---
title: "Romeinen 6:15-23"
book: "Romeinen"
book_slug: "romeinen"
passage: "Romeinen 6:15-23"
passage_en: "Romans 6:15 - 6:23"
episode: 16
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/romeinen/6-15-23.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-09-06"
duration: "PT1H8M16S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Romeinen 6:15-23», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Romeinen 6:15-23

> Van slaaf van de zonde naar slaaf van God

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt waarom leven onder de genade geen vrijbrief is om te zondigen: wie je gehoorzaamt, is je werkelijke meester. Hij legt uit dat gelovigen van harte gehoorzamen aan het christelijke onderwijs en daardoor innerlijk worden gevormd, zodat hun leven steeds meer de vorm van Christus aanneemt. Daarbij benadrukt hij dat vrijgemaakt zijn van de zonde betekent dat de zonde hen niet langer bezit, terwijl zij nu aan God toebehoren. Ten slotte stelt hij de vrucht van heiliging en Gods gave van eeuwig leven tegenover het loon dat de zonde uitbetaalt: de dood.

## Hoofdstukken

1. [Aanloop naar de tweede vraag van Paulus](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h1) — 0:02
2. [Gaat Romeinen 6 over heiliging?](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h2) — 3:05
3. [Waarom christenen niet moeten zondigen](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h3) — 5:17
4. [De twee vragen over zonde en genade](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h4) — 8:35
5. [Niet onder de wet maar onder de genade](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h5) — 11:03
6. [Je bent slaaf van wie je gehoorzaamt](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h6) — 14:05
7. [Zonde en genade als verschillende meesters](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h7) — 16:30
8. [Wat de genade ons leert](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h8) — 19:10
9. [Innerlijke vernieuwing in plaats van regels](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h9) — 22:00
10. [Leer betekent ook praktisch onderwijs](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h10) — 24:25
11. [Gezonde leer vormt het dagelijks leven](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h11) — 27:54
12. [Onderwijs als patroon en mal](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h12) — 29:55
13. [Gevormd naar het christelijke patroon](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h13) — 33:04
14. [Gehoorzamen terwijl God je verandert](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h14) — 35:45
15. [Gehoorzaamheid is geen huichelarij](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h15) — 40:12
16. [Gehoorzaamheid vanuit het hart](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h16) — 43:05
17. [Bevrijd van de zonde als eigenaar](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h17) — 44:46
18. [Geestelijke verandering verloopt geleidelijk](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h18) — 47:21
19. [Je keuzes vormen gewoonten en karakter](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h19) — 52:26
20. [Je lichaam inzetten als wapen voor God](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h20) — 54:31
21. [Vrij van de aanspraak van gerechtigheid](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h21) — 57:13
22. [De beschamende vrucht van de zonde](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h22) — 59:53
23. [Goede vrucht komt uit een nieuwe natuur](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h23) — 1:02:07
24. [Het loon van zonde en Gods geschenk](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h24) — 1:05:26

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#p<n>.

### 1. Aanloop naar de tweede vraag van Paulus

*0:02 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h1*

De vorige keer zijn we halverwege hoofdstuk 6 van Romeinen gestopt — niet precies in het midden, maar het hoofdstuk is verdeeld in twee delen. Het eerste deel is iets langer dan het tweede, maar beide beginnen met vragen die ongeveer hetzelfde klinken. Die vragen zijn te verwachten naar aanleiding van wat Paulus aan het einde van hoofdstuk 5 heeft gezegd. Ik heb geopperd dat hoofdstuk 5, vers 21, Paulus aanleiding heeft gegeven om een uitstapje te maken, een tussenzin, om vragen te bespreken die zouden kunnen voortkomen uit een misverstand over dingen die hij aan het einde van hoofdstuk 5 heeft gezegd. Die tussenzin bestaat uit de hoofdstukken 6 en 7. Wanneer je dan bij hoofdstuk 8, vers 1, komt, pakt Paulus in wezen veel van wat hij al had aangestipt weer op, of gaat hij verder vanaf hoofdstuk 5. Er zijn andere manieren om naar de opbouw van dit gedeelte te kijken, maar zo begrijp ik het.

^p1

Paulus heeft enkele dingen gezegd, enkele formuleringen gebruikt, die iemand die er niet vertrouwd mee is of de strekking ervan niet helemaal begrijpt werkelijk op het verkeerde been zouden kunnen zetten als Paulus ze niet verduidelijkt. In hoofdstuk 5, vers 20, zei hij:

^p2

> De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig geweest,
>
> — Romeinen 5:20

^p3

Daarmee gaf hij aan dat de wet de menselijke zonde weliswaar schaamtelozer en duidelijker maakte, maar dat dit God er desondanks niet van weerhield zonde te vergeven. En hoe schaamtelozer de zonde, des te grootmoediger de genade leek, omdat Hij er door Christus aan voorbijgegaan was. Dus zei hij:

^p4

als er steeds meer zonde is, is er nog veel meer genade.

^p5

Maar iemand zou kunnen denken: als overvloedig zondigen ervoor zorgt dat genade overvloedig wordt, grootmoedig lijkt en verheerlijkt wordt, dan is zondigen misschien wel iets goeds, omdat het ervoor zorgt dat genade overvloedig wordt.

^p6

Daarom stelde hij in hoofdstuk 6, vers 1 de vraag:

^p7

> Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?
>
> — Romeinen 6:1

^p8

En zijn antwoord is natuurlijk nee. Want zelfs als we zouden denken dat dit iets goeds was, hoe zouden we dan in zonde kunnen leven wanneer we voor de zonde gestorven zijn? En wanneer we gedoopt worden, worden we gedoopt in de dood van Christus. We moeten begrijpen dat dit betekent dat wij in Christus waren, net zoals we in de oude mens Adam waren geweest. Wij zijn in Christus en Zijn dood is onze dood.

^p9

> Want wat Zijn sterven betreft, is Hij eens en voor altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
>
> — Romeinen 6:10

^p10

dus wij zijn voor de zonde gestorven en leven voor God.

^p11

### 2. Gaat Romeinen 6 over heiliging?

*3:05 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h2*

En ik heb gezegd dat veel mensen die de opbouw van Romeinen anders begrijpen dan ik, denken dat Paulus in hoofdstuk 6 een andere richting is ingeslagen, dat hij het over heiliging heeft en ons vertelt hoe we de zonde kunnen verslaan. Een van de grote uitdagingen die volgens mij iedere christen tegenkomt, is hoe we kunnen leven in overeenstemming met de overtuigingen die we hebben. Zodra we hebben besloten dat we Jezus willen volgen en een heilig leven willen leiden, is de volgende vraag: hoe doe ik dat? Want ik schiet werkelijk tekort. En dat gaat hij later in hoofdstuk 7 behandelen. Maar omdat christenen gefrustreerd zijn, zoals hoofdstuk 7 beschrijft, denken ze vaak dat Paulus ons hier een antwoord zou moeten geven op de vraag: hoe leven we werkelijk in overeenstemming met deze overtuigingen? Hoe houden we op met zondigen?

^p12

Er zijn dan ook velen die geloven dat hoofdstuk 6 op dit onderwerp is overgegaan. Hoe overwinnen we de zonde in ons leven? Hoe leiden we een heilig leven? Hoe zorgen we ervoor dat we niet langer in zonde vallen? Daarom denken ze dat Paulus hier spreekt over het sterven voor de zonde in een bepaalde subjectieve zin: de zonde is altijd springlevend geweest in mijn denken, in mijn innerlijk, en dat is een van de redenen waarom ze mij overwint. Want hoewel ik besloten heb het goede te doen, komen deze zondige gedachten en verlangens uit mijn hart op. Ze lijken me te overweldigen. Ik bezwijk ervoor. Daarom moet ik weten hoe ik daarvoor kan sterven, zodat de zonde, wanneer ze aanklopt, geen levende man aantreft die de deur opendoet. Veel mensen menen dus dat Paulus hier wil spreken over een subjectieve bevrijding van deze werkingen van de zonde.

^p13

Dus wanneer hij zegt dat wij voor de zonde gestorven zijn, en wanneer hij in vers 6 zegt:

^p14

> Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.
>
> — Romeinen 6:6

^p15

dan klinkt niet langer slaaf van de zonde zijn alsof de zonde niet meer met de zweep zal knallen en mijn gedrag zal voorschrijven. Ik zal daar niet meer voor bezwijken.

^p16

### 3. Waarom christenen niet moeten zondigen

*5:17 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h3*

Ik heb dus geopperd dat Paulus het hier niet over heiliging heeft. Hij heeft het over enkele theologische consequenties van de rechtvaardiging. Het punt is dat sommige mensen, omdat wij gerechtvaardigd zijn, denken: nou, dat was gemakkelijk — ik werd gerechtvaardigd door me te bekeren, ik werd gerechtvaardigd door te geloven, ik werd gerechtvaardigd door Jezus, niet door mezelf. Het is niet iets wat ik heb gedaan, het is wat Hij heeft gedaan, en daarom zal niets wat ik doe daar een probleem voor vormen. Ik kan dus net zo goed gewoon doorgaan met zondigen. En uiteindelijk zou dat God misschien zelfs verheerlijken, want Zijn genade zal door mijn zondigen eenvoudigweg overvloedig worden.

