---
title: "Genesis Inleiding"
book: "Genesis"
book_slug: "genesis"
passage: "Genesis Inleiding"
passage_en: "Genesis Introduction"
episode: 4
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/genesis/inleiding"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/genesis/inleiding.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/genesis/inleiding.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-09-12"
duration: "PT1H11M45S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Genesis Inleiding», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/genesis/inleiding"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Genesis Inleiding

> De oorsprong van wereld, mens en Israël

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt waarom Genesis onmisbaar is voor het begrijpen van de oorsprong van de wereld, de mensheid, het huwelijk, de zonde, volken en Israël. Hij verdedigt de eerste elf hoofdstukken als historische verslagen en wijst erop dat Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament ze ook zo behandelen. Vervolgens behandelt hij mogelijke bronnen waaruit Mozes Genesis samenstelde, de indeling van het boek en de terugkerende aanduiding ‘toledoth’. Ten slotte bespreekt hij verschillende voorafschaduwingen van Christus en de gemeente, en legt hij uit wat de namen van God in Genesis over Hem openbaren.

## Hoofdstukken

1. [Naam en onmisbaarheid van Genesis](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h1) — 0:02
2. [Israël als werktuig van Gods plan](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h2) — 2:37
3. [Oorsprong van heelal en leven](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h3) — 5:01
4. [God als oorsprong van het huwelijk](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h4) — 7:23
5. [Zonde, kleding, verzoening en aanbidding](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h5) — 9:28
6. [Uitvindingen, steden en samenlevingen](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h6) — 13:02
7. [Israël en de omstreden oergeschiedenis](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h7) — 17:19
8. [Jezus bevestigt schepping en huwelijk](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h8) — 21:29
9. [Jezus over Abel en de zondvloed](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h9) — 23:55
10. [Genesis tegenover naturalistische evolutie](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h10) — 26:46
11. [Genesis als basis voor de rest van de Bijbel](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h11) — 29:04
12. [Waar Mozes zijn informatie vandaan had](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h12) — 31:03
13. [Overgeleverde geschriften vóór Mozes](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h13) — 33:18
14. [Betrouwbaarheid van mondelinge overlevering](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h14) — 36:04
15. [De hoofdindelingen van Genesis](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h15) — 38:46
16. [Toledoth als indeling van Genesis](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h16) — 42:27
17. [Toledoth: begin of slot van een deel](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h17) — 45:12
18. [Toledoth en de mogelijke brondocumenten](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h18) — 48:00
19. [De betekenis van Bijbelse typen](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h19) — 51:19
20. [Adam, Eva, Abel en Noach als typen](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h20) — 53:21
21. [Izak en Jozef als beelden van Christus](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h21) — 57:19
22. [Bijbelse namen en de naam Elohim](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h22) — 1:01:06
23. [De betekenis en uitspraak van Jahweh](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h23) — 1:04:09
24. [Namen die Gods karakter openbaren](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h24) — 1:06:47
25. [Jakob erkent God als zijn eigen God](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h25) — 1:09:03

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#p<n>.

### 1. Naam en onmisbaarheid van Genesis

*0:02 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h1*

We zijn toe aan onze inleiding op het boek Genesis, en na al deze inleidende lezingen gaan we eindelijk aan Genesis beginnen. Je vraagt je waarschijnlijk af of we ooit nog aan de Bijbel zelf toekomen, of dat we alleen maar over de Bijbel zullen praten. Maar we zijn bijna klaar met het bespreken van de dingen waarover we moeten praten voordat we aan de Bijbel zelf beginnen.

^p1

De naam van het boek Genesis is eigenlijk afkomstig uit de Septuaginta, het Griekse Oude Testament. Genesis is een Grieks woord. Het betekent eenvoudigweg ‘begin’ of ‘oorsprong’. In de Hebreeuwse Bijbel hadden ze niet erg fantasierijke manieren om de Bijbelboeken een naam te geven. Deze vroege Bijbelboeken zijn in de Hebreeuwse Bijbel eenvoudigweg genoemd naar de eerste woorden van het boek. De eerste woorden van het boek Genesis zijn:

^p2

‘In het begin’ — en zo heet het boek dan ook in de Hebreeuwse Bijbel, met de overeenkomstige Hebreeuwse woorden. Exodus heet bijvoorbeeld:

^p3

‘Dit zijn de namen.’ Dat zijn de beginwoorden van het boek Exodus.

^p4

Toen de Septuaginta werd vertaald, kreeg elk boek in de Griekse Bijbel een Griekse naam. Exodus is bijvoorbeeld een Grieks woord dat ‘een uittocht’ betekent. Genesis is een Grieks woord dat ‘het begin’ of ‘oorsprongen’ betekent.

^p5

Het boek Genesis is absoluut een onmisbaar boek, omdat het ons dingen vertelt die geen enkel ander boek ons zou kunnen vertellen. Het vult bijvoorbeeld het gat tussen het begin van alles en het begin van het menselijk ras. Zonder het boek Genesis zouden we werkelijk niet weten hoe we hier gekomen zijn, of trouwens waarom. Ook zouden we niet weten of we verantwoording verschuldigd zijn aan Iemand omdat Hij ons tot bestaan heeft gebracht.

^p6

Het vult een belangrijk gat tussen het begin van de geschiedenis en het moment waarop Israël uit Egypte trok. Als we alleen het boek Exodus hadden om mee te beginnen en het boek Genesis niet hadden, zouden we aan het begin van Exodus in Egypte een volk van slaven aantreffen. Daar zou ons verhaal beginnen. We zouden zien dat God om de een of andere reden sympathie voor hen had en ervoor koos hen uit Egypte te leiden, van hen een bijzonder volk te maken en daarbij Egypte te straffen. We zouden niet precies weten waarom God juist deze slaven uitkoos om voor hun zaak op te komen, in plaats van voor enig ander onderdrukt volk ter wereld.

^p7

### 2. Israël als werktuig van Gods plan

*2:37 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h2*

Maar in het boek Genesis ontdekken we dat de slaven die God in het boek Exodus redt een geschiedenis hadden. Hun voorouders hadden een geschiedenis van een verbondsrelatie met God. Daarom voelde Hij Zich aan hen verbonden en kwam Hij hun te hulp. Maar de vraag hoe zij in die verbondsrelatie terechtgekomen waren, zou beantwoord moeten worden. Want we zouden kunnen zeggen: Trekt God mensen voor? Waarom zou God een bijzondere relatie met deze mensen hebben en niet met anderen?

^p8

We ontdekken dat God mensen niet voortrekt. God is Israël niet bijzonder gunstig gezind in de zin dat Hij hen redt en hen vanwege hun voorouders allemaal naar de hemel brengt. Uit het onderwijs van Jezus en Johannes de Doper blijkt heel duidelijk dat niemand op grond van zijn afkomst in de eeuwigheid een goede relatie met God zal hebben. Denk eraan dat Johannes de Doper tegen de Joden zei:

^p9

> en denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken.
>
> — Mattheüs 3:9

^p10

Hij zei:

^p11

God zou uit deze stenen kinderen van Abraham kunnen laten voortkomen als Hij dat wilde.

^p12

Met andere woorden, op zichzelf betekent dat niets. Wat bepalend is voor een persoonlijke relatie met God, is jouw persoonlijke geloof en gehoorzaamheid aan God.

^p13

Maar God koos wel een volk dat Zijn aardse doelen moest vervullen. Israël werd om een aardse reden gekozen. Die reden was God te kennen, de kennis van Hem aan anderen bekend te maken en, bovenal, de Messias in de wereld voort te brengen. Dat je deel uitmaakte van Israël betekende niet dat je persoonlijk automatisch op goede voet met God stond. Er waren mensen in Israël die door de aarde werden verzwolgen of op andere afschuwelijke manieren stierven, omdat God hun als individuen niet gunstig gezind was. De relatie van een individu met God is altijd gebaseerd geweest op persoonlijke factoren.

^p14

Maar God koos een volk, Israël, om Zijn werktuig, Zijn middel te zijn, waardoor Hij de Messias zou voortbrengen. En voordat Hij de Messias voortbracht, zou Hij door dit volk de kennis van Zichzelf voor de wereld bewaren. We ontdekken dat dit in Genesis begint, net als veel andere dingen.

^p15

### 3. Oorsprong van heelal en leven

*5:01 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h3*

In Genesis vinden heel veel dingen hun begin. In hoofdstuk 1 vinden we het begin van het heelal, het zonnestelsel, het leven en de mensheid. De oorsprong van het heelal en de oorsprong van het leven vormen nog steeds een mysterie, zelfs voor de meest vooraanstaande wetenschappers. Ze weten nog altijd niet waarom het heelal tot bestaan kwam. Ze weten niet waarom er iets is in plaats van niets. Wetenschapsfilosofen hebben zich hier tot op de dag van vandaag het hoofd over gebroken. De modernste wetenschappers weten nog steeds niet waarom er een heelal is. Ze kunnen zeggen hoe het volgens hen is ontstaan. Natuurlijk spreken ze tegenwoordig over de oerknal als de oorsprong van dit alles, maar niemand kan zeggen waarom die plaatsvond.

^p16

Evenzo blijft de oorsprong van het leven voor de meest vooruitstrevende wetenschappers een onopgelost mysterie. De evolutietheorie probeert niet eens de oorsprong van het leven te verklaren, omdat er geen evolutie kan zijn voordat er leven is. Als er al sprake is van evolutie, is die het gevolg van mutaties. En mutaties bestaan pas wanneer je zelfreplicerende moleculen hebt, en die zijn leven. Eerst moet er leven zijn; daarna kan er misschien evolutie zijn. Maar zolang er nog geen levende wezens bestaan, komt evolutie niet op gang. Prebiotische evolutie is een onjuiste benaming. Evolutie, zoals wetenschappers tegenwoordig graag over evolutie spreken, kan er pas zijn wanneer er iets levends is dat zichzelf voortplant en kan muteren. Maar wanneer je alleen niet-levende chemische stoffen hebt, is er niets in de natuur bekend wat die zou samenvoegen of ervoor zou zorgen dat ze zichzelf samenvoegen tot de stoffen die voor leven nodig zijn, bijvoorbeeld tot eiwitmoleculen, die moeten bestaan voordat er leven is.

