---
title: "Romeinen 5:12-5:21 deel 1"
book: "Romeinen"
book_slug: "romeinen"
passage: "Romeinen 5:12-5:21 deel 1"
passage_en: "Romans 5:12 - 21 (Part 1)"
episode: 13
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-09-06"
duration: "PT1H7M49S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Romeinen 5:12-5:21 deel 1», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Romeinen 5:12-5:21 deel 1

> Adam brengt de dood, Christus het leven

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt Paulus’ complexe vergelijking tussen Adam en Christus en legt uit dat zij de hoofden van twee mensheden vormen: iedereen is óf in Adam óf in Christus. Hij betoogt dat gelovigen door hun verbondenheid met Christus delen in Zijn rechtvaardigheid, dood, opstanding en bestemming. Vervolgens onderzoekt hij of Romeinen 5 leert dat alle mensen schuldig zijn aan Adams zonde, en zet hij vraagtekens bij de augustijnse leer van toegerekende schuld. Volgens Gregg bracht Adams zonde de dood over zijn nakomelingen doordat de mensheid de toegang tot de boom des levens verloor, terwijl wie in Christus blijft in Zijn onsterfelijkheid en eeuwige leven deelt.

## Hoofdstukken

1. [Adam, Christus en de verbonden mensheid](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h1) — 0:02
2. [Collectieve identiteit en individualisme](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h2) — 3:16
3. [Waarom deze passage zo moeilijk is](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h3) — 7:53
4. [Lezing van Romeinen 5:12-21](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h4) — 9:37
5. [Aanvullingen van Bijbelvertalers](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h5) — 12:32
6. [Paulus’ onafgemaakte zin en tussenzin](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h6) — 14:39
7. [De oude mens: onze identiteit in Adam](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h7) — 17:40
8. [De nieuwe mens als lichaam van Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h8) — 22:36
9. [De gemeente als verlengstuk van Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h9) — 24:22
10. [Van Adams lichaam naar Christus’ lichaam](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h10) — 27:54
11. [Onze dood en opstanding in Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h11) — 32:05
12. [Hebben allen in Adam gezondigd?](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h12) — 34:34
13. [Augustinus en de schuld van zuigelingen](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h13) — 36:43
14. [Erfzonde en de leeftijd van verantwoording](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h14) — 40:11
15. [Inspiratie en persoonlijke schuld](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h15) — 42:27
16. [Zonde en dood vóór de wet van Mozes](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h16) — 45:31
17. [Adams gebod en de dood van zuigelingen](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h17) — 49:25
18. [Is de dood altijd een persoonlijk oordeel?](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h18) — 52:12
19. [Lichamelijke dood en de boom des levens](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h19) — 54:33
20. [De mens is niet van nature onsterfelijk](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h20) — 58:04
21. [Adams zonde bracht sterfelijkheid](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h21) — 1:00:00
22. [Onsterfelijkheid is alleen in Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h22) — 1:03:11
23. [De herstelde toegang tot eeuwig leven](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h23) — 1:05:57

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#p<n>.

### 1. Adam, Christus en de verbonden mensheid

*0:02 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h1*

We gaan nu naar de tweede helft van Romeinen 5. Ik heb in onze inleiding op Romeinen al gezegd, en ik zeg het nog een keer, dat dit gedeelte van Romeinen 5 bijzonder moeilijk is. Paulus zegt bepaalde dingen die enigszins dubbelzinnig zijn, en in de loop van de geschiedenis zijn die op verschillende manieren opgevat. Theologen hebben zeer uiteenlopende opvattingen gehad over wat Paulus hier nu eigenlijk zegt. En in dit geval zijn die verschillende opvattingen gerechtvaardigd door de dubbelzinnigheid van sommige uitspraken die hij in dit gedeelte doet. Dit is een van de twee plaatsen waar Paulus Christus met Adam vergelijkt. De uitwerking die Adam op het menselijk geslacht heeft gehad, wordt vergeleken, en vooral gecontrasteerd, met de uitwerking die Christus op het menselijk geslacht heeft gehad. En Christus wordt gezien als zoiets als een andere Adam, de laatste Adam, of de tweede mens. En terwijl we dit doornemen, moeten we begrijpen dat Paulus ervan uitgaat dat de naam Adam mens of mensheid betekent. Dat is inderdaad de betekenis van het woord. De etymologie ervan gaat terug op het woord rood, maar in het Hebreeuws betekent Adam mens of mensheid.

^p1

En hoewel Adam één mens is, een afzonderlijk persoon, was hij tegelijkertijd de hele mensheid, aangezien er buiten hem geen andere mensen waren. Hij was het hele menselijk geslacht. En het hele menselijk geslacht dat daarna kwam, wijzelf inbegrepen, was in hem toen hij leefde. Totdat hij en Eva hun eerste kind kregen, was het hele menselijk geslacht lichamelijk, letterlijk, in hem. En het is verbazingwekkend om erover na te denken hoe het menselijk geslacht met elkaar verbonden is, als de takken en twijgen van één boom. Niemand van ons is een afzonderlijk individu dat onafhankelijk is opgekomen. Ieder van ons is een twijg of een tak aan een uitgestrekte boom. Het materiaal waaruit je bestaat — je DNA en je lichamelijke bestaan — is eenvoudigweg een samenstelling van elementen uit het DNA en de lichamelijke delen van je ouders. En die van hen bestaan uit elementen van hun ouders, enzovoort. En in zekere zin was alles wat jij bent — je persoonlijkheid en je persoonlijke gedachten en dergelijke niet meegerekend, maar wel je lichamelijkheid — alles wat jij bent ooit in je ouders. En daarvoor was je in je grootouders en je overgrootouders, enzovoort, helemaal terug tot Adam. We waren allemaal in Adam. Ieder mens die sinds de hof van Eden geboren is, is eenvoudigweg uit Adam voortgekomen. Maar in die tijd waren we allemaal samengepakt in Adam en Eva. Dus toen Adam iets deed, deed de mensheid iets, want er bestond geen mensheid buiten hem. En de hele mensheid die sindsdien bestaan heeft, is uit hem voortgekomen.

^p2

### 2. Collectieve identiteit en individualisme

*3:16 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h2*

Dit is een begrip waar we misschien niet vaak genoeg bij stilstaan, omdat we een radicaal individualistische mentaliteit hebben. Ik weet niet precies wanneer die is ontstaan, waarschijnlijk tijdens de Verlichting, toen in veel filosofische stromingen de nadruk lag op de individualiteit en de rechten van de mens. En zeker in Amerika zijn we sindsdien sterk geneigd de nadruk te leggen op onafhankelijkheid en individualiteit. En daar zitten vanzelfsprekend bepaalde sterke kanten aan, maar het maakt ons ook minder geneigd om onze verbondenheid met onze familie en met de hele menselijke familie, het hele menselijk geslacht, te zien. De oosterse denkwereld had niet dezelfde gerichtheid als de onze. Wij zijn erg westers. En Paulus schreef aan mensen met een denkwereld die waarschijnlijk overwegend Joods was. We weten dat de Romeinen niet overwegend Joods waren, maar de Joden vormden een belangrijk deel van de gemeente. En tot nu toe heeft Paulus zich voornamelijk tot die Joden gericht en hun vooroordelen en hun elitaire houding, enzovoort. Nu is het boek Romeinen aan een etnisch gemengde gemeente geschreven. Daarom zouden we kunnen aanvoeren dat hij zich in deze hoofdstukken, aangezien hij het hier niet rechtstreeks over de Joden heeft, niet richt tot de Joodse denkwereld, maar tot de denkwereld van de heidenen. Het is niet volkomen duidelijk. Niettemin stonden de mensen uit de oudheid er minder afwijzend tegenover dan wij om te denken in termen van verbondenheid, van verbondenheid als menselijk geslacht, in Adam. Ik heb zelfs gelezen dat de Joden al het idee hadden waarvan Paulus hier uitgaat, namelijk dat het hele menselijk geslacht Adam is. En Paulus voegt daar eenvoudigweg aan toe: nu, er is nu een nieuwe Adam. Christus vervult in de bedoelingen van God en in de verlossing de functie van een andere Adam. En net zoals wij, die in Adam waren, in Adam met bepaalde gevolgen van zijn omstandigheden te maken kregen, zo krijgen we ook in Christus te maken met bepaalde tegenovergestelde, wenselijke gevolgen. Adam bracht onwenselijke gevolgen. Christus bracht wenselijke gevolgen.

