---
title: "Spreuken Geld deel 1"
book: "Spreuken"
book_slug: "spreuken"
passage: "Spreuken Geld deel 1"
passage_en: "Proverbs: Money (Part 1)"
episode: 29
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-13"
duration: "PT58M9S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Spreuken Geld deel 1», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Spreuken Geld deel 1

> Mooie dingen willen en steeds meer bezitten

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over de houding tegenover geld en bezittingen. Hij verbindt hebzucht met de begeerte van de ogen en legt uit dat een christen zijn tijd, geld en bezit als eigendom van God en zichzelf als rentmeester moet beschouwen. Hij wijst erop dat rijkdom oppervlakkige vriendschappen kan aantrekken, gemakkelijk een bedrieglijke bron van zekerheid wordt en onverwacht kan verdwijnen. Aan de hand van verschillende spreuken betoogt hij dat de vreze des Heeren, liefde, vrede, gerechtigheid, integriteit en goddelijke wijsheid meer waard zijn dan rijkdom.

## Hoofdstukken

1. [De begeerte van de ogen uitgelegd](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h1) — 0:02
2. [Eva en de verleiding van wat mooi lijkt](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h2) — 2:48
3. [Schoonheid waarderen zonder hebzucht](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h3) — 5:03
4. [Het goede oog en het boze oog](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h4) — 8:41
5. [Bezit als bron van aanzien](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h5) — 11:51
6. [Geld vertegenwoordigt uren van je leven](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h6) — 14:26
7. [God is de eigenaar van al ons bezit](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h7) — 16:06
8. [Rijkdom trekt oppervlakkige vrienden aan](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h8) — 18:21
9. [Met geld echte dankbaarheid kweken](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h9) — 21:04
10. [Rijkdom als sterke stad](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h10) — 23:16
11. [Geld weggeven om op God te blijven vertrouwen](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h11) — 26:45
12. [Aardse zekerheid en Gods zorg voor armen](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h12) — 30:26
13. [De schijnzekerheid van rijkdom](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h13) — 33:00
14. [Rijkdom is onvoorspelbaar en vergankelijk](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h14) — 35:45
15. [Financiële plannen en de onzekerheid van morgen](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h15) — 40:52
16. [Hebzucht jaagt op rijkdom en eindigt in gebrek](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h16) — 43:16
17. [Liefde en gerechtigheid zijn beter dan geld](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h17) — 44:53
18. [Vrede, oprechtheid en wijsheid boven rijkdom](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h18) — 50:22
19. [Geld verdienen met Gods waarden voorop](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h19) — 55:45

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#p<n>.

### 1. De begeerte van de ogen uitgelegd

*0:02 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h1*

We behandelen nog een thema in het boek Spreuken, onder de algemene noemer: ontsnappen aan de valstrikken van de wereld. We hebben gekeken naar de valstrikken die te maken hebben met de begeerten van het vlees. Dat zijn natuurlijk de dingen waar het lichaam naar verlangt: eten, drinken en seks. Het zijn natuurlijke verlangens die in ons lichaam ingebouwd zijn. Ze kunnen problemen veroorzaken als ze niet in bedwang worden gehouden door een ziel die toegewijd is aan gehoorzaamheid aan God.

^p1

Er is nog een andere valstrik van de wereld. Dat is wat Johannes in 1 Johannes 2 aanduidt als de begeerte van de ogen:

^p2

> Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
>
> — 1 Johannes 2:16

^p3

Veel mensen begrijpen verkeerd wat er met de begeerte van de ogen wordt bedoeld, misschien omdat ze bij begeerte altijd aan seks denken. Als je in de woordenschat van onze samenleving het Engelse woord „lust” zonder verdere toevoeging gebruikt, denkt iedereen vanzelf aan seks. Die seksuele associatie is in het Nederlands bij het woord „begeerte” minder vanzelfsprekend. Maar het woord begeerte betekent verlangen, en er bestaan verlangens van de ogen.

^p4

De reden waarom veel mensen deze uitdrukking verkeerd begrijpen, is dat Jezus in de Bergrede sprak over het gevaar dat een man naar een vrouw kijkt om haar te begeren:

^p5

> Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.
>
> — Mattheüs 5:28

^p6

In hetzelfde vers staan dus het woord kijken en het woord begeren. Daardoor denk je aan de ogen en denk je aan begeerte. Voor veel mensen klinkt het daarom alsof de begeerte van de ogen betekent dat je met seksuele begeerte naar iemand van het andere geslacht kijkt. Maar dat is niet wat er werkelijk met deze uitdrukking wordt bedoeld. Dat zou onder de begeerte van het vlees vallen: seksueel verlangen.

^p7

De begeerte van de ogen is een uitdrukking die verwijst naar het zien van iets wat niet per se onder de begeerte van het vlees valt. Het voorwerp zelf bevredigt geen lichamelijk verlangen. Denk bijvoorbeeld aan het verlangen om een mooiere auto te hebben dan iemand anders, of het verlangen naar versieringen, sieraden of andere dingen die aantrekkelijk zijn voor het oog, maar die niet noodzakelijk verband houden met een lichamelijke behoefte of een bepaald natuurlijk verlangen. Het zijn dingen die je ziet en begeert omdat ze het oog behagen.

^p8

### 2. Eva en de verleiding van wat mooi lijkt

*2:48 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h2*

Toen Eva in de hof van Eden werd verzocht, staat er in Genesis 3:6 dat ze zag dat de vrucht goed was om van te eten, dat ze een lust was voor het oog en dat ze begerenswaardig was om er wijs door te worden:

^p9

> En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan .
>
> — Genesis 3:6

^p10

Daarom nam ze ervan en at ze. Drie dingen die ze zag, brachten haar ertoe te zondigen. Ten eerste was de vrucht goed om van te eten. Dat is de begeerte van het vlees. Ze was een lust voor het oog. Dat betekent dat ze aantrekkelijk was. Ze was ook begerenswaardig om iemand wijs te maken. Hier werkte de hoogmoed van het leven op haar in.

^p11

Het tweede van die drie zal bij Eva waarschijnlijk een grotere rol hebben gespeeld dan bij Adam, vanwege de aard van vrouwen. Zij willen aantrekkelijke dingen in huis halen en aantrekkelijke dingen in hun leven hebben. Mannen houden ook van aantrekkelijke dingen, zolang het maar vrouwen zijn. Maar vrouwen houden vaker van aantrekkelijke dingen die er gewoon mooi uitzien. Ik zeg niet dat mannen dat nooit doen. Maar een vrouw zal veel eerder iets willen meenemen omdat het zo mooi staat op de schoorsteenmantel, of zo mooi staat op een bepaalde kast, of ergens anders in huis. Deze vrucht is zo mooi. Ze zou prachtig staan in een schaal als versiering midden op onze eettafel. Ze is aantrekkelijk. Ze is goed om van te eten, en dat spreekt het vlees aan. Maar ze is ook een lust voor het oog. Dat is de begeerte van de ogen.

^p12

De begeerte van de ogen heeft dus eigenlijk te maken met het verlangen om dingen te verwerven, enkel en alleen omdat ze aantrekkelijk zijn. In feite maakt dit deel uit van de ruimere categorie van hebzucht: iets willen bezitten, niet omdat het op zichzelf een bepaalde waarde heeft, maar gewoon omdat het goed voelt om het te bezitten. Het voelt goed om het te hebben. Veel mensen kopen dingen waar ze niets aan hebben, gewoon omdat het hun een goed gevoel geeft om ze te bezitten en ernaar te kijken.

^p13

### 3. Schoonheid waarderen zonder hebzucht

*5:03 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h3*

Dat moet op zichzelf niet als iets slechts worden beschouwd. God heeft mensen gemaakt met het vermogen om schoonheid te waarderen. Ik betwijfel sterk of ook maar een van de dieren die God heeft gemaakt naar een zonsondergang zit te kijken en die overdenkt, de verfijnde bouw van een bloem waardeert of, zoals Brad vertelde, een dode mot vindt en zich verwondert over de manier waarop die gemaakt is. Bedenk eens dat de mot zelf geen idee had hoe wonderbaarlijk hij gemaakt was. Maar wij zijn gemaakt om zulke dingen te waarderen.

