---
title: "Hebreeën 7"
book: "Hebreeën"
book_slug: "hebreeen"
passage: "Hebreeën 7"
passage_en: "Hebrews 7"
episode: 9
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/hebreeen/7"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/hebreeen/7.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/hebreeen/7.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-23"
duration: "PT1H5M44S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Hebreeën 7», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/hebreeen/7"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Hebreeën 7

> Christus blijft voor eeuwig priester

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt Hebreeën 7 en betoogt dat Melchizedek een verschijning van Christus vóór Zijn menswording was. Hij onderbouwt dit met Melchizedeks namen, Zijn eindeloze leven en het priesterschap dat niet op een ander overgaat. Hij legt uit waarom dit priesterschap boven dat van Aäron staat en waarom een verandering van het priesterschap ook een verandering van de wet betekent. Ook bespreekt hij hoe Jezus door Zijn blijvende voorbede volkomen kan behouden en waarom Hij als zondeloze Hogepriester slechts eenmaal Zichzelf hoefde te offeren.

## Hoofdstukken

1. [Afval en terugkeer tot bekering](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h1) — 0:02
2. [Een eeuwig priesterschap buiten Aärons lijn](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h2) — 4:17
3. [Melchizedek als koning en priester](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h3) — 7:21
4. [Abrahams ontmoeting met Melchizedek](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h4) — 10:16
5. [De rabbijnse uitleg: Melchizedek als Sem](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h5) — 12:25
6. [Melchizedek als verschijning van Christus](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h6) — 15:06
7. [Het Woord en de menswording van Gods Zoon](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h7) — 19:12
8. [Melchizedeks grootheid in het betoog](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h8) — 21:42
9. [Koning van gerechtigheid en vrede](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h9) — 25:00
10. [Salem als vrede of als Jeruzalem](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h10) — 27:12
11. [Zonder ouders, stamboom of levenseinde](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h11) — 29:13
12. [Melchizedek staat boven Abraham](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h12) — 33:10
13. [Het getuigenis dat Melchizedek leeft](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h13) — 35:08
14. [Levi geeft tienden door Abraham](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h14) — 37:01
15. [Een ander priesterschap verandert de wet](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h15) — 38:53
16. [Priester door onvergankelijk leven](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h16) — 42:14
17. [Een betere hoop, bevestigd met Gods eed](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h17) — 45:17
18. [Een priesterschap zonder opvolgers](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h18) — 48:38
19. [Abraham zag de dag van Christus](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h19) — 52:19
20. [Volkomen behoud door blijvende voorbede](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h20) — 54:11
21. [Heilig en afgescheiden van zondaars](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h21) — 56:43
22. [Jezus reinigt wat onrein is](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h22) — 59:10
23. [Eén offer van een zondeloze Hogepriester](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h23) — 1:00:57
24. [De overgang naar het betere verbond](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h24) — 1:02:33

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/hebreeen/7#p<n>.

### 1. Afval en terugkeer tot bekering

*0:02 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h1*

Voordat we aan hoofdstuk 7 beginnen, moet ik nog iets over hoofdstuk 6 ter sprake brengen. Een student wees me op een interessante aantekening in de NET Bible. Ik had nog nooit een commentator dit horen noemen, en ik had er zelf ook nooit nauwkeurig genoeg naar gekeken om dit specifieke detail te kennen.

^p1

Wanneer de schrijver van Hebreeën spreekt over degenen die afgevallen zijn, zegt hij heel specifiek:

^p2

> [4] Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, [5] en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld, [6] en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.
>
> — Hebreeën 6:4-6

^p3

Ik zei dat dit niet alleen voor calvinisten, maar ook voor arminianen een zeker probleem oplevert. Arminianen geloven dat je kunt afvallen, maar ze geloven ook dat je kunt terugkomen. Het vers leek te zeggen dat dit niet zo is. Ik heb jullie een stuk of drie verschillende manieren gegeven waarop hier soms naar wordt gekeken, en ik heb het behoorlijk in het midden gelaten.

^p4

Hier is nog iets om aan die lijst toe te voegen. De zinsnede ‘seeing they crucify to themselves afresh’ bevat veel woorden die niet in het Grieks staan. Iemand bracht dit ter sprake, dus heb ik het in het Grieks opgezocht. Het is interessant, want deze hele zinsnede bestaat maar uit een paar woorden. De interlineaire Griekse tekst bijvoorbeeld luidt, als we midden in hoofdstuk 6, vers 6 beginnen:

^p5

en als ze weer afvallen, hen opnieuw tot inkeer te brengen, voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigend.

^p6

Met andere woorden, er staat niet ‘seeing they crucify’, maar alleen ‘crucifying again’. Het is onmogelijk hen opnieuw tot bekering te brengen, opnieuw kruisigend.

^p7

[Vertalersnoot: de spreker bespreekt een Engelse deelwoordconstructie. In het Nederlandse citaat hierboven staat ‘omdat’; hij onderzoekt hier of die verbinding ook als ‘terwijl’ kan worden opgevat.]

^p8

De opmerking in de NET Bible was blijkbaar dat dit, in plaats van te zeggen dat het onmogelijk is hen opnieuw tot bekering te brengen omdat zij Christus opnieuw kruisigen, zou kunnen betekenen: terwijl zij Hem kruisigen. Dat wil zeggen: zolang zij doorgaan op een weg die er in wezen op neerkomt dat ze Christus opnieuw kruisigen en Hem openlijk te schande maken, is het onmogelijk hen, terwijl zij in die toestand verkeren, opnieuw tot bekering te brengen. Met andere woorden, het is duidelijk dat er een verandering in hun hart zou moeten plaatsvinden om bij Christus terug te komen. Zolang zij volharden in deze manier van leven, waarmee ze Christus in hun leven openlijk te schande maken, kunnen ze niet terugkomen terwijl ze daarmee doorgaan.

^p9

Het is interessant. Ik zat ernaar te kijken: doordat er zo weinig Griekse woorden in de tekst staan, blijft de hele samenhang met dat opnieuw kruisigen van Christus open. De meeste vertalingen geven het weer alsof er staat dat zij niet tot bekering kunnen worden gebracht omdat zij dit hebben gedaan: zij hebben Christus opnieuw gekruisigd. Maar zoals het geformuleerd is, zou het kunnen betekenen dat zij niet kunnen terugkomen terwijl zij Hem kruisigen. Noch ‘since’, noch ‘while’, noch ‘seeing’ komt overeen met iets wat in het Grieks staat. Maar het Grieks zegt wel dat het onmogelijk is hen opnieuw tot bekering te brengen, terwijl zij Christus kruisigen, terwijl dit gaande is.

^p10

Dat is nog een mogelijke verklaring van een van oudsher moeilijke passage in Hebreeën 6. Misschien is dat zelfs de beste van allemaal, maar ze hoort bij de mogelijkheden. Ik laat het zoals ik het toen ook liet: ik weet het niet zeker. Ik weet niet welke verklaring de beste is. Het blijft een enigszins moeilijke passage. Maar dit neemt wel enkele moeilijkheden weg die de passage extra moeilijk maakten. Dat zijn een paar gedachten hierover.

^p11

### 2. Een eeuwig priesterschap buiten Aärons lijn

*4:17 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h2*

Nu is hij aan het einde van hoofdstuk 6 weer helemaal terug bij het punt waar hij die uitweiding begon. Hij herinnert ons eraan dat Christus voor eeuwig Hogepriester is naar de ordening van Melchizedek. Hij merkte dit voor het eerst op in hoofdstuk 5, vers 6, door Psalm 110, vers 4 aan te halen, waar de Heere heeft gezworen en er geen berouw van zal hebben. Hij zegt:

^p12

> De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.
>
> — Psalmen 110:4

^p13

Verschillende dingen hierin komen in hoofdstuk 7 ter sprake. Eén daarvan is dat God dit gezworen heeft. De schrijver zal in hoofdstuk 7 zeggen dat dit anders is dan bij het Levitische priesterschap: die priesters werden nooit met een eed aangesteld. Maar God heeft met een eed gezworen dat de Messias voor eeuwig Priester is naar de ordening van Melchizedek.

^p14

Ook is Hij voor eeuwig Priester. Geen enkele Aäronitische priester binnen de Joodse ordening is ooit voor eeuwig priester geweest. Ze leefden niet voor eeuwig, dus dat konden ze niet. Daarom zal de schrijver in hoofdstuk 7 betogen dat het priesterschap van Melchizedek verschilt van het Aäronitische priesterschap. Wie het bekleedt, vervult dat ambt niet op grond van erfopvolging vanuit eerdere priesters, maar op grond van het bezit van eeuwig leven, een leven dat altijd voortduurt. Want als Hij voor eeuwig Priester zal zijn, zal Hij voor eeuwig moeten leven.