^p3

De vraag is nu hoever Paulus deze vergelijking wil doorvoeren. Hij nodigt ons uit om deze vergelijking te maken, maar een groot deel van de woorden in het gedeelte dat voor ons ligt, besteedt hij eraan om er weer afstand van te nemen. Hij zegt dan: nu, het is niet precies hetzelfde. Er is een vergelijking, maar we moeten die niet te ver doortrekken. Want hij zegt dat wat Adam deed in dit opzicht niet lijkt op wat Christus deed, en in dat opzicht ook niet. Paulus wil enig voordeel uit de vergelijking halen, maar hij wil het nadeel vermijden dat we te veel overeenkomsten gaan zien. En daarom wordt het zo moeilijk, want theologen weten dat ze geacht worden een zekere parallel te zien tussen de rol van Adam en de rol van Christus wat betreft hun uitwerking op het menselijk geslacht. Maar de vraag hoever die parallel moet worden doorgetrokken en in hoeverre dat juist moet worden vermeden, leidt tot verschillende theologische aannames.

^p4

Nu ben jij misschien niet iemand die zich erg druk maakt om theologische finesses. Misschien zeg je gewoon: vertel me gewoon de praktische dingen. Hoe leef ik voor Jezus? En dat is iets goeds. Maar binnen ons theologische begrip zijn er manieren om naar Gods karakter te kijken, naar Gods rechtvaardigheid en naar Gods omgang met mensen die niet wij zijn. Kinderen die bijvoorbeeld sterven, worden sterk geraakt door sommige theologische vragen die dit gedeelte oproept. Ik wil alleen duidelijk maken dat er dingen in staan die ik nog altijd moeilijk vind; ik heb ze altijd moeilijk gevonden. Zelfs toen ik het gedeelte vanmorgen opnieuw las, dacht ik: ik begrijp niet waarom Paulus het zo heeft gezegd. Ik vraag me af of Paulus dit zelf ook moeilijk vond en niet precies wist hoe hij het moest verduidelijken, want erg duidelijk heeft hij het niet gemaakt. Anders zou er niet zoveel verwarring over dit gedeelte bestaan. Paulus wist natuurlijk wat hij dacht, maar mogelijk had hij nog niet alle consequenties daarvan uitgewerkt. Hij worstelde er misschien zelf mee, en zijn woordkeus heeft ons niet over al deze punten een glasheldere formulering van één onmiskenbare overtuiging nagelaten.

^p5

### 3. Waarom deze passage zo moeilijk is

*7:53 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h3*

Laat me het gedeelte voorlezen, zodat je weet waarover ik het heb. Toen ik jong was en Romeinen las, vond ik dit altijd moeilijk en dacht ik dat het aan mij lag. Voor zover ik me herinner, luisterde ik ergens aan het einde van de jaren zeventig naar een opname van een van mijn favoriete Bijbelleraren van destijds. Ik kende hem niet persoonlijk, maar ik waardeerde zijn opgenomen lezingen en beschouwde hem als een bijzonder scherpzinnig man. Toen hij bij dit gedeelte van Romeinen 5 kwam, zei hij eenvoudigweg dat dit misschien wel het moeilijkst te begrijpen gedeelte van de Bijbel was. Het blijft dus intimiderend om het als leraar te behandelen, want zelfs leraren tegen wie ik opkijk hebben gezegd dat het moeilijk is. En ik moet zeggen dat ik het zelf ook moeilijk vind.

^p6

Toch is het interessant. Zolang we niet verslaafd zijn aan zekerheid en niet menen dat we hier alles moeten begrijpen voordat we verder kunnen, kunnen we proberen in Paulus’ gedachtegang door te dringen en te ontdekken wat hij hier denkt. Het vormt duidelijk een wezenlijk onderdeel van zijn betoog. Hij voegt niet zomaar op de verkeerde plaats een bijlage toe. Kennelijk vindt hij dat dit materiaal direct na het eerste gedeelte van Romeinen 5 moet worden behandeld, want hij begint met „daarom”. Wat hij zegt, houdt dus logisch verband met het voorgaande: hetzij met de verzen 1 tot en met 11 van dit hoofdstuk, hetzij met het hele eerdere betoog. Dat is het uitgangspunt waaruit hij na dat „daarom” zijn conclusies trekt.

^p7

Ik lees het helemaal voor. Als je er geen enkel probleem in ontdekt: des te beter. Maar als je Paulus’ gedachtegang nauwkeurig probeert te volgen, zul je sommige delen waarschijnlijk duister vinden.

^p8

### 4. Lezing van Romeinen 5:12-21

*9:37 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h4*

Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, omdat allen gezondigd hebben — want totdat de wet er kwam — let erop dat hij zijn zin niet afmaakt, maar een andere richting inslaat — was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou. Adam is dus een voorafbeelding van Christus. Vers 15: maar het is met de genadegave niet zoals met de overtreding. Want als door de overtreding van de ene velen gestorven zijn, veel meer is de genade van God en de gave door de genade van de ene Mens, Jezus Christus, overvloedig geweest over velen. En het is met de gave niet zoals met hetgeen geschiedde door de ene die zondigde. Want de veroordeling leidde ten gevolge van één overtreding wel tot verdoemenis, maar de genadegave bij veel overtredingen tot rechtvaardiging. Want als door de overtreding van de ene de dood geregeerd heeft door de ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, in het leven regeren door de Ene, namelijk Jezus Christus. Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardige daad de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven. Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden. De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig geweest. Dit opdat, evenals de zonde geregeerd heeft tot de dood, zo ook de genade zou regeren door gerechtigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere. Dus zoals de overtreding van één mens ertoe leidde dat alle mensen werden veroordeeld, zo leidde de rechtvaardige daad van één mens ertoe dat alle mensen de vrije gave kregen die leven en vrijspraak brengt. Want zoals velen door de ongehoorzaamheid van één mens zondaars werden, zo zullen velen ook door de gehoorzaamheid van één mens rechtvaardig worden. Bovendien kwam de wet erbij, zodat de overtreding zou toenemen, maar waar de zonde toenam, nam de genade nog veel sterker toe, zodat de genade door rechtvaardigheid tot eeuwig leven zou heersen, net zoals de zonde door de dood heerste, dankzij Jezus Christus, onze Heer.

^p9

### 5. Aanvullingen van Bijbelvertalers

*12:32 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h5*

Er staan daar duidelijk veel uitspraken die bij ons goede gevoelens oproepen. Sommige regels zijn inspirerend. Maar wanneer Paulus zich probeert uit te drukken, waarom gebruikt hij dan die formulering, die zin, die nevenschikking van ideeën? Wat zegt hij met sommige van deze dingen nu werkelijk?

^p10

Iets wat de moeilijkheid enigszins vergroot, is dat veel van deze woorden cursief staan als je een Bijbelvertaling leest waarin bepaalde woorden cursief worden gedrukt. Dat betekent dat ze niet eens in het Grieks staan. De vertalers vonden Paulus’ tekst zelf hortend en moesten soms hele zinsdelen invoegen om een zin te laten werken. Of zij daarbij de juiste zinsdelen kiezen, is nog een andere vraag waarover je kunt nadenken.

^p11

Kijk bijvoorbeeld naar vers 18. Als we de cursief gedrukte woorden weglaten, omdat ze in de Griekse tekst ontbreken, zou er dus staan:

^p12

> Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.
>
> — Romeinen 5:18

^p13

De woorden die in de New King James Version zijn toegevoegd, zijn in het eerste deel ‘judgment’ — oordeel — wat heel goed het juiste woord kan zijn dat Paulus in gedachten had, maar hij zei het niet. Hij schreef het niet. En dan heb je de hele zinsnede ‘the free gift came’ — de vrije gave kwam. Deze bespreking betreft dus de cursiveringen in die Engelse vertaling; de HSV vult de Griekse zin anders aan. Dat is in feite een zinsdeel. Het vormt een zelfstandige hoofdzin aan het einde van dat vers die niet eens in het Grieks staat. Waarschijnlijk geeft die weer wat Paulus bedoelt te zeggen. Dat denken de vertalers tenminste, en misschien hebben ze gelijk. Ik ga dat niet betwisten. Wat ik zeg, is dat de passage moeilijker is doordat Paulus al die woorden niet heeft gezegd, en het niet helemaal duidelijk is wat hij precies bedoelde te zeggen. Op die manier wordt deze passage dus moeilijker, maar hij is ook moeilijk doordat de structuur ervan zo vreemd is.