^p14

We hebben een gevoel voor schoonheid dat deel uitmaakt van het mens-zijn. Ook dat maakt deel uit van het geschapen zijn naar het beeld van God, want God heeft duidelijk gevoel voor schoonheid. Het is duidelijk dat Hij dingen mooi heeft gemaakt, terwijl Hij ze ook grauw had kunnen maken. Hij had alles zwart-wit kunnen maken, maar Hij maakte een grote verscheidenheid aan kleuren en allerlei combinaties van kleuren. Elk natuurlijk landschap is op zijn eigen manier mooi, of het nu een woestijn, een bos of een oceaan is. God heeft de dingen mooi gemaakt. De sterrenhemel is mooi.

^p15

Er is niets mis mee om iets om zijn schoonheid te waarderen. Je hoeft iets niet alleen maar te willen of het alleen maar op prijs te stellen dat je iets hebt omdat het praktisch is of omdat het in een behoefte van het lichaam voorziet. Maar de begeerte van de ogen duidt op deze specifieke neiging om iets te verlangen om geen andere reden dan dat het gewoon fijn lijkt om het te hebben. Dit houdt verband met het verlangen naar geld, omdat je geld nodig hebt om dingen te krijgen. Sommige mensen kijken zelfs gewoon graag naar geld zelf, vooral vroeger, toen geld de vorm had van goud, iets glanzends en moois. Ik heb zo nu en dan gouden munten gehad, en die zijn werkelijk bijzonder om naar te kijken, gewoon om een paar gouden munten in je hand te houden. Ze zijn zwaar en mooi, en je denkt: „Wauw, dit is iets verbazingwekkends.” Het is verbazingwekkend hoeveel macht goud over het verstand en de ziel heeft als je dat toelaat. Het is gewoon iets moois. Maar je beseft ook dat het een symbolische waarde heeft, waarmee je andere dingen kunt krijgen die je wilt.

^p16

Daarom heeft de begeerte van de ogen te maken met dingen willen verwerven: mooie dingen, aangename dingen, maar niet noodzakelijkerwijs dingen die verband houden met het vlees, dat wil zeggen met de verlangens van het lichaam. Die verlangens noemen we de begeerte van het vlees. De begeerte van de ogen zou de drang zijn om dingen te verwerven. Veel mensen verzamelen graag dingen, veel meer dingen dan ze nodig hebben. Sommige mensen hebben een fetisj voor bepaalde soorten voorwerpen. Ik heb een familielid dat al vanaf zijn jeugd gefascineerd is door olifanten. Zijn huis staat dus vol met beeldjes en beelden van olifanten, enzovoort. Welke praktische waarde heeft dat? Geen enkele. Maar is er iets mis mee? Niet in het bijzonder. Het lijkt misschien een beetje onevenwichtig, maar aan de andere kant houden verschillende mensen nu eenmaal van verschillende dingen. Sommige mensen hebben graag bierpullen of zoiets. Ze zijn aantrekkelijk. Ze zijn leuk. Daar is niets mis mee, tenzij het natuurlijk iets wordt wat je ertoe drijft iets te doen wat je niet behoort te doen.

^p17

Hetzelfde geldt voor de begeerte van het vlees. De verlangens van je lichaam zijn goede dingen die God geschapen heeft. Maar wanneer ze invloeden worden die je ertoe aanzetten het verkeerde te doen, dan vormen ze een probleem. Ze zijn een valstrik die de wereld biedt.

^p18

### 4. Het goede oog en het boze oog

*8:41 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h4*

In het Hebreeuwse idioom komt de uitdrukking „een boos oog” of „een goed oog” vrij vaak voor. Omdat dit verband houdt met deze kwestie van de begeerte van de ogen, is een goed oog eigenlijk een uitdrukking die vrijgevigheid betekent. Van iemand die een goed oog heeft, wordt gezegd dat hij vrijgevig is. Hij is niet hebzuchtig. Iemand met een boos oog is hebzuchtig. Dit idioom wordt soms aan het zicht onttrokken door onze vertalingen. In Spreuken lezen we over iemand met een boos oog, maar als ik me niet vergis, geeft de Engelse vertaling het weer met iets wat meer op een modern idioom lijkt. Daardoor zie je het niet iedere keer dat het voorkomt.

^p19

We vinden het wel in het onderricht van Jezus in Mattheüs 6, wanneer Hij spreekt over de houding tegenover geld. In Mattheüs 6 zei Hij in vers 19:

^p20

> Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen;
>
> — Mattheüs 6:19

^p21

Daarna zegt Hij:

^p22

> [22] De lamp van het lichaam is het oog; als dan uw oog oprecht is, zal heel uw lichaam verlicht zijn; [23] maar als uw oog kwaadaardig is, zal heel uw lichaam duister zijn. Als het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis zelf ! [24] Niemand kan twee heren dienen, want of hij zal de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. U kunt niet God dienen en de mammon.
>
> — Mattheüs 6:22-24

^p23

Merk op dat de verzen 19 tot en met 24 allemaal over de houding tegenover geld gaan, maar midden daarin staat dit kleine gedeelte over het goede oog en het boze oog. Hij gebruikt het Hebreeuwse idioom. Letterlijk gaat het in dit Hebreeuwse idioom om een „goed oog” en een „boos oog”, uitdrukkingen die de HSV hier weergeeft met „oprecht” en „kwaadaardig”. Een goed oog is een vrijgevige houding. Een boos oog is een hebzuchtige houding.

^p24

We zien Hem die uitdrukking ook gebruiken in Mattheüs 20, in een van Zijn gelijkenissen, de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. Deze man ging eropuit en nam op verschillende tijdstippen gedurende de dag mensen in dienst, maar aan het einde van de dag kregen ze allemaal hetzelfde loon. Er staat dat degenen die het langst hadden gewerkt, morden over wat ze uitbetaald kregen, hoewel het bedrag overeenkwam met het loon waarvoor ze hadden afgesproken te werken. De werkgever wees de mopperaars terecht. Hij zei onder andere dit tegen hen in Mattheüs 20, vers 15:

^p25

> Of is het mij niet geoorloofd met het mijne te doen wat ik wil? Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?
>
> — Mattheüs 20:15

^p26

Merk op: de brontekst gebruikt hier letterlijk de uitdrukking „Is je oog boos?”, die de HSV interpreterend weergeeft met „Bent u afgunstig?” De uitdrukking betekent volgens de spreker: „Ben je hebzuchtig?” Dit is Mattheüs 20, vers 15. Jezus gebruikt dus in meer dan één geval dit Hebreeuwse idioom: het boze oog is hebzucht. Je vindt het van tijd tot tijd ook in het boek Spreuken.

^p27

### 5. Bezit als bron van aanzien

*11:51 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h5*

We hebben hier dus te maken met de begeerte van de ogen, met de manier waarop het oog invloed heeft op ons gedrag. Wij denken bij hebzucht, geldzucht of honger naar geld niet per se specifiek aan het oog, maar de Hebreeën deden dat wel. Daarom verwijst de begeerte van de ogen naar die drang om meer te willen verwerven dan je nodig hebt, meer zelfs dan waar je lichaam naar verlangt. Maar er is iets anders in onze natuur dat ernaar verlangt. Dat wil meer bezitten dan iemand anders heeft, of iets hebben wat anderen niet hebben, of gewoon steeds meer en meer en meer hebben dan nodig is. Dat is de begeerte van de ogen. We kunnen in veel gevallen zien wat de ogen hiermee te maken hebben. Mensen willen namelijk vaak een veel groter, fraaier of luxueuzer huis dan ze ooit zouden kunnen benutten, met meer kamers dan ze ooit nodig zouden hebben, of een aantrekkelijkere auto dan noodzakelijk is.

^p28

Als je meer voor een auto betaalt omdat die van goede kwaliteit is, hoeft dat niet verkeerd te zijn. Een duurdere auto kan uiteindelijk voordeliger blijken doordat hij langer meegaat en betrouwbaarder is. Dat zou goed rentmeesterschap kunnen zijn. Maar laten we eerlijk zijn: sommige mensen willen de ene auto in plaats van een andere voornamelijk vanwege het logo dat erop staat, of vanwege het aanzien dat ermee verbonden is. Waarom? Is die werkelijk zoveel comfortabeler dan elke andere auto? Waarschijnlijk wel enigszins. Ik weet zeker dat je meer comfort krijgt wanneer je meer voor een auto betaalt. Maar ik heb nog nooit zelfs maar een goedkope auto meegemaakt die niet comfortabel genoeg was om mij te brengen waar ik naartoe moest.

