---
title: "Spreuken Voedsel en wijn"
book: "Spreuken"
book_slug: "spreuken"
passage: "Spreuken Voedsel en wijn"
passage_en: "Proverbs: Food and Wine"
episode: 27
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-13"
duration: "PT58M7S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Spreuken Voedsel en wijn», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Spreuken Voedsel en wijn

> Eten en wijn: genieten met zelfbeheersing

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over eten, wijn en de noodzaak om lichamelijke verlangens te beheersen. Hij legt uit dat God voedsel, drinken en andere genoegens heeft gegeven om dankbaar van te genieten, maar dat goede verlangens tot zonde kunnen leiden wanneer je ermee instemt ze buiten de grenzen te bevredigen die God ervoor stelt. Aan de hand van verschillende spreuken waarschuwt hij voor gulzigheid, genotzucht en de financiële, lichamelijke en morele gevolgen daarvan. Ook betoogt hij dat matig alcoholgebruik niet verkeerd hoeft te zijn, maar dat dronkenschap en andere middelen die het beoordelingsvermogen aantasten vermeden moeten worden.

## Hoofdstukken

1. [Onbesmet blijven van de wereld](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h1) — 0:02
2. [De begeerte van het vlees verklaard](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h2) — 3:27
3. [Lichamelijke verlangens zijn niet zondig](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h3) — 6:03
4. [Genieten van Gods goede gaven](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h4) — 8:18
5. [De strijd tussen verstand en vlees](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h5) — 11:18
6. [Hoe begeerte tot zonde en dood leidt](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h6) — 15:34
7. [Verzoeking onderscheiden van zonde](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h7) — 17:37
8. [Genotzucht en gulzigheid](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h8) — 20:59
9. [Voedsel als verleiding en machtsmiddel](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h9) — 24:57
10. [Daniël en het beheersen van de eetlust](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h10) — 26:50
11. [Honing en de noodzaak van matigheid](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h11) — 29:03
12. [Een volle buik en dwaas zelfvertrouwen](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h12) — 31:47
13. [Middelen die het bewustzijn veranderen](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h13) — 34:49
14. [Matig alcoholgebruik en zijn grens](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h14) — 36:22
15. [Ervaringen met te veel alcohol](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h15) — 38:39
16. [Wijngebruik en de gevaren van verslaving](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h16) — 43:28
17. [De verwoestende gevolgen van alcohol](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h17) — 47:57
18. [Alcohol als verdovend geneesmiddel](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h18) — 50:29
19. [Een helder oordeel bewaren](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h19) — 54:03
20. [Eten en drinken tot eer van God](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h20) — 55:35

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#p<n>.

### 1. Onbesmet blijven van de wereld

*0:02 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h1*

We naderen het einde van onze serie over Spreuken. Er zijn veel afzonderlijke spreuken die we niet hebben bekeken en waar we misschien niet aan toekomen, omdat het wellicht unieke uitspraken zijn. Misschien moet ik uiteindelijk eens een lezing maken van alle restjes, van de spreuken die niet in een van de andere categorieën vallen. Maar we kijken naar de onderwerpen die in Spreuken vaak aan de orde komen, en we hebben een zeer groot deel ervan behandeld.

^p1

Wat nog overblijft, is een categorie die ik het vermijden van de valstrikken van de wereld zou noemen. We hebben een gedeelte gehad waarin we keken naar wat hij zei over wijsheid, wat hij zei over een leven waarin je je van God bewust bent, en wat hij zei over onze stemmingen en houdingen en over zaken van het hart. We hebben uitvoerig gekeken naar verschillende dingen die Spreuken zegt over uiteenlopende menselijke relaties. Nu komen we bij de kwestie hoe je onbevlekt door de wereld kunt blijven.

^p2

In Jakobus staat dat de werkelijk zuivere en onbevlekte godsdienst voor God deze is:

^p3

> De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.
>
> — Jakobus 1:27

^p4

En de wereld omvat, zoals we uit 1 Johannes weten, drie categorieën. In 1 Johannes, hoofdstuk 2, vers 15 tot en met 17, zegt Johannes:

^p5

> [15] Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. [16] Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. [17] En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
>
> — 1 Johannes 2:15-17

^p6

De dingen van de wereld zijn dus in strijd met de dingen van God. Wie de wereld liefheeft, heeft God niet lief. Jakobus zegt zelfs:

^p7

> Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van God aangemerkt.
>
> — Jakobus 4:4

^p8

Nu betekent de wereld in dit geval natuurlijk een bepaalde, specifieke verzameling dingen die in 1 Johannes de wereld worden genoemd. Alles wat in de wereld is, zei hij, is de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven.

^p9

Het woord ‘wereld’ kan vanzelfsprekend verschillende dingen betekenen. Soms is het iets wat we moeten liefhebben.

^p10

> Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
>
> — Johannes 3:16

^p11

Daarmee worden duidelijk de mensen van de wereld bedoeld. God houdt van de wereldbevolking. Maar wanneer we in negatieve zin over de wereld spreken, over datgene wat we niet mogen liefhebben, gaat het over het systeem: het wereldse systeem van de samenleving, met zijn verlangens en drijfveren. Dat staat onder het gezag van degene die de vorst van deze wereld of de god van deze wereld wordt genoemd. Dat is natuurlijk satan. Er bestaat dus dat systeem dat satan gehoorzaamt, dat systeem dat sinds de zondeval de wereldse samenleving vertegenwoordigt en dat in strijd is met God.

^p12

### 2. De begeerte van het vlees verklaard

*3:27 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h2*

Johannes noemt drie drijfveren, en we vinden ze alle drie in Spreuken. Het zijn de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven. Naar mijn mening valt elke verleiding, elke zonde, in een van deze categorieën. Hoogmoed kan natuurlijk een overkoepelende categorie zijn waaronder een groot aantal dingen valt die niet onder de andere twee categorieën vallen.

^p13

Maar de begeerte van het vlees en de begeerte van de ogen: wat zijn die twee dingen? Je vlees is je... nou ja, theologen zouden hierover van mening verschillen. Sommigen zouden zeggen dat je vlees je gevallen natuur is. En in sommige passages in de Schrift is dat zeker zo: gewoon de gevallen natuur. Maar in veel gevallen betekent het vlees in de Bijbel gewoon je lichaam. Je lichaam is vlees. Net als het woord ‘wereld’ wordt het woord ‘vlees’ in de Schrift op verschillende manieren gebruikt. Soms betekent het alle mensen. ‘Alle vlees’ betekent de hele mensheid of alle levende mensen. Maar het vlees kan in sommige contexten je lichaam betekenen, terwijl het in andere gevallen je gevallen natuur kan betekenen.

^p14

In dat laatste geval staat er bijvoorbeeld in Galaten, hoofdstuk 5:

^p15

> De werken van het vlees zijn duidelijk; dit zijn:
>
> — Galaten 5:19

^p16

en dan noemt hij een heleboel dingen op die lang niet allemaal lichamelijke dingen zijn. Sommige daarvan zijn dingen als hekserij en afgunst, die niets te maken hebben met lichamelijke begeerten. Ze hebben te maken met de gevallenheid van de natuur.

^p17

Maar ik geloof dat Johannes, wanneer hij uiteenzet welke dingen in de wereld zijn en ‘de begeerte van het vlees’ zegt, de begeerten van ons lichaam bedoelt. Ons lichaam heeft bepaalde verlangens. Die zijn ingebouwd. Ze worden door onze klieren veroorzaakt. Het zijn in feite verlangens naar dingen waar we in veel gevallen niet zonder kunnen leven, en daarom hebben we die verlangens.

^p18

Toen God mensen maakte, net zoals toen Hij dieren maakte, maakte Hij mensen en dieren met verlangens naar bepaalde dingen die noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van het individu of van de soort. Ik zeg ‘of van de soort’, omdat seksueel verlangen nodig is voor het voortbestaan van schepselen die zich geslachtelijk voortplanten. Voor het voortbestaan van het individu is het echter niet nodig. Ieder individu kan zonder seks in leven blijven, maar de soort kan zonder seks niet voortbestaan. Vanwege de noodzaak dat de soort blijft voortbestaan, heeft God dus bij mensen en dieren instincten tot seksuele aantrekking ingebouwd.

