---
title: "Leviticus 21-22"
book: "Leviticus"
book_slug: "leviticus"
passage: "Leviticus 21-22"
passage_en: "Leviticus 21 - 22"
episode: 9
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/leviticus/21-22"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/leviticus/21-22.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/leviticus/21-22.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-11-02"
duration: "PT37M58S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Leviticus 21-22», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/leviticus/21-22"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Leviticus 21-22

> Priesters moeten rein zijn om te dienen

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt de bijzondere heiligheidsvoorschriften voor de priesters en de hogepriester, waaronder de regels voor rouw, contact met doden en het huwelijk. Hij legt uit dat rituele onreinheid niet hetzelfde is als morele schuld en duidt de lichamelijke gebreken die priesters van de dienst uitsluiten als beelden van geestelijke tekortkomingen. Vervolgens behandelt hij wie van de heilige gaven mag eten en verbindt hij de vereiste reinheid met Jezus als het brood des levens. Ook bespreekt hij de voorschriften voor offerdieren, die zonder gebreken moeten zijn, en de beperkingen rond het offeren van moederdieren en hun jongen.

## Hoofdstukken

1. [Heiligheid en rituele reinheid van priesters](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h1) — 0:02
2. [Rouwen om naaste familieleden](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h2) — 3:09
3. [Geen heidense kapsels en rouwgebruiken](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h3) — 5:09
4. [Het huwelijk en de dochter van een priester](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h4) — 7:02
5. [De hogepriester mag zich niet verontreinigen](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h5) — 10:26
6. [Huwelijk en afstamming van de hogepriester](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h6) — 12:16
7. [Lichamelijke gebreken en de priesterdienst](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h7) — 14:06
8. [Geestelijke betekenis van de gebreken](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h8) — 17:19
9. [Reinheid bij het eten van heilige gaven](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h9) — 21:10
10. [Christus als brood des levens en reiniging](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h10) — 24:25
11. [Wie uit het huishouden mag mee-eten](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h11) — 27:06
12. [Offerdieren moeten zonder gebreken zijn](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h12) — 30:19
13. [Voorschriften voor moederdieren en jongen](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h13) — 33:55

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#p<n>.

### 1. Heiligheid en rituele reinheid van priesters

*0:02 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h1*

We komen nu bij hoofdstuk 21 van Leviticus. Zoals de hoofdstukken 18, 19 en 20 over de heiligheidsvoorschriften voor de gewone mensen van Israël gingen, zo geven de hoofdstukken 21 en 22 de heiligheidsvoorschriften voor de priesters. Dit had vooral veel te maken met wat ze eten en met wie ze trouwen, want voor het grootste deel moesten voor de priesters dezelfde morele normen gelden als voor alle anderen. Wat er over de heiligheid, het morele gedrag van de rest van Israël werd gezegd, zou op de meeste punten ook voor de priesters gelden.

^p1

Maar voor de priesters zijn er enkele bijzondere omstandigheden. De vereisten voor de priesters in het algemeen en voor de hogepriester in het bijzonder worden afzonderlijk behandeld. Vooral wat het huwelijk betreft: met wie ze wel en niet mogen trouwen. En ook dat ze dode lichamen moeten vermijden, want in de buurt van een dood lichaam komen maakte iemand voor een bepaalde tijd onrein. De priester kon het zich niet veroorloven onrein te worden. Daarom moest hij vermijden in de buurt van een dood lichaam te komen.

^p2

In veel gevallen kon het onvrijwillig gebeuren dat iemand in de buurt van een dood lichaam kwam. De wet spreekt ergens over de situatie van een man die oorlog voert. Zijn metgezel, die samen met hem op het slagveld is, wordt neergeschoten en gedood en sterft vlak bij hem. De man is onrein omdat hij zo dichtbij was. Hij heeft het dode lichaam niet eens aangeraakt. Hij was alleen maar zo dicht bij een man die stierf, en daarom is hij onrein totdat de periode van onreinheid voorbij is.

^p3

Ook naar een begrafenis gaan zou iemand verontreinigen. Bedenk dat als we zeggen dat iets iemand verontreinigt, dat niet betekent dat hij daardoor in moreel opzicht ergens schuldig aan is. Het betekent alleen dat hij, wat de rituele praktijk betreft, een bepaalde tijd de tabernakel niet binnen mag gaan. Maar de priester moest in de tabernakel zijn. Dat was waar ze werkten. Al konden ze in sommige gevallen onvrijwillig onrein worden, bijvoorbeeld door een zaadlozing of iets anders waar ze geen controle over hadden, of doordat ze melaats werden of iets dergelijks. Als dat het geval was, konden ze niet als priester dienen.

^p4

Maar naar een begrafenis gaan is vrijwillig, en iemand die naar een begrafenis gaat, zou daardoor onrein worden. Veel Joden zouden dat toch doen, omdat het moreel niet verkeerd is. Het houdt alleen in dat ze onrein worden en de procedure doorlopen waarbij ze wachten tot ze weer rein zijn. Ze zouden dat vooral doen als het de begrafenis was van iemand die hun na stond. Misschien moesten ze zelfs de lijkbaar dragen. Misschien moesten ze helpen het lichaam te begraven. Dit zijn dingen die geen zonden zijn, maar die in ceremoniële zin wel verontreinigen.