^p29

Het is niet zo dat ik een Spartaan ben, al zou dat kunnen. Het is eigenlijk gewoon zo dat ik er niet op let hoe zacht de stoel is, tenzij ik al vele uren heb gereden. Maar ik zou een kussen op de stoel van mijn goedkope auto kunnen leggen, daar net zo tevreden mee kunnen zijn en ondertussen een hoop geld besparen.

^p30

Maar laten we eerlijk zijn: mensen kopen zulke dingen vaak meer om het aanzien, of ze hunkeren er in elk geval naar. Vaak kopen ze die dingen niet omdat ze ze niet kunnen betalen, maar ze zouden willen dat ze dat wel konden. Ze hebben dat verlangen, die begeerte van de ogen. De Bijbel heeft dus veel te zeggen, en Spreuken heeft veel te zeggen, over onze houding ten opzichte van bezittingen. Bezittingen betekenen vaak geld, omdat geld het middel is waarmee we gewoonlijk bezittingen krijgen. We kopen ze.

^p31

### 6. Geld vertegenwoordigt uren van je leven

*14:26 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h6*

Geld is een heel belangrijke categorie, want in het gewone leven krijg je geld, althans doorgaans, in ruil voor uren van je leven. Je leven duurt in totaal maar een bepaald aantal uren. Er is een uur waarin je geboren wordt en er is een uur waarin je sterft. Tussen die twee ligt een bepaald, eindig aantal uren. Elk uur dat je slapend doorbrengt, is een uur dat je kwijt bent. Elk uur dat je voor iemand anders werkt, is een uur dat je kwijt bent. Of we zouden kunnen zeggen: een uur dat je hebt gebruikt of geïnvesteerd. Het is niet noodzakelijkerwijs verloren, maar zelfs als het goed besteed is, kun je het in de toekomst niet meer gebruiken. Het is voorbij.

^p32

Je leven tikt weg. Elk uur dat voorbijgaat, is iets wat je kunt aangrijpen en ten goede kunt benutten, of wat je voorbij kunt laten glippen. Je besteedt je leven of je investeert het. Misschien besteed je het alleen maar, maar je kunt het investeren.

^p33

Bezittingen krijg je doordat je geld hebt, en geld komt gewoonlijk voort uit het investeren van uren van je leven. Tenzij je natuurlijk in een rijke familie geboren bent. Dat is iets anders. In dat geval is dat geld ooit eerder verdiend door het werk van iemand anders. Misschien was dat een grootouder, een overgrootouder of iemand van nog verder terug. Misschien is er al generaties lang geld in de familie, oud geld, maar ook dat kwam oorspronkelijk bij iemand terecht door werk. Hetzij door zijn eigen werk, hetzij door het werk van dienaren en slaven die voor hem werkten.

^p34

### 7. God is de eigenaar van al ons bezit

*16:06 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h7*

Hoe dan ook, geld komt oorspronkelijk voort uit het geven van uren van een mensenleven. Daarom staat het geld dat je hebt symbool voor je leven zelf. Daarom is de manier waarop je geld gebruikt in zekere zin belangrijk. Je gebruikt namelijk iets wat door uren van je leven verkregen is, en daarmee gebruik je je leven zelf. Wanneer je geld geeft, geef je iets van je eigen leven. Om dat geld te verwerven, heeft het je een deel van de uren van je leven gekost, en nu geef je het aan iemand anders. Je geeft van je eigen leven.

^p35

De Bijbel zegt natuurlijk over ons als christenen:

^p36

> [19] Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen , en dat u niet van uzelf bent? [20] U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.
>
> — 1 Korinthe 6:19-20

^p37

Daarom is geen enkel uur van ons leven van onszelf. We bezitten niets. We bezitten zelfs onszelf niet. Omdat dat zo is, betekent het dat alle uren die we hebben — niet alleen de uren waarin we wakker zijn, maar zelfs de uren waarin we slapen — aan onze Meester toebehoren. Ze behoren allemaal aan God toe.

^p38

Dat betekent dat als we eropuitgaan en enkele van die uren besteden om bezittingen of geld te verwerven, dat geld aan Hem toebehoort. Het is met Gods tijd gekocht. Het is met Gods uren gekocht. Die uren zijn niet van jou, maar van Hem. Daarom ziet de christen God als de eigenaar van al zijn bezittingen. De christen is dus de rentmeester van de spullen van iemand anders. Alles wat je hebt: niets ervan is van jou.

^p39

Je zegt: „Maar dit heb ik met mijn eigen harde werk verdiend.” Niet met iets van jezelf. Wie gaf je de kracht om te werken? Wie gaf je de uren van de dag om te werken? Het is duidelijk dat elk uur een geschenk van God is en God toebehoort. Daarom is alles wat we hebben van Hem. Dat betekent dat we op een dag voor Hem zullen staan en rekenschap zullen afleggen van de manier waarop we Zijn spullen hebben gebruikt. Jezus vertelde minstens twee, zo niet drie gelijkenissen waarvan dat de voornaamste betekenis is.

^p40

### 8. Rijkdom trekt oppervlakkige vrienden aan

*18:21 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h8*

Wat zegt het boek Spreuken over geld? Ik wil het eerst hebben over de houding van mensen tegenover geld, zoals die in Spreuken besproken wordt. Daarna wil ik het hebben over wat Spreuken zegt over het verkrijgen van geld, en vervolgens over wat het zegt over het gebruiken van geld. Geld moet eerst binnenkomen voordat het kan uitgaan, maar zodra het binnenkomt, gaat het er meestal weer uit. We moeten dus enig inzicht hebben in hoe geld moet binnenkomen en hoe geld moet uitgaan. Maar eerst moeten we kijken naar de houding die mensen tegenover geld hebben en de houding die ze tegenover geld zouden moeten hebben.

^p41

In Spreuken 14:20 staat:

^p42

> Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat, maar de vrienden van een rijke zijn talrijk.
>
> — Spreuken 14:20

^p43

Het is vrij duidelijk dat dit betekent dat mensen rijke mensen aardiger vinden dan arme mensen, of in elk geval dat dit van veel mensen gezegd kan worden. Er zijn velen die bevriend willen zijn met de rijke, terwijl ze geen enkele aandacht aan de arme zouden schenken.

^p44

Dat betekent een aantal dingen. Eén daarvan is dat je, als je geld hebt, nooit weet wie je echte vrienden zijn. Je weet nooit waarom mensen je vrienden zijn, want misschien zijn ze alleen je vrienden omdat je geld hebt. Als je je geld verliest, zul je arm zijn, en dan zijn ze niet langer je vrienden. Ze zijn alleen je vrienden om wat je bezit. Daar is ongetwijfeld één reden voor, hoeveel verschillende varianten daarop er ook zijn: ze hopen er iets bij te winnen. Ze zien je als een melkkoe. Ze zien je als iemand aan wie ze iets kunnen ontfutselen.

^p45

Misschien hopen ze niet dat ze geld van je krijgen. Ze hopen misschien iets anders te krijgen, wellicht het aanzien dat erbij hoort als je bevriend bent met iemand die beroemd en rijk is. Maar het punt is dat ze niet van je houden om wie je bent. Ze houden van je om wat je hebt. Als je dat op een dag niet meer hebt, zullen ze niet langer van je houden.

^p46

De verloren zoon is daar waarschijnlijk achter gekomen toen hij naar een ver land ging. Hij had veel geld uit zijn erfenis en vierde flink feest totdat het geld op was. Toen wilde niemand hem nog iets geven. Niemand wilde hem onderdak geven. Niemand wilde hem te eten geven. Hij moest werk zien te vinden waarbij hij met de varkens at, want toen het geld weg was, waren de vrienden dat ook. Dat is iets wat wij waarnemen, en wat Salomo waarnam, aan de houding van mensen tegenover geld. Als je het hebt, zullen mensen je aardig vinden, maar op een heel oppervlakkig niveau.

^p47

Ook zei Salomo in hoofdstuk 19, vers 4:

^p48

> Bezit voegt veel vrienden toe, maar een arme wordt van zijn vriend gescheiden.
>
> — Spreuken 19:4

^p49

### 9. Met geld echte dankbaarheid kweken

*21:04 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h9*

In zekere zin kan „rijkdom maakt veel vrienden” ook iets positiefs betekenen, want Jezus zei in Lukas 16:

^p50

> En Ik zeg u: Maak uzelf vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat zij u, als u gebrek lijdt, zullen ontvangen in de eeuwige tenten.
>
> — Lukas 16:9

^p51

Er bestaat zoiets als geld gebruiken om in positieve zin vrienden te maken.

