---
title: "Mattheüs 5:21-26"
book: "Mattheüs"
book_slug: "mattheus"
passage: "Mattheüs 5:21-26"
passage_en: "Matthew 5:21 - 5:26"
episode: 29
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/mattheus/5-21-26.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-15"
duration: "PT28M18S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Mattheüs 5:21-26», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Mattheüs 5:21-26

> Het moordverbod gaat ook over boosheid

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt het eerste van Jezus’ zes voorbeelden van de vervulling van de wet van Mozes. Hij betoogt dat het verbod op moord niet elke vorm van doden veroordeelt, maar alleen onrechtvaardig doden, en maakt daarom onderscheid tussen moord en de doodstraf. Vervolgens legt hij uit dat ook ongerechtvaardigde boosheid, minachting en het benadelen van je broeder vormen van onrecht zijn. Hij wijst erop dat God aanbidding niet aanvaardt wanneer iemand weigert het aangedane onrecht recht te zetten, en dat religiositeit niemand vrijwaart van de rechtvaardige gevolgen daarvan.

## Hoofdstukken

1. [De wet vervullen door recht en liefde](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h1) — 0:02
2. [Moord als schending van rechtvaardigheid](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h2) — 3:55
3. [Moord, doodstraf en rechtvaardige straf](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h3) — 7:42
4. [Onrechtvaardige boosheid en minachting](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h4) — 13:06
5. [Eerst verzoenen, dan God aanbidden](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h5) — 18:51
6. [Onrecht herstellen vóór het oordeel](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h6) — 21:25

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#p<n>.

### 1. De wet vervullen door recht en liefde

*0:02 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h1*

In deze bijeenkomst gaan we beginnen met die zes voorbeelden die Jezus gaf van Zijn uitleg van de wet van Mozes. Hij zei dat Hij niet was gekomen om de wet af te schaffen, maar om die te vervullen. Om duidelijk te maken wat Hij daarmee bedoelde, geeft Hij zes voorbeelden. We zullen er maar één kunnen behandelen, en we zullen deze langzaam moeten doornemen, omdat ze zo veel betekenis bevatten en zo relevant zijn voor zo veel terreinen van ons leven. We zullen ze niet overhaast behandelen.

^p1

In vers 20 van Mattheüs 5 zegt Hij in feite:

^p2

> Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.
>
> — Mattheüs 5:20

^p3

Elders maakt Hij duidelijk wat er mis is met de schriftgeleerden en Farizeeën en hun zogenaamde gerechtigheid. Ze hielden zich aan de uiterlijke en ceremoniële wetten van God, maar veronachtzaamden de gewichtigste, of belangrijkste, zaken van de wet. Jezus zei dat in Mattheüs 23:23, toen Hij hen daarover terechtwees. Toen Hij zei dat zij de gewichtigste zaken van de wet veronachtzaamden, vertelde Hij ons welke zaken dat zijn:

^p4

> Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.
>
> — Mattheüs 23:23

^p5

_[Vertalersnoot: De HSV vertaalt hier met ‘het geloof’. De Engelse vertaling waarop Greggs uitleg berust, geeft het Griekse woord weer als ‘trouw’ of ‘trouw zijn’._

^p6

Dit zijn werkelijk de bestanddelen van liefde voor je naaste. Als je je naaste liefhebt, zul je rechtvaardig tegenover hem zijn, zul je barmhartig zijn en zul je trouw tegenover hem zijn. Jezus maakt duidelijk dat God bij het geven van de wet voor ogen had dat wij zouden leren liefdevol te zijn, dat wij rechtvaardig, barmhartig en trouw zouden zijn in alles wat we doen. Jezus geeft hier twee voorbeelden van elk van deze dingen. Het eerste voorbeeld geeft Hij in de verzen 21 tot en met 26. Ik zal het in zijn geheel voorlezen, en daarna zullen we het gedeelte voor gedeelte doornemen en bespreken.