^p17

De wetenschap heeft geen antwoord op de vraag waarom het universum bestaat, en evenmin op de vraag hoe het leven is ontstaan. Maar de Bijbel vertelt het ons in feite wel. We mogen verwachten dat God, als Hij ons heeft gemaakt en een relatie met ons wil hebben, ons enige informatie geeft over deze dingen, die voor ons zo belangrijk zijn om te weten.

^p18

### 4. God als oorsprong van het huwelijk

*7:23 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h4*

In hoofdstuk 2 vinden we de oorsprong van het huwelijk. En we moeten bedenken dat het huwelijk geen menselijke instelling is. De mens heeft het huwelijk niet geschapen. Mensen die God niet kennen, God niet centraal stellen of Genesis niet serieus nemen, nemen aan dat het huwelijk een instelling is die mensen uiteindelijk zelf hebben bedacht nadat ze zich als menselijk ras uit vroegere, lagere soorten hadden ontwikkeld. Ze beseften dat ze een soort samenleving nodig hadden, een soort beschaving, een ordening in gezinnen, enzovoort. Dus kwamen ze op het idee van het huwelijk. Volgens deze opvatting is het huwelijk een menselijke instelling, geschapen door en voor de samenleving. Daarom heeft de samenleving, als zij de definitie ervan wil veranderen of het huwelijk wil reguleren naar de grillen van de huidige mode, alle recht om dat te doen. Als we het huwelijk willen definiëren als iedere liefdevolle relatie tussen personen, ongeacht hun geslacht, wie kan dan zeggen dat we dat niet zouden mogen doen als de meerderheid beslist, als mensen daarover willen stemmen?

^p19

De Bijbel geeft aan dat het geen zaak is die door de meerderheid wordt beslist. De mens heeft het huwelijk niet geschapen en daarom bepaalt de mens niet wat het is en reguleert hij het niet. In Genesis 2 vinden we dus de oorsprong van het huwelijk. Natuurlijk staat er in vers 24 van hoofdstuk 2:

^p20

> Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.
>
> — Genesis 2:24

^p21

Dat is de definitie van het huwelijk in de Schrift. Paulus haalt dit aan in Efeze 5. Jezus haalt het aan in Mattheüs 19. Het is duidelijk dat de schrijvers van het Nieuwe Testament Genesis 2 zagen als de omschrijving van het wezen zelf van het huwelijk, omdat het Gods idee was. God heeft het geschapen. De mens is niet bevoegd om het opnieuw te definiëren, omdat het geen uitvinding van de mens is.

^p22

### 5. Zonde, kleding, verzoening en aanbidding

*9:28 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h5*

In hoofdstuk 1 hebben we dus het begin van het universum en van het leven. We hebben het begin van het huwelijk. Genesis is een boek van vele oorsprongen. In hoofdstuk 3 hebben we het begin van zonde en dood. Dit zijn dingen die onder mensen algemeen bekend zijn zolang wij de menselijke geschiedenis kennen. Mensen sterven; mensen zondigen. Maar op een bepaald moment zijn ze daarmee begonnen. Het begon ergens. Het begon in Genesis 3.

^p23

Trouwens, in hoofdstuk 3 hebben we ook het begin van kleding. Zonder Genesis zouden we niet met enige zekerheid kunnen zeggen waarom mensen kleding zouden moeten dragen. In het noordwesten aan de Grote Oceaan is het duidelijk waarom je kleding draagt: het is er koud. Maar als je in de tropen was, zou het dan iets uitmaken? In veel delen van de wereld zou het misschien comfortabeler zijn om geen kleding te dragen. Toch hebben alle samenlevingen, behalve de meest geïsoleerde, laten we zeggen, over het algemeen erkend dat mensen kleding moeten dragen om andere redenen dan alleen bescherming tegen hun omgeving, en meer met het oog op zedigheid. Ook het besef van zedigheid is in wezen een universeel menselijk instinct geworden. De oorsprong van kleding en het begin van dat vreemde instinct vinden we in Genesis 3, evenals het begin van verzoening.

^p24

Verzoening speelt in vrijwel alle godsdiensten een rol. Verzoening betekent vrede sluiten met God. Alle godsdiensten bestaan om te proberen een zeker gevoel van vrede tot stand te brengen met God, als die godsdienst in God gelooft, of op zijn minst met de kosmos, of met datgene wat als het hoogste wordt beschouwd. Het begin daarvan vinden we in Genesis 3. Adam en Eva ontdekken daar dat ze zondig zijn en worden in hun geweten getroffen door hun ongehoorzaamheid. Ze proberen hun naaktheid te bedekken, zodat ze zich in de aanwezigheid van God niet zouden schamen. Toch zijn ze niet in staat dat afdoende te doen, en daarom bedekt God Zelf hen met dierenhuiden. Dit is het begin van het begrip dat God de zonde voor de mens bedekt. Dit idee wordt natuurlijk verder uitgewerkt in de rest van de Schrift. En buiten de Schrift ligt het in wezen ten grondslag aan bijna alle godsdiensten, waarschijnlijk aan iedere godsdienst die ooit door de mens is geschapen.

^p25

We zien hier ook het begin van religieuze aanbidding, opnieuw een universele menselijke neiging die in alle samenlevingen voorkomt. Alle samenlevingen aanbidden. De mens is een aanbiddend wezen. Voor zover wij kunnen nagaan, ervaren dieren geen ontzag. Ze aanbidden God niet uit vrije keuze. Je zou kunnen zeggen dat alles wat ze doen in zekere zin God verheerlijkt, omdat ze altijd doen wat God wil dat ze doen. Ze doen het instinctief, maar niet uit eigen keuze. Mensen, die het kunnen doen als ze dat willen en het kunnen nalaten als ze dat niet willen, aanbidden altijd. Ze aanbidden niet altijd de juiste God. Soms aanbidden ze zichzelf. Soms aanbidden ze geld. Soms aanbidden ze andere mensen.

^p26

Soms aanbidden ze de staat. Maar alle mensen aanbidden. Mensen hebben dit instinct om te aanbidden, en de oorsprong van aanbidding vinden we in Genesis 4, bij de daar beschreven offers van Kaïn en Abel.

^p27

### 6. Uitvindingen, steden en samenlevingen

*13:02 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h6*

Ook de oorsprong van menselijke uitvindingen en vernieuwingen vinden we in Genesis, hoofdstuk 4. Want daar lezen we dat de nakomelingen van Kaïn bepaalde dingen ontwikkelden, zoals muziekinstrumenten en metallurgie, het bewerken van metalen. Trouwens, ook dat is iets wat alleen mensen doen. Dieren vinden geen dingen uit. Dieren ontwikkelen geen nieuwe dingen. Je zou kunnen zeggen: “Maar spinnen doen dat wel. Ze hebben die geweldig goed geconstrueerde webben.” Maar ze hebben die niet uitgevonden. Er was niet in de begintijd een intelligente spin die ging zitten en zei: “Volgens mij zou dit heel goed werken,” om vervolgens een bouwtekening voor een spinnenweb te maken, zijn nakomelingen te leren hoe ze dat moesten doen en het voor hen op schrift te stellen. Spinnen doen dat vanaf de dag waarop ze geboren worden. Het is instinctief. God heeft die webben ontworpen. Spinnen niet.

^p28

Zo zijn ook vogelnesten, wespennesten en beverdammen staaltjes van techniek waar veel intelligentie achter zit. Maar dat is niet de intelligentie van de bever, de vogel, de spin of de wesp. Het is de intelligentie van God. Menselijke innovatie bestaat omdat de mens naar Gods beeld gemaakt is. Omdat de mens naar Gods beeld gemaakt is, heeft hij creatieve instincten en creatieve vermogens, zoals God die heeft. Daarom zien we het begin van menselijke uitvindingen: het uitvinden van muziekinstrumenten en het uitvinden van wat ze in die tijd dan ook met metaal hebben uitgevonden, mogelijk wapens. Dat waren de eerste dingen die ze met metaal begonnen te ontwikkelen. Het is moeilijk te zeggen. Dat doen ze nog steeds.

^p29

De oorsprong van menselijke innovatie ligt in Genesis. De oorsprong van steden en volken, dat wil zeggen georganiseerde samenlevingen, ligt in Genesis. Ik weet niet in hoeverre je deze dingen als vanzelfsprekend beschouwt. Zonder Genesis zouden we eigenlijk niet weten waarom of hoe mensen zich voor het eerst begonnen te organiseren in samenlevingen, waarin ze iemand de leiding over hen lieten nemen en met elkaar samenwerkten. Je denkt misschien dat dit zich na verloop van tijd gewoon zou ontwikkelen, en misschien zou dat gebeurd zijn als het zo gegaan was, maar dat was niet zo. Het heeft zich niet na verloop van tijd ontwikkeld. De eerste stad werd in Genesis 4 door Kaïn zelf gesticht. De volken ontstonden als afzonderlijke etnische groepen, ongetwijfeld na de toren van Babel, uit de drie zonen van Noach. Daarover lezen we in Genesis, hoofdstuk 10. We weten dus waar de oorspronkelijke volken uit de oudheid vandaan kwamen en wie hun voorouders waren.