^p17

En Paulus heeft het niet over hoe we moeten ophouden met zondigen. Hij heeft het erover waarom we moeten ophouden met zondigen. Hij zal bespreken hoe we de zonde overwinnen, maar zover is hij nog niet gekomen. Ik geloof niet dat hij daar vóór hoofdstuk 8 aan toekomt, maar sommige mensen denken dat hij hier al op die manier spreekt. Neem bijvoorbeeld hoofdstuk 6, vers 7, waar staat:

^p18

> Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.
>
> — Romeinen 6:7

^p19

De woorden ‘vrijgemaakt van de zonde’ — zoals andere vertalingen deze passage weergeven — hebben veel mensen ertoe gebracht te zeggen: o, zie je wel, daar heb je het. Die zondige aandrang — daar ben ik nu vrij van, die is weg. En uit dit gedeelte van Romeinen 6 is de leer van de volkomen heiliging voortgekomen. Men denkt dan dat je een heiliging moet ondergaan. Sommigen zouden zeggen dat dit een tweede genadewerk is. Anderen zouden zeggen dat het iets is wat je ontwikkelt door eenvoudigweg deze waarheden te begrijpen. Maar je wordt dan vrij van zondigen, of in elk geval betrekkelijk vrij van zondigen. Sommigen zouden zeggen: helemaal vrij. Anderen zouden zeggen: je wordt er alleen beter in om niet te zondigen. Nu geloof ik wel dat een deel daarvan overeenkomt met de werkelijkheid in ons leven, maar daar heeft Paulus het hier niet over. Want zoals ik al zei, het woord ‘freed’ in Romeinen 6:7 is in het Grieks eigenlijk ‘gerechtvaardigd’ of ‘vrijgesproken’. Paulus heeft het dus nog steeds over rechtvaardiging. Wat hij zegt, is dat onze rechtvaardiging tot stand is gekomen doordat wij met Christus zijn gestorven. En toen Christus nog leefde, had de zonde alle gelegenheid om aanspraak op Hem te maken. Hij had net als andere mannen hartstochten en begeerten. Hij had klieren. Hij had lichamelijke verlangens. Hij kon verzocht worden. De zonde probeerde voortdurend aanspraak op Hem te maken, maar Hij bezweek er niet voor. En toen Hij eenmaal gestorven was, kon de zonde geen enkele rechtsgeldige aanspraak meer op Hem maken, zelfs niet om Hem te verzoeken. Wij worden nog steeds verzocht, omdat wij niet zijn opgewekt zoals Hij. Wij zijn niet lichamelijk gestorven, maar de aanspraken van de zonde op ons zijn verdwenen. Daarom is gehoorzaamheid aan de zonde ongepast.

^p20

### 4. De twee vragen over zonde en genade

*8:35 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h4*

En hij zal daar in het laatste deel van hoofdstuk 6 verder op ingaan door in vers 15 een tweede vraag op te werpen:

^p21

> Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!
>
> — Romeinen 6:15

^p22

Nu zul je op het eerste gezicht zien dat dit heel sterk lijkt op de vraag in vers 1. De eerste vraag was:

^p23

> Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?
>
> — Romeinen 6:1

^p24

En de andere is:

^p25

zullen we dan maar zondigen?

^p26

Er lijkt niet veel verschil tussen die vragen te zijn. Maar in het eerste geval zei hij:

^p27

zullen we doorgaan met zondigen?

^p28

omdat daardoor de genade zal toenemen? En nu zegt hij:

^p29

zullen we dan maar zondigen omdat we niet onder de wet vallen, maar onder de genade?

^p30

Het lijkt duidelijk dat deze twee vragen, die qua betekenis dicht bij elkaar liggen, toch elk een iets ander aspect hebben. De eerste vraag is: is het eigenlijk aan te bevelen dat we zondigen? Verheerlijkt dat God misschien? Als we het doen, zal de genade toenemen. Is dat niet iets goeds? Misschien moet het dus worden aangemoedigd. Misschien moeten we elkaar aanmoedigen om te zondigen, zodat de genade kan blijven toenemen. Dat is dus eigenlijk wat er achter de eerste vraag schuilgaat. De eerste vraag is dus: kan iemand zeggen dat we niet zouden moeten zondigen? Misschien moeten we allemaal zondigen, zodat de genade zou toenemen. De tweede vraag heeft meer hiermee te maken: goed, of het nu wordt aanbevolen of niet, we staan niet onder de wet. Het lijkt er dus op dat we gewoon kunnen zondigen, zelfs als dat niet wordt aanbevolen. Het heeft geen gevolgen. Er is geen wet die ons veroordeelt. We staan onder de genade. Hoewel beide vragen dus een vergelijkbaar aspect hebben, berusten ze allebei op misverstanden over de genade. Beide noemen genade en zonde. Bij de eerste lijkt zondigen misschien gepast, omdat de genade door het contrast zo goed voor de dag komt. Bij de andere is zondigen misschien iets wat we zouden kunnen doen omdat we ermee weg kunnen komen, want de genade zal ons er niet om veroordelen. Dus of zondigen nu iets goeds of iets slechts is, zonder een wet die ons veroordeelt kunnen we zelfs slechte dingen doen en ermee wegkomen, omdat we onder de genade staan.

^p31

### 5. Niet onder de wet maar onder de genade

*11:03 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h5*

Nu, waar komt deze zinsnede in vers 15 vandaan:

^p32

> Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!
>
> — Romeinen 6:15

^p33

Wel, in de directe context komt die uit het vorige vers. Toen Paulus zijn antwoord op de eerste vraag begon af te ronden, zei hij in vers 14:

^p34

> Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.
>
> — Romeinen 6:14

^p35

Wel, dat is dezelfde zinsnede:

^p36

We vallen niet onder de wet, maar onder de genade.

^p37

Dus zei iemand: nou, als we niet onder de wet maar onder de genade staan, dan is er blijkbaar niets wat mij ervan weerhoudt om te zondigen, toch? Dan kan ik net zo goed zondigen.

^p38

Toen Paulus in vers 14 zei dat we niet onder de wet maar onder de genade staan, verwees hij ongetwijfeld opnieuw terug naar het einde van hoofdstuk 5. Want zoals hij in hoofdstuk 5, vers 20 had gezegd:

^p39

> De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig geweest,
>
> — Romeinen 5:20

^p40

En dat leidde tot de formulering van de vraag in Romeinen 6:1. De genade neemt toe. Goed, laten we dan zondigen, zodat de genade kan toenemen. Toch zegt hij in het volgende vers, in Romeinen 5:21:

^p41

> opdat, evenals de zonde geregeerd heeft tot de dood, zo ook de genade zou regeren door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.
>
> — Romeinen 5:21

^p42

Nu zien we hier dat de genade regeert. We staan niet onder de heerschappij van de zonde. We staan onder de heerschappij van de genade. We staan zelfs niet onder de heerschappij van de wet, maar onder de genade. Als we onder de genade staan, betekent dat dat we niet onder de zonde of onder de wet staan. En als we niet onder de wet maar onder de genade staan, wel, dan kunnen we dus lekker doorfeesten.

^p43

En dus begrijpt Paulus dat er mensen zullen zijn die... En daarin had hij bepaald geen ongelijk. Door de hele geschiedenis heen zijn er heel wat mensen geweest die precies die fout hebben gemaakt. Nou, ik sta onder de genade, dus vertel mij niet dat ik niet mag zondigen. Jij bent een wetticist. Jij bent van de werken. Ik sta onder de genade, dus het maakt niet uit wat ik doe. Misschien is God er strikt genomen niet blij mee, maar hé, Hij kan mij niets aandoen, want Hij heeft de wet afgeschaft. En als er geen wet is, kan ik Gods gevoelens kwetsen wanneer ik maar wil, zonder dat het gevolgen heeft.

^p44

En dit is iets heel anders dan de eerste vraag. De eerste vraag was min of meer: zou God het misschien waarderen als ik zondig? Want daardoor zal Zijn genade overvloedig worden. Hier is het: zelfs als God het niet waardeert, kan Hij mij er werkelijk om veroordelen, aangezien ik niet onder de wet sta? Het gaat er dus meer om dat ik ermee weg kan komen, toch? En opnieuw zegt Paulus: volstrekt niet.