^p7

In Mattheüs 5:21-26 zei Jezus:

^p8

> [21] U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. [22] Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur. [23] Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, [24] laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave. [25] Stel u zo snel mogelijk welwillend op tegenover uw tegenpartij, terwijl u nog met hem onderweg bent; opdat de tegenpartij u niet misschien aan de rechter overlevert en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt. [26] Voorwaar, Ik zeg u: U zult daar beslist niet uitkomen, voordat u de laatste quadrans betaald hebt.
>
> — Mattheüs 5:21-26

^p9

Daarna gaat Hij verder met het volgende voorbeeld, dat te maken heeft met het gebod:

^p10

> U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen.
>
> — Mattheüs 5:27

^p11

### 2. Moord als schending van rechtvaardigheid

*3:55 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h2*

Eén ding kan sommigen hier voor een raadsel stellen. Hij begint namelijk met het gebod:

^p12

Je mag niet moorden. Maar wanneer Hij het bespreekt, lijkt Hij heel ver af te dwalen van het onderwerp moord. Hij spreekt over boos zijn. Daarna spreekt Hij erover dat je broeder iets tegen je heeft wanneer je je gave naar het altaar brengt. Vervolgens spreekt Hij erover dat je het snel met je tegenstander eens moet worden voordat hij je voor de rechter brengt. Wat heeft dat allemaal met moord te maken?

^p13

Het heeft er op de volgende manier mee te maken. Voor de meeste mensen is het gebod om niet te moorden gemakkelijk te houden. Misschien zouden de meeste mensen op een bepaald moment in hun leven wel enigszins graag zien dat iemand uit de weg werd geruimd. Sommige mensen zijn gewoon irritant of vormen echt een groot ongemak. Misschien vormen ze zelfs een werkelijke bedreiging voor ons leven, en zouden we erg opgelucht zijn als ze er niet meer waren. Misschien zou het zelfs een opluchting zijn als we hoorden dat ze gestorven waren. De meesten van ons zijn echter niet serieus van plan hen te vermoorden. De verleiding om daadwerkelijk iemand te vermoorden doet zich bij de meeste mensen waarschijnlijk niet erg sterk voor. De Farizeeën prezen zichzelf er daarom om dat ze nooit iemand vermoord hadden, maar het is niet al te moeilijk om dat na te laten.

^p14

Jezus probeert duidelijk te maken dat het gebod om niet te moorden slechts een van de geboden is die Gods zorg om een groter beginsel duidelijk maken. Wat is dat beginsel? Het is het beginsel van rechtvaardigheid. Waarom zeg ik dat? Denk er eens over na. We kunnen dat op een paar manieren aantonen. Eén daarvan is dat de andere voorbeelden die Jezus geeft met rechtvaardigheid te maken hebben. Hij zegt in wezen dat je misschien niet moordt, maar dat je de rechtvaardigheid op andere, minder ingrijpende manieren zou kunnen schenden. Daar zullen we het zo meteen over hebben.

^p15

Maar laten we even over moord nadenken. Wat is er verwerpelijk aan moord? Ik denk dat veel mensen het verkeerde antwoord zouden geven. Veel mensen zouden zeggen: „Moord is het nemen van een mensenleven, en een mensenleven is heilig omdat het naar het beeld van God gemaakt is.” Dat is niet helemaal waar. Het is waar dat een mensenleven naar het beeld van God gemaakt is. Het is zelfs waar dat een mensenleven op een bepaald niveau heilig is. Maar je kunt niet zeggen dat God er in alle gevallen bezwaar tegen heeft dat een mensenleven wordt genomen. Want in dezelfde wet waarin stond:

^p16

Je mag niet moorden, lezen we dat God vaak gebood dat bepaalde mensen daadwerkelijk ter dood gebracht moesten worden. De wet van Mozes, waarin stond:

^p17

> U zult niet doodslaan.
>
> — Exodus 20:13

^p18

_[Vertalersnoot: Greggs betoog is geformuleerd vanuit het Engelse onderscheid tussen ‘murder’ (moord) en ‘killing’ (doden). De hier aangehaalde HSV gebruikt ‘doodslaan’ en maakt dat woordonderscheid niet op dezelfde manier zichtbaar.]_

^p19

zei ook:

^p20

> Een tovenares mag u niet in leven laten.
>
> — Exodus 22:18

^p21

en als iemand zijn vader of moeder slaat of vervloekt, moet hij ter dood gebracht worden. Een moordenaar moet ter dood gebracht worden, een overspeler moet ter dood gebracht worden, en vele andere mensen. In de wet van het Oude Testament worden ongeveer dertig verschillende misdrijven genoemd waarop de doodstraf staat, en in die gevallen gebiedt God daadwerkelijk dat mensen ter dood gebracht worden. Het bezwaar tegen moord kan dus niet eenvoudigweg zijn dat daardoor een mensenleven door mensenhanden wordt beëindigd, aangezien in sommige situaties wordt geboden een mensenleven door mensenhanden te beëindigen.

^p22

### 3. Moord, doodstraf en rechtvaardige straf

*7:42 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h3*

Niet elke vorm van het doden van mensen is moord. Er is een verschil tussen moord en de doodstraf. Weet je wat het verschil is? Heel eenvoudig: moord is onrechtvaardig doden. De doodstraf is de voltrekking van het recht. Wanneer een staat iemand die mensen heeft gedood ter dood brengt, geeft die staat die persoon eenvoudigweg wat hij verdient. Hij heeft het verdiend. Het komt hem toe. Het is wat hem rechtens toekomt. Het is een daad van rechtvaardigheid om misdadigers te straffen in verhouding tot hun misdrijf.

^p23

Het is niet rechtvaardig om een misdadiger buiten verhouding tot zijn misdrijf te straffen. In een land waar ze je hand afhakken als je een brood steelt, is dat een buitenproportionele straf. Dat is geen rechtvaardige straf, want hij is te zwaar. Tegelijkertijd is het ook niet rechtvaardig als iemand een vrouw verkracht en de rechter hem alleen een tik op de vingers geeft en hem een boete van vijf cent oplegt. Het is niet rechtvaardig om een misdadiger te zwaar te straffen, en het is niet rechtvaardig om een misdadiger te licht te straffen. Er bestaat een maatstaf van nauwkeurige rechtvaardigheid, en God is Degene Die ons vertelt wat die is. Nauwkeurige rechtvaardigheid betekent dat de misdadiger de vergelding krijgt die zijn daden werkelijk verdienen: geen vergelding die zwaarder is en geen vergelding die lichter is.

^p24

God is Degene Die ons heeft verteld dat bepaalde misdrijven in Zijn ogen zo ernstig zijn dat ze de dood verdienen. Als een overheid zulke mensen niet ter dood brengt, dan straft die overheid niet rechtvaardig. Zij straft onrechtvaardig. God bekommert Zich om rechtvaardigheid. Daarom veroordeelt Hij moord, maar keurt Hij de doodstraf goed, want die is rechtvaardig. Bepaalde daden verdienen daadwerkelijk dat de dader ter dood wordt gebracht, zegt God. Dat is heel duidelijk.

^p25

Zelfs Paulus zegt dat in het laatste vers van Romeinen hoofdstuk 1. Nadat hij een lange lijst misdrijven had opgesomd, zei Paulus:

^p26

> Zij kennen het recht van God, namelijk dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, en toch doen zij niet alleen zelf deze dingen, maar stemmen ook in met hen die ze doen.
>
> — Romeinen 1:32

^p27

Paulus is degene die zegt dat deze dingen de dood waard zijn.

