---
title: "Markus 15:33-15:47"
book: "Markus"
book_slug: "markus"
passage: "Markus 15:33-15:47"
passage_en: "Mark 15:33 - 15:47"
episode: 29
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/markus/15-33-15-47.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-11"
duration: "PT1H10M26S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Markus 15:33-15:47», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Markus 15:33-15:47

> Jezus sterft en wordt begraven

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt de laatste uren van Jezus aan het kruis, de duisternis en de zeven kruiswoorden die verspreid over de vier Evangeliën zijn opgetekend. Hij legt uit dat Jezus Zich in Zijn lijden aan God toevertrouwde en Zijn volgelingen daarmee een voorbeeld gaf om ook tijdens beproevingen het goede te blijven doen. Uitvoerig behandelt hij Jezus’ uitroep uit Psalm 22 en betoogt hij dat deze geen verlies van geloof uitdrukt, maar verwijst naar een psalm die van lijden naar overwinning gaat. Ten slotte bespreekt hij het gescheurde voorhangsel, de reactie van de hoofdman en de begrafenis van Jezus door Jozef van Arimathea.

## Hoofdstukken

1. [Kruis en opstanding als kern van het evangelie](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h1) — 0:02
2. [Jezus redt anderen door Zichzelf niet te redden](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h2) — 3:51
3. [Duisternis en de zes uren aan het kruis](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h3) — 6:04
4. [Het lichamelijke lijden van de kruisiging](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h4) — 8:56
5. [De duisternis en Jezus’ verlatenheidskreet](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h5) — 11:08
6. [Jezus’ woorden in hun oorspronkelijke taal](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h6) — 14:25
7. [De zeven kruiswoorden van Jezus](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h7) — 16:20
8. [Vergeving en redding aan het kruis](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h8) — 18:47
9. [Jezus vertrouwt Zijn moeder aan Johannes toe](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h9) — 20:44
10. [Dorst en de voltooiing van Jezus’ werk](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h10) — 24:24
11. [Jezus legt Zijn geest in Vaders handen](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h11) — 26:35
12. [Jezus als voorbeeld in het lijden](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h12) — 28:43
13. [Genezing en vertrouwen door Jezus’ lijden](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h13) — 31:59
14. [God vertrouwen door het goede te blijven doen](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h14) — 35:43
15. [De verlatenheidskreet als citaat uit Psalm 22](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h15) — 39:04
16. [Psalm 22 als profetie van de kruisiging](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h16) — 41:30
17. [Droeg Jezus werkelijk Gods verlatenheid?](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h17) — 45:11
18. [De zegevierende afloop van Psalm 22](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h18) — 49:08
19. [Jezus’ kruiswoord als belijdenis van geloof](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h19) — 50:55
20. [De omstanders denken dat Jezus Elia roept](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h20) — 53:15
21. [Jezus sterft, het voorhangsel scheurt](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h21) — 57:19
22. [De vrouwen bij het kruis en het graf](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h22) — 1:01:16
23. [Jozef vraagt Pilatus om Jezus’ lichaam](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h23) — 1:04:34
24. [De moed van de geheime discipel Jozef](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h24) — 1:06:17
25. [Jezus wordt in het graf van een rijke gelegd](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h25) — 1:08:13

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#p<n>.

### 1. Kruis en opstanding als kern van het evangelie

*0:02 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h1*

We zijn heel dicht bij het einde van onze studie van het boek Markus. We zijn nu in het laatste deel van Markus 15, bij de kruisiging van Christus. We komen nu bij dat gedeelte dat in de latere geschriften van het Nieuwe Testament het vaakst wordt genoemd als gebeurtenis in het leven van Christus. En met latere geschriften bedoel ik niet dat ze later geschreven zijn, maar dat ze later in ons Nieuwe Testament zijn geplaatst: de brieven. De gebeurtenis die daarin het vaakst wordt genoemd, is Zijn kruisiging. Het op één na meest genoemde is Zijn opstanding. Dat zijn de dingen die nu nog voor ons liggen.

^p1

Het hele leven van Christus was essentieel voor ons begrip. Markus begon zijn Evangelie met de woorden:

^p2

> Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.
>
> — Markus 1:1

^p3

en daarna begon hij het verhaal te vertellen dat wij hebben bestudeerd. Maar in de gedachten van de apostelen vormden de dood en de opstanding van Jezus het hoogtepunt of de culminatie van het Evangelie. Zijn leven was wonderbaarlijk, omdat Hij een geweldig voorbeeld gaf en prachtige lessen onderwees. Dat zijn de dingen die bijna alle mensen in Jezus waarderen, zelfs niet-christenen. Maar het belangrijkste wat Hij deed, was sterven en weer opstaan. Dat is iets wat eigenlijk alleen christenen ten volle kunnen waarderen. Want het geloof in de dood en opstanding van Christus als de verzoenende dood en opstanding van Christus, is het kenmerkende waardoor mensen christen zijn.

^p4

Paulus zei:

^p5

> Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.
>
> — Romeinen 10:9

^p6

Toen Paulus in de eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 15, vers 3, de boodschap van het Evangelie samenvatte, zei hij dat het Evangelie dat hij had verkondigd, dit omvatte:

^p7

> Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,
>
> — 1 Korinthe 15:3

^p8

We zijn nu dus op dat punt in het Evangelie aangekomen. Hoewel er nog maar anderhalf hoofdstuk nodig is om de rest van het Evangelie door te nemen, is dit het punt dat de climax vormt, tenminste volgens de terugblik van de apostelen. Toen Jezus stierf, zagen de apostelen daar natuurlijk geen enkele betekenis in, behalve dat het een tragedie was. Ze hoopten dat Hij toen en daar het Koninkrijk zou vestigen en daarover op aarde zou gaan regeren. Maar Hij had een ander soort Koninkrijk voor ogen. Tijdens Zijn verhoor vertelde Hij zelfs aan Pilatus dat Hij een ander soort Koninkrijk had.

^p9

Het lijkt erop dat Pilatus dit beter begreep dan de discipelen. Want toen Pilatus zei:

^p10

Ben jij dan een koning?

^p11

zei Jezus:

^p12

> Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.
>
> — Johannes 18:36

^p13

Pilatus besefte toen dat Jezus geen bedreiging vormde voor de macht van Rome of voor de aanspraken van Rome. Hoewel Jezus Zichzelf de Koning van de Joden noemde, of tenminste zo werd genoemd door Zijn volgelingen, was Hij niet het soort koning dat Rome zou bedreigen.

^p14

De discipelen begrepen dat echter niet. Net als de meeste Joden dachten ze juist dat de Messias precies het soort koning zou zijn dat Rome zou bedreigen. Het lijkt er dus op dat zij het het langzaamst doorhadden. Maar na Zijn dood en opstanding waren zij degenen die de betekenis gingen begrijpen van dat deel dat hun destijds het minst logisch leek. Ze gingen dit begrijpen door de uitleg van Christus en door de inspiratie van de Heilige Geest die hun gegeven werd.

^p15

### 2. Jezus redt anderen door Zichzelf niet te redden

*3:51 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h2*

Toen we de vorige keer stopten, waren we in Markus 15. We waren gekomen tot en met vers 32. Daar werd vermeld dat er, terwijl Jezus aan het kruis hing, twee rovers gekruisigd waren, één aan elke kant van Hem. Ook stond er dat de mensen aan de voet van het kruis Hem voor het grootste deel bespotten. Ze slingerden Hem beledigingen naar het hoofd en daagden Hem uit om van het kruis af te komen en Zichzelf te redden, als Hij werkelijk de Koning van de Joden was, als Hij werkelijk de Messias was.

^p16

Het is interessant dat ze Hem in vers 31 bespotten en zeiden:

^p17

> En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden, onder elkaar en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen.
>
> — Markus 15:31

^p18

Dat is nu juist waar het om gaat, nietwaar? Hij kan anderen alleen redden door Zichzelf niet te redden. Dat is een behoorlijk goede samenvatting van wat er gebeurde. Zij begrepen het niet. Ze bespotten Hem. Hij beweerde anderen te redden. Hij is de Zaligmaker van anderen, maar kijk eens: Hij is overgeleverd aan de genade van de Romeinen. Hij is niet in staat Zichzelf te bevrijden.

^p19

Dat is waar. Hij was niet in staat Zichzelf te bevrijden en tegelijk anderen te redden. Hij had Zichzelf kunnen bevrijden. Hij had twaalf legioenen engelen kunnen roepen en Zichzelf kunnen redden. Hij maakte dat heel duidelijk aan Zijn discipelen. Maar Hij kon dat niet doen en tegelijk de Zaligmaker zijn.

^p20

In het boek Hebreeën staat dat:

^p21

> Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.
>
> — Hebreeën 2:10

^p22

_[Vertalersnoot: De Engelse Bijbelvertaling waarop deze uitleg is gebaseerd, geeft het laatste werkwoord weer als „vervolmaken”.]_

^p23

Natuurlijk was Jezus moreel volmaakt voordat Hij op deze manier leed. Maar door dit soort lijden werd Hij vervolmaakt in de rol van Zaligmaker. Hij werd vervolmaakt als Verlosser. Zijn missie werd voltooid doordat Hij aan het kruis verzoening bewerkte voor de zonden van de wereld. En daarom kon Hij Zichzelf niet redden als Hij anderen wilde redden.

