---
title: "Romeinen 12:1-8"
book: "Romeinen"
book_slug: "romeinen"
passage: "Romeinen 12:1-8"
passage_en: "Romans 12:1 - 12:8"
episode: 25
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/romeinen/12-1-8.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-09-06"
duration: "PT1H5M8S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Romeinen 12:1-8», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Romeinen 12:1-8

> Een levend offer en een vernieuwd denken

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt hoe Paulus na zijn theologische uiteenzetting de praktische gevolgen voor het christelijke leven beschrijft. Hij legt uit dat christenen hun lichaam als een levend offer aan God aanbieden en door de vernieuwing van hun denken veranderd worden, zodat hun leven Gods wil zichtbaar maakt. Daarbij benadrukt hij dat deze vernieuwing inhoudt dat je je waarden, overtuigingen en prioriteiten onderwerpt aan Gods denken en door de Heilige Geest steeds meer aan Christus gelijkvormig wordt. Vervolgens laat hij zien dat nederigheid en geestelijke gaven horen bij het functioneren als verschillende, maar allemaal noodzakelijke leden van het lichaam van Christus.

## Hoofdstukken

1. [Van geloofsleer naar christelijk leven](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h1) — 0:02
2. [Lichaam en denken toegewijd aan God](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h2) — 3:21
3. [Jezelf aanbieden als levend offer](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h3) — 5:32
4. [Geestelijke offers en ware aanbidding](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h4) — 8:04
5. [Leven en sterven als offer voor Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h5) — 10:18
6. [Voorgoed apart gezet voor God](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h6) — 14:24
7. [Lichaamsdelen in dienst van God](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h7) — 17:49
8. [Geld, lof en goede werken als offers](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h8) — 20:24
9. [Ons lichaam als wapen van gerechtigheid](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h9) — 24:20
10. [Een beschadigd brein en vernieuwd verstand](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h10) — 27:03
11. [Het verschil tussen brein en verstand](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h11) — 29:56
12. [Nieuwe overtuigingen en denkpatronen](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h12) — 33:44
13. [Loskomen van wereldse beïnvloeding](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h13) — 35:40
14. [Veranderen door naar Christus te kijken](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h14) — 37:28
15. [Metamorfose als beeld van verandering](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h15) — 40:55
16. [De gezindheid van Christus door de Geest](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h16) — 43:41
17. [Ons denken onderwerpen aan Gods denken](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h17) — 45:13
18. [Gods denken over kinderen aanvaarden](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h18) — 47:41
19. [Nederig en nuchter over jezelf denken](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h19) — 50:43
20. [Gaven erkennen als geschenken van God](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h20) — 54:03
21. [Verschillende functies in één lichaam](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h21) — 57:05
22. [Je gave ontdekken door de Geest te volgen](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h22) — 59:31
23. [Elke gave dient het lichaam van Christus](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h23) — 1:02:17

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#p<n>.

### 1. Van geloofsleer naar christelijk leven

*0:02 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h1*

Als we bij Romeinen hoofdstuk 12 komen, zien we dat Paulus, zoals hij in verscheidene van zijn andere brieven doet, zijn materiaal zo heeft geordend dat hij eerst een theologisch fundament legt, en vervolgens aangeeft welke praktische stappen, welke praktische maatregelen passend zijn voor het christelijke leven in het licht van deze waarheden. Het christelijke geloof bevat eigenlijk waarheden die geloofd moeten worden en geboden die gehoorzaamd moeten worden. Daar komt de inhoud van de Schrift eigenlijk op neer: uitspraken van waarheid die geloofd moeten worden, en geboden die gehoorzaamd moeten worden. Daarom heeft Paulus in een aantal van zijn brieven — Efeze, Kolossenzen en Galaten — een gedeelte met een theologische uiteenzetting, gevolgd door een gedeelte met praktische toepassingen. In de brieven die ik net noemde, Efeze, Kolossenzen en Galaten, is de lengte van de theologische uiteenzetting gelijk aan de lengte van het praktische gedeelte, wat aangeeft dat er een evenwicht is — dat de praktijk net zo belangrijk is als de overtuigingen. Romeinen is in dat opzicht enigszins uit balans, doordat de eerste elf hoofdstukken aan de theologie zijn gewijd. Dit betekent waarschijnlijk niet dat Paulus vond dat theologie zoveel belangrijker is dan de praktijk. Hoogstwaarschijnlijk had hij graag een veel langere brief geschreven, maar hij was zo verwikkeld geraakt in de theologische bespreking dat hij waarschijnlijk het grootste deel van zijn perkament al had opgebruikt. En dus behandelt hij in hoofdstuk 12, waar hij over de praktische toepassing begint te spreken, heel veel in kort bestek. Waarschijnlijk zou hij, als hij vijftig procent meer perkament had gehad, elf hoofdstukken hebben besteed aan wat hij nu zegt in de hoofdstukken 12 tot en met 14. Maar hij geeft wel heel veel verschillende aanwijzingen, vooral in hoofdstuk 12. Sterker nog, hoofdstuk 12 zou eigenlijk beter in een reeks van misschien tien of twaalf preken behandeld kunnen worden. Wij moeten het nu in een of twee bijeenkomsten behandelen, maar het staat vol met zeer uiteenlopende geboden en aansporingen voor het christelijke leven. Elk van die punten zou gemakkelijk een volledige behandeling als apart onderwerp rechtvaardigen, een preek of wat dan ook. Maar zoals ik al zei, Paulus behandelt ze samen in kort bestek, en wij moeten helaas hetzelfde doen, omdat we nog maar weinig tijd over hebben om onze studie in het boek Romeinen af te ronden. Laat het dus duidelijk zijn dat ik me ervan bewust ben dat veel van de dingen waar we kort over zullen spreken, gewoon een uitgebreide behandeling zouden rechtvaardigen, maar tot mijn frustratie zullen we snel voorbij moeten gaan aan zaken die zeer diepgaand besproken zouden kunnen worden. Sommige dingen zullen we echter zeker ons best doen om voldoende te behandelen. We zullen proberen alles zo goed mogelijk te behandelen, maar nogmaals, het is hier heel erg samengeperst.

^p1

In de openingsverzen van hoofdstuk 12 zegt Paulus:

^p2

### 2. Lichaam en denken toegewijd aan God

*3:21 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h2*

> [1] Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. [2] En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:1-2

^p3

Let nu op dat deze twee verzen spreken over twee aspecten van ons leven. Het ene is ons uiterlijke gedrag, wat we met ons lichaam doen, en het andere is ons innerlijke leven: de vernieuwing van ons denken. Het innerlijke leven en het uiterlijke leven, beide moeten in overeenstemming worden gebracht met de waarheden die Paulus in de eerste elf hoofdstukken heeft uiteengezet. Hij begint met te zeggen:

^p4

Daarom vraag ik jullie dringend, broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid.

^p5

En met 'door de barmhartigheden van God' lijkt hij te bedoelen: in het licht van de grote barmhartigheid van God die in de eerdere hoofdstukken is uiteengezet. Het is dan ook alleen maar gepast dat onze reactie van een bepaalde aard is. Het is werkelijk tragisch wanneer mensen zich bewust worden van de grote barmhartigheid die hun is bewezen en de vrijgevigheid die hun ten deel is gevallen, zonder dat dit bij hen enige wederkerige reactie oproept. En de reactie en het gedrag van de christen behoren overeen te komen met wat hij gelooft over de barmhartigheid van God. En barmhartigheid behoort dankbaarheid voort te brengen, en dankbaarheid behoort dankbaar gedrag voort te brengen. Als we God dankbaar zijn voor de barmhartigheid die Hij ons heeft bewezen, dan behoren we dankbaar genoeg te zijn om Hem te gehoorzamen en Hem te behagen, en te proberen Hem net zo gelukkig te maken als Hij geprobeerd heeft ons te maken, zelfs als we daarvoor offers moeten brengen. Uiteraard heeft Hij offers voor ons gebracht. Er wordt een wederkerige reactie van ons gevraagd, gezien de barmhartigheid van God.

^p6

### 3. Jezelf aanbieden als levend offer

*5:32 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h3*

Een deel van die reactie, zegt hij, is nu dat je je lichaam aanbiedt als een levend offer. En het tweede is dat je veranderd wordt door de vernieuwing van je denken. Het is interessant dat hij ze in die volgorde zet, want je zou kunnen denken dat de manier waarop we ons gedragen, zou moeten voortkomen uit de manier waarop we denken. Daarom zou een verandering in ons denken moeten leiden tot een verandering in ons gedrag. En dat hoort ook zo te zijn. Maar misschien heeft hij het zo geordend omdat de vernieuwing van het denken een proces is dat lange tijd doorgaat, terwijl het aanbieden van ons lichaam onmiddellijk moet gebeuren. En het kan onmiddellijk beginnen. We kunnen nu meteen beginnen te gehoorzamen. Het veranderen van onze hele denkwijze over alles kost gewoonlijk tijd. Dus het eerste wat er moet gebeuren, is dat je jezelf aanbiedt.