^p45

### 6. Je bent slaaf van wie je gehoorzaamt

*14:05 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h6*

Wat begrijpen ze hier nu verkeerd? Dit is zijn antwoord:

^p46

Weten jullie niet dat als je jezelf aan iemand overgeeft om hem als slaaf te gehoorzamen, je ook de slaaf bent van degene die je gehoorzaamt, of dat nu de zonde is, die tot de dood leidt, of gehoorzaamheid, die tot rechtvaardigheid leidt? Maar God zij dank: ook al waren jullie slaven van de zonde, jullie hebben van harte gehoorzaamd aan de leer die jullie is doorgegeven, en nu jullie van de zonde zijn bevrijd, zijn jullie slaven van de rechtvaardigheid geworden. Ik gebruik menselijke woorden omdat jullie menselijke natuur zwak is. Zoals jullie je lichaamsdelen als slaven in dienst stelden van onreinheid en wetteloosheid, met nog meer wetteloosheid als gevolg, zo moeten jullie je lichaamsdelen nu als slaven in dienst stellen van de rechtvaardigheid, om heilig te leven. Toen jullie slaven van de zonde waren, hadden jullie niets met rechtvaardigheid te maken. Wat hebben de dingen waarvoor jullie je nu schamen jullie toen eigenlijk opgeleverd? Uiteindelijk leiden die dingen tot de dood. Maar nu jullie van de zonde zijn bevrijd en slaven van God zijn geworden, levert dat een heilig leven op en uiteindelijk het eeuwige leven. Want de zonde betaalt je uit met de dood, maar God geeft je het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

^p47

Naar mijn mening blijft Romeinen 7 dezelfde vraag behandelen die in hoofdstuk 6, vers 15 werd gesteld. Maar we stoppen nu even om dit deel van zijn antwoord daarop te bespreken, en daarna is er nog een ander deel van zijn antwoord. Stel dus dat iemand zegt: oké, Paulus, jij zegt dat de genade regeert, dat wij onder de genade staan. Dus als wij onder de genade staan, staan wij niet onder de wet. Hoe kun je dan in vredesnaam redelijkerwijs zeggen dat ik niet in zonde moet leven als ik dat wil? En volgens mij zegt hij: als je in zonde wilt leven, kan dat ongetwijfeld, maar dan regeert de genade niet over je. De genade kan niet over je regeren terwijl je in zonde leeft, want degene die je gehoorzaamt, is je werkelijke meester. Dat is zijn uitspraak in vers 16:

^p48

> Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid?
>
> — Romeinen 6:16

^p49

### 7. Zonde en genade als verschillende meesters

*16:30 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h7*

Je zou dus kunnen zeggen: ik ben een slaaf van de genade, ik kan doen wat ik wil. Nou, als je een slaaf van de genade bent, zul je de genade gehoorzamen. Degene aan wie je je dag na dag overgeeft... Als je je aan de zonde overgeeft, dan ben je een slaaf van de zonde. Kom dan niet aan met dat je onder de genade staat. Je staat niet onder de genade. Je laat duidelijk zien dat je onder de zonde staat. De meester die je hebt, zal inderdaad bepalen wat je doet. Dat is nu eenmaal wat het betekent om een meester te hebben en een slaaf te zijn. Als je een slaaf van de genade bent, dan bepaalt de genade wat er gebeurt en zul je haar gehoorzamen. Als je de genade, die meester, niet gehoorzaamt, dan laat je eenvoudigweg zien dat die niet jouw meester is en dat je een andere meester hebt. Met andere woorden, misschien denk je dat je christen bent. Misschien houd je vast aan een leer die zegt dat je onder de genade staat. Maar als dat niet zichtbaar is in je leven, dan is de genade niet werkelijk jouw meester. Je hebt een andere meester die je gehoorzaamt, en dat is de zonde.

^p50

Dus hij zegt dat jullie slaven zijn van degene aan wie jullie jezelf aanbieden om hem te gehoorzamen. Dat wil zeggen: als je jezelf dagelijks in dienst van de zonde stelt, dan meld je je bij je meester, de zonde, om je taak uit te voeren. Als je je bij je meester, de genade, meldt om je taak uit te voeren, dan bied je jezelf aan voor een ander soort gedrag. Je kunt dus weten of je onder de genade staat of niet. Wie gehoorzaam je? Onder diegene sta je. Degene aan wie je jezelf en je lichaamsdelen enzovoort aanbiedt als werktuigen om te gehoorzamen... nou ja, als slaven om te gehoorzamen... diegene is je meester. Hij zegt:

^p51

of de zonde, die tot de dood leidt. Dat wil zeggen: als je de zonde gehoorzaamt, dan ben je een slaaf van de zonde. Dat is je meester, en die zal je de dood geven. Het loon dat de zonde betaalt, is de dood, zoals hij later in vers 23 zegt:

^p52

> Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.
>
> — Romeinen 6:23

^p53

Dat is je meester. Die zal loon uitbetalen, en dat loon is de dood. Of als je jezelf aanbiedt om God te gehoorzamen, in gehoorzaamheid aan de gerechtigheid, dan zegt hij later dat dit tot leven leidt:

^p54

God geeft ons het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

^p55

### 8. Wat de genade ons leert

*19:10 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h8*

Nu heb ik het gehad over het gehoorzamen aan de genade, maar dat is voor sommigen van ons misschien een heel vreemd begrip. Wat bedoel je met de genade gehoorzamen? Wat zegt de genade dat ik moet doen? Welke regels heeft de genade mij opgelegd? Nou, Paulus bespreekt dat hier niet uitvoerig. Hij doet dat hier niet zoals hij dat op sommige andere plaatsen doet. Op een van die plaatsen, in Titus hoofdstuk 2, vertelt hij ons precies wat de genade ons zegt te doen. In Titus hoofdstuk 2, vers 11 en 12, zegt Paulus:

^p56

> [11] Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, [12] en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,
>
> — Titus 2:11-12

^p57

Dus wil je weten wat de genade onderwijst, wat de genade ons zegt te doen? Dit is wat de genade je zegt. De genade van God is verschenen, en die genade leert ons:

^p58

dat we goddeloosheid en wereldse verlangens afwijzen en in deze tijd beheerst, rechtvaardig en toegewijd aan God leven.

^p59

Nu zijn dat niet veel regels, maar het geeft beslist een richting aan. Het bevat geen lijst met geboden, omdat het eigenlijk geen wet is. Maar het is een kracht die ons afkerig maakt van wereldse begeerten en ons neigt tot een godvruchtig leven: bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig leven in deze tegenwoordige tijd, en goddeloosheid en wereldse begeerten verloochenen. Dat leert de genade je. Het is interessant dat hij niet zegt dat de genade dat gebiedt, alsof zij net als de wet een slavenmeester is. Zij is genadig. En Paulus gaat ons in dit gedeelte van Romeinen 6, waar we nu zijn, en in hoofdstuk 7 meer vertellen over wat het precies is, wat de werkwijze is waardoor de genade ons een beter leven laat leiden. Maar hij zegt dat dit is wat de genade je inderdaad leert.

^p60

Als iemand goddeloos leeft en zegt: oordeel niet over mij, ik ben niet onder de wet, ik ben onder de genade, dan zou Paulus zeggen: pardon, ik denk niet dat je dat bent. Als je onder de genade stond, zou zij je iets leren, en blijkbaar laat je je niet onderwijzen. Dan zou je deze innerlijke leermeester hebben die tegen je zegt: geef je goddeloosheid en je wereldse begeerten op. Begin in dit tegenwoordige leven bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven. Dat is wat de genade ons leert. Dus als je door de genade wordt geregeerd, is dat wat je geleerd wordt. Niet door een uitwendig wetboek, maar doordat de Geest van genade in jou verandert waar je op gericht bent.

^p61

### 9. Innerlijke vernieuwing in plaats van regels

*22:00 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h9*

Weet je, Paulus benadrukt zeer sterk dat het christelijk geloof geen wet is. Elke godsdienst is dat wel. Elke godsdienst zegt: goed, we zouden beter moeten leven dan we doen, en dit zijn de regels waaraan we ons moeten houden. En zo’n godsdienst legt mensen een of andere vorm van wetgeving op. Maar God, Die er natuurlijk op staat dat we een heilig leven leiden, legt geen lijst regels op. Hij zegt eenvoudig: wat zou je ervan zeggen als Ik gewoon bij je naar binnen ga en je opnieuw afstel, je opnieuw richt? Wat zou je ervan zeggen als Ik daar naar binnen ga en verander wie je vanbinnen bent? Wat als Mijn genade voldoende is om te veranderen wat je wilt doen? Zo onderwijst de genade ons: door ons vanbinnen anders te maken, zoals hij hier heel duidelijk zal uitleggen.

^p62

Maar wat hij hier in Romeinen 6 zegt, is dat wanneer je praat over onder de genade zijn en ondertussen eropuit gaan en zondigen, je het hebt over het berijden van twee verschillende paarden die twee verschillende richtingen uit gaan. Of je leeft in zonde, en dan ben je dus niet onder de genade, omdat je een andere meester gehoorzaamt dan de genade. Of je bent onder de genade en doet wat de genade je leert te doen. Degene die je gehoorzaamt, is je werkelijke meester. Zo is het. Dat is gemakkelijk te zien.

^p63

In iedere stad in het Romeinse Rijk waren veel slaven. Ze kleedden zich anders dan andere mensen, enzovoort. En als je wilde weten van wie iemand een slaaf was, zou het niet al te moeilijk zijn om daarachter te komen. Je kon gewoon kijken van wie hij bevelen aannam en wiens zaken hij behartigde. Deze man is duidelijk een slaaf. Ik vraag me af wie zijn eigenaar is. O, hij koopt dingen voor deze man. Hij doet karweitjes voor deze man. Ik hoorde hem verslag uitbrengen aan deze man en ik zag dat hij instructies van hem kreeg. De persoon die hij gehoorzaamt, dat is zijn meester. Zo is het. Dat is duidelijk.