^p14

### 6. Paulus’ onafgemaakte zin en tussenzin

*14:39 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h6*

In vers 12 begint hij met een soort voorwaardelijke bijzin, en je ziet dat er aan het einde van dat vers zoiets als een gedachtestreepje staat. Niet in het Grieks, want de interpunctie is natuurlijk toegevoegd. Maar dat gedachtestreepje staat er omdat hij de zin niet afmaakt. Hij laat hem onafgemaakt. Hij zegt:

^p15

> Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.
>
> — Romeinen 5:12

^p16

We verwachten dat hij dan "daarom" zegt, of "op dezelfde manier", of zoiets, maar dat doet hij niet. In plaats daarvan volgt er een tussenzin. In vers 18 komt hij er uiteindelijk op terug om vers 12 af te maken. Alles in de verzen 13 tot en met 17 staat tussen haakjes. Tegen de tijd dat hij in vers 18 terugkomt bij zijn oorspronkelijke uitspraak, beseft hij dat hij door zijn lange tussenzin de draad helemaal kwijt is. Daarom formuleert hij in vers 18 het eerste deel opnieuw:

^p17

Dus zoals de overtreding van één mens ertoe leidde dat alle mensen werden veroordeeld —

^p18

Nou, dat is in wezen hetzelfde als wat hij in vers 12 zei. Nu maakt hij het af: "so also" — zo ook. En dat is wat we ongeveer aan het einde van vers 12 verwachtten aan te treffen, dat "zo ook". Maar er stond geen "zo ook", omdat hij afdwaalde. En die uitweiding hebben de vertalers — in elk geval in de New King James — tussen haakjes gezet. Dat hoort ook zo, want het is een hele tussenzin die zijn gedachte uit vers 12 niet afmaakt. Hij wijkt uit naar bijkomende verklaringen van bepaalde dingen. Daarna komt hij in vers 18 terug om zijn gedachte af te maken en verder te gaan.

^p19

In zekere zin hadden de verzen 13 tot en met 17 dus helemaal weggelaten kunnen worden zonder dat dit zijn gedachtegang zou hebben verstoord. Je zou gewoon vers 12 en daarna de verzen 18 tot en met 21 kunnen lezen, en dan zou je zijn hoofdgedachte meekrijgen. Maar tussenzinnen staan er met een reden. Hoewel ze de gedachte onderbreken, doen ze dat om dingen te verduidelijken waarvan de spreker beslist denkt: wacht eens even, ik loop op mezelf vooruit. Ik begin iets te zeggen waarvoor zij misschien niet eens de achtergrondkennis hebben om te begrijpen waar ik het over heb. Ik moet hier dus wat achtergrondinformatie geven. En de verzen 13 tot en met 17 vormen die tussenzin. Maar bovendien staat er binnen die tussenzin nog een tussenzin. Want binnen die tussenzin vormen de verzen 13 en 14 één gedachte, en de verzen 15 tot en met 17 zijn dan weer een soort nieuwe uitweiding die iets anders uit die eerdere gedachte verduidelijkt. Je hebt dus een tussenzin binnen een tussenzin, een lange tussenzin die zijn gedachte onderbreekt.

^p20

### 7. De oude mens: onze identiteit in Adam

*17:40 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h7*

En ik moet zeggen dat de gedachte zelfs zonder de tussenzin dubbelzinnig is — we zullen zien waarom. Maar wat het bijzonder moeilijk maakt, is dat hij zegt dat de zonde van Adam op de een of andere manier verband houdt met onze zonde. Maar op welke manier bestaat dat verband? Heeft hij ons ertoe aangezet te zondigen? Heeft hij ons een slecht voorbeeld gegeven? Hebben wij in hem gezondigd, zoals deze passage volgens de gangbare orthodoxe opvatting gelezen wordt, of hoe zit het? Hoe dan ook, veel geleerden hebben geprobeerd de gedachte van Paulus te ontrafelen om erachter te komen wat hij nu precies zegt. In grote lijnen weten we wat hij zegt. In grote lijnen zegt hij dat er twee mensheden zijn. Een van die mensheden is in Adam. Adam is een collectief wezen. Toen hij leefde, was hij één mens. Maar hij kreeg kinderen, en nu heeft wie hij is zich uitgebreid tot een hele familie. Toch zijn zij in bepaalde opzichten allemaal nog steeds in Adam. En de andere mens is Christus, en er zijn nu mensen die in Christus zijn. Zoals sommigen in Adam zijn, zo zijn sommigen in Christus. En de deugden van Christus strekken zich uit tot degenen die in Hem zijn, net zoals de tekortkomingen — in bepaalde opzichten, of in elk geval de gevolgen van Adams zonde — zich uitstrekken tot degenen die in Adam zijn. Dit is dus ten diepste waar Paulus het over heeft. Er zijn twee mensheden in de wereld. Er is een oude mens, Adam, en er is een nieuwe mens, Christus. Iedereen is óf in de oude mens óf in de nieuwe mens.

^p21

Waarom gebruikte ik nu de termen „oude mens” en „nieuwe mens”? Paulus gebruikt die termen natuurlijk zelf, zij het niet vaak. Wanneer we bij hoofdstuk 6 vers 6 komen, zullen we lezen dat onze oude mens met Hem gekruisigd is. Veel moderne vertalingen bewijzen ons daar een slechte dienst door dit weer te geven als: „ons oude zelf is gekruisigd”. Paulus spreekt niet over ons oude zelf, maar over een oude mens. Die oude mens is Adam. Wij waren in Adam; hij was onze oude mens. Waarom is hij onze oude mens? Omdat wij in hem waren. We kunnen zeggen: „Dit is mijn huis”, omdat het het huis is waarin ik woon. Dit is mijn stad, want ik woon in deze stad. Adam was mijn oude mens: de oude mens in wie ik vroeger leefde. Nu ben ik in Christus echter een nieuwe mens. Helaas veranderen veel vertalingen „oude mens” en „nieuwe mens” in „oude zelf” en „nieuwe zelf”. Kennelijk komt dat doordat de vertalers Paulus’ theologie op dit punt niet onderkennen. Paulus spreekt niet over wie ik vroeger was, maar over degene in wie ik vroeger was.

^p22

Wanneer Paulus later in Efeze en Kolossenzen op vergelijkbare wijze over de oude en de nieuwe mens spreekt, zien we hetzelfde. Kijk naar Efeze 4:22 en volgende. Paulus spoort zijn lezers aan om wat hun vroegere levenswandel betreft de oude mens af te leggen. Als je vertaling daar „het oude zelf” heeft, kun je misschien beter een vertaling zoeken waarin de vertalers liever vertalen dan interpreteren. Het woord anthropos dat Paulus gebruikt, betekent mens of mensheid. Zoals Adam in het Hebreeuws mens of mensheid betekent, zo betekent anthropos dat in het Grieks: de oude Adam, de oude mens, de oude anthropos.

^p23

Je legt wat je vroegere levenswandel betreft de oude mens af, die te gronde gaat door de misleidende begeerten. Je wordt vernieuwd in de geest van je denken en bekleedt je met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

^p24

Let erop dat je de oude en de nieuwe mens aan- of uittrekt als kleding. Dat is het beeld. Veel mensen spreken over de oude en de nieuwe mens alsof het iets in je is: een oude en een nieuwe natuur. Misschien bestaan er een oude en een nieuwe natuur in je, maar daarover spreekt Paulus hier niet. Hij spreekt niet over wat er in jou is, maar over datgene waarin jij bent. Jij bevindt je in je kleding; je kleding bevindt zich niet in jou. Je wordt erdoor omgeven en je trekt haar uit. Je legt de oude mens af alsof je uit de oude mensheid stapt. Vervolgens trek je de nieuwe mens aan als een nieuw kledingstuk: je stapt in een nieuwe mensheid. Zo spreekt Paulus erover, niet andersom. Een oud of nieuw „zelf” wordt hier niet genoemd.

^p25

### 8. De nieuwe mens als lichaam van Christus

*22:36 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h8*

Als je je afvraagt of de oude mens Adam en de nieuwe mens Christus is, kunnen we dat aantonen door twee hoofdstukken terug te gaan, naar Efeze 2. In de verzen 14 en 15 zegt Paulus dat Christus Zelf onze vrede is. Hij heeft beiden één gemaakt en de scheidingsmuur tussen Jood en heiden afgebroken. In Zijn vlees heeft Hij de vijandschap tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden die uit bepalingen bestond, om in Zichzelf uit die twee één nieuwe mens te scheppen. In Christus heeft Hij uit het Joodse en het heidense element één nieuwe mens gemaakt. Daar is de nieuwe mens: het lichaam van Christus. De collectieve Christus is de nieuwe mens. Wie is dan de oude mens? De collectieve Adam.

^p26

Kijk ook even naar Kolossenzen. We willen niet te ver van Romeinen 5 afdwalen, maar daar wordt dit onderwerp voor het eerst geïntroduceerd. Deze latere passages van Paulus kunnen zijn gedachten daarover verhelderen. In Kolossenzen 3:9 zegt Paulus dat we niet tegen elkaar moeten liegen, omdat we de oude mens met zijn daden hebben uitgetrokken en de nieuwe mens hebben aangetrokken. Die nieuwe mens wordt vernieuwd tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft. Het lichaam van Christus is dus een in Christus geschapen werkelijkheid die tot kennis wordt vernieuwd. Vers 11 zegt dat er in de nieuwe mens geen Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Scyth, slaaf of vrije is, maar dat Christus alles en in allen is. In de nieuwe mens bestaat geen onderscheid tussen Jood en heiden. Waar is dat het geval? Uiteraard in de gemeente, in het lichaam van Christus.

