---
title: "Mattheüs 23:5"
book: "Mattheüs"
book_slug: "mattheus"
passage: "Mattheüs 23:5"
passage_en: "Matthew 23:5"
episode: 157
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/mattheus/23-5"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/mattheus/23-5.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/mattheus/23-5.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-19"
duration: "PT24M20S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Mattheüs 23:5», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/mattheus/23-5"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Mattheüs 23:5

> Farizeeën willen door mensen gezien worden

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt Jezus’ kritiek op de schriftgeleerden en Farizeeën, die anderen zware lasten opleggen en hun eigen godsdienstigheid etaleren. Hij legt uit dat hun brede gebedsriemen en grote kwastjes uiterlijk vertoon waren, terwijl Gods wet volgens hem het denken en handelen van een mens hoort te bepalen. Ook maakt hij onderscheid tussen goede werken die zichtbaar worden en God verheerlijken, en godsdienstige handelingen die bewust worden verricht om bewondering te krijgen. Hij waarschuwt dat het zoeken naar menselijke erkenning trots voedt en uiteindelijk de oprechtheid en integriteit aantast.

## Hoofdstukken

1. [Zware lasten en Gods eenvoudige geboden](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h1) — 0:02
2. [Wettische eisen rond kerkbezoek](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h2) — 4:37
3. [Godsdienst om door mensen gezien te worden](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h3) — 8:21
4. [Gebedsriemen en kwastjes als uiterlijk vertoon](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h4) — 10:58
5. [Goede werken zonder eerzucht of huichelarij](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h5) — 17:15

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#p<n>.

### 1. Zware lasten en Gods eenvoudige geboden

*0:02 — https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h1*

We pakken onze studie van het Evangelie van Mattheüs weer op bij Mattheüs 23 en beginnen te lezen bij vers 5. De vorige keer hebben we naar de eerste vier verzen gekeken. Daar sprak Jezus tot de menigten en tot Zijn discipelen en maakte Hij duidelijk wat voor mensen de godsdienstige leiders van die tijd waren: de schriftgeleerden en de Farizeeën. Zij waren de godsdienstige leraren en leiders. Veel mensen keken echt tegen hen op. Andere mensen, die meer onderscheidingsvermogen hadden, zullen ongetwijfeld de huichelarij van deze mensen hebben onderkend en hen eenvoudigweg weerzinwekkend hebben gevonden. Maar Jezus zei dat deze mannen wel degelijk een positie innemen waarin zij in de synagogen de Schriften uitleggen. Daarom moet je de Schriften die zij onderwijzen niet verwerpen en moet je doen wat zij je zeggen, hoe verwerpelijk je de personen zelf ook vindt. Maar Hij zegt:

^p1

> daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het ; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet.
>
> — Mattheüs 23:3

^p2

Hij zei dat zij je vertellen wat je moet doen, en dat zij je correct vertellen wat Gods Woord zegt, maar dat zij het zelf niet doen. Zij zijn als mannen die zware lasten op de rug van mensen leggen, maar zelf geen vinger uitsteken om die lasten op te tillen.

^p3

Zoals ik al opmerkte, zouden deze zware lasten een manier kunnen zijn om te spreken over het schuldgevoel dat iemand kan worden opgelegd wanneer een leraar van het Woord van God hem vertelt wat hij allemaal verkeerd heeft gedaan, maar niets doet om de last te verlichten. Hij vertelt hem niets over de barmhartigheid van God, over hoe hij recht voor God kan staan en hoe hij van die zware last van schuld bevrijd kan worden. We moeten mensen beslist laten weten wanneer zij Gods wetten overtreden, en het is niet verkeerd dat zij zich schuldig voelen als zij schuldig zijn. Maar wanneer we hun eenmaal hun schuld duidelijk hebben gemaakt, moeten we hun ook laten weten hoe zij van die last van schuld bevrijd kunnen worden. We moeten die last opheffen door hen bewust te maken van Gods barmhartigheid en van Zijn bereidheid om te vergeven.