^p24

### 3. Duisternis en de zes uren aan het kruis

*6:04 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h3*

Aan het einde van vers 32 lezen we dat zelfs degenen die met Hem gekruisigd waren Hem beledigden en beschimpten. Maar gelukkig lezen we in het Evangelie van Lukas dat een van hen vóór het einde van die dag tot inkeer kwam en zelf een gelovige werd. Vers 33:

^p25

> En toen het zesde uur gekomen was, kwam er duisternis over heel de aarde, tot het negende uur toe.
>
> — Markus 15:33

^p26

De eerste vermelding van een bepaald uur van de dag stond eerder in vers 25, toen Hij werd gekruisigd. In vers 25 stond:

^p27

> En het was het derde uur en zij kruisigden Hem.
>
> — Markus 15:25

^p28

Nu lezen we dat het op het zesde uur donker wordt en dat het donker blijft tot het negende uur. Op het negende uur sterft Jezus daadwerkelijk.

^p29

Deze uren worden natuurlijk geteld zoals de Joden ze telden, vanaf het begin van de Joodse dag om zes uur ’s morgens. Het is onredelijk om aan te nemen dat Hij om drie uur ’s morgens werd gekruisigd, vooral omdat het op het zesde uur donker werd. Als dat zes uur ’s morgens was, dan is dat ongeveer bij zonsopgang. Dat het op dat tijdstip donker zou worden, zou vreemd zijn. We moeten aannemen dat Markus de Joodse tijdrekening gebruikt. De dag begint om zes uur ’s morgens. Het derde uur in vers 25, toen Jezus werd gekruisigd, was dus negen uur ’s morgens. Toen het donker werd, was het twaalf uur ’s middags. Het zesde uur is het zesde uur vanaf zes uur, dus was het twaalf uur ’s middags. Vervolgens was het negende uur, toen Jezus daadwerkelijk stierf, drie uur ’s middags.

^p30

Jezus leefde dus zes uur aan het kruis. Dat is een ondraaglijk lange tijd om aan een kruis te hangen, maar in feite is het voor een man een betrekkelijk korte tijd om aan een kruis in leven te blijven. Gewoonlijk konden mensen namelijk dagenlang aan een kruis hangen en in leven blijven. We zullen over een paar verzen zelfs zien dat Pilatus zich verwonderde toen hem werd meegedeeld dat Jezus om drie uur ’s middags gestorven was. Hij was verbaasd dat Jezus zo snel gestorven was. Mensen stierven niet zo snel. De misdadigers aan weerszijden van Hem waren nog lang niet stervende. Om hun dood te bespoedigen, braken ze zelfs hun benen zodat ze zouden sterven, want ze waren nog lang niet zover.

^p31

De reden dat Jezus snel stierf, is dat Hij de geest gaf. Hij koos ervoor te sterven. Hij stierf niet als slachtoffer van de Romeinen. Hij stierf als Iemand die Zijn leven als offer aflegde, en Hij besliste op welk moment Hij zou sterven. Dit betekent dat zes uur weliswaar een korte tijd is voor een man om aan een kruis te overleven voordat hij sterft, maar dat het een lange tijd is om onder hevige pijn in leven te blijven wanneer je de macht hebt om de geest te geven wanneer je maar wilt. Hij doorstond vrijwillig zes uur.

^p32

### 4. Het lichamelijke lijden van de kruisiging

*8:56 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h4*

Wanneer er spijkers in je handen en voeten zitten, je een doornenkroon draagt en je geslagen bent, ligt je rug open. En je hangt tegen een ruw uitgehouwen stuk hout aan en schuurt erlangs. Iemand die wordt gekruisigd, sterft niet door bloedverlies. De gaten in de polsen zijn doorgaans niet groot genoeg om iemand te laten doodbloeden, omdat het bloed meestal stolt voordat hij doodbloedt. Het is niet hetzelfde als wanneer je met een scheermes je polsen opensnijdt. Er wordt namelijk een spijker doorheen geslagen, en die spijker vult het gat grotendeels op. Daardoor stolt het bloed rond de spijker.

^p33

Gewoonlijk stierven mannen bij een kruisiging niet doordat ze doodbloedden. Ze stierven door verstikking. Ze hingen daar met het gewicht van hun lichaam aan hun schouders en moesten dat gewicht verlichten om adem te kunnen halen, om te kunnen inademen. De druk op hun longen en hun hart veroorzaakte doorgaans hun dood. Ze kregen een klein voetsteuntje waaraan hun voeten werden vastgespijkerd. Dat stak enigszins uit het kruis, zodat ze zich met hun benen omhoog konden duwen. Daardoor nam de spanning op hun armen af en konden ze ademhalen, waarna ze weer omlaag zakten. Ze moesten hun adem inhouden totdat ze opnieuw ademhaalden. Ze moesten hun benen gebruiken om te kunnen ademen.

^p34

Daarom was het breken van de benen van de twee misdadigers de manier om te garanderen dat ze snel zouden sterven. Ze konden niet meer ademen als ze zich niet meer met hun benen omhoog konden duwen. Je zou denken dat je, als je hun dood wilde bespoedigen, gewoon zou doen wat deze hoofdman met Jezus deed: een speer in Zijn zij steken. Waarom zou je iemands benen breken om hem te laten sterven? Omdat hij zijn benen nodig had om te ademen. Daarom stierf iemand gewoonlijk door verstikking.

^p35

Maar bij Jezus hoefden Zijn benen niet gebroken te worden, zoals we zullen zien. Zijn dood en de dingen die Hij aan het kruis deed en zei, worden in het Evangelie van Markus nogal snel behandeld, zonder veel bijzonderheden in vergelijking met sommige andere Evangeliën.

^p36

### 5. De duisternis en Jezus’ verlatenheidskreet

*11:08 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h5*

In vers 34 staat:

^p37

> En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Markus 15:34

^p38

We hebben zojuist gehoord dat het gedurende die drie uur donker was, van het zesde uur tot het negende uur. Er staat niet hoe het donker werd gemaakt, of dat nu door een wolkendek kwam of dat het bovennatuurlijk was. Deze duisternis werd ook buiten Palestina waargenomen. Een van de christelijke geschiedschrijvers weerlegt in zijn geschriften een Romeinse schrijver die deze duisternis probeerde weg te verklaren als een zonsverduistering. Het is interessant dat een heidense schrijver het nodig vond deze duisternis weg te verklaren. Dat geeft ons een heidens getuigenis dat de duisternis zich werkelijk midden op de dag voordeed. Maar de christelijke schrijver wees erop dat het geen zonsverduistering kon zijn, omdat het Pascha was, en tijdens het Pascha was het volle maan. Midden in de Joodse maand was het volle maan, en toen werd Jezus gekruisigd. Tijdens volle maan kan er geen zonsverduistering zijn. Het kan dus bovennatuurlijk zijn geweest. Ik denk zeker dat we reden hebben om te geloven dat dit een bovennatuurlijke duisternis was. Wat die duisternis betekende, was misschien eenvoudigweg somberheid, of misschien de toorn van God. Maar er wordt geen verklaring voor gegeven. Ze wordt alleen beschreven.

^p39

Vers 34 zegt:

^p40

Rond het negende uur riep Jezus luid: Eloï, Eloï, lama sabachtani?

^p41

Dat wordt vertaald als:

^p42

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

^p43

Mattheüs geeft dezelfde uitspraak, alleen staat daar:

^p44

> Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Mattheüs 27:46

^p45

Al zouden zij het niet zo uitspreken; ik spreek het op zijn Engels uit. Het zou ongeveer klinken als: „Eli, Eli, lama sabachthani.” Eli betekent in het Hebreeuws „mijn God”. Jezus zei:

^p46

Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent:

^p47

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

^p48

Het is interessant dat lama sabachthani in het Aramees is, om redenen die tegenwoordig niemand kent. De eerste twee woorden worden in Mattheüs weergegeven als Eli, wat Hebreeuws is, en vervolgens in Markus als Eloi, wat dichter bij het Aramees ligt. Eigenlijk is Eloi niet precies Aramees of Hebreeuws, en het is vreemd dat het in Markus zo wordt weergegeven. Geleerden hebben zich daar het hoofd over gebroken. Maar de betekenis van de zin is duidelijk genoeg, en de vertaling wordt ons zelfs gegeven:

^p49

> En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Markus 15:34

^p50

### 6. Jezus’ woorden in hun oorspronkelijke taal

*14:25 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h6*

Dit is het eerste vers van Psalm 22.

^p51

Dit is een van die zeldzame gevallen waarin de evangelieschrijvers afwijken van hun gebruikelijke werkwijze om ons eenvoudigweg de woorden van Jezus in het Grieks te geven, terwijl Jezus in werkelijkheid gewoonlijk Aramees sprak. Maar wanneer de evangelieschrijvers het verhaal vertellen, vertellen ze het in de Griekse taal, en bijna altijd geven ze ons de woorden van Jezus in de Griekse taal. Ze geven ons bijna nooit het Aramees. Maar op enkele plaatsen geven ze ons het Aramees en vertalen ze het daarna ook in het Grieks, terwijl ze het eenvoudig in het Grieks hadden kunnen vertalen zonder eerst het Aramees te geven. Toen Jezus bijvoorbeeld tegen het gestorven meisje, de dochter van Jaïrus, zei:

^p52

> En Hij pakte de hand van het kind en zei tegen haar: Talitha, koemi! Dat is vertaald: Meisje (Ik zeg je), sta op.
>
> — Markus 5:41

^p53

Dat betekent:

^p54

Meisje, ik zeg je: sta op.

^p55

Dat is in het Aramees, en vervolgens wordt in het Evangelie het Grieks als vertaling ervan gegeven. Er zijn nog enkele andere van zulke gevallen. Dit is er één van.

^p56

Om welke reden dan ook werden bepaalde uitspraken van Jezus door de discipelen misschien zo gedenkwaardig gevonden in hun oorspronkelijke taal, misschien zelfs zo heilig, dat ze die wilden onthouden in de woorden die Jezus werkelijk gebruikte, in plaats van ze eenvoudigweg in een andere taal te vertalen. Ze vertalen ze wel ter wille van de lezers, van wie niet wordt verwacht dat ze Aramees kennen. Nog een aanwijzing dat Markus voor heidenen schrijft, lijkt te zijn dat hij het Aramees voor hen in het Grieks vertaalt. Maar dat is misschien geen bewijs, want volgens mij doet Mattheüs het wellicht ook. Toch moest het gedaan worden, omdat een Romeins publiek geen Aramees zou kennen. Misschien kenden sommige Joden in bepaalde delen van het Romeinse Rijk het evenmin.