^p27

### 9. De gemeente als verlengstuk van Christus

*24:22 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h9*

Wij zouden de gemeente kunnen beschouwen als een vereniging van mensen die een bepaalde held, Jezus, vereren omdat Hij veel goeds voor ons heeft gedaan. Maar zo ziet Paulus haar niet. Wij zijn niet de fanclub van Jezus en zelfs niet alleen leerlingen die een leraar volgen. Wij zijn Christus. Wij zijn Zijn lichaam. Wij zijn van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Dat zegt Paulus in Efeze 5:30: wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente. Sommige handschriften laten de woorden „van Zijn vlees en van Zijn gebeente” weg, maar alle handschriften hebben dat wij leden van Zijn lichaam zijn. En dat betekent iets.

^p28

Wat betekent dat? Nou, in Efeze 1, in de laatste twee verzen, 22 en 23, zegt Paulus:

^p29

> [22] En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, [23] die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.
>
> — Efeze 1:22-23

^p30

De gemeente is het verlengstuk van Christus Zelf, de volheid van Hem. Zij is Zijn lichaam, net zoals je lichaam de volheid, of het verlengstuk, van je hoofd is, en de dienaar van je hoofd. Maar het is organisch met je hoofd verbonden. We hebben geen eeuwig leven omdat we Jezus bewonderen. We hebben eeuwig leven omdat we in Jezus zijn, zoals de organen van je lichaam in jou zijn. En je hoofd is natuurlijk het belangrijkste orgaan waaraan je te herkennen bent, want je hoofd omvat je gedachten, je persoonlijkheid en wie je bent. Als ze je hoofd zouden afhakken en er het hoofd van iemand anders op konden zetten, zou je die persoon zijn. Hetzelfde oude lichaam, maar een nieuw hoofd, een nieuwe persoon. Want de persoon wordt bepaald door wat zich in het hoofd bevindt: de hersenen en de persoonlijkheid, de gedachten, de opvattingen, de waarden. Daar bevindt zich het middelpunt van je persoonlijkheid. Alles onder de nek is slechts de machine die de wil van het hoofd uitvoert. Maar het is eigenlijk geen machine. Het heeft ook het leven van het hoofd in zich. Het maakt deel uit van hetzelfde organisme, en het lot van het hoofd wordt ook het lot van het lichaam.

^p31

Want stel dat je erkenning krijgt doordat je een Pulitzerprijs ontvangt voor iets wat je geschreven hebt, of de Nobelprijs voor de Vrede voor een project dat je hebt uitgevoerd. Nou, waar is dat project ontstaan? Natuurlijk in je hoofd. Het komt voort uit je creativiteit, je hersenen, enzovoort. Maar je hele lichaam wordt verheven. Je bent niet alleen je hoofd. Je hoofd en je lichaam vormen één organisme. Wie je bent, is je organisme. Je longen zijn nu de longen van een beroemd persoon in plaats van die van een onbekend persoon. Je lever is de lever in het lichaam van een geëerd persoon. Als je een terdoodveroordeelde gevangene was, zouden je lever, je longen en je nieren samen met jou in de dodencel zitten.

^p32

Stel dat een van je nieren wordt verwijderd terwijl je in de dodencel zit. De rest van je lichaam gaat naar de elektrische stoel, maar die nier wordt getransplanteerd naar het lichaam van de president van de Verenigde Staten. Dezelfde nier die in de dodencel zat, bestuurt dan als het ware een land. Hij bevindt zich in een ander lichaam. Want het lichaam waarin je je bevindt, bepaalt je identiteit en je bestemming.

^p33

### 10. Van Adams lichaam naar Christus’ lichaam

*27:54 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h10*

Als je nu in het lichaam van Adam bent, en hij een zondaar is en zijn lichaam tot de dood gedoemd is, dan geldt dat ook voor jou. Je bent een lichaam. Adam is het hoofd. Je maakt deel uit van zijn lichaam. Je bent voorbestemd om te sterven. Je hebt de status van een misdadiger, van iemand die de wet overtreedt. Maar als je uit het lichaam van Adam wordt overgeplant in het lichaam van Christus, ben je nu een zoon van God. Nu zul je in het universum regeren. Nu heb je een ander leven in je en een andere bestemming, een andere identiteit.

^p34

Dit begrip van in Adam zijn of in Christus zijn, deze twee mannen, stond dus centraal in Paulus’ begrip van de aard van het behoud. En telkens wanneer Paulus over het lichaam van Christus sprak, zouden wij geneigd kunnen zijn te denken dat dit een ander begrip is, maar dat is het niet. Het is hetzelfde begrip. Wij zijn het lichaam van Christus. Wij zijn in Hem. Wij zijn de vervulling van Hem Die alles in allen vervult, zei Paulus. In Efeze 1:22 en 23 verbond hij dat met het lichaam zijn.

^p35

Nu gaan we terug naar Romeinen 5, waarbij we beseffen dat Paulus deze collectieve identiteit van Adam en deze collectieve identiteit van Christus in gedachten heeft. En deel uitmaken van die collectieve identiteit van Adam is verdoemend — of tenminste, ik moet niet zeggen dat het verdoemend is. Het leidt in elk geval tot de dood. Paulus spreekt in deze passage niet over de hel. Hij spreekt wel over de dood. En in Christus zijn heeft het tegenovergestelde gevolg: het plaatst je in de positie met een tegenovergestelde status en een tegenovergestelde bestemming, omdat je een andere identiteit hebt. Je maakt deel uit van Christus, je bent een lid van Christus.

^p36

Welnu, dit heeft verstrekkende gevolgen, want Paulus heeft eerder in Romeinen gezegd dat God Christus heeft toegestaan onze plaats in te nemen en de verzoening door voldoening voor onze zonden te zijn. Hij heeft heel duidelijk gemaakt dat we allemaal zondaars zijn en daarom allemaal terecht veroordeeld zijn. Maar God heeft Christus aangewezen als verzoening door voldoening voor ieder die in Hem gelooft — of, letterlijker gezegd, tot in Hem gelooft. „Tot in Christus geloven” is een uitdrukking die Paulus soms gebruikt, maar die niet altijd zo wordt vertaald. Eis betekent in het Grieks ‘tot in’, in tegenstelling tot en, dat ‘in’ betekent. Paulus spreekt vaak over tot in Christus geloven. Welnu, mijn geloven, mijn geloof, brengt mij tot in Christus.

^p37

En als iemand zegt: hoe kan een goed mens sterven en kan ik daarvoor de verdienste toegerekend krijgen? Dat is niet logisch wanneer we uitsluitend denken in termen van een rechtszaak, waarin een misdadiger schuldig wordt bevonden en een andere man, die niet schuldig is, in zijn plaats wordt terechtgesteld. Waar is de gerechtigheid daarin? Dit is iets in veel van wat christenen over de verzoening leren waarover veel mensen zijn gestruikeld. Hoe kun je zeggen dat er ook maar enige gerechtigheid in zit wanneer God een onschuldig persoon doodt en een goddeloos mens vrijuit laat gaan?

^p38

Welnu, Paulus heeft in hoofdstuk 3 gezegd dat dit precies is wat God heeft gedaan. Maar waarom werkt dat? Het werkt omdat ik in zekere zin niet een andere persoon ben dan Christus. Als ik in Christus ben, dan is Hij niet alleen mijn vertegenwoordiger. Hij is wie ik ben. Hij is mijn identiteit. Ik ben in Christus. Ik ben in Hem opgenomen. Het is niet zo dat Hij een rechtvaardig mens is en ik een schuldig mens ben, en dat Hij mijn plaats inneemt terwijl ik een schuldig mens blijf en alleen van mijn schuld word vrijgesproken. Het is zo dat ik in Hem ben overgeplant. Hij vertegenwoordigt mij niet alleen als plaatsvervanger. Hij is nu wie ik in Hem ben.

^p39

### 11. Onze dood en opstanding in Christus

*32:05 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h11*

En daarom is Zijn gerechtigheid mijn gerechtigheid, en is zelfs Zijn dood mijn dood geweest. Ik zat in de dodencel en moest sterven. En kijk eens aan, dat heb ik ook gedaan. Als ik in Christus ben, ben ik gestorven toen Hij stierf. Dus de straf voor mijn zonde is door Hem betaald, maar bij uitbreiding ook door mij. Ik heb het niet doorgemaakt zoals Hij, maar in Hem zijn betekent dat het op mijn strafblad staat. Je kunt mijn strafblad bekijken. Ik heb de misdaad begaan en ik heb ook de straf uitgezeten. Niet persoonlijk. Christus Zelf heeft de straf uitgezeten. Hij is voor de misdaad gekruisigd. Maar dat wordt geacht ook voor mij waar te zijn, omdat ik nu deel van Hem uitmaak.

