een pak slaag te geven, hebben een paar generaties kinderen grootgebracht met maar heel weinig discipline. Nu denken mensen die geen enkel contact hebben met de geschiedenis of met gezond verstand: ‘Een kind een pak slaag geven, dat is mishandeling.’

^p90

Mensen die ertegen zijn dat kinderen een pak slaag krijgen, zeggen zelfs: ‘Daarmee leer je het kind alleen maar gewelddadig te zijn. Je geeft het kind een voorbeeld van geweld.’ Nee, je leert het kind dat geweld niet aanvaardbaar is. Door iemand op een verstandige manier pijn te doen, leer je hem net zomin gewelddadig te zijn als een rechtbank een man leert mensen gevangen te zetten door hem naar de gevangenis te sturen. Wanneer een politieagent een misdadiger arresteert en hem in de gevangenis zet, leert dat de samenleving niet: ‘Wij mogen mensen ontvoeren, hen tegen hun wil vasthouden en hen in een kelder opsluiten.’ Dat is niet de boodschap. De boodschap is: als je kwaad doet, zal het recht je achterhalen, en dat zal pijn doen. Dat is de les. Kinderen leren niet gewelddadig te zijn doordat ze een pak slaag krijgen. Ze zouden gewelddadig kunnen leren zijn door naar mishandeling te kijken. Dat is een heel ander onderwerp.

^p91

Het punt hier is dat het hart niet onveranderlijk is. Het is kneedbaar. Het hart van ieder kind kan aanvankelijk vol dwaasheid zijn en door verstandig ouderschap tot iets beters worden gevormd. Dwaasheid kan uit het hart worden verdreven. Een hart kan natuurlijk afglijden. Harten veranderen. Je kunt niet zomaar aannemen dat je vastzit aan de persoonlijkheid waarmee je geboren bent en dat je nu eenmaal moet zijn zoals je bent. Je moet gewoon jezelf zijn. Maar wat als jezelf zijn iets lelijks en afschuwelijks is? Dan moet je niet jezelf zijn. Dan kun je maar beter iets anders van jezelf maken. Je kunt opnieuw gevormd worden.

^p92

> En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:2

^p93

[Vertalersnoot: de spreker voegt bij zijn parafrase van Romeinen 12:2 „en van uw hart” toe. De HSV noemt hier de vernieuwing van de „gezindheid”.]

^p94

Wat Salomo zegt, is dat het hart beheerst en gevormd moet worden. Het kan worden gecorrigeerd. Het kan verbeteren.

^p95

### 12. Het hart wordt nooit volmaakt rein

*34:34 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h12*

In Spreuken 20:9 zegt hij:

^p96

> Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
>
> — Spreuken 20:9

^p97

Het is duidelijk een retorische vraag. Impliciet is het een uitspraak die zegt dat niemand kan zeggen:

^p98

Ik heb mijn hart gereinigd; ik ben vrij van zonde.

^p99

Dit brengt enig evenwicht aan in wat we zojuist zeiden. Het hart kan beter worden, maar het kan in deze wereld niet volmaakt worden. Iemand die denkt dat hij boven de zonde verheven is, heeft eenvoudigweg geen zicht op zijn eigen hart. Iemand die besluit dat hij zonder zonde is en zichzelf volkomen rein heeft gemaakt, bedriegt zichzelf. Waarschijnlijk doet hij dat om verder zwaar werk te vermijden dat nog nodig is om zijn hart te vormen. Het vormen en bewaken van het hart is een levenslange verantwoordelijkheid.

^p100

Het is gemakkelijker als iemand zichzelf ervan kan overtuigen: ‘Ik heb al dat zware werk gedaan. Nu ben ik rein, ik ben volmaakt, ik ben goed en ik hoef niet meer te veranderen.’ Dan bedriegt hij zichzelf met de gedachte dat er geen zonde meer in hem zit. Wel, de zonde zit daar wel. De zonde wordt daarin geboren. Paulus heeft dat gezegd. Paulus zei:

^p101

> [15] Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet, want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik. [16] En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is. [17] Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbrengt, maar de zonde die in mij woont. [18] Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel , maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet. [19] Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. [20] Als ik nu dat doe wat ik niet wil, breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont. [21] Ik ontdek dus deze wet in mij : dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt. [22] Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. [23] Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is.
>
> — Romeinen 7:15-23

^p102

Iemand moet wijs genoeg zijn om te weten dat hij niet moet denken dat het werk gedaan is, alleen omdat hij zo ver is gekomen dat hij vooruitgang heeft geboekt, zijn drijfveren goed zijn, zijn waarden goed zijn, zijn moraal goed is en zijn overtuigingen goed zijn. Hij moet zijn waakzaamheid niet laten verslappen en zeggen: ‘Ik ben nu van al mijn zonde gereinigd. Ik heb al dat zware werk gedaan om mijzelf te hervormen, maar nu hoef ik niets meer te doen.’ Nee, er zal altijd meer te doen zijn, omdat daarbinnen altijd zonde aanwezig is. Niemand kan redelijkerwijs zeggen dat hij een stadium heeft bereikt waarin er geen zonde meer in zijn hart kan zijn en hij niet meer voor dat gevaar hoeft te vrezen.