^p57

### 7. De zeven kruiswoorden van Jezus

*16:20 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h7*

Waarom zei Jezus dit? Markus laat Jezus tweemaal met luide stem vanaf het kruis roepen. Mensen aan een kruis riepen gewoonlijk niet met luide stem. Misschien kreunden ze, maar ze hadden niet veel adem of kracht. Tegen de tijd dat ze aan een kruis hingen, waren hun stemmen meestal niet erg krachtig, en met luide stem roepen was een ongewoon vertoon van kracht. Maar tweemaal laat Markus Jezus met luide stem roepen: in dit geval, in vers 34, en vervolgens opnieuw vlak voordat Hij stierf, in vers 37. Er staat:

^p58

> En roepend met luide stem gaf Jezus de geest.
>
> — Markus 15:37

^p59

Al vertelt Markus ons in dat geval niet wat Hij zei.

^p60

Uit Markus krijgen we de indruk dat Jezus vanaf het kruis tweemaal sprak, en dat Hij luid sprak. Maar wanneer je alle vier de Evangeliën met elkaar vergelijkt, zijn er nog andere dingen die Jezus vanaf het kruis zei. In totaal zijn het er zeven, die vaak de zeven kruiswoorden worden genoemd. Ik neem aan dat het de rooms-katholieken waren die ze als eersten bijeenbrachten en er bijna zoiets als het Onze Vader van maakten, iets om uit het hoofd te leren: de zeven kruiswoorden. Al hoef je geen rooms-katholiek te zijn om ze te vinden. Ze staan in alle Evangeliën, en protestanten zouden ze daar ook moeten zien.

^p61

Omdat geen enkel Evangelie alle uitspraken vanaf het kruis geeft, is het niet altijd duidelijk in welke volgorde ze plaatsvonden, al wordt er gewoonlijk een waarschijnlijke volgorde gegeven. Drie van deze uitspraken zijn opgetekend in Lukas, drie zijn alleen in Johannes opgetekend, en de ene die overblijft is degene die we hier vinden. Die staat zowel in Markus als in Mattheüs, maar niet in de andere Evangeliën.

^p62

Het is interessant dat er eigenlijk geen overlap is, behalve in dit geval:

^p63

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

^p64

Zowel Mattheüs als Markus vermelden dit. De andere evangeliën doen dat niet. Lukas vermeldt drie andere uitspraken van Jezus die nergens anders zijn opgetekend, en Johannes vermeldt nog eens drie uitspraken van Jezus die nergens anders zijn opgetekend. Alles bij elkaar hebben we er zeven. Maar omdat ze over verschillende evangeliën verspreid staan en het niet altijd duidelijk is hoe ze met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht, wordt er enigszins gespeculeerd over hun precieze volgorde.

^p65

### 8. Vergeving en redding aan het kruis

*18:47 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h8*

Laat me je vertellen wat de waarschijnlijke volgorde is waarvan de meesten zijn uitgegaan. Ik weet niet zeker of ik het ermee eens zou zijn, maar het lijkt redelijk. Het eerste wat Jezus vanaf het kruis zei, naar ik denk volgens alle verslagen, is:

^p66

> En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.
>
> — Lukas 23:34

^p67

Dat staat alleen in Lukas 23:34 opgetekend, en Hij leek dat te zeggen terwijl ze Hem aan het kruis spijkerden, of terwijl ze het kruis oprichtten, helemaal aan het begin van Zijn kruisiging. Hij bad dat God de mensen die Hem kruisigden zou vergeven. Dat was waarschijnlijk een verwijzing naar de Romeinen, want zij wisten beslist niet wat ze deden. De Joden hadden veel beter door wat er gaande was en droegen veel meer schuld dan de Romeinen.

^p68

Die Romeinen die de spijkers in Jezus’ handen sloegen, waren maar gewone soldaten. Het waren gewoon militairen aan wie een misdadiger, een veroordeelde misdadiger, was overgedragen om terechtgesteld te worden. Ze deden dit voortdurend. Ze waren beroepsmatig belast met het terechtstellen van mensen, en ze wisten niet Wie Hij was. Het enige wat ze wisten, was: hier is weer iemand die het verdient te sterven. Dus deden ze het. Jezus bad daadwerkelijk voor hen dat God hen zou vergeven, omdat ze niet wisten wat ze deden.

^p69

De volgende uitspraak van Jezus kan die zijn geweest die in Lukas staat opgetekend, namelijk in Lukas 23:43. Dat is het moment waarop Hij tegen de misdadiger sprak, de berouwvolle misdadiger aan het kruis, en zei:

^p70

> En Jezus zei tegen hem: Voorwaar, zeg Ik u, heden zult u met Mij in het paradijs zijn.
>
> — Lukas 23:43

^p71

Daarmee verzekerde Hij de man ervan dat hij behouden was, omdat de man bijna met zijn laatste adem de Naam van de Heere had aangeroepen.

^p72

### 9. Jezus vertrouwt Zijn moeder aan Johannes toe

*20:44 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h9*

Men denkt dat de volgende uitspraak van Jezus tot Zijn moeder gericht was. Dat staat alleen in Johannes opgetekend, in Johannes 19:26 en 27. Toen Jezus Zijn moeder aan de voet van het kruis zag en Johannes bij haar zag staan, zei Hij:

^p73

> [26] Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. [27] Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder. En vanaf dat moment nam de discipel haar in zijn huis .
>
> — Johannes 19:26-27

^p74

Als dat alles was wat Hij zei, zou je denken dat Hij zei: ‘Mam, kijk naar Mij. Kijk naar je Zoon in deze toestand.’ Maar vervolgens zei Hij tegen Johannes:

^p75

Zie, uw moeder.

^p76

Johannes vertelt ons dus in zijn evangelie dat Jezus de zorg voor Zijn moeder aan Johannes toevertrouwde. Hij wees Johannes aan als haar nieuwe zoon, die de verantwoordelijkheid om voor haar te zorgen zou overnemen.

^p77

Zij was op dat moment ongetwijfeld weduwe. Jozef is blijkbaar gestorven voordat Jezus aan Zijn bediening begon. Het is duidelijk dat hij inmiddels gestorven was, want Jezus zou de zorg voor Zijn moeder niet aan Johannes hebben hoeven toevertrouwen als Jozef er nog was geweest om voor haar te zorgen. Waarom Hij haar zorg niet aan Zijn broers, haar andere zonen, toevertrouwde, kunnen we alleen maar afleiden. De kans is groot dat zij niet aan de voet van het kruis stonden en bij die gelegenheid misschien niet eens in Jeruzalem waren. Dat is moeilijk te zeggen. Het kan zijn dat ze er wel waren. Maar belangrijker nog, ze geloofden niet in Hem. Ze deelden haar sympathie en haar christelijke overtuigingen niet, al kwamen ze vóór de dag van Pinksteren wel tot geloof. Maar het punt is dat Johannes een trouwe discipel was, iemand van wie Jezus wist dat Hij erop kon vertrouwen dat hij de verantwoordelijkheid op zich zou nemen om namens Hem voor Zijn moeder te zorgen.

^p78

Ik heb je zojuist de traditionele volgorde van de eerste drie gegeven, maar mijn eigen intuïtie zegt me dat de tweede en de derde waarschijnlijk in omgekeerde volgorde staan. De reden is dat ik zou verwachten dat Hij al vroeg tegen Zijn moeder sprak, voordat Hij een misdadiger zekerheid gaf. Ik zou verwachten dat Hij iets tegen Zijn moeder zei, die daar aan de voet van het kruis stond toen Hij werd gekruisigd. Ik zou verwachten dat dit een van de eerste dingen was die Hij zou zeggen.

^p79

Hij zou pas tegen de misdadiger hebben gesproken nadat die tot inkeer was gekomen, want ons wordt verteld dat beide misdadigers Jezus aanvankelijk bespotten. Hoelang ze dat deden, weet ik niet, maar er moet op zijn minst enige tijd verstreken zijn voordat het hart van die misdadiger veranderde en Jezus Zijn opmerking tegen hem maakte. Hoewel ik hierover geen zekerheid heb, zou ik, als ik deze uitspraken zelf moest ordenen, Zijn opmerking tegen Zijn moeder waarschijnlijk vóór Zijn opmerking tegen de misdadiger plaatsen. Zoals ik al zei, er moesten bepaalde dingen gebeuren voordat Hij tegen de misdadiger zou spreken: eerst een periode waarin de misdadiger Hem bespotte, waarna hij zich bekeerde en tegen Jezus sprak. Maar als Zijn moeder aan de voet van het kruis stond, zou ik verwachten dat Jezus waarschijnlijk meteen tegen haar sprak. Ik kan het mis hebben, maar dat is de traditionele volgorde waarbij ik enige vraagtekens zou zetten. De rest staat waarschijnlijk wel in de juiste volgorde.

^p80

### 10. Dorst en de voltooiing van Jezus’ werk

*24:24 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h10*

De vierde uitspraak is de uitspraak die we gelezen hebben:

^p81

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

^p82

Deze laatste uitspraken werden allemaal gedaan kort voordat Hij stierf, waarschijnlijk rond drie uur ’s middags. De eerste uitspraken werden waarschijnlijk gedaan kort nadat Hij was gekruisigd, eerder op de dag, waarschijnlijk om negen uur ’s morgens. Maar op een bepaald moment zegt Hij:

^p83

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

^p84

Wat dat betekent en waarom Hij juist dat zei, moeten we afzonderlijk bekijken, maar daar komen we nog op terug.