^p40

En dus is het in Christus zijn, de verbondenheid met Christus, wat alle voorgaande redeneringen in Romeinen mogelijk maakt. Als ik niet in Christus was, als ik eenvoudigweg in Adam ben, dan is het niet logisch dat Jezus of iemand anders mijn plaats kan innemen en in mijn plaats kan sterven. Hoe is dat gerechtigheid? Maar het is wel gerechtigheid als God zegt: Christus, U bent gestorven en U bent opgestaan, en iedereen die in U is, is eveneens gestorven en opgestaan. Daarom zei Paulus in Galaten 2:20:

^p41

> Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.
>
> — Galaten 2:20

^p42

De Bijbel spreekt erover dat wij in Christus zijn en ook dat Christus in ons is, omdat wij met Hem verenigd zijn en Zijn identiteit delen. En als wij Zijn identiteit delen, dan ook Zijn verdiensten en Zijn bestemming.

^p43

Dit is dus een begrip dat veel dieper gaat en veel verstrekkender gevolgen heeft dan alleen dat wij de fanclub van Jezus zijn en dat Hij iets goeds voor ons heeft gedaan. Hij heeft ons op de een of andere manier gered, op manieren die te mysterieus zijn om te begrijpen. Maar wij geloven dat, en daarom gaan wij Hem aanbidden. Welnu, dat is goed. We behoren Hem te aanbidden, en dat doen we ook. Maar om beter te begrijpen waarom dat werkt, komen we uit bij deze tegenstelling tussen Adam en Christus waarover Paulus spreekt.

^p44

### 12. Hebben allen in Adam gezondigd?

*34:34 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h12*

Nu staat er in Romeinen 5 een zeer dubbelzinnige uitspraak. Er staat:

^p45

> Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.
>
> — Romeinen 5:12

^p46

Met die ene man bedoelt hij Adam. Nu is die laatste zinsnede het punt waarover veel theologische discussie bestaat. Wat bedoelt Paulus als hij zegt:

^p47

> Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.
>
> — Romeinen 5:12

^p48

In de Latijnse Vulgaat staat er feitelijk:

^p49

> ‘in wie allen zondigden’
>
> — Romeinen 5:12

^p50

en niet:

^p51

> ‘omdat allen zondigden’
>
> — Romeinen 5:12

^p52

En dat maakt een wereld van verschil. Heeft de dood zich verspreid tot alle kinderen van Adam, in wie zij allemaal gezondigd hebben? Dat wil zeggen: heb ik in Adam gezondigd? Of heeft de dood zich verspreid tot alle kinderen van Adam omdat zij allemaal zelf gezondigd hebben?

^p53

Het valt op: we sterven allemaal. Iedereen sterft in Adam. Iedereen die uit Adam geboren is, zal sterven, behalve die uitzonderlijke mensen die misschien nog leven in de eindtijd, wanneer Jezus komt, de doden in Christus opstaan en daarna degenen die in Christus leven, worden opgenomen. Er zullen er enkelen zijn die niet sterven. Maar iedereen die niet in Christus is, zal beslist sterven. Sommigen die in Christus zijn, zullen niet sterven, omdat ze bij de opname zullen worden opgenomen. Maar allen die niet in Christus zijn, allen die alleen in Adam zijn, sterven. En zelfs velen van hen die in Christus zijn, sterven, omdat ons lichaam nog altijd de sterfelijkheid van Adam heeft. Maar in de opstanding hebben we natuurlijk een ander leven. Dat is niet afhankelijk van de sterfelijkheid van Adam, want ons hoofd, Christus, is uit de doden opgestaan. Daarom is er een opstandingsleven dat wij ervaren zoals Hij dat ervaart. Maar de vraag hier is: in welke verhouding staan de zonde en de dood van Adam tot die van ons?

^p54

### 13. Augustinus en de schuld van zuigelingen

*36:43 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h13*

Sinds de tijd van Augustinus is de gebruikelijke verklaring dat wij in Adam zijn en daarom, toen Adam zondigde, daadwerkelijk zondigden. Nu zit er enige logica in deze gedachte, die lijkt te passen bij waar Paulus het over heeft. Hij zegt immers dat, omdat wij in Christus zijn, Zijn rechtvaardige daad ons wordt toegerekend. Zou het dan niet een exacte parallel zijn om te zeggen dat, omdat wij in Adam zijn, zijn slechte daad ons werd toegerekend? Als dat zo is en ik als onschuldig word beschouwd omdat ik in Christus ben, dan zou ik daarvoor als schuldig zijn beschouwd omdat ik in Adam ben. En dat zou alleen al zo zijn omdat ik een nakomeling van Adam ben. Zelfs een pasgeboren baby zou schuldig zijn.

^p55

En dit is een opvatting die Augustinus uitdroeg: de leer van de schuld van zuigelingen. De meeste orthodoxe christenen hangen die nog steeds aan. Vooral calvinisten hebben er belang bij, maar zelfs arminianen hangen haar aan. Als er in feite één groep bekendstaat om het niet onderwijzen van de schuld van zuigelingen, dan zijn het voornamelijk de pelagianen. En Pelagius werd door de westerse kerk tot ketter verklaard, hoewel hij door de oosterse kerk werd vrijgesproken. Hoe dan ook, het waren de geschriften van Augustinus die tot zijn veroordeling leidden. Er was dus eind vierde en begin vijfde eeuw een conflict tussen Augustinus en Pelagius. En Augustinus leerde dat baby’s schuldig aan zonde geboren worden. Dat zou natuurlijk betekenen dat een baby die sterft, veroordeeld wordt. En als zondaars naar de hel gaan, dan gaan baby’s daarheen wanneer ze sterven, omdat ze nog niet in Christus zijn gekomen.

^p56

Hieruit ontstond een verwante leer: als je je baby doopt, verandert dat de zaak. Deze erfzonde wordt op de een of andere manier door de doop weggenomen. En zo ontstond de redenering voor de kinderdoop: als je baby sterft voordat hij volwassen wordt, zal hij naar de hel gaan, tenzij je hem doopt. Dan wordt de schuld van Adam op de een of andere manier door de doop weggenomen. De Bijbel leert dit niet, maar het was eenvoudigweg een verdere ontwikkeling van het augustijnse denken over de gevolgen van wat men erfzonde noemt. En je zou kunnen denken dat de erfzonde een leer is die in de hele Bijbel wordt onderwezen, omdat zij onder christenen zo algemeen wordt onderwezen. Dat zou je tenminste denken.

^p57

Toen Augustinus echter met deze leer van de erfzonde kwam, had hij twee Schriftplaatsen. Eén daarvan was Romeinen 5:12. En Augustinus kon geen Grieks lezen. Dat zei hij zelf. Hij zei dat hij het Grieks niet goed beheerste. Hij gebruikte de Latijnse Bijbel. Hij vertrouwde op Hiëronymus’ vertaling van het Grieks in het Latijn. En in de Latijnse Bijbel luiden de laatste woorden hier in vers 12:

^p58

in wie iedereen zondigde.

^p59

Met andere woorden, bij Hiëronymus stond het in het Latijn zo dat wij allemaal in Adam zondigden. Maar in het Grieks staat er volgens Gregg feitelijk: ‘omdat allen gezondigd hebben’.

^p60

Wat wordt hier nu verklaard door de woorden:

^p61

> Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.
>
> — Romeinen 5:12

^p62

of:

^p63

‘omdat allen zondigden’.

^p64

### 14. Erfzonde en de leeftijd van verantwoording

*40:11 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h14*

We moeten tussen die twee kiezen. Waarom sterft iedereen? Waarom sterft iedereen? Omdat allen gezondigd hebben. Of ze zijn allemaal gestorven omdat ze in Adam zondigden. De woorden:

^p65

omdat iedereen zondigde zouden nog steeds kunnen betekenen dat ze allemaal zondigden toen Adam dat deed.

^p66

Wat is hier de gedachtegang van Paulus? Is die dat mensen stierven omdat Adam zondigde en wij allemaal schuldig werden? Als dat zo is, dan is iedere baby vanaf de verwekking schuldig. Nu zou het mogelijk zijn dit te aanvaarden. Maar ik geloof dat we, als dit waar is en als Paulus dit zegt, nog een andere leer moeten overwegen. Dat zou de leer zijn van de leeftijd waarop iemand verantwoordelijk wordt gehouden. Het zou heel goed kunnen dat Paulus het hele menselijke ras vanaf het allereerste begin, vanaf de geboorte, als schuldig beschouwt, maar dat de schuld een zuigeling niet wordt toegerekend. En Paulus zegt in vers 13:

^p67

> Want totdat de wet er kwam , was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is.
>
> — Romeinen 5:13

^p68

En er is beslist geen plaats waar de morele wet meer ontbreekt dan in het geweten van een zuigeling. Een zuigeling is zich van geen enkele wet bewust. Er komt wel een fase waarin kinderen zich daarvan bewust zijn, en dat zou de toerekenbare leeftijd zijn.