^p28

Bij een andere gelegenheid, toen Paulus zelf terechtstond en zijn leven op het spel stond, zei Paulus:

^p29

> Want als ik onrecht doe en iets gedaan heb wat de dood verdient, weiger ik niet te sterven; maar als er niets waar is van dat waarvan zij mij beschuldigen, kan niemand mij bij wijze van gunst aan hen uitleveren. Ik beroep mij op de keizer!
>
> — Handelingen 25:11

^p30

Daarmee bedoelde hij: „Ik heb er geen bezwaar tegen geëxecuteerd te worden”, want hij stond terecht en zijn leven stond op het spel. Hij zei:

^p31

Als ik schuldig ben aan misdaden waarop de doodstraf staat, heb ik geen bezwaar tegen mijn executie.

^p32

Dat wil zeggen dat Paulus geen bezwaar had tegen de doodstraf. Waarom niet? Omdat die rechtvaardig is. Als hij die verdiende, dan moest hij die krijgen. Dat is wat hij zei. Dat is de leer van het Oude Testament en het Nieuwe.

^p33

Moord daarentegen is een onrechtvaardige daad waarbij iemand wordt gedood. De doodstraf is een daad van rechtvaardigheid. Moord is een daad van onrechtvaardigheid. Er is sprake van moord wanneer iemand die niets heeft gedaan waarop de doodstraf staat, ter dood wordt gebracht. Als iemand een vis heeft gestolen en daarvoor ter dood wordt gebracht, is dat moord. Hij heeft niets gedaan wat de dood waard is. Als iemand daarentegen gewoon op straat loopt en een man uit een steeg springt en hem doodsteekt, is dat ook moord, want die man had niets gedaan wat de dood waard was. Het was een daad van onrechtvaardigheid. Het ontneemt iemand zijn recht op leven. Dat is wat onrechtvaardigheid is: een man van zijn rechten beroven.

^p34

God is tegen moord, maar Hij is niet tegen ieder doden van mensen. Wat is het verschil? Het gaat om rechtvaardigheid. God is tegen onrechtvaardigheid. Mensen die pro-life zijn, worden vaak bekritiseerd door mensen die pro-choice zijn, omdat zij zeggen dat wij niet consequent zijn. Zij zeggen: „Jullie zeggen dat jullie pro-life zijn omdat jullie niet willen dat de foetus wordt vernietigd, maar jullie zijn voor de doodstraf. Dat betekent dat jullie ervoor zijn om mensen te doden, dus jullie zijn niet consequent pro-life.”

^p35

In zekere zin is pro-life misschien het verkeerde etiket. Misschien is pro-rechtvaardigheid het juiste etiket. Voor de doodstraf maar tegen abortus zijn is consequent als rechtvaardigheid het leidende beginsel is. Er is geen rechtvaardigheid in het doden van een onschuldige baby in de baarmoeder, maar er is wel rechtvaardigheid in het doden van een moordenaar. Daarom is het een kwestie van rechtvaardigheid, niet zozeer van de heiligheid van het leven.

^p36

Het gebod om niet te moorden onderstreept Gods zorg om rechtvaardigheid. Het onderstreept niet Gods zorg om de heiligheid van het leven, aangezien God er voorstander van is dat bepaalde mensen die bepaalde misdrijven plegen, worden geëxecuteerd. Volgens zowel het Oude als het Nieuwe Testament houdt het leven van die persoon op geheiligd te zijn op een manier die hem het recht zou geven om te leven. Jezus heeft daar trouwens nooit verandering in gebracht.

^p37

### 4. Onrechtvaardige boosheid en minachting

*13:06 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h4*

Maar wat Hij zegt, is dit:

^p38

> [21] U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. [22] Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur. [23] Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, [24] laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave. [25] Stel u zo snel mogelijk welwillend op tegenover uw tegenpartij, terwijl u nog met hem onderweg bent; opdat de tegenpartij u niet misschien aan de rechter overlevert en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt. [26] Voorwaar, Ik zeg u: U zult daar beslist niet uitkomen, voordat u de laatste quadrans betaald hebt.
>
> — Mattheüs 5:21-26

^p39

Laat Mij je nog iets zeggen.