^p5

### 2. Rouwen om naaste familieleden

*3:09 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h2*

De gewone priesters mochten zich verontreinigen voor naaste familieleden; de hogepriester mocht dat niet. Dit staat er in hoofdstuk 21:

^p6

> [1] De HEERE zei tegen Mozes: Spreek tot de priesters, de zonen van Aäron, en zeg tegen hen: Een priester mag zichzelf niet verontreinigen met een dode onder zijn volksgenoten, [2] behalve met zijn naaste bloedverwant: met zijn moeder, met zijn vader, met zijn zoon, met zijn dochter, met zijn broer. [3] En met zijn zuster die maagd is, die nauw aan hem verwant is, die nog niet aan een man toebehoort. Met haar mag hij zich verontreinigen. [4] Hij mag zich als echtgenoot niet verontreinigen met zijn volksgenoten. Hij zou zichzelf daardoor ontheiligen.
>
> — Leviticus 21:1-4

^p7

Er wordt gezegd dat als een direct familielid — vader, moeder, kind, broer of zus — waarbij ervan wordt uitgegaan dat de zus ongetrouwd is en geen deel van een ander gezin is geworden, dan is zij een wat verder verwijderd familielid. Maar als ze nog een maagdelijke zus is, die nog thuis woont, maakt ze deel uit van je gezin. [Redactienoot: De Engelse transcripties noemen deze zus eerst ongetrouwd en niet behorend tot een ander gezin, maar vervolgens een verder verwijderd familielid. Daarna rekenen zij de maagdelijke zus die nog thuis woont tot het eigen gezin. Die tegenstrijdigheid is hier behouden; een bedoelde correctie naar een getrouwde zus is niet vastgesteld.] Als zij sterven, mag je als priester naar hun begrafenis gaan. Je zou dan feitelijk nog steeds verontreinigd worden, maar je overtreedt je priesterlijke plichten niet. Het was in bepaalde gevallen niet verkeerd om verontreinigd te worden, maar ze moesten dan wel een tijdlang uit de tempel of de tabernakel wegblijven. Maar bij iemand die een minder nabije vriend of een verder verwijderd familielid was dan deze directe familieleden, mocht een priester niet eens naar de begrafenis gaan. De bediening was belangrijker dan die relaties.

^p8

### 3. Geen heidense kapsels en rouwgebruiken

*5:09 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h3*

Dan staat er in vers 5:

^p9

> [5] Priesters mogen op hun hoofd geen kale plek maken, de rand van hun baard niet afscheren en in hun lichaam geen inkervingen maken. [6] Zij moeten heilig zijn voor hun God en de Naam van hun God mogen zij niet ontheiligen, want zij bieden de vuuroffers van de HEERE aan, het voedsel van hun God. Daarom moeten zij heilig zijn.
>
> — Leviticus 21:5-6

^p10

Die vreemde kapsels en manieren om de baard bij te werken, en die insnijdingen enzovoort: volgens mij wordt hier beslist gezegd dat ze heilig moeten zijn. Ze moeten afgezonderd zijn. Het betekent dat ze anders moeten zijn, anders dan de heidense priesters van de heidense godsdiensten. De priesters van de HEERE hadden wel uniformen, maar bij hun uniformen hoorden geen bijzondere kapsels of manieren om de baard bij te werken. Bij heidense priesters wel.

^p11

Iedereen heeft vast weleens zo'n kapsel gezien als dat van Eddie Munster, met een haarlijn die midden op het voorhoofd in een punt naar beneden loopt. Occulte priesters schoren hun haar boven aan hun voorhoofd vaak in die vorm, met een punt, een spits die in het midden naar beneden loopt. Satanisten, hogepriesters, doen dat soms nog steeds. Sterker nog, traditionele afbeeldingen van satan geven hem vaak zo weer, met dat soort kapsel of een klein puntbaardje. Puntbaarden en kapsels met zo'n puntvormige haarlijn waren voor de priesters verboden. Ze mochten de hoeken van hun baard niet weghalen om die smaller te maken of in een punt te laten uitlopen. En ze mochten geen delen van hun voorhoofd scheren om het voor die doeleinden kunstmatig kaal te maken. Misschien vinden ze dat een behoorlijk gaaf model als ze een andere priester ermee zien, maar ze mogen dat niet nadoen, omdat ze heilig zijn voor de Heere.

^p12

### 4. Het huwelijk en de dochter van een priester

*7:02 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h4*

Vers 7:

^p13

> Zij mogen geen vrouw nemen die een hoer of ontheiligde is. Zij mogen ook geen vrouw nemen die door haar man verstoten is, want een priester is heilig voor zijn God.
>
> — Leviticus 21:7

^p14

Dat er staat dat ze niet met deze vrouwen mogen trouwen, onderstreept dat een gewone Jood dat wel mocht. Een gescheiden vrouw mocht trouwen, maar ze mocht niet met een priester trouwen. Een hoer mocht trouwen. Rachab, de hoer, deed dat. Rachab trouwde met een man uit de stam Juda, en ze behoort tot de voorouders van Jezus. Ook de vrouw van Hosea werd blijkbaar een hoer. Daarna trouwde hij opnieuw met haar, maar hij was geen priester.

^p15

Iemand mocht trouwen met een vrouw die een hoer was geweest of die gescheiden was, of, zoals er staat, met een verontreinigde vrouw. Het is niet duidelijk waar dit precies op slaat. Je zou kunnen denken aan een vrouw die voortdurend aan bloedvloeiing lijdt, maar niemand mocht zo'n vrouw aanraken. ‘Verontreinigd’ is een woord dat een onteerde vrouw zou kunnen aanduiden. Het zou een vrouw kunnen zijn die verkracht was, of die iets anders in haar verleden had waardoor ze in de ogen van de gemeenschap haar eer had verloren. Misschien had ze buiten het huwelijk een kind gekregen of zoiets. Dan zou ze een verontreinigde vrouw zijn. Een priester mocht niet met haar trouwen. Iemand anders wel, maar de priester niet.

