---
title: "Spreuken Buren"
book: "Spreuken"
book_slug: "spreuken"
passage: "Spreuken Buren"
passage_en: "Proverbs: Neighbors"
episode: 26
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/spreuken/buren"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/spreuken/buren.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/spreuken/buren.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-13"
duration: "PT1H2M25S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Spreuken Buren», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/spreuken/buren"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Spreuken Buren

> Buren helpen, corrigeren en doen recht

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt wat Spreuken leert over de omgang met buren en andere medemensen, waarbij hij de naaste opvat als iedereen met wie je in aanraking komt. Hij wijst erop dat andere mensen waardevol zijn doordat zij je overtuigingen kunnen toetsen, hulp kunnen bieden en je veiligheid kunnen vergroten. Daarnaast behandelt hij de opdracht om je naaste eerlijk en rechtvaardig te behandelen, zonder bedrog, minachting, vleierij of misbruik van gastvrijheid. Ten slotte betoogt hij dat geschillen zo veel mogelijk persoonlijk of door christelijke bemiddeling moeten worden opgelost en dat vrede soms belangrijker is dan vasthouden aan je eigen rechten.

## Hoofdstukken

1. [Wie is onze naaste?](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h1) — 0:02
2. [Luister naar beide kanten van een verhaal](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h2) — 3:07
3. [Andere theologische inzichten overwegen](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h3) — 6:52
4. [Onbeslist zijn zonder verwarring](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h4) — 9:25
5. [Waarheid zoeken zonder relativisme](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h5) — 11:18
6. [De waarde van een buur die nabij is](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h6) — 13:29
7. [Geef je naaste tijdig wat hem toekomt](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h7) — 17:12
8. [Vals getuigen en roddelen over je naaste](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h8) — 20:45
9. [Maak geen misbruik van gastvrijheid](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h9) — 26:13
10. [Verwachtingen binnen relaties](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h10) — 30:24
11. [Huichelarij tegenover je naaste](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h11) — 33:22
12. [Minachting voor arme naasten](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h12) — 36:36
13. [Gewelddadige en goddeloze buren](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h13) — 40:47
14. [Vleierij als valstrik en manipulatie](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h14) — 43:18
15. [Geschillen met buren beslechten](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h15) — 45:54
16. [Jezus over toegeven en vrede bewaren](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h16) — 48:33
17. [Christenen en onderlinge rechtszaken](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h17) — 52:17
18. [Echtscheiding voor een wereldlijke rechter](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h18) — 54:52
19. [Blijf zo mogelijk buiten de rechtbank](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h19) — 58:58
20. [Onrecht lijden om vrede te bewaren](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h20) — 1:00:58

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/spreuken/buren#p<n>.

### 1. Wie is onze naaste?

*0:02 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h1*

In de afgelopen paar lezingen over Spreuken hebben we gekeken naar wat Salomo zegt over allerlei menselijke relaties, heel veel verschillende soorten relaties. Natuurlijk sprak hij eerst over een relatie met God, toen we het hadden over een leven waarin je je bewust bent van God. Nu hebben we het over onze relaties met mensen. Er zijn verschillende specifieke soorten relaties aan de orde geweest, die elk hun eigen dynamiek en verwachtingen hebben. We komen nu bij de laatste daarvan. Dit is misschien wel de meest algemene van alle relaties, namelijk de relatie tussen buren en medemensen.

^p1

We hebben het gehad over vrienden, broers en vijanden. Die vallen natuurlijk allemaal onder de algemene noemer van onze naasten. Als we aan buren denken, denken we misschien aan de mensen die in onze buurt wonen, de mensen die dichtbij wonen. Het woord „buren” was ongetwijfeld mede bedoeld om nabijheid aan te duiden. In veel van de Spreuken is het, wanneer buren worden genoemd, duidelijk dat er een bepaalde nabijheid van woonplaats wordt bedoeld. Maar uit wat Jezus onderwees, weten we dat het woord „naaste” veel breder is en dat voor Jezus een naaste iedereen is die deel uitmaakt van jouw wereld.

^p2

Je kunt je naaste ver van huis tegenkomen. Dat betekent niet dat jij ver van huis bent en iemand ontmoet die bij jou in de buurt woont en toevallig ook ver van huis is. Het betekent dat, waar je ook bent, iedereen met wie je in contact komt je naaste is. De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan was bedoeld om duidelijk te maken dat iemand uit een ander land, iemand met een andere godsdienst, iemand met wie je normaal gesproken misschien geen hartelijke relatie zou hebben, toch je naaste is wanneer je zo iemand tegenkomt terwijl hij hulp nodig heeft. Daarom valt dit onder de algemene verplichting:

^p3

> U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 19:18

^p4

Salomo heeft het een en ander over buren en medemensen te zeggen. Het zijn algemene en uiteenlopende dingen. Net als bij de andere onderwerpen behandelen we niet echt een thematisch onderwerp. Zo zou ik geen thematische studie over een onderwerp in het algemeen aanpakken, waarbij ik de hele Bijbel gebruik. Maar wij gebruiken voornamelijk Spreuken. En omdat dat zo is, worden er, zoals bij de aard van het boek Spreuken past, veel verschillende, losstaande punten gemaakt. Als ik aan de hand van de Bijbel een thematische studie over een bepaald onderwerp zou voorbereiden, zou ik willen dat die een aanzienlijk vloeiender gedachtegang had, en ik zou hem ook zo ordenen. Maar in Spreuken vinden we hier iets over het onderwerp en daar weer iets. Het is niet altijd gemakkelijk om die uitspraken in groepen van soortgelijke gedachten te ordenen. Toch heb ik ze enigszins geordend.

^p5

### 2. Luister naar beide kanten van een verhaal

*3:07 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h2*

Het eerste punt waarnaar we gaan kijken, is wat Salomo als de waarde van een naaste beschouwt. In Spreuken 18, vers 17, staat:

^p6

> Wie de eerste is in zijn rechtszaak, lijkt rechtvaardig te zijn, maar dan komt zijn naaste en doorgrondt hem.
>
> — Spreuken 18:17

^p7

Hier is een naaste duidelijk gewoon om het even wie. Het idee is dat je van iemand één kant van het verhaal hoort en de andere kant niet meteen te horen krijgt. Daardoor raak je overtuigd en voel je mee met de kant van het verhaal die je het eerst hebt gehoord. Dit is altijd, of bijna altijd, het geval, tenzij je er op je hoede voor raakt. Dat wil zeggen: je kunt voorzichtig leren omgaan met deze neiging wanneer je iemand een ongunstig verhaal over iemand anders hebt horen vertellen en je geen andere kant hebt gehoord. De neiging is natuurlijk om ongunstig over die persoon te gaan denken.

^p8

Of je hebt iemand zijn standpunt in een geschil horen uiteenzetten. Hij heeft het bewijsmateriaal aangevoerd dat hij in zijn eigen voordeel hoopt aan te voeren, maar je hebt niets gehoord over het bewijsmateriaal tegen hem of het bewijsmateriaal dat voor een ander standpunt pleit. De neiging is om mee te voelen met de eerste persoon die met je spreekt, want dat is de reden waarom hij met je spreekt. Hij spreekt met je om je sympathie te winnen. Hij spreekt met je om ervoor te zorgen dat je de zaak vanuit zijn gezichtspunt gaat bekijken. Hij heeft zijn verhaal zo uitgedacht dat het al die factoren bevat waardoor hij er goed uitziet, terwijl hij al die factoren verzwijgt waardoor zijn zaak zwak lijkt. De neiging is dus om snel ergens over te oordelen wanneer we slechts één kant van de zaak hebben gehoord.

^p9

Een vers dat naar mijn mening een soortgelijke betekenis heeft, staat in hetzelfde hoofdstuk, in vers 13. Het noemt geen naasten, maar het gaat nog steeds om hetzelfde beginsel als in vers 17:

^p10

> Wie antwoordt voordat hij geluisterd heeft, het is hem tot dwaasheid en schande.
>
> — Spreuken 18:13

^p11

Met andere woorden: voordat hij het hele verhaal hoort. Als je over iets hoort en antwoord geeft terwijl je niet beide kanten hebt gehoord, zul je waarschijnlijk een dwaas oordeel vellen. Want de eerste man die zijn zaak bepleit, lijkt gelijk te hebben, totdat een naaste komt en hem aan een kruisverhoor onderwerpt. Dan klinkt die andere persoon ook wel alsof hij gelijk heeft. Vervolgens begin je je af te vragen of de eerste persoon uiteindelijk wel gelijk had.

^p12

Het is heel waardevol om twee kanten van een verhaal te kunnen horen, en dat is de waarde van een naaste. Als je in een wereld zonder andere mensen zou leven en geen andere mensen in je leven zou hebben, zou je veel minder gelegenheid hebben om verschillende meningen te horen, want mensen kijken verschillend tegen dingen aan. Misschien hoor je maar één kijk op de dingen: de kijk waarmee je bent opgevoed. Je ouders, je broers en zussen en de cultuur thuis zagen de dingen altijd op een bepaalde manier. Als je nooit buiten je eigen huis komt, zul je de dingen door die bril blijven zien. Dat blijft zo totdat je de wijde wereld in trekt, met andere mensen omgaat en ziet hoe zij binnen hun gezin denken, hoe het er bij hen aan toegaat en hoe andere culturen zijn. En dan begin je te zeggen: „Ik vraag me af of de manier waarop ik ben opgevoed eigenlijk wel juist is.” Ik zou daar nooit aan hebben getwijfeld, ware het niet dat er buren zijn, dat er mensen in mijn wereld zijn die het niet zien zoals ik, die op een andere manier naar de dingen kijken dan de manier waarop ik ze voor het eerst hoorde en overwoog.