^p40

Met andere woorden, moord is niet de enige vorm van onrecht waardoor je tegenover God komt te staan en het gevaar loopt door God geoordeeld te worden. Zonder reden boos zijn op je broeder is een ander onrecht.

^p41

In sommige handschriften staat deze zinsnede niet: ‘zonder reden’. Als je niet de King James Version of de New King James Version leest, zul je deze zinsnede daar niet aantreffen. Er staat dan eenvoudig:

^p42

Wie kwaad is op zijn broer, loopt het risico veroordeeld te worden.

^p43

Maar ook al luiden sommige handschriften zo, dat kan niet zijn wat Christus bedoelt. Het kan niet zo zijn dat Jezus zegt dat iedereen die boos is het gevaar loopt geoordeeld te worden, want Jezus Zelf was bij gelegenheid boos, en niet alle boosheid is zonde. De apostel Paulus zei in Efeze 4:

^p44

> Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,
>
> — Efeze 4:26

^p45

Als je boos kunt zijn zonder te zondigen, dan moet er dus boosheid bestaan die geen zonde is, toch?

^p46

Ook staat er in het derde hoofdstuk van Markus, in vers 5, over Jezus:

^p47

> En nadat Hij hen rondom toornig aangekeken had, tegelijk bedroefd over de verharding van hun hart, zei Hij tegen de man: Steek uw hand uit. En hij stak hem uit, en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere.
>
> — Markus 3:5

^p48

Let op wat er in Markus 3:5 staat: Jezus keek hen boos aan. Als Jezus nooit gezondigd heeft, is het duidelijk dat niet alle boosheid zonde is. Er is boosheid die dat niet is. Jezus kan dus niet bedoeld hebben te zeggen dat iedereen die boos is zich schuldig maakt aan een misdaad tegenover God. Want dan zou Jezus Zelf een overtreder zijn, en dan zou dit in tegenspraak zijn met wat de Bijbel elders leert.

^p49

Ik geloof dus dat de zinsnede ‘zonder reden’ daar thuishoort. Ze staat in sommige handschriften en in andere niet. Maar de leer van Jezus is beslist niet tegen alle boosheid gericht, maar tegen onrechtvaardige boosheid. Als je zonder rechtvaardige reden boos bent op je broeder, ben je zonder rechtvaardiging opgehouden je broeder lief te hebben. Je bent ten onrechte boos op hem. Dat is wat ‘zonder reden’ zou betekenen.

^p50

Het is dus niet alleen onrechtvaardig om hem van het leven te beroven als hij niets heeft gedaan wat de dood verdient. Het is ook onrechtvaardig om iets te doen wat zo gering is als zonder reden boos op hem zijn. Dat is een veel geringere vorm van onrecht. Maar Jezus wijst erop dat het onrecht is waar God bezwaar tegen heeft, of het nu groot of klein is. Of het nu zoiets ernstigs is als iemand ten onrechte van het leven beroven, of iets wat betrekkelijk gering lijkt, zoals boos zijn op iemand terwijl dat niet gerechtvaardigd is. Zonder reden. Het gaat om het onrecht in de daad.

^p51

Zo zei Hij ook:

^p52

> Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.
>
> — Mattheüs 5:22

^p53

Het idee hier is dat je je broeder minacht en hem als minder beschouwt dan hij werkelijk is. Je schat hem dan ten onrechte te laag in. Het woord ‘Raka’ is een oud Aramees woord dat ‘leeghoofd, waardeloze kerel’ betekent. Wat Jezus zegt, is dat je je broeder minder respect toekent dan hij werkelijk verdient. Want niemand is werkelijk een waardeloze kerel en een leeghoofd. En degene die je een dwaas noemt, is waarschijnlijk niet werkelijk een dwaas. Waarschijnlijk is dat alleen maar een minachtende benaming die je gebruikt. Hij is waarschijnlijk werkelijk geen dwaas, althans niet iemand die die benaming verdient, net zomin als jij. Wat Hij zegt, is dat je ten onrechte kritisch bent. Je ontneemt je broeder ten onrechte het fundamentele respect dat een ander mens behoort te krijgen.