^p52

Als je bijvoorbeeld de armen helpt, zullen ze zich waarschijnlijk vriendelijker tegenover je opstellen. Het is jammer dat er een financiële gift voor nodig is om sommige mensen vriendelijker tegenover je te stemmen, terwijl ze dat anders niet zouden zijn. Maar de waarheid is dat geld gebruikt kan worden op een manier die andere mensen werkelijk ten goede komt en dankbaarheid bij hen teweegbrengt. Daardoor word je populairder, zelfs in een minder oppervlakkige zin. Mensen zien je als een vrijgevig persoon. Ze waarderen je. Natuurlijk hebben ze voordeel gehad van je geld, maar meer dan dat hebben ze voordeel gehad van je vrijgevigheid. Wat ze waarderen, zou heel goed je vrijgevigheid kunnen zijn. Zelfs wanneer er geen geld meer komt, kan de herinnering aan je vrijgevigheid toen ze in nood verkeerden een vriendschap voor het leven bezegelen.

^p53

Geld kan dus iets goeds zijn. Je weet nooit echt wat voor vrienden je hebt als je geld hebt, vooral als de vrienden die bij je slijmen zolang je geld hebt, mensen zijn die geld van je kunnen krijgen. Maar mensen die van je vrijgevigheid hebben geprofiteerd omdat je geld had, hopen vaak niet nog iets meer van je te ontvangen. Ze waarderen je gewoon. Ze zijn eenvoudigweg dankbaar. Geld is iets goeds. Het kan gebruikt worden om op een goede manier vrienden te maken.

^p54

Dat is misschien niet waar Salomo hier aan denkt. De manier waarop hij het verwoordt, kan beslist als iets goeds of als iets slechts worden opgevat. Het is duidelijk dat niemand vrienden wil hebben die alleen vrienden zijn vanwege het geld dat hij heeft of het geld dat hij heeft gegeven. Tegelijkertijd is een bijkomend gevolg van de vrijgevigheid van iemand die geld heeft, dat hij een spoor van dankbare mensen achter zich laat. Hopelijk zouden mensen hoe dan ook dankbaar moeten zijn.

^p55

### 10. Rijkdom als sterke stad

*23:16 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h10*

In hoofdstuk 10, vers 15, staat:

^p56

> Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, de armoede van de armen is hun ondergang.
>
> — Spreuken 10:15

^p57

Dat de rijkdom van de rijke man zijn sterke stad is, betekent dat die zijn toevlucht is. Het betekent dat hij daarin zijn zekerheid stelt. Dit hoeft niet altijd waar te zijn, maar het is beslist de neiging van het menselijk hart. Rijkdom bezitten is maar heel zelden iets anders dan op rijkdom vertrouwen. Het kan wel anders zijn. Jezus zei:

^p58

> Jezus zei tegen Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u dat een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen kan binnengaan.
>
> — Mattheüs 19:23

^p59

en de reden is eenvoudig dat het, als iemand rijkdom bezit, heel moeilijk is om er niet op te vertrouwen. Per slot van rekening: als je erop kunt vertrouwen, is het moeilijk om dat niet te doen.

^p60

Ik heb al eerder verteld over de keer dat mijn vrouw bij een ongeluk om het leven kwam. De auto die haar aanreed was verzekerd, en op een ochtend kwamen er enkele schadeafwikkelaars van de verzekeringsmaatschappij bij mij aan de deur met een cheque voor mij, een grote cheque.

^p61

Op een ochtend kwamen enkele vertegenwoordigers van de verzekeringsmaatschappij die de schade afwikkelden bij mij aan de deur met een grote cheque voor mij. Dat was begin 1981. In die tijd leefde ik heel goedkoop, zoals ik altijd had gedaan. Ik deelde een huis met enkele andere broeders en we deelden de huur. Natuurlijk waren de kosten van levensonderhoud destijds, begin jaren tachtig, laag. Ik geloof dat ik van ongeveer 400 dollar per maand leefde, minder dan 5.000 dollar per jaar. Dat was ook ongeveer mijn inkomen. Ik hield niets over. De Heere voorzag wanneer ik iets nodig had, en ik had niet veel nodig.

^p62

Het bedrag dat ik ontving was echter op zijn minst genoeg om vijf jaar lang te kunnen leven op de levensstandaard die ik gewend was. Dat betekende dat ik al die tijd niet op God zou hoeven vertrouwen. Vanwege mijn lage inkomen moest ik altijd van dag tot dag op God vertrouwen, of in elk geval van maand tot maand, telkens wanneer de rekeningen kwamen: de telefoonrekening, de elektriciteitsrekening en de huur. Gewoonlijk komen die eenmaal per maand. Maar zelfs voedsel was soms iets wat ik van dag tot dag nodig had en waarin God moest voorzien. Ik bad:

^p63

> Geef ons heden ons dagelijks brood.
>
> — Mattheüs 6:11

^p64

en ik meende het. Brood voor vandaag. Ik heb het vandaag nodig.

^p65

Dat klinkt misschien als een manier waarop niemand in Amerika hoeft te leven, maar eigenlijk leefde ik best graag zo. Dat was werkelijk mijn eigen keuze. Ik had een andere levenswijze kunnen kiezen. Ik had zelfs kunnen proberen geld in te zamelen voor mijn bediening, maar ik wilde God gewoon aan het werk zien in mijn leven. Het beviel me om te zien hoe God in mijn behoeften voorzag. Wanneer er extra geld voorhanden is, is het niet zo duidelijk wanneer God voorziet. Ik zeg niet dat je God niet kunt zien voorzien wanneer je geld hebt. Maar het is veel duidelijker wanneer je iets nodig hebt en er niets voorhanden is. Je bidt, de voorziening komt op tijd en het is vrijwel precies het bedrag dat je nodig hebt: niet meer en niet minder. Wanneer je dat van dag tot dag, van maand tot maand en van jaar tot jaar ziet gebeuren, dan is dat iets wat ik altijd opwindend heb gevonden. Dat vind ik mooi.

^p66

### 11. Geld weggeven om op God te blijven vertrouwen

*26:45 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h11*

Toen dit geld mij werd gegeven, dacht ik: ‘Welke invloed zal dit hebben op mijn leven van geloof in God?’ Ik wist dat het invloed kon hebben en ik wist dat het dat waarschijnlijk ook zou hebben. Maar ik was vastbesloten dat het niet zo mocht zijn, omdat ik de manier waarop ik voor dingen op God vertrouwde niet wilde veranderen. Toch stond dat geld daar op de bank.

^p67

Dus nam ik me voor dat ik mezelf één jaar zou geven om al dat geld te verdelen. Ik zou het weggeven. Ik gebruikte een klein deel ervan voor dingen die ik nodig had, maar ik kocht ook dingen voor andere mensen. Ik besloot dat ik aan het einde van het eerste jaar niets van dat geld over zou hebben. Ik wilde niet gewoon één grote cheque uitschrijven voor één bestemming en daar later spijt van krijgen omdat ik er niet goed over had nagedacht. Ik wilde aan mensen geven wanneer ik behoeften zag ontstaan en wanneer ik tijd had gehad om erover na te denken. Maar ik wilde dat geld niet langer dan één jaar in mijn bezit hebben. Dus binnen één jaar heb ik inderdaad al dat geld weggedaan.

^p68

Toch was dat voor mij een ongemakkelijk jaar, omdat ik voor niets op God hoefde te vertrouwen. Ik besloot: ‘Ik blijf net als voorheen op God vertrouwen. Dit geld zal geen verschil maken. Ik blijf op God vertrouwen.’ Maar het was onmogelijk om net als voorheen op God te vertrouwen, want ik reed in een oude auto. Voordat dat geld er was, moest ik telkens wanneer ik de stad uit reed bidden en erop vertrouwen dat God ervoor zou zorgen dat de auto niet stukging. Ik wist namelijk niet of ik genoeg geld zou hebben om hem ergens heen te laten slepen. Maar nu had ik genoeg geld om een auto te kopen. Als mijn auto stukging, kon ik hem langs de kant van de weg laten staan, hem naar de autosloperij laten slepen en contant een andere auto kopen. Ik hoefde eenvoudigweg niet langer op God te vertrouwen.