^p13

### 3. Andere theologische inzichten overwegen

*6:52 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h3*

Dit geldt beslist voor theologische kwesties, want er zijn veel theologische geschilpunten, zoals je inmiddels ongetwijfeld hebt gemerkt. Toen ik opgroeide, bijvoorbeeld, kreeg ik heel overtuigend onderwijs van een zeer goede leraar. Hij was een leraar die bij vrijwel alles wat hij zei hoofdstuk en vers kon aanwijzen. Zijn onderwijs stemde overeen met een bepaalde theologische denkrichting. Dat wist ik niet. Ik dacht gewoon dat wat hij onderwees, was wat de Bijbel zei. Hij heeft me nooit verteld dat deze zienswijze een naam had, of dat er andere zienswijzen waren die op goede gronden in overweging genomen moesten worden.

^p14

Dus leerde ik die zienswijze uit mijn hoofd. Ik leerde de bewijzen voor die zienswijze uit mijn hoofd, de bewijsteksten enzovoort, en werd zelf een overtuigend leraar van diezelfde zienswijze. Dat bleef zo totdat er enkele jaren verstreken waren en ik iemand tegenkwam die er anders over dacht. Ik begon nieuwe ideeën af te wegen tegen de ideeën die mij waren onderwezen. Ik kwam tot de conclusie dat sommige zienswijzen die ik niet eerder had gehoord, de juiste waren, en dat de zienswijzen die mij waren onderwezen niet noodzakelijk de sterkste waren.

^p15

In die tijd dacht ik aan dit vers, want dat was de context waarin ik eraan dacht. In dit geval is een buur waardevol omdat hij een andere zienswijze heeft. Een buur is waardevol omdat hij iemand anders is dan jij en daarom vanuit een ander perspectief kijkt en andere feiten ziet. Niet omdat de feiten werkelijk anders zijn, maar hij ziet andere feiten dan de feiten die jij opmerkt. Hij let op andere factoren en brengt die ter sprake. Twee weten meer dan één. Het is waardevol om een buur te hebben, om iemand in je leven te hebben die in staat is vraagtekens te zetten bij het eerste wat je hebt gehoord of gedacht.

^p16

Ik geloof dat het waardevol is wanneer christenen in aanraking komen met andere christenen die over veel dingen andere zienswijzen hebben. Ze kunnen de kwesties dan afwegen en zelf beslissen wat de waarheid is. Ik heb gemerkt dat veel gemeenten niet vinden dat dit veel waarde heeft. Ze geloven dat ze bijna het alleenrecht moeten behouden op het onderwijs aan de mensen die hun gemeente bezoeken. Ze denken niet dat het goed of veilig is als hun mensen in verwarring worden gebracht doordat ze andere zienswijzen horen. Zo zouden ze het noemen: in verwarring gebracht.

^p17

### 4. Onbeslist zijn zonder verwarring

*9:25 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h4*

Natuurlijk raken mensen vaak in verwarring wanneer ze verschillende zienswijzen horen, maar het is niet nodig om in verwarring te raken. Net zoals je kunt weigeren aanstoot te nemen, kun je ook weigeren in verwarring te raken. Dat is iets wat ik besefte toen ik nog vrij jong was, toen ik voor het eerst verschillende zienswijzen begon te horen en niet zeker wist welke juist was. Aanvankelijk raakte ik daardoor meestal in verwarring. Maar toen besefte ik dat het niet nodig is in verwarring te raken alleen omdat ik het antwoord niet weet.

^p18

Verwarring is beslist een negatieve gemoedstoestand. Verwarring is een ongeordende gemoedstoestand. In verwarring zijn betekent dat je geest uit balans is. Gregg verwijst hierbij naar een Engelse vertaling waarin het onderstaande woord voor „wanorde” met „confusion” wordt weergegeven.

^p19

> Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.
>
> — 1 Korinthe 14:33

^p20

Maar dat betekent niet dat iemand gevaar loopt geestelijke schade op te lopen als hij onbeslist blijft over vragen waarover hij naar zijn gevoel nog niet genoeg gegevens heeft ontvangen. Hij heeft nog niet alle kanten gehoord. Misschien weet je dat er twee verschillende opvattingen zijn, maar weet je niet precies welke argumenten er voor elke opvatting zijn. Daarom kun je er niet tussen kiezen, omdat je onbevooroordeeld wilt zijn.

^p21

Terwijl je onbeslist blijft, zou je ervoor kunnen kiezen in verwarring te zijn. Een andere mogelijkheid is dat je niet in verwarring bent, maar eenvoudigweg onbeslist bent. Je geest hoeft niet uit balans te zijn omdat je op dit moment niet kunt beslissen welke zienswijze de sterkste argumenten heeft. Het is heel wijs om te beseffen dat er bij de meeste kwesties een andere kant is. Er zijn maar heel weinig dingen waar iedereen het over eens zal zijn.

^p22

### 5. Waarheid zoeken zonder relativisme

*11:18 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h5*

Zeggen dat er een andere kant is, betekent niet dat alle kanten even geldig zijn. Dit is geen pleidooi voor een of andere vorm van relativisme, waarbij iedere zienswijze als relatief waar wordt beschouwd. Er bestaat uiteraard absolute waarheid. De vraag is of wij moeten aannemen dat het eerste wat we hebben gehoord de absolute waarheid is. Dat zullen we waarschijnlijk aannemen als we geen buur hebben die onze opvattingen kritisch bevraagt en vragen stelt.

^p23

Die buur kan iemand zijn die een boek schrijft, een buur die we nooit hebben ontmoet, maar wiens invloed ons leven binnenkomt door iets wat hij heeft geschreven, of door wat we via de media of langs welke weg dan ook van hem horen. Maar waar het om gaat, is dit: als we alleen op de wereld waren en geen buren hadden, geen medemensen, niemand die er vanuit een andere hoek naar keek, dan zouden we ertoe veroordeeld zijn alleen onze eigen mening te hebben. Die zouden we ontlenen aan het eerste wat ons werd voorgelegd. Waarschijnlijk blijft de eerste mening waarmee we in aanraking komen bestaan, tenzij er iets overtuigends langskomt dat die mening ter discussie stelt.

^p24

Dat is de waarde van het feit dat je andere mensen, andere buren, bij je in de wereld hebt: zij kunnen ter discussie stellen wat je gelooft. Zolang je jouw identiteit niet ontleent aan jouw specifieke standpunt, maar je identiteit in Christus ligt, ligt je identiteit natuurlijk niet in het feit dat je een arminiaan of een calvinist bent, charismatisch of niet-charismatisch, een aanhanger van de bedelingenleer of een verbondstheoloog, of wat de verschillende kwesties ook mogen zijn. Daar ligt je identiteit niet in. Je identiteit ligt in Christus en in het volgen van de waarheid. Daarom voel je je niet bedreigd als je jouw mening opnieuw moet onderzoeken en misschien zelfs blijkt dat die zwak is, en je wellicht iets moet loslaten ten gunste van iets wat juister is. Dat is prima. Dat is goed. Dat is een voordeel. Degene die je corrigeert, bewijst je een dienst. En dat is dus één goed aspect van het hebben van buren.

^p25

### 6. De waarde van een buur die nabij is

*13:29 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h6*

In hoofdstuk 27, vers 10, staat een vers dat we volgens mij al hebben bekeken toen we het over broers hadden, maar nu gaat het ook over buren.

^p26

> Verlaat uw vriend en de vriend van uw vader niet, ga het huis van uw broer niet binnen op de dag van uw ongeluk. Beter een buur die nabij is, dan een broer ver weg.
>
> — Spreuken 27:10

^p27

Een buur is in dit geval dus iemand die dicht bij je woont. Het is beter om iemand dichtbij te hebben, ook al is hij geen broer, dan iemand die wel een broer is maar niet beschikbaar is. Het is beter om een mens dichtbij te hebben, zelfs iemand die je niet goed kent. Daarom zegt de wet dat je jouw naaste moet liefhebben zoals je jezelf liefhebt. Je moet beschikbaar zijn voor je naaste, ook als hij niet je broer is. Als hij bij je in de buurt is, is hij daar als iemand die jij kunt helpen en als iemand die jou kan helpen.

^p28

Dat zien we ook in enkele van de andere spreuken die we hier zullen tegenkomen. Een aantal spreuken geeft aan op welke manieren mensen hun naaste onrecht kunnen aandoen of kunnen bedriegen, en dat ze dat niet mogen doen. In een aantal spreuken wordt er sterk voor gepleit om je naaste rechtvaardig te behandelen, en dat gebeurt op verschillende manieren.