^p7

De formulering komt duidelijk uit het brengen van een offer. Je biedt je lichaam aan als een levend offer. In alle godsdiensten gaat aanbidding gepaard met offers. In de Joodse godsdienst werden natuurlijk offers gebracht. Zelfs vóór de Joodse godsdienst wisten Abel en de eerste mensen dat je een offer brengt wanneer je God aanbidt. Toen Abraham Izak meenam om hem op de berg Moria te offeren, liet hij de dienaren aan de voet van de berg achter. Hij zei:

^p8

> Abraham zei tegen zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren.
>
> — Genesis 22:5

^p9

De Engelse Bijbelvertaling waarop Gregg hier reageert, zegt dat zij God gingen aanbidden. Daarmee werd niet bedoeld dat ze liederen gingen zingen, maar dat ze een offer gingen brengen. Daarom zei Izak tegen hem:

^p10

> Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
>
> — Genesis 22:7

^p11

God aanbidden ging in de oudheid, net als nu, gepaard met een offer aan God, met het aanbieden van iets aan God. Zelfs de heidense godsdiensten hadden priesters die offers brachten aan Baäl en aan goden van andere godsdiensten. Zelfs de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika en dergelijke offerden blijkbaar soms levende mensen aan vulkanen en dergelijke. Het lijkt erop dat elke godsdienst uit offers bestaat.

^p12

### 4. Geestelijke offers en ware aanbidding

*8:04 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h4*

Met het christelijk geloof is het niet anders, behalve dat wij geen stoffelijke offers brengen. Wij brengen geestelijke offers. Paulus gebruikt hier niet de uitdrukking ‘geestelijk offer’, maar Petrus doet dat wel, en Paulus heeft het beslist in gedachten. In 1 Petrus 2:5 zegt Petrus:

^p13

> dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.
>
> — 1 Petrus 2:5

^p14

Wij zijn een priesterschap. Wij brengen offers. Dat is wat priesters doen. In plaats van dierenoffers brengen wij geestelijke offers.

^p15

De offers die wij brengen, zijn niet helemaal geestelijk van aard, hoewel het brengen ervan een geestelijke daad moet zijn. Soms zijn de offers die we brengen tastbaar, zoals ons lichaam, maar Paulus zei dat het een daad van geestelijke aanbidding is. Aan het einde van Romeinen 12:1 staat:

^p16

> Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
>
> — Romeinen 12:1

^p17

Dit is op allerlei manieren vertaald. Het Engelse ‘service’ in de vertaling die Gregg gebruikt, kan ook met ‘worship’ worden weergegeven. De HSV vertaalt de woordgroep als ‘redelijke godsdienst’. ‘Redelijke’ is een goede vertaling, maar veel vertalers kiezen hier voor ‘geestelijke’. Sommige vertalingen zeggen dus:

^p18

Zo dienen jullie God op een geestelijke manier, of:

^p19

jullie geestelijke aanbidding.

^p20

In Johannes 4:23-24 zei Jezus dat God mensen zoekt die Hem in geest en waarheid aanbidden.

^p21

> God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
>
> — Johannes 4:24

^p22

Paulus zegt dat dit je geestelijke aanbidding is, of je redelijke, innerlijke aanbidding — vanuit je verstand, je denken, je geest — namelijk dat je je lichaam aanbiedt. Dat is een uiterlijke daad, maar die wordt verricht vanuit een geestelijk verlangen om jezelf aan God te offeren, om jezelf aan God aan te bieden.

^p23

### 5. Leven en sterven als offer voor Christus

*10:18 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h5*

‘Offer’ klinkt nogal zwaar. ‘Aanbieden’ of ‘aan God geven’ klinkt iets minder zwaar. Het is de taal van het brengen van een dierenoffer, maar het is geen dood offer. Het is een levend offer. Christenen moeten soms misschien werkelijk hun lichaam aanbieden als een offer dat sterft. Er zijn momenten waarop wij geroepen worden tot het martelaarschap. Veel christenen hebben hun lichaam aan God aangeboden en zijn daarbij als martelaar gestorven. Paulus zelf zei in 2 Timotheus dat hij klaar was om aan God geofferd te worden, en hij sprak over zijn dood, namelijk zijn martelaarschap.

^p24

> Ik word immers reeds als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aanstaande.
>
> — 2 Timotheüs 4:6

^p25

Maar wij hebben niet allemaal het voorrecht om als martelaar te sterven. Als je vraagt: ‘Wat bedoel je met voorrecht? Sterven klinkt behoorlijk zwaar’, bedenk dan dat iedereen sterft. Jij gaat sterven. De vraag is of je sterft voor iets wat ertoe doet, of zonder enige reden. Als je voor Jezus sterft, is er geen groter voorrecht dan dat. Anders zul je voor niets of voor weinig sterven. Sterven voor Christus is het grote voorrecht dat alleen sommigen hebben. Niet iedereen heeft dat, maar iedereen kan tijdens zijn leven zijn lichaam als een offer aan Christus aanbieden.

^p26

Het is moeilijker om voor Christus te leven dan om voor Christus te sterven, om de eenvoudige reden dat sterven voor Christus slechts één beslissing vereist. En soms duurt de terechtstelling zelf maar een ogenblik. Misschien wordt die iets langer gerekt, maar niet een heel leven lang. Tientallen jaren achter elkaar jezelf voortdurend aanbieden als een dienaar van God, sterven aan jezelf en leven voor Gods doeleinden, vereist jarenlang, vele malen per dag, keuzes. Dat is een veel grotere opdracht dan sterven voor Jezus. Dit is dus een roeping om zowel in het leven als in de dood een offer voor God te zijn, om Gods eigendom te zijn.

^p27

Wij begrijpen niet zo goed wat een offer inhoudt, maar oude culturen begrepen dat wel. De Joden begrepen het beslist. Er was een wet die God in de wet van Mozes gaf:

^p28

> Zeven dagen lang moet u verzoening doen voor het altaar en het heiligen; dan zal dat altaar allerheiligst zijn. Ieder die het altaar aanraakt, zal heilig zijn.
>
> — Exodus 29:37

^p29

‘Heilig’ betekent: voor God apart gezet. De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg berust, spreekt hier over alles wat het altaar aanraakt; de HSV spreekt over ieder die het altaar aanraakt. Gregg past de Engelse formulering toe op het dier of de offergave: je raakt het altaar aan met een lam, en het wordt een heilig lam. Daarvoor was het dat niet. Het was gewoon een lam. Elk lam dat zonder gebrek en smetteloos was, was geschikt. Je kon vrijwel elk willekeurig lam gebruiken, en je kon het voor een ander verwisselen als je tijdens het brengen van een lam om het te offeren van gedachten veranderde. Je kon zeggen: ‘Ik breng dit lam terug en neem in plaats daarvan dit lam.’ Ze waren allemaal onderling verwisselbaar. Alle lammeren zijn ongeveer hetzelfde, zolang ze maar voldoen aan de eis dat ze zonder gebrek en smetteloos zijn.

^p30

Maar zodra het lam het altaar aanraakt, kun je het niet meer verwisselen. Als het het altaar aanraakt, behoort het aan God toe. Punt uit. Wanneer je een lam aan God aanbiedt en de priester het aanneemt en op het altaar legt, kun je het niet meer terugnemen. Het is nu van God. Het is heilig voor de Heere. Het is geen gewoon lam. Het is voor God apart gezet.

^p31

Paulus zei dat wij ons lichaam moeten aanbieden als een levend, heilig offer:

^p32

> Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
>
> — Romeinen 12:1

^p33

### 6. Voorgoed apart gezet voor God

*14:24 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h6*

Wanneer wij tot Christus komen, worden wij aan Hem toegewijd. Wij zeggen: ‘God, dit is van U. Ik ben van U. Ik lig als het ware op het altaar. Ik heb mezelf aangeboden alsof ik een dier aanbood, maar ik bied mezelf aan. Ik lig nu op het altaar. Ik ben nu heilig. Ik behoor nu aan God toe. Ik ben niet beschikbaar voor andere doeleinden dan Zijn doeleinden. Alles wat ik doe, alles wat ik vanaf dit moment nastreef, moet zijn wat Hij nastreeft en wat Zijn wil is, want ik behoor Hem toe.