^p19

### 3. Lichamelijke verlangens zijn niet zondig

*6:03 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h3*

Maar er zijn andere behoeften van het lichaam die werkelijk noodzakelijk zijn voor het persoonlijke voortbestaan. Voedsel bijvoorbeeld, drinken en slaap: dat zijn dingen waar ons lichaam naar verlangt. Als het lichaam die niet krijgt, wil het er meer van, omdat het weet dat het ze nodig heeft.

^p20

Een verlangen naar voedsel, een verlangen naar drinken, een verlangen naar slaap en zelfs een verlangen naar seks: die zijn niet het gevolg van de zondeval. Ze zijn het gevolg van Gods ontwerp. Niet noodzakelijkerwijs het verlangen naar alcoholische drank, maar wel de dorst naar het vocht dat het lichaam nodig heeft, evenals het verlangen naar vast voedsel. Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar ik ben bang dat het dat niet is. Te veel mensen beseffen niet dat deze verlangens van het lichaam op zichzelf niet verdorven zijn.

^p21

God wil dat we van ons eten genieten. Hij wil dat we genieten van de dingen die Hij voor ons heeft gemaakt. Dat staat in 1 Timotheüs, hoofdstuk 6. In vers 17 staat:

^p22

> Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten;
>
> — 1 Timotheüs 6:17

^p23

God geeft ons dingen om van te genieten. Sommige mensen denken dat het de duivel is die wil dat we van ons aardse leven genieten, en dat God wil dat we als monniken leven. Dat Hij wil dat we ascetisch leven. Dat Hij wil dat we onszelf alles ontzeggen wat plezierig is, omdat dát geestelijk zou zijn. Dat is niet zo.

^p24

Ook staat er in 1 Timotheüs, hoofdstuk 4, vers 4:

^p25

> [4] Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. [5] Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed.
>
> — 1 Timotheüs 4:4-5

^p26

Daarmee bedoelt hij deze eetbare schepselen.

^p27

In vers 3 van dat hoofdstuk zegt hij:

^p28

> Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden.
>
> — 1 Timotheüs 4:3

^p29

### 4. Genieten van Gods goede gaven

*8:18 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h4*

Het is de bedoeling dat we dankbaar zijn en genieten van wat God ons heeft gegeven. Hij heeft ons alle dingen rijkelijk gegeven om ervan te genieten. Toen Hij Adam en Eva maakte, gaf Hij hun een paradijs om in te wonen, waarvan Hij hoopte dat ze zouden genieten. Hij maakte veel dingen aangenaam voor het oog, voor het gehemelte en voor het lichaam. Hij maakte het lichaam zo dat het zou genieten van bepaalde dingen die het nodig heeft. Eerlijk gezegd is dit de goedheid van God, want Hij had dat niet hoeven doen. Hij had gewoon kunnen zeggen: ‘Luister, je moet eten om in leven te blijven. Daarom gebied Ik je te eten, of je het nu prettig vindt of niet. Of Ik gebied je om je voort te planten. Nee, het zal niet aangenaam zijn. Je moet het doen.’ God had het zo kunnen doen, en wie had Hem kunnen tegenhouden?

^p30

In plaats daarvan besloot Hij die dingen aangenaam te maken, juist de dingen die het noodzakelijkst zijn. Daarom heeft Hij ons lichaam voorzien van chemische processen, klieren en zenuwen waardoor het van sommige daarvan geniet. Het probleem is natuurlijk dat ons lichaam dom is. Ons verstand moet het leiden. Onze ziel moet bepalen wat we ons lichaam wel en niet toestaan te doen. Ons lichaam is eigenlijk als een dier en volgt gewoon zijn begeerten. Daardoor wil het lichaam zich vaak op ongepaste momenten en op ongepaste manieren overgeven aan wat het aangenaam vindt. Het heeft gewoon verlangens. Het lichaam heeft geen onderscheidingsvermogen. Daarom moet het lichaam beheerst worden.

^p31

Paulus zei:

^p32

> Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.
>
> — 1 Korinthe 9:27

^p33

In 1 Korinthe 9 zegt hij in vers 27:

^p34

Maar ik houd mijn lichaam in bedwang en zorg dat het doet wat ik wil, zodat ik niet zelf word afgekeurd nadat ik tot anderen heb gepreekt.

^p35

Paulus zegt: ‘Ik moet mijn lichaam aan mij onderwerpen.’ Waarom? Omdat het lichaam, dat een zegen is en in staat is te genieten van de goede dingen die God heeft gegeven, ook in staat is die genoegens te zoeken buiten de grenzen die God ervoor had bedoeld.

^p36

Daarom kan men ook te veel of op de verkeerde plaats genieten van voedsel, drinken, slaap en seks, hoewel God heeft bepaald dat deze dingen op hun juiste plaats genoten mogen worden. Zo kunnen de wereld en haar verlangens — de begeerten van het vlees, de verlangens van het lichaam — de gelovige verstrikken. En dat geldt ook voor mensen die geen gelovigen zijn. Het verschil is dat ongelovigen zich er minder druk om maken of ze in die dingen verstrikt zijn of niet. Want zoals Paulus het verwoordde: voordat we christenen waren, wandelden we overeenkomstig de verlangens van het vlees en van het verstand.

^p37

### 5. De strijd tussen verstand en vlees

*11:18 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h5*

Ik wil hierop wijzen voordat we ingaan op de bijzonderheden van Spreuken. In Efeze 2:2–3 staat:

^p38

> [2] waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, [3] onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.
>
> — Efeze 2:2-3

^p39

Dat wil zeggen: voordat we christenen waren, leefden ook wij volgens de leefwijze van deze wereld en volgden wij de aanvoerder van de macht in de lucht, die nog steeds werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid.

^p40

Wij zijn niet meer de zonen van de ongehoorzaamheid, maar dat waren we ooit wel. Ooit waren we zoals zij.

^p41

Toen we geen christenen waren, wandelden we dus overeenkomstig de loop van deze wereld. Daarmee vervulden we destijds de begeerten van ons vlees en van ons verstand. Dat is belangrijk om op te merken, want wat hij zegt, is dat we in die tijd, toen we deden wat ons vlees wilde, ook deden wat ons verstand wilde. De begeerten van ons vlees en de begeerten van ons verstand waren met elkaar in overeenstemming. Maar als je in Romeinen hoofdstuk 7 kijkt, spreekt Paulus over het conflict dat de christen nu heeft. Want de christen wil nu met zijn verstand niet zondigen, maar het vlees wil dat nog steeds wel. Hij zegt in Romeinen 7:19:

^p42

> Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
>
> — Romeinen 7:19

^p43

Hij zegt dat er nu twee soorten verlangens zijn. Er is de wet van mijn verstand. Dat is wat ik in mijn innerlijke mens verlang, en dat stemt overeen met de wet van God. Naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God. De wet die mijn verstand omarmt, is de wet van heiligheid en gerechtigheid, en die stemt nu overeen met Gods wet. Waarom? Ik ben een christen. Ik heb mij bekeerd. Ik ben van gedachten veranderd.

^p44

Toen ik als ongelovige zondigde, vervulde ik inderdaad de begeerten van mijn vlees, maar het was ook de vervulling van de begeerten van mijn verstand. Mijn verstand keurde het goed. Maar ik ben van gedachten veranderd. Wat ik niet heb veranderd, is mijn vlees. Bekering is een verandering van gedachten, maar het is geen verandering van je vlees. Dat verandert pas bij de opstanding. Wat we nu hebben, is een conflict dat vroeger niet bestond. Als niet-christen kan iemand overeenkomstig de begeerten van zijn vlees leven, zonder dat die in strijd zijn met zijn verstand. Zijn verstand stemt ermee in.

^p45

Wanneer je christen wordt en van gedachten verandert, zeg je voortaan: ‘Goed, ik erken nu dat de wet van God goed is.’ De wet in mijn vlees, de beginselen die mij door mijn vleselijke begeerten meetrekken, staat daartegenover. Ik ervaar nu een conflict tussen twee soorten verlangens: dat wat mijn verstand omarmt, namelijk de wet van God, en dat wat mijn vlees altijd heeft omarmd, namelijk het verlangen om alleen zichzelf te behagen.

^p46

Dit is het conflict. Salomo neemt aan dat zijn zoon deugdzaam genoeg zal zijn om het goede te willen doen. Hoewel dat niet altijd vanzelfsprekend is, want we weten niet of de zonen van Salomo goede mensen waren of niet. Sommigen van hen waren dat niet. Salomo was dat soms ook niet, hoewel hij het soms wel was. Hij wilde het goede doen. Maar het goede willen doen en het daadwerkelijk uitvoeren zijn twee verschillende dingen, want er is nog een ander soort verlangens.