^p54

Dit geldt natuurlijk allemaal als hij het niet verdient. Maar het punt is dat het om onrecht gaat. Het onrecht van moord komt in geringere vorm tot uiting in het onrecht van haat of in boosheid die ten onrechte op iemand anders is gericht. Beide zijn gevallen van onrecht.

^p55

### 5. Eerst verzoenen, dan God aanbidden

*18:51 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h5*

Jezus werkt dit thema van rechtvaardigheid verder uit wanneer Hij in vers 23 zegt:

^p56

> [23] Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, [24] laat uw gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave.
>
> — Mattheüs 5:23-24

^p57

Wat betekent dat, ‘je broeder heeft iets tegen je’? Het betekent dat je je broeder in een bepaald opzicht tekort hebt gedaan. Hij weet het. Misschien heb je een belofte gedaan die je niet bent nagekomen. Misschien heb je iets van hem beschadigd en het niet vervangen. Misschien heeft hij op een andere manier door jou schade geleden. Je hebt hem onrechtvaardig behandeld. Je hebt hem iets aangedaan wat verkeerd was.

^p58

Als je met je gave naar het altaar komt om God te aanbidden, en je bedenkt dat je je broeder onrecht hebt aangedaan en dat hij je dat kwalijk neemt, offer je gave dan niet voordat je het met je broeder in orde hebt gemaakt. Hij zei:

^p59

Laat je geschenk daar voor het altaar liggen en ga eerst naar je broer om het goed te maken; kom daarna terug om je geschenk aan te bieden.

^p60

Wat Hij zegt, is dit: de Farizeeën en andere Joden dachten dat God gefascineerd werd door religieuze rituelen. Offers brengen is een goed voorbeeld van een religueel ritueel. Je gaat naar de tempel, doorloopt alle religieuze formaliteiten en verricht het ritueel dat God voorschreef. Maar Jezus zegt dat er voor God iets belangrijkers is dan dat, namelijk je relatie met je broeder.

^p61

Heb je je broeder onrecht aangedaan en ben je nooit naar hem toe gegaan om het recht te zetten? Heb je hem bedrogen? Heb je tegen hem gelogen? Heb je je broeder op de een of andere manier schade berokkend, en weet hij dat en neemt hij je dat kwalijk? Doe niet alsof je daar niets van weet. Ga God niet aanbidden. God weet meer dan jij denkt, en Hij zal je aanbidding niet aanvaarden zolang dit probleem niet is afgehandeld. Jij hebt je broeder schade berokkend, hij neemt je dat kwalijk en jij doet alsof er niets aan de hand is. Je besteedt er geen aandacht aan. Hij zegt dat je in zo'n geval niet eens de moeite moet nemen om God te aanbidden, want God vindt de relatie tussen jou en je broeder belangrijker dan jouw religieuze ritualisme. Wat Hij natuurlijk zegt, is dat als je je broeder onrechtvaardig hebt behandeld, je naar hem toe moet gaan en het met hem moet rechtzetten.

^p62

### 6. Onrecht herstellen vóór het oordeel

*21:25 — https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#h6*

Dan zegt Hij in vers 25, nog steeds over hetzelfde onderwerp:

^p63

Probeer het snel eens te worden met je tegenstander terwijl je met hem onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je in de gevangenis gegooid; echt, ik zeg je: je komt daar pas uit als je de laatste cent hebt betaald.