^p64

En dus zegt Paulus dat het absurd is om te spreken over onder de genade zijn en in zonde leven. Want als je onder de genade bent, zul je in genade leven en de aanwijzingen opvolgen die de genade geeft. En je kunt zien wie iemands meester is.

^p65

### 10. Leer betekent ook praktisch onderwijs

*24:25 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h10*

Vers 17:

^p66

> Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent.
>
> — Romeinen 6:17

^p67

En in sommige handschriften staat: die aan jullie werd overgeleverd. Dat maakt niet zoveel verschil. Maar deze verwijzing naar de vorm van leer heeft me al enige tijd geboeid. Want let eens op het woord leer. Wij gebruiken het woord leer heel vaak om naar theologie te verwijzen, nietwaar? De leer van de Drie-eenheid, de leer van de godheid van Christus, de leer van de rechtvaardiging door geloof, de leer van de Heilige Geest, of wat dan ook. Wanneer we aan leer denken, denken we aan theologische waarheden. Veel mensen zeggen: ik wil geen leer horen, ik wil alleen onderwezen worden hoe ik in de praktijk voor God moet leven. Dat zeggen ze omdat ze denken dat leer iets anders is. Zij denken dat leer slechts bestaat uit theologische begrippen die je wel of niet kunt aanhangen en die niet zo belangrijk zijn.

^p68

Maar dat betekent het woord ‘leer’ niet. Dat is alleen de betekenis die het in ons moderne taalgebruik heeft gekregen. Wanneer we het woord ‘leer’ in de Schrift tegenkomen, moeten we ons daarom realiseren dat het eenvoudigweg ‘onderwijs’ betekent. Het woord duidt niet noodzakelijk specifiek op theologisch onderwijs; het kan ook praktisch onderwijs zijn. En zo gebruikt Paulus het woord vrijwel altijd.

^p69

Kijk bijvoorbeeld naar wat hij in de pastorale brieven zegt. In 1 Timotheüs 1:9 zegt hij dat de wet niet bestemd is voor een rechtvaardige, maar voor wettelozen en opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en ongewijden, vadermoordenaars en moedermoordenaars, doodslagers, ontuchtplegers, enzovoort. Hij somt al die dingen op en zegt aan het einde van vers 10: en als er iets anders tegen de gezonde leer, of het gezonde onderwijs, ingaat. Hij sprak daar niet over arianisme, nestorianisme of gnosticisme, maar over gedrag. Slecht gedrag, zondigen, is in strijd met de gezonde leer, met goed onderwijs. De veronderstelling is dat de gemeente geleerd heeft zich niet zo te gedragen. Leer of onderwijs gaat dus in belangrijke mate over gedrag.

^p70

Ik zeg niet dat theologie geen rol speelt. Ik geloof dat we in de brieven ook theologisch onderwijs aantreffen. Maar toen Jezus Zijn discipelen in Mattheüs 28:19 opdroeg meer discipelen te maken, zei Hij dat ze hun onderwijs moesten geven. Maar waarin? In theologie? Misschien op enig moment wel, maar dat is niet wat Hij zei. Ze moesten hun leren alles in acht te nemen wat Hij geboden had. Het onderwijs, de leer van de kerk, hield dus in dat mensen leerden gehoorzamen aan wat Jezus had gezegd. Dat is een heel ander leerplan dan het beheersen van de finesses van ingewikkelde theologie. En ik houd ervan de finesses van ingewikkelde theologie te bestuderen; daar heb ik niets op tegen. Maar dat heeft niet de prioriteit. Wanneer Paulus over leer spreekt, heeft hij het in wezen over onderwijs in de manier waarop je behoort te leven.

^p71

Kijk bijvoorbeeld naar Titus 2:1. Paulus zegt daar:

^p72

### 11. Gezonde leer vormt het dagelijks leven

*27:54 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h11*

> Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past. De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar en bezonnen, en gezond in het geloof, in de liefde en in de volharding. Evenzo moeten de oudere vrouwen zich eerbiedig gedragen, niet kwaadspreken en niet verslaafd zijn aan veel wijn, maar het goede onderwijzen. Zo kunnen zij de jonge vrouwen leren hun man en kinderen lief te hebben, bezonnen en rein te zijn, voor hun huishouden te zorgen, goed te zijn en hun eigen man te gehoorzamen, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt. Spoor evenzo de jonge mannen aan bezonnen te zijn.
>
> — Titus 2:1-6

^p73

Nu heeft hij hier vier bevolkingsgroepen: oude mannen, oude vrouwen, jonge vrouwen en jonge mannen. Elk van hen moet bepaalde dingen leren. En die dingen zijn gezonde leer, maar geen ervan is op zichzelf theologisch. Ze gaan over hoe je je gedraagt. Wees nuchter en wees eerbiedig. De oudere vrouwen moeten niet te veel drinken. Jullie jonge vrouwen, leer hoe je het huishouden verzorgt. Heb je kinderen lief, heb je man lief, roddel niet. Dit is praktisch onderwijs, en dit is wat Paulus leer noemt.

^p74

Dus wanneer we de Bijbel lezen, vooral als we Bijbels hebben die dat oudere woord ‘leer’ gebruiken — sommige gebruiken misschien het woord ‘onderwijs’, wat wellicht minder verwarrend is — kunnen we vanwege de manier waarop de kerk zich in de afgelopen eeuwen heeft gericht, toch denken dat gezond onderwijs er meer mee te maken heeft dat je theologie niet scheef zit dan dat je levenswandel niet scheef zit. Wat mensen geleerd werd, was alles in acht te nemen wat Jezus geboden had. Wat christenen onderscheidde, was hun gedrag. Daarin verschilden ze van de Romeinen en de Joden.

^p75

### 12. Onderwijs als patroon en mal

*29:55 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h12*

Wanneer Paulus vervolgens in Romeinen hoofdstuk 6 spreekt over die vorm van leer of onderwijs waaraan je bent overgegeven, spreekt hij naar alle waarschijnlijkheid over hoe je geleerd werd als christen te leven. En hij zegt:

^p76

> Jullie waren slaven van de zonde.
>
> — Romeinen 6:17

^p77

Met andere woorden, je leefde niet zoals het hoorde. Maar nu heb je op de juiste wijze geleerd hoe je moet leven. En hij zegt:

^p78

jullie hebben van harte gehoorzaamd.

^p79

Dit is Romeinen 6:17:

^p80

Jullie hebben van harte gehoorzaamd aan de leer die jullie is doorgegeven.

^p81

Nu, waaraan je bent overgegeven — wat suggereert dat? Het woord ‘vorm’ hier — je zou het niet weten tenzij je de Griekse tekst raadpleegt — is het woord type, of tupos. Nu zijn we het woord tupos eerder in andere verbanden tegengekomen, zoals het Pascha dat een type van Christus is, of Adam die in Romeinen 5 een type van Christus is. Daar werd het woord tupos ook gebruikt. Het Griekse woord tupos betekent een patroon of een mal. En hoewel wij het gebruiken om te zeggen dat iets in het Oude Testament een patroon van Christus was, of in bepaalde kenmerken met Christus overeenkwam, was het woord in het Grieks een heel gewoon huiselijk woord. Ze hadden destijds geen gelatinepudding, maar wat wij een gelatinevorm zouden noemen, zou een heel kenmerkend voorbeeld zijn van een tupos, een type. Het was een vorm die gestalte gaf aan iets wat nog niet vast was, totdat het vast werd. Je giet vloeibare gelatinepudding in een vorm. Die neemt de vorm van de mal aan en wordt hard, waarna je de mal verwijdert. Of als je een terras aanlegt, maak je een raamwerk van balken van vijf bij tien centimeter. Je meet de gewenste grootte en vorm uit en giet het natte beton erin. Het raamwerk blijft staan totdat het beton hard is geworden. Daarna is het raamwerk overbodig, want het was er alleen om de blijvende constructie vorm te geven, niet om daar te blijven staan.

^p82

Nu is onderwijs over hoe je moet leven een vorm waarin wij worden gegoten; wij worden eraan overgeleverd. Volgens mij is dat wat Paulus bedoelt: het onderwijs dat wij over het christelijke leven hebben ontvangen, bepaalt de vorm die ons leven geacht wordt aan te nemen, hoe wij ons behoren te gedragen — het patroon van ons gedrag. Het is een patroon of een mal van onderwijs. Doe dit, doe dat niet. Tegen jullie oudere mannen wordt gezegd:

^p83

> [2] De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding. [3] Evenzo moeten de oudere vrouwen in hun gedrag zijn zoals het heiligen past: geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede,
>
> — Titus 2:2-3

^p84

en dat soort dingen. Dat is het patroon dat de christelijke leraar de mensen leert. Zo ziet het christelijke leven eruit. Dit zijn de afmetingen, de vorm en de kenmerken ervan.

^p85

### 13. Gevormd naar het christelijke patroon

*33:04 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h13*

Nu word je overgeleverd aan de mal van dat onderwijs. Je leven gaat zich aan die vorm aanpassen. Uiteindelijk zal de mal niet meer dezelfde rol vervullen wanneer je leven die vorm min of meer blijvend heeft aangenomen. Het onderwijs is er om je te vertellen welke vorm je geacht wordt te hebben. Maar er zit iets in de aard van het natte beton waardoor het in die vorm uithardt, of zelf die vorm aanneemt. Daarom is de mal er alleen om de vorm ervan te bepalen. Maar er moet iets zitten in de substantie die in de mal wordt gegoten — in de pudding, in het beton — wat ervoor zorgt dat die niet vloeibaar blijft. Die wordt hard en neemt blijvend die vorm aan.