^p85

Bijna aan het einde van Zijn leven, vlak voordat Hij de geest gaf, zei Hij drie dingen. Een daarvan was:

^p86

> Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst!
>
> — Johannes 19:28

^p87

Johannes vermeldt dat in Johannes 19:28. Omdat Hij dat zei, brachten ze een spons met zure wijn naar Hem omhoog. Azijn is zure wijn. Je vraagt je misschien af waarom ze dat deden. Een van de evangeliën zegt dat er zure wijn met mirre of gal was vermengd. Dat was iets wat gewoonlijk aan misdadigers werd gegeven. De Romeinen stonden barmhartige vrouwen die dit uit eigen beweging wilden doen toe om gekruisigde mannen deze zure wijn aan te bieden, vermengd met mirre of gal, die een licht verdovende werking had. Denk eraan dat er in het 31e hoofdstuk van Spreuken staat:

^p88

> Geef wijn aan wie dreigt om te komen, zodat hij zijn ellende vergeet.
>
> — Spreuken 31:6-7

^p89

Dit was waarschijnlijk een daad van barmhartigheid. Toen Jezus zei:

^p90

Ik heb dorst, gaven ze Hem iets te drinken. In het Evangelie van Johannes proefde Hij het daadwerkelijk, en daarna zei Hij:

^p91

> Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
>
> — Johannes 19:30

^p92

Dat was de zesde uitspraak:

^p93

Het is volbracht.

^p94

Ook dat staat in Johannes, slechts twee verzen later, in Johannes 19, vers 30.

^p95

### 11. Jezus legt Zijn geest in Vaders handen

*26:35 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h11*

Je zou kunnen denken dat dit Zijn laatste woorden waren, maar er kwam nog één uitspraak daarna, waarschijnlijk onmiddellijk daarna. Waarschijnlijk zei Hij, zodra Hij had gezegd:

^p96

Het is volbracht, ook de uitspraak die beslist de laatste is en die alleen in Lukas wordt vermeld. Die staat in Lukas 23, vers 46, waar Hij zei:

^p97

> En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
>
> — Lukas 23:46

^p98

Het is een citaat uit een psalm. Ik geloof dat het Psalm 31 is, als ik me niet vergis. Het staat ergens vooraan in de dertig, en het is een psalm die diende als avondgebed dat Joodse moeders hun zonen leerden. Zo wordt sommige kinderen in dit land, wanneer ze klein zijn, geleerd om dit avondgebed te bidden: „Nu leg ik mij neer om te slapen. Ik bid U, lieve Heere, mijn ziel te bewaren.”

^p99

Wanneer ze gaan slapen, wordt kinderen soms geleerd hun ziel in de handen van God te leggen: „Ik bid U, lieve Heere, mijn ziel te bewaren. Mocht ik sterven voordat ik ontwaak, dan bid ik U, lieve Heere, mijn ziel tot U te nemen.” Het is in wezen dezelfde boodschap als deze regel uit de psalm, die Joodse moeders hun kinderen leerden bidden wanneer ze naar bed gingen:

^p100

Vader, in uw handen leg ik mijn geest.

^p101

Maria had bij het kruis waarschijnlijk herinneringen aan hoe ze Jezus juist dat gebed had geleerd toen Hij een kleine jongen was. Nu hoort ze het als Zijn laatste woorden, terwijl Hij de bewaring van Zijn ziel aan de Vader toevertrouwt en de geest geeft.

^p102

Wanneer er in Markus 15, vers 37, staat dat Jezus met luide stem riep, zonder dat er staat wat Hij riep, was dat ofwel:

^p103

> Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
>
> — Johannes 19:30

^p104

of:

^p105

Vader, in uw handen leg ik mijn geest.

^p106

Of misschien zei Hij die twee zo kort na elkaar dat het als één enkele uitroep klonk.

^p107

### 12. Jezus als voorbeeld in het lijden

*28:43 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h12*

Voordat we terugkomen op:

^p108

> En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Markus 15:34

^p109

wordt deze laatste uitspraak:

^p110

> En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
>
> — Lukas 23:46

^p111

door Petrus in 1 Petrus, hoofdstuk 2, gegeven als voorbeeld voor onze houding wanneer we beproevingen doormaken. Petrus schrijft aan christenen die vervolgd werden en van wie sommigen waarschijnlijk het martelaarschap tegemoetgingen. Hij zegt in 1 Petrus, hoofdstuk 2, in vers 20:

^p112

> Want wat voor roem is er als u het geduldig verdraagt wanneer u zondigt en daarvoor slagen ontvangt? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat genade bij God.
>
> — 1 Petrus 2:20

^p113

Waartoe ben je geroepen? Je bent geroepen om te lijden omdat je goeddoet, en om dat geduldig te verdragen. Daartoe ben je als christen geroepen. Ik dacht dat ik geroepen was om naar de hemel te gaan. Nou, uiteindelijk wel. Er zijn andere dingen waartoe je eerst geroepen bent, waaronder lijden ter wille van de gerechtigheid en dat geduldig verdragen.

^p114

Het lijden van Jezus was er niet voor bedoeld dat wij lijden zouden vermijden. Dat denken sommige mensen: Jezus nam onze ziekte en onze armoede en alle vervloekingen van het leven op Zich, zodat Hij de vloek van de wet droeg en wij zelf geen van die problemen hoeven te hebben.

^p115

Dat is niet werkelijk wat Petrus zei. Petrus zei dat Jezus leed en ons daarmee een voorbeeld gaf, zodat wij in Zijn voetsporen zouden volgen, dat wil zeggen, Hem zouden volgen in soortgelijk lijden en ons midden in het lijden zouden gedragen zoals Hij Zich gedroeg. Petrus herinnert ons er in vers 22 aan hoe Jezus Zich tijdens het lijden gedroeg:

^p116

> Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is;
>
> — 1 Petrus 2:22

^p117

wat?

^p118

> Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;
>
> — 1 Petrus 2:23

^p119

Toen Jezus zei:

^p120

> En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
>
> — Lukas 23:46

^p121

vertrouwde Hij Zichzelf aan God toe. Naar alle waarschijnlijkheid moeten we het zo zien dat Hij Zich al eerder, in de hof van Gethsémané, aan God toevertrouwde. Daar bad Hij dat Hij, als het Gods wil was, dit lijden kon ontlopen en deze beker aan Hem voorbij kon laten gaan. Maar Hij zei:

^p122

Maar laat niet mijn wil, maar die van U gebeuren.

^p123

Ik laat deze zaak in Uw handen, Vader. Ik zeg U niet wat U moet doen.

^p124

Door geen twaalf legioenen engelen te roepen om Hem te redden, terwijl Hij dat wel had kunnen doen, stelde Hij Zich geheel onder Gods zorg en vertrouwde Hij Zichzelf toe aan Gods handen. Maar Hij sprak dat uit als Zijn laatste gebed aan het kruis.

^p125

### 13. Genezing en vertrouwen door Jezus’ lijden

*31:59 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h13*

Petrus spreekt in vers 24 vervolgens over de betekenis van Jezus’ dood:

^p126

> Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.
>
> — 1 Petrus 2:24

^p127

Dat wij voor de zonden dood zijn, wil zeggen dat wij in Christus stierven. „Door Zijn striemen bent u genezen” betekent dat je relatie met God genezen is, zoals Petrus in het volgende vers uitlegt. Als uitleg van de uitspraak zegt hij:

^p128

> Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.
>
> — 1 Petrus 2:25

^p129

Er was iets beschadigd in je relatie met God. Je viel van Hem af. Je dwaalde van Hem weg. Maar nu ben je teruggekeerd. Die relatie is door Zijn striemen genezen. Je bent nu teruggekeerd naar de Herder en Opziener van je ziel.

^p130

Maar let erop dat Petrus nadrukkelijk wijst op het feit dat Jezus Zich, toen Hij leed, aan God toevertrouwde. En dat is wat hij zegt dat wij moeten doen. Hoe vertrouwen wij onszelf tijdens het lijden aan God toe? Ook daarop geeft Petrus het antwoord. In 1 Petrus 4:19 zegt hij:

^p131

> Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem , als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.
>
> — 1 Petrus 4:19

^p132

Het is de bedoeling dat wij doen wat Jezus deed. Jezus zei:

^p133

> En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
>
> — Lukas 23:46

^p134

Wanneer wij lijden overeenkomstig de wil van God — en ja, het is soms Gods wil dat wij lijden — moeten degenen die lijden overeenkomstig de wil van God hun ziel aan Hem toevertrouwen in het doen van het goede, als aan een getrouwe Schepper.

^p135

Wanneer je iets in de handen van iemand anders legt, vertrouw je erop dat hij betrouwbaar zal zijn. Wanneer je je auto naar de monteur brengt en hem die toevertrouwt, vertrouw je de reparaties aan die persoon toe. Je doet dat in de hoop dat je de auto in handen geeft van iemand die betrouwbaar is. Wanneer je voor een operatie naar de dokter gaat, ga je jezelf niet opereren. Je moet dat aan een andere deskundige toevertrouwen. Dus leg je jouw geval in de handen van de chirurg. Je vertrouwt erop dat hij betrouwbaar zal zijn. Misschien vertrouw je jouw financiën toe aan een boekhouder, zodat hij die voor je beheert. Je vertrouwt erop dat hij eerlijk is. Wanneer je iets in de handen van iemand anders legt, vertrouw je erop dat die persoon betrouwbaar is. Iets toevertrouwen betekent dat je er vertrouwen in stelt. Je wilt iets niet toevertrouwen aan iemand die niet betrouwbaar is.