^p29

In hoofdstuk 3, de verzen 27 tot en met 29, staat:

^p30

> [27] Onthoud het goede niet aan wie er recht op hebben als het binnen je macht ligt dat te doen. [28] Zeg niet tegen je naaste: Ga heen en kom nog eens terug en morgen zal ik het geven, terwijl het bij jou is. [29] Smeed geen kwaad tegen je naaste, terwijl hij onbezorgd bij jou woont.
>
> — Spreuken 3:27-29

^p31

Ik heb gezegd dat je buren hebt om elkaar te helpen. Er staat dat hij voor zijn veiligheid bij je in de buurt woont. Het is prettig om je eigen ruimte te hebben, en in veel agrarische samenlevingen staan de huizen behoorlijk ver uit elkaar. Mensen hebben veel grond en hun huis ligt nogal afgelegen. Zelfs als ze buren hebben, wonen die op enige afstand.

^p32

Ik heb zo’n plek gehad in Oregon, en ik heb nog zo’n plek gehad in Idaho. We hadden daar geen enorme stukken grond, maar onze grond was in beide gevallen zo gelegen dat ons huis vanuit andere huizen niet te zien was. Het lag niet heel ver van andere huizen vandaan en er waren buren, maar vanuit ons huis konden we hen eigenlijk niet zien. Het voelde afgelegen, en het is best een prettig gevoel om afgelegen te wonen. Je hebt het gevoel dat je jouw eigen ruimte hebt en dat er niemand in de buurt is.

^p33

Maar soms was het ook prettig om de kinderen van de buren te horen. Hoewel we hen niet konden zien, was het prettig om hen in de verte te horen en zo te weten dat er mensen in de buurt waren. Want als je zo afgelegen woont, kun je ook een doelwit worden van mensen die zeggen dat er, omdat je geen buren hebt, niemand is die een oogje op je houdt. Als er geen buren zijn, is er ook geen buurtwacht.

^p34

Hoewel het prettig is om ruimte en privacy te hebben, is het dus ook goed om niet al te afgelegen te wonen. Het is goed om op een plek te wonen waar buren zijn die je kunt bellen als je in gevaar verkeert, of die jou kunnen bellen als zij in gevaar verkeren, zodat je er vrij snel kunt zijn. Dat wordt bedoeld in vers 29. In de Engelse vertaling waarop deze uitleg berust, staat dat je buur voor zijn veiligheid bij je in de buurt woont. De reden dat je buren hebt, is dat je elkaar kunt helpen wanneer de situatie onveilig is, wanneer je hulp nodig hebt, wanneer je schuur in brand vliegt en je hulp nodig hebt om het vuur te blussen, of wanneer je met andere gevaren te maken krijgt. Het is niet gemakkelijk om die alleen het hoofd te bieden, en daarvoor heb je dus buren.

^p35

### 7. Geef je naaste tijdig wat hem toekomt

*17:12 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h7*

Maar in de verzen 27 en 28 staat:

^p36

> [27] Onthoud het goede niet aan wie er recht op hebben als het binnen je macht ligt dat te doen. [28] Zeg niet tegen je naaste: Ga heen en kom nog eens terug en morgen zal ik het geven, terwijl het bij jou is.
>
> — Spreuken 3:27-28

^p37

Dit heeft waarschijnlijk betrekking op arbeidssituaties, hoewel het net zo goed kan slaan op een situatie waarin je iets hebt geleend dat van je buur is en hij het terug wil hebben. Jij zegt:

^p38

Ik geef het je morgen.

^p39

Je moet het aan hem teruggeven wanneer hij het terug wil.

^p40

Maar ik denk dat het waarschijnlijker gaat over een situatie waarin je jouw buur hebt ingehuurd om werk te doen. In Bijbelse tijden werden mensen nog dezelfde dag betaald. Ze werkten niet een of twee weken om daarna een loonbetaling te ontvangen. Ze werkten één dag en werden ’s avonds betaald. Ze werkten nog een dag en werden de volgende avond betaald. Ze werden van dag tot dag betaald omdat ze zo weinig verdienden. Er was werkelijk geen enkele buffer tegen honger, dus moesten ze iedere dag hun inkomsten krijgen om eten voor de volgende dag te kunnen kopen.

^p41

Als je hem iets verschuldigd bent en hij vraagt erom, en je hebt het om te geven, zeg dan niet: ‘Kom er morgen voor terug. Dan zal ik het je geven.’ Onthoud het hem niet wanneer je het kunt geven. Ik denk dat dit ook geldt in situaties waarin je schulden hebt of rekeningen moet betalen. Misschien heb je het geld om ze te betalen, maar had je gehoopt het geld te gebruiken voor iets anders waaraan je de voorkeur gaf. En je besluit je schuldeiser nog even te laten wachten, zodat je het geld dat je hebt op dat moment kunt gebruiken voor iets waarvoor je het liever zou gebruiken. Misschien voor luxe, amusement, of iets anders wat je niet per se nodig hebt, maar waaraan je het geld graag zou besteden. En daar ligt een rekening die je moet betalen. Zeg niet tegen je naaste: ‘Kom een andere dag maar terug, dan zal ik het betalen,’ wanneer je het geld bij je hebt. Betaal nu wat je je naaste verschuldigd bent. Stel je schuld aan je naaste voorop, voordat je iets anders doet. Stel de betaling niet uit omdat je dat geld niet meteen wilt afstaan.

^p42

Met andere woorden, gedraag je als een goede naaste. Als je een schuld hebt aan je naaste, als je iets hebt wat hij wil, iets waarop hij recht heeft, stel het dan niet uit om het hem te geven. Doe dat onmiddellijk, zoals je zelf behandeld zou willen worden. Je hoort je naaste lief te hebben zoals je jezelf liefhebt. Dat betekent dat je voor je naaste doet wat je zelf zou willen dat iemand voor jou deed. Je zou niet willen dat hij je onthoudt wat hij je verschuldigd is, alleen maar omdat hij geen haast heeft om het af te staan.

^p43

In hoofdstuk 6, vers 29, hebben we die bespreking van overspel. In de verzen 27 tot en met 29 staat:

^p44

> [27] Als iemand vuur in zijn boezem neemt, zullen dan zijn kleren niet in brand vliegen? [28] Als iemand op gloeiende kolen loopt, zullen dan zijn voeten niet verbranden? [29] Zo ook wie naar de vrouw van zijn naaste gaat: al wie haar aanraakt, zal niet voor onschuldig gehouden worden.
>
> — Spreuken 6:27-29

^p45

Ook dit valt onder het algemene thema: bedrieg je naaste niet. Als je je naaste iets verschuldigd bent, geef het hem dan. Stel de betaling niet uit. Als hij een vrouw heeft, laat haar dan met rust. Bedrieg je naaste niet. Behandel je naaste zoals je zelf behandeld zou willen worden. Het spreekt vanzelf dat je niet zou willen dat iemand jouw vrouw aanraakt. Raak dus ook de vrouw van iemand anders niet aan.

^p46

### 8. Vals getuigen en roddelen over je naaste

*20:45 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h8*

In hoofdstuk 24, vers 28, staat:

^p47

> Wees niet zonder reden getuige tegen uw naaste, want zou u met uw lippen misleiden?
>
> — Spreuken 24:28

^p48

Dit gaat ongetwijfeld over een rechtszaak waarin iemand, misschien iemand die een betere vriend van je is dan je naaste, een zaak tegen je naaste heeft. Of hij wil een zaak tegen je naaste beginnen, wil hem aanklagen, wil een proces aanspannen of wil iets dergelijks doen. En hij wil dat jij in de rechtszaal tegen je naaste getuigt.

^p49

In onze procesbeluste samenleving zou dat in veel situaties kunnen gebeuren, wanneer iemand een ander wil aanklagen. We weten dat rechtszaken vaak heel lichtvaardig worden aangespannen, maar voor een rechtbank moeten er getuigen zijn. Misschien spant iemand die je kent een rechtszaak tegen iemand anders aan, maar is die zaak eigenlijk niet erg gegrond. En diegene zou graag willen dat jij ten gunste van hem getuigt.

^p50

Als mensen in een echtscheiding verwikkeld zijn en er een beslissing wordt genomen over de voogdij over de kinderen, worden er vaak getuigen of vrienden bijgehaald om een verklaring af te leggen. Je bent dan geneigd om aan de kant van je vriend te getuigen, mogelijk tegen je naaste, ook al staat je naaste sterker dan je vriend. Je bent geneigd je tegen je naaste uit te spreken als jij daar voordeel van hebt, of als iemand om wie je meer geeft dan om je naaste daar voordeel van heeft. Je kunt op die manier zelfs het recht verdraaien door zonder goede reden tegen iemand te getuigen.

^p51

Soms is je vriend misschien niet de meest geschikte ouder om de voogdij te krijgen. Maar omdat diegene je vriend is, wil hij dat je een positieve verklaring over zijn karakter aflegt. Hij wil dat je je uitspreekt tegen degene van wie hij vervreemd is, terwijl die misschien meer aanspraak heeft op de voogdij over de kinderen.