^p30

In hoofdstuk 11 vinden we de oorsprong van de verschillende talen. Als je erover nadenkt: als we het verhaal van de toren van Babel niet hadden, hoe zou je dan denken dat deze verschillende talen zijn ontstaan? Natuurlijk zou evolutie het enige alternatief voor het Bijbelse verhaal zijn. Maar hoe zouden die talen zich ontwikkeld hebben, vooral in de betrekkelijk korte tijd dat mensen op aarde zijn? Zelfs als we Genesis niet serieus nemen en aannemen dat mensen al zolang op aarde zijn als evolutionisten zeggen, misschien een miljoen jaar en misschien iets langer, waarom zouden al deze talen zich dan binnen die periode ontwikkelen?

^p31

Denk er eens over na. Als de eerste mensen die spraak ontwikkelden die aan hun kinderen leerden, zoals jij die aan jouw kinderen hebt geleerd of die van jouw ouders hebt geleerd, dan zouden hun kinderen dezelfde taal aan hun kinderen doorgeven, niet een andere taal. Nu is het waar dat mijn kinderen een enigszins andere taal spreken dan ik. Elke generatie heeft haar eigen woordenschat. Maar die taal is nog steeds verstaanbaar. Om binnen zo’n betrekkelijk korte tijd tot een volkomen andere taal te komen, en tot duizenden talen, lijkt mij moeilijk te verklaren. Secularisten hebben ongetwijfeld theorieën die aannemelijk klinken, maar wij hoeven er niet naar te raden, want de Bijbel vertelt ons waar al die verschillende talen vandaan kwamen en waarom.

^p32

### 7. Israël en de omstreden oergeschiedenis

*17:19 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h7*

Dan is er natuurlijk iets wat misschien wel een van de belangrijkste dingen in Genesis is: het vertelt ons over de oorsprong van het volk Israël. Ik neem niet aan dat dit belangrijker is dan de oorsprong van het heelal of van het leven, of misschien van enkele van deze andere dingen, maar Israël wordt in de rest van de Bijbel het meest centrale aandachtspunt. De oorsprong van Israël ligt bij de roeping van een man die toen Abram heette en later Abraham, in Genesis, hoofdstuk 12.

^p33

We vinden in Genesis dus het begin van belangrijke instellingen. Bijna allemaal vinden we ze in de eerste elf hoofdstukken. Trouwens, juist de eerste elf hoofdstukken van Genesis zijn het vaakst aangevochten wat hun historische betrouwbaarheid betreft. Er zijn misschien veel mensen die geen christen en geen Jood zijn en niet in de Bijbel geloven, maar die wel zouden erkennen dat er een man met de naam Abraham is geweest, die mogelijk de voorvader van het Joodse volk was. Zijn verhaal begint in Genesis 12, of zijn geboorte wordt aan het begin van het verhaal vermeld, aan het einde van Genesis, hoofdstuk 11.

^p34

Maar in de eerdere hoofdstukken van Genesis, voornamelijk in de eerste elf, vinden we dingen die de moderne mens gewoonlijk als mythologisch beschouwt: de schepping in zes dagen, een pratende slang, de zondeval, de vloed die de aarde bedekte en de toren van Babel. Seculiere mensen beschouwen deze verhalen beslist niet als betrouwbaar, om de eenvoudige reden dat seculiere mensen naturalistisch denken. Ze geloven niet in het bovennatuurlijke. Al deze verhalen bevatten bovennatuurlijk ingrijpen van God, of in één geval van de duivel. Zonder het bovennatuurlijke kunnen die dingen niet plaatsvinden. Daarom bestaan er in de moderne westerse beschaving, die het bovennatuurlijke afwijst, ernstige twijfels over de historiciteit van de eerste elf hoofdstukken van Genesis. Veel christenen die iets liberaler zijn dan ik, zijn bereid geweest aan deze twijfels tegemoet te komen en te zeggen: „De eerste elf hoofdstukken waren eigenlijk niet bedoeld als geschiedschrijving.” Zij zouden zeggen dat de geschiedenis pas echt begint in hoofdstuk 12, bij Abraham. Het materiaal daarvoor bestaat uit legenden en mythen van de Joden, of misschien uit poëtische, fantasierijke beschrijvingen. Ze waren net zomin bedoeld om als geschiedenis te worden opgevat als de gelijkenissen van Jezus bedoeld waren om als historische verhalen te worden opgevat: zedelijke vertellingen, volksverhalen met een zedelijke les. Zo zit de moderne houding tegenover de eerste elf hoofdstukken van Genesis doorgaans in elkaar.

^p35

Maar die hoofdstukken wekken beslist in elk opzicht de indruk dat ze aanspraak maken op historische waarheid. Je zou geen heel hoofdstuk nodig hebben — bijvoorbeeld hoofdstuk 5 — waarin alleen de generaties van Adam tot Noach worden vastgelegd: de leeftijd van iedere man bij de geboorte van zijn zoon, hoeveel jaar hij daarna nog leefde en hoe oud hij in totaal werd. Dat hoofdstuk zou volkomen overbodig zijn als de schrijver niet probeerde duidelijk te maken dat deze dingen werkelijk gebeurd zijn, dat deze gebeurtenissen in historische perioden plaatsvonden en door deze gebeurtenissen met elkaar verbonden zijn, waarbij het aantal jaren kan worden opgeteld. Het wordt beslist behandeld alsof het geschiedenis is.

^p36

Zo wordt ook de periode van Noach tot Abraham op een soortgelijke manier behandeld. Niet met evenveel details, maar toch worden het aantal jaren en het aantal generaties tussen Noach en Abram gegeven. Het wordt behandeld alsof het geschiedenis is. Natuurlijk zou iemand eraan kunnen twijfelen. Iemand zou kunnen zeggen dat het oneerlijk is, dat het als geschiedenis wordt voorgesteld maar geen echte geschiedenis is. Maar niemand kan redelijkerwijs zeggen dat het niet wordt voorgesteld met de bedoeling het idee over te brengen dat dit historisch is. Dat is wel degelijk zo.

^p37

### 8. Jezus bevestigt schepping en huwelijk

*21:29 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h8*

Jezus geloofde Zelf natuurlijk dat deze verhalen historisch waren. Van de vier voornaamste verhalen in de eerste elf hoofdstukken van Genesis lichtte Jezus er drie uit. Hij noemde ze en sprak erover alsof het historische gebeurtenissen waren.

^p38

In Mattheüs 19 werd Hem bijvoorbeeld gevraagd wat de regels waren, wat de ethische norm voor echtscheiding was: of iemand om elke reden die hij maar wilde van zijn vrouw zou mogen scheiden of niet, zoals sommige rabbijnen zeiden. Jezus zei:

^p39

> En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft,
>
> — Mattheüs 19:4

^p40

Hij zei — dat wil zeggen, Jezus zei dat God het gezegd had; Degene Die hen gemaakt had, zei:

^p41

> en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn,
>
> — Mattheüs 19:5

^p42

Op grond van die uitspraak zei Jezus daarom het volgende:

^p43

> zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.
>
> — Mattheüs 19:6

^p44

God verklaart dat de man en de vrouw één vlees worden. Als God verklaart dat zij één vlees zijn, dan heeft God hen samengevoegd. De mens moet hen dan niet uit elkaar halen.

^p45

Hier geeft Jezus een zeer relevante en belangrijke ethische leer voor het welzijn van de mens. Echtscheiding is duidelijk een kwestie waar mensen sterke gevoelens over hebben, vooral mensen met een ongelukkig huwelijk en mensen die gescheiden zijn. Echtscheiding is een zeer belangrijke ethische kwestie, omdat ze kinderen beschadigt, mensen beschadigt en de stabiliteit van de samenleving ondermijnt. Waarop baseert Jezus Zijn ethische leer hier? Op de aanname dat Genesis 2:24 historisch waar is. Wanneer Hem wordt gevraagd: „Wat is de ethische norm voor echtscheiding?”, zegt Hij: „Heb je niet gehoord hoe God het heeft gedaan? Laat Mij het voor je citeren.” Hij citeert Genesis 2:24 alsof het waar is, alsof het werkelijk gebeurd is. Hij zegt: „Zo heeft God het gedaan; daarom is het verkeerd om het ongedaan te maken.” Jezus geloofde beslist dat het scheppingsverhaal in Genesis 2 historisch waar was.

^p46

### 9. Jezus over Abel en de zondvloed

*23:55 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h9*

Ook in Lukas 11, geloof ik, en in de parallelle passage in Mattheüs 23, berispte Jezus Zijn generatie en Zijn volk als geheel. Hij zei dat al het rechtvaardige bloed dat vergoten was, vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die de laatste martelaar in de Joodse canon van de Schrift was, over deze generatie zou komen. Dat wil zeggen dat het hun zou worden aangerekend. Hij zei dat deze generatie gestraft zou worden voor al het rechtvaardige bloed dat vanaf Abel tot Zacharia vergoten was, en daarvoor verantwoordelijk zou worden gehouden.

^p47

Jezus had dat beslist niet kunnen zeggen als Hij niet dacht dat Abel werkelijk gestorven was en dat zijn rechtvaardige bloed werkelijk vergoten was. Je kunt mensen geen straf opleggen voor misdrijven die historisch nooit hebben plaatsgevonden. Hoe kon Jezus zeggen: „Jullie zullen verantwoordelijk worden gehouden voor het bloed van Abel”, als Abel een mythisch personage was? Je zou iemand evengoed verantwoordelijk kunnen houden voor het feit dat Humpty Dumpty van de muur viel, want niemand kan verantwoordelijk worden gehouden voor iets wat nooit werkelijk gebeurd is. Maar Jezus zei dat de Israëlieten van Zijn tijd verantwoordelijk zouden worden gehouden voor al het rechtvaardige bloedvergieten, met inbegrip van het bloed van Abel. Jezus was ervan overtuigd dat dit werkelijk gebeurd was.