^p69

Ik hoefde niet te bidden of God elke maand in het geld voor de telefoonrekening wilde voorzien, want er was genoeg om de telefoonrekening nog jarenlang te betalen. Vanbinnen was de werkelijkheid voor mij anders geworden. Ik besefte dat, hoe vastbesloten ik ook was om niet op dat geld te vertrouwen, de wetenschap dat het er was het mij onmogelijk maakte om niet te weten dat het er was en dat ik niet echt in een noodsituatie verkeerde. Ik hoefde een tijdlang niet werkelijk mee te maken dat God uitkomst bracht. Ik kon doen alsof ik het nodig had dat God uitkomst bracht, maar in mijn gedachten wist ik: ‘Ik heb het eigenlijk niet nodig dat Hij uitkomst brengt. Hij heeft bij voorbaat al voor lange tijd uitkomst gebracht.’

^p70

Het was een opluchting voor mij toen dat geld op was. Niet dat iemand anders dezelfde keuzes zou moeten maken als ik. Ik maak de keuzes die ik maak omdat ik ervan geniet. Dit zijn mijn eigen persoonlijke keuzes voor mijn levensstijl. Ik ben er niet van overtuigd dat iemand anders dit hoeft te doen. Maar vanuit mijn eigen ervaring ontdekte ik wel dat het buitengewoon moeilijk, zo niet onmogelijk, is om in een soort wanhoop op God te vertrouwen wanneer je niet wanhopig bent en er werkelijk ruim voldoende voorhanden is. Het is misschien zelfs onzinnig om te zeggen dat dit kan. Toen Jezus met Zijn discipelen sprak, zei Hij dit over de rijken, over hoe moeilijk het is. Hij zei in Mattheüs 19:23-24:

^p71

> [23] Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u dat een rijke moeilijk het Koninkrijk der hemelen kan binnengaan. [24] En opnieuw zeg Ik u: Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
>
> — Mattheüs 19:23-24

^p72

### 12. Aardse zekerheid en Gods zorg voor armen

*30:26 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h12*

Wanneer je iets hebt dat je zekerheid biedt met het oog op de toekomst, spreekt het vanzelf dat je niet anders kunt dan enig vertrouwen of enige gerustheid ontlenen aan de wetenschap dat het er is. Dat betekent niet dat je geen bezittingen kunt hebben en toch iemand met geloof kunt zijn. Als je bezittingen hebt, moet je natuurlijk beseffen dat alles kan verdwijnen: je baan, je pensioen, je beleggingen of wat dan ook. Ze kunnen allemaal zomaar in rook opgaan. Er kan van alles gebeuren. Over de dingen die je bezit, zei Jezus dat

^p73

> Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen;
>
> — Mattheüs 6:19

^p74

Daarom zei Hij:

^p75

> [19] Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; [20] maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; [21] want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
>
> — Mattheüs 6:19-21

^p76

want zulke dingen gebeuren inderdaad.

^p77

Maar zolang die dingen nog niet gebeurd zijn en die rijkdom er nog is, vormt die vaak een buffer tegen rampspoed. De eigenaar van de bezittingen is zich daarvan bewust. Het is niet verkeerd dat hij zich daarvan bewust is. Het is gewoon een effect waarvan we moeten erkennen dat het optreedt.

^p78

> Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, de armoede van de armen is hun ondergang.
>
> — Spreuken 10:15

^p79

Hij heeft niet de buffer tegen rampspoed die de rijke man wel heeft.

^p80

Salomo heeft misschien nooit armoede meegemaakt, omdat hij vanaf zijn geboorte koning was. Hij heeft beslist nooit armoede meegemaakt. Daarom keek hij misschien naar een arme man en nam hij eenvoudigweg aan: ‘Die man heeft niets.’ Als koning heeft hij misschien nooit de ervaring gehad waardoor hij kon weten dat een arme man die op God vertrouwt, alles heeft wat hij nodig heeft. David wist dit, want David had jarenlang in armoede geleefd. David was niet in een koninklijke familie geboren zoals Salomo, en David sprak vaak over zichzelf als een arme man en over Gods trouw aan hem.

^p81

Salomo keek eenvoudigweg naar armoede en zei: ‘Die man heeft niets wat hem beschermt.’ Hij had niet de ervaring die een arme man heeft wanneer die op God vertrouwt. Zo iemand weet dat je arm kunt zijn wat betreft wat je hebt opgespaard, maar dat dit niet betekent dat je ten onder zult gaan. Er is namelijk werkelijk een God Die voor de armen zorgt als zij naar Hem opzien, als zij op Hem vertrouwen.

^p82

### 13. De schijnzekerheid van rijkdom

*33:00 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h13*

In hoofdstuk 18, vers 11, zei Salomo:

^p83

> Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, als een hoge muur, in zijn verbeelding.
>
> — Spreuken 18:11

^p84

Dit zegt hetzelfde, maar ook meer dan de vorige uitspraak die we bekeken. Beide zeggen dat de rijkdom van de rijke man zijn vesting is, zijn sterke stad, zijn muur tegen rampspoed, zijn buffer tegen rampspoed. Maar in dit geval wordt aan het einde die kleine sneer toegevoegd:

^p85

in zijn eigen ogen.

^p86

Zo ziet hij het.

^p87

De waarheid is dat rijkdom geen echte garantie voor zekerheid biedt, zoals Jezus duidelijk maakte.

^p88

In de gedachten van de rijke man zelf, naar zijn eigen inschatting, is hij veilig omdat hij rijkdom heeft. Maar door de toevoeging van de woorden wordt dat enigszins ingeperkt. Daarin zit een kleine aanwijzing. Salomo geeft misschien de aanwijzing dat het wellicht niet zo’n sterke stad is. Het kan een stad zijn waarin een bres geslagen kan worden, waarvan de muren doorbroken kunnen worden. En de man kan ten onder gaan als hij daarop vertrouwt. Maar dat weet hij niet. Hij is rijk, hij is vol vertrouwen en hij denkt dat hij zekerheid heeft.

^p89

Mensen zien geld als een bron van zekerheid. Daarom zei Jezus wat Hij zei over het verzamelen van schatten voor jezelf.

^p90

> [19] Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; [20] maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen;
>
> — Mattheüs 6:19-20

^p91

Die verdwijnen niet. Die kunnen door niemand van je worden afgenomen. De reden waarom het niet echt verstandig is om geld je zekerheid te laten zijn, is dat geld onvoorspelbaar is. De economie is onvoorspelbaar.

^p92

Een paar jaar geleden draaide de economie als een trein. Als je iets verder teruggaat, had je de explosie van internetbedrijven, waarbij veel mensen miljoenen verdienden aan internetondernemingen. Toen barstte die zeepbel en verdween het eenvoudigweg. Mensen die het ene moment rijk zijn, kunnen het volgende moment niet meer rijk zijn door een daling van de aandelenmarkt of iets anders. Het is iets onvoorspelbaars om je zekerheid op te baseren, en toch zijn mensen van nature geneigd dat te doen. Dat komt deels doordat er, als ze God niet kennen, niet veel anders is waarop ze hun zekerheid kunnen baseren.

^p93

Je kunt je veilig voelen omdat je in een land woont met een sterke nationale defensie of een sterke economie, of vanwege allerlei andere natuurlijke en onvoorspelbare dingen. Maar geld is een van die dingen die inderdaad onvoorspelbaar zijn. Je kunt de afloop niet garanderen.

^p94

### 14. Rijkdom is onvoorspelbaar en vergankelijk

*35:45 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h14*

In hoofdstuk 13, vers 7, staat:

^p95

> Er zijn er die zich rijk voordoen, terwijl zij helemaal niets hebben , en er zijn er die zichzelf arm houden, terwijl zij veel bezit hebben.
>
> — Spreuken 13:7

^p96

De Engelse vertaling die hier wordt gevolgd, spreekt over iemand die „zichzelf rijk maakt”; de HSV geeft dit weer als „zich rijk voordoen”. Volgens de gevolgde formulering kun je er niet werkelijk zeker van zijn dat je uiteindelijk rijk zult zijn als je jezelf rijk maakt. Zelfs als je een uitgebreide verzekering tegen elke mogelijke ramp hebt, kunnen rampen groter zijn dan voorzien en meer kosten dan iemand ooit had kunnen vermoeden. En de rijkdom van een man kan in zeer korte tijd verdwenen zijn, terwijl hij dacht dat die hem de rest van zijn leven goed van pas zou komen. Aan de andere kant kan er een ommekeer komen in het lot van iemand die arm is, en God is Degene Die werkelijk beslist. Er is iemand die zichzelf arm maakt en toch grote rijkdom bezit. Jezus zei:

^p97

„Geef” — dat is misschien jezelf arm maken.