^p16

> [8] Daarom moet u hem voor heilig houden, want hij biedt het voedsel van uw God aan. Hij moet heilig voor u zijn, want Ik ben heilig. Ik ben de HEERE, Die u heiligt. [9] Als een dochter van een zekere priester zich ontheiligt door hoererij te bedrijven, dan ontheiligt zij haar vader. Zij moet met vuur verbrand worden.
>
> — Leviticus 21:8-9

^p17

Soms werden mensen gestenigd; soms werden ze met vuur verbrand. Er zijn verschillende straffen. We zagen ook al in hoofdstuk 20, vers 14:

^p18

> Wanneer een man een vrouw én haar moeder neemt, is dat schandelijk gedrag. Men moet hem en die vrouwen met vuur verbranden, zodat er geen schandelijk gedrag in uw midden meer is.
>
> — Leviticus 20:14

^p19

Er zijn niet erg veel overtredingen waarvoor die specifieke doodstraf wordt voorgeschreven. Andere vormen komen vaker voor, vooral steniging. Maar deze vrouw verontreinigt blijkbaar het priesterschap. Omdat ze de dochter van een priester is, ontheiligt ze haar vader wanneer ze prostituee wordt.

^p20

Niet alle prostituees werden noodzakelijkerwijs ter dood gebracht, maar als het om de dochter van een priester ging, gebeurde dat wel. Prostitutie was natuurlijk verboden. In hoofdstuk 19 werd prostitutie genoemd. Prostitutie is verboden, maar er wordt geen straf voor voorgeschreven. Maar een prostituee van wie de vader een priester is, moet worden verbrand.

^p21

Ik denk waarschijnlijk levend verbrand, of misschien ook niet. Misschien vond eerst de steniging plaats en werd daarna het lichaam verbrand om het land van die zaak te zuiveren. Dat is een goed punt. Daar had ik niet aan gedacht. Als ik denk aan mensen die verbrand worden: in sommige samenlevingen werden mensen levend verbrand, zoals veel christelijke martelaren levend werden verbrand. Maar dit gaat misschien niet over het levend verbranden van een vrouw. Misschien wordt haar lichaam, nadat ze op de gebruikelijke manier ter dood is gebracht, verbrand om het land te reinigen. Het zou me niet verbazen als dat wordt bedoeld. Het staat er niet bij.

^p22

### 5. De hogepriester mag zich niet verontreinigen

*10:26 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h5*

Dan krijgen we in vers 10 de dingen die betrekking hebben op de hogepriester. Tot aan vers 10, dus de verzen 1 tot en met 9, staan de voorschriften voor de gewone priesters. Namelijk dat ze alleen naar een begrafenis mogen als het om een direct familielid gaat. Ze mogen hun kapsel niet in model scheren om de heidense priesters na te doen. Hun vrouwen moeten eerbare vrouwen zijn, die geen hoer mogen zijn en niet van hun man gescheiden mogen zijn. Het mochten wel weduwen zijn. De gewone priester mocht met een weduwe trouwen, maar de hogepriester niet.

^p23

Vers 10 zegt:

^p24

> [10] De priester die de hoogste onder zijn broeders is, over wiens hoofd de zalfolie is uitgegoten en die gewijd is om de priesterkleding aan te trekken, mag zijn hoofdhaar niet los laten hangen en zijn kleding niet scheuren. [11] Hij mag bij geen enkel lichaam van een dode komen. Zelfs met zijn vader en met zijn moeder mag hij zich niet verontreinigen. [12] Hij mag niet uit het heiligdom weggaan, zodat hij het heiligdom van zijn God niet ontheiligt, want de wijding van de zalfolie van zijn God is op hem. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 21:10-12

^p25

Het scheuren van zijn kleding of het ontbloten van zijn hoofd hoort bij het rouwen om de doden, bij wat iemand doet om de doden te betreuren. Dit gaat er allemaal over dat, als zijn vader of zijn moeder sterft, hij niet naar de begrafenis mag gaan en niet mag rouwen. Hij mag zijn taken niet onderbreken. Hij is de hogepriester. De gewone priester mocht dat wel, voor zijn vader of zijn moeder of iemand anders. De hogepriester is dus belangrijker. Hij mag zich zelfs door het overlijden van een direct familielid niet van zijn taken laten weerhouden. Voor hem is het in dat opzicht iets strenger.

^p26

### 6. Huwelijk en afstamming van de hogepriester

*12:16 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h6*

Dan zeggen de verzen 13, 14 en 15:

^p27

> [13] Hij moet een vrouw nemen die nog maagd is. [14] Een weduwe, een verstoten vrouw of een door hoererij ontheiligde vrouw, deze mag hij niet nemen, maar hij moet een maagd tot vrouw nemen uit zijn volksgenoten,
>
> — Leviticus 21:13-14

^p28

Dit is precies hetzelfde als bij de andere priesters, behalve dat hier een weduwe aan wordt toegevoegd. Hij moet met een vrouw trouwen die daadwerkelijk maagd is. De andere priesters hoefden niet met een maagd te trouwen als ze een weduwe was. Maar ze mochten niet trouwen met iemand die misschien een hoer was geweest, vóór het huwelijk seks had gehad of gescheiden was. [Vertalersnoot: De Engelse Bijbeltekst die de spreker gebruikt, noemt een ‘verontreinigde vrouw’ en een ‘hoer’ afzonderlijk. De hierboven aangehaalde HSV spreekt van ‘een door hoererij ontheiligde vrouw’.]