^p4

Er is hier nog een andere mogelijkheid. Misschien doelt Jezus niet zozeer op de last van schuld, maar eenvoudigweg op de last van wetticisme die de Farizeeën de mensen oplegden. God heeft bepaalde dingen van mensen gevraagd. Maar godsdienstige leiders eisen soms meer dan God, en zo belasten zij mensen met een groot aantal regels en voorschriften die hun leven moeilijker maken. Gods regels en voorschriften zijn in werkelijkheid helemaal niet zo talrijk. Het kan lijken alsof het er in het Oude Testament veel zijn, maar het Oude Testament zelf vertelt ons in Micha, hoofdstuk 6, vers 8, dat God in werkelijkheid maar drie dingen van ons vraagt:

^p5

> Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.
>
> — Micha 6:8

^p6

Alle andere regels zijn eenvoudigweg manieren om uit te leggen wat het betekent om rechtvaardig en juist te handelen, barmhartigheid lief te hebben en nederig met God te wandelen. Als je eraan denkt het juiste te doen, als je eraan denkt barmhartig en nederig te zijn en met God te wandelen, hoef je niet veel meer dan dat te onthouden. Dan zul je doen wat God van je vraagt. Er zijn echter veel godsdienstige leiders die willen dat je daarnaast nog allerlei andere dingen doet.

^p7

Jezus gaf aan dat God alleen van je vraagt:

^p8

> [30] En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. [31] En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.
>
> — Markus 12:30-31

^p9

Ook hier dienen de overige onderwijzingen van het Nieuwe Testament om ons te laten zien hoe we in ons feitelijke gedrag God en onze naaste liefhebben. Ook dit is heel eenvoudig: doe gewoon wat liefdevol is. Maar soms weten of bedenken we niet vanzelf wat liefdevol is. Daarom werken de andere aanwijzingen in het Nieuwe Testament dit gebod uit tot de concrete, alledaagse beslissingen van het dagelijks leven en gewone relaties.

^p10

### 2. Wettische eisen rond kerkbezoek

*4:37 — https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h2*

Maar waar het hier om gaat, is dat godsdiensten bepaalde dingen van mensen eisen die niets met liefde te maken hebben. Ik heb gemeenten gekend die van mensen eisen dat zij beloven regelmatig aanwezig te zijn. Of, als ze zo’n belofte niet eisen, praten ze hun op zijn minst een schuldgevoel aan als ze niet regelmatig aanwezig zijn. Alsof er een of ander gebod in de Schrift staat dat zegt dat je regelmatig naar deze of die gemeente moet gaan. Zo’n gebod staat niet in de Schrift. Natuurlijk komt iedereen die God liefheeft graag samen met Gods volk. Het zal geen last zijn om dat te doen. Het zal juist een last zijn om dat niet te doen. Alle mensen die ik ken die God werkelijk liefhebben, zoeken altijd naar gelegenheden om gemeenschap te hebben met andere christenen, echte christenen uiteraard.

^p11

Het is echter niet verrassend als zo iemand tot de conclusie komt dat het bezoeken van een bepaalde gemeente in geen enkele geestelijke behoefte voorziet. Er zijn tegenwoordig zoveel gemeenten die van het Woord van God zijn afgeweken. Het is niet verrassend als mensen zeggen: „Deze gemeente doet niets om in de geestelijke behoeften van mijn gezin te voorzien.” Als iemand niet regelmatig aanwezig is, is dat niet noodzakelijkerwijs een teken van een slechte geestelijke gezondheid. Maar ik heb soms gemeenten gekend die van mensen eisen dat ze een verbond met de gemeente sluiten, en dat is volkomen onschriftuurlijk. In veel gevallen zijn er allerlei dingen die mensen van godsdienstige leraren moeten doen, en veel daarvan zijn helemaal niet Schriftuurlijk. De Farizeeën hadden ook veel van zulke leringen. Zij volgden de leringen van de rabbijnen, die mensen allerlei traditionele beperkingen oplegden die God hun niet had opgelegd. En natuurlijk is het een zware last wanneer je een religieus stelsel hebt dat regel na regel na regel na regel oplegt. Jezus kan naar dit feit hebben verwezen toen Hij zei:

^p12

> Want zij binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren.
>
> — Mattheüs 23:4

^p13

Hoe dan ook, Jezus Zelf had eerder gezegd:

^p14

> Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.
>
> — Mattheüs 11:28

^p15

De schriftgeleerden en de Farizeeën boden met hun manier van godsdienst geen rust aan degenen die zulke lasten droegen. Maar Hij zei:

^p16

Ik zal je rust geven.

^p17

Wanneer je tot Jezus komt, legt Hij je geen duizenden regels op. Hij verwacht eenvoudigweg dat je doet wat liefdevol is tegenover je medemens en liefdevol tegenover God. Als je daar niet erg goed in bent, of als je daar nooit veel over hebt nagedacht, dan maken Zijn leringen dat natuurlijk aanschouwelijk en werpen ze daar licht op voor je. Maar Hij is niet gekomen om een heleboel betekenisloze regels op te leggen of je een schuldgevoel aan te praten. Hij is niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.

^p18

> Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
>
> — Johannes 3:17

^p19

We moeten echter erkennen dat zelfs het onderwijs van Jezus duidelijk maakt dat we, voordat we behouden kunnen worden, moeten weten dat we verloren zijn. We moeten ons bewust zijn van onze eigen schuld. Maar hoewel de leringen van Jezus vaak wijzen op de schuld van de zonde in het leven van mensen, zegt Hij niettemin tegen degenen die zich bekeren:

^p20

„Maar Ik veroordeel je niet.” Hij wijst wel de weg naar verlichting van die last. Dat is natuurlijk in wezen waarvoor Hij gekomen is.

^p21

### 3. Godsdienst om door mensen gezien te worden

*8:21 — https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h3*

Nu we die eerste vier verzen in Mattheüs 23 hebben besproken, gaan we verder met vers 5. Jezus spreekt nog steeds over de schriftgeleerden en de Farizeeën, en Hij zegt:

^p22

> Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot.
>
> — Mattheüs 23:5

^p23

Dit vertelt ons zonder enige twijfel wie Jezus op het oog had. Eerder, in Mattheüs 6, toen Hij tegen Zijn discipelen zei:

^p24

> Wees niet als de huichelaars.
>
> — Mattheüs 6

^p25

noemde Hij op dat moment niet specifiek de schriftgeleerden en Farizeeën, maar Hij verwees steeds weer naar de huichelaars.

^p26

Hij zei in Mattheüs 6:1:

^p27

> Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
>
> — Mattheüs 6:1

^p28

In vers 5 zegt Hij:

^p29

> En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door de mensen gezien te worden. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben.
>
> — Mattheüs 6:5

^p30

In vers 18 noemt Hij de woorden uit vers 16:

^p31

> En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht, zoals de huichelaars. Zij vervormen namelijk hun gezicht, zodat zij door de mensen gezien worden als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al.
>
> — Mattheüs 6:16

^p32

_[De spreker noemt hier vers 18, maar haalt vers 16 aan.]_

^p33

Op al deze plaatsen in Mattheüs 6 noemt Hij de huichelaars. Hij zegt niet wie Hij specifiek op het oog heeft. Wie zijn de huichelaars? Het zijn degenen die hun liefdadige gaven geven en die zo bidden en vasten dat ze de aandacht van mensen trekken. Deze dingen, die als een daad van toewijding aan God zouden moeten worden gedaan, worden door deze huichelaars in een totaal andere geest gedaan. Ze doen dingen die omstanders zullen opvatten als bewijzen van toewijding aan God. Daardoor bouwen ze voor zichzelf de reputatie op dat ze heel heilig en heel godvruchtig zijn. Maar Hij zegt dat het slechts toneelspel is. Dat is wat het woord huichelaar betekent: een rol spelen in een toneelstuk. Hier spelen ze een rol, en ze doen dat voor de ogen van mensen.