^p47

De christen wil niet zondigen — of toch wel? Een deel van de christen wil zondigen en het andere deel niet. Eigenlijk wil de christen niet zondigen, maar het vlees wil toegeven aan zijn begeerten, omdat het vlees geen onderscheidingsvermogen heeft. Het vlees heeft eenvoudigweg verlangens. Het is als een machine. Het is een machine die zo gebouwd is dat ze bepaalde begeerten heeft, en die begeerten moeten door een ander deel van ons worden beheerst. Ons lichaam kan zichzelf niet beheersen. Wij moeten ons lichaam beheersen.

^p48

### 6. Hoe begeerte tot zonde en dood leidt

*15:34 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h6*

Daarom vormen de begeerten van het vlees een van de terreinen waarop de wereld ons probeert weg te trekken. De voornaamste begeerten van het vlees, of van het lichaam, die problemen veroorzaken, zijn die naar eten, drinken, slapen en seks. Dat zijn allemaal dingen waarvan het lichaam geniet. Het is gemaakt om ervan te genieten. Maar het zijn ook allemaal dingen die tot zonde leiden als ze niet op de juiste manier worden beheerst. Zonde heeft slechte gevolgen.

^p49

In Jakobus staat:

^p50

> Laat niemand zeggen, als hij verzocht wordt: Ik word door God verzocht. God immers kan niet verzocht worden met het kwade en Hijzelf verzoekt niemand.
>
> — Jakobus 1:13

^p51

Maar hij zegt:

^p52

> Maar ieder mens wordt verzocht, als hij door zijn eigen begeerte wordt meegesleurd en verlokt.
>
> — Jakobus 1:14

^p53

Zijn eigen begeerten trekken hem weg. Hij zegt:

^p54

> Daarna, wanneer de begeerte bevrucht is, baart ze zonde, en wanneer de zonde volgroeid is, baart ze de dood.
>
> — Jakobus 1:15

^p55

Dat is wat Jakobus zegt in het eerste hoofdstuk van Jakobus. Ik was niet van plan dat te gebruiken, dus ik had de versnummers niet genoteerd. Maar dat is Jakobus 1, vers 13 tot en met 15.

^p56

Jakobus zegt dat een mens door zijn begeerten wordt weggetrokken. De spreker redeneert hier vanuit de Engelse woorden ‘lust’ en ‘desire’ en verstaat die in deze context eenvoudigweg als verlangens. Verlangens zijn op zichzelf niet verkeerd. In het gewone taalgebruik denken we bij ‘lust’ of ‘begeerte’ vaak uitsluitend aan een zondig verlangen, maar de gebruikte Bijbelse term kan volgens hem algemener op verlangens duiden. Het kunnen goede of slechte verlangens zijn. Dezelfde verlangens kunnen zelfs in de ene situatie goed zijn en in een andere situatie slecht. Het verlangen om te eten is goed wanneer je hoort te eten. Het is slecht wanneer je te veel hebt gegeten, wanneer je hoort te vasten, of in een andere situatie. Er zijn momenten waarop je niet meer zou moeten eten, maar waarop je daar toch nog naar kunt verlangen.

^p57

### 7. Verzoeking onderscheiden van zonde

*17:37 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h7*

Daarom kan hetzelfde verlangen dat op het ene moment goed is, je op een ander moment tot zonde brengen. Jakobus zei dat we verzocht worden en door onze begeerten worden meegesleept. Hij zegt dat wanneer die begeerten bevrucht raken, ze zonde voortbrengen. Dat betekent dat de lust er al is voordat de zonde er is. We moeten ervoor oppassen dat we lust niet voor zonde aanzien. Mensen begrijpen dat niet, omdat Jezus zei:

^p58

> Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.
>
> — Mattheüs 5:28

^p59

Daarom wordt lust in onze gedachten altijd met kwaad en overspel in verband gebracht. Maar wat Hij zegt, is dit: als je naar een vrouw kijkt met het doel haar te begeren, gaat het daarbij niet om jouw vrouw, maar om de vrouw van iemand anders. Naar alle waarschijnlijkheid is zij een getrouwde vrouw, omdat de zonde in je gedachten overspel is en geen ontucht. Zo’n verlangen zou geen overspel zijn als zij een ongetrouwde vrouw was, maar het zou nog steeds ongepast zijn. Maar Hij denkt aan de vrouw van iemand anders, en jij begeert de vrouw van iemand anders. Als je naar een vrouw kijkt met het doel haar voor jezelf te begeren, dan bega je in je hart een zondige daad.

^p60

Er staat niet dat je overspel pleegt als je spontaan, zonder dat je het wilt, een gevoel van verlangen ervaart. Dat gevoel van verlangen is verzoeking. Jezus werd op alle punten verzocht zoals wij, maar zonder zonde. Verzoeking en zonde zijn niet hetzelfde. Wanneer lust bevrucht raakt, brengt ze zonde voort. Waardoor raakt lust bevrucht? Op welk moment raakt een verlangen bevrucht en wordt het zonde? Zodra je ermee instemt.

^p61

Verlangens zullen ongevraagd bij je opkomen. De duivel zelf zal kwade suggesties in je gedachten leggen en belangstelling opwekken voor wat kwaad is. Belangstelling voor wat kwaad is, een verlangen naar wat kwaad is, is een verzoeking. Zodra je hart ermee instemt, wordt het zonde. Als er een beeld in je gedachten is dat de vijand steeds weer in je hoofd brengt, en je haat het, wilt het niet en verzet je ertegen, dan zul je, naarmate het langer in je hoofd blijft, waarschijnlijk steeds sterker het gevoel krijgen dat je op de een of andere manier een wet van God hebt overtreden en gezondigd hebt. Je zult je verontreinigd gaan voelen omdat je voortdurend met deze verzoeking te maken hebt. Maar pas wanneer ze bevrucht raakt, brengt ze zonde voort. Dat gebeurt zodra je ophoudt ertegen te vechten, zodra je besluit dat je ermee instemt, zodra het is wat je wilt en waar je wil voor kiest. Misschien zul je er nooit naar handelen. Maar als je besluit van de verzoeking te genieten in plaats van je ertegen te verzetten, dan is ze voor jou zonde geworden. De lust is bevrucht geraakt en heeft zonde voortgebracht.

^p62

Vervolgens zegt hij dat de zonde, wanneer ze tot voltooiing is gekomen, de dood voortbrengt. De dood is het gevolg wanneer iemand zijn eigen lichamelijke begeerten ongeremd laat heersen. Salomo waarschuwt zijn zoon voor al deze dingen. Over sommige van deze dingen zegt hij maar weinig. Maar het punt is dat hij zich ervan bewust is dat deze begeerten bestaan en in bedwang gehouden moeten worden.

^p63

### 8. Genotzucht en gulzigheid

*20:59 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h8*

Wat eten betreft, zegt Spreuken hoofdstuk 21, vers 17 bijvoorbeeld:

^p64

> Wie blijdschap liefheeft, zal gebrek lijden, wie wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
>
> — Spreuken 21:17

^p65

Dit gaat over de financiële gevolgen van het niet in bedwang houden van je begeerten. Als je genot liefhebt — en in dit geval spreekt hij over wijn en olie. Als hij alleen wijn had genoemd, zouden we dit onder de volgende categorie plaatsen, namelijk alcoholmisbruik. Dit vers hoort zeker ook in die categorie thuis. Maar de verwijzing naar olie duidt duidelijk niet alleen op een hunkering naar alcohol. Waarschijnlijk wordt er olie bedoeld die geconsumeerd wordt, vermoedelijk het vet van vlees, een overvloedig, luxueus voedingspatroon. Dat is waarschijnlijk wat hij hier in gedachten heeft.

^p66

Wanneer hij spreekt over iemand die van plezier houdt — de Engelse vertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, gebruikt hier ‘pleasure’ — doelt hij niet specifiek op genoegens die op zichzelf ongeoorloofd zijn. Genot is iets goeds. De duivel is trouwens niet de schepper van genot. God is de Schepper van genot. Soms denken we dat de duivel degene is die wil dat we genot hebben, en dat God onze genoegens wil beperken. De Bijbel zegt:

^p67

Bij God is er voor altijd vreugde.