^p103

### 13. Geef zelf richting aan je hart

*37:33 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h13*

In Spreuken 23:19 zegt Salomo:

^p104

> Jij, mijn zoon, luister, en word wijs, richt je hart op de weg van de Heere .
>
> — Spreuken 23:19

^p105

Ook hier geldt dus: jij stuurt je hart.

^p106

Het is jouw verantwoordelijkheid om je hart te sturen. Je volgt niet zomaar je hart. Je stuurt je hart. Als je je hart alleen maar volgt, moet je beseffen dat er verdorvenheid en dwaasheid in je hart zit. Je kunt niet zomaar op je hart vertrouwen. Er staat:

^p107

> Arglistig is het hart, boven alles, ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
>
> — Jeremia 17:9

^p108

Je volgt het dus niet zomaar. Je moet het sturen. Je moet kiezen hoe je hart zal zijn. Dat bevestigt dat het hart kneedbaar is. Het hart kan gevormd worden. Het is niet gewoon wat het nu eenmaal is, zodat je ermee moet leren leven. Het is iets waaraan je richting moet geven.

^p109

Maar hoe geef je richting aan je hart? In veel opzichten wordt het hart in de Bijbel beschouwd als de diepste kern van je drijfveren. Wat is er dan nog meer? Wat ligt nog dieper dan dat en kan er richting aan geven? Ik denk dat de wil als iets anders dan het hart wordt beschouwd. Het hart bestaat dan uit je gedachten, je emoties, je drijfveren, enzovoort. Maar daarnaast is er je wil. Je kunt zeggen: ‘Ik zie dat mijn gedachten, mijn emoties en zelfs mijn drijfveren niet zijn wat ze zouden moeten zijn. Maar ik kies ervoor mijn innerlijke leven een andere richting op te sturen. Ik kies ervoor de wapens op te nemen tegen de zondigheid en dwaasheid waarvoor mijn hart, naar ik zie, kiest. En ik kies ervoor dat te veranderen. Ik kies ervoor er de leiding over te nemen.’

^p110

In een gesprek hadden we het over mensen met bepaalde zondige emotionele patronen en gewoonten, over hun gedachteleven, enzovoort, en over de noodzaak daar eenvoudigweg de leiding over te nemen. We hadden het in het bijzonder over weigeren beledigd te zijn, en over het feit dat sommige mensen beledigd raken door de leer dat je moet weigeren beledigd te zijn. Ze denken: ‘Dat kun je niet doen. Je kunt niet gewoon tegen jezelf zeggen dat je niet beledigd moet zijn.’ En dan denk ik: ‘Wie kan dat niet? Kun je het niet, of wil je het niet?’ Als je het niet kunt, zeg je dan dat jij niet de leiding hebt over je eigen verstand en je eigen hart? En als jij dat niet hebt, wie dan wel? Iemand anders, aan wie jij dat ook maar toestaat.

^p111

### 14. Gods genade en onze innerlijke keuzes

*40:10 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h14*

Als jij niet de leiding neemt over je eigen hart en verstand, zal iemand anders er de leiding over nemen. Je moet eenvoudigweg je verantwoordelijkheid nemen en zeggen: ‘Het is mijn verantwoordelijkheid om mijn innerlijke leven zo te vormen dat het God behaagt.’ Nu doe ik dat niet helemaal op eigen kracht. Er staat:

^p112

> want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
>
> — Filippenzen 2:13

^p113

God werkt in je hart, maar Hij werkt met je samen. Hij geeft jou het rentmeesterschap. Jij kiest ervoor Hem wel of niet te vertrouwen. Jij kiest ervoor wel of niet lief te hebben. Jij kiest ervoor wel of niet nederig te zijn.