^p48

Zo zei Jezus ook in Mattheüs 24 en de parallelle gedeelten:

^p49

> Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
>
> — Mattheüs 24:37

^p50

Hij zei dat vóór de zondvloed de mensen aten en dronken, trouwden en anderen ten huwelijk gaven, en dat ze het niet wisten totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam.

^p51

Je kunt niet echt zeggen dat het zal zijn zoals in die dagen als de beschreven gebeurtenissen niet werkelijk hebben plaatsgevonden, als die dagen nooit hebben bestaan. Hij zei dat het op die toekomstige dag zo zal zijn als het in die dagen in het verleden was, alsof die dagen werkelijk hebben bestaan. Jezus bevestigde dus dat Hij dat geloofde. En trouwens, christenen geloven per definitie wat Jezus geloofde. Als je niet gelooft wat Jezus geloofde, ben je geen volgeling van Jezus. Rabbi’s hadden discipelen. De discipelen geloofden wat hun rabbi hun leerde. Jezus is onze rabbi, onze Heere, zelfs onze God, en wij zijn Zijn discipelen. Wij geloven wat Hij zei, anders zijn wij Zijn discipelen niet. Zodra een ware christen beseft wat Jezus hierover zei, zou hij daarom moeten erkennen dat Christus de eerste elf hoofdstukken van Genesis behandelde als historische gebeurtenissen. Zo zullen wij ze aanvaarden. Dat is althans hoe ik ze zal aanvaarden.

^p52

### 10. Genesis tegenover naturalistische evolutie

*26:46 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h10*

Behalve dat de eerste elf hoofdstukken van Genesis het begin van al deze belangrijke dingen vastleggen, geldt trouwens ook: als die hoofdstukken niet historisch zijn, weten we niet hoe al die belangrijke dingen begonnen zijn. Als de eerste elf hoofdstukken historisch niet waar zijn, maar slechts mythen, dan weten we werkelijk nog steeds niet waar de wereld, het leven, het huwelijk, kleding, taal of al die andere dingen vandaan kwamen. Voor moderne mensen is dat helemaal prima, want zij willen niet dat de antwoorden op die vragen de antwoorden zijn die in de eerste elf hoofdstukken van Genesis worden gegeven. Ze willen dat de antwoorden anders zijn. Moderne mensen willen een evolutionair antwoord geven.

^p53

Ik hoop dat het niet lijkt alsof ik voortdurend alleen maar de evolutie aanpak. Het is een stokpaardje, maar je moet beseffen dat naturalistische evolutie het enige alternatief voor het Bijbelse verhaal is dat de westerse beschaving geloofwaardig acht. Er zijn andere verhalen in de hindoeïstische religie en in de heidense religies over hoe het heelal is ontstaan uit gevechten tussen goden en dat soort dingen. In de moderne tijd heeft de westerse beschaving die nooit omarmd. Maar in de westerse beschaving omarmen moderne mensen een van twee verschillende verklaringen. Ze aanvaarden óf het Bijbelse verslag, óf ze aanvaarden een evolutionair verslag waarin de natuur al deze dingen heeft voortgebracht en waarin het leven, de wereld en alles door natuurlijke oorzaken zijn ontstaan, hoewel er absoluut geen bekende natuurwetten zijn die dat zouden kunnen doen. Ze hopen die te vinden. Ze geloven dat taal, het huwelijk, de menselijke samenleving en alle dingen eenvoudigweg geëvolueerd zijn.

^p54

Het is duidelijk dat moderne mensen het niet erg vinden om het verslag van de eerste elf hoofdstukken, dat deze dingen verklaart, kwijt te raken. Ze willen namelijk niet dat de verklaring díé verklaring is. Maar Jezus aanvaardde die wel. Nogmaals: christenen aanvaarden per definitie wat Jezus zei. Dat is wat ‘christen’ betekent.

^p55

### 11. Genesis als basis voor de rest van de Bijbel

*29:04 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h11*

De wortels van alle latere openbaring in de Bijbel zijn eveneens in Genesis te vinden. Dat wil zeggen: zonder de informatie in het boek Genesis zouden we werkelijk niet goed weten hoe we het grootste deel van wat de rest van de Bijbel zegt, moeten begrijpen. De personen die in het boek Genesis worden geïntroduceerd, worden bijvoorbeeld tientallen keren genoemd in de andere boeken van de Bijbel: Adam, Kaïn, Abel, Noach, Henoch, Abraham, Izak, Jakob en de zonen. Deze mannen worden in de rest van de Bijbel vele tientallen keren genoemd.

^p56

Genesis wordt in het Nieuwe Testament meer dan zestig keer geciteerd, in zeventien van de zevenentwintig boeken. Het Nieuwe Testament telt zevenentwintig boeken, en zeventien daarvan citeren Genesis letterlijk. Dat is iets anders dan ernaar verwijzen. Er zijn veel meer verwijzingen. In het Nieuwe Testament zijn er meer dan tweehonderd verwijzingen naar Genesis, maar er zijn ongeveer zestig echte citaten. Met citaten bedoel ik dat er staat: ‘Zoals geschreven staat’, waarna een vers uit Genesis wordt geciteerd. Als je ook de verwijzingen naar het boek Genesis in het Nieuwe Testament meetelt, kom je uit op ongeveer tweehonderd. Het is duidelijk dat het Nieuwe Testament doortrokken is van informatie die haar oorsprong in Genesis heeft.

^p57

Meer dan honderd van deze verwijzingen naar Genesis in het Nieuwe Testament zijn in feite verwijzingen naar de eerste elf hoofdstukken. Ik wijs daarop omdat, zoals ik al zei, juist die eerste elf hoofdstukken door moderne denkers het ernstigst worden aangevallen als historische informatie. Maar ongeveer de helft, zo’n honderd, van de verwijzingen naar Genesis in het Nieuwe Testament zijn verwijzingen naar die elf hoofdstukken, en zes daarvan komen rechtstreeks uit het onderwijs van Christus.

^p58

### 12. Waar Mozes zijn informatie vandaan had

*31:03 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h12*

Wanneer we bij Genesis komen, rijst de redelijke vraag waar die informatie vandaan kwam. Christenen zeggen dat ze van God kwam, maar waar het uiteindelijk op neerkomt is dit: als Mozes dit heeft geschreven, waar haalde hij de informatie dan vandaan? Heeft God die eenvoudigweg aan hem geopenbaard, of beschikte hij over informatie uit eerdere bronnen? Dat is werkelijk de vraag.

^p59

Het leven van Mozes begint aan het begin van Exodus en loopt door tot zijn dood in Deuteronomium. Maar Genesis legt informatie vast van vóór Mozes’ leven, zelfs van eeuwen daarvoor. Mozes had de informatie in Exodus tot en met Deuteronomium grotendeels uit zijn eigen ervaring kunnen opschrijven. Daarvoor zou hij geen bronnen nodig hebben. Hij leefde in die tijd. Hij was de hoofdpersoon om wie al die gebeurtenissen draaiden. Maar Mozes was niet aanwezig in Genesis. Als hij Genesis heeft geschreven, moet hij daarom over iets anders dan zijn eigen ervaring hebben beschikt waarop hij zich kon baseren.

^p60

Er lijken twee mogelijkheden te zijn. De ene is dat God het eenvoudig rechtstreeks aan Mozes geopenbaard kan hebben. Dit is een theorie die sommige mensen aanhangen. We weten dat Mozes de eerste keer veertig dagen op de berg Sinaï doorbracht, toen hij de Tien Geboden ontving. God had waarschijnlijk geen veertig dagen nodig om de Tien Geboden in steen te griffen. Dat had veel sneller gekund. Wat gebeurde er gedurende die veertig dagen? Daarna kwam Mozes naar beneden, brak de Tien Geboden en ging voor nog eens veertig dagen naar boven. Hij bracht dus in totaal tachtig dagen met God door op de bergtop. Natuurlijk bracht Mozes daarna veel tijd door in de tent van ontmoeting, waar hij dagelijks een ontmoeting met God had. Sommige mensen denken dat God hem al die tijd daarboven de dingen dicteerde of openbaarde die wij in het boek Genesis hebben. Dat is niet onmogelijk, want God kan zoiets doen en Mozes had zeker de gelegenheid om het te ontvangen. Ik ben ervan overtuigd dat het boek Genesis in veertig dagen opgeschreven had kunnen worden, of zeker in tachtig dagen onder dictaat. Dat had gemakkelijk gekund.

^p61

### 13. Overgeleverde geschriften vóór Mozes

*33:18 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h13*

Het is echter een beetje moeilijk om die opvatting te huldigen wanneer je beseft dat bepaalde uitspraken in Genesis erop wijzen dat de uiteenlopende informatie uit verschillende bronnen afkomstig was. Dit is niet hetzelfde als de documentaire hypothese, waarbij men zegt dat deze verschillende tradities mondeling de ronde deden en dat iemand ze allemaal verzamelde en op papier, perkament of wat dan ook zette. Het betekent dat Genesis niet de vroegste goddelijke openbaring is. God openbaarde Zich vóór de tijd van Mozes al aan mensen. Zij hebben misschien enkele dingen opgeschreven die God aan hen openbaarde.

^p62

God openbaarde zeker dingen aan Adam. Adam verkeerde werkelijk met God in de hof. God openbaarde Zich aan Henoch. God openbaarde Zich aan Noach, en aan Abraham, Izak, Jakob en Jozef. Al deze mannen ontvingen goddelijke openbaringen voordat Mozes er was. Het is niet ondenkbaar dat deze mannen verslagen hebben opgeschreven van wat God aan hen openbaarde, of in sommige gevallen verslagen van hun eigen familiegeschiedenis. Die hoefden niet eens door goddelijke inspiratie gegeven te zijn, maar er zou wel goddelijk ingrijpen bij betrokken zijn.