^p68

Genot is door God bedacht. De duivel gebruikt het, verdraait het en buit het uit om te proberen ons de verkeerde richting op te laten gaan, zodat we genot tot een afgod maken. Maar God wil dat wij genoegen ervaren. Hij wil dat we genot hebben. Daarvoor heeft Hij ons gemaakt: om te genieten van de dingen die Hij ons gegeven heeft, maar om er op een geoorloofde manier van te genieten.

^p69

Iemand die genot liefheeft, die genot tot zijn belangrijkste doel maakt, zal zich vanzelfsprekend te buiten gaan op gebieden waarop hij dat niet zou moeten doen. Dat iemand olie en wijn liefheeft, verwijst waarschijnlijk niet zozeer naar dronkenschap als wel naar feestmalen, want bij elke maaltijd stond wijn op tafel. Waarschijnlijk verwijst dit vooral naar gulzigheid. Dat wil zeggen: als iemand zijn hart erop zet zijn verlangens naar voedsel of naar iets anders te bevredigen.

^p70

Het is heel goed mogelijk om van eten te genieten zonder dat eten altijd je gedachten beheerst. Ik had een paar vrienden, en iedere keer dat ik bij hen was, praatten ze over eten. Als we met de auto naar de andere kant van de stad reden, of wanneer ik ook maar enige tijd met hen doorbracht terwijl we in de auto zaten, dan ging het daarover. Ze haalden herinneringen op aan dat kleine restaurant waar ze twintig jaar geleden waren geweest en waar ze de heerlijkste appeltaart hadden, de beste die er maar was. Ze waren altijd herinneringen aan eten aan het ophalen en aan het bedenken wat ze hierna zouden gaan eten. Ik heb dat altijd vreemd gevonden. Ik geniet ook van eten. Ik kan me een paar maaltijden herinneren waarvan ik echt genoten heb, al geniet ik er achteraf niet echt meer van wanneer ze eenmaal tot het verleden behoren. Ze blijven niet zo lang bij me opkomen. Maar bij sommige mensen draait alles om hun smaakpapillen en eten. Dat zouden beslist mensen zijn die van eten en wijn houden. Ervan genieten is één ding, maar je hart erop zetten, plezier liefhebben en plezier nastreven als iets wat waarde heeft, is een vergissing. En hij zegt dat het tot armoede zal leiden. Het zal ook tot andere problemen leiden, zoals zwaarlijvigheid en andere gezondheidsproblemen, en uiteindelijk misschien hartfalen. Maar de eerste plaats waar het je zal raken, is je portemonnee. Want als je van plezier houdt, kun je altijd meer krijgen door meer te betalen. Als je geen enkele zelfbeheersing hebt, zul je uiteindelijk al je geld aan dat soort dingen uitgeven.

^p71

### 9. Voedsel als verleiding en machtsmiddel

*24:57 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h9*

In hoofdstuk 23 hebben we deze verzen al gezien, maar nu komen ze onder dit onderwerp opnieuw aan de orde. Vers 1 tot en met 3:

^p72

> [1] Als u aanzit om met een heerser te eten, let dan goed op wie u voor u hebt. [2] Zet een mes op uw keel, als u een gulzig mens bent. [3] Wees niet belust op zijn smakelijke gerechten, want het is bedrieglijk voedsel.
>
> — Spreuken 23:1-3

^p73

Er zijn momenten waarop iemand door eten in een val gelokt kan worden. Mensen die van eten houden, gaan naar een feestmaal omdat ze zijn uitgenodigd, zelfs als de gastheer hen misschien tot iets wil bewegen waarmee ze zonder de maaltijd als lokmiddel minder snel zouden instemmen. Hij zegt dat wanneer een heerser je uitnodigt om te komen eten, hij doorgaans iets van je wil. Hetzelfde geldt voor de gierigaard die in vers 6 wordt genoemd:

^p74

> Eet niet het brood van hem die niemand iets gunt, en wees niet belust op zijn smakelijke gerechten.
>
> — Spreuken 23:6

^p75

In vers 3 staat:

^p76

Verlang niet naar de lekkernijen van een heerser.

^p77

In vers 6 moet je niet verlangen naar de lekkernijen van een gierigaard. Het idee is dat deze mensen je misschien proberen te verleiden tot een of ander voorstel, een zakelijk voorstel of iets dergelijks, waarvan ze vermoeden dat je er anders geen belangstelling voor zou hebben. Maar ze mesten je als het ware vet voor de slacht, en daar moet je voor oppassen. Zeg niet zomaar: ‘Wauw, kijk eens naar al dat heerlijke eten,’ om er vervolgens op aan te vallen en jezelf erin te verliezen. Zet een mes op je keel. Beheers jezelf.

^p78

Om te beginnen zul je in de aanwezigheid van een heerser meer respect verdienen als je laat zien dat je iemand bent die zijn eetlust kan beheersen, dan wanneer je er gewoon op aanvalt omdat alles voor je klaarstaat. Iemand die een slaaf van eten is, kan worden beheerst door mensen die hem dat soort voedsel kunnen blijven geven.

^p79

### 10. Daniël en het beheersen van de eetlust

*26:50 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h10*

Een voorbeeld van iemand die dit beginsel goed in acht nam, was Daniël. Daniël werd naar Babylon weggevoerd, waar hij de gelegenheid kreeg om van de lekkernijen van het voedsel van de koning te eten. Hij besefte echter dat sommige dingen die de koning liet opdienen voor hem als Jood niet goed waren om te eten. Sommige daarvan waren onrein. Waarschijnlijk was het bloed niet goed uit het vlees weggevloeid, en waarschijnlijk stond er varkensvlees op tafel en waren er zeevruchten die op de lijst van onrein voedsel stonden. Misschien waren ze begeerlijk, maar Daniël zei dat hij ze niet wilde, omdat het voor hem een compromis zou zijn.

^p80

Wij hebben geen enkel soort voedsel dat we niet mogen eten. Er staan voor ons geen voedingsmiddelen op een lijst van onrein voedsel. Dat hebben we zojuist gezien in 1 Timotheüs, hoofdstuk 4, waar hij zei:

^p81

> Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt.
>
> — 1 Timotheüs 4:4

^p82

Er is geen onrein voedsel, maar er zijn beslist momenten waarop we niet behoren te eten. Er zijn momenten waarop het voedsel dat we zouden kiezen weliswaar niet ongeoorloofd is, maar niet nuttig. Paulus zei:

^p83

> Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op.
>
> — 1 Korinthe 10:23

^p84

In die context in 1 Korinthe sprak hij over voedsel.

^p85

Er zijn momenten waarop er eten beschikbaar is, maar het niet verstandig is om je eraan te buiten te gaan. Misschien ben je erachter gekomen dat je een hartaandoening hebt en bepaalde soorten voedsel moet vermijden, juist de soorten die je het lekkerst vindt. Misschien heb je net ontdekt dat te veel eten je algehele gezondheid schaadt en dat je moet afvallen. Misschien ben je iemand die aan het vasten is en naar eten verlangt. Tijdens het vasten verlang je net zo sterk naar eten als op andere momenten, en misschien nog wel sterker. Als je iemand bent die zich door zijn eetlust laat leiden, moet je op zulke momenten in staat zijn om als het ware het mes op je keel te zetten. Dat wil zeggen dat je je keel, en ook je smaakpapillen, onder controle moet brengen.

^p86

### 11. Honing en de noodzaak van matigheid

*29:03 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h11*

Hoofdstuk 25, vers 16, zegt:

^p87

> Hebt u honing gevonden, eet dan tot u genoeg hebt, anders raakt u er oververzadigd door en spuwt u het uit.
>
> — Spreuken 25:16

^p88

In hetzelfde hoofdstuk staat in vers 27 een soortgelijke spreuk, althans in het eerste deel ervan:

^p89

> Veel honing eten is niet goed, maar het onderzoeken van gewichtige dingen is een eer.
>
> — Spreuken 25:27

^p90

Honing is goed. De Bijbel zegt altijd dat honing goed is, en honing wordt altijd gebruikt als beeld voor wat aangenaam is voor het gehemelte. Het staat symbool voor alles wat de smaak behaagt. David gebruikt honing bijvoorbeeld als beeld voor wat aangenaam is voor het vlees, wanneer hij zegt dat de woorden van God begerenswaardiger zijn dan goud en zoeter dan honing in de honingraat:

^p91

> Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud; en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.
>
> — Psalmen 19:11

^p92

Geld en honing — goud en honing — vertegenwoordigen natuurlijk twee van de belangrijkste drijfveren van de mens: het verlangen om rijk te worden en het verlangen zijn zintuigen, zijn gehemelte, te behagen. Honing wordt een beeld van alle aangename dingen. Er staat:

^p93

Als je honing hebt gevonden, eet er dan een redelijke hoeveelheid van, maar niet meer dan dat. Anders moet je er misschien van overgeven.