^p136

Petrus zegt dat wij onze ziel aan Hem moeten toevertrouwen als aan een betrouwbare of getrouwe Schepper. Wij erkennen Gods trouw en daarom vertrouwen wij in geloof ons geval aan Hem toe, ook al zien wij al dat wij overeenkomstig Zijn wil lijden. Wat gebeurde er toen Jezus Zich in de handen van God legde? Kwam God Hem redden? Nee, Hij stierf. Nauwelijks had Jezus Zich in de handen van God gelegd, of Hij bevond Zich in Hades. Het wordt niet altijd beter. God voert je soms door de hel, maar dat is nu juist het punt: door de hel heen. Veel mensen zullen naar de hel gaan, maar degenen die zichzelf aan God toevertrouwen, kunnen door de hel heen gaan. ‘Door’ betekent dat je er aan de andere kant weer uitkomt. Jezus kwam in de opstanding uit Hades, omdat Hij Zich aan God had toevertrouwd en God Zijn zaak behartigde. God was ermee bezig.

^p137

### 14. God vertrouwen door het goede te blijven doen

*35:43 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h14*

Petrus zegt daar in 1 Petrus 4:19 dat wij onze ziel aan Hem moeten toevertrouwen „in het doen van het goede”. Wat betekent dat? Zo vertrouwen wij onszelf aan God toe. Er wordt van uitgegaan dat wij beginnen te lijden omdat wij het goede doen. Wij volgen Jezus en er komt enige vervolging. Er is een beproeving en wij krijgen te maken met tegenstand. Wij lijden overeenkomstig de wil van God. Hoe reageren wij daarop? Deinsen wij terug? Houden wij op met het goede te doen? Verloochenen wij Christus wanneer wij gemarteld worden? Nee, wij blijven het goede doen.

^p138

Als wij ermee ophouden het goede te doen om onszelf te beschermen, vertrouwen wij onszelf niet aan God toe. Wij leggen onszelf in onze eigen handen. Wij nemen onze redding zelf op ons. Wij zeggen: ‘Het doet mij pijn om het goede te doen. Ik ga daar iets aan doen. Ik ga ophouden het goede te doen, zodat ik niet vervolgd hoef te worden. Ik zal Jezus gewoon verloochenen en dan hoef ik niet gemarteld te worden.’ Door het verkeerde te doen, nemen wij ons geval in eigen hand. Je doet het goede. Je blijft gewoon het goede doen, hoeveel lijden daar ook bij komt kijken. Door dat te doen, laat je jezelf in Gods handen, en jouw geval en jouw welzijn worden een taak die jij aan Hem toevertrouwt.

^p139

Maar Petrus zegt dat je dit doet zoals je dat zou doen bij een getrouwe God, een getrouwe Schepper. Dat betekent natuurlijk dat je geloof hebt. Je vertrouwt Hem en daarom vertrouw je jouw geval aan Hem toe. In 2 Timotheus 1:12 zegt Paulus tegen Timotheüs:

^p140

> Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag.
>
> — 2 Timotheüs 1:12

^p141

_[Vertalersnoot: De Engelse vertaling waarop de volgende uitleg is gebaseerd, luidt hier: „wat ik Hem heb toevertrouwd”.]_

^p142

Hij zegt:

^p143

Ik ken God. Hij is degene in wie ik geloof, en ik ben ervan overtuigd.

^p144

‘Overtuigd’ is een ander woord voor geloof. Geloof is een overtuiging, een vaste overtuiging, een zekerheid, gebaseerd op iemands beoordeling dat God rechtvaardig en getrouw is.

^p145

Petrus zegt dus dat je, terwijl je het goede doet, je ziel aan Hem toevertrouwt zoals je die zou toevertrouwen aan iemand die trouw is, iemand die betrouwbaar is, iemand van wie je overtuigd bent dat hij er op de juiste manier voor zal zorgen. Paulus zegt:

^p146

Ik onderga dit allemaal, maar ik laat me niet ontmoedigen, want ik ben ervan overtuigd dat degene aan wie ik mijn ziel heb toevertrouwd heel goed in staat is voor haar te zorgen, haar te beschermen en haar veilig door dit lijden heen te brengen, enzovoort.

^p147

Jezus wordt dus ons voorbeeld doordat Hij Zichzelf aan God toevertrouwt in Zijn laatste uitspraak aan het kruis. Deze hele uitweiding zou meer gerechtvaardigd zijn geweest als we Lukas bestudeerden, want alleen Lukas vermeldt die uitspraak. Maar omdat ik duidelijk probeer te maken dat er in die zes uur veel meer is gebeurd, waaronder veel meer dat Jezus heeft gezegd dan wat in Markus is opgetekend, heb ik de tijd genomen om die dingen te bekijken.

^p148

### 15. De verlatenheidskreet als citaat uit Psalm 22

*39:04 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h15*

Laten we nu kijken naar de uitspraak die in Markus staat. In Markus wordt maar één van de uitspraken weergegeven, en dat is dezelfde die in Mattheüs 27:46 staat. Die uitspraak luidt:

^p149

> Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Mattheüs 27:46

^p150

Waarom zegt Hij dat? Wat betekent het?

^p151

Iedereen weet, en iedereen die het niet weet kan er snel achter komen, dat Hij opnieuw de Psalmen citeert, net zoals Hij dat deed in Zijn laatste uitspraak:

^p152

> En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
>
> — Lukas 23:46

^p153

Ook hier citeert Hij uit de Psalmen.

^p154

Trouwens, van alle boeken van het Oude Testament worden de Psalmen het vaakst aangehaald door de schrijvers van het Nieuwe Testament en door Jezus. Ze haalden de Psalmen vaker aan dan welke profeet of welk deel van de wet ook. Psalmen is een boek vol van Jezus. Het is een boek vol christendom, hoewel het duizend jaar eerder geschreven werd. Dat geldt in het bijzonder voor Psalm 22.

^p155

Bepaalde hoofdstukken in het Oude Testament zouden zo vertrouwd moeten zijn dat je, zodra je het nummer hoort, weet waar het hoofdstuk over gaat. Als je bepaalde hoofdstukken uit het Nieuwe Testament hoort, zoals 1 Korinthe 13, waar gaat dat dan over? Iedereen weet dat 1 Korinthe 13 over de liefde gaat. Waar gaat Hebreeën 11 over? Dat is het hoofdstuk over geloof. Waar gaat 1 Korinthe 15 over? Dat is het hoofdstuk over de opstanding.

^p156

Waar gaat Jesaja 53 over? Ik zou hopen dat iedere christen daar onmiddellijk antwoord op kan geven. Jesaja 53 is de meest aangehaalde oudtestamentische profetie in het Nieuwe Testament. Het is natuurlijk de levendige beschrijving van de verwerping van Jezus door Zijn volk en van het feit dat Hij dient als offerlam voor de zonden van de goddelozen, hoewel Hij Zelf geen zonde heeft gedaan. In de passage die we in 1 Petrus 2 lazen, werd zelfs uit Jesaja 53 geciteerd en werd er vaak op dat hoofdstuk gezinspeeld.

^p157

### 16. Psalm 22 als profetie van de kruisiging

*41:30 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h16*

Maar Psalm 22 zou voor iedere christen zonder moeite even vertrouwd moeten zijn. Niet zozeer vanwege vers 1, maar vanwege de inhoud na vers 1. Vooral christenen kunnen onmogelijk de betekenis van vers 16 en de daaropvolgende verzen missen. Eigenlijk zouden we nog eerder kunnen beginnen. We zouden helemaal terug kunnen gaan tot vers 12:

^p158

> [13] Vele stieren hebben mij omringd, sterke stieren van Basan hebben mij omsingeld. [14] Zij hebben hun muil tegen mij opengesperd als een verscheurende en brullende leeuw. [15] Als water ben ik uitgestort, ontwricht zijn al mijn beenderen; mijn hart is als was, het is gesmolten diep in mijn binnenste. [16] Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; U legt mij in het stof van de dood. [17] Want honden hebben mij omsingeld, een horde kwaaddoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord. [18] Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; en zij, zij zien het aan, zij kijken naar mij. [19] Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.
>
> — Psalmen 22:13-19

^p159

Met „honden” worden hier heidenen aangeduid.

^p160

Vooral dat laatste. Natuurlijk is dat ook vrij duidelijk, hoewel de Hebreeën het in hun Hebreeuwse Bijbel zo anders vertalen dat het niet op een kruisiging lijkt. Maar het is een goede vertaling, en het lijkt duidelijk een profetie over een kruisiging te zijn. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen niet op veel manieren behandeld waarbij hun handen en voeten doorboord werden. Er is beslist niets wat zo bekend en gebruikelijk is als kruisiging. Daarom klinkt het alsof dit over een kruisiging gaat.

^p161

Maar zelfs als daar nog enige twijfel over bestaat, staat er in vers 18:

^p162

Ze verdelen mijn kleren onder elkaar en loten om mijn kleding.

^p163

Het Evangelie van Johannes vertelt ons dat Jezus twee kledingstukken had. Het ene was een gewoon, goedkoop, zwaar kledingstuk van het soort dat je over je schouders sloeg en waarin een gewone boer zou slapen. Het was niet veel waard. Het was gewoon een groot stuk stof. Ze scheurden dat in vier stukken. Er waren vier centurio's aan de voet van het kruis, en ze scheurden het in vier stukken, zodat iedere man één stuk kreeg.

^p164

Het andere kledingstuk was kennelijk iets wat een liefdevolle bewonderaar aan Jezus had gegeven: een duur kledingstuk zonder naden. Het was vanaf de hals naar beneden geweven, zonder ook maar één naad. Dat is een tamelijk dure manier om een kledingstuk te maken. Ze wilden dat niet in stukken scheuren. Wat zou daar het nut van zijn? In plaats daarvan staat er dat ze erom lootten, of erom dobbelden.