^p34

Daarom zegt Jezus in Mattheüs 23:5 over de schriftgeleerden en Farizeeën:

^p35

> Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot.
>
> — Mattheüs 23:5

^p36

Vervolgens geeft Hij enkele voorbeelden van wat ze doen.

^p37

### 4. Gebedsriemen en kwastjes als uiterlijk vertoon

*10:58 — https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h4*

Wat is een gebedsriem, en wat hebben de randen van gewaden hiermee te maken? Een gebedsriem is eigenlijk een klein omhulsel. Gewoonlijk kon dat van leer of een ander materiaal gemaakt zijn. Het is een klein omhulsel waarin kleine gedeelten van de Schrift konden worden bewaard die op perkament waren geschreven. Ze hadden werkelijk kleine stukjes met daarop Schriftteksten geschreven, en die stopten ze in deze dingen die gebedsriemen werden genoemd. Deze gebedsriemen waren zo gemaakt dat ze op het lichaam gedragen konden worden, in het bijzonder op het voorhoofd of op de hand.

^p38

De reden dat de Joodse religieuze leiders zulke dingen deden, was dat er eerder in de Schrift, in Deuteronomium, een gebod stond dat de wet van God als het ware aan de hand en aan het voorhoofd gebonden moest worden. Dat staat in Deuteronomium 6. Vers 6 zegt:

^p39

> Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.
>
> — Deuteronomium 6:6

^p40

De Joden namen de daaropvolgende woorden heel letterlijk. Hij heeft het over de wetten die Mozes had gegeven, en Hij zegt:

^p41

> U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn.
>
> — Deuteronomium 6:8

^p42

Om dit uit te voeren, droegen de Joden soms deze gebedsriemen. Dat waren doosjes of zakjes met gedeelten uit de Schrift erin. Ze bonden die op hun voorhoofd of aan hun handen, zodat ze dit gebod uit Deuteronomium konden gehoorzamen.

^p43

Laat me alleen dit zeggen: Jezus was er niet van onder de indruk. Ik denk dat een van de redenen waarom Jezus niet onder de indruk was, is dat ze het punt misten. Voordat God hun in Deuteronomium zei dat ze die wetten aan hun hand en als een voorhoofdsiersel tussen hun ogen moesten binden, zei Hij in het vers dat we lezen heel nadrukkelijk:

^p44

Deze wetten die ik je vandaag vertel, moeten in je hart zijn.

^p45

Het gaat er niet om dat je ze op een uitwendig deel van je lichaam vastgebonden hebt, maar dat ze in je hart zijn. Zijn wetten zijn in je hart in de zin dat je Zijn wet liefhebt. En het hart is het deel van jou dat je gedrag bepaalt. Je gedrag wordt bepaald door Gods Woord. Dat wil zeggen: je doet de dingen die Hij heeft gezegd.

^p46

Waarom spreekt Hij er dan over dat je ze aan je hand en je voorhoofd moet binden? Ik geloof dat dit iets uitbeeldt. Dat je hand aan de wet gebonden is, vertegenwoordigt je werken. Je werkt met je handen. Wat je doet, doe je met je handen. Als de wet aan je hand gebonden is, of je hand aan de wet, zou dat erop duiden dat je hand als het ware wordt bestuurd door de voorschriften van de wet. Dat deze wetten als voorhoofdsiersels tussen je ogen zijn, vlak voor je gezicht, precies op je voorhoofd, spreekt ervan dat je gedachten worden bestuurd. Je houdt je aandacht erop gericht. Ze zijn vlak voor je ogen. Hoewel deze taal over het binden van de wet aan je hand en je voorhoofd dus figuurlijk is, betekent dit volgens mij in werkelijkheid dat de wet je gedrag en je gedachten moet bepalen. De wet moet altijd in je gedachten aanwezig zijn en je aandacht moet er altijd op gericht zijn. Ik betwijfel ten zeerste of Mozes het idee voor ogen had dat je de wet letterlijk aan je hand en je voorhoofd moest binden.