^p63

Hoe dan ook, het was goddelijke geschiedenis en het is niet onredelijk om aan te nemen dat de meest godvruchtige families de oudere stukken verzamelden. Noach zou bijvoorbeeld misschien de dingen hebben gehad die Adam opgeschreven kon hebben, als Adam kon schrijven. We weten niet precies wanneer het schrift is ontstaan. Maar net zoals de taal op het moment van zijn schepping aan Adam werd gegeven, zou ook het vermogen om te lezen en te schrijven in hem gelegd, in hem geprogrammeerd, kunnen zijn. Voor iemand met een anti-bovennatuurlijk wereldbeeld kan het vreemd lijken om zo te denken. Maar alles in Genesis lijkt vreemd voor iemand met een anti-bovennatuurlijk wereldbeeld.

^p64

Als je ziet hoe volkomen bovennatuurlijk de oorsprong van alles in de eerste hoofdstukken was, kan God Adam niet alleen geprogrammeerd hebben met het vermogen om taal te spreken, waarvan we weten dat dit aanwezig was, maar ook om die taal te lezen en te schrijven. Adam kan heel goed het gedeelte hebben opgeschreven waarvan hij kennis had. Noach kan het gedeelte hebben opgeschreven waarvan hij kennis had, enzovoort. Deze verslagen zouden heilige verslagen worden voor de mensen die vroom waren en de kennis van God wilden bewaren. Ze kunnen heel goed door de familie van Abraham bewaard zijn en uiteindelijk in de handen van Mozes zijn terechtgekomen toen hij de leider van het volk werd. Misschien heeft hij deze verslagen samengevoegd. Het is heel goed mogelijk dat dit het geval is.

^p65

### 14. Betrouwbaarheid van mondelinge overlevering

*36:04 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h14*

Als dit nu mondeling in plaats van via geschreven documenten werd overgeleverd tot aan de tijd van Abraham, is dat belangrijk. We weten namelijk dat er in de tijd van Abraham schrift bestond. Sommige mensen zeggen dat het schrift waarschijnlijk niet lang vóór de tijd van Abraham is uitgevonden. Maar bedenk dat men ooit zei dat het schrift in de tijd van Mozes niet bestond, en daarmee zat men er behoorlijk ver naast. Sindsdien hebben de gegraveerde wetten van Hammurabi, die in feite uit ongeveer de tijd van Abraham dateren en niet uit de tijd van Mozes, aangetoond dat het schrift al honderden jaren vóór de tijd van Mozes in gebruik was. Hoeveel honderden jaren eerder weet niemand. Misschien wel tot in de tijd van Adam.

^p66

Maar stel dat we alleen op grond van de wetten van Hammurabi met zekerheid konden zeggen dat er in de tijd van Abraham schrift bestond. Buiten de Bijbel is dat het vroegste wat we over menselijk schrift weten. In de tijd van Abraham bestond er schrift. Maar het leven van Seth, de zoon van Adam, overlapte met dat van Methusalah. Dat kwam doordat mensen zo lang leefden, doorgaans meer dan negenhonderd jaar. Veel generaties overlapten elkaar. Methusalah behoorde tot de achtste generatie na Adam, maar Seth, de zoon van Adam, leefde nog toen Methusalah al geruime tijd in leven was. Dit betekent dat als Seth bijvoorbeeld van Adam het verhaal van de schepping had gehoord en, doordat hij de daaropvolgende geschiedenis zelf meemaakte, alles wist wat er was gebeurd, hij het aan Methusalah kon vertellen. Het leven van Methusalah overlapte met dat van Sem, de zoon van Noach. Het leven van Sem overlapte met dat van Abraham.

^p67

Dus hoewel we het over twintig generaties hebben, hoefde het verhaal in feite alleen maar verteld te worden van Seth aan Methusalah, van Methusalah aan Sem en van Sem aan Abraham. Het verhaal hoeft dus misschien maar drie keer te zijn doorverteld. Het is niet zo dat het in die duizenden jaren voordat Abraham er was duizenden keren verteld moest worden.

^p68

Maar mijn theorie — en die is niet van mij; ik heb haar niet bedacht, maar het is een gangbare overtuiging onder veel evangelischen — is dat er minstens negen geschreven documenten in handen van Mozes zijn gekomen, en dat die documenten in het boek Genesis daadwerkelijk voor ons worden aangeduid. Later in deze lezing zal ik je vertellen hoe je ze kunt herkennen. Maar Mozes beschikte waarschijnlijk over geschreven informatie uit eerdere generaties, die hij bijeenvoegde tot het boek Genesis toen hij dat schreef.

^p69

### 15. De hoofdindelingen van Genesis

*38:46 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h15*

Bij ieder groot boek is het goed om een indeling te maken en het in kleinere onderdelen op te splitsen. Het is moeilijk om in één oogopslag de inhoud van een heel boek van vijftig hoofdstukken voor je geestesoog te houden. Maar als je het in kleinere delen opsplitst, is het gemakkelijker om het te overzien en die hele hoeveelheid informatie te hanteren.

^p70

Het boek Genesis kan op verschillende manieren worden ingedeeld. Eén manier zou zijn om het in twee hoofddelen te verdelen. Er zijn zeker twee hoofdgedeelten, en de belangrijkste scheidslijn ligt tussen hoofdstuk 11 en 12. De eerste elf hoofdstukken vormen dan de geschiedenis vóór Abraham, en hoofdstuk 12 tot en met 50 vormen daarna de geschiedenis van Abraham en zijn familie.

^p71

Abraham is het middelpunt, en de eerste drie verzen van Genesis 12 vormen het middelpunt. Daar staat het verbond met Abraham. Daar staan de beloften die God aan deze man Abraham deed en die zich gedurende de rest van de Bijbelse geschiedenis hebben ontvouwd, tot en met onze eigen tijd. De beloften aan Abraham blijven zich ontvouwen. Vóór hoofdstuk 12 waren ze er niet, maar na hoofdstuk 12 deed bijna niets anders er nog toe. Dat zou de belangrijkste indeling zijn.

^p72

Als je Genesis als een boek in twee delen beschouwt, heb je eerst de geschiedenis vóór Abraham. Bedenk dat het aan weerszijden om tweeduizend jaar gaat. De schepping vond vierduizend jaar vóór Christus plaats. Abraham leefde tweeduizend jaar vóór Christus. De eerste elf hoofdstukken beslaan dus tweeduizend jaar, en de rest van het Oude Testament beslaat tweeduizend jaar. Dezelfde tijdsduur wordt in die twee gevallen zeer onevenredig behandeld. Dat zegt ons natuurlijk iets over het belang dat de Bijbelschrijvers aan deze twee perioden toekenden.

^p73

De periode vóór Abraham kon in elf hoofdstukken worden behandeld — althans, alles wat van groot belang was, kon daarin worden behandeld. Om alles wat belangrijk was uit dezelfde tijdsduur na Abraham vast te leggen, was de rest van het Oude Testament nodig.

^p74

Maar er is nog een andere manier om het in kleinere stukken te verdelen. Je zou het boek heel redelijk kunnen indelen in vier delen van bijna gelijke lengte, wat het eenvoudig maakt. De eerste elf hoofdstukken zouden nog steeds je eerste gedeelte zijn, de geschiedenis vóór Abraham. Maar de rest zou dan kunnen worden verdeeld in nog drie gedeelten van ongeveer gelijke lengte. Hoofdstuk 12 tot en met 25 gaan over het leven van Abraham zelf. Daarmee komen we bij het middelpunt van het boek. Daarna vertellen hoofdstuk 25 tot en met 36 het verhaal van Izak en zijn zonen Jakob en Ezau. De laatste hoofdstukken — eigenlijk veertien hoofdstukken — gaan over het leven van Jozef, van hoofdstuk 37 tot en met 50. Maar slechts dertien daarvan gaan werkelijk over Jozef, want hoofdstuk 38 gaat over Juda. Dat hoofdstuk vormt daar een uitweiding.

^p75

Je zou kunnen zeggen dat het boek in deze vier gedeelten uiteenvalt: de geschiedenis vóór Abraham, de eerste elf hoofdstukken; het verhaal van Abraham zelf in hoofdstuk 12 tot en met 25; de verhalen van Izak en zijn twee zonen, Jakob en Ezau, in hoofdstuk 25 tot en met 36; en daarna het leven van Jozef, het langste gedeelte van allemaal.

^p76

### 16. Toledoth als indeling van Genesis

*42:27 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h16*

Een andere mogelijkheid zou zijn om het in negen afzonderlijke delen te verdelen. Hierbij komt terug wat ik al noemde: er zijn aanwijzingen dat misschien negen documenten, mogelijk meer, waarschijnlijk aan Mozes zijn doorgegeven en deel zijn gaan uitmaken van de verzameling die wij Genesis noemen. Deze delen worden van elkaar gescheiden en aangeduid door het gebruik van het Hebreeuwse woord ‘toledoth’.

^p77

‘Toledoth’ wordt vertaald — in elk geval in de King James werd het consequent vertaald — met ‘generations’. In de New King James vertalen ze het om de een of andere reden niet met diezelfde consequentheid, en dat maakt het een beetje verwarrend.

^p78

De eerste keer dat dit woord ‘toledoth’ voorkomt, is in hoofdstuk 2, vers 4, waar staat:

^p79

> Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam, toen zij geschapen werden. Op de dag dat de HEERE God aarde en hemel maakte —
>
> — Genesis 2:4

^p80

De New King James geeft ‘toledoth’ daar weer met ‘history’ (‘geschiedenis’), en dat is zeker een mogelijke betekenis. Bij de andere vindplaatsen gebruikt die vertaling echter niet consequent hetzelfde Engelse woord, en daardoor wordt het verwarrender.