^p69

En Paulus spreekt later in hoofdstuk 7 over hoe hij ooit zonder de wet leefde, maar toen het gebod kwam, leefde de zonde weer op. En hij zegt:

^p70

> Ik stierf.
>
> — Romeinen 7:9

^p71

Paulus kende dus een tijd in zijn vroege leven waarin de wet hem onbekend was. En hij leefde voor God, zei hij. Was hij zonder zonde? Nee. Blijkbaar zondigen alle mensen. Zelfs baby’s worden, zo lijkt het, met die neiging geboren. En als ze met deze schuld geboren worden, lijkt die schuld hun niet toegerekend te worden. En toch, is dat eigenlijk wel logisch? Want het klinkt alsof de schuld zelf iets is wat wordt toegerekend. Het kind is niet schuldig vanwege iets wat het zelf heeft gedaan. De schuld wordt het vanuit Adam toegerekend. Er bestaat dus behoorlijk wat verwarring over wat Paulus hier nu werkelijk denkt.

^p72

### 15. Inspiratie en persoonlijke schuld

*42:27 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h15*

En ik weet zeker dat Paulus, gezien de manier waarop hij vervolgens in zijn tussenzin probeert de dingen te verduidelijken, zelf ook niet voor honderd procent wist hoe dit allemaal precies uitpakte. Want je hoeft niet te geloven dat een geïnspireerde schrijver alles begreep. Bedenk eens hoeveel dingen de profeten zeiden die ze niet begrepen. Petrus zei dat de profeten er ijverig onderzoek naar deden en vroegen:

^p73

> [10] Naar deze zaligheid hebben de profeten, die geprofeteerd hebben over de genade die aan u bewezen is, gezocht en gespeurd. [11] Zij onderzochten op welke en wat voor tijd de Geest van Christus, Die in hen was, doelde, toen Hij tevoren getuigde van het lijden dat op Christus komen zou , en ook van de heerlijkheid daarna.
>
> — 1 Petrus 1:10-11

^p74

En Petrus zegt vervolgens dat hun werd geopenbaard:

^p75

> Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons dienden in de dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die vanuit de hemel gezonden is; dingen, waarin de engelen begerig zijn zich te verdiepen.
>
> — 1 Petrus 1:12

^p76

Iemand kan een geïnspireerde schrijver zijn en zelfs geïnspireerde theologie hebben, zonder die helemaal tot in alle consequenties te hebben uitgewerkt. En misschien zou hij, als je het hem vroeg, zeggen: „Ik weet eigenlijk niet precies hoe dit allemaal in elkaar zit, maar dit deel weet ik wel. Sommige andere delen zijn lastig.”

^p77

En zeker als we zeggen dat ieder mens, iedere baby, in Adam heeft gezondigd en dat Adams schuld hier werd toegerekend, levert dat vragen op. Volgens veel mensen zegt vers 12 dit inderdaad. Dat zou kunnen, maar het is niet duidelijk, want Paulus zou ook eenvoudigweg kunnen zeggen dat iedereen stierf omdat iedereen zelf zondigde. Ik zondigde, ik stierf. Jij zondigde, jij stierf. Adam zondigde, hij stierf. Iedereen sterft vanwege zijn eigen zonde. Dat lijkt andere dingen te bevestigen die de Bijbel over persoonlijke verantwoordelijkheid leert, zoals in Ezechiël 18, waar God zei:

^p78

> Een mens zal niet sterven vanwege de zonden van zijn vader; een zoon zal niet sterven vanwege de zonden van zijn vader, en een vader niet vanwege de zonden van zijn zoon. De mens die zondigt, die zal sterven.
>
> — Ezechiël 18:20

^p79

Het komt op mij over alsof de Schrift op verschillende plaatsen leert dat er persoonlijke verantwoordelijkheid bestaat. Misschien heb je een verdorven vader die de hel verdient en daar uiteindelijk terechtkomt. En toch sta jij daar als iemand die zelf morele keuzes maakt, verantwoordelijk voor je eigen daden en keuzes. Hoe kan het dan zo zijn dat de vader van de vader van de vader van de vader van de vader van de vader van mijn vader, Adam, zondigde, en dat ik dan op de een of andere manier verantwoordelijk word gehouden voor wat hij deed? Dat is hier het struikelblok.

^p80

### 16. Zonde en dood vóór de wet van Mozes

*45:31 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h16*

En dus last Paulus deze verklarende tussenzin in zonder zelfs zijn oorspronkelijke zin af te maken. En daarin zegt hij in de verzen 13 en 14:

^p81

> [13] Want totdat de wet er kwam , was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. [14] Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
>
> — Romeinen 5:13-14

^p82

Die laatste regel vertelt ons eenvoudigweg dat hij Christus in een bepaald opzicht met Adam gaat vergelijken. Er bestaat een relatie van type en antitype tussen Adam en Christus. Hij heeft ons nog niet verteld wat die is, maar hij behandelt de geschiedenis van het Oude Testament en de geschiedenis van zonde en dood. En hij zegt dat de zonde tot aan de wet — dat wil zeggen, vóór de tijd van Mozes — in de wereld was. Maar de zonde werd pas precies omschreven toen God zei dat je dit of dat niet mocht doen. Je weet niet dat het verkeerd is om dit of dat te doen. Het kan verkeerd zijn om het te doen, maar je kunt er nauwelijks verantwoordelijk voor worden gehouden.

^p83

Je wist het niet. Totdat de wet komt, wordt zonde niet toegerekend. Onbekendheid met de wet is blijkbaar tot op zekere hoogte een excuus. We moeten hier echter voorzichtig mee zijn. Want zelfs voordat God de wet door Mozes gaf, bestond er nog altijd een goddelijke norm die voor de meeste culturen enigszins duidelijk was. Zelfs de heidense wereld, die de wet van Mozes nooit heeft gehad, wist intuïtief dat er bepaalde dingen zijn die je echt niet behoort te doen. Moord is niet goed. Met de vrouw van je naaste naar bed gaan is niet goed. De bezittingen van je naaste stelen is niet goed. En Hammurabi of andere heidense wetgevers hadden de wet van Mozes niet nodig om hun dat te vertellen. Er bestaat een zeker besef van goed en kwaad. De wet van God is op de een of andere manier niet volledig verborgen voor het geweten van mensen. Dat betekent niet dat zij alles over goed en kwaad weten, maar ze zijn niet volkomen zonder enige kennis. Mensen overtreden nog steeds de normen die ze kennen. Zelfs als ze niet al Gods normen kennen, weten ze genoeg.

^p84

Het is net als wanneer je met iemand praat die zegt: „Nou, ik denk gewoon dat God me in de hemel zal toelaten als ik goed genoeg leef”, of: „Als ik maar mijn best doe.” Goed, dus je zegt dat de norm om behouden te worden is dat je je best doet. Heb je dat gedaan? Heb je je best gedaan, of had je het soms beter kunnen doen? Welnu, zelfs volgens je eigen wet, die je zelf hebt bedacht — doe gewoon je best en word behouden — heb je ook die overtreden. Iedereen is schuldig aan het overtreden van de morele norm die hij zelf kent, zelfs als hij Gods morele norm nooit heeft gekend.

^p85

Nu rekent God geen zonde toe wanneer niemand weet wat goed en fout is. Maar er zijn veel dingen waarvan mensen ook zonder de wet van Mozes weten dat ze goed of fout zijn, en zelfs die overtreden ze. Nu zei hij dus, niettemin, in vers 14:

^p86

de dood heerste van Adam tot Mozes.

^p87

Dat wil zeggen: zelfs voordat Mozes de wet gaf, zelfs voordat er een wet was waardoor zonde kon worden toegerekend aan bepaalde daden waarvan men eerder niet wist dat ze zonde waren, was er toch de dood. Zelfs voordat God door Mozes de wet gaf, was de dood nog steeds universeel.

^p88

Wat wordt daarmee nu gezegd? Hij benadrukt daar ook:

^p89

zelfs over degenen die niet op dezelfde manier hadden gezondigd als Adam met zijn overtreding.

^p90

### 17. Adams gebod en de dood van zuigelingen

*49:25 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h17*

Met andere woorden, Adams overtreding was de schending van een werkelijk gebod. God zei:

^p91

> maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.
>
> — Genesis 2:17

^p92

Adam kende het gebod. Hij overtrad het. Hij overtrad een wet. Voor Adam was er nog een andere wet: hij moest kinderen krijgen,

^p93

> En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
>
> — Genesis 1:28

^p94

Dat zijn de enige twee geboden die God gaf: krijg veel kinderen en eet niet van die boom. Welnu, hij kende het gebod over de boom. Hij overtrad het. Dat is een overtreding van een bekende wet.

^p95

Wat Paulus nu zegt, is dat er tussen Adam en Mozes niet al te veel bekende wetten waren. En veel mensen zondigden, maar ze zondigden niet zoals Adam. Ze overtraden wetten waarvan ze niet eens wisten dat die bestonden. Ze zondigden niet op dezelfde manier als Adam. Adam wist wat hij deed, omdat hem gezegd was dat hij het niet mocht doen. Voordat de wet gegeven werd, van Adam tot Mozes, deden mensen veel verkeerde dingen waarvan ze niet wisten dat ze verkeerd waren, en toch stierven ze.