^p34

Als ik een stervend offer was, zou dit vrij snel voorbij zijn. Maar als levend offer moet ik blijven bedenken dat ik heilig ben, want nadat ik mezelf heb aangeboden, ben ik nog in staat om veel beslissingen te nemen. In de rest van mijn leven vergeet ik misschien dat ik aan God toebehoor. Misschien neem ik beslissingen die zelfzuchtig van aard zijn. Misschien handel ik zonder rekening te houden met Gods wil. In dat geval schend ik de heiligheid van het offer dat gebracht is. Ik heb mezelf aangeboden. Ik ben van Hem, en het staat mij eigenlijk niet vrij om iets te doen wat niet als een offer aan Hem wordt opgedragen.

^p35

Jezelf aanbieden is iets wat je één keer doet, maar je moet het in zekere zin ongetwijfeld ook elke dag doen. Je moet het opnieuw bevestigen, want soms willen mensen op een bepaald moment in hun leven God dienen. Ze menen het en zijn oprecht, maar later willen ze God niet meer dienen. Daarom denken ze dat het hun vrijstaat om van gedachten te veranderen. Dat is werkelijk niet zo. Als je jezelf eenmaal aan God hebt aangeboden, behoor je Hem toe.

^p36

Hoewel mensen kunnen weglopen en mogelijk zelfs zo kunnen weglopen dat hun relatie met God niet meer bestaat, en zij de gevolgen ondergaan die een ongelovige ondergaat omdat zij tot ongeloof zijn teruggekeerd, hebben zij daar niet het recht toe. Zij hebben het gedaan in strijd met Gods rechten. God heeft het recht om te behouden wat aan Hem gegeven is, wat voor Hem apart gezet is. Als je van God steelt nadat je jezelf aan God hebt aangeboden, als je weggaat en zegt: ‘Ik ga God niet meer dienen,’ dan is dat alsof je een lam neemt dat op het altaar gelegd is en zegt: ‘Ik wil dat terug. Ik neem het mee naar huis en leg het op de barbecue.’ Nee, dat kan niet. Het behoort God toe. Je kunt van God stelen, maar je kunt het niet terugnemen zonder van God te stelen, want het is van Hem.

^p37

Paulus zegt dat je jezelf op die manier aanbiedt als een levend offer. Predikers hebben vaak gezegd dat het veel moeilijker is om een levend offer te zijn dan een dood offer. De offers die de Joden brachten, werden gedood. Hun keel werd doorgesneden en hun bloed werd afgetapt voordat ze op het altaar werden gelegd. Maar een levend offer leeft nog wanneer het op het altaar ligt, en het heeft altijd de neiging om van het altaar af te kruipen. Dat is de uitdaging voor de christen: wij zijn aan God aangeboden, maar omdat wij leven, zijn wij nog in staat om van het altaar af te kruipen. We hebben daar geen recht toe, maar het is mogelijk om te zeggen: ‘Ik wil weer over mezelf beschikken.’ In geen enkel opzicht hebben we echter het recht om dat te doen.

^p38

### 7. Lichaamsdelen in dienst van God

*17:49 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h7*

Het woord ‘aanbieden’ dat hier wordt gebruikt, komt eerder in Romeinen ook op een andere plaats voor. In Romeinen 12:1 zegt hij:

^p39

Bied je lichaam aan God aan als een offer.

^p40

Romeinen 6 bevat misschien wel een vers dat duidelijker uitlegt wat dit betekent, want in Romeinen 6:13 wordt hetzelfde werkwoord gebruikt en in zekere zin ook hetzelfde idee. Paulus zei:

^p41

> En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn . En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God.
>
> — Romeinen 6:13

^p42

—dat wil zeggen, de delen van je lichaam—

^p43

Wat betekent het in de praktijk om mijn lichaam ter beschikking te stellen? Het betekent dat ik de afzonderlijke leden van mijn lichaam ter beschikking stel. Ik stel ze als werktuigen — of, in het Grieks, als wapens — in dienst van God, voor Gods doel, in Gods strijd. Mijn armen, mijn benen, mijn ogen, mijn oren — niets is meer van mij. Dit zijn de leden van mijn lichaam, en ik stel ze dag aan dag ter beschikking, omdat ik mijn lichaam eens en voor altijd aan God ter beschikking heb gesteld. Dit betekent dat ik de afzonderlijke leden dag aan dag ter beschikking stel om de dingen te doen die passen bij iemand die heilig is en voor God apart is gezet.

^p44

Hij zei dat dit je redelijke dienst is. Als het zo wordt vertaald, betekent het eenvoudigweg dat het niet onredelijk is. Het is wat God redelijkerwijs van ons mag verwachten. Hij heeft ons gekocht. Dat is al gezegd. We zijn geen slaven van de zonde; we zijn slaven van God, slaven van de gerechtigheid. Het is dus redelijk dat wij apart worden gezet voor Zijn dienst.

^p45

Deze vertaling voldoet goed genoeg. Maar als het hier gaat over geestelijke aanbidding, zoals sommige vertalingen verkiezen, wat op grond van dezelfde Griekse woorden heel goed mogelijk is, dan wordt er in wezen gezegd dat geestelijk zijn niet draait om een heleboel mystieke geestelijke disciplines. Het gaat erom dat je God elke dag met je lichaam gehoorzaamt, in je lichamelijke leven in deze wereld. Je zorgt ervoor dat wat je doet iets is wat je voor Gods doeleinden aan Hem kunt aanbieden. Dat is geestelijk zijn. Dat is geestelijke aanbidding. Er wordt iets lichamelijks aangeboden — je lichaam — maar het is een geestelijke daad van overgave. Daarom is het een daad van geestelijke aanbidding.

^p46

### 8. Geld, lof en goede werken als offers

*20:24 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h8*

Er zijn andere daden van aanbidding die Paulus elders noemt. In Filippenzen 4:18 vermeldt hij dat de Filippenzen hem een financiële gift ter ondersteuning hadden gestuurd. Hij zit in de gevangenis en zij hebben hem iets gestuurd om in zijn behoeften te voorzien, gebracht door een boodschapper die Epafroditus heet. Hij zegt:

^p47

> Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was , als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.
>
> — Filippenzen 4:18

^p48

Wat zij Paulus aanboden, was in feite financiële ondersteuning. Maar Paulus zei dat dit voor God een welriekende geur van een aanvaardbaar offer is. Wij zijn priesters die offers brengen. Wij bieden onszelf en ons lichaam als een levend offer aan. Ook bezittingen die we aan God of aan de armen geven, en ondersteuning van iemand als Paulus, zijn gaven aan God. Wat wij bezitten, evenals wat wij zijn, wordt als een offer aan God aangeboden. Ook dat is een geestelijk offer, hoewel het om iets financieels gaat.

^p49

Kijk, geestelijk leven staat niet los van ons lichamelijke leven. Wij zijn lichaam en geest in één persoon. En eerlijk gezegd hoort ons lichaam het leven van de Geest uit te leven. Vaak denken mensen dat ze geestelijk zijn omdat ze lange gebeden uitspreken. Jezus zei dat de Farizeeën zo waren:

^p50

> Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u eet de huizen van de weduwen op, en voor de schijn bidt u lang; daarom zult u een des te zwaarder oordeel ontvangen.
>
> — Mattheüs 23:14

^p51

Je gedrag is niet erg heilig, maar je doet beslist heilig wanneer je bidt. Je doet die geestelijke oefeningen. Je vast en maakt je gezicht ontoonbaar, zodat mensen waardering zullen hebben voor het feit dat je een maaltijd of twee opoffert. Je doet die geestelijke oefeningen, maar je leven is geen heilig leven.

^p52

Paulus zegt dat er sprake is van geestelijke aanbidding van God wanneer je lichaam aan God wordt aangeboden, wanneer je daadwerkelijk lichamelijk voor God leeft. En je financiën ook, zoals in het geval van de Filippenzen, die Paulus een deel van hun financiële middelen stuurden en een offer brachten. Hij zei dat dit een geestelijk offer is, een heilig offer aan God.

^p53

Er is natuurlijk nog een ander offer — het is niet per se nodig dat we ons daardoor laten afleiden — maar in Hebreeën 13:15 zei de schrijver van Hebreeën:

^p54

> Laten wij dan altijd door Hem een lofoffer brengen aan God, namelijk de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.
>
> — Hebreeën 13:15

^p55

Er zijn offers die wij brengen die geheel geestelijk zijn: onze lofprijzingen aan God. Dat is niet zozeer een lichamelijke daad, hoewel de tong wel wordt gebruikt. Maar het is in wezen het brengen van een geestelijk offer, namelijk de vrucht van onze lippen. Maar hij zegt:

^p56

Vergeet niet goed te doen en met anderen te delen.

^p57

Ook dit zijn offers waarmee God zeer ingenomen is. Goeddoen is wat er gebeurt wanneer je je leden ter beschikking stelt als werktuigen van de gerechtigheid. En delen is wat er gebeurt wanneer je je financiële middelen geeft.