^p81

In hoofdstuk 5, vers 1, treffen we dit woord voor de tweede keer aan. Daar staat:

^p82

> Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God.
>
> — Genesis 5:1

^p83

Het woord dat de New King James in dit vers met ‘genealogy’ (‘geslachtsregister’) weergeeft, is ‘toledoth’. In hoofdstuk 2, vers 4, vertaalt de New King James het dus met ‘history’ (‘geschiedenis’), en in hoofdstuk 5, vers 1, met ‘genealogy’. In hoofdstuk 6, vers 9, de volgende vindplaats, staat:

^p84

> Dit zijn de afstammelingen van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde met God.
>
> — Genesis 6:9

^p85

In hoofdstuk 10, vers 1, staat:

^p86

> Dit zijn de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafeth. Bij hen werden na de vloed zonen geboren.
>
> — Genesis 10:1

^p87

Je ziet dat de New King James het in alle gevallen tamelijk consequent als ‘genealogy’ vertaalt, behalve de eerste keer, waar ze het als ‘history’ vertalen. In de King James was het gebruikelijk om gewoon het woord ‘generations’ te gebruiken: de generaties van de hemel en de aarde, de generaties van Adam, de generaties van deze en van die.

^p88

### 17. Toledoth: begin of slot van een deel

*45:12 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h17*

Dit woord ‘toledoth’ betekent zoiets als ‘de geschiedenis van’ of ‘het verslag van de geschiedenis van’. Geleerden zijn het er onderling niet helemaal over eens of de aankondigingen waar we nu naar kijken — de geschiedenis van die-en-die, de geschiedenis van die-en-die — een gedeelte inleiden of een gedeelte samenvatten dat zojuist voorbij is gekomen.

^p89

Met andere woorden, de geschiedenis, de generaties of de ‘toledoth’ van de hemel en de aarde wordt genoemd in hoofdstuk 2, vers 4. Is dat een samenvattende uitspraak over het eerste hoofdstuk en de eerste drie verzen van hoofdstuk 2? Is het een afsluitende uitspraak? Wie zal het zeggen? Eerst wordt het verhaal verteld en dan staat er:

^p90

Dit is de geschiedenis van—jullie hebben net de geschiedenis van de hemel en de aarde gelezen.

^p91

Of als je leest:

^p92

Dit zijn de generaties, of de toledoth van, leidt dat dan in wat er gaat komen?

^p93

> Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam, toen zij geschapen werden. Op de dag dat de HEERE God aarde en hemel maakte —
>
> — Genesis 2:4

^p94

enzovoort.

^p95

Geleerden zijn het daar niet helemaal over eens, en ik weet niet of we het met zekerheid kunnen zeggen. Mijn eigen intuïtie, die natuurlijk niet geïnspireerd is, zegt me dat dit misschien samenvattende uitspraken aan het einde van een gedeelte zijn. In hoofdstuk 2, vers 4, waar staat:

^p96

Dit is de geschiedenis, de toledoth, volgt dat tenslotte natuurlijk op de geschiedenis van de schepping van de hemel en de aarde. Het is waar dat het materiaal dat erop volgt ook over de begintijd spreekt, maar eigenlijk gaat het materiaal dat volgt meer over de schepping van Adam en Eva. Dat zou samengevat kunnen worden in hoofdstuk 5, vers 1, waar staat:

^p97

> Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God.
>
> — Genesis 5:1

^p98

of: de oorsprong van Adam.

^p99

Soms wordt het woord toledoth in de Septuaginta vertaald met ‘Genesis’. In het Griekse Oude Testament wordt toledoth dus vertaald met ‘Genesis’. Dit is dus de genesis, dit is het begin, dit is de oorsprong van. Hoewel je zeker veel geleerden zult vinden die het andersom opvatten, denk ik dat Genesis 1:1 tot aan het begin van Genesis 2:4 zeer waarschijnlijk wordt gezien als de oorsprong van de hemel en de aarde. En dan loopt het vanaf daar tot hoofdstuk 5, vers 1, waar we lezen:

^p100

Dit is de oorsprong van Adam. Die uitspraak zou dan samenvatten wat eraan voorafging, en niet wat erop volgt.

^p101

### 18. Toledoth en de mogelijke brondocumenten

*48:00 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h18*

Zo bezien staat er elf keer iets dergelijks, hoewel er in hoofdstuk 36 slechts een kort gedeelte is waarin tweemaal de generaties van Ezau worden genoemd. Het is maar een klein gedeelte, in vers 1 tot en met 9 van hoofdstuk 36, en dat zou een heel klein, afzonderlijk document kunnen zijn. Er staat geen dergelijke uitspraak die het laatste deel van Genesis samenvat. Toch zou je Exodus 1:1 of Exodus 1:5 kunnen zien als iets wat die functie vervult door samen te vatten wat eraan voorafging:

^p102

> Dit nu zijn de namen van de zonen van Israël, die met Jakob naar Egypte waren gekomen. Ieder kwam er met zijn gezin:
>
> — Exodus 1:1

^p103

of in vers 5:

^p104

> Alle zielen die van Jakob afstamden, waren zeventig zielen; Jozef was echter al in Egypte.
>
> — Exodus 1:5

^p105

Dit zou als een samenvatting kunnen worden gezien.

^p106

Deze vraag is een beetje lastig en weerbarstig. Het is niet gemakkelijk om hierover te beslissen. Want volgens de opvatting die ik voorstel, zou in alle gevallen behalve het eerste de genoemde persoon ook degene kunnen zijn die het heeft opgetekend. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 5, vers 1:

^p107

Dit is de geschiedenis, of de oorsprong, of de geslachtsregisters,

^p108

> Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God.
>
> — Genesis 5:1

^p109

Het zou door Adam geschreven kunnen zijn. Het zou zelfs kunnen betekenen:

^p110

Dit is het verslag dat Adam op schrift heeft doorgegeven.

^p111

En dan:

^p112

> Dit zijn de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafeth. Bij hen werden na de vloed zonen geboren.
>
> — Genesis 10:1

^p113

en:

^p114

> Dit zijn de afstammelingen van Terah: Terah verwekte Abram, Nahor en Haran; en Haran verwekte Lot.
>
> — Genesis 11:27

^p115

enzovoort.

^p116

Als dat waar is, dan lijkt het, vooral gezien de inhoud ervan, het waarschijnlijkst dat de uitspraak betrekking heeft op het materiaal dat eraan voorafgaat. Genesis 5, vers 1, zegt bijvoorbeeld:

^p117

Dit is de oorsprong, of de genesis, de toledoth,

^p118

> Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God.
>
> — Genesis 5:1

^p119

Als Adam de schrijver was, moet hij hebben geschreven wat eraan voorafgaat en niet wat erop volgt. De rest van Genesis 5 gaat namelijk over de nakomelingen van Adam, helemaal tot aan Noach, en Adam zou dat niet hebben kunnen weten. Adam kon het geslachtsregister tot aan Noach niet hebben opgetekend. Hij leefde niet zo lang. Hij had wel kunnen optekenen wat eraan voorafging.

^p120

We gaan dit probleem hier niet oplossen. Ik laat je alleen weten dat deze mogelijkheid bestaat. We komen deze zelfde formulering steeds opnieuw tegen in Genesis, en het is heel goed mogelijk dat die het boek in gedeelten verdeelt en ons vertelt:

^p121

Alles tot nu toe hebben we van Adam. Het volgende deel hebben we van Noach of zijn zonen, of iets dergelijks. Deze documenten kunnen zijn doorgegeven, zodat Mozes ze op de berg Sinaï tot zijn beschikking had en daaruit het boek Genesis kon samenstellen.

^p122

### 19. De betekenis van Bijbelse typen

*51:19 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h19*

Nu wil ik het hebben over veel van de belangrijke typen die we in het boek Genesis aantreffen. Als je niet weet wat een type is: het Engelse woord ‘type’ is in wezen een transliteratie van een Grieks woord, tupos, dat wordt gespeld als T-Y-P-O-S. Het ziet eruit als ‘typos’, zoals in typografische fouten, maar in het Grieks is het tupos: T-Y-P-O-S. Tupos betekent een raamwerk of een vorm. Het is het woord dat de Grieken zouden gebruiken als ze het hadden over onze moderne gewoonte om een puddingvorm te gebruiken. Je giet pudding in een vorm, en die wordt in die vorm stijf. Daarna haal je de vorm eraf en behoudt de pudding die vorm. Dat is wat een vorm is: een type.

^p123

Omdat het woord een bredere betekenis heeft, ging het ook een patroon betekenen, of wat we zelfs een prototype zouden kunnen noemen: het eerste exemplaar van iets, dat een patroon vormt dat later gekopieerd zou worden. En wanneer we zeggen dat iets in het Oude Testament een type van iets anders is, is het gewoonlijk een type van Christus, of een type van iets dat met Christus te maken heeft. Daarmee zeggen we dat God in het Oude Testament iets heeft ingesteld om iets vooraf te schaduwen, om een soort vooruitblik te geven op iets wat door Christus Zelf volledig bekendgemaakt zou worden. Van bepaalde personen, bepaalde dingen en bepaalde wetten in het Oude Testament wordt gezegd dat ze typen van Christus zijn.

^p124

We denken aan het Pascha als een duidelijk voorbeeld. God stelde het Pascha in het boek Exodus in, en het Nieuwe Testament zegt in 1 Korinthe 5:7:

^p125

> Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.
>
> — 1 Korinthe 5:7

^p126

Het is duidelijk dat het Pascha van het Oude Testament een type was van Christus, ons Pascha.