^p15

Dan is het belangrijkste natuurlijk dat Hij niet alleen met een eed is aangesteld, en niet alleen voor eeuwig Zijn ambt bekleedt, maar dat het een andere ordening is dan er ooit in de Bijbel bekend was geweest. De Bijbel kende één priesterordening, waarvan Aäron de voornaamste priester, de hogepriester was, en zijn zonen waren daarna voor altijd de priesters van die ordening. Zij waren niet verwant aan Melchizedek, en Melchizedek was uiteraard niet verwant aan hen. Daarom staat elk priesterschap naar de ordening van Melchizedek volledig los van enige erfelijke band met het Joodse priesterschap. Het is in feite een niet-Joods priesterschap. Er bestaat geen ander Joods priesterschap dan dat van Aäron. Daarom heeft de Messias een priesterschap dat niet verbonden is met de wet of met het jodendom. Het is een universeel priesterschap. Dat punt zal hij in hoofdstuk 7 maken, zoals we zullen zien, waar hij in vers 12 zegt:

^p16

> Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaats.
>
> — Hebreeën 7:12

^p17

Dat is het uitgangspunt. Het priesterschap is veranderd. Als we een Priester naar de ordening van Melchizedek hebben, is dat een ander priesterschap dan dat van Aäron. Dus als het priesterschap veranderd is, heeft er noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaatsgevonden. Het nieuwe priesterschap is niet verbonden met de wet. Het is niet verbonden met het jodendom. Het is helemaal geen Joods priesterschap.

^p18

### 3. Melchizedek als koning en priester

*7:21 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h3*

Melchizedek was geen Jood. Maar wie was hij dan? Het is één ding om te zeggen dat hij geen Jood was, en dat kunnen we zeker vanuit het Oude Testament aantonen, want hij was een tijdgenoot van Abraham. In de dagen van Abraham waren er geen Joden. Abraham was de man uit wiens geslachtslijn later het Joodse volk voortkwam. Maar Melchizedek, die een tijdgenoot van Abraham was, kon niet van Abraham afstammen en kon geen Jood zijn. Daarom hebben we in Melchizedek, zou je denken, een heiden — in elk geval iemand die geen Jood was. We gaan wat spelen met de vraag wie Melchizedek was. Maar voor nu volstaat het te zeggen dat zijn priesterschap niet verbonden was met de wet of met het jodendom. Daarom is het priesterschap van Christus naar die orde niet verbonden met de wet of met het jodendom.

^p19

De redenering van deze schrijver is heel intrigerend. Ik zal je meteen vertellen dat christelijke uitleggers twee wezenlijk verschillende opvattingen over Melchizedek hebben. De opvatting die je volgens mij het vaakst in commentaren zult tegenkomen, althans naar mijn ervaring, is dat Melchizedek een tijdgenoot van Abraham was die koning was van de stad Jeruzalem. Hij wordt in Genesis 14 de koning van Salem genoemd. Salem kan worden gezien als een verkorte vorm van de naam Jeruzalem. Er zijn een of twee psalmen die over Jeruzalem spreken en het Salem noemen. Jeruzalem betekent gewoon de stad van Salem, en Salem is sjalom, vrede. Dus Jeruzalem betekent de stad van de vrede.

^p20

Maar Melchizedek wordt in Genesis 14 eenvoudigweg de koning van sjalom genoemd. Dat zou een verkorting van Jeruzalem kunnen zijn, of ook niet. Maar de meeste uitleggers lijken te geloven dat Jeruzalem de stad is waar het hier om gaat. Melchizedek was hun koning, een aards persoon, van wie ook wordt gezegd dat hij de priester van de allerhoogste God was. Dat is iets intrigerends in een tijd waarin er geen priesterschap was dat God ooit had ingesteld, en ook geen godsdienst die God had ingesteld. Abraham leefde in een tijd waarin er geen georganiseerde godsdienst was die God ooit had gevestigd. Dus ook geen priesterschap, altaar en dergelijke. Dat zijn de uiterlijke kenmerken van een godsdienstig stelsel: heilige plaatsen, mensen met een heilige functie, altaren en dergelijke. In de dagen van Abraham bouwden mensen gewoon hun eigen altaar en brachten ze hun eigen offers. Ze hadden geen priesters nodig, want God had er geen aangesteld.

^p21

Maar deze man, Melchizedek, een tijdgenoot van Abraham, is een priester van de allerhoogste God. Werkelijk? Binnen welk godsdienstig stelsel? Dit is raadselachtig, daar bestaat geen twijfel over.

^p22

### 4. Abrahams ontmoeting met Melchizedek

*10:16 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h4*

Hij ontmoette Abraham toen Abraham terugkwam van het bevrijden van Lot. Lot was krijgsgevangen gemaakt tijdens een veldtocht waarbij een stel heidense koningen tegen een aantal andere heidense koningen vocht. Abraham stond hier aan de zijlijn. Het was zijn strijd niet. Maar zijn neef werd gevangengenomen, en daarom maakte Abraham het tot zijn strijd. Hij trok eropuit en bevrijdde zijn neef met een militaire veldtocht. Toen hij van die overwinning terugkeerde, ontmoette Melchizedek hem. Hij bracht brood en wijn naar buiten voor Abraham en zijn dienaren, die zijn troepen vormden. Hij zegende Abraham. Hij sprak een zegen over hem uit. En Abraham gaf hem een tiende van de buit van de strijd.

^p23

Allemaal heel intrigerend, want deze dingen doen vermoeden dat Abraham Melchizedek, wie hij ook was, erkende als iemand die in geestelijk opzicht op de een of andere manier boven hem stond. Hij liet zich door die man zegenen. Hij gaf hem tienden, zoals je die zou geven om een godsdienstig leider of zo iemand te ondersteunen. Dit alles wordt ons in een paar verzen in Genesis 14 verteld. Zonder uitleg. Er staat alleen dat Melchizedek hem ontmoette, en dan worden die dingen verteld die we zojuist hebben genoemd. Daarna is Melchizedek verdwenen. We horen nooit meer iets van hem. Dus wie is hij?

^p24

Zoals ik al zei, is de voornaamste opvatting die ik het vaakst tegenkom dat hij een gewone man was die in Jeruzalem woonde, die koning en priester was, uiteraard een godvrezende man, en dat hij Abraham ontmoette. Maar het belangrijke is dat hij een type van Christus is, zoals we zouden zeggen dat Izak een type van Christus was, of David een type van Christus was, of Jozua een type van Christus was. Veel personen uit het Oude Testament zijn gewoon gewone mensen, maar hun aanwezigheid in het Oude Testament roept op de een of andere manier een voorafschaduwing van Jezus op. Maar dat maakt hen niet tot iets meer dan mensen. Binnen hun eigen verhaal zijn het gewoon gewone mensen. Maar ze schaduwen Jezus vooraf.

^p25

### 5. De rabbijnse uitleg: Melchizedek als Sem

*12:25 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h5*

De gangbare opvatting is dus dat Melchizedek een gewone man was die Jezus voorafschaduwde, en dat de schrijver van Hebreeën in deze man belangrijke overeenkomsten met Jezus ziet. De Joodse opvatting hierover is vergelijkbaar, maar zij identificeren Melchizedek daadwerkelijk als een bekende persoon. De Joodse rabbijnen identificeren Melchizedek als Sem. Sem, de zoon van Noach. Sem, die misschien de jongste van Noachs zonen was, of misschien niet de jongste, maar in elk geval wellicht degene die het langst in leven bleef. Als je de gegevens over de geslachtslijnen en de tijdrekening in Genesis leest, zou Sem op dit moment nog in leven zijn geweest. Verbazingwekkend. Dit is zo'n tien generaties na de zondvloed. Maar Sem werd meer dan vijfhonderd jaar oud en zou op dit moment nog hebben geleefd. We weten uit Genesis niet waar Sem zich vestigde. Als hij zich in Jeruzalem had gevestigd, zou hij daar heel goed de koning en de priester kunnen zijn geweest. Hoewel er geen volledig stelsel zou zijn geweest, is hij de oudste nog levende man op aarde. Hij is de over-over-over-over-over-over-overgrootvader van iedereen in de streek, behalve van de Kanaänieten natuurlijk, want die stamden van Cham af.

^p26

Maar Sem was de voorvader van Abraham. Als Abraham de gelegenheid had gehad om Sem te ontmoeten, zou hij hem zeker hebben vereerd als zijn verre voorvader en misschien als een godvruchtige geestelijke leider in zijn tijd. De vraag die ik hierbij heb is: als Melchizedek Sem was, waarom zegt de schrijver van Genesis dat dan niet? Een paar hoofdstukken eerder heeft hij het over Sem gehad. Hij noemt hem bij zijn naam. Waarom zegt hij niet dat Sem Abraham tegemoetkwam, een figuur die de lezer al kent? Dat zou logisch zijn. Maar in plaats daarvan laat de schrijver van Genesis, en dat is Mozes, heel geheimzinnig in het midden wie deze Melchizedek is.

^p27

Ik geloof dat Sem een goede gok zou zijn. Ik denk dat de rabbijnen, voor zover het om menselijke gissingen gaat, zo ongeveer in de roos hebben geschoten. Ik denk dat Sem van alle mensen die in de tijd van Abraham leefden, het meest in aanmerking zou komen om op deze manier door Abraham te worden erkend. Toch denk ik dat het niet noodzakelijk juist is. Zoals ik al zei, zou het heel vreemd lijken als Mozes ons bij het schrijven van dit verhaal niet liet weten dat hij het hier over Sem heeft. Hij geeft daar in elk geval geen enkele aanwijzing voor, en dat lijkt vreemd.