^p58

Het is duidelijk dat geestelijke offers volledig geestelijk van aard kunnen zijn, zoals het brengen van lof aan God. Maar ze kunnen zich ook uiten in lichamelijke dingen: gedrag, goed gedrag, rechtvaardig gedrag, vrijgevigheid met bezittingen en dergelijke. Dat maakt allemaal deel uit van de priesterlijke bediening. Wij zijn een geestelijk, heilig priesterschap om geestelijke offers aan God te brengen, zei Petrus in dat vers dat we in 1 Petrus 2:5 hebben gezien.

^p59

### 9. Ons lichaam als wapen van gerechtigheid

*24:20 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h9*

Hier zijn wij bezig met een priesterlijke dienst. Daarom horen we ons zo te gedragen dat we onze lichamen ter beschikking stellen voor gedragingen die rechtvaardig zijn en de gerechtigheid bevorderen. Zoals we in Romeinen 6:13 zagen, zei Paulus:

^p60

> En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn . En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God.
>
> — Romeinen 6:13

^p61

Of, in het Grieks: ‘als wapens’. Het betekent dat onze leden, ons gedrag en wat we dag aan dag doen, in de strijd tussen Gods Koninkrijk en het koninkrijk van satan, tussen gerechtigheid en ongerechtigheid, tussen licht en duisternis, geacht worden bij te dragen aan de overwinning van de goede kant. Ze zijn als wapens in de strijd.

^p62

Als ik iets rechtvaardigs doe, ontneem ik satan om te beginnen het genoegen dat hij eraan zou hebben beleefd als ik iets onrechtvaardigs had gedaan. Ik kan het ene of het andere doen: iets rechtvaardigs of iets onrechtvaardigs. In zekere zin wordt de duisternis beroofd van de daad die ik niet heb begaan en die de vijand zou hebben behaagd, en behaagt die rechtvaardige daad God. Maar bovendien kunnen mijn rechtvaardige daden de gerechtigheid verder bevorderen dan alleen wat ik met mijn eigen handen doe. Dat kan invloed hebben en anderen tot gerechtigheid bewegen. Het kan anderen inspireren. Het kan daadwerkelijk een rechtvaardige daad zijn, zoals iets aan de armen geven of wat dan ook, waarmee anderen geholpen zouden worden. Gerechtigheid en recht worden bevorderd door de dingen die ik dag in, dag uit met mijn lichaam doe. Paulus zei:

^p63

> Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.
>
> — Romeinen 12:1

^p64

Hij zegt in vers 2:

^p65

> En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:2

^p66

De HSV zegt dat je door de vernieuwing van je denken Gods wil kunt onderscheiden. De Engelse vertaling die Gregg gebruikt, heeft hier ‘prove’; vanuit die weergave legt hij uit dat door je manier van denken en door het leven dat daaruit voortvloeit, zichtbaar wordt wat Gods wil werkelijk is. Zijn volmaakte en welgevallige wil behoort zichtbaar te worden in je vernieuwde denken.

^p67

### 10. Een beschadigd brein en vernieuwd verstand

*27:03 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h10*

Nu is het verstand niet hetzelfde als het brein, en dat moeten we altijd onthouden. Hij heeft het niet over het vervangen van hersencellen. Ik denk dat ik heb meegemaakt dat bij mensen hun hersencellen werden vervangen toen ze christen werden. Ik heb in de jaren zeventig mensen gekend die zoveel drugs hadden gebruikt, mensen als Danny Layman en mijn vriend Crazy Eddie, die zoveel lsd hadden gebruikt dat ze praktisch niet meer konden lezen. Er waren zoveel hersencellen beschadigd dat ze echt heel dom leken.

^p68

Maar toen ze christen werden, verdiepten ze zich helemaal in de Schrift. Dat gold vooral voor Danny, maar ook voor Crazy Eddie, met wie ik op de middelbare school zat. Dag en nacht mediteerden ze over de Schrift. Voor zover ze überhaupt konden lezen, lazen ze de Schrift en leerden die uit hun hoofd. Ik herinner me Crazy Eddie. Ze noemden hem zo omdat hij door lsd krankzinnig was geworden. Toen hij christen werd, leerde hij bijna het hele boek Spreuken uit zijn hoofd. Telkens wanneer er iets praktisch werd besproken, wanneer er beslissingen genomen moesten worden, haalde hij daar een spreuk over aan. Het was alsof hij werkelijk slim was geworden. Het leek alsof de beschadiging van zijn hersenen ongedaan was gemaakt door de kracht van het Woord van God. Danny Layman is een van de briljantste mannen die ik ken. Hij kan het grootste deel van het Nieuwe Testament uit zijn hoofd citeren. En als je hem aan het praten krijgt over zending en over statistieken van hoeveel zendelingen er in elk land zijn, lijkt hij dat ook allemaal uit zijn hoofd te kennen. Hij is briljant. Maar ooit was zijn verstand door drugs beschadigd, zoals hij zelf in zijn getuigenis zal vertellen.

^p69

Ik kende hem toen hij tot geloof kwam. Ik ontmoette hem drie weken nadat hij tot geloof was gekomen. Toen ik hem ontmoette, zat hij op de vloer met zijn Bijbel, concordanties, banden van Chuck Smith, banden van Walter Martin en al het andere om zich heen uitgespreid. Hij ging volledig op in zijn onderzoek van de Bijbel, en op dat moment was hij pas drie weken gelovig. Hij is daar nooit mee opgehouden. Zijn verstand — of eigenlijk moet ik zeggen: zijn brein — leek hersteld te zijn.

^p70

Er gebeurden wonderen tijdens de Jezusbeweging, en sommige daarvan waren lichamelijke genezingen. Misschien is het gewoon een ongewoon wonder wanneer iemands brein, dat lichamelijk beschadigd lijkt te zijn, wordt hersteld. Maar dat zouden uitzonderlijke gevallen zijn. Voor zover ik weet, geeft de Schrift geen enkele garantie of aanwijzing dat je brein hersteld zal worden doordat je een goede christen bent. Maar herstel van je verstand, ja.

^p71

### 11. Het verschil tussen brein en verstand

*29:56 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h11*

Het verstand en het brein zijn niet hetzelfde. Het brein is een orgaan van je lichaam, net als je hart, long of lever. Het brein bestaat uit cellen. Het werkt als een machine, een elektrische machine, een beetje als een computer, neem ik aan. Ik weet niet genoeg over computers of het brein om te weten in hoeverre die vergelijking opgaat, maar het is een machine in je hoofd.

^p72

John Eccles, een man die een Nobelprijs won voor zijn werk op het gebied van het menselijk brein, zei dat het brein een machine is die door een geest bediend kan worden. De vraag is: welke geest bedient de machine? De werking van het brein resulteert in gedachten, meningen, emoties en keuzes — die functies van het brein die niet lichamelijk zijn. Het brein werkt lichamelijk, maar vervolgens zijn er die niet-lichamelijke dingen. Je mening is niet iets lichamelijks, en je kunt van mening veranderen zonder een hersentransplantatie te ondergaan. Je fysieke brein schrijft niet voor wat je mening zal zijn. Iets anders schrijft dat voor. Je zou een hersentransplantatie kunnen ondergaan en dezelfde mening kunnen houden, of je zou van mening kunnen veranderen en hetzelfde brein kunnen houden.

^p73

Het brein is niet hetzelfde als het verstand. Je verstand is wie je bent. Het brein is een lichamelijk orgaan dat op de een of andere manier wordt gebruikt in de hele werking van het lichaam om het verstand voort te brengen en in stand te houden. Als de hersenen afsterven, dooft het verstand uit. Of toch niet? Misschien niet. Misschien trekt het gewoon weg en gaat het ergens anders heen. Misschien verlaten we bij ons sterven het lichaam en zijn we aanwezig bij de Heere. Dat geloven de meeste christenen. Ik vermoed dat het waar is. Paulus lijkt iets te zeggen wat die gedachte ondersteunt.

^p74

Mijn verstand, mijn bewustzijn, mijn gedachten, mijn emoties en mijn wil — dat ben ik. Dat zijn niet-lichamelijke dingen. Mijn emoties veranderen. Mijn gedachten veranderen. Mijn meningen kunnen veranderen. Mijn overtuigingen kunnen veranderen. Mijn keuzes kunnen veranderen. Ik zou een verkeerde keuze kunnen maken en dan kunnen besluiten dat ik een andere keuze ga maken. Er vindt ongetwijfeld een bepaalde hersenactiviteit plaats die men in samenhang met die dingen kan waarnemen. Maar schrijft het brein die dingen voor? Komt het doordat het brein het enige is wat er bestaat en het eenvoudigweg gedachten voortbrengt?