^p165

Dat wil zeggen: de soldaten verdeelden een van Jezus' kledingstukken in vier stukken, en om het andere lootten ze. Dat is wat er in Psalm 22:18 staat:

^p166

Ze verdelen mijn kleren onder elkaar.

^p167

Dat is het kledingstuk dat ze in stukken scheurden.

^p168

> Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.
>
> — Psalmen 22:19

^p169

Dat is het andere kledingstuk.

^p170

Dit werd dus letterlijk vervuld aan het kruis. Daarom is er nauwelijks een passage uit het Oude Testament waarvan je met meer recht kunt zeggen dat die tot in de bijzonderheden letterlijk in de kruisiging werd vervuld dan juist deze passage. Dit is de psalm waaruit Jezus citeert. De openingsregel van Psalm 22 luidt:

^p171

> Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
>
> — Psalmen 22:1

^p172

### 17. Droeg Jezus werkelijk Gods verlatenheid?

*45:11 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h17*

Het meest voorkomende antwoord dat christenen gaven en geven op de vraag waarom Jezus dit zei, is dat Jezus op dat moment de verpletterende gevolgen begon te beseffen van het feit dat de zonden van de wereld op Hem waren gelegd. Als gevolg daarvan moest Hij het oordeel ondergaan dat zondaars verdienen. Jezus had in Zijn leven nooit een zonde begaan. En omdat het loon van de zonde de dood is, oftewel scheiding van God, had Hij nooit zo’n scheiding van God gekend. Niets had ooit Zijn gemeenschap met God onderbroken, niet alleen tijdens Zijn leven, maar in alle eeuwigheid.

^p173

Maar toen de zonden van de wereld op Hem kwamen en Hij de zondedrager werd, was Hij als de lammeren in het Oude Testament, waarover de zonden van het volk werden beleden en die in hun plaats werden gedood. Het idee was dat het lam zonde werd. Het lam werd, figuurlijk gesproken, de schuldige partij. Telkens wanneer dat in het Oude Testament gebeurde, wanneer een lam ritueel schuldig werd en vervolgens werd gedood, was dat een voorafschaduwing van het feit dat Jezus werkelijk schuldig werd, dat God Jezus werkelijk schuldig maakte. Hij maakte Hem tot de schuldige, de schulddrager. En als zodanig moest de straf voor de schuld aan Hem worden opgelegd. Dit was iets wat Jezus voordien in Zijn ervaring volkomen onbekend was: de plotselinge verlating door Zijn Vader, waardoor Hij niet langer de gemeenschap had waaraan Hij gewend was.

^p174

Als Jezus bij deze gelegenheid inderdaad door Zijn Vader werd verlaten, dan was dit het zwaarste deel van wat Jezus tijdens Zijn sterven heeft geleden. Dit zou Zijn manier zijn om dat bekend te maken. Hij vraagt niet om informatie. Hij zegt:

^p175

> Waarom hebt U mij verlaten?
>
> — Psalmen 22:1

^p176

Alleen omdat dit een vraag is, hoeven we niet aan te nemen dat Hij het niet begrijpt en naar een antwoord zoekt. Het is eenvoudigweg de kreet die uit een gekwelde ziel wordt geperst, een retorische manier om bekend te maken dat Hij ervaart dat God ver van Hem is.

^p177

Je moet echter begrijpen dat Jezus deze psalm kende. Het is duidelijk dat Hij hem goed genoeg kende om eruit te citeren, en niet alleen het eerste vers. Hij kende beslist de hele psalm. Jezus zou dus niet in verwarring zijn. Sommige mensen die lezen wat Jezus zei —

^p178

— zeggen: „Jezus verloor op dat moment Zijn geloof.” Ik heb dit werkelijk van veel ongelovigen gehoord, die het van andere ongelovigen hadden gehoord. Blijkbaar moet het een gerucht zijn dat rondgaat onder mensen die niet veel van de evangeliën afweten. Ze herinneren zich dat Jezus dit zei, en mensen bellen mij op en zeggen: „Verloor Jezus niet Zijn geloof in God toen Hij aan het kruis hing en zei:

^p179

> Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
>
> — Psalmen 22:1

^p180

” Het is alsof Jezus plotseling besefte dat al het geloof dat Hij tijdens Zijn leven in God had gehad vergeefs was geweest, en dat er uiteindelijk helemaal geen God was. Zo leggen mensen dit soms werkelijk uit.

^p181

Dat komt doordat mensen niet nadenken. Als Jezus deze psalm citeerde, kende Hij deze psalm. Omdat Hij wist dat de psalm precies de dingen beschreef die met Hem gebeurden, zou Hij dus weten dat dit niet iets verwarrends was of iets waarvoor een verklaring nodig was. Het was iets wat deze psalm duizend jaar eerder had voorspeld. Jezus Zelf had het in de voorafgaande maanden zelfs verschillende keren aan Zijn discipelen voorspeld. De dood aan het kruis overviel Hem niet. Die veroorzaakte niet plotseling een geloofscrisis bij Hem. Het was beslist een crisis, maar geen crisis in Zijn geloof. Hij wist wat de psalm zei.

^p182

### 18. De zegevierende afloop van Psalm 22

*49:08 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h18*

Na dat gedeelte over de kruisiging in vers 18 zegt de psalm in vers 19:

^p183

> Maar U, HEERE, blijf niet ver weg; mijn sterkte, kom mij spoedig te hulp.
>
> — Psalmen 22:20

^p184

Hij beschrijft de mensen die Zijn vijanden zijn. Dan zegt Hij:

^p185

> Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven.
>
> — Psalmen 22:22

^p186

Deze psalm loopt uit op een zegevierende conclusie. Vers 22, dat we zojuist hebben gelezen, wordt zelfs aangehaald in Hebreeën 2, waar het Jezus in de mond wordt gelegd. De schrijver van Hebreeën herkende deze woorden als woorden die Jezus sinds Zijn hemelvaart spreekt. Natuurlijk is Hij nu onze Broeder. Hij bevindt Zich nu te midden van de gemeente en zingt samen met ons lofliederen. Wanneer wij God prijzen, is Hij te midden van ons en prijst Hij God ook. Jezus zegt:

^p187

Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en U prijzen te midden van de gemeente.

^p188

Wanneer je de rest van de psalm leest, is die bijzonder bemoedigend. De psalm begint met Davids wanhoopskreet bij een bepaalde gelegenheid. En er waren in het leven van David veel gelegenheden waarbij hij het gevoel had dat God hem had verlaten. David is een voorafbeelding van Christus, en Christus Zelf ervaart werkelijk datzelfde gevoel dat God Hem heeft verlaten. Maar zoals Jezus beslist wist, gaat die psalm verder met een beschrijving van de aard van de doodsstrijd van de lijder, Die Hijzelf was, in termen van kruisiging, verwerping en dat alles. Daarna wordt er gezegd: „Het komt allemaal goed. God verlaat Mij niet voorgoed. God zal Zich haasten om Mijn kracht te zijn, en Ik zal Hem opnieuw prijzen in de gemeente.”

^p189

### 19. Jezus’ kruiswoord als belijdenis van geloof

*50:55 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h19*

Deze psalm is een psalm van geloof, niet van wanhoop, zoals zoveel psalmen. David begint te bidden omdat hij in moeilijkheden verkeert, maar nadat hij klaar is met bidden, verkeert hij niet meer in moeilijkheden. In zijn gedachten niet, want hij heeft zichzelf weer aan God herinnerd. Dat is wat zoveel psalmen zijn, en het is geen slecht model voor gebed in het algemeen. Vaak bidden we het wanhopigst omdat we in wanhopige omstandigheden verkeren. We zijn ontmoedigd, bang of in gevaar. Maar nadat we gebeden en contact met God gezocht hebben, zeggen we aan het einde: „Het komt goed. God zal de Overwinnaar zijn. God zal mij in het gelijk stellen. God zal Zijn vijanden verpletteren. God zal mij Zijn behoud laten zien.” Dit is zo’n psalm.

^p190

Wanneer Jezus het begin aanhaalt, sluit Hij daarmee beslist niet de rest van de psalm uit, vooral omdat Hij niet vóór vers 18 zal stoppen. Hij denkt beslist aan de hele psalm, want Hij is de lijdende in de psalm. Ik geloof dat Jezus met dit citaat verschillende dingen beoogde. Enerzijds wilde Hij degenen die luisterden aan die psalm herinneren. Wanneer ze het eerste vers hoorden, zouden veel Joden die als kind op hun synagogeschool de psalmen uit hun hoofd hadden moeten leren, aan die psalm denken. Nu hun aandacht op die psalm werd gevestigd en ze deze aanschouwelijke uitbeelding zagen van wat er voorzegd was, zouden ze beseffen: „Dit is daar een vervulling van.” In zekere zin doet Hij iets evangeliserends.

^p191

Maar ik zeg niet dat Hij de doodsangst die in die woorden tot uitdrukking kwam, niet werkelijk voelde. Dat deed Hij wel. Hij ervoer die doodsangst, maar Hij wist ook dat die van korte duur was. Hij zou de kruisiging doormaken, zoals dat in de psalm gebeurt, en die als overwinnaar afsluiten met lofprijzing, terwijl God Hem verloste. Het is dwaas en onnadenkend als mensen menen dat deze woorden op de een of andere manier uitdrukken dat Jezus Zijn geloof verloor. De psalm is een psalm van geloof, en Jezus brengt de bevestigingen tot uitdrukking die verderop in de psalm worden gegeven, al haalt Hij niet de hele psalm aan. Het is niet nodig dat Hij dat doet.