^p94

Dit is misschien letterlijk waar, maar hij spreekt niet over slechts één ding.

^p95

Vergeet niet dat ik vele bijeenkomsten geleden, in onze inleiding op Spreuken, heb gezegd dat sommige van deze spreuken veelzeggende observaties zijn die veel breder toepasbaar zijn dan alleen op wat ze met zoveel woorden zeggen. Dit zou gelden voor alles wat plezierig is. Alles wat plezierig is, heeft een juist gebruik. Er is altijd een juiste mate waarin je iets gebruikt, een juiste mate waarin je bepaalde plezierige activiteiten beoefent, en een onjuiste mate. Als een klein beetje zout goed is, betekent dat niet dat een heel vat zout op je eten goed is. Er zijn duidelijk dingen die met mate goed zijn, maar ophouden goed te zijn en zelfs ongezond worden wanneer je er te veel van hebt — wanneer iets je obsessie wordt, meer van je tijd opeist of meer van je belangstelling en geld in beslag neemt dan het zou moeten.

^p96

Een gematigde hoeveelheid plezierige activiteit is precies wat God voor ons voor ogen heeft. Maar wanneer iemand een slaaf van genot wordt, een slaaf van voedsel of een slaaf van welke begeerte dan ook, kan diegene daar later van moeten braken.

^p97

### 12. Een volle buik en dwaas zelfvertrouwen

*31:47 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h12*

In hoofdstuk 30, vanaf vers 21, staat:

^p98

> Onder drie dingen siddert de aarde, ja, onder vier die ze niet kan dragen: onder een dienaar wanneer hij koning wordt, onder een dwaas wanneer hij verzadigd is van voedsel, onder een gehate vrouw wanneer zij trouwt, en onder een slavin wanneer zij de plaats van haar meesteres inneemt.
>
> — Spreuken 30:21-23

^p99

De verwijzing naar een dwaas die vol voedsel zit, wijst erop dat een man die vol voedsel zit, en vaak ook vol wijn die aan dezelfde tafel is geschonken, zich eerlijk gezegd weldoorvoed en overmoedig voelt. Hij voelt zich voldaan en vrolijk, en als hij een dwaas is, zal hij dingen zeggen die hij anders misschien niet zou zeggen. Hier wordt geconstateerd dat een volle buik de neiging heeft een man ongeremder te maken. Hij voelt zich voldaan en op zijn gemak.

^p100

De Bijbel geeft aan dat honger iets is wat iemand verootmoedigt. Dat is wat God zei in Deuteronomium, hoofdstuk 8. Hij zei dat toen de kinderen van Israël in de woestijn waren en Hij hun manna gaf:

^p101

> Ik heb u verootmoedigd door u honger te laten lijden.
>
> — Deuteronomium 8:3

^p102

Wanneer iemand honger heeft, is hij nederiger. Wanneer hij vol zit, is hij zelfverzekerder, voldaan, enzovoort.

^p103

Misschien hebben wij nooit genoeg honger gehad om dit zelf te onderzoeken, tenzij je hebt gevast of iets dergelijks. Als je vast, heb je honger gekregen. Maar in onze samenleving krijgen we zelden echt honger. We staan onszelf niet toe erg hongerig te worden. Misschien hebben we niet gezien dat dit effect bestaat, maar de Bijbel erkent het: een man die honger heeft, is geneigd zijn kwetsbaarheid te erkennen, minder hoog over zichzelf te denken en nederiger te zijn. Wanneer hij vol zit, voelt hij zich onsterfelijk, alsof hij de hele wereld aankan. Op dat moment is hij voldaan en zelfverzekerd. Ik weet het niet; het maakt hem gewoon loslippiger en trotser. Als hij een dwaas is en verzadigd is met voedsel, dan is dat iets wat, zegt hij, zelfs de aarde zelf in beroering brengt.

^p104

Voedsel heeft invloed op de stemming. Als je hebt gevast, weet je natuurlijk heel goed dat je tegen prikkelbaarheid moet vechten. Ik herinner me een man die zei dat hij in een christelijk gezin was opgegroeid. Zijn vader vastte altijd op donderdag, en de kinderen moesten hem uit de weg gaan wanneer hij thuiskwam van zijn werk. Hij was altijd knorrig en prikkelbaar. De man zei dat zijn vader altijd naar de televisie liep en die aanraakte om te voelen of hij warm was, om te controleren of iemand televisie had gekeken en plezier had gemaakt, want hij was aan het vasten. Niemand mocht enig plezier hebben. Hij was gewoon prikkelbaar.

^p105

Zo zijn mensen soms wanneer ze honger hebben. Wanneer ze vol zitten, zijn ze gelukkiger. Zodra ze gelukkig zijn, zijn ze, als ze dwazen zijn, trots en moeten ze oppassen met wat ze gaan zeggen. Ze zullen sneller een dwaas van zichzelf maken.

^p106

### 13. Middelen die het bewustzijn veranderen

*34:49 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h13*

Spreuken vertelt ons ook een aantal dingen over alcohol. Wat voor alcohol geldt, geldt voor veel andere stoffen, in die zin dat ze het bewustzijn veranderen. Jezus zei:

^p107

> Wat de mond ingaat, verontreinigt de mens niet; maar wat de mond uitkomt, dat verontreinigt de mens.
>
> — Mattheüs 15:11

^p108

Toch kunnen sommige dingen die je in je mond stopt, invloed hebben op je hart.

^p109

Toen Jezus daarover sprak, zei Hij dat het er niet toe doet of je je handen op de juiste manier wast voordat je eet. Het zal je niet in moreel opzicht verontreinigen. Er is geen voedsel dat je kunt eten waardoor je in moreel opzicht verontreinigd raakt. Maar er zijn beslist stoffen die je bewustzijn veranderen zodra ze in je bloedbaan terechtkomen, of je ze nu binnenkrijgt als drank of voedsel, met een naald in je arm spuit, of op een andere manier tot je neemt. Daarom hebben ze wel degelijk invloed op je ziel en op je morele gedrag. De Bijbel is zich daar terdege van bewust, hoewel die nergens spreekt over zaken als heroïne of cocaïne. Heroïne was overigens in die tijd in sommige delen van de wereld bekend. Ik denk niet dat het in Israël bekend was. Ik denk niet dat ze in Israël marihuana of hasj hadden. Misschien hadden ze die wel, maar ik denk van niet, want ze worden nergens in de Schrift genoemd. Maar ze hadden wel alcohol. Alle samenlevingen hebben altijd alcohol gehad. Wat voor alcohol geldt, geldt in veel opzichten ook voor andere drugs die het bewustzijn veranderen.

^p110

### 14. Matig alcoholgebruik en zijn grens

*36:22 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h14*

Het probleem met alcohol ontstaat wanneer die het bewustzijn verandert. Alcohol wordt in de Bijbel niet behandeld als iets wat op zichzelf kwaad is. Het is niet iets wat altijd verkeerd is. Sterker nog, zelfs Spreuken geeft aan dat alcohol enkele positieve, medicinale toepassingen kan hebben. Paulus gaf ook aan dat alcohol medicinale waarde kan hebben, toen hij tegen Timotheüs zei:

^p111

> Drink niet langer alleen water, maar gebruik een kleine hoeveelheid wijn, voor uw maag en uw veelvuldige kwalen.
>
> — 1 Timotheüs 5:23

^p112

Alcohol is op zichzelf niet iets slechts. God heeft alcohol met een doel gemaakt, en een van die doelen lijkt te zijn dat het het hart verblijdt. Je zou kunnen zeggen: ‘Nou, dat is een verandering van het bewustzijn.’ Er lijkt een dunne scheidslijn te bestaan tussen gewoon ontspannen zijn en over de grens gaan, waar je waarneming, je morele oordeel enzovoort worden veranderd.