^p29

> zodat hij zijn nageslacht onder zijn volksgenoten niet ontheiligt. Voorzeker, Ik ben de HEERE, Die hem heiligt.
>
> — Leviticus 21:15

^p30

Deze uitspraak over het ontheiligen van zijn nageslacht is blijkbaar de reden waarom hij zelfs niet met een weduwe mag trouwen. Een vrouw die weduwe is, kan heel goed zelf al kinderen hebben. Als hij met haar trouwt, worden die zijn kinderen. Ze worden officieel zijn geadopteerde kinderen. Dat haalt de lijn van hogepriesters door elkaar, want de volgende hogepriester moet natuurlijk de oudste zoon van zijn gezin zijn. Wat als hij met een weduwe trouwt die al een zoon heeft? Hij en zij krijgen later ook zonen, maar de oudste zoon is dan niet eens zijn eigen nakomeling. Dat maakt de afstammingslijn een beetje verwarrend. Om het eenvoudig te houden, moet de hogepriester dus trouwen met een vrouw die nooit met een man is geweest. Dan zal de afstammingslijn die uit dat huwelijk voortkomt ongecompliceerd zijn.

^p31

### 7. Lichamelijke gebreken en de priesterdienst

*14:06 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h7*

In vers 16 beginnen we te lezen over bepaalde lichamelijke gebreken die een priester niet mag hebben. Een priester kan die gebreken wel hebben. Het is niet zo dat het hem verboden is zo'n gebrek te hebben, maar als hij dat gebrek heeft, mag hij niet in het heiligdom dienen. We zullen zien dat ze met die gebreken weliswaar niet tot God mogen naderen in het heiligdom, maar dat ze wel het heilige brood mogen eten dat de andere priesters eten. Ze zijn dus nog steeds priesters. Ze mogen alleen niet met die gebreken het heiligdom binnengaan.

^p32

Veel mensen hebben hier aanstoot aan genomen, omdat die gebreken in de meeste gevallen beperkingen zijn die iemand buiten zijn eigen schuld heeft. Wij zouden medelijden hebben met zulke mensen. Toch lijken ze gestraft te worden, doordat ze niet mogen dienen in het priesterschap, in de tabernakel. Maar nogmaals, het is allemaal symbolisch, net als de kleren die de priesters droegen en de rituelen die ze uitvoerden. Alles aan de tabernakel is symbolisch. Het verbod op zulke lichamelijke gebreken bij een priester die naar binnen gaat, staat daarom symbool voor geestelijke dingen.

^p33

Nogmaals, God rekent het iemand niet aan als hij blind is of gewond is aan zijn teelballen, of iets dergelijks. Dat zijn enkele van de dingen die hem ongeschikt zouden maken om te dienen. Het is niet zo dat God tegen hem is. God bewaart het ritueel zo dat het de geestelijke dingen niet verkeerd uitbeeldt. Iemand die tot God wil naderen, moet bepaalde geestelijke kwalificaties hebben, geestelijke eigenschappen. Deze lichamelijke eigenschappen komen volgens mij in de beeldspraak overeen met vergelijkbare geestelijke toestanden, of beelden die uit.

^p34

> [16] De HEERE sprak tot Mozes: [17] Spreek tot Aäron en zeg: Niemand van je nageslacht, al hun generaties door, die een gebrek heeft, mag naar voren komen om het voedsel van zijn God aan te bieden. [18] Voorzeker, geen enkele man die een gebrek heeft, mag naar voren komen: een blinde man, of een verlamde, of iemand met een misvormd gezicht of te lange ledematen,
>
> — Leviticus 21:16-18

^p35

Hier volgt een lijst:

^p36

Een man die blind of kreupel is, of die een misvormd gezicht heeft — misschien door littekens of brandwonden.

^p37

> [19] of iemand die een vergroeide breuk in zijn voet, of een vergroeide breuk in zijn hand heeft, [20] of iemand met een bochel, of een dwerg, of iemand met een vlek op zijn oog, of met uitslag, of een huidziekte of met verminkte testikels. [21] Geen enkele man uit het nageslacht van de priester Aäron met een gebrek mag naderbij komen om de vuuroffers van de HEERE aan te bieden. Hij heeft een gebrek, daarom mag hij niet naderbij komen om het voedsel van zijn God aan te bieden. [22] Hij mag wel het voedsel van zijn God eten, zowel van de allerheiligste als van de heilige offergaven, [23] maar omdat hij een gebrek heeft, mag hij niet bij het voorhangsel komen en niet tot het altaar naderen, opdat hij Mijn heiligdommen niet ontheiligt, want Ik ben de HEERE, Die hen heiligt.
>
> — Leviticus 21:19-23

^p38

> Mozes sprak deze woorden tot Aäron en tot zijn zonen, en tot al de Israëlieten.
>
> — Leviticus 21:24

^p39

### 8. Geestelijke betekenis van de gebreken

*17:19 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h8*

Iemand met deze lichamelijke gebreken werd niet werkelijk gestraft. Ze hoefden geen ander werk te gaan zoeken. Ze konden eten en onderhouden worden uit het inkomen van de priester. Ze waren officieel priesters, maar ze mochten niet het ritueel uitvoeren waarbij ze tot God naderden, omdat tot God naderen bepaalde kwalificaties vereist. We weten dat de kwalificaties die God vereist in werkelijkheid geestelijk zijn. Maar zoals ik al zei, de geestelijke dingen komen overeen met lichamelijke, uiterlijke dingen.

^p40

Iemand die blind of kreupel is, in vers 18, komt overeen met iemand die geestelijk blind is, die geestelijk niet kan wandelen, die niet op de juiste manier voor God kan wandelen. Zijn wandel met God is gebrekkig. Zijn geestelijke gezichtsvermogen ontbreekt. Als iemand een geschonden gezicht heeft, zou dat mogelijk spreken van zijn uiterlijke getuigenis tegenover de wereld, het zichtbare deel van hem dat mensen zien. Als iemands getuigenis geschonden is, als hij geestelijk blind is of niet op de juiste manier met God wandelt, als hij een te lang ledemaat heeft, is zijn wandel uit balans.