^p52

Ik krijg per post berichten over een of andere collectieve rechtszaak voor mensen die een bepaald soort product hebben gebruikt. Iemand heeft besloten het bedrijf daarover aan te klagen vanwege iets wat er is gebeurd. Ik heb geen enkel probleem met het product gehad. Misschien heb ik het product gebruikt en heb ik geen zaak tegen de fabrikant, maar ze zeggen: ‘Je kunt hieraan meedoen en je kunt een deel van de opbrengst krijgen,’ enzovoort. Ik denk dat dit een lichtvaardig aangespannen rechtszaak is. Dit is niet rechtvaardig. Waarom zou ik een deel van de opbrengst willen hebben als het onrechtmatig verkregen winst is?

^p53

Een rechtszaak tegen iemand aanspannen en zonder reden tegen iemand getuigen — dat wil zeggen, terwijl diegene nergens schuldig aan is, of ik in elk geval geen echte klacht tegen hem heb — is niet de juiste manier om een naaste te behandelen. Je wilt beslist niet dat je naasten jou zo behandelen.

^p54

Ook roddel valt onder deze categorie. Er komt nog een afzonderlijke behandeling van alles wat Spreuken over roddel zegt, omdat het een onderwerp is dat vaak ter sprake komt. Maar roddel is vaak laster. Het is niet altijd laster. Laster is natuurlijk een onwaar en schadelijk bericht dat je over iemand verspreidt. Roddel kan waar of onwaar zijn. In elk geval is er sprake van roddel wanneer je schadelijke informatie geeft over iemand die er niet bij is. Je zegt achter zijn rug om dingen tegen iemand anders die ze niet hoeft te horen.

^p55

Misschien koester je persoonlijk wrok tegen iemand en wil je graag dat een ander die wrok met je deelt. Daarom moedig je iemand anders aan om daarin mee te gaan. Zonder goede reden een aanklacht of beschuldiging tegen je naaste naar voren brengen, is wat hier verboden wordt. Want hij zegt:

^p56

Zou je liegen?

^p57

Een vals getuigenis afleggen, of zonder reden tegen je naaste getuigen, wordt door God verboden. Daarmee behandel je je naaste natuurlijk niet zoals je jezelf zou behandelen of zoals je wilt dat hij jou behandelt.

^p58

In hoofdstuk 26 horen vers 18 en 19 bij elkaar, omdat vers 19 eigenlijk geen volledige zin is. De zin begint in vers 18:

^p59

> [18] Zoals een dolleman die fakkels, pijlen en moordtuig werpt, [19] zo is iemand die zijn naaste bedriegt en zegt: Deed ik het niet voor de grap?
>
> — Spreuken 26:18-19

^p60

Zo proberen mensen er soms onderuit te komen wanneer ze op een leugen worden betrapt. ‘O, nam je me serieus? Ik maakte maar een grapje,’ terwijl dat helemaal niet zo was. Ze hoopten echt je te misleiden, maar je had hen door. Dan moeten ze het op de een of andere manier laten klinken alsof ze niet logen door te zeggen: ‘O, ik maakte maar een grapje.’

^p61

Wanneer je een naaste misleidt en hij je serieus neemt, of wanneer je wilt dat hij je serieus neemt, maar je vervolgens wordt betrapt en alleen maar zegt: ‘O, ik maakte maar een grapje,’ dan neem je de waarheid niet erg serieus. Je neemt geen verantwoordelijkheid voor het feit dat je de waarheid hebt verdraaid. Je bent als een krankzinnige die gevaarlijke voorwerpen rondgooit, die brandende pijlen rondgooit. Iemand die brandende pijlen in het rond gooit, zou een gevaarlijk mens zijn. Hij is een krankzinnige die pijlen en de dood rondwerpt. Wat deze man doet, is geen kleinigheid. Het is zeer schadelijk om mensen te misleiden en vervolgens te denken dat je ermee weg kunt komen door alleen maar te zeggen: ‘Ach, ik meende het niet toen ik dat zei. Ik maakte maar een grapje.’

^p62

### 9. Maak geen misbruik van gastvrijheid

*26:13 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h9*

Dat zijn allemaal verschillende manieren waarop Spreuken spreekt over het bedriegen van je naaste en over het feit dat we dat niet moeten doen.

^p63

Er wordt nog iets gezegd over de omgang met je naaste. Hoewel het niets te maken heeft met het bedriegen van je naaste, heeft het misschien wel te maken met het ergeren van je naaste: je moet niet te veel gebruikmaken van zijn gastvrijheid. Spreuken 25:17 zegt:

^p64

> Zet uw voet niet te dikwijls in het huis van uw naaste, anders zou hij genoeg van u krijgen en u gaan haten.
>
> — Spreuken 25:17

^p65

Hij kan genoeg van je krijgen. Je kunt te veel van zijn gastvrijheid vergen. Veel mensen houden gewoon geen rekening met het leven van anderen. Andere mensen hebben ook een leven, en soms is het niet hun bedoeling dat jij daar voortdurend middenin zit. Ze hebben andere relaties waarvoor ze tijd nodig hebben. Ze hebben andere zaken die ze moeten afhandelen. Misschien willen ze zelfs gewoon wat privacy.

^p66

Er zijn bepaalde mensen die gewoon langskomen. Ik wil niemand noemen, maar ik ken zulke mensen. Ik ken mensen die kennelijk niet vreselijk veel te doen hebben in hun eigen leven, maar die een buur hebben van wie de voordeur niet op slot zit. Ze vallen gewoon op elk gewenst moment binnen en blijven daar rondhangen. Ik ken iemand met een buurvrouw die langskomt wanneer ze maar wil. Ze komt tijdens het eten of op elk ander moment, loopt gewoon door de deur naar binnen, gaat zitten en praat alsof ze uitgenodigd is. Ze blijft urenlang, tenzij de bewoners ergens naartoe moeten en dus kunnen zeggen: ‘Nou, we moeten nu weg.’ Het is moeilijk om haar de deur uit te krijgen.

^p67

Deze persoon beschouwt deze mensen ongetwijfeld als vrienden. Het zijn buren. Maar zo kun je een vriendschap behoorlijk belasten. Je moet beseffen dat het huis van iemand anders niet van jou is. Misschien hoort die persoon als christen een open-deurbeleid te hebben, heel gastvrij te zijn, enzovoort. Gastvrijheid bestaat, maar er bestaat ook zoiets als zelfzuchtig misbruik maken van iemands gastvrijheid.

^p68

Zelfs als iemand je graag mag en het niet erg vindt dat je af en toe langskomt, kun je een ergernis worden als je er voortdurend bent. Hij kan zich aan je gaan ergeren. Tenzij iemand je beste vriend is, wil je in de meeste gevallen niet werkelijk voortdurend bij die persoon zijn. Zelfs als iemand je beste vriend is, zijn er momenten waarop je graag wat tijd alleen wilt doorbrengen. Als iemand werkelijk je allerbeste vriend is, wil je misschien het grootste deel van de tijd bij die persoon zijn, maar niet iedereen is je beste vriend. Je hebt veel vrienden die je graag mag, zolang je met mate tijd met hen doorbrengt.

^p69

Je moet ervan uitgaan dat mensen ook zo tegenover jou staan. Niet iedereen vindt je geweldig en denkt dat ieder moment dat hij met jou doorbrengt voor hem een zegen is. Je moet voorzichtig zijn en erop letten dat je niet te veel gebruikmaakt van iemands gastvrijheid.

^p70

Een andere mogelijke betekenis van dit spreekwoord is niet dat je te veel van iemands gastvrijheid vergt, maar dat je een buur voor een vriend aanziet. Dat wil zeggen: je denkt dat hij bij je wil zijn, omdat jij hem als een vriend beschouwt. Maar eigenlijk is hij alleen een buur en geen vriend, en is hij helemaal niet blij dat je er bent. Hij geniet niet van je gezelschap. Maar omdat hij een buur is, loop je gemakkelijk bij hem langs. Hij ziet je niet noodzakelijkerwijs graag langskomen. De meesten van ons kunnen wel situaties bedenken die in dit algemene patroon passen.

^p71

Zet niet te vaak voet in het huis van je naaste en breng daar niet te veel tijd door. Volgens mij zegt de King James:

^p72

Kom niet te vaak bij je buurman over de vloer.

^p73

Ik weet niet zeker welke weergave dichter bij het eigenlijke Hebreeuws ligt, maar:

^p74

Kom niet te vaak bij je buurman over de vloer, anders krijgt hij genoeg van je en gaat hij je haten.

^p75

Zelfs van een goede vriend kun je te veel krijgen. Je moet beseffen dat je in hun ogen misschien niet zo’n goede vriend bent als je zelf denkt. Misschien zouden ze willen dat je niet zo vaak bij hen was. Iemand die je met mate eigenlijk best aardig vindt, kan een grote hekel aan je krijgen als je hier niet gevoelig voor bent. Dat is wat hij zegt: ze kunnen je gaan haten. Ze zouden je niet noodzakelijk haten als je gewoon een buur was die normaal contact met hen had, zoals bij die relatie passend zou zijn.