^p113

Ik denk niet dat iemand alcohol hoeft te drinken, en het grootste deel van mijn leven heb ik niet veel gedronken, omdat ik er eerlijk gezegd gewoon niet zo van houd. Alcohol heeft mij nooit iets geboden waaraan ik behoefte had. Ik heb er nooit belangstelling voor gehad mijn bewustzijn te veranderen met alcohol, drugs of iets anders. Ik kan me niet voorstellen waarom mensen dat zouden willen doen.

^p114

Sommige mensen genieten volkomen onschuldig van wijn, bier enzovoort. Er is niets mis met een matige hoeveelheid alcohol, en in sommige gevallen kan die zelfs voordelen voor de gezondheid hebben. Iemand moet niet denken dat het voor hem of haar moreel verkeerd is om een glas wijn of iets dergelijks te drinken. Maar ergens ligt een grens. Ik heb er niet veel mee geëxperimenteerd om erachter te komen waar die ligt, maar er is een grens waar een klein beetje te veel véél te veel is, terwijl een klein beetje minder dat niet was.

^p115

Het is in mijn leven twee keer voorgekomen dat ik iets te veel alcohol had gedronken. Geen van beide keren was dat opzettelijk, want zoals ik al zei, heb ik er nooit ook maar de geringste belangstelling voor gehad mijn bewustzijn te veranderen. Toen het gebeurde, was het voor mij een uiterst onaangename gewaarwording.

^p116

### 15. Ervaringen met te veel alcohol

*38:39 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h15*

Op een keer was ik op zondagochtend vóór de samenkomst met een groep christenen in Santa Cruz. Er was een restaurant dat op zondagochtend een champagneontbijt serveerde, waarbij je bij elk ontbijt zoveel champagne kon drinken als je wilde. Ik gaf leiding aan een christelijk gemeenschapshuis, en we gingen vóór de samenkomst allemaal ergens champagneontbijten. Ze vulden je glas al voordat ze de menukaart brachten.

^p117

Ik heb eigenlijk nooit veel champagne gedronken. Voor mij smaakt het naar Seven-Up. Tegen de tijd dat ze mijn bestelling kwamen opnemen, hadden ze mijn glas opnieuw gevuld. Tegen de tijd dat ze mijn eten brachten, hadden ze mijn glas opnieuw gevuld. Ik voelde er niets van. Tijdens ons gesprek voelden we ons allemaal volkomen normaal. Maar toen we opstonden om weg te gaan en naar de samenkomst te gaan, voelde ik het. Het was de eerste keer dat ik überhaupt alcohol in mijn hoofd voelde.

^p118

Ik had af en toe één of twee biertjes gedronken. Ik had weleens een glas wijn gehad, maar ik had nog nooit drie glazen champagne op een lege maag gedronken. Ik merkte totaal geen enkel effect totdat ik opstond. Ik dacht: ‘O nee, dit is dus, denk ik, wat alcohol met mensen doet.’

^p119

Het was een uiterst onaangename gewaarwording. Ik dacht: ‘Man, ik kan me niet voorstellen dat iemand dit met opzet bij zichzelf zou willen doen. Ik heb niet het gevoel dat ik alles volledig onder controle heb, zoals ik dat wil.’ Het was niet leuk. Ik dacht: ‘Doen mensen dit voor hun plezier? Slaan mensen zichzelf voor hun plezier met een hamer op hun hoofd? Ik kan het me werkelijk niet voorstellen.’

^p120

Ik was aan het bidden, en tegen de tijd dat ik bij de samenkomst aankwam, was het voorbij. Ik was maar een klein beetje over de grens gegaan, net genoeg om te weten dat het er was. Gelukkig was het na ongeveer vijftien minuten uitgewerkt. Maar ik dacht: ‘Man, dat wil ik nooit meer doen.’ Ik had het niet met opzet gedaan.

^p121

Maar een paar jaar later was er nog een keer. Ik was toen in Mexico met een vriend van me die christen was. We aten een paar taco’s in een kleine taquería in Tijuana, en ik dronk er een paar biertjes bij. Gewoonlijk doen een paar biertjes in Amerika helemaal niets met me. Ik houd niet erg van bier, maar wanneer ik het drink, heeft het me nooit echt beïnvloed, omdat ik niet veel drink.

^p122

We dronken daar twee biertjes. Over het algemeen waren twee biertjes voor mij daarvoor nooit te veel geweest. Maar later werd mij verteld dat ze in Mexico een andere norm voor het alcoholpercentage hanteren dan hier. Ik neem aan dat de biertjes sterker waren, want ook deze keer voelde ik me helemaal niet beïnvloed toen ik tijdens de lunch met mijn vriend praatte. Maar zodra ik wilde vertrekken, gebeurde precies hetzelfde.

^p123

Ik voelde me precies hetzelfde en dacht: „O, dat weer.” Ook nu was het buitengewoon onaangenaam. Ik had alleen maar het gevoel dat ik het liefst niets zou doen en zou wachten tot dit uitgewerkt was. Ik wilde zelfs niet door de straat lopen. Ik waggelde niet. Ik was alleen een beetje licht in mijn hoofd, en dat beviel me niet. Voor zover ik me herinner, was ik ook nu vijftien of twintig minuten later weer normaal en voelde ik het niet meer. Ik moet dus maar net over de grens zijn gegaan.

^p124

Ik wil er wel bij zeggen dat ik niet veel heb geëxperimenteerd om te zien hoeveel alcohol je over die grens heen brengt. Maar ik heb het gevoel dat als het maar iets minder was geweest, er helemaal niets aan de hand zou zijn geweest. Dan zou ik helemaal niets hebben gevoeld. Er is dus een hoeveelheid alcohol die mensen kunnen drinken en die volkomen onschadelijk is. Je zou zelfs kunnen aanvoeren dat de hoeveelheid die ik toen dronk onschadelijk was. Ik zou mezelf op dat moment niet omschrijven als een waggelende dronkaard, maar het beïnvloedde mijn verstand, mijn hoofd of mijn waarneming genoeg om buitengewoon onaangenaam te zijn.

^p125

Toch zijn er, denk ik, mensen die dat juist willen. Ze brengen zichzelf graag hersenschade toe. Juist die hersenschade vinden ze prettig. Als je eenmaal op het punt bent gekomen dat je het prettig vindt, vinden sommige mensen het moeilijk om er niet voortdurend naar te verlangen. Dat geldt ook voor drugs. Ik denk dat sommige mensen gewoon niet gelukkig zijn met hun leven of met de werkelijkheid, en dat ze hun waarneming van de werkelijkheid graag veranderen om er meer van te kunnen genieten.

^p126

Eerlijk gezegd heb ik in mijn leven een aantal ongelukkige dingen meegemaakt. De werkelijkheid is voor mij niet altijd aangenaam geweest, maar ze is nooit zo onaangenaam geweest als ze zou zijn als ik haar met alcohol of drugs probeerde te verbeteren. Gelukkig is het gewoon nooit bij me opgekomen dat zoiets de dingen beter zou maken. Maar bij sommigen is dat wel zo.

^p127

### 16. Wijngebruik en de gevaren van verslaving

*43:28 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h16*

We moeten ons er vooral van bewust zijn dat mensen in de oudheid bij elke maaltijd wijn dronken. Dat moesten ze min of meer wel, omdat het water niet veilig was. Ze mengden wijn door hun water. Het was niet gebruikelijk om bij de maaltijd onverdunde wijn te drinken. Dat weten we uit de geschriften van de mensen uit die tijd. Uit de Joodse schrijvers in de Talmoed weten we dat zij hierover spraken. De Latijnse en Griekse schrijvers uit de eerste en tweede eeuw spreken over de tafelgewoonten. Mensen hadden wijn op tafel en mengden die met water, gewoonlijk minstens twee of drie delen water op één deel wijn. Dit deden ze om het water veilig te maken. Wanneer ze wijn dronken, was die dus zelden onverdund.