^p41

Een man met een gebroken voet of een gebroken hand wordt daardoor opnieuw belemmerd om op de juiste manier te wandelen of God te dienen. Dat is een man die door geestelijke beperkingen geestelijk niet in staat is met God te wandelen of God te dienen. Iemand met een bochel kan niet rechtop staan. Een christen moet geestelijk oprecht zijn en oprecht voor God wandelen. Iemand met dwerggroei heeft een achtergebleven groei. Iemand die geestelijk niet goed is gegroeid, of die iets heeft wat hem verhindert geestelijk te groeien. Iemand heeft een gebrek aan zijn oog, vergelijkbaar met blindheid. Dat wil zeggen dat zijn gezichtsvermogen geestelijk aangetast is. Eczeem of een korst verwezen waarschijnlijk allebei naar huidaandoeningen. Nogmaals, de huid is het deel van je dat zichtbaar is. Het is als een geschonden gezicht, een geschonden huid. Het is het deel dat mensen zien. Het is je uiterlijke getuigenis, wat je door je gedrag naar de wereld uitstraalt. Een eunuch zou ook iemand zijn die onvruchtbaar is, iemand die geestelijk onvruchtbaar is, iemand die geen vrucht voortbrengt. Denk eraan dat Jezus zei:

^p42

> Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.
>
> — Johannes 15:8

^p43

Je moet een vruchtbaar leven hebben.

^p44

Deze lichamelijke gebreken spreken dus van het soort persoon dat alleen in geestelijke zin tot God kan naderen. [Redactienoot: De Engelse transcripties formuleren dit bevestigend. De aansluitende uitleg beschrijft geestelijke belemmeringen; of hier een verspreking is gemaakt, kan op grond van deze tekst niet worden vastgesteld.] Iemand wiens geestelijke groei is achtergebleven, zoals een dwerg. Iemand die niet rechtop is, zoals iemand met een bochel. Iemand die geestelijk blind is, geestelijk kreupel. Ze kunnen niet met God wandelen, of ze doen het niet, of hun ledemaat is te lang, zodat ze scheef lopen. Ze zijn geestelijk uit evenwicht. Iemand die geestelijk onvruchtbaar is. Dat zijn de dingen die dit volgens mij voorstelt.

^p45

Dit betekent natuurlijk dat de priesters niet alleen de bijbehorende kleding moesten dragen, maar er ook uit moesten zien als een volmaakt menselijk exemplaar. Wanneer iemand toekeek bij de aanbidding van God in de tabernakel, wilde God dat diegene niets onvolmaakts zou zien. Want God verlangt naar volmaaktheid, volmaakte toewijding, volmaakt geloof, zonder enig compromis. Zelfs in het uiterlijk van de priester mag geen enkel compromis worden toegestaan.

^p46

### 9. Reinheid bij het eten van heilige gaven

*21:10 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h9*

De eerste helft van hoofdstuk 22 is gewijd aan de vraag wie het heilige brood mag eten. Dat is het voedsel dat naar de priesters wordt gebracht, de graanoffers. Bedenk dat ze een handvol van het graanoffer namen en dat op het vuur verbrandden, maar dat de rest voor de priesters was, als voedsel voor hen. Of ook de beweegborst of de hefschouder, de delen van het dier die door de priesters worden gegeten. Dit is heilig voedsel en gewone mensen die geen priester zijn, mogen het niet eten. Maar priesters hebben ook een gezin, en soms hebben ze nog meer familieleden in huis. Soms hebben ze gasten in huis, enzovoort. Daarom wordt er een hoofdstuk gewijd aan wie het heilige voedsel wel en niet mag eten.

^p47

Het eerste punt is dat een priester het zelf niet mag eten zolang hij in een staat van onreinheid verkeert. Als hij onrein is, mag hij natuurlijk wel voedsel eten, maar hij mag het heilige voedsel niet eten. Hij moet zijn voedsel ergens anders vandaan halen, want iemand moet rein zijn om te eten van wat het brood des levens is. Hij zegt:

^p48

> Spreek tot Aäron en tot zijn zonen en zeg dat zij behoedzaam omgaan met de geheiligde gaven van de Israëlieten, die zij voor Mij heiligen, zodat zij Mijn heilige Naam niet ontheiligen. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 22:2

^p49

De Engelse Bijbeltekst die de spreker gebruikt, zegt hier dat ze ‘zich afzonderen’. Naarmate de tekst verdergaat, wordt duidelijk wat daarmee wordt bedoeld: wanneer ze onrein zijn, moeten ze zich van de geheiligde gaven onthouden. Dat zien we in het volgende vers.

^p50

> [3] Zeg tegen hen: Al jullie generaties door geldt: elke man uit heel jullie nageslacht die in de nabijheid komt van de geheiligde gaven die de Israëlieten voor de HEERE heiligen, zolang zijn onreinheid op hem rust, die persoon moet van voor Mijn aangezicht uitgeroeid worden. Ik ben de HEERE. [4] Niemand uit het nageslacht van Aäron die melaats is of een vloeiing heeft, mag van de geheiligde gaven eten, totdat hij rein is. Evenmin iemand die ook maar iets aanraakt wat onrein is door een dood lichaam, of iemand die een zaadlozing heeft gehad,
>
> — Leviticus 22:3-4

^p51

wat een onreine toestand is, of afscheiding heeft, bijvoorbeeld van zaad, etter, bloed of iets wat hem onrein maakt,

^p52

> [5] of iemand die welk kruipend dier dan ook aanraakt waardoor hij onrein wordt, of die een mens aanraakt waardoor hij onrein wordt, welke onreinheid hij ook heeft — [6] een persoon die zoiets aanraakt, is onrein tot de avond en mag van de geheiligde gaven niet eten, maar hij moet zijn lichaam met water wassen. [7] Als de zon ondergegaan is, is hij weer rein. Daarna mag hij van de geheiligde gaven eten, want het is zijn voedsel.
>
> — Leviticus 22:5-7

^p53

Hij hoefde dus niet een hele dag zonder voedsel te blijven, tenzij hij natuurlijk melaats was of een andere aanhoudende toestand van onreinheid had. Maar de dingen waardoor hij slechts tijdelijk onrein werd, hielden hem alleen onrein totdat de zon onderging. Dan kon hij het heilige brood eten, maar hij mag het niet eten zolang hij onrein is. Daar gaat het om: om het brood te eten, om de offers te eten, moest iemand ceremonieel rein zijn.