^p28

### 6. Melchizedek als verschijning van Christus

*15:06 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h6*

De schrijver van Hebreeën neemt een ander standpunt in. Naar mijn mening ziet de schrijver van Hebreeën Melchizedek niet als een type van Christus. Hij ziet hem niet als Sem. Dit is een opvatting die ook veel evangelische christenen aanhangen. Ik ben er vanaf het allereerste begin van mijn eigen studie van Hebreeën van overtuigd geweest. En ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt naarmate ik dit hoofdstuk telkens opnieuw bekijk. Die opvatting is dat Melchizedek is wat we een theofanie of christofanie noemen.

^p29

We kennen zulke verschijningen uit het Oude Testament. Er zijn andere onbetwistbare gevallen waarin Jezus of God in een menselijke gedaante verschijnt vóór Zijn menswording, vóór Zijn geboorte in Bethlehem. We lezen in Genesis 18:1 dat God aan Abraham verschijnt. We lezen ook, verderop in het boek Genesis, over een man die met Jakob worstelt. Jakob herkent deze man als God. Wanneer Jakob zegt:

^p30

Hoe heet U?

^p31

zegt de man volgens de spreker het volgende. [Redactionele noot: de spreker verwart hier twee ontmoetingen. Het volgende antwoord wordt aan Manoach gegeven, niet aan Jakob; zie [Richteren 13:17-18](https://www.statenvertaling.net/bijbel/rich/13.html) en [Genesis 32:29](https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/genesis/32).]

^p32

> Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers wonderlijk!
>
> — Richteren 13:18

^p33

We weten dat de Naam van Jezus volgens Jesaja 9:6 wonderlijk is.

^p34

Jozua ontmoet een zekere Persoon Die wordt beschreven als de leider van de engelen, de leider van de legermachten van de HEERE. Veel christenen geloven dat dit Christus vóór Zijn menswording is, wat we een theofanie of christofanie noemen: een verschijning van God of Christus aan een mens voor een korte ontmoeting. Het gaat dan niet om een geval waarin God mens is geworden, op aarde is geboren, als kleine jongen is opgegroeid en een heel mensenleven heeft geleefd. Het is meer dat Hij eenvoudig neerdaalt en voor een ogenblik een menselijke gedaante aanneemt met het oog op een bepaalde ontmoeting. Veel mensen denken dat de vierde man in de vurige oven bij Sadrach, Mesach en Abed-Nego misschien ook een christofanie was.

^p35

Hierover bestaan veel vragen. En evangelische christenen menen vaak dat elke verwijzing in het Oude Testament naar de Engel van de HEERE — niet een engel, maar de Engel van de HEERE — ook een verwijzing naar Jezus is. Wanneer je die uitdrukking in het Oude Testament tegenkomt, denken evangelische theologen dat vaak. Dat wil zeggen, het is niet ongebruikelijk om te erkennen dat Jezus in het Oude Testament soms inderdaad in een menselijke gedaante verscheen om bepaalde godvruchtige mensen te ontmoeten.

^p36

Of Melchizedek een van die verschijningen was of niet, is een andere vraag. Wat ik interessant vind, is dat de meeste uitleggers die het bestaan van zulke theofanieën in het Oude Testament erkennen, vaak niet eens overwegen dat Melchizedek er een geweest zou kunnen zijn. Maar mijn gedachte is dat je vrijwel onvermijdelijk bij die conclusie uitkomt als je serieus neemt wat de schrijver van Hebreeën zegt. Tenzij sommige dingen die hij zegt niet erg letterlijk bedoeld zijn, wat misschien mogelijk is. Maar de schrijver van Hebreeën probeert iets duidelijk te maken. Hij bouwt zijn betoog punt voor punt voor punt op, en dat lijkt op één ding te wijzen. Namelijk dat Melchizedek Jezus is.

^p37

### 7. Het Woord en de menswording van Gods Zoon

*19:12 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h7*

Maar dit moeten we onthouden. Wanneer we Jezus zeggen, hebben we het eigenlijk over de menswording. Jezus was geen Jezus voordat Hij geboren werd. Hij was God. Hij was het Woord van God.

^p38

Hij was bij God en was God.

^p39

Hij kreeg de Naam Jezus toen Hij geboren werd. Vanaf dat moment werd Hij de Zoon van God genoemd. Je vindt nergens dat Jezus vóór Zijn menswording als de Zoon wordt aangeduid. Hij is het Woord. Maar bij Zijn geboorte wordt Hij de Zoon genoemd.

^p40

Er werd namelijk tegen Maria gezegd:

^p41

> En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden.
>
> — Lukas 1:35

^p42

Jezus werd de Zoon van God genoemd, kennelijk vanwege de aard van Zijn menswording, vanwege de manier waarop Zijn moeder zwanger werd: niet door een man, maar door God. Wanneer we dus over de Zoon van God lezen, vooral in dit hoofdstuk, verwijst de schrijver naar mijn mening naar de specifieke menswording van het Woord als Jezus Christus in de geschiedenis. Hij is de Zoon van God.

^p43

De schrijver gaat zeggen dat Melchizedek op de Zoon van God lijkt. Dat is één reden waarom mensen terugschrikken voor de gedachte dat het een theofanie is. Ze zeggen: ‘Nou, het kan Jezus niet zijn, want Jezus is de Zoon van God, en van Melchizedek wordt gezegd dat hij op Hem lijkt, niet dat hij Hem is.’ Maar als de schrijver van Hebreeën met de Zoon van God denkt aan de menswording van Jezus, Zijn aardse leven als Jezus Christus, deze Persoon Die uit de maagd Maria geboren werd en onder ons leefde, dan leek Melchizedek op Hem. Op welke manier? Zoals een type op Christus lijkt? Of zoals een theofanie op Christus lijkt, een verschijning van Christus? Als er in het Oude Testament meerdere verschijningen van Christus zijn en Melchizedek er één van was, dan zou die in die zin op de menswording lijken. Die was immers ook een verschijning van Christus als de Zoon van God.

^p44

Hoe dan ook, hier liggen nog vragen open. Ik ga verder en zal argumenten aandragen voor de gedachte dat we hier werkelijk naar Jezus kijken als Melchizedek. En dat het voor de schrijver van Hebreeën helemaal geen zin heeft om dit hoofdstuk te schrijven, tenzij hij dat bedoelt.

^p45

### 8. Melchizedeks grootheid in het betoog

*21:42 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h8*

Bekijk het eens zo. Hij gaat in vers 4 zeggen:

^p46

> Merk nu op hoe groot hij geweest is, iemand aan wie de aartsvader Abraham zelfs een tiende deel van de buit gegeven heeft.
>
> — Hebreeën 7:4

^p47

Hij heeft het over Melchizedek. Denk er eens even over na hoe groot Melchizedek was. Als Melchizedek nu niet Jezus is, bedenk dan wat de schrijver aan het doen is. Hij heeft achtereenvolgens gezegd: ‘De engelen, niet zo groot. Jezus is veel groter dan zij. Mozes, niet zo groot. Jezus is zoveel groter dan hij. Aäron, Jozua, noem ze maar op. Het waren misschien grote mannen, maar eigenlijk niet zó groot. Jezus is groter dan zij.’

^p48

In zijn hele betoog voert hij aan dat niemand in het Oude Testament werkelijk zo groot is in vergelijking met Jezus. De hele nadruk van het eerste deel van zijn betoog is: Jezus is groter, Jezus is beter, Jezus is verheven boven hen. Hij noemt wel grote mensen uit het Oude Testament, maar niet om te zeggen: ‘Kijk eens hoe groot ze waren.’ Hij wil juist zeggen: ‘Kijk eens hoe weinig ze voorstelden vergeleken met Jezus.’

^p49

Stel nu dat hij deze nauwelijks bekende figuur uit het Oude Testament neemt, aangenomen dat hij gewoon een mens is, Sem of wie dan ook, en zegt: ‘Laten we nu een heel hoofdstuk besteden aan hoe groot deze man Melchizedek was.’ Wat een wending is dat in het betoog. Je hebt al die andere grote figuren uit het Oude Testament, zelfs de engelen: die zijn niet zo groot. Maar hier is die ene figuur uit het Oude Testament, minder bekend dan wie van hen ook, niet eens verwant aan Abraham, maar hij is werkelijk groot. Het is alsof hij zegt: ‘Laten we even ophouden met nadenken over hoe groot Jezus is. Laten we het hebben over hoe groot deze man is.’

^p50

Zie je, het hele betoog van het boek is dat niemand erg groot is in vergelijking met Jezus. Hoe groot ze ook waren in het Oude Testament, hoeveel indruk ze ook maken in de Joodse geschiedenis. En trouwens, Melchizedek maakte niet zoveel indruk in de Joodse geschiedenis. Niet zoals Mozes. Niet zoals Jozua. Niet zoals Aäron. Niet zoals de engelen. Melchizedek was een nauwelijks bekende figuur die verschijnt en weer verdwijnt. Als hij inderdaad alleen maar de koning van Jeruzalem was, dan is hij een gewone man. Misschien was hij een goed mens, maar waarom zou hij zo'n bespreking verdienen, terwijl zelfs Mozes bij lange na niet zo'n bespreking kreeg? Aan Mozes werden ongeveer vier of vijf verzen besteed. En nu: ‘Laten we een heel hoofdstuk nemen en overdenken hoe groot deze man Melchizedek was.’