^p86

Het is interessant dat Paulus die beeldspraak gebruikt wanneer hij zegt:

^p87

> Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent.
>
> — Romeinen 6:17

^p88

Die structuur, dat patroon dat je onderwezen hebt gekregen — christenen moeten niet egoïstisch zijn, ze moeten onzelfzuchtig zijn; ze moeten anderen boven zichzelf stellen, en dergelijke dingen. De dingen die christenen geleerd worden te doen — als persoon ben ik gegoten in de mal van het onderwijs dat ik heb ontvangen. In het begin houden we ons er soms alleen maar aan omdat ons geleerd is dat te doen. De mal houdt je op je plaats zolang je nog vloeibaar bent, zolang je nog niet in die vorm bent uitgehard. Maar in de aard van het nieuwe leven in de Geest zit iets wat geacht wordt die vorm aan te nemen vanuit een innerlijke aandrang, in plaats van alleen door een uiterlijke eis van onderwijs. Dit is iets geheimzinnigs, maar dit is wat genade doet. Genade werkt in ons. Genade onderwijst ons innerlijk. Eerst moeten de aanwijzingen voor ons onder woorden worden gebracht. Maar terwijl wij van harte gehoorzamen, verandert de genade van God ons karakter daarnaar. Kijk, als ik ongehoorzaam ben aan het onderwijs, vloei ik over de rand van de mal heen en hard ik uit in de verkeerde vorm.

^p89

Wanneer Paulus spreekt over het aantrekken van de nieuwe mens en het uittrekken van de oude mens, zijn de oude en de nieuwe mens vormen, of mallen. Adam was een bepaald patroon. Christus is een ander patroon. Wanneer ik Christus aandoe, ben ik in Hem. Ik neem Zijn vorm aan terwijl de genade van God en de Geest van God in mij werken om mijn karakter te veranderen en mij in die vorm te kneden. Maar alleen wanneer ik bereidwillig en van harte gehoorzaam.

^p90

### 14. Gehoorzamen terwijl God je verandert

*35:45 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h14*

Wat dit betekent is het volgende. Stel dat ik merk dat ik lui ben, en volgens de Bijbel is het verkeerd om lui te zijn. De Bijbel zegt dat het verkeerd is. De leraren zeggen dat je niet lui moet zijn. Je moet ijverig zijn in het dienen van God en productief zijn voor Hem, enzovoort. Dus ik hoor dat onderwijs, en misschien ben ik op dit moment niet zo. Misschien slaap ik graag te lang. Misschien zit ik graag wat rond te hangen en laat ik anderen al het werk doen. Misschien ben ik gewoon lui. Ik hoor het onderwijs. Als ik het van harte gehoorzaam, wat betekent dat dan? Het betekent dat ik dingen ga doen die tegen die luiheid ingaan. Ik ga me gedragen als een ijverig persoon, zelfs als ik me niet ijverig voel. Misschien voel ik me nog steeds lui, maar ik kan zeggen: ik ga mijn wekker iets vroeger zetten. Ik ga die sluimerknop niet meer gebruiken en niet meer de gemakkelijke, luie weg kiezen. Ik ga gewoon opstaan en uit bed komen wanneer die wekker afgaat. Ik zal daar geen zin in hebben, omdat ik nog steeds lui ben. Maar ik ga doen wat iemand zou doen die niet lui was. En ik vertrouw erop dat God, terwijl ik dat gedragspatroon van harte gehoorzaam, dat in mij gestalte zal geven.

^p91

Weet je nog wat Paulus zei?

^p92

> [12] Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, [13] want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
>
> — Filippenzen 2:12-13

^p93

Je kunt alleen jezelf ertoe brengen je op een bepaalde manier te gedragen. Je kunt je innerlijk niet veranderen. Alleen God kan dat doen. Maar je kunt het uiterlijke deel doen, en er wordt van je verlangd:

^p94

werk met ontzag en ernst aan je eigen redding, want het is God die in jullie zowel het willen als het handelen teweegbrengt, omdat Hij dat graag wil.

^p95

Dus het is zo: ik ben lui, maar ik zie dat de afwas moet worden gedaan. Ik weet dat als ik maar lang genoeg blijf zitten, iemand anders wel opspringt en het doet. Maar aan de andere kant ga ik doen waar ik geen zin in heb. Ik ga het gewoon doen, en ik weet dat dienen meer in overeenstemming is met gehoorzaamheid aan God dan er lui over te doen. Dus geef ik gehoor aan die aandrang. Ik gehoorzaam wat mij geleerd is te doen. Ik sta op en doe het werk. Ik doe wat tegen mijn neigingen ingaat, omdat ik door het godvruchtige onderwijs dat ik heb ontvangen weet dat ik mijn leven op deze manier opnieuw vorm moet geven.

^p96

Als ik dat de rest van mijn leven alleen maar wettisch doe, ben ik gewoon een wetticist. Maar als ik het niet doe om wettisch te zijn, maar om God te eren — Hij wil dat ik zo ben — en ik erop vertrouw dat Hij mijn innerlijke bereidheid zal veranderen ten aanzien van wat ik nu alleen uiterlijk kan doen... Ik kan het wel doen, maar het valt me zwaar om het te willen. God kan aan de binnenkant werken. Ik kan alleen aan de buitenkant werken. Dus ga ik aan de buitenkant doen wat nodig is. Ik ga het goede doen en vertrouw er gewoon op dat God verandert wie ik ben. En dat vertrouwen op God stelt de genade in mijn leven in werking. Die onderwijst mij innerlijk. Die innerlijke veranderingen beginnen in mij plaats te vinden. Het is natuurlijk iets bovennatuurlijks.

^p97

En wat Paulus zegt, is dat als je werkelijk onder de genade bent in plaats van onder de wet, en het volgende geldt:

^p98

> Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent.
>
> — Romeinen 6:17

^p99

dan zal dat uiteindelijk natuurlijk tot gevolg hebben dat het verandert wie je bent. Je bent dus niet langer een slaaf van de zonde, in die zin dat je de zonde niet meer gehoorzaamt. Hij zegt:

^p100

> [17] Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. [18] En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.
>
> — Romeinen 6:17-18

^p101

doordat je de juiste leer hebt ontvangen. Je bent in een vorm geplaatst, en nu ga je die vorm aannemen als je je niet tegen die vorm verzet, als je hem met blijdschap gehoorzaamt.

^p102

### 15. Gehoorzaamheid is geen huichelarij

*40:12 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h15*

Nu zouden sommige mensen kunnen zeggen: nou, dan is dat alleen maar doen alsof. Dat is gewoon veinzen. Ik bedoel, als ik me beter gedraag dan ik ben, ben ik dan geen huichelaar? Dat ben je inderdaad als je mensen probeert te misleiden. Dan ben je het beslist, want een huichelaar is een toneelspeler die nooit werkelijk van plan is om het personage te worden dat hij speelt. Hij doet het alleen voor een publiek. Wanneer het publiek weg is, is hij weer wat hij daarvoor was. Het woord huichelaar betekent in het Grieks een toneelspeler. En een toneelspeler is voor een publiek iemand die hij niet is. Hij probeert indruk op iemand anders te maken en zo overtuigend mogelijk over te komen als iets wat hij in werkelijkheid niet is. Maar hij is niet werkelijk van plan om ooit in het echte leven dat personage te worden. Hij wil alleen een publiek behagen. En dat is wat de Farizeeën waren. Zij wilden alleen een publiek behagen. Ze waren niet werkelijk van plan om alles te zijn wat ze wilden dat de mensen dachten dat ze waren.

^p103

Dat is een totaal andere motivatie dan wanneer je zegt: ik wil God behagen. Het kan me niet schelen of er iemand kijkt of niet. Ik wil een beter mens zijn. Ik wil iemand zijn die God met zijn leven verheerlijkt. Dus ga ik Hem gehoorzamen. En ja, in het begin moet ik misschien tegen mijn aard ingaan, wanneer mijn gewoonten slechte gewoonten zijn. Misschien moet ik een paar nieuwe gewoonten ontwikkelen. Maar ik doe dit niet als huichelaar. Ik doe dit om God te eren, en Hij zal mij eren door mij innerlijk te vormen terwijl ik bewust die stappen zet om mijn uiterlijke gedrag te vormen zoals Hij wil dat ik het vorm.

^p104

En dan zeggen: nou, je moet je niet zo gedragen totdat je je werkelijk zo voelt — bedenk eens hoe belachelijk dat is. Je kunt dan net zo goed zeggen: nou, als ik dan lust voel en het gevoel heb dat ik overspel wil plegen, is het verkeerd om me daartegen te verzetten. Je doet alleen maar alsof als je je ertegen verzet, want vanbinnen speelt dat in je. Dan kun je het net zo goed gewoon doen. Nou, dat is toch een belachelijke leer? En het punt is dat we weten dat er bepaalde zonden zijn die we uiteindelijk zouden begaan als we ons gewoon zonder enige terughoudendheid zouden uiten. En we kunnen onszelf geen toestemming geven om die zonden te begaan. Het is dus heel duidelijk dat we onze neigingen soms moeten beteugelen. We hebben zonde in onze natuur die hervormd moet worden. Onze natuur moet aangepast worden.