^p54

### 10. Christus als brood des levens en reiniging

*24:25 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h10*

Wat symboliseert dat? Jezus is het brood des levens. Door Zijn brood te eten, eten we eeuwig leven. Het gaat hier als het ware om eten van de boom des levens, om het voedsel dat eeuwig leven geeft. Jezus sprak daarover in Johannes 6, waar Hij zei:

^p55

> Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.
>
> — Johannes 6:27

^p56

Vervolgens zegt Hij dat Hij Zelf dat voedsel is, het brood des levens. Dat voedsel dat eeuwig leven geeft, is alleen beschikbaar voor degenen die rein zijn.

^p57

Bedenk dat Jezus in Johannes 15 tegen Zijn discipelen zei:

^p58

> U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb.
>
> — Johannes 15:3

^p59

En reinheid is voor de christen op één niveau natuurlijk de toestand waarin we verkeren dankzij het offer van Christus. Maar dat offer moet worden toegepast, net zoals het in het Oude Testament moest worden toegepast. Als iemand onrein was, moest diegene een ritueel doorlopen. In sommige gevallen moest diegene aan het eind daarvan een offer brengen. Meestal waren ze gewoon onrein tot zonsondergang. Maar het punt is dat ze, zolang ze in een staat van onreinheid verkeren, niet kunnen deelnemen aan de aanbidding en niet kunnen delen in de zegeningen die het aanbidden van God met zich meebrengt. Zo wordt er dus eenvoudig voor gezorgd dat de priesters een prijs moeten betalen als ze onrein zijn.

^p60

De andere toestanden van onreinheid bij andere mensen, die geen priester zijn, hoeven hun maaltijden niet in de weg te staan, omdat ze toch al geen heilige dingen eten. Het belemmert wel hun gemeenschap met andere mensen en hun komst naar de tabernakel, maar het hoeft niet te veranderen hoe ze eten. De priesters mogen deze heilige dingen echter niet eten zolang ze onrein zijn.

^p61

> Een kadaver en een verscheurd dier mag hij niet eten, want daardoor zou hij zich verontreinigen. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 22:8

^p62

vers 8, Bedenk dat we eerder hebben gezien dat iemand die zulke dingen eet, tot de avond onrein is. Volgens mij hebben we dat in hoofdstuk 18 gezien. [Redactienoot: Deze bepaling staat in Leviticus 17:15.] Hoe dan ook, de priester mag dat helemaal niet eten, omdat hij er onrein van zou worden. Hij hoort zich niet vrijwillig te verontreinigen voor zoiets.

^p63

> Zij moeten Mijn voorschriften in acht nemen, zodat zij geen zonde op zich laden en daardoor sterven, omdat zij dat ontheiligd hebben. Ik ben de HEERE, Die hen heiligt.
>
> — Leviticus 22:9

^p64

### 11. Wie uit het huishouden mag mee-eten

*27:06 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h11*

‘Geen buitenstaander.’ Daarmee wordt iemand bedoeld die geen priester is, of in elk geval geen naast familielid van hem.

^p65

> Geen enkele onbevoegde mag de heilige gave eten. Iemand die bij een priester inwoont of een dagloner is, mag de heilige gave niet eten.
>
> — Leviticus 22:10

^p66

Dus iemand die alleen maar te gast is in het huis van de priester, kan niet met de priester aan tafel mee-eten, omdat de priester en zijn gezin de heilige dingen eten. De gast mag die niet eten. Hij moet ander voedsel krijgen. En hetzelfde geldt voor de ingehuurde knecht, omdat noch de gast noch de ingehuurde knecht echt deel uitmaakt van het gezin.

^p67

Daar staat echter tegenover, in vers 11:

^p68

> Maar als een priester een persoon met zijn eigen geld heeft gekocht, mag die ervan eten. Ook zij die in zijn huis geboren zijn, mogen zelf van zijn voedsel eten.
>
> — Leviticus 22:11

^p69

Dus een knecht die in huis geboren is, of die gekocht is, maakt nu deel uit van het huishouden, eigenlijk van het gezin. En daarom mogen zij samen met de priester de heilige dingen eten. Maar iemand die alleen maar een dagloner is, een ingehuurde knecht die komt werken, of iemand die daar alleen maar verblijft, geldt niet als gezinslid. Dus zij mogen de heilige dingen niet eten.

^p70

Vers 12:

^p71

> [12] Als een priesterdochter aan een man toebehoort die niet bevoegd is tot het priesterambt, mag zij niet eten van het hefoffer van de geheiligde gaven. [13] Maar als een priesterdochter weduwe wordt of verstoten wordt en zij geen nageslacht heeft en naar het huis van haar vader terugkeert, net als in haar jeugd, dan mag zij van het voedsel van haar vader eten. Geen enkele onbevoegde mag er echter van eten.
>
> — Leviticus 22:12-13

^p72

Dat wil zeggen, ze is getrouwd met iemand die geen priester is.

^p73

Dus als ze niet met een priester getrouwd is, mag ze het niet eten. Maar als ze zo'n huwelijk heeft gehad en dat voorbij is, doordat hij van haar gescheiden is of gestorven is, dan is ze weer alleenstaand en kinderloos. Ze is teruggekeerd naar het huis van haar vader. Ze maakt weer deel uit van het gezin, net als vroeger, toen ze als ongetrouwde dochter thuis woonde.