^p51

Zelfs als we verder niets wisten, zouden we zeggen: ‘Nou, óf de schrijver moet denken dat Melchizedek Jezus is, óf de schrijver heeft de hele manier waarop hij zijn standpunt beargumenteert veranderd, wat dat standpunt ook is.’ Want nu zegt hij: ‘Laten we even de tijd nemen om niet te denken aan hoe groot Jezus is, maar aan hoe groot deze man is.’ Maar als die man Jezus is, dan volgt de schrijver nog steeds dezelfde lijn die hij al die tijd heeft gevolgd.

^p52

### 9. Koning van gerechtigheid en vrede

*25:00 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h9*

Nu geloof ik dat hij dat inderdaad beargumenteert, al doet hij dat op een paar vreemde manieren. Eerst vat hij alles samen wat we uit Genesis 14 over Melchizedek weten. Hebreeën 7:1:

^p53

> Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. Hij ging Abraham tegemoet, toen die terugkeerde na het verslaan van de koningen, en zegende hem.
>
> — Hebreeën 7:1

^p54

We stoppen daar even. Dat eerste vers en de eerste regel van het tweede vers vormen een samenvatting van alles wat er in het Oude Testament over hem staat. Wat is hij? Hij is de koning van Salem. Eerst: zijn naam is Melchizedek. Dan is hij de koning van Salem. Hij is een priester van de allerhoogste God, nog een gegeven. Hij ontmoette Abraham bij deze specifieke gelegenheid. Bij die ontmoeting zegende hij Abraham, en Abraham gaf hem een tiende. Dat is in wezen alles bij elkaar wat we over Melchizedek weten.

^p55

Wat kun je nu uit dat kleine beetje informatie halen? Veel meer dan je zou denken. Na de eerste zinsnede van vers 2 begint hij het uit te werken. Hij zegt:

^p56

> Aan hem gaf Abraham ook van alles het tiende deel. In de eerste plaats was hij — aldus de vertaling van zijn naam — koning van de gerechtigheid en verder was hij ook koning van Salem, dat is koning van de vrede.
>
> — Hebreeën 7:2

^p57

Laten we daar maar eens beginnen. We kennen de naam van de man. Zijn naam betekent koning van de gerechtigheid. Melchizedek is een woord dat dat betekent: koning van de gerechtigheid. Nu is er niet veel reden om dat te vermelden, tenzij het belangrijk is om vast te stellen wie hij is. We krijgen niet van iedereen in de Bijbel de betekenis van zijn naam te horen. We kunnen die achterhalen door een Hebreeuwse concordantie te raadplegen, maar de schrijvers van de Schrift besteden niet veel aandacht aan de betekenis van ieders naam. Er worden in het Oude Testament eigenlijk maar heel weinig mensen genoemd van wie de naam in het Nieuwe Testament ooit nadrukkelijk ter sprake komt. Door te benadrukken dat zijn naam koning van de gerechtigheid betekent, lijkt hij te zeggen: dit is een aanwijzing.

^p58

Laten we verdergaan.

^p59

### 10. Salem als vrede of als Jeruzalem

*27:12 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h10*

Sjalom. Hier is iets belangrijks. De meeste commentatoren denken dat koning van Salem de koning van Jeruzalem betekent. Maar de schrijver van Hebreeën zegt: nee, het betekent koning van de vrede. Wanneer er staat dat hij de koning van Sjalom is, gaat het niet over de stad Jeruzalem. Het gaat over vrede. Hij is de koning van de gerechtigheid. Hij is de koning van de vrede. Meer zouden we nauwelijks nodig hebben om enkele conclusies te trekken. Als de schrijver van Hebreeën zegt dat dit de betekenis is — hij is de koning van de gerechtigheid, de koning van de vrede — hoeveel zijn er daar dan van in het heelal?

^p60

Bovendien zeggen sommige mensen: misschien was hij de koning van Jeruzalem en maakt de schrijver gewoon een woordspeling. Hij zegt dat Jeruzalem een stad van vrede is, dus kunnen we hem natuurlijk de koning van de vrede noemen, hoewel hij eigenlijk de koning van de stad van vrede is. Die kant zou je op kunnen gaan. Een van de problemen daarmee is dat Jeruzalem, voor zover we weten, in de dagen van Abram gewoon een van de Kanaänitische steden was. En de Kanaänieten waren slechte mensen. De Kanaänieten waren degenen die wat later door de nakomelingen van Abram moesten worden uitgeroeid.

^p61

De Kanaänieten hadden Jeruzalem nog lang in handen nadat Jozua de meeste Kanaänieten had overwonnen. Jeruzalem bleef tot op zekere hoogte een onneembare vesting en bleef onder het gezag van de Jebusieten. De Jebusieten waren Kanaänieten. Dat duurde tot de tijd van David, ongeveer vierhonderd jaar na Jozua, na de verovering. Als er één stad was waarvan het onwaarschijnlijk was dat de koning een priester van de allerhoogste God was, dan was het deze Kanaänitische vesting, Jeruzalem. Ik vermoed dat Melchizedek helemaal niet de koning van de stad Jeruzalem was. Maar zoals de schrijver van Hebreeën zei: hij is de koning van de vrede. Dat is wat sjalom, Salem betekent.

^p62

### 11. Zonder ouders, stamboom of levenseinde

*29:13 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h11*

Laten we verdergaan. In vers 3 gaat hij nogal ver, want hij is aan het extrapoleren. Hij bouwt zijn betoog op wat de passage niet vermeldt, in plaats van op wat er daadwerkelijk wordt gezegd. Er staat:

^p63

> Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester.
>
> — Hebreeën 7:3

^p64

Melchizedek blijft voortdurend priester. Dit werd tweeduizend jaar na zijn verschijning aan Abram geschreven. De schrijver zegt dat hij nog steeds priester is, deze Melchizedek. Hij blijft tot op deze dag priester. Dat betekent dat hij geen sterveling is. Melchizedek kan geen sterfelijk mens zijn als de schrijver tweeduizend jaar na het verhaal over hem zegt dat hij op dit moment nog steeds priester is.

^p65

Nu dit:

^p66

‘zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom, zonder begin van zijn dagen of einde van zijn leven’. Wat doen mensen hiermee die denken dat Melchizedek een gewone man is die eenvoudig als een type van Christus dient? Zij zeggen, misschien redelijk genoeg, dat er alleen maar wordt gezegd dat we geen informatie over zijn achtergrond hebben. We hebben geen verslag van zijn geboorte of zijn dood. We hebben geen verslag van wie zijn ouders waren, van zijn geslachtsregister.

^p67

Die dingen zouden belangrijk zijn voor een Jood die nagaat of iemand wel of niet in aanmerking komt om priester te zijn. Zijn geslachtsregister is allesbepalend. Hij moet uit de lijn van Aäron komen, anders valt hij af. Na de ballingschap, toen Ezra de herstelde Joodse gemeenschap opnieuw organiseerde, moesten ze sommige mensen van het priesterschap uitsluiten die beweerden Levieten te zijn. Ze konden namelijk hun afstamming niet nauwkeurig aantonen. Dus konden ze geen priester zijn. Heel belangrijk.

^p68

De schrijver zou kunnen zeggen: ‘Ik wil dit duidelijk maken. Hij behoort niet tot het Joodse priesterschap. We krijgen niet eens zijn geslachtsregister. Zijn geslachtsregister doet er niet toe. Wie zijn ouders waren, wanneer hij leefde, wanneer hij stierf — daar gaat het hier niet om.’

^p69

Maar hoewel dit dat zou kunnen betekenen, staat dat er niet. Wat er daadwerkelijk staat, is dat hij geen vader of moeder had. Dat zou erop wijzen dat hij niet geboren is in de gewone betekenis van menselijk leven dat op deze aarde komt. Hij is niet via een moederschoot of via een geslachtslijn gekomen. Er was niet eens een dag waarop hij geboren werd of een dag waarop hij stierf.

^p70

Het is waar, je zou kunnen betogen dat dit alleen betekent dat we die informatie nergens opgetekend hebben staan. Maar dat had de schrijver ook kunnen zeggen. Dat heeft hij niet gezegd. Wat hij aan het einde van deze zin zegt, lijkt er juist op te wijzen dat hij het letterlijk bedoelt. Want hij zegt dat zijn leven geen einde heeft, maar dat hij, net als Jezus, voortdurend priester blijft. Dat zegt meer dan alleen dat we zijn sterfdag niet kennen omdat die niet is opgetekend. Als hij voortdurend priester blijft, dan is er letterlijk geen einde aan zijn leven gekomen. Daarom lijken de uitspraken over hem in vers 3 letterlijk opgevat te moeten worden, zoals ze ook lijken te zijn bedoeld. Maar het belangrijkste punt hier is dat de schrijver van Hebreeën betoogt dat Melchizedek, de oorspronkelijke Melchizedek die Abraham ontmoette, tot op de dag van vandaag nog steeds priester is. Wij leven nu 2000 jaar na de schrijver van Hebreeën, maar hij leefde 2000 jaar nadat Abraham Melchizedek had ontmoet. Als die man 2000 jaar later nog steeds priester was, dan is hij waarschijnlijk 4000 jaar later nog steeds priester. Hij is een eeuwige priester. Maar laten we verdergaan.