^p75

Als dat zo is, kan ik niet verantwoordelijk zijn voor ook maar één van mijn gedachten of meningen, want hoe bepaal ik wat mijn hersenen gaan doen? Misschien gaan ze ongeloof voortbrengen. Misschien gaan ze kwaad voortbrengen. Als mijn hersenen al mijn gedachten voortbrengen, ben ik overgeleverd aan een lichamelijk orgaan dat werkt volgens de wetten van de wetenschap of de natuurwetten.

^p76

Maar als ik inderdaad tegen mijn verstand kan zeggen: „Denk daar niet aan, denk hieraan. Geloof die leugen niet, geloof deze waarheid”, dan is er iets buiten mijn hersenen dat tegen mijn hersenen zegt wat ze wel en niet mogen doen. Er zit een geest in de machine. Het is iets niet-lichamelijks. Het is het verstand.

^p77

Het verstand bestaat uit het geheel van je waarden, je meningen, je overtuigingen, je gedachten en al die dingen. Het is waarschijnlijk niet iets anders dan wat wij vaak als de ziel beschouwen. Het woord psychologie komt tenslotte van het Griekse woord voor ziel. Het is de bestudering van de ziel of het verstand. De Grieken geloofden dat het woord ziel verwees naar de gedachten, emoties en wil. Opnieuw: wat wij het verstand van een mens zouden noemen.

^p78

### 12. Nieuwe overtuigingen en denkpatronen

*33:44 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h12*

Wanneer Paulus zegt:

^p79

Laat je veranderen door je denken te vernieuwen, zegt hij in feite niet dat je nieuwe hersenen of nieuwe hersencellen nodig hebt. Je hebt nieuwe meningen, nieuwe waarden, nieuwe overtuigingen en nieuwe prioriteiten nodig. Die maken deel uit van je verstand, niet strikt genomen van je hersenen, en je kunt die veranderen.

^p80

Maar dat is niet het gemakkelijkste wat er bestaat, want je bent eraan gewend om op bepaalde manieren te denken, bepaalde dingen te geloven, je op bepaalde manieren te voelen en op bepaalde manieren op mensen te reageren. Dit zijn patronen van overtuiging, reactie en gedachte die gevormd zijn door opvoeding, achtergrond, enzovoort. Deze patronen moeten veranderen, en dat is niet het gemakkelijkste wat er bestaat. Zelfs als je besluit dat je gaat veranderen — „Ik word niet meer boos wanneer mensen zulke dingen zeggen. Ik zal niet meer verlangen naar wat ik vroeger verlangde. Ik zal niet meer naar zonde verlangen” — nou, veel succes. Je verstand moet veranderen. Maar het verandert niet in elk opzicht onmiddellijk. Het is een proces. Zoals je verstand door een proces van vorming en onderwijs in zijn huidige toestand is gekomen, zo moet het ook door een proces van vorming en onderwijs van toestand veranderen: mediteren over het Woord van God, geloven wat God zegt, zelfs wanneer dat moeilijk lijkt. Zeg eenvoudig: „Ik zal God geloven. Ik kies ervoor te geloven. Ik zal van die persoon houden. Ik kies ervoor dat te doen.” Ik kan mijn emoties niet kiezen, maar ik kan wel mijn keuzes maken. En daarom kan ik, door de vernieuwing van mijn verstand, mijn verstand meer op het verstand van Christus laten lijken. Zo zal ik veranderd worden.

^p81

De verandering komt vanuit het verstand. Hij zegt:

^p82

Laat je veranderen door je denken te vernieuwen.

^p83

### 13. Loskomen van wereldse beïnvloeding

*35:40 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h13*

Je leven, je verstand en je daden zullen zich allemaal naar de wereld voegen, tenzij je verstand vernieuwd wordt. Je zult gewoon overnemen en herhalen wat de wereld je in je vroegere, voorchristelijke jaren heeft aangeleerd: wat je ouders je leerden, wat je onderwijzers je leerden, wat je vrienden op school belangrijk vonden. Groepsdruk. In de eerste fasen van ons leven heeft de wereld bepaald wat wij voor waar houden, wat wij waardevol vinden, wie wij als helden zien en wie wij sukkels vinden. Al onze meningen zijn gevormd door leeftijdgenoten, onderwijzers, enzovoort.

^p84

Nu zijn we christenen. Ontzettend veel van deze meningen zullen moeten veranderen. Dat betekent dat we opnieuw opgevoed zullen moeten worden. Misschien moeten we andere leeftijdgenoten kiezen om druk op ons uit te oefenen. Dat is goed gezelschap, want Paulus zei in 1 Korinthe 15:

^p85

> Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.
>
> — 1 Korinthe 15:33

^p86

Met andere woorden, we moeten alles in het werk stellen om ons verstand tot de juiste manier van kijken te brengen, namelijk Gods manier van kijken. Dat betekent opnieuw onderwijs en vorming ontvangen, en dat is een levenslange discipline.

^p87

Dit brengt verandering teweeg. Het woord „veranderd” is hier in het Grieks metamorphoo, en het komt niet op veel plaatsen in de Bijbel voor. Ditzelfde woord staat in 2 Korinthe 3:18. Paulus zei:

^p88

> Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt .
>
> — 2 Korinthe 3:18

^p89

— opnieuw hetzelfde woord —

^p90

### 14. Veranderen door naar Christus te kijken

*37:28 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h14*

Dit is de verandering waar Paulus het over heeft. Het is een verandering van ons verstand. Wij worden veranderd door de vernieuwing van ons verstand. Hij zei dat dit door de Geest van de Heere wordt gedaan. Terwijl we onze blik op Jezus gericht houden, terwijl we naar Hem kijken, zien we Hem niet volkomen duidelijk. We zien Hem als in een spiegel. In een spiegel betekent niet dat we naar onszelf kijken. Waar hij hier naar verwijst, is dat ze destijds geen glas hadden. Glas was nog niet uitgevonden. Als je jezelf wilde zien, was een spiegel simpelweg een zorgvuldig gepolijst stuk koper. Het beeld was niet volmaakt. Je kon zo ongeveer de vorm van je hoofd zien. Je kon zien of grote delen van je haar de verkeerde kant op staken, maar je kon de details niet zien. Het was immers geen mooie moderne spiegel die het licht volmaakt weerkaatst. Door de onvolmaaktheid van het koper werd het licht enigszins verstrooid. Daardoor was het beeld in een spiegel niet zo duidelijk als wanneer je iemand van aangezicht tot aangezicht zag.

^p91

Daarom zei Paulus in 1 Korinthe 13:

^p92

> Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben.
>
> — 1 Korinthe 13:12

^p93

Daarmee bedoelt hij dat wanneer we Christus nu zien, we Hem niet helder zien. Het licht is enigszins verstrooid. Het beeld is enigszins wazig. We kunnen Hem nog niet van aangezicht tot aangezicht zien, maar dat zullen we wel kunnen. Dat is wat hij hier in 2 Korinthe 3:18 zegt:

^p94

We zien de glorie van de Heer als in een spiegel.

^p95

We zien Zijn heerlijkheid niet volkomen helder.

^p96

Johannes vertelt ons in 1 Johannes, hoofdstuk 3:

^p97

> Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
>
> — 1 Johannes 3:2

^p98

We zien Hem nog niet precies zoals Hij is. Daar werken we aan. Maar zelfs wanneer we Hem onvolmaakt zien, verandert dat ons. Wij worden door de Geest van God van heerlijkheid tot heerlijkheid veranderd, terwijl we onze blik op de heerlijkheid van Jezus gericht houden. Dat wil zeggen: terwijl we onze ogen op Jezus gericht houden en over Jezus blijven mediteren.

^p99

Wanneer we vragen, zoals er in het boek In His Steps staat: ‘Wat zou Jezus doen? Hoe doet Jezus de dingen? Hoe dacht Hij hierover? Hoe reageerde Hij op zulke dingen?’, dan staat Jezus altijd voor onze ogen, voor ons geestesoog, en werkt de Heilige Geest in ons om ons aan datzelfde beeld gelijkvormig te maken, zodat:

^p100

> Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt .
>
> — 2 Korinthe 3:18

^p101

—metamorphoo. Het is hetzelfde woord dat Paulus gebruikt wanneer hij zegt:

^p102

> En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:2

^p103

### 15. Metamorfose als beeld van verandering

*40:55 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h15*

De enige andere plaats waar dit woord in het Nieuwe Testament voorkomt, naast Romeinen 12 en 2 Korinthe, is misschien verrassend. Het wordt namelijk in een paar evangeliën gebruikt voor de verheerlijking op de berg. Ik weet niet meer in welk evangelie dit niet zo is, maar in een paar evangeliën staat dat Jezus de berg opging en enkele van Zijn discipelen meenam. Er staat:

^p104

Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante.