^p74

> Wanneer iemand zonder opzet van de heilige gave eet, moet hij er een vijfde deel aan toevoegen en het met de heilige gave aan de priester teruggeven.
>
> — Leviticus 22:14

^p75

Kennelijk wil dat zeggen dat iemand die daar niet voor in aanmerking komt, die geen priester is, ervan eet. Hij beseft niet dat het voedsel is dat daarvoor bestemd is, en hij eet ervan en komt er dan achter.

^p76

> [15] Zij mogen namelijk de geheiligde gaven van de Israëlieten, die zij tot de HEERE omhooggeheven hebben, niet ontheiligen, [16] zodat zij schuld door ongerechtigheid op de Israëlieten zouden laden, als zij hun geheiligde gaven zouden eten; want Ik ben de HEERE, Die hen heiligt.
>
> — Leviticus 22:15-16

^p77

Dus dit is gewoon de wet voor het schuldoffer. We hebben eerder, bij de wet daarover die in hoofdstuk 6 werd gegeven, gezien dat iemand die een overtreding beging ten aanzien van de heilige dingen, de waarde ervan moest vergoeden, met daarbij een boete van twintig procent. [Redactienoot: Deze bepaling staat in Leviticus 5:15-16.]

^p78

### 12. Offerdieren moeten zonder gebreken zijn

*30:19 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h12*

Nu konden niet alle dieren, zelfs niet alle reine dieren, als offers worden gebracht. Ze moesten zonder gebreken zijn. Sommige dingen die over de dieren worden gezegd, waardoor ze niet geschikt waren om als offer te dienen, zijn zelfs dezelfde dingen die over priesters worden gezegd, waardoor zij niet geschikt waren om in het priesterschap te dienen. Zowel het dier als degene die het offerde, moest vrij zijn van die gebreken.

^p79

Er staat:

^p80

> [17] De HEERE sprak tot Mozes: [18] Spreek tot Aäron, tot zijn zonen en tot al de Israëlieten, en zeg tegen hen: Ieder uit het huis van Israël en uit de vreemdelingen in Israël die zijn offergave aanbiedt overeenkomstig al hun geloften en al hun vrijwillige gaven, die zij de HEERE als brandoffer aanbieden — [19] om een welgevallen voor u te vinden, moet het een mannetje zonder enig gebrek zijn van de runderen, de schapen of de geiten. [20] Niets waaraan een gebrek is, mag u aanbieden, want dat zou u niet ten goede komen. [21] En als iemand de HEERE een dankoffer aanbiedt als inlossing van een gelofte of als een vrijwillige gave uit de runderen of het kleinvee, dan moet het zonder enig gebrek zijn, wil het u ten goede komen. Er mag geen enkel gebrek aan zijn. [22] Blinde, kreupele of verminkte dieren, of dieren met etterende wonden, uitslag of een huidziekte, deze mag u de HEERE niet aanbieden en daarvan mag u geen vuuroffer aan de HEERE op het altaar geven. [23] Maar een rund of een stuk kleinvee met te lange of te korte poten mag u wél als vrijwillige gave bereiden. Als gelofteoffer zou het u echter niet ten goede komen.
>
> — Leviticus 22:17-23

^p81

Dat is interessant: een te lang of te kort ledemaat zou een priester ongeschikt maken om dienst te doen. Het maakt een dier niet ongeschikt om als offer gebracht te worden, maar het mag niet bij een gelofte worden toegezegd. Het is niet iets wat je God door middel van een gelofte kunt aanbieden. Wat is een gelofte? Een gelofte doe je wanneer je vrijwillig belooft God iets te geven omdat je dankbaar bent, of omdat je het gevoel hebt dat je God iets verschuldigd bent. Meestal zou je een of ander dier toezeggen dat je zou offeren. Hier staat dat je bij een gelofte geen dier mag toezeggen dat een te lange of te korte poot heeft, hoewel je het wel als offer zou kunnen brengen. Ik vind het interessant, en ik weet niet waarom er onderscheid wordt gemaakt tussen die twee toepassingen van zo'n dier met een gebrek.

^p82

> Maar een dier met afgeknelde, verpletterde, afgescheurde of afgesneden lichaamsdelen mag u de HEERE niet aanbieden. Dat mag u in uw land niet doen.
>
> — Leviticus 22:24

^p83

Josephus en sommige rabbijnen geloven dat dit verwijst naar een dier dat gecastreerd is. Het zou als een eunuch zijn. Er is in gesneden, of de teelballen zijn verbrijzeld. Hetzelfde bezwaar gold voor een priester die een eunuch was.

^p84

> Ook uit de hand van de vreemdeling mag u niets van dit alles uw God als voedsel aanbieden, want ze zijn geschonden; ze hebben een gebrek. Ze zouden u niet ten goede komen.
>
> — Leviticus 22:25

^p85

De dieren die geofferd zouden worden, moeten van een Joodse leverancier komen. Ze mogen hun dieren niet van buitenlanders kopen, misschien omdat ze niet helemaal zeker kunnen zijn van de omstandigheden waaronder dat dier is grootgebracht. Een rein dier kan bijvoorbeeld samen met een varken of iets dergelijks op stal hebben gestaan en in aanraking zijn gekomen met iets onreins. De Joden zouden zulke dingen niet doen, maar een buitenlander die geen onderscheid maakte tussen rein en onrein misschien wel. De dieren moesten dus van een Joodse veehouder of een Joodse fokker komen, in plaats van een buitenlander.