^p127

### 20. Adam, Eva, Abel en Noach als typen

*53:21 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h20*

In Genesis staan heel wat dingen die als typen kunnen worden aangemerkt. Adam en Eva bijvoorbeeld. Het Nieuwe Testament wijst deze voor ons aan. Van Adam en Eva, en van hun huwelijk dat God heeft ingesteld, wordt gezegd dat ze een beeld, een type, van Christus en de gemeente zijn. Paulus zegt dat in Efeze 5, vers 31 en 32, waar Paulus Genesis 2:24 citeert en zegt:

^p128

> [31] Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. [32] Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.
>
> — Efeze 5:31-32

^p129

Hij heeft het over man en vrouw. Dat is een uitspraak die in Genesis in verband met Adam en Eva wordt gedaan. Zo zien we Adam als een type van Christus en Eva als een type van de gemeente.

^p130

Trouwens, als je ooit in een debat met rooms-katholieken terechtkomt, proberen ze soms te zeggen dat Eva een type van Maria is. Rooms-katholieken zien Maria vaak als de moeder van ons allemaal. De naam Eva betekent levend, en van Eva wordt gezegd dat zij de moeder van alle levenden was. Voor de rooms-katholiek is Maria de moeder van ons allemaal, en daarom is Maria als een tweede Eva. Het past eigenlijk niet zo goed, want ze zullen toegeven dat Adam een type van Christus is, maar Eva was niet de moeder van Adam. Eva was de vrouw van Adam. Als Eva in het Nieuwe Testament al een type van iets is, dan is ze een type van de gemeente, de bruid van Christus. Adam is een type van Christus. Eva is een type van de gemeente.

^p131

Adam zelf wordt gezien als een type van Christus. Hij is zelfs de enige persoon in het Oude Testament op wie het Nieuwe Testament specifiek het woord type toepast. In Romeinen 5:14 staat dat Adam een type was. In het Grieks van Romeinen 5:14 wordt het woord tupos, type, gebruikt. Er staat dat Adam

^p132

> Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.
>
> — Romeinen 5:14

^p133

waarmee Christus wordt bedoeld. Adam is dus een type van Christus.

^p134

Abel is blijkbaar ook een type van alle rechtvaardige mensen die vervolgd worden, of dat lijkt het Nieuwe Testament althans te suggereren. In 1 Johannes 3, vers 12 en 13, staat dat we niet moeten zijn zoals Kaïn, die zijn broer haatte en zijn broer doodde. Waarom doodde hij hem? Er staat:

^p135

> niet zoals Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
>
> — 1 Johannes 3:12

^p136

Daarna zegt Johannes:

^p137

> Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.
>
> — 1 Johannes 3:13

^p138

Zij zijn als Kaïn, en jouw daden zijn rechtvaardig, en zij haten jou zoals Kaïn Abel haatte. Als dat niet precies een type is, dan is het op zijn minst een parallel.

^p139

Dan is er ook het offer dat Abel bracht. Abel was de eerste mens van wie we lezen dat hij een bloedig offer bracht. Alle bloedige offers in het Oude Testament, met inbegrip van het eerste daarvan, zijn typen van Christus, Die Zijn bloed als offer zou geven.

^p140

De ark van Noach en de zondvloed zijn volgens veel passages in het Nieuwe Testament typen van het eindoordeel: 1 Petrus 3:21, 2 Petrus 3, vers 5 tot en met 7, en Mattheüs 24, vers 37 tot en met 39. De tijd van Noach en het oordeel dat door de zondvloed over de wereld kwam, vormen een voorafschaduwing en een type van het oordeel over de wereld aan het einde van de wereld.

^p141

### 21. Izak en Jozef als beelden van Christus

*57:19 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h21*

Ismaël en Izak worden in Galaten 4, vers 21 tot en met 31, aangeduid als typen van respectievelijk het oude verbond en het nieuwe verbond. Ismaël werd uit de slavin geboren. Eigenlijk zijn hun moeders de verbonden. Van Hagar wordt gezegd dat zij het oude verbond is, de slavin die kinderen tot slavernij baart. Sara vertegenwoordigt het nieuwe verbond, of het nieuwe Jeruzalem, en brengt vrije kinderen voort. Ismaël en Izak zijn als de mensen van het oude verbond tegenover de mensen van het nieuwe verbond, of kinderen van het vlees tegenover kinderen van de belofte, zoals Paulus het verwoordt.

^p142

Toen Abraham Izak op de berg Moria offerde, zegt de Bijbel niet dat dit een type was, maar bijna alle christenen hebben gemeend dat het een type is van God Die Zijn Zoon offert. Interessant genoeg was het op dezelfde bergketen waar Jezus later, tweeduizend jaar daarna, stierf. Men gelooft dat de berg Moria tot hetzelfde berggebied behoort als de berg Golgotha, waar Jezus stierf.

^p143

Toen Abraham Izak offerde, sprak hij ook de volgende woorden, die als een voorspelling worden opgevat:

^p144

> Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.
>
> — Genesis 22:8

^p145

Dit wordt opgevat als een voorspelling dat de Heere Christus zou geven als onze losprijs. Hebreeën 11 spreekt erover dat Abraham Isaäk offerde, en er staat dat

^p146

> [17] Door het geloof heeft Abraham, toen hij door God op de proef gesteld werd, Izak geofferd. En hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd. [18] Tegen hem was gezegd: Dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. Hij overlegde bij zichzelf dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken. [19] En hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug.
>
> — Hebreeën 11:17-19

^p147

Er staat in Hebreeën 11, vers 17 tot en met 19, dat Isaäk weliswaar niet werkelijk stierf, maar dat hij zo goed als dood was, en dat God hem aan zijn vader teruggaf. De schrijver van Hebreeën zegt dat dit er in zekere zin op lijkt dat God hem uit de dood teruggaf. Dat zou een beeld kunnen zijn van Christus, Die eveneens geofferd werd en terugkwam uit de dood.

^p148

Het verkrijgen van een bruid voor Isaäk is een bijzonder fascinerend verhaal. Het is zo fascinerend dat het in één heel lang hoofdstuk tweemaal volledig wordt verteld. En in al zijn kenmerken, die we zullen bespreken wanneer we bij dat hoofdstuk komen, lijkt het beslist op wat er in Mattheüs 22:2 staat, waar Jezus zei:

^p149

> Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die voor zijn zoon een bruiloft bereid had,
>
> — Mattheüs 22:2

^p150

De Vader brengt een huwelijk tot stand voor Christus en zoekt een bruid. Rebekka is een beeld van de bruid van Christus, Isaäk van Christus Zelf, en Abraham een beeld van de Vader. Wanneer we Genesis 24 gaan behandelen, zullen we zien op hoeveel manieren dat daarmee parallel loopt.

^p151

Dan Jozef. De Bijbel duidt Jozef nergens werkelijk aan als een voorafbeelding van Christus, maar geleerden hebben ongeveer 33 kenmerken in het verhaal van Jozef gezien die parallel lopen met Christus Zelf. Hoewel er niet uitdrukkelijk wordt gezegd dat hij een voorafbeelding van Christus is, valt moeilijk te ontkomen aan de conclusie dat Jozef een voorafschaduwing van Christus lijkt te zijn, evenzeer als welk ander personage uit het Oude Testament ook. Hij wordt door zijn broeders verworpen en wordt werkelijk de Redder van de wereld. Er zijn heel, heel veel gebieden waarop je kunt zien dat Jozef parallel loopt met Christus.

^p152

### 22. Bijbelse namen en de naam Elohim

*1:01:06 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h22*

God wordt in het boek Genesis en in de rest van de Schrift met een aantal namen aangeduid. Wanneer je bij andere delen van de Schrift komt, zul je nog meer namen voor God vinden. De namen van God worden gegeven als openbaringen van iets over Zijn karakter. In de oude Hebreeuwse cultuur betekent een naam veel meer dan in onze samenleving. Wij geven onze kinderen namen omdat ze ons mooi in de oren klinken, of omdat we hen naar een van onze voorouders noemen, of omdat we de naam slim bedacht vinden en denken dat mensen onder de indruk zullen zijn dat we hun zo'n slim bedachte naam hebben gegeven, of wat dan ook. We vinden gewoon dat hij mooi klinkt.

^p153

Maar in Bijbelse tijden kregen mensen namen die geacht werden te beschrijven wat ze zouden zijn. Dat zie je bij Ezau, een naam die ‘harig’ betekent. Toen hij geboren werd, was hij met haar bedekt. Ze noemden hem harig. Later werd hij Edom genoemd, wat ‘rood’ betekent. Het bleek dat al zijn haar rood was. Hij was dus een roodharige, harige man. Hij was zelfs zo harig dat hij kon worden nagebootst met geitenvellen. Toen Jakob zich bij zijn blinde vader Isaäk voordeed als zijn broer Ezau, bedekte hij zichzelf met geitenvellen waar het haar nog aan zat. Toen Isaäk eraan voelde, dacht hij:

^p154

Nou, dat is Ezau.

^p155

Die man was een harige man, vanaf zijn geboorte bedekt met rood haar. Dat zou enige steun kunnen bieden aan de evolutietheorie, als een soort terugval naar de orang-oetan of zoiets.

^p156

Maar eigenlijk illustreert dit dat hij Edom werd genoemd omdat dat ‘rood’ betekent, en dat was een bijnaam. Hij kreeg de naam Ezau omdat die ‘harig’ betekent. Het was gebruikelijk dat mensen namen gaven die iets betekenden. En toen God Zijn Naam aan Zijn volk openbaarde, openbaarde Hij Zich onder namen die iets betekenen. Dat openbaart iets over Zijn karakter of Zijn verhouding tot mensen.