^p71

### 12. Melchizedek staat boven Abraham

*33:10 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h12*

> Merk nu op hoe groot hij geweest is, iemand aan wie de aartsvader Abraham zelfs een tiende deel van de buit gegeven heeft.
>
> — Hebreeën 7:4

^p72

Het priesterschap van Melchizedek wordt nu vergeleken met dat van de Levitische priesters.

^p73

> Diegenen uit de zonen van Levi die het priesterschap ontvangen, hebben wel volgens de wet de opdracht om tienden te nemen van het volk, dat is van hun broeders, hoewel die ook uit het lichaam van Abraham voortgekomen zijn.
>
> — Hebreeën 7:5

^p74

Zij staan in lager aanzien dan Abraham. Hij is hun voorvader. De Levieten staan in lager aanzien dan hun voorvader Abram. Ze zijn uit zijn lendenen voortgekomen, maar zij zijn degenen die binnen de godsdienst van Israël de tienden ontvangen.

^p75

> [6] Hij echter, die niet van hen afstamt, heeft van Abraham tienden genomen, en hij heeft hem gezegend die de beloften gekregen had. [7] Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is.
>
> — Hebreeën 7:6-7

^p76

Dus als Abram door Melchizedek werd gezegend, dan is Abram de mindere en Melchizedek de meerdere. Dat staat vast. Hij heeft dus zojuist vastgesteld dat Melchizedek boven Abraham stond, en dat Abraham daar geen moeite mee had en dat feit aanvaardde.

^p77

Vers 8:

^p78

‘Hier’ betekent hier op aarde, binnen het Joodse stelsel, dat nog bestond toen dit werd geschreven. Hij schrijft aan Joodse mensen die deel uitmaakten van het Joodse tempelstelsel, of die het in elk geval nog niet helemaal hadden verlaten, of het was er nog steeds.

^p79

> En hier nemen sterfelijke mensen tienden, maar daar nam iemand ze van wie getuigd wordt dat hij leeft.
>
> — Hebreeën 7:8

^p80

Daarmee worden de Levieten bedoeld. De Levitische priesters ontvingen binnen dit stelsel de tienden.

^p81

‘Maar daar’ — waar? In het verhaal in Genesis 14, toen Abraham tienden aan Melchizedek gaf.

^p82

### 13. Het getuigenis dat Melchizedek leeft

*35:08 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h13*

Dit is echt vreemd. Hij zegt dat in de Joodse tempel mensen tienden ontvangen. De priesters ontvangen tienden van mensen. Maar dit zijn mensen die sterven. Mensen die sterven ontvangen ze. Maar daar is dat niet zo. De man die ze daar ontving, stierf niet. Hij is geen sterveling. Hij zegt:

^p83

Er wordt over hem getuigd dat hij leeft.

^p84

Het klinkt alsof hij zegt dat we ergens een opgetekend getuigenis hebben dat Melchizedek leeft. Waar hebben we dat? Het staat niet in Genesis 14. Het staat zelfs niet in Psalm 110. Er is eigenlijk nergens in het Bijbelse verslag een plaats waar staat dat Melchizedek leeft. Wat bedoelt de schrijver dus wanneer hij zegt dat van Melchizedek wordt getuigd dat hij leeft?

^p85

Eén ding is waar. Het getuigenis van christenen was dat Jezus leeft. Jezus is opgestaan. Hij leeft. Dat is het getuigenis van het christelijk geloof. Jezus leeft, Hij is niet dood. Als de schrijver nu denkt dat Melchizedek Jezus is, dan zou hij kunnen zeggen:

^p86

Er wordt over deze man getuigd dat hij leeft.

^p87

Wanneer wij belijden dat Christus leeft, belijden we dat Melchizedek leeft. Ik weet niet zeker of hij het zo bedoelt, maar het is op zichzelf een vreemde uitspraak.

^p88

Het is duidelijk dat hij zegt dat je hier een tegenstelling hebt: Levitische priesters die tienden ontvangen en Melchizedek die tienden ontvangt. De tegenstelling is dat deze mensen sterven. Melchizedek sterft niet, zo wordt geïmpliceerd. Dit zijn sterfelijke mensen. Hij is geen sterfelijk mens. Ik weet niet hoe je daartegenin kunt gaan. Ik kan begrijpen dat iemand het over het hoofd ziet als hij er snel overheen leest, maar ertegenin gaan zou moeilijker zijn.

^p89

### 14. Levi geeft tienden door Abraham

*37:01 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h14*

Vers 9 zegt:

^p90

> En — om zo te zeggen — ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven.
>
> — Hebreeën 7:9

^p91

Let op de tegenwoordige tijd. De tempel stond er nog. De stam Levi ontving nog steeds de tienden van het volk.

^p92

> Want hij was nog in het lichaam van zijn vader, toen Melchizedek hem tegemoet ging.
>
> — Hebreeën 7:10

^p93

Dus als we het Joodse priesterschap eren door hun tienden te betalen, bedenk dan dat het Joodse priesterschap tienden aan Melchizedek betaalde, omdat zij nog in Abraham waren. Levi was nog niet geboren toen dit verhaal zich afspeelde. Alle Levieten waren dus in Abraham toen hij tienden aan Melchizedek betaalde. Degenen aan wie de Joden tienden betaalden, erkenden zelf dat Melchizedek boven hen stond door tienden aan hem te betalen, in de persoon van Abraham die dat deed.

^p94

Hier zitten enkele abstracte ideeën in, maar het punt is dat Abraham door een zegen van Melchizedek te ontvangen en door tienden aan Melchizedek te geven, op beide manieren onbetwistbaar aangaf dat Melchizedek boven hem stond. De vraag is nu wat hem tot zijn meerdere zou maken. Daarom zeggen de Joden dat het Sem moet zijn geweest, want er is eigenlijk niemand anders in de tijd van Abraham die duidelijk en onmiskenbaar boven Abram zou hebben gestaan. Abram was de uitverkoren man. God koos Abraham. Sem was ouder en zijn voorvader, en ook een goed man. Dus misschien is dat de man. Dat is de conclusie die de Joden trekken.

^p95

Maar de schrijver zegt hier: ‘Nee, ik denk dat het om iemand gaat die groter is dan Sem.’ Dit is een koning van gerechtigheid. Dit is de koning van vrede. Deze man is onsterfelijk. En daarom zegt hij in vers 11:

^p96

### 15. Een ander priesterschap verandert de wet

*38:53 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h15*

> Als dan door het Levitische priesterschap de volmaaktheid bereikt had kunnen worden — want onder dit priesterschap had het volk de wet ontvangen — waarom was het dan nog nodig dat er een andere Priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, Eén van Wie niet gezegd kan worden dat Hij naar de ordening van Aäron was?
>
> — Hebreeën 7:11

^p97

Hij redeneert gewoon logisch vanuit Psalm 110, vers 4. Het priesterschap bestond al toen David dat schreef. De priesters uit het geslacht van Aäron waren de enige priesters van wie David ooit had gehoord, of van wie welke Jood dan ook ooit had gehoord. Er waren in Israël nooit andere priesters geweest dan de priesters uit het geslacht van Aäron. Waarom sprak God dan door David over een ander priesterschap, dat niet met Aäron verbonden was, naar de ordening van Melchizedek, als de ordening van Aäron goed genoeg was? Als er niets tekortschoot aan het Joodse priesterschap, waarom zou Hij dan de moeite nemen om te spreken over een priesterschap dat het zou vervangen?

^p98

De schrijver leidt uit Psalm 110 af dat God, toen die psalm werd geschreven, al aanwijzingen gaf dat het Joodse priesterschap niet het uiteindelijke priesterschap was, dat het niet volmaakt was. God zou het hebben laten voortbestaan als het volmaakt was. Er is iets wat het niet kon bereiken, waardoor het door een ander priesterschap vervangen zou moeten worden.

^p99

> Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaats.
>
> — Hebreeën 7:12

^p100

Dit is belangrijk, omdat er tegenwoordig veel mensen zijn, vooral messiaanse gelovigen, die graag de nadruk leggen op Jezus’ uitspraak in Mattheüs 5. Volgens mij is het vers 18 en 19, als ik me niet vergis, of daar ergens. Jezus zei:

^p101

> Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten af te schaffen. Ik ben gekomen om ze te vervullen.
>
> — Mattheüs 5:17

^p102

[Redactionele noot: de spreker noemt aarzelend vers 18 en 19, maar haalt [Mattheüs 5:17](https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/matthe%C3%BCs/5) aan.]