^p86

### 13. Voorschriften voor moederdieren en jongen

*33:55 — https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#h13*

Vers 26:

^p87

> [26] De HEERE sprak tot Mozes: [27] Wanneer er een jong van een rund, een schaap of een geit geboren is, moet het zeven dagen bij zijn moeder blijven. Pas wanneer het acht dagen of ouder is, zal het u ten goede komen als offergave van het vuuroffer voor de HEERE. [28] U mag niet een rund of een stuk kleinvee met zijn jong op dezelfde dag slachten. [29] En wanneer u de HEERE een lofoffer brengt, moet u het zo offeren dat het u ten goede komt. [30] Het lofoffer moet op dezelfde dag gegeten worden. U mag daarvan niets overlaten tot de volgende morgen. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 22:26-30

^p88

Een deel hiervan wordt herhaald, maar interessant genoeg mag je een dier dat rein is en als offer mag dienen, na de geboorte niet binnen de eerste zeven dagen offeren. Het is niet duidelijk waarom dat zo is. Het is mogelijk dat het op de dag van zijn geboorte nog te weinig vlees heeft om als vlees veel waard te zijn, en zo krijgt het een beetje de kans om vetter te worden. Maar het is ook zo dat je wel een lam en zijn moeder mag offeren, maar niet allebei op dezelfde dag. Waarom? Er wordt geen reden gegeven.

^p89

Het is net als:

^p90

> De eerstelingen van de eerste vruchten van uw land moet u in het huis van de HEERE, uw God, brengen. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder.
>
> — Exodus 23:19

^p91

Een wet die hiervoor een aantal keren herhaald werd. Het lijkt om de een of andere reden gewoon onmenselijk. Er is gewoon iets mee. Het is zoiets waarbij je bijna zou zeggen dat je op je intuïtie moet vertrouwen. Het lijkt gewoon niet goed. Het lijkt bizar. De melk van een moeder is bedoeld om haar jong te voeden. Het jonge geitje koken in de melk die als zijn voeding bedoeld was, lijkt gewoon een ontaarding.

^p92

Waarom? Het is niet echt duidelijk waarom een moederschaap op dezelfde dag als haar jong geofferd zou worden, samen. Het lijkt gewoon niet goed. Misschien ben ik hierin subjectief, maar het lijkt erop dat God ervan uitgaat dat mensen het ook zo zouden zien, want Hij geeft er geen enkele reden voor. Misschien zit er enige symboliek in, maar het is niet duidelijk wat die symboliek is.

^p93

Het is ook mogelijk dat dit gebruik door de heidenen werd beoefend: een geitje koken in de melk van zijn moeder, of twee generaties, de moeder en het jong van een dier, samen op dezelfde dag offeren. Maar als ze dat deden, deden ze dat tegen een algemeen intuïtief besef van goed en kwaad in. En Israël hoort dat niet te doen.

^p94

Hij zegt in vers 31:

^p95

> [31] U moet Mijn geboden in acht nemen en ze houden. Ik ben de HEERE. [32] U mag Mijn heilige Naam niet ontheiligen, opdat Ik in het midden van de Israëlieten geheiligd word. Ik ben de HEERE, Die u heiligt, [33] Die u uit het land Egypte geleid heeft, opdat Ik tot een God voor u ben. Ik ben de HEERE.
>
> — Leviticus 22:31-33

^p96

We hebben drie hoofdstukken gehad die spraken over bijzondere heiligheidsvoorschriften voor het gewone volk, en daarna twee hoofdstukken over de heiligheidsvoorschriften die specifiek voor de priesters en de hogepriester gelden. Hoofdstuk 23 is eigenlijk een overzicht van het hele feestjaar van Israël. Dit is een heel boeiend en belangrijk hoofdstuk, omdat het feestjaar en de heilige dagen op bepaalde manieren een beeld vormden van Gods hele plan van verlossing in Christus. Dat wordt door veel verwijzingen in het Nieuwe Testament duidelijk gemaakt.

^p97

Ik verwacht dat we in onze volgende bijeenkomst waarschijnlijk alleen hoofdstuk 23 zullen behandelen. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat we waarschijnlijk een hele bijeenkomst aan alleen dat ene hoofdstuk zullen besteden. Ik heb verder niets te zeggen over de priesters en de beperkingen die hun worden opgelegd.

^p98

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Leviticus 21:1-4](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-1-4)
- [Leviticus 21:5-6](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-5-6)
- [Leviticus 21:7](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-7)
- [Leviticus 21:8-9](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-8-9)
- [Leviticus 20:14](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-20-14)
- [Leviticus 21:10-12](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-10-12)
- [Leviticus 21:13-14](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-13-14)
- [Leviticus 21:15](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-15)
- [Leviticus 21:16-18](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-16-18)
- [Leviticus 21:19-23](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-19-23)
- [Leviticus 21:24](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-21-24)
- [Johannes 15:8](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#johannes-15-8)
- [Leviticus 22:2](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-2)
- [Leviticus 22:3-4](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-3-4)
- [Leviticus 22:5-7](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-5-7)
- [Johannes 6:27](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#johannes-6-27)
- [Johannes 15:3](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#johannes-15-3)
- [Leviticus 22:8](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-8)
- [Leviticus 22:9](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-9)
- [Leviticus 22:10](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-10)
- [Leviticus 22:11](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-11)
- [Leviticus 22:12-13](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-12-13)
- [Leviticus 22:14](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-14)
- [Leviticus 22:15-16](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-15-16)
- [Leviticus 22:17-23](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-17-23)
- [Leviticus 22:24](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-24)
- [Leviticus 22:25](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-25)
- [Leviticus 22:26-30](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-26-30)
- [Exodus 23:19](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#exodus-23-19)
- [Leviticus 22:31-33](https://versvoorvers.org/leviticus/21-22#leviticus-22-31-33)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.