^p64

Wat wordt ermee bedoeld dat je het met je tegenstander eens moet worden terwijl je met hem onderweg bent? Wie is die tegenstander, en waarheen ben je onderweg? Uit de context blijkt duidelijk dat je onderweg bent naar de rechtbank. Je hebt je broeder onrecht aangedaan en hij daagt je voor de rechter. Als je de zaak niet buiten de rechtbank met hem schikt, zou je heel goed in de gevangenis kunnen belanden vanwege wat je hebt gedaan.

^p65

Dit staat in de parallelle passage in Lukas 12 vers 58. Jezus zei:

^p66

> Want als u met uw tegenpartij naar de overheid gaat, doe dan onderweg moeite om van hem verlost te worden, opdat hij u misschien niet voor de rechter sleept en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en de gerechtsdienaar u in de gevangenis werpt.
>
> — Lukas 12:58

^p67

Dit is duidelijk de parallelle passage in Lukas, maar daar wordt het duidelijker gezegd. In Lukas 12 vers 58 zegt Hij:

^p68

Als je met je tegenstander naar de rechter gaat. Dat betekent: naar de rechter. Je broeder daagt je voor de rechter. Waarom? Het is duidelijk dat je iets verkeerds hebt gedaan. Hoe weet ik dat Jezus ervan uitgaat dat jij iets verkeerds hebt gedaan? Hij gaat ervan uit dat je naar de gevangenis gaat als je het niet rechtzet. Hij spreekt over een situatie waarin je het recht hebt veronachtzaamd. Je hebt de rechten van je broeder geschonden, en hij is boos op je en daagt je daarvoor voor de rechter.

^p69

Sommige mensen denken dat ze eenvoudig hun plicht in hun zakelijke bezigheden, hun plicht tegenover hun gezin of hun plicht tegenover hun naaste kunnen negeren, en daarna naar de kerk kunnen gaan, de liederen kunnen zingen, hun handen kunnen opheffen, de gebeden kunnen uitspreken en een goede christen kunnen zijn. Dat kan niet. Dat kan niet. Als je in onrecht leeft, beloften doet die je niet nakomt en de rechten van andere mensen schendt, en daarna naar de kerk gaat en God aanbidt, is dat hetzelfde als wanneer je je gave naar het altaar brengt en je herinnert dat je broeder iets tegen je heeft. God zal je aanbidding niet aanvaarden. God zal je gave niet aanvaarden. Je kunt je tienden betalen. Je kunt dubbele tienden betalen. God zal het niet aanvaarden, want je leeft zonder je om het recht te bekommeren, en dat is Gods voornaamste zorg.

^p70

Hij zegt: denk niet dat je daarmee weg kunt komen. Als je broeder je voor de rechter daagt vanwege wat je hem hebt aangedaan, denk dan niet dat God je wel uit de problemen zal halen. Waarom zou Hij? Je hebt nagelaten het recht te zetten. Als je broeder je voor de rechter daagt, is de vooronderstelling dat je hem iets hebt aangedaan wat volgens de wet strafbaar is. Hij zegt dat je het met hem moet rechtzetten. Wat betekent dat? Betaal hem wat je hem schuldig bent. Schik de zaak op een rechtvaardige manier die voor hem aanvaardbaar is. Als je dat niet doet, zal hij je aan de rechter overleveren. De rechter zal je aan de gerechtsdienaar overleveren, en zij zullen je in de gevangenis werpen.

^p71

Wat Jezus zegt, is eenvoudig dit: je moet niet denken dat je religiositeit je zal verlossen van de gevolgen van je verkeerde gedrag tegenover je broeder. Denk niet dat God, omdat je Hem offers brengt, engelen zal sturen om de gevangenisdeuren voor je te openen. Nee, zegt Hij, je zult daar wegrotten totdat je de laatste penning hebt betaald. Wat Jezus zegt, is dat je de gevolgen zult ondergaan en dat God je niet uit de problemen zal halen als je deze kwestie van rechtvaardigheid tegenover je broeder veronachtzaamt.