^p103

Sommige mensen zeggen: ‘Zie je, Hij kwam niet om de wet af te schaffen; daarom moeten we de hele wet houden.’ Nou, nee, ze vergeten het andere deel. Hij kwam om die te vervullen. Als Hij die eenmaal heeft vervuld, wat dan? Verandert er dan iets? De Bijbel zegt van wel. Er is een verandering in het priesterschap. Dat is een verandering in de wet. Hij zei zelfs dat een verandering in het priesterschap wijst op een verandering in de hele wet. Niets is fundamenteler voor de wet dan het priesterschap. Als dat veranderd is, is de wet veranderd. Die is niet afgeschaft; die is vervuld, maar die is wel veranderd.

^p104

Dat roept vragen op over welke dingen in de wet überhaupt nog geldig blijven. Sommige ongetwijfeld wel, maar welke dingen wel en welke niet? Je kunt niet zomaar zeggen: ‘Jezus kwam niet om de wet af te schaffen; daarom moeten we de sabbat en het Loofhuttenfeest houden, het Pinksterfeest. We moeten alle spijswetten houden.’ Sommige mensen zeggen dat echt. Maar de wet is veranderd. Als je het niet op andere manieren kon zien, zou je het hier wel zien: het priesterschap is veranderd. God heeft daarvan door David getuigd.

^p105

### 16. Priester door onvergankelijk leven

*42:14 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h16*

Vers 13:

^p106

> Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich ooit tot de altaardienst begeven heeft.
>
> — Hebreeën 7:13

^p107

Dit verwijst naar Jezus Zelf. Hij verwijst naar Psalm 110. Over wie gaat het daar wanneer er staat:

^p108

> De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek.
>
> — Psalmen 110:4

^p109

Dat is Jezus, de historische Jezus. Hij is die Persoon over Wie in dat vers wordt gesproken. Er staat dat Hij:

^p110

> [13] Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich ooit tot de altaardienst begeven heeft. [14] Het is immers overduidelijk dat onze Heere van Juda afstamt, over welke stam Mozes niets gezegd heeft in verband met het priesterschap.
>
> — Hebreeën 7:13-14

^p111

Mozes en de wet hebben nooit ook maar enige aanwijzing gegeven dat mensen uit de stam Juda ooit in aanmerking zouden kunnen komen om priester te worden. Daar is een andere stam voor, Levi. Jezus kwam uit Juda, niet uit Levi. Daarom is het duidelijk dat Jezus geen priester zou kunnen zijn als er geen sprake was van een veranderd priesterschap.

^p112

> En dit wordt nog veel duidelijker, als er naar het evenbeeld van Melchizedek een andere Priester opstaat,
>
> — Hebreeën 7:15

^p113

Daarmee wordt Jezus bedoeld.

^p114

> Die dat niet geworden is op grond van een wettelijk voorgeschreven afstamming, maar uit kracht van onvergankelijk leven.
>
> — Hebreeën 7:16

^p115

De priesters uit het geslacht van Aäron bekleedden hun ambt op grond van een vleselijk gebod, een vleselijke afstamming. De wet zei dat degenen die via de vleselijke lijn van Aäron afstammen, daardoor in aanmerking komen. Het hoeven geen goede mensen te zijn. Het kunnen slechte mensen zijn. Maar als ze de juiste afstamming hebben, bekleden ze het ambt. Maar zo is het niet bij Jezus of Melchizedek, die misschien één en dezelfde zijn. Zij bekleden het ambt op grond van de kracht van een eindeloos leven.

^p116

Waarom? Waar haalt hij dat vandaan? Omdat er staat:

^p117

> U bent voor eeuwig Priester naar de ordening van Melchizedek.
>
> — Psalmen 110:4

^p118

Dat is wat David zei. Als het voor eeuwig is, moet je eeuwig leven om voor eeuwig priester te kunnen zijn. In de ordening van Melchizedek komen mensen dus niet op grond van hun afstamming in aanmerking om priester te zijn, maar doordat ze een eindeloos leven hebben. Er is ons al verteld dat Melchizedek een eindeloos leven heeft.

^p119

> Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester.
>
> — Hebreeën 7:3

^p120

Vers 8 zei dat Melchizedek niet is zoals de sterfelijke mensen hier die tienden ontvangen. Daar ontving hij de tienden, en van hem werd getuigd dat hij leeft. Het priesterschap van Melchizedek is dus eindeloos. De persoon die het bekleedt, moet een eindeloos leven hebben, een eeuwig leven.

^p121

### 17. Een betere hoop, bevestigd met Gods eed

*45:17 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h17*

> [17] Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. [18] Want de terzijdestelling van het voorgaande gebod vindt plaats vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.
>
> — Hebreeën 7:17-18

^p122

Dat is het gebod waardoor de zonen van Aäron priesters werden.

^p123

> De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht, maar de totstandbrenging van een betere hoop, waardoor wij tot God naderen, doet dat wel.
>
> — Hebreeën 7:19

^p124

Hij zei dat er iets verdwijnt en dat er iets anders voor in de plaats komt. Door een priester naar de ordening van Melchizedek aan te wijzen, wordt het Aäronitische priesterschap opgeheven. Dat Aäronitische priesterschap is achterhaald. Het is verdwenen. Er is iets anders voor in de plaats gekomen. Er is een betere hoop gekomen, die verband houdt met een eindeloos leven. We hebben een Priester Die nooit zal sterven. We hebben een Priester Die voor altijd voor ons kan pleiten, zolang dat nodig is. Hij kan ons altijd bij God aanbevelen. Dat is een betere hoop. En op grond van die betere hoop naderen we tot God, zegt hij. Vers 20:

^p125

> [20] En in zoverre Hij geen Priester is geworden zonder het zweren van een eed — want zij zijn wel zonder het zweren van een eed priester geworden, [21] maar Hij is het geworden met het zweren van een eed door God, Die tegen Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek — [22] in zoverre is Jezus Borg geworden van een zoveel beter verbond.
>
> — Hebreeën 7:20-22

^p126

Met Zijn betere priesterschap vertegenwoordigt Hij een beter verbond. En hij zei dat hier nog iets anders aan wordt toegevoegd. Net als eerder in hoofdstuk 6, waar hij zei dat er twee onveranderlijke dingen zijn: Gods belofte aan Abraham en Zijn eed die Hij bij Zichzelf zwoer. Zodat we door twee onveranderlijke dingen meer zekerheid zouden hebben. Je hebt er geen twee nodig. Eén is al voldoende. Gods belofte op zichzelf is voldoende. Maar om het nog eens extra te benadrukken, zei God: ‘Ik ga je Mijn belofte geven en nog iets anders dat niet kan veranderen: Mijn eed.’

^p127

Hier heeft hij gezegd dat er dingen aan Jezus zijn die Hem het betere priesterschap geven. Hij heeft een eindeloos leven. Hij is opgewekt uit de doden. Hij zal nooit sterven. Daarom kan Hij een priesterschap bekleden zoals dat van Melchizedek, waarvoor je in aanmerking komt door een eindeloos leven te hebben. Dus dat is goed. Maar er is nog iets goeds, nog iets dat bijdraagt aan de waardigheid van Christus' ambt. En dat is, gewoon als iets extra's erbij: God heeft Hem met een eed in Zijn ambt bevestigd. De priesters in het Oude Testament werden niet met een eed van God in hun ambt bevestigd. Maar God heeft met een eed gezworen dat Christus voor eeuwig Priester is. Dus dat voegt nog een extra laag waardigheid toe aan dat priesterschap.

^p128

Vers 22:

^p129

Daarmee staat Jezus des te meer garant voor een beter verbond.

^p130

Hij zal in het volgende hoofdstuk ingaan op dat betere verbond. Hoofdstuk 8, vers 6 tot en met 13, zal deze kwestie van een beter verbond verder uitwerken. Hij loopt er alleen maar op vooruit. Hij gaat er nu niet op in.

^p131

### 18. Een priesterschap zonder opvolgers

*48:38 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h18*

En hij geeft nog een tegenstelling. Vers 23:

^p132

Er waren veel priesters.

^p133

Dat wil zeggen: er was een opeenvolging van priesters binnen het Aäronitische priesterschap. En dat komt doordat mensen niet eeuwig leven. Ze moesten sterven en het priesterschap aan de volgende overlaten. En die moest sterven en het aan de volgende overlaten. Er waren dus in de loop van hun geschiedenis heel wat priesters, omdat ze geen eindeloos leven hadden. Hij zegt:

^p134

> En zij zijn wel in groten getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven,
>
> — Hebreeën 7:23

^p135

Geen enkele priester kon voor eeuwig aanblijven, omdat hij zou sterven.

^p136

Maar Hij, Jezus,

^p137

> maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat.
>
> — Hebreeën 7:24

^p138

Dit Engelse woord ‘unchangeable’, onveranderlijk, staat hier tegenover het Aäronitische priesterschap. Er waren veel priesters, omdat het priesterschap overging van vader op zoon, van de priester die heenging op zijn opvolger. Dat is een overdraagbaar priesterschap, dat van de een op de ander wordt doorgegeven. Zo is dit priesterschap niet. Sommige Bijbels hebben zelfs in de kantlijn, waar de Engelse tekst ‘an unchangeable priesthood’ zegt, woorden die betekenen: ‘niet overgaand van de een op de ander’, ‘niet doorgegeven van de een aan de ander’. Dat is de tegenstelling die hij maakt. Bij de zonen van Aäron werd het priesterschap dat zij hadden van generatie op generatie doorgegeven, omdat de dood hen verhinderde voor eeuwig aan te blijven. Hij blijft voor eeuwig Priester, dus het wordt nooit doorgegeven. Hij heeft een niet-overdraagbaar priesterschap.