^p114

Wanneer je ervoor kiest nederig te zijn, geldt:

^p115

> Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift : God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.
>
> — Jakobus 4:6

^p116

Als je ervoor kiest Hem te eren, zal Hij jou eren. Als je ervoor kiest Hem te vertrouwen, zal Hij laten zien dat Hij betrouwbaar is en zal Hij je te hulp komen. Maar jij moet die keuzes maken. Als je er niet voor kiest liefdevol, geduldig, nederig en vol vertrouwen te zijn, enzovoort, op de manieren waarop je dat zou moeten zijn, dan komt iemand anders binnen en bepaalt die of jij al die dingen wel of niet zult zijn. Je omgeving zelf zal het voor je bepalen.

^p117

### 15. Warmbloedig leven: jezelf reguleren

*41:42 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h15*

Dat is het verschil tussen koudbloedige en warmbloedige dieren. Ik denk dat alles wat God in de natuur heeft gemaakt, als we erover nadenken, ons een of andere geestelijke les te leren heeft. Het is interessant dat God in dit specifieke opzicht twee soorten dieren heeft gemaakt. Er zijn vissen, amfibieën en reptielen waarvan het lichaam niet zijn eigen temperatuur opwekt. Ze nemen de temperatuur van hun omgeving aan. Daarom werkt het bekende voorbeeld van de kikker in de ketel zoals het werkt. De lichaamstemperatuur van de kikker past zich eenvoudigweg aan aan de temperatuur van datgene waarin hij zich bevindt, ook aan temperaturen die hem zullen doden. Hij voelt zich gewoon op zijn gemak. Hij heeft niets in zich wat bepaalt welke temperatuur hij zou moeten hebben. Hij is dus wat zijn omgeving van hem maakt, en hij voelt zich op zijn gemak in die omgeving en bij die temperatuur. God heeft die dieren niet geschapen met een inwendig systeem dat hun lichaamstemperatuur regelt.

^p118

Daarnaast zijn er zoogdieren en vogels die zo’n systeem wel hebben, en daar horen wij zelf ook bij. Ons lichaam handhaaft een bepaalde juiste temperatuur, behalve wanneer we ziek zijn. We kunnen buiten in de vrieskou zijn, of buiten bij een temperatuur van 115 graden Fahrenheit, en als we gezond zijn, blijft onze lichaamstemperatuur 98,6 graden Fahrenheit. De omgeving verandert onze lichaamstemperatuur niet. We reguleren die zelf. Daarvoor hebben we inwendige regelsystemen.

^p119

Als we ons dus in ijskoud water bevinden, krijgen we het koud, omdat de omgeving sterk afwijkt van de inwendige temperatuur die we reguleren. De vis die in ijskoud water zit, merkt daar niet eens iets van, omdat zijn lichaamstemperatuur gelijk is aan die van de omgeving. Als je bij extreem warm weer naar buiten gaat, of als je in een pot kokend water valt, raak je gebroeid en verbrand. Je zult pijn hebben, je zult het verschrikkelijk vinden en je zult er zo snel mogelijk uitspringen. Een kikker doet dat niet. Voor hem is er dus geen verschil tussen warm, koud of wat dan ook. Zijn lichaam heeft geen enkel referentiekader waarmee het zijn omgeving kan beoordelen. Maar dat van ons wel. Een temperatuur van 98,6 is de norm. Dat is ons referentiekader. Als we ons in temperaturen bevinden die voldoende lager zijn, kunnen we ons daardoor onbehaaglijk voelen. Als die veel hoger is, voelen we ons ook onbehaaglijk. Dat komt doordat God ons volgens mij biologisch zo heeft ontworpen dat we een geestelijke waarheid weerspiegelen. Er zijn mensen die hun eigen inwendige temperatuur, hun eigen geestelijke gesteldheid, hun eigen geestelijke hoedanigheid niet op peil houden. Ze gaan gewoon mee met hoe hun omgeving ook is, met welke groep ze ook omgaan, met wat de cultuur ook goedkeurt en met wat de maatschappij ook doet. Ze doen mee. Ze hebben geen enkel besef dat iets goed of verkeerd is. Het enige wat ze weten, is dat dit nu eenmaal gedaan wordt, dat we in deze maatschappij nu eenmaal zo denken en dat we ons nu eenmaal zo gedragen. Ze hebben vanbinnen niets wat hen in conflict brengt met wat dan ook, met welke omstandigheden dan ook, omdat ze vanbinnen geen enkele norm handhaven. Voor hen bestaat er geen norm. Ze zijn wat hun omgeving ook is.