^p98

> Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.
>
> — Lukas 6:38

^p99

Er zijn dus mensen die niet proberen zichzelf rijk te maken, maar die onverwacht rijk, of op zijn minst welgesteld, worden. Anderen stellen alles in het werk om zichzelf rijk te maken en eindigen toch arm door een toevallige samenloop van omstandigheden, door een onverwachte wending in de gebeurtenissen. Economische voorspoed is heel onvoorspelbaar en daarom is die voor ons geen goede bron van zekerheid.

^p100

In hoofdstuk 23 van Spreuken, de verzen 4 en 5, staat:

^p101

> [4] Mat u niet af om rijk te worden, gebruik daarvoor uw inzicht niet. [5] Laat u uw ogen erover vliegen, dan is het er niet meer , want het vliegt direct weg, als een arend die naar de hemel vliegt.
>
> — Spreuken 23:4-5

^p102

Werk jezelf niet af met het doel rijk te worden.

^p103

Ik wil wel zeggen dat het geen slecht idee is om jezelf af te werken om de wil van God te doen. Hard werken, ijverig zijn en al je energie aan de wil van God wijden, is deugdzaam. En voor sommige mensen kan de wil van God betekenen dat ze geld verdienen, omdat er volgens de Bijbel inderdaad mensen zijn die de geestelijke gave van het geven hebben.

^p104

Mijn voormalige schoonvader was multimiljonair en gaf alles weg wat hij had. Hij streefde er altijd naar meer geld te verdienen en besteedde er bijna niets van aan zichzelf. Hij had eenvoudigweg het verlangen om de economie en de economische omstandigheden van Haïti te veranderen. Hij probeerde altijd manieren te bedenken om meer geld te verdienen, zodat hij meer geld kon steken in hulp aan de armen in Haïti. Hij gaf al zijn geld aan Haïti. Hij gaf een klein deel ervan aan andere zendingsorganisaties die in andere delen van de wereld werkten, maar zijn hart lag in Haïti.

^p105

Hij werkte dag en nacht. Je had hem misschien een workaholic kunnen noemen. Ik weet niet of hij dat was; hij had ook tijd voor zijn gezin. Maar hij was een man die bijna geobsedeerd was door het verdienen van veel geld. Hij was niet van plan daar ook maar iets van aan zichzelf uit te geven, maar zag het allemaal als zijn bediening om het aan de armen te geven.

^p106

Dat is iets anders dan waar Salomo het over heeft wanneer hij zegt:

^p107

Werk niet te hard om rijk te worden.

^p108

Hij heeft het niet over mensen die het als hun bediening zien rijk te worden om meer aan de armen te kunnen geven. Veel mensen zeggen: ‘Nou, als ik veel geld verdien, kan ik meer weggeven.’ Wat ze bedoelen is: ‘Als ik genoeg geld verdien om zo royaal te leven als ik wil, dan houd ik van het overschot nog iets over om weg te geven.’

^p109

Vaak hebben mensen nu al genoeg om weg te kunnen geven zonder meer geld te verdienen. Maar ze geven het niet weg vanwege het bedrag dat ze aan hun eigen levensstijl uitgeven. Het is niet zozeer nodig om meer geld te verdienen, als wel om minder uit te geven aan dingen waaraan geen geld hoeft te worden besteed, en meer te besteden aan de dingen die goed zijn.

^p110

Er zijn echter mensen die hun geld werkelijk aan de armen geven en die graag meer willen verdienen, zodat ze meer kunnen geven. Dat zou natuurlijk een ander geval zijn dan waar Salomo het over heeft. Maar hij zegt:

^p111

Werk jezelf niet over de kop om rijk te worden.

^p112

Het verlangen om rijk te zijn, in de zin dat je rijkdom wilt bezitten in plaats van iets te hebben om te kunnen geven, is het niet waard om je leven en energie aan te verspillen.

^p113

De rijkdom die je verdient, krijgt vanzelf vleugels. Het is duidelijk dat Salomo suggereert dat de man die probeert rijk te worden, zijn rijkdom probeert vast te houden. Het probleem is dat die hem ontglipt. De Engelse vertaling zegt hier letterlijk dat rijkdom „zichzelf vleugels maakt”. Als je zelf al probeert je rijkdom vleugels te geven, dan is dit geen vloek. Dan is het niet erg om dit te zien gebeuren.

^p114

### 15. Financiële plannen en de onzekerheid van morgen

*40:52 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h15*

In hoofdstuk 27:1 staat:

^p115

> Beroem u niet op de dag van morgen, want u weet niet wat een dag kan baren.
>
> — Spreuken 27:1

^p116

Dit is duidelijk dezelfde les die Jakobus in Jakobus 4 onderwees, toen hij met mensen sprak over hun zakelijke plannen en hun economische toekomst. In Jakobus 4:13-17 zegt Jakobus:

^p117

> [13] En nu dan u die zegt: Wij zullen vandaag of morgen naar die en die stad reizen, en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken, [14] u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt. [15] In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen. [16] Maar nu roemt u in uw hoogmoed. Al zulk soort roem is slecht. [17] Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.
>
> — Jakobus 4:13-17

^p118

Dit is dus een zakelijk plan dat iemand heeft. Hij denkt dat hij in een bepaalde tijd zoveel geld zal verdienen. Jakobus zegt:

^p119

Je weet immers niet wat er morgen zal gebeuren.

^p120

Dat is precies wat Spreuken 27:1 zegt:

^p121

Schep niet op over morgen, want je weet niet wat een dag zal brengen.

^p122

Jakobus zegt:

^p123

Je weet niet wat er morgen zal gebeuren, want wat stelt je leven eigenlijk voor? Het is maar een damp die even verschijnt en dan weer verdwijnt. In plaats daarvan zou je moeten zeggen: Als de Heer het wil, zullen we leven en dit of dat doen. Maar nu schep je arrogant op. Al dat soort opschepperij is verkeerd.

^p124

Het roemen over morgen wordt bij Jakobus dus toegepast op de plannen die mensen maken voor hun financiën, voor hun toekomstige financiën. Salomo beperkt het niet tot die ene kwestie. In wat Salomo daar in hoofdstuk 27:1 schrijft, zegt hij alleen:

^p125

> Beroem u niet op de dag van morgen, want u weet niet wat een dag kan baren.
>
> — Spreuken 27:1

^p126

Misschien heeft hij daar niet alleen zaken en financiën op het oog, maar Jakobus past het daarop toe. En het is waar: veel mensen nemen eenvoudigweg aan dat morgen financieel gezien op een voorspelbare manier zal verlopen. Toch kunnen zich omkeringen voordoen die verrassend en onvoorspelbaar zijn.

^p127

### 16. Hebzucht jaagt op rijkdom en eindigt in gebrek

*43:16 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h16*

In Spreuken 28:22 komen we die uitdrukking met het boze oog tegen die ik heb genoemd. Spreuken 28:22 zegt:

^p128

> Wie zich haast naar bezit, is iemand die niemand iets gunt, hij weet niet dat gebrek over hem zal komen.
>
> — Spreuken 28:22

^p129

Dat betekent een hebzuchtige man.

^p130

Dit maakt duidelijk wat ik zei: het boze oog duidt op een hebzuchtig persoon. De brontekst spreekt hier letterlijk over „iemand met een boos oog”; de HSV geeft dit idioom weer als „iemand die niemand iets gunt”. Zo iemand jaagt rijkdom na en houdt er geen rekening mee dat armoede hem zal overkomen. Een hebzuchtige man weet dus niet dat armoede hem kan overkomen. Hij is zich niet bewust van dat gevaar. Hij gaat gewoon achter het geld aan, hij gaat voor het goud, en houdt er geen rekening mee dat al zijn inspanningen misschien voor niets zijn als hij ze besteedt aan geld verdienen en verder niets.