^p105

> En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:2

^p106

### 16. Gehoorzaamheid vanuit het hart

*43:05 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h16*

En deze vernieuwing van het denken komt doordat God in ons werkt om ons denken te vernieuwen, terwijl wij ons gedrag vernieuwen. En we doen dat niet volmaakt, maar dat is wel ons vaste voornemen. We doen het met heel ons hart. We gehoorzamen vanuit het hart. We gehoorzamen niet met tegenzin omdat we onder een of andere religieuze dwang staan, omdat we wettisch zijn en eigenlijk niet het goede willen doen, maar het niet aandurven om het na te laten. Dat is wetticisme. Het gaat erom dat we als Jezus willen zijn. We hebben heiligheid lief, we hebben gerechtigheid lief. Zoals Paulus later in Romeinen 7 zegt:

^p107

> In mijn hart stem ik in met de wet van God. Ik heb haar lief; ik vind het alleen moeilijk haar te gehoorzamen.
>
> — Romeinen 7:22

^p108

Paulus zegt hier dus: als je inderdaad mijn onderwijs volgt, zul je de zonde niet dienen. Je zult niet in zonde leven. Onder de genade zijn zal ertoe leiden dat de genade veranderingen aanbrengt, dat zij renovatiewerk verricht in je leven, in je innerlijke leven, want de genade werkt innerlijk. Ze is een innerlijke kracht. En daarom ben ik blij, zegt hij, dat jullie inderdaad je zondige levenswijze hebben opgegeven, omdat jullie er in plaats daarvan voor hebben gekozen te gehoorzamen aan wat jullie is geleerd. Maar het gaat niet alleen om uiterlijke gehoorzaamheid en wettische aanpassing. Het gaat er meer om dat je je met blijdschap vanuit je hart onderwerpt en je laat vormen volgens het patroon dat God ons in het ontvangen onderwijs heeft gegeven. En daarom heb ik dat altijd echt een interessant vers gevonden.

^p109

### 17. Bevrijd van de zonde als eigenaar

*44:46 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h17*

Dan zegt hij in vers 18:

^p110

en nu jullie van de zonde zijn bevrijd, zijn jullie slaven van de rechtvaardigheid geworden.

^p111

Wanneer er staat dat wij van de zonde zijn vrijgemaakt, moeten we dat opnieuw niet in subjectieve zin opvatten. Als hij het hier over heiliging had in plaats van over rechtvaardiging, zouden we aannemen dat hij zegt: nu jullie christenen zijn, zijn jullie vrij van de zonde. Die bezorgt jullie eigenlijk geen problemen meer. Ze is zo goed als verdwenen. Jullie zijn vrijgemaakt. Jullie zijn bevrijd, zoals een slaaf bij zijn meester wegloopt en zich er nooit meer zorgen over hoeft te maken dat zijn meester opnieuw gezag over hem probeert uit te oefenen. Nou, zo gemakkelijk is het eigenlijk niet. Zoals hij in hoofdstuk 7 zal aangeven:

^p112

> Er is een wet in onze leden die ons nog steeds tot slavernij aan de zonde probeert te brengen.
>
> — Romeinen 7:23

^p113

Maar het gaat er hier niet om hoe je dat overwint. Het gaat opnieuw om hetzelfde feit als hiervoor. Het is gepast om dat te overwinnen. Het is niet gepast om iemand te dienen die je meester niet is. Je bent vrijgemaakt. Dat betekent dat je bent bevrijd en dat je per definitie niet langer een slaaf van de zonde bent. Je bent per definitie een slaaf van de gerechtigheid. Je behoort nu aan God toe. Iets later, in vers 22, zal hij zeggen:

^p114

> Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt , met als einde eeuwig leven.
>
> — Romeinen 6:22

^p115

En dat betekent niet dat wij nu slaafse knechten in slavernij zijn. Het betekent dat Hij ons bezit. Slavernij was niet alleen een beschrijving van de manier waarop iemand leefde. Slavernij was een beschrijving van wie hem bezat. Een slaaf was eigendom dat aan iemand toebehoorde. Als hij dus zegt dat je van de zonde bent vrijgemaakt, betekent dat dat de zonde jou niet meer bezit. Er is dus geen reden om er enig gezag aan toe te kennen wanneer ze je instructies geeft over wat je moet doen. Je hoeft dat niet meer te volgen. De zonde zal je er nog steeds toe proberen te brengen haar te gehoorzamen. En als je zwak bent, doe je dat misschien ook echt. Maar strikt genomen ben je vrij, in de zin dat de zonde jou helemaal niet bezit. Degene Die jou wel bezit, is God. Dit bepaalt dus eigenlijk hoe je je behoort te gedragen. Het voorspelt niet dat je je altijd zo zult gedragen.

^p116

### 18. Geestelijke verandering verloopt geleidelijk

*47:21 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h18*

Maar eerlijk gezegd: als je een slaaf van God bent, gebeurt er iets binnen in je. Als je werkelijk uit God geboren bent, werkt de genade van God in je. En wanneer je van harte gehoorzaamt aan wat Hij gezegd heeft dat je moet doen, wat slaven van God doen, zul je merken dat je innerlijk verandert. Daardoor wordt leven als christen veel meer iets wat je van nature doet, in plaats van iets wat je tegen de zwaartekracht in moet doen, tegen alle drang in die binnen in je leeft. Je merkt inderdaad dat dit waar is als je lang genoeg christen bent. En als je als christen vastbesloten bent God te gehoorzamen en erop vertrouwt dat God je verandert, zul je merken dat Hij dat na verloop van tijd doet. Soms gaat dat lang niet zo snel als je denkt dat Hij het zal doen. En vaak vraag je je misschien zelfs af of er überhaupt wel iets gebeurt.

^p117

Er waren zonden, mislukkingen en zwakheden in mijn leven toen ik jonger was die er nu niet meer zijn. Maar ze waren er lange tijd. Zo lang zelfs dat ik soms dacht: ik verander niet. Dat zou wel moeten, maar sommige van deze dingen waar ik vijftien jaar geleden last van had, zijn er nog steeds. Ik zie eigenlijk niet zo’n groot verschil. Maar twintig jaar later, dertig jaar later, zie ik het verschil wel. De verandering verloopt vaak geleidelijker dan wij verwachten.

^p118

Een deel daarvan kan onze eigen schuld zijn. Een deel daarvan is misschien niet zozeer onze schuld. Een deel kan komen doordat we niet in een omgeving verkeren die snelle groei bevordert. Sommige mensen verkeren daar wel in. Sommige mensen leven in een omgeving waarin groei voortdurend wordt aangemoedigd. Stel je voor dat je voortdurend in zo’n situatie als deze leefde. Iedereen moedigt je aan om heilig te zijn, je bestudeert de Bijbel en je wordt ondergedompeld in gemeenschap met andere gelovigen. Je zou een behoorlijk snelle groei verwachten als dat lange tijd zo doorging. Andere mensen verkeren in situaties waarin ze bijna niets hebben wat hen aanmoedigt. Ze hebben geen Bijbel. Ze hebben geen christelijke vrienden. Ze kunnen er geen vinden. Het spreekt vanzelf dat groei niet bij iedereen even snel gaat, omdat sommige omgevingen er gunstiger voor zijn dan andere. En het temperament van sommige mensen staat er meer voor open dan dat van anderen. Soms ben je gewoon met een bepaald temperament geboren en worstel je daardoor met dingen waar andere mensen niet mee worstelen.

^p119

Maar waar het om gaat, is dit: als het niet snel gebeurt, neem dan niet aan dat het helemaal niet gebeurt.

^p120

> [12] Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, [13] want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
>
> — Filippenzen 2:12-13

^p121

En het zou je verbazen: als je doorgaat, kom je uiteindelijk op een punt waarop je je niet kunt voorstellen dat je iets anders zou willen doen dan de dingen waarvan je eerst het gevoel had dat je ze alleen maar moest doen omdat ze verplicht waren. Je wilt heilig zijn. Je ziet mensen die doen wat jij vroeger deed en je denkt: man, wat moet het rot zijn om hen te zijn. Ik ben blij dat ik dat niet meer doe. En dat is eigenlijk geen eigengerechtigheid. Het is meer een gevoel van opluchting. Wauw, zo was ik. Kan ik me nog wel herinneren dat ik zo was?