^p120

### 16. Weerstand bieden aan je omgeving

*45:10 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h16*

Dan is er wat God van mensen eist dat ze zijn. Ze moeten zijn als warmbloedige dieren, die hun temperatuur inwendig regelen en daardoor het contrast waarnemen tussen wat zij zijn en behoren te zijn aan de ene kant, en wat hun omgeving is aan de andere kant. Er zijn mensen zoals Lot. Hoewel we hem in bepaalde opzichten iemand zouden noemen die compromissen sloot, wordt hij in de Bijbel de rechtvaardige Lot genoemd.

^p121

> — want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden —
>
> — 2 Petrus 2:8

^p122

Hij bevond zich in Sodom en nam die temperatuur zelf tot op zekere hoogte een beetje over, maar hij was er nog niet helemaal in opgegaan. Hij was niet volledig verdorven. Er was nog altijd iets in hem wat zei: „Dit voelt niet goed.” In 2 Petrus, hoofdstuk 2, staat:

^p123

> heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden
>
> — 2 Petrus 2:8

^p124

Zo is het met een christen die zijn hart onderhoudt zoals het behoort te zijn. Zo iemand bepaalt zelf wat hij zal goedkeuren. Hij kiest dat. Hij bepaalt of hij aanstoot zal nemen, of hij bang zal zijn, of hij boos zal zijn en of hij trots zal zijn. De verleiding tot die dingen hebben we niet in de hand. We leven in een wereld vol verleiding. Als ik naar buiten ga, wordt mijn lichaamstemperatuur ongetwijfeld als het ware verleid om te dalen. Maar mijn lichaamstemperatuur verzet zich daartegen. Ik word in zekere zin verleid om door en door te bevriezen. Dat zou waarschijnlijk gebeuren als de kou de overhand kreeg. Je kunt door en door bevriezen, maar dan moet je eerst sterven. Zolang je leeft, blijft je lichaam een bepaalde temperatuur handhaven. Maar je kunt sterven, en dan zal je lichaam de omgevingstemperatuur aannemen.

^p125

Het punt is dat je uit verschillende mogelijkheden kiest wat je houding en je stemming zullen zijn. Je moet daar leiding aan geven. Dat is jouw verantwoordelijkheid. Als je die verantwoordelijkheid verwaarloost, zal dat niet goed aflopen, want dan gaat iemand anders er de leiding over nemen. Dan gaat je omgeving dat voor je bepalen. Met je omgeving kan bijvoorbeeld de invloedrijkste persoon in je leven bedoeld worden: iemand thuis, op het kantoor waar je werkt of waar dan ook.

^p126

### 17. Heerschappij over je eigen geest

*47:33 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h17*

Hoewel dit niet voorkomt in het materiaal dat we zouden behandelen, wil ik, omdat we het er nu toch over hebben, wijzen op Spreuken 25:28. Daar staat:

^p127

> Zoals een opengebroken stad zonder muur, zo is een man die zijn geest niet in bedwang houdt.
>
> — Spreuken 25:28

^p128

Er wordt van je geëist dat je heerschappij voert over je eigen geest. Dat is jouw verantwoordelijkheid. Je eigen geestelijke leven is jouw verantwoordelijkheid. Zonder de genade van God en zonder de Geest van God kun je dat eigenlijk niet goed doen. Maar als christen ben je niet zonder de genade van God en ben je niet zonder de Geest van God. Dat betekent dat je volledig verantwoordelijk bent. Het is daarom jouw verantwoordelijkheid om door de Geest te wandelen, in genade te wandelen, op God te vertrouwen en voor rechtvaardige gedachten en houdingen te kiezen. Je moet heerschappij voeren over je eigen geest.

^p129

Als je dat niet doet, bevind je je in een toestand die wordt vergeleken met een stad waarvan de muren zijn afgebroken. In de oudheid waren de muren van een stad er natuurlijk om indringers buiten te houden. Daar dienen muren voor. Als er een bres in de muren wordt geslagen, als de muren instorten, kan iedereen de stad binnenvallen. Er is geen verdediging. De stad zal zichzelf niet langer kunnen besturen. Uiteindelijk zal zij bestuurd worden door de sterkste aanvaller die haar aanvalt, omdat er geen muren zijn om dat te verhinderen. De persoon die geen heerschappij over zijn geest wil voeren, zal zijn geest dus door iemand of iets anders laten beheersen. Dat is wat Spreuken leert, en dat is natuurlijk waar: wat je je ware zelf noemt, is in werkelijkheid je hart.