^p76

### 10. Verwachtingen binnen relaties

*30:24 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h10*

Dit is iets belangrijks bij relaties. Relaties raken vrijwel evenredig verbitterd naarmate verwachtingen onvervuld blijven. Als iemand geen verwachtingen van je heeft, kun je maar heel weinig doen waardoor je hem teleurstelt, want hij verwacht niets van je. Maar als hij verwachtingen heeft en jij daar niet aan voldoet, kan hij verbitterd raken. Hij denkt dat je had moeten weten dat hij dit of dat verwachtte, terwijl jij het niet wist. Of je deed alsof je het niet wist. Of hij dacht dat je het wel wist, maar je deed niet wat je wist dat hij verwachtte, of wat dan ook.

^p77

Als iemand binnen een relatie verwachtingen van een ander heeft, dan is dat een relatie waarin teleurstelling en verbittering kunnen binnendringen. Als er geen verwachtingen zijn, of maar weinig verwachtingen, is er natuurlijk bijna geen gelegenheid om iemand teleur te stellen, tenzij je hem werkelijk iets misdadigs aandoet. Alle mensen hebben ten minste deze verwachting: dat je hen niet zult bedriegen of misdadige handelingen tegen hen zult plegen. Sommige mensen verwachten veel meer.

^p78

De verwachtingen binnen een relatie verschillen per soort relatie. Een man en een vrouw verwachten meer van elkaar dan twee vrienden van elkaar verwachten. Twee vrienden verwachten iets meer van elkaar dan twee buren van elkaar verwachten. Alleen omdat iemand je buur is, betekent dat niet dat hij je vriend is. Vriendschap is een bijzondere soort relatie. Buren hebben een ander soort relatie, en daarbij horen andere verwachtingen.

^p79

Het is mogelijk dat dit vers suggereert dat jij denkt dat iemand je vriend is, terwijl hij jou alleen als buur beschouwt. Je vindt het niet erg als je vrienden vaak langskomen. Maar als je buur, die niet bepaald je vriend is, veel rondhangt, kan dat ergerlijk worden. Misschien wordt hier gezegd: houd een buur niet ten onrechte voor een vriend. Het kan iemand zijn die geen vriend is, ook al denk jij van wel, omdat hij zichzelf niet als je vriend beschouwt. Jij bent niet degene voor wie hij al zijn vrije tijd wil opofferen. Misschien zijn er mensen met wie hij dat wel graag zou doen, maar jij bent niet die persoon.

^p80

Je vleit jezelf. Je denkt dat iedereen vindt dat het heerlijk is om bij je te zijn. Sommige mensen vinden dat waarschijnlijk ook. Waarschijnlijk vindt niet iedereen dat. Je moet er misschien oog voor hebben dat jij deze persoon wellicht als een goede vriend beschouwt die het fijn vindt als je op elk moment langskomt en lang blijft rondhangen. Zijn verwachting is dat je alleen maar een buur bent en hem een groot deel van de tijd met rust moet laten. Hij vindt dat je alleen langs hoort te komen wanneer jij iets bijzonders nodig hebt of wanneer hij iets bijzonders nodig heeft. Buren horen zich als goede buren te gedragen en behulpzaam te zijn. Je moet er gevoelig voor zijn hoe andere mensen over de relatie denken, en niet alleen voor hoe jij erover denkt.

^p81

### 11. Huichelarij tegenover je naaste

*33:22 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h11*

Er zijn veel spreuken die gaan over buren die geen goede buren zijn. Er zijn slechte buren en verschillende manieren waarop buren slechte buren kunnen zijn. In hoofdstuk 11, vers 9, staat:

^p82

> De huichelaar richt zijn naaste met zijn mond te gronde, maar door kennis worden de rechtvaardigen gered.
>
> — Spreuken 11:9

^p83

De betekenis hiervan is niet helemaal duidelijk, maar het maakt wel heel duidelijk dat iemand die zich huichelachtig gedraagt tegenover zijn buur, geen goede buur is. Een huichelaar is iemand die doet alsof hij iets is wat hij niet is. Een huichelaar is niet iemand die het ene gelooft, maar tekortschiet in het naleven ervan. Dat is geen huichelaar. Iedereen heeft hogere waarden dan hij daadwerkelijk naleeft, hoop ik, want iedereen doet sommige dingen niet goed. Maar ik hoop dat wanneer mensen iets verkeerd doen, dit geen weerspiegeling is van hun waarden. Hun waarden liggen hopelijk hoger dan dat.

^p84

Iedereen schiet tekort in wat hij vindt dat hij zou moeten doen. Als je zegt dat iemand iets gelooft maar er niet altijd naar handelt, zeg je daarmee niet dat hij een huichelaar is. Het betekent alleen dat hij een mens is. Maar een huichelaar is iemand die doet alsof hij iets is wat hij niet is. Het woord huichelaar betekent een toneelspeler, iemand die een rol speelt. Hij wil dat mensen hem in een bepaald licht zien, maar hij weet in werkelijkheid dat hij iets anders is en hoopt dat andere mensen daar niet achter komen. Hij draagt een masker, draagt een kostuum en speelt een rol.

^p85

Als jij je op die manier tegenover je buren gedraagt, op welke manier dan ook, schetst Salomo het beeld van iemand die zo zijn buur te gronde richt. Maar ik weet niet echt om wat voor te gronde richten het gaat, aangezien ‘te gronde richten’ een nogal algemene term is. Het is niet duidelijk wat de situatie precies is, maar hij zegt beslist dat je openhartig moet zijn. Je moet, ten minste tot op zekere hoogte, transparant zijn. Je moet op zijn minst eerlijk zijn over wie je bent, in plaats van je anders voor te doen.

^p86

Ik veronderstel dat buren zich vooral huichelachtig tegenover elkaar gedragen wanneer ze doen alsof ze bevriend zijn, terwijl ze zich in werkelijkheid niet bevriend voelen. Ze zijn hun buurman niet echt vriendschappelijk toegedaan, maar ze doen alsof. Je kunt ook gewoon hartelijk zijn, of je iemand nu aardig vindt of niet. Dat is niet hetzelfde als huichelachtig zijn. Dat is gewoon beleefd zijn. Maar misschien probeer je bij je buurman een of ander gunstbetoon te verkrijgen door te doen alsof je een betere vriend bent dan je werkelijk bent, en alsof je hem aardiger vindt dan in werkelijkheid het geval is. Dat zou huichelachtig zijn. Dat kan leiden tot situaties waarin je je buurman kwaad kunt doen, omdat hij denkt dat je iemand bent die je niet bent. Hij is niet meer op zijn hoede, of hij gaat meewerken aan een of andere onderneming omdat hij denkt dat je een bepaald soort persoon bent, terwijl je in werkelijkheid iemand anders bent. In het algemeen is het natuurlijk gewoon verkeerd om huichelachtig te zijn. Je naaste is iedereen in je leven. Je doet andere mensen dus kwaad als je jezelf niet voordoet zoals je werkelijk bent.

^p87

### 12. Minachting voor arme naasten

*36:36 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h12*

Hoofdstuk 11, vers 12 zegt:

^p88

> Wie zonder verstand is, veracht zijn naaste, maar iemand met inzicht zwijgt.
>
> — Spreuken 11:12

^p89

Met „zijn naaste verachten” wordt in deze spreuk kennelijk bedoeld dat iemand zich mondeling tegen zijn buurman uitspreekt, want hij wordt tegenover een wijzere man gesteld die niet spreekt. Hij denkt misschien slecht over zijn buurman, maar hij zwijgt. Het is zoals je moeder altijd zei: als je niets aardigs over iemand kunt zeggen, zeg dan helemaal niets over hem. Een wijs man zou dingen kunnen vinden waarop hij kritiek kan leveren bij zijn buurman, maar hij ziet er gewoon de noodzaak niet van in. Hij zwijgt, en zo bewaart hij de vrede.

^p90

In hoofdstuk 14, de verzen 20 en 21, staat:

^p91

> [20] Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat, maar de vrienden van een rijke zijn talrijk. [21] Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.
>
> — Spreuken 14:20-21

^p92

Dat gaat opnieuw over minachting.

^p93

Merk op dat de naaste uit vers 21, vanwege de tegenstelling in het parallellisme met de arme uit vers 20, een arme man is. In de Engelse vertaling waarop Greggs formulering berust, wordt in vers 20 bovendien „neighbor” gebruikt waar het Nederlandse citaat „vriend” heeft. In Bijbelse tijden zou je buurman in de meeste gevallen een arme man zijn, tenzij je in een chique buurt woonde, en ze hadden eigenlijk geen chique buurten. De koning woonde in een chique huis en andere rijke mannen bezaten dure woningen. Maar waarschijnlijk bestond minstens negentig procent van de bevolking uit arme plattelandsbewoners, en daarom was bijna iedere buurman die je had betrekkelijk arm. Sommigen waren straatarm.

^p94

Wij hebben niet vaak zulke buren, tenzij we zelf bijzonder veel pech hebben en in heel slechte buurten wonen. In Amerika behoren de meeste mensen tot de middenklasse. Daarom wonen we in buurten waar onze buren niet echt arm zijn. Door de economie zouden ze nu armer kunnen zijn dan tien jaar geleden. Misschien hebben we buren die daadwerkelijk hun huis kwijtraken, hun baan zijn kwijtgeraakt en mogelijk nog meer zullen verliezen. Als dat zo is, hebben we nu misschien daadwerkelijk enkele arme buren.