^p47

Hoe dan ook, zoals ik al zei, Jezus was er niet van onder de indruk. Het was uiterlijk vertoon van religiositeit. Wat zei Jezus over de Farizeeën? Hij zei:

^p48

> Al hun werken doen zij om door de mensen gezien te worden, want zij maken hun gebedsriemen breed en de kwastjes aan hun kleren groot.
>
> — Mattheüs 23:5

^p49

Dat betekent dat ze er geen genoegen mee nemen alleen maar gebedsriemen te hebben, een gebruik dat op zichzelf al twijfelachtig is, maar dat ze heel grote gebedsriemen maken. We moeten aannemen dat als zo’n gebedsriem gedeelten uit de Schrift kan bevatten, een heel grote gebedsriem veel gedeelten uit de Schrift kan bevatten. Het is duidelijk dat een man die veel gedeelten uit de Schrift op zijn voorhoofd draagt, wel geestelijker moet zijn dan iemand die daar maar een paar gedeelten uit de Schrift draagt. Zo redeneerden de Farizeeën: het was puur uiterlijk vertoon, enkel bedoeld om indruk te maken.

^p50

Ze maakten grote gebedsriemen voor zichzelf, en Hij zegt dat ze ook de randen van hun kleding verbreedden. Deze verwijzing naar de randen van hun kleding komt volgens de spreker uit een wet die God destijds in Exodus gaf. De Joden moesten een blauwe band langs de onderrand van hun kleding aanbrengen.

^p51

_[De bedoelde bepaling staat in Numeri 15:38-40 en spreekt over kwastjes aan de hoeken van de kleding, met een blauwpurperen draad.]_ Er wordt nooit precies uitgelegd waarom dit zo was, maar men neemt aan dat die band bedoeld was om hen ergens aan te herinneren wanneer ze naar hun voeten of naar de onderrand van hun kleding keken en daar een blauwe band zagen. Het is alsof je een draadje om je vinger bindt. Het draadje zelf brengt geen enkele boodschap over, maar het herinnert je eraan dat je iets moest onthouden. Je moet op een andere manier onthouden wat je ook alweer moest onthouden, maar een draadje om je vinger herinnert je eraan dat je iets moest onthouden.

^p52

Een blauwe band of een blauwe rand om de kleding moest hen eraan herinneren dat ze iets moesten onthouden, namelijk dat ze Gods volk zijn. Als ze die zagen, zeiden ze: ‘O ja, ik moet onthouden dat ik tot Gods volk behoor.’ Dat was wat hun was opgedragen.

^p53

Blijkbaar brachten de Farizeeën niet alleen een blauwe band langs de onderrand van hun kleding aan. Ze maakten heel brede blauwe randen aan hun kleding. Daar is niets mis mee, net zomin als er iets mis is met grote gebedsriemen. Het punt is alleen dat ze dit deden zodat de mensen hen konden zien. Als de rand aan mijn kleding te smal is, bestaat de kans dat mensen hem niet opmerken. Maar als ik langs de onderkant een heel brede blauwe band maak en een heel grote gebedsriem op mijn hoofd draag, kan ik er vrij zeker van zijn dat iedereen ze zal opmerken. Dat is wat Jezus zegt. Alles wat ze doen, doen ze om door mensen gezien te worden.

^p54

### 5. Goede werken zonder eerzucht of huichelarij

*17:15 — https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#h5*

Er is niets mis mee als mensen erkennen dat je geestelijk bent, als je dat bent, of dat je godvruchtig bent, als je dat bent. Ze zouden het zelfs moeten opmerken. Jezus zei dit al in Mattheüs 5, toen Hij erover sprak dat Zijn discipelen het licht van de wereld zijn. Licht is iets zichtbaars, en het is de bedoeling dat de wereld ziet wat zichtbaar is. Jezus zei in Mattheüs 5, vers 16:

^p55

> Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
>
> — Mattheüs 5:16

^p56

Het is duidelijk dat er niets mis mee is wanneer mensen je goede gedrag zien. Dat is wat Jezus zei. Ze moeten je goede gedrag zien en je Vader, Die in de hemel is, verheerlijken. Dat betekent dat je alle goede dingen ongekunsteld moet doen, zonder met jezelf bezig te zijn en gericht op de verheerlijking van God. Mensen moeten dan niet jou de eer geven, en jij moet niet uit zijn op eer van mensen. Je bent er niet eens mee bezig dat mensen zouden zien hoe goed je bent en jou erkenning zouden geven omdat je goed bent. Je doet gewoon wat God wil, zonder zo veel aandacht aan jezelf te besteden en zonder erkenning voor jezelf te zoeken. Mensen zullen het merken als je God dient. Jouw leven zal er anders uitzien dan dat van hen, en jouw leven zal beter zijn dan dat van hen. Ze kunnen God vanwege jou verheerlijken.

^p57

Maar er is een bepaalde manier om godsdienstige handelingen te verrichten die op zichzelf niet noodzakelijk goede werken zijn. Een blauwe zoom rond je kleding of een gebedsriem op je hoofd is bijvoorbeeld niet bepaald een goede daad. Niemand wordt ermee geholpen. Het is alleen maar een godsdienstig ritueel. Jezus heeft ons nooit geleerd godsdienstige rituelen te verrichten. Hij zei ons goede werken te doen. Hij zei ons daden van vriendelijkheid te verrichten, daden van liefde en dienstbaarheid aan anderen. Wanneer we dat doen, bestaat natuurlijk zelfs de mogelijkheid dat we ook dat doen om door mensen gezien te worden. Maar Hij zei dat we ze niet op die manier moeten doen. Wanneer je een liefdadige daad verricht, doe dat dan niet om door mensen gezien te worden.

^p58

Maar als mensen het zien — en mensen zien het ook, want je kunt moeilijk je hele leven verbergen — als je iemand bent die voortdurend doet wat juist is en goede en vriendelijke dingen doet, kun je dat niet volkomen geheimhouden. Je bent niet onzichtbaar. Wanneer mensen je zien, zouden ze goede dingen — goede werken — moeten zien. Wanneer ze die goede werken zien, zullen ze de waarachtigheid en oprechtheid van jouw godsdienst moeten erkennen en daarom God de eer geven die Hij verdient, omdat Hij een ware God is Die tot goede dingen inspireert.

^p59

God wordt tegenwoordig gesmaad omdat mensen die beweren Zijn volgelingen te zijn, oneerlijk blijken te handelen in zakelijke aangelegenheden. Ze blijken hun vrouw ontrouw te zijn. Ze blijken nalatige ouders te zijn. Ze blijken in veel opzichten helemaal geen goede mensen te zijn. Dat brengt niet alleen smaad over henzelf, maar ook over de God Die ze belijden te dienen. Daardoor krijgen buitenstaanders vaak de indruk dat godsdienstige mensen gewoon een stelletje huichelaars zijn. Er is daar geen echte God Die iemands leven verandert. „Kijk eens naar al die namaakchristenen”, zeggen ze. Zo hoort het niet te zijn. In sommige opzichten is het wel zo, en tot op zekere hoogte is het altijd zo geweest. Er zijn altijd huichelaars in de gemeente geweest, net als in het jodendom of in welke godsdienst dan ook. Er bestaan zelfs huichelachtige atheïsten.

^p60

Sommige mensen zeggen: „Ik ga niet naar de kerk, want daar zit een stelletje huichelaars.” Eigenlijk is dat een beetje inconsequent. Ze gaan wel naar hun werk, ook al zijn daar huichelaars. Ze gaan wel naar de kroeg, ook al zijn daar huichelaars. Ze gaan wel naar feestjes, ook al zijn daar huichelaars. De reden dat ze niet naar de kerk gaan, heeft duidelijk niets te maken met de huichelaars die daar zijn. Het heeft ermee te maken dat ze misschien geconfronteerd worden met hun eigen zonde en met de noodzaak om hun verhouding met God in orde te maken. Daarom proberen mensen kerken te vermijden. Het komt beslist niet doordat daar huichelaars zijn, want ze gaan naar allerlei plaatsen waar huichelaars zijn. Ze gaan alleen niet naar de kerk omdat daar huichelaars zijn.