^p72

Als je onrechtvaardig bent tegenover je broeder, kun je maar beter naar hem toe gaan en het met hem rechtzetten. Aanbid God niet voordat je dat hebt gedaan, want God zal niet naar je luisteren. God zal het niet aanvaarden. Bovendien zegt Hij: verwacht niet dat God je uit de gevangenis haalt. Verwacht niet dat God je bevrijdt van de gevolgen van je wandaden als je niet alles in het werk stelt om het met je broeder in orde te maken.

^p73

Er zijn natuurlijk momenten waarop je het misschien niet met je broeder kunt rechtzetten. Maar in de passage die ik in Lukas 12:58 heb gelezen, zei Jezus:

^p74

Als je met je tegenstander naar de rechter gaat, doe dan onderweg alles wat je kunt om er samen uit te komen.

^p75

Met andere woorden: tref een schikking buiten de rechtszaal. Als het voor de rechter komt en je bent schuldig, zal God je niet vrijwaren van de straffen die je verdient. Want God maakt Zich nog meer zorgen over jouw schending van het recht dan de rechtbanken zelf. De rechtbanken zijn er om het recht te handhaven.

^p76

Denk niet dat je door tot God te bidden of iets godsdienstigs te doen, kunt ontkomen aan de rechtvaardige gevolgen van jouw onrecht. God bekommert Zich om gerechtigheid, en Hij bekommert Zich daar zozeer om dat Hij het belangrijker vindt dat je rechtvaardig handelt tegenover je naaste dan dat je God aanbidt. Natuurlijk wil Hij dat je beide doet, maar Hij wil dat je het eerst met je naaste in orde maakt. Dat is wat Jezus zei.

^p77

God maakt niet alleen bezwaar tegen moord. Hij maakt bezwaar tegen moord omdat moord een daad van onrecht is. Maar God verzet Zich tegen alle daden van onrecht tegenover je naaste. En God zal ervoor zorgen dat je de gevolgen onder ogen ziet als je onrechtvaardig bent, zelfs op veel minder ernstige gebieden dan moord. Jezus zegt dat je misschien denkt dat je rechtvaardig bent omdat je geen moord pleegt, maar dan mis je waar het om gaat. God heeft moord verboden omdat Hij tegen onrecht is. Moord is een klassiek voorbeeld van onrecht, maar er zijn ook andere vormen van onrecht, en die moet je allemaal vermijden. Je moet ervoor zorgen dat je rechtvaardig bent in alles wat je doet. Anders ben je niet aanvaardbaar voor God.

^p78

Je kunt je gave naar God brengen. Je kunt God aanbidden, maar het zal stinken in Zijn ogen. Er staat in Spreuken:

^p79

> Het offer van goddelozen is voor de HEERE een gruwel, maar het gebed van oprechten is Hem welgevallig.
>
> — Spreuken 15:8

^p80

Je aanbidding van God stinkt in Zijn ogen als je je niet bekommert om je verhouding met je broeder en er niet om geeft rechtvaardig tegenover hem te handelen. Dat zijn de grote kwesties, de zwaarwegender zaken. We komen hierop terug.

^p81

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Mattheüs 5:20](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-5-20)
- [Mattheüs 23:23](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-23-23)
- [Mattheüs 5:21-26](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-5-21-26)
- [Mattheüs 5:27](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-5-27)
- [Exodus 20:13](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#exodus-20-13)
- [Exodus 22:18](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#exodus-22-18)
- [Romeinen 1:32](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#romeinen-1-32)
- [Handelingen 25:11](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#handelingen-25-11)
- [Efeze 4:26](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#efeze-4-26)
- [Markus 3:5](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#markus-3-5)
- [Mattheüs 5:22](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-5-22)
- [Mattheüs 5:23-24](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#mattheus-5-23-24)
- [Lukas 12:58](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#lukas-12-58)
- [Spreuken 15:8](https://versvoorvers.org/mattheus/5-21-26#spreuken-15-8)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.