^p130

### 18. Het freudiaanse onbewuste en het hart

*49:18 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h18*

Nog een ander punt is dat het tegenwoordig populair is onder mensen die boeken over christelijke psychologie schrijven om wereldse ideeën over de aard van de mens over te nemen en daar vervolgens steun voor te proberen te vinden in de Schrift. We hebben het gehad over het hart, en een van de populairste en hardnekkigste denkbeelden in de wereldse psychologie is een denkbeeld van Sigmund Freud over het onbewuste. We nemen bijna vanzelfsprekend aan dat het bestaat, hoewel Freud degene was die het in de negentiende eeuw heeft bedacht. Het is dus eigenlijk een nieuw idee dat mensen een onbewuste hebben. De reden waarom ik dit ter sprake breng, is dat veel christenen, wanneer ze dit denkbeeld van het onbewuste proberen te verdedigen, zouden zeggen dat dit eigenlijk is waar de Bijbel het over heeft wanneer die over het hart spreekt. Wanneer de Bijbel zegt:

^p131

> [6] Eet niet het brood van hem die niemand iets gunt, en wees niet belust op zijn smakelijke gerechten. [7] Want zoals hij bedacht heeft bij zichzelf, zo zal hij tegen u zeggen: Eet en drink, maar zijn hart is niet bij u. [8] Uw stuk brood , dat u gegeten hebt, zou u uitspuwen, uw aangename woorden zou u verspillen.
>
> — Spreuken 23:6-8

^p132

dan is het woord ‘hart’ daar volgens hen het onbewuste waar Freud over sprak. Wat is het onbewuste of het onderbewustzijn? We gebruiken deze termen heel vrij in gesprekken, alsof het een bewezen werkelijkheid is dat mensen een onbewuste hebben. Wanneer mensen zeggen: ‘Ik deed dit onbewust,’ of: ‘Ik deed dat onbewust,’ bedoelen ze vaak eigenlijk: ‘Ik dacht op dat moment gewoon niet na.’ Dat is niet hetzelfde.

^p133

Bij Freud is het onbewuste een opslagplaats van alle ervaringen die je sinds je kindertijd ooit hebt gehad, vooral de ervaringen uit de eerste zeven jaar van je leven. Je hebt herinneringen die eigenlijk geen herinneringen zijn, omdat je ze je niet kunt herinneren. Alle ervaringen zijn geprogrammeerd in dit gebied van je persoonlijkheid dat het onbewuste wordt genoemd en waarvan je je niet bewust kunt zijn. Je kunt je er niet bewust van zijn. Je kunt je op geen enkele natuurlijke manier de dingen herinneren die daarin zitten. Freud geloofde dat je ongebruikelijke methoden moest gebruiken, zoals hypnose en bepaalde andere technieken, misschien vrije associatie, inktvlektests, droomanalyse en dat soort dingen. Dit soort technieken zou onthullen wat je langs natuurlijke weg niet over je onbewuste te weten kunt komen: de inhoud van dit reservoir van ontoegankelijke herinneringen, die volgens Freud je hele persoonlijkheid en gedrag bepalen.

^p134

### 19. Kritiek op Freud en de psychologie

*51:55 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h19*

De reden waarom je je gedraagt zoals je je gedraagt, is dat je in je onbewuste seksuele agressie hebt waarvan je je niet bewust bent. Er is zelfs het zogenaamde oedipuscomplex dat eerder ter sprake kwam: dat ieder kind de ouder van hetzelfde geslacht wil doden en met de ouder van het andere geslacht naar bed wil. Door dat te bedenken heeft Freud ons veel over zichzelf verteld. Hij heeft mij niet veel over mijzelf verteld, want ik heb nooit ook maar enige belangstelling voor zoiets gehad. Het klinkt walgelijk voor mij, en naar ik aanneem voor de meeste normale mensen. Het feit dat Freud dacht dat ieder mens dat heeft, vertelt je heel veel over hem. Hij moet dat kennelijk zelf hebben gevoeld, anders zou hij niet denken dat ieder mens dat deed.

^p135

Zo zijn psychologen vaak. Ze kijken naar hun eigen verdorvenheid en nemen aan: ‘Ik ben normaal, dus iedereen is zo.’ Vervolgens beginnen ze te generaliseren. Dan vinden ze iemand anders die er ook zo over denkt, en dus zien ze dat als een bevestiging. De psychologie zegt vaak dat alle normale mensen met dit of dat rondlopen. Hoe ken je alle normale mensen? Wie heb je onderzocht? ‘Mijn patiënten.’ Zijn je patiënten normale mensen? Waarom zijn het dan patiënten? Waarom gaan ze naar een psychiater als ze normaal zijn? Normale mensen gaan niet naar psychologen. Mensen met bijzondere problemen gaan naar psychiaters. Ze behandelen een hele groep mensen die problemen hebben en stellen vast dat normale mensen zo zijn, omdat dat de enige mensen zijn die ze hebben kunnen onderzoeken. Ze onderzoeken geen mensen die niet naar hen toe komen.