^p61

Welnu, daar zijn huichelaars, net als overal elders. Overal waar veel mensen bij elkaar zijn, zullen sommigen van hen huichelaars zijn. Maar daar zijn ook oprechte mensen. Er zijn in de gemeente ook mensen die God werkelijk liefhebben en hun leven inrichten naar de voorschriften van Christus. De persoon die zegt: „Ik ga niet naar de kerk vanwege de huichelaars”, zou zich waarschijnlijk zelfs meer op zijn gemak voelen bij de huichelaars dan bij de ware christenen. Als hij bij de ware christenen zou zijn, zou hem duidelijk worden dat hij de huichelaar is en zij oprecht zijn. Hij zou zich waarschijnlijk veel meer op zijn gemak voelen in het gezelschap van andere mensen naar wie hij kan wijzen en over wie hij kan zeggen: „Zie je wel, alles aan hen is nep.” Op die manier wordt zijn eigen geweten niet al te veel gekweld door zijn eigen onechtheid en zijn eigen zondigheid.

^p62

Dingen doen om door mensen gezien te worden, is niet de manier waarop godsdienst beoefend hoort te worden. Het is waar dat mensen je zullen zien, en wat ze zien, zouden goede werken moeten zijn die hen ertoe brengen jouw Vader te verheerlijken. Maar je hoort die goede werken niet te doen om door mensen gezien te worden. Zodra je je er te veel van bewust wordt hoe je gedrag door mensen wordt ontvangen en bewonderd, en hoeveel aandacht zij eraan geven, komt die verraderlijke kleine trots binnensluipen en zegt: „Ja, de mensen beginnen het te merken. De mensen beginnen mij te bewonderen.” Er is iets in de menselijke natuur, iets heel verdorvens en heel kwaadaardigs, dat daarvan begint te genieten. Zodra iemand daarvan begint te genieten, wordt dat gevoel vaak gekoesterd. Zodra we het beginnen te koesteren, verliezen we onze geloofwaardigheid. We verliezen onze integriteit.

^p63

We moeten er heel zorgvuldig voor waken dat we niet worden als de Farizeeën, die doen wat ze doen zodat mensen hen zullen zien en bewonderen om hun godsdienstigheid. Dat is wat er volgens Jezus mis was met de schriftgeleerden en de Farizeeën. Er zijn ook andere dingen mis, en Hij wijdt hier een heel hoofdstuk aan waarin Hij zegt wat die zijn. We zullen erop terug moeten komen, want het is een heel lang hoofdstuk en we kunnen maar een paar verzen tegelijk behandelen. We zullen doorgaan met onze studie van Mattheüs 23, waar Jezus enkele van Zijn stoutmoedigste en meest veroordelende uitspraken doet die ooit in de Schrift zijn opgetekend.

^p64

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Mattheüs 23:3](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-23-3)
- [Micha 6:8](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#micha-6-8)
- [Markus 12:30-31](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#markus-12-30-31)
- [Mattheüs 23:4](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-23-4)
- [Mattheüs 11:28](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-11-28)
- [Johannes 3:17](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#johannes-3-17)
- [Mattheüs 23:5](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-23-5)
- [Mattheüs 6](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-6)
- [Mattheüs 6:1](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-6-1)
- [Mattheüs 6:5](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-6-5)
- [Mattheüs 6:16](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-6-16)
- [Deuteronomium 6:6](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#deuteronomium-6-6)
- [Deuteronomium 6:8](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#deuteronomium-6-8)
- [Mattheüs 5:16](https://versvoorvers.org/mattheus/23-5#mattheus-5-16)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.