^p105

Een van de evangeliën waarin dat woord wordt gebruikt, is Mattheüs, in hoofdstuk 17, vers 2. Markus of Lukas gebruikt het ook in de parallelle passage. Mattheüs 17:2 zegt:

^p106

> En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
>
> — Mattheüs 17:2

^p107

Hij veranderde, Hij veranderde radicaal. Buiten de plaatsen waar Paulus dit werkwoord gebruikt, komt het alleen voor bij de zichtbare verheerlijking of verandering van Jezus. Paulus gebruikt het wanneer hij zegt dat wij van gedaante veranderen en van heerlijkheid tot heerlijkheid tot hetzelfde beeld van Christus worden veranderd. Dat gebeurt terwijl wij veranderd worden door de vernieuwing van ons denken.

^p108

Dit woord metamorphoo doet waarschijnlijk denken aan een verband met enkele Engelse woorden. Morph betekent vorm. Meta betekent in het Grieks eigenlijk achteraf, of iets wat achteraf anders is dan daarvoor. Metamorfose betekent dat iets van vorm verandert. Wanneer we het woord metamorfose horen, dat van dit woord afkomstig is, denken we waarschijnlijk allereerst aan de verandering van een rups in een vlinder. Dat is het bekendste geval van metamorfose dat we in de natuur kennen. Ik neem aan dat een kikkervisje dat een kikker wordt een ander geval van metamorfose is, maar de vlinder is het voorbeeld waarnaar we altijd verwijzen als we het over metamorfose hebben.

^p109

Wat gebeurt er met een rups wanneer die een vlinder wordt? Weet je wat er binnenin de pop gebeurt? De rups lost op tot vloeistof, en die organische bestanddelen, die in de pop vloeibaar zijn geworden, voegen zich opnieuw samen tot een ander soort dier. De rups die erin ging, had geen lichaam dat uit segmenten bestond, zoals bij een insect. Het was gewoon een lang, bobbelig lichaam zonder echte poten en zeker zonder vleugels. Het richtte schade aan planten aan. Maar wanneer het eruit komt, heeft het een lichaam met drie segmenten, zes afzonderlijke poten met gewrichten en vleugels, en bestuift het planten. Het is een volkomen ander soort dier, met een volkomen andere uitwerking op zijn omgeving. Het gaat de pop in als een vernietigend schepsel en komt eruit als een schepsel dat planten bestuift en vruchtbaarheid verspreidt.

^p110

### 16. De gezindheid van Christus door de Geest

*43:41 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h16*

God heeft de dingen ongetwijfeld zo gemaakt om een beeld te geven van de verandering, de metamorfose, die wij volgens Paulus moeten ondergaan. Onze oude manieren van denken zijn vernietigend. Ze zijn vernietigend voor ons, voor onze omgeving en voor anderen om ons heen. Maar Christus heeft Zichzelf of anderen nooit vernietigd. Zijn denken verhief juist anderen, genas anderen, bemoedigde anderen en redde anderen. Zijn manier van denken verschilt van de manier van denken waarmee wij begonnen. Wij horen veranderd te worden, een metamorfose te ondergaan, door de vernieuwing van ons denken.

^p111

Wat betekent die vernieuwing nu werkelijk? Het betekent dat we niet moeten denken zoals wijzelf denken, maar zoals Jezus denkt. We moeten de gezindheid van Christus hebben. Wij worden veranderd. We worden als het ware een ander soort schepsel. In 2 Korinthe 3:18, waar we naar hebben gekeken, zei Paulus dat dit door de Geest van de Heere wordt gedaan.

^p112

Dit is niet alleen een mentale oefening. Het is niet zo dat iemand die dat wil eenvoudigweg kan zeggen: ‘Ik ga mijn denken veranderen. Ik ga deze opvattingen overnemen. Ik ga deze houdingen aannemen. Ik ga deze dingen geloven, en dan zal ik een ander soort mens zijn.’ Als je dat doet, zul je waarschijnlijk een andere uitwerking hebben dan wanneer je het niet doet. Maar de verandering moet geestelijk zijn. Ze moet bovennatuurlijk zijn. Ze moet datgene zijn wat de Heilige Geest doet wanneer wij ons denken onderwerpen aan het denken van Christus.

^p113

### 17. Ons denken onderwerpen aan Gods denken

*45:13 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h17*

Wanneer je de Bijbel leest, kom je soms dingen tegen die tegen je gevoel ingaan. Die dingen zijn de afgelopen jaren naar voren gebracht door de bekende atheïsten die boeken schrijven. Ze zeggen: ‘Die God van de Bijbel denkt over vrouwen niet hetzelfde als over mannen, en Hij is vóór slavernij, en Hij heeft al die slechte eigenschappen die tegenwoordig politiek incorrect zijn.’

^p114

Door onze cultuur en door politieke correctheid zijn we geconditioneerd om bepaalde gevoeligheden te hebben. Wanneer we de Bijbel lezen, gaan sommige dingen lijnrecht tegen ons gevoel in. Waarom zou God dat doen? Dat lijkt niet juist. Maar voor wie lijkt het niet juist? Voor jou? Wat gebruik je om te bepalen wat juist is en wat verkeerd? De Bijbel zegt tenslotte:

^p115

> Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood.
>
> — Spreuken 14:12

^p116

Onze conditionering is niet hetzelfde als Gods denken. God zei:

^p117

> [8] Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. [9] Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.
>
> — Jesaja 55:8-9

^p118

Wanneer onze gedachten en onze beoordelingen botsen met die van God, en God iets doet wat niet juist lijkt, voor wie lijkt het dan niet juist? Voor mij, degene voor wie veel dingen juist lijken, terwijl het de wegen van de dood zijn? Ben ik de rechter over God? Mijn denken in zijn natuurlijke toestand is niet hetzelfde als Gods denken, maar Hij gaat Zijn denken niet veranderen om het met mij eens te zijn. Als ik met Hem verenigbaar wil zijn, dan moet de verandering de andere kant op gaan.

^p119

Als God zegt: ‘Luister, jij en Ik zijn niet verenigbaar, omdat we het oneens zijn,’ dan ga ik niet zeggen: ‘Goed, God, kom hierin dan aan mijn kant staan.’ Waarom zou Hij aan mijn kant komen staan? Ik ben degene die zich in zoveel dingen vergist. Hij vergist Zich nergens in. Als ik merk dat ik het niet met God eens ben, is dat een aanwijzing dat er iets is waarover ik van gedachten moet veranderen. Ik heb eerder mijn eigen ervaring hiermee genoemd. Dat was iets wat gebeurde toen ik jaren en jaren geleden aan het lezen was, toen ik nog maar één kind had. Ik las Psalm 127, waar God zei:

^p120

> Kinderen zijn een erfelijk bezit van de HEERE; gelukkig is de man die zijn pijlkoker vol heeft met deze pijlen.
>
> — Psalm 127:3-5

^p121

### 18. Gods denken over kinderen aanvaarden

*47:41 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h18*

Ik herinner me dat het was alsof God tot mijn hart sprak en zei: ‘Jij en Ik zijn het hierover niet eens, hè?’ Want persoonlijk wilde ik maar één kind hebben, of geen enkel. Maar ik had er al één, dus geen kinderen hebben was geen mogelijkheid meer. Ik dacht dat één voorlopig genoeg zou zijn, en misschien wel voor altijd, omdat ik in de bediening sta. Ik moet mobiel zijn. Ik kan niet aan één plek gebonden zijn, enzovoort. Het is veel werk. En ik dacht dat ik tot eer van God de omvang van mijn gezin moest beperken. Toen las ik dit, en de Schrift zei:

^p122

> Kinderen zijn als pijlen in de hand van een strijder; gelukkig is de man die veel van zulke pijlen heeft.
>
> — Psalm 127:4-5

^p123

Ik herinner me dat het was alsof God mij iets vroeg. Alsof Hij zei: ‘Stel dat je je op het slagveld bevindt in een oorlog in de oudheid, waarin met pijl en boog wordt gevochten. De sergeant die de voorraden beheert, komt naar je toe en zegt: “Hoeveel pijlen wil je hebben?”’ Man, mijn vraag zou zijn: ‘Hoeveel kan ik er krijgen?’ Ik zou kunnen zeggen: ‘Wat dacht je van één of twee? Dat is wel genoeg.’ Nee, als je in de strijd bent, wil je niet zonder pijlen komen te zitten. Je wilt er zoveel als je kunt krijgen. En gezegend is de man die zijn pijlkoker vol pijlen heeft. Ik herinner me dat ik dacht: ik dacht dat minder beter was, en God zei dat meer beter was. En ik herinner me dat ik op datzelfde moment gewoon van gedachten veranderde. Ik dacht gewoon: God en ik zijn het niet eens, en Hij gaat mijn manier van kijken niet overnemen. Ik kan maar beter Zijn manier van kijken overnemen. Ik moet veranderd worden door de vernieuwing van mijn denken.