^p95

Maar gedurende het grootste deel van de geschiedenis van Amerika hadden Amerikanen meestal geen echt arme buren. De meeste van onze buren konden voor zichzelf zorgen, in elk geval sinds de Tweede Wereldoorlog. Het is een tamelijk welvarende samenleving geweest. Misschien kunnen we ons niet voorstellen wat Salomo voor zich ziet, namelijk dat de gemiddelde buurman destijds een arme man was, een boer. Als hij een boerderij had, kon hij ten minste in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Misschien verdiende hij niet veel geld, maar hij kon met zijn bezit wel in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Veel mensen bezaten geen boerderij en konden niet in hun eigen levensonderhoud voorzien. Er waren dus veel arme buren.

^p96

Hij zegt in vers 20:

^p97

Zelfs zijn eigen buurman moet niets van een arme hebben, maar een rijke heeft veel vrienden.

^p98

En wie op zijn buurman neerkijkt — in dit geval zou dat zijn arme buurman zijn — zondigt, want dat wordt tegenover het volgende gesteld:

^p99

> Wie zijn naaste veracht, zondigt, maar welzalig is hij die zich over ellendigen ontfermt.
>
> — Spreuken 14:21

^p100

Als je op je buurman neerkijkt omdat hij arm is, omdat hij tot een lagere klasse behoort, dan zondig je. Dit is een zonde die in sommige samenlevingen zelfs in de instellingen is vastgelegd. In landen als India bestaat er bijvoorbeeld de klasse van de onaanraakbaren, of een kastenstelsel waarin bepaalde mensen eenvoudigweg niet omgaan met mensen uit een andere kaste, die lager op de economische ladder staan. Iemand minachten of op iemand neerkijken vanwege zijn armoede is werkelijk een zonde. Helaas ervaart een arme man vaak die minachting van andere mensen. In veel gevallen wordt hij zelfs door zijn eigen buurman gehaat, maar alleen door een slechte buurman. Een goede buurman zal zijn buurman niet minachten, ook niet als die arm is.

^p101

### 13. Gewelddadige en goddeloze buren

*40:47 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h13*

In hoofdstuk 16, vers 29, staat:

^p102

> Een man van geweld misleidt zijn naaste en brengt hem op een weg die niet goed is.
>
> — Spreuken 16:29

^p103

Dat wordt natuurlijk geïllustreerd in het eerste hoofdstuk van Spreuken, waar Salomo zijn zoon waarschuwt dat hij niet moet omgaan met mensen die hem ertoe willen verleiden samen met hen aan criminele activiteiten mee te doen om aan geld te komen. We zijn ook een spreuk tegengekomen toen we het over vrienden hadden, over het gevaar van het hebben van de verkeerde soort vrienden. Daar stond dat een man zijn vrienden zorgvuldig moet kiezen, omdat een slechte, goddeloze man hem ertoe zal verleiden het verkeerde pad op te gaan. Ook hier geldt dus dat een buurman die probeert je zover te krijgen dat je aan criminele activiteiten meedoet, duidelijk niet het soort buurman is dat je wilt hebben.

^p104

In hoofdstuk 21, vers 10, staat:

^p105

> De ziel van een goddeloze is belust op het kwade, zijn naaste vindt geen genade in zijn ogen.
>
> — Spreuken 21:10

^p106

Er zijn mensen die gewoon goddeloos zijn. Zo iemand zal zijn naaste verachten, en zijn naaste zal geen genade vinden in zijn ogen, alleen vanwege de goddeloosheid van die persoon zelf. Niet omdat de naaste verachting verdient, maar omdat goddeloze mensen geen goede redenen hebben voor wat ze doen. Ze zijn goddeloos. Daarom kiezen ze gewoon wie ze zullen verachten, bijna willekeurig. De naaste heeft dus geen enkele mogelijkheid om genade te vinden in de ogen van iemand die geen principes heeft. Denk eraan dat Paulus in Romeinen, hoofdstuk 12, zei:

^p107

> Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen.
>
> — Romeinen 12:18

^p108

Hij geeft aan dat er misschien mensen zijn met wie je niet in vrede kunt leven, omdat het eenvoudigweg niet mogelijk zal zijn. De hele relatie hangt niet van jou af. Voor een relatie zijn twee mensen nodig.

^p109

Als je naaste een fatsoenlijk mens is, dan zou je in vrede met die persoon moeten kunnen leven, omdat jij kunt doen wat van jou afhangt. Je kunt een vredelievend mens zijn. Je kunt een goede naaste zijn. Je kunt een vriend zijn. Je kunt behulpzaam zijn. Dat is het deel dat van jou afhangt. Maar soms is de naaste gewoon geen goed mens, ook al doe jij het deel dat van jou afhangt. Die persoon is goddeloos en je zult geen genade vinden in zijn ogen, staat er, wat je ook doet. In dat geval zul je niet in vrede met die persoon leven, hoewel dat niet jouw schuld zal zijn. Dat zal zijn keuze zijn.

^p110

### 14. Vleierij als valstrik en manipulatie

*43:18 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h14*

In hoofdstuk 29, vers 5, zei Salomo:

^p111

> Een man die zijn naaste vleit, spreidt een net voor diens voetstappen.
>
> — Spreuken 29:5

^p112

Dit betekent waarschijnlijk dat de man die zijn naaste vleit, opzettelijk een val voor hem zet. Hoewel je het ook anders kunt opvatten: als je te hoog over jezelf denkt, als je overmoedig bent omdat mensen je hebben gevleid, dan ben je bezweken voor iets wat niet goed voor je is. Je bent in feite verstrikt geraakt door je eigen trots en gevangengeraakt in je eigen hoge zelfbeeld, dat in wezen niet gerechtvaardigd is.

^p113

Vleierij is per definitie niet zomaar een compliment. Het is een compliment dat niet helemaal gerechtvaardigd is. Als je iemand vleit, zeg je positieve dingen over die persoon die niet noodzakelijkerwijs door de feiten worden gerechtvaardigd. Als je iemand een compliment geeft, als je iemand terecht prijst, is dat geen vleierij. Dan geef je mensen gewoon erkenning voor iets wat waar is. Dan erken je goede dingen over iemand die werkelijk aanwezig zijn.

^p114

Wanneer je iemand vleit, probeer je die persoon per definitie gunstig te stemmen. Je zegt meer dan door de werkelijkheid echt gerechtvaardigd zou zijn. Je vertelt iemand goede dingen over zichzelf waarvan je misschien niet eens vindt dat ze waar zijn. Maar je weet dat die persoon ze graag wil horen. Daarom zal die persoon daarop reageren op de manier waarop jij hoopt hem te laten reageren. Dat is een middel tot manipulatie.

^p115

De man die zijn naaste vleit, hoopt zijn naaste hoogstwaarschijnlijk over te halen om op een bepaalde manier te reageren waartoe die naaste zonder vleierij niet geneigd zou zijn. Dat is het punt: vleierij is manipulatie, en gewoonlijk is die niet bedoeld om iets te doen wat goed is voor de naaste, maar om de naaste iets te laten doen waarvan de vleier zelf voordeel hoopt te hebben. Hij zet een val, en het lokaas is vleierij. Het lokaas is de trots die op vleierij reageert.

^p116

Iemand die vleit, is geen goede naaste. Misschien mag je een naaste die je vleit graag, omdat ons ego zo in elkaar zit dat we het heel prettig vinden wanneer mensen aardige dingen over ons zeggen. Misschien is dat de naaste die we echt waarderen, omdat die altijd vriendelijke of vleiende dingen over ons zegt. Maar die persoon is niet werkelijk een goede naaste. Hij heeft bijbedoelingen met zijn vleierij.

^p117

### 15. Geschillen met buren beslechten

*45:54 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h15*

Er is nog één andere passage waar we naar moeten kijken, in hoofdstuk 25. Die gaat over het beslechten van geschillen tussen buren. Buren zullen vaak geschillen hebben. Het kan een geschil over grenzen zijn. In die tijd verplaatsten mensen soms de grensstenen en vergrootten ze hun land ten koste van hun naaste. Of er was een ander probleem. Iemands os kon losbreken, het veld van de naaste binnengaan en het gewas op het veld opeten of de wijngaarden vernielen. Een naaste kon economische schade lijden, en dan ontstonden er geschillen. Er konden allerlei geschillen zijn. Mensen hebben altijd wel iets waarover ze ruzie kunnen maken.

^p118

Hoe beslecht je geschillen tussen buren? Volgens hoofdstuk 25, vers 8 tot en met 10, staat er:

^p119

> [8] Ga er niet te snel opuit om iemand aan te klagen. Wat zult u anders uiteindelijk doen, wanneer uw naaste u te schande maakt? [9] Voer uw rechtszaak met uw naaste, maar maak het geheim van een ander niet openbaar, [10] anders zal hij die het hoort, u smaden en zal het kwaad gerucht over u niet meer wijken.
>
> — Spreuken 25:8-10

^p120

Het punt hier is dat als je een geschil met iemand hebt, dit betekent dat jij een standpunt hebt dat je verdedigt en hij een standpunt heeft dat hij verdedigt. Als dat niet zo is, zal er geen geschil zijn. Als jij een standpunt hebt dat je verdedigt, maar hij geen standpunt heeft dat hij verdedigt — met andere woorden, hij verzet zich niet tegen wat je zegt — dan is er geen geschil. Dan legt hij zich er gewoon bij neer.