^p128

Af en toe dronken ze onverdunde wijn, maar dan wordt vaak uitdrukkelijk vermeld dat ze de wijn onverdund dronken. En dat was gewoonlijk om dronken te worden. Maar er stond altijd wijn op tafel. Kinderen dronken wijn. Dat moesten ze wel. Het water was zonder wijn erin niet veilig om te drinken. Zo ontwikkelden mensen een smaak voor wijn. Die was altijd beschikbaar, en sommige mensen kwamen eenvoudig op het punt dat ze er meer van wilden drinken dan anderen, of meer dan ze nodig hadden. Daarom waren er, zoals in alle samenlevingen, mensen die verslaafd waren aan wijn. Wat over verslaving aan wijn wordt gezegd, kan ook worden gezegd over verslaving aan elke chemische stof die je in je lichaam stopt en die je verstand of je bewustzijn verandert.

^p129

In hoofdstuk 20, vers 1, zegt een spreuk:

^p130

> Wijn is een spotter, sterkedrank een onruststoker, ieder die daardoor gaat zwalken, is niet wijs.
>
> — Spreuken 20:1

^p131

Je kunt door alcohol op een dwaalspoor worden gebracht, want als je te veel drinkt, tast je inderdaad je morele oordeel aan. Wanneer je langs chemische weg iets in je hersenen brengt wat je normale beoordelingsvermogen verstoort, neem je een risico.

^p132

Zelfs wanneer je nuchter bent, is het al moeilijk genoeg om verstandige beslissingen te nemen, om te weten waar je bij een bepaalde activiteit moet ophouden, of wat je moet doen wanneer je dingen koopt. Bij bijna elke activiteit moet je je volle verstand erbij hebben om te voorkomen dat je fouten maakt. Zodra je je geestelijke vermogens ook maar enigszins aantast, vergroot je de kans dat je meer fouten maakt en kun je op een dwaalspoor raken en tot allerlei verkeerd gedrag komen.

^p133

Bij wijn denk je dat hij jou dient, maar hij bespot je. Wijn is een spotter. Hij wakkert ruzie aan. Dat wil zeggen dat mensen gemakkelijker slaags raken. Dat komt doordat ze minder goed kunnen onderscheiden wat een geringe belediging is en wat een ernstige belediging is. Hoe meer mensen onder invloed van alcohol raken, hoe meer ze hun beoordelingsvermogen verliezen.

^p134

In hoofdstuk 21, vers 17, hebben we al gezien:

^p135

> Wie blijdschap liefheeft, zal gebrek lijden, wie wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
>
> — Spreuken 21:17

^p136

Ik heb gezegd dat dit volgens mij meer met feestmalen dan met dronkenschap te maken heeft. Maar iemand die van wijn houdt, ontdekt dat de wijn niet van hem houdt. Sommige mensen houden van wijn, maar de wijn bespot hen. Een van de dingen die hij doet, is hun geld van hen afnemen.

^p137

Ik kan heel wat betere dingen bedenken waaraan ik mijn geld zou willen uitgeven dan aan wijn. Je kunt goede dingen doen met geld. Chemisch hersenletsel bij mezelf veroorzaken is niet een van de dingen waarvoor ik echt wil betalen. Veel mensen die aan alcohol verslaafd zijn geraakt, hebben hun gezin duidelijk financieel geruïneerd en zijn als dakloze zwervers op straat beland, enzovoort, omdat het hun alles kost wat ze hebben om hun verslaving in stand te houden. Als het gaat om andere drugs die mensen gebruiken naast alcohol, drugs zoals heroïne, hebben mensen vaak een verslaving die hun honderden dollars per dag kost, of zelfs meer. Uiteindelijk moeten ze stelen, iets anders doen of zelf drugs verhandelen om hun verslaving te kunnen bekostigen. Het is duur. Als je eenmaal voor bepaalde soorten vleselijke genoegens begint te leven, bestaat er eigenlijk geen bovengrens waarbij je kunt zeggen: „Oké, dat is genoeg.” Daarom kan het al je geld opslokken voordat je het beseft.

^p138

### 17. De verwoestende gevolgen van alcohol

*47:57 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h17*

In hoofdstuk 23, vers 29 tot en met 35, vinden we de uitvoerigste passage in Spreuken over de gevaren en de gevolgen van alcohol. Hij zegt:

^p139

> [29] Bij wie is ach, bij wie is wee? Bij wie is geruzie? Bij wie geklaag? Bij wie zijn er wonden zonder reden? Bij wie wazige ogen? [30] Bij hen die lang doorgaan bij de wijn, bij hen die komen om gemengde drank te proeven. [31] Kijk niet naar de wijn, wanneer hij rood kleurt, als hij fonkelt in de beker, al glijdt hij gemakkelijk naar binnen. [32] Uiteindelijk bijt hij als een slang, spuwt hij gif als een adder. [33] Je ogen zullen naar vreemde vrouwen kijken, en je hart zal verderfelijke dingen spreken. [34] Je zult zijn als iemand die ligt te slapen in het hart van de zee, en als iemand die in de top van de mast ligt te slapen. [35] Men heeft mij geslagen, ik ben niet ziek geworden, men heeft op mij ingebeukt, maar ik heb het niet gevoeld. Wanneer zal ik ontwaken? Ik ga weer op zoek naar wijn !
>
> — Spreuken 23:29-35

^p140

Dit is een waarheidsgetrouwe beschrijving van een verslaafde, van iemand wiens leven door alcohol geruïneerd is. Hij brengt zichzelf schade toe. Hij zorgt ervoor dat hij in elkaar wordt geslagen. Hij wordt wakker met overal blauwe plekken, maar weet niet hoe hij eraan gekomen is. Hij wordt wakker met nieuwe tatoeages. Hij weet niet hoe hij eraan gekomen is. Hij heeft zichzelf niet in de hand vanwege de wijn of vanwege zijn alcoholisme. Hij ziet vreemde dingen. Hij begint te hallucineren, waarschijnlijk wanneer hij delirium tremens heeft, en zijn hart spreekt verdorven dingen uit.

^p141

Hier ligt het echte gevaar: je hart begint verdorvener te worden. Je hart begint vanwege alcohol steeds verdorvenere dingen voor te stellen. Alcohol tast je morele beoordelingsvermogen aan. Als ik alcohol zeg, bedoel ik alcoholmisbruik. Matig alcoholgebruik tast je morele beoordelingsvermogen niet noodzakelijk aan, maar alcoholmisbruik doet dat wel. Deze persoon wordt beschreven als iemand die duidelijk alcohol misbruikt. Hij voelt geen pijn wanneer hij in elkaar wordt geslagen, wanneer hij wordt getroffen. Hij is duizelig. Hij is als een man boven in de mast van een schip, die heen en weer schommelt. Hij bevindt zich niet in een wenselijke situatie, en toch beseft hij dat niet of kan het hem niets schelen. Hij wil er alleen maar meer van, omdat het hem in zijn greep heeft. Hij zit eraan vast.

^p142

### 18. Alcohol als verdovend geneesmiddel

*50:29 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h18*

In hoofdstuk 31 waarschuwt de moeder van koning Lemuel hem voor de gevaren van alcohol. In vers 4 tot en met 7 zegt ze:

^p143

> [4] Het past koningen niet, Lemoël, het past koningen niet wijn te drinken, of dat vorsten vragen : Waar is er sterkedrank? [5] Anders zal hij drinken en vergeten wat verordend is, de rechtszaak van alle ellendigen verdraaien. [6] Geef sterkedrank aan wie dreigt om te komen, en wijn aan hen die bitter bedroefd van ziel zijn. [7] Laat hem drinken en zijn armoede vergeten, en niet langer aan zijn moeite denken.
>
> — Spreuken 31:4-7

^p144

Hoe moeilijk veel christenen dit ook vinden, hier wordt wijn daadwerkelijk aanbevolen als iets om iemand op zijn sterfbed op te beuren. Ongetwijfeld wordt hier verwezen naar de waarde van wijn als verdovingsmiddel. De meesten van ons weigeren geen verdoving wanneer we geopereerd worden. In de tijd voordat de soorten verdoving bestonden die we nu hebben, die veel effectiever zijn dan de oudere soort, gaven ze iemand die een chirurgische ingreep moest ondergaan gewoon veel wodka, zodat hij dronken werd. Dat hielp hem om de pijn niet te voelen.

^p145

Gewoonlijk is dronkenschap geen juiste manier van leven. Als het dient om in een noodzakelijke situatie ondraaglijke pijn te verdoven, dan denk ik niet dat dronken worden in die situatie veel verschilt van onder narcose worden gebracht met natriumthiopental of een ander verdovingsmiddel. Verdoving verandert per definitie je bewustzijn. Ze verandert ook je pijngrens. Dat is niet iets wat je voortdurend doet. Als je geneesmiddelen op recept voor je plezier begint te gebruiken, misbruik je ze.