^p131

In Prediker 5:11, dat eveneens door Salomo is geschreven, zegt hij:

^p132

> Wanneer het bezit toeneemt, neemt ook het aantal mensen toe dat ervan eet. Welk voordeel heeft de eigenaar er dan nog van, behalve dat hij het met eigen ogen ziet?
>
> — Prediker 5:10

^p133

Als je een fortuin erft, komen alle familieleden opdagen, nietwaar? Als je de loterij wint, blijken er ineens heel wat neven en nichten op te duiken die je nog nooit eerder hebt gezien. Wanneer je bezittingen toenemen, neemt ook het aantal mensen toe dat ervan eet.

^p134

Veel geld verdienen zal voor jou niet altijd beter uitpakken. De financiële wereld en het lot van grote vermogens zijn onvoorspelbaar.

^p135

### 17. Liefde en gerechtigheid zijn beter dan geld

*44:53 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h17*

Een aantal spreuken wijst erop dat geld weliswaar nergens onwenselijk wordt genoemd, maar dat veel dingen wenselijker zijn dan geld. Dat is iets wat niet iedereen werkelijk begrijpt. Sommige mensen hebben gewoon het gevoel dat ze geld moeten verdienen, omdat geld de wereld draaiende houdt. Daardoor wordt het leven aangenaam. Daardoor wordt het leven zeker. Als je de dingen kunt kopen die je wilt, kun je zelfs de vrienden kopen die je wilt. Als je maar geld hebt, zal dat je leven verrijken. Welnu, er zijn heel wat dingen die je leven meer zullen verrijken dan geld dat zal doen.

^p136

In Spreuken 15:16-17 staat:

^p137

> [16] Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat met verwarring erbij. [17] Beter is een schotel groente waar liefde is, dan een gemeste os met haat erbij.
>
> — Spreuken 15:16-17

^p138

Daarmee wordt weinig op het gebied van bezittingen bedoeld.

^p139

Toen hij zei dat het beter is een maaltijd van groenten te eten dan een gemest kalf, dacht hij niet aan cholesterol en dergelijke. We zouden allerlei redenen kunnen bedenken waarom een maaltijd van groenten wenselijker zou kunnen zijn. Maar waar hij het hier over heeft, is eenvoudig eten in een omgeving vol liefde. Dat is wat een arm gezin misschien eet, omdat ze zich het vlees niet kunnen veroorloven. Ze kunnen zich geen gemest kalf veroorloven. Ze kunnen zich geen lekkernijen veroorloven. Maar als ze een liefdevol thuis hebben, een liefdevolle tafel, als er aan tafel liefde is, dan zijn ze rijker dan iemand die een gemest kalf heeft en bij wie niemand aan tafel van iemand anders houdt. Het enige waar ze van houden is hun eten. Ze houden niet van elkaar.

^p140

Het is beter een eenvoudige levensstijl te hebben, als die gepaard gaat met liefde en goede verhoudingen binnen het gezin, dan een weelderige, rijke levensstijl te hebben waarin helemaal niemand om een ander geeft. Het is beter weinig bezittingen te hebben met de vreze des Heeren, dan heel rijk te zijn, grote schatten te hebben en moeite te kennen. Sommige dingen zijn beter dan geld. Liefde en de vreze des Heeren zijn beter dan geld.

^p141

In hoofdstuk 16, vers 8, staat:

^p142

> Beter is een weinig met gerechtigheid, dan een veelheid aan inkomsten zonder recht.
>
> — Spreuken 16:8

^p143

Enorme inkomsten zonder rechtvaardigheid doen denken aan mensen die hun fortuin vergaren door uitbuiting, misdaad, achterbakse praktijken en het sluiten van compromissen. Ze doen afbreuk aan de rechtvaardigheid en weten daardoor op onrechtvaardige wijze winst te behalen. Ze hebben onrechtmatig verkregen winst en zijn daardoor rijk.

^p144

Maar het is beter om weinig te hebben en een zuiver geweten te hebben, een rechtvaardig mens te zijn en te weten dat je niemand hebt bedrogen. Daarom ben je niet rijker dan je bent. Je had rijker kunnen zijn door te bedriegen, maar je hebt niet bedrogen en daarom ben je niet rijker. Daar voel je je goed bij. Het is beter. Je voelt je er beter bij. Je hebt een zuiver geweten. Iemand die zijn geld heeft verkregen door onrecht en misdaad, kan er niet werkelijk evenveel van genieten als iemand die zijn geweten zuiver heeft gehouden.

^p145

Ik denk dat een zuiver geweten iets is waarvan onze samenleving elk besef heeft verloren, zelfs de gemeente. Christenen denken vaak gewoon: „Ik kan doen wat ik wil, en daarna zal ik bidden en God zal mij tenslotte vergeven. Ik ben door genade behouden.” Ze hebben Paulus’ overtuiging verloren dat hij zijn leven zo moest leiden dat hij voor God en mensen een zuiver geweten behield. Als je doet wat je geweten niet verontreinigt, blijf je vredig, gelukkig en geborgen. Een zuiver geweten heeft veel voordelen.

^p146

Maar vaak willen mensen niet de prijs betalen die nodig is om een zuiver geweten te bewaren. Dat houdt natuurlijk in dat je het juiste doet op momenten waarop je liever niet het juiste zou doen. Vaak is het gemakkelijker om gewoon te zeggen: „Iedereen doet het, dus ik kan het ook doen” — het verkeerde. En het zal mij geen kwaad doen. Ik zal er niets door hoeven lijden. Mijn reputatie zal er niet door worden geschaad. Of zelfs christenen kunnen, zoals ik al zei, zeggen: „Nou, als ik het verkeerde doe, kan ik tenminste vergeving krijgen.” En zo wordt het doen van het juiste niet de allesbeheersende hartstocht van de gelovige, zoals het dat bij Paulus was en zoals het zou moeten zijn.

^p147

Als je een interessante studie in het Nieuwe Testament wilt doen, pak dan een concordantie, zoek het woord „geweten” op en kijk wat het Nieuwe Testament zegt over ons geweten, hoe we met ons geweten omgaan en hoe we een zuiver geweten bewaren. Het doel van ons onderricht is:

^p148

> Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.
>
> — 1 Timotheüs 1:5

^p149

Een goed geweten hebben betekent dat je geen dingen doet waarvan je weet dat ze verkeerd zijn, terwijl je leeft met het besef van je schuld. Het is veel beter een rechtvaardig mens te zijn die niet rijk is geworden, juist omdat hij zijn geweten geen geweld heeft aangedaan, dan veel geld te hebben en te weten dat dit door misdaad en onrecht is verkregen.

^p150

### 18. Vrede, oprechtheid en wijsheid boven rijkdom

*50:22 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h18*

In hoofdstuk 17, vers 1, staat:

^p151

> Beter een droog stuk brood met rust erbij, dan een huis vol geslachte dieren met onenigheid.
>
> — Spreuken 17:1

^p152

Dit raakt aan enkele algemene thema’s die we al hebben bekeken, maar het is toch net iets anders. Een droge korst is geen erg smakelijke maaltijd. Maar als je een droge korst hebt en een rustig huis — een huis waar de mensen geen ruzie maken, waar geen onenigheid is en waar vreedzaamheid heerst — dan zijn een eenvoudige, goedkope maaltijd en zelfs een lage levensstandaard in een vredig huis veel begeerlijker dan volop rijkdom en feestmaaltijden te hebben, maar geen vrede in huis.

^p153

Ook hier is Salomo zich van veel dingen bewust. Hoewel hij een rijk man is, beseft hij dat er veel dingen zijn die een rijk man misschien niet heeft en die hij liever zou bezitten dan zijn rijkdom. Vrede in zijn huis, liefde in zijn huis en een zuiver geweten: dat zijn de dingen die sommige rijke mannen niet hebben, en hun rijkdom kan het gemis ervan niet goedmaken.

^p154

In hoofdstuk 19, vers 22, staat:

^p155

> Het verlangen van de mens is zijn goedertierenheid, maar een arme is beter dan een leugenachtige man.
>
> — Spreuken 19:22

^p156

Arm zijn is op zichzelf niet echt iets begeerlijks, maar het is begerenswaardiger om arm te zijn dan een leugenaar te zijn. Met andere woorden, het is beter om een arme man te zijn dan een slechte man. Een arme, goede man bevindt zich in een benijdenswaardiger positie dan een slechte man die niet arm is. Geld maakt het gebrek aan deugd in je leven dus niet goed, zoals Salomo in zijn Spreuken op een aantal manieren heeft gezegd.