^p121

Een geschil ontstaat wanneer de ene persoon denkt dat hij gelijk heeft en de andere partij denkt dat zij gelijk heeft, en beiden hun eigen kant verdedigen. Natuurlijk geloof je dat jij gelijk hebt, en misschien heb je dat ook. Er zijn momenten waarop je duidelijk gelijk kunt hebben. Maar de buurman heeft misschien ook argumenten aan te voeren. Misschien zijn die niet steekhoudend, maar ze kunnen wel overtuigend zijn. Als je dus naar de rechter stapt, maak je beide kanten openbaar. Wie weet wat je buurman over je zal zeggen om zichzelf te verdedigen, zelfs als wat hij zegt niet waar is? Om zichzelf te verdedigen, kan hij allerlei negatieve dingen over je naar buiten brengen, waardoor jij er slecht uit kunt komen te zien. Zelfs als hij liegt, zullen degenen die ervan horen niet noodzakelijkerwijs weten dat hij liegt. Daardoor kom je uiteindelijk beschaamd te staan vanwege de publiciteit die dit geschil krijgt doordat je naar de rechter stapt. Het is beter om het onderling af te handelen. Regel de zaak onderling. Ga zelf naar hem toe en schik de zaak buiten de rechter om.

^p122

### 16. Jezus over toegeven en vrede bewaren

*48:33 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h16*

Jezus gaf heel wat aanwijzingen van precies deze aard, en dat komt overeen met wat Spreuken hier zegt. In de Bergrede, in Mattheüs 5 vers 40, zegt Hij:

^p123

> en als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleding nemen, geef hem dan ook het bovenkleed;
>
> — Mattheüs 5:40

^p124

Met andere woorden, als iemand iets van je wil krijgen en daarvoor naar de rechter wil stappen, ga dan niet naar de rechter. Geef hem wat hij wil. Geef hem zelfs meer. Stel hem tevreden. Doe alles wat nodig is om dit buiten de rechter om te houden. De veronderstelling hier is dat hij werkelijk iets tegen je heeft, maar misschien is dat niet zo. Misschien is hij alleen maar uit op je jas. Jezus bespreekt niet eens of het recht aan jouw kant staat of niet. Geef het hem gewoon. Bewaar de vrede met hem, zegt Hij.

^p125

Dit is ongetwijfeld wat we een hyperbool noemen, want deze specifieke aanwijzing staat tussen een aantal korte uitspraken die hyperbolen bevatten. In vers 39, het vers hiervoor, zegt Hij bijvoorbeeld:

^p126

> Ik zeg u echter dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe;
>
> — Mattheüs 5:39

^p127

Je zou ook gewoon weg kunnen lopen. Wat Hij eigenlijk zegt, is: reageer niet op dezelfde manier. Als je de andere wang toekeert, weersta je de verleiding om je te laten provoceren. Je laat je niet provoceren. Maar je niet laten provoceren betekent niet dat je noodzakelijkerwijs altijd de andere wang aanbiedt. Je zou ook gewoon weg kunnen lopen. Dat zou ook een legitiem antwoord zijn. De andere wang toekeren is misschien wel de meest extreme manier om te laten zien dat je je niet laat provoceren.

^p128

Wanneer Hij in vers 41 zegt:

^p129

> en wie u zal dwingen één mijl te gaan, ga er twee met hem .
>
> — Mattheüs 5:41

^p130

dan is dat een goede manier om te laten zien dat je bereid bent mee te werken en je vijand te dienen. Volgens het Romeinse recht had een Romeinse soldaat het recht om je zijn spullen één mijl te laten dragen. Dat was de Romeinse wet: een Romeinse soldaat kon iedere voorbijganger dwingen zijn bepakking één mijl te dragen, maar niet verder dan één mijl. Jezus zei:

^p131

Als hij je dwingt één kilometer met hem mee te gaan, ga er dan twee.

^p132

Bespaar hem de moeite om een andere voorbijganger te zoeken die de tweede mijl aflegt. Maar er kunnen momenten zijn waarop de soldaat maar één mijl hoeft te gaan. Als jij er dan op staat er twee te gaan, bewijs je hem geen dienst. Met andere woorden, deze dingen zullen niet altijd letterlijk worden opgevolgd. Ze illustreren een principe.

^p133

In vers 42 zegt Hij:

^p134

> Geef aan hem die iets van u vraagt, en keer u niet af van hem die van u lenen wil.
>
> — Mattheüs 5:42

^p135

Geef aan degene die je iets vraagt; wees vrijgevig. Maar moet je aan iedereen geven die je iets vraagt? Verdient iedere bedelaar het dat jij je geld pakt en daarmee zijn alcoholisme of iets dergelijks bekostigt? Moet je je kinderen alles geven waar ze om vragen? Ik denk het niet. Dit zijn hyperbolen. Dit zijn enigszins overdreven uitspraken die in sommige gevallen naar de letter kunnen worden opgevolgd, maar die in wezen niet altijd naar de letter opgevolgd hoeven te worden. Ze verwoorden een principe. Als iemand op de een of andere manier misbruik van je wil maken, je geld wil hebben, je ergens voor wil aanklagen of je op de wang wil slaan, wees dan vrijgevig. Dat is in wezen wat Hij zegt. Wees vrijgevig. Verdedig in deze zaak je rechten niet. Als iemand iets wil, geef het hem dan.

^p136

### 17. Christenen en onderlinge rechtszaken

*52:17 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h17*

Dus als iemand je voor de rechter wil slepen, je wil aanklagen en je onderkleed wil krijgen, geef hem dan ook je bovenkleed. Dit zou niet altijd letterlijk de reactie zijn, maar het idee is dat het goed is om de rechter te vermijden. Paulus zei in 1 Korinthe 6 zelfs dat christenen niet naar de rechtbank moeten gaan. Hij zei dat als zij geschillen hebben, ze die onderling moeten oplossen. Hij zei dat de ideale oplossing is dat je jezelf laat benadelen. Paulus past duidelijk toe wat Jezus hier zei. Laat jezelf door de andere partij benadelen. Keer als het ware gewoon de andere wang toe.

^p137

Je ziet wat hij in 1 Korinthe 6 zegt. In vers 1 zegt hij:

^p138

> Durft iemand van u, die een geschil heeft met een ander, zijn recht te zoeken bij de onrechtvaardigen en niet bij de heiligen?
>
> — 1 Korinthe 6:1

^p139

Daarmee bedoelt hij de heidense rechtbanken.

^p140

> Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, zou u dan ongeschikt zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken?
>
> — 1 Korinthe 6:2

^p141

Hij zegt dat christenen zulke dingen onderling moeten kunnen regelen en erover moeten kunnen arbitreren, zonder tussenkomst van de rechtbank.

^p142

> [3] Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen? [4] Als u dus rechtszaken hebt over alledaagse dingen, stel dan hen aan die in de gemeente niet in aanzien zijn. [5] Tot beschaming zeg ik u dit . Is er dan onder u niemand die wijs is, zelfs niet één, die in staat zou zijn een oordeel te vellen in een geschil tussen zijn broeders? [6] Integendeel, de ene broeder spant tegen de andere broeder een rechtszaak aan, en dat voor ongelovigen. [7] Dan is er al volledig sprake van verlies onder u, dat u onder elkaar rechtszaken hebt. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen? [8] U echter doet onrecht en benadeelt, en dat nog wel aan broeders!
>
> — 1 Korinthe 6:3-8

^p143

Paulus zegt dat als er een geschil is tussen jou en je broeder, de verhevenste weg zou zijn dat je hem toestaat je te benadelen. Dat wil zeggen: geef je rechten op en laat hem krijgen wat hij ook maar denkt dat hem toekomt, zelfs als jij het daar niet mee eens bent. Paulus past hier duidelijk toe wat Jezus heeft gezegd. Maar als je die verheven weg niet kunt bewandelen, laat dan ten minste een andere christen tussen jullie oordelen, in plaats van naar de heidenen te gaan. Waarom zou je hen laten beslissen? Ze weten niet eens wat goed en kwaad is.

^p144

### 18. Echtscheiding voor een wereldlijke rechter

*54:52 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h18*

Dit geldt ook voor echtscheidingsrechtbanken. Ik vind niet dat christenen hun echtscheiding ooit aan een wereldlijke rechtbank zouden moeten voorleggen, want zulke rechtbanken weten niets van het huwelijk. Ze weten niets van gerechtigheid. Ze weten niet wat goed is voor kinderen. Zulke zaken zouden door de gemeente moeten worden behandeld, door geestelijke mannen, wijze mannen. De Bijbel zegt:

^p145

Is er onder jullie dan niemand die verstandig genoeg is om hierover te oordelen?

^p146

Onder die christenen, die christelijke waarden hebben, zouden er mensen moeten zijn die wijs genoeg zijn om zulke zaken te regelen. Maar het punt is dat Paulus zegt dat christenen niet met elkaar naar de rechter moeten gaan.