^p124

Zoveel dingen in de Schrift gaan tegen ons gevoel in, maar dan heeft ons gevoel pech. Want als ons gevoel niet met God overeenstemt, is het een gevoel dat veranderd moet worden. En we moeten van gedachten veranderen om het met God eens te zijn. En we zullen merken dat dit leidt tot verandering, een geestelijke verandering. Terwijl de Heilige Geest werkt, eert Hij onze gehoorzaamheid. Hij eert onze onderwerping aan Gods waarheid en schept daardoor als het ware een nieuwe natuur in ons. Zo worden we veranderd, ondergaan we een metamorfose, door deze vernieuwing van ons denken. En dat leidt tot christenen die als het ware tot een andere soort behoren dan andere mensen: een nieuwe schepping in Christus, kinderen van God en geen kinderen van de duivel. Het leven en het gedrag van christenen behoren dus zichtbaar te maken hoe de wil van God eruitziet. En dat is wat Paulus zegt:

^p125

> En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.
>
> — Romeinen 12:2

^p126

Jouw leven moet dat zichtbaar maken.

^p127

### 19. Nederig en nuchter over jezelf denken

*50:43 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h19*

Goed, dat zijn natuurlijk twee algemene uitspraken. Daarna gaat hij over tot specifiekere aanwijzingen. Ik veronderstel dat alles wat volgt onder de categorie valt van óf je lichaam aan God aanbieden, óf je denken vernieuwen, óf beide. Hij wordt heel praktisch, maar in vers 3 en de verzen daarna zegt hij:

^p128

> Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.
>
> — Romeinen 12:3

^p129

> [4] Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, [5] zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.
>
> — Romeinen 12:4-5

^p130

> [6] En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: [7] hetzij profetie, naar de mate van het geloof;
>
> — Romeinen 12:6-7

^p131

> [7] hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het onderwijzen; [8] hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt, met blijmoedigheid.
>
> — Romeinen 12:7-8

^p132

Als het nu gaat om de vernieuwing van je denken en het veranderen van je gedachten, is je ego een van de eerste dingen die moeten veranderen. Ik zeg, door de genade die mij gegeven is: laat niemand zichzelf hoger inschatten dan hij zichzelf behoort in te schatten. Dat is onze neiging. En zelfs mensen die denken dat ze een laag zelfbeeld hebben — daarmee bedoelen ze gewoonlijk dat ze denken dat ze niet zo goed zijn als iemand anders, maar ze vinden zichzelf nog altijd behoorlijk belangrijk. Als je jezelf niet belangrijk vindt, maakt het je niet uit wat er met je gebeurt. Het maakt je niet uit als mensen je afkraken. Het maakt je niet uit als je niet in aanzien stijgt. Het maakt je niet uit als je niet zo knap bent als iemand anders. Het maakt je niet uit, omdat jij jezelf niet belangrijk vindt. Voor zover een van die dingen je neerslachtig maakt, heb je een hoge dunk van jezelf, in elk geval van hoe je behandeld zou moeten worden, wat je rechten zijn, enzovoort. Je moet jezelf niet hoger inschatten dan je behoort te doen. En dat is onze neiging.

^p133

Ik bedoel, dit gaat niet alleen om arrogantie, dat wil zeggen dat je te hoog over jezelf denkt. Het is ook gewoon iedere keer dat je denkt dat wat jou overkomt belangrijker is dan wat iemand anders overkomt, of, eerlijk gezegd, dat het er veel toe doet of de loop van de geschiedenis goed of slecht verloopt. Ik bedoel, verhoudingsgewijs ben ik onbeduidend. Niemand is volkomen onbeduidend — je hebt betekenis voor God en Hij kan je gebruiken. Hij wil door jou verandering teweegbrengen. Maar als je nooit geboren was, zou de wereld uiteindelijk nog altijd Gods kant op gaan. Uiteindelijk zijn we vervangbaar. We moeten niet denken dat we onmisbaar zijn, beter dan anderen, en dat soort dingen. Dat is niet nuchter denken. Hij zegt:

^p134

> Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan hij moet denken, maar laat hij denken in bescheidenheid, naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld.
>
> — Romeinen 12:3

^p135

### 20. Gaven erkennen als geschenken van God

*54:03 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h20*

Iemand die niet nuchter is, heeft niet veel voeling met de werkelijkheid. Zo iemand ziet de dingen niet scherp. Zijn zicht is wazig. Hij denkt dat hij sterk is, terwijl hij niet sterk is. Hij denkt dat hij de situatie beheerst, terwijl hij die niet beheerst. De Engelse vertaling die Gregg gebruikt, zegt hier ‘think soberly’, letterlijk: ‘nuchter denken’; de HSV geeft dit weer als ‘denken in bescheidenheid’. Een dronkaard is niet nuchter. Hij heeft tot op zekere hoogte het contact met de werkelijkheid verloren. Als je jezelf hoger inschat dan je behoort te doen, denk je in die figuurlijke zin niet nuchter. Je denkt te hoog over jezelf. Je hebt geen voeling met de werkelijkheid. Laten we hier met beide benen op de grond gaan staan. Laten we de dingen helder bekijken en over onszelf denken zoals we behoren te doen.

^p136

Wat behoren we dan over onszelf te denken? We moeten erkennen dat alles wat we hebben een geschenk van God is. We verschillen wel van andere mensen, en soms willen we onszelf hoger inschatten dan anderen door te zeggen: ‘Ik ben belangrijker dan zij. Ik lever een belangrijkere bijdrage dan zij.’ Paulus zegt: ‘Nee, alle bijdragen die je levert, zijn geschenken.’ Verschillende mensen hebben verschillende gaven en leveren verschillende bijdragen. Het is als een lichaam met een heleboel verschillende soorten functies, waarin iedereen doet wat hij behoort te doen. Iedereen maakt zich meer zorgen om het welzijn van het hele lichaam, en om het feit dat wat hij doet bijdraagt aan het welzijn van het lichaam, dan om de vraag of zijn gave en bijdrage kunnen wedijveren met die van iemand anders.

^p137

We vergelijken onszelf niet met andere mensen. We doen eenvoudig wat we behoren te doen. Is je gave onderwijs geven? Geef onderwijs. Is het dienen? Dien. Is het aansporen? Spoor aan. Is het leidinggeven? Geef leiding. Is het geven? Geef. Wat je gave ook is, doe dat, en erken dat wat je hebt eenvoudigweg een gave is die God je gegeven heeft. Het is een mate van geloof die jou is toegemeten. Je geloof komt tot uiting in bepaalde bekwaamheden die God door de Heilige Geest in je heeft geplant.

^p138

Dit zijn in feite gaven van de Heilige Geest, hoewel we ze hier niet zo genoemd zien worden. De andere bekende passage over de gaven van de Geest spreekt ook over het lichaam. Voor zover wij weten, noemt Paulus de metafoor van het lichaam van Christus voor het eerst in 1 Korinthe 12. Daar spreekt hij ook over de gaven. Hier, wanneer hij iets later schrijft, gebruikt hij in vers 4 het beeld van het lichaam. Dat is het beeld van het lichaam van Christus, niet ons lichaamsbeeld. Hij spreekt erover dat het lichaam afzonderlijke delen en verschillende gaven heeft.

^p139

### 21. Verschillende functies in één lichaam

*57:05 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h21*

Zoals ik al zei, wordt dit begrip voor het eerst geïntroduceerd in 1 Korinthe 12, en Paulus noemt in het eerste deel van dat hoofdstuk negen gaven van de Geest. Waar het in wezen om gaat, is dat niet iedereen dezelfde gave heeft, omdat het lichaam niet een heleboel van één ding nodig heeft. Hij zegt:

^p140

> Als het hele lichaam oog was , waar zou het gehoor zijn ? Als het hele lichaam gehoor was , waar zou de reuk zijn ?
>
> — 1 Korinthe 12:17

^p141

Het idee is dat sommige delen van het lichaam kunnen horen, maar niets anders kunnen doen, en toch is dat nodig. Sommige kunnen ruiken, maar niets anders doen. Sommige zien.

^p142

De meeste organen in je lichaam, bijvoorbeeld je hart, dat waarschijnlijk een van de belangrijkste is, doen eigenlijk maar één ding. Het hart pompt vloeistof rond. Het is gewoon een pomp. Een mens kan een pomp bouwen die vloeistof rondpompt, en dat is alles wat het hart doet. Natuurlijk doet het hart dat veel efficiënter en veel langer dan een door mensen gemaakte pomp ooit zou kunnen. Toch is het een zeer belangrijke functie. Elke functie van het lichaam verschilt van elke andere functie van een ander lichaamsdeel, maar het lichaam kan niet zonder die delen. Het heeft ze allemaal nodig.