^p192

### 20. De omstanders denken dat Jezus Elia roept

*53:15 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h20*

Vers 35 zegt:

^p193

> En sommigen van hen die daarbij stonden en dit hoorden, zeiden: Zie, Hij roept Elia.
>
> — Markus 15:35

^p194

Waarom zouden ze dat zeggen? Als Hij zei:

^p195

> En op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
>
> — Markus 15:34

^p196

zoals in het Evangelie van Mattheüs staat opgetekend, dan klinkt Eli, hoewel het Hebreeuws is, sterk als de Griekse vorm van de naam Elia. Elias is eigenlijk de Griekse vorm van Elia. Als ze Hem niet heel duidelijk hoorden toen Hij „Eli, Eli” zei, konden ze de indruk krijgen dat Hij Elia riep. Het klinkt alsof Hij de naam van Elia zegt.

^p197

Zo zouden buitenstaanders die niet in Jeruzalem woonden het waarschijnlijk hebben opgevat. Omdat het Pascha was, kwamen er mensen uit de hele wereld. Mensen die Grieks kenden maar geen Hebreeuws, zouden niet weten wat Eli betekent, maar konden denken: „Het klinkt wel heel erg als de naam Elia.” Het klinkt inderdaad als de Griekse vorm van Elia, en ze dachten dat Hij wel om Elia moest roepen.

^p198

> En er snelde iemand toe, vulde een spons met zure wijn, stak die op een rietstok en gaf Hem te drinken, en hij zei: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem er af te nemen.
>
> — Markus 15:36

^p199

Zure wijn was, zoals ik al zei, een alledaagse drank. In dit geval stond die aan de voet van het kruis, vermengd met enkele andere dingen die bedoeld waren om de pijn te helpen verdoven. Maar zure wijn was een alledaagse drank van het gewone volk en van de soldaten. Waarschijnlijk zat die in het rantsoen van de soldaten, want de soldaten dronken zure wijn. Ons wordt verteld dat ze die vermengd met water en ei dronken. Ik weet niet precies hoe dat smaakte, maar de Romeinse soldaten mengden water, ei en zure wijn. Zure wijn is in wezen wat wij azijn noemen. Het zou gezond zijn, want azijn is goed voor je, maar het zou niet erg smakelijk zijn.

^p200

Er was daar wat van, dus boden ze het Jezus aan. Iemand anders raadde hem af om dat te doen en zei:

^p201

Laat hem maar. Laten we kijken of Elia komt om hem eraf te halen. Hij dacht nog steeds dat Jezus om Elia had geroepen, wat Hij niet had gedaan.

^p202

Zoals ik al zei, was een van de dingen die Jezus’ lijden nog erger moeten hebben gemaakt dat Hij verkeerd begrepen werd. Verkeerd begrepen worden is op zichzelf al een vorm van lijden, naast alle andere vormen van lijden. Als je in doodsangst verkeert en onder woorden brengt wat uit je gekwelde hart wordt gewrongen, en mensen begrijpen het eenvoudigweg niet, maar begrijpen zelfs wat je zegt verkeerd, dan verdiept dat je doodsangst. Een paar keer heb ik beproevingen doorgemaakt die heel anders waren dan alles wat mijn vrienden ooit hadden meegemaakt. Over het algemeen waren dat de grootste beproevingen die ik in mijn leven heb doorgemaakt, en niemand van mijn familie of verwanten had ooit iets soortgelijks meegemaakt. Ze deden heel erg hun best om het te begrijpen, maar het was duidelijk dat ze het niet begrepen. Ze deden hun best en leefden met me mee, maar ze konden niet voelen wat ik voelde. Ze konden niet weten hoe het was. Ik voelde me daarin altijd eenzaam, en die eenzaamheid werd nog groter doordat niemand die ik kende het lijden kon begrijpen. Het was niet zozeer dat ze me verkeerd begrepen, zoals deze mensen deden. Het zou erger zijn als ze me verkeerd begrepen. Als ik probeerde uit te drukken wat ik doormaakte en zij het totaal verkeerd opvatten en volkomen verkeerd begrepen, zou dat frustrerend zijn.

^p203

Jezus raakte vaak gefrustreerd doordat Zijn discipelen niet begrepen wat Hij zei. Maar dit was Zijn donkerste uur, letterlijk, want ook de zon was op dat moment donker geworden. Iedereen leek de dingen die Hij zei en die op dat moment zoveel voor Hem betekenden, verkeerd te begrijpen.

^p204

### 21. Jezus sterft, het voorhangsel scheurt

*57:19 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h21*

Vers 37 zegt:

^p205

> En roepend met luide stem gaf Jezus de geest.
>
> — Markus 15:37

^p206

of: Hij gaf de geest. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot beneden. De betekenis daarvan is duidelijk genoeg, want het voorhangsel ontzegde de gewone mens de toegang tot het heilige der heiligen. Niemand kon daar binnengaan, omdat het voorhangsel de toegang blokkeerde. Maar doordat God het van boven tot beneden scheurde, is het heel duidelijk dat dit een goddelijke daad was. Het ging niet van beneden naar boven, maar van boven naar beneden.

^p207

Dit voorhangsel was heel hoog. In deze grote tempel liep het van het plafond helemaal tot aan de vloer. Sommige rabbijnse geschriften lijken erop te wijzen dat het enorm dik was, ongeveer een handbreedte dik. Dat is een heleboel dikke stof. Het zou moeilijk te scheuren zijn — voor God natuurlijk niet. Maar het scheurde precies in het midden en opende de weg naar het allerheiligste. Dat is iets wat de schrijver van Hebreeën in Hebreeën 10:20 vermeldt:

^p208

> langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees,
>
> — Hebreeën 10:20

^p209

Het scheuren van het voorhangsel is het zinnebeeld van die nieuwe toegang tot God die door de dood van Christus tot stand is gebracht.

^p210

Interessant genoeg is het scheuren van het voorhangsel een van de weinige bijzonderheden over de dood van Jezus die in alle drie de synoptische evangeliën wordt vermeld. We lezen in vers 39:

^p211

> En de hoofdman over honderd die daarbij stond, tegenover Hem, en zag dat Hij zo roepend de geest gegeven had, zei: Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!
>
> — Markus 15:39

^p212

De precieze betekenis van deze uitspraak in de mond van een Romeinse heiden is niet bekend. Sommige mensen denken dat de Griekse formulering hier onbepaald moet worden opgevat, als:

^p213

Deze man was een zoon van een god, of:

^p214

een zoon van de goden, of iets dergelijks, omdat de man niet noodzakelijkerwijs in één God geloofde. Het is echter mogelijk dat de man wist dat Jezus de Zoon van God was genoemd. Omdat hij in Israël zijn taak als Romeinse centurio vervulde, wist hij misschien genoeg over de Hebreeuwse godsdienst om te weten dat dit een bijzondere betekenis had met betrekking tot de ene God van de Hebreeën. Misschien is hij op dat moment werkelijk tot geloof gekomen. Traditioneel legde de vroege kerk dit meestal zo uit, dat deze man daadwerkelijk een bekeerling werd.

^p215

Mattheüs zegt dat deze uitspraak niet alleen werd gedaan omdat hij Jezus met luide stem hoorde roepen en Hem zag sterven, hoewel dat er wel deel van uitmaakte, maar ook omdat er op dat moment een aardbeving was. Toen de man de aardbeving en deze andere dingen zag, zei hij:

^p216

Deze man was echt de Zoon van God, waarbij hij de aardbeving kennelijk uitlegde als een uiting van Gods afkeuring over deze onrechtvaardige dood. God was immers de Vader van Zijn Zoon. Omdat God Zelf de aarde liet rommelen toen Jezus stierf, kwam de centurio tot de overtuiging:

^p217

Uiteindelijk was hij toch echt de Zoon van God.

^p218

In de versie van Lukas zegt de man:

^p219

> Toen de hoofdman over honderd zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God en zei: Werkelijk, deze Mens was rechtvaardig.
>
> — Lukas 23:47

^p220

Het is mogelijk dat hij beide heeft gezegd. Misschien zei hij:

^p221

Dit was echt een rechtvaardig man. Sterker nog, dit was de Zoon van God.

^p222

We weten niet waarom Lukas het anders weergeeft. Het toont beslist aan dat Lukas literair onafhankelijk was van Markus, iets waaraan veel vrijzinnige geleerden zouden twijfelen. Zij geloven dat hij Markus heeft overgeschreven. Maar waarom zou hij deze zin dan veranderen, als dat het geval was?

^p223

### 22. De vrouwen bij het kruis en het graf

*1:01:16 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h22*

Er waren ook vrouwen die van een afstand toekeken. Onder hen waren Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus de Mindere. Jakobus de Mindere was de andere Jakobus onder de discipelen. Er waren twee mannen die Jakobus heetten. Er was Jakobus, de zoon van Zebedeüs en de broer van Johannes, en er was onder de discipelen nog een Jakobus, die Jakobus de Mindere werd genoemd. Zijn moeder heette ook Maria.

^p224

In het Evangelie van Johannes lezen we dat Maria, de moeder van Jezus, daar ook was. Er waren daar dus drie Maria's: Maria, de moeder van Jezus, Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus de Mindere en van Joses. Dan was er een vrouw die Salome heette. Als je deze passage vergelijkt met Mattheüs 27:56, waar deze vrouwen ook worden opgesomd, dan vertelt Mattheüs 27:56 ons dat Salome de moeder van de kinderen van Zebedeüs was. Het Evangelie van Johannes vertelt ons dat Maria, de moeder van Jezus, daar ook was.