^p147

En je naaste die geen christen is? Moet je met hem naar de rechter gaan? In Mattheüs 5, vers 25, zei Jezus:

^p148

> Stel u zo snel mogelijk welwillend op tegenover uw tegenpartij, terwijl u nog met hem onderweg bent; opdat de tegenpartij u niet misschien aan de rechter overlevert en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt.
>
> — Mattheüs 5:25

^p149

Hij zegt dat als je een geschil met je tegenstander hebt, je het buiten de rechtbank met hem moet regelen. Regel het met hem voordat hij ermee naar de rechter gaat. Als hij ermee naar de rechter gaat, raakt de rechter erbij betrokken, en de rechter beslist misschien niet in jouw voordeel. Je weet nooit hoe het in de rechtbank zal aflopen. Misschien ben jij zelfs degene die in zijn recht staat, maar er is geen garantie dat de rechter het ook zo zal zien.

^p150

Opnieuw denk ik aan christenen die gaan scheiden, voor heidense rechters verschijnen en de rechter laten beslissen wie de kinderen moet opvoeden. De rechter heeft geen idee wat geestelijk goed is voor kinderen. Als hij geen christen is, kun je niet van hem verwachten dat hij over de opvoeding van de kinderen een beslissing neemt die in overeenstemming is met christelijke beginselen. Tenzij God natuurlijk de leiding heeft, want:

^p151

> Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt.
>
> — Spreuken 21:1

^p152

Er is een tijd geweest dat ik met mijn ex-vrouw een geschil had over de voogdij over mijn dochter, en de heidense rechter oordeelde in die zaak heel rechtvaardig. Ik hoefde niet eens een woord te zeggen. Ik was aan het bidden en vasten, en:

^p153

Het hart van de koning ligt in de hand van de Heer, en Hij stuurt het waarheen Hij wil, zoals Hij waterstromen stuurt.

^p154

Uiteindelijk gaf de rechter mij de volledige voogdij over mijn dochter en gaf hij haar moeder niet eens een bezoekregeling. Ik gaf haar een bezoekregeling, maar dat was mijn voorrecht. De rechter zag in dat haar moeder werkelijk geen goede invloed en geen goed mens was. Uiteindelijk oordeelde de rechter in mijn voordeel, wat gewoonlijk niet gebeurt. Gewoonlijk krijgt de vader niet de volledige voogdij zonder zijn zaak te bepleiten.

^p155

Ik heb mijn zaak niet in de rechtbank bepleit. Ik wilde geen zaak tegen mijn ex-vrouw bepleiten, maar dat hoefde ook niet. Ik hoefde letterlijk niets te zeggen. Mijn advocaat hoefde niets te zeggen. De advocaat van mijn ex-vrouw sprak vier woorden en de rechter oordeelde tegen haar. Het was werkelijk een wonder. Het was een van de verbazingwekkendste dingen die ik ooit in een rechtszaal heb gezien.

^p156

Maar ik wilde niet naar de rechter. Je weet nooit of de rechters het juiste zullen doen. Daarom zei Jezus dat je het buiten de rechtbank met je naaste, je tegenstander, moet regelen. Laat het niet voor de rechter komen. Je weet nooit of de rechter je aan de gerechtsdienaar zal overleveren en je in de gevangenis zal laten werpen. Het is mogelijk dat de rechter je geen gelijk geeft. Het is niet altijd zo dat de rechtvaardigen in de rechtbank in het gelijk worden gesteld. Soms kunnen de goddelozen de rechter omkopen en gaat de onschuldige daadwerkelijk de gevangenis in. Jezus zegt dus dat je geschillen persoonlijk tussen jou en je naaste moet regelen, en dat je ze buiten de rechtbank moet regelen. Dat is ook wat de spreuk zegt.

^p157

### 19. Blijf zo mogelijk buiten de rechtbank

*58:58 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h19*

In wezen komt die laatste spreuk, in overeenstemming met de leer van het Nieuwe Testament, erop neer dat christenen zo veel mogelijk buiten de rechtbank moeten blijven. Er zijn momenten waarop je geen keus hebt, omdat iemand je voor de rechter daagt en je wordt opgeroepen. Dan kun je niet gewoon wegblijven. Maar het idee is dit: als je weet dat iemand je voor de rechter wil dagen, als je weet dat iemand een geschil met je heeft, ga dan naar die persoon toe en stel je zo verzoenlijk mogelijk op. Wil die persoon je mantel hebben?

^p158

> en als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleding nemen, geef hem dan ook het bovenkleed;
>
> — Mattheüs 5:40

^p159

Blijf koste wat het kost buiten de rechtbank, als dat mogelijk is. Dat heeft Jezus gezegd, en dat zegt Spreuken ook.

^p160

Bedenk dat er die ene spreuk is die zegt:

^p161

> Het begin van een ruzie is alsof iemand water de vrije loop geeft. Stop daarom de onenigheid, voordat ze echt losbarst.
>
> — Spreuken 17:14

^p162

Eén Engelse vertaling past dit specifiek toe op een rechtszaak:

^p163

Je kunt net zo goed een overstroming veroorzaken als een rechtszaak beginnen.

^p164

Volgens die weergave kun je, als je een gerechtelijke procedure begint, net zo goed een vloed loslaten. Zodra je het aan de rechtbank overlaat om een beslissing te nemen, heb je het niet meer in de hand. Je weet nooit welke kant het op zal gaan, want rechtbanken zijn niet noodzakelijk rechtvaardig, gaan niet noodzakelijk gewetensvol te werk en zullen niet noodzakelijk al het bewijs zorgvuldig beoordelen. Heidense rechtbanken zijn dus eenvoudigweg geen ideale plaats voor christenen om geschillen tussen henzelf en andere mensen op te lossen.

^p165

Een christelijke arbiter, een christelijke bemiddelaar of iets dergelijks zou een goede mogelijkheid zijn. Maar het ideaal is, zei Paulus, en dit lijkt ook te zijn wat Jezus zegt:

^p166

> Dan is er al volledig sprake van verlies onder u, dat u onder elkaar rechtszaken hebt. Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen?
>
> — 1 Korinthe 6:7

^p167

### 20. Onrecht lijden om vrede te bewaren

*1:00:58 — https://versvoorvers.org/spreuken/buren#h20*

Er zullen momenten zijn waarop dat niet werkelijk de juiste handelwijze is. Er zijn momenten waarop jij niet de enige bent die zal lijden als je je tegenstander toestaat je te benadelen. Er kunnen andere mensen zijn voor wier belangen je moet opkomen. In sommige gevallen kom je voor anderen op wanneer je in een zaak voor je eigen standpunt opkomt.

^p168

Maar soms gaat het alleen om jou en is het vooral zaak vrede te sluiten. Als je daarvoor alleen de zaak hoeft op te geven en kwijtraakt wat die persoon van je wil hebben, valt daar vaak iets voor te zeggen. Zo bewaar je de vrede met je naaste. Als je een buurman hebt, bedenk dan dat hij er is voor jouw veiligheid en jij er bent voor zijn veiligheid. Buren moeten zich als goede buren gedragen. Als je uiteindelijk een voortdurend geschil met hem hebt en een slechte buurman hebt, dan zijn er waarschijnlijk niet veel dingen die veel erger zijn dan een buurman die een vijand is. Ik denk dat een van de weinige ergere dingen zou zijn dat je een huwelijkspartner hebt die een vijand is, maar een buurman die een vijand is, is evenmin iets goeds.

^p169

Tot zover wat Spreuken over deze onderwerpen zeggen. Daarmee ronden we onze beschouwing van de verschillende soorten relaties in Spreuken af.

^p170

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Leviticus 19:18](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#leviticus-19-18)
- [Spreuken 18:17](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-18-17)
- [Spreuken 18:13](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-18-13)
- [1 Korinthe 14:33](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#1-korinthe-14-33)
- [Spreuken 27:10](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-27-10)
- [Spreuken 3:27-29](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-3-27-29)
- [Spreuken 3:27-28](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-3-27-28)
- [Spreuken 6:27-29](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-6-27-29)
- [Spreuken 24:28](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-24-28)
- [Spreuken 26:18-19](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-26-18-19)
- [Spreuken 25:17](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-25-17)
- [Spreuken 11:9](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-11-9)
- [Spreuken 11:12](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-11-12)
- [Spreuken 14:20-21](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-14-20-21)
- [Spreuken 14:21](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-14-21)
- [Spreuken 16:29](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-16-29)
- [Spreuken 21:10](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-21-10)
- [Romeinen 12:18](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#romeinen-12-18)
- [Spreuken 29:5](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-29-5)
- [Spreuken 25:8-10](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-25-8-10)
- [Mattheüs 5:40](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#mattheus-5-40)
- [Mattheüs 5:39](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#mattheus-5-39)
- [Mattheüs 5:41](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#mattheus-5-41)
- [Mattheüs 5:42](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#mattheus-5-42)
- [1 Korinthe 6:1](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#1-korinthe-6-1)
- [1 Korinthe 6:2](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#1-korinthe-6-2)
- [1 Korinthe 6:3-8](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#1-korinthe-6-3-8)
- [Mattheüs 5:25](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#mattheus-5-25)
- [Spreuken 21:1](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-21-1)
- [Spreuken 17:14](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#spreuken-17-14)
- [1 Korinthe 6:7](https://versvoorvers.org/spreuken/buren#1-korinthe-6-7)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.