^p122

Ik heb heel veel vrienden die in de jaren zeventig drugs gebruikten en christen werden. En veel van hen zijn natuurlijk tot op de dag van vandaag sterke christenen gebleven. Ik herinner me dat sommigen van hen weleens zeiden: ik hoorde laatst bij Starbucks toevallig een paar mensen praten, en het was duidelijk dat ze drugs gebruikten. En opeens drong het tot me door: doen mensen dat nog steeds? Bedoel je dat er nog altijd mensen rondlopen die drugs gebruiken? Ja, ik bedoel, die persoon gebruikte ze zelf vroeger voortdurend. Maar hij werd christen en kan zich er nu niet eens meer in verplaatsen. Het is bijna alsof dat een ander leven was, alsof iemand anders dat deed. Want in zekere zin was dat ook zo. Ze zijn veranderd. Misschien geleidelijk, want soms hadden die mensen in de eerste jaren van hun christelijke levenswandel nog moeite om van drugs af te blijven en vielen ze soms zelfs terug. Maar doordat ze de ingeslagen weg bleven volgen, merkten ze dat God hen vanbinnen veranderde. Daardoor is het eenvoudigweg niet meer iets waar ze zich mee bezighouden. Het trekt hen niet eens meer aan.

^p123

> Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent.
>
> — Romeinen 6:17

^p124

dan word je veranderd en word je van de zonde bevrijd, in de zin dat die niet langer je meester is en je niet langer bezit. Je bent een slaaf van de gerechtigheid geworden. De gerechtigheid, of God, bezit je. Hij zegt:

^p125

### 19. Je keuzes vormen gewoonten en karakter

*52:26 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h19*

> Ik spreek op menselijke wijze vanwege de zwakheid van uw vlees. Want zoals u uw leden beschikbaar gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de ene wetteloosheid tot de andere wetteloosheid, stel zo nu uw leden beschikbaar ten dienste van de gerechtigheid, tot heiliging.
>
> — Romeinen 6:19

^p126

Deze vergelijkingen zijn niet volmaakt. Ik gebruik menselijke vergelijkingen zo goed als ik kan om dit duidelijk te maken, vanwege de zwakheid van je vlees. Met andere woorden, omdat je traag van begrip bent. In je huidige gemoedstoestand zou het moeilijker zijn om dit tot je te laten doordringen als ik dit soort vergelijkingen en metaforen niet gebruikte.

^p127

Let er nu op dat hij zegt: toen je nog een zondaar was, stelde je je leden, je lichaamsdelen, ter beschikking aan je meester, de zonde. Die was niet alleen wetteloos, maar leidde ook tot steeds meer wetteloosheid. Door je keuzes raak je aan iets gewend. Keuzes worden gewoonten en gewoonten worden karakter. En doordat je er dag na dag voor koos de zonde te gehoorzamen, werd dat een gewoonte en werd het je karakter. Het werd wie je bent. En je werd steeds wettelozer en steeds minder in staat om zo te leven dat het God behaagt. Maar hij zegt dat je nu je leden als slaven ter beschikking moet stellen aan de gerechtigheid, met heiligheid als doel. Dat wil zeggen: met heiligheid, met heiliging, als gevolg. Hij zegt dus dat je een heiliger leven zult leiden. Hij heeft het eigenlijk niet... Nogmaals, als we over heiliging spreken als louter een beschrijving van hoe we behoren te zijn, dan loopt dat door alle geschriften van Paulus heen. Als we over heiliging spreken als een proces en over hoe we dat tot stand brengen, dan komt dat later veel meer aan de orde dan in dit gedeelte. Natuurlijk staan er in dit hele gedeelte toespelingen op de noodzaak om heilig te zijn, op de noodzaak om niet te zondigen en op het ongepaste van zonde.

^p128

### 20. Je lichaam inzetten als wapen voor God

*54:31 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h20*

Trouwens, wanneer hij spreekt over het ter beschikking stellen van je leden als slaven van de gerechtigheid, gebruikte hij eerder, in hoofdstuk 6 vers 13, een uitdrukking die daar sterk op lijkt. Hij zei:

^p129

> En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn . En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God.
>
> — Romeinen 6:13

^p130

Het woord dat in sommige Engelse vertalingen met ‘instruments’ wordt weergegeven en in het voorafgaande citaat met ‘wapens’, betekent wapens of oorlogswapens. Je bevindt je dus in een strijd, en de delen van je lichaam zijn werkelijk wapens die je inzet om de machten van de duisternis te verslaan. Je gebruikt ze als wapens voor God. In Romeinen 6 vers 13 betekent het Griekse woord dat daar met ‘werktuigen’ is vertaald dus werkelijk wapens. En hij zegt dat je je leden ter beschikking stelt. Ook zegt hij in het vers dat we nu behandelen, vers 19, dat je je leden als slaven ter beschikking stelt aan de gerechtigheid, met heiligheid als doel.

^p131

‘Ter beschikking stellen’ is een werkwoord dat in sommige vertalingen iets anders wordt weergegeven. In de King James Version staat in Romeinen 12:1 het Engelse woord ‘present’. In het volgende Nederlandse citaat is hetzelfde werkwoord met ‘wijden’ weergegeven:

^p132

> Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
>
> — Romeinen 12:1

^p133

Dat is het ter beschikking stellen van de leden van je lichaam. Het is hetzelfde. Je stelt je lichaam ter beschikking aan God door je leden ter beschikking te stellen aan God. Je zet ze in voor Zijn dienst van gerechtigheid.

^p134

Hij zegt dus in feite: doe wat juist is. Als je je afvraagt: omdat we niet onder de wet maar onder de genade zijn, moet je dan zondigen? Nee, dat moet je niet doen. De zonde is je meester niet, dus is het niet gepast om te zondigen. Als je wel in zonde leeft, laat je eenvoudigweg zien dat de zonde nog altijd je meester is en dat het leven onder de genade nog in je toekomst ligt, als het al ooit komt. Je wilt dus onder de heerschappij van de genade leven. Die zal je natuurlijk leren:

^p135

> en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,
>
> — Titus 2:12

^p136

zoals hij in Titus zei.

^p137

### 21. Vrij van de aanspraak van gerechtigheid

*57:13 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h21*

Nu vers 20:

^p138

> Want toen u slaaf van de zonde was, was u vrij ten aanzien van de gerechtigheid.
>
> — Romeinen 6:20

^p139

Wat betekent dat nu? Betekent het dat je niet verplicht was om de juiste dingen te doen? Of betekent het dit: toen je een slaaf van de zonde was, liet de gerechtigheid nauwelijks haar aanspraak op je geweten gelden. Je was min of meer vrij van gewetenskwesties die je lastigvielen en aan je bleven knagen. De gerechtigheid deed geen beroep op je, omdat je niet haar slaaf was. Je was de slaaf van de zonde. Toen je dus een slaaf van de zonde was, viel de gerechtigheid je niet zo erg lastig. Als ze je wel begon lastig te vallen toen je een zondaar was, werd je waarschijnlijk door zondebesef naar God toegetrokken. Maar als algemene levenswijze lijken zondaars vrij te zijn van het zondebesef waaronder christenen staan.

^p140

Ik bedoel, als wij als christenen mensen in zonde zien leven, denken we: ik begrijp niet hoe ze dat kunnen doen. Hoe kunnen hun gedachten en hun geweten hun toestaan zulke dingen te doen? Ik zou dat niet kunnen. Ik bedoel, ik zou het kunnen in die zin dat ik slecht genoeg zou kunnen zijn om die daad te begaan, maar mijn geweten zou me er niet mee laten wegkomen. Mijn geweten zou zeggen: dat soort dingen kun je niet doen. Ik ben niet vrij van gerechtigheid, omdat ik een slaaf van de gerechtigheid ben. Dus zelfs als ik zondig, laat de gerechtigheid haar aanspraak op mijn geweten nog steeds gelden: zoiets kun je niet doen.

^p141

En dus heeft Paulus het duidelijk over de innerlijke verandering die plaatsvindt wanneer je niet onder de wet bent, maar onder de genade. Je hebt een geweten. Je hebt de gerechtigheid als je meester, die tegen je zegt: doe dat niet, doe dit. Hij voorspelt nu niet dat je het juiste zult doen. Nogmaals, dit gaat niet over praktische stappen die garanderen dat je een heilig leven zult leiden. Het is een argument om een heilig leven te leiden. Er zullen nog andere stappen worden aangedragen die aangeven hoe je dat kunt bereiken. Maar waar hij het nog steeds over heeft, is niet: hoe doe ik het? De vraag is: moet ik het eigenlijk wel doen? En hij zegt: ja, dat moet je, want toen je een slaaf van de zonde was, viel de gerechtigheid je niet lastig. Maar nu ben je een slaaf van de gerechtigheid. Je moet niet toestaan dat de zonde haar eisen aan je opdringt. Ze zou ongetwijfeld nog steeds graag over je heersen, maar je moet gewoon beseffen dat ze geen enkele aanspraak op je heeft. Net zoals de gerechtigheid geen enkele aanspraak op je leek te hebben toen je een slaaf van de zonde was.

^p142

### 22. De beschamende vrucht van de zonde

*59:53 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h22*

Vers 21:

^p143

> Wat voor vrucht dan had u toen van de dingen waarover u zich nu schaamt? Immers, het einde daarvan is de dood.
>
> — Romeinen 6:21

^p144

En ook hier is het weer: je wilt een manier vinden om in zonde te leven en ermee weg te komen, omdat je onder de genade bent en niet onder de wet. Waarom zou je zoiets stoms willen doen? Welke vrucht was er in je leven toen je dat vroeger deed? Ik bedoel, denk er eens over na. Toen je in zonde leefde, als je zo’n periode in je leven hebt gehad, wat was daar dan de vrucht van? Meestal schuldgevoelens, depressie en beschadigde relaties. Ik bedoel, was dat een goed leven? Is dat iets wat je mist? Wil je daarmee doorgaan? Wil je een excuus vinden om daarmee door te gaan nu je behouden bent? Waarom? Welke vrucht leverde het op? Zeker geen goede vrucht. Ik kan me niet voorstellen waarom je dat zou willen.