^p143

In plaats van mezelf met anderen te vergelijken en te kijken hoe belangrijk ik ben in vergelijking met iemand anders, kan ik beter gewoon zeggen: ‘Wat hoor ik hier te doen?’ Iemand anders doet misschien iets wat ik meer bewonder, maar in het grote geheel is dat misschien niet werkelijk belangrijker dan wat ik doe. Geen enkel deel van je lichaam kan werkelijk gemist worden. Er zijn geen rudimentaire organen die zijn overgebleven van mislukte evolutionaire ontwikkelingslijnen. Van de dingen waarvan men ooit dacht dat het rudimentaire organen in het menselijk lichaam waren, is uiteindelijk gebleken dat ze allemaal nuttig zijn. De wetenschap wist alleen een tijdlang niet waarvoor ze dienden, en dus dacht men: ‘Dat dient nergens voor. Dat stuitbeen van je is nergens nuttig voor.’ Natuurlijk is het dat wel. Het heeft een functie, en we weten wat die is. Zo werden ook amandelen en andere organen vroeger beschouwd als rudimentaire, nutteloze organen. Zulke organen zijn er niet. God maakt geen nutteloze organen, en Hij heeft die ook niet in het lichaam van Christus gemaakt.

^p144

### 22. Je gave ontdekken door de Geest te volgen

*59:31 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h22*

Misschien weet je nog niet eens waarvoor jij dient, maar dat betekent niet dat je niet gebruikt wordt. Soms proberen gemeenten van die beoordelingen uit seminars over geestesgaven uit te delen. Je maakt dan een test, en zij proberen je te vertellen wat je geestesgave is. In veel gevallen moedigen ze je aan om erachter te komen wat je geestesgave is, zodat je die kunt uitoefenen. Ik ben het eigenlijk niet eens met die manier van denken. Ik denk niet dat je erachter moet komen wat je gave is en die dan moet uitoefenen. Ik denk dat je gewoon moet doen waartoe de Heilige Geest je leidt, en dat zal je gave zijn. Misschien weet je niet eens hoe die heet. Misschien is het niet een van de gaven in de lijst. Deze lijst verschilt van de lijst in 1 Korinthe. Voeg beide lijsten samen en je hebt daar ongeveer vijftien of meer gaven, en waarschijnlijk vormen zelfs die samen geen volledige lijst. God heeft veel delen in het lichaam. Paulus geeft voorbeelden van enkele daarvan in Romeinen 12 en andere voorbeelden in 1 Korinthe 12. Hij geeft slechts een aantal voorbeelden om zijn punt duidelijk te maken. Ieder heeft iets anders bij te dragen. Wat jij ook bij te dragen hebt, doe het, en dan zal het lichaam functioneren.

^p145

Wees niet zo met jezelf bezig en vraag je niet steeds af hoe jij je tot anderen verhoudt, hoe belangrijk je bent en hoe onmisbaar je bent. Wandel gewoon in de Geest. Laat de Geest door jou heen doen wat Hij doet, en dat zal je gave zijn, zelfs als je niet opmerkt wat die is. Anderen weten misschien eerder dan jij wat je gave is. Je hoeft haar niet eerst vast te stellen om haar te kunnen uitoefenen. Je doet gewoon het eerstvolgende waartoe de Heilige Geest je leidt.

^p146

In relaties zeggen mensen: ‘Nou, jij bent iemand die anderen echt bemoedigt.’

^p147

‘O, dat wist ik niet. Misschien is dat mijn gave.’

^p148

Ik neem aan van wel. Of: ‘Jij bent echt een dienaar.’

^p149

‘Nou, dat wist ik niet. Ik deed gewoon wat ik altijd doe.’

^p150

Nou, dat is dienen. Je gave om te dienen, je gave om te vermanen, je gave om onderwijs te geven, je gave om te geven: dat zijn allemaal gewoon dingen die je doet wanneer je door de Geest geleid wordt. Het blijkt dat daar een omschrijving voor bestaat. Misschien ken je de benaming ervoor, misschien niet, maar dat verandert niets aan het feit dat je het doet. Je doet gewoon waartoe de Geest je leidt. Maak je geen zorgen over hoe het heet of over de vraag of het een bepaalde plaats inneemt in een hiërarchie van gaven: ‘Deze gave is belangrijker dan die gave daar. De mijne is belangrijker. Ach, wat jammer, ik heb een minder belangrijke gave gekregen dan iemand anders.’

^p151

### 23. Elke gave dient het lichaam van Christus

*1:02:17 — https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#h23*

De waarde van de gaven wordt hier niet benadrukt. Die waarde is relatief. Wat wel wordt benadrukt wanneer Paulus over het lichaam spreekt, is dat alle gaven nodig zijn. Denk eens aan een lichaamsdeel dat je echt kunt missen. Misschien zeg je: je kleine teen. Je kleine teen is klein. Je hebt nog negen andere tenen. Die heb je niet nodig. Je kunt best zonder. Ja, je kunt zonder, maar je kunt zonder die teen niet erg goed tennissen. Er zijn bepaalde dingen die je dan minder goed kunt. Je kunt minder goed lopen. Je bent minder atletisch. Je hebt minder evenwicht zonder die teen. Die kleine teen heeft werkelijk een functie. Dat geldt voor alle lichaamsdelen. Er zijn mensen bij wie lichaamsdelen zijn verwijderd die je niet nodig hebt om in leven te blijven, maar het komt maar heel zelden voor dat dit helemaal geen verschil maakt.

^p152

Dat is wat Paulus zegt. Een van de manieren waarop ons denken moet veranderen, is dat we onszelf gaan zien als deel van een gemeenschap, als deel van een lichaam. Het draait niet allemaal om mij, en niet alles in de wereld draait om mij en mijn behoeften. Ik ben een van de elektronen die rond een atoomkern draaien, en de hele structuur van atoomkern en elektronen is het atoom, het lichaam van Christus. Er zijn verschillende delen, en ik sta niet in het middelpunt. Het is alleen de bedoeling dat ik doe waarvoor God mij gemaakt heeft. Doe gewoon goed en ijverig wat God mij laat doen.

^p153

Of ik de naam ervan nu ken of niet, en of het nu de gave van dit of de gave van dat wordt genoemd of niet, doet er niet toe. Het is belangrijker dat je doet wat God gedaan wil hebben en dat het lichaam een functie heeft, dan dat iemand een naam voor het orgaan heeft bedacht. Hoeveel organen functioneerden al in menselijke lichamen voordat mensen er namen voor bedachten? Je hoeft de naam niet te kennen; je moet de functie vervullen.

^p154

Denk vanuit het lichaam, denk als collectief, denk vanuit de gemeenschap, en besef dat je een radertje in het geheel bent. Veel mensen vinden het beledigend om een radertje in het geheel te zijn. Nou, dat is het alleen als je wilt opvallen en beroemd wilt worden, je individualistisch boven anderen wilt verheffen en naam voor jezelf wilt maken. Maar als je jezelf niet hoger inschat dan je behoort te doen, vind je het niet erg om gewoon deel van het lichaam van Christus te zijn en te dienen in welke hoedanigheid Hij je ook in staat heeft gesteld te dienen. Dat is waar Paulus bij vers 8 uitkomt. De rest van dit hoofdstuk behandelen we wanneer we verdergaan, als de Heere het wil.

^p155

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Romeinen 12:1-2](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-1-2)
- [Genesis 22:5](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#genesis-22-5)
- [Genesis 22:7](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#genesis-22-7)
- [1 Petrus 2:5](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#1-petrus-2-5)
- [Romeinen 12:1](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-1)
- [Johannes 4:24](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#johannes-4-24)
- [2 Timotheüs 4:6](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#2-timotheus-4-6)
- [Exodus 29:37](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#exodus-29-37)
- [Romeinen 6:13](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-6-13)
- [Filippenzen 4:18](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#filippenzen-4-18)
- [Mattheüs 23:14](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#mattheus-23-14)
- [Hebreeën 13:15](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#hebreeen-13-15)
- [Romeinen 12:2](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-2)
- [1 Korinthe 15:33](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#1-korinthe-15-33)
- [2 Korinthe 3:18](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#2-korinthe-3-18)
- [1 Korinthe 13:12](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#1-korinthe-13-12)
- [1 Johannes 3:2](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#1-johannes-3-2)
- [Mattheüs 17:2](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#mattheus-17-2)
- [Spreuken 14:12](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#spreuken-14-12)
- [Jesaja 55:8-9](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#jesaja-55-8-9)
- [Psalm 127:3-5](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#psalm-127-3-5)
- [Psalm 127:4-5](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#psalm-127-4-5)
- [Romeinen 12:3](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-3)
- [Romeinen 12:4-5](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-4-5)
- [Romeinen 12:6-7](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-6-7)
- [Romeinen 12:7-8](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#romeinen-12-7-8)
- [1 Korinthe 12:17](https://versvoorvers.org/romeinen/12-1-8#1-korinthe-12-17)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.