^p225

Trouwens, de meeste van diezelfde vrouwen waren waarschijnlijk drie dagen later ook bij het graf. We lezen in hoofdstuk 16, vers 1:

^p226

> [1] En toen de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht om Hem te gaan zalven. [2] En heel vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon opging.
>
> — Markus 16:1-2

^p227

De andere evangeliën zeggen dat er ook andere vrouwen waren. Een van hen heet Johanna, over wie we eigenlijk helemaal niets weten. Maar hier in vers 41 wordt ons verteld dat deze vrouwen, die daar waren en Jezus zagen sterven, Hem ook volgden en Hem dienden toen Hij in Galilea was. Nu betekent ‘Hem dienden’ dat ze Zijn rekeningen betaalden. Dat weten we omdat in Lukas 8, de verzen 1 tot en met 3, bepaalde vrouwen worden genoemd, onder wie Maria Magdalena en anderen. Het waren kennelijk rijke vrouwen die het werk van Jezus en Zijn discipelen financieel ondersteunden. Jezus had natuurlijk tot Zijn dertigste als timmerman gewerkt. Maar toen Hij die timmermanswerkplaats verliet, leefde Hij uit geloof, zoals alle dienaren in de vroege gemeente dat deden. In dit geval kwam de ondersteuning grotendeels van rijke vrouwen. Het waren vrouwen voor wie Hij dingen had gedaan, zoals Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demonen had uitgedreven. Deze vrouwen die daar waren, waren dus dezelfde vrouwen die Hem financieel hadden ondersteund toen Hij in Galilea was. Ze waren Hem duidelijk naar Judea en naar het kruis gevolgd.

^p228

We zullen zien dat zij ook toekeken en zagen waar Hij begraven werd. Vers 47 zegt:

^p229

> En Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, zagen waar Hij gelegd werd.
>
> — Markus 15:47

^p230

Dat was belangrijk, omdat Hij haastig begraven was zonder dat Zijn lichaam naar behoren was verzorgd. Ze wilden na de sabbat terugkomen en het lichaam de juiste verzorging geven.

^p231

### 23. Jozef vraagt Pilatus om Jezus’ lichaam

*1:04:34 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h23*

Nu staat er nogal plotseling in vers 42:

^p232

> En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat,
>
> — Markus 15:42

^p233

dat wil zeggen, de dag vóór de sabbat, vrijdag op de Joodse kalender. De officiële naam voor vrijdag — ze gebruikten het woord vrijdag niet — was Voorbereidingsdag. Het is de dag vóór de sabbat. Iedere week werd die dag Voorbereidingsdag genoemd.

^p234

Er staat:

^p235

> [42] En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat, [43] kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen.
>
> — Markus 15:42-43

^p236

— dat betekent een lid van het Sanhedrin —

^p237

Gewoonlijk verloor iemand die door de Romeinen ter dood was veroordeeld het recht om begraven te worden. Maar de Romeinen gaven familieleden vaak toestemming om het lichaam mee te nemen en het naar eigen wens te begraven. Jozef van Arimathea was geen familielid van Jezus, maar mogelijk handelde hij namens Maria, die daar op dat moment aanwezig was. Misschien was hij met haar bevriend geraakt en is hij in haar naam naar Pilatus gegaan om toestemming te krijgen het lichaam mee te nemen en te begraven.

^p238

Het feit dat hij een vooraanstaand man en een lid van de raad was, betekent dat het niet zomaar een of andere sukkel was die kwam aanlopen en om het lichaam vroeg. Hij was een belangrijk man. Pilatus zou hem waarschijnlijk eerder ontvangen dan een doorsnee Joodse burger, omdat hij lid van het Sanhedrin was.

^p239

### 24. De moed van de geheime discipel Jozef

*1:06:17 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h24*

Nu staat er dat hij moed vatte en naar Pilatus ging. Daar was inderdaad moed voor nodig. Om te beginnen plaatste je jezelf aan de kant van iemand die door Rome ter dood was veroordeeld, als je je openlijk met hem identificeerde en zei: „Ik wil deze man een fatsoenlijke begrafenis geven.” Toen er bij het huis van de hogepriester tegen Petrus was gezegd:

^p240

O, jij hoort bij hem, was Petrus zo bang voor de gevolgen als hij enige band met Jezus zou erkennen, dat hij Hem driemaal verloochende. Deze man had hier de moed om werkelijk openlijk naar Pilatus te gaan, de man die Christus had veroordeeld, en te zeggen: „Ik sta aan Zijn kant. Ik wil Zijn lichaam meenemen en het begraven.”

^p241

Het was ook moedig om dit te doen als lid van het Sanhedrin, want het Sanhedrin had Jezus veroordeeld. Nu waren er in het Sanhedrin enkele mensen die het daar niet mee eens waren. Lukas vertelt ons zelfs dat Jozef van Arimathea een van degenen was die het niet eens waren met het besluit van de raad om Jezus te veroordelen. Blijkbaar was hij erbij geweest, maar was zijn stem door het geschreeuw van de anderen overstemd.

^p242

Nicodemus was hier ook betrokken bij Zijn begrafenis. Volgens hoofdstuk 19 van het Evangelie van Johannes waren Jozef van Arimathea en Nicodemus allebei leden van het Sanhedrin die sympathie voor Jezus hadden. Hier wordt ons verteld dat Jozef iemand was die het Koninkrijk van God verwachtte. In Mattheüs 27:57 staat dat hij een discipel van Jezus was geworden; Johannes 19:38 voegt eraan toe dat hij dit uit vrees voor de Joden geheimhield. Vóór dit moment was hij geen openlijke discipel geweest, maar in het geheim was hij een discipel van Jezus geworden. Hij zag uit naar het Koninkrijk van God en geloofde in Jezus.

^p243

### 25. Jezus wordt in het graf van een rijke gelegd

*1:08:13 — https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#h25*

Behalve dat hij vooraanstaand was, wordt ons verteld dat hij rijk was. Mattheüs 27:57 noemt hem een rijk man. Hij had dus een mooi graf, en volgens een van de profetieën in Jesaja 53 maakte Jezus Zijn graf bij de rijke.

^p244

Pilatus verwonderde zich erover dat Hij al gestorven was. Hij liet de hoofdman halen en vroeg hem of Hij al enige tijd dood was. Hij moest bevestigen dat Hij dood was, want als Jozef van Arimathea Hem van het kruis zou halen terwijl Hij nog niet dood was, zou Jozef iemand kunnen zijn die Hem probeerde te redden. Maar hij hoorde van de hoofdman dat Jezus dood was en daarom gaf hij het lichaam aan Jozef.

^p245

Daarna kocht hij fijn linnen, nam Hem van het kruis, wikkelde Hem in het linnen en legde Hem in het graf dat uit de rots was uitgehouwen. Vervolgens rolde hij de steen voor de ingang van het graf. Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, zagen waar Hij werd neergelegd.

^p246

Zo is Jezus begraven. Nu rest er niets anders dan dat Hij uit de dood opstaat, uit het graf komt en aan mensen verschijnt, en dat zal Hij doen. Maar we zien dat Jezus werkelijk vrienden op hoge posities had. We weten niet of Hij wist dat Hij die had, want deze man was een geheime discipel. We weten niet of Jozef van Arimathea ooit enig contact met Jezus had gehad, maar hij was op zijn minst een geheime bewonderaar.

^p247

Nadat Jezus uit de dood was opgestaan, werden Jozef van Arimathea en Nicodemus vrijwel zeker leden van de gemeente en werden ze misschien uit het Sanhedrin gezet. Het was tenslotte het Sanhedrin dat Saulus van Tarsus toestemming gaf eropuit te gaan om de christenen op te sporen. Als er in de raad zelf christenen zaten, lijkt het erop dat zij tot de eersten zouden behoren die gearresteerd werden. Ze moesten hun plaats in het Sanhedrin dus waarschijnlijk opgeven om zich daarna openlijk met Jezus te verbinden. Maar naar alle waarschijnlijkheid is dat wat ze deden.

^p248

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Markus 1:1](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-1-1)
- [Romeinen 10:9](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#romeinen-10-9)
- [1 Korinthe 15:3](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-korinthe-15-3)
- [Johannes 18:36](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#johannes-18-36)
- [Markus 15:31](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-31)
- [Hebreeën 2:10](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#hebreeen-2-10)
- [Markus 15:33](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-33)
- [Markus 15:25](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-25)
- [Markus 15:34](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-34)
- [Mattheüs 27:46](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#mattheus-27-46)
- [Markus 5:41](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-5-41)
- [Markus 15:37](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-37)
- [Lukas 23:34](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#lukas-23-34)
- [Lukas 23:43](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#lukas-23-43)
- [Johannes 19:26-27](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#johannes-19-26-27)
- [Johannes 19:28](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#johannes-19-28)
- [Spreuken 31:6-7](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#spreuken-31-6-7)
- [Johannes 19:30](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#johannes-19-30)
- [Lukas 23:46](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#lukas-23-46)
- [1 Petrus 2:20](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-2-20)
- [1 Petrus 2:22](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-2-22)
- [1 Petrus 2:23](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-2-23)
- [1 Petrus 2:24](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-2-24)
- [1 Petrus 2:25](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-2-25)
- [1 Petrus 4:19](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#1-petrus-4-19)
- [2 Timotheüs 1:12](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#2-timotheus-1-12)
- [Psalmen 22:13-19](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#psalmen-22-13-19)
- [Psalmen 22:19](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#psalmen-22-19)
- [Psalmen 22:1](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#psalmen-22-1)
- [Psalmen 22:20](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#psalmen-22-20)
- [Psalmen 22:22](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#psalmen-22-22)
- [Markus 15:35](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-35)
- [Markus 15:36](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-36)
- [Hebreeën 10:20](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#hebreeen-10-20)
- [Markus 15:39](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-39)
- [Lukas 23:47](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#lukas-23-47)
- [Markus 16:1-2](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-16-1-2)
- [Markus 15:47](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-47)
- [Markus 15:42](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-42)
- [Markus 15:42-43](https://versvoorvers.org/markus/15-33-15-47#markus-15-42-43)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.