^p96

Nu ontstaat hier soms een theologisch probleem. Calvinistische auteurs die ik heb gelezen, hebben er namelijk op gewezen dat het feit dat zuigelingen sterven volgens hen bewijst dat zuigelingen schuldig zijn. En het bewijst dat zuigelingen in Adam gezondigd hebben, want een zuigeling die zelf geen zonde heeft begaan, ondergaat toch de straf voor de zonde, namelijk de dood. En zo lijdt het kind dat nooit een zonde heeft begaan toch vanwege Adams zonde. Want als een baby sterft, heeft die baby duidelijk nog niets zondigs gedaan. Voor wiens zonde sterft het dan? Zij zeggen dat het voor Adams zonde sterft.

^p97

D. Martyn Lloyd-Jones voerde in zijn magistrale commentaren op Romeinen aan dat de dood geen natuurlijk gevolg van het leven is. De dood is de straf voor de zonde. De dood is rechterlijk. Het is een oordeel van God. Als een baby sterft, is het daarom duidelijk dat die baby schuldig is. God oordeelt die baby. En dat bewijst dus dat de baby schuldig is op een andere grond dan zijn eigen zonden, want hij heeft nog geen enkele zonde begaan. Het moet Adams zonde zijn waarvoor hij gestraft wordt, en dat bewijst volgens deze redenering dat wij allemaal schuldig zijn aan Adams zonde.

^p98

### 18. Is de dood altijd een persoonlijk oordeel?

*52:12 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h18*

Het probleem dat we hier volgens mij hebben, is een verkeerd begrip van de aard van de dood. Zeggen dat de dood rechterlijk is, is in zekere zin waar.

^p99

> Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere.
>
> — Romeinen 6:23

^p100

En:

^p101

> De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn.
>
> — Ezechiël 18:20

^p102

En God zei:

^p103

op de dag dat je van die vrucht eet, zul je zeker sterven.

^p104

De dood is rechterlijk. Maar in welke zin? Is het zo dat God zei: oké, je hebt gezondigd, Ik ben boos, dus Ik dood je? Of is het iets anders?

^p105

Paulus gaat er natuurlijk van uit dat zijn lezers het verhaal van de hof van Eden kennen. Dat is hier zijn uitgangspunt. Adam zondigde. Dat is het verhaal van de hof van Eden. De dood kwam. Welnu, wat vertelt het verhaal van de hof van Eden ons werkelijk, en wat vertelt het ons niet? Veel mensen nemen aan dat de mensen onsterfelijk geschapen zijn. Daarom zou de dood die over hen kon komen niet de lichamelijke dood op zichzelf zijn, maar een soort geestelijke dood die niet inhoudt dat het bestaan ophoudt: zoiets als eeuwige pijniging in de hel, een toestand die dood wordt genoemd. En toen God zei:

^p106

‘Op de dag dat je ervan eet, zul je sterven,’ bedoelde Hij eigenlijk: op de dag dat je ervan eet, zul je niet werkelijk sterven, maar je zult wensen dat je gestorven was, omdat je voor eeuwig en altijd en altijd in de hel zult zijn. Wanneer de Bijbel de dood verbindt met de zonde als gevolg daarvan, zoals in een passage als deze, is men geneigd te denken dat mensen van nature eeuwig zouden hebben geleefd en dus ergens eeuwig moeten leven. De dood is dan een bepaalde kwaliteit van leven in plaats van de aanwezigheid of afwezigheid van leven. Het is een kwaliteit van leven. Er is een bepaalde vorm van eeuwig leven die een levende dood is. En dat is de dood die het loon van de zonde is, en dat is de hel.

^p107

### 19. Lichamelijke dood en de boom des levens

*54:33 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h19*

Waar ik je op wil wijzen, is dat de dood in de Bijbel bijna altijd de dood betekent, de lichamelijke dood. Wat daarna gebeurt, is een afzonderlijk onderwerp dat in veel van deze passages niet ter sprake komt.

^p108

Mensen stierven tussen Adam en Mozes. Oordeelde God ieder van hen persoonlijk vanwege zijn zonde? Misschien wel, misschien niet. Misschien is de dood eenvoudigweg om een andere reden universeel geworden, zoals we zo meteen zullen bespreken. Maar ze stierven. Paulus zegt uitdrukkelijk dat zij wel stierven, maar dat de zonde niet werd toegerekend. Ze stierven dus, maar niet noodzakelijk onder de toorn van God. Is het mogelijk dat mensen tegenwoordig sterven zonder dat God specifiek en persoonlijk boos op hen is? Goede mensen sterven. Goede mensen op wie God niet bijzonder boos is, sterven ook. Is de dood dan een rechterlijke straf die God hun oplegt, of wat is hij dan?

^p109

Ik denk dat we terug moeten kijken naar de hof van Eden en moeten zien wat God zei. God schiep Adam en Eva. Schiep Hij hen sterfelijk of onsterfelijk? Wel, Hij schiep hen potentieel onsterfelijk. Nadat ze gezondigd hadden, zei Hij:

^p110

> Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!
>
> — Genesis 3:22

^p111

Blijkbaar was het eten van de boom des levens datgene waardoor ze eeuwig zouden leven. Hij zei echter:

^p112

> maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.
>
> — Genesis 2:17

^p113

Betekent dat nu: Ik zal zo boos zijn dat je die vrucht hebt gegeten, dat Ik je iets bijzonders zal aandoen wat daarvoor niet mogelijk was? Of is het zo dat je van die vrucht eet en Ik je niet van de andere vrucht zal laten eten? Met andere woorden, je zult een natuurlijke dood sterven, tenzij je van de boom des levens eet. En je mag zoveel van de boom des levens eten als je wilt, tenzij je van deze vrucht eet. Dan zal Ik je daarvan afsnijden. Je sterfelijkheid, die je natuurlijke toestand is, zal haar beloop hebben.

^p114

Nu wil ik je niet in verwarring brengen, al weet ik zeker dat dit verwarrend is. Wat ik zeg, is dit: als Adam en Eva niet gezondigd hadden, zouden ze volgens mij regelmatig van de boom des levens hebben gegeten. En hun voortdurende toegang tot de boom des levens zou hun leven voor eeuwig in stand hebben gehouden. Net zoals wij voortdurend van Christus eten, Die, zouden we kunnen zeggen, onze boom des levens is. Hij zegt:

^p115

> Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld.
>
> — Johannes 6:51

^p116

Dat wil zeggen: als je van Mij blijft eten. Het is iets voortdurends. Als je voortdurend deelhebt aan Christus, zul je eeuwig leven. Als je ophoudt met van Christus te eten, is dat een ander verhaal. Je houdt op met eten van de boom des levens, en dan is er niets meer wat je leven voor eeuwig verlengt. Je bent een sterfelijk mens en je zult ouder worden en sterven. En op een dag is de dood het natuurlijke einde van sterfelijke wezens.

^p117

### 20. De mens is niet van nature onsterfelijk

*58:04 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h20*

Maar mensen werden potentieel onsterfelijk geschapen, niet van nature onsterfelijk. Toen God zei:

^p118

‘Als je van de boom van de kennis van goed en kwaad eet, zul je sterven,’ denk ik niet dat Hij bedoelde: De dood is een volkomen onbekend verschijnsel totdat je daarvan eet, en dan zal Ik iets wat de dood heet in de werkelijkheid invoeren, als een nieuw oordeel dat Ik over je breng. Ik denk veeleer dat de dood de natuurlijke toestand van Adam en Eva zou zijn als ze niet van de boom des levens aten. Maar ze kunnen ervan eten, dus hoeven ze niet te sterven. Ze kunnen eeuwig leven als ze van de boom des levens eten. Maar:

^p119

> Hij verdreef de mens, en plaatste ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een vlammend zwaard, dat heen en weer bewoog, om de weg naar de boom des levens te bewaken.
>
> — Genesis 3:24

^p120

En wat gebeurt er dan? Dan doof je gewoon uit en sterf je, omdat je geen aangeboren onsterfelijkheid hebt. Je ontleent je onsterfelijkheid aan de boom des levens en aan de voortdurende voeding die je daarvan ontvangt, net zoals bij gewoon voedsel.

^p121

Ik heb vandaag een maaltijd gegeten. Ik ben niet uitgehongerd. Ik ben krachtig. Ik heb leven. Mijn cellen worden gevoed. Mijn leven wordt verlengd. Waarschijnlijk eet ik later vandaag weer en dan gebeurt hetzelfde. Wat als ik helemaal ophoud met eten? Dan is het slechts een kwestie van tijd. Mijn cellen zullen niet gevoed worden. Mijn spieren zullen wegkwijnen en ik zal sterven, omdat regelmatig eten mijn leven in stand houdt. Nu houdt eten het natuurlijk niet eeuwig in stand. Jezus zei:

^p122

> Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.
>
> — Johannes 6:27

^p123

Dat voedsel is Jezus.