^p157

In hoofdstuk 28, vers 6 en vers 11, staat in vers 6:

^p158

> Een arme die in zijn oprechtheid zijn weg gaat, is beter dan wie slinkse wegen gaat, al is hij rijk.
>
> — Spreuken 28:6

^p159

En in vers 11 staat:

^p160

> Een rijk man is wijs in zijn eigen ogen, maar een arme die inzicht heeft, doorziet hem.
>
> — Spreuken 28:11

^p161

Deze laatste spreuk suggereert dat de rijke man veel heeft waarmee hij zichzelf kan feliciteren. Hij is duidelijk succesvol. Hij ziet zichzelf als wijs. Hij vindt duidelijk van zichzelf dat hij heeft gedaan wat nodig was, wat andere mensen niet het inzicht hadden om te doen, om rijk te worden en succesvol te zijn in het zakenleven, enzovoort. Hij heeft het gevoel dat hij iets heeft bereikt, en hij is geneigd zichzelf te zien als degene die het voor elkaar heeft gekregen.

^p162

Maar een arme man die al die dingen niet heeft gedaan, kan meer inzicht hebben dan hij, want:

^p163

> De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning.
>
> — Spreuken 1:7

^p164

En dus kan een arme man die werkelijk de Heere vreest, meer inzicht hebben dan de rijke man. De arme man die door God en door Gods Woord wordt onderwezen, kan in feite veel wijzer zijn dan de man die wereldwijs is en veel geld heeft verdiend.

^p165

Bedenk dat Jezus zei:

^p166

> De kinderen van deze wereld gaan onderling verstandiger te werk dan de kinderen van het licht.
>
> — Lukas 16:8

^p167

Hij spreekt daar over geld, geld verdienen en dat soort dingen. Dat is de context in Lukas 16. De kinderen van het licht zijn op het gebied van geld verdienen vaak niet zo verstandig als de kinderen van deze wereld, maar ze kunnen op andere gebieden wel verstandig zijn.

^p168

In Psalm 119, de verzen 97 tot en met 100, staat vanaf Psalm 119:97:

^p169

> [97] Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is heel de dag mijn overdenking. [98] Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden, want zij zijn voor eeuwig bij mij. [99] Ik ben verstandiger dan al mijn leraren, want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking. [100] Ik heb meer inzicht dan de ouderen, omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.
>
> — Psalmen 119:97-100

^p170

Hij zei: „Ik ben slimmer dan mijn vijanden. Ik ben slimmer dan mijn leraren. Ik ben slimmer dan mensen die ouder zijn dan ik.” Maar dat komt niet doordat hij opschept over hoe vroegrijp hij zelf is. Het komt doordat hij Gods woorden overdenkt en zij dat niet doen, doordat hij Gods wet overdenkt, doordat hij Gods geboden onderhoudt en doordat Gods geboden hem wijzer hebben gemaakt dan zij zijn.

^p171

Hij zegt dus dat een godvrezend mens meer inzicht kan hebben, en dat geldt of hij nu rijk of arm is. Hij zou dus arm kunnen zijn. Hij zou een arme man kunnen zijn die godvrezend is, Gods wet overdenkt en meer inzicht heeft dan de rijke man. De rijke man kan dan wel sluwheid bezitten, zakelijk inzicht hebben en de regels voor succes kennen als het gaat om geldbeheer en zakendoen. Maar iemand die het Woord van God overdenkt, kan in werkelijkheid een man met meer inzicht zijn en kan er in sommige omstandigheden gunstiger voor staan dan de rijke man. Hoewel iedereen weet dat geld hebben wenselijk is, ontkent de Bijbel niet dat mensen enig geld nodig hebben. Ze moeten ten minste beschikken over de dingen die met geld te koop zijn. Ze moeten eten en kleding hebben. Er zijn dingen die je nodig hebt. Over het algemeen kom je aan die dingen door ze te kopen, en dat kan alleen als je geld hebt.

^p172

### 19. Geld verdienen met Gods waarden voorop

*55:45 — https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#h19*

De Bijbel ontkent niet dat geld goed is. Hij wijst er alleen op dat veel geld hebben niet noodzakelijk het beste is, hoewel mensen die niet verstandig nadenken het vaak voor het beste aanzien. Mensen die God en Zijn waarden niet op de eerste plaats stellen, zullen vaak het gevoel hebben dat er niets begeerlijker is dan heel rijk te zijn, en dat hoe rijker je bent, hoe beter het is.

^p173

Salomo zegt: „Ik ben Salomo. Ik ben de rijkste man die ik ken. Ik ben rijker dan alle koningen om mij heen. Ik ben rijker dan iedere burger in mijn land. Ik ben de rijkste man die ik ken, en ik kan je vertellen dat sommige dingen beter zijn. Sommige dingen zijn beter dan dat.” Geen onenigheid in je huis hebben, een zuiver geweten hebben en het inzicht bezitten dat voortkomt uit onderwijs in Gods wegen en Zijn wetten: die dingen zijn meer waard dan geld.

^p174

Daarom zijn dat de dingen waarnaar je moet streven, zelfs terwijl je geld probeert te verdienen. Het is natuurlijk Gods wil dat de meeste mensen een gewone baan hebben, en dat is op zichzelf een streven naar geld. Maar voor de christen is het niet alleen een streven naar geld. Terwijl je werkt, streef je naar het Koninkrijk van God. Een christen die aan het werk is, dient God, want dat is wat een christen al zijn wakende uren doet. Zelfs tijdens de uren waarin christenen werken, werken ze ter wille van God. Ze werken voor het Koninkrijk van God. Door middel van het werk dat God voor hen bestemd heeft, zoeken ze eerst het Koninkrijk van God, en ze verdienen geld zoals God dat voor hen bestemd heeft.

^p175

Er is niets vleselijks aan geld verdienen. Er is niets zondigs aan een hoog inkomen hebben. Maar er kunnen zondige manieren zijn om dat inkomen te verkrijgen, en er kunnen zondige manieren zijn om dat inkomen uit te geven. Dat zijn andere kwesties waarover de Bijbel en het boek Spreuken spreken. In Spreuken staat behoorlijk veel over de manier waarop mensen geld verdienen, en daar komen we nog op terug. We zullen zien dat er nog behoorlijk wat meer te overwegen valt.

^p176

## Bijbelteksten in deze lezing

- [1 Johannes 2:16](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#1-johannes-2-16)
- [Mattheüs 5:28](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-5-28)
- [Genesis 3:6](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#genesis-3-6)
- [Mattheüs 6:19](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-6-19)
- [Mattheüs 6:22-24](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-6-22-24)
- [Mattheüs 20:15](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-20-15)
- [1 Korinthe 6:19-20](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#1-korinthe-6-19-20)
- [Spreuken 14:20](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-14-20)
- [Spreuken 19:4](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-19-4)
- [Lukas 16:9](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#lukas-16-9)
- [Spreuken 10:15](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-10-15)
- [Mattheüs 19:23](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-19-23)
- [Mattheüs 6:11](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-6-11)
- [Mattheüs 19:23-24](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-19-23-24)
- [Mattheüs 6:19-21](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-6-19-21)
- [Spreuken 18:11](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-18-11)
- [Mattheüs 6:19-20](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#mattheus-6-19-20)
- [Spreuken 13:7](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-13-7)
- [Lukas 6:38](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#lukas-6-38)
- [Spreuken 23:4-5](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-23-4-5)
- [Spreuken 27:1](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-27-1)
- [Jakobus 4:13-17](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#jakobus-4-13-17)
- [Spreuken 28:22](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-28-22)
- [Prediker 5:10](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#prediker-5-10)
- [Spreuken 15:16-17](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-15-16-17)
- [Spreuken 16:8](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-16-8)
- [1 Timotheüs 1:5](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#1-timotheus-1-5)
- [Spreuken 17:1](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-17-1)
- [Spreuken 19:22](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-19-22)
- [Spreuken 28:6](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-28-6)
- [Spreuken 28:11](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-28-11)
- [Spreuken 1:7](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#spreuken-1-7)
- [Lukas 16:8](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#lukas-16-8)
- [Psalmen 119:97-100](https://versvoorvers.org/spreuken/geld-deel-1#psalmen-119-97-100)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.