^p136

Psychologie is zo’n onwetenschap. In veel gevallen is het ook onzin, hoewel de psychologie wel met enkele verstandige dingen komt en er enkele dingen worden waargenomen die ze toevallig juist hebben. Zelfs een stilstaande klok geeft tweemaal per dag de juiste tijd aan. Iedereen die mensen observeert, zal sommige dingen juist hebben. Ik moet toegeven dat de psychologie sommige dingen zegt waarmee ik het niet oneens kan zijn, en sommige daarvan stemmen zelfs overeen met de Bijbel. Maar de fundamentele dingen die de verschillende psychologische scholen maken tot wat ze zijn — bijvoorbeeld het freudianisme — zijn niet Schriftuurlijk. Mensen die christelijke freudianen zijn, proberen die dingen in de Schrift te vinden.

^p137

### 20. De theorie van verborgen herinneringen

*54:17 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h20*

Het onbewuste is dus zogenaamd de opslagplaats van al die niet-herinnerde herinneringen waar je niet bij kunt. Ze bepalen je gedrag. De problemen die je hebt, zijn het gevolg van wat daarin zit, maar je weet niet wat daarin zit. Je kunt denken en denken en denken, maar je zult het je nooit herinneren, omdat het in een andere categorie valt dan het bewustzijn.

^p138

In de film Awakenings speelde Robert De Niro een patiënt in een waargebeurd verhaal. Robert De Niro en Robin Williams speelden erin. Het is een geweldige, fantastische, zeer ontroerende film. Het is een waargebeurd verhaal over een bepaald soort vreemde patiënt die korte tijd geholpen werd door een bepaalde arts die vandaag de dag nog steeds in New York woont. Het is zeer aangrijpend, een van mijn favoriete films.

^p139

Robert De Niro speelt deze patiënt, die tegen zijn wil in dit ziekenhuis is opgesloten omdat hij werkelijk een ernstig probleem had. Inmiddels is hij hersteld, of hij denkt dat hij hersteld is. Hij heeft nog wat problemen, maar hij is veel normaler dan vroeger. Hij zit voor het bestuur van het ziekenhuis en zegt: „Ik wil gewoon naar buiten, net als normale mensen. Ik wil gewoon naar buiten en in de zon wandelen. Ik wil relaties hebben.” Een van de vrouwelijke psychologen die daar zitten, zegt: „Beseft u hoeveel onbewuste agressie u op dit moment vertoont?” Hij zegt: „Als die onbewust is, hoe zou ik dat dan kunnen weten? Hoe kan ik me daarvan bewust zijn?”

^p140

Dat is nu juist het punt. De definitie van de onbewuste geest is juist dat je je er niet bewust van kunt zijn. Alleen je therapeut weet ervan, en hij weet het alleen door dingen te doen als je dromen analyseren, je hypnotiseren en cocaïne en dergelijke gebruiken, zoals Freud deed. Hij gebruikt drugs om naar boven te halen wat zich in de onbewuste geest bevindt. Het is verbazingwekkend hoeveel christenen eenvoudigweg hebben aangenomen dat dit waar is. Besef je dat? Zelfs een groot aantal moderne seculiere psychiaters gelooft tegenwoordig niet meer in de onbewuste geest. Het is een freudiaans idee dat veel mensen hebben losgelaten. Freuds jongere medewerker, Carl Jung, breidde dat uit tot het idee van het collectief onbewuste: dat de hele mensheid een collectief onbewuste heeft, en dat wij allemaal handelen vanuit dingen die onze voorouders hadden, zelfs onze evolutionaire voorouders, die niet eens volledig menselijk waren. De reden dat wij allemaal dromen waarin we bang zijn dat we vallen, en angstig wakker worden door het gevoel dat we vallen, is dat onze voorouders aapachtige mensen waren die hoog in bomen leefden. Ze waren altijd bang dat ze in hun slaap zouden vallen en door een sabeltandtijger zouden worden opgegeten. Dat bevindt zich in het collectief onbewuste van de mensheid, en het komt naar buiten in onze dromen, enzovoort. Jung ging daarmee die kant op, maar hij begon als medewerker van Freud en werkte vervolgens dit idee van de onbewuste geest verder uit.