^p139

Maar wacht eens even. Als het priesterschap van Melchizedek verschilt van het Aäronitische priesterschap doordat het niet overdraagbaar is, dat wil zeggen dat het niet van de ene persoon op de volgende wordt doorgegeven, hoe kan Melchizedek het dan hebben gehad en een andere man het later hebben? Wijst dat niet op een overdracht van de een op de ander? Hoe kan Melchizedek het priesterschap hebben en Jezus het hebben, als het niet van de een op de ander overgaat? Stel dat Zij allebei voor eeuwig Priester zijn, terwijl er maar één hogepriester tegelijk is. Hoe kunnen Melchizedek en Christus dan allebei voor eeuwig bestaan als de Priester naar de ordening van Melchizedek, als Zij niet één en dezelfde zijn?

^p140

Als het overgaat van een man, Melchizedek, op een Man, Jezus, dan is het net als het Aäronitische priesterschap. Als Melchizedek inderdaad als een gewoon mens is gestorven en Jezus later zijn priesterschap heeft, hoe verschilt dat dan van het Aäronitische priesterschap, waarbij de ene priester sterft en het aan een opvolger overlaat? Is Jezus dan eenvoudigweg een opvolger van Melchizedek, al ligt er een aanzienlijke tijd tussen Hen? Toch is Hij dan een opvolger in een ambt dat door de gestorven Melchizedek onbezet is achtergelaten, als dat het geval is.

^p141

Maar stel dat Melchizedek nu leeft. Stel dat wie het priesterschap van Melchizedek bekleedt, dat doet door de kracht van een eindeloos leven. Er kan bovendien maar één priester, één hogepriester tegelijk zijn. Zowel Melchizedek als Christus bekleedde dit priesterschap, terwijl het niet van de een op de ander overgaat. Dan is het een verwarrende warboel. Tenzij de veronderstelling door het hele betoog heen is dat Jezus Melchizedek is. Melchizedek was een verschijning van Jezus vóór Zijn menswording.

^p142

### 19. Abraham zag de dag van Christus

*52:19 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h19*

We herinneren ons dat Jezus in Johannes hoofdstuk 8 tegen de Joden die kritiek op Hem hadden, zei:

^p143

> Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en heeft zich verblijd.
>
> — Johannes 8:56

^p144

Dat is Johannes 8:56. Toen zeiden de Joden tegen Hem:

^p145

> De Joden dan zeiden tegen Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien?
>
> — Johannes 8:57

^p146

En Jezus zei tegen hen:

^p147

> Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik.
>
> — Johannes 8:58

^p148

Zijn uitspraak ‘I am’ is natuurlijk een aanspraak op goddelijkheid. Maar Zijn eerdere uitspraak is dat Abraham Hem zag en zich verheugde Hem te zien. We kennen minstens één andere gelegenheid waarbij God aan Abraham verscheen.

^p149

Dat zou kunnen zijn waar Jezus op doelt. Dat is in Genesis 18, waar staat dat Jahweh aan Abraham verscheen. Hij keek op en zag drie mannen in de verte. Hij rende naar hen toe en begroette hen, maakte een maaltijd voor hen klaar en ontving hen gastvrij. Dat zou het kunnen zijn. In dat geval komt Melchizedek hier niet in aanmerking als degene die Abraham zag. Maar als het gaat om zich verheugen Hem te zien, blij zijn Hem te zien, dan is er zeker meer bewijs dat Abraham blij was Hem te zien in hoofdstuk 14. Daar geeft hij Hem een tiende en ontvangt hij een zegen van Hem, enzovoort. Het is heel goed mogelijk dat Jezus met de woorden ‘Jullie vader Abraham zag Mijn dag en was blij’ op precies deze ontmoeting doelt: ‘Ik heb Abraham gezien. Hij heeft Mij gezien. Ik was Melchizedek toen Ik hem daar ontmoette.’ Dat zou kunnen zijn wat Jezus te verstaan geeft.

^p150

### 20. Volkomen behoud door blijvende voorbede

*54:11 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h20*

Nadat er gezegd is dat Hij een niet-overdraagbaar priesterschap heeft, een priesterschap dat eeuwig duurt, en dat de dood Hem niet verhindert om door te gaan, zoals dat bij gewone priesters gebeurt, staat er in vers 25:

^p151

> Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
>
> — Hebreeën 7:25

^p152

Aäron leefde niet voor eeuwig. Hij stierf. Hij leefde een tijd, maar hij stierf. Hij leeft niet voor eeuwig zoals Jezus. Hij leeft voor eeuwig.

^p153

Wat betekent het dat Hij volkomen zou kunnen behouden? Toen ik opgroeide, kende ik dit vers. Ik kende deze uitdrukking. Volgens mij was het D. L. Moody die zei: ‘Jesus not only saves to the uttermost, He saves to the guttermost.’ Daarmee bedoelde hij dat Hij mensen uit de diepste put kan behouden, zelfs uit de goot. Maar er staat niet dat Hij vanuit het uiterste kan behouden, maar tot het uiterste.

^p154

[Vertalersnoot: de aangehaalde Nederlandse tekst heeft ‘volkomen zalig maken’. De spreker bespreekt het Engelse ‘to the uttermost’ en de woordspeling met ‘guttermost’, waarin ‘gutter’ ‘goot’ betekent.]

^p155

Ons behoud is niet voltooid wanneer we tot Christus komen. Dat is er een deel van. We zijn gerechtvaardigd. We zullen naar de hemel gaan als we sterven. Maar behoud omvat meer dan dat. Hij wil ons naar Zijn beeld vormen. Hij wil ons heiligen. Hij wil ons laten opgroeien in Christus. Hij wil dat wij veranderen:

^p156

> Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.
>
> — 2 Korinthe 3:18

^p157

Ook dat maakt deel uit van ons behoud. Hij wil ons tot het uiterste behouden.

^p158

Kijk, hier wordt de tegenstelling gemaakt met de hogepriester in Jeruzalem. Hij kon jaar na jaar voor je offeren, maar hij zou vóór jou kunnen sterven. Zijn voorbede voor jou moet tot een einde komen. Iemand anders moet zijn plaats innemen. Maar Jezus zal niet meer sterven. Daarom hoeft Hij nooit op te houden voor je te pleiten, hoelang het ook duurt. Je zult Hem niet overleven. Hoelang het ook duurt voordat je helemaal tot het uiterste behouden bent, tot de allerverste bestemming waar God je door Zijn voorbede wil brengen, dit zal niet onderbroken worden doordat Jezus Zijn ambt neerlegt. Hij zal er voor eeuwig zijn.

^p159

### 21. Heilig en afgescheiden van zondaars

*56:43 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h21*

Vers 26:

^p160

> [26] Want zo'n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven. [27] Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij eens en voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. [28] Want de wet stelt mensen, die met zwakheid behept zijn, aan als hogepriester. Maar het woord van de eed die na de wet gezworen is, stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is.
>
> — Hebreeën 7:26-28

^p161

Met ‘het woord van de eed’ wordt het zweren in Psalm 110, vers 4 bedoeld. Deze beschrijving van Jezus in vers 26 luidt:

^p162

heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van zondaars.

^p163

Dat is interessant, want gewoonlijk denken we bij Jezus niet aan iemand die van de zondaars afgescheiden is. Hij was een vriend van zondaars. Hij ging met zondaars om. Hij at met hen, enzovoort. Hij hield niet zoveel afstand van hen als Hij volgens de Farizeeën zou moeten doen. Hij was niet afstandelijk. En wat betreft onschadelijk zijn, ik weet ook niet of zij Hem onschadelijk vonden. Volgens mij voelden de Farizeeën zich erg door Hem bedreigd.

^p164

[Vertalersnoot: de Engelse Bijbeltekst die de spreker gebruikt, heeft hier ‘harmless’, ‘onschadelijk’, waar het Nederlandse citaat ‘onschuldig’ heeft.]

^p165

Maar volgens mij wordt ermee bedoeld dat Hij anders is dan zondaars, niet dat Hij geografisch van hen verwijderd is. Hij woonde niet ergens afgezonderd in een klooster in een grot, afgescheiden van de zondige wereld. Hij leefde midden tussen hen. Maar Hij leefde op een ander niveau dan zij. Hij was werkelijk heilig. Hij was in de wereld, maar niet van de wereld, zoals we gewoonlijk zouden zeggen. Hij kon Zich onder zondaars bewegen en toch in een andere wereld leven dan de wereld waarin zij leefden.