^p124

### 21. Adams zonde bracht sterfelijkheid

*1:00:00 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h21*

Adam en Eva hadden volop voedsel dat ze konden eten, maar één van de vruchten zou hen eeuwig in leven hebben gehouden als ze ervan waren blijven eten. En juist daarvan werden ze beroofd. Toen ze zondigden, werd voor hen en hun nakomelingen alle toegang tot de boom des levens afgesneden. Ze werden uit de hof verbannen. Er is nog nooit iemand op aarde uit Adam en Eva geboren die ooit toegang tot de boom des levens heeft gehad. Wat betekent dat? Ze werden sterfelijk geboren en ze sterven. Betekent dit dat God boos is op ieder van hen en ieder van hen doodt vanwege zijn eigen zonden? Nee, ze leven gewoon in een wereld waarin dingen sterven. Honden sterven ook, maar God is niet boos op hen. Dieren zijn sterfelijk. Alleen mensen hadden de mogelijkheid om onsterfelijk te zijn, en die zijn ze kwijtgeraakt. De lichamelijke aard van een mens verschilt niet zoveel van de lichamelijke aard van een dier. Mensen zijn lichamelijke wezens en leven van nature niet eeuwig, maar mensen konden onder een bepaalde voorwaarde onsterfelijk zijn. Dit is de leer van de voorwaardelijke onsterfelijkheid. Het idee is dat ze eeuwig zouden hebben geleefd als ze van de boom des levens waren blijven eten. Dat was een voorwaarde. Toen ze zondigden, was die mogelijkheid niet langer voor hen beschikbaar. En dan? De natuur gaat haar gang. Ze sterven geleidelijk, en dat geldt ook voor alles wat uit hen voortkomt. Wij sterven zelfs als we niet gezondigd hebben.

^p125

> Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
>
> — Romeinen 5:14

^p126

Dat kwam niet doordat God even boos op hen was, ook al hadden ze geen zonde begaan, en doordat Adams zonde zo aanstootgevend was dat Hij die noodzakelijkerwijs aan hen toerekende. Het kwam veeleer doordat Adams zonde iets met het hele menselijk geslacht heeft gedaan. Die zonde verdreef hen uit de hof van Eden. Sindsdien is niemand daar geweest. Daar stond de boom des levens. Sindsdien heeft geen mens toegang gehad tot de boom des levens. En daarom heeft Adams zonde de dood over ons allemaal gebracht. Maar deze dood is geen op ieder afzonderlijk gerichte uiting van Gods toorn over onze persoonlijke schuld. Bij baby’s zou dan moeten worden aangenomen dat die schuld Adams schuld is. Dat is niet nodig. We zouden allemaal sterven, zelfs als we bevriend zijn met God. Al Gods vrienden zijn gestorven.

^p127

> Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend.
>
> — Romeinen 4:3

^p128

Op dat moment stond er bij God geen zonde op Abrahams rekening, maar hij stierf. Gods vrienden sterven en Zijn vijanden sterven, eenvoudigweg omdat ze mensen zijn. Het hoort bij het mens-zijn. Opstanding tot een onsterfelijk leven is een mogelijkheid waaraan een voorwaarde verbonden is.

^p129

### 22. Onsterfelijkheid is alleen in Christus

*1:03:11 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h22*

Voor degenen die in Christus zijn, is Hij nu de boom des levens. En als je deelhebt aan Christus, zal je leven opnieuw eeuwig worden gemaakt. Onsterfelijkheid wordt ons deel. Daarom zei Paulus in 1 Timotheus 6:16:

^p130

> Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.
>
> — 1 Timotheüs 6:16

^p131

De mens bezit niet van nature onsterfelijkheid. Alleen God bezit die. Maar in Christus kunnen wij delen in Zijn onsterfelijkheid. Omdat Christus onsterfelijk is en wij in Hem zijn, hebben wij Zijn onsterfelijkheid als wij in Hem blijven.

^p132

Let op wat Johannes zei in 1 Johannes 5, vers 11 en 12:

^p133

> [11] En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. [12] Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.
>
> — 1 Johannes 5:11-12

^p134

Dat is onsterfelijkheid.

^p135

Als wij in Christus zijn, is Hij Degene Die eeuwig leven heeft. Wij hebben het als wij in Hem zijn.

^p136

Welk leven? Eeuwig leven. Onsterfelijkheid is in Christus. Alleen God en Christus bezitten onsterfelijkheid. Wij bezitten die niet, maar in Hem hebben wij die. Als ik een nier ben die uit Adam is overgeplant in Christus, dan bevind ik me in een lichaam dat eeuwig leven heeft, en heb ik dat leven in Hem. Eeuwig leven houdt dus in dat je in Christus blijft, deel van Christus bent, deelt in de verbondenheid met Christus, deel van Zijn lichaam bent, onder Zijn hoofdschap staat en Zijn leven door je heen stroomt als deel van Zijn organisme. Dat is eeuwig leven.

^p137

Maar Paulus heeft in Romeinen 2 al aangegeven dat onsterfelijkheid niet aangeboren is bij mensen, maar nagestreefd moet worden. Als je haar wilt, zul je haar zoeken. In Romeinen 2 zegt hij in vers 7:

^p138

> namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven.
>
> — Romeinen 2:7

^p139

Let erop dat onsterfelijkheid niet de standaardtoestand van mensen is. Ze zijn niet van nature onsterfelijk. Aan degenen die onsterfelijkheid zoeken, zal God eeuwig leven geven: aan sommigen omdat zij volhardend het goede doen en aan anderen omdat zij christen zijn. Onsterfelijkheid is geen menselijke eigenschap, tenzij die mensen in Christus zijn.

^p140

### 23. De herstelde toegang tot eeuwig leven

*1:05:57 — https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#h23*

Adam was niet onsterfelijk, maar hij had eeuwig kunnen leven als hij voor altijd van de boom des levens had gegeten. Dat is iets wat hij door zijn zonde verspeelde. En omdat hij het voor zichzelf verspeelde, werd het ook voor al zijn nakomelingen verspeeld. Daarom geloof ik dat de dood zich door Adams zonde over het hele menselijk geslacht heeft verspreid. Niet zozeer doordat Adams schuld aan ieder mens werd toegerekend, maar doordat het gevolg van de zonde is dat wij allemaal uit de hof van Eden zijn verdreven. Maar Openbaring beschrijft de nieuwe hemelen, de nieuwe aarde en het nieuwe Jeruzalem als zoiets als een tweede hof van Eden. En in Christus, de tweede Adam, worden wij wel hersteld tot eeuwig leven, tot het paradijs van God. De boodschap van de Bijbel is dat Jezus heeft hersteld wat Adam verloor. Maar om dat herstel te ervaren, moet je in Christus zijn. Onze natuurlijke toestand is dat we in Adam zijn. Maar we moeten in Christus zijn en in Hem blijven.

^p141

Helaas hebben we niet alles behandeld wat ik in Romeinen 5 wil behandelen, dus daar komen we op terug. Maar ik moet wel iets zeggen over die tussenzin. Misschien heb ik die onbewust vermeden, omdat dit het meest intimiderende gedeelte is om te doorgronden. Maar tegen het einde van het hoofdstuk staan enkele dingen die begrijpelijk zijn en die leiden tot de bespreking van hoofdstuk 6, dat we ook moeten behandelen. Daarom stoppen we hier. Ik laat je waarschijnlijk gedeeltelijk, zo niet volledig, in verwarring achter, maar wel met enkele gedachten om op te kauwen. We komen terug en zullen de passage opnieuw bekijken.

^p142

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Romeinen 5:18](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-5-18)
- [Romeinen 5:12](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-5-12)
- [Efeze 1:22-23](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#efeze-1-22-23)
- [Galaten 2:20](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#galaten-2-20)
- [Romeinen 5:13](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-5-13)
- [Romeinen 7:9](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-7-9)
- [1 Petrus 1:10-11](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#1-petrus-1-10-11)
- [1 Petrus 1:12](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#1-petrus-1-12)
- [Ezechiël 18:20](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#ezechiel-18-20)
- [Romeinen 5:13-14](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-5-13-14)
- [Genesis 2:17](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#genesis-2-17)
- [Genesis 1:28](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#genesis-1-28)
- [Romeinen 6:23](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-6-23)
- [Genesis 3:22](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#genesis-3-22)
- [Johannes 6:51](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#johannes-6-51)
- [Genesis 3:24](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#genesis-3-24)
- [Johannes 6:27](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#johannes-6-27)
- [Romeinen 5:14](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-5-14)
- [Romeinen 4:3](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-4-3)
- [1 Timotheüs 6:16](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#1-timotheus-6-16)
- [1 Johannes 5:11-12](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#1-johannes-5-11-12)
- [Romeinen 2:7](https://versvoorvers.org/romeinen/5-12-5-21-deel-1#romeinen-2-7)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.