^p145

Hij zegt:

^p146

wat hebben de dingen waarvoor jullie je nu schamen jullie toen eigenlijk opgeleverd?

^p147

Een christen schaamt zich voor zijn zonden. Iemand die zich niet voor zijn zonden schaamt, heeft waarschijnlijk niet echt oprecht berouw. Dat betekent niet dat je voortdurend in schaamte, verlegenheid en verdriet leeft. Het betekent alleen dat het gênant is wanneer je eraan terugdenkt. Eraan terugdenken is beschamend. Ik denk niet aan mijn zonden terug als iets waarover ik opschepte. Ik zou niet zeggen: nou, was dat even een geweldige tijd! Ik herinner me dat ik dacht: o man, waarom heb ik dat gedaan? Ik wou dat ik dat nooit had gedaan. Ik nam me voor het niet meer te doen. Ik schaam me ervoor. En zo is een christen. Als iemand zich niet schaamt voor zijn vroegere zonden, is het moeilijk om te weten of hij werkelijk een christen is. Is bekering immers niet juist die verandering van houding tegenover je vroegere zonden, en tegenover zonde in het algemeen? Welk argument kan er werkelijk worden aangevoerd om in zonde te leven? Het was beschamend. Het leverde geen goede vrucht op. In vers 21 zegt hij:

^p148

Uiteindelijk leiden die dingen tot de dood.

^p149

### 23. Goede vrucht komt uit een nieuwe natuur

*1:02:07 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h23*

Vers 22:

^p150

> Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt , met als einde eeuwig leven.
>
> — Romeinen 6:22

^p151

Wat opnieuw eenvoudigweg betekent dat we nu verplicht zijn een nieuwe Eigenaar, God, te dienen in plaats van de zonde.

^p152

Vrucht verschilt in zekere zin van werken, hoewel werken op zichzelf niet iets slechts zijn. In sommige contexten zijn werken goed. Maar werken van de wet, wettische werken, zijn werken die je uitsluitend worden opgelegd omdat de wet zegt dat je ze moet doen. Ook al wil je eigenlijk sneller rijden, je doet het niet, omdat er misschien een politieagent staat of omdat er op dat kruispunt een camera hangt. Dus ook al wil je eigenlijk veel sneller rijden, je houdt je aan de wet omdat er een wet is. Die wordt van buitenaf opgelegd. Dat komt niet uit mijzelf voort. Ik wil niet met die snelheid rijden. Ik wil sneller rijden, maar de wet die mij van buitenaf wordt opgelegd, dwingt mij ertoe. Dat betekent dat ik leef met een zekere mate van frustratie en een zekere mate van wrok tegenover de regels waaraan ik me houd. Want ik zou willen dat die regels er niet waren, omdat ik diep vanbinnen eigenlijk iets anders wil doen.

^p153

Maar vrucht is anders. Vrucht komt voort uit wat binnen in een plant of een boom zit, of binnen in de moederschoot van een vrouw. Dat is vrucht. Als je een andere natuur hebt ontvangen, zul je andere vrucht voortbrengen. En Jezus verwees daar vaak naar. Hij zei, weet je:

^p154

> Want er is geen goede boom die slechte vrucht voortbrengt, en geen slechte boom die goede vrucht voortbrengt.
>
> — Lukas 6:43

^p155

Waarom? Zo kun je ook het hart van een mens aan zijn woorden kennen.

^p156

> Adderengebroed! Hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u slecht bent? Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.
>
> — Mattheüs 12:34

^p157

Je kunt dus weten wat er in zijn hart zit door te luisteren naar wat hij zegt. Zo weet je wat de natuur van een boom is door te kijken naar het soort vrucht dat eraan groeit. De vrucht maakt een boom niet tot een fruitboom. Ze laat zien dat het een fruitboom is. Je kunt geen sinaasappels aan een eik vastplakken en er zo een sinaasappelboom van maken. Een boom wordt niet een bepaald soort boom doordat je er een bepaald soort vrucht aan bevestigt. Maar als hij een bepaald soort vrucht draagt, laat dat heel duidelijk zien wat hij vanbinnen is.

^p158

Waar hij het over heeft, is dat goed gedrag bij een christen voortkomt uit een nieuwe natuur, een goede natuur, uit een veranderde natuur. Die verandering vindt plaats doordat je doet wat hier staat:

^p159

> Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent.
>
> — Romeinen 6:17

^p160

Er vindt vanbinnen een verandering plaats, een hervorming, zodat de vrucht die eruit voortkomt tot heiligheid leidt. Anders dan de vrucht die uit de zonde voortkwam, die alleen maar tot de dood leidde, geldt nu voor ons:

^p161

> Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt , met als einde eeuwig leven.
>
> — Romeinen 6:22

^p162

want:

^p163

### 24. Het loon van zonde en Gods geschenk

*1:05:26 — https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#h24*

> Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.
>
> — Romeinen 6:23

^p164

Als je als slaaf van de zonde blijft dienen, krijg je aan het eind van de dag je loonstrookje, of waarschijnlijker nog, aan het eind van je leven. En dat loon zal de dood zijn. Het zal geen goed loon zijn. Maar:

^p165

God geeft ons het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

^p166

Een geschenk is iets anders dan loon. Paulus stelt die twee tegenover elkaar. Je dient God en je krijgt een geschenk. Waarom? Omdat je bij Hem niets verdient. Als je een slaaf bent, heb je eigenlijk geen recht op loon. Je bent eigendom. Je dient eenvoudigweg omdat je trouw bent aan je meester. Maar je Meester is gul en Hij geeft je iets. Hij beloont je voor goede dienst. Hij geeft je eeuwig leven. Aan een dienaar van de zonde wordt loon uitbetaald, maar dat is geen loon dat je zou willen ontvangen. Niemand wil met de dood worden uitbetaald.

^p167

Hij voert dus opnieuw argumenten aan tegen de suggestie dat mensen die onder de genade en niet onder de wet zijn, in zonde kunnen leven. Dat was de vraag, en het antwoord is nee. En waarom zou je dat willen? Om te beginnen roept het feit dat je dit werkelijk vraagt de vraag op wiens dienaar je eigenlijk bent. Als je een christen bent, als je wedergeboren bent, wil je God dienen. Er zullen frustraties zijn, omdat je Hem niet zo goed dient als je zou willen. En in Romeinen 7 gaat Paulus iets van die frustratie uiteenzetten. Maar in Romeinen 8 gaat hij ons helpen begrijpen hoe we de zonde kunnen overwinnen. Dat we dat willen, daar heeft hij het over gehad, en we behoren en moeten dat willen. Maar hoe we dat moeten doen, zal in hoofdstuk 8 worden besproken.

^p168

Hoofdstuk 7 zal echter nog steeds ingaan op waar we het over hebben gehad. Ik geloof eigenlijk dat hoofdstuk 7, vers 1 tot en met 6, nog steeds over dezelfde vraag gaat die in hoofdstuk 6, vers 15, opkwam. Dan wordt er in hoofdstuk 7, vers 7, nog een vraag gesteld, een derde vraag, en die gaat hij in de rest van het hoofdstuk beantwoorden. Daarna keren we weer terug naar zijn hoofdgedachte. Dan zijn we klaar met de zijvragen, de uitweiding in hoofdstuk 6 en 7.

^p169

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Romeinen 5:20](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-5-20)
- [Romeinen 6:1](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-1)
- [Romeinen 6:10](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-10)
- [Romeinen 6:6](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-6)
- [Romeinen 6:7](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-7)
- [Romeinen 6:15](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-15)
- [Romeinen 6:14](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-14)
- [Romeinen 5:21](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-5-21)
- [Romeinen 6:16](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-16)
- [Romeinen 6:23](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-23)
- [Titus 2:11-12](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#titus-2-11-12)
- [Romeinen 6:17](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-17)
- [Titus 2:1-6](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#titus-2-1-6)
- [Titus 2:2-3](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#titus-2-2-3)
- [Filippenzen 2:12-13](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#filippenzen-2-12-13)
- [Romeinen 6:17-18](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-17-18)
- [Romeinen 12:2](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-12-2)
- [Romeinen 7:22](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-7-22)
- [Romeinen 7:23](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-7-23)
- [Romeinen 6:22](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-22)
- [Romeinen 6:19](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-19)
- [Romeinen 6:13](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-13)
- [Romeinen 12:1](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-12-1)
- [Titus 2:12](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#titus-2-12)
- [Romeinen 6:20](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-20)
- [Romeinen 6:21](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#romeinen-6-21)
- [Lukas 6:43](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#lukas-6-43)
- [Mattheüs 12:34](https://versvoorvers.org/romeinen/6-15-23#mattheus-12-34)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.