^p166

Nu is Hij zeker van hen afgescheiden. Nu is Hij boven in de hemel. Hij is lichamelijk van de zondige wereld verwijderd. Maar in wezen wordt hier gezegd dat dit een goede Hogepriester is. Hij is een heilige man. Hij heeft nooit gezondigd. Onschadelijk: Hij heeft nooit iemand kwaad gedaan. Hij heeft nooit een misdaad gepleegd, geen geweldsmisdrijven of iets dergelijks. Hij is onbevlekt. Hij is niet onrein.

^p167

### 22. Jezus reinigt wat onrein is

*59:10 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h22*

Het is interessant dat een priester door allerlei dingen verontreinigd kon raken. Als hij in aanraking kwam met een dood lichaam, of als hij toevallig naast zijn vrouw lag te slapen en zij ongesteld werd, of als hij iets onreins aanraakte, een melaatse of wat dan ook. Daardoor zou een priester verontreinigd raken. Jezus was onbesmet. Maar dat is nogal ironisch, want Hij raakte melaatsen aan, en Hij werd aangeraakt door een vrouw die aan bloedvloeiingen leed. Hij raakte dode lichamen aan. Dat zijn de dingen die een mens onder de wet zouden verontreinigen. Maar Jezus raakte ze aan en raakte niet verontreinigd.

^p168

Hoe zou je dat kunnen weten? Verontreiniging is een soort onzichtbare werkelijkheid. Nou, God getuigde ervan. Hij raakte een melaatse aan, en de melaatse werd rein. Jezus werd niet melaats. Jezus raakte niet verontreinigd. De melaatse werd gereinigd. Bij de vrouw die aan bloedvloeiingen leed, hield het op toen ze Hem aanraakte. Het dode lichaam dat Hij aanraakte, stond op uit de dood: de zoon van de weduwe van Naïn. Dus de dingen die een Joodse priester daadwerkelijk zouden verontreinigen, het contact met die onreine dingen — Jezus raakte ze aan en bleef onbesmet. Niemand kon beweren dat Hij verontreinigd was geraakt, want de man die Hij aanraakte, was geen melaatse meer.

^p169

De vrouw die aan bloedvloeiingen leed, Hij raakte haar aan, maar ze heeft geen bloedvloeiingen. Hoe kun je dan zeggen dat Hij een vrouw heeft aangeraakt die aan bloedvloeiingen leed? Ze heeft die niet. Hij maakte hun onreinheid ongedaan in plaats van hun onreinheid over te nemen. En zo blijft Hij een onbesmette Priester.

^p170

### 23. Eén offer van een zondeloze Hogepriester

*1:00:57 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h23*

En natuurlijk lezen we in vers 27 dat Jezus de Joodse priesters ook hierin overtreft: Hij hoeft niet eerst offers voor Zichzelf te brengen, omdat Hij nooit gezondigd heeft. Hij hoeft alleen dat ene offer te brengen, en dat heeft Hij gedaan. Dat bespaart werk. De gewone priester moest eerst offers voor zichzelf brengen. Daarna kon hij iets voor het volk doen. Jezus kon die hele eerste stap overslaan. Hij hoefde geen offer voor Zichzelf te brengen. Hij kon meteen aan het werk gaan door Zichzelf als offer voor het volk te brengen. En natuurlijk moesten de priesters dat telkens opnieuw doen. Jezus hoefde het maar eens en voor altijd te doen, zegt hij.

^p171

En vers 28 zegt:

^p172

Want de wet stelt mensen met zwakheden aan als hogepriester.

^p173

Nou, Jezus kende ook zwakheid, maar Hij kende geen morele zwakheid. En ik denk dat dat hier bedoeld wordt, want hij zegt dat de andere priesters ook voor zichzelf offers moesten brengen, dus voor hun eigen zonden. Dat is het soort zwakheid waarover hij het hier heeft. Gewone priesters waren even zondig als hun buren, even zondig als de mensen die ze dienden. Ze hadden een positie die anderen niet hadden, maar ze waren niet beter. Ook zij waren maar gewone zondaars. Bij Jezus was dat anders. De eed die Hem tot Priester maakte, heeft Hem aangesteld als de Zoon Die voor eeuwig volmaakt is geworden.

^p174

En omdat Hij een volmaakt Mens is, hoeft Hij dus geen offers voor Zichzelf te brengen.

^p175

### 24. De overgang naar het betere verbond

*1:02:33 — https://versvoorvers.org/hebreeen/7#h24*

Nu kun je zien dat er, als je bij hoofdstuk 8, vers 1 komt, staat:

^p176

> De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.
>
> — Hebreeën 8:1

^p177

Sommige vertalingen zeggen:

^p178

Dit is een samenvatting van wat we tot nu toe hebben gezegd.

^p179

Maar hoe dan ook, we kunnen zien dat hij bij hoofdstuk 8 in zekere zin ten minste één belangrijke fase van zijn betoog heeft afgerond: de eerste zeven hoofdstukken. En hij kan dat in hoofdstuk 8 samenvatten of ons de hoofdzaak ervan geven voordat hij een andere richting inslaat. En de richting die hij gaat inslaan, is dat hij over het verbond gaat spreken: het nieuwe verbond tegenover het oude verbond.

^p180

Alles hiervoor was zo ongeveer een vergelijking tussen Jezus en andere belangrijke en aanzienlijke personen, of het nu gaat om de engelen, Mozes, Jozua, Aäron of de priesters uit het geslacht van Aäron. Het hele betoog, de eerste zeven hoofdstukken, ging in wezen over Jezus tegenover hen, wat betreft belangrijkheid en aanzien. Hij gaat nu iets anders doen, want toen hij sprak over het priesterschap van Christus dat boven het andere uitgaat, heeft hij ons in hoofdstuk 7, vers 22 verteld:

^p181

> in zoverre is Jezus Borg geworden van een zoveel beter verbond.
>
> — Hebreeën 7:22

^p182

En dus verschuift in hoofdstuk 8 de aandacht van Jezus Zelf naar het betere verbond dat Hij heeft ingevoerd. Maar de aandacht verschuift niet helemaal weg van Jezus Zelf. Het zal gaan over de betere beloften die verbonden zijn aan het nieuwe verbond, beter dan de beloften van het oude verbond. Maar daarna komt het weer terug bij Jezus, Die een beter heilige der heiligen binnengaat, een beter offer brengt en in alle opzichten een betere Hogepriester is. Daar zullen de hoofdstukken 9 en 10 over gaan. En dus wachten die dingen op de volgende bijeenkomsten.

^p183

Maar we komen op het punt waarop de bespreking van Melchizedek iets afrondt wat in hoofdstuk 1 begon, namelijk laten zien hoe ver Jezus boven alles wat Joods is uitgaat. En ik vind het ironisch hoeveel christenen er tegenwoordig zijn die, nadat ze een tijd christen zijn geweest, in de ban beginnen te raken van alles wat Joods is: de messiaanse beweging en de beweging van de Joodse wortels en de beweging van de Hebreeuwse namen en al die dingen. Het lijkt wel alsof er onder veel christenen een mentaliteit heerst van: ‘Wauw, we moeten ons echt in die Joodse dingen gaan verdiepen.’

^p184

En de schrijver van Hebreeën zegt: ‘Dat heb je allemaal al meegemaakt. Je bent daaruit gekomen, en je bent nu bezig met iets wat echt veel interessanter, veel boeiender, veel belangrijker is. Waarom zou je daarnaar teruggaan?’ En dus zullen we in de volgende bijeenkomst over het nieuwe verbond en de kenmerken ervan spreken.

^p185

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Hebreeën 6:4-6](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-6-4-6)
- [Psalmen 110:4](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#psalmen-110-4)
- [Hebreeën 7:12](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-12)
- [Richteren 13:18](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#richteren-13-18)
- [Lukas 1:35](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#lukas-1-35)
- [Hebreeën 7:4](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-4)
- [Hebreeën 7:1](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-1)
- [Hebreeën 7:2](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-2)
- [Hebreeën 7:3](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-3)
- [Hebreeën 7:5](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-5)
- [Hebreeën 7:6-7](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-6-7)
- [Hebreeën 7:8](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-8)
- [Hebreeën 7:9](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-9)
- [Hebreeën 7:10](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-10)
- [Hebreeën 7:11](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-11)
- [Mattheüs 5:17](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#mattheus-5-17)
- [Hebreeën 7:13](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-13)
- [Hebreeën 7:13-14](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-13-14)
- [Hebreeën 7:15](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-15)
- [Hebreeën 7:16](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-16)
- [Hebreeën 7:17-18](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-17-18)
- [Hebreeën 7:19](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-19)
- [Hebreeën 7:20-22](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-20-22)
- [Hebreeën 7:23](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-23)
- [Hebreeën 7:24](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-24)
- [Johannes 8:56](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#johannes-8-56)
- [Johannes 8:57](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#johannes-8-57)
- [Johannes 8:58](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#johannes-8-58)
- [Hebreeën 7:25](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-25)
- [2 Korinthe 3:18](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#2-korinthe-3-18)
- [Hebreeën 7:26-28](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-26-28)
- [Hebreeën 8:1](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-8-1)
- [Hebreeën 7:22](https://versvoorvers.org/hebreeen/7#hebreeen-7-22)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.