^p141

### 21. Het Bijbelse hart is niet onbewust

*57:24 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h21*

Het punt is dat niets in de Bijbel erop wijst dat er zo’n onbewuste geest bestaat. Als die wel bestond, en als wij ons er niet bewust van zijn en dat ook niet kunnen zijn, hoe zouden wij er dan verantwoordelijk voor kunnen zijn? In de Bijbel wordt die beslist niet gelijkgesteld aan het hart. Christelijke psychologen schrijven hier voortdurend boeken over en gaan daarbij uit van de freudiaanse onbewuste geest. Vervolgens gebruiken ze Schriftgedeelten over het hart van de mens en zeggen ze: „Nou, kijk, dit gaat daarover, en dit gaat daarover.” Nee, dat is niet zo. Er is geen enkele plaats in de Bijbel waar het hart betrekking heeft op iets wat een onbewust gebied is.

^p142

Zelfs dat bekende Schriftwoord spreekt erover:

^p143

Zoals hij in zijn hart denkt, zo is hij. [Vertalersnoot: Gregg citeert en ontleedt hier de formulering van zijn Engelse Bijbelvertaling; de HSV heeft: „zoals hij bedacht heeft bij zichzelf, zo zal hij tegen u zeggen”.] Hij denkt in zijn hart. Hij is zich daar niet onbewust van. Hij weet wat hij denkt. Hij weet wat zijn motieven zijn. Alleen jij weet dat niet. Die vrek nodigt je uit. Hij weet waarom hij dat heeft gedaan. Hij weet wat zijn motieven zijn. Hij voert iets in zijn schild. Wat er wordt gezegd, is dat jij niet weet wat hij in zijn schild voert. Het is niet zo dat hij zich daar onbewust van is.

^p144

In Spreuken, hoofdstuk 14, vers 10, staat:

^p145

> Het hart kent zijn eigen bitterheid, en een vreemde kan zijn blijdschap niet delen.
>
> — Spreuken 14:10

^p146

Dat wil zeggen dat er innerlijke emoties van het hart zijn, bitterheid en vreugde, waaraan niemand anders deel kan hebben. Het is gewoon jouw innerlijke werkelijkheid. Je ervaart een of andere onverklaarbare vreugde in God. Zelfs tijdens beproevingen kun je vreugde ervaren. Iemand van buitenaf kan daar niet aan deelnemen, omdat het uitsluitend gaat om wat er in jouw hart gebeurt.

^p147

Met bitterheid is het hetzelfde. Je kunt bitterheid van hart hebben, en je hart weet ervan, maar buitenstaanders niet. Het idee is dat je emotionele toestand in wezen een innerlijke werkelijkheid is die zich in je hart afspeelt, en jij weet ervan. Je hart weet wat daarbinnen gebeurt. Het is zich daar niet onbewust van.

^p148

Ik zeg dat alleen maar om duidelijk te maken dat ik uiteraard mijn twijfels heb over het bestaan van Freuds onbewuste. Zoiets zou kunnen bestaan, maar de Bijbel bevestigt dat niet. Dat is het punt dat ik maak. Persoonlijk betwijfel ik of die bestaat, maar als die wel bestaat, kan niet worden gezegd dat dit in de Schrift wordt geleerd. De Bijbel gebruikt het woord „hart” niet op die manier, hoewel sommige mensen dat graag zouden willen.

^p149

Ik betwijfel ernstig of het werkelijk waar is. Want als het waar is, is het een van de belangrijkste geestelijke ontdekkingen die nodig zijn om ons eigen geestelijke gedrag te begrijpen. Het zou heel vreemd zijn als God van zoiets wist en het ons niet vertelde, terwijl Hij er in Zijn Woord zoveel aandacht aan heeft besteed om te openbaren hoe wij ons geestelijke leven moeten leiden, enzovoort. Als Hij ons geen enkele aanwijzing zou geven dat er dit hele gebied bestaat waarvoor we naar een psychiater moeten gaan, zou dat een vreemde weglating van Gods kant zijn. Want dat zou juist datgene zijn wat alles bepaalt, en toch wordt het volledig buiten beschouwing gelaten.

^p150

### 22. Bijbelse raad voor het innerlijke leven

*1:00:56 — https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#h22*

Als het onbewust is, draag je er niet dezelfde morele verantwoordelijkheid voor. De Bijbel gaat er overal van uit dat je weet wat er in je hart is, of dat je dat op zijn minst kunt weten. Misschien ben je zo oppervlakkig dat je niet eens nadenkt over wat er in je hart omgaat. Je leeft gewoon zonder na te denken — een leven dat niet onderzocht wordt en niet de moeite waard is om geleefd te worden. Maar wat er in het hart is, is in elk geval voor jou toegankelijk. Je kunt je hart onderzoeken, en dat zou je ook moeten doen. Je zou het moeten beheersen, vormen, gestalte geven, leiden, bevelen en bewaken. Dat zijn de dingen die Salomo zegt.