^p146

Maar er zijn momenten waarop het innemen van aspirine de chemische processen in je hersenen op de een of andere manier verandert, zodat je de pijn niet voelt, hoewel de oorzaak van de pijn er nog steeds is. Het verandert je bewustzijn van die pijn. Niemand van ons heeft enig bezwaar tegen aspirine, en sommigen van ons zouden een veel sterker verdovingsmiddel nemen als er daadwerkelijk een operatie werd uitgevoerd. Vroeger hadden ze daarvoor alleen alcohol, en die gebruikten ze dan ook. Spreuken suggereert kennelijk dat dit niet echt misbruik ervan is. Het is misschien zelfs precies de reden waarom God alcohol geschapen heeft.

^p147

Ja, God heeft alcohol geschapen. Mensen zeggen: ‘Nou, Jezus veranderde op de bruiloft water in wijn, en als die alcohol bevatte en mensen dronken werden, dan is Jezus verantwoordelijk voor hun dronkenschap.’ Dan kun je net zo goed zeggen dat God verantwoordelijk is voor ieders dronkenschap, omdat Hij wijn heeft uitgevonden. God heeft die met een goed doel gemaakt. Als mensen er misbruik van maken, is dat hun probleem. Maar wat was dat goede doel? Alcohol kan uiteraard dingen ontsmetten. Waarschijnlijk heeft alcohol wat dat betreft waarde. Maar de Bijbel erkent ook dat wijn het hart kan verblijden:

^p148

> wijn, die het hart van de sterveling verblijdt, olie, die zijn gezicht doet glanzen, en brood, dat het hart van de sterveling versterkt.
>
> — Psalmen 104:15

^p149

In dit geval wordt iemand genoemd die ellendig is, omkomt en verbitterd van hart is. Dit betekent niet simpelweg dat mensen die neerslachtig zijn zich maar dronken moeten drinken. Het betekent dat mensen die ernstige pijn hebben en misschien stervende zijn, hun pijn legitiem mogen verdoven met een verdovingsmiddel; alcohol was destijds het enige middel dat ze daarvoor hadden.

^p150

### 19. Een helder oordeel bewaren

*54:03 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h19*

Maar recreatief alcoholgebruik is gevaarlijk en koningen behoren het te vermijden, zei ze. Hier spreekt de moeder van een koning. Ze zegt dat het niet aan koningen is om deze bedwelmende drank te drinken. Dat zou hun beoordelingsvermogen vertroebelen. Een koning moet een goed beoordelingsvermogen hebben, en dat geldt ook voor een christen, omdat christenen ook de wereld zullen oordelen. Dat is wat Paulus zei:

^p151

> Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, zou u dan ongeschikt zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken?
>
> — 1 Korinthe 6:2

^p152

We zullen zelfs engelen oordelen, en we moeten in dit leven oordelen over minder belangrijke zaken, zei Paulus.

^p153

Het is voor ons altijd noodzakelijk dat we onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, tussen wijs en dwaas, en tussen het recht en het onrecht van iemands zaak. We moeten juiste oordelen vellen. Daarom moeten we alles vermijden wat ons er op wat voor manier dan ook van zou weerhouden om een juist oordeel over dingen te vormen. Dus alcohol — en niet alleen alcohol, maar eerlijk gezegd elke chemische stof, want alcohol is een chemische stof — elke chemische stof die je in je lichaam stopt en die je vermogen vermindert om je normale rationele processen te beheersen, is iets wat vermeden moet worden door iedereen die waarde hecht aan zijn beoordelingsvermogen, dat wil zeggen aan zijn besef van goed en kwaad.

^p154

### 20. Eten en drinken tot eer van God

*55:35 — https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#h20*

Voor de lol met de chemie van je hersenen en met je hersencellen knoeien — omdat sommige mensen dat blijkbaar leuk vinden — betekent eenvoudigweg dat je genot liefhebt en niet God en gerechtigheid. Hij waarschuwt dus voor het liefhebben van genot en voor het liefhebben van wijn, olie en voedsel. Er is niets mis met voedsel, maar gulzigheid is verkeerd. Er is niets mis met wijn, maar dronkenschap is verkeerd. God heeft goede dingen gemaakt om van te genieten, waaronder voedsel en wijn, maar van beide kan misbruik worden gemaakt. Er wordt precies in die mate misbruik van gemaakt waarin ze een vooraanstaande plaats innemen in wat wij belangrijk vinden, zodat we denken dat wat we eten belangrijk zal zijn, of dat drinken iets is geworden waaraan we waarde hechten.

^p155

Deze dingen moeten ondergeschikt zijn aan onze geestelijke belangen, en onze geestelijke belangen moeten alles zijn. Wat we ook doen, zegt Paulus:

^p156

> Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.
>
> — 1 Korinthe 10:31

^p157

Hij zei dat in de eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk tien, vers eenendertig:

^p158

Dus of je nu eet of drinkt, of wat je ook doet, doe alles tot eer van God.

^p159

Eten kan dus tot eer van God worden gedaan, en drinken kan tot eer van God worden gedaan. Beide dingen kunnen buitensporig en op ongepaste wijze worden gedaan en God geen eer brengen. Bij drinken zien we dit misschien duidelijker dan bij eten. Het is echter duidelijk dat het zichtbaar zal worden als we ons eten niet in de hand hebben. Het kan zijn dat ongelovigen God niet zullen verheerlijken als wij eruitzien als mensen die zichzelf niet in de hand hebben, als wij eruitzien als mensen die door hun begeerten worden beheerst. Dat verheerlijkt God niet. Het is geen goed getuigenis.

^p160

Dus:

^p161

> [1] Als u aanzit om met een heerser te eten, let dan goed op wie u voor u hebt. [2] Zet een mes op uw keel, als u een gulzig mens bent. [3] Wees niet belust op zijn smakelijke gerechten, want het is bedrieglijk voedsel.
>
> — Spreuken 23:1-3

^p162

Als je iemand bent die geneigd is te drinken, moet je er waarschijnlijk gewoon helemaal van wegblijven. Er zijn andere begeerten waarover we moeten spreken, en die zullen we afzonderlijk bespreken.

^p163

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Jakobus 1:27](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#jakobus-1-27)
- [1 Johannes 2:15-17](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-johannes-2-15-17)
- [Jakobus 4:4](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#jakobus-4-4)
- [Johannes 3:16](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#johannes-3-16)
- [Galaten 5:19](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#galaten-5-19)
- [1 Timotheüs 6:17](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-timotheus-6-17)
- [1 Timotheüs 4:4-5](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-timotheus-4-4-5)
- [1 Timotheüs 4:3](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-timotheus-4-3)
- [1 Korinthe 9:27](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-korinthe-9-27)
- [Efeze 2:2-3](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#efeze-2-2-3)
- [Romeinen 7:19](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#romeinen-7-19)
- [Jakobus 1:13](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#jakobus-1-13)
- [Jakobus 1:14](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#jakobus-1-14)
- [Jakobus 1:15](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#jakobus-1-15)
- [Mattheüs 5:28](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#mattheus-5-28)
- [Spreuken 21:17](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-21-17)
- [Spreuken 23:1-3](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-23-1-3)
- [Spreuken 23:6](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-23-6)
- [1 Timotheüs 4:4](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-timotheus-4-4)
- [1 Korinthe 10:23](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-korinthe-10-23)
- [Spreuken 25:16](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-25-16)
- [Spreuken 25:27](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-25-27)
- [Psalmen 19:11](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#psalmen-19-11)
- [Spreuken 30:21-23](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-30-21-23)
- [Deuteronomium 8:3](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#deuteronomium-8-3)
- [Mattheüs 15:11](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#mattheus-15-11)
- [1 Timotheüs 5:23](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-timotheus-5-23)
- [Spreuken 20:1](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-20-1)
- [Spreuken 23:29-35](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-23-29-35)
- [Spreuken 31:4-7](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#spreuken-31-4-7)
- [Psalmen 104:15](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#psalmen-104-15)
- [1 Korinthe 6:2](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-korinthe-6-2)
- [1 Korinthe 10:31](https://versvoorvers.org/spreuken/voedsel-en-wijn#1-korinthe-10-31)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.