^p157

De volgende namen van God komen in het boek Genesis voor. De eerste daarvan, Elohim, staat in het openingsvers en in veel verzen daarna. Elohim is een woord dat met ‘goden’ vertaald kan worden, omdat het een meervoudsvorm is. Maar het gebruik ervan in veel zinnen vereist dat het als een enkelvoudig woord wordt behandeld. De grammatica is zo dat het woord Elohim verbonden is met een werkwoord dat in het enkelvoud staat. Daarom moet het onderwerp als enkelvoud worden behandeld, ook al is Elohim een meervoudig woord. Bijna vanaf de allereerste zin van de Bijbel is dit een mysterie. Het is mysterieus dat voor God een meervoudig woord op een enkelvoudige manier wordt gebruikt. Sommigen hebben gedacht dat dit misschien op de Drie-eenheid wijst. Dat is waarschijnlijk een even goede verklaring voor dit verschijnsel als elke andere.

^p158

### 23. De betekenis en uitspraak van Jahweh

*1:04:09 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h23*

Dan is er de naam Jahweh of Jehovah. In het Hebreeuws bestaat deze uit slechts vier letters, en het zijn allemaal medeklinkers. Het is de Hebreeuwse letter die overeenkomt met de Nederlandse J of Y, dan de letter die overeenkomt met de H, vervolgens de letter die overeenkomt met de Nederlandse V of W, en dan opnieuw de letter die overeenkomt met de H. Je hebt dus J-H-V-H of Y-H-W-H, afhankelijk van de manier waarop die medeklinkers van klinkers worden voorzien.

^p159

Het punt is dat er geen klinkers in staan, en je kunt een woord zonder klinkers niet uitspreken. Je kunt met alleen medeklinkers een keelklank maken, maar je kunt geen lettergreep vormen zonder een klinker. Dit wordt de onuitspreekbare Naam van God genoemd. Niet zozeer omdat er geen klinkers in stonden, maar omdat die Naam als te eerbiedwaardig, als te heilig werd beschouwd. De meeste Joden wilden Hem niet uitspreken. Hij was voor hen te heilig.

^p160

Het is de Naam die God aan Mozes openbaarde bij de brandende braamstruik, maar hij werd al vóór de tijd van Mozes gebruikt. Bij de brandende braamstruik zei Mozes:

^p161

> En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen?
>
> — Exodus 3:13

^p162

Hij zei:

^p163

Zeg tegen ze dat Ik Ben je gestuurd heeft.

^p164

Deze vier medeklinkers vormen de wortel van de Hebreeuwse uitdrukking ‘Ik ben’, ‘Degene Die is’, of iets in die trant. Maar de klinkers die we eraan toevoegen, zijn door mensen toegevoegd. De Masoretische tekst van het Hebreeuws heeft hier de klinkers ingevoerd. De masoreten hebben hier klinkertekens aangebracht. Ze namen de klinkers van een ander woord, Adonai, en voegden die toe aan wat het tetragrammaton wordt genoemd: deze vier letters, die op zichzelf niet kunnen worden uitgesproken. Het wordt het tetragram of het tetragrammaton genoemd, de vier letters. Wanneer je de klinkers van Adonai hieraan toevoegt, kun je het uitspreken als Jehovah of Jahweh. Jahweh. Het is de Naam van God, en de betekenis die er het dichtst bij komt, is ‘Ik ben’. Het is de Naam die God in het bijzonder gebruikte wanneer Hij Zichzelf bekendmaakte aan degenen met wie Hij een verbondsrelatie had, en later in het bijzonder aan Israël.

^p165

### 24. Namen die Gods karakter openbaren

*1:06:47 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h24*

El Elyon betekent letterlijk de allerhoogste God. Je vindt die Naam in Genesis 14, waar Melchizedek de eerste is die hem gebruikt. Abraham is de tweede. Hij neemt hem over van Melchizedek. Abraham kende God als Jahweh, maar toen hij Melchizedek ontmoette, sprak Melchizedek over God als El Elyon, wat de allerhoogste God betekent. Later in diezelfde passage duidt Abraham God ook met die Naam aan, kennelijk beïnvloed door het gebruik ervan door Melchizedek. God is de allerhoogste God. Alle volken hadden hun goden, maar onze God is de Allerhoogste van allemaal. Dit wil niet zeggen dat de andere echte goden zijn, maar dat van alle goden die in heidense godsdiensten worden voorgesteld, de onze nog altijd boven allemaal verheven is.

^p166

El Roi is de naam die Hagar gebruikte om over God te spreken nadat ze besefte dat God haar ziet, en El Roi betekent de God Die mij ziet.

^p167

Adonai is een heel gewoon Hebreeuws woord dat vaak voor God en voor anderen wordt gebruikt. Het betekent mijn heer of mijn meester. Soms betekent het gewoon meneer. Daarom zul je zien dat het soms wordt gebruikt wanneer mensen, mannen, worden aangesproken, en soms voor God. Wanneer het over God spreekt, verwijst het naar Zijn rol als Meester of Heere.

^p168

De naam is Jahweh El Olam. Het spreekt vanzelf dat Jahweh en El God betekenen, en Olam betekent eeuwigheid. Jahweh El Olam betekent dus Jahweh, de eeuwige God, of de God van de eeuwigheid. Het vertelt ons iets over God. Dat is de Naam die Abraham gebruikte toen hij op een bepaald moment, na een conflict met buren, een bepaald altaar bouwde.

^p169

El Elohe Yisrael betekent God, de God van Israël. Israël betekent hier Jakob. In Genesis bestond er geen volk Israël. Het was nog geen volk. Het was slechts één man, een man die Israël heette en Jakob heette. El Elohe Yisrael is de term die Jakob voor God gebruikte helemaal aan het einde van zijn verblijf bij zijn oom Laban.

^p170

### 25. Jakob erkent God als zijn eigen God

*1:09:03 — https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#h25*

Misschien herinner je je dat Jakob voor Ezau vluchtte, die droom over de ladder had en wakker werd. Jakob zei:

^p171

> [20] Jakob legde een gelofte af en zei: Als God met mij zal zijn en mij zal beschermen op deze weg, waar ik op ga, en mij brood zal geven om te eten en kleren om aan te trekken, [21] en ik in vrede in het huis van mijn vader zal terugkeren, dan zal de HEERE mij tot een God zijn. [22] Deze steen, die ik als gedenkteken overeind gezet heb, zal een huis van God zijn. En van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven.
>
> — Genesis 28:20-22

^p172

Daar heb je een goede Joodse zakenman. Het klinkt als een goede overeenkomst. Houd mij in leven, houd mij veilig, laat mij voorspoedig worden, en ik geef U tien procent commissie. Ik laat trouwens ook deze rots Uw huis zijn. Dat doe ik erbij om er een aantrekkelijke overeenkomst van te maken.

^p173

Maar het belangrijkste was dat hij zei:

^p174

En U zult mijn God zijn.

^p175

Zie je, Hij was zijn God niet. Jakob erkende God in die tijd niet als zijn eigen God. Wanneer hij over God sprak, noemde hij Hem de God van Abraham en de Vreze van mijn vader Izak. Weet je dat nog? In die tijd zei Jakob niet ‘mijn God’, want God was zijn God niet. Maar aan het einde van dat alles, toen God Zijn beloften aan Jakob nakwam en Jakobs overeenkomst bezegeld was, bouwde hij een altaar en zei:

^p176

> Hij richtte daar een altaar op en gaf het de naam : De God van Israël is God.
>
> — Genesis 33:20

^p177

In Jakobs mond betekent dit volgens de spreker: ‘mijn God’. Dit is nu mijn God.

^p178

Dan El Shaddai, dat vaak voorkomt in latere Joodse geschriften en zelfs in vroegere, zoals Job. Shaddai betekent Almachtige, of dat is tenminste de beste vertaling waartoe de meeste etymologen kunnen komen. Er bestaan allerlei theorieën over wat Shaddai betekent, maar de aanvaarde betekenis is de almachtige God.

^p179

Deze namen van God worden op verschillende plaatsen in Genesis gebruikt terwijl God Zichzelf in fasen openbaart. Hij openbaart steeds meer over Zichzelf aan primitieve mensen die niets wisten behalve wat God hun openbaarde. Die openbaringen van Zichzelf hadden vaak de vorm van de namen waarmee Hij ervoor koos Zichzelf te openbaren.

^p180

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Mattheüs 3:9](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-3-9)
- [Genesis 2:24](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-2-24)
- [Mattheüs 19:4](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-19-4)
- [Mattheüs 19:5](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-19-5)
- [Mattheüs 19:6](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-19-6)
- [Mattheüs 24:37](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-24-37)
- [Genesis 2:4](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-2-4)
- [Genesis 5:1](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-5-1)
- [Genesis 6:9](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-6-9)
- [Genesis 10:1](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-10-1)
- [Exodus 1:1](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#exodus-1-1)
- [Exodus 1:5](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#exodus-1-5)
- [Genesis 11:27](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-11-27)
- [1 Korinthe 5:7](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#1-korinthe-5-7)
- [Efeze 5:31-32](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#efeze-5-31-32)
- [Romeinen 5:14](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#romeinen-5-14)
- [1 Johannes 3:12](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#1-johannes-3-12)
- [1 Johannes 3:13](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#1-johannes-3-13)
- [Genesis 22:8](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-22-8)
- [Hebreeën 11:17-19](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#hebreeen-11-17-19)
- [Mattheüs 22:2](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#mattheus-22-2)
- [Exodus 3:13](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#exodus-3-13)
- [Genesis 28:20-22](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-28-20-22)
- [Genesis 33:20](https://versvoorvers.org/genesis/inleiding#genesis-33-20)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.