^p151

We zullen toekomen aan specifieke innerlijke werkelijkheden: depressie, afgunst, jaloezie, wrok en boosheid. Dit zijn kwesties waarvoor mensen daadwerkelijk naar therapeuten gaan. Dit zijn de dingen waarvoor mensen naar hulpverleners gaan. Gelukkig is ons de hele raad van God hierover gegeven. Deze kwesties worden door God Zelf behandeld. Als je ooit voor die dingen naar een hulpverlener gaat, kan hij je op zijn best vertellen wat God al heeft gezegd en het daarin met God eens zijn. Want God kent het geestelijke leven beslist beter dan anderen.

^p152

Bedenk dat de Bijbel zegt:

^p153

> Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters,
>
> — Psalmen 1:1

^p154

Veel van de raad die therapeuten geven, is voortgekomen uit goddeloze mensen. Bedenk dat Paulus zei:

^p155

> Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.
>
> — 1 Korinthe 2:14

^p156

Het zou verrassend zijn als ware geestelijke feiten over christelijke spiritualiteit ontdekt waren door mensen die God haatten, zoals Freud.

^p157

Freud haatte God inderdaad. Hij haatte God en hij haatte het christendom. Dat was heel duidelijk. Als kind nam hij zich voor dat hij het christendom zou vernietigen, omdat twee mannen van wie hij dacht dat ze christenen waren, zijn vader hardhandig hadden aangepakt omdat hij Joods was, en zijn vader zich niet had verdedigd. Freud koesterde wrok tegen het christendom en zwoer dat hij het zou vernietigen. Hij kwam daar een heel eind mee. Hij deed er veel moeite voor, en hij veranderde beslist de manier waarop de westerse beschaving over geestelijke zaken denkt: van een christelijke visie naar een freudiaanse visie. Daarin was hij beslist zeer succesvol.

^p158

Hij en Darwin, Marx en enkele anderen hebben meer gedaan dan de hele rest van de wereld om de visie van de westerse beschaving te veranderen van een christelijk standpunt naar een heidens standpunt. Maar gelukkig hebben we het Woord van God. Wanneer we iets willen weten over kwesties als depressie, bezorgdheid, afgunst, wrok en boosheid, is daarover informatie van God. We hoeven niet naar de goddelozen te gaan en naar hun raad te leven.

^p159

## Bijbelteksten in deze lezing

- [1 Samuel 16:7](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#1-samuel-16-7)
- [Mattheüs 23:27-28](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#mattheus-23-27-28)
- [Spreuken 15:8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-15-8)
- [Mattheüs 12:34](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#mattheus-12-34)
- [Spreuken 4:23](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-4-23)
- [Spreuken 23:6-8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-23-6-8)
- [Spreuken 24:12](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-24-12)
- [Spreuken 26:23](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-26-23)
- [Spreuken 26:24](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-26-24)
- [Spreuken 26:25](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-26-25)
- [Spreuken 27:19](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-27-19)
- [2 Korinthe 13:5](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#2-korinthe-13-5)
- [Spreuken 14:14](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-14-14)
- [Deuteronomium 6:5](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#deuteronomium-6-5)
- [Hebreeën 3:12](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#hebreeen-3-12)
- [Hebreeën 3:1](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#hebreeen-3-1)
- [Spreuken 22:15](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-22-15)
- [1 Samuel 3:13](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#1-samuel-3-13)
- [Romeinen 12:2](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#romeinen-12-2)
- [Spreuken 20:9](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-20-9)
- [Romeinen 7:15-23](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#romeinen-7-15-23)
- [Spreuken 23:19](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-23-19)
- [Jeremia 17:9](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#jeremia-17-9)
- [Filippenzen 2:13](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#filippenzen-2-13)
- [Jakobus 4:6](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#jakobus-4-6)
- [2 Petrus 2:8](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#2-petrus-2-8)
- [Spreuken 25:28](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-25-28)
- [Spreuken 14:10](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#spreuken-14-10)
- [Psalmen 1:1](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#psalmen-1-1)
- [1 Korinthe 2:14](https://versvoorvers.org/spreuken/zaken-van-het-hart-deel-1#1